Voor het welslagen van burgerinitiatieven heb je voortrekkers nodig. We kennen de ‘expert activist’, het type denker en overlegger, en de ‘everyday maker’, meer het type doener. Wanneer beide typen samenkomen in ‘allrounders’, dan is de kans op slagen het grootst, zo leert het project Duurzaam Dorp Overijssel.
TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ACHTERGROND38ACTIEFBURGERSCHAPLOONTVoor het welslagen van burgerinitiatieven hebje voortrekkers nodig. We kennen de `expertactivist', het type denker en overlegger, en de`everyday maker', meer het type doener. Wanneerbeide typen samenkomen in `allrounders', dan isde kans op slagen het grootst, zo leert het projectDuurzaam Dorp Overijssel.DOOR ELLY STRAATMAN, DOCENT-ONDERZOEKER LECTORAATGOVERNANCE, KENNISCENTRUM LEEFOMGEVING, SAXIONTerwijl het beleidsprogramma Big Society van de Britse pre-mier David Cameron zich richt op het behalen van centralelandelijke doelstellingen en in Nederland de discussiewordt gevoerd of Phillip Blonds `big society' voor ons landwel zo'n goed idee is, voltrekt zich in onze samenleving een`stille revolutie'. Van onderaf. In Overijssel ontwikkelen zich sinds 2010lokale `big societies' rond duurzaamheidsthema's. Deze burgerinitiatie-ven worden ondersteund door de provincie Overijssel, Natuur en MilieuOverijssel en Saxion.Het idee voor het stimuleren van lokale duurzaamheidsinitiatieven ont-stond in 2009. Saxion-lector Johan Wempe en Arnout Potze, program-maleider Nieuwe Energie van de provincie Overijssel, vatten het plan opom door middel van een wedstrijd lokale gemeenschappen in de provin-cie te stimuleren om zelf met duurzaamheidsplannen te komen. Doordeze plannen in te dienen maakten de gemeenschappen kans op financi-ele ondersteuning voor de uitvoering ervan. Het motto `meedoen isActieve buurtbewoners spelen een grote rolbij het welslagen van een project.(Foto Jos Lammers / Hollandse Hoogte)39TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ACHTERGRONDaltijd winnen' maakte duidelijk dat ook de `verliezers' aan de slag kon-den. Zij participeren inmiddels samen met de `winnaars' in een kennis-kring waarin alle deelnemende dorpen en wijken, de provincie, Saxionen Natuur en Milieu Overijssel hun kennis en ervaringen met elkaardelen.Sinds 2010 zijn in het kader van Duurzaam Dorp Overijssel ruim twintiglokale gemeenschappen actief bezig met het verduurzamen van hunfysieke en sociale leefomgeving. `Big society'-doelstellingen als het ver-groten van maatschappelijke participatie en het versterken van sociaalkapitaal worden in het project gerealiseerd. Soms als direct doel, maarvaker als `bijproduct' van de lokale verduurzamingsslag.Dit artikel gaat over duurzaamheid door middel van burgerinitiatieven.We introduceren eerst het project Duurzaam Dorp Overijssel en gaandaarna in op de meest kritische succesfactor: de actieve burger. Wetyperen het actief burgerschap van de voortrekkers in het project enbenoemen tot slot een aantal succesfactoren.DE WEDSTRIJDIn 2010 en 2011 heeft de provincie Overijssel een wedstrijd uitgeschrevenonder de naam `Duurzaam Dorp Overijssel'. Overijsselse dorpen en wijkenstreden om de titel van meest duurzame gemeenschap van de provincie.De deelnemers lieten zien wat ze al presteerden op het gebied van duur-zaamheid, maar het belangrijkste was dat ze de jury met goede plannenwisten te overtuigen van hun potentie om verder uit te groeien tot eenvoorbeeldgemeenschap op het gebied van duurzaamheid. Het dorpHoonhorst deed dat in 2010 op de meest overtuigende wijze en in 2011 wasdat een wijk in de gemeente Olst-Wijhe. Na de eerste tranche werd hetproject breder bekend. RTV-Oost portretteerde toen in wekelijkse televi-40sie-uitzendingen de kandidaten en de jury met prominenten als de beken-de Hoonhorsters Ruud Lubbers en wetenschapper Wubbo Ockels.Na aanmelding was het hard werken voor de kandidaten van DuurzaamDorp Overijssel. Een overtuigend en origineel plan voor een radicale ver-duurzamingsslag heb je niet zomaar en daar kwam bij dat de provincieeen flink aantal criteria had gepubliceerd waarmee de jury de inzendin-gen ging beoordelen. Zo moesten de ingezonden plannen betrekkinghebben op de thema's energie, mobiliteit, groen, water en afval enmoest er een juiste balans worden gevonden tussen mens, milieu eneconomie. In de plannen moesten de deelnemers ook koppelingen aan-brengen tussen people, planet en profit, door bijvoorbeeld uit te leggenhoe een zo divers en zo groot mogelijke achterban bij het project betrok-ken kon worden vanuit een gezamenlijke visie en hoe de plannen zichverhielden tot het ontwikkelen van maatschappelijk verantwoord enduurzaam ondernemerschap binnen de gemeenschap.Bij de aanmelding, de start en het plannen maken,speelden de initiatiefnemers uit de deelnemendegemeenschappen een zeer bepalende rol.Bij de voorbereiding van het project in 2009 hebben Saxion-studentende provincie voorstellen gedaan over de keuze van selectiecriteria. Ookdaarna zijn steeds studenten en docenten van Saxion betrokken bij hetproject. Zo ondersteunt Saxion de dorpen en wijken bijvoorbeeld bij hetontwikkelen en vormgeven van de plannen en is een instrument ont-worpen voor de voortrekkers waarmee ze een brede groep dorps- ofwijkgenoten bij het project kunnen betrekken.DE VOORTREKKERSBij de aanmelding, de start en het plannen maken, speelden de initia-tiefnemers uit de deelnemende gemeenschappen een zeer bepalende rol.We kunnen deze initiatiefnemers typeren als `voortrekkers'. Zij namenhet voortouw bij het ontwikkelen van de plannen en zij wisten die opeen overtuigende wijze op papier te zetten en te presenteren. Deze actie-ve burgers hebben laten zien dat zij over een breed scala aan competen-ties beschikken. En dat is nodig, want bij het voorbereiden en uitvoerenvan duurzaamheidsinitiatieven komt erg veel kijken.Allereerst is een flinke kennis van zaken nodig en het vermogen omgedurende het proces al werkende te leren. Belangrijk is basiskennisover duurzaamheid en duurzaamheidsbeleid en kennis over de wijk- ofdorpsgemeenschap. Verder is kennis van politieke en bureaucratischeprocedures van belang in de omgang met overheden. Denk aan de com-municatie met de provincie over het indienen van de plannen en hetverwerven van steun voor deelname aan het project bij de lokale over-heid. Ook verbale vaardigheden zijn daarbij nodig, zowel mondelinge alsschriftelijke en kwaliteiten op het gebied van samenwerken, onderhan-delen en overtuigen.Dit zijn competenties waarop meteen in de eerste fase van het project aleen beroep werd gedaan. De initiatiefnemers die in de rol van voortrek-ker betrokken zijn gebleven bij het verder uitwerken en uitvoeren van deplannen samen met andere dorps- of wijkgenoten, hebben laten zienook nog over een flink aantal andere competenties te beschikken.DE EXPERT ACTIVISTIn termen van de Deense politicologen Bang en S?rensen (2001) bezittende voortrekkers in het project Duurzaam Dorp Overijssel (hierna:DD-voortrekkers en DD-project) een aantal kenmerken van de `expert acti-vist'. Deze `expert activist' is ook in Nederland geen onbekend verschijnsel.Het is het type actieve burger dat we vaak tegenkomen in dorps- en wijk-raden en dat zich profileert in bijvoorbeeld bewonersorganisaties enhuurdersverenigingen. Het zijn wat we noemen, de `usual suspects'.De `expert activist' is een actieve burger die vaak langdurig en structu-reel participeert in besluitvormings- en onderhandelingsprocessen. Hijheeft ervaring in overlegcircuits met institutionele actoren, zoalsgemeente-ambtenaren en medewerkers van woningcorporaties en in dierol heeft hij veel kennis en ervaring opgebouwd. In zijn gemeenschap isde `expert activist' een bekende persoon die de belangen van zijn achter-ban goed kent. Die belangen weet hij handig onder de aandacht van deautoriteiten te brengen en door te overleggen, te vergaderen en te over-tuigen weet hij dingen te regelen en voor elkaar te krijgen. De `expertactivist' blinkt uit op het deliberatieve vlak.We zien dat deze deliberatieve kwaliteiten ook belangrijk zijn in het pro-ject Duurzaam Dorp Overijssel. De DD-voortrekkers van het eerste uurzijn vaak al langere tijd actief voor hun dorp of wijk, bijvoorbeeld in eendorpsraad of een Plaatselijk Belang. Ze hebben daardoor een goed net-werk ontwikkeld, hebben contacten met offici?le instanties en zettenzich in voor de gemeenschap op tal van terreinen. Ze zijn sterk aan devergader- en onderhandelingstafel en weten vooral daar hun resultatente boeken.Succesvolle DD-voortrekkers beschikken echter niet alleen over de deli-beratieve kwaliteiten van de `expert activist'. Ze bezitten ook kenmerkenvan een ander type actieve burger. Bang en S?rensen noemen dit type de`everyday maker'.DE EVERYDAY MAKERWaar de `expert activist' meer het type denker en overlegger is, is de `eve-ryday maker' het type doener. Bij Bang en S?rensen zijn dit twee vanelkaar te onderscheiden ideaaltypen van actief burgerschap. Bang enS?rensen introduceerden de `everyday maker' eind jaren negentig. Zeontdekten dat dit type actieve burger in het Kopenhaagse stadsdeelIndre N?rrebro bij voorkeur de handen uit de mouwen stak bij buurt-projecten. Bij instituties was de `everyday maker' vrij onbekend, integenstelling tot de `expert activist'.De `everyday maker' neemt het initiatief, activeert een brede achterbanen betrekt instituties alleen als het echt nodig is. Op die wijze weet hijsamen met wijkgenoten concrete, zichtbare resultaten te boeken voorzijn wijk. Vooral uit dit gezamenlijk ondernemen, haalt de `everydayma-ker' zijn plezier en voldoening. Bang en S?rensen verwoorden het mottovan de `everyday maker' als:- Do it yourself- Do it where you are- Do it for fun but also because you find it necessary- Do it ad hoc or part time- Do it concretely instead of ideologically- Do it self-confidently and show trust in yourself- Do it with the system if need be(Bang en S?rensen 2001:156)TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ACHTERGROND41TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ACHTERGRONDRecenter maakten Van de Wijdeven en Hendriks (2010) voor deNederlandse situatie een soortgelijk onderscheid in typen actieve bur-gers. Aan wat zij noemen de `participatiedemocratie' onderscheiden zijeen `cerebrale' kant en een `doe' kant, wat correspondeert met respectie-velijk de `expert activist' en de `everyday maker' van Bang en S?rensen.Op basis van empirisch onderzoek in Nederlandse stadswijken hebbenVan de Wijdeven en Hendriks de twee Deense ideaaltypen van `expertactivist' en `everydaymaker' verder verfijnd.Van de Wijdeven en Hendriks stellen dat ondanks de verschillen, deonderscheiden ideaaltypen een gemeenschappelijk doel hebben. Ze wil-len vanuit het perspectief van de wijk concrete verbeteringen realiseren.Wat verschilt is hun strategie, hun werkwijze en de organisatievormwaarmee ze dat willen bereiken (Van de Wijdeven, Hendriks, 2010:36).ALLROUNDERSDe context van de voortrekkers uit de aangehaalde onderzoeken is dievan de stadswijk en van grootstedelijke vraagstukken. Onze DD-voor-trekkers opereren daarentegen in een dorp of een wijk van een kleineregemeente. Daarin verschilt hun context dus aanzienlijk van de stedelij-ke. In het DD-project richten de voortrekkers zich ook op andere vraag-stukken. Zij ontwikkelen lokale duurzaamheidsinitiatieven in de bredezin van het woord. De context van de DD-voortrekkers is misschienoverzichtelijker dan die van de voortrekkers in de steden, hun rol alsactief burger is complexer.De duurzaamheidsthema's in het DD-project vragen om deskundigheiden een lange adem, dus om een langdurige en structurele betrokken-heid. Dit zijn bij uitstek eigenschappen van de `expert activist'. Het ont-wikkelen en op papier zetten van de plannen is een belangrijke activi-teit, waarbij deliberatie en bureaucratische competenties goed helpen.Ook dit zijn competenties van de `expert activist'. Maar voor succes isnaast `deliberatie', het `doen' van minstens zo groot belang. Meteen vanafhet begin moet de voortrekker andere leden van de gemeenschapbetrekken om samen snel een aantal zichtbare resultaten te boeken. Ditzijn bij uitstek de kwaliteiten van de `everyday maker'.In een vroeg stadium moet de DD-voortrekker draagvlak cre?ren, zowelbinnen als buiten de gemeenschap en gedurende het hele project blijfthet activeren van zo veel mogelijk dorps- of wijkgenoten een belangrijkeactiviteit. Het gaat om samen met anderen al werkende te leren, plan-nen bij te stellen, ze verder door te ontwikkelen en uit te voeren. Eendeliberatief sterke voortrekker zal bij al die activiteiten niet zonder eenflink aantal doe-competenties kunnen. Hij moet anderen weten te moti-veren en door samen met die anderen de handen uit de mouwen te ste-ken, kan hij draagvlak cre?ren en ook een achterban activeren.In Duurzaam Dorp Overijssel zien we dat de actieve voortrekker een kri-tische succesfactor is. Naast deliberatieve competenties heeft een suc-cesvol voortrekker doe-competenties nodig om het project goed op derails te krijgen en te houden. Een aantal voortrekkers verenigt die deli-beratieve en doe-competenties in ??n persoon. Ze beschikken over ken-merken van de `expert activist' ?n van de `everyday maker'. In feite func-tioneren ze als `allrounders' en in die hoedanigheid weten zij een lokale`big society' op te zetten rond duurzaamheidsthema's. In anderegemeenschappen zien we dat enkele voortrekkers elkaar qua overleg- endoe-competenties aanvullen en samen een `hybride team' vormen.Voortrekkers die `deliberatie' en `doen' combineren, lukt het met creati-viteit en volharding draagvlak te cre?ren en anderen mee te krijgen inhet DD-project. Minder goed loopt het in de gemeenschappen waar de`expert activists' blijven steken in hun deliberatieve rol en ook geen `eve-ryday makers' aan zich weten te binden. Zij missen, ondanks prachtigeplannen, de aansluiting met hun achterban. Na een hoopvolle start,stagneert het project bij gebrek aan daad- en menskracht en het uitblij-ven van zichtbare resultaten.Waar de `expert activist' meer het type denkeren overlegger is, is de `everyday maker'het type doenerSUCCESFACTORENDe kans op succesvolle burgerinitiatieven in het project Duurzaam DorpOverijssel is groot als:- de voortrekkers `allrounders' zijn of samenwerken in `hybride teams',zodat kwaliteiten van de `expert activists' en de `everyday makers'gecombineerd worden;- de achterban breed en divers is zodat een complex vraagstuk kanrekenen op een veelzijdige benadering en een diversiteit aan projec-ten;- ondersteuning van de voortrekkers en de gemeenschappen gemakke-lijk toegankelijk is in de vorm van expertise van buiten, maar ook inonderlinge kennisuitwisseling en praktische hulp;- alle betrokkenen ge?nspireerd zijn en blijven.In het DD-project blijkt het werken aan ecologische duurzaamheid (de pvan planet) de generator te zijn van sociale en economische duurzaam-heid (de p van profit/prosperity en de p van people). Projecten, gerichtop ecologische duurzaamheid hebben als effect dat de gemeenschap erin sociaal en economisch opzicht op vooruit gaat. Denk bijvoorbeeldaan de bouw van een energieneutraal buurthuis, het oprichten van eenlokaal duurzaam energiebedrijf, de aanschaf van een elektrische deelau-to voor de buurt, de aanleg van een collectieve moestuin of een lokaalzorgsysteem voor ouderen. Deze sociale en economische effecten zijndirecter voelbaar dan de ecologische die vaak pas over langere tijd waar-neembaar zijn. Het zijn deze sociale en economische effecten die zorgenvoor een belangrijke drive om door te gaan en ge?nspireerd te blijven: de`p' van `passie'.Literatuur- Bang H.P., E. S?rensen (2001), The everyday maker: building political rather thansocial capital. In . P. Dekkers, E.M. Uslaner (red.). Social capital and participation inevery day life. Londen, New York: Routledge/ECPR.- Van de Wijdeven, T., F. Hendriks (2010) Burgerschap in de doe-democratie. DenHaag: Nicis Institute.
Reacties