Het doel van het SEV-experiment ‘Woningcorporaties: een verre vriend of goede buur?’ was corporaties te volgen in hun zoektocht naar buurtgericht werken. De ontdekkingsreis vond weliswaar plaats in een economisch moeilijke periode en toch moeten buurten en hun bewoners juist in een tijd als deze serieus worden genomen.
21TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 5 OKTOBER 2011ACHTERGRONDHet doel van het SEV-experiment `Woningcorporaties: een verre vriend of goede buur?' wascorporaties te volgen in hun zoektocht naar buurtgericht werken. De ontdekkingsreis vondweliswaar plaats in een economisch moeilijke periode en toch moeten buurten en hun bewonersjuist in een tijd als deze serieus worden genomen.SAMENWERKENOP BUURTNIVEAUIS CRUCIAALBuurtbewoners, gemeenteamb-tenaren en buurtwerkers vanwelzijnsstichting Cumulustijdens een buurtschouw. Zestaan tegenover het portiek vaneen wooncomplex en een super-markt (een slechte combinatie)aan de Voorstraat en wandelenin een uur door vier straten,waarbij de bewoners een aantalmisstanden aanwijzen.(Foto Rob Huibers/HollandseHoogte)22DOOR GERARD VAN BORTEL TU DELFT, HANNEKE SCHREUDERS SEV ENARNE VAN OVERMEEREN TU DELFTVoor velen ligt de maatschappelijke verankering van woning-corporatie in de bijdrage die zij leveren aan de vitaliteit vanwijken en buurten in steden en dorpen. Op het Aedes-congres in 2006 daagde toenmalig minister van Volkshuis-vesting Pieter Winsemius woningcorporaties uit om hunrol in buurten op te pakken en het verschil te maken. Een visie die ook alnaar voren kwam in het WRR-rapport `Vertrouwen in de Buurt' (WRR,2005). Die uitdaging is door veel corporaties opgepakt. Maar hoe ver gaje met buurgericht werken, welke rol kies je en hoe veranker je dat in jeorganisatie?Buurtgericht werken staat bij veel corporaties (en trouwens ook bij veelgemeenten) hoog op de agenda. Dat is niet alleen het geval in Nederland,maar ook in Engeland. De wijk doet er steeds meer toe, maar de beteke-nissen en vormen die aan dat wijkgericht werken worden gegeven, zijnzeer uiteenlopend. Investeren in mensen en buurten door corporaties isniet zonder voetangels en klemmen. Het vraagt van sociale verhuurderseen decentrale aanpak, een open beleidsproces en een sterke lokale ver-ankering. Tegelijkertijd wordt van sociale verhuurders effici?ntie enslagkracht verwacht. Deze eisen leiden vaak tot een, in ieder geval doorde sociale verhuurders zelf gevoelde, druk tot schaalvergroting en ande-re oplossingen om effici?ntie te vergroten.Buurtgericht werken heeft consequenties voor decultuur en structuur van organisatiesHet is geen sinecure om buurtgericht werken te verankeren in de orga-nisatie en te combineren met een effici?nte bedrijfsvoering.Buurtgericht werken heeft consequenties voor de cultuur en structuurvan organisaties, voor de manier waarop bewoners en andere belang-houders worden betrokken bij de beleidsvorming en voor de manierwaarop het strategisch voorraadbeleid wordt ingericht. Die consequen-ties stonden centraal in het SEV-experiment `Woningcorporaties: eenverre vriend of goede buur?'. Aanleiding was de publicatie van een essayover buurtgerichte corporaties (Van Bortel et al., 2008). Het essay, onder-deel van de essay-reeks "Corporaties Eigenaardig Volwaardig", ontvingin november 2007 de SEV-essayprijs. De prijs omvatte de mogelijkheidom een experiment uit te voeren.HET EXPERIMENT1In 2008 startte het experiment. Belangrijk onderdeel was de uitwisselingvan ervaringen en idee?n tussen de deelnemende corporaties. Het expe-riment werd uitgevoerd door een team onderzoekers van de TechnischeUniversiteit Delft en de University of Birmingham en begeleid door deSEV en de Housing Associations' Charitable Trust (HACT)2. Het experimentliep van 2008 tot en met 2010. Het onderzoek laat de geleerde lessen zienvan de experimentpartners op het gebied van organisatieverandering,de betrokkenheid van belanghouders en samenwerkingsverbanden bijbuurtgericht werken en strategisch voorraadbeleid.Zeven3Nederlandse en Engelse corporaties werden gedurende twee jaargevolgd in hun zoektocht naar het in de praktijk invulling geven aanbuurtgericht werken en het verankeren van die aanpak binnen de orga-nisatie en in de samenwerking met belanghebbenden. In Nederlandnamen woningcorporaties Stadgenoot (Amsterdam), Woonbron(IJsselmonde) en Casade (Waalwijk.) deel aan het experiment: InEngeland waren dat Clapham Park Homes (Londen), MaidstoneHousing Trust ? Golding Homes (Maidstone, Kent), Trafford HousingTrust (Trafford / Manchester regio) en Yorkshire Housing Group (York).Het experiment was vooral gericht op het ondersteunen van corporatiesin hun eigen leerproces, ook wel aangeduid met action learning. Door hettoepassen van diverse instrumenten, zoals workshops, diepte-inter-views, enqu?tes en logboeken, werden de corporaties spiegels op huneigen praktijk voorgehouden. Met behulp van de Effecten Arena (ziewww.effectenarena.nl) werden deelnemers uitgedaagd om hun activitei-tei expliciet te verbinden met de maatschappelijke effecten die zij voorogen hadden.BUURTGERICHTHEIDOnderdeel van het onderzoek was een zelfevaluatie om in kaart te bren-gen in welke mate de deelnemers al buurtgericht werken en wat hunambities zijn. De zelfevaluatie is gebaseerd op een in Engeland ontwik-kelde typologie (Wadhams, 2009a en 2009b; Bacon et al., 2007) De deel-nemers hebben de zelfevaluatie aan het begin en aan het einde van hetexperiment ingevuld. De zelfevaluatie bestond uit vier onderdelen:1. Invloed belanghouders2. Breedte taakopvatting3. Buurtori?ntatie4. Buurtgerichte samenwerkingsverbandenElk onderdeel omvatte vier stellingen. De corporatie kon aangegeven inwelke mate deze stelling op dit moment en in de nagestreefde situatievan toepassing was. Een voorbeeld:De corporatie beperkt zich niet tot traditionele inspraakvormen, maar gaatactief op zoek naar vernieuwende participatievormen voor moeilijk bereikbaregroepen en geeft hen invloed. (onderdeel invloed belanghouders)In de grafieken zijn de totaalscores weergegeven voor alle vier onderde-len samen. De uitkomsten hebben betrekking op een klein aantal corpo-raties en lenen zich niet voor algemene uitspraken over de Engelse enNederlandse corporatiesector. Er kwamen enkele opvallende verschillentussen de Engelse en Nederlandse deelnemers naar voren.Uit de zelfevaluatie uit 2008 blijkt dat de Nederlandse deelnemers zich-zelf iets meer buurtgericht vonden (53 procent van de maximale score)dan de Engelse deelnemers (46 procent van de maximale score). Deambitie van de Engelse deelnemers om zich meer te richten op buurten,lag echter in 2008 hoger dan die van de Nederlandse deelnemers. In 2010is bij de Nederlandse corporaties de mate van buurtgerichtheid per sal-do niet toegenomen (53 procent van de maximale score), de ambities iswel iets groter (van 74 naar 76 procent). Voor de Engelse deelnemers ligtdat anders. De mate van buurtgerichtheid is gestegen van 46 naar 66proecnt van de maximale score. De ambitie is iets afgenomen. Wellichthangt die toegenomen buurtgerichtheid van de Engelse deelnemerssamen met de druk die er vanuit de overheid wordt gelegd op hetbetrekken van lokale belanghouders bij de wijkaanpak. Tijdens het expe-riment is een nieuwe Engelse woonautoriteit in het leven geroepen (deTenant Services Authority, TSA) die zwaar inzette op bewonerspartici-patie.TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 5 OKTOBER 2011ACHTERGROND23TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 5 OKTOBER 2011ACHTERGRONDGrafieken 1 en 2 Uitkomsten zelfevaluatie buurtgericht werken(100% is maximaal haalbare score)DE BUURTGERICHTE ACTIVITEITENDe deelnemende corporaties hadden sterk uiteenlopende achtergrondenen motieven. Deze verschillende achtergronden en motieven uitten zichin de in het experiment ingebrachte activiteiten (in box 1 hebben we eenoverzicht opgenomen van de activiteiten van zowel de Engelse als deNederlandse deelnemers).DE RESULTATEN VAN DE NEDERLANDSE DEELNEMERSHet organisatorisch verankeren van wijkgericht werken in de organisa-ties bleek in de praktijk lastig. Stadgenoot en Woonbron gaven wijkge-richt werken onder andere vorm door het instellen van wijkteams.Teams die dwars door de functionele afdelingen zoals wonen, vastgoeden financi?n lopen. Hierdoor ontstonden vaak complexe, matrixachtigeorganisatievormen waarbij veel medewerkers betrokken zijn, waarbijveel co?rdinatie nodig is en die veel vragen oproepen over de toedelingvan verantwoordelijkheden en bevoegdheden.Meer zeggenschap, meer mogelijk?Het succes van de wijkteams lijkt af te hangen van de specifieke ken-merken van de wijk en van de personen in het wijkteam. Sommigemedewerkers ervaren het als een extra laag. Er is spanning tussen de lijn(functioneel) en de wijk (geografisch), tussen formeel en informeel lei-derschap en tussen de doelen van de organisatie en de wensen van debuurt. Wijkteams komen steeds vaker zelfs met initiatieven en beslis-singen worden meer in samenwerking met bewoners en andere partijengenomen. De gebiedsregisseurs, huismeesters en andere mensen dievaak in de wijk komen, hebben veel contacten met de interne en externepartijen. Van die verbindende rol en de kennis van frontlijnmedewerkerskunnen corporaties nog beter gebruik maken.Waar ligt de grens?Voor wijkgericht werken krijg je niet bij alle partijen de handen opelkaar. Dat ondervond Casade bij het ontwikkelen van haar multifuncti-onele centra: de Wijkpunten. Zorg- en welzijnspartijen binden zich doormarktwerking in deze sectoren moeilijker aan specifieke wijken. Niet zovreemd, als je bedenkt dat zij wellicht bij de volgende aanbestedings-ronde weer hun biezen moeten pakken. Sommige zorg- en welzijnspart-ners willen simpelweg ruimte huren en zijn veelal niet bereid tot lange-termijninvesteringen in multifunctionele centra. Enthousiasme voorwijkgericht werken kan ook tegen je werken. Het leidde soms tot eentempo dat andere samenwerkingspartners niet altijd konden volgen;daarnaast nam Casade in haar gedrevenheid ook wel erg veel taken enverantwoordelijkheden op haar schouders. Casade heeft door de erva-ring van de afgelopen jaren een beter beeld gekregen van (de grenzenvan) haar bijdrage aan de Wijkpunten. Dit heeft geleid tot meer zakelijk-heid in de samenwerking. Casade weet nu duidelijker waar haar eigengrenzen liggen, wat zij wel en wat zij niet doet. De rol van opdrachtne-mer en opdrachtgever zijn duidelijker gescheiden en afspraken wordenschriftelijk vastgelegd.Bewoners bleken soms lastig te verleiden om na te denken over de toe-komst van de wijk. Ook niet vreemd als je bedenkt dat er genoeg proble-men in het hier en nu zijn waar zij aandacht voor vragen. Bijvoorbeeldproblemen met het onderhoud van de woningen en de woonomgeving.Praten over de toekomst van je buurt is lastig als - bij wijze van spreken? je dak lekt.100%90%80%70%60%50%40%30%20%10%0%100%90%80%70%60%50%40%30%20%10%0%Huidige situatieHuidige situatieGewenste situatieGewenste situatieGrafiek 1 Engelse corporatiesGrafiek 2 Nederlandse corporatiesVerschilVerschil46%53%85%74%39%21%66%53%80%76%14%23% 2008 2010 2008 2010BOX 1Buurtgerichte activiteitenTransformeren van de organisatie:? Besluitvorming en bedrijfsvoering meer buurtgericht maken (bij-voorbeeld door het invoeren van wijkteams)? Verhogen aantal corporatiemedewerkers in de buurt (zoals wijkre-gisseurs, huismeesters)? Versterken fysieke aanwezigheid in de buurt (bijvoorbeeld viaWijkpunten, Buurtentrees)Verhogen van belanghoudersbe?nvloeding:? Verhogen participatie- en be?nvloedingsmogelijkheden? Bewoners een rol geven in de coproductie van diensten (bijvoor-beeld groenonderhoud) en het beheer van de buurt en woningcom-plexen (bijvoorbeeld gemengd beheer via Verenigingen vanEigenaren)Versterken samenwerking met lokale partners:? Gezamenlijk ontwikkelen van diensten voor de buurt en haar bewo-ners;? Gezamenlijk ontwikkelen van wijk- en gebiedsvisies.24TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 5 OKTOBER 2011ACHTERGRONDZIT ER (NOG) MUZIEK IN BUURTGERICHT WERKEN?De ervaringen van de deelnemende corporaties sluiten aan bij het maat-schappelijk debat over de waarde ?n de beperkingen van wijkgerichtwerken. In het essay dat aan de wieg stond van het SEV-experiment (VanBortel et al., 2008), werd al gepleit om van buurtgericht werken geen`one-size-fits-all' blauwdruk te maken. Ook de Raad voor deMaatschappelijke Ontwikkeling waarschuwt er in haar advies `De WijkNemen' (RMO, 2009) voor om van wijkgericht werken geen dwangbuiste maken; geen mal waarin alle maatschappelijke problemen wordengeperst en geen kooi waarbinnen alle partijen zich moeten bewegen. Deervaringen van de corporaties die deelnamen aan het SEV-experimentonderschrijven dat.Buurten en wijken hebben niet voor iedereendezelfde betekenis en zijn niet voor iedereen evenbelangrijkBuurten en wijken hebben niet voor iedereen dezelfde betekenis en zijnniet voor iedereen even belangrijk. Dat geldt voor bewoners, maar ookvoor professionals bij gemeenten, corporaties en andere maatschappe-lijke organisaties. Bovendien zijn niet alle maatschappelijke problemenverbonden aan of oplosbaar op wijkniveau. De RMO pleit in haar adviesvoor een goede analyse van de problemen en een gerichte aanpak. Of dieaanpak ook wijkgericht moet zijn, is afhankelijk van de uitkomst van deanalyse. Welke aanpak je ook kiest, er moet altijd ruimte zijn voor eenwijkoverstijgende blik (denk aan de discussie over waterbedeffecten vande wijkaanpak4).Wijkgericht werken is geen wondermiddel tegen alle maatschappelijkeproblemen en geen oplossing voor de organisatorische complexiteit diekomt kijken bij de aanpak van dergelijke vraagstukken. Sectoraal wer-ken, binnen disciplines als wonen, zorg of welzijn, kan leiden tot verko-kering en een op deelbelangen of deelproblemen gerichte aanpak. DeRMO concludeert in een ander advies ? `De ontkokering voorbij' - datwijkgericht werken hetzelfde resultaat kan hebben: een nieuw soort ver-kokering, bestuurlijke drukte en verlammende bureaucratie (RMO,2008).De ontdekkingsreis naar buurtgericht werken binnen het SEV-experiment vond plaats in het meest ongunstige economische enwoningmarktklimaat denkbaar. De verkoop van bestaande woningenverliep moeizaam en veel nieuwbouwwoningen bleven onverkocht.Hiermee kwam een belangrijke financi?le motor van buurtgerichte wer-ken zonder brandstof te staan. Herstructureringsprojecten wordengeannuleerd of uitgesteld. Voor buurtgericht werken was het klimaat deafgelopen jaren, zacht gezegd, guur.De `weersvoorspellingen' zijn niet veel beter. Buurtgericht werken vraagtom geld, en dat is er maar mondjesmaat. De Vogelaarbijdrage wordtafgeschaft en vanaf 2014 krijgen de corporaties een heffing van 750 mil-joen euro op hun bord. Begin februari ging de Tweede Kamer metminister Donner in debat over de wijkaanpak. Een paar dagen daarvoorstuurde hij een brief naar de Kamer met zijn visie op de wijkaanpak(Donner, 2011). Meer doen met minder geld was de rode draad door hetverhaal van de minister. Effici?nter werken en meer ruimte voor burgersBOX 2: GELEERDE LESSENTransformeren van de organisatie? Het duurt altijd langer dan je denkt. Organisatiestructuren enbedrijfsstrategie?n zijn gemakkelijker te veranderen dan bedrijfscul-turen? Het verankeren van buurtgericht werken in de organisatie is veelmoeilijker dan het uitvoeren van losse projecten? De verbinding tussen de beleidscyclus van de corporatie en hetbetrekken van bewoners en lokale belanghouders verdient extraaandacht.? Het organisatiebelang en het strategisch beleid kunnen botsen metwensen van de buurt. Buurtgericht werken op de agenda houden isdaarom van cruciaal belang.? Fundamentele verandering richting buurtgericht werken is nietgemakkelijk, maar zeker mogelijkVerhogen belanghoudersbe?nvloeding? Ga de straat op! Verhoog je zichtbaarheid.? Traditionele participatievormen worden niet altijd gewaardeerddoor bewoners. Wees daarom flexibel. Zorg ervoor dat participatie-vormen in tijdsbesteding en onderwerp aansluiten bij de wensenvan bewoners.? Zoek ook naar het juiste participatieniveau. Dwing bewoners nietmee te denken op een schaal- en/of abstractieniveau dat niet bijhen past.? Gebruik een afbakening van een wijk/buurt die past bij de belevingvan bewoners.? Onderneem als corporaties altijd actie als bewoners(organisaties)een probleem aankaarten, ook (of juist) als het kleine dingenbetreft.Wijkgerichte samenwerkingsverbanden? Het ontwikkelen en plannen van wijkinitiatieven vraagt om eencombinatie van luisteren ?n leiderschap om te komen tot door par-tijen gedragen oplossingen? Zowel het gebrek aan toekomstvisie, als een partner die te snel wil,en zijn visie nog niet heeft gedeeld, kunnen de samenwerking hin-deren.? Woningcorporaties kunnen het niet alleen! Democratische veranke-ring (en dus afstemming met de gemeente en de gemeenteraad) isnodig voor ingrijpende veranderingen in een wijk.? Een waarschuwing: als partners geen informatie delen, zullen zij dathoogstwaarschijnlijk ook niet met de kosten doen.? Gebruik van effectenarena in gezamenlijke besluitvormingsproces-sen kan helpen om de verwachte effecten te verduidelijken en deargumenten te bespreken die een verband leggen tussen acties enverwachte outcomes (`theories of change').25TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 5 OKTOBER 2011ACHTERGRONDis de boodschap. Donner zegt `beleid zonder geld is ook beleid'. Meerdoen met minder geld. Deze aanpak lijkt als twee druppels water op deweg die de coalitieregering van David Cameron in Engeland is ingesla-gen. Met dit verschil: de Engelsen hebben er nog een mooi motto bijbedacht: Big Society. Big Society staat voor meer ruimte voor burgers,gemeenten en maatschappelijk middenveld. Maar tegelijkertijd is deregering van David Cameron bezig met een draconische bezuinigings-operatie die juist de financi?le armslag van gemeenten en het maat-schappelijk middenveld drastisch beperkt. Budgetten voor woningbouwen wijkvernieuwing zijn gehalveerd. Big Society verkeert in de gevaren-zone nu steeds meer partijen het gaan zien als een lege huls. Aan deandere kant zien velen het ook als een kans om te kijken waar het nuecht om gaat. Welke maatregelen hebben echt effect? Wellicht is hetjuist nu de tijd voor corporaties om buurtgericht werken te omarmen.Bij de Engelse corporaties is het enthousiasme voor buurtgericht wer-ken nog steeds erg groot. Ook in Nederland zijn er corporaties die zichexpliciet profileren als `buurtcorporatie'. In de sector gaan echter ookstemmen op om meer terug te keren naar de basistaken. Het is de vraagof deze roep is ingegeven door een andere visie om de maatschappelijkedoelen van corporaties of vooral voortkomt uit de lege portemonnee vanveel corporaties. Dat onderscheid is essentieel. In de Aedescode is debrede taakopvatting van corporaties heel nadrukkelijk aanwezig. Zowordt in het maatschappelijke doel van corporaties, zoals beschreven inde Aedescode, met geen woord gerept over `wonen' of `woning' maargaat het vooral over het "werken aan vitale buurten en wijken in dorpenen steden waar mensen graag wonen en zich kunnen ontwikkelen enontplooien".Juist in tijden van crisis moeten buurten en hunbewoners serieus worden genomen en is samen-werking op wijkniveau cruciaalMisschien zijn de corporaties die aan dit experiment hebben deelgeno-men `sadder and wiser' geworden, maar wij kunnen ons niet aan deindruk onttrekken dat de wens van de deelnemende corporaties ombuurten serieus te nemen sterker is dan ooit. Door de crisis enEU-regelgeving komen projecten zoals de BuurtEntrees en deWijkpunten wellicht ter discussie te staan, maar veel van de geleerdelessen blijven recht overeind. Juist in tijden van crisis moeten buurten(en hun `bewoners') serieus worden genomen en ook juist in deze tijd issamenwerking op wijkniveau cruciaal.Noten1 Zie voor een uitgebreid verslag van het experiment en de uitkomsten het eindrap-port Verre vriend of goede buur. Dillema's voor buurtgerichte woningcorporaties(Van Bortel e.a., 2011)2 HACT is een non-profit organisatie in het Verenigd Koninkrijk die samenwerkt methousing associations om het welzijn en de woonomstandigheden van gemarginali-seerde groepen te verbeteren. Voor meer informatie, zie www.hact.org.uk3 Wooncom Emmen, later opgegaan in Lefier ZuidWest Drenthe, heeft in het beginook deelgenomen aan het experiment, maar heeft kort na de fusie haar deelnamebe?indigd.4 Voor meer informatie: Platform Corpovenista: www.corpovenista.nl.Onderzoeksthema 5. Wijkaanpak, concentratie en verplaatsing, onderzoek 5.1:Waterbedeffecten van de wijkaanpak.ReferentiesBortel, G. van, Schreuders, H. en Van Overmeeren, A. (2011) Verre vriend of goedebuur. Dillema's voor buurtgerichte woningcorporaties. Rotterdam: SEV.Bortel, G. van, Mullins, D., Gruis, V. en Nieboer, N. (2008) Verre vriend of goede buur?De maatschappelijke verankering van corporaties is in de buurt. Rotterdam: SEV.Bacon, N., Bartlett, L. en Brady A-M. (2007) Good Neighbours. Housing Associations'role in Neighbourhood Governance. London, Young Foundation.Donner, J.P.H. (2011) Wijkenaanpak en Vogelaarheffing, Ministerie van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties. Brief aan de Tweede Kamer d.d. 28 januari 2011.Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) (2008) De Ontkokering voorbij.Slim organiseren voor meer regelruimte. SWP: Amsterdam.Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) (2009) De Wijk Nemen, Een sub-tiel samenspel van burgers, maatschappelijke organisaties en overheid (advies 45).SWP: Amsterdam.Wadhams, C. (2009a) Supporting the first steps. From capacity to community. London,Housing Associations Charitable Trust.Wadhams, C. (2009b) Localism must find its bedrock if the adventure is to continue.New Start, August 2009 p. 48-50.Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) (2005). Vertrouwen in debuurt. Den Haag: WRR.
Reacties