Stedebouw &VNed^rlands Instituut voor Rui ening en Volkshuisvesting (NIRO^"belegger inVastgoedHet Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid(BPF Bouw) heeft haar vastgoedportefeuille uitbesteed aanSFB Vastgoed. Het totaal belegd vermogen van dit fonds iscirca 40 miljard gulden waarvan Circa 9 miljard in vastgoed isbelegd. Jaarlijks wordt daaraan tussen de 700 en 900 miljoengulden toegevoegd. SFB Vastgoed heeft verschillendebeleggingsproducten: woningen, winkelcentra, kantoor/ bedrijfsruimten, gronden en indirect vastgoed in binnen- en buitenland.SFB Vastgoed is een ontwikkelende belegger en heeft alszodanig een unieke positie in de beleggingsnnarkt. Omdat dedoor SFB Vastgoed ontwikkelde plannen na realisatie doorBPF Bouw in eigendom worden genomen, is het ontwikkelings-proces gestoeld op een lange ternnijnvisie.Naast het ontwikkelen is de actieve betrokkenheid bij hetgebiedsgerichte vastgoedmanagement essentieel voor hetbehalen van een hoog maatschappelijk en financieel rendementKantoor Maasparc aan de Westerlaan te Rotterdam. Dit op entop Rotterdams kantoor onder de Euromast heeft een opper-vlakte van 6.730 m' bvo. Het pand is gebouwd in 1962 enonlangs geheel gerenoveerd door architect Negrescu.Het pand is in gebruik sinds mei 2000.sfbf^ vastgoedPostbus 637 1000 EE Amsterdamtel (020) 583 9118 fax (020) 583 87 33Onderdeel van de sfbt^groepStedebouw & RuimtelijkeOrdening,82e jaargang, nummer 3, 2001UitgeverNIROV, Jaap Moddermodder@nirov.nlRedactieLuLik BoelcnsZcf HemelChantal van der Zijl(eindredactcur)Brede redactieJan BrouwerFrank D'hondtWillem KleynMarice de LangePieter SchrijnenWil ZonneveldRedactiesecretariaatRenate GoedhartMichiel SmitChantal van der ZijlNIRCWPostbus 308332500 GV Den HaagBezoekadres: Mr. D. Hudig-huis,Mauritskade 23,2514 HD Den Haagt (070) 30 284 84f (070) 36 174 22e nirov@nirov.nlw www.nirov.nlRichtlijnen voor auteursDc vakgemeenschap wordtuitgenodigd artikelen in testuren. 'Richtlijnen voor auteurs'kunnen op het redactie-secretariaat worden aangevraagd.AdvertentiesWunnink Mediacontactpersoon: Alex PetriHoogstraat 18a8011 BAZwollet (038)421 13 04f (038) 421 01 17Grafische vormgevingJelle de Gruyter,Grafisch Atelier WageningenDrukVecnman drukkers, EdePrijzenNiROV-leden ontvangen Stedebouw& Ruimtelijke Ordening gratis.NIROV-Iidmaatschap vanaf/157,-Losse nummers /27,50Losse nummers enledenadministratieNIKCW, Mw. 1. Steenhoff-Boogerst (070) 30 284 14Aan deze uitgave is de uiterste zorgbesteed; voor onvolledige/ onjuisteinformatie aanvaarden auteur(s),redactie en uitgever geen aansprake-lijkheid. Voor verbetering vanonjuistheden houdt de redactie zichaanbevolcn.ISSN-1384-6531StedebouwRuimtelijke OrdeningDossier NCiRedactioneel: Nooit Gepubliceerd NederlandIn dit nummer staat de dagelijkse praktijk van hetstedebouwvak centraak Plannen die nooit of zeldengepubliceerd worden; klein, groot, gewoon en somsbijzonder.L. Boelens5 Long tall glassesHet masterplan Rotterdam Centraal is met veel airplayneergezet. Een laatkomer in de reeks 'verleidelijkstadsbeeld'.F. Feddes10 Dossier NGNAchttien Nederlandse gemeenten presenteren een aantalvan hun actuele ruimtelijke plannen. Nog niet eerdergepubliceerd.L. BoelensArtikelen46 De gezonde stadAls we gezonde steden willen, moeten er duurzamevormen van handel worden ontwikkeld. Daartoe zijnInternationale samenwerking en beleidscoordinatienoodzakelijk.R. Wall54 Omgevingsplan FlevolandEen beschrijving van ervaringen rondom het planprocesen het resultaat van dit experimentele omgevingsplan.E. van der Knijff60 deruimtelijkeordeninggaatdigitaal.nlMomenteel maakt de Stichting Nieuwe Kaart vanNederland een nieuwe inventarisatie van alle plannenvoor wonen, werken, infrastructuur, natuur en recreatiemet als planhorizon 2010, en een uitloop naar 2030./. KadijkPubl icat 'es ^^p62 RecensiesMed edel ingen70 NIROVHet N e t w e r k ^^s^iiiiii,,,,-,,,.!,,TM,..,.., , -75 Adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling en omgevings-kwaliteit.Omslag: Van Kooten & De Bie als burgemeester van der Vaart en wethouderHekking van Juinen. Foto; Roel Bazen.Stedebouw & Ruimtelijke Ordenins 2001 / 3 1Nooit Gepubliceerd NederlandLuuk Boelensredacteur s & ROHet vorige nummer van Stedebouw & Ruimtelijke Ordening stond in het teken van de Vijfde Nota over de RuimtelijkeOrdening. Het was een (historisch) relaas van 'sturen in tijden van ontredderingf (Ed Taverne) via een pleidooi voor'een beleidsdienst met werkelijke bevoegdheden' (Cor Wagenaar) en 'de frontale monoloog van de minister van VROMvol adrenaline' (Bernard Colenbrander) tot de aanbeveling van 'een nationaal restauratieplan voor het agrarischlandschap' (Vincent van Rossem). Het was een vertoog over de grote gebaren, met evenveel scepsis over het nut en dezin daarvan. Want, zo schreef Zef Hemel in het redactioneel, de stemming kan evengoed omslaan in het tegendeel. Numinister Netelenbos en zelfs de minister-president zich laten meeslepen in de noordelijke euforie rond demagneetzweefbaan en de rijksbouwmeester liefst twaalf (min of meer willekeurige) projecten als grand design heeftlaten definieren, ligt de Hollandse afkeer van dikdoenerij en grootheidswaanzin op de loer.'Die eventuele afkeer krijgt in dit themanummer ruim-schoots de aandacht. Want nu staan eens niet de grote rijks-nota's, les grands projets en de vernieuwende en opzwependeverhalen centraal. In dit nummer iiebben we het over de da-gelijkse praktijk van ons vak; liet zwoegen binnen bestaandecontexten, hoe klein dan ook. Ondanks dat die praktijk hetovergrote en wellicht ook meest markante deel van hetstedebouwvak beslaat, staat het in de schaduw van al die(vernieuwende) verhalen en plannen die zoveel aandachtkrijgen, dat ze de indruk wekken het toonbeeld te zijn vandat wat het vak momenteel beweegt. Terecht of onterecht,wie zal het zeggen. Het is op zijn minst de halve waarheid.Want ook de andere zijde van de medaille loont de moeitevan een nadere analyse. 'Nooit Gepubliceerd Nederland' isdaarmee een parafrase en tegelijkertijd een kritisch ant-woord op een boek dat inmiddels al weer meer dan twintigjaar geleden verschenen is: 'Nooit Gebouwd Nederland' vanGees Nootboom e.a.. Want zoals daarin nog het parool gold'tussen droom en daad staat de gemeenteraad', zo staat nudie gemeenteraad zelf centraal. Hoe geven zij in alle stiltevorm aan Nederland, zijn daaruit dan geen wijze lessen teleren?De redactie van s & RO heeft aan twintig min of meer wille-keurige gemeenten gevraagd enkele van dat soort 'stille'plannen op te sturen, ontwerpen, nota's en/of stedebouw-kundige verhalen, die in de pers niet of nauwelijks aandachthebben gehad en waarschijnlijk ook nooit zullen krijgen,maar waarvan de opdrachtgevers of makers wel menen datde vakgemeenschap er lets van kan leren. Een gemeente (DeRonde Venen) heeft op deze oproep niet gereageerd, omdatzij meent niets van waarde te kunnen melden. Een ander(Arnhem) meent dat zij nauwelijks 'stille' plannen bezit,omdat deze allemaal al voldoende in de belangstelling staan.De andere achttien hebben evenwel volstrekt belangeloosbun voUedige medewerking gegeven. Het resultaat treft ubijgaand aan.AirplayDit nummer start met een relaas van Fred Feddes over dezogenoemde 'airplay werken'. Wat is nu eigenlijk het speci-fieke karakter van dat soort plannen, waarom krijgen nujuist deze werken zoveel airplay en is dat ook terecht? Als wede lijst van de grands projets van de rijksbouwmeester langslopen, lijkt dat een goede vraag. Want wat moeten we nuprecies met het feit dat het ROB en RDMZ zonodig onder eendak moeten, dat er in onze hoofdstad zonodig weer eennieuw rijksmuseum moet komen, de Zuiderzeespoorlijn eenesthetisch ontwerp behoeft (net nu we de Hoge Snelheids-lijnen even waren vergeten) en iedereen eigen opdrachtgeverwil spelen? Hetzelfde geldt voor Infrabodies, MVRDv's Data-town, Tracy Metz' Atlas van verandering, Koolhaas' ver-plaatsingsplan van Schiphol naar zee... etc. Vaak zie je bij ditsoort werken een krachtige promotiecampagne een in-tegraal onderdeel vormen van het ontwerpen en het schrij-ven erover alsof het zonder dat geen aandacht zou krijgen.Hieruit zou men de conclusie kunnen trekken dat de echtgoede plannen zoiets niet nodig hebben; die krijgen vanzelfwel aandacht. Maar wellicht is dat te kort door de bocht.Want buiten dat bestaat er toch ook lets van een autonomefascinatie voor het grote en meeslepende, zo beaamt Feddes.Zichzelf respecterende steden in de steeds intensiever wor-dende Internationale concurrentiestrijd, hebben een herken-baar en onvergetelijk icoon nodig teneinde te verleiden ende stad als product te kunnen verkopen.De champagneglazen van Alsop zouden in die hoedanigheidgezien moeten worden. Niettemin haastte wethouderKombrink zich op het achtuurjournaal (net als wethouderHekking sprak voor de burgemeester) te melden, dat we opdit moment alleen nog maar naar de tekst en de structuuren niet naar het gepresenteerde beeld moesten kijken. Washij het niet eens met de blobvormen, nog niet overtuigd vanhet gepresenteerde icoon, of voelde hij zich als rechtgeaardesociaal-democraat nog te ongemakkelijk bij de nieuwvereiste marketingstrategie? Dit neemt niet weg dat ookdeze (sociaal-)democraten, net als de royalisten en liberalenbun eigen agenda hebben voor het grote en meeslepende:Wellicht om a la Mitterand toch nog in degeschiedenisboekjes door te leven; of om het eigen gewetente sussen na zoveel grijze middelmaat te hebben getolereerd;of als afleidingsmanoeuvre voor die dingen die werkelijkfout gaan c.q. uiteindelijk onoverkomelijk moeten wordengeacht. U moet het mij maar niet kwalijk nemen, maar dit2 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 2001 / 3? GroningenEmmen? Heerhugowaard?Velsen? Meppel? Pijnacker?AlblasserdamiZwolle? EpeApeldoornAlmeloEnschede? BeuningenBreda? 's HertogenboschTilburg HelmondVenraylaatste heb ik eigenlijk altijd al vermoed bij de plannen voorde verplaatsing van Schiphol naar zee en de aanleg van eenmagneetzweeftrein naar Groningen. Want ieder weldenkendmens weet toch dat deze en dergelijk projecten, nog voordatze zijn uitgetekend, zo in de volgende uitgave van 'Nooit Ge-bouwd Nederland' kunnen.Stille werkenNeem dan de 'stille werken', daarvoor geldt niets van dit al.Deze werken hebben al die airplay niet nodig om te wordenuitgevoerd en zijn daarom dus...Alvorens een dergelijk oordeel uit te spreken, is toch eennadere beschouwing nodig. De dwarsdoorsnede die ditnummer van S & RO daartoe biedt, is mogelijk willekeurig,maar toch relatief representatief. De plannen komen uitnagenoeg alle uithoeken van dit land en zijn afkomstig vanstedelijke en landelijke gemeenten, groot en klein, De plan-nen presenteren een breed scala aan herstructureringsplan-nen, (ontwerp) bestemmingsplannen, structuurvisies enscenario's, waarbij het beeldkwaliteitsplan behoorlijk domi-nant is geworden. Dit planfiguur heeft sinds zijn invoeringblijkbaar een snelle vlucht genomen. Het maakt het moge-lijk voor gemeenten om naast het bestemmingsplan ookvoorschriften, aanknopingspunten en richtlijnen voor destedebouwkundige en architectonische vormgeving op tenemen. Dat belooft veel, maar wordt het ook waargemaakt?Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 2001 / 3 3Veel gemeenten lijken niet (meer) in staat op eigen krachtruimtelijke plannen en visies te ontwikkelen. Vrijwel elkegemeente laat zich ondersteunen door externe bureaus.Hieronder vallen oude bekenden (BVR, Wissing, Poude-royen) maar ook kleine(re) onbekenden als Tarra en Post-L30. In deze dwarsdoorsnede domineren zeker niet debureaus die elders in S & RO onder 'bet Netwerk' zijn terugte vinden. Dit komt mogelijk ook doordat nogal wat klei-nere bouwplannen (enige tientallen woningen) zijn inge-zonden. Want een snelle scan leert dat nog steeds de tradi-tioneel 'grote' het veld beheren. Kuiper Compagnons, BiigelHajema, RBOI etc. leveren jaarlijks nog steeds hun duizendenstedebouwkundige plannen af in elk van de door hen 'be-heerste' delen van het land.Naast het maken van beeldkwaliteitsplannen zijn ook nogalwat gemeenten doende met herstructureringsoperaties. Hierzit een aantal plannen tussen die de bedoeling hebben omde bestaande ruimtelijke structuur 'te repareren' dan wel'fouten' uit het verleden zo goed en zo kwaad als mogelijk teherstellen. Voorbeelden hiervan zijn Breda (Aanpak oost-westflank) en Zvi^oUe (Spoorzone). Maar wat is hier nuprecies 'font'? Buiten de verwijzing naar toeristisch-economische motieven en de overweging om functioneel-ruimtelijk relaties te herstellen (waarom eigenlijk?) blijft deargumentatie vaak wat mager.Zo ook hebben enkele inzendingen betrekking op VINEX-wijken met totaal verschillende strategieen om zonodigidentiteit aan de locatie te geven. Enschede (Eschmark) enHelmond (Dierdonk) zoeken de identiteit op het niveau vande plek c.q. de woning of het plukje woningen en ZwoUe wileen landmark creeren via de realisatie van een opvallendebrug. Van beide strategieen moet worden afgevraagd of zeadequaat zijn. Het niveau van de (viNEX-) locatie als geheelwordt niet geadresseerd.Daarnaast zijn enkele gemeenten weliswaar aan de slag ge-gaan met het gedachtegoed van duurzaam bouwen (bijv.Meppel; bedrijventerrein). Maar in schril contrast hiermeestaan verschillende plannen die van de tekentafel van delokale makelaars schijnen te komen (Alblasserdam,Beuningen). Niet toevallig plannen waarin gretig wordt in-gespeeld op de hoge fmanciele potenties van water. Blijkbaaris het (nog) erg moeilijk om de werelden van duurzaamontwerpen en bouwen voor (zeer) draagkrachtige groepenen functies tot elkaar te brengen. Daarbij komt dat er ooknog behoorlijk wordt geleuterd in ontwerpland. Wat tedenken van het Masterplan 03 Veemarktkwartiers. Achterdeze oh zo functionele planaanduiding gaan architecten-praatjes schuil als 'het gaat er om, op de vraag naar eenoplossing voor een ruimtelijke probleem, door onderzoekeen houding, een mentaliteit m.b.t. de vraag te ontwikkelen,waardoor er voldoende architecturale energie vrijkomt omcreatief uit te vinden... m.a.w. het gaat om het maken vanintelligente ruines.' Deze en dergelijke plantoelichtingenlijken zo gereed om in het volgende script van Terwekselopgenomen te kunnen worden. Want ook de meer serieusoverkomende plannen leiden soms tot hilarische situaties.Zoals in Meppel alwaar een nieuwbouwplan op het terreinvan een voormalige tassenfabriek nog even voorgelegd moetworden aan de vrouwenadviescommissie. Of Maurice Niodie met zijn plan een commentaar denkt te geven op deomliggende laagbouwhuizenzee, terwijl de gemeentevervolgens droog constateert dat het plan zo prachtigbijdraagt aan het oplossen van een lastig gewricht tussen deomliggende plandelen. Worden de ontwerpers door hunopdrachtgevers dan zo slecht begrepen? In het stedebouw-kundig basisplan Woudhuis (Apeldoorn) wordt zelfsgesuggereerd dat Kuiper Compagnons afstand neemt van dezogeheten 'metaforische benadering', datgene waarmee hetbureau wordt geassocieerd sinds Ashok Balotra daar aan hetroer staat! Maar in de ontwikkelingsvisie bedrijvenparkNoord van dezelfde gemeente zijn de Kuiper & Co.metaforen weer niet van de lucht. Ook andere schrikkenniet terug voor een metafoortje hier en daar: woonwolk(Alblasserdam), slottuin en kreekpark (Beuningen) enwadi's (Enschede). Levert dat nu die gewenste markanteidentiteit?Dit neemt niet weg dat er tussen al die plannen regelmatigook enkele pareltjes opduiken. Bijvoorbeeld de (concept-)ontwikkelingsvisie voor de Piushaven (gemeente Tilburg),opgesteld door MAX 1. Hier domineert niet het in ontwerp-land nog immer favoriete eindbeeldplan maar een aantalprogrammatische, ruimtelijke en procesmatige middelenvoor de verdere opbouw van het plan. Zo ook is voor 'land-goed Breda' een mixed sca??!?^ benadering gevolgd van uit-spraken op het niveau van een ruimtelijke visie (voor deel-gebieden) en is een portfolio van projecten bedacht. Dat hadveel ingewikkelder gekund en met meer ingewikkeldewoorden, kortom: een veelbelovende aanzet.Maar welke conclusie kan hier nu getrokken worden? Hetwas de redactie er om te doen om te kijken wat er, behalvede /jype-plannen, nog meer aan markante en grensverleg-gende planning en ontwerp wordt gedaan in Nederland. Delezer kan gerust zijn: niets schokkends. Eigenlijk wordennergens nieuwe wielen uitgevonden, maar ook vrijwelnergens gebeuren verschrikkelijke dingen. En zo roept hethele verhaal bij mij herinneringen op aan het bekendeNederlandse gezegde: 'En de boer hij ploegde voort'. Zo lijkthet ook de planoloog en stedebouwer van nu te vergaan.Ondanks de hype over netwerkeneconomie, ICT, global/local,structurele herorientatie en al die pleidooien voor dynamiekdan wel onthaasting, werken de planoloog en stedebouwernoest voort. Zoals ze eigenlijk altijd al hadden gedaan enzuUen blijven doen tot in lengte van dagen.Of tot de volgen-de (nieuwere) Nieuwe(ste) Kaart van Nederland, waarin wealien weer verrast kunnen doen over lets wat we allangwisten. Airplay of niet, het maakt eigenlijk niet zo veel uit.Noot1 Met dank aan Vv^il Zonneveld voor zijn commentaren bij de lokaleplannen.Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 2001 / 3Long tall glassesStedebouw als verleidingsdansDe datum 10 april 2001 verdient een kleine maar markante vermelding in degeschiedenis van de stedebouw. Die ochtend werden op het Rotterdamse centralestation tienduizend ansichtkaarten uitgedeeld om forenzen en Rotterdammers eenvoorproefje te geven van hoe hun 'multimodale mobiliteitsknooppunt' er overvijftien jaar uit kan zien. Het was voor het eerst in Nederland dat zo'n promotieteam,tot dan toe vooral bekend van omroeporganisaties en sigarettenmerken, werdingezet bij de presentatie van een stedebouwkundig masterplan.Het plan, ontworpen door William Alsop voor het Project-bureau Rotterdam Centraal met de gemeente Rotterdam, deNederlandse Spoorwegen, ING Vastgoed en RodamcoNederland als opdrachtgevers, leent zich dan ook voor eenappetijtelijke publiekspresentatie. Hellingen, doorkijkjes,vides, balkons en uitsneden in grillige blobvormen zorgenvoor fraaie zoekplaatjes. Zelfs de zitbanken op de trein-perrons zijn anders dan je ooit eerder hebt gezien.Het grootste spektakelstuk zijn de negen kelkvormige glazengebouwen die Alsop op het huidige stationsplein, tussen hetGroothandelsgebouw en Nationale Nederlanden, heeftgedacht. Hun aandachtswaarde betaalde zich onmiddellijkuit in de krantenkoppen die de forenzen op de ochtend van10 april voorbereidden op hun aankomst in de Maasstad.'Nieuw CS Rotterdam krijgt vorm van champagneglazen',schreef De Telegraaf. 'Champagneglazen geven Rotterdamfuturistisch tintje', aldus de Volkskrant. 'Champagneglazenblikvanger van nieuw Rotterdam CS', kopte Trouw.'Spectaculaire entree van nieuw CS', meldde het RotterdamsDagblad, en later in de week interviewde het de architect:'Die champagneglazen van CS gaan veel toeristen trekken'.De prachtige montagefoto's, waarop de bokalen als een fatamorgana in het nu nog altijd kaal en winderig ogende stads-beeld oprijzen, hadden hun effect ook op de beeldredacteu-ren niet gemist.Fred Feddeslournalist, AmsterdamOntwerp Masterplan RotterdamCentraal: de ChampagneglazenStedebouw & Ruimtelijke Ordening 2001 / 3 5Maquette MasterphnRotterdam CentraalSympathieIs zo'n opvallende publiciteitscampagne wel nodig of ge-past? Voor een antwoord moeten we eerst de ambities vande opdrachtgevers en de architect in een paar lagen onder-scheiden.Het masterplan maakt duidelijl< dat Alsop hat stationsgebiedaangenamer wil maken voor de dagelijkse gebruikers, die inde stad wonen of werken en zicli vooral te voet, te fiets ofmet het openbaar vervoer verplaatsen. Uit het plan is af teleiden dat deze opdracht serieus is genomen en de uitwer-king is vooralsnog overtuigend. De wirwar van vervoers-bewegingen is op zo'n manier uit de knoop gehaald dat je er,zeker als voetganger of fietser, meteen sympathie vooropvat. Het plan lijkt de tochtgaten van het Stationsplein enhet Weena te willen temmen en een einde te maken aan dehorreur van de tramperrons voor de gehaaste reiziger. Dedoorgaande fietsroute van de binnenstad dwars door hetstation naar het Proveniersplein is bijna te mooi om waar tezijn: zal Rotterdam echt slagen waar tot nu toe ieder grootstation te kort is geschoten?Voorts is het een open plan dat zich vanuit de stationsknoopuitstrekt langs het Weena en de tot Delftselaan opgewaar-deerde Delftsestraat, tot voorbij het Hofplein. Weliswaarheeft Alsop de verleiding niet weerstaan om de beoogde'vastgoedprogramma's' in dit gebied alvast in te tekenen,maar alleen al de blobstijl die hij ook voor deze bebouwinggebruikt, maakt duidelijk dat het niet meer dan een indica-tieve architectuur is. Met dit open karakter onderscheidt hetplan zich van bijvoorbeeld het stadsblok De Resident in DenHaag, dat met z'n dooie waterkant aan de Zwarteweg en delauwe zonzijde van de Turfmarkt op straatniveau wel ergnaar binnen is gekeerd.De inzet om het comfort voor het langzame verkeer te ver-hogen lijkt nauw samen te hangen met het streven om vanRotterdam 'steeds meer stad' te maken; 'De binnenstadwordt dichter, gevarieerder en attractiever.' Ook voor deomliggende wijken worden gunstige effecten verwacht. Ineen interview in het Rotterdams Dagblad gaf Alsop eenweidser visioen: 'Misschien kan dit het begin inluiden vande dood van suburbia.'Bij alle ongemakken van het huidige station is het jammerdat opnieuw een ontwerp van Sybolt van Ravesteijn dreigt teworden gesloopt. Maar het tekent de kwaliteit van Alsopsplan dat het deze droeve daad desondanks aanvaardbaarmaakt, want als het wordt zoals nu bedoeld, komt er lets vanzeker dezelfde kwaliteit voor terug.IcoonAls het hierbij was gebleven, zou Rotterdam nu gewoon eengedegen plan hebben voor een goed multimodaal stationmet herinrichting van aangrenzende straten en uitstralingnaar omliggende wijken, met natuurlijk de kanttekening dathet plan ook z'n kwetsbare punten heeft en derhalve tehopen valt dat de kwaliteiten gedurende het nog komendeproces overeind zuUen blijven.Maar de overweldigende airplay was uitgebleven. Het zijn dechampagneglazen die het masterphn van de ene op deandere dag op honderdduizenden netvliezen hebben geetst.Dat riep in vakkringen meteen bezorgde reacties op. 'Hetmasterplan loopt het risico te veel vereenzelvigd te wordenmet deze opvallende architectuur', schreef ArchiNed. Het iseen gevaarlijke strategic, aldus de toelichting, om te veel tegokken op herhaling van het eclatante succes van deErasmusbrug-campagne. Als de Rotterdammers de glazenniet net zo in hun hart sluiten als destijds de brug, kan hethele plan ten onder gaan.Toch was het voor Rotterdam bijna onmogelijk om hetanders te doen dan nu is gebeurd. De champagneglazenkunnen dan ook niet zo maar als 'opvallende architectuur'worden losgeweekt van de stedebouwkundige opzet. Ze zijnnagenoeg onontkoombaar, gezien de minst grijpbare maartoch doorslaggevende categorie ambities bij projecten als6 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 2001 / 3dit: de ambities op nationale en Internationale schaal.Om de glazen te vuUen heeft het masterphn 'een publieks-en verblijfscentrum van Internationale betekenis' met 'urbanentertainment' in gedachten. Ze moeten 'een bijzondere plekvoor ontmoetingen, afspraken en uitgaan', 'een betekenisvolstartpunt voor een bezoek aan de stad' en een 'nieuw her-kenbaar icoon' worden. En ze worden geacht de aandacht tetrekken van treinreizigers die niet van plan waren in Rotter-dam uit te stappen. Zo lichtte Alsop toe in een interview:'Dat die reizigers denken: he, wat is dat daar? Daar wil ik weleens een kijkje nemen.'Met andere woorden, ze moeten verleiden. En dat is eenharde programmatische eis.van de markt besmet. Zelfs onvervreemdbare overheids-taken werden hernoemd in termen van een 'product'.Overheden gingen elkaar zien als concurrenten: stedenonderling, gemeenten tegen het rijk, centrumsteden tegenrandgemeenten en landen onderling. In de strategieen omeen stad goed in de markt te zetten, zijn de vier p's uit debasiscursus marketing eenvoudig te herkennen: product(karakter en kwaliteiten van de stad) plaats (strategischepositie, doorgaans gedefmieerd als 'centraal gelegen',bereikbaarheid), prijs (loksubsidies) en presentatie. Bij hetlaatste gaat het om naamsbekendheid en prettige associaties,om identiteit, imago, de stad als merk, om communicatieveen wervende vaardigheden.Verleidelijk stadsbeeldIn 1990 vond in het Nederlands Architectuurinstituut eententoonstelling plaats waarvan de titel nog altijd de nieuwstetaak van de stedebouwkunde treffend typeert: Verleidelijkstadsbeeld. De samensteller Koos Bosma hield in de catalo-gus zijn afkeer nauwelijks verborgen. 'Stedebouwkunde', zodefmieerde hij streng, 'kan worden opgevat als een voorbe-reidende activiteit die conceptuele patronen en regels aanhet gebruik van de aardbodem oplegt.' Daarin is geen plaatsvoor de vluchtige wuftheid van het verleiden: 'De creatie vandagdromen is het werkveld van de imagologen, de hande-laren in imago's.'Maar het tij was niet te keren, zo werd duidelijk uit de cata-logus. De stedebouwkunde werd tot frivole lenigheid ge-dwongen door krachtige trends in tegengestelde richtingen.Enerzijds werd de opgave steeds groter en moeilijker. Stedenvreesden hun vertrouwde formaat te verliezen doordat gren-zen wegvielen, de economie versnelde en reistijden korterwerden. Wat landelijk gezien een grote stad was geweest,stond nu naakt en rillend in het open Europese veld houvastte zoeken. Overal loerden kansen en gevaren; de gevarenvooral ook bij al die andere steden die net zo hard een plekin het nieuwe Europese verband ambieerden.Het werd nog lastiger doordat, anderzijds, de overheid drukdoende was zich fmancieel en ideologisch naar een beschei-dener positie terug te trekken. Het marktmechanisme werdpopulair. In de praktijk van de stedelijke vernieuwing werdveel van private investeerders verwacht, ook al stonden dieniet te springen om de fmancieel onrendabele maar maat-schappelijk wenselijke investeringen te doen die de overheiddoorgaans droeg. De hoop wed gevestigd op publiek-privatesamenwerking als uitvoeringsmodel. Deze PPS was inder-daad buikbaar, maar dan vooral bij mooi weer. Als hettegenzat, zoals bij het UCP in Utrecht steeds wanhopiger hetgeval was, kwam achter de beleden gezamenlijke ambitie eennauwgezette en starre verkaveling van aansprakelijkhedentevoorschijn. De opeenvolgende ontwerpen gaven dan nietzozeer vorm aan een nieuw stuk stad als wel aan onderlingelijmpogingen, en zo'n tot loopgravenoorlog verworden PPSbleek verwoestend voor de publieke interesse en welwillend-heid.Zeker zo invloedrijk was het marktdenken als ideologic, alsmanier om over de wereld en haar veranderbaarheid tespreken. Ook de overheden zelf raakten door het repertoireSleutelhangerDe stedebouwkunde werd onder deze condities geconfron-teerd met nieuwe opgaven terwijl er weinig over was van demarge die de overheid haar vanouds had gegeven om haarpatronen en regels op te leggen. Ze moest dus een grooteffect bereiken met minder middelen dan vroeger, ook eenander effect, en dat in een krachtenveld waarin haar gezagminder vanzelf sprak.Hoe dat moest, wist eigenlijk niemand. De stedebouwkundewerd afhankelijker van toevalligheden en creatieve vond-sten, van kunst en vliegwerk; een stedebouwkunde van wieniet sterk is moet slim zijn. Bijvoorbeeld door andermanssuccesformule over te nemen. De jaren negentig werden eentijd van dienstreizen naar Barcelona, Lille en Bilbao, in dehoop dat uit het succes aldaar een recept of tenminste en-kele ingredienten voor navolging in eigen land waren af teleiden.Digitale impressie van het nieuweHoog CatharijneEuralilleStedebouw & Ruimtelijke Ordening 2001 / 3 7Zeepje Operagebouw SydneyGummetje Guggenheim MuseumBilbaoBarcelona behoorde als voorbeeldstad tot de buitencatego-rie, maar van Lille en Bilbao leek de navolging eenvoudiger.De een greep het nieuwe Europese hogesnelheidsnet aan alskatalysator voor stedelijke vernieuwing, de ander de op-komst van het cultuurtoerisme. Euralille was programma-tisch een soort Hoog Catherijne, maar dan op het juistemoment en de juiste plek, en met de Juiste opdrachtgever ende juiste architecten om internationaal ontzag af te dwin-gen. Bilbao volgde een zachtere lijn met Frank Gehry'setherisch wondergebouw voor het Guggenheim Museum,maar met even verpletterend resultaat. Beide lieten zien watmet het Nederlandse Vierde-notabegrip 'sleutelproject' wasbedoeld: steek het juiste project in het juiste sleutelgat en jekunt een hele stad een nieuwe draai geven.Maar het werkt niet altijd. Niet iedere sleutel past op iederslot, en het kost soms veel gemorrel om dat te ontdekken.Een systematische opbouw van kennis van succes- enfaalfactoren is in een ongedurige Internationale stedenmarktmaar beperkt mogelijk. Voor zover er tips zijn te geven,liggen die op een ander vlak dan dat van de traditionelestedebouwkunde.Het lijkt er bijvoorbeeld op dat een project meer kans maaktmet een duidelijk 'smoeF. Een goed proces alleen voldoetniet, er moeten beelden bij die de gewenste adhesie en on-vergetelijkheid kunnen opwekken. Het heeft geleid tot eenarchitectonisering van het stedebouwkundig plan en tot eenrappe doorstroming van 'wilde' ofgedurfde' architectoni-sche vormentaal naar de investeerders-mofnsfreflm. Maarnaarmate meer steden op smoel gaan concurreren, wordthet succes onzekerder. Iedere stadsbestuurder of ontwerperwil wel een landmark dat even markant is als het opera-gebouw in Sydney, en vrijwel niemand - Bilbao is eenzeldzame uitzondering - is erin geslaagd. Er moeten dusaanvuUende eisen aan het smoel worden gesteld.Bijvoorbeeld dat het landmark openbaar is zodat iedereen erin kan, terwijl het tegelijkertijd in duizend gedaanten enformaten beschikbaar moet zijn voor wie het niet alleen wilbezoeken maar ook bezitten. Dat kan beter naarmate hetzich leent voor miniaturisering tot sleutelhanger, zeepje enandere 'hebbedingerige' souvenirs. Het Opera House en hetGuggenheim zijn daar zeer geschikt voor, net als de oudereEiffeltoren. Euralille is het aanzienlijk minder; het schijntdat de revitaliserende werking op Lille inderdaad al enigs-zins is verflauwd. Het sleutelhangerpotentieel van het UCPligt onder nul.LichtheidStedebouwkundige, bent u er nog? Bij de presentatie van hetmasterphn Rotterdam Centraal lijkt de publiciteitscampag-ne ten dienste te staan van de aanvaarding van het stede-bouwkundige plan. Maar in een breder perspectief gezien ishet juist andersom: het stedebouwkundig plan is een onder-deel van de communicatiestrategie om het imago van hetmerk Rotterdam te verbeteren. Stedebouwkunde en imago-logie zijn elkaars bijvak geworden, en welke van de tweedomineert kan van geval tot geval verschillen.Elf jaar na de gelijknamige tentoonstelling is het verleidelijkstadsbeeld een eigen, breed geschakeerd genre geworden,inciusief geraffmeerde en paradoxale verleidingstactieken alsplaying hard to get. Sommige van de meest spectaculaireplannen lijken bedoeld om niet te worden uitgevoerd en,integendeel, juist hun alternatief erdoor te krijgen. Dat geldtbijvoorbeeld voor een Schiphol in de Noordzee, een z6exorbitant plan dat iedere realist van de weeromstuit inhemelsnaam maar weer een extra baan in de Haarlemmer-meer accepteert. Ook het plan voor een magneettrein naarhet Noorden - dat het in de architectuurnota tot GrootProject heeft gebracht met als argument dat 'dit project zeertot de verbeelding spreekt en een heel visueel karakter heeft'- heeft veel weg van een strategische manoeuvre: het hoofd-doel is om te verzekeren dat de Langman-miljarden daad-werkelijk hun spoor van het rijk naar de noordelijkeprovincies zuUen trekken. Gestaag wordt aan een beeld vanonontkoombaarheid gebouwd, daarbij steunend op fascina-tie voor nieuwe technieken en op het schuldgevoel jegenshet noorden zoals dat al veertig jaar als een onderstroomdoor de ruimtelijke ordening sijpelt.De hausse aan ontwerpstudies, scenario's en prijsvragenheeft het palet van oefeningen in stedebouw en verleidingverder verrijkt. De stedebouwkunde heeft een zekere licht-heid gekregen, alsof ze zelf heeft leren dagdromen. Ze isextravert geworden en draagt nu zelfs make-up en een rokje.8 Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 2001 / 3Dat is een gruwel voor wie wil vasthouden aan haar vroe-gere soliditeit van regels en patronen. Maar zou stedebouw-kunde niet beide kunnen zijn, gedegen en wuft?KaviaarHet project Rotterdam Centraal is in de reeks Europeseverleidingsdansen een laatkomer. Ook dit project is ontstaanomdat er toch iets moest gebeuren om de nakende hoge-snelheidstrein fatsoenlijk te ontvangen. Het masterphnontkomt dus niet aan de retoriek van het op de kaart zettenvan de stad in steeds nauwer verbonden stedelijke netwer-ken waarin geconcurreerd moet worden op aantrekkelijk-heid van vestigingsmilieu, mede gezien de hogesnelheids-trein, dit alles verwoord in een repertoire van potenties,noodzaak en unieke kansen. "Voor meer dan zes miljoenmensen ligt Rotterdam straks op minder dan een uur reizen',rekent het masterplan voor, wat overigens iedere andereHST-stad ook van zichzelf kan zeggen. Het is nog maar devraag of een stad echt ten onder gaat als ze niet op tijd klaaris voor de snelle trein, maar de angst ervoor is intussen eengeschikte drijfveer om iets te doen aan lang versleten delenvan de stad.den voor wie het Rotterdamse station nu reeds 'eenpublieks- en verblijfscentrum van internationale betekenis'en 'een bijzondere plek voor ontmoetingen, afspraken enuitgaan' is, zonder dat zij daartoe hoeven te worden verleid.Zij komen niet in het plan voor, tenzij het eten en drinkenin de HST lounges na getoonde dansvaardigheid ook voorhen beschikbaar is.Sayers boodschap lijkt te zijn dat de zwerver boven zichzelfuit kan stijgen als hij daartoe wordt geprikkeld. Maar hetzou ook allemaal een hallucinatie kunnen zijn - hoe zouanders 'caviar' op 'here' kunnen rijmen?De laatkomer lijkt een rijpere variant die goed naar desuccessen en de fouten van z'n voorgangers heeft gekeken.Het plan verbindt een Euralilliaans programma met zwieri-ge Bilbaoeske vormen. Het masterplan en de publiciteits-campagne zijn communicatief en op de openbaarheidgericht. De stationsgebruikers zijn daardoor meteen bij hetplan zijn betrokken, tot publieke partner gemaakt in plaatsvan uitgesloten zoals in het onfortuinlijke Utrecht. Dechampagneglazen voegen intussen aan het gebruiksgeriefook nog een hoog/ee/^ood-gehalte toe, niet alleen voortoekomstige treinpassagiers maar ook voor de Rotterdam-mers die in de komende tijd over het project meebeslissen.Rest de vraag waarom nu juist champagneglazen het logovan Rotterdam Centraal worden. Is er een symbolischebetekenis? Moet Rotterdam meer sprankelen? Is het hoogtijd voor een prettige roes?Mogelijk had Alsop de oude hit 'Long tall glasses' van LeoSayer in gedachten. Een zwerver met een lege maag komt opstraat een bord 'Eten en drinken voor iedereen' tegen, gaatnaar binnen en krijgt tranen in de ogen van al het heerlijkswat er is uitgestald: 'There was ham, there was turkey, therewas caviar / long tall glasses with wine up to here'. Hij wordtechter ruw in de kraag gevat; eerst moet hij dansen, dan pasmag hij zich voeden en laven. Maar hij kan niet dansen - ofwacht, hij probeert het toch, honger maakt stramme benenlos, en hij kan wel dansen, hij zwiert rond als Victor Sylves-ter en Rudy Valentino tegelijk, en met opgeheven hoofdvertrekt hij, z'n oude kloffie verruild voor een tuxedo: 'Nextweek I'm coming back for more!'Sayer schreef het lied na zijn eerste tournee in Amerika,waar hij als onbeduidend debutant aankwam en als nieuwester vertrok. Van lelijk eendje tot trotse zwaan, dat zouRotterdam ook wel willen. En anders het stedebouwkundigevak wel. Maar de glazen wekken ook een andere associatie,namelijk die met de onderklasse van daklozen en verslaaf-Stedebouw & Ruimtelijke Ordening 2001 / 3 9Dossier NGN ?%*- e BSTS"^ ''SV?-''*.CD01Q10/1120/21< inwoners 106.000 grondoppervlak 34.625 ha bebouwd 306 ha onbebouwd 43.694 ha water 51 ha zetelverdeling gemeenteraad 11 PvdA 10CDA 4 WDRenovatieproject Stadshart de Weiert(1999, o.a. AGS Architecten, ir. KeesChristiaanse, Hamminga & Haverkort,Ellerman Lucas v.d. Vugt)Het winkelcentrum de Weiert is in de jaren '60pianmatig opgezet, Om in de behoefte van dezesnelgroeiende gemeente te voorzien, werd hetindertijd aan liet bestaande l 26 / 27 < I inwoners 173.373 grondoppervlak 8.280 ha bebouwd onbekend onbebouwd onbekend water 267 ha zetelverdeling gemeenteraad 1 3 PvdA 6 WDNoorderplantsoen als cultuurpark(2000, Jan van de Bospoort)De gemeente opteert voor een thematisering van de stadsparken omze een nieuw perspectief te bieden. Uitgangspunt is dat detoekomstwaarde van de bestaande en nieuwe parken groter is, alselk van de parken een omschreven deel van de recreatiebehoeftedekt. Voor elk van de vijf stadsparken wordt een eigen themavoorgesteid, Het Noorderplantsoen kreeg het thema 'Groningscultureel'. Aangrenzend aan de binnenstad zou het park meer eenbetekenis kunnen krijgen als 'groen stadsplein'. Vorig jaar heeft ditgeleid tot een beeldententoonstelling in het park, waar voorai hethoge beeld van Lenin een publiekstrekker was. Daarnaast vindt erjaariijks het Noorderzon festival plaats, een feestelijke uitspattingvan muziek, theater en dans.Hereplein(2001, Chris Emaar)Het Hereplein geeft naar een concept van Mecanoo uitwerking aanBinnenstad Beter om een nieuw hart voor Groningen te maken doormiddel van het herinrichten van de verblijfsruimte. In dit geval gaathet om het plaatsen van een specifieke steensoort in de trottoirbandvan het plein.Rijtemakersrijge(1998, Chris Emaar)De herinrichting van de singels leverde naast spraakmakendepaviijoens van Koolhaas/Olaf en Tschumi een zorgvuldig ingerichtepiek aan de Diepenring op.5 GroenlinkS 4 CDA 4 D66 4 SP 2 GPV 1 Student en Stad Omvang afdeling Ruimtelijke plannen 31 personen stedebouwkundigen in dlenst 9"" ", ^ + J1 11\l'?~l n nO)Van Duivenvoordestraat(nog in aanbouw, Klous en Brandjes, Architectengroep Florapark i.s.m gemeente enbuurtbewoners)Het plan omvat 50 seniorenwoningen. Deze zijn ondergebracht in een atriumgebouw, eenhofje, een urban villa en een appartementencomplex. Maatvoering en ritmiek zijn ontleendaan de omgeving. De omiiggende wandelgebieden en de in het plan aanwezige openruimten worden ontsloten en aan elkaar geregen door een rode loper van gebakkenmateriaal. De ruimte daartussen wordt als voetgangersplein vormgegeven. Het parkerengebeurt aan de randen van het gebied in 'parkeerkoffers'.7CDCD>28/29< inwoners: 44.239 grondopperviak 3.999 ha bebouwd onbekend onbebouwd Onbekend water 568 ha zetelverdeling gemeenteraad 7 WD 6 CDA 6 PvdAWater + p(medio 2000, VHP, NIO Architecten)Het plan omvat 111 waterappartemen-ten, voornamelijk voor starters. Deappartementen zijn ondergebracht in zessimpele bouwvolumes van vijf en achtlagen. Ze zijn bekleed met aluminium engepotdekseld glas. Door daze vorm-geving zijn ze volgens de architect eenreactie op de omringende eengezins-woningenzee. De 111 waterappartemen-ten zijn postuum een commentaar op deviNEX-wijken; 'stuk voor stuk, de een nade ander nog obligater', aldus dearchitect, 'Ze zijn een commentaar opnutteloze esthetiek'.Niettemin vormen de vijf appartement-gebouwen en de toren volgens degemeente - ondanks hun solitairekarakter - ook een geheel met de wijk enhet water eromheen. Het plan mootvormgeven aan een lastig gewrichttussen twee uitbreidingswijken. Hieraanmoet een kunstwerk op de kopgevels vande gebouwen bijdr
Reacties