TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ACHTERGROND42Een straat zonder stoepen. De Zonzijde in de `fragmentarische buurt' vanSaendelft. Aan de rechterkant staan koopwoningen, aan de linkerkanthuurwoningen met op de hoeken koophuizen.(Foto: Leeke Reinders)43TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ACHTERGRONDHUUR EN KOOP IN ??NSTRAAT: MATCHT DAT?In de Vinex-wijk Saendelft vind je huur- en koopwoningen in dezelfde straat en toch gaan de bewonersniet vanzelfsprekend met elkaar om. Bij het plannen van een wijk moet je ook rekening houden de sociaal-culturele identiteiten van bewoners, hun woonculturen en de claims die zij leggen op de publieke ruimte, zoblijkt.44DOOR EVA BOSCH, SOCIAAL GEOGRAAF EN ONDERZOEKER BIJONDERZOEKSINSTITUUT OTB, TU DELFT, LEEKE REINDERS, ANTROPOLOOG ENONDERZOEKER BIJ OTB EN DOCENT BIJ DE SINT-LUCAS HOGESCHOOL VOORWETENSCHAP & KUNST IN GENTOm in de toegenomen woningvraag door bevolkingsgroei enhuishoudensverdunning te voorzien legde de rijksoverheidin de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (afgekortVINEX) van 1992 de bouwopgave voor zeven stedelijkegebieden in Nederland vast. De Vinex-wijken wordengezien als een functionele keuze voor wie enigszins betaalbaar, bereik-baar, ruim en groen wil wonen in de nabijheid van de stad. Tegelijkertijdhebben weinig termen uit de planologie in korte tijd zo'n duidelijk stig-ma verworven als het woord `Vinex-wijk'. In de ogen van veel (veelalhoogopgeleide) stedelingen is de nieuwbouwwijk uniform en saai, zon-der spontane sporen van sociaal leven en gemeenschapsvorming.Hoewel er relatief weinig sociaalwetenschappelijk onderzoek is gedaannaar Nederlandse nieuwbouwwijken, laten bestaande studies zien datdeze diverser zijn samengesteld dan vaak wordt verondersteld.1Desocioloog Ivan Nio bijvoorbeeld noemt de suburbane middenklassewereldwijs, dynamisch, flexibel en ge?mancipeerd.2In een cultuurhisto-rische duiding van de `Vinex-mens' gebruikt Arnold Reijndorp twee ste-reotype beelden: de `etui-mens' die zich terugtrekt uit het publiekedomein en de `nomade' die niet aan een specifieke plek gebonden is.3Bewoners keren zich naar binnen (de wereld van het gezin, de woningen de achtertuin) en ori?nteren zich op de wereld buiten de wijk (destad, de regio, de natuur).De bewoners van Vinex-wijken worden daarom wel gezien als `netwerk-stedelingen' die zich vooral pragmatisch en functioneel aan hun buurtof wijk binden. Zij kopen of huren een woning vanwege de gunstigeprijs-kwaliteitverhouding en de nabijheid van uitvalswegen, maar vaneen emotionele binding met de wijk is nauwelijks sprake. De nieuw-bouwwijk wordt daarom ook wel gezien als `gemeenschap van beperkteaansprakelijkheid'4. Meer in het algemeen worden woonwijken door deinvloed van gestegen mobiliteit, welvaart en individualisering niet meervanzelfsprekend gezien als een plek waar bewoners hun sociaal levenorganiseren. Toch wordt in stedelijk beleid ingezet op sociale mix. Hetgemengd bouwen van dure en goedkope woningen zou een positieveinvloed hebben op de kansen van lagere inkomensgroepen5. Zij zoudendoor sociaal contact toegang tot het sociaal kapitaal van hun buren kun-nen krijgen en hun middenklassenormen kunnen overnemen. Ook zoude wijk zo meer draagvlak voor voorzieningen, een sterkere politiekevertegenwoordiging en een positiever imago krijgen, waar ook de lagereinkomensgroepen bij gebaat zouden zijn. Bij de bouw van Vinex-wijkenwordt dan ook vaak de mogelijkheid benut om een sociaal-economischgemengde woonomgeving te cre?ren, zoals bijvoorbeeld in Ypenburg bijDen Haag en IJburg in Amsterdam6. De ruimtelijke schaal waaropgemengd wordt, varieert hier. Soms gaat het om prijsgedifferentieerdebuurten binnen een wijk, soms wordt er binnen een rij huizen of eenappartementencomplex gemengd (wat in de onderzoeksliteratuurbekend staat als `pepper potting').Er bestaan verschillende onderzoeken naar de wederzijdse beeldvor-ming van, en relaties tussen bewoners van verschillende sociaal-econo-mische klasse in projecten waar op straatniveau of binnen een apparte-mentencomplex gemengd wordt7. Deze onderzoeken betreffen vooral degemengde stedelijke herstructureringsbuurten in de Verenigde Statenen Groot-Brittanni?. Er wordt daarbij aan de planningskant gekekennaar de afstand tussen bewoners in geografische en sociaal-economi-sche zin en de inrichting van voorzieningen en publieke ruimte. Quauitkomsten worden met name de sociale contacten tussen bewoners, debaankansen die hier eventueel uit voortvloeien en ervaring van buurt-stigma en buurtreputatie onderzocht. Onderzoekers constateren datcontacten tussen bewoners van verschillende klasse beperkt zijn. Alsaanbeveling stellen zij vaak wel dat dit contact middels planning bevor-derd kan worden. Er moet dan gezorgd worden dat goedkope en duur-dere woningen op kleine ruimtelijke schaal met elkaar gemengd wor-den, dat er geen grote (huur)prijsverschillen tussen beide zijn en datarchitectonische verschillen tussen goedkope woningen en duurderewoningen gematigd worden, zodat het onderscheid niet te veel zicht-baar is. Door andere onderzoekers wordt er op gewezen meer fijnmazigemenging spanningen in de hand werkt8en dat vertrouwen tussen buurt-genoten afneemt naarmate de buurt meer gemengd is9. Ook wordtgesteld dat bewoners die in de straat en het appartementenblok gecon-fronteerd worden met verschillende normen en waarden van bewonersvan een andere klasse, zich vaak terugtrekken uit het sociale verkeer,omdat zij zich hierin niet comfortabel voelen10.De uitkomsten en aanbevelingen over gemengde wijken zijn dus nieteenduidig. In Nederland is er nog weinig onderzoek gericht op hetsamenleven in gemengde wijken op het schaalniveau van de straat of hetblok. Ook in het (internationale) onderzoek naar de gemengde wijk isbovendien vaak weinig aandacht voor de rol die het ontwerp, beheer engebruik van de publieke ruimte van de straat hierin heeft. Dat is opmer-kelijk want met name in de microsfeer van de straat en het blok lerenstraatgenoten elkaar kennen, maar worden ze ook geconfronteerd metelkaars normen en waarden. Hoe krijgt menging vorm in geleefde prak-tijken in de straat? Daarover gaat dit artikel, gebaseerd op antropolo-gisch onderzoek in de Zaanse Vinex-wijk Saendelft. Het onderzoekbestond uit observaties en interviews met architecten, ontwikkelaars en13 bewoners.11HET SYMBOLISCHE LANDSCHAP VAN SAENDELFTSaendelft is een Vinex-wijk van 4.750 woningen in het noorden vanZaanstad, gelegen aan weerszijden van het lintdorp Assendelft. De wijkzal zich volgens prognoses ontwikkelen tot de grootste wijk van degemeente en is bijna voltooid. Saendelft bestaat voor het overgrote deeluit grondgebonden eengezinswoningen, voornamelijk in de koopsector(71% van de woningen is koop, 21% is sociale huur en 7% is particulierehuur). Saendelft is een gezinswijk. Het merendeel van de huishoudensheeft kinderen thuis wonen (56%) en slechts een kwart van de bevolkingis ouder dan 45 jaar. De ontwikkeling van Saendelft - een publiek-priva-te samenwerkingsconstructie van woningbouwontwikkelaars, een cor-poratie en de gemeente Zaanstad - gaat uit van een stedenbouwkundigmasterplan uit 1996. In de geplande wijk zijn de schaal en richting vande weiden van de omliggende polder aangehouden voor de verschillendebuurten. Lange open parkstroken tussen de buurten geven tot diep in dewijk uitzicht op de polder. De buurten hebben architectonisch thema'smeegekregen die in brainstormavonden door de ontwikkelingspartnersbedacht zijn. Sommige buurten kregen een exotisch thema opgelegd(`Wild West', `Cap d'Agde'). Andere thema's zijn vormgevingsconceptenzoals `Verticaal', `Creatief met baksteen' en `Fragmentarisch', of zijn oplokale bouwtradities gebaseerd (`Broek in Waterland', `Zaans',`Amsterdamse School'). Verschillende architecten werkten in opdrachtvan ontwikkelaars de architectuur en stedenbouw van de woonbuurtenuit, waarbij de stedenbouwkundige als supervisor fungeerde en ook degemeente en ontwikkelaars de plannen toetsten. Een van de eisen wasTIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ACHTERGROND45TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ACHTERGRONDdat de totale woningvoorraad in Saendelft voor 20% uit sociale huur envoor 10% uit sociale koop zal bestaan.Het ontwikkelingsproces van de `Fragmentarische' buurt, in het zuidenvan de wijk, laat zien hoe binnen het kader van het masterplan een`dorps' vormgegeven sociaal-economisch gemengde buurt ontstond. Debuurt ligt tussen de watergang De Kaaik en de oude Dorpsstraat vanAssendelft. In 2002 besloten ontwikkelaar VBM en woningcorporatieEigen Haard op deze grond 148 woningen te bouwen. Op dat momentlagen alleen het thema (`Fragmentarisch'), de plek van de omringendesloten en de ligging en inrichting van de straat Gele Ring (deel van dehoofd-autoverkeersstructuur Saendelft) vast. Het thema werd ingevulddoor een architectenbureau dat wilde aansluiten bij "de geest van deplek". Het bureau ontwierp een `dorps' plan met straten als paden, zon-der stoep, van ongeveer zes meter breed. De publieke ruimte voelt daar-door aan als een woonerf. Het idee was dat het ontwerp van de buiten-ruimte zo informeel mogelijk moest zijn en uitnodigen tot gebruik doorkinderen. De straat kan hierdoor volgens de architect als een verleng-stuk van de woning functioneren, ook omdat auto's niet in de straatmaar in tussen de huizenblokken gelegen parkeerhavens geparkeerdmoeten worden. De huizen staan op zogenaamde `slagen' of polderwei-den: straten gescheiden door sloten. De tuinen van de woningen gren-zen aan de sloten. De architect stelt dat het wonen aan een sloot hoortbij de cultuur van de Zaanstreek. Hij koos voor het scheiden van tuinendoor water omdat het `typisch Zaans' is, maar ook esthetisch (slotenzien er "mooier" uit dan schuttingen) en functioneel (sloten makenwaterrecreatie mogelijk). Om het thema te accentueren werden dewatergangen niet recht maar geknikt gegraven.Een belangrijk element van de fragmentarische buurt is de afwisselingvan koop- en huurwoningen, die past in een ideaal dat gemeente en cor-poraties voor ogen stond: een wijk waar "de Fiat Panda gebroederlijknaast de Volkswagen geparkeerd" kan worden en waar kinderen uit ver-schillende inkomensgroepen met elkaar spelen.12Volgens betrokkenenlag het voor de hand dat koopwoningen aan de buitenrand van de buurtgebouwd werden, omdat het vrije uitzicht op deze plekken hogere ver-koopprijzen mogelijk maakte. Woningen met een achtertuin op het zui-den werden bovendien als beter verkoopbaar gezien dan woningen meteen tuin op het noorden. In de buurt hebben alle koopwoningen om diereden een tuin op het zuiden. De uiteindelijke verdeling van koop- enhuurwoningen is het resultaat van de ori?ntatie op zonlicht en uitzicht.Het heeft er voor gezorgd dat in de Zonzijde, een straat in het zuidenvan de buurt, een rij dure twee-onder-een kappers uitkijkt op een rijhuurwoningen met voortuin op het zuiden. De architect en de project-leider van de woningcorporatie beschouwen de menging van koop enhuur als een "gelukkige uitkomst", omdat huurders in gemengde buur-ten, ge?nspireerd door de kopers om hen heen, beter voor hun woningzorgen.Waar het vertoog over menging in herstructureringswijken vaak denadruk legt op het initi?ren van sociale interacties tussen huurders enkopers (met als doel de sociale samenhang in een wijk en de uitwisselingvan sociaal kapitaal te vergroten), is de menging in Saendelft vooralgebaseerd op het principe van co?xistentie. De architect stelt dat de wijk"een afspiegeling moet zijn van hoe mensen met elkaar leven", maar deopzet van de wijk is volgens hem niet bedoeld om sociale contacten tus-sen huurders en kopers te genereren. `Living apart together', zoomschrijft een wethouder ook de motivaties van het plan voorFiguur 1 Het stedenbouwkundige plan voor Saendelft,juni 2008. Op de kaart is te zien hoe de structuur van depolder is verwerkt in het stratenpatroon van de wijk,onderbroken door vijf ovalen. Van rechtsonder naar bovenloopt de dorpsstraat van Assendelft, die de wijk in tweedelen splitst. In het midden van de kaart ligt, ook in eenovaal, het recent gerealiseerde winkelcentrum. Bron: SVPStedenbouw en Architectuur.Figuur 2 (0nder): De buurt `Fragmentarisch' met donkergearceerd de huurwoningen en lichter gearceerd de koop-woningen. De Zonzijde is de meest zuidelijke straat, dekoopwoningen liggen aan het water dat uitkijkt op depolder.46Saendelft. "Je komt elkaar toevallig tegen, maar zoekt elkaar niet bewustop".KOPERS EN HUURDERS IN DE ZONZIJDEAan het ontwerp van de buurt liggen dus bepaalde idee?n over ruimte-gebruik door bewoners ten grondslag, maar hoe leven de bewoners vande buurt in de praktijk met elkaar samen? De kopers en huurders die wijspraken blijken op verschillende manieren te passen bij het beeld van denetwerkstedeling. Zij verhuisden veelal om functionele redenen: eenruime, relatief goedkope woning die met de auto goed bereikbaar is.Hun sociale netwerk ligt vooral bij kopers grotendeels buiten de wijk."Ik hoef niet bij iedereen over de vloer te komen", zegt een bewoonstervan een koopwoning in de Zonzijde. Ik heb geen tijd. Je buren kies jeniet uit, je vrienden wel". Sociale contacten die tussen wijkbewonersontstaan zijn vaak gestructureerd rondom kinderen. Toch noemenbewoners de wijk over het algemeen anoniem en vinden zij dat velen opzich zelf leven.Kopers in onze onderzoeklocatie Zonzijde hebben geen grote gehecht-heid aan hun straat of buurt maar wel aan de Zaanstreek, waar zij ookmerendeels vandaan komen. Huurders in de straat komen vooral uitAmsterdam. Saendelft is voor mensen in Amsterdam namelijk een vande gebieden in de regio waar het mogelijk is een relatief ruime socialehuurwoning te krijgen zonder tientallen jaren wachtduur. De gesprokenhuurders hebben de verhuizing naar Saendelft ervaren als een kleinestap in geografische zin, maar zijn vaak (nog) niet erg aan de Zaanstreekgehecht. Ze spreken met affectie over hun oude wijken in Amsterdam,waar het burencontact hechter was dan in Saendelft. Desalnietteminzijn er tussen enkele huurders intensievere sociale relaties ontstaan,waarbij men ook gezamenlijk gebruik maakt van de voortuin in de zonaan de straatzijde, soms met muziek. Kopers gebruiken vooral hun ach-tertuin aan de polderzijde, met het eigen gezin.Kopers en huurders hebben geen intensieve contacten in de straat. Maarzij zijn zich wel bewust van verschillen tussen beide groepen. De eerstespanningen ontstonden na de oplevering van het project, zo'n zeven jaargeleden. De Zonzijde had al snel een slechte naam. In het eerste half jaarzouden er volgens ge?nterviewde kopers brandjes geweest zijn in tweehuurwoningen en er zou een wietplantage zijn ontdekt. Kopers sprakende corporatie aan op gedrag van sommige huurders. "Als je dat schorre-morrie in zo'n rijtje zet", zegt een bewoner, "dan moet je niet verwachtendat je naast een chirurg vogelvrije, schietgrage mensen moet zetten. Datgaat niet werken in deze straat".Conflicten zijn in de Zonzijde met name ontstaan over het parkeren vanauto's. De parkeerplaatsen van huurwoningen zijn in parkeerhavens aanhet eind van de straat geplaatst, terwijl kopers hun auto op eigen terreinkunnen parkeren. Om autogebruik te ontmoedigen zijn in de Zonzijdebovendien, evenals in de rest van Saendelft, relatief weinig openbareparkeerplaatsen per woning gecre?erd. In de dagelijkse praktijk blijkener echter te weinig plaatsen in de parkeerhavens te zijn en wordt er opde paden geparkeerd, die daarvoor genoeg ruimte bieden. Kopers ver-wijten huurders dat zij wildparkeren, huurders verwijten kopers dat zijplekken in de parkeerhavens bezet houden terwijl hun garages leeg zijn.Het conflict tussen huurders en kopers gaat behalve over het parkerenvan auto's ook over manieren van communicatie.Huurders nemen het kopers kwalijk dat zij hen niet direct aansprekenmaar bij wildparkeren de politie inschakelen die hen boetes oplegt. Eenander conflict richt zich op het aanzicht van de voor- en achtertuinenvan huurwoningen waarop bewoners van koopwoningen uitkijken. Detuinen zagen er in de ogen van sommige bewoners onverzorgd uit. Erlagen stenen en het onkruid woekerde. In hun achtertuin moestenkopers en huurders beschoeiing aanleggen om de slootkant te verhar-den. Waar kopers hier vaak een bedrijf voor inschakelden, namen huur-ders het meestal in eigen hand, met wisselend resultaat. Kopers van deomliggende woningen gebruiken verschillende strategie?n om de `ver-waarloosde' tuinen niet te hoeven zien. Sommigen leggen schuttingenof dichte struikpartijen aan langs de sloot aan de achterzijde van huntuin, anderen vermijden de Zonzijde. In een naastgelegen straat werdenhuurders er door kopers op aangesproken dat zij vlaggetjes haddenopgehangen tijdens het wereldkampioenschap. Dat was iets wat nietzou `horen'. In deze situaties wordt de ruimtelijke claim van de enegroep door de andere groep als een inbreuk ervaren. De spanningenrondom het gebruik en de inrichting van tuinen en parkeerplaatsen zet-ten bovendien een proces in gang waarin bewoners elkaar, vaak op basisvan oppervlaktesignalen, beoordelen en categoriseren.Zoon: "Aan de overkant is het allemaal groter en ambitieuzer (...) Die[kopers] hebben allemaal zoiets van: wij verdienen meer, wij hebbenmeer geld om te besteden, dus jullie zijn een stelletje armoedzaaiers (...)Het gaat er echt niet om wat zij doen qua werk of zo, maar het is gewoonhoe ze overkomen (...) Bij hun kun je aflezen dat ze het idee hebben datze beter zijn dan anderen. Ze hebben gewoon zo'n kapsones".Vader: "Gewoon, een strenge meesterlook".Zoon: "Het is de hele ... lichaamstaal wat hun uitspreken, weet je? Hoeje loopt, hoe je doet".Door deze conflicten ontstaan categoriseringen waarbij de scheidslijnenzich verscherpen. Een conflict wordt door individuele bewoners welis-waar verschillend ervaren en beoordeeld, maar is aanleiding voor eenproces waarin bewoners grenzen optrekken tussen sociale klassen enstatusgroepen. Dit werd bijvoorbeeld duidelijk uit een incident rondomeen trampoline in de voortuin van een koopwoning. Toen de kinderenvan een bewoner van een huurhuis door de overburen uitgenodigd wer-den om op de trampoline te spelen werd zij hier door enkele buren opaangekeken. Zij vertelt hoe enkele buren haar uitscholden omdat ze deoverstap naar de "Hollandse mensen" aan de overkant maakte. Burenweigerden haar gedag te zeggen en in het winkelcentrum maakten men-sen "rare opmerkingen". Een andere bewoner verhaalt over een incidentin de straat, waarbij ze door een vrouw erop werd aangekeken contact tehebben met een buurvrouw die de politie had gewaarschuwd voor fout-parkeerders. "Ik had geen ruzie met die vrouw", zegt ze. "Ik had zelf nognooit een woord met haar gewisseld. Alleen maar omdat ik stond te pra-ten met de [buurvrouw] (...) Het wordt mij als het ware gewoon opge-drongen". Conflicten tussen individuele bewoners leidden tot situatieswaarin groepen bewoners elkaar door groepsdruk gaan wantrouwen envermijden.HARDWARE EN SOFTWAREOver nieuwbouwwijken bestaat een aantal hardnekkige beelden. Ze wor-den vaak gezien als uniform en betekenisloos, plekken zonder theater endrama, waar bewoners zich terugtrekken in de private sfeer van heteigen erf. Ons onderzoek in en om de Zonzijde laat zien dat bewoners dewijk en de woning deels zien als een inwisselbare plek. De wijk ligt gun-stig ten opzichte van uitvalswegen en de woning is relatief groot engoedkoop. De buurt is voor velen van hen een `gemeenschap van beperk-te aansprakelijkheid'.Maar uit onze interviews komen ook sterke verschillen bovendrijventussen groepen bewoners en de manier waarop deze groepen de publie-TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ACHTERGROND47TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ACHTERGRONDke en semipublieke ruimtes van de wijk gebruiken. Bepaalde identitei-ten komen samen voor de huurders, andere voor de kopers. Kopers zijnvaak uit de eigen regio afkomstig, hebben een hoger inkomen en zijnautochtoon, huurders komen vaak uit Amsterdam, hebben allen eenlager inkomen en meerdere van hen zijn allochtoon. Waar de meestebewoners van koopwoningen zich ori?nteren op het private domein vande woningen en de achtertuin, zijn huurders vaak gericht op de voor-tuin en de stoep. Voor verschillende sociale huurders spelen buurtcon-tacten met huurders namelijk wel degelijk een rol in het sociale leven endie vinden deels op straat of in de voortuin plaats. De stoep en de voor-tuin hebben daarmee deels een andere functie voor huurders dan voorkopers. Het zijn voor huurders gebruiksruimtes, mede omdat zij op hetzuiden liggen. Er vindt tussen deze van elkaar verschillende groepenparochialisering van ruimte plaats, een begrip van Lyn Lofland13. Destraat wordt ervaren als een ruimtes waar zij bekenden en buren treffen.Dergelijke `parochies' geven bewoners van een wijk een gevoel van fysie-ke en emotionele veiligheid. Voor de kopers zijn de voortuinen en stoepeerder representatieve ruimtes dan sociale gebruiksruimtes. Dat botstmet de (voor)tuinen van huurders. Die zijn minder ingericht op repre-sentativiteit omdat ze daarvoor minder grote financi?le investeringenkunnen doen. Investeringen die zich bovendien niet terug zullen beta-len, omdat de tuin van de corporatie blijft.Er ontstaan in Zonzijde conflicten over het parkeren van auto's, tuinon-derhoud, geluidsoverlast en dergelijke die samenhangen met verschillenin wooncultuur. Deze verschillende woonculturen worden in Zonzijdemet elkaar geconfronteerd in een publieke ruimte die op bepaalde pun-ten ambigue is vormgegeven, met name de grenzen tussen publiek enprivaat. Het ontbreken van een stoep, de schakering van woningen, demix van koop en huur, het beperkte aantal gedeelde parkeerplekken, hetgebrek aan beschoeiing langs de sloten: het zijn elementen die in dedagelijkse praktijk niet goed werken omdat mensen moeite hebben omte bepalen welke ruimte wie toebehoort. De fysieke ruimte van de straatleent zich daardoor niet goed voor het afstand houden dat midden- enhogere klasse bewoners vaak wensen. Bovendien worden bewoners er, inthe face, met elkaars aanwezigheid en gedragingen geconfronteerd. Eenverkeerd geparkeerde auto, het luid afspelen van de stereo-installatie, deaanblik van voor- en achtertuinen; mensen kunnen moeilijk ontsnappenaan de ander. Anderzijds is er weinig ruimte die de meer buurtgerichtebewoners met elkaar kunnen toe-eigenen (bijvoorbeeld om samen te zit-ten) zonder daarbij de afstand die anderen wensen te verkleinen. Deinrichting van ruimte blijkt in de praktijk een voedingsbodem voor con-flict te zijn.Wat kan er concreet geleerd worden van het onderzoeksmateriaal voorde inrichting van publieke en semipublieke ruimten in de wijk? Debelangrijkste les die wij trekken is dat bij het plannen van een wijk ken-nis nodig is, niet alleen van de cultuurhistorische identiteit van eenplek, maar vooral ook van de sociaal-culturele identiteiten van bewo-ners en hun woonculturen. Bij het ontwerp van de publieke ruimtes vaneen wijk en buurt - het plein, de stoep, het grasveld, het water - kan veelbeter ingespeeld worden op de behoeften aan afstand en nabijheid dieonder bewoners leven, met aandacht voor de verschillen daarin tussenverschillende groepen bewoners. Als wordt gekozen voor het mengenvan sociaal-economische groepen in een straat, is het van belang eenvormgeving te kiezen die afstand houden mogelijk maakt voor wie datwensen, maar voor meer buurtgerichte bewoners ook parochiale domei-nen faciliteert waar anderen weinig last van hebben.Planning richt zich van oudsher meestal op de hardware van de stadwaarbij ??n beeld van orde en helderheid wordt nagestreefd. De orde-handhaving en het beheer door betrokken instituties (politie en corpo-ratie) in de geplande ruimte ligt meestal in het verlengde van dit beeld.Maar sociaal-economisch verschillende groepen willen vaak ook ver-schillend met deze instituties en elkaar om gaan bij meningsverschillen,van direct en persoonlijk contact tot formeel en duidelijk.Het herkennen en bewust zijn van verschillende groepen bewoners (intermen van leeftijd, klasse, geslacht, etniciteit, cultuur, religie), elk methun eigen claim op ruimte die gefaciliteerd zou moeten worden zonderelkaar al te veel in de weg te zitten, past in een communicatieve benade-ring van planning met een pluralistisch samenlevingsbeeld. Niet alleenplanners kunnen baat hebben bij deze kennis. Ook voor aspirant-kopersen huurders kunnen inzicht in de buurt en de te verwachten buurtgeno-ten bijdragen aan een ge?nformeerde keuze, in plaats van de botsing vanverwachtingen die nu vaak optreedt.Noten1 Arnold Reijndorp, Vincent Kompier, Stefan Metaal, Ivan Nio & Birgitt Truijens,Buitenwijk. Stedelijkheid op afstand (Rotterdam: NAi Uitgevers, 1998).2 Ivan Nio, `Vinex: tussen identificatie en onthechting', Ruimte in debat, 4(5), 2006, p.3.3 Arnold Reijndorp, `Wat beweegt de Vinex-mens?' Archis, 1, 2001, pp. 1-5.4 G. D. Suttles (1972), The Social Construction of Communities, University ofChicago Press, Chicago, IL.5 Zie bijvoorbeeld G. Galster (2007) `Should Policymakers Strive for NeighborhoodSocial Mix? An Analysis of the Western European Evidence Base'. In: HousingStudies, 22:4 pp. 523-545.R. Kleinhans (2004) `Social implications of housing diversification in urban rene-wal: a review of recent literature', In: Journal of Housing and the BuiltEnvironment, 19, pp. 367?390.6 T. Lupi (2010) Buiten wonen in de stad, Amsterdam: Aksant7 M. Roberts (2007) `Sharing Space: Urban Design and Social Mixing in MixedIncome New Communities' In: Planning Theory & Practice, 8:2, pp. 183-204,R. Atkinson en K. Kintrea (1999) `Owner-occupation, social mix and neighbourhoodimpacts' In: Policy & Politics 28:1, pp. 93-108P. Brophy en R. Smith (1997) `Mixed-Income Housing: Factors for Success' In:Cityscape: A Journal of Policy Development and Research, 3:2 pp. 3-31M. Joseph en R. Chaskin (2010) `Living in a mixed-income development: residentperceptions of the benefits and disadvantages of two developments in Chicago'.In: Urban Studies 47(11) pp. 2347-2366B. Jupp (1999) Living Together: Community life on Mixed Tenure Estates. Londen:DemosT. Lupi (noot 7).8 T. Beekman, F. Lyons en J. Scott (2001) `Improving the Understanding of theInfluence of Owner Occupiers in Mixed Tenure Neighbourhoods'. Report 89Edinburgh, ODS Ltd. For Scottisch Homes9 R. Putnam (2007) `E Pluribus Unum: Diversity and Community in the Twenty-firstCentury' In: Scandinavian Political Studies, 30:2, pp. 137-7410 Zie Joseph en Chaskin (noot 7)11 Dit artikel komt voort uit het onderzoeksproject `Buurten, spanningen en conflic-ten', een samenwerkingsverband tussen NCIS Institute, Gemeente Zaanstad enOTB, waarin de relaties tussen bewoners in vier wijken in Zaanstad zijn onder-zocht. L. Reinders en E. Bosch (2012) `Thuis in de Stad'. Den Haag: NICIS12 J. Huisman & J. Linders, (2006) Pioniers op het Veen. De wording van Saendelft,Amsterdam: Studio Roozen, p. 35.13 Lofland, L.H. (1998) The public realm. Exploring the city's quintessential social ter-ritory. New York: Aldine de Gruyter.
Reacties