Stedenbouw en Riiimtelijke Ordening | 062010T tri3t^*A~^ JwmmsammmmmmftuniRUHCUVAX ":.-'B?j???'i*i.jii.jj?gen: Handen uileijdam en n f?^SZfZ^,'^tf^i^/::il:riiT=ill*llMilUiH: -:^:( :''?-+>^:'^;^>-'-w ^^ -*: '^^' ' ' ? '?~>a--i_iICE {Intercity Express)Lev (Ligne a Grande Vitesse)ThalysEurostarAVE (Alta Velocidad Espanola)Eurostar ItaliaCestippelde lijnen zijn onder constructie of wordenopgewaardeerd tot rails voor hogesnelheidslijnenSprinter rail {200-250 km/u)Verlengde service door hogesnelheidslijnen InfrastructuurDe derde opgave, de derde Europeseruimtelijke structuur, is infrastructu-reel van aard. Nederland mag dan welverschillende mainports hebben, maarligt niettemin op een hoekpunt van hetEuropese continent, dus terzijde.Momenteel is sprake van een HSL-ver-binding richting liet zuiden. De aanlegvan een vergelijkbare verbindingrichting RheinRuhr-Frankfurt-MiJnchen Alterra breekt een lans voor eenstaat het Nederlandse EHS-beleid hetnodige te wachten als gevolg vanklimaatverandering. Het denken enhandelen in termen van ecologischestructuren vraagt om een Europeesperspectief. De natuur in Nederland enEuropa zai veranderen: bio-geografi-sche zones zijn aan het verschuiven endaarmee verplaatsen zich allerleisoorten. Een recente studie van hetPlanbureau voor de Leefomgeving enGlasgowEdinburghozaI in het slechtste geval nog een halveeeuw duren. Wellicht gaat dit ook opvoor de Betuwelijn. Het zou zo maareens kunnen dat de AmsterdamseNoord/Zuidlijn eerder gereed is dan dehoogwaardige verbinding tussen deBetuweroute en het Duitse spoorwe-gennet. Ook de infrastructurele opgaveis niet louter een sectorale opgave. Hetgaat om de inbedding van groteinfrastructurele systemen in debestaande ruimtelijke structuur en deinterconnectiviteit tussen de verschil-lende systemen. Rond infrastructuur isde eerste Europese samenwerkinggestart, vlak na de Tweede Wereldoor-log. De systematiek van E-nummersvoor Europese hoofdroutes vindt hierzijn oorsprong. Vooral door de main-port-status van Rotterdam is Neder-land de bron van omvangrijke stromenover het Europese continent. Maar vaneen gezamenlijke strategie met debuurlanden is geen sprake.EcologieDe vierde opgave, de vierde Europeseruimtelijke structuur, w/ordt gevormddoor ecologische samenhangen.Natuur in Nederland is doorde hoge verstedelijkings-druk en het zeer intensieve,agrarische grondgebruikenorm versnipperd. Desoortenrijkdom neemt nogsteeds af, ondanks tw/eedecennia EHS-beleid. Evenafgezien van wat hetkabinet Rutte van plan is,ManchesterInternationale adaptatiestrategie. Inzo'n strategie staat het natuurbeleid inhet teken van de ontwikkeling vangrote corridors voor verschillendenatuurtypen. Internationale aansluitin-gen zijn van cruciaal belang, aansluitin- ^g^J^gen die nu nog - als dat al gebeurt - alleen vanuit kleinschalig,grensoverschrijdend perspectiefworden bezien.EurodeltaWorden deze vier opgaven methun bijbehorende (potentiele)ruimtelijke structuren op elkaargelegd, dan dringt zich eenbeeld op van een handelings-ruimte die de Eurodelta zoukunnen worden genoemd.Weike aanpak is mogelijk? Eenroute zou kunnen zijn omhogere schaalniveaus, dus deEuropese Unie, meer bevoegd-heden te geven. Dat is politiekValladolidBrestMarseilleBarcelonaCadiz AlicantMalagaSundsvall QCopenhagenMalmoBerlinRomeTampere^TurkuLahtiHelsinkiniet haalbaar, maar evenmin wenselijk.Eike opgave vraagt om een anderecoalitie en betreft wear een net ietsandere uitsnede van het (Noordwest-)Europese territoir. Ongeveer twee jaargeleden bracht de VROM-raad eenadvies uit waarin gesteld werd dat numaar eens gestopt moest worden metpogingen om de binnenlandse bestuur-lijke structuur aan te passen. Stel deruimtelijke opgaven voorop en zoek vandaaruit naar die actoren die - vrijvertaald - 'ertoe doen'. Eenzelfdeaanpak zou ook op het niveau van deEurodeltagevolgd kunnen worden,immers ook een regio, maar dan nietgesitueerd in het gat tussen gemeenteen provincie maar in de ruimte tussenland en Europese Unie.Voor strategische, agendavormendediscussies tussen overheden kan hetkanaal van de Benelux gebruikt worden.Dat verband bestaat nog steeds. Er iseen verdrag, door Nederland medeondertekend, en ruimtelijke ordeninggeldt daarin als kernvraagstuk vansamenwerking. De schaal van deBenelux valt niet samen met die van devier opgaven die hierboven zijngeTdentificeerd, maar in het verleden isal de route ingeslagen van Benelux+: gauit van het schaalniveau waarop zichvraagstukken aandienen en zoek vandaaruit naar relevante actoren in deomgeving van de Benelux.ITlacroreqio'sZoals gezegd, vormt de Europese Uniegeen logisch spoor Op het eerstegezicht althans. Binnen de EU wordtechter geexperimenteerd met eennieuw soort van samenwerking tussenaan de ene kant de Europese Commissieen aan de andere kant lidstaten endecentrale overheden. Dit is dezogeheten macroregionale aanpak,waarbij de samenwerkingsruimtewordt gevormd door een bundel vansamenhangende opgaven, die uniek zijnvoor het gebied {en waardoor regelge-S+RO 2010/06 19Thema Toekomst RORO in de EurodeltaSaint-Petersburgoving die betrekking heeft op het heleEU-gebied niet voor de hand ligt). Zo'nstrategie bestaat inmiddels voor hetOostzeegebied en is nu in ontwikkelingvoor de landen en regio's in hetstroomgebied van de Donau. Recentelijkheeft het Comite van de Regio's gepleitvoor een macroregionale strategie voorhet Noordzeegebied gericht op visserij,vervuiling, energiewinning en trans-port. De macroregio loopt van hetKanaal tot aan Ijsland, maar kent geenharde grenzen. Ook deze ruimte valtniet samen met de vier Eurodelta-structuren, maar kan een kanaalvormen - een van de 'wisselendecoalities' - waarlangs bepaaldeopgaven aangepakt kunnen worden. Debelangrijkste conclusie die ik zou willentrekken is dat door het bestaan vanruimtelijke structuren die de grenzenvan Nederland overschrijden debestaande sturingsfilosofie van denationale ruimtelijke ordening geher-formuleerd moet worden: decentraalwat kan, Europees wat moet.IstanbulAnkaraEskisehirReggiodi Calabria20 20io/o6 S+ROThemaToekomst RONieuw elan in de ROKiezenen Delenriaar nieuu elan in de nationaleDit jaar verschenen twee interessantepublicaties van het Planbureau voorde Leefomgeving (PBL), de Balans vande leefomgeving en De staat van deruimte zow, die een indicatie gevenvan de ruimtelijke staat van Nederlandanno nu. In Balans van de leefomgevingconstateert het PBL dat de kwaliteitvan de leefomgeving sterk is verbeterd.Tegelijkertijd staat de leefomgevingonder druk, en neemt de bereikbaarheidaf Klimaatverandering is een majeureopgave. In De staat van de ruimte lowsignaleert het PBL dat stedelijk Neder-land in rap tempo verandert. De stad isniet langer een afgebakend bebouw/dgebied met een centrum als focus. Inplaats daarvan ontstaat een stedelijkgebied met een grote varieteit aanstedelijke milieus. Deze veranderingenvragen om slagvaardig optreden op hetbestuurlijke niveau van de stedelijkeregio.Een veelgehoorde klacht over de NotaRuimte is dat deze 'procesnota' geenstreefbeeld voor de toekomst biedt,dat in het bew/ustzijn blijft hangen.De sturingsfilosofie met het adagium'centraal wat moet, decentraal w/at kan'roept onduidelijkheden op. In de prak-tijk moet er rondom ruimtelijke opga-ven w/orden samengewerkt met anderepartijen, zeker bij financiele schaarste.Het genoemde adagium helpt niet bijhet maken van keuzes op twee anderevragen. Hoe vinden we bij gebiedsont-wikkeling een evenwicht in de balanssectoraal en ruimtelijk: integraal watmoet, sectoraal wat kan. Ook blijft hetzoeken in de balans tussen overheiden markt: de overheid als het moet, demarkt als het kan.Sturing in het nationale ruimtelijkebeleid is ook lastig vanwege de ge-brekkige effectiviteit van sommigeruimtelijke concepten. Met name denationale ruimtelijke hoofdstructuur ende nationale stedelijke netwerken vol-doen niet aan hun verwachtingen. Deruimtelijke hoofdstructuur blijkt in depraktijk onvoldoende selectief, half Ne-derland maakt er immers deel van uit.Ook de nationale stedelijke netwerken.i^-?,Tim ZwanikkenRoyal Haskoning SMC, Redacteur S+ROt.zwanikken@royalhaskoning.comPascal LamberigtsRoyal Haskoning SMCp.lamberigts(S>royalhaskoning.comS+RO 2010/06 21ThemaToekomst RONieuw elan in de RODe nationale ruimtelijke ordening zai zichzelfopnieuw moeten uitvinden. Zeker nu hetnieuwe kabinet het nationale ruimtelijke beleidwil decentraliseren, en er minder middelenbeschikbaar zijn. Als ruimte ondergesneeuwdraakt in het ministerie voor Infrastructuur enMilieu verliest de RO nog meer coordinerendvermogen. Er is behoefte aan een krachtigevisie en herorientatie op de sturingsfilosofie.Nieuwe ruimtelijke opgaven dienen zich aan.ruimtelijkG ordeningwerken maar beperkt als structurerendprincipe. De schaal van de netwerkenblijkt niet aan te sluiten bij de schaalvan de opgaven. Met name de Randstad(Noord- en Zuidvleugel) en Brabantstad(West-Brabant en Brainport) lijken eenmaatje te groot uitgevallen. Maar be-langrljker nog, de bestuurlijke samen-werking waartoe het concept opriep,heeft tot onvoldoende resultaten geleidbij de afstemming van wonen, w/erkenen mobiliteit.nieuuue opgauenEr lijkt voldoende aanleiding te zljn omzowel de sturingsfilosofie als de ruim-telijke concepten uit het Nota Ruimte-beleid te herijken. Daarnaast is er eenaantal nieuwe opgaven.' ^ Bovenaan delijst staat klimaatadaptatie. We krijgenimmers te maken met zeespiegelstij-ging en problemen met de hogere af-voer van de rivieren. Ook energietran-sitie is belangrijk vanwege de noodzaakmeer hernieuwbare energiebronnente gebruiken. Andere opgaven zijn deschaarste aan grondstoffen, voedsel-veiligheid, volksgezondheid (Q-koorts),dierenwelzijn en handelspolitiek (zelf-voorziening). Maar belangrijker nog;het zijn ook opgaven die een interna-tionaal speelveld hebben, en - zekerin samenhang - een grote ruimtelijkeimpact kunnen hebben. Wat de directeruimtelijke consequenties precies zijnen hoe ruimtelijke planning daaraankan bijdragen, is nog niet duidelijk. Inde toekomstige opgaven voor verste-delijking w/ordt duidelijk dat regionaleverschillen groter worden doordat de-mografische groei, stagnatie en krimptegelijkertijd optreden. Een opgave voorhet verstedelijkingsbeleid is ook deomslag van sturing op kw/antiteit naarstoring op kwaliteit, zeker in het lichtvan afnemende overheidsfinancien.Door financieel-economische endemografische ontwikkelingen staatniet alleen de rijksbegroting, maar ookde gebiedsontwikkeling onder druk.Nieuwe opgaven op het gebied van wa-ter, klimaat, duurzaamheid en energie-transitie vragen om ruimte. Daarnaastwordt de toekomstige ruimtevraagbeinvloed door het gelijkertijd optredeni'iS*.'22 20io/o5 S+ROThema Toekomst RONieuw elan in de ROkDoelbereiking netwerken en stedenRuim de helft van wonen en werkenin Nederland vindt plaats binnen debundelingsgebieden in de stedelijke netwerkenStedelijke intensiveringsdoelen Nota Ruimteworden gehaaldOntwikkeling stedelijke centra positiefDetailhandelsstructuur handhaaft zichConcurrentiepositie Randstad verslechtertLocaties woningen en bedrijven goed ontslotendoorov en autoBalans tussen rood en groen verslechtertAutobereikbaarheid blijft verslechterenMilieukwaliteit verbetert, maar er blijvenknelpuntenvan demografische groei, stagnatie, krimp; het onvoldoendefunctioneren van de M/oningmarkt en de achterblijvendebereikbaarheid. Het vigerende beleid voldoet niet in alle op-zichten; zo geeft de Nota Ruimte te weinig inhoudelijke rich-ting. Mede daardoor zouden taken en rollen van betrokkenpartijen niet voldoende helder zijn. Het beleid zou bovendiente weinig selectief zijn en daadkracht en effectiviteit mis-sen. De rijksinzet moet daarom selectieverToekomstagendaDG Ruimte selecteert vier opgaven voor haar toekomstagen-da. De sturing in de ruimtelijke ordening blijft een uitdaging,zeker bij de gebiedsgerichte aanpak van complexe opgaven.Met de Crisis- en Herstelwet worden nu ervaringen opge-daan met een verkleining van de regeldruk en een versnellingvan procedures. Een Wet op de Leefomgeving kan bijdragenaan een verdere vereenvoudiging van die regelgeving. Eenhelder en duurzaam toekomstperspectief op Nederland kanbijdragen aan een selectiever en daadkrachtiger rijksop-treden. Bij selectiviteit denkt DG Ruimte vooral aan hetversterken van wat sterk is (onze 'pieken'). De toegenomenbetekenis van steden moet hier een piek krijgen. Daarnaastziet DG Ruimte ook een rol in het vraagstuk van krimp. Doorselectieve groei en krimp ontstaan er niet alleen grotere ver-schillen tussen regio's maar ook binnen regio's. Er is daarombehoefte aan maatwerk bij de aanpak van de woningmarkten de programmering van kantoren en bedrijventerreinen.^riieuwe rijksrolDe toekomstagenda bewijst dat het besef dat een nieuwerijksrol in de ruimtelijke ordening nodig is, al is doorgedron-gen. Nieuwe opgaven en de staat van de ruimte nopen daar-toe. Er is behoefte aan een krachtige visie, een herorientatieop de sturingsfilosofie en naast traditionele doelen dienenzich nieuwe ruimtelijke opgaven aan. Het nieuwe regeerak-koord vergroot de urgentie. Er is sprake van sterke, verder-gaande decentralisatie van ruimtelijk beleid, de vorming vaneen Randstadprovincie, sterke bezuinigingen op het ambte-1 Sterkere internationale orientatie, het rijk dientzich nadrukkelijk te profileren als de schakel met hetEuropese speelveld. Deze rol is nodig vanwege mondi-ale ontwikkelingen en de toenemende internationaleconcurrentiestrijd tussen werelddelen. Het sterk inter-nationale karakter van de nieuwe opgaven vraagt hierook om. Mooi meegenomen is dat er draagvlak zai zijnbij decentrale overheden om juist deze rijksrol sterkerin te vullen.2 Het rijk heeft een rol in het waarborgen van eenduurzame ondergrond en vitale netwerken. Vanuit delagenbenadering is deze aanscherping van de rijks-rol goed te motiveren. Thema's als waterveiligheid,klimaatverandering, (inter)nationale bereikbaarheiden kustontwikkeling stijgen boven decentrale belan-gen uit, en moeten dus ook op een hoger schaalniveauworden afgewogen. Juist omdat dit provinciegrens-overschrijdende zaken zijn die vaak een internationaledimensie hebben (Natura 2000, transnationale net-werken, enzovoort), een langetermijnkarakter hebbenen bovendien kwetsbare belangen zijn die in interactietussen privaat en decentrale overheden vaak het on-derspit delven. Een voorbeeld hiervan is de ontwikke-ling van een groenblauwe delta als basis voor aantrek-kelljke steden en regio's en voor nieuwe opgaven alsklimaatverandering. In deze zin is het schrappen van deecologische verbindingszones in het nieuwe regeerak-koord dan ook een dwaling te noemen. Dit betekentook dat vraagstekens kunnen worden geplaatst bijinterventies van het rijk in de occupatielaag bij locatie-en gebiedsontwikkeling en bij vraagstukken van groeien krimp.3 Maak steden en dorpen zelf verantwoordelijk, eninstrumenteer adequate regionale afstemming. Zorgdaarom voor een verdere decentralisatie van taken enmiddelen om gemeenten, private partijen en organi-S+RO 2010/06 23ThemaToekomst RONieuw elan in de ROlijk apparaat en fusies van departementen. Dit biedt kansenop voorwaarden dat een nieuwe rijksrol in de ruimtelijkeordening vanuit een samenhangende strategie wordt inge-vuld. Die strategie ontbreekt nog in het regeerakkoord. En deeerste signalen over hoe de integratie van departementenwordt ingevuld, beloven niet veel goeds. Hoog tijd dus omter uitwerking van het regeerakkoord een 'nieuwe nationaleruimtelijke strategie' vorm en inhoud te gaan geven.De volgende vier ingredienten bieden een aanzetdaartoe (zie kader hier onder):'saties in de regio's zelf in staat te stellen om aantrek-kelijke woon-, werk- en verblijfsmilieus te ontwikkelen.Omdat de internationale concurrentiestrijd tussen re-gio's plaatsvindt, moet de slagkracht ook op dat niveauoptlmaal zijn georganiseerd. Maar dit betekent dus ookdat de problematiek van krimpregio's geen nationaleaangelegenheid meer is en dat ook onze grote stedenzelf volledig verantwoordelijk worden voor elgen ont-wikkeling en projecten. Een herijking van het gemeen-tefonds kan de sleutel daarvoor zijn, bijvoorbeeld doormeer aan de opgaven gebonden criteria in plaats vangenerieke criteria toe te passen.4 Sterkere programmasturing rijk en regio. We gaanvan uitbreiding naar inbreiding, van kwantiteit naarkwaliteit, van grote projecten naar kleine projecten.Van ontwikkeling naar beheer, van veel geld naarweinig geld en van grote visies naar kleine dingen doen.Rijk, regio, markt en maatschappij moeten meer enbeter samenwerken aan complexe opgaven {multilevelgovernance). Belangrijk daarbij is om de opgaven en deambities centraal te zetten, en vervolgens gezamenlijkna te gaan weike interventies nodig zijn en wie weikeinterventie het beste kan doen (denk aan opheffen vanknelpunten in regelgeving, procesinterventies, stimu-leren van innovaties, koppelen van kennis, beleld enpraktijk, enzovoort). Hier hoort een andere sturingsstijibij, een die bestaat uit koppeling van vele kleine 'sleu-teiinterventies' om knelpunten op te lossen, en partijente binden. Deze interventies moeten nauw aansluitenbij de maatschappelijk-economische dynamiek omeffectief te kunnen zijn.= Mogelijk biedt een herij-king van het programma Randstad Urgent hiervooraanknopingspunten, tenminste als dit programma vaneen 'groeiperspectief naar een 'beheerperspectiefkan overschakelen. De suggestie in het regeerakkoordkan worden benut om dit programma naar de rest vanNederlanduittebreiden.Doelbereiking water en groen-* Afstemming stedelijke activiteiten - water-huishouding nog niet zichtbaar in de cijfers-? Rivier krijgt de ruimte-* Beleidsdoelen in landelijk gebied, ondermeer het duurzaam behoud van diersoorten enbiodiversiteit, staan onder druk-? Verstening van het landelijk gebied gaat door-? Nationale landschappen: het werkt, het wringten de roep om continuTteit is groot-* Nederlanders tevreden over groen enlandschap, maar zien ook de verrommeling-? Te weinig recreatiemogelijkheden in de Randstad-? Concentratie van intensieve teelten lukt, maarin versplinterde gebiedenOp basis van deze vier 'wegen' moet de nieuwe ministertwee zaken in de voorlopige toekomstagenda heroverwegen.Het is evident dat het zinvol is om de steden te versterken.Maar mogelijk is dit effectiever via indirecte interventies,bijvoorbeeld door aanpassingen van de financieringssys-tematiek, dan met eigen, directe rijksinterventies in deoccupatielaag. Dit draagt ook bij aan de vermindering vande bestuurlijke drukte. Focus daarnaast op een sterkererijksinzet bij de nieuwe transitieopgaven (klimaat, water enenergie) die zich in een internationaal speelveld vooral op deonderlaag en de netwerken manifesteren. Hier zijn rijksbe-langen en de rijksrol evident.Noten1 Vi/arbroek, B., 'Ruimtelijke ordening "nodeloos ingewikkeld"', in:Binnenlands Bestuur, 27-08-2010.2 Zwanikken, T.H.C, 'Agenderende notitie debat ToekomstagendaRuimte; Notitie ter voorbereiding van het debat over detoekomstagenda Ruimte', Royal Haskoning SMC, Nijmegen, 2010.3 Kuijpers, C, presentatie plandag 27 mei 2010, Amsterdam.4 Lamberigts, P.A.A.M., 'Rijk in de regio: perspectief op doorbrakenin slagkracht', advies in opdracht van V&W mede namens VROM,LNV en EZ, Royal Haskoning SMC, Rotterdam, 2010.5 Platform Randstad 2040, advies en aanvullend advies: 'Investerenmet de vieug mee; naar een nieuwe generatie RandstadSleutelprojecten', Den Haag, 2009.24 20io/o5 S+ROThemaToekomst ROHanden uit de mouwenMelanie Schultz van HaegenMinister van Infrastructuur en Milieudbo-min@m'imenw.nlHanden uitEen sterk en leefbaar Nederland meteen bloeiende economie die tegen eenstootje kan. Een land waar hard gewerktwordt en waar het plezierig wonen is.Een kraclitige economie en een goedvestigingsklimaat voor iedereen, datis wat ik voor ogen heb. U begrijpt alsruimtelijkeordeningsspecialist dat eengoed ingericlit land hiervoor van es-sentieel belang is. Onze economie moetweer op stoom komen. Daarom kies ikervoor om onze mainports, brainportsen greenports blijvend te versterken.Al deze ports zijn tenslotte niet alleenenorme banenmachines, ze makeninternationaal ook het verschil. Dat zedaarom goed bereJkbaar moeten blijven,mag duidelijk zijn. De grote ruimtelijkeopgaven gericht op de versterking vanonze economie zijn met name te vindenin de (ruim opgevatte) regio's rondomAmsterdam, Rotterdam en Eindhoven.Investeren in onze economie betekentook die economie veranderen. Hetgaat tenslotte niet meer alleen om hetmaken en verkopen. De nieuwe stede-lijke economie van innovatie, kennis ende creatieve sector vraagt een sterkepositie van de steden. Ruimte makenvoor lokale en regionale initiatieven ishiervoor essentieel.Nederland moet internationaal concur-reren met landen die vele malen groterzijn. We kunnen die concurrentie alleenaan als onze havens, onze kennis- eninnovatiesector en onze tuinbouw enbollenteelt de ruimte krijgen. Boven-dien moeten internationaal opererendebedrijven erop kunnen vertrouwen datNederland blijft werken aan een con-currerend en aantrekkelijk vestigings-klimaat. Wat de wet- en regelgevingbetreft, vind ik dat de rijksoverheid eenflinke stap terug moet doen. Provin-cies en gemeenten weten heel goedwat er regionaal en lokaal speelt. Hetadagium, 'decentraal wat kan, centraalwat moet', geldt dus nog steeds; mis- ,schien nog wel meer dan ooit. Er moetdaarbij echt meer ruimte komen voorinitiatieven van decentrale overhe-den, ondernemers en burgers. Nieuwefinancieringsmodellen en minder regelshelpen daarbij. Ik wil zoveel mogelijkbeperkingen die het rijksbeleid nu nogstelt, wegnemen.Illustratie: Joost Verhaak S+RO 20io/o6 25Thema Toekomst ROHanden uit de mouwende mouuuenVoor een sterker Nederland moetenwe blijven investeren in het vervoerop de weg, het spoor en het water. Wehebben met de MiRT-aanpak een goedbegin gemaakt door samen te werkenmet alle betrokkenen. Rekenen en te-kenen, ontwerpen en ontwikkeien gaandan hand in hand. Rijk, regio, bewonersen andere betrokkenen zoeken in deverkenningsfase naar de beste oplos-sing voor het probleem. Ik kies daaromvoor zaken die werkelijk van nationaalbelang zijn.Gezien dit alles ben ik direct begonnenmet de drie meest urgente opgaven.Als eerste werk ik aan een gerichtedecentralisatie en actualisatie van hetnationale ruimtelijk beleid, met meerruimte voor initiatieven van decentraleoverheden, ondernemers en burgers.Ten tweede: vereenvoudiging vanregelgeving en procedures, gerichtop minder bureaucratie en een snelleuitvoering. En als derde kies ik voor eengerichte uitvoering. Met het MIRT, metscherpe keuzes en temporisering vande projecten. Een uitvoering gerichtop nieuwe allianties die samenwerkenaan andere financieringsmodellen. Ditalles in een tijd die zich kenmerkt dooreconomische neergang. Eike euro moetweloverwogen uitgegeven worden. Wezullen werkelijk moeten kiezen, gerichtprioriteren en waar nodig temporiserenvoor de beste investering op het juistemoment.Het regeerakkoord eist dat het rijkmeer uit handen geeft. In de NotaRuimte was dit nog onvoldoende uitge-werkt. Die nota stamt uit 2004, maarwas inhoudelijk sterk gebaseerd op deVijfde Nota Ruimtelijke Ordening uit1999. Sindsdien is de wereld natuurlijkcompleet veranderd. Klimaatveran-dering, vergrijzing, bereikbaarheid,krimp, energie en economie. Opgavendie toen niet of totaal anders op deagenda stonden. Nu staan ze bovenaan.Kortom, het wordt hard werken voor denationale ruimtelijke ordening!26 20io/o6 S+ROThemaToekomst ROMoo/ NederlandArjan HarbersRedacteur S+RODistributiecentrum ciooo, Woerden.Foto: Your Captain, ANP Photoflaming andshamingAls je in de supermarkt een pak melkkoopt kun je daarop vaak lezen dat demelk van weidekoeien afkomstig is.Als het goed is leidt de consumptie vandeze melk tot een met koeien gevuldw/eidelandschap. Dit marketingconceptlijkt aan te slaan. Kunnen andere pro-ducten ook niet worden ingezet om hetverlangen van veel Nederlanders naareen idyllisch landschap, vrij van 'ver-rommeling en verstening', te verw/ezen-lijken? Bedrijven kunnen bijdragen aanhet behouden van open ruimte doorzich met hun kantoren in hoge dicht-heid in de binnensteden te vestigen endoor buiten de stad de footprint vanhun productie- of distributiehallenzoveel mogelijk te beperken. Waarommaken bedrijven die dat voorbeeldigdoen dan niet kenbaar of zij 'verrom-melen' ofjuist niet?ClOOO bijvoorbeeld w/erkt al jaren meteen gestapeld distributiecentrum langsde A12 bij Woerden. Door het stapelenvan loodsen heeft de supermarktketeneen verdere verstening van het land-schap voorkomen. ClOOO laat echter demogelijkheid liggen om zich met dezeM/erkwijze te afficheren en op dezemanier landschapsminnende klantenaan te trekken. Shell zet ook zijn bestebeentje voor w/at betreft het tegengaanvan 'verrommeling'. Het hoofdkantoorvan Shell keert binnenkort immersterug met duizend werknemers naarde Rotterdamse binnenstad en geeftdaarmee een enorme impuls aan hetcentrum van Rotterdam, te meer daarShell afziet van een eigen bedrijfskan-tine. Shell zou zich daarom bij de pompmoeten profileren met de slagzin 'Shellhelpt tegen verrommeling'. Mensendie zich storen aan hoofdkantoren inhet landschap kunnen door bij Shell tetanken de concurrentie verleiden Shellsvoorbeeld te volgen. Ook de verzeke-raars FBTO, De Coudse, Interpolis en DeAmersfoortse zijn al jaren in de binnen-steden gevestigd en zouden daarmeekunnen adverteren om zich te onder-scheiden van OHRA (langs de A325)en Centraal Beheer dat zijn prachtigevestiging in het Apeldoornse centrumgaat verruilen voor een locatie langs deAl. Zo kunnen de Nederlandse burgersdie 'verrommeling' een probleem vindenbottom-up bijdragen aan een 'MooierNederland'. Uiteraard moet u wel bij hetopzeggen van uw verzekering als redenopgeven: 'U verrommelt'.Indien de PR-afdelingen deze marke-tingkansen iaten liggen, dan kan denatuur- en landschapslobby altijd nogzelf actief een zw/artboek van verrom-melende bedrijven gaan aanleggen:Stichting Wakker Dier heeft immersmet succes de kiloknallers van - alweer- ClOOO onder de aandacht gebracht.Waarom zouden Milieudefensie,stichting Natuur en Milieu, Natuurmo-numenten of zelfs het ministerie deconsument ook niet nog eens wijzen opde ligging van het hoofdkantoor van deClOOO, namelijk met 380 w/erknemerslangs de Al bij Amersfoort? En beseft uwanneer u bij La Place een panino eet,dat Vroom en Dreesmanns hoofdkan-toor op een bedrijventerrein langs de A9staat? U kunt dit zwartboek uiteraardzelf uitbreiden met ondernemers aande rand van uw eigen gemeente of uituw dagelijkse praktijk, want ook enkeleruimtelijke adviesbureaus zijn in deweilanden gevestigd.Hier is een schone taak weggelegd voorde natuur- en landschapslobby. Als debedrijven slim zijn kiezen ze eieren voorhun geld en trekken ze zich terug uitde weilanden door minder extensiefmet hun grond om te gaan of met dekantoorwerkplekken terug te kerennaar de stadscentra. Bijvoorbeeld ophet Rotterdamse Weena of tegenoverDen Haag Hollands Spoor, waar nog veelgebouwen leeg staan. Misschien kanhet M-gebouw van OMA bij Den HaagCS dan toch nog worden gebouwd. Methet duurzaam inkopen geeft de over-heid het goede voorbeeld door haartoeleveranciers kritisch tegen het lichtte houden. De burgers zouden zich daarnu, met hulp van de producenten en denatuur- en milieulobby, bij aan kunnensluiten en zo bijdragen aan hun idylle'Mooi Nederland'.S+RO 2010/06 27''feja.,^'"^r28 20io/o6 S+ROThema Toekomst ROOntordenenToine HeijmansVerslaggever en columnistdeVolkskrantt.heijivans(S)voll(skrant.nlBloemkoolwijk Dukenburg, Nijmegen.Foto: Wim Klerkx, Hollandse Hoogte0 nTORDEREnEerst maar een bekentenis: ik weetniets van ruimtelijke ordening. Toen ikvan de w/eek voor het eerst het pracht-blad S+RO onder ogen kreeg, duizeldehet van de vaktermen. Het ging overeen stagnerend arrangement, een kata-lysator voor interstedelijke samenhang,een laddersysteem in de A2-zone, enover een blauwe banaan die van Londenvia Nederland en Duitsiand naar Noord-Italie loopt, en waarschijnlijk een ver-takking heeft naar Barcelona. Elk vakzijn vaktermen, maar ik geloof dat deruimtelijke ordening er kampioen in is -wat niet erg hoeft te zijn. Het levert inelk geval fantastische neologismen op,waarvan ik er een de mooiste vind: debloemkoolw/ijk.Ik weet alles van ruimtelijke ordening, Ikw/oon er al veertig jaar middenin. Ik benopgegroeid in een bloemkoolw/ijk, letswat toen heel hip was en nu een bronvan zorg. Laatst was ik er terug vooreen reportage met een buurtregis-seur - ook zo'n mooi woord. De smallesteegjes en de verborgen pleintjes vanmijn bloemkoolwijk waren ineens nes-ten van criminaliteit geworden. Je zultmaar net de ruimtelijk ordenaar zijn,dacht ik, die de bloemkoolwijk heeftuitgevonden. Mocht 'ie deze columnlezen, wees niet bevreesd: ik heb er eenheerlijke jeugd gehad. Tegenwoordigwoon ik een Vinex-wijk. Een Vinex-wijk is nooit erg hip geweest, en zaidaardoor hopelijk nooit een bron vanzorg worden. Bijna al mijn kennis overruimtelijke ordening heb ik er opgedaan- ik hoefde alleen maar uit mijn raam tekijken. Dat leverde genoeg stof op om ereen boekje over te schrijven, en om deruimtelijke ordening los te weken vande abstracties die het omgeeft.'Toen ik er kwam wonen was mijnVinex-wijk een woestijn. Op mijn huisen dat van mijn buren na, was er nietsdan zand. Dat lege land had een groteaantrekkingskracht op ons, de nieuw-bouwpioniers: het was zo leeg dat alleser mogelijk moest zijn. We bedachtener speeltuinen en voetbalvelden en eenclubhuis voor de buurtvereniging, en inhet zand streken tijdelijke kunstenaars-kolonies neer en een tijdelijke bloemen-winkel. Er kwam een tijdelijk strandzelfs, met een tijdelijke strandtent, diegodzijdank niet lang geleden een defini-tieve piek heeft gekregen.Het ging zo lekker in de Vinex-wijk,dat we de ruimtelijke ordening evenvergeten waren. Vi/ant die had onzewijk al twintig jaar eerder bedachtAlle lijnen waren getrokken, het beeldwas bepaald. Het zou er strak en stenigVinex-wijk Ijburg, Amsterdam. Foto:David Razing, Hollandse HoogteS+RO 2010/06 29ThemaToekomst ROOntordenenl|k?i,iXi^OnTORDEREnworden - het omgekeerde van eenbloemkoolwijk. Omdat alles al wasbepaald, bleek weinig meer te wijzigen.Het clubhuis van de buurtvereniging,een schitterend houten huis van deontwerper Piet Hein Eek, moest opstraffe van de bulldozer w/ijken vooreen stel onaandoenlijke blokw/oningen.Al snel bleek dat er te weinig scholenwaren, en te weinig speeltuinen, en teweinig parkeerplaatsen omdat wij, deVinex-vaders en de Vinex-moeders,meer kinderen maakten dan tevorenwas berekend, en meer auto's koch-ten dan de bedoeling was. Al snel waser behoefte aan een kerk ook, terwijiiedereen had bedacht dat wij, de mo-derne urban professionals, geen enkelebehoefte meer hadden aan een kerk.Om die reden heb ik weleens te doen' met de ruimtelijk ordenaars en ste-denbouwkundigen.Je kunt wel allesvan tevoren ruimtelijk willen ordenen,maar zodraje klaar bent met brainstor-men, vergaderen, actiepunten aftik-ken, blauwdrukken maken, maquettesbouwen en neologismen verzinnen, isde wereld alweer zo veranderd dat jeopnieuw kunt beginnen. De vraag is dus:hoeveel meet je eigenlijk ordenen? Demooiste piekken die ik zag op aarde, zijnde piekken die geordend worden doorniets anders dan de natuur Het hoog-gebergte. De zee. De Noordpool en deZuidpool. Het binnenland van Suriname.Zodra de mens zich ermee bemoeiengaat, komen de problemen - behalvewanneer de mens besluit zo'n gebiedmet rust te laten.Daarom hierbij mijn pleidooi voor hetruimtelijk ontordenen. Dat is een neo-logisme waar ik best trots op ben. Deboel een beetje in de gaten houden isprima, maar de ruimtelijk ontordenaaris er vooral om hoofd- en bijza
Reacties