Het verzelfstandigen van de sociale sector en het professionaliseren van corporaties heeft de invloed van huurders gemarginaliseerd. De huurdersparticipatie kan verlost worden van zijn onbeduidendheid door de verantwoordelijkheid voor consumentenparticipatie over te hevelen van corporaties naar gemeenten.
19TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ACHTERGRONDHet verzelfstandigen van de sociale sector en het professionaliseren van corporaties heeft deinvloed van huurders gemarginaliseerd. De huurdersparticipatie kan verlost worden van zijnonbeduidendheid door de verantwoordelijkheid voor consumentenparticipatie over te hevelen vancorporaties naar gemeenten.`HEVEL HUURDERS-PARTICIPATIE OVER NAARGEMEENTEN'DOOR ANITA ENGBERS, DESKUNDIGE PARTICIPATIE EN BELANGENBEHARTI-GING, PUBLICEERT GEREGELD OVER VOLKSHUISVESTINGNu alom het besef groeit, dat een fundamentele politiekediscussie over de Nederlandse volkshuisvesting niet veellanger ontlopen kan worden, is het wellicht een goedmoment om ook de woonconsumentenparticipatieopnieuw kritisch tegen het licht te houden. Dit artikel iseen aanzet daartoe. Allereerst wordt het standpunt ingenomen, dat dehuurdersinbreng, zoals die heeft vormgekregen sinds de verzelfstandi-ging van de sociale huursector, enkele endemische gebreken kent.Vervolgens wordt een vergelijking gemaakt met de consumentenpartici-patie in het openbaar vervoer. En tenslotte leidt die vergelijking tot con-clusies voor een mogelijke herinrichting van de woonconsumentenpar-ticipatie.Toen halverwege de jaren negentig de sociale huursector werd verzelf-standigd en corporaties de opdracht kregen om te professionaliseren,zodat ze beter in staat waren om de eigen broek op te houden, trokkenverreweg de meeste corporaties hieruit de conclusie dat ze het bestekonden veranderen van een vereniging in een stichting. Overeenkomstigde wens van de rijksoverheid om huurdersinbreng overeind te houden,maakten de kersverse stichtingen zich tegelijkertijd sterk voor deoprichting en ondersteuning van zelfstandige huurdersorganisaties.Huurders, die voorheen automatisch lid waren van de woningbouwver-eniging, konden hier onderdak vinden. Externe democratisering is determ waarmee deze rechtspersoonlijke volksverhuizing wordt aange-duid. Externering van de democratie was geschikter geweest omdatdaarmee benoemd wordt dat - net als bij internering - de afzonderingcentraal stond.Gaandeweg is er sinsdien immers een praktijk gegroeid waarbij onderhet mom van professionalisering de invloed van huurders is gemargina-liseerd. E?n keer per jaar, bij de bespreking van het huurprijsbeleid, legtde corporatie aan de huurdersbelangenbehartigers uit wat de kostenzijn van personeel, investeringen en onderhoud; en hoe hoog de rente-lasten op leningen zijn. Het voorgestelde huurprijsbeleid is een afgelei-de van die kosten. De kostenposten zelf staan dan niet ter discussie.De rest van het jaar gaan de discussies van de huurdersorganisatie metde corporatie veelal over het kwaliteitsbeleid, over zaken als strategischevoorraad en onderhoud. Als de huurders d?n vragen naar de financi?leconsequenties van het geambieerde kwaliteitsniveau, wordt daar geeninzicht in gegeven met het argument dat huurders sinds de professiona-lisering van de sociale huursector niet meer meebeslissen over de begro-ting.1VOOR ELK WAT WILSDe geschetste aanpak leidt ertoe, dat de prijs en de kwaliteit van dewoonvoorraad nooit echt ter discussie staan. De huurdersbelangenbe-hartigers kunnen niet aangeven welke ambities zij te duur of onwense-lijk achten, noch zijn ze in de positie om mee te denken over de kwalita-tieve consequenties van een meer of minder gematigd huurprijsbeleid.De gebrekkigheid van het overleg heeft de corporaties vervreemd van dehuurders. In plaats van dat partijen elkaar vonden in het streven naar20een toekomstbestendig en ruim voldoende woonassortiment voor elkeportemonnee, heeft de sociale huursector steeds nadrukkelijker gekozenvoor een inkomensafhankelijke interpretatie van bereikbaarheid. In hetstrategisch voorraadbeleid speelt de relatie tussen de huurprijscatego-rie?n en de diverse inkomensgroepen van huurders een overwegenderol. Het onderliggende verband tussen de huurprijzen en de puntenaan-tallen van de voorraad woningen wordt nog net niet helemaal verwaar-loosd.Tekenend voor de uit de kluiten gewassen fixatie op de huurquote is hetrecente fenomeen, dat corporaties bij het verzet tegen de verplichte bij-drage aan de bekostiging van de huurtoeslag niet op de gedachte zijngekomen om gezamenlijk met de huurders daartegen ten strijde te trek-ken, maar in plaats daarvan aan het rijk het verzoek hebben gedaan omop de kortst mogelijke termijn de rekening door te mogen schuiven naarhuurders die meer verdienen dan pakweg 43.000 euro.Ook het problematiseren van scheefwonen is symptomatisch voor eenbestel, dat meer oog heeft voor het inkomen dan voor de individuelekeuzevrijheid van huurders of voor een billijke relatie tussen prijs enkwaliteit.Het kan geen verbazing wekken dat onder zulk gesternte huurpennin-gen zijn opgegaan aan een te hoog directeurssalaris, een te duur kantoorvoor het personeel, commerci?le escapades of risicovolle derivaten; endat woningen steeds maar groter en vooral duurder moesten worden.Het is uiteindelijk de economische crisis, die deze ontwikkelingen eenhalt heeft toegeroepen. Geen enkele huurder of huurdersorganisatie isdaar op eigen kracht toe in staat gebleken.HUURDERSINBRENG IN DE RAAD VAN TOEZICHTDe door de huurders voorgedragen persoon in de Raad van Toezicht kanook weinig uitrichten in dit verband. Die moet vooral op zijn tellen pas-sen. De demissionaire minister van volkshuisvesting wil w?l voor zich-zelf de mogelijkheid om leden van de Raad van Toezicht te ontslaan,maar zij noch haar voorgangers zijn ooit op het idee gekomen om ledennadrukkelijk t?gen ontslag te beschermen. In de praktijk wordt gebruikgemaakt van deze omissie in de wet om echt onafhankelijke toezicht-houders zonder veel scrupules de uitgang te wijzen.De ingang tot de bestuurskamer is bovendien voorzien van een hogedrempel voor de leden, die door huurdersorganisaties worden voorge-dragen. Grappend plegen toezichthouders elkaar de tegeltjeswijsheidvoor te houden, dat een huurdersorganisatie weliswaar bindend voor-draagt maar dat het de Raad van Toezicht z?lf is, die benoemt. Watgebeurt er als de Raad van Toezicht dat weigert? Dan blijft de zetelvacant of kiest de huurdersorganisatie eieren voor haar geld door meteen kandidaat te komen waar de Raad van Toezicht w?l mee kan leven.In het licht van deze ervaringen is het niet verwonderlijk, dat veel huur-dersorganisaties inmiddels afzien van een eigen zoektocht naar voor tedragen kandidaten en positief reageren op het voorstel van de Raad vanToezicht om hen dit uit handen te nemen. En zo kan het gebeuren datregelmatig in de zaterdageditie van landelijke kranten een advertentieverschijnt waarin de een of andere Raad van Toezicht meldt op zoek tezijn naar een nieuwe collega op voordracht van de huurdersorganisatie.De formulering legt ongenaakbaar bloot hoe de bindende voordrachtontaard is in een schertsvertoning.TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ACHTERGRONDDe relatie tussen verhuurder en huurders zal aan helderheid en scherpte winnen als er een einde komt aan de halfbakken positie van de huurdersorganisatie. Huurdersorganisaties hoeven niet meerbetrokken te worden bij de financi?le beslommeringen van hun verhuurder, zodat ze zich beter kunnen concentreren op de belangen van huurders. (Foto Paul van Riel / Hollandse Hoogte)21TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ACHTERGRONDCONSUMENTENPARTICIPATIE OPENBAAR VERVOEREnige jaren na de verzelfstandiging van de sociale huursector is in hetopenbaar streekvervoer de marktwerking ge?ntroduceerd. Daar heeft dewetgever gekozen voor een logisch driehoeksoverleg tussen overheden,vervoerbedrijven en consumentenorganisaties (Wet personenvervoer2000).Zowel in de aanloop naar een nieuwe busconcessie, tijdens de aanbeste-dingsprocedure, als daarna, gedurende de uitvoering van de concessie,zijn de consumentenorganisaties wettelijk in de gelegenheid om aan debetrokken overheden en vervoerbedrijven advies uit te brengen. Daarwaar de consumentenorganisaties hun rol goed oppakken, heeft datkunnen leiden tot een bloeiende adviespraktijk in zogenaamde rocov's.2Ter verklaring kunnen twee redenen worden aangevoerd.De eerste betreft het onderscheid tussen doel en middelen.Consumentenorganisaties dragen niet de last van een verantwoordebesteding van belastingcenten, noch worden zij gehinderd door denoodzaak van het vervoerbedrijf om winst te maken. Zij concentrerenzich in hun adviezen op de belangen van de reizigers. Wat behelst goedopenbaar vervoer? Het antwoord op die vraag staat voorop.Consumentenorganisaties dragen niet de last vaneen verantwoorde besteding van belastingcentenDoorgaans zijn de beargumenteerde reacties van hetzelfde kaliber. Slechtszelden is de hoogte van de overheidsbudgetten onderwerp van discussie.3Evenmin wimpelen vervoerbedrijven de adviezen over de tarieven wegmet praatjes over rentelasten en leningen. In plaats daarvan verwelkomende overheden en de vervoerbedrijven de adviezen ter aanscherping van hetbeleid. Want ook zij dragen net als de reizigersorganisaties het openbaarvervoer een warm hart toe en stellen reizigersgroei voorop.De andere reden betreft de wettelijke verantwoordelijkheid voor de con-sumentenparticipatie. Er bestaan geen aan vervoersbedrijven gelieerdereizigersorganisaties en ook geen door hen voorgedragen commissaris-sen. Het is de aanbestedende overheid, die dient te organiseren dat con-sumentenorganisaties de belangen kunnen behartigen van verschillendegroepen reizigers zoals forenzen, ouderen, jongeren, mensen met eenbeperking, of reizigers die het openbaar vervoer combineren met defiets. De overheid in kwestie voorziet de rocov daartoe van de nodigemiddelen en ondersteuning en ziet er bovendien op toe, dat het vervoer-bedrijf de adviesverplichtingen nakomt. Binnen die overheid controle-ren de volksvertegenwoordigers of de verantwoordelijke bestuurderwerk maakt van de consumentenparticipatie.Overheden kennen in plaats van de tucht van de markt de tucht van dedemocratie. De consument is immers op gezette tijden ook een kiezer,die dan een re?le macht kan doen gelden of een burger, die tussentijdsvan zich kan doen horen middels inspraak.Onderlinge overeenstemming of onenigheid over het hoofddoel, alsme-de rol en positie van betrokken partijen verklaren waarom de consu-mentenparticipatie in de sociale huursector is vastgelopen en die in hetopenbaar vervoer zich voorspoedig ontwikkelt.WOONCONSUMENTENPARTICIPATIEOvereenkomstig het hierboven geschetste model kan de huurdersparti-cipatie verlost worden van zijn onbeduidendheid door de verantwoorde-lijkheid over te hevelen van corporaties naar gemeenten.In praktisch opzicht is het zaak om de lokale overheid, in casu de wet-houder volkshuisvesting verantwoordelijk te maken voor de accommo-datie en de ondersteuning van een lokaal platform van huurdersorgani-saties. Het toezicht op een ordentelijke gang van zaken komt bij degemeenteraad te liggen.Beleidsmatig zijn corporaties nu al verplicht om rekening te houdenmet het volkshuisvestingsbeleid van de gemeenten waarin ze werkzaamzijn, maar gemeenten zijn niet verplicht om prestatieafspraken te base-ren op een door de raad vastgesteld beleidsdocument noch om bij detotstandkoming van woonbeleid en inzake de prestatieafspraken dehuurdersorganisaties om advies te vragen. Nu onvoldoende gemeentenhet initiatief daartoe nemen op vrijwillige basis, zou de verplichting inde Woonwet moeten worden vastgelegd.Het is verstandig om in het kader van het woonbeleid en het prestatie-veld leefbaarheid ook ruimte te maken voor particuliere huiseigenaren.In voorkomende gevallen kan een lokaal woonconsumentenplatformzelfs uitgenodigd worden om mee te denken over de opzet van eennieuwbouwwijk.WAT LEVERT HET OP?De relatie tussen verhuurder en huurders zal aan helderheid en scherptewinnen als hun onderlinge afstand toeneemt en er een einde komt aande halfbakken positie van de huurdersorganisatie. Huurdersorganisatieshoeven niet meer betrokken te worden bij de financi?le beslommerin-gen van hun verhuurder, zodat ze zich beter kunnen concentreren op debelangen van huurders; en de Raden van Toezicht van corporaties kun-nen gevoeglijk worden verlost van de leden op voordracht van de huur-ders.Een verbetering ten opzichte van de huidige situatie is verder, dat er eenvolwassen driehoeksoverleg ontstaat tussen gemeenten, corporaties enhuurdersorganisaties. Corporaties kunnen daarin zelfstandiger opere-ren en huurdersorganisaties mogen voortaan van elk van beide andereonderhandelingspartijen een serieuze reactie op hun adviezen verwach-ten. Gemeenten zullen daardoor scherper het onderscheid gaan waarne-men tussen de belangen van verhuurders op het gebied van financi?lecontinu?teit en die van huurders als het gaat om individuele keuzevrij-heid. Dit bevordert het maken van een goede bestuurlijke afweging.Het belangrijkste voordeel is, dat de grondwettelijke kerntaak als geme-ne deler weer beter in het vizier komt: een voldoende woonvoorraad.4Wie kan daar nu tegen zijn?Noten1 Deze karakterisering van de discussie is gebaseerd op mijn eigen ervaringen alsoprichter en eerste voorzitter van een huurdersvereniging rond de eeuwwisseling.Bestuurders van huurdersverenigingen, aan wie ik het sindsdien heb voorgelegd,beamen de gang van zaken.2 Hoewel men het er niet over eens is of rocov een afkorting is van Reizigers Overlegof van Regionaal Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer is de terminmiddels zo goed ingeburgerd als soortnaam, dat de afkorting zonder puntjeswordt geschreven.3 Een voorbeeld daarvan zijn de ramingen voor de RijnGouweLijn in Zuid-Holland.Consumentenplatforms benadrukken de noodzaak van realistische exploitatiecijfersomdat zij vrezen, dat mogelijke tekorten op deze provinciale raillijn zullen wordenafgewenteld op het provinciale busvervoer.4 Artikel 22, lid 2 van de Grondwet "Bevordering van voldoende woongelegenheid isvoorwerp van zorg der overheid" rept niet over betaalbaarheid. Dat is logisch aan-gezien het begrip voldoende niet alleen de omvang van de woonvoorraad maar ookde betaalbaarheid ervan voor elke inkomenscategorie impliceert.
Reacties