stedebouw volkshuisvestingUitgave van hetNederlands Instituut voorVolkshuisvesting en StedebouwIn dit nummePtmmenVan sylex tot TerlenkaStatistische gegevensVolkshuisvesting en woningbouwDe open groene stad, een structuurplan voor EmmenStedebouwOffici'ele mededelingenummaryGlashandel A. BlomDEN HAAGVALKENBOSLAAN 92aTel. 39.48.83? Glazenmakery? Glas in Lood? Glasverzilvering? Glasslgpery? Naamplaten? Autoruiten^rrrBALKON-HEKKEN^M. V.D.KNAAP . MONSTERfabr. Peeldijksew?9 1 A . fd. 3563-01 /4f? all* veorkomenda modellcn'Houtbouw Fa. Gebr. TimmerGIESSENDAM -- Telefoon no. 62 Ned. HardinxveldUw Adres voor:Directieketen, Yolksketen, Cementloodsen, Barakken, enz.Makelaarskantoor A.W.VAN VLIETKorte Tiendeweg 10 - GOUDA - Telefoon 3509belast zich gaame metKOOP, VERKOOP, TAXATIES en BEHEERvan ONROERENDE GOEDERENHypotheekbemiddeling en alle verzekeringrenVoor GLASN. V. D O R D T S CHE GLASHANDELKuipershaven 28-29-30 DORDRECHT Telefoon 7245Het adres voor SPECIALE BEGLAZINGSMATERIALENs&vUitgave van hetNederlands Instituut voorVolkshuisvesting en Stedehouwjanuari-februari 195940e jaargang no 1-2MaandbladRedactieMevrouw Prof. C. W. Willinge Prins-VisserMcj. R. HartstraJr. B. FokkingaMr. C. A. van GorcumH. J. A. Hovens GreveProf. Mr. A. KleijnDrs. R. KokIr. P. K. van MeursDr. S. O. van PoeljeMr. Ir. M. M. van PraagH. van SaaneW. ScheerensIr. W. van TijenDrs. H. v.d. WeijdeIr. W. WissingAdres voor Redactie en Abonnementen:Lange Voorhout 19, 's GravenhageTelefoon 184225Advertenties:Keizcrsgracht 188, Amsterdam-CPostgiro nummer 113028Telefoon 49128Dit nummerHet begin van de tweede jaargang, berustend op de verleden jaar aanvaarde vernieuwing vanhet Tijdschrift, heeft de Redaktie aanleiding gegeven tot een toetsing van de denkbeelden, diehaar hebben geleid, aan de bereikte resultaten en aan hetgeen uit de kring van lezers onderhaar aandacht werd gebracht. Die toetsing kon intussen niet scherp plaats vinden. De eerstejaargang is immers onder moeilijke omstandigheden tot stand igekomen: een te laat begin,met als gevolgen achterstand in de verschijning van de nummers van het Tijdschriften soms een enigszins gehaaste voorbereiding, waardoor de keuze van de artikelen en de be-oogde veelzijdige behandeling van de onderwerpen ongunstig zijn beinvloed.In de uiterlijke verschijning van het Tijdschrift zijn enige kleine verbeteringen aangebracht.De Redaktie hoopt verier in de tweede jaargang er in te zullen slagen de achterstand in tehalen en het programma, dat zij zich gesteld had, beter tot verwezenlijking te brengen.Zij begint deze jaargang met een duhbel nummer, waarvan het onderwerp gekozen is naaraanleiding van de excursie van het Instituut in juli 19SS naar Emmen.De artikelen in dit nummer geven te zamen een beeld van de ontwikkeling en de proble-matiek in deze grote, sterk gevarieerde en snel groeiende gemeente.Ten slotte deelt de Redactie mede dat te beginnen met dit nummer de StedebouwkundigeKroniek word/: verzorgd door Ir. J. Ph. L. Petri.InhoudInleiding, Mr. K. H. Gaarlandt 3Van sylex tot Terlenka, Ir. L. S. P.Scheffer 4Statistische gegevens 12Volkshuisvesting en woningbouw, Ir. G.Maas 16De open groene stad, een structuurplanvoor Emmen, Ir. N. A. de Boer 31 SummaryStedebouwKroniek en KommentaarOffieiele mededelingenNederlands InstituutRijksdienst voor het Nationale PlanBond van Nederlandse Stedebouwkun-digen3943444444Abonnementsprijs f 16,--. Losse nummers f 2,--.De leden van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw (lidmaatschap voorphysieke leden f 1},--) en de leden van de Nationale Woningraad ontvangen het blad kosteloos.InleidingTnleidingMr. K. H. Gaarlandt, burgemeesterEmmen kan, moet en zal van haar ligging tussen Groningen en Twente gebruik maken om eenkern van betekenis te warden. Hoe?: als cen open groene stad, waarin de hewoncrs, die vanuitde omgeving maar dikwijh ook van ,,over-ver" gekomen zijn, zieh thuis kunnen voelen, letsterugvmden van de voUtrekte landelijkheid, die zij verlaten hebben, lets vinden van wat zijzich van bet wonen in een groot dorp in Drente hadden voorgesteld.Dat samengaan van stad en dorp, van stedelijke voorzieningen en landelijkheid, is, dunkt mij,de kracht en de charme van Emmen. Emmen zal een stad warden, aecaard, als bet maar eendorp blijft!Van sylex tot TerlenkaHunched Emmer DennenVan sylex tot Terlenka h. L. S. P. SchefferEmmen ligt op de uitloper, tevens het hoogstedeel van de Hondsrug, in dat deel van onsland, dat reeds sinds zeer vele tientalleneeuwen hoog boven de zeespiegel ligt en daar-door dan oolt steeds bewoonbaar is geweest.Uit het bodemonderzoek en door de ontgra-vingen is het een en ander uit de geschiedenisvan het landschap en zijn bewoners van prae-historische tijden af bekend geworden. In deOudheidkamer te Emmen getuigen verschil-lende voorwerpen hiervan, terwijl Dr. J. Vis-scher in zijn gedegen, in 1940 verschenen stu-die: ,,Emmen en Z.O. Drenthe" (I) -- waaruithet navolgende in hoofdzaak is geput -- eenuitvoerig en veelzijdig overzicht geeft van deingrijpende wijzigingen van het landschap on-der invloed van extreme klimaatveranderin-gen in het verre verleden en niet het minstook door het ingrijpen van de mensen in dejongste tijden.De oudste vondsten, sylex pijlpunten e.d., zijnafkomstig van jagersvolken, die ongeveer15.000 jaar geleden over de toendra zwierven,die toenmaals dat deel van ons land bedekte.In de daarop volgende mildere en vochtigertijden veranderde de bevroren, boomlozevlakte geleidelijk in een met bossen begroeidesteppe, welker begroeiing weer vele eeuwenlater verweerd blijkt te zijn tot een gemid-deld 6 tot 8 meter dikke laag veen, met opverschillende plaatsen plassen en meren, zoalsbijv. het Emmer- of Bargermeer tussen tweezuidelijke uitlopers van de Hondsrug, hetZwartemeer e.a., die hun overtoUig water af-voerden langs verschillende beken, als deRunde. Weer later wordt de vlakte in drogereperioden met heide bedekt, blijft echter moe-rassig en praktisch slechts begaanbaar over deenkele zandruggen die de Hondsrug en zijnuitlopers verbinden met het Westerwoldse ge-bied en met de zandtong van Coevorden.Langs deze zandruggen komen uit Duitslandde volkeren binnen, die zich op de Hondsrugen zijn uitlopers gaan vestigen. Daar vindtmen dan ook de hunebedden, begraafplaatsenvan een toen (? 2000 voor Chr.) reeds honk-vast geworden landbouwersbevolking. Daarvindt men ook de grafheuvels en de urnen-velden uit recenter tijd (rt 1000 voor Chr.) enenkele schaarse resten van nederzettingen.De Romeinen lieten ons geschreven berichtenna, naast en behalve enkele archaeologischevondsten, als beeldjes en munten. De restenvan een tempel op de Hoge Loo in Noord-"Van sylex tot Terlenkabarge schijnen mede op Keltische invloed tcwijzen (I), terwijl daar in de laatste tijd over-blijfselen zijn gevonden van een versterking,die op dcze hoog gelegen plaats de toeganguit het zuiden bestreek. Het gebied was toenreeds lang bewoond en werd omstreeks 400V. Chr. veroverd door volken van saksiscliestam.Na het vertrek van de Romeinen kwam debevolking weer onder heerschappij van deFriese Koningen als vazallen van de Fran-kische heersers. In de 7e eeuw kwam de be-volking direkt onder de Frankische heerschap-pij waarna Karel de Grote het gebied als cengouw in het grote Frankische Rijk indeeldemet een graaf aan het hoofd. Drenthe (dienaam komt het eerst voor in een akte van820) werd voorts aan het zendingsgebied vanhet Bisdom Utrecht toegevoegd, wat de ver-breiding van het Christendom zeer heeft be-vorderd.Ongeveer 100 jaar later werd Drenthe in hetHeilige Roomse Duitse Rijk opgenomen. In1024 schonk Keizer Hendrik II de graaf-schap Drenthe aan de Utrechtse Bisschoppen,die als hun vertegenwoordiger een Drost aan-stelden met zetel in Coevorden. De drostenverzetten zich herhaaldelijk tegen het bis-schoppelijk gezag, wat dan tot strafexpeditiesleidde, met zeer wisselvallig gevolg. In 1227werd bisschop Otto van Lippe met een scharevan machtige ridders uit het Sticht, Gelre enHolland bij Ane door de Drenthen in hetmocras gelokt, waar zij jammerlijk omkwa-men; twee jaar later warden Emmen en om-liggende buurschappen door een nieuw bis-schoppelijk leger verwoest. In 1522 kwamDrenthe onder de heerschappij van Karel vanGelre, die het op zijn beurt echter in 1536weer moest afstaan aan Keizer Karel V, dieeen stadhouder aanstelde over Friesland, Gro-ningen en Drenthe.In de 80-jarige oorlog trad Drenthe in 1580,na de verovering van Groningen en Drenthedoor Prins Maurits, toe tot de Unie vanUtrecht, maar werd twee jaar later door Ren-nenberg weer onder Spaans gezag gebracht,totdat Maurits het heroverde en de Spanjaar-den definitief verjoeg. Bij de omwenteling in1795 werd het een departement van de Ba-taafse Republiek en na de inlijving van hetKoninkrijk Holland bij Frankrijk, vormdenDrenthe en Overijssel samen het ,,DepartementWester Eems", tot 1813.Het vestigingsgebied bleef beperkt tot dczandgronden en de beekdalen en het hoog-veengebied was vrijwel tot het begin van de19e eeuw verlaten. Het was onbegaanbaar engevaarlijk, en werd door de bewoners der aan-grenzende zandgebieden, die het bovendienals een verblijfplaats van spoken en geestenbeschouwden, angstvallig gemeden. Dr. Vis-scher (I) en Dr. Prakke (VI) halen een uit-lating van de Coevorder predikant Picardtaan, die overtuigd was ,,dat de hoogveen-moerassen niet door mensenhand gemaakt,maar de straffende hand Gods, verordineerttot een plaegh van die menschen, die in Oudetijden hier te lande gewoond hebben".Militair werd dit gei'soleerde, ontoegankelijkegebied beschouwd als een uitnemende natuur-lijke verdedigingslinie om de drie noordelijkeprovincies en Het Land van Vollenhove. Opde weinige toegangen door het moerasgebied,zoals bij Coevorden, werden versterkingenaangelegd, terwijl de overheid al het raoge-lijke deed om de ontoegankelijkheid te hand-haven of zelfs te verhogen; zelfs het grens-tractaat van 1784 met de Duitse Kreis Mep-pen legde nog een verbod op het aanleggenvan zandwegen door de moerassen ter weers-zijden van de grens en eerst bijna een eeuwlater, in 1868, werd bij het tractaat met Prui-sen de kunstmatige belemmering voor de ont-wikkellng van dit gebied opgeheven.Hoewel Drenthe dus wel zijn deel heeft ge-kregen van de elkaar opvolgende heerschap-pijen, oorlogen en revoluties, bleven door degeisoleerde ligging en de slechte bodemgesteld-heid de bestaansvoorwaarden door de eeuwenheen vrijwel gelijk, zodat de ekonomische ensociale toestanden in de boerensamenlevingvrijwel onveranderd gebleven zijn.Van de over de Coevorder zandtong binnen-komende Saksische stammen, vestigde zichwaarschijnlijk elk geslacht, zoals dat volgensafstamming was ingedeeld, als afzonderlijkeeenheid en vormde aldus de z.g. ,,buurschap",d.i. samenleving van huren (boeren). Van hungrondgebied of ,,Marke" werd eerst een deeltot houw-es gemaakt (die het graan moestopbrengen), bij voorkeur op dc vruchtbaarderen droger hogerc delen. Van dezc es kreegclke buur zijn buur- of waardeel met een stukgrond voor zijn woning; de bezitters van zo'nerf waren de eigenerfden of markegenoten. Dees was dus van 't begin af verdeeld en werdde ,,geschelden marke" genoemd, terwijl hetoverige deel der Marke (,,ongescheiden mar-ke") gemeenschappelijk gebruikt werd; name-lijk de groen- of madelanden voor het vee,het bos voor het hout voor gebouwen en ge-reedschappen, het veen als brandstof en deheide voor de schapen.Het uittreden van eigenerfden uit de buur-schap was aan allerlei bepalingen gebonden,waaraan voldaan moest worden, onder meerbetreffende de grootte van het bezit. Derge-lijke scheldingen, hetzij van afzonderlijkeeigenerfden, of van meer tezamen, vondenherhaaldelijk plaats, waardoor prlv6 bezit bui-ten de Marke ontstond. Tenslotte vond na dewet van 6 juni 1840, die bij verdeling derMarken tijdelijk vrijdom van lasten toestond,de verdeling in vlugger tempo plaats. In 1880was er volgens het kadaster nog ? 115.000 hamarkegrond. In 1886 volgden reeds de laatstemarken en thans zijn ze officieel opgeheven(I en IV). De tegenwoordige gemeente Emmenbestond vroeger uit 4 marken: Weerdinge,Emmen en Westenes, Noord- en Zuidbarge enRoswinkel.Kerkelijk was het gebied ingedeeld in Ker-spelen (Kerspillen, Karspillen), in elk waar-van een kerk stond, die als regel door de ge-zamenlijke eigenerfden der buurschappen werdgesticht. Emmen was zulk een Kerspel. DeKerspelen vielen meestal samen met eenschoutambt, waarin de Schout (Scholtes, Schul-tes) de rechtspraak uitoefende. Emmen,Odoorn en Roswinkel hadden in 1540 sameneen schout en dat bleef zo tot de instellingVan sylex tot TerlenkaDe es bij Emmen ^S?*r*>'iB?:;^SS^*^Se^'^^3rL?i^. i^^l^Sii'^^van de Bataafse Republlek. Een aantal schout-ambten tezamen vormden een dingspil ondereen ,,banner schout". Drenthe had 6 dingspil-len, waarvan het Zuidenveld 9 kerspelen om-vatte nl.: Emmen, Odoorn, Roswinkel, Schoo-nebeek, Coevorden, Dalen, Oosterhesselen,Sleen en Zweelo.Volgens het ,,Heerdstedenregister" van 1754waren er in Drenthe 6972 hnizn, waarvanin het Zuidenveld 1298 (Emmen 174, Odoorn111, Roswinkel 73, Schoonebeek 44, Coevor-den 341, Dalen 196, Oosterhesselen 92, Zwee-lo 109 en Sleen 158). De gezinssterkte perhuis rekende men op 5, zodat Drenthe toentotaal 34860 inwoners telde, Coevorden 1705,Emmen 870 en Roswinkel 365. Coevorden hadbovendien nog een garnizoen van 350 man.In 1773 werd het totaal aantal inwoners vanDrenthe geschat op 35662, dat betekent duseen vermeerdering van 452 personen in 19 jaartijd. In 1796 telde Emmen 1280 inwoners envolgens de volkstelling van 1829, 1839, 1849en 1859, resp. 2120, 2330, 2689 en 3817; ofwelin 30 jaren een toename van 1677. Daarnanam de bevolking als gevolg van de begin-nende veenontginning geleidelijk aan veelsterker toe (I).De sociale, kerkelijke en administratieve struc-tuur uitte zich stedebouwkundig in wat ik zouwillen noemen de ,,natuurlijke" orde van eenzuiver agrarische gemeenschap, die eeneeuwenoude traditie handhaaft, die op doorde ervaring beproefde grondslagen rust. Opde zandgronden, die het uitgestrekte veenge-bied omzomen en op enkele plaatsen er indoordringen, liggen de nederzettingen, deesdorpen. Hier zijn boerderijen om de brinkgegroepeerd nabij het glooiende bouwland; dees. Het grasland ligt langs de stroompjes._Hetkerkdorp Emmen met daarop georienteerdWeerdinge, Westenes, Noordbarge en Zuid-barge zijn zulke esdorpen. Daarnaast bestaateen jonger type boerendorp van geheel anderkarakter; Roswinkel en De Maten zijn streek-dorpcn door kolonisatie ontstaan op vrucht-bare, maar vochtige plaatsen. De middeleeuwsekolonisten waren veelal van Friese oorsprong,van huis uit gewend aan een drassige, vochtigebodem. Zij verdeelden het land in evenwijdigcpercelen loodrecht op de weg, waaraan zijde boerderij bouwden.Hoewel het grote veengebied tussen de Honds-rug en de Duitse grens praktisch onontgon-nen bleef liggen tot midden 19e eeuw, is hetveen toch wel sinds het begin van de mense-lijke vestiging benut. Aan de randen langs dezandruggen groef de boer veenputten ter ver-krijging van brandstof, terwijl later, toen deafwatering als gevolg van kanalenaanleg watverbeterde, ook de boekweitcultuur in toene-mende mate werd beoefend. Lange greppels of,,gruppen" werden door het veen gegraven enals dit voldoende uitgedroogd was, werd erde brand ingestoken. In de afgekoelde aswerd de boekweit gezaaid, die in de maandWan sylex tot TerlenkaDe madelanden:iroenlanden hij deSlener stroom'9^ 1"^^W1o+ + + +++ + + + +++ + + + + ++ ++++++++ ++++ + + + + + + + + +'^300wuu
Reacties