Het werken aan leefbaarheid is van alle tijden, ook van tijden van bezuinigingen. Het uiteindelijke doel is - logischerwijs - een verhoogde leefbaarheid, in de brede zin van het woord. Verschillende instrumenten helpen ons al in het vormen van beelden over leefbaarheid. Toch ontbreekt het ons vaak nog aan grip. Het zoeken is naar een methode om alle beschikbare informatie om te zetten in een effectieve aanpak.
TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2011ACHTERGROND40GRIP OPLEEFBAARHEIDHet werken aan leefbaarheid is van alle tijden, ookvan tijden van bezuinigingen. Het uiteindelijke doel is- logischerwijs - een verhoogde leefbaarheid, in debrede zin van het woord. Verschillende instrumentenhelpen ons al in het vormen van beeldenover leefbaarheid. Toch ontbreekt hetons vaak nog aan grip. Het zoeken isnaar een methode om alle beschik-bare informatie om te zetten in eeneffectieve aanpak.41TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2011ACHTERGRONDDOOR DRS. LIESBETH COLLIGNON, OP DIT MOMENT WIJKCONSULENT BIJTIWOS; DAARVOOR WERKZAAM BIJ HET ONDERZOEKS- EN ADVIESBUREAUPARTNERS+PR?PPER EN DE TILBURGSE SCHOOL VOOR POLITIEK EN BESTUUR,LEEFBAARHEID IN BUURTEN EN WIJKENSinds jaar en dag werken we samen aan leefbaarheid inbuurten en wijken. Hoe we dat doen en met wie we datdoen, is afhankelijk van plaats en tijd. Net als de inhoude-lijke eisen die we ophangen aan het begrip leefbaarheid.Maar ongeacht in welke tijden we leven, vanuit welke over-tuigingen we werken aan leefbaarheid of welke partners we daarbij uit-zoeken, we hebben altijd hetzelfde doel voor ogen: we willen zorg dra-gen voor goede woon- en leefomstandigheden.De verantwoordelijkheden die we onszelf toedelen op het gebied vanwoon- en leefomstandigheden zijn in de loop van de jaren toegenomen.Waar overheden en semi-overheden vroeger vooral dachten in termenvan volksgezondheid ? het zorgen voor hygi?ne en daarmee het voor-komen van het uitbreken van ziektes ? , hanteren we nu veel ruimerekaders. We nemen verantwoordelijkheid voor hoe schoon, heel en veiligonze buurten zijn, voor de hoeveelheid groen in de buurt en voor ruim-te voor onderlinge ontmoeting. We willen zorgen dat bewoners weer inhun eigen kracht gebracht worden, hun potentieel ontdekken en ookaanspreken. We willen er voor zorgen dat bewoners zelfredzaam enzelfstandig kunnen wonen en leven in buurten en wijken waar ze zichthuis voelen en zich kunnen ontplooien. Stuk voor stuk valide doelstel-lingen, maar bij elkaar opgeteld een hele klus.Om deze complexe klus handen en voeten te geven, hebben we al veelkaders geschapen. Zo werken we steeds minder verkokerd; we hebbenallianties in de wijk gesloten, we werken vraaggestuurd en integraal.We hebben ge?nvesteerd in het opstarten van pilotprojecten en dezedoorontwikkeld tot effectieve methodieken1. We hebben monitorenontwikkeld die ons informatie verschaffen over de kwaliteit van (deel)aspecten van de leef- of woonomgeving2. We hebben beleid geschreven42TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2011ACHTERGRONDop basis van participatieve overlegvormen met bewoners. We organise-ren congressen, workshops en werkbezoeken. Al deze kennisdeling en-ontwikkeling heeft ons gebracht waar we nu zijn.We zijn een heel eind op weg. Maar hoe effectief (deel)interventies somsook zijn, we verbruiken nog steeds veel tijd, energie en middelen. Zekerin tijden van bezuinigingen zijn we op zoek naar grip; naar manierenom effici?nt effectieve keuzes te kunnen maken. We hebben veel infor-matie tot onze beschikking, maar krijgen dat ? hoe menselijk ? nietaltijd gefilterd tot een overzichtelijk geheel. En als we dat al voor elkaarkrijgen, leidt ons overzicht niet altijd tot gerichte en effectieve acties.Uit onderzoek blijkt dat verbeterslagen enerzijds liggen in het tot standbrengen van de onderlinge samenhang van deelactiviteiten in de wijk enanderzijds in het doorbreken van discontinu?teit van activiteiten, pro-jecten of inzet van professionals3. Maar we kunnen hier pas een slagmaken op het moment dat we de voor ons beschikbare informatie kun-nen omzetten naar naar bruikbare kennis door deze te ordenen, inter-preteren en overzichtelijk te maken ten behoeve van gerichte, congruen-te acties. We moeten dus op zoek naar een geschikt ordenings- en filter-mechanisme dat ons stevige handvatten biedt voor het versterken vansamenhang en continu?teit van de wijkaanpak. In deze tekst doe ik hier-voor een suggestie.Allereerst bied ik een hanteerbaar filter- en ordeningsmechanisme voorhet werken aan leefbaarheid aan de hand van het concept gemeen-schapskapitaal dat in 2008 voor het eerst beschreven werd doorCallaghan en Colton4. Ongeacht de mate van verantwoordelijkheid diewij onszelf toebedelen met betrekking tot het leefbaar houden van wij-ken, kan gemeenschapskapitaal ons een mechanisme bieden waarmeewij de stand van zaken op het gebied van leefbaarheid van een buurt ofwijk in kaart kunnen brengen. Vervolgens laat ik zien hoe we ons vaneen vrij abstract begrip als gemeenschapskapitaal een levendige voor-stelling kunnen maken; we maken een rondje door de wijk. Tot slot geefik handvatten om aan de hand van gemeenschapskapitaal te gaan sturenop een duurzame en veerkrachtige vorm van leefbaarheid in buurten enwijken.FILTER- EN ORDENINGSMECHANISMELeefbaarheid is lastig te defini?ren begrip doordat iedereen er zijn eigeninterpretatie aan kan geven, ingegeven door tijd, plaats of de eigenwoon- en leefomstandigheden5. Leefbaarheid beslaat zowel collectieveelementen binnen de leefomgeving (op het niveau van de buurt, wijk)als individuele elementen van de woon- of leefsituatie (woning. per-soon, gezin). In de brede zin van het woord wordt onder leefbaarheidwel verstaan dat `het hier goed toeven is', `we ons kunnen ontplooien',`we ons thuis voelen', `we fijn wonen en leven'6. Het draait dan om eenomgeving `die aansluit bij de wensen en eisen die er door de mens aanworden gesteld'7. Leefbaarheid staat voor `de geschiktheid om erin enermee te kunnen leven'8. Hoewel deze uitspraken allemaal blijk gevenvan een congruente en houdbare visie op leefbaarheid, bieden ze noggeen houvast in het daadwerkelijk opzetten van een effectieve wijkaan-pak. Want wat zijn dat dan voor omstandigheden waarin we goed toe-ven, ons ontplooien, ons thuis voelen en waar we fijn wonen en leven?En welke eisen stellen mensen dan aan hun omgeving om erin en ermeete kunnen leven? We stranden vervolgens in het opsommen van eendiversiteit aan indicatoren.Callaghan en Colton bieden een omvattend en behapbaar kader. Zij dra-gen een perspectief op leefbaarheid aan waarbij een leefbare (in hunwoorden: veerkrachtige) omgeving er een is waar balans tussen verschil-lende vormen van (niet financieel) kapitaal wordt gevonden9. Eisen diewe aan onze omgeving stellen zijn volgens Callaghan en Colton teonderscheiden aan de hand van verschillende soorten kapitaal.Omstandigheden waar we ons goed voelen, waar we fijn wonen en leven,zijn omstandigheden waarin de juiste soorten kapitaal in de juiste mateaanwezig zijn. Deze omstandigheden zijn niet statisch. Des te meeromdat de interpretatie van leefbaarheid zal blijven veranderen. Maarleefbaarheid is dan ook geen einddoel. Het doel is het vinden en behou-den van een balans. Werken aan leefbaarheid draait om het zodanigmengen en mixen van verschillende vormen van kapitaal tot we eenveerkrachtige situatie van uitgebalanceerd gemeenschapskapitaal10komen.Ik hoor u denken: over welke vormen van kapitaal hebben we het daneigenlijk? Een zoektocht naar de vormen van kapitaal waaruit gemeen-schapskapitaal wordt opgebouwd11, leverde acht vormen van kapitaalop: sociaal kapitaal, menselijk kapitaal, cultureel kapitaal, natuurlijkkapitaal, commercieel kapitaal, financieel kapitaal, publiek kapitaal enprofessioneel kapitaal. In het kader `Definities kapitaal' (#KADER1)wordt duidelijk gemaakt wat elk van deze afzonderlijke vormen vankapitaal inhoudt12. Gezamenlijk vormen deze acht vormen de achtdimensies van het in een gemeenschap aanwezige kapitaal: van gemeen-schapskapitaal.GEMEENSCHAPSKAPITAALKapitaal lijkt wellicht een abstract, theoretisch concept. Maar in feite ishet heel hanteerbaar. Het gaat er even om een aantal voorbeelden voorhanden te hebben, een gevoel te krijgen bij het concept. Daarna beginthet plaatje vanzelf te leven en kleurt het zichzelf in. U zult zien dat u devolgende keer dat u door de wijk fietst of nadenkt over leefbaarheid u deverschillende vormen van kapitaal in gedachten voor u ziet. De verschil-lende dimensies van kapitaal en hun onderlinge samenhang wordentastbaar en zeer herkenbaar. In het kader `Even inleven' (#KADER2)geven we hiertoe een gedachtentour door de wijk, waarbij we de ver-schillende vormen van kapitaal en hun onderlinge samenhang in beeldlaten komen. Als u deze tour in uw hoofd aan u voorbij hebt zien trek-ken, begrijpt u hoe deze vormen van kapitaal samen het gemeenschaps-kapitaal kunnen vormen, hoe een balans in de aanwezigheid van elk vande verschillende dimensies kan zorgen voor een omgeving waarin men-sen zich thuis voelen en kunnen ontplooien. Maar wat doet kapitaal nueigenlijk?Kapitaal cre?ert allereerst mogelijkheden. Wanneer we een speeltuinaanleggen in een wijk, cre?ren we hiermee de mogelijkheid voor jongekinderen om op een fijne manier buiten te spelen. Deze mogelijkheidwas er voor de komst van de speeltuin niet of in mindere mate. Als kin-deren van deze nieuw ontstane mogelijkheid ook echt gebruik gaanmaken (de speeltuin moet natuurlijk niet op een onveilige plek wordenneergezet of bezet worden door een groep hangjongeren), dan zorgt onsTIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2011ACHTERGROND 43ingezet kapitaal (in dit geval publiek kapitaal) daarmee ook voor oplos-singen. Het spelen in de nieuwe speeltuin kan bijvoorbeeld bijdragenaan het aanpakken van het toenemend overgewicht bij kinderen. Maarook sociale isolatie onder jonge kinderen kunnen we met de inzet van despeeltuin verminderen.Kapitaal cre?ert ook kapitaal. Het gebruik maken van de nieuw ontstanemogelijkheid zorgt namelijk op zijn beurt weer voor de creatie vanandere vormen van kapitaal (doorwerking!). Het spelen in de speeltuinzorgt bijvoorbeeld voor nieuwe vriendjes (sociaal kapitaal), voor beterefysieke vaardigheden (menselijk kapitaal) of (indirect) voor de wens vanbewoners om een aantal nieuwe bomen te planten `om het plaatje af temaken' (natuurlijk kapitaal). De inzet van de ene vorm van kapitaalzwengelt het ontstaan van andere vormen aan. Zie hier de synergetischewerking binnen het concept gemeenschapskapitaal.STUREN OP LEEFBAARHEIDOm te sturen met gemeenschapskapitaal zijn drie verschillende over-zichtssituaties nodig in de vorm van spinnenwebdiagrammen.Allereerst een visualisatie van de huidige situatie: welk potentieel aankapitaal is aanwezig? (#KADER3) Ten tweede eenzelfde visualisatie vande hoeveelheid potentieel kapitaal die daadwerkelijk actief wordt benut.(#KADER4) En ten derde een visualisatie van de gewenste situatie, pas-send bij de wijk. (#KADER5)Ik noem hier bewust ook het in potentie aanwezige, maar niet benuttegemeenschapskapitaal, omdat juist dit stuk kapitaal met minimaleinvesteringen ontsloten kan worden. Het cre?ren of inzetten van nieuwevormen van kapitaal is vaak kostbaarder. Bij potentieel aanwezig, maarnog niet ontsloten kapitaal kunt u denken aan het eerder genoemdevoorbeeld van de speeltuin die bezet wordt door hangjongeren, aan pro-fessionals die in de wijk werken maar elkaar niet of nauwelijks kennen,aan een bewoner die graag vrijwillig timmerklussen zou doen voorbuurtgenoten maar niet weet hoe hij dat kenbaar moet maken of aan datleegstaande winkelpand dat maar niet verhuurd wordt omdat de geveler slecht onderhouden uit ziet.Het concept gemeenschapskapitaal is geen `nieuwe manier van werken'.Het is geen `nieuwe techniek' of `nieuw soort samenwerkingsverband'.Het is enkel en alleen een manier om te kijken naar dat waar we al meebezig zijn. Alles waar we al mee werken blijft intact; we ordenen hetalleen op een andere manier, we integreren het. Zo kunnen we informa-tie uit leefbaarheidsmonitoren gebruiken om inzicht te verkrijgen in demate van aanwezigheid van verschillende vormen van kapitaal13, maarook andere informatie kan hiervoor input vormen. Denk bijvoorbeeldaan output van bewonersbijeenkomsten, denk aan het buurtkrantje, ofdenk aan projectevaluaties.De vaststelling van de scores op elk van de drie spinnenwebben zal ove-rigens wel zorgvuldig moeten gebeuren. Met zorgvuldig bedoel ik aller-eerst dat gebruik zal moeten worden gemaakt van datatriangulatie: hetnaast elkaar houden van verschillden gegevens uit verschillende bron-nen, zodat niet ??n overtuiging, persoonlijk inzicht of cijfermatig gege-ven de doorslag kan geven. Daarbij moeten we enerzijds zowel kwantita-tieve als kwalitatieve gegevens meenemen en anderzijds vooral niet een-zijdig binnen onze eigen muren een spinnenweb gaan invullen.Professionals werkzaam vanuit verschillende organisaties kunnen bestsamen (met bewoners) aan de vaststelling werken. Omdat we werkenmet een levend systeem (de buurt of de wijk) en niet met een statischgeheel, zullen de scores daarnaast periodiek opnieuw vastgesteld moe-ten worden.INTEGRALE MANIER VAN KIJKENHet concept gemeenschapskapitaal en de onderverdeling naar verschil-lende dimensies zorgen direct voor een bruikbaar filterings- en orde-ningsmechanisme wanneer we aan de slag willen met leefbaarheid in dewijk. Middels de spinnenwebdiagrammen krijgen we overzicht op hettotaal. We kunnen hiermee gericht werken aan de leefbaarheid in eenwijk of buurt vanuit een gestructureerde en integrale overzichtssituatiein plaats van vanuit een complexe mengelmoes van doelstellingen, pro-fessies en projectstructuren. We hebben een kader in handen, een ziens-wijze. En aan de hand van ons idee over de mate van verantwoordelijk-heid die we hebben, kunnen we met de spinnenwebdiagrammen aan deslag.Aan de hand van gemeenschapskapitaal kunnen we beleid beoordelenop samenhang, op zijn integrale aanpak, daarmee op duurzaamheid. In??n oogopslag kunnen we zien of we deelaspecten van leefbaarheid overhet hoofd zien. Een deel van de willekeur zou hiermee uit de wijkaanpakgehaald kunnen worden. Tot slot kunnen we projectvoorstellen gerichtbeoordelen op hun toegevoegde waarde ten aanzien van de op datmoment geldende samenstelling van gemeenschapskapitaal. In een wijkwaar het barst van de groenvoorzieningen, hoeft geen nieuw perk teworden aangelegd. En in een wijk die door bewoners saai wordt gevon-den ondanks dat er veel culturele activiteiten worden georganiseerd,kan misschien beter een buurtsuper en een bruin caf? worden binnen-gehaald dan nog een middag met exotische workshops. Vanuit hiaten inhet gemeenschapskapitaal kan gericht ingezet op concrete projecten,activiteiten en dienstverlening.TOT SLOTHet werken aan leefbaarheid is en blijft een hele klus. We zijn al een heeleind gekomen en met dit nieuwe handvat zouden we weer een stuk ver-der kunnen komen. Aan de hand van gemeenschapskapitaal zouden wede onderlinge samenhang meer dan ooit daadwerkelijk kunnen borgenen kunnen we sturen op continu?teit van beleid. Wisselvalligheden enabrupte be?indiging van goed lopende projecten kunnen we tot eenminimum brengen. Het aantreden van nieuwe werknemers kan, als wehet kader van gemeenschapskapitaal hanteren, veel minder makkelijkzorgen voor een plotselinge koerswijziging gevoed door sterk persoon-lijk getinte voorkeuren. We zouden ruimte voor maatwerk kunnen cre?-ren vanuit een solide, onveranderlijke basis.Met het daadwerkelijk gaan sturen op leefbaarheid met gemeenschaps-44TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2011ACHTERGROND44kapitaal kunnen we patronen gaan ontdekken in de onderlinge samen-hang tussen de verschillende vormen van kapitaal. We kunnen uitvin-den op welke manier de inzet van de ene vorm voor het ontstaan van deandere vorm kan zorgen. We kunnen projecten zo in kaart brengen enbeschrijven dat ze onderling en op de inzet van kapitaal vergeleken kun-nen worden. We kunnen bewoners uitleggen waarom we wel voor hetene project kiezen en niet voor het andere.Ik ben er van overtuigd dat we met gemeenschapskapitaal goud in han-den hebben en dat we door zijn sterk filterende en ordenende werkingeffici?nter, effectiever en daarmee met veel meer voldoening en tevre-denheid aan leefbare wijken en buurten kunnen werken. Het is een veel-belovend concept dat klaar staat om uitgeprobeerd te worden. Ik nodigiedereen uit om samen met ons te gaan werken aan dit concept en erva-ringen te gaan delen. To be continued!Noten1 Denk bijvoorbeeld aan de uitontwikkelde achter de voordeur projecten, zieMethodiek Achter de Voordeur (juli 2010) op www.sev.nl.2 Denk aan diverse stadsmonitoren, de Leefbaarometer of de LemonLeefbaarheidsmeter, waar individuele indicatoren gebundeld worden tot totaalsco-res op leefbaarheid.3 Brandsen, T.; Collignon, L; Helderman, J-K; Rouw, M. (2010). Hoe pakken we de wijkaan? Een ontwikkelingsgericht onderzoek naar de wijkaanpak, 2e tussenrapporta-ge. Platform Corpovenista, Delft.4 Callaghan, Edith G.; Colton, John (2008). Building sustainable and resilient communi-ties: a ballancing of community capital. Environment, Development andSustainability, Vol. 10, no. 6, 931-942.5 Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (2009).Leefbaarheid door de tijd. Wonen, Wijken en Integratie, Den Haag.6 Uitspraken over leefbaarheid, opgedaan in diverse onderzoekstrajecten in en omde wijk.7 Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (2009).Leefbaarheid door de tijd. Wonen, Wijken en Integratie, Den Haag.8 Groot Etymologisch Woordenboek, De herkomst van onze woorden (2007). VanDale, Utrecht.9 Callaghan, Edith G.; Colton, John (2008). Building sustainable and resilient communi-ties: a ballancing of community capital. Environment, Development andSustainability, Vol. 10, no. 6, 931-942.10 Gemeenschapskapitaal: vertaald naar het begrip community capital, aangedragendoor Callaghan en Colton in bovengenoemd boekhoofdstuk.11 Dit onderzoek maakte deel uit van een eerdere aanzet tot proefschriftvoorstel. Prof.dr. C.J. van Montfort (Tilburgse School voor Politiek en Bestuur) heeft destijds bege-leid in het schrijven hiervan en daarmee indirect bijgedragen aan de totstandko-ming van dit artikel. Later hebben collega's van Partners+Pr?pper en Tiwos mijvoorzien van bruikbare feedback.12 Verwijzingen naar auteurs zijn in de tabel verkort weergegeven. Uitgebreide ver-meldingen zouden de leesbaarheid van het stuk niet bevorderen of deze eindnotenoneindig lang maken. Voor de volledige referenties kunt u contact met mij opne-men.13. Zo geeft de beoordeling van groenvoorzieningen bijvoorbeeld een indicatie voortevredenheid over de mate van natuurlijk kapitaal die in de wijk aanwezig is. Eenbeoordeling over veiligheid op straat geeft een indicatie van de hoeveelheid publiekkapitaal (in de vorm van wijkagent, straatverlichting of videobewaking).
Reacties