De huurdersparticipatie kan verlost worden van zijn onbeduidendheid door de verantwoordelijkheid voor consumentenparticipatie over te hevelen van corporaties naar gemeenten, stelde Anita Engbers in het vorige tijdschrift. Huurders moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen, reageert Klaas van der Veen.
TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 5 OKTOBER 2012REACTIE44DOOR KLAAS VAN DER VEEN, ALGEMEEN DIRECTEURHUURDERSVERENIGING DE BEWONERSRAAD FRIESLANDIn het artikel over huurdersparticipatie constateert Anita Engbersdat het verzelfstandigen van de sociale sector en het professionali-seren van corporaties de invloed van huurders heeft gemarginali-seerd. Zij pleit vervolgens voor een overheveling van de verantwoor-delijkheid voor consumentenparticipatie van corporaties naargemeenten.Het is terecht dat mevrouw Engbers aan de bel trekt over de problemendie spelen op het vlak van huurdersparticipatie. Een sterke huurdersver-eniging is van het grootste belang voor de huurders en de sector. Als goedfunctionerende huurdersvereniging in Friesland herkennen wij onszelfechter beslist niet in het beeld dat huurdersorganisaties een halfbakkenpositie innemen tussen huurders en verhuurders en dat huurderspartici-patie in het algemeen is gemarginaliseerd. Er zijn wel degelijk huurders-organisaties die goed functioneren en die effectief en effici?nt opkomenvoor huurdersbelangen.Graag schetsen wij een beeld van hoe wij in Friesland de huurderspartici-patie georganiseerd hebben. Twintig jaar geleden hebben 28 Friese huur-ders de eerste aanzet gegeven voor wat nu Huurdersvereniging DeBewonersraad Friesland (HDBF) is. Inmiddels hebben wij bijna 27.000leden voor wie wij de belangen behartigen bij zes woningcorporaties(gemiddeld is 68% van de huurders lid). In overleg met deze verhuurdershebben wij door de jaren heen een heel scala aan producten ontwikkeld,zoals een protocol herstructurering, sociale pakketten bij sloop en renova-tie, overlastprocedures, vloerregelingen, een huurgewenningsregeling envele andere regelingen en pakketten. Wat deze producten gemeen hebbenis dat ze door de meeste verhuurders worden omarmd. We zijn dan ookgoed te spreken over hoe de Friese verhuurders omgaan met huurderspar-ticipatie. Wij hebben veel kennis over en weten veel van de werkwijze vanverhuurders en werken op heel veel fronten goed met hen samen. Onzehuurdersvereniging kan dan ook omschreven worden als opbouwend kri-tisch en in goed overleg en samenwerking met verhuurders opkomendvoor het huurdersbelang.Dat neemt niet weg dat we voortdurend alert moeten zijn. We sprekenmet verhuurders over zaken die zowel direct als indirect van invloed zijnop het huurdersbelang. Soms lopen we tegen problemen aan. Een voor-beeld daarvan is een fusie die vijf jaar geleden werd ingezet tussen viercorporaties. In plaats van een besparing te realiseren op de bedrijfslastenzouden die lasten alleen maar toenemen. Wij hebben bezwaar gemaakt enons gelijk gehaald. Uiteindelijk is in het betreffende geval een besparingop de bedrijfslasten gerealiseerd van 30 procent en zijn vier directeur-bestuurders en vier Raden van Commissarissen afgetreden. Een mooiresultaat vanuit de redenering dat een corporatie met lagere bedrijfslastenmeer kan doen voor haar huurders. Een mooi voorbeeld daarvan is de zeergoede scorende woningcorporatie Woonservice in Drenthe.Op dit moment hebben we een geschil met woningcorporatieWoonFriesland over de benoeming van commissarissen en het voor-drachtrecht. WoonFriesland weigert de kandidaten te benoemen die wijvoordragen. Samen komen we daar niet uit en dus zijn we naar de rechtergestapt, juist om een situatie te voorkomen die mevrouw Engbers in haarartikel schetst omtrent de benoeming van leden van de Raad vanCommissarissen. Het is mooi als we ons gelijk halen bij de rechter, maarbelangrijker nog is dat we in deze situatie voor alle partijen duidelijkheidscheppen.HUURDERSPARTICIPATIE GEPROFESSIONALISEERDEen mooi resultaat is ook de afspraak die we met alle zes verhuurders heb-ben gemaakt over het energetisch verbeteren van de woning. Wij zien dekwaliteit van de huurwoning als een verantwoordelijkheid voor de ver-huurder en hebben daarom bedongen dat energetische verbeteringen diebij planmatig onderhoud worden doorgevoerd niet aan de zittende huur-der worden doorberekend. Om dit soort resultaten te bereiken vindt metregelmaat professioneel overleg plaats. Wij zijn daarbij geen makkelijkepartij om zaken mee te doen, maar ? als er sprake is van goed overleg - weleen betrouwbare partner voor de verhuurders. Maar liefst 76 keer hebbenDe huurdersparticipatie kan verlost worden van zijn onbeduidendheid door de verantwoordelijkheidvoor consumentenparticipatie over te hevelen van corporaties naar gemeenten, stelde Anita Engbersin het vorige tijdschrift. Huurders moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen, reageert Klaas vander Veen.REACTIEHUURDERS MOETEN ZELF HUNVERANTWOORDELIJKHEID NEMEN45TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 5 OKTOBER 2012REACTIEwe afgelopen jaar schriftelijke adviezen uitgebracht, waarmee we de ver-huurders voortdurend bij de les houden. Wat daarbij natuurlijk vanbelang is dat wij een grote achterban hebben, waarmee we veel, zorgvul-dig en zo helder mogelijk communiceren. Bijvoorbeeld tijdens ??n van deruim 70 ledenbijeenkomsten die we jaarlijks organiseren. Bovendien latenwe eens per vier jaar een marktonderzoek uitvoeren door USP. Mede opbasis van de uitkomsten van dat onderzoek stellen wij ons verenigings-plan op. Kortom: wij redeneren vanuit onze onafhankelijkheid vanuit hetbelang van onze huurders en doen dat in nauw overleg m?t onze huur-ders. Marktonderzoek ligt ten grondslag aan ons verenigingsplan (zieonze website www.debewonersraad.nl) en voor dat plan gaan we vervol-gens vierkant staan. De verhuurders hebben we adviesrecht gegeven ophet verenigingsplan. Een aantal van de gegeven adviezen is overgenomen.Deze werkwijze maakt je als organisatie geloofwaardig en een betrouwba-re partner voor je leden. Verhuurders weten ook precies wat de inzet vanonze vereniging is en kunnen daar vooraf rekening mee houden.Huurdersparticipatie is in Friesland dus zeker niet gemarginaliseerd,maar juist geprofessionaliseerd.We weten dat er elders helaas de nodige huurdersorganisaties zijn die nietin voldoende mate functioneren. Wij zijn het met mevrouw Engbers eensdat huurdersparticipatie niet kan worden overgelaten aan verhuurders,omdat het bij hen niet alleen om het huurdersbelang draait. Zij hebbenaltijd meerdere belangen. Maar de verantwoordelijkheid voor huurders-participatie overhevelen naar gemeenten, is evenmin een optie. Ook degemeente heeft vele belangen. Huurdersparticipatie hoeft nergens onder-gebracht te worden omdat de huurdersorganisaties die het wel goed doenlaten zien dat huurdersparticipatie een zaak is die vanuit de huurders z?lfkan en moet worden opgepakt. Bij huurdersorganisaties is immers duide-lijk dat het belang van de huurders volledig centraal staat en zo moet hetook zijn. Gemeenten en corporaties maken veel deals en hebben over enweer eigen belangen, die niets met het belang van huurders te maken heb-ben en waar je als huurder niet tussenkomt.Wij vinden dat huurdersorganisaties de huurdersbelangen goed moetenorganiseren, huurders duidelijk moeten kunnen maken welke prestatiesze leveren, goed met de huurders moeten communiceren en zo hunbestaansrecht moeten verdienen. Voor ons is de ANWB een mooi voor-beeld. De ANWB heeft vier miljoen leden, vooral vanwege het feit dat zevertrouwen hebben in de dienstverlening en producten van de ANWB. Zijzijn dan ook bereid daar een bijdrage voor te betalen.Wij zetten ons in voor het directe en indirecte belang van de huurders. Welaten zien dat we dat doen en hoe we dat doen. In ruil daarvoor betalen dehuurders elke maand een financi?le bijdrage. We zijn op weg naar eensituatie waarin 65% van de inkomsten van onze vereniging rechtstreeksbetaald wordt vanuit de bijdragen die onze leden betalen en 35% vanuit dehuursom door de verhuurders. De kosten voor de belangenbehartigingvan de verhuurders worden per slot voor 100% vanuit de huursombetaald.We hebben er 20 jaar, met vereende krachten, hard voor gewerkt om van-uit een onafhankelijke positie een huurdersvereniging op te bouwen waarde huurders eigenaar van zijn en waar ze ook verantwoordelijk voor zijn.Het is h?n vereniging. Die onafhankelijke positie, die zelfstandigheid zalHuurdersvereniging De Bewonersraad Friesland behouden. Wij zijn ervan overtuigd dat we alleen op deze wijze de huurdersbelangen ?cht goedkunnen behartigen.Nawoord Anita Engbers:Het siert Klaas van der Veen dat hij de discussie met mij aangaat ? en het is eenteken aan de wand dat geen enkele corporatiedirecteur de handschoen heeft opge-pakt ? maar als de meeste huurdersorganisaties zo functioneerden als deHuurdersvereniging De Bewonersraad Friesland (HDBF) waarvan de heer Van derVeen directeur is, dan had ik geen aanleiding gevonden om te pleiten voor een ont-vlechting van de relatie tussen huurdersorganisaties en verhuurders en voor eengrotere rol van het gemeentebestuur.Mijn eigen ervaringen met huurdersbelangenbehartiging vormden de eerste aanlei-ding daartoe. Iets voor de eeuwwisseling heb ik de huurdersorganisatie vanWoonpartners Gouda in het leven geroepen. Omdat ik gemeenteraadslid werd, benik eind 2000 afgetreden als voorzitter. Datzelfde jaar werd ik op voordracht van dehuurdersorganisatie in Alphen aan de Rijn lid van de Raad van Toezicht vanWonenCentraal, waar ik enige jaren later hardhandig werd uitgewerkt.Het is allemaal een tijd geleden dus ik kan nu wel lachen bij de herinnering aan dehooghartigheid waarmee mijn verhuurder de Wet op het overleg huurders en ver-huurder stelselmatig aan zijn laars lapte; of aan de desinteresse die mijn collega's bijde Raad van Toezicht aan de dag legden voor de klachten van huurders of voor actu-ele vraagstukken. (Mijn voorstel om onszelf te abonneren op het Tijdschrift voor deVolkshuisvesting werd aangegrepen om mijn capaciteiten in twijfel te trekken.) Deverwondering en de overtuiging, dat de huurdersparticipatie op een verkeerde leestis geschoeid, zijn overgebleven en zag ik als oplettende volksvertegenwoordigerherhaaldelijk bevestigd worden.De afgelopen vijf jaar heb ik als onafhankelijk voorzitter van een door de provincieZuid-Holland gesubsidieerd reizigersplatform diametraal tegenovergestelde erva-ringen gehad. In het artikel `Hevel huurdersparticipatie over naar gemeenten' heb ikde tegenstellingen benoemd en geanalyseerd.Klaas van der Veen deelt mijn conclusie, dat je de huurdersparticipatie niet aan ver-huurders kunt overlaten. Het is knap hoe HDBF zich aan de onbeduidenheid heeftonttrokken door de krachten te bundelen van huurders van verschillende woning-corporaties; een uitweg die ik niet genoemd heb maar waar ik w?l een groot voor-stander van ben. Het sluit mijn aanbeveling om gemeenten verantwoordelijk temaken echter n?et uit: de samenwerking of fusie van huurdersorganisaties kan ookvan de grond getild worden door het lokale bestuur.Door de verantwoordelijkheid voor huurdersparticipatie over te hevelen naargemeenten wordt w?l verhinderd dat verhuurders stilletjes en onopgemerkt hetoverleg met solitaire huurdersverenigingen of bewonerscommissies kunnen blijvenfrustreren. Bovendien is het goed voor de democratische besluitvorming over desociale woningvoorraad, de regels voor woningtoewijzing of de plannen op hetgebied van leefbaarheid als het gemeentebestuur zich daarbij ??k laat adviserendoor de huurders.Mijn rocov, het Reizigersoverleg Midden-Holland (ROM), bemoeit zich niet met dewijze waarop de provincie het subsidiegeld voor het openbaar vervoer besteedt.Evenmin bekommert het ROM zich over de winst- of verliescijfers van de vervoers-bedrijven. Alle aandacht gaat uit naar adviezen, die reizigersgroei en de kwaliteitvan het openbaar vervoer bevorderen. Een commissaris bij een vervoersbedrijf opvoordracht van het ROM zou waarschijnlijk net zo weinig toegevoegde waarde heb-ben en dezelfde valse verwachtingen wekken als nu de huurderscommissarissen bijwoningcorporaties. De heer Van der Veen gaat helaas niet in op dit fundamentelepunt.Zo lang men de huurderscommissaris wenst te handhaven, dient tenminste gere-geld te worden dat geschillen rondom benoeming, schorsing en ontslag aan deOndernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam kunnen worden voorgelegd,zoals dat nu het geval is voor raden van commissarissen van Nederlandse vennoot-schappen.Mijn ervaringen en die van de heer Van der Veen lopen ver uiteen. Wij delen deopvatting dat stevige huurdersparticipatie van wezenlijk belang is en gedragen onsdaar ook naar. Weinig verhuurders doen het ons na.
Reacties