Kennisnetwerk over de leefomgeving

Kansen voor schimmelwoning
Koppel aanpak vochtige woningen aan energietransitie
Eefje Stutvoet, Koen Laarman

woe 10 april 2019
artikel

Donkere vlekken op de slaapkamermuren, druppels op het plafond in de badkamer; veel Nederlanders zijn bekend met de gevolgen van een vochtige woning. Schimmel kan niet alleen gezondheidsproblemen veroorzaken, maar ook duiden op slechte isolatie of ventilatie van een woning. De oplossingen voor vocht- en schimmelproblemen zijn goed te combineren met een grotere opgave: de energietransitie voor bestaande woningen.

Een zekere mate van vocht in een woning is normaal. Vocht wordt echter een probleem wanneer het binnenmilieu meer waterdamp bevat dan de atmosfeer toelaat. De verhouding van waterdamp in de atmosfeer ten opzichte van de totale capaciteit wordt de relatieve luchtvochtigheid genoemd. Als deze relatieve luchtvochtigheid hoger is dan de capaciteit ontstaat er condens. Deze condens is bijvoorbeeld te zien als de relatief warme lucht vanuit een douche in aanraking komt met een relatief koude spiegel. Een consistent hoge relatieve luchtvochtigheid van tachtig procent of hoger kan ook een ander gevolg hebben: de vorming van schimmel.
De aanwezigheid van vocht en schimmel in een woning is niet zonder negatieve gevolgen. Mensen die in een huis met vocht of schimmel wonen hebben significant vaker luchtwegklachten dan mensen die in een droog huis wonen. Daarnaast kan een vochtig huis leiden tot het ontstaan van astma of verergering daarvan, vooral bij jonge kinderen (GGD Amsterdam, 2018). Ook voor de woning zelf kan schimmel voor problemen zorgen. Houtproducten kunnen worden aangetast en behang en stucwerk zullen door vocht sneller loslaten. Daarnaast scoort een vochtig huis slecht op duurzaamheid: het kost meer energie om ruimtes met een hoge luchtvochtigheid op temperatuur te houden. De negatieve invloed van vocht is ook de Nederlandse politiek niet ontgaan.

Luchtvochtigheid

Eind 2018 nagelde de landelijke fractie van de SP de tien woningcorporaties met de meeste schimmelklachten aan de schimmelschandpaal. De Utrechtse fracties van PvdA en D66 hebben in januari 2019 schriftelijke vragen gesteld over de schimmelproblematiek van corporatie Mitros en ook woningkoepel Aedes heeft al in 2017 een handleiding gepubliceerd om vochtproblemen in woningen aan te pakken. De schimmelproblematiek wordt daarnaast ook in de Tweede Kamer geagendeerd. SP-kamerlid Sandra Beckerman stelde Kamervragen over schimmelhuizen in de Groningse gemeente Bedum.
Uit de meest recente onderzoekscijfers die het RIVM aanhaalt blijkt dat Nederland een half miljoen tot een miljoen woningen telt met schimmelproblematiek. Dat is ongeveer negen procent van de totale woningvoorraad. De woningen met het hoogste risico op schimmel zijn  gebouwd vóór 1992. Doordat de sociale woningvoorraad van Nederland voor een groot gedeelte uit woningen bestaat van voor 1967, is de problematiek in de sociale huursector extra hoog. Het genoemde percentage van het RIVM berust echter op twaalf jaar oude gegevens en het risico bestaat daarmee dat de data verouderd zijn. In het nieuwe Woononderzoek (WoON2018) wordt voor het eerst aan respondenten gevraagd of ze last hebben van vocht en schimmel in hun woning. De grootte van de steekproef van het WoON2018 (ruim 62 duizend respondenten) biedt daarmee de kans om naast actuele cijfers over schimmelproblematiek ook klachten te verbinden met verschillende woningkenmerken en duurzaamheidsattitudes.  

Groot vochtprobleem

Cijfers uit het recente woononderzoek impliceren dat de schimmelproblematiek onder Nederlandse huishoudens groter is dan het RIVM twaalf jaar geleden publiceerde. In de enquête van het WoON geven 1.5 miljoen huishoudens aan last te hebben van schimmel. Dit is ongeveer 19% van alle Nederlandse huishoudens.
Van deze 1.5 miljoen huishoudens woont 38% in een koopwoning, 41% in een sociale huurwoning en 21% in een particuliere huurwoning. Als er naar het totaal aantal woningen per sector wordt gekeken, is zichtbaar dat vocht en schimmel vooral voorkomen in de huursector. In zowel de particuliere als de sociale huursector geeft ongeveer 28% van de huishoudens aan last te hebben van vocht in de woning, tegenover 12% van de huishoudens in een koopwoning. Dit komt neer op ongeveer 608.000 huishoudens in de sociale huur, 314.000 in de particuliere huur en 554.000 in de koopsector. Dit valt deels te verklaren vanuit het type woning en het bouwjaar. Huurwoningen zijn vaker appartementen en zijn vaak wat ouder. Van het totale aantal huishoudens in meergezinswoningen heeft 22% last van schimmel en in eengezinswoningen betreft dit 17%. Van de sociale huurwoningen geeft 32% van de inwoners van eengezinswoningen last te hebben van schimmel, tegenover 26% van de inwoners van meergezinswoningen. Hoewel er geen eenduidige relatie is tussen bouwjaar en mate van schimmel kan in het algemeen gesteld worden: hoe ouder een woning, des te vaker mensen last hebben van vocht en/of schimmel (zie Figuur 1).

Figuur 1: Huishoudens met schimmelklachten naar bouwjaar. Bron WoON 2018

Figuur 1: Huishoudens met schimmelklachten naar bouwjaar. Bron WoON 2018

Daarnaast zijn regionale verschillen zichtbaar. Vooral huishoudens in de vier grote steden (G4) geven aan last te hebben van schimmel: 29% van de G4-huishoudens geeft aan schimmelproblemen te hebben, tegenover 17% van de huishoudens buiten de G4. In de sociale huursector ligt dit percentage hoger: 34% van de huishoudens geeft aan woningschimmel te ervaren, tegenover 26% buiten de G4. Wat schimmel betreft geldt dus ook: hoe meer verstedelijkt het gebied, des te groter het aantal huishoudens met schimmelklachten (zie Figuur 2).

Figuur 2: Huishoudens met schimmelklachten naar stedelijkheidsgraad. Bron WoON 2018

Figuur 2: Huishoudens met schimmelklachten naar stedelijkheidsgraad. Bron WoON 2018

Naast het bouwjaar en het woningtype heeft de mate van isolatie ook invloed op het ervaren van vocht. Van de huishoudens die last hebben van vocht en schimmel geeft 61% aan dat zijn of haar woning niet energiezuinig is. Voor mensen die geen last hebben van vocht en schimmel, vindt een veel lager percentage (31%) de eigen woning niet energiezuinig (WoON, 2018).

Oorsprong

De correlatie tussen bouwjaar en vocht/schimmel wordt voor een deel bepaald door veranderende bouwnormen. Spouwmuren in nieuwbouwwoningen worden pas vanaf 1974 geïsoleerd en de galerijen van flats en appartementen van voor de jaren zeventig vormen vaak ‘koudebruggen’. De jaren tachtig zijn de periode van grootschalige stadsvernieuwing, waarin energiebesparing een belangrijke rol speelt. Tegelijkertijd wordt in die periode door de economische crisis zo goedkoop mogelijk gebouwd. Daarnaast kan het bouwbeleid tot het eerste Bouwbesluit in 1992 per gemeente verschillen, met regionale verschillen in bouwkwaliteit als gevolg. Daarnaast heeft het Bouwbesluit van 1992 verschillende extra eisen aan isolatie met zich meegebracht.
In het thans geldende Bouwbesluit worden verschillende eisen ten aanzien van nieuwbouw en bestaande bouw gesteld. Voor zowel bestaande bouw als nieuwbouw zijn voorschriften opgenomen voor wateropname door scheidingsconstructies van vochtige ruimtes. Voor nieuwbouw geldt als aanvullende eis dat de binnenzijde van de woningschil een relatieve luchtvochtigheid van minder dan tachtig procent dient te hebben om schimmelvorming te voorkomen. Bestaande bouw heeft daarmee een groter risico op een hogere relatieve luchtvochtigheid dan nieuwbouw.
Vocht en daarmee ook schimmel kan tevens ontstaan als gevolg van slechte ventilatie. De meeste bestaande woningen, twee derde van de Nederlandse huizen, worden alleen geventileerd door natuurlijke ventilatie. Schone lucht komt binnen door open ramen of via roosters. De vervuilde lucht kan er via afvoerkanalen op basis van natuurlijke trek uit. Vanaf de jaren zeventig wordt mechanische ventilatie toegepast. Eerst in de hoogbouw en later ook in eengezinswoningen.
De effectiviteit  van ventilatie wordt ook sterk bepaald door het woongedrag. Door onwetendheid, tocht- of geluidsklachten wordt mechanische ventilatie nog wel eens in een te lage stand of helemaal uit gezet, waardoor er te weinig ventilatie plaatsvindt in de woning. Ook dienen filters regelmatig schoon gemaakt te worden om de mechanische ventilatie goed te laten functioneren.

Isolatie en verduurzamen

Zoals in het klimaatakkoord wordt aangekondigd staan we aan de vooravond van een grote verbouwing. Een transformatie van circa zeven miljoen woningen, veelal matig geïsoleerd en vrijwel allemaal verwarmd door aardgas, zullen getransformeerd moeten worden tot goed geïsoleerde woningen, die we met duurzame warmte verwarmen. Hiermee kunnen we niet alleen onze woningen CO2-neutraal maken, maar gelijktijdig vocht- en schimmelproblemen grotendeels verhelpen in de Nederlandse woningvoorraad.
Een deel van de oorzaken van vocht- en schimmelproblemen kan worden weggenomen door goede isolatie van de woning. Door isolatie wordt de binnenmuur minder koud, waardoor er minder snel vocht op neerslaat. Het plaatsen van HR++-glas neemt voor een groot deel de koudeval bij ramen weg. Vloerisolatie kan optrekkend vocht tegenhouden en het gevoel van koude voeten wegnemen, waardoor vooral het wooncomfort verbetert. Maar het isoleren van de woning en het dichten van alle kieren zorgen er ook voor dat al het vocht dat in de woning geproduceerd wordt er niet meer zo makkelijk uit kan. In de jaren tachtig is met de eerste grote isolatiegolf en ‘de nationale kierenjacht’ al duidelijk geworden dat isolatie negatieve invloed kan hebben op het binnenmilieu. Daarnaast kost het zelfs extra energie om vochtige lucht op te warmen. Het verduurzamen van woningen is daarom niet alleen een kans om oorzaken van vochtproblemen weg te nemen. Aandacht voor goede ventilatie om andere problemen in het binnenmilieu te voorkomen, is daarbij essentieel.

Verduurzamingsopgave

In de verduurzamingsopgave vanuit het klimaatakkoord hebben woningcorporaties een sleutelpositie. Zij moeten de startmotor vormen in de energietransitie van de gebouwde omgeving. In de komende drie jaar moeten ze honderdduizend extra sociale huurwoningen aardgasvrij maken. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Bij al deze oplossingen is het ook van groot belang dat de warmtevraag van de woningen door middel van betere isolatie flink gereduceerd wordt. Welke oplossing waar toegepast gaat worden, wordt de komende jaren op lokaal en regionaal niveau bepaald. Gemeenten moeten in 2021 een Transitievisie Warmte hebben, waarin staat beschreven wanneer welke wijk van het aardgas afgaat en hoe.
Het aardgasvrij maken van de bestaande woningen heeft een grote impact. Het moet niet alleen haalbaar zijn, maar mensen moeten het ook willen. Hierbij kan geleerd worden van de eerdere energietransitie, van kolen naar aardgas. Om zoveel mogelijk huishoudens aan te sluiten op aardgas werd het gas gepromoot omdat het schoner was en meer comfort kon opleveren. Mensen hoefden niet meer met kolen te slepen en centrale verwarming was voor steeds meer mensen weggelegd.
Bij deze volgende energietransitie, waarbij we juist van het aardgas af willen, kunnen de woorden schoon en comfortabel weer gebruikt worden en kunnen we het aanvullen met gezond. Schone energie, zonder uitstoot van CO2, comfortabel door een goed geïsoleerde woning en gezond door bij de verduurzaming rekening te houden met een goed binnenklimaat.  

Prioriteit

Als de woningen dan toch aangepakt moeten worden, blijken vocht- en schimmelklachten een goede aanleiding om te verduurzamen. Zo vindt 76% van de huurders die aangeven last te hebben van schimmel dat hun woning energiezuiniger moet worden, tegenover 52% van de huurders die geen last zeggen te hebben van schimmel.
Huurders die last hebben van vocht of schimmel zijn ook meer bereid om meer huur te betalen voor het verduurzamen van hun woning. Van de huurders die last hebben van vocht of schimmel gaf 52% aan bereid te zijn tot een huurverhoging voor een energiezuinige woning tegenover 40% van de huurders die hier geen last van hebben. Wel geeft zo’n 90% hierbij aan alleen extra huur te willen betalen, als ze dit ook kunnen terugverdienen door een lagere energierekening (WoON, 2018). Het is ook mogelijk dat andere woning- of huishoudenskenmerken bij kunnen dragen aan dit percentage. Uit statistisch vervolgonderzoek kan de precieze invloed van schimmel bepaald worden.

Wat nu?

Dat corporaties aandacht hebben voor vocht- en schimmelproblemen blijkt uit de verschillende initiatieven. Zo hebben de Haagse corporaties gezamenlijk een online platform gelanceerd onder de titel gezondwonen.nl waarop huurders vocht- en schimmelproblemen kunnen melden en tips krijgen hoe ze het zelf kunnen voorkomen. Huurders kunnen een onafhankelijk onderzoek aanvragen als zij er met de corporatie niet uitkomen. Dat voorkomt dat zij dure juridische procedures moeten doorlopen.
De Utrechtse woningcorporatie Mitros, die in januari van dit jaar nog raadsvragen kreeg over haar schimmelwoningen, is juist ook hard bezig met de vraag hoe ze er met verduurzaming van woningen voor kan zorgen dat bewoners geen vocht- en tochtklachten meer hebben. Eind 2017 schreef Mitros de ‘100%GZNDwonen Challenge’ uit waarmee ze naar oplossingen zoekt om huurders na renovatie een gezond en aangenaam binnenklimaat te garanderen. In de Challenge wordt gezocht naar integrale oplossingen waarbij bewoners geen koude tochtstroom meer ervaren in hun woningen, verlost zijn van vocht- en schimmelproblemen én geen geluidsoverlast van installaties hebben. Mitros zocht met name oplossingen voor haar vooroorlogs bezit, portiekflats uit de jaren 1945-1970, flats van tien verdiepingen hoog uit de periode 1960-1975 en voor de woningen uit de stadsvernieuwing uit de jaren zeventig en tachtig. In totaal kreeg Mitros 28 innovatieve oplossingen binnen, waarvan Mitros er twee test.  De twee meest veelbelovende oplossingen worden nu getest in woningen van Mitros. Dit zijn een slim, breed toepasbaar ventilatiesysteem in de gevel dat in één dag geplaatst kan worden en een ventilatiesysteem met luchtmenging boven de binnendeuren.

Gezondere woningen

Vocht en schimmel blijken een groot probleem te zijn in Nederlandse woningen. Meer dan een kwart van de bewoners van huurwoningen geeft aan hier last van te hebben. Dit is niet alleen het gevolg van de bouwtechnische kenmerken van de woning, maar ook van het gedrag van de bewoners. Vocht en schimmel kunnen leiden tot gezondheidsproblemen en een hoger energiegebruik. Nu,  aan de vooravond van de grote verbouwing waarbij we al onze woningen CO2-neutraal willen maken is hét moment om ons gelijk ook van het vocht- en schimmelprobleem te verlossen. Gezond, comfortabel en energiezuinig in plaats van vochtig en schimmelig met een hoge energierekening.
Huurders die vocht ervaren geven vaak ook aan dat hun woning niet energiezuinig is. Zij zijn ook vaker bereid een hogere huur te betalen voor verduurzaming van hun woning dan huurders die deze klachten niet hebben. Gezondheid is waarschijnlijk een veel betere trigger om mensen mee te krijgen voor verduurzaming dan een beter milieu. Schimmelwoningen bieden daarom de kans om grote slagen te maken in de energietransitie.

Reacties

xMet het invullen van dit formulier geef je Ruimte en Wonen en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren