#anBl998 / 6A"^cy?^.i Nederlands Instilpestfous 5083i= ::::i;:;2500GV Den Haagiii^i^iwHOp dezelfde leestAanleidingDe verschijning van de NIROV-publicatie 'Op dezelfde leest' heeft zichin een grote belangstelling mogen verheugen. Het succes van depublicatie heeft aangetoond dat er in de dagelijkse praktijk grotebehoefte is aan actuele informatie over het opstellen van bestemmings-plannen en het redigeren van bestemmingsplanvoorschriften.LeergangHet NIROV is begin 1997 gestart met een Leergang bestaande uitactualiseringen en uitbreidingen van het rapport 'Op dezelfde leest IIIDe leergang beoogt middels periodieke supplementen en bijeen-komsten antwoorden te geven op de in de praktijk levende vragen overde (juridische) vertaling van nieuwe ontwikkelingen naar en in hetbestemmingsplan. Hierdoor verschaft de Leergang u een uniekdocument voor het maken, toetsen en uitvoeren van bestemmings-plannen.DeelnameDe prijs van de Leergang bedraagt /950 per jaar. De Leergang looptvooralsnog tot en met het jaar 1999 en is overdraagbaar op een collega.Elk jaar kan worden ingeschreven, schriftelijk of per fax bij het NIROV.DoelgroepetiDe Leergang is zeer geschikl voor(beleids)ambtenaren die werkzaam zijn op hetterrein van de ruimtelijke ordening, zowel opgemeentelijk, regionaal, provinciaal als rijksniveau.Daarnaast is het een prima document voorstedenbouwkundige adviesbureaus, onderwijs-instellingen, advocatenkantoren en voor een iederdie vanwege zijn of haar activiteiten of interesse temaken heeft met het bestemmingsplan.Bij de Leergang betrokken adviesbureaus:- Btigel/Hajema B.V., Assen- Buro Vijn B.V., Oenkerk- Croonen Adviseurs B.V., 's-Hertogenbosch- Ingenieursbureau 'Oranjewoud' B.V., Heerenveen- Pouderoyen Compagnons B.V., NijmegenInfoNadere informatie over de Leergang kunt u verkrijgenbij de heer R. Sabee t (070) 302 84 22DP mmm. mimmRuimtelijke ontwiklceling vraagt om creatief denken enpraktisch handelen. Het maken van afwegmgen met een openoor voor de wensen van bevfoners, overheid en bedrijfsleven,zonder daarbij de samenhang uit het oog te verliezen.Bij DHV zijn ca. 50 adviseurs actief op het gebied vanruimtelijke ontwikkeling. Wij ontvi/ikkelen duurzame w/oon-vfijken, denken na over de gevolgen voor de bestaande stad,pakken ook een revitaliseringsopgave met enthousiasme open bedenken creatieve oplossingen voor centrumontwikkelmgof stationslocaties. De afstemming van veischiUende meningenen belangen is ons dagelijks werk. Onze mensen begeleidenu of uw organisatie bij strategische keuzes, maar rekenenook de gevolgen door, De afwisseling tussen advies enprojectmanagement houdt ons scherp. Bovendien maken w/edeel uit van de DHV Groep, zodat ook DHV-professionals ophet gebied van miheu, bouw, transport, infrastructuur enwater eventueel snel gevonden zijn.De DHV Groep behoort tot de top 20 adviesbureaus in dewereld. Een positie die w/ij danken aan een professionele kijkop de uitdagingen die opdrachtgevers bieden. Complexevraagstukken, die steeds vaker vragen om een multidiscipli-nair en creatief advies. We zijn u graag van dienst.Voor meer informatie over de rol die DHV op het gebied vanruimtelijke ontwikkeling voor uw organisatie kan spelen,kunt u contact opnemen met de heer P. Janssen, telefoon(033) 4682790.Gateway to solutionsStedebouw & Ruimtelijke Ordening,79ejaargang, nummer 6,1998UitgeverNIROV, Drs. J.J. ModderRedactieDr. ir. L. BoelensIr. j. BroiiwerDr. Z. HemelDrs.W. KleynDrs. I.A.M.KadijkMvv. dr. ir. M.A. dc LangeDr. ir. W. RchIng. K.l.dc RuitcrDr. W. ZonnevcldKernredactieDr. ir. I.. lUiclensDr./.. ilemclUrs. I.A.M. Kadijk (eindredacteur)Dr. \V. ZonneveidRedactiesecretariaatDrs. I-A.M. KadijkMw. H. van der SchaafDrv M.SniitNIKOVPostbus 308332300 GV Den HaagBczoekadrcs; Mr. D. Hudig-huis,M.uiritskade 21,2514 HD Den HaagI (070)3 028 484f (070)3 617 422e nirovC'J^nirov.nlw iittp://vvvvw.nirov.nlRichtlijnen voor auteursAutcurs van artikelen enImckhesprekingen kunnen op hetrcLJ.iLtiesecretariaat 'Richtlijnen voor.uilciirs' a.inviaLiL-n.Uitgeverij 8c AdvertentiesWunnink Mediacujitactpersoon: Alex PctriKerketuinenweg 182544 CW Den Haagt {070)309 99 22f (070)309 99 13Lithografie en vormgevingBert van Houten, )elle de GruyterGrafisch Atelier WageningenDrukVconman driikkers EdePrijzenN'iRdV-leden ontvangcn Stedebouw 8(I^uimlelijke Ordening gratis.MKov-lidmaatschap vanaf/140,-l osso nuiunu'r.s/25,-Losse nummers en ledenadministratie,MRO\M\v. I. Stocnhoff-BoogersA.ni deze uitgave i,s de uiterste zorgbcsk'cil; voor otivollcdige/onjuisteiiiiorni.uic aanviuirden auteur(s), redacdeen uitgever geeii ,uui.sprakelijkheid. Voorverbelering van oTijuistheden houdt dercdactic zich aanbevolcn.Stedebouw .Ruimtelijke OrdeningDenkraam3 Sneller beter beslissenD.H. FrielingThema: SleutelprojectenAan zes binnenstedelijke herontwikkelingsoperaties isdoor de rijksoverheid de status 'Nieuw Sleutelproject'toegekend. Hebben de HST-haltes inderdaad de enormeeconomische en verstedelijkingspotenties die ze wordentoegedicht?4 RedactioneelSleutels, knopen, netwerkenZ. Hcinel6 Nieuwe sleutelprojectenM. Meier12 Booming station Baltiysky VokzalA. Verkennis en H. ten Velden16 Knopen tellen/. Garvelink20 Overstapmachine RotterdamB. SchotanusMiddenkaternIntensief RuimtegebruikOndergronds bouwen in Noord-AmerikaArtikelen25 De nieuwe Planwet verkeer en vervoerW.G.M. Salet30 Fantaseren prima, maar ook terug-ontwerpenH. BroessSignalen34 Het nieuwe Charter van AtheneO. Smits en J. VogelijIngezonden36 Nederlanders: ruimtelijke planners vanwereldformaat!?R.KokPublicaties37 Recensies40 SignalementenMededelingen42 NIROV44 IFHP44 PDD44 NETHUR44 En verderHet NetwerkISSN-)384-6531Bij de omslag: Rotterdam Centraal, integraal knooppunt.lUustratie: Holland Railconsult VisualisatiesStedebouw & Ruimtelijke Ordening 1998 nummer 6Dinsdag 8 december 1998, Jeruzalemkerk, AmsterdamOndernemende stedelijke vernieuwingNIROV/DE LijN-symposiumPaars-II heeft de vitaliteit van de steden tot kernthema van haar beleid gemaakt. Een eigen minister voor het GroteStedenbeleid, bijna vijf miljard aan herstructureringsmiddelen en een veelvoud aan beoogde overige publiekc enprivate investeringen markeren het gevificht dat wordt toegekend aan de stedelijke vernieuwing.Op het symposium worden aan de hand van het Mercatorpleinproject de rol van de overheid, corporaties en overigeondernemers in de stedelijke vernieuwing belicht en de kansen en valkuilen in beeld gebracht. De drie belangrijkstethemavelden van het Grote Stedenbeleid (fysieke, sociale en economische infrastructuur) lopen als een rode draaddoor het congres been.Sprekers zijn onder andere H.K. van Waveren (stadsdeel De Baarsjes), D. van den Broek sr (Samenwerkende Dirk vanden Broek bedrijven) F.Ph. Bijdendijk (woningbouwvereniging Het Oosten), M. Kolmas (Kolmas Architecten),M. van Giessen (Inspecteur Volkshuisvesting), A.L. Ouwehand (OTB), J.Th. Blok (Era Bouw), W.C.T.R de Zeeuw(Bouwfonds, Overlegplatform Stedelijke Vernieuwing), W. Etty (Commissie Onderzoek lokale sociale infra-structuur), en W. Patijn (Kuiper Compagnons, rijksbouwmeester).Deelnemers aan het symposium ontvangen een boek en CD-ROM over het Mercatorplein.Een programmabrochure hunt u aanvragen bij hetNiROV, Mw. M. Bosschaart, t (070) 302 84 39.Deelnameprijs voor NIROV-Ieden: f495,- deelnameprijs voor niet-leden: f795,-/Histbits 308332500 GV Den HaagIc'k'Jhon 070 302 84 84mVijftien relzen slnds 1995NIROV en studiereizenHet NIROV organiseert al vier jaar studiereizen. Inmiddels werden15 reizen georganiseerd naar diverse Europese landen en naarBrazilie en de V.S. en Canada. Deze reizen hebben met elkaargemeen dat reisdoelen en programmering ervan aansluiten bij deruimtelijke ontwikkelingsopgaven in Nederland. De deelnemersworden voorzien van degelijke documentatie en er is ruimeaandacht voor professionele en bestuurlijke contacten ter plaatse.NIROV-studiereizen worden in samenwerking met landen- enmateriedeskundigen georganiseerd. Voor de meeste studiereizengeldt een open inschrijving. Het NIROV ontwikkelt ookstudiereizen op maat in samenwerking met overheden en/ofbedrijven en voor specifieke reisgezelschappen.Voor 1999 staan reizen op het programma naar:- Verenigde Staten, thema New Urbanism, maart- Barcelona/Bilbao, stedelijke planning, maart- Diverse landen, light rail, april-Verenigde Staten/Canada, inlensief ruimlegebruik, mei/juni- Barcelona/Bilbao, intensief ruimtegebruik, mci- Berlijn, stedebouw/planning, September- Di\'erse landen, light rail, September- Brazilie, architectuur/stedebouw, decemberIn ontwikkeling:- Oude en nieuwe tuinsteden in het Verenigd Koninkrijk- Sleutelprojecten in EuropaVoor meer informatiedrs. Frank Evers en mw drs. Anke WellecommeSneller beter beslissenEen vliegveld in zee is een budgettair koekoeksjong. Het zal,net als de deltawerken destijds, vele jaren achtereen anderenuttige rijksinvesteringen van de agenda drukken. Mooiewoorden dat dit soort puur infrastructurele werken voor eendeel privaat gefinancierd zuUen worden leiden nog niet totdaden. Nog onlangs heeft het kabinet immers 3,4 miljardmoeten bijplussen voor de Betuwelijn en de HSL-Zuid omdater er vooralsnog geen participatie van particuliere zijde is.Bovendien kan een luchthaven zonder inkomsten uitvastgoed en andere commerciele nevenactiviteiten ter plaatsehelemaal niet bestaan. Een luchthaven in zee als een kaalsetje start- en landingsbanen is ontdaan van alles wat hetvoor de particuliere sector nog interessant zou kunnenmaken. Wij doen er dus goad aan om ons te prepareren opeen discussie over de toekomst van Schiphol waarbij de optievan een luchthaven in zee geleidelijk uit beeid raakt.Geleidelijk, want deze optie blijft bestuurlijk verleidelijk enook de grote aannemerij zal deze optie zo lang mogelijk inbeeld houden.Het gaat bij deze beslissing over een grote ruimtelijkeinvestering dus om twee typen van vragen. De politiekevraag is: wat is de toekomst van een nationale luchthaven dieinternationaal als hub fungeert ons waard in vergelijking metandere nuttige rijksinvesteringen? De technische vraag isvervolgens: wat is, binnen dit budget, de optimale oplossing,gelet op een grote hoeveelheid criteria qua ruimtelijke,economische en milieutechnische effecten?In Nederland voeren wij dit soort discussies in de omgekeer-de volgorde. Eerst komt er uit het bestuurlijk-bureaucratischsysteem een technisch projectvoorstel voorzien van aller-hande variantoplossingen en daarna... Daarna gebeurt erpolitick gesproken niks want het projectvoorstel is dan al zover uitgewerkt dat de vraag of dat project die dubbele ofdrievoudige prijs wel waard is, gegeven andere investerings-behoeften, eenvoudig niet meer aan de orde kan komen. Hetbestuurlijk-bureaucratisch systeem heeft daar geen belang bijen het politiek-democratische systeem is veel te zwak om diediscussie dan nog aan te kunnen of aan te durven. Nu is overSchiphol juist wel eerst een discussie gevoerd over de vraag:moet de luchtvaart wel groeien? Maar deze werd nog nietgekoppeld aan de politieke vraag: Wat is ons dat waard?Er zijn de laatste jaren in Nederland grote vorderingengemaakt in het verbeteren van het instrumentarium omsneller beter te beslissen. De scenario's van het CPB en deperspectieven in Nederland 2030 van de RPD zijn goedebijdragen aan het inzicht in het geheel van respectievelijkexogene en endogene krachten dat op de toekomst zalinwerken. De sectorale projectenlijsten in het MIT en de meerintegrale projectenlijsten van de ICES zijn belangrijkeverbeteringen in het bieden van overzicht van investerings-behoeften. De leefbaarheidsbalans van het RIVM moet naarmijn mening worden beschouwd als een indrukwekkendeinnovatie in het maatschappelijk en politick operationeelmaken van de multicriteria-analyse. Er wordt bovendien opallerlei plekken in Nederland door verschillende bestuurs-organen geexperimenteerd met allerhande vormen vaninteractieve planning. Al met al zijn de condities om debestaande werkwijze met zijn trage en teleurstellende beslui-ten te vervangen door methoden die leiden tot sneller beterbeslissen op dit moment bijzonder gunstig. Het wachten isop een kristallisatiepunt waardoor alle genoemde vorderin-gen op onderdelen opeens op hun plaats vallen. Zo'nkristallisatiepunt kan van alles zijn. Niet het onderwerp maarde werkwijze bepaalt of er sneller beter besloten wordt.Om zover te komen moeten we onze werkwijze nog op tweepunten verbeteren, door lets na te laten en door lets toe tevoegen. Wat we moeten afleren is het streven naar hetproduceren van 'een, door het kabinet onderschreven, lange-termijnvisie voor de ruimtelijke inrichting van Nederland',zoals de VROM-raad dat wil. Dat is in een globaliserende enpluraliserende maatschappij theoretisch en praktisch eenonhoudbaar concept en dus een misleidende illusie. Hetadvies van de VROM-raad 'Stedenland plus' is met het oog opsneller beter beslissen dan ook een stap terug ten opzichtevan de winst die met Nederland 2030 is geboekt.Wat we moeten bijleren is om de onsamenhangendeprojectenlijsten van de ICES om te bouwen tot samenhangen-de projectenportefeuilles. In hun huidige vorm worden deprojecten elk afzonderlijk op projectniveau getoetst. Dit heefttwee ernstige bezwaren: politiek gesproken kun je er zo niksmee, zodat de volksvertegenwoordiging gedegradeerd wordttot een losse verzameling van machteloze regionalebelangenbehartigers; effectenanalyses hebben maar eenbeperkte betekenis omdat het onderlinge effect van dediverse projecten zo niet kan worden meegewogen.De vraag is dan waarin de samenhang van een projecten-portefeuille tot uitdrukking komt. Meer inzicht in de exo-gene krachten die de toekomst van Nederland beinvloedenontstaat als er scenariospecifieke projectenportefeuillesworden samengesteld. Meer inzicht in de endogene krachtenontstaat door projectenportefeuilles samen te stellen opgrond van politieke toekomstvisies. Op deze wijze wordt hetmogelijk ruimtelijke effectenanalyses te maken van onderlingverschillende mogelijke scenario's en van onderling verschil-lende politiek wenselijk geachte perspectieven.Deze verbeteringen zuUen ertoe bijdragen dat politiekeafweging en prioriteitstelling vooraf kan gaan aan technischeuitwerking en optimalisatie. Zo wordt het primaat van depolitiek tegenover het bestuurlijk-bureaucratisch systeemhersteld en kunnen we sneller beter beslissen.Prof. dr. D.H. FrielingTU DelftStedebouw & Ruimtelijke Ordening 1998 nummer 6Sleutels, knopen en netwerkenDr. Z. Hemelredactie Stedebouw &Ruimtelijke OrdeningIn Het Metropolitane Concept (1995) steldestedebouwkundige Dirk Frieling met zoveel woorden dat deknooppunten van de Internationale infrastructuur aisuitgangspunt moeten worden genomen voor het ontwerpvan de toekomstige inrichting van Nederland. Met dieknooppunten bedoelde hij de grote zeehavens, Schiphol ende HST-stations. Van deze overstappunten verwachtte hij eenduidelijke concentrerende werking. De relatievevestigingsvoordelen die ervan uit zouden gaan, zouden deverdere ontwikkeling van de verstedelijking sterkbeinvloeden. Zozeer zelfs dat de ontwikkeling in de richtingvan de amorfe Stedenring Centraal Nederland ermee zoukunnen worden gekeerd. Wat de stations betreft was dit zijnsinziens vooral het geval als de HST ook voor het binnenlandsvervoer zou worden ingezet, dus als deze de vier grote stedenin een soort argus-systeem met elkaar zou verbinden, endaarin ook steden als Breda en Arnhem zou betrekken, Danzou een metropolitane ontwikkeling in het verschiet liggen,met de HST-stations als de nieuwe grootstedelijkeculminatiepunten. De bepaling van de traces van dehogesnelheidslijnen naar het oosten en het zuiden, waaroverop dat moment zoveel te doen was, vond Frieling zelfsminder interessant dan de keuze van de halteplaatsen. 'HetEuropese hogesnelheidsnet dwingt tot het herijken vannationale concepten terzake.'Vasthoudendheid kun je Frieling niet ontzeggen. Later, inDeltametropool (februari 1998), beschouwde hi] de vijfstadshavens (cityports) inderdaad als het centrale projectwaarmee de deltametropool gestalte krijgt. 'Dit zijn de vijfplaatsen waar het intercontinentale net van luchtlijnen, hetInternationale net van spoorlijnen en het interregionale netvan autowegen via transferia worden gekoppeld:Amsterdam-Zuidas/centrum, Schiphol, Floog Hage,Rotterdam CS en Utrecht City Project.' In zijn opvatting zouer een stedelijke complex kunnen ontstaan als tussen dezevijf plaatsen openbaar railvervoer werd geboden,'dat desnelheid van de TGV combineert met de frequentie vanagglomeratievervoer (...).'Het signaal was duidelijk. Kort daarvoor, eind 1997, had deRijksplanologische Dienst de HST-stations (met uitzonderingvan Schiphol) al aangemerkt als potentiele 'nieuwesleutelprojecten'. De oude sleutelprojecten, dat waren degrote investeringsprojecten in de stedelijke gebieden,opgenomen in de Vierde Nota over de Ruimtelijke OrdeningExtra. Naar de geest van de tijd waren dat toen vooralhavenfrontontwikkelingen zoals de IJ-oevers in Amsterdamen de Kop van Zuid in Rotterdam, maar bijvoorbeeld ookhet centrale stadsgebied in Amersfoort en Den Haag NieuwCentrum. Sommige van deze projecten werden laterinderdaad als strategische onderdelen van het rijksbeleidaangemerkt, andere behielden deze status alleen in potentienummer 6 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1998? onaii II 150iM-wmn? eJ0Oni'?iTt.li?2iMnl=Redactioneeli"i'pltini.VV'"K^"i'*pl'?iof werden uiteindelijk een compleet fiasco (IJ-oevers,Noordrand). Nu waren het dus de halteplaatsen van dehogesnelheidstrein die als 'nieuwe sleutelprojecten' kansmaakten op investeringssteun van rijkswege. Met'Deltametropool' speelden de vier grote steden handig in opdeze passage in de Actualisering. Zij hebben ook alle baat bijde aanwijzing van hun 'stadshavens' als investeringsprojectenvan de kant van het rijk.Onder/.oek nioest uitwijzen of de HST-haltes ook inderdaadde potenties hebben die de status van 'sleutelproject'rechtvaardigen. In deel 3 van de Actualisering van de VierdeNota (december 1997) kondigde de regering hiernaaronderzoek aan. 'In deze onderzoeken,' aldus de regering, 'gaathet om de mogelijkheden die deze unieke locaties kunnenbieden in relatie tot belangrijke rijksdoelen van hetverstedelijkingsbeleid zoals die ook in de missiebrief aan deTweede Kamer zijn opgenomen: het verbeteren van deruimtelijk-economische dynamiek in de steden en hetverbeteren van de leefbaarheid; het intensiveren van hetgebruik van de ruimte in de steden en het beperken van deautomobiliteit,' In de daarop volgende maanden werden talvan onderzoeksbureaus met ICES-gelden aan het werk gezetom uit te zoeken of de HST-stations de rijksdoelen inderdaaddichterbij brengen.Inmiddels liggen er veertien dikke rapporten op tafel,voldoende reden voor de redactie van Stedebouw &Ruimtelijke Ordening om aandacht te besteden aan hetfenomeen van de nieuwe sleutelprojecten. Wat staat er in derapporten? Hebben de overstaphaltes inderdaad de enormeeconomische en verstedelijkingspotenties die Frieling zetoedicht en waarin het rijk klaarblijkelijk is gemteresseerd?Zo ja, aan welke voorwaarden moeten ze dan voldoen? Wat isde stedebouwkundige kwaliteit? En als je alle capaciteit in deplannen bij elkaar optelt, tot hoeveel volume kom je dan enkan dat volume in de markt worden weggezet? Hoe denktmen de programma's te vuUen? Verschillende auteurs in ditnummer gaan in op deze en andere vragen.Een vraag die aan al deze vragen vooraf gaat is natuurlijkdeze: komt er wel een internationaal netwerk tot stand dat degrote Europese steden op efficiente wijze met elkaarverbindt? ZuUen de systemen voldoende op elkaaraansluiten? Het ICE-netwerk in Duitsland bijvoorbeeld wijktop tal van punten af van het TGV-netwerk in Frankrijk. Wievoert hier eigenlijk de regie? De concentrerende werking ende economische kracht van de HST-stations zal in de eersteplaats afliangen van het functioneren van dit Internationalenetwerk, waarbinnen de Nederlandse HST-stations zich infeite in de rafelrand bevinden.Op die prealabele vraag, merkt de redactie op, zoekt men inde rapporten tevergeefs naar een antwoord.Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1998 nummer 6De rol van de rijksoverheidNieuwe SleutelprojectenAan een zestal grote binnenstedelijke herontwikkelingsoperaties is doorde rijksoverheid de status van 'Nieuw Sleutelproject' toegekend. Waaromverdienen juist deze projecten een bijzondere status en wat is de rol vande rijksoverlieid bij de sleutelprojecten?Drs. M. MeijerMinisterie van VROM,RPD/ROP,Den HaagOp zes locaties in Nederland staan grote stedebouwkundigeprojecten op stapel. Inrichting en herinrichting van detoekomstige stations van de hogesnelheidstrein is het thema.In Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Arnhem en Breda ' zijn er(vergevorderde) plannen om de omgeving van het CentraalStation ingrijpend te wijzigen, terwijl in Amsterdam deinvuUing van de Zuidas gekoppeld wordt aan het nieuweHST-station. Het bijzondere van de locaties wordt niet alleenbepaald door het feit dat (de shuttle) van de HST op dezepunten zoals het heet 'aanlandt'. Ze zijn in potentie tevens hetneusje van de Nederlandse zalm op het gebied van stedelijkeallure. We kunnen ze beschouwen als visitekaartjes voorInternationale bedrijven, voor buitenlandse toeristen, voorhet winkelend publiek, voor cultuurzoekers encultuurbepalers.Bijzonder is ook dat er zoveel steden tegelijkertijd bezig zijnmet een ingrijpende stedelijke herstructurering. Een heelbelangrijk deel van onze binnenstedelijke capaciteit staat dusop de drempel van grote vernieuwing. Voor de rijksoverheidbiedt dit een unieke kans om structureler te kijken naar dezeontwikkelingen, ook op een hoger schaalniveau. Want hoezien we de toekomstige stedelijke ontwikkeling van Neder-land, en hoe passen de sleutelprojecten hierin? Gaan we, enwillen we, richting een 'deltametropooF met een woning- enarbeidsmarkt? En als dat zo is, welke consequenties heeft datdan voor de functionele differentiatie tussen de centra vandeze metropool?De impact van dit soort projecten op zowel economic,mobiliteit als het stedelijk systeem op verschillendeschaalniveaus is evident. Daarom is, ondanks dat deprojecten primair een gemeentelijke verantwoordelijkheidzijn, een duidelijke visie en betrokkenheid vanuit derijksoverheid gewenst. In het rijksproject 'NieuweSleutelprojecten' wordt deze visie ontwikkeld.Een eerste blikBij een eerste blik op de veelheid aan informatie die over desleutelprojecten beschikbaar is, valt direct het hogeambitieniveau op. Er wordt een omgeving met Internationaleallure geschetst, zowel stedebouwkundig als qua functioneleinvuUing.Stedebouwkundig worden de ambities het best gereflecteerdin de verschillende plannen voor meervoudig ruimtegebruik.In alle gevallen zijn creatieve oplossingen gezocht om debeschikbare ruimte zo effectief mogelijk te gebruiken. Dederde dimensie is daarbij expliciet in beeld. Infrastructuurwordt gecombineerd met andere vormen van ruimtegebruikzoals wonen, werken of recreeren. Ook aan extra openruimte en groen wordt aandacht besteed. Een hoge stedelijkedichtheid is hiervan het gevolg. In de plannen voor deAmsterdamse Zuidas wordt alle infrastructuur (weg, rail, enHST-station) ondergronds gebracht (het zogenaamdedokmodel), en wordt tegelijkertijd een kwaliteitsimpulsgegeven aan de openbare ruimte. Den Haag wil voor haarplan Hoog Hage door middel van een 'stadsvloer' deverbinding tussen twee wijken aan weerszijden van hetcentraal station tot stand brengen.De onderverdeling naar functies, het zogenaamde functio-ned programma van de sleutelprojecten, is voor een belang-rijk deel gericht op het topsegment van de kantorenmarkt.De ambitie is om via het creeren van een aantrekkelijkeomgeving, gecombineerd met een goede bereikbaarheid, eennummer 6 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1998voor grotere bedrijven interessant vestigingsklimaat aan tebieden. De huurprijs die men in gedachten heeft, weer-spiegelt deze ambitie. Deze ligt tegen de top van de huidigeprijsstelling in de regio.Er is sprake van een flinke toevoeging aan de huidige voor-raad vloeroppervlak. Utrecht is wat dat betreft de grootstegroeier, met een verwachte groei van 19% ten opzichte vande huidige voorraad kantooroppervlak.Opvaliend is dat in veel plannen ruimte is gereserveerd voorzogenaamde urban entertainment-iuncties. Vooral inRotterdam en Utrecht is gemikt op het toevoegen vanrecreatieve functies aan het centrum. Ruimte voor detail-handel, maar ook de reservering voor wonen geven aan dateen menging van functies overal aan de orde is.De complexiteit van de projecten is groot. Niet alleen betreftdat de concrete ruimtelijke opgave, vi^aarin allerlei functiessoepel met elkaar verweven moeten worden in een zeercomplex gebied als een stadscentrum. Ook de organisa-torische vormgeving maakt de sleutelprojecten tot eeningewikkelde opgave. Er is een groot aantal partijen betrok-ken bij planvorming en planrealisatie. Naast de diverseoverheden zijn dat de Nederlandse Spoorwegen, beleggers,gebruikers en bewoners.Een eerste beoordelingUit de complexiteit van de plannen, waar zoveel belangenspelen, die zoveel invloed kunnen hebben op de economic,op de verstedelijking, op de ruimtelijke hoofdstructuur enwaar zoveel geld mee gemoeid is, vloeit een logischebetrokkenheid voort vanuit de rijksoverheid.De rijksbetrokkenheid is gestart met het door de gemeentenindienen van zogenaamde strategische interventies in hetkader van de Actualisering van de PKB VINEX. Van de 38ingediende projecten hebben, op grond van het nationalebelang, de integraliteit en de mate van uitwerking,^ in deel 3van de PKB de vijf (waarschijnlijke) toekomstige HSL-stationsde status van nieuw sleutelproject gekregen.In dit deel 3 van de PKB staat vervolgens te lezen dat 'deregering zich voorneemt om (...) te onderzoeken of met desleutelprojecten (...) de positie van Nederland in inter-nationaal verband vi'ordt versterkt, nieuwe vormen vanintensief ruimtegebruik worden ontwikkeld en de mobiliteitgunstig wordt beinvloed'. ^Een interdepartementale projectgroep is aan de slag gegaanmet deze vraag. Vanaf het begin was duidelijk dat de opgaveniet alleen bestond uit het bepalen van het nut, de noodzaaken de haalbaarheid van de afzonderlijke projecten. Belangrijkwas tevens het in het oog houden van de samenhang tussende verschillende projecten en het ontwikkelen van een visieop het geheel van de sleutelprojecten. Aan de orde zijnonderwerpen als het totale aanbod aan kantoorvolume (iscirca 1,8 miljoen m^ extra in Nederland op zijn plaats?), hette realiseren infrastructurele netwerk op verschillendeschaalniveaus, inclusief bereikbaarheids- en mobiliteits-aspecten en de ruimtelijke structuur van de verstedelijking.In totaal zijn er zes onderzoeken uitgezet om (voorlopige)antwoorden te krijgen op de meest dringende vragen.*De onderzoeken hebben zich toegespitst op:' economische aspecten (onderzoek KPMG/ BEA)? verkeers- en vervoersaspecten (onderzoek AGv)? betekenis van de HST voor stedelijke centra (onderzoekDEGW/ Buck Consultants International)? nieuwe financieringsvormen (onderzoek KolpronConsultants)? waardeketenonderzoek (onderzoek (NiBConsult/ TNO Inro)? stedebouwkundige kwaliteiten (advies Rijksbouwmeester)Op basis van deze onderzoeken, maar ook op basis van decontacten met de gemeenten, is een evaluatie en beoordelingopgesteld van de sleutelprojecten. ^ Geconcludeerd is dat desleutelprojecten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aande gestelde rijksdoelen, die ook in ICES-verband centraal zijngesteld. Het gaat om:? het bevorderen van de werkgelegenheid;? het beheersen van de toename van de mobiliteit;? een intensiever gebruik van de bestaande stedelijke ruimte;? het herstel van de sociaal-economische vitaliteit van destedelijke centra.Met deze conclusie heeft het rijk aangegeven dat de potentiesvan de projecten in belangrijke mate stroken met de ambitiesdie leven bij rijk en gemeente.Mits zorgvuldig vormgegeven en ingezet, hebben we met deStation Ashford, Groot-Brittanie(Bron: The Impact ofHigh SpeedTrains on Urban Centres, Minislerievan VROM, mei 1998)Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1998 nummer 6Tabel 1 Globaal functionedprogramma per sleutelprojectFuncties Amsterdam Arnhem Den Haag Rotterdam UtrechIkantooropp. (m^) 650.000 155.000 600.000 200.000 382.000gem. huurprijs per m' 400 - 600 350 350 - 400 300 335 - 385;% van de voorraad 13% 8 - 16% 17% 6% 19%woningen 1.500 400 750 100.000 (m') 1.500detailhandel (m^) 6.500 15.400 3.400 25.000 61.000overig/onbestemd (m') 104.000 4.500 240.000 75.000 84.000Station Kyoto, Japan(Bron: The Impact ofHigh SpeedTrains on Urban Centres, Ministerievan VROM, mei 1998)nieuwe sleutelprojecten een krachtig wapen in handen. Watnu te doen staat is te zorgen dat de sleutelprojecten totvolledige bloei kunnen komen. En dat betekent dat deomstandigheden moeten worden geoptimaliseerd, dat derandvoorwaarden moeten kloppen, maar dat ook rekeningmeet worden gehouden met beperkende factoren (geld!) enrisico's. Veel kan geleerd worden van vergelijkbare projectenuit het buitenland. Ook moet nog veel worden uitgedokterdspeciaal voor de Nederlandse situatie. Met dit in het achter-hoofd is een tweede fase ingegaan van het rijksproject'Nieuwe Sleutelprojecten. Het is daarbij belangrijk om tebepalen in welke vorm de rijksbetrokkenheid gegoten kanworden.Optimaliseren, faseren en prioriterenDe tweede fase 'Nieuwe Sleutelprojecten' is na de zomer vanstart gegaan. Er wordt nagedacht over de procesmatigebetrokkenheid, over de fmanciele mogelijkheden en conse-quenties van deelname van het rijk aan de projecten en debeleidsimplicaties op korte en lange termijn.Het is de bedoeling dat steeds meer maatwerk wordtgeleverd, op alle onderdelen van de rijksbetrokkenheid. ZozuUen voor Utrecht en Amsterdam op korte termijn beslui-ten moeten worden genomen over omvang en vorm vanfmanciele betrokkenheid. In het geval van Rotterdam isvooral duidelijkheid nodig over de te volgen procedure bijhet project samenhangende infrastructuur, terwijl voor deprojecten in Arnhem en Den Haag onderzoek noodzakelijkis. Overigens is vanuit Den Haag inmiddels wel om eenfmanciele bijdrage verzocht voor de Kop van Hoog Hage.Tenslotte geldt voor Breda dat nog een inhaalslag nodig isom op eenzelfde kennisniveau te komen als de anderesleutelprojecten.Hoewel er nog veel open vragen liggen over verderesamenwerking tussen rijk, gemeente en overige partijen is erwel enige duidelijkheid over de uitgangspunten voor debetrokkenheid van het rijk en over de verschillendemogelijkheden die daarbij ter beschikking staan.Een integrate benadering van de projecten staat voor het rijkcentraal. De samenhang tussen de verschillende sectoralebelangen (economic, mobiliteit, ruimte en milieu) moet inhet oog worden gehouden, net als de samenhang tussen debelangen op verschillende schaalniveaus. Stad, landsdeel enland moeten er wel bij varen.Integraal framework voor afstemmingMeer nog dan om het maken en tot ontwikkeling brengenvan een stedebouwkundig plan, gaat het bij de sleutel-projecten om het invuUen van een proces. Het is een proceswaarin vorm moet worden gegeven aan een framework voorhet combineren van allerlei planningsopgaven op het terreinvan economie, stedebouw en mobiliteit. Dit framework isnodig voor een goede integrale benadering.Bij complexe projecten als de sleutelprojecten, waarbij zoveelpartijen met eigen belangen zijn betrokken, betekent dit dateen optimum moet worden gezocht tussen de verschillendebelangen. Omdat een succesvol project het centrale doel is,zal een beslissing hierover vanuit het projectbelang genomenmoeten worden. Er moet gedacht worden vanuit het project,en niet vanuit het sectorbelang. Gelukkig bieden de sleutel-projecten voldoende aanknopingspunten voor het vindennummer 6 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 1998van zogenaamde 'win-win situaties'. Maar het is evident datool< in die situaties Iceuzes moeten worden gemaal
Reacties