Corporaties hebben de gewone starters op de woningmarkt vaak slecht in beeld. Daarom kiest Woonservice Meander voor een jongerenbestuur met verregaande bevoegdheden om ideeën uit de regio op te halen en te beslissen over maatschappelijke investeringen. Geen participatie door, maar beslissingsbevoegdheid bij een categorie bewoners van de regio. Een aanpak die een antwoord wil zijn op het veranderde politieke klimaat.
45TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2011ACHTERGRONDCorporaties hebben de gewone starters op de woningmarkt vaak slecht in beeld. Daarom kiestWoonservice Meander voor een jongerenbestuur met verregaande bevoegdheden om idee?n uitde regio op te halen en te beslissen over maatschappelijke investeringen. Geen participatie door,maar beslissingsbevoegdheid bij een categorie bewoners van de regio. Een aanpak die eenantwoord wil zijn op het veranderde politieke klimaat.MAATSCHAPPELIJKINVESTEREN ONDERREGIE VAN BEWONERSDOOR AP VAN TOOR, WILLEM BIJL, BESTUUR-DER BIJ WOONSERVICE MEANDER, FRANS DEJONG, ZELFSTANDIG ADVISEUR/ CONSULTANT TOTHE FIRM BIJ QUINTISVoor `de maatschappelijke onderneming' is hetpolitiek bestuurlijke klimaat sterk veranderd. Indit artikel trekken we lering uit de recente ge-schiedenis, waarin het gevecht over het publiekevertrouwen de hoofdrol speelt. Tegen die achter-grond hebben wij als corporatie ons `gesprek metde samenleving' kritisch geanalyseerd. Conclusie:we zijn een heel gewone corporatie en dat isniet goed genoeg om duurzaam en legitiem teinvesteren in de samenleving. We hebben blindevlekken en de participatie van bewoners verdienteen impuls. Daarvoor doen wij een experiment:wij brengen een aanzienlijk deel van onze inves-teringen in ruimte voor jeugd onder regie vanjongeren. Wij nodigen u uit om commentaar enadvies te leveren.1. VAN VERENIGEN NAARMAATSCHAPPELIJK ONDERNEMENMensen bewegen zich eengroot deel van hun tijd inorganisatorische verban-den, als werknemer, alsklant, als burger, als lid.Naast organisaties van markt en staat zijndat de organisaties van het `middenveld', diezich niet zoals marktorganisaties primairrichten op het verdienen van geld, maar ophet bouwen van waarde voor de samenle-ving. Daarin lijken ze op overheidsorganisa-ties. Ze hebben echter een privaat karakter.Doorgaans met de juridische vorm van ver-eniging of stichting. De legitimiteit van dieorganisaties heeft twee kanten: ze wordenvaak beschermd, bevoordeeld en ingekaderd? beschaduwd1- door de overheid, die hunnut erkent. Wezenlijker is dat het functione-ren ze gegund wordt door hun leden, hundeelnemers, de mensen waar ze meeomgaan. Men kan zeggen dat marktorganisa-ties hun legitimiteit verdienen op de markt,de overheid z'n legitimiteit gedelegeerdkrijgt van de volksvertegenwoordiging en dathet middenveld zijn legitimiteit gegundwordt door de samenleving.Wat in de samenleving de verhouding moetzijn tussen `markt, middenveld en staat' en hoeje die verhouding vormgeeft, is een kwestievan politieke voorkeur. Daarmee is het eenonderwerp van jarenlang publiek debat. Degeschiedenis van de corporatiesector illus-treert dat. Veel woningcorporaties zijn of wa-ren oorspronkelijk woningbouwverenigingendie voor hun eigen leden bouwden. In 1966bepaalde de overheid dat een woningbouwver-eniging moest bouwen voor de samenlevingals geheel. Daarmee veranderde de verhoudinghuurder/corporatie van karakter. Van lid/ver-eniging, naar klant/leverancier zou men kun-nen zeggen. De corporatie werd een ongewoneonderneming binnen strakke overheidskaders.In 1995, werden de verhoudingen met de over-heid voor een deel geliberaliseerd. De volks-huisvesters hielden wel de wettelijke plicht omte zorgen voor goede en betaalbare woningenvoor lagere inkomensgroepen, ongeveer 30%van alle huishoudens in Nederland2.Veel verenigingen met hun wat stroperige be-sturingsmodel werden omgezet naar stichting.46TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2011ACHTERGRONDJuistdegewonestartersopdewoning-enarbeidsmarkthebbencorporatiesslechtinbeeld.(Foto Evelyne Jacq / Hollandse Hoogte)TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2011ACHTERGROND 47Een juridische vorm die een grotere slagkracht mogelijk maakt. Corporaties kregeneen niet-gekozen Raad van Toezicht. Landelijk toezicht op de individuele corpo-raties op bedrijfsvoering en taakuitoefening werd belegd bij het CFV3. Doordatcorporaties nu zelf het benodigde geld bij elkaar moesten halen, werden er mindergoedkope sociale huurwoningen gebouwd - de huuropbrengsten van deze wo-ningen ten opzichte van de bouwkosten zijn niet rendabel. Het ondernemerschapwerd door de verhouding rendabel/onrendabel een noodzakelijk onderdeel van hetfunctioneren van corporaties. Rond 2005 werd het begrip maatschappelijke onder-neming nadrukkelijk gepositioneerd4. Een nieuwe term waarmee tot uitdrukkingwerd gebracht dat het hier ging om echt zelfstandig ondernemende organisatiesdie `toch' het maatschappelijke nut en niet de eigen portemonnee wilden dienen.2. EEN KWESTIE VAN VERTROUWENVoor de meeste grote organisaties, of ze nu behoorden tot markt, overheid of mid-denveld, kalft de vertrouwensbasis langzaamaan af in een sluipend proces5. Ditprobleem werd aanvankelijk geaccepteerd als neveneffect van professionaliseringen individualisering. Toen op woensdag 1 juni 2005 een ruime meerderheid van deNederlandse kiezers in een landelijk referendum het voorstel voor een EuropeseGrondwet afwees, werd dit ervaren als een motie van wantrouwen van de burgerstegen de politiek. Het dalend vertrouwen tast de slagkracht van de instituties af,niet alleen die van de overheid, maar ook die van middenveld en markt. Het opere-ren van de organisaties komt in beeld als oorzaak. De minister van BinnenlandseZaken schrijft over een van de oorzaken in 2005: `Als de burger als klant wordtbehandeld gaat hij zich ook als klant gedragen: afstandelijk en kritisch ... de burgermoet ook citoyen zijn'6. Hiermee kwam de verhouding burger-organisatie in over-heid en middenveld op de politieke agenda.Het aanvankelijk toch wat theoretische gesprek over de inrichting van de institu-ties kreeg operationele politieke betekenis tijdens de kabinetsformatie van 2006/7.Het motto van het nieuwe kabinet werd `samen'7. In het bestuurlijke beeld van hetkabinet kreeg de maatschappelijke onderneming een expliciete plek: de overheidtreedt terug en de burger en zijn verbanden (i.c. de maatschappelijke onderne-ming en zijn deelnemers) nemen de vrijgekomen ruimte in het publieke domeinin. Daarmee ontstaat dan als het ware ruimte voor dat zo verlangde burgerschap,die citoyen. Die organisaties moeten dan wel gaan werken aan hun legitimiteit:de `gunning' van vertrouwen. Vormgeven aan dat `samen'. Zodoende zou een haltworden toegeroepen aan de trends van afnemend vertrouwen en het gevoel dat desamenleving niet langer van ons is.Dat was het idee. Een nieuwe rechtspersoon zou waarborgen moeten verschaffenvoor een grotere betrokkenheid van mensen bij hun onderwijs, wonen, welzijn enzorg. Professionalisering en schaalvergroting hadden het gevoel van eigenaarschapbij leden en deelnemers aan maatschappelijke ondernemingen sterk verminderd.Democratisering zou die trend moeten ombuigen. Maatschappelijke ondernemin-gen waren doorgaans ofwel verenigingen (met als nadeel een geringe mate vanondernemerschap) of stichtingen (met als nadeel een gering democratisch gehalte).Zou er een rechtspersoon kunnen worden gemaakt die de voordelen van de een(democratisch gehalte) kon verenigen met die van de ander (ondernemerschap)?De vormgeving van de rechtspersoon werd door het ministerie van Justitie `ininteractie met de sectoren' vormgegeven. Door die openheid kwam al snel aan hetlicht dat over het idee van een versterkte positionering van de maatschappelijkeonderneming in het kabinet verschillend werd gedacht. Eigenlijk werd het ideevan een steviger rol voor een gedemocratiseerde maatschappelijke ondernemingdoor slechts twee van de partners in het kabinet werkelijk omhelsd (CU en enkeleministers van het CDA). Voor een ander deel werden de teksten van het regeerak-koord ge?nterpreteerd als behoud van staatsinvloed over de band (PvdA) ? de terug-tredende overheid zou haar invloed behouden via een versterkte maatschappelijkeonderneming, die in de beleving van de PvdA meer een uitvoeringsorganisatiemoest zijn dan een zelfstandige onderneming. Die PvdA-benadering strookte metde bestuurlijke logica van Brussel dat weinig anders kent dan `markt en staat'. Eenterugtredende overheid leidt in de Brusselse logica bijna automatisch tot een ver-sterkte werking van de markt.48TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2011ACHTERGRONDDaarbij waren de maatschappelijke onderne-mingen in spe ook zelf niet in staat om hunmeerwaarde voor de verhouding organisatie-individu te profileren. Sectorale belangen vanwonen, zorg en onderwijsinstellingen speel-den een rol. Maar ook de sfeer van achterdochtjegens grote instellingen van het middenvelden hun bestuurders. Er bestond niet bepaaldeen klimaat waarin zelfkritiek goed zou vallen.Corporaties en instellingen van welzijn, zorgen onderwijs, verzameld onder leiding vanW. van Leeuwen in het Platform Maatschap-pelijke Ondernemingen, beweerden dan ookdat het met de invloed van de burger in dehuidige maatschappelijke onderneming dik inorde was. Verrassend dat dit nauwelijks werdweersproken? Mogelijk had de kwestie van hetvertrouwen van de sedert 2005 zijn actualiteitverloren. In ieder geval verdween de democra-tiseringsdoelstelling van de wetgever helemaalnaar de achtergrond. Wat op de agenda bleef,was de kwestie van het versterkte toezicht ? deverhouding tussen instituties onderling en derol van de staat.Van politieke regie was evenmin sprake. Gos-linga beschrijft dat recent in Trouw: "Kort nahet aantreden van het kabinet-Balkenendevan CDA, PvdA en ChristenUnie begin 2007,onthulde Herman Wijffels, de smeder van decoalitie, dat onder druk van Balkenende enRouvoet elke verwijzing naar het maatschap-pelijk belang van individualisering uit hetregeerakkoord was geschrapt.8" Ze deden datvolgens zeggen van Wijffels uit electoraleoverwegingen. Juist de partijen die de burgeren hun verbanden wilden versterken, wildenomwille van de negatieve connotatie van hetbegrip individualisering in hun achterban,de rol van die individuele burgers niet in deetalage zetten. Een curieuze situatie waardoorer in ieder geval geen sterke politieke sturingop de ontwikkeling van de maatschappelijkeonderneming mogelijk was.Als gevolg van deze geschiedenis kwam er op3 juli 2009 een voorstel naar de Kamer dat eenstichting met extra toezichthoudende organenbleek te zijn9. In de toezichtstructuur voerdenvertegenwoordigers van de stakeholders deboventoon. Men zette in op versterking vande institutionele verbanden zou men kunnenzeggen, niet zozeer op de verbanden tussenburger en instituties. In de hoorzitting in deKamer (november 209) werd van deze benade-ring niet veel verwacht. De redenering die daarbleef hangen, was dat het feit `dat de burger heteigendomsgevoel bij maatschappelijke onder-nemingen was kwijtgeraakt', niet zou wordenopgelost door deze nieuwe rechtspersoon.Achteraf kan men zeggen dat bestuurders vancorporaties, scholen, ziekenhuizen, welzijns-instellingen, de rechtspersoon de definitievedoodssteek hadden gegeven met hun bewerin-gen dat ze het op het punt van participatie alzo geweldig voor elkaar hadden ? geen nood-zaak om die te verbeteren. PvdA kende aandemocratisering van de rechtspersoon geenwezenlijk belang toe (democratie is van deoverheid) en CU en CDA waren conceptueel inverwarring. Zo bezegelden wetgever en maat-schappelijke ondernemers samen het eindevan deze exercitie. En bewoners, pati?nten,scholieren en burgers zagen ? voor zover ze eral belangstelling voor hadden ? in de discussieniet anders dan een van die typisch Haagsespelletjes. Een resultaat van het ontbreken vaneen sterke definitie van het Nederlandse maat-schappelijk ondernemerschap, was dat tegenhet einde van Balkenende IV de PvdA-ministerVan der Laan uit Brussel terugkwam met eenregeling voor staatsteun op het terrein van devolkshuisvesting. Er was gewoon geen overtui-gend Nederlands weerwoord geweest tegen hetmarkt-of-staat-denken van Europa10.3. MAATSCHAPPELIJK ONDERNEMEN IN EENNIEUW KLIMAATWat betekent dit voor de positionering vanonze eigen corporatie? Het huidige politiekebestuur zet in op het serieus nemen van deemoties van burgers en vertaalt dat van deJongerenbestuurMaatschappelijk Investeren in het Land van Heusden en AltenaStand van ZakenVoor de vitaliteit van een regio zijn jongeren van grote betekenis. Ook het Land van Heusden en Altena verliestechter de woon- en werkstarters aan de steden in de omgeving. Dat stelt ons voor de kwestie: hoe scheppenwij een zodanig klimaat dat het goed wonen, werken en recre?ren is in onze regio. Scherper nog: `hoe lokje ze terug van hun studieplek naar de regio?' zo formuleerde een van de jonge mensen die we spraken devraagstelling.De ervaring leert dat van het traditionele marktonderzoek en de traditionele vormen van inspraak niet zo veelte verwachten valt. Op de een of andere manier ontstaan dan in het proces van afweging toch compromissenwaardoor juist niet dat verschil wordt gemaakt waar we naar op zoek zijn. De doelgroep is ook te gevarieerden te beweeglijk om `vast te pakken' en in te passen in onze overleg- en organisatiemodellen. Wel zien wepositieve effecten waar jongeren samenwerken aan `echte' maatschappelijke klussen.Voortbouwend op die observaties en ervaring zijn we gekomen tot een opzet van een jongerenbestuur dat weechte beslissingsbevoegdheid geven over de maatschappelijke investeringen in het leefklimaat voor woon/werkstarters. Een bestuur dat ook een zekere doorzettingsmacht heeft om die investeringen te realiseren: vanjongerenhuisvesting, ruimte voor werk en ondernemerschap tot recreatie. Praktisch betekent dit dat het jon-gerenbestuur de volgende dingen te doen heeft:? De investeringsvragen uit de samenleving ophalen (op het terrein van wonen, werken, recre?ren),? De initiatiefnemers/ondernemers uitdagen te komen met een `gezonde' business case in het kader waar-van de investeringsbehoefte kan worden vastgesteld;? Financi?le ruimte te krijgen voor de investeringen. Daarbij zal Woonservice Meander `hoofdsponsor' zijn.Bij succes zullen meer investeringsbronnen kunnen worden aangeboord;? Zich verantwoorden voor het gevoerde beleid bij:- een Raad van Toezicht, over de toepassing van de maatschappelijke en bedrijfseconomische criteria- de samenleving, communicatie ter wille van het draagvlak voor het investeringsbeleid.Het gaat hier dus niet om een vorm van `participatie', maar om het opzetten van een serieuze regie-organ-isatie. Uiteindelijk zal het jongerenbestuur bestaan uit zes personen in de leeftijd tussen 18 en 25 jaar. Demensen zullen worden geworven en geselecteerd in een normale selectieprocedure. Voor hun werk krijgende jongeren een goede onkostenvergoeding. De eerste maanden van 2012 zullen worden besteed aan deontwikkeling van een plan van aanpak. Daarbij zal het jongerenbestuur ook waar nodig worden geschoold engetraind.In de Raad van Toezicht hebben zitting vertegenwoordigers uit de volkshuisvesting, het bankwezen, de (jon-geren)communicatie en het publieke bestuur.Een van de opdrachten voor het jongerenbestuur is om de communicatie met de samenleving en dan metname met de woon/werkstarters op te zetten. Dit wordt een van de onderdelen van het plan van aanpak dathet bestuur zal gaan maken. We voorzien dat er sprake zal zijn van een groeimodel. In het eerste jaar kunnenwe nog geen spectaculaire ontwikkelingen verwachten. Maar nadat het bestuur zich een plek verworvenheeft, hopen we op een steeds steviger wordende stroom van initiatieven.49TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 6 DECEMBER 2011ACHTERGROND 49weeromstuit in een stevige versterking van deinvloed van de overheid op de burgers. Voorhet opnieuw politiseren van de rol van demaatschappelijke onderneming is geen draag-vlak meer. Integendeel, we zien dat met namein de subsidie-afhankelijke delen van het mid-denveld een geweldige saneringsoperatie isingezet11- geen teken van politieke sympathie.Wij blijven echter gesteld voor twee vragen.De eerste is die van de legitimiteit: wordt onshet functioneren als maatschappelijke on-dernemer gegund? Ook al is die kwestie vanvertrouwen in instituties wat buiten scopegeraak ? er blijft een probleem bestaan waarwe een oplossing voor moeten vinden. `Zonderdraagvlak geen daadkrachtig beleid'. De tweedeis die van de inhoudelijkheid: investeren we inde goede dingen?De kwesties hangen samen. Om helderheid tescheppen hebben we kritisch gekeken naar demanier waarop we met mensen en organisatiesomgaan. Versterkt dat ons draagvlak? Doenwe de goede dingen? We blijken dan een heelgewone corporatie te zijn. Onze maatschappe-lijke investeringen bepalen we in overleg metde relevante organisaties in ons werkgebied.Met overheden en zorginstellingen hebben weeen redelijk tot goede verhouding en de in-vloed van onze bewoners op ons functionerenals huisbaas hebben we netjes geregeld. Dieinvloed krijgt onder andere gestalte in een ad-viesraad Wonen, die we een grote invloed heb-ben gegeven op onze beleidskeuzes. We zijnvan huis uit, voor zover we kunnen overzienen naar de mening van onze visitatoren, eengewone plattelandscorporatie. Onze huurderszijn redelijk tevreden over ons functioneren.Niets aan de hand zou men zo zeggen.Bij nadere beschouwing blijkt ons maatschap-pelijk gesprek echter eenzijdigheden te verto-nen. Wij kunnen met onze partnerorganisatiesbijvoorbeeld relatief eenvoudig handen envoeten geven aan onze zorg voor de oudere me-demens. Daarvoor zijn we uitstekend toegerustin deze kring. Zodra een groep mensen maat-schappelijk problemen maakt, komt die in onsinstitutionele gesprek wel in beeld. Maar hoewe moeten omgaan met jeugd die geen proble-men geeft? Die niet ontspoort? Juist de ge-wone starters op de woning- en arbeidsmarkthebben we slecht in beeld. De generatie van detoekomst heeft als het ware geen avatar in hetspel van de instituties. Daardoor staan we alsvolkshuisvesters met weinig in handen juistop een punt dat actie geboden is in een marktwaarbij bevolkingskrimp optreedt. Uiteraardzetten we als vanouds in op de productie vanruimte voor woonstarters. Misschien zijn wijals corporatie daardoor wel de enige institutiemet aandacht voor `gewone' jongeren.Wat te doen? Jongeren inspraak geven? Datblijkt juist bij deze doelgroep niet zo eenvou-dig en niet zo effectief te zijn. Jongeren komenin beweging als je een serieuze klus voor zehebt. En die klus hebben we. Wij hebben ervoor gekozen een jongerenbestuur op te zet-ten, dat verregaande bevoegdheden krijgt voorde ontwikkeling van een investeringsprogram-ma in onze regio. Het bestuur moet zelf zorgenvoor zijn draagvlak, gebruik makend van demedia en vormen die daarvoor in deze tijdge?igend zijn. Kort gezegd komt onze aanpakneer op: als er geen gesprekspartner is, moetenwe er een maken... en binnen de kring van onsinstitutionele gesprek met de samenlevingbrengen. Is dat ook een benadering die je voorandere groepen kunt toepassen?Hierna treft u de beschrijving aan van ons ex-periment. Pakken we hiermee de probleemstel-ling uit het eerste deel van ons artikel aan? Watzal dit doen met het draagvlak van ons werk?Zal deze reactie wellicht tegenreacties oproe-pen? Stroken onze aanpak en onze aspiratiesmet wat hoort bij een moderne corporatie ineen nieuw politiek tijdperk?De tijd zal het leren ? ons experiment moet nogbeginnen. Aan de vooravond van dit experi-ment zijn we ook erg ge?nteresseerd in de op-vatting van collega-organisaties. In de discus-sies op internet (bijvoorbeeld op corporatie.nl)lezen wij soms een onverholen cynisme overhet beslissingsbevoegd maken van bewonersover hun woonomgeving. Wij kiezen toch voordie koers ? welke risico's ziet u? wat adviseertu ons daaraan te doen? Natuurlijk zijn wij welzo realistisch om te erkennen dat er belangen-tegenstellingen bestaan tussen corporatiesals organisatie (bedrijfsmatige continu?teit,duurzaam beheer van het woningbezit) en debewoners. Hebben wij hiermee een vorm tepakken die de belangentegenstelling construc-tief zal maken?Het experiment zal het leren ? en uw com-mentaren en adviezen kunnen ons daarbijhelpen.Noten1 Jan-Kees Helderman, "Corporaties: tussen status encontract". SEV Essay-reeks 'Corporaties, eigenaardigvolwaardig' nr. 2.2 Geregeld via de Wet balansverkorting geldelijkesteun volkshuisvesting van mei 1995. Bij deze reorga-nisatie is de financi?le sturing van de corporatiesdoor de overheid grotendeels opgeheven ten gunstevan een grotere bestuurlijke vrijheid voor de woning-bouwcorporaties. Na de operatie werd de financi?lepositie van de corporaties individueel gecontroleerddoor het zelfstandige bestuursorgaan Centraal FondsVolkshuisvesting (CFV). Met deze `bruteringsoperatie'werden subsidies van het Rijk aan de woningcorpo-raties afgeschaft, met als compensatie een bedragineens dat verrekend werd met de schulden die decorporaties bij het Rijk hadden. Het ging hierbij ombedragen van 36,8 respectievelijk 26,6 miljard gulden.De operatie ging in mei 1994 van start. De afwikkelingervan duurde tot en met het jaar 2000.3 Het Centraal Fonds Volkshuisvesting is de financieeltoezichthouder voor woningcorporaties. Daarnaastadviseert het Fonds inzake het rechtmatigheidstoe-zicht en volkshuisvestelijk toezicht. Ook fungeert hetFonds als saneringsfonds en is het voor corporatiesmogelijk via het Fonds in aanmerking te komen voorsubsidi?ring, projectsteun genaamd.4 Frans de Jong, "Eigenaardige corporaties". SEVEssay-reeks 'Corporaties, eigenaardig volwaardig' nr.1.5 `Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht,' zovatte het Sociaal en Cultureel Planbureau de situatiein 2004 samen. Zie verder onder andere:Paul Dekker en Tom van der Meer, SCP; Politiek ver-trouwen 1997-2004; (verschenen in: TSS (Tijdschriftvoor de Sociale Sector), december 2004, pp. 33-35).SSC-rapport "Veel geluk in 2007"6 Brief van de minister voor bestuurlijke vernieuwingen koninkrijksrelaties, Den Haag, 8 juli 2005. BijlageRijksbegroting 2007.7 Regeerakkoord 2007 `Samen werken, samen leven'.8 Hans Goslinga, Trouw, 14/05/11.9 Op 3 juli 2009 is een wetsvoorstel ingediend om aanBoek 2 Burgerlijk Wetboek (Rechtspersonen) eennieuwe rechtspersoon toe te voegen. Doel van hetwetsvoorstel is om instellingen in de semipubliekesector ? zoals scholen, zorginstellingen en woning-corporaties ? die zich hebben ontwikkeld tot maat-schappelijke ondernemingen een eigen juridischeinvulling te geven en daarmee garanties te biedenvoor de kwaliteit van bestuur en de verantwoordingaan belanghebbenden. Onderdeel van het voorstelis dan ook aan deze rechtspersoon een nieuworgaan toe te voegen: de belanghebbendenverte-genwoordiging.De MO wordt een mengvorm van vereniging/stich-ting en de kapitaalvennootschappen NV/BV. Er kun-nen onder meer winstbewijzen worden uitgegevenen het jaarrekeningenrecht is van toepassing. Hetbestuur wordt benoemd door een verplicht gestelderaad van toezicht. De ondernemingskamer kan eentoezichthouder ontslaan. In een aantal gevallen isgoedkeuring van bestuursbesluiten vereist door deraad van toezicht.10 Een en ander leidde eind 2009 tot een brief aan dekamer, die het beste maakte van de situatie en tegende druk van Europa in toch ruimte liet voor het maat-schappelijk ondernemerschap.11 In z'n totaliteit wordt bijvoorbeeld in mei 2011 eenbedrag 220 miljoen bezuinigd op PGO-organisaties.De motivatie daarvoor is dat er zo doende ruimteontstaat voor nieuw beleid en directere belangenbe-hartiging.
Reacties