Steeds meer woningcorporaties sturen in hun toewijzingsbeleid op basis van leefstijl. Aan de hand van een casestudy in Dordrecht is onderzocht hoe leefstijl in de praktijk wordt toegepast, welke mate van segmentatie dat oplevert en of passendheid naar leefstijl van invloed is op de woonwaardering. Dat laatste blijkt nauwelijks het geval te zijn. Niet de leefstijl, maar de kwaliteit van het portiek is bepalend.
36ACHTERGRONDTIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2013CLUSTEREN LEEFSTIJLENDRAAGT NIET BIJ AANHOGERE WOONWAARDERINGSteeds meer woningcorporaties sturen in hun toewijzingsbeleid op basis van leefstijl. Aan de hand vaneen casestudy in Dordrecht is onderzocht hoe leefstijl in de praktijk wordt toegepast, welke mate vansegmentatie dat oplevert en of passendheid naar leefstijl van invloed is op de woonwaardering. Datlaatste blijkt nauwelijks het geval te zijn. Niet de leefstijl, maar de kwaliteit van het portiek is bepalend.DOOR WENDA DOFF EN ANDR? OUWEHAND, OTB ? ONDERZOEK VOORDE GEBOUWDE OMGEVING, FACULTEIT BOUWKUNDE, TU DELFTHet stellen van sociaal-culturele eisen aan kandidaat-bewo-ners is terug van weggeweest, zo zou men kunnen zeggen,zij het in een veel mildere variant. In de vooroorlogse jarenwaarin verhuurders zich ten doel stelden de arbeidersklas-se te verheffen, was het gebruikelijk dat de woninginspec-trices het woongedrag van de huurders controleerden. Een toekomstigehuurder werd streng getoetst aan de normen en heersend woongedragin het complex, de straat of de buurt waar hij of zij kwam te wonen.Hoewel de bemoeienis van de verhuurder ten aanzien van de woonstijlvanaf de jaren zestig sterk verminderde en de woninginspectrice ver-dween, vond toewijzing tot de jaren negentig nog steeds plaats via hetdoor de woningcorporaties gehanteerde inplaatsingsbeleid dat groten-deels berustte op normen en inzichten van de verhuurmedewerkers(Smit, 1991). Vanaf de jaren negentig, stond, in lijn met de tijdsgeest,Voorhetervarenvanoverlastvanburenishettypeportiekvangrootbelang.Instabiele/vitaleportiekenervaartmenbeduidendminderoverlastdaninkritieke/magereportieken(Foto Mariette Carstens / Hollandse Hoogte)37ACHTERGRONDTIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2013het bieden van keuzevrijheid en transparantie centraal, met het aan-bodmodel als exponent. Het selecteren van de nieuwe huurder gebeur-de niet langer op (verondersteld) woongedrag en levenswijze, maar opbasis van `objectieve' kenmerken, zoals woonduur en inschrijvings-duur.De discussie over sturen of loslaten is echter nooit verdwenen en in delaatste jaren zien we dat woningcorporaties weer meer behoefte heb-ben sociale kenmerken van kandidaat-bewoners een rol te laten spelenbij de toewijzing, niet in de laatste plaats op verzoek van zittendebewoners van wie zij vaak te horen krijgen dat zij "er maar van allesindouwen". Een van de kenmerken in opmars, is de leefstijl van bewo-ners, in veel gevallen bepaald door een extern bureau door middel vaneen vragenlijst.Het centrale uitgangspunt bij de toepassing van leefstijl in de woon-ruimteverdeling is dat bewoners verschillende voorkeuren, normen,opvattingen en gedragingen kennen betreffende het woongedrag.Verschillen in voorkeuren komen bijvoorbeeld tot uiting in de aard ende omvang van contacten met buren en buurtbewoners. De een wilmet rust worden gelaten, de ander maakt graag een praatje en vindthet plezierig om bij elkaar op de koffie te gaan. De veronderstelling isdat wanneer de voorkeuren ten aanzien van de sociale omgang metburen beter aansluiten, dit leidt tot meer thuisgevoel en socialesamenhang en een hogere woontevredenheid. Bewoners verschillenverder in hun voorkeuren voor de aard en omvang van diversiteit opportiek/straatniveau. Sommigen houden van zoveel mogelijk verschil-lende mensen om zich heen, anderen geven de voorkeur aan homoge-niteit naar bijvoorbeeld leeftijd, inkomen, opleiding of leefstijl. Ookbestaan er verschillen tussen bewoners in opvattingen over hetgebruik van de woning en collectieve ruimtes. Ruzies en ergernissenontstaan vaak door geluidsoverlast en vervuiling van het portiek en delift. Het idee is dat overeenkomende leefstijlen hetzelfde denken overdeze zaken. Bovendien zou het tolerantieniveau ten aanzien van eenvan de eigen norm afwijkend gebruik van de woning en collectieveruimtes, ook per leefstijl kunnen verschillen. Bewoners hebben ookverschillende manieren in het aanspreken van hun buren en stappenwellicht makkelijk op hun buren af bij overlast wanneer ze denken datdeze dezelfde normen hanteren over wat wel en niet hoort.Kortom: uiteenlopende leefstijlen kunnen leiden tot conflicten, erger-nissen en een algehele vermindering van het woongenot, waaruit deconclusie wordt getrokken dat een zekere mate van homogeniteit naarleefstijl de woonwaardering en leefbaarheid kan vergroten.ONDERZOEKIn 2009 startten wij een onderzoeksproject gericht op het toepassenvan leefstijlen bij de woonruimteverdeling en het beheer.1 We onder-zochten twee praktijksituaties: EigenStijl Wonen in de Zoetermeersewijk Palenstein en het POL-model (Passend via Optie middels Loting)in Dordrecht. In eerdere publicaties (Doff & Ouwehand, 2012; Doff &Ouwehand, 2013) hebben we laten zien dat de twee casussen behoorlijkverschillen, wat om afzonderlijke analyses vraagt. We kiezen in dezebijdrage voor het POL-model aangezien we door de bredere toepassingmeer bewoners hebben bevraagd en we zo meer massa hebben voorhet doen van analyses. We laten eerst zien hoe het systeem werkt.Naast deskresearch hebben we hiervoor interviews met betrokken pro-fessionals gehouden en intakegesprekken bijgewoond. Vervolgens isde door de woningcorporatie tweejaarlijks uitgevoerde bewonersen-qu?te gebruikt om het effect van leefstijlsegmentatie op de woonwaar-dering vast te stellen. De enqu?te leverde een respondentengroep opvan in totaal 1.624 huurders (33% heeft de vragenlijst ingevuld). In devragenlijst komen verschillende dimensies van woonwaardering aanbod: de algemene waardering van de woning en woonomgeving, demate waarin bewoners zich thuis voelen, het algemene oordeel over deburen, de soort en intensiteit van het burencontact en de aard enomvang van overlast van buren. Daarnaast zijn vragen gesteld overvoorkeur voor homogeniteit in de directe woonomgeving. Om de leef-stijl van de bewoner vast te stellen zijn leefstijlvragen van SmartAgentCompany (SAC) opgenomen (zie de volgende paragraaf voor uitlegover de leefstijlbepaling).De centrale vraag van het onderzoek is of passendheid naar leefstijl ?wanneer de leefstijl van een individuele bewoner past bij of juist botstmet de dominante leefstijl van het portiek of de straat ? invloed heeftop de woonwaardering. De veronderstelling is uiteraard dat in hetlaatste geval men minder tevreden is dan in het eerste. Voor we ingaanop de relatie tussen passendheid en woonwaardering, bespreken weeerst de wijze waarop leefstijl wordt toegepast en tot welk resultaat datleidt (de mate van segmentatie) en of de aanname dat verschillendeleefstijlen verschillende voorkeuren en woongedrag laten zien, klopt.HET POL-MODEL: HOE WERKT HET?Sinds 2004 past Woonbron Dordrecht het POL-model toe bij de toewij-zing van ruim 7.000 van haar woningen. Het aanbieden van woningenin het optiemodel gebeurt via het adverteren van modelwoningenwaarop woningzoekenden kunnen reageren. Door middel van lotingselecteert de computer een poule van kandidaat-huurders die in dekomende zes maanden een woning krijgt aangeboden. Bij het makenvan de match tussen kandidaat-huurder en portiek, flat of straatgebruikt de corporatie onder andere de leefstijlbepaling vanSmartAgent Company (SAC) (zie voor een verdere beschrijving van demethodiek Ouwehand, Doff & Adriaanse, 2011), die resulteert in zesleefstijlen: Ongebondenen, Dynamisch Individualisten, Stille Luxe,Verankerden, Samenlevers en Terugtreders (figuur 1).2Figuur 1 BSR-model van SmartAgent CompanyIngelote woningzoekenden vullen een vragenlijst in waarin o.a. deSAC-vragen zijn opgenomen om de leefstijl te bepalen. Andere vragenzijn: of iemand 's nachts werkt, welke hobby's men heeft en of er huis-dieren zijn. De antwoorden op deze laatste vragen gebruikt de woon-makelaar bij het bepalen of de kandidaat-huurder potentieel overlast-gevend is, naast de informatie over huurachterstand, overlastverledenen, tot slot, hoe het kennismakingsgesprek verloopt. Leefstijl en detypering van de kandidaat naar potentieel overlastgevend gedrag zijnde belangrijkste componenten voor het maken van de match aan devraagzijde.3 Aan de aanbodzijde is dat ten eerste de dominante leefstijlvan het portiek/straat, vastgesteld op basis van een nulmeting doorSAC in 2003 en aangevuld en indien nodig aangepast op basis van detweejaarlijkse bewonersenqu?te. Ten tweede kijkt men naar de kwali-normatiefsuccesvollecarri?reC3 Dynamischeindividualisten (15%)C6 Ongebondenen (12%)C1 Samenlevers (17%)C4 Terugtreders (17%)C5 Stille luxe (18%)C2 Verankerden(21%)sportiviteit huiselijkheidgeborgenheidpassiviteitafhankelijkheidideale gezinzelfverzekerdvrijheidtegendraadseigenzinniga-normatiefegogroep38ACHTERGRONDTIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2013teit van het portiek. De corporatie labelt de clusters als kritiek, mager,kanshebbend, kansrijk, stabiel of vitaal, op basis van de woonwaarde-ring, gegevens over overlast en de perceptie van de woonmakelaar (ziefiguur 1 voor het procesmodel en figuur 2 voor de precieze elementenbij de match aan de aanbod- en vraagzijde).Figuur 2 Procesmodel POL-modelFiguur 3 De matchBij het toewijzen hanteert de woonmakelaar een leidraad. Zo geldt datwanneer een kandidaat getypeerd is als potentieel overlastgevend, dewoonmakelaar deze alleen in magere of kritieke portieken een aanboddoet of in stabiele portieken als men gelooft dat de potentieel overlast-gevende in deze omgeving zich zal aanpassen. Daarnaast krijgt dezepersoon geen aanbod in een portiek waar al een potentieel overlastge-vende woont. Wat betreft matching naar leefstijlen streeft WoonbronDordrecht vooral naar het voork?men van botsende leefstijlen. Voor dematching hanteert de woonmakelaar een zogeheten voorkeurtoets metvoorkeurcombinaties (passende combinaties) en te vermijden combi-naties (botsende combinaties) die in overleg met SAC is opgesteld. Dematching op leefstijl is niet geheel dichtgetimmerd: er zijn combina-ties die noch in het rijtje `voorkeur' noch in de reeks `geen voorkeur'voorkomen en dus neutrale combinaties zijn. Dit resulteert in een fijn-mazig patroon van botsende, passende en neutrale leefstijlcombina-ties (figuur 4).RESULTAAT SORTERINGHoewel leefstijl slechts een van de matchingselementen is, levert hetPOL-model een redelijk sterke segmentatie van passende leefstijlen op(tabel 1). Bij een willekeurige verdeling van de leefstijlgroepen over declusters zou het aandeel passende combinaties op 42% uitkomen (36mogelijke combinaties verdeeld over 100% bij 15 passende combina-ties). In werkelijkheid woont 63% passend (waarvan 49% overeenko-mend). Voor 13% van de huurders geldt dat de eigen leefstijl botst metde dominante leefstijl van het cluster. De neutrale combinaties makenbijna een kwart (23%) uit van het totaal.Een tweede belangrijk element bij de toewijzing is de kwaliteit van hetportiek. In totaal woont 20% van de bewoners in een cluster `met pro-blemen' (mager/kritiek), 42% in een cluster met een evenwicht tussenkansen en problemen (kanshebbend/kansrijk) en 38% in een clusterzonder problemen (stabiel/vitaal). Verankerden wonen het vaakst in destabiele/vitale clusters en ook stille luxe wonen daar iets vaker dan deoverige leefstijlen. Dynamisch individualisten en ongebondenenAanbodPassendTypering cluster MATCH Typering kandidaat0huurderVraagInventarisatie aanbodModelwoningen per wijkAdvertentieVrijkomen woningRegistratie woningzoekendeOptie nemenReactie modelwoningLotingPoule ingelote kandidatenInvullen enqu?te & kennismakingsgesprekMATCHStatus cluster/portiek:? Kritiek? Mager? Kanshebbend? Kansrijk? Stabiel? VitaalDominante leefstijl cluster/portiekGewenste mix zittende bewonersAanwezigheid potentieel overlast-gevenden (overlastverleden, hon-denbezitter, nachtwerk)Persoonstypering:? Stabiele personen? Potentieel overlast-gevende personenLeefstijlSpecifieke wensen} }Figuur 4 Passende en botsende combinaties van leefstijlenVOORKEURCOMBINATIES (PASSEND)PORTIEK PORTIEKKANDIDAAT KANDIDAATCOMBINATIES DIE MEN LIEVER VERMIJDT (BOTSEND)Terugtreders TerugtredersTerugtreders TerugtredersOngebondenden OngebondendenOngebondenden OngebondendenSamenlevers SamenleversSamenlevers SamenleversVerankerden VerankerdenVerankerden VerankerdenStille luxe Stille luxeStille luxe Stille luxeDynamischindividualistenDynamischindividualistenDynamischindividualistenDynamischindividualistenJong JongJong JongOud OudOud Oud39ACHTERGRONDTIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2013wonen vaker in de kritieke/magere clusters en zij wonen vooral mindervaak in de stabiele/vitale clusters (figuur 5).Figuur 5 Verdeling leefstijlen over de typen portiekenDe centrale vraag is of passendheid naar leefstijl er toe doet voor demate waarin bewoners zich thuis voelen, zij tevreden zijn met dewoning en woonomgeving en overlast ervaren. En vervolgens wat derelatieve bijdrage aan de woonwaardering is ten opzichte van persoon-lijke kenmerken, iemands eigen leefstijl en de kwaliteit van het portiekwaar iemand woont.AANNAMES LEEFSTIJLTOEWIJZINGWe doen echter eerst nog een stapje terug. Het uitgangspunt van deleefstijltoepassing is dat verschillende leefstijlen onderscheidende ori-entaties, voorkeuren en woongedrag kennen. Als uit het onderzoekblijkt dat dit niet het geval is, doet het er eigenlijk ook niet zo veel toeof men bij passende dan wel botsende leefstijlen woont.Kijkend naar de voorkeur voor homogeniteit, zien we inderdaad dat erbetekenisvolle verschillen bestaan tussen de onderscheiden leefstijlen(figuur 6). Dynamisch individualisten hechten het sterkst aan homo-geniteit. Zij vinden het van alle groepen het belangrijkst dat mensenin de buurt op zichzelf lijken en dat geldt voor nagenoeg alle aspecten.Figuur 6 Voorkeur voor homogeniteit in directe woonomgeving naar leefstijl (%)Ook vinden we significante verschillen tussen de leefstijlen in deintensiteit van het burencontact, met uitzondering van het groeten eneen praatje maken (figuur 7). Over het algemeen zien we dat samenle-vers, verankerden en stille luxe vaker met ten minste ??n buur meerbijzondere contacten onderhouden, zoals op de koffie gaan en klusjesvoor elkaar doen dan dynamisch individualisten, terugtreders enongebondenen.Figuur 7 Aandeel dat ten minste met ??n buur de betreffende vorm vancontact heeft per leefstijl (%)Zo hebben de leefstijlen waarvan SAC stelt dat zij meer gesteld zijn opgezelligheid in de woonomgeving ? samenlevers, verankerden en stilleluxe ? feitelijk ook meer en andersoortig contact met hun buren dande leefstijlen die gericht zijn op privacy en anonimiteit, namelijkongebondenen, dynamisch individualisten en terugtreders. Met zulkeverschillen kan in het beleid rekening worden gehouden, zoalsWoonbron dat beoogt door leefstijl een rol te laten spelen bij de toe-wijzing.EFFECTEN OP WOONWAARDERINGMaar waarderen passend wonende bewoners hun woning, woonomge-ving en buren anders dan degene die botsend of neutraal wonen? Datblijkt het geval te zijn voor de waardering van de woning en het erva-ren van overlast, maar niet voor het zich thuis voelen, het oordeel overde buren en de algemene waardering van de woonomgeving.Wat betreft de evaluatie van de woning, zegt 64% van de passendwonenden tevreden te zijn, tegenover 54% van de botsende en 57% vanTabel 1 Aandeel passende, botsende en neutrale combinaties (N=1.506)Leefstijl huurderOnge-bondenSamen-leverVeran-kerdeStilleLuxeTerug-trederDyn.ind.DominanteleefstijlportiekOngebondenen 3,2 1,3 0,9 0,5 1,9 0,8Samenlevers 0,5 4,8 2,0 0,7 2,7 0,5Verankerden 1,6 2,3 16,6 2,5 5,8 1,3Stille Luxe 0,1 0,2 1,9 3,3 1,5 0,1Terugtreders 1,2 1,9 5,0 2,1 15,5 1,5Dyn. ind. 1,8 1,5 2,5 1,1 3,0 5,9Groen: passende combinatiesDonkergroen: overeenkomende combinatiesLichtgroen: complementerende combinatiesRood: botsende combinatiesWit: neutrale combinatiesOngeb.Samenl.Verank.Stille luxeTerugtr.Dyn. ind.Totaal25 50 2433 46 2148 35 1742 38 2136 45 2027 45 2738 42 210%n Stabiel/vitaal n Kanshebbend/kansrijk n Kriktek/mager10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%70%60%50%40%30%20%10%0%inkomen hhsituatie leeftijd etniciteit leefstijl opleiding levensfasen Ongebonden n Samenlevers n Verankerden n Stille luxen Terugtreders n Dyn. individualisten n Totaal100%90%80%70%60%50%40%30%20%10%0%groeten praatjemakenop dekoffieop verjaar-dagklusjesdoensleutelbewarenpost,plantenverzorgenn Ongebonden n Samenlevers n Verankerden n Stille luxen Terugtreders n Dyn. individualisten n Totaal40ACHTERGRONDTIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2013de neutrale categorie (tabel 2). En 15% van botsenden zegt ontevredente zijn met de woning, tegenover 11% van de passende en neutrale cate-gorie.Tabel 2 Tevredenheid met de woning naar passendheid (%) (sign. p
Reacties