Kennisnetwerk over de leefomgeving

Energie is Ruimte
Op weg naar een regionale energiestrategie
Jeroen Niemans, Christine van Eerd

do 4 mei 2017
artikel

Hoe geven we energietransitie de flinke impuls die het nodig heeft? Door nu écht prioriteit te geven aan een concreet en samenhangend beleid. En die prioriteit lijkt het thema nu te krijgen in Den Haag: versnellen op regionaal schaalniveau met een nationaal programma als aanjager. Veel wordt verwacht van energiestrategieën op een schaal die de leefomgeving van mensen raakt en waar samenwerking ook echt tot versterking kan leiden: de regio. In de regio Midden Holland zetten ze ontwerpkracht in om die beweging op gang te brengen. Nu doorpakken graag!

Geen grotere uitdaging dan de energietransitie. Na het lezen van het essay/artikel Next Energy van Dirk Sijmons staat de noodzaak wel op het netvlies. We staan aan de start van een marathon op sprintsnelheid, stelt hij. Ga er maar aanstaan. Het essay toont kansrijke oplossingsrichtingen, benadrukt het belang van snelheid in het oppakken van de opgave en gaat in op de rol van de overheid. Er is een breed scala aan mogelijkheden die allemaal een steentje bijdragen. Maar los van elkaar zijn ze niet meer dan druppels op een gloeiende plaat. Het is én, én, én: alle maatregelen tegelijk inzetten om de ambitieuze maar o zo noodzakelijke doelen te halen.

Regionale energiestrategieën

Regio Midden Holland is een van de pilotregio’s uit de deal regionale energiestrategieën. De deelnemende regio’s werken aan een langetermijnstrategie met een stappenplan voor de kortere termijn om uiterlijk in 2050 energieneutraal te zijn. De strategie wordt opgesteld met en door ondernemers, bewoners, overheden en kennisorganisaties in de regio. De deal regionale energiestrategieën is een samenwerking van het ministerie van Economische Zaken, het minister van Infrastructuur en Milieu, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de Unie van Waterschappen en het Interprovinciaal Overleg. Partners in pilotregio Midden Holland zijn de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas, hoogheemraadschappen Stichtse Rijnlanden, Rijnland en Schieland en Krimpenerwaard en provincie Zuid-Holland. De coördinatie van de pilot ligt bij Omgevingsdienst Midden Holland, een gezamenlijke omgevingsdienst van de zes deelnemende gemeenten. Meer informatie: www.regionale-energiestrategie.nl

De regio op de schop

Wanneer je de opgave probeert te concretiseren in tastbare projecten en maatregelen, blijkt nog maar eens hoe ingewikkeld het vraagstuk is. De energietransitie vraagt een grootscheepse verbouwing waarvan iedereen de gevolgen gaat ervaren. De schaal van de regio lijkt hiervoor uiterst geschikt. Hier werken verschillende overheidslagen samen en er vindt daadwerkelijk verbinding plaats met degenen die het moeten doen. Momenteel lopen er in vijf regio’s pilots rond regionale energiestrategieën. In zo’n aanpak zijn niet alleen de overheden belangrijk. Ook alle andere stakeholders horen hier aan tafel, zoals het bedrijfsleven, ondernemers, bewoners en belangengroepen. Samen geven zij op regionale schaal uitwerking aan nationale doelen. Regio Midden Holland is al een tijdje aan de slag met onderwerpen als decentrale energieopwekking, besparingsmaatregelen en de warmte-infrastructuur. De maatregelen gaan ieders woonomgeving veranderen en daarvoor moet ruimte worden gemaakt. Energie ís ruimte. Een koppeling met de kwaliteit van ieders leefomgeving is dan een cruciaal punt om hiervan een succes te kunnen maken en het benodigde draagvlak te creëren. Een brede groep stakeholders buigt zich over de ruimtelijke impact van energietransitie. Gezamenlijk leveren zij een bijdrage aan het uitwerken van een regionale energiestrategie in concrete maatregelen.

Beweging creëren

18,9 petajoules (PJ); dat is de verwachte energievraag van regio Midden Holland in 2050. Op dit moment is de vraag naar elektriciteit, warmte en motorbrandstoffen nog 23,9 PJ. Na besparing op verbruik blijft er nog een flinke opgave over. Een opgave die ze bij voorkeur binnen de regio willen oplossen. Wat zijn de mogelijkheden en vooral, wat betekent dat voor de ruimtelijke inrichting? Midden Holland heeft bewust gekozen voor een centrale rol van ontwerpkracht door het inzetten van energie- en-ruimte-ateliers. “Dit is voor ons de manier om beweging in gang te krijgen”, zegt programmamanager Matthijs Kok. “Het is technisch gezien niet zo ingewikkeld om achter je bureau een plan te maken waarin je een invulling geeft aan de opgave. Maar als dat bij niemand landt en op een bureau blijft liggen of de la ingaat, dan heb je er niet zoveel aan. Sterker nog, dat is al een paar keer gebeurd. Voor een gemeenschappelijke opgave moet je werken aan een gezamenlijke oplossing. En dat is wat we willen bereiken met die ateliers.” Ideeën zijn er genoeg. Van een dorpsmolen die 10.000 woningen in Bodegraven van stroom kan voorzien tot zonnepanelen op onbenutte grond van melkveehouders, en van windturbines en zonnepanelen langs alle provinciale wegen tot drijvende zonnepanelen op delen van de Krimpenerwaard die een hoger waterpeil krijgen. Maar is het met elkaar voldoende om aan de vraag te voldoen? Hoe kunnen ideeën elkaar versterken? En welke projecten zijn opschaalbaar van lokaal initiatief naar regionaal niveau?

Kan woningcorporatie QuaWonen 20 procent van de warmtevraag uit de Lek halen?, Foto: QuaWonen

“Het is technisch gezien niet zo ingewikkeld om achter je bureau een plan te maken waarin je een invulling geeft aan de opgave. Maar als dat bij niemand landt en op een bureau blijft of de la ingaat, dan heb je er niet zoveel aan.” - Matthijs Kok, Programmamanager Omgevingsdiensten Midden-Holland

Oplossingen stapelen

Oplossingen stapelen is nodig, en wanneer kan dat? Tijdens de energie-en-ruimte-ateliers helpen ontwerpers om de ideeën concreet in te tekenen: als we kiezen voor acht biomassacentrales, waar kunnen die dan? Nee daar niet, want dat meertje is beschermd natuurgebied. En als we een windlint langs de N11 zetten, is daar dan ook nog plek voor zonnecollectoren? De uitwisseling van kennis over het gebied en de lastige afwegingen is veel waard. Barbara Willems van woningcorporatie QuaWonen zoekt bijvoorbeeld samenwerking met netbeheerder Stedin om wijken van het gas af te krijgen: “Als wij onze investeringen in woningverbetering kunnen afstemmen op de plannen van de netbeheerder om het gasnet te vervangen, dan kan dat een momentum zijn om de benodigde transitie te maken. Dan is er winst te behalen.” Willems ziet nog meer kansen: “Ik heb begrepen dat het waterschap bezig is met een onderzoek naar warmtewinning uit oppervlaktewater. 20 procent van de huidige warmtevraag zou uit het water kunnen komen. QuaWonen heeft woningen in een aantal dorpen aan de Lek. Bij mij rijst dan meteen de vraag wat we daarmee kunnen. Dat is dus een van de nuttige dingen van de ateliers: samen aan tafel zitten met zoveel partijen waar we normaal gesproken nooit contact mee hebben.”

Drie scenario's

Om te komen tot een regionale energiestrategie zijn er voor Midden Holland drie scenario’s uitgestippeld: van maximaal decentraal (een optelsom van diverse projecten, waarvan sommige al in de startblokken staan), sterk netwerk (waarbij de boven- en ondergrondse infrastructuur als uitgangspunt wordt genomen voor opwekking van energie) of integrale planning (een strategie waarbij wordt gekeken naar mogelijkheden om met de energietransitie ook andere maatschappelijke problemen aan te pakken, zoals huisvesting, bereikbaarheid en veiligheid). Met doelen op de lange termijn (2050) maar ook de kortere (2023) en middellange (2030) termijn. Want partijen willen nu aan de slag en de benodigde 3 PJ anders opgewekte energie in 2023 vraagt al veel. Ter illustratie: 1 PJ is het gemiddelde jaarverbruik van 15.000 huishoudens; Gouda heeft ruim 31.000 huishoudens, dus 3 PJ staat gelijk aan anderhalf jaar energieverbruik van alle huishoudens in die gemeente. Net als in andere regio’s lijkt het in Midden Holland met de opwekking van elektriciteit wel goed te komen. Maar  driekwart van het energieverbruik gaat op aan aardgas dat wordt gebruikt om huizen, gebouwen en kassen te verwarmen. Het invullen van deze warmtebehoefte met alternatieve warmtebronnen vraagt creatieve oplossingen.

Regionaal klimaatakkoord

De energie-en-ruimte-ateliers vormen slechts een deel van de instrumenten die regio Midden Holland inzet om te komen tot een gedragen regionale energiestrategie. Daarnaast zijn er talloze kleinere themabijeenkomsten, bijvoorbeeld met lokale energiecoöperaties Programmamanager Matthijs Kok: “We hebben flink geïnvesteerd in het opbouwen van een netwerk. Inmiddels heb ik een Excel-sheet met ruim driehonderd contacten. Dat klinkt heel basaal, maar het is essentieel. Daarmee kunnen wij de verbindende schakel zijn in deze regio. Ik ben begonnen met een ronde langs al die stakeholders om iedereen aan tafel te krijgen. Dat kost tijd, maar dat is de investering wel waard. Een ander belangrijk element is de beschikbaarheid van data. Vanuit de overheid hebben we veel in- formatie over bijvoorbeeld energievraag en –aanbod of vervangingscycli van gasnetten en riolen. Dat soort informatie is essentieel voor woningcorporaties om tot weloverwogen beslissingen te komen over investeringen in hun woningbezit. Wij vullen een GIS-omgeving met energiekaarten en die stellen we op vrij korte termijn beschikbaar.” Midden Holland wil in september 2017 een regionaal klimaatakkoord sluiten, zoals dat bijvoorbeeld in Gelderland al bestaat. Daarin staan afspraken over de organisatie voor het vervolg en een aantal concrete project waarvoor partijen in de regio Midden Holland deals sluiten. Programmamanager Kok: “In het uitvoeringsprogramma komt te staan hoe we blijven samenwerken, met welke projecten we van start gaan en welke thema’s verder uitwerking vragen.”

Leegstaande akkers voorzien van zonnepanelen

Tandje erbij

Erik de Ruijter van coöperatie Energiek Alphen aan den Rijn ziet de meerwaarde in de regionale schaal. “Wij hebben op het schaalniveau van onze eigen gemeente al diverse bijenkomsten georganiseerd en zeker als het gaat om de uitwisseling van ervaringen met windmolens kunnen we op regionale schaal nog veel van elkaar leren. Dat deden we nog niet. In Krimpenerwaard, in Reeuwijk/Bodegraven en in Alphen zijn we in verschillende fasen bezig om collectieve windmolenparken te realiseren. Dat kun je dan natuurlijk ook samen gaan organiseren en dan het werk verdelen. Dus het is heel nuttig dat we met elkaar in contact zijn gebracht.” Maar al dat overleggen is in De Ruijters ogen nog niet genoeg. “Het is leuk om een stip op de horizon te zetten”, zegt hij. “Maar waar wij tegenaan lopen, is dat je het ook moet doen. En daarin kunnen partijen elkaar nog veel verder versterken. Nu de crisis achter de rug is en we stappen willen maken, moeten we echt allemaal nog wel een tandje of drie, vier willen bijzetten. Er wordt nog te veel gepraat en te weinig gedaan. Ik ben wel wat bezorgd wat er na het derde atelier gebeurt, als de resultaten er zijn. Hoe lang het dan duurt voordat we echt aan de gang gaan. De overheid moet het proces meer faciliteren. Burgers willen wel iets doen, maar zij hebben maar bescheiden middelen. Als een overheid niet meewerkt met financiering, subsidies en kosten vooraf voor je rekening nemen, dat zet je er niet echt versnelling op.”

Geen tijd te verliezen

De nationale doelen voor energietransitie vereisen een gebiedsgerichte aanpak. De aanpak in Midden Holland laat duidelijk zien dat de regionale schaal potentie heeft. Bijvoorbeeld voor verbindingen tussen initiatieven van onderop, want die kunnen elkaar inspireren en het resultaat naar een hoger niveau tillen en daarmee het opschalen van slimme combinaties dichterbij brengen. Tegelijkertijd legt de pilot enkele lastige kwesties bloot. Zo sluit wet- en regelgeving lang niet altijd aan bij mogelijke oplossingsrichtingen. En wie gaat wat doen als de pilot straks is afgesloten? Er ligt een taak om de regionale aanpak in te bedden in een breder nationaal kader, want we hebben geen tijd te verliezen. En dat proces moet niet volgordelijk zijn, maar iteratief: het formuleren van nationale doelen regionale strategieën moet tegelijkertijd plaatsvinden, waarbij ze elkaar continu beïnvloeden. Dit vraagt om wisselwerking tussen nationale deelprogramma’s en regionale projecten. Het is een enorme sprong van bijvoorbeeld de ambities van een lokale speler als Vergeer Holland naar de nationale plannen voor 25.000 windmolens op zee. En de doelstellingen moeten ook nog worden verbonden aan de opgaven voor besparing, zoals de nul-op-de-meter-beweging. Allemaal puzzelstukjes die samen vormgeven aan de energietransitie. Om de ambities waar te maken is de enige weg die van volle kracht vooruit.

Rijkswaterstaat voert in de Slufter op de Maasvlakte een test uit met 120 drijvende zonnepanelen, Foto: Rijkswaterstaat

“Burgers willen wel iets doen, maar zij hebben maar bescheiden middelen. Als een overheid niet meewerkt met financiering, subsidies en kosten vooraf voor je rekening nemen, dat zet je er niet echt versnelling op.”- Erik de Ruijter, Coöperatie Energiek Alphen aan de Rijn

Vergeer Holland wil van het gas af

Met ruim vijfhonderd medewerkers is Vergeer Holland een bedrijf met impact in regio Midden Holland. De banden met het dorp Reeuwijk, waar het familiebedrijf al ruim tachtig jaar gevestigd is, zijn vanzelfsprekend. Dat uit zich in betrokkenheid bij het maatschappelijk leven maar ook in de wens bij de energietransitie gezamenlijk op te trekken. “Ons bedrijf geeft reuring in het dorp”, vertelt manager ICT en projecten Sander Vermeulen. “Soms negatief door het vrachtverkeer, maar ook positief doordat we allerlei activiteiten sponsoren. Veel van onze medewerkers wonen er; zij komen lopend of fietsend naar het werk.” Vergeer Holland koopt kazen in, laat die rijpen, snijdt ze in allerlei vormen en verhandelt de verpakte kaas wereldwijd. Vooral de daarvoor benodigde gekoelde ruimtes verbruiken veel energie. Op jaarbasis verbruikt Vergeer Holland zo’n 10 miljoen KWh. Omdat hiervoor een kostbare netverzwaring nodig zou zijn, koos Vergeer er al jaren geleden voor om de benodigde stroom voor een groot deel zelf op te wekken via warmtekrachtkoppeling (WKK). Met gas wordt dus elektriciteit opgewekt. De restwarmte van de koelcellen en de warmte uit de WKK gebruikt het bedrijf voor warm water, om de machines schoon te maken en voor verwarming van de kantoren en de laadkuil. Al met al een mooie oplossing en in combinatie met besparende maatregelen zoals extra isolatie en led-lampen, kan Vergeer Holland op het gebied van duurzaamheid best tevreden zijn. Maar dat zijn ze niet, want in het kader van de energietransitie wil de onderneming geheel van het gas af. “We maken elektriciteit uit gas, dat moet toch anders kunnen”, vindt Vermeulen. Hoe? Dat gaan ze onderzoeken en daarvoor zijn oriënterende gesprekken gaande met de provincie, de gemeente en het wijkteam Reeuwijk-Dorp. De verbreding van het onderzoek kan de kansen voor een interessante oplossing vergroten, hoopt Vermeulen. “Het wijkteam heeft ook een duurzaamheidsambitie, dus dan is het een goede zaak om dat gezamenlijk op te pakken.” Zelf heeft Vermeulen geen voorkeur of het uiteindelijk uitkomt op energie uit zon, wind of water. “Wij hebben onze handen vol aan onze business, dus dat laten we over aan een paar slimme mensen. Wij kunnen ook niet de trekker zijn van de samenwerking. Samen met Matthijs Kok, programmamanager regionale energietransitie, zoeken we stap voor stap naar een goede aanpak.”

Reacties

Copyright 2017 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren