Fusies tussen corporaties zijn aan de orde van de dag sinds de verzelfstandiging van de sector halverwege de jaren ‘90. En toch blijken ze geen effect te hebben op de bedrijfslasten. Er zijn vele andere factoren zijn die de hoogte van en de ontwikkeling in de bedrijfslasten verklaren. En op het punt van bedrijfslasten leiden fusies gemiddeld genomen tot schaalvoordelen noch -nadelen.
47TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2013ACHTERGRONDFUSIES HEBBEN GEEN EFFECTOP DE BEDRIJFSLASTENFusies tussen corporaties zijn aan de orde van de dag sinds de verzelfstandiging van de sectorhalverwege de jaren `90. En toch blijken ze geen effect te hebben op de bedrijfslasten. Er zijn veleandere factoren zijn die de hoogte van en de ontwikkeling in de bedrijfslasten verklaren. En op het puntvan bedrijfslasten leiden fusies gemiddeld genomen tot schaalvoordelen noch -nadelen.DOOR MARTIJN VAN DEN BERGE, EDWIN BUITELAAR EN ANETWETERINGS; ONDERZOEKERS BIJ HET PLANBUREAU VOOR DELEEFOMGEVINGSinds de verzelfstandiging van de corporatiesector halverwe-ge de jaren `90 wordt er veel gefuseerd in corporatieland. In2010 bestond ruim 40 procent van de corporatiesector uitcorporaties die tussen 1997 en 2010 betrokken zijn geweestbij een fusie. Dit heeft geleid tot een flinke schaalvergroting(zie figuur 1). Er zijn verschillende argumenten die worden aangevoerdom over te gaan tot een fusie. Te denken valt aan vergroting van hetwerkgebied, besparing op kosten, risicospreiding, effici?ntieverbete-ring en professionalisering, onder andere op het gebied van project-ontwikkeling. Minder expliciet geuite motieven, zoals de ambities vanindividuele bestuurders, kunnen ook een rol spelen. Er is echter nogweinig bekend over de effecten van fusies.Recente berichtgeving over de kosteneffecten van fusies bij (semi-)publieke organisaties als gemeenten, scholen, zorginstellingen en wel-zijnsorganisaties wekt de indruk dat fusie niet altijd leidt tot kostenbe-sparing. Sterker nog, er worden eerder negatieve effecten toegeschre-ven aan fusie. Denk aan recente onderzoeken naar de effecten vanschaalvergroting op de (financi?le) prestaties van gemeenten1 en deberichtgeving over de financi?le problemen van fors gegroeide onder-wijsinstellingen, als ROC Zadkine en Amarantis. Met de huidige bezin-ning op de toekomst van de corporatiesector, zoals onder andere plaatszal vinden in het kader van de Parlementaire Enqu?te Woningcorpora-ties (in 2013-2014), is er reden te meer om de effecten van fusies tegenhet licht te houden. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) paktedit onderwerp op door specifiek te kijken naar het effect van fusies opde bedrijfslasten van corporaties (Van den Berge, Buitelaar & Weterings2013)2. Leiden fusies tot de vaak veronderstelde kostenbesparingen?Figuur 1 Aantal en omvang woningbouwcorporaties, 1997-2010Aantal corporatiesGemiddeld aantal woongelegenhedenper corporatieAantal woongelegenhedenmiljoen1000800600400200075006000450030001500054321020002000200020052005200520102010 Bron: BBSH, bewerking PBL201048ACHTERGRONDTIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2013MAKEN FUSIECORPORATIES MINDER KOSTEN?Omdat schaalvoordelen vaak worden aangedragen als argument voorfusie is het interessant eerst te kijken of er ?berhaupt een verbandbestaat tussen de corporatiegrootte en de bedrijfslasten. Daarom heb-ben we in figuur 2 de variabele bedrijfslasten afgezet tegen de omvangvan corporaties3. We kijken naar de variabele bedrijfslasten omdat ditde lasten zijn waarop corporaties invloed hebben, bijvoorbeeld doorhet benutten van schaalvoordelen. Ook is dit de meest omvattendedefinitie omdat er voor andere lasten grote verschillen bestaan in dewijze van boeken. De figuur laat zien dat het verband tussen bedrijfs-lasten en omvang zeer zwak is. Dit is ook het geval in eerdere jaren.Het is dus in het algemeen niet zo dat grotere corporaties een kosten-voordeel hebben.Figuur 2 Corporatiegrootte (aantal woongelegenheden) en variabelebedrijfslasten, 2010Bron: BBSH, bewerking PBLKijken we specifiek naar gefuseerde corporaties, dan blijken zij gemid-deld hogere bedrijfslasten per woongelegenheid te hebben dan nietgefuseerde corporaties (zie figuur 3). De corporaties die meer dan ??nkeer zijn gefuseerd, stijgen daar nog weer bovenuit4.Op basis hiervan kan niet worden vastgesteld of de hogere lasten vanfusiecorporaties zijn toe te schrijven aan fusie. Ten eerste zou het zokunnen zijn dat fusiecorporaties voor de fusie al hogere bedrijfslastenhebben. Dan is het verschil in niveau van kosten in figuur 3 niet toe teschrijven aan kostenstijgingen als gevolg van fusie, maar aan anderecorporatiekenmerken die voor de fusie ook al aanwezig waren. Om heteffect van fusies op bedrijfslasten (zuiver) te kunnen bepalen, is hetvan belang zoveel mogelijk voor andere relevante variabelen die ookeen effect kunnen hebben op de bedrijfslasten te controleren.De tweede reden waarom we niet kunnen vaststellen of de hogere las-ten van fusiecorporaties zijn toe te schrijven aan fusie, is dat er iederjaar opnieuw fusies plaatsvinden. Hierdoor zijn er ieder jaar een tien-tal corporaties die zich in de eerste jaren na de fusie bevinden en daar-door relatief hoge bedrijfslasten kunnen hebben als gevolg van organi-satorische kosten verbonden aan een fusie en de nasleep daarvan. Metandere woorden: een mogelijk positief effect van fusie dat na enkelejaren optreedt, wordt ondergesneeuwd door nieuwe fusiecorporatiesdie zich bij de fusiegroep voegen.Om beide beperkingen te kunnen ondervangen is met paneldata eenregressieanalyse uitgevoerd waarin het effect van fusie op de bedrijfs-lasten in zowel het fusiejaar zelf als de daarop volgende jaren wordtgeschat, gecontroleerd voor andere factoren dan fusie.HET EFFECT VAN FUSIES GEMETENUit de literatuur weten we dat het effect van fusie tot 4 jaar na de fusiezichtbaar zou moeten zijn en dat het jaar waarin de fusie plaatsvindt,gepaard kan gaan met extra organisatorische kosten5. De fusievariabe-le is daarom gesplitst in drie afzonderlijke variabelen: we onderschei-den het jaar van fusie, 1-4 jaar na het jaar van fusie en 5 jaar of later nade fusie. Het effect van de fusie op de bedrijfslasten zou kunnen ver-schillen afhankelijk van de kenmerken van de fusie. Sommige corpora-ties worden min of meer gedwongen samen te gaan vanwege de finan-ci?le positie van ??n van de fusiepartners. In dat geval zou een fusietot hogere bedrijfslasten kunnen leiden, maar dan vooral vanwegeingrepen om het noodlijdende deel weer gezond te krijgen. Om tebepalen of er sprake is van een dergelijk effect, is de solvabiliteit(eigen vermogen ten opzichte van totaal passiva) van alle bij de fusiebetrokken corporaties berekend. Daarmee bekijken we of het effectvan fusie anders is als er minimaal ??n insolvabele fusiepartner bij defusie betrokken is6. Ook controleren we voor verschillen in de omvangvan de fusie. Soms neemt een grote corporatie een kleine over en zalhet effect op de bedrijfslasten van de fusiecorporatie gering zijn. Maarin het geval van een min of meer gelijkwaardige fusie mag worden ver-ondersteld dat de impact op de bedrijfslasten groter is.Factoren die naast fusie invloed kunnen hebben op de bedrijfslastenzijn bijvoorbeeld de bedrijfscultuur, de omvang en aard van het werk-gebied en de kwaliteit van de woningvoorraad. De ene corporatie heeftbijvoorbeeld een lastiger te exploiteren voorraad dan de andere, waar-door de bedrijfslasten van deze corporatie structureel hoger kunnenzijn. Door gebruik te maken van een fixed effects regressiemodel con-Variabele bedrijfslasten (x 1000 euro)Aantal woongelegenheden (x 1000)8765432100 20 40 60 80 100l Variabele bedrijfslasten per woongelegenheid Lineaire trendFiguur 2 Variabele bedrijfslasten per woongelegenheid, 1998-2010x 1000 euro432101997 1999 2001 2003 2005 2007 2009 2010n Niet gefuseerd n Eenmaal gefuseerd n Meerdere malen gefuseerdBron: BBSH, bewerking auteurs49ACHTERGRONDTIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2013troleren we voor al dit soort kenmerken van corporaties die gedurendede tijdsreeks constant zijn. Zo voorkomen we dat het effect van defusie op de bedrijfslasten eigenlijk verschillen in de uitgangspositievan de corporaties weerspiegelen. Ook is er een variabele opgenomendie aangeeft in welk jaar de bedrijfslasten zijn gemeten (time fixedeffects) om te voorkomen dat ontwikkelingen in bedrijfslasten wordentoegeschreven aan fusies, daar waar ze eigenlijk te maken hebben metontwikkelingen die van toepassing zijn op alle corporaties, zoals ont-wikkelingen in de economie, uitbreiding van het werkveld in eenbepaald jaar of veranderingen in dataregistratie.Daarnaast hebben we een aantal specifieke corporatiekenmerkenopgenomen in het model om te controleren voor kenmerken van cor-poraties die wel veranderen gedurende de tijdsreeks. Zo hebben we deomvang van de corporatie (in termen van het aantal woongelegenhe-den) in elk jaar van de tijdsreeks als een aparte variabele opgenomen,omdat de hoogte van de bedrijfslasten hier sterk van afhangt. Verderkunnen de bedrijfslasten van een corporatie ook worden be?nvloeddoor het jaarlijks bouwen, slopen, aankopen en verkopen van wonin-gen. Deze zijn als percentages van de totale voorraad in dat jaar opge-nomen in het model.FUSIES HEBBEN GEEN EFFECTUit de modelresultaten maken we op dat er geen positieve en negatieveeffecten van fusie zijn, ongeacht de omvang van de fusie (zie tabel 1).Ook de financi?le positie van de fusiepartners blijkt hier geen invloedop te hebben (solvabiliteit). Over het algemeen is de verklaringskrachtvan ons model relatief beperkt. Dit komt omdat de bedrijfslasten vancorporaties sterk uiteen lopen. Vooral andere factoren op het niveauvan de corporatie be?nvloeden de bedrijfslasten.BELEIDSIMPLICATIESAl met al kan worden gesteld dat fusies geen effect hebben op debedrijfslasten, maar dat er vele andere factoren zijn die de hoogte vanen de ontwikkeling in de bedrijfslasten verklaren. Op het punt vanbedrijfslasten leiden fusies gemiddeld genomen tot schaalvoordelennoch -nadelen. Om die reden zouden zowel corporatiebestuurders alsraden van toezicht met de nodige scepsis moeten kijken naar fusie-voorstellen waarbij kostenbesparing als argument wordt aangevoerd.Tegelijkertijd moet ook de negatieve berichtgeving in de media en depolitiek worden gerelativeerd; berichten over kostenstijgingen alsgevolg van fusies en schaalvergroting, zijn niet gegrond. Voorstellenom fusies op centraal niveau aan banden te leggen lijken onverstandig.Hetis inhetalgemeennietzodatgroterecorporatieseenkostenvoordeelhebben(Piet den Blanken /Hollandse Hoogte)505050ACHTERGRONDTIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2013In individuele gevallen kan een fusie wel degelijk kostenvoordelenopleveren. Mogelijk gaat er van bepaalde organisatievormen, zoals`kleine organisatievormen binnen een groter geheel', wel een positiefeffect uit. Daarnaast valt te denken aan voordelen anders dan kosten,zoals taakverbreding, en innovatiekracht. Deze outputfactoren makenechter geen onderdeel uit van deze studie.Meer algemeen zou het goed zijn om eerst meer helderheid te krijgenover wat van corporaties verwacht mag worden7. Hier ligt eenopdracht voor de politiek. Met een scherper ontwerp voor de corpora-tiesector kunnen daadwerkelijk analyses van de effectiviteit en de effi-ci?ntie van het handelen van woningcorporaties worden gemaakt. Paswanneer die meetlat er is, kunnen de effecten van fusies in hun volleomvang worden beoordeeld.Literatuur1 Zie Allers (2010); Van Hulst & De Groot (2011); Fels?, de Groot & Van Heezik(2011).2 Hiermee bieden we nog geen volwaardige analyse van de effici?ntie-effectenvan fusies. Daarvoor moet ook de output (zoals het toekennen van woningenaan de doelgroep en verbetering in de leefbaarheid van de wijk), en niet alleende input (bedrijfslasten), worden meegenomen. Het probleem in de corporatie-sector is dat de gewenste output niet helder is omschreven. Er is slechts spra-ke van globaal omschreven `prestatievelden' (Hakfoort, Van Leuvensteijn &Renes 2002; Conijn 2005).3 Er is gebruik gemaakt van de data die het Centraal Fonds Volkshuisvesting(CFV) jaarlijks verzamelt op grond van het Besluit Beheer SocialeHuurwoningen (BBSH). We hebben gekeken naar de variabele bedrijfslasten,inclusief onderhoudslasten en exclusief leefbaarheidsinvesteringen, in de peri-ode 1997-2010. Voor meer informatie over data en definities zie Van den Berge,Buitelaar en Weterings (2013).4 In de figuur zijn per jaar alle gefuseerde corporaties die in dat jaar of de daar-aan voorafgaande jaren zijn gefuseerd (al dan niet meer dan eens) vergelekenmet niet gefuseerde corporaties. De groep gefuseerde corporaties wordt dusieder jaar groter.5 Zie Ahuja & Katila 2001; Cloodt, Hagedoorn & Van Kranenburg 2006; Cefis,Sabidussi & Schenk 2007.6 We volgen hierbij het CFV dat een solvabiliteit van ten minste 20 procent alsondergrens voor de sector als geheel hanteert.7 Zie ook Conijn (2005); Hakfoort, Van Leuvensteijn & Renes (2002)LiteratuurBerge, van den, M., E. Buitelaar en A. Weterings (2013), Schaalvergroting in de cor-poratiesector. Kosten besparen door te fuseren. Planbureau voor de Leefomgeving,Den Haag.Allers, M. (2010), `Gemeentelijke schaalvergroting levert geen geld op', in ESB95(4586): 341-342.Ahuja, G. & R. Katila (2001), `Technological acquisitions and the innovation perfor-mance of acquiring firms: a longitudinal study', in Strategic Management Journal,22: 197-220.Cefis, E., A. Sabidussi & H. Schenk (2007), `Do mergers of potentially dominant firmsfoster innovation', Discussion Paper Series no. 07-20. Utrecht: Tjalling C. KoopmansResearch Institute.Cloodt, M., J. Hagedoorn & H. van Kranenburg (2006), `Mergers and Acquisitions:their effect on the innovative performance of companies in high-tech industries', inResearch Policy, 35: 642-654.Conijn, J. (2005), Woningcorporaties: naar een duidelijke taakafbakening en eenheldere sturing. Amsterdam: RIGO.Fels?, F., H. de Groot en A. van Heezik (2011). Benchmark gemeentelijk afvalbeheer.IPSE Studies Research Reeks 2011-6. Delft: Technische Universiteit Delf.Hakfoort, J., M. van Leuvensteijn & G. Renes (2002), Woningcorporaties: prikkelsvoor effectiviteit en effici?ntie. Den Haag: CPB.Hulst, B.L. van en H. de Groot (2011), Benchmark burgerzaken. IPSE StudiesResearch Reeks 2011-7. Delft: Technische Universiteit Delft.Tabel 1 Modelresultaten effecten op bedrijfslastenModel: 1 2 3AllecorporatiesSolvabelNiet-SolvabelZeerkleinKleinMiddelgrootGrootAlle corporatiesJaar van fusie 0 0 0 0 0 0 --1-4 jaar na fusie 0 0 0 0 0 0 0>4 jaar na fusie 0 0 0 0 0 0 0ControleOmvang corporatie +++ +++ +++% verkochte wonin-gen0 0 0% aangekochtewoningen-- -- --% gesloopte wonin-gen0 0 0% gebouwde wonin-gen0 0 0Corporatie fixed effects Ja Ja JaTime fixed effects Ja Ja Ja0 = geen effect, + = positief effect, - = negatief effect+++ p
Reacties