Gedwongen verhuizing vanwege sloop heeft een negatief effect op de vriendschappen van jongeren. Vooral jongere, lokaal georiënteerde jeugd raakt vrienden kwijt na de verhuizing. Toch moet het effect niet worden overdreven. Een gedwongen verhuizing blijkt namelijk niet méér ingrijpend dan een ‘normale’ verhuizing en hoewel er kort na de verhuizing sprake is van verstoring van het sociale netwerk, blijkt dit op langere termijn vaak mee te vallen. De persoonlijke veerkracht om zich aan te passen in een nieuwe omgeving is belangrijk, en die blijkt ook onder gedwongen verhuisden groot.
TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ONDERZOEKSDOSSIER50SLOOP EN DEVRIENDSCHAPPENVAN JONGERENGedwongen verhuizing vanwege sloop heeft een negatief effect op de vriendschappen van jongeren.Vooral jongere, lokaal geori?nteerde jeugd raakt vrienden kwijt na de verhuizing. Toch moet het effect nietworden overdreven. Een gedwongen verhuizing blijkt namelijk niet m??r ingrijpend dan een `normale' ver-huizing en hoewel er kort na de verhuizing sprake is van verstoring van het sociale netwerk, blijkt dit oplangere termijn vaak mee te vallen. De persoonlijke veerkracht om zich aan te passen in een nieuwe omge-ving is belangrijk, en die blijkt ook onder gedwongen verhuisden groot.Een trap kan al een goede plek zijnom elkaar te ontmoeten.(Foto Thomas Schlijper / Hollandse Hoogte)51TIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ONDERZOEKSDOSSIERDOOR KIRSTEN VISSER, URBAN AND REGIONAL RESEARCH CENTREUTRECHT, FACULTEIT GEOWETENSCHAPPEN, UNIVERSITEIT UTRECHTStedelijke herstructurering staat hoog op de beleidsagendavan veel Nederlandse steden. De sloop van verouderde flat-gebouwen en de nieuwbouw van duurdere alternatievenzou leiden tot een `betere' sociale mix in achterstandsbuur-ten1. E?n van de gevolgen van dit beleid is de gedwongenverhuizing van een grote groep huishoudens, vaak met een lage sociaal-economische status. Er is al veel onderzoek gedaan naar de gevolgen vaneen gedwongen verhuizing: zo zou het leiden tot een verbetering in dewoonsituatie, maar ook tot een ontwrichting van ? soms positieve ?sociale netwerken2.In bestaand onderzoek is echter alleen maar gekeken naar volwassenen,we weten weinig over de effecten van gedwongen verhuizingen op jon-geren. Dit is een grote tekortkoming gezien de jeugd een periode iswaarin vriendschappen worden gevormd die van belang zijn voor deverdere ontwikkeling van een individu. Vriendschappen bieden affectie,intimiteit en sociale stimulatie; zijn van belang voor het ontwikkelenvan sociale vaardigheden en mensenkennis; en bieden emotionelesteun, solidariteit en zekerheid.3Hoewel er een overvloed aan studies is te vinden op het gebied vanvriendschappen onder jongeren, wordt er weinig aandacht besteedaan hoe deze vriendschappen zijn gerelateerd aan de context van debuurt en wat de invloed is van een gedwongen verhuizing. Het doelvan dit artikel is dit gat in de literatuur op te vullen door specifiekaandacht te besteden aan de effecten van een gedwongen verhuizingop de vriendschappen van jongeren. Een gedwongen verhuizing gaatvaak samen met een lange periode van onzekerheid en de ontwrich-ting van een hele sociale structuur in een buurt omdat alle huishou-dens in het te slopen flatgebouw moeten verhuizen. Daarom verwach-ten we dat een gedwongen verhuizing meer ontwrichtend is dan een`vrijwillige' verhuizing.VRIENDSCHAPPEN EN VERHUIZENDe meeste wetenschappers zijn het erover eens dat de sociale netwerkenvan individuen voor een groot deel worden bepaald door de sociale ensociaal-ruimtelijke context waarin men zich begeeft. Om metVerbrugge's4bekende woorden te spreken; er is geen `mating' zonder`meeting'. De compositie van sociale netwerken hangt dus samen metmogelijkheden voor ontmoeten in verschillende (buurt)contexten. Voorjongeren valt te denken aan een buurthuis, de sportclub of gewoon destraat, de voetbalkooi of het basketbalveldje.Met de groeiende mogelijkheden op het gebied van ICT en transport,wordt echter verondersteld dat het belang van de buurt voor socialecontacten steeds verder afneemt5. Desondanks blijkt uit verschillendestudies dat voor bepaalde groepen, zoals ouderen en bewoners meteen lagere sociaal-economische status, de buurt nog zeker relevant isvoor de formatie en instandhouding van sociale contacten6. Jongerenhebben over het algemeen een kleinere actieruimte dan volwassenen.Hun mogelijkheden voor het gebruik van de stedelijke ruimte wordenvaak gelimiteerd door de beperkte transportmogelijkheden en door derestricties opgelegd door volwassen, zoals de ouders7. Daarom ver-wachten we dat jongeren in hoge mate afhankelijk zijn van de lokalecontext ? zoals de buurt ? voor hun sociale contacten.Gezien de lokale ori?ntatie van jongeren heeft een verhuizing mogelijkeen groot effect op het sociale netwerk van deze groep. Er is een beperktaantal studies dat zich specifiek richt op het effect van residenti?le mobi-liteit op jongeren. De meeste van deze studies zijn uitgevoerd in de con-text van het Amerikaanse HOPE VI, een programma vergelijkbaar met deNederlandse herstructureringaanpak. Het idee achter deze programma'sis dat een verhuizing naar een `betere' buurt leidt tot contact met `betere'vrienden en buurtgenoten. Uit de HOPE VI-studies blijkt echter vooral dateen verhuizing leidt tot ontwrichting van bestaande sociale netwerken endat na een verhuizing jongeren het vaak moeilijk vinden een nieuw levenop te bouwen in de nieuwe buurt8. Ze moeten wennen aan de nieuwe nor-men en gebruiken in de buurt; georganiseerde activiteiten zijn nietbekend; en het is lastig nieuwe vrienden te maken. Toch zijn niet alle stu-dies even negatief: ondanks dat er vaak een ontwrichting van sociale net-werken wordt aangetoond, blijkt dat op langere termijn de meeste jonge-ren in staat zijn weer een nieuwe vriendengroep op te bouwen en activi-teiten te ontwikkelen in de nieuwe buurt9. In ons onderzoek verwachtenwe dan ook dat de negatieve effecten van een gedwongen verhuizingvooral van korte duur zijn. Hierbij is het belangrijk te realiseren dat jon-geren geen passieve `slachtoffers' zijn. De sociale contacten van jongerenworden inderdaad deels bepaald door de sociale contexten waarin ze zichbegeven, maar ze maken ook keuzes welke activiteiten te ontplooien enwelke vriendschappen te vormen. Dit kan in de oude buurt, in de nieuwebuurt of buiten de buurt zijn. Wanneer jongeren gedwongen zijn te ver-huizen, verandert de lokale context, maar de impact van residenti?lemobiliteit op vriendschappen is ook voor een groot deel afhankelijk vande keuzes die de jongeren maken.Hoewel er een overvloed aan studies is te vindenop het gebied van vriendschappen onder jongeren,wordt er weinig aandacht besteed aan hoe dezevriendschappen zijn gerelateerd aan de context vande buurt en wat de invloed is van een gedwongenverhuizingMETHODOLOGIEDit onderzoek richt zich op de vraag hoe een gedwongen verhuizing vaninvloed is op jongeren tussen de 12 en 21 jaar. Hiervoor hebben weonderzoek gedaan onder jongeren in zeven Utrechtse herstructurerings-buurten. We maken onderscheid tussen een groep gedwongen verhuis-den en een controlegroep bestaande uit niet-verhuisden en uit jongerendie wel zijn verhuisd maar niet vanwege de sloop van de woning (overi-ge verhuisden).Tussen juni en december 2009 hebben we enqu?tes afgenomen onder dejongeren. Gegevens van de afdelingen Bestuursinformatie enBurgerzaken van de gemeente Utrecht en data van de woningcorporatieMitros stelden ons in staat huishoudens te vinden die waren verhuisdvanwege sloop in de periode 1998 tot 2009 met jongeren tussen de 12 en21 jaar op het moment van verhuizen10. Op basis van dezelfde gemeente-lijke gegevens hebben we jongeren kunnen vinden die niet gedwongenwaren te verhuizen voor de controlegroep.52De groep gedwongen verhuisden bestond uit 433 potenti?le responden-ten, de controle groep uit 859 potenti?le respondenten. Een respons van26 procent leverde uiteindelijk 336 succesvol ingevulde enqu?tes op.Hiernaast zijn er van juli tot december 2009 in totaal 29 diepte-inter-views afgenomen.In tabel 1 worden de beschrijvende statistieken getoond. Allereerst valtop dat de afstand waarover de jongeren zijn verhuisd relatief klein is: demeeste jongeren blijven binnen de stad Utrecht. Dit heeft als gevolg dater ook weinig verandering van school heeft plaatsgevonden. Slechts 11jongeren zijn van school veranderd in hetzelfde jaar als de verhuizing,en voor al deze jongeren had de verandering van school te maken met deovergang van de basisschool naar de middelbare school.Kort na de verhuizing proberen veel jongeren nogcontact te houden met de vrienden in de oudebuurt, maar na een tijdje wordt dit steedsmoeilijkerHiernaast toont tabel 1 dat in de groep gedwongen verhuisden het aan-deel jongeren met een niet-westerse achtergrond groter is dan in de con-trolegroepen. Tevens zijn de gedwongen verhuisden en de niet-verhuis-den over het algemeen jonger en zij volgen daarom ook relatief vakernog onderwijs. De leeftijd ten tijde van de verhuizing is iets hoger onderde vrijwillig verhuisden dan onder de gedwongen verhuisden. Voor devrijwillig verhuisden had de verhuizing vaak te maken met het verlatenvan het ouderlijk huis. Het is belangrijk te realiseren dat het verschiltussen gedwongen en overige verhuisden in de univariate analyses ookdeels met deze achtergrondkenmerken te maken kunnen hebben. Wekunnen echter voor deze verschillen controleren door gebruik te makenvan een logistische regressie. In zo'n logistische regressie is de afhanke-lijke variabele de kans dat een bepaald effect plaatsvindt. Met een derge-lijke analyse kunnen we bekijken wat de verschillende kenmerken vande jongere, de woning en de buurt bijdragen aan bijvoorbeeld het kwijt-raken van vrienden.In de eerste kolom van de logistische regressie staat de logaritme van dekansverhouding (B). Hieraan kan worden afgelezen welke factoren posi-tief of negatief bijdragen aan de uitkomst. Hoe verder de logaritmeafwijkt van nul, hoe sterker het verband is. In de tweede kolom staat designificantie, de kans dat het verband in de steekproef op toeval berust.Als de kans kleiner is dan 0,05 weten we met minstens 95 procent zeker-heid dat er ook in de hele populatie sprake is van een dergelijk verband.Met sterretjes wordt aangegeven hoe significant het verband is.BEVINDINGENEen eerste vraag die we kunnen stellen is in hoeverre de buurt van belangvoor is de vriendschappen van jongeren. Wanneer een jongere veel vrien-den in de buurt heeft, is de kans groot dat een verhuizing meer effectheeft. Het blijkt dat jongeren in hoge mate lokaal geori?nteerd zijn in hunvriendschappen: 66.1 procent van de gedwongen verhuisden en 47.5 vande overige verhuisden heeft voor de verhuizing minstens de helft van devrienden binnen de buurt. Vooral jongeren die laag opgeleid zijn of dieeen niet-westerse achtergrond hebben zijn buurtgeori?nteerd. Hiernaasthangt het hebben van meer dan de helft van de vrienden binnen de buurtnegatief samen met leeftijd: naarmate jongeren ouder worden zijn zeminder op de buurt gericht voor hun vriendschappen.Verhuizen blijkt van invloed te zijn op de vriendschappen van jongeren:23,5 procent van de gedwongen verhuisden is ??n of meerdere vriendenverloren na de verhuizing. Voor de overige verhuisden was dit percentage26,4. Om inzicht te verschaffen in de factoren die van invloed zijn op hetverliezen van vrienden, hebben we een logistische regressie uitgevoerd(tabel 2). Als eerste blijkt hieruit dat ? na controle voor individuele- enbuurtkenmerken - een verhuizing vanwege sloop niet m??r ontwrichtendis dan een verhuizing vanwege een andere reden. Wel blijken andere facto-ren van belang voor het kwijtraken van vrienden na een verhuizing. Zoalsverwacht speelt de mate waarin de vriendschappen voor de verhuizinglokaal geori?nteerd zijn een rol. Jongeren die minimaal de helft van devrienden in de buurt hadden, raken gemiddeld vaker vrienden kwijt.Vooral voor jongere jeugd is de kans groot vrienden te verliezen. Dit heeftwaarschijnlijk te maken met het feit dat het vanwege hun beperkte actie-ruimte lastiger is om terug te gaan naar de oude buurt. Tot slot is het verla-ten van het ouderlijk huis gerelateerd aan een hogere kans om vrienden teverliezen. Dit kan worden verklaard door dat dit vaak samengaat met ande-re veranderingen, zoals gaan studeren of het vinden van een baan.Een ander interessant punt dat naar voren komt is dat afstand geeneffect heeft op het al dan niet verliezen van vrienden. Met andere woor-den, voor het verliezen van vrienden maakt het niet uit of een jongerenaar een buurt dichtbij of ver weg verhuist. Dit kan worden verklaarddoor het feit dat de jongeren elkaar niet meer op een regelmatige enspontane manier tegenkomen: er moeten nu afspraken gemaakt wordenom elkaar te kunnen ontmoeten. Een plaats waar deze spontane en toe-vallige ontmoetingen plaatsvinden is de straat. 77,4 procent van deTIJDSCHRIFT VOOR DE VOLKSHUISVESTING NUMMER 4 AUGUSTUS 2012ONDERZOEKSDOSSIERTabel 1: Karakteristieken van de onderzoeksgroepenGedwongen Overige Niet-verhuisden verhuisden verhuisden(1) (2) (3)GeslachtMan 45.7 41.5 40.0Vrouw 54.3 58.5 60.0AfkomstAutochtoon of westers allochtoon 31.2 58.9 51.5Niet-westers allochtoon 68.8 41.1 48.5Gemiddelde leeftijd (in 2009) 21.6 25.6 20.7Gemiddelde leeftijd op moment vanverhuizing 16.5 19.9 -Opleidingsniveau (gehaald of nog volgend)Laag (
Reacties