,'" .^|F;^ :^'>-"^^--'?-;"#;r-v'ip^ '-.'i:.TMTIJDSCHRIFT VOOR RUIMTELIJKE ONTWIKKELING EN OMGEVINGSKWALITEIT 1997 / 6Stedebouw &Ruimtelijke OrdeningNederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (NIROV)h3IuQV O R M V I NGrafisch ontwerpbureau met als specialisatie ruimtelijkeordening, verkeer en vervoer, bouwen en wonenVormgeving van boeken, nota's, rapporten, brochuresVan concept tot en met drukwerkKaartmateriaal op basis van eigen digitale ondergrondenPresentaties, tentoonstellingenTekstbegeleidingHuisstijiontwikkeling '?Projectmatige werkwijzeRisicodragend m.b.t. levertijd en overeengekomen budgetOpdrachtgevers:MinisteriesProvinciesGemeentenWaterschappenVervoerbedrijvenAdviesbureau's Bedrijven en instellingenAgendaVoorjaar 1998ISjanuari 1998Internet en de relatieburger-overheidpraktijksessie Mediaplaza22januari 1998Omgekeerde integratieGroot SchuylenburgVan der Takstraat 65-67, 3071 LK RotterdamTelefoon:010-413 80 72 Fax:010-411 72 87E-mail: mijswal@xs4all.nlhttp://www,xs4all.nl/~mijswal/ ., .,COMMUNICATIEPraktijksessieInternet en de relatieburger-overheidISjanuari 1998Voor beslissers bij de (gemeentelijke) overheid die verantwoordelijkzijn voor de informatievoorziening en de participatie van de burgerorganiseert het NIROV een praktijksessie. 1 lierin staat de rol vanInternet centraal. Dit nieuwe communicatiemiddel maakt het moge-lijk om de burger directe toegang te geven tot alle beschikbare dicn-sten. en informatie. Wat zijn de gevolgen als iedereen zich op eenlaagdrempelige wijze overal niee kan benioeien?Kosten: f 795 (niet-leden f 995). loaitic: MctJ'ui-phiza, Utrecht.Informatie: drs. Robert Sahce en Moniqiie Duniiril,t (070)-302 84 22/32vanaf23 januari 1998De Europese ruimte in13februari 1998Ruimtelijk beleid enherstructurering varkenshouderijstudiedag19februari 1998Duurzame wijkvernieuwingin Rotterdamsymposiumvoorjaar 1998Inleiding Planologieen Ruimtelijke Ordeningmaart 1998Woonverkenningen MMXXXnationaal congresMeer informatie: t (070)302 84 84http://www.nirov.nl=^^^NIROV ^iir?Vitedeboiiw & Riiimtelijke Ordening,oorhcun: SlCLicliouw ik VolkshuisvestingScjaargang, nummer6,1997'JL'i.lcrl.inds InsliUiut voor Kuinitcliike)rciciiing en Volkshuisvesting (NIROV).^piieriehl in 1917.ledactier.). hrcniwcrI- II. Dekker)r. Z. Hemel)rs. J. Kuiper)rs. J.A.M. KadilkIvv. tif. ir. M.A. de Lange)rs. J.l. M.Kkier)r. ir. W. Reh)rs. ]. kodenburgiig. K.I. de Ruiter)r. W. ZonnevekiRedacticsccretariaat)rs. [.A.M. Kadijk)i.v 1. KuiperUv. 1 i. van der SchaafIliUlV'ostbus 30833500 GV Den Haagle/.oekadres: Mr. D. liudig-huis,l,uiritskade21,2514 ill) Den llaag(070) 3 028 484(070)3 617 422niro\'(''^niri)v,nl/ hllp://\v\v\v.ni]"()v.nlJchtlijncn voor auteursiiiteurs van artikclen en boekbespre-ingen kunnen op bet redactiesecreta*iaat 'Riehtliinen voor auteurs'anviagen.Jitgeverij & AdvertentiesIlKOV'ormgeving.'Ik' de Gruyterirafisch Atelier Wageningen)ruk'eennian Drukkcrs Hde'rijzeniiROV-leden ontvangen Sledebouw &[uimtclijke Ortlcning gratis.[Rov-lidniaatschap vanaf/140,-nsso nurnnicrs f25,-hcnianumniers /30,-osse mummers enbonncmentcnadministratieIIROVIw. I. SteenhofT-Boogerslan de/e uitga^e is de uiterste zorgcsteed; N'ooi- onsolledige/oniuiste intor-i.Uic .uunaarden aineiiifsl, redaetie enit;',e\cr geeii a.iiisprakeJijkbeid. Voorei hrte! ini; van oniuistheden houdt zijich aanbevolen.StedebouwRuimtelijke OrdeningInhoudDenkraam3 Back to the future?W. KleynBijdragen aan het ruimtedebat4 Pleidooien voor gespreide concentratieZ. Hemel en W. ZonneveldDrie bijdragen aan het ruimtedebat onderling verge-leken: ing, AVBB en HWV.7 ING: De Randstad in het centrumR.E. SmitEen keuze voor Nederland distributieland in plaats vankennisland en verdere concentratie van activiteiten in deRandstad als antwoord op de toenemende concurrentietussen stedelijke gebieden.12 AVBB: Corridors als bouwstenen voor de ruimtelijkeinrichting in de 21e eeuwP. de RuijterRuggengraten en parelsnoeren als concepten voor mobi-liteitsgeleiding.15 HWV: Rood met groenG. DekkerDe rigide grenzen tussen rode en groene functieszouden moeten vervagen, vooral in het Westen deslands.lOOjaar stedebouw19 De regie van de stadC. WagenaarIn het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) is tot enmet 5 april 1998 een overzichtsexpositie te zien overhoogtepunten van de stedebouw in deze eeuw. Eenvoorproefje.Middenkatern2"^ Biennal of Towns and Planners in Europe100jaar Stedebouw (vervolg)25 100 jaar Van EesterenV.T. van RossemTussen het werk van Van Eesteren en de nota 'Randstaden Groene Hart' ligt een wereld van verschil.Artikelen30 Veiligheid rijmt niet ahijd op kwaliteit/. KuiperDubbel grondgebruik heeft letterlijk en figuurlijk heelwat voeten in de aarde, zo bleek onlangs op een expert-meeting van het NIROV in het Amsterdamse Bos enLommer.33 Grondaankoop voor natuurbeleidM.J. van Dooren, E.A. Anderson en B. NeedhamEen fooftom-?p-benadering bij aankoop en beheer vannatuurgebieden kan een interessante optie zijn.39 StlR streeft naar strak gestroomlijnde steden]. KuiperVerslag van het startsein voor de StimuleringsregelingIntensief Ruimtegebruik.Publicaties40 RecensiesMededelingen44 NIROV46 iSoCaRPHet NetwerkSSN-1384-6531OmslagillustratieOntwerp voor het nieuwe regeringscentrum in Kiev van Iwan Fomin uit 1934. Het was een van defavoriete inzendingen voor de tweede ronde vaneen prijsvraag die de Sovjet-autoriteiten hadden uitgeschreven. Kiev was in datjaar hoofdstad van de Sovjet-republiek Oekra'ine geworden. Eenkerk en een klooster uit de 12' eeuw moesten het veld ruimen. De tweede ronde leverde uiteindelijk geen winnaar op; het basisontwerp werd in delenuitgewerkt. De ontwerpen voor de prijsvraag komen aan bod in het boek 'de regie van de stad', een overzichtswerk over 100 jaar stedebouw inEuropa. De gelijknamige tentoonstelling is tot en met 5 april 1998 te zien in het NAi.(Bron: De Regie van de Stad, NAi-uitgevers Rotterdam).Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1997 nummer 6NIEUW! Praktijkboek CISToepassingent^iimmmmtm&fm^^^^^?van geografischeNeem eenvoorbeeldaan hetPraktijkboekCIS!informatie-technologieInspirator en wegwijzer voor depublieke sector. In het Praktijkboek GISziet u op weike terreinen geografischeinformatiesystemen (GIS) al met succesworden toegepast. Van ruimtelijkeordening tot veiligheid. Leer van depraktijkervaringen elders. Laat u inspirerenvoor toepassing in uw eigen omgeving.Zie wat GIS (nog meer) voor uw organisatiekan betekenen. Het Praktijkboek GIS isopgebouwd uit zeer handzame en over-zichtelijke katernen en is ook nog eensbijzonder rijk geillustreerd.Vul de nevenstaande bon nu in!Bellen of faxen kan ook.Tel. (0172)466 822fax (0172) 466 520e-mail: klantenservice@samsom.nlsite: www.samsom.nl^^Elk kwartaal ontvangt u een nieuw katernrSamsom H.D. Tjeenk Willink bvQIAVele beleidsterreinen!Maak ook kennis met de meestopmerkelijke en vernieuwende GIS-projecten. Spiegel uw organisatie aande praktijkvoorbeelden op hetgebied van:- ruimtelijke planning- milieu- water- verkeer & vervoer- economie- zakelijke & overige dienstverlening- en openbare orde & veiligheid.Tot 31 december a.s. aantrekkelijkintekenvoordeel.Kijk op de bon en bestel direct!Bestelbon -L f ik laat mlj inspireren door het Praktijkboek GIS.Ik bestel: abonnement(en) op het Praktijkboek GIS (65004955) voorminimaal een jaar en daarna tot wederopzegging.Als vroege inschrijver start ik met een dubbeldik eerste katern. Daarvoorbetaal ik slechts f 42,50 in plaats van f 85,--. Vervolgens ontvang ik elkkwartaal een nieuw katern a f 42,50. De fraaie opbergband ontvang ik gratis.Organisatie:T.a.v.: m/vFunctie:Adres:Postcode/olaats:Telefoon: Faxnummer:e-mail: _ Handtekening:U kunt deze bon ongefrankeerd opsturen naar: Samsom H.D Tjeenk Willink bv.Antwoordnummer 10171^^ ^^ ^^ ^^ ^^ 2400 VB Alphen aan den Rijn.Back to the future?Het siert de Rijksplanologische Dienst dat zij het debat overhet toekomstige ruimtelijke beleid in de discussienota'Nederland 2030' heeft durven openen met een viertalontwerpen die stuk voor stuk een breuk met het huidigebeleid impliceren. Sterker nog, het gaat om perspectieven dieonderling niet alleen concurreren qua ruimtehjk beeld, maarook wat betreft individuele en collectieve preferenties en dewijze waarop en de mate waarin sturing gegeven wordt aanruimtelijke processen. Zo veronderstelt 'Stedenland' eenongekend strakke regiefunctie voor het Rijk, terwijl 'Palet'alle ruimte biedt aan lokale overheden en/of particulierinitiatief. Het is uiterst verleidelijk de suggestie te volgen omeen consequente keuze te maken voor een van de vier gepre-senteerde ontwerpen. Uit die keuzes volgen dan, terugprojcctcrend naar het hier en nu, de beleidsopgaven voor dekomende periode. Gezien het onderling concurrerendekaraktcr - zo lijkt het - zal men ook moeten kiezen. Eenkeuze a la carte is er niet bij. Het is of vlees, of vis en degchele maaltijd moet verorberd worden.Hoe stimulerend de aanpak van Nederland 2030 op zich ookvoor de discussie moge zijn, verenging van het ruimtelijkdebat tot een discussie over de keuze tussen een viertal stati-sche ruimtelijke ontwerpen is onbevredigend. Vragen als:welke ruimtelijke knelpunten mogen we de komendedecennia verwachten, waar zullen ze zich voordoen en hoekunnen we ze oplossen, komen onvoldoende aan de orde.Dat zijn echter wel vragen die het volgende kabinet zich zalmoeten stcllen. Daarvoor is een prospectieve en niet eennormatieve analyse nodig. In die prospectieve benaderingligt de meerwaarde van de woon-, milieu- en natuurverken-ningen en van 'Economic en Fysieke omgeving' van het CPB.Daarin ligt ook primair de meerwaarde van de recentverschenen ruimtelijk-economische verkenning 'Ruimtevoor Economische Dynamiek' van het ministerie van Econo-mische Zaken. De studie bouwt voort op de CPR-scenario's.Afliankelijk van de feitelijke ontwikkeling van exogenegrootheden als demografie, technologic en internationaleomgeving zijn er niet alleen vcrschillen in nationalc groci enruimtebehoefte, maar ook verschillen in ruimtelijkepatronen. Zo leidt een hechte beleidscoordinatie op Euro-pees niveau tot een sterkere uitdijing van de Randstad inZuidoostelijke richting. Een zwakke coordinatie, gepaardgaande met een sterk geliberaliseerde wereldmarkt geeftechter een relatief gunstige ontwikkeling van de Randstad eneen relatief zwakke ontwikkeling van het overige kerngebiedte zien. Het eerstgenoemde scenario is verhoudingsgewijsgunstig voor de industriele werkgelegenheid, terwijl hettweede vooral bevorderlijk is voor de dienstensector.Betekent dat nu dat, aangczien niet-stuurbare ontwikke-lingen zo onzeker zijn, zinvoUe keuzes voor de toekomst niette maken zijn? Neen, dat betekent het niet. In elk van descenario's zal zo'n 80% van de werkgelegenheid samengebaldzijn op minder dan de helft van het nationale oppervlak.Binnen deze ruimtelijke hoofdstructuur - die gedragenwordt door mainports, steden en verbindende infrastructuur- is ook het leeuwendeel van de bevolking woonachtig. Endaar is ook het overgrote deel van de ruimtelijke problema-tiek - ruimtedruk, congestie en verdringing van functies -geconcentreerd. Bovendien zijn de samenstellende delen vande ruimtelijk-economische structuur complementair. Zevormen de schakels in internationale ketens en clusters.Zonder florerende mainports en vitale agglomeraties in deRandstad geen voortzetting van de gunstige ontwikkelingenvan de rest van het economisch kerngebied. Zonder eengezonde industriele basis geen goede ontwikkeling van dedienstensector.De beleidsopgave bestaat dus in ieder geval uit het creerenvan de juiste, dat wil zeggen gevarieerde, ruimtelijke voor-waarden om de verwachte maatschappelijke dynamiekbinnen de hoofdstructuur te accommoderen. Daarbinnen isimmers gedurende eeuwen ons maatschappelijke kapitaal inde vorm van voorzieningen en structuren opgebouwd. Welmoet rekening gehouden worden met forse bandbreedtesvanwege onzekerheden met betrekking tot sectorale enruimtelijke ontwikkelingen. Het door EZ aangereikteantwoord daarop -zoekruimtes en reserveringsplanologie -vergt nadere uitwerking maar verdient tenminste eenvolwaardige plaats in de discussie over de vraag hoe we onzetoekomstige planologie in een steeds onzekerder wereldvormgeven.Dat brengt ons op een volgende vraag. Moeten we welkiezen voor of tegen steden, voor of tegen infrastructuur alsleidend ruimtelijk concept ? Ook hier geeft 'Ruimte voorEconomische Dynamiek' geen enkelvoudige recepten. Vitalesteden? la, vooral voor die baaierd aan maatschappelijkeactiviteiten die het beste in een stedelijk milieu gedijen.Maar daartoe moeten steden wel kunnen ademen. Een tegrote concentratie leidt slechts tot te hoge prijzen, totcongestie en destructie van waardevolle stedebouwkundigestructuren. Corridorvorming? la, vooral voor de logistiekesector, selectief en gebundeld, multimodale potenties uitbui-tend. Een stevig restrictief beleid? ja, maar beperkt tot watecht waardevol is en ruimte biedt voor economisch draag-vlak voor het platteland.Kortom, de planologie van de volgende eeuw vergt eenverscheidenheid aan concepten, flexibel genoeg om recht tedoen aan onvermijdbare onzekerheden.Drs.W.H.KleynMinisterie van EconomischeZakenStedebouw & Ruimtelijke Ordening 1997 nummer 6Drie bijdragen aan het nationale ruimtedebatPleidooien voor gespreideconcentratieHet ruimtedebat werpt zijn vruchten af. De afgelopen maanden verschenen, kort na elkaar, drie visies op deruimtelijke inrichting van Nederland in de eenentwintigste eeuw. Bijzonder is dat zij alle drie afkomstigzijn van het bedrijfsleven, dat zo een belangrijke bijdrage levert aan het debat over de vernieuwing van hetruimtelijk beleid. Aanleiding voor de redactie van Stedebouw & Ruimtelijke Ordening de opstellers tevragen hun visie kort toe te lichten.Dr. Z. HemelDr. W. Zonneveldredactie S&ROAls eerste kwam het Economisch Bureau van de ING Bankdeze zomer naar buiten met de verkennende studie 'DeRandstad in het centrum', geschreven in opdracht van devier grote steden. Enkele maanden later volgde TNO Inro meteen in opdracht van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf(AVBB) opgestelde visie 'Doorkijk op de ruimtelijke inrich-ting in de 21 e eeuw'. Als derde verscheen de HollandseWerkgevers Vereniging met een door Kolpron BV samenge-stelde 'nieuwe visie op de ruimtelijke ontwikkeling van deRandstad', getiteld 'Rood met Groen'. Wat scheidt en watbindt de drie visies? Allereerst vallen de verschillendevormen van publicatie op. De verkennende studie van deING Bank is het omvangrijkst. Het betreft een studie vanzeventig bladzijden die bestaat uit een hoofdtekst met eenaantal aanbevelingen, een viertal bijlagen en een bronnen-lijst. De visie van het AVBB heeft daarentegen meer hetkarakter van een brochure, bestaat uit vier korte hoofd-stukken en wordt afgesloten met een literatuurlijst - hetgeheel omvat niet meer dan achtentwintig bladzijden. DeHollandse Werkgevers Vereniging {WNW) tenslotte presen-teert haar visie zeer beknopt, in een puntig programma. Hetbetreft een beknopte brochure van amper acht bladzijden.Verschillend is ook de boodschap, op het eerste gezichtalthans. Zo men die kort kan samenvatten vraagt de INGBank om een versterking van de Randstad door middel vaneconomische en bestuurlijke krachtenbundeling, het AVBBvraagt om een goede en tijdige marktconforme bouwlocatie-ontwikkeling, terwijl de Hwv vraagt om ruimte in hetGreene Hart voor economische activiteit en hoogwaardige,groene woonlocaties. Vanuit het perspectief van deopdrachtgevers zijn deze pleidooien volkomen logisch.Logisch is het ook dat in de uitwerking van die bood-schappen in concrete visies in eerste instantie vooral deverschillen tussen die visies opvallen. Zo beoogt de ING Bankverdichting van de economische activiteiten door een halve-ring van de reistijden met openbaar vervoer tussen de stedenbinnen de Randstad, maar ook snellere openbaar-vervoer-verbindingen tussen de Randstadsteden en de andere Euro-pese kerngebieden. De visie gaat uit van een metropolitaannetwerk van zowel steden als infrastructuren. De steden vande Randstad liggen nu eenmaal waar zij liggen. Metnetwerkvorming wil men de kritische massa van de Rand-stad opvoeren. Meer massa kan de Randstad ook krijgendoor te stoppen met de facilitering van de spreiding van hetwonen en bedrijvigheid over het land. Door een andereorganisatie op het vlak van infrastructuur, maar ook op datvan het bestuur, kan een werkelijk samenhangende, 'virtuele'metropool ontstaan.Het AVBB zoekt in zijn pleidooi voor meer marktgerichteontwikkeling van toekomstige bouwlocaties naar de plaatsenwaar een grote bouwdruk samengaat met veel ruimteclaims.Die gebieden zijn volgens hem gesitueerd in de Noord-vleugel van de Randstad, de Zuidvleugel en het midden vanhet land. In deze gebieden willen de verenigde bouwonder-nemingen de verstedelijkingsdruk bundelen in corridors.Daarbij maakt men onderscheid tussen twee soorten vancorridors: ruggengraten en parelsnoeren. In het geval van deruggengraten gaat het om een verstedelijkingsconcept dat destadsgewesten overstijgt; hier liggen de woon-, werk- enrecreatiegebieden van verschillende stadsgewesten zo dichtmogelijk bij elkaar langs een hoofdverbindingsas. In hetgeval van de parelsnoeren is de achtergrond meer logistiek;nummer 6 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1997IK' Kiiiulslad in lid ( entrumInhoudelijkedimensies'Leitmotiv'RuimtelijkeconceptenRuimtelijkebeslissingenSturingsdimensieSpanning metvigerend beleidversterking van het kerngebiedvan Nederland; de Randstad*(=concentratiegedachte)Randstad als virtuele metropool:1) halvering reistijden met OV2) bestuurlijke samenwerkingintegratie nieuwe kerngebieden(Arnhem/Nijmegen; Brabantsesteden) met Randstadnationale hierarchie van infra-netwerken met top in Randstadverdichting rood infra-knooppuntengeen uitwaaiering vanbedrijvigheid langsvervoerscorridorsaanleg ARGUs-systeemaanleg lightrailsystemenaanleg rechtstreekserailverbinding A'dam-R'damniche-strategie bij aantrekkenInternationale economischeactiviteitenfunctionele specialisatie vanRandstad-steden doorbestuurlijke afsprakeninstelling Metropolitan TransportAuthority voor Randstadinternationale marketing strategic('City Holland')concentratiestrategie betekentloslaten van op spreiding gerichteconcepten als stedelijkknooppuntnieuwe grootschalige infra inRandstad niet voorzien in svv2geen nieuwe topvoorzieningen(universiteiten, musea) buiten deRandstad (spreidingsbeleidverleden heeft positie Randstadverzwakt)AVBB? krachtenbundeling? markt en gebruikerswensencentraal? concentratie vanverstedelijking/bundelingvan infra een corridor is zowelontwikkelingsas(= ruggengraat)als logistieke corridor(parelsnoer)? Groene Hart metaangepaste grenzen enverlicht restrictief beleidA2 en A4 ontwikkelen alsruggengraat ('Westen vanhet land is nationaaleconomisch brandpunt')IJsselcorridor en Breda-Eindhoven mogelijk ookcorridorsA4-corridor geen hardescheiding met Groene Hart:lobbenstructuurcorridors vragen omsamenwerkingcentrale geleiding:provincienationaal R&D-programma voor hetWesten(bouw)locaties opvoorraad (= strategischereserve)stadsgewest als ruimtelijkkader voor dagelijkserelaties obsoleetcompacte stad sluit nietaan bij woonvoorkeurenstedelijk knooppuntversleten door as-ontwikkelingwestkant Groene Hartkrijgt stedelijke lobben(aanscherping restrictiefbeleid heeft geentoekomstwaarde)rood met groenWestflank van de Randstad (diedelen van de westkant van hetGroene Hart omvat)stad en open gebied alssamenhangend landschappelijkcomplexgroen en natuur in dewoonomgevingcorridor (i.e. A4) alsontwikkelingsascorridorstedenenkele honderdduizendenwoningen+ werklocaties inWestflank (i.e. westkant GroeneHart)alle steden in Randstad zijncorridorstedenGroningen, Hengelo/Enschede,Arnhem/Nijmegen, BredaEindhoven, Venlo, Maastricht zijncorridorsteden'ontschotten' van financielemiddelen voor rood en groen enprivaat en publiek geld (roodbetaalt voor groen)afwijken van restrictief beleidvoor Groene Hart c.q. grenzendaarvan opnieuw 'interpreteren'lagere bruto bouwdichthedentoestaan dan in VINEXgeen stedelijke knooppuntenmeer maar corridorstedenStedebouw & Ruimtelijke Ordening 1997 nummer 6hier dient de aangroei van verstedelijking plaats te vinden opgeselecteerde logistieke knooppunten langs een centralevervoersas. Mogelijkheden voor de ontwikkeling vanruggengraten worden vooral gezien in het westen en middenvan het land; de ontwikkeling van parelsnoeren zou de stra-tegic moeten zijn voor de rest van het land.De HWV zoekt de expansieruimte voor wonen, werken enrecreeren vooral in wat als de Westflank van de Randstadwordt aangeduid. Men betrekt daarbij de randen van hetGroene Hart, die dan ook opnieuw 'geinterpreteerd' moetenworden, en wil stad en open ruimte daar als een samenhan-gend landschappelijk complex verder ontwikkelen. Voor-beelden van locaties waar dit 'Rood met Groen-programma'zou kunnen plaatsvinden zijn volgens de werkgevers deHaarlemmermeer, de Grote Polder bij Zoeterwoude, Zoeter-meer-Oost en de Eendragtspolder bij Zevenhuizen, deelsreeds in handen van private ontwikkelaars. Geschat wordtdat op dergelijke locaties enkele honderdduizenden nieuwewoningen en vele nieuwe werklocaties gerealiseerd kunnenworden. Rekenen we dit om dan hebben we het al gauw overminimaal tienduizend hectare. De gevraagde herinterpre-tatie van de grens van het Groene Hart is dan ook watzachtjes uitgedrukt.In bijgaand schema zijn de belangrijkste kenmerken van dedrie visies kort samengevat. Geredeneerd vanuit de vierperspectieven van de Rijksplanologische Dienst zijn zegrofweg te typeren in het geval van de ING Bank als Steden-land, in het geval van het AVBB als Stromenland en in hetgeval van de HWV als Parklandschap.OvereenkomstenZeker zo interessant als de verschillen zijn de overeenkom-sten tussen de visies. Wat hen bindt, is de eenzijdigeaandacht voor de ruimtelijk-economische structuur vanNederland en van de Randstad in het bijzonder. Er is geen ofnauwelijks aandacht voor het milieu, voor natuur- encultuurhistorische waarden, voor landbouw en recreatie,voor de afstand tussen werk en werkzoekenden (socialesamenhang!). Een uitzondering daarop vormt misschien deHWV, die kansen ziet voor nieuwe landschappelijke kwaliteit,maar de drijvende kracht is daar toch de realisering vannieuwe woongebieden en bedrijventerreinen als bijdrage aande verdere ruimtelijk-economische ontwikkeling van deRandstad. (Dat, gezien de lage dichtheden op de woon- enwerklocaties, nog kansen worden gezien voor hoogwaardigopenbaar vervoer lijkt wat simpel gedacht).Hetzelfde geldt voor de visie van het AVBB. Met de geruststel-lende mededeling dat het corridorconcept leidt tot eengoede afstemming van wonen, werken, recreeren alsmedehet behoud van open ruimte, landschap en natuur, maaktmen zich er wat al te gemakkelijk vanaf. Werkelijk integraalis het corridorconcept bij lange na nog niet. Het behoeftstellig verdere uitwerking.Een tweede gemeenschappelijke noemer is het pleidooi vooraanpassing van het ruimtelijk beleid. Het AVBB heeft het over'aanzetten in het rijksbeleid' die nog niet zijn 'uitgekristalli-seerd', de ING Bank voert een pleidooi voor een versterkteinzet van middelen voor nieuwe grootschalige infrastructuurdie nog niet is voorzien in het tweede StructuurschemaVerkeer en Vervoer, terwijl de HWV zelfs spreekt van 'riskantbeleid' - 'een strijd met woningzoekenden en bedrijven alsspeelbal' - waarmee gedoeld wordt op het restrictief beleidvoor het Groene Hart. AUe visies vragen om het plaatselijktoegeven aan de ruimtedruk, om nieuwe infrastructuur enom een meer marktgerichte verstedelijking.Opvallend is ook dat niemand de ruimtedruk uit de Rand-stad naar buiten wil afleiden. AUe visies erkennen de groteruimtelijk-economische betekenis van de Randstad, zien degeringe samenhang, de congestie en de afnemende bereik-baarheid als gevaren voor het goed functioneren vandiezelfde Randstad, maar pleiten niet voor spreiding vanruimteclaims over de verschillende landsdelen. Eerder voorconcentratie. Dit geldt met name de ING-visie. Het corridor-concept van het AVBB komt nog het dichtst bij spreidings-voorkeuren in de buurt, maar nergens wordt daar gesprokenover de noodzaak van landsdelige verschuivingen. Men wilmet de corridors slechts inspelen 'op manifeste ontwikke-lingen in de Nederlandse ruimte.' Voor de Randstad betekentdat vooral het accommoderen van de ruimtevraag in de A2-en de A4-corridors.Op regionaal schaalniveau daarentegen zetten alle drie devisies in op een vorm van gespreide verstedelijking. Bij deHWV is die spreiding evident het geval waar gepleit wordtdelen van het Groene Hart in lage dichtheden te bebouwen.Het AVBB verlaat de contouren van de compacte stad, door tepleiten voor meer lineaire ontwikkelingen, met infrastruc-tuur als 'dragende' structuur. Maar ook de ING Bank combi-neert een nationale bundeling van economische krachtenmet een vergroting van de ruimte rond de grote steden voorspreiding en diversiteit. In dit zin valt die visie nauwelijks terijmen met het geconcentreerde beeld van Stedenland vande Rijksplanologische Dienst en de persoonlijke voorkeurenvan de minister van VROM.CondusieAUes bijeengenomen blijken de verschillen tussen de drierecente visies minder groot dan eerst gedacht. Ook als menze vergelijkt met de recent verschenen nota van het Minis-terie van Economische Zaken, getiteld 'Ruimte voor Econo-mische Dynamiek' en met de stadslandschappenbenaderingvan het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,waar men nog maar weinig heil ziet in het concept van decompacte stad, lijkt de consensus groot. In feite wordt in aldeze visies en verkenningen een pleidooi gevoerd voor eenvorm van gespreide concentratie, in de Randstad in de eersteplaats. Wat dat betreft zou er tussen de betrokken partijenheel goed een coalitie zijn te smeden.nummer 6 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1997ING: De Randstad in het CentrumNederland Kennisland, maar ook Nederland DistributielandDe Randstad in het centrumDoor de globalisering worden bedrijven en mensen wereldwijd mobieler. Hierdoor wordt het voor deRandstad steeds belangrijker om haar aantrekkelijkheid als vestigingsplaats te behouden en vergroten. Ditkan door cultuur, bestuur, distributie en recreatie voor heel Nederland in de Randstad te concentreren.Ondanks de nadelen die concentratie gekoppeld aan een transporteconomie oplevert, vormen spreiding eneen kenniseconomie vooralsnog geen reele alternatieven.IJe Raiidslad in het CentrumDoor de voortschrijdende globalisering en de opkomst vanZuid- en Oost-Europa, zien de Nederlandse regio's zich vooreen aantal opgaven gesteld. Bedrijven en mensen wordensteeds mcer footloose. Steden en regio's concurreren sterkerdan tevoren direct met elkaar. Dit betekent dat beide eenaantrekkelijk pakket meet worden geboden. Voor bedrijvenkomt dit kortweg neer op een gunstig fiscaal klimaat, goedeen betaalbare arbeidskrachten, een goede bereikbaarheid vande Europese markt en een voor de hoge functionarissenaantrekkelijk woon- en leefklimaat. De eerste twee puntenvallen buiten deze studie. Een goede bereikbaarheid is terealiseren door vast te houden aan de belangrijke rol vanNederland als draaischijf van Europa^. Schiphol en Euro-poort spelen hierbij een belangrijke rol, als trekkers vangrote vervoersstromen. Voor de eveneens footloose mensenzal de kwaliteit van wonen, werken, opleiding en recreereneen steeds belangrijker factor worden bij het bepalen van devestigingsplaats. Het belang van bereikbaarheid en duur-zaamheid neemt als gevolg hiervan ook toe.De competitie tussen de regio's en stadsgewesten in deverschillende landen wordt door de globalisering en deverdere Europese integratie versterkt. Hierdoor wordt devraag opgeworpen in hoeverre Nederland, en hierbinnen deRandstad, kunnen concurreren met andere regio's en stads-gewesten. Afgaande op de recente prestaties van deeconomic (het poldermodel als Dutch miracle) lijken devooruitzichten voor Nederland gunstig.De grote steden in de Randstad hebben echter duidelijkminder geprofiteerd van deze ontwikkelingen. Vooral in deZuidvleugel van de Randstad staan de signalen op oranje:werkgelegenheidscijfers in de Zuidvleugel zijn allerminstgunstig. Door gebrek aan aantrekkelijke bedrijfsruimte enaan woonruimte van voldoende niveau gaat de noodge-dwongen 'vlucht' - verplaatsing naar andere gebieden - door.De lasten blijven echter in de vorm van leegstand, ruimtebe-slag en overlast van de mainports, en langdurige werkloos-heid in de Randstad achter. Hierdoor wordt het draagvlakvan de steden in de Randstad aangetast.Concentratie in de RandstadHet draagvlak van onze grote steden is, internationaalgezien, vrij klein. Steden met enige honderdduizenden inwo-ners zijn op de Europese en zeker op wereldschaal nietbepaald groot. Door de verzwakking van de grote steden enhun relatief beperkte omvang zuUen deze de stadsgewestenen regio's zonder vraag uit aanliggende gebieden geen top-voorzieningen in stand kunnen houden. Indien echter opRandstadschaal een markt voor wonen, werken, cultuur enrecreatie wordt gecreeerd is deze basis er wel. Een belang-rijke voorwaarde daarvoor is het in operationeel opzichtdichter bij elkaar brengen van de grote kernen. Dit nu isonder meer te bereiken door de reistijden binnen het geheleRandstadgebied sterk te verkorten. Hierdoor kan de Rand-stad een groot functioneel geheel worden, een brede basisvormen die een 'grote top' in stand kan houden. Een top diebijvoorbeeld bestaat uit hoofdkantoren van internationaalopererende bedrijven, culturele trekkers als het Concertge-bouworkest en beroemde musea en een daarbij passendwoonklimaat met goede recreatie- en sportvoorzieningen.Een top die ook spin-offzal genereren voor de basis. Met hetGroene Hart en de waterrijke randen (de kust en het rivie-rengebied) bezit de Randstad ook een in potentie 'uniqueDrs. R.E. SmitING Economisch Bureau 'Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1997 nummer 6ING: De Randstad in het CentrumZolang de 'nieuweeconomic' nog nietde overhand heeft,moeten debestaande clustersworden behoudenen versterktselling point'. Weinig metropolen kennen binnen eenbeperkte straal zo'n diversiteit in woon-, leef- en recreatiege-bieden.Een versterking van de Randstad is niet alleen goed voor deRandstad zelf, maar genereert kansen voor geheel Neder-land. De aanwezigheid van topinstituten heeft uitstralingsef-fecten naar de gehele omgeving. De Randstad zal in tal vanopzichten verzorgende functies leveren voor geheel Neder-land, zowel traditionele (cultuur, bestuur, distributie enrecreatie) als nieuwe (voornamelijk dienstverlening). Hetniveau van deze verzorgende diensten is sterk afhankelijkvan de 'zwaarte' van de Randstad en van de binding met deomliggende stedelijke centra en gebieden (de massa en degraviteit). Zonder deze zwaarte en deze binding zal de Rand-stad als vestigingsgebied voor hoogwaardige verzorgendefuncties binnen een verenigd Europa minder interessantzijn. De toporganisaties zuUen in dat geval minder snelgeneigd zijn zich in Nederland (de Randstad) te vestigen ofin Nederland te blijven. Hierdoor zal niet alleen het kwali-teitsniveau direct dalen, maar ook indirect: goede organisa-ties hebben immers een uitstralingseffect op hun omgeving,op hun concurrenten en partners. Op termijn kan dit er toeleiden dat bedrijven uit heel Nederland, de Randstad en hetomliggende gebied, voor verzorgende functies op niveau zijnaangewezen op buitenlandse metropolen als Londen, Parijs,Brussel, het Ruhrgebied en Berlijn. Daardoor zullen steedsmeer sterke bedrijven zich niet in de Randstad maar nabij debuitenlandse metropolen willen vestigen. Hiermee zal hetdraagvlak voor de verzorgende functies van de Randstadsteeds verder worden uitgehold en zal het voor de achterblij-vende bedrijvigheid in heel Nederland steeds moeilijkerworden om uit hun 'directe' omgeving hoogwaardige verzor-gende diensten te betrekken.Alternatieven voor concentratie?Uiteraard kan men andere manieren bedenken om de Rand-stad en Nederland hun concurrentiekracht te latenbehouden. Bijvoorbeeld vanwege de nadelen van concen-tratie: de congestie en hoge grondprijzen die ermee gepaardgaan. Mede daarom wordt bijvoorbeeld geopperd om deeconomische activiteiten verder te spreiden. Ook is voorge-steld om het concept 'Nederland Distributieland' los te latenen de daarmee gepaard gaande vervoersstromen niet langerover het voile Nederlandse vervoersnet te laten gaan. Neder-land Distributieland zou Nederland Kennisland moetenworden. In de door ING geformuleerde visie vormen boven-staande optics geen reeel alternatief Hiervoor is een aantalredenen aan te voeren.AUereerst is het niet verstandig om activiteiten af te stotenvoordat nieuwe activiteiten goed op gang zijn gekomen. Hetinzetten op de geleidelijke omschakeling naar eenkennis(intensieve) economic is prijzenswaardig, maar magniet ten koste gaan van het verstevigen van de bestaandestructuren en sectoren. Zo lang de 'nieuwe economic' nogniet de overhand heeft, moeten de bestaande clustersworden behouden en versterkt. De relatief goede verknopingvan intercontinentale en intra-Europese vervoersstromenbiedt zodanige kansen dat daar voorzichtig mee moetworden omgegaan. De uitgesproken factorvoordelen dieNederland heeft op het gebied van transport en distributie'dienen uitgebuit te worden. Bovendien zijn de factorvoor-delen op het gebied van transport en distributie niet alleenvan groot belang voor de bedrijven in de sectoren transporten distributie, maar ook voor bijvoorbeeld de bedrijven inhet agro-voedingscluster en het petrochemische cluster enbij het aantrekken van buitenlandse productiebedrijven''.Daarbij tast de verschuiving van het economische zwaarte-punt van Europa naar het zuiden en oosten het natuurlijketransportkostenvoordeel van Nederland aan, hetgeen doorconcentratie van de vervoersstromen (een mainportstra-tegie) kan worden gecompenseerd'.Ten tweede betwijfelen wij of een verdere spreiding vaneconomische activiteiten over het land de congestie zalverminderen en zo de concurrentiekracht van Nederland tengoede kan komen. In onze visie zal spreiding het verkeer, inhet bijzonder de kriskras relaties, (verder) stimuleren. Hier-door zal de verkeersproblematiek op de wegen eerder groterdan kleiner worden. Openbaar vervoer zal voor dit probleemgeen oplossing kunnen bieden, omdat het voor een renda-bele exploitatie juist concentratie (verdichting), en geenspreiding vereist*. Verder zal de verkeersdruk in en om deRandstad hoe dan ook toenemen door de toename van deverkeersstromen rondom de mainports Rotterdam enSchiphol.Ten derde hebben de investeringen die benodigd zijn voorde opbouw van een echte kenniseconomie grote raakvlakkenmet de investeringen die nodig zijn voor het voortbouwenop de sectoren transport en distributie. Een kenniseconomieis gebaat bij een hoge informatiedichtheid, en gedijt daaromhet best in grootstedelijke gebieden. De effectieve informa-tiedichtheid in de Randstad zou nog kunnen worden opge-voerd door de bereikbaarheid van de afzonderlijke kernenop te voeren met behulp van een systeem als ARGUS.Ditzelfde systeem kan ook een verdere uitbouw van detransport- en distributiefunctie mogelijk maken.Tenslotte kan de transporteconomie ook uit het oogpuntvan duurzaamheid acceptabel zijn. Want alhoewel hetbinnenlandse energieverbruik door nationaal en internatio-naal transport bij een uitbreiding van transportactiviteitenzal toenemen, is de daadwerkelijke milieukwestie die speelthet energieverbruik op Europees- en wereldniveau. De juistevraag is dus in hoeverre de toename van het Nederlandsetransport gepaard zal gaan met een toename van het totaleEuropese transport en een toename van het totale Europeseenergieverbruik! Gezien de ligging van Nederland is concen-tratie van distributieactiviteiten (en procesindustrieen als dechemie en staal) vanuit een pan-Europees milieuoogpuntjuist aantrekkelijk^. Verder zou het behoud van grotevervoersstromen juist in een krimpscenario met eensubstantiele relatieve afname van het vervoer essentieelnummer 6 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1997ING: De Randstad in het CentrumNederland Distributieland of...(Foto: Freek van Arkel, HoUandseHoogte, Amsterdam)kuniien zijn om goede verbindingen te behouden en detransportkosten voor in Nederland ondernomen activiteitenop een concurrerend niveau te houden.Voordelen van de concentratiestrategieEr zijn geen onderzoeken die onomstotelijk bewijzen datconcentratie op het geografisch schaalniveau van bijvoor-beeld de Randstad de groeipotentie van Nederland zalopvoeren, alhoewel er wel bewijs is voor de grotere innovati-viteit van grootstedelijke gebieden*. Op Internationale schaalgezien is nagenoeg heel Nederland een stedelijk complex,een urban field dat op nagenoeg alle plekken harde- enzachte infrastructuur (banken, scholen etc.) heeft om bedrij-vigheid te ondersteunen'^ Afstand is in de meeste gevallenondergeschikt aan bereikbaarheid.De onderzoeken dekken veelal de geplande interacties tussenbedrijven en personen. Ongeplande interacties zouden weldegelijk gebaat kunnen zijn bij korte afstanden. Doorconcentratie zou het innovatief vermogen van vooral dekleinere bedrijven worden vergroot, omdat dit de informa-tieoverdracht via informele contacten vergemakkelijkt'".Binnen een concentratiegebied zal dus een grotere mate vankruisbestuiving optreden dan in de minder geconcentreerdeomliggende gebieden. De Randstad kent gemiddeld meetbedrijven per hoofd van de bevolking en, door het groteaantal studenten en de toestroom van afgestudeerden, meer(potentiele) starters per hoofd van de bevolking dan de restvan Nederland". Verder zijn bedrijven in de meest verstede-lijkte gebieden innovatiever dan bedrijven in de rest van hetland'2.Het is een feit dat de afstandsgevoeligheid in het woon-werkverkeer en het zakelijk verkeer zal afnemen, maar demeeste mensen zuUen uiteindelijk aan minder reistijd (vrijetijd) de voorkeur geven boven voile treinen en filerijden.Indien in de nabijheid van de economische centravoldoende (ook ruime) woonlocaties kunnen wordengecreeerd, zal de landelijke spreiding stoppen, hetgeen deflexibiliteit van de economie ten goede zal komen'\ Hetkeren van de spreiding zal de verborgen kosten vangedwongen verhuizingen beperken. Deze kosten bestaan uitde kosten van het meeverhuizen van personeel en bun(werkende) partners en de moeite die men moet doen om teblijven functioneren in de oude (lokale/regionale) net-werken. Het belang van deze kosten blijkt onder meer uithet feit dat bedrijven het liefst binnen de eigen regioverhuizen (als verhuizen naar andere regio's weinig kostenzou meebrengen, zou men dit vaker doen, immers buiten deeigen regio is volop ruimte).Een ander belangrijk voordeel van concentratie is dat inves-teringen in een kerngebied zekerder zijn dan investeringenin het omliggend gebied. Immers, de benutting van de in hetkerngebied aangelegde infrastructuur is minder afhankelijkvan het wel en wee van een beperkt aantal sectoren dan hetgeval zou zijn bij investeringen in het omliggende gebied(waarom investeren onroerend goed-maatschappijen altijdin grote steden?).Bovendien voorkomt men door investeringen in de Rand-stad kapitaalvernietiging. De Nederlandse overheid moet ervan doordrongen blijven dat men zal moeten investeren alsmen de al gedane investeringen in de Randstad (43% van dehuizenvoorraad, 75% van de kantorenvoorraad, eenaanzienlijk deel van de voorraad publieke- en verkeersin-Investeringenin een kerngebiedzijn zekerderdan investeringenin eenomliggend gebiedStedebouw & Ruimtelijke Ordening 1997 nummer 6ING: De Randstad in het Centrum...Nederland kennisland?(Foto: Marc de Haan, HollandseHoogte, Amsterdam)Goede woon- enleefomstandighedenzijn cruciaal voorhet aantrekken envasthouden vanmenselijk talentfrastructuur) wil beschermen. Waardebehoud vereist inves-teringen, zeker als men beseft dat deze niet zozeer onder-hevig zijn aan technische slijtage als aan economische slij-tage. Volgens prof. J.J. Kohnstamm''' wordt de economischeslijtage van gebouwen vooral bepaald door de verschui-vingen in de ruimtelijke indeling van onze economic.Anders gezegd: ruimtelijke ontwikkelingen kunnen kapitaal-vernietiging veroorzaken.Dit risico wordt uiteraard ingecalculeerd in projectvoor-stellen. Grotere zekerheid over ruimtelijke ontwikkelingenkan de onzekerheidspremie verlagen en van Nederland (deRandstad) een aantrekkelijker locatie maken voor investe-ringen in infrastructuur en onroerend goed. Hierbij spelenzowel zekerheid over de beinvloedbare beleidsmatigeaspecten als zekerheid over autonome omgevingsfactoren(toe- of afname afstandsgevoeligheid, technologischeontwikkelingen, veranderingen in de sectorale groei- enafzetvooruitzichten) een rol. Een robuustere economischestructuur heeft daarom grote voordelen voor financiers.Kennis- en transporteconomieDe kenniseconomie is, meer dan de 'traditionele' economic,gebaat bij concentratie van economische activiteit. Tegelij-kertijd zijn de meeste individuen in de kenniseconomieveelal kritische woonconsumenten. Goede woon- en leefom-standigheden zijn daardoor cruciaal voor het aantrekken envasthouden van het menselijk talent dat de economie draai-ende houdt. Hierdoor zullen de kenniseconomie en detransport- en distributie-economie concurrerende claimsleggen op ruimte. De eerste zoekt ruim opgezette woningenen wijken en natuur, de tweede zoekt vooral ruimte voor op-en overslag en een grotere doorvoercapaciteit. In zekere zinis vooral de kenniseconomie gevoelig voor de overlast dietransport en distributie op lokaal niveau veroorzaken. Tege-lijkertijd zijn beide gebaat bij goede verbindingen voorpersonen: bij goede vliegverbindingen en TGV's.De overstap op de kenniseconomie zal hoogst waarschijnlijkniet leiden tot een afname van het goederen- en personen-verkeer. Tot nog toe zijn de groei van de kenniseconomie ende groei van het internationaal en nationaal goederentrans-port, die is gebaseerd op de steeds grotere intra-industriehandel, gelijk opgegaan en het zijn juist de producten van dekenniseconomie die per vliegtuig, thans de meest omstredenvervoersvorm, worden vervoerd! In veel gevallen zal deopkomst van de kenniseconomie het personenvervoer zelfsstimuleren.Aanbevelingen van 'De Randstad in het centrum'- Maak verdichting van economische activiteiten in enbinnen het Randstadgebied mogelijk (meer ruimte voorbedrijven en wonen; alleen hoge dichtheden in geval vangoede OV-ontsluiting). Verdicht de economische activiteitenook virtueel/functioneel, door de halvering van de reistijdentussen de centra en de andere concentratiegebieden in deRandstad.- Vergroot de effectiviteit van de samenwerking binnen hetRandstadgebied, zowel tussen de grote steden onderling alstussen de grote steden en hun buurgemeenten (zij hebbenimmers de meeste ruimte voor bedrijvigheid en wonen).Stop de concurrentie tussen en binnen stadsgewesten, enbenut de wederzijdse functionele specialisatie en de gegevenuitgangspositie (verdeling van de beschikbare uitbreidings-nummer 6 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1997ING: De Randstad in het Centrumruimte). Vooral op de gebieden ruimtelijke ordening envervoer en bij de acquisitie van buitenlandse bedrijven isbetere samenwerking nodig.- Verbeter het voor- en natransport, zowel in de vorm vanrailvervoer (regiorail, metro en tram) als openbaar wegver-voer (taxi, maxitaxi en bus). De effectiviteit van de onder-linge verbindingen tussen de steden is afhankelijk van debercikbaarheid van de kernstations, daarbij zal beter voor-en natransport -beter regionaal en lokaal openbaar vervoer-de interne reistijden binnen regie's en stadsgebiedenverkorten. Een Metropolitan Transport Authority za\ de inte-gratie van voor- en natransport en van collectief- en auto-vervoer ter hand moeten nemen.- Ontwikkel in de intermediaire zone tussen de Randstad ende overige West-Europese metropolen knooppunten alsArnhem/Nijmegen en Eindhoven en verdicht economischeactiviteiten rondom deze kernen, mits deze goed zijn geinte-greerd met het Randstadgebied en ook intern in kwahtatiefopzicht voldoende mogelijkheden bieden voor openbaarvervoer.- Ontwikkel naast traditionele infrastructuur vooral ookpijpleidingen en ondergronds vervoer en de telematica-infrastructuur.- Verbeter de regionale kennisinfrastructuur, onder meerdoor het concentreren van kennisinstituten. Hierbij zijnfysieke nabijheid en bereikbaarheid het doel, en niet concen-tratie binnen een organisatie.Noten1. Dit artikel is een korte samenvatting van de in juni 1997 verschenen studie'De Randstad in het Centrum'. Deze studie is onder verantwoordelijkheidvan iNG geschreven door drs. J.HJ. Schreuder en drs. A. Pop (beiden ING),prof. dr. P. Nijkamp en drs. J.M. Vleugel (beiden Vrije Universiteit), prof,ir. P.M. Sanders (TU Delft) en de auteur.2. Uiteraard kosten de door ING voorgestelde maatregelen veel geld, maarwaarschijniijk is het mogelijk om de benodigde uitgaven te realiserenzonder de belastingen te verhogen en daarmee het fiscaal klimaat en dearbeidskosten ongunstig te beinvloeden.3. AT Kearney, 1995, Globalisering, Nieuwe ronde, nieuwe kansen, 28 maart1995.4. Zie noot 2 en OECD, 1996, Netherlands, OECD Economic Surveys enAdviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT), 1994,Technologiebeleid en economische Structuur, advies nr. 16, April 1994,Den Haag.5. In hoeverre bedrijven migreren in reactie op strenger milieubeleid isonduidelijk (zie Komen en Folmer, 1995).6. Nijkamp, P., Rienstra, S.A. en Vleugel, J.M., 1997, Transportation Planningand the Future, John Wiley, Chichester.7. Zie de uitspraken van de Canadese ecoloog William Rees over de juistebepaling van de 'ecologische voetafdruk' van producten en landen (nrc 10mei 1997, p.45) en Verbruggen (1995, Miheu en economie: twee kantenvan een medaille, in: Kracht en zwakte van de Nederlandse economie, red.Geest, L. van der en Sinderen, I. van, esb/ocfeb, Rotterdam).8. Budil-Nadvornika, H., Brouwer, E. en Kleinknecht, A.H., 1995, De regio-nale spreiding van produktinnovaties in Nederland, in: Nederland is meerdan de Randstad, red. Velden, W. van der en Wever, E., Rabobank Neder-land en Van Gorcum & Comp BV.9. Vaessen, P., 1993, Small business growth in contrasting environments,Nederlandse Geografische Studies.10. European Network for SME Research, 1995, The European Observatory forsmes, Third Annual Report, ENSR/EIM Small Business Research andConsultancy, Zoetermeer.11. Zie "INC, 1992, De Randstad De kracht van internationale concurrentie enconcentratie, TNG Beleidsstudies, rapport nr. 92/NR/108, Bemmel, L.P. van(red.) en Kemper, N.J., 1995, Ruimtelijke dynamiek, in: Nederland is meerdan de Randstad, red. Velden, W. van der en Wever, E., Rabobank Neder-land en Van Gorcum & Comp BY.12. Zie noot 9.13. Zie Vastgoed, November 1997, pp. 54-5.14. 1995, Vastgoed en beleggen, in: Investeren in Ruimte, red. J. Brouwer en H.Voogd, Samson H.D. Tjeenk Willink/NIROV, p. 140.Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1997 nummer 6AVBB: Ruggengraten en parelsnoerenCorridors als bouwstenen voor de ruimtelijke inrichting in de 21e eeuwRuggengraten en parelsnoerenDe gebouwde omgeving is het visitekaartje van de bouwsector. Om daarin kwaliteit te kunnen leveren zijner ruimtelijke voorwaarden nodig die integraliteit bij planontwikkeling mogelijk maken, een evenwichtigebouwontwikkeling bevorderen en bijdragen tot beheersing van de mobiliteit. Corridors als dragers van deruimtelijke hoofdstructuur zijn, mits goed gehanteerd, het aangewezen concept voor de realisering van dezedoelstellingen.Drs. P.A. de RuijterAdviseur regionale ontwikke-ling, tevens verbonden aan TNOInro'Het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB) heeft TNO Inrogevraagd een verkenning van de toekomstige ruimtelijkeinrichting van ons land op te stellen, waarin de doelstel-lingen van de bouwsector het beste tot uitdrukking kunnenkomen^. Hierbi] is het uitgangspunt gehanteerd dat zoveelmogelijk tegemoet gekomen wordt aan de behoeften van degebruikers van de gebouwde omgeving. In het algemeenbetekent dat een voorkeur voor wonen in betrekkelijk lagedichtheden en het hanteren van een maat voor de dagelijkseleefomgeving van 30 tot 40 minuten reistijd, waarbinnen hetwonen, werken, recreeren en sociaal contact zich kanvoltrekken. Deze dagelijkse leefomgeving zal regionaalverschillend ingevuld moeten worden, afhankelijk van deruimtelijke verschillen in dichtheid in Nederland enverschillen in de aanwezigheid van vervoerssystemen.Voor de bouw is verder de continuiteit van en de samenhangin de bouwontwikkeling van belang. Continuiteit is de voor-waarde voor innovatie in de bouw (bijvoorbeeld als het omduurzaam bouwen gaat) en voor de totstandbrenging vaneen goede prijs-kwaliteit verhouding voor de afnemers (eenevenwichtige marktontwildceling die 'varkenscycli' voor-komt). Samenhang in de bouwontwikkeling is hier bedoeldals de geintegreerde totstandbrenging van het wonen, hetwerken en de daarbij behorende infrastructuur en voorzie-ningen. De onevenwichtige ontwikkeling daartussen inruimte en/of tijd, die bijvoorbeeld bij de ontwikkeling vannieuwe bouwlocaties dikwijls geconstateerd moetworden, leidt tot onnodige aantasting van de kwaliteit vanhet wonen en tot mobiliteit en daaruit voortvloeiende onno-dige congestie.Beheersing van de mobiliteitsgroei is een van de belang-rijkste uitdagingen waarvoor de Nederlandse samenlevingzich de komende decennia ziet gesteld. De bouwsector isvoorstander van een doordachte geleiding van mobiliteitbinnen de eerder genoemde ruimtelijke bereiken van 30 tot40 minuten reistijd. Bundeling van infrastructuur incorridors staat daarbij voorop.Voordelen van corridorsHet corridor-concept heeft als voordeel dat gebouwd kanworden in relatief lage dichtheden met behoud van eencompactheid waarmee groene functies gespaard kunnenworden. Ook is de doordachte ontwikkeling van nieuwe ofaanvuUende groene functies mogelijk. Corridor-ontwikke-ling heeft verder als voordeel dat het niveau van het stadsge-west als kader voor de ruimtelijke inrichting wordtontstegen. Corridors verbinden meerdere steden en locatie-ontwikkeling kan daardoor plaatsvinden zonder dat gewachtmoet worden op moeizaam verlopende processen vanbestuurlijke schaalvergroting. De voordelen voor de conti-nuiteit van het bouwproces zijn navenant. Verder is devereiste samenhang tussen wonen, werken, infrastructuur enandere voorzieningen via het corridor-concept gemakke-lijker en sneller te realiseren, omdat voortgebouwd kanworden op wat er al is: de bouwstenen zijn in de Neder-landse verhoudingen in principe binnen een reistijd van 30tot 40 minuten in de goede samenhang aanwezig. Het gaaterom om op de juiste plaatsen en op de juiste tijdstippenbijvoorbeeld de capaciteit uit te breiden van infrastructuurof voorzieningen. Een betere benutting c.q. moderniseringvan wat er al is aan ruimtelijke en infrastructurele voorzie-ningen heeft prioriteit boven een verdere expansie in hetnummer 6 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1997AVBB: Ruggengraten en parelsnoerenruimtegebruik. Binnen de corridors kan binnen de drukstezones meervoLidig ruimtegebruik in de praktijk wordengebracht.Bij dit pleidooi voor corridors is het een misverstand omcorridor-ontwikkeling te zien als een vorm van willekeurigeverstedelijking langs hoofdverkeersassen, bijvoorbeeld in devorm van een 'strip', waarbij allerlei commerciele activiteitenen andere lintbebouwing zicii ophopen langs de hoofd-wegen. Dat moet voorkomen worden door doordacht metcorridor-ontwikkeling om te gaan. Voor de ruimtelijkehoofdstructuur zijn in dat verband twee typen corridors vanbelang. Het ene type is ontleend aan de oude gedachte vaneen ontwikkelingsas tussen twee centra, het andere isontleend aan de gedachte van logistieke corridors, eenmoderne versie van het begrip achterlandverbinding.Corridors als ontwikkehngsassen zijn in de AVBB-visie'ruggengraten' genoemd, omdat zij in een zone van circa 60tot 100 km lang het skelet voor verdere verstedelijkingkunnen vormen. Een voorbeeld is de A4-corridor tussenAmsterdam en Rotterdam. Logistieke corridors zijn in devisie 'parelsnoeren' genoemd. Hun ruimtelijke opbouw, meteen lengte van 100 tot 200 km, en hun economische bete-kcnis zijn anders dan bij ruggengraten. Beide typen vancorridors hebben gemeenschappelijk, dat bundeling vanlijninfrastructuur binnen een smalle zone voorop staat.RuggengratenDoel bij de ontwikkeling van ruggengraten is om woon-,werk- en recreatiegebieden te realiseren die zo dicht moge-lijk bij elkaar liggen. Op die manier worden de gebruiks-mogelijkheden vergroot en wordt de mobiliteit beperkt(afbeelding 1).Een directe koppeling aan een infrastructuurbundel reali-seert draagvlak voor openbaar vervoer en andere voorzie-ningen in de stedelijke knopen op en aan de corridor. Denoodzaak tot vorming van ruggengraten doet zich vooralvoor in situaties waar als gevolg van een hoge verstedelij-kingsdruk een zonale stedelijke ontwikkeling gewenst ofonontkoombaar is, zoals langs de kust of aangrenzend aanopen ruimten of belangrijke grootschalige natuurgebieden.De ruggengraat heeft een breedte van 8 tot 12 km en bevindtzich telkens tussen 2 tot 3 grote of middelgrote steden.Binnen een dergelijke stedelijke zone kunnen verschillendeidentiteiten en ruimtelijke kwaliteiten tot uitdrukkingworden gebracht, bijvoorbeeld door verschillende woonmi-lieus en ruimtelijke dichtheden te introduceren. Een goedvoorbeeld is de A2-ruggengraat tussen Amsterdam en's-Hertogenbosch (een spanningsveld opgeroepen door hetGroene Hart en de open ruimte van het rivierengebied) ofde A4-corridor (opgeroepen door de kustlijn en het GroeneHart). Mogelijke andere toekomstige ruggengraten zijn eenIJsselcorridor tussen Arnhem en Zwolle (opgeroepen doorde ruimtelijke beperkingen van de natuurgebieden encultuurlandschappen ter weerszijden van de Ijssel) en eenruggengraat tussen Breda en Eindhoven (opgeroepen doorde natuur- en cultuurlandschappen ten noorden en tenzuiden van de Brabantse stedenrij). Het zou een goedegewoonte moeten zijn om nieuwe locaties zoveel mogelijk inde nabijheid van een van de stedelijke gebieden aan hetuiteinde en in het midden van de ruggengraat te ontwik-kelen. Tussen deze stedelijke gebieden kan de corridor zichversmallen en kunnen bijzondere kwaliteiten worden aange-bracht, mede ten behoeve van het aangrenzende platteland.ParelsnoerenDoel bij de ontwikkeling van parelsnoeren is een evenwich-tige en functioned toegespitste verdeling van met name hetwerken over het Nederlandse grondgebied (afbeelding 2).Het gaat dan vooral om de goederen-behandelende activi-teiten in de Industrie, groothandel en distributie. In het voilewesten is voor deze stuwende activiteiten steeds minderplaats, zoals in de mainport Rotterdam waar de doelmatigeafhandeling en doorstroom van goederen prioriteit heeft. Deparelsnoeren worden gekenmerkt door de bundeling vaninfrastructuur en de ontwikkeling van geselecteerde logis-tieke knooppunten, de parels aan het snoer. In deze knoop-punten kunnen zich, wat tegenwoordig al zichtbaar is,allerlei waarde-toevoegende activiteiten verder ontwikkelen,bij voorkeur gebaseerd op al aanwezige lokale economischesterkten. Verstedelijking van de corridor in de gebiedentussen de parels is voorlopig niet aan de orde. Het gaatvooral om verdere ontwikkeling aan de parels: het afzettenHet is eenmisverstand omcorridor-ontwikkelingente zienals willekeurigeverstedelijkinglangs verkeersassen\t" :^I-* "-Vinkeveen | . Nevenkern? Breukelen / "^tt~ Maarss^n ff?A^ >^,.____-========:=t^^J|uT^^S^(^IJsselstBinll'j/^ft h*euwegein"""''xVx\^---sT^ Culemborg
Reacties