TIJDSCHRIFT VOOR RUIMTELIJKE ONTWIKKELING EN OMGEVINGSKWALITEIT 1996 / 4Stedebouw &Ruimtelijke OrdeningWateringsevetd 8000 wonTracekeuze HSLMiddenkatern: Planologische diskussiedagen?() v\r\e:A &tr!"iclij[jr\/t^if3:Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (NIROV)Aan de terugtrekkende overheid wordtsteeds hogere eisen gesteld. Lokale organisatiesen diensten worden hierdoor uitgedaagd enbezinnen zich opnieuw op hun kerntaken.Het bestuur wordt slagvaardiger, efficienter enklantgerichter. Van leidinggevenden - en vanhun adviseurs - wordt inzicht, flexibiliteit endaadkracht verwacht.MasteropleidJngRegionaal & Stedelijk ManagementVoor managers die met elan vorm willen gevenaan hun stad of regio, organiseertTopTech Studiesin samenwerking met de TU Delft, de VUAmsterdam en Geodan, de postdoctoraleMasteropleiding 'Regionaal & StedelijkManagement'.De volledige opieiding bestaat uit 34 intensievecursusdagen en wordt afgesloten met eenMasterexamen. Het programma bestaat uit eenmanagement blok, een thema blok en eenMasterproject. Van deelnemers wordt een groteinbreng verwacht. De opieiding is niet alleen eencursus, maar is ook een platform en een netwerkvoor stedelijk en regionaal managers. U leertmetcollega's, van collega's.Het eerste deel van de opieiding, het manage-mentblok, startop14oktober1996en bestaat uiteen module van vijf dagen en viervan driedagen.module 1: Introductieop regionaal en stedelijkmanagementmodule 2: Strategische planningmodule 3: Doorwerking van beleidmodule 4: De praktijk van het regionaal enstedelijk managementmodules: RegionaleontwikkelingU kunt met de bon de brochure aanvragen of voormeer informatie bellen met Adwin van Dijke,projectleider'Regionaal en StedelijkManagement'.Mekelweg4,2628CDDelfttel. 015 278 8019,fax 015 278 10 09TOPTECH STUDIESTU DELFTNaamOrganisatieFunctieAdresPostcode Plaats,.Teiefoon Fax, MA/TopTech Studies Antwoordnummer 10209,2600 WB Delft.Stedebouw & Ruimtelijke Ordening,voorhecn: SteJclnniw & Volkshuisvesting77e jaargang, nummer 4,1996Nedei'lands Instituut voor RuiniicliikcOrdening en Volkshuisvesting (NIROV).Opgoricht in 1917.RedactieIr. 1. Bvouwer!i-. H. DekkerMr. A. Ch. F(M-tgensDrs, R. te (IrotcnhuisDr. Z. HemelMw. dr. ir. M.A. de LangeDrs. 1.). ModderIr. W. RchIng. K.J. deRuitcrDrW./oiiiievoldRedactiesecretariaatl)r,i. R. tc GroleiihuisDrs. J.A.M. KadijkMw. drs. A.S. MichelNIROVPostbus 308332500 GV Den HaagBezoekadres: Mr. D. Hudig-huis,Mauritskade 21, 2514 HI) Den Haagt (070) 3 469 652f{070)3 617 422e nirovS'euronet.nlRichtlijnen voor auteursAiilciirs \',in arlikclcn enJiooklicspiL'kingcn kunncn op hetredactiesecretariaat 'Richtlijnen voorauteiirs' aanvragen.Uitgeverij & AdvertentiesVormgeving)elie de GruyterGrafisch Atelier WageningenDrukVecnman Driikkers WageningenPrijzenNiRov-leden onlvangen Stedebouw &Ruimteliike Ordenitig gratis.NIROV-liilmaatschap vanaf /i35,-Losse nummers /25,-Thcmanummers /30,-Losse nummers enabonnementenadministratieNlROVMw. I. Steenhoff-BoogersAan de/e uitgave is de uiterste zorghcstL'ctl; \oov onvolledige/onjiiisteiiilonnjiie aan\'aaideii autciir(s), redactieen uitgever geen aansprakelijkheid. Voorverbetering van onjuistheden houdt zij/ich aanbevolen.ISSN-1384-6531Stedebouw.Ruimtelijke OrdeningInhoud3 Even geduld a.u.b....Jaap ]. Modder4 De Ontwerpkant van FlevolandIr. }. HeesterVerslag studiedag 10 jaar Flevoland5 DenkraamR.M.W.J.NasArtikelen6 Naar en betere benutting van de nationale ruimteProf.dr. J. Oosterhaven, drs. F.J. Sijtsma, dr. J.P. Elhorstdrs. T.M. Stelder en drs. D. Strijker12 Nieuwe kansen voor grote stedenDrs. ]. Brouwer, drs. P. KurpershoekBeschouwing over stedelijke economic17 Duurzame ring of verknoeid hartIr. G.J.V. HotzeWaar beperkte tracekeuzes toe kunnen leiden31 Naar een marktordening voor VINEXJan Laan, Derk van der LaanPublicaties36 Recensies40 SignalementenMededelingen42 NIROV44 De Nieuwe Kaart van Nederland44 IFHP45 ISOCARP46 RPD22 De A50: Natuurcompensatie in de praktijkDrs. Geke Kuiper27 VakgenotenH. van der CammenSignalen28 NUBS-en in BrabantDr. Gertjan ArtsStand van zaken ten aanzien van het project NadereUitwerking Brabantse StedenNetwerkspellingVolgens de nieuwe spelling is het woord stedebouw in hetvervolgfout en zouden we stedenbouw moeten schrijven.Door het klakkeloos toepassen van een spellingsregel wordthierdoor echter veronachtzaamd dat een vakgemeenschapbewust heeft gekozen voorjuist de spelling stedebouw. Alsletterlijke vertaling van Stddtebau (stadsaanleg) werdstedenbouw aan het begin van deze eeuw vereenzelvigdmet een techniseh-architeetonischebenadering. Stedebouwdaarentegen drukt uit dat het hier om een brede opgavegaat. 'Stede' moet dan, net als in 'stedehouder' (dezespelling 'mag' nog wel), opgevat worden als aanduidingvoor 'plaats'. Onder meer Hudig, een van de oprichtersvan wat nu het nirov is, maakte zich indertijd sterk voordeze omschrijving en spelling van stedebouw. Het vakheeft zich in de loop van deze eeuw duidelijk ontwikkeldin de richting die werd aangeduid met het toenvoorgestane begrip stedebouw en die we nu zouden kun-nen aanduiden met bijvoorbeeld 'ruimteUjkeplanning'.Gezien de hele voorgeschiedenis houdt de redactie van dittijdschrift dan 00k nadrukkelijk vast aan de 'oude' spel-ling. Gehoopt wordt dat de vakgemeenschap en het onder-wijs hetzelfde doen en niet braafeen dommig spellings-regeltje zullen volgen.Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1996 nummer 4VBIJDe VBIJ maakt zich al bijna 25 jaar sterk voor een beleid datgericht is op een verantwoord beheer van het IJsselmeer enhaar directe omgeving in landelijk, natuurlijk,waterhuiskundig, cultuurhistorisch, milieuhygienisch enrecreatief opzicht.De werkzaamheden van de VBIJ worden door enkele vastemedewerkers en een groot aantal actieve vrijwilligersuitgevoerd. De organisatie bestaat naast een bestuur uit dewerkgroep beleid en de werkgroep acties. Uit het algemeenbestuur is een dagelijks bestuur benoemd. Voor het bestuurvan de vereniging zijn wij op zeer korte termijn op zoek naareen enthousiaste, motiverende en inspirerendeVOORZITTER (MA^)Wij zoeken een praktisch ingesteld persoon met bestuurlijkeervaring, gevoel voor politieke en bestuurlijke verhoudingenop alle overheidsniveaus, kennis van waterhuishoudkundigezaken en een grote affiniteit met het IJsselmeergebied. Hij/zijbeschikt over goede contactuele en sociale eigenschappen, hetvermogen om tactvol en doortastend te reageren op allerleisituaties en is bereid om zich volledig in te zetten voorbehoud en beheer van het IJsselmeergebied. De nieuwevoorzitter moet zowel zelfstandig als in teamverband goedkunnen functioneren en moet bereid zijn om veel vanzijn/haar vrije tijd ('s avonds en overdag) in dezeonbezoldigde functie te steken. Kortom de VBIJ zoekt eenman/vrouw met het 'Natte Hart' op de juiste plaats.Wij bieden u een actieve vereniging met duidelijkedoelstellingen. U wordt voorzitter van een enthousiast bestuurvol met plannen en ideeen voor de komende jaren en van eenvereniging die met inzet strijdt voor het behoud en beheer vanhet IJsselmeer.Voor nadere informatie omtrent deze advertentie kunt ucontact opnemen met Ada Oosterman-de Gans op hetsecretariaat van de VBIJ, telefoonnummer; 0299-371351.Uw (uitsluitend) schriftelijke reactie kunt u richten aan;Vereniging tot Behoud van het IJsselmeert.a.v. het bestuurPostbus 1, 1135 ZG EdamsCursusInleiding Planologie en Ruimtelijke OrdeningDe cursus Inleiding Planologie en Ruimtelijke Ordening (IPRO) geefteen breed overzicht van het ruimtelijk beleid in Nederland en dejuridische aspecten daarvan. Tevens wordt de samenhang met anderebeleidssectoren behandeld. De cursus wordt afgesloten met een excursieof themamiddag.Doelgroep De cursus is bedoeld voor diegenen die niet specifiek in deplanologie zijn ingewijd, maar in hun werk met ruimtelijke ordening inaanraking komen en hier meer inzicht in willen krijgen.Data 3, 10 en 31 oktober, 7, 14, 21 en 28 november en 6 en 12 december1996. Wegens grote belangstelling zal de cursus ook in de periodemaart-mei 1997 plaatsvinden.Prijs NIROV-leden / 1400,-; niet-leden f 1800,- (inclusiefsyllabusmateriaal, excursie en consumpties)Locatie UtrechtInformatie NIROV, drs. Berry Prins (coordinator), en Ria van der BurgInteractieve CursusVolkshuisvestingsbeleid 1996De cursus geeft een compleet overzicht van alle aspecten die samen-hangen met het beleidsveld volkshuisvesting en de aanpalende beleids-terreinen. In de cursus worden actuele ontwikkelingen in een brederkader geplaatst. De cursus wordt inhoudelijk voorbereid door een cur-suscommissie, onder leiding van profdr.ir. Hugo Priemus (OTB Delft).Van de cursist wordt verwacht dat hij of zij een actieve inbreng heeft.Doelgroep Personen werkzaam zijn op het terrein van devolkshuisvesting, bijvoorbeeld bij het Rijk, provincies, gemeenten,corporaties, beleggers, ontwikkelaars, makelaars enbewonersorganisaties.Data 10 en 11 oktober, 12 en 13 november en 11, 12 en 13 december1996Prijs NIROV-leden f 2300,-; niet-leden f 2750,- (inclusief syllabus,boek, lunches en consumpties)Locatie UtrechtInformatie NIROV, drs. Berry Prins (coordinator), en Ria van der BurgVINEX-locaties onderzocht en vergelekenEven geduld a.u.b....Als de Kamer dit najaar met ministerDe Boer in de slag gaat over het laat-ste stukje VINEX, de periode 2005-2010, zal er ongetwijfeld het nodigegezegd worden over de lopende ope-ratic. Gaat het allemaal wel naarwens? Over die vraag zijn vele menin-gen te verzamelen. Maar systematischonderzoek, daar kwam het tot dus-verre nog niet van. Binnenkort kanechter ook over de VINEX-uitvoeringworden gediscussieerd op basis vanfeiten.Kolpron Consultants inventariseerdein opdracht van het departement vanVROM de uitvoering op 120 locaties;die zijn tezamen goed voor ruim 80%van de opgave. De onderzoekers in deRotterdamse vestiging van het gere-nommeerde bureau kregen vier vragenmee. Hoe staat het met het ruimte-gebruik, idem met de woningdifferen-tiatie en met de ontsluiting peropenbaar vervoer. De vierde vraagbetrof het duurzaamheidsgehalte vande woningbouw en de inrichting.Hoewel de Kolpron-speurders medicapril hun resultaten op de departe-mentale bureaus deponeerden zijn deresultaten nog niet vrijgegeven voorpublicatie. Het is blijkbaar een heellange weg van de ambtelijke opdracht-gever naar de ministeriele loodgieters-tas. Wellicht moeten de consultantsvan Kolpron ook nog wat poetsen aande conclusies. Naar verluidt zijn deopdrachtnemers overigens niet onte-vreden over de state of the art. In hetvolgende nummer van dit tijdschrifthopen we u over de resultaten teberichten. Gelet op het komende debatin de Kamer mag ondertussen wordenaangenomen dat rapportage en con-clusies tegen die tijd beschikbaar zijn.De fraaie cover van dit nummerverwijst naar nog een ander onderzoekdat zijn schaduwen vooruitwerpt. Hetgaat om het onderzoek van Wim vande Poll. Ook hij kreeg van de rijks-opdrachtgevers de uitnodiging om eenaantal locaties eens wat beter te be-kijken. De vraagstelling in de richtingvan Van de Poll was een geheel anderedan aan Kolpron. In dit geval ging hetmet name om de stedebouwkundigekwaliteit van de locaties. Van de Pollnam circa twintig uitleglocaties onderde loep. Het ging om een volume vanruim 150.000 woningen (vergelijk deKolpron-onderzoekspopulatie: 380.000woningen). Om te beginnen maaktedeze onderzoeker zijn onderzoeks-objecten eerst maar eens vergelijkbaardoor ze op dezelfde schaal te brengenen te voorzien van dezelfde legenda.Van de Poll rondt zijn opdrachtmomenteel af. Van publicatie van deresultaten kan, behalve het fraaie ver-gelijkende panorama op de onderzoch-te locaties, helaas nog geen sprake zijn.Ook hier geldt dat het ministerieleparaaf eerst gezet moet worden. Wel isnu al duidelijk dat deze studie een zeeruitgebreide agenda zal opleveren dieniet alleen relevant is voor de lopendeoperatic maar ook voor wat er opvolgt. Als het resultaat van deze studieop tafel ligt kan een zinnig debat wor-den gevoerd over zaken als: hechtingaan de stad, nieuwe stedelijkheid inzijn diverse verschijningsvormen, iden-titeiten, verkeer en ecologie en de rolvan de markt.De resultaten slaan ook terug op destedebouwkundige discipline zelve.Wat moet de discipline bijvoorbeeldaan met de vraag naar ecolinies,verdwaalreservaten en archeo-deco ende 'nieuwe opdrachtgevers'?Hier doet zich een aardige parallelvoor met een ander 'onderzoekspro-ject', de Nieuwe Kaart van Nederland.Dit initiatief van BNS, NIROV en NVTLmoet leiden tot een niet eerdervertoond (digitaal en) volledigkaartbeeld van de lopende VINEX-operatie. De bedoeling ervan is nietalleen een kaart te produceren maarook een agenda op te maken voor hetvervolg van de uitvoering. Zo is nietondenkbaar, wellicht zelfs voorspel-baar, dat een aanvuUende opgavewordt geformuleerd, bijvoorbeeld inrailinfrastructuur.Maar evenals bij de studie van Van dePoll het geval is, zal ook de NieuweKaart tot een debat leiden over devakbeoefening zelf Want wat voorplanologen geldt (zie de recensie in ditnummer van de inaugurele rede vanWillem Salet) is ook aan de orde voorde stedebouw. Kort gezegd is de vraagwat we van de disciplines mogenverwachten als het gaat om hetbewerkstelligen van condities voor eenduurzame samenhang van ruimtelijkefuncties bij de verstedelijkingsopgavevoor de komende vijftien jaar.De tussentijdse resultaten van deNieuwe Kaart worden dit najaaroverigens teruggekoppeld naar deplanners en ontwerpers in viNEX-land.Over de resultaten wordt een debatgeorganiseerd dat naar het oordeel vaninitiatiefnemers van de Kaart nietopenbaar genoeg kan zijn. Toch welaardig dat het onderzoek naar deVINEX-uitvoering niet alleen vanuitde departementale kokers komt.Nadere informatieOver het Kolpron-onderzoek:dr. Willem Korthals Altes,1(010)4 565 411;Over het onderzoek van ir. Wim van dePoll,t(010)4 896 380;Over de Nieuwe Kaart van Nederland:drs. Margriet Pflug, t (070) 3 469 652(NIROV).Drs. Jaap J. ModderDirecteur en algemeen secretarisNIROVOmslagillustratie:W. van de Poll, RotterdamStedebouw & Ruimtelijke Ordening 1996 nummer 4Verslagstudiedag lOjaar FlevolandDe ontwerpkant van FlevolandIr J. Heester, BNS DKProvincie FlevolandOp 20 juni jongstleden organiseerde deBNS tezamen met de NVTL, het NIROVen de BNP een studiedag over Flevo-land, mede ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van deze provincie. Op destudiedag wisselden theorie en prak-tijk, verleden en toekomst, analyse enverbeelding elkaar op aangename eninformele manier af. Filmfragmentenversterkten het geheel. Het werdduidelijk dat naast de omvangrijkeverstedelijkingsopgave waarvoor ditgebied de komende jaren staat, er indeze jonge provincie ook archeologischen cultureel erfgoed is te vinden, eenextra kwaliteit voor het gebied. Eentocht van noord naar zuid door deprovincie Flevoland betekent tevenseen tocht in de tijd langs de Neder-landse ontwikkelingen op het gebiedvan planologie, stedebouw en land-schapsbouw van de twintigste eeuw.Het programma bevatte voldoendeingredienten voor een kritische kijk opFlevolands verleden en voor boeiendetoekomstvisies. Burgemeester Pans vanAlmere heette de deelnemers welkomen wees erop dat de leuze 'Almere is detoekomst' goed past bij een stad die intwintig jaar tijd is gegroeid van nul tot115.000 inwoners en nog niet eenshalverwege zijn ontwikkeling is.Almere denkt na over de 30.000woningen die de stad het komendedecennium op basis van de VINEX-taakstelling zal moeten realiseren.Gedeputeerde Loos memoreerde inzijn openingstoespraak de plannen dieFlevoland heeft ontwikkeld voor deOostflank van de Randstad, demogelijke ontwikkelingen voor eenluchthaven in het Markermeer tennoordwesten van Lelystad en debijdrage van de Europese Unie aanFlevoland ter stimulering van dewerkgelegenheid.In oktober 1996 zal er een thema-nummer van het tijdschrift Rooilijnverschijnen over 10 jaar Flevoland.Hierin worden onder meer de op dezestudiedag gehouden lezingen gepubli-ceerd van de historicus A.J.Geurts, deplanoloog A.J.J. van der Valk, delandschapsarchitect J.A. Lorzing en destedebouwkundige M. de Hoog.In het middagprogramma werdenvisies op de toekomst van Flevolandgegeven door de stedebouwkundigeP. Heerema en de landschapsarchitectN. van Dooren. Deze laatste stelde datstedelijke aanspraken op de ruimte inFlevoland geen recht doen aan dekwaliteiten van deze polders en daar-om niet de drager kunnen zijn van eentoekomstige ontwikkeling. Immers, zowerd toegelicht, dit vrij recent op dezee gewonnen land ligt in geografischopzicht in het spanningsveld tussen deRandstad en overig Nederland. Metname door de planologische gevoelig-heden tussen de Randstad en hetGroene Hart is Flevoland niet meereen uitwijkhaven voor de agrarier,maar voor onopgeloste kwesties in deruimtelijke ordening, zoals het klemzittende Schiphol, de verstedelijkings-opgave en de toenemende ontwikke-ling van recreatieverblijven, jacht-havens en vermaakcentra langs derandmeren. Dit is betreurenswaardigomdat de schaal van Flevoland te grootis en te veel kwaliteit heeft om te wor-den verkruimeld door het realiserenvan nieuwe nederzettingen. VanDooren pleit voor investeren in mo-derne landbouw in Flevoland. Delandbouw levert weliswaar een forsebijdrage aan de slechte staat vannatuur en milieu, maar wat betreft delandschappelijke schoonheid isFlevoland bijzonder gaaf. Het gebied isaangelegd als grootschalig en bijzondervruchtbaar werklandschap, waarin dehypermoderne landbouw uitstekendpast bij de aankleding van het land-schap met z'n lange, bijna barokkewegbeplantingen. Daarom verdient delandbouw, als een centrale pijler vande Nederlandse economic en betekenisin de wereld, juist hier alle steun. Hetis een uitdaging om, met de ruimte dieFlevoland biedt, de frontlinie van demoderne landbouw te verkennen en denoodzakelijke gang naar een schonereproductie en een andere orientatie opde wereldmarkt mogelijk te maken.Hierbij kan de schaal van het gebied enhet ontbreken van traditie in hetlandschap de noodzakelijke vrijheidbieden voor andere teelten, zoalsbosbouw, visteelt en windenergie maarook voor een andere organisatie vangrootschalige, milieuvriendelijkerlandbouw.Deze visie is hoogst interessant enverdient zeker nadere bestudering. Defunctie als opvangplaats voor ruimte-lijke knelpunten in de Randstad is niet(langer) gewenst. Echter in een ruimereconomisch perspectief gezien heeftFlevoland, en zeker het zuidelijk deelvan dit jonge gebied, een aantal anderefuncties dan landbouwkundige hardnodig voor de verdere ontwikkelingvan het gebied. Deze functies, onderandere bevolking en werkgelegenheid,kwamen in de discussie en de reactiesvan de landschapsarchitect H. Post ende stedebouwkundige S.M. Weveruitvoerig aan de orde. Laatstgenoemdewees erop dat het zuidelijk deel van deprovincie van meet af aan betrokkenwas bij het rijksverstedelijkings beleiden dat de daaruit voortvloeiendeverstedelijkingsopties mede bepalendwaren voor de ruimtelijke kwaliteitenvan Flevoland.nummer 4 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1996Over nieuwe landgoederen en buitenplaatsenKrijgen rijke stinkerdsweer de ruimte?In het kader van de hype 'privatiseren en economiseren'duikt in het debat over het landelijk gebied het nieuwelandgoed en de buitenplaats op. Panacee of hoi oppor-tunisme: dat is de vraag. Het onderwerp nieuwe land-goederen is belangrijk omdat het gaat om een nieuwebestemming voor het landelijk gebied. Streekplan enbestemmingsplan zullen de relevantie ervan moetenverwoorden en ruimtelijk kanaliseren.Tot de voorstanders kunnen worden gerekend het ministerievan LNV, maar ook de Raad voor het Natuurbeheer, diebinnenkort hierover een advies uitbrengt. De tegenstanders,waaronder de RPIVVROM voelen er eigenlijk niets voor. Hetbevordert de suburbanisatie maar, hoe houd je dat in dehand? Psychologisch is er ook weerstand in de vorm van'sinds wanneer staat de ruimtelijke ordening ten dienste vanrijke stinkerds?'. Wanneer de tussenstand in het debat wordtopgemaakt is het volgende op te merken.De bestaande landgoederen zijn uiterst waardevol. Zijvortnen een van de basiselementen van de ecologischehoofdstructuur, de recreatiestructuur, en de concentratie-punten voor de verblijfsrecreatie. De cultuurhistorischewaarden en de natuurschoonwaarden van landgoederen enbuitenplaatsen zijn bevestigd met de Natuurschoonwet-status en de ondersteuning die eigenaren krijgen. In land-schappelijke zin is er zelfs sprake van een aparte categorievoor de landschappen van de landgoederen en de buitens.Onderzoek wijst uit dat landgoederen en buitenplaatsenkatalysator zijn in de landschapsvorming en stedelijkeontwikkeling. Analyse van onder andere de stedelijkeontwikkeling in het westen leert dat bossen, landgoederen enbuitenplaatsen daarin een bepalende rol vervuUen. Hierbijgaat het in het bijzonder om de binnenduinrand, 't Gooi, dewestzijde van de Utrechtse Heuvelrug en de Vechtstreek.Opnierkelijk is tevens het feit dat, geincorporeerd in hetstedelijk lichaam, rol en betekenis van het landgoed nietverloren gaan. Intcgcndeel, van de landgoederen gaat eenbelangrijke invloed uit op de verdere ontwikkeling van destad, en nieuwe hoogwaardige gebruiksvormen wordenerdoor aangetrokken.In het westen zijn nu wel alle bestaande landgoederen enbuitenplaatsen in de stedelijke gebieden opgenomen enworden voor de verdere uitleg ervan (VINEX) node gemist.Uitzondering hierop is de viNEx-locatie Vleuten-De Meern,waar Haarzuilens een belangrijke plaats in het stedebouw-kundig plan inneemt. Volgens de voorstanders van nieuwelandgoederen en buitenplaatsen zijn deze van groot belangvoor de kwaliteit van het toekomstige landelijke enbebouwde gebied.Hoewel niet onderzocht, zijn er redenen te geven waaromlandgoederen en buitenplaatsen niet meer worden aan-gelegd. De belangrijkste lijkt de ruimtelijke ordening zelf.Doordat de ruimtelijke ordening coUectivistisch is georien-teerd, is er tot op heden geen ruimte geweest voor hetdenken aan het stichten van nieuwe landgoederen en buiten-plaatsen, een vrije handeling par excellence. Dat is te merken;sinds de jaren dertig is er geen landgoed meer aangelegd.AUes overziende is het evident dat de voorstanders hungelijk dienen te krijgen, zodat de ruimtelijke ordening dezevorm van ruimtegebruik kan inzetten op die plaatsen waarde positieve effecten ervan welkom zijn. Het moment lijktdan ook aangebroken om te stellen dat het debat niet langerdient te gaan of landgoederen en buitenplaatsen nu wel ofniet moeten kunnen maar over de vraag waar, hoe en inwelke vorm.De Randstadgroenstructuur, het bosconcept dat hoorde bijhet stedelijk concept van de jaren tachtig, kan op geenstukken na de huidige behoefte aan aangenaam en toegan-kelijk landschap dekken - en zeker niet die van de toekomst.Er is dus een visie gewenst op de betekenis van landgoed enbuitenplaats in de verdere ontwikkeling van westelijkNederland. Het doel is te verkennen of het stimuleren vande aanleg soelaas biedt bij het inlopen van de achterstand.Ook elders zijn nieuwe landgoederen en buitenplaatsen eenmeer dan wenselijke vorm van ruimtegebruik, bijvoorbeeldvoor de EHS-verbindingszones en de ontwikkeling van delandschapskwaliteit.Naast de kwaliteiten van landgoederen is er ook het voordeeldat 'privaat geld' wordt gemobiliseerd en dat realisatie directzal plaatshebben. Anders gezegd, met nieuwe landgoederenen buitenplaatsen lijkt de inhaalslag mogelijk die zonoodzakelijk is.Tot slot: landgoederen en buitenplaatsen zijn voor het genotvan degene die ze sticht. De gemeenschap plukt er de vruch-ten van in de vorm van onder meer landschapsvorming, eenvriendelijk recreatieklimaat, de verschijningsvorm en depublieke toegankelijkheid. Het dienen van het belang van degemeenschap staat in het geval van de nieuwe landgoederenen buitenplaatsen dus niet haaks op dat van de burger.Integendeel.Het coUectivistisch nolens volens en gekerm is dus weer eensonterecht.R.M.W.J. NasSecretaris Bosschap, ZeistStedebouw & Ruimtelijke Ordening 1996 nummer 4'Ruimte te over, ruimte tekorfNaar een betere benutting vande nationale ruimteVolgens de auteurs is het overhevelen van een kwart miljoen banen uit dewerkgelegenheidsgroei van de Randstad naar Noord-Nederland een goede zaak. In dit'1/4 miljoen scenario' krijgt de Randstad weer ruimte voor internationaalgeorienteerde, mainport-gebonden bedrijvigheid. De nationale baten worden geschatop 22 tot 45 miljard gulden. Voorts waarderen kopers en huurders van woningen in deRandstad en in het noorden de grotere kavels en de groenere woonomgeving op netto16 tot 18 miljard gulden. De groei van congestie in de Randstad komt tot stilstand endat levert nationaal 6 tot 9 miljard gulden op. Tenslotte zal het lokale milieugemiddeld per inwoner verbeteren.Prof.dr. J. Oosterhaven,Drs. F.J. Sijtsma,Dr. J.P. Elhorst,Drs. T.M. Stelder enDrs. D. Strijker.De auteurs zijn werkzaam bij deSectie Ruimtelijke Economievan de Faculteit derEconomische Wetenschappen,Rijksuniversiteit Groningen.Het artikel is een samenvattingvan de resultaten van de studie'Ruimte te over, ruimte tekort:een verkennend onderzoek naareen efftcienter gebruik van denationale ruimteIn het 1/4 miljoen scenario heeft eeninwoner van Noord-Nederland in2015 nog bijna vier maal zoveelgreen tot zijn beschikking als eeninwoner van de randstad.(Foto H. Cock. Assen)Momenteel is de aandacht van de ruimtelijke ordening sterkgericht op het oplossen van ruimtelijke problemen op demicroschaal van de stadsgewesten of op zijn best op demeso-schaal van de Randstadvleugels. Dat is wel eens andersgeweest. In de Tweede nota over de ruimtelijke ordening inNederland (1966) moest de groei van de bevolking in hetwesten en zuiden nog met twee miljoen inwoners wordenafgeremd en die het noorden met 3/4 miljoen wordengestimuleerd'. Sinds het afzweren van deze praktischinstrumentloze^ doelstelling lijkt op het woord 'spreiding'een beleidsmatig en politick taboe te rusten. Gezien deomvang van de huidige ruimtelijke problemen is er echteralle reden om dit taboe te doorbreken.Met de forse groei van de economie sinds het cind van dejaren tachtig manifesteren zich steeds meer ruimtelijkeknelpuntcn. Werk, werk, en nog eens werk komt daarmee ingevaar. Er is sprake van dagelijks langer wordende files,problemen bij het vindcn van goede woonlocaties voorsteeds kritischer consumenten, aantasting van het GrocncHart, toenemend verzet tegen grote infrastructuurprojectcnen een stijgend tekort aan bedrijfsterreinen. Als gevolg vandit alles blijft de groei van de Randstad al lange tijd achterbij die van de rest van Nederland. De vrees voor de negatieveeconomische gevolgen van de congestie en het tekort aanruimte vormt daarom terecht het centrale thema van denota 'Ruimte voor RegioV (1995).Een van de meest opmerkelijke kanten aan deze discussie isdat deze ruimtelijke problemen doorgaans als nationalekwestie worden gepresenteerd, terwijl er in feite vooralsprake is van problemen in de Randstad. In de anderelandsdelen bestaan ze niet of in veel mindere mate.Opvallend is ook dat vrijwel alleen op regionaal niveau, datwil zeggen binnen de Randstad zelf, naar steeds duurderwordende oplossingen wordt gezocht, met de recentefuturistische kustlocatieplannen voor Den Haag/Hoek vanHolland en IJmuiden/Beverwijk als dubieus hoogtepunt.Daarmee dringt zich de vraag op in hoeverre eenvoortgaande concentratie van bevolking en bedrijvigheideconomisch nog efficient is. De studie 'Ruimte te over,ruimte tekort' (Sijtsma e.a. 1996) scherpt deze vraag aandoor twee regio's te bekijken die qua ruimtelijke dichtheidelkaars meest extreme tegenpool vormen: de Randstad enNoord-Nederland. Door haar veel lagerebevolkingsdichtheid beschikt het noorden over een ruimnummer 4 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1996'WVerkeerscongestieInfrastructuurNatuur & MilieuInitiele impulsNoord-Nederland+ 1/4 mJn banetiNoord-Nederland^t ABi-regionaaleconomisch-demografischmodelISAM-II-^ GrondgebruikBevolking & wonenNoord-NedeilandOverig Nederland / RandstadGrondgebruikBevolking & wonen> k> rInitiele impulsRandstad^ ' "?- VerkeerscongestieInfrastructuurNatuur & Milieu- 1/4 mln banenRandstadFiguur 1. Basisstructuur 1/4 miljoenrekenmodel.aanbod van in de Randstad schaarse zaken:woningbouwlocaties in de directe nabijheid vangroengebieden, een overschot aan bedrijfsterreinen en eenvrijwel fdevrij wegennet met een aanzienlijke restcapaciteit.Gegeven de omvang van de huidige problemen in deRandstad ligt het voor de hand dat alleen een forseombuiging tot merkbare besparingen zal leiden. In deonderliggende studie is daarom aangenomen dat de groeivan de Randstad tot 2015 een kwart miljoen banen lager zaluitvallen en in Noord-Nederland een kwart miljoen banenhoger dan bij een autonome ontwikkeling het geval zou zijngeweest.Het 1/4 miljoen scenarioOp conceptueel niveau is een onderzoek naar de effectenvan een andere ruimtelijke ontwikkeling eenvoudig. Hetbestaat uit de volgende stappen:1. het opstellen van een basis scenario voor de groei van deeconomie, de bevolking, de mobiliteit en het ruimtegebruikvan de Randstad en Noord-Nederland voor de periode1995-2015;2. het opstellen van het 1/4 miljoen scenario op basis van dieelementen uit het basis scenario waarvoor Noord-Nederlandin de periode 1995-2015 een meer geschikte vestigingsplaatszou zijn dan de Randstad;3. het berekenen van de daarmee samenhangendeveranderingen in de totale regionale produktie,werkgelegenheid, bevolking, mobiliteit en ruimtegebruik;4. het berekenen van de daaraan gerelateerde regionale ennationale maatschappelijke kosten en baten.Elk van deze stappen vereist een groot aantal berekeningenen veronderstellingen, waarvan de onderlinge consistentie isbewaakt door zo veel mogelijk gebruik te maken van eengeintegreerd rekenmodel. De kern van dit model bestaat uithet Integraal Sectorstructuur en Arbeidsmarkt Model (ISAM-II, zie Stelder, 1991). Daarnaast bevat het rekenmodel eenaantal speciaal voor deze scenario-studie ontwikkeldemodules (zie figuur 1).In het basis scenario wordt een verkenning gemaakt van deregionaal-economische ontwikkeling over 20 jaar indien ergeen belangrijke regionale verschuivingen plaatsvinden^. Deresultaten van het basis scenario zijn geen doel op zichzelf.Zij dienen slechts als referentiepunt voor het 1/4 miljoenscenario, waarin de groei van de werkgelegenheid in deRandstad wordt afgebogen naar Noord-Nederland. Het gaatdaarbij niet primair om het verplaatsen van bestaandebedrijvigheid, maar om een ruimtelijk andere ontwikkelingvan nieuwe vestigingen en uitbreidingen van bestaandebedrijven en instellingen. Het gaat dus om differentielegroei: ten opzichte van het basis scenario groeit de economiein het noorden meer en in de Randstad minder.Het 1/4 miljoen scenario is in een drietal stappen opge-bouwd (zie tabel 1). Eerst is bepaald welke bedrijvigheidlocationeel weinig aan de Randstad is gebonden en daarmeeweinig gevoelig is voor verlies aan agglomeratie-voordelen.Op basis van ruimte-intensiteit, transport-intensiteit en demate van locatie-vrijheid is voor 41 sectoren vervolgensbepaald welk deel hiervan beter in het noorden gevestigdzou kunnen zijn. Het gaat hierbij bijvoorbeeld omglastuinbouw (8.000 banen), toerisme en verblijfsrecreatie(9.000 banen) en niet-mainport gebonden distributieactiviteiten (10.500 banen). De totale omvang van dezeHet 1/4 miljoenscenario betekentbijna 45% extrawerkgelegenheid inNoord-NederlandStedebouw & Ruimtelijke Ordening 1996 nummer 4Tabel 1. Opbouw van het 1/4 miljoen scenario in aantallen banen1. Niet Randstad gebonden bedrijvigheid 1995 980.0002a. Initiele werkgelegenheidsimpuls 1995-2015 115.000- ruimte intensieve bedrijven 34.000- transportintensieve bedrijven 30.000- locatie-vrije bedrijven 22.000- locatie-vrije (semi) overheid 29.0002b. Initiele bevolkingsimpuls 1995-2015 87.000-studenten 25.000- asielmigranten 25.000- pensioenmigranten 29.0003. Afgeleide effecten 1995-2015 (ISAM-II):- werkgelegenheid 135.000- bevolking 593.00Op nationalecongestiekosten kan6 tot 9 miljardworden bespaardzogenaamde initiele werkgelegenheidsimpuls betreft circa115.000 banen.Op basis van een vergelijkbare benadering is ook de omvangvan een initiele bevolkingsimpuls bepaald. Uit de niet-Randstad gebonden bevolking is op basis van de mate vanlocatie-vrijheid een selectie gemaakt. Het betreft in totaalcirca 87.000 studenten, asiel- en pensioenmigranten.Tenslotte leiden beide initiele impulsen, via bestedingen eninvesteringen van gezinnen en bedrijven en via reacties opde arbeidsmarkt, tot verdere veranderingen in de regionalewerkgelegenheid en de regionale bevolking, ofwel totafgeleide effecten (zie tabel 1).Het uiteindelijke effect omvat een differentiele groei voor deRandstad en voor Noord-Nederland van 250.000 banen,310.000 woningen en 780.000 personen over periode 1995-2015.De omvang van het 1/4 miljoen scenario is voor Noord-Nederland zeer groot. Het komt neer op een extra werkgele-genheid van bijna 45%. Doordat het woon- en leefklimaat inhet 1/4 miljoen scenario in de Randstad ten opzichte van hetbasis scenario belangrijk verbetert, is er 'slechts' een arbeids-migratie van 236.000 personen. Het gaat daarbij zowel omwerknemers uit de Randstad die naar het noorden verhui-zen, als om noordelijke schoolverlaters die niet meer voorhun werk naar de Randstad hoeven te verhuizen.Het meest spectaculaire gevolg van het 1/4 miljoen scenariois misschien wel de differentiele groei van de bevolking inNoord-Nederland met bijna 50%. De bevolking in Noord-Nederland zal als gevolg hiervan in 2015 een omvangbereiken van meer dan 2,5 miljoen personen. Ondanks dezegroei zal de bevolkingsdichtheid in 2015 echter nog steedsslechts 30% bedragen van die in de Randstad.Ook voor de Randstad gaat het om belangrijke veranderin-gen, maar de relatieve omvang is kleiner dan voor Noord-Nederland. De randstedelijke werkgelegenheid ondergaateen afname van de groei van circa 17% naar circa 8%. Erblijft dus sprake van groei. Voor de bevolkingsgroei is heteffect wederom opvallender. Blijft deze in het basis scenarioin de Randstad al achter bij de landelijke groei, met het 1/4miljoen scenario slaat zij om van +10% naar -5%.Naast de aannames met betrekking tot de initiele arbeids-marktimpuls, bevat het 1/4 miljoen scenario ook specifiekeaannames over hoe de vrijblijvende ruimte in de Randstadzou kunnen worden gebruikt en hoe de versterkte verstede-lijking in Noord-Nederland kan worden opgevangen. Devoortgaande verstedelijking van met name het Groene Hartwordt ten opzichte van het basis scenario tot 2015 terug-gebracht met 17.500 hectare. Hiervan wordt 7.000 hectaregebruikt voor de aanleg van goed toegankelijke natuur- enrecreatiegebieden dicht bij de grotere steden in de Randstad.De keerzijde is dat in Noord-Nederland 24.000 hectare extranodig is voor stedelijke functies als wonen, werken en infra-structuur. Voorts is extra landbouwgrond nodig voor deoverplaatsing van militaire oefenterreinen (5.000 hectare) envoor de extra behoefte aan natuur- en recreatieterreinen tercompensatie van het verlies aan groen in de directe woon-omgeving (3.000 hectare). Ondanks de toenemende ver-stedelijking heeft een inwoner van Noord-Nederland in 2015in het 1/4 miljoen scenario nog bijna vier maal zoveel groentot zijn beschikking als een inwoner van de Randstad.De welvaartsverschillen tussen beide scenario's zijn geanaly-seerd in termen van economische groei, kosten voorbedrijfsterreinen en woningbouwlocaties, verbetering van dewoon- en leefomgeving, veranderingen in verkeerskosten enmilieu-effecten. Op elk van deze punten zijn de nationale enregionale kosten en baten van het 1/4 miljoen scenario inkaart gebracht. Waar mogelijk is dit gebeurd door ze incontante waarden (c.w.'s) uit te drukken''. Waar dit nietmogelijk was, is gebruik gemaakt van pro memorie posten.Hierbij is per post met plussen en minnen een indicatiegegeven van de relatieve omvang per inwoner, per regio.Een sterkere Internationale concurrentiepositieIn alle berekeningen is aangenomen dat de nationaleeconomische groei in beide scenario's gelijk is. Een van demeest interessante vragen is echter of het 1/4 miljoenscenario niet juist in belangrijke mate bijdraagt aan de groeivan de nationale economic. Dit omdat de congestie in deRandstad door het 1/4 miljoen scenario nauwelijks zalstijgen en omdat er in de Randstad ruimte vrij komt vooreconomische activiteiten die daar bij uitstek thuis horen.Vooral de mainports van Amsterdam en Rotterdam zuUenmeer kansen krijgen voor het aantrekken van internationaalgeorienteerde bedrijven.Een voorzichtige benadering van dit effect komt uit opnationale baten ter grootte van 22 tot 45 miljard gulden eneen extra werkgelegenheidsgroei in de Randstad van 1,3%.Daarmee zou de macro-economische winst van het 1/4miljoen scenario de grootste batenpost zijn. Gezien deonzekerheid over de omvang van deze baten zijn ze verderpro memorie behandeld. Dit betekent dat er voor de bere-kening van de overige effecten van wordt uitgegaan dat denationale werkgelegenheid en het nationaal inkomen inbeide scenario's even snel groeien.nummer 4 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1996Van de veranderingen in de regionale werkloosheid en debesparingen op de aanleg van bedrijfsterreinen zijn welconcrete schattingen gemaakt. De arbeidsmarktsituatie inNoord-Nederland zai in bet 1/4 miljoen scenario met 3,7%-punt verbeteren. Daarmee behoort de regionale werkloos-heidsproblematiek van dit gebied voorgoed tot het verleden.Aan de andere kant zal de situatie op de arbeidsmarkt in deRandstad relatief verslechteren. Wanneer echter wel rekeningwordt gehouden met de p.m.-post voor de groei van inter-nationaal georienteerde bedrijvigheid, wordt de verwachte1%-punt verslechtering van de randstedelijke werkloosheidvolledig gecompenseerd (zie tabel 2).Op de aanleg van bedrijfsterreinen kan worden bespaarddoordat er en minder nieuwe terreinen nodig zijn en dekosten van nieuwe terreinen in Noord-Nederland lager zijndan in de Randstad. Nationaal gaat om een besparing van1,4 tot 1,6 miljard gulden over de periode 1995-2015.Een prettiger woonomgevingDe inrichting van de in de Randstad vrij blijvende ruimtemet bos, water en recreatieterreinen kan tot een belangrijkhogere kwaliteit van het wonen leiden. Uit een speciaal voordit onderzoek gehouden enquete onder makelaars blijkt datconsumenten in zowel de Randstad als in Noord-Nederlandbereid zijn gemiddeld een ongeveer 10% hogere prijs tebetalen voor woningen in groene wijken en eveneens een10% hogere prijs voor woningen op fietsafstand vannatuurgebieden of een aantrekkelijk cultuurlandschap.In het 1/4 miljoen scenario is aangenomen dat voor circa 1,3miljard gulden wordt geinvesteerd in 7.000 hectare natuur-en recreatiegebieden dichtbij de bestaande steden in deRandstad; alsmede in nieuwe ruim opgezette groenewoonwijken in Noord-Nederland. De baten van dit extragroen dichtbij en in de woonomgeving bedragen nationaalTabel 2. Kosten en baten voor wonen en werken in liet 1/4-miljoen scenario(in contante waarde mln /) Randstad Noorden NederlandBetere verdeling bedrijvigheid:- meer Internationale bedrijven (p.m.) (+22/4-45) (+22/+45)- verbetering werkloosheid (%-punt) -l,0%(/-h0,3%) +3,7% 0/+- lagere bedrijfslocatiekosten +1,4/+1,6Betere woonomgeving:- investeringskosten extra groen -1,3- meer woonplezier door meer groen + 10 +5 + 15- grotere kavels voor migranten +2/+4 +2/+4- behoud deel Groene Hart ++++ ++Verbetering voorzieningenniveau 0/- ++ ++15 miljard gulden, waarvan 10 miljard gulden voor deRandstad en 5 miljard gulden voor Noord-Nederland.Daarbij komen nog de moeilijk kwantificeerbare baten vande 12.000 hectare van het Groene Hart die van verdereverstedelijking bespaard kunnen blijven. Voorts wordt hetgemiddelde verschil in kavelgrootte voor nieuwbouw van 65m^ tussen de Randstad en Noord-Nederland, door consu-menten gewaardeerd op 2 tot 4 miljard gulden (zie tabel 2)'.In Noord-Nederland worden twee maal zoveel woningen inhet landelijk gebied gebouwd als in de Randstad. Dit is vanbelang voor het voorzieningenniveau. Door een vergrotingvan het draagvlak zuUen basisvoorzieningen, zoals de laatstebasisschool, in stand kunnen blijven. De topvoorzieningenin de Randstad, zoals het Rijksmuseum, hebben een natio-naal- en ten dele ook internationaal-toeristisch draagvlakdat door het 1/4 miljoen scenario niet wordt aangetast. Hetgemiddelde nationale voorzieningenniveau zal daardoor inhet 1/4 miljoen scenario lets verbeteren.Figuur 2. Congestie in 2015,volgens beide scenario's.kilometerminuten0'500'1000'3000'6000'900012000-15000-18000-25000 -500100030006000900012000150001800025000Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1996 nummer 4Tabel 3. Kosten en baten voor verkeer en milieu in het 1/4-miljoen scenario(in contante waarde mln /) Randstad Noorden NederlandEffecten op verkeer en vervoer:? besparing op congestiekosten +6/+9 -0,l/-0,4 +6/+9? besparing op infrastructuur (p.m.) (+11/+28) (-3/-7) (+8/+21)? minder en goedkoper openbaar vervoer + 0/+ +Effecten op milieu en gezondheid:? mondiale milieu-effecten 0/-.\'Mm^,v.>is)?jr5.jaj?,!iira?.
Reacties