stedebouw volkshuisvestingUitgave van hetNederlands Instituut voorVolkshuisvesting en StedebouwIn dit nummer | Internationale studieweek over stadsvernieuwingProblemen van stedebouw en volkshuisvesting inregionaal verbandStedebouwVolkshuisvestingOfficiele mededelingenSummnrymaart 1959Glashandel A. BloniDEN HAAGVALKENBOSLAAN 92aTel. 39.48.83? Glazenmakery? Glas in Lood? Glasverailvering? Glassiypery? Naamplaten? AutoruitenBEKLEDINGSPLATENDEN HAAGLOOSDUINSEWEG 673Tel. 332282PERSTORPFORMICADUROPALLIGHT-INdak- en golfplatenLOODGIETERSBEDRIJFwW? lie !J1#"5 Qt AiwNCPIs-GRAVENHAGELEKSTRAAT 227Telefoon (01700) 859453-853405? Nieuwbouw? OnderhoudMakelaarskantoor A.W.VAN VLIETKorte Tiendeweg 10 - GOUDA - Telefoon 3509belast zich gaame metKOOP, VERKOOP. TAXATIBS en BEBBEBv?n ONROERENDE GOEDERENHypotheekbemiddelinc en alle verzekeringeuJ. SMINIABEVERWIJKHandel in Bouwmaterialen,Zand, Grinden alle soorten BetonwarenOpslagplaatsen: Pruimedijk 8 en Pijpkade - Telefoon 3926Kantoor: Pruimedijk 2ALPHAMUURVERVEN50 Jaarervaring....en ervaring is niet tevervangenrnALPHAis onbetwist de meesi geschiktemuurverf voor binnenwerk enwordt zeer gunstig beoordeelddoor hel verfinstiluut T.N.O, teDelft.WasbaarOnverzeepbaarZuurbestendligv..VERFFABRIEK ALPHAv/h Gebr. Klaverweiden N.V. Alphen a.d. RijnTelefoon K 1720-2192Houtbouw Fa. Gebr. TimmerGIESSENDAM -- Telefoon no. 62 Ned. HardinxveldUw Adres voor:Directieketen, Volksketen, Cementloodsen, Barakken, enz.Voor GLASN. V. D O R D T S C H E G I. A S H A N D K I.Kuipershaven 28-29-30 DORDRECHT Telefoon 7245Het adres voor SPECIALE BEGLAZINGSMATERIALEN, 195Ondergetekende wenst te ontvangen:.... ex. band Tijdschrift Stedebouw en Volkshuisvesting 1958a f 4,95 per exemplaar, franco per postex. band Tijdschrift Stedebouw en Volkshuisvesting 1958met De Woningbouwvereniging 1958 a f 4,95 per exem-plaar, franco per post.Het verschuldigde bedrag is gestort op de postrekening No. 35100 tenname van N.V. Maatschappij tot Expl. van het Limburgsch Dagbladte Heerlen. Na ontvangst van dit bedrag wordt mij de band toege-zonden.HandtekeningNaamAdres WoonplaatsBestelkaart voor boekwerkenN.V. Maatschappij tot Exploitatie van hetLIMBURGSCH DAGBLADNobelstraat 21HEERLENs&vUitgave van helNederlands Instituut voorVolkshuisvesting en Stedebouwmaart 195940e jaargang no 3MaandhladRedactieMevrouw Prof. C. W. Willinge Prins-VisserMe]. R. HartstraIr. B. FokkingaMr. C. A. van GorcumH. ]. A. Hovens GreveProf. Mr. A, KleijnDrs. R. KokIr. P. K. van MeursDr. S. O. van PoeljeMr. Ir. M. M. van PraagH. van SaaneW. ScheerensIr. W. van TijenDrs. H. v.d. WeijdeIr. W. WissingAdres voor Redactie en Abonnementen:Lange Voorhout 19, 's GravenhageTelefoon 184225Advertenties:Keizcrsgracht 188, Arnsterdam-CPostgiro nummer 113028Telefoon 49128Dit nummerDe hoofdinhoud van dit nummer heeft cen afgeleid karakter. Het geeft een terugblik op twee'Internationale vergaderingen, die in het afgelopen jaar hebben plaats gevonden. Het doet ditniet door een objectieve registratie van de inhoud van de uitgebrachte rapporten en van degedachtenwisseling, maar door de min of meer subjectieve reaetie van een belangstellend deel-nemer, die van de rapporten heeft kennis genomen en de beraadslagingen heeft gevolgd, kiezenden keurend naar de waarde van een en ander voor nederlandse verhoudingcn. Aldus behan-delde de Heer P. T. van der Hoff het seminarium over stadsvernieuwing, dat in augustus j.l.in Den Haag plaats vend en de Heer H. ]. A. Hovens Greve het congres van de InternationalFederation for Housing and Planning, dat vlak daarna in Luik is gehoudcn.De overige inhoud van dit nummer is althans voor een klein deel mede aan het onderwerp,,Vergaderingen en Congressen" gewijd.45InhoudDe Internationale studieweek overstadsvernieuwing, P. T. van der Hoff 47Problemen van stedebouw en volks-huisvesting in regionaal verband, H. J.A. Hovens Greve 52Overzicht van TijdschriftenVolkshuisvestingBinnenlandOverzicht van Tijdschriften646770StedebouwKroniek en Kommentaar 58Honorariumcommissie stedebouwkundigwerk 61Kanttekeningen naar aanleiding vande C.O.M. 62Studiedag 1958 inzake winkelplanning,Drs. R. Kok 62Officiele MededelingenNederlands Instituut 71Nieuwe aanwinsten van de bibliotheek 72Summary 71Abonnementsprijs f 16,--. Losse nummers f 2,--. 'De leden van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw (lidmaatschap voorphysieke leden f 15,--) en de leden van de Nationale Woningraad ontvangen het blad kosteloos.46InternationaleStudicweek Stadsvernieuw'm^Dc Internationale Studieweek overStadsvernieuwingHet International Seminar on Urban Rene-wal, dat door de International Federation forHousing and Planning in samenwerking methet Nederlands Instituut voor Volkshuisves-ting en Stedebouw werd georganiseerd en datvan 22 t/m 29 augustus 1.1. werd gehouden inhet Oude Hof te 's-Gravenhage, was, voorzovcr bekcnd, de eerste Internationale bijeen-komst van uitsluitend deskundigen en uit-sluitend handelend over het onderwerp vande sanering.Het behoeft niet te verwonderen dat de be-hocfte aan bijecnkomsten van dien aard reedsjaren werd gevoeld en dat desondanks hetonderwerp slechts af en toe in grote congres-sen, die zelden gelegenheid piegen te biedentot belangrijke diepgang en waarvan het me-rendeel van de deelnemers evenmin uit ex-perts in het behandelde onderwerp pleegt tebestaan, ter sprake is gebracht.In de naoorlogse jaren is immers in de mees-te landen ter wereld de belangstelling van destedebouwkundigen in hoge mate geconcen-treerd geweest op de achterstand in de wo-ningbouw en de stadsuitbreiding, daarnaast,in alle door de oorlog getroffen landen, op dewederopbouw. Het feit dat de sanering vanbestaande kernen reeds lang urgent was ente meer urgent werd door de naoorlogse ont-wikkeling van het wegverkeer, kon niet ver-hinderen dat de ingrijpende maatregelen dievoor vernieuwing nodig zijn, allerwege naarde toekomst werden verschoven.In vele steden echter is men daarmee thans inzulk een impasse geraakt, dat het onderwerpzich a.h.w. opdringt. Intussen zijn het ge-brck aan aandacht dat jarcnlang voor de sa-nering heeft bestaan, en het onder de drukvan de omstandigheden wel snel veld win-nende maar nog onvoldoende doordachte in-zicht, dat ,,sanering" een veel ruimer velddient te bestrijken dan uitsluitend de verbe-tering van de volkshuisvesting er de oorzaakvan, dat onder stedebouwkundigen een be-langrijk verschil van mening is ontstaan overr. T. van der Hojjde wijze waarop de vernieuwing van oudestadskernen dient te worden aangepakt.De tijd was dus ongetwijfeld rijp voor eenaantal goed voorbereide Internationale stu-diebijeenkomsten die het gehele gebied vande stadsvernieuwing en daarmede samenhan-gende onderwerpen zouden bestrijken.Het initiatief tot de onderhavige eerste stu-diebijeenkomst kwam voort uit Federation-kring. Belangrijke financiele steun van deFord Foundation maakte het mogelijk de or-ganisatie op onbekrompen wijze op te bou-wcn en zich tevens te verzekeren van dedeelneming van die experts, die daartoe doorde landelijke vertegenwoordigers van de In-ternational Federation waren aanbevolen.Belangrijke steun is voorts ondervonden vande Nederlandse instanties, die bij de voorbe-reiding betrokken waren. Hieronder moet inde eerste plaats de ontvangende gemeenteworden genoemd; het Gemeentebestuur vanDen Haag heeft niets nagelaten wat de orga-nisatie zou kunnen bevorderen en de bijeen-komst een succes zou kunnen maken.Ere-president van de studieweek was ZijneExcellentie ir. H. B. J. Witte, Minister vanVolkshuisvesting en Bouwnijverheid.Organisatie en onderwerpIn kringen van hen die zich met de organi-satie van Internationale bijeenkomsten bezig-houden bestaat in het algemeen de overtui-ging, dat in een Internationale studiebijeen-komst alleen dan enigszins diepgaande envruchtdragende discussie kan worden ver-wacht, indien o.a.:1? het aantal deelnemers niet groter is dan25, althans dit aantal niet aanzienlijk over-schrijdt;2? reeds tijdens de voorbereiding een juistetaakverdeling tussen de deelnemers onderlingvoUedig wordt gewaarborgd;3? een voertaal wordt aangehouden die dooralle deelnemers voldoende wordt beheerst:4? de besprekingen onder eminent deskundi-ge en zo mogelijk straffe leiding staan;5? het inspannende werk, dat op deze wijzevan de deelnemers wordt verlangd, wordt af-gewisseld door zorgvuldig gedoseerde ont-spanning.Het voldoen aan de eerste voorwaarde wasniet eenvoudig. Niet alleen overtrof het aan-tal landen dat in aanmerking kwam om inde studieweek vertegenwoordigd te zijn opzichzelf reeds de 25 en leek het niet aan tegaan om b.v. een land als de Verenigde Sta-ten door slechts een persoon te doen verte-genwoordigen, maar bovendien werd, zodrahet voornemen om de studieweek te houdenbekend was, van vele zijden druk op de orga-nisatoren uitgeoefend door personen die alsdeelnemer of als waarnemer wensten te wor-den toegelaten.Door beperking van het aantal deelnemendelanden, door het kiezen, in overleg met deplaatselijke bestuursleden van de Internatio-nal Federation, van een tevoren vastgesteldaantal deelnemers uit die landen en tenslottedoor het volledig weren van waarnemers (eenuitzondering is slechts voor een beperkt aan-tal werkzittingen gemaakt voor een waarne-mer van de International Union of LocalAuthorities) is het gezelschap tot 32 beperktgebleven. Het aantal genodigden was alsvolgt verdeeld: Verenigde Staten 8, Duits-land, Frankrijk, Groot-Brittannie, Italie enNederland elk 2, veertien andere landen, inhoofdzaak Zuid-Amerikaanse en Europese,elk 1 deelnemer.Aan de tweede bovengenoemde voorwaardekon worden voldaan, in de eerste plaatsdoor bij het begin van de organisatie hetonderwerp zo scherp mogelijk te begrenzenen het aantal te behandelen aspecten te limi-teren, een en ander vastgelegd in een voor-lopig programma. Voorts door de benoeming,in een zeer vroeg stadium van de voorberei-ding, van Professor J. Marshall Miller (Co-47InternationaleStudieweek StadsvernieuwingEen groep deelnemers tciamen met enkele organ'isatoren. Staande v.l.n.r.: V. Nenadovic (Joegoslavie), L. H. Hendnckx (Belgie), H. Hogg(West-Did.), L. M. Cox (U.S.A.), G. Andrade (Colombia), G. Clay (U.S.A.), H. Stosberg (West-Did.), ]. E. Hardoy (Argentinie), H. W.Stevens (U.S.A.), M. Laginha (Portugal), Mej. H. J. D. Revers (waarn. I.U.L.A.), G. S. Duggar (U.S.A.), S. I. Lundberg (2weden), F. Sanchez(Mexico), L. M. Orton (U.S.A.), L. Dorich (Peru), ]. H. Scheuer (U.S.A.), S. H. Pickett (Canada), M. E. Werner (Zwitserl.), J. D. Lange(U.S.A.), R. L. Steiner (U.S.A.), J. L. Becket (Gr. Britt.), V. di Gioia (Italie), J. Paton Watson (Gr. Britt.), S. M. Jankowski (Polen), C. H.Boistiere (Frankrijk), P. T. van der Hoff (adj. directeur), C. de Cler (Nederl.), C. van I'raa (Nederl.). Zittend v.l.n.r.: Mevr. Miller (seer.directie), A. C. Kayanan (Philippijnen), Mevr. C. Portinho (Brazilie), E. Rolfsen (Noorw.), H. R. Pomeroy (voorzitter), F. Bakker Schut(voorz. Ned. Inst. v. V. en S.), ]. Marshall Miller (directeur).48InternationaleStudicxveck Stadsvcrnieuwingliiinbia University, New York) tot ,,pi-ogramdirector", belast met dc wetenschappelijkevoorbereiding van de studieweek en in degelegenheid zich daarop volledig te concen-trercn. Deze koos onder de genodigden en invoortdurend overleg met hen omtrent de tebehandelen stof, allereerst de preadviseurs,vervolgens de rapporteurs. De taak van depreadviseurs omvatte, naast de opstelling vaneen lang v66r het begin van de studieweekaan alle deelnemers toe te sturen inleidingtot hun deel van het onderwerp, het op gangbrengen van de discussies daarover. Voor elkpunt van het programma werd voorts eenkleine commissie van rapporteurs samenge-steld wier taak het was om over het behan-delde tijdens elke werkzitting (inclusief hetpreadvies) een onafhankelijk rapport uit tebrengen. Hierbij zij terloops aangetekend, datde redactie van het eindrapport over het Se-minar onafhankelijk van de gcnoemde pre-adviseurs en rapporteurs werd gehouden enin handen werd gesteld van twee redacteurs.Op deze wijze is, behalve een strikte werk-verdeling waarbij geen der deelnemers werdoverbelast, een getrapte wijze van rapporte-ren verkregen, die aan het behandelde zoveelmogelijk recht zou doen.De derde vermelde voorwaarde: het aanhou-den van een voertaal, waarvoor in casu hetEngels gekozen is, heeft enige moeilijkhedenopgeleverd. In de eerste plaats mocht de keu-ze van de deelnemers niet ongunstig wordenbeinvloed door een goede kennis van het En-gels als eerste els te stellen. Voorts bleek tij-dens de zittingen overtuidelijk, dat de om-trent verscheidene deelnemers ontvangen ver-zekering betreffende hun goede kennis vandie taal, hen op zichzelf weinig kon baten bijde discussies. Niettemin heeft het voeren vaneen enkele taal het onderling contact tussende deelnemers en de voortgang van de dis-cussies wel bevorderd.Aan het vierde genoemde punt kon ten voileworden voldaan, daar de organisatoren hetgeluk hadden de Heer Hugh R. Pomeroy uitNew York, die reeds als voorzitter van veletientallen studiebijeenkomsten zijn sporen hadverdiend, bereid te vinden de zittingen tepresideren.Aan de vijfde voorwaarde: de juist gedo-seerde ontspanning was evenwel moeilijker tevoldoen, doordat het enthousiasme dat Pro-fessor Miller voor de zaak van het Seminartoonde, aanvankelijk het onderbrengen vanenige ontspanning nauwelijks toeliet. De ont-spanning is tenslotte gedeeltelijk gevonden inafwisseling, n.l. in het doen alterneren vanwerkzittingen en studietrips, gedeeltelijk inhet geven van een bizonder karakter aan deEen deel van de tentoonstelling van sane-ringsplannen in het Oude Hof49InternationaleStudieweek Stadsvernieuw'mg^?.?Maquette van het saneringsplan voor een deelvan dc zuidclijkc wijken van Buenos Aires,zoals dit is voorgcsteld door de NationalcHypotheekbank van Argentinie, welke bank70 % van alle bouwwerken in het land finan-eiert. De bestaande wijk, met zijn kleine, vier-kante houwblokken, is in het plan vervangengedacht door een volledig nieuwe aanleg vanvrijere vorm en met een minimum aan door-gaande wegen. Het verlies aan vloeroppervlakdoor de vele geprojecteerde open ruimte isgedeeltelijk opgevangen door het grote aantalin het plan opgenomen torenflats en anderehoge gebouwen.geprojecteerde ontvangsten. Onder deze laat-ste moet de ontvangst door de Regering inde Treveszaal, waar de Ere-president gast-heer was, in het bizonder worden genoemd.De volgende programmapunten zijn in werk-zittingen behandeld:1. De plaats van de sanering in het stede-bouwkundig proces. Stadsvernieuwing als in-tegrerend onderdeel van het stedebouwkundigprogramma.2. Grondgebruik en verkeer met betrekkingtot saneringsgebieden. De invloed van be-staande en zich ontwikkelende patronen vangrondgebruik en verkeersschema's op sane-ringsrijpe gebieden.3. De bepaling van de saneringsrijpheid ende keuze van saneringsgebieden. Leidendeprincipes en normen ter bepaling van de sa-neringsrijpheid en de omvang der gebieden.Methoden en criteria ter bepaling van te con-serveren elementen, te rehabiliteren gebiedenen volledig te vernieuwen gebieden.4. Het opstellen en uitwerken van sanerings-plannen. Methoden, middelen en techniekenbij het voorbereidend onderzoek en bij hetontwerpen van plannen. Nieuwe stedebouw-kundige patronen binnen het kader van hetstructuurplan.5. De uitvoering van saneringsplannen. Vormen omvang van overheidssteun en -initiatiefen van de particuliere bijdrage tot het ge-meenschappelijke doel.6. Critische beschouwing van geselecteerdesaneringsplannen. Analyse van een drietal sa-neringsplannen, geselecteerd uit de bij de stu-dieweek behorende tentoonstelling van ver-nieuwingsprojecten.Verder was een tweetal werkzittingen gewijdaan een samenvatting van het besprokene enaan een eerste formulering van conclusies. De-ze conclusies werden evenwel niet in stemminggebracht. De nadere uitwerking ervan werdovergelaten aan de redacteuren van het eind-rapport.De werkzittingen werden voorafgegaan dooreen openingsrede van Minister Mr. A. A. M.Struycken; voorts door een referaat van deVoorzitter van het Nederlands Instituut voorVolkshuisvesting en Stedebouw, Dr. Ir. F.Bakker Schut, waarin deze de redenen van deverschillen in benaderingswijze van het on-derwerp, welke in verschillende delen vande wereld bestaan, analyseerde. De Heer Ri-chard L. Steiner, Urban Renewal Commissio-ner van de Federale Regering te Washington,gaf hierna in een tweede referaat een over-zicht van bepaalde overeenkomstigheden instedebouwkundige problematiek die, ondanksverschillen in benaderingswijze, merkwaardi-gerwijze overal kunnen worden geconstateerd..SONieuive stromingen eisen betrouivbare bakensZo'n verblijdende nieuwe stroming inde woningbouw is complete vioerafwerking,dus vioerbedekking bij de huur inbegrepen.Het. betrouwbare baken daarvooris permanent linoleum.Tegenover een geringe verhoging vande huurprijs staan deze belangrijke voordelen:X" permanent linoleum betekent voorde huurder een aanzienlijke verlichtingvan zijn installatie-budget;^ garandeert ook de minder draagkrachtigeneen volwaardige vioerbedekking;* bevordert de geluid-isolatie tussen de woonlagen;"X- is blijvend bacteriendodend, dus hygienisch;Jt heeft een lange levensduur, de kleuren gaandoor-en-door, dus kunnen niet wegslijten;* verhoogt de woonbeschaving.linoleum kroiTimenieVoor keuken, douchecel en hal ook colovinyl plastic asbesttegels,soepel en slijtvast, in hoge mate bestand tegen olien,vetten, zuren en vele andere chemicalien.Vraag ook naar colorite cumaronhars tegels,eveneens in vele fraaie tinten. 'Onze afdeling technische adviezen verstrekt gaarne volledige inlichtingen (telefoon 02980-81941)VACATUI^IiGemeente GRONINGiENVoor de Dienst der Stadsuitbreiding en Volkshuisvestingworden gevraagd:A. Voor de stedebouwkundige afdeling:a. een stedebouwkundige ontwerper met diploma b.i. ofc.i. of daarmede gelijk te stellen vorming in de rangvan adj.-ingenieur, stedebouwkundige of ingenieur;b. een techn. ambtenaar met diploma H.T.S. of daarmedegelijk te stellen vorming in de rang van techn. ambt.of techn. ambt. le kl.;c. een tekenaar met stedebouwkundige ervaring in derang van tekenaar B le kl., tekenaar A of tekenaar Ale kl., end. een aankomend tekenaar (event, vrouwelijk) met dipl.kunstnijverheidsschool of gelijkw. vorming in de rangvan leerling-tekenaar of tekenaar B 3e kl.B. Voor de afdeling volksKuisvesting :een techn. ambtenaar met dipl. H.T.S. of daarmede gelijkte stellen vorming met ervaring in woningwetaangelegen-heden.Salarisgrenzen -- afhankelijk van opleiding en ervaring-- voorstedebouwkundige,resp. ingenieur van / 7.078,83 tot / 10.656,80adj.-ingenieur ,, ,, 5.990,81 ,, , 7.260,17techn. ambtenaar le kl. ,, ,, 7.078,83 ,, , 8.494,40techn. ambtenaar ,, ,, 4.902,80 ,, , 7.260,17tekenaar A le kl. ,, ,, 5.265,47 ,, , 7.260,17tekenaar A ,, ,, 4.540,12 ,, , 6.534,82tekenaar B le kl. ,, ,, 3.787,91 ,, , 5.809,48tekenaar B 3e kl. ,, ,, 3.411,81 ,, , 4.721,46leerling-tekenaar ., ,, 2.605,87 ,, , 3.975,97(excl. huurcompensatie, kindertoelage en 4% vakantietoe-slag).Aanstelling in vaste dienst (met inbegrip van de I.Z.A.ziektekostenregeling) is mogelijk; verplaatsingskostenre-geling van toepassing.Sollicitaties binnen 14 dagen na het verschijnen van dezeadvertentie te zenden aan burgemeester en wethouders.Bij de PROVINCIALE PLANOLOGISCHE DIENST te's-HERTOGENBOSCH worden gevraagdenige ambtenarenter assistentie op de stedebouwkundig-technische afdeling.Eisen: H.T.S. of daarmede vergelijkbare opleiding.Salaris en rang: gebaseerd op de provinciale regelingenen afhankelijk van bekwaamheid en ervaring. Ook in deloop van dit jaar af te studeren H.T.S.-ers kunnen sollici-teren.Uitvoerige sollicitaties in te zenden aan de Directeur,Lekkerbeetjestraat 2, 's-Hertogenbosch.^.GEMEENTE S-GRAVENHAGEBjj de Dienst voor het Gemeentelijk Grond-bedrijf kan op korte termijn wordengeplaatst eenSTAFFUNCTIONARIS.T aa k :de leiding van de werkzaamheden betref-fende de eigendomswerving, alsmede hetbeheer van gemeente-eigendommen.Vereisten :grondige practische ervaring op het gebiedvan onroerend goed en ruime wetskennisdienaangaande, met name terzake van deonteigeningswetgeving.Gegadigden dienen een academische ofdaarmede gelijk te stellen opleiding tehebben voltooid.Leeftijd bij voorkeur boven 30 Jaar.Arbeidsvoorwaarden:aanstelling zai, afhankelijk van opleidingen ervaring, geschieden in een nader over-een te komen rang.Salarisgrenzen van f 928.-- tot f 1199.--per maand (excl. huurcompensatie).Vakantietoelage: 4 % van het Jaarsalaris.Aanstelling in een hogere schaal is nietuitgesloten.Uitvoerige, eigenhandig geschreven sollicita-ties, met vermelding van volledige voornamen,geboortedatum en -plaats binnen 14 dageno n d e r n r. E. 44 te zenden aan de Direc-teur van het Gemeentelijk Bureau voor Perso-neelsvoorziening, Burgemeester de Monchy-plein 10, 's-Gravenhage.JBij de Dienst van Openbare Werken en Volkshuisvestingkunnen worden geplaatst1. een stedebouwkundig ambtenaarc.q. ambtenaar Iste klasVereist diploma h.t.s. afd. bouwkunde en ruimestedebouwkundige eirvaring. Salarisgrenzen permaand ongeacht compensatie huurverhoging / 501,60en / 608,78 resp. / 608,78 en / 712,77.2. een stedebouwkundig tekenaarIste klas c.q. hoofdtekenaarGewenst diploma stedebouwkundig tekenaar p.b.n.a.Salarisgrenzen per maand ongeacht compensatiehuurverhoging / 379,10 en f 486,29 resp. / 440,35 en/ 547,54.Aanmelding uitsluitend per briefkaart met vermelding 01of 02 aan de afdeling personeelszaken van de ge-meentesecretarie. Een sollicitatieformulier zal daar-na worden toegezonden.InternationaleStudieweek StadsvernieuwingTijdens de studieweek werden drie excursiesgehouden, t.w. een door de Haagse sanerings-gebieden, een naar Rotterdam en Vlaardingenen een naar Amsterdam. Deze keuze was be-paald door het feit, dat in elk van de ge-noemde steden de saneringsproblemen van eentotaal andere schaal en aard zijn.De hicrboven reeds genoemde tentoonstellingvan saneringsprojecten had eveneens eenplaats gevonden in het ,,Oude Hof". Onge-veer 20 al of niet geheel of gedeeltelijk gerea-liseerde plannen ult over de gehele wereldverspreide steden waren hier ter onderlingevergelijking opgesteld.Resultaten en conclusiesZoals uit de bovengenoemde programmapun-ten reeds blijkt, was er naar gestreefd cmvoor deze eerste internationale bespreking vanhet onderwerp bepaalde aspecten van het sa-neringsvraagstuk, hoofdzakelijk van stede-bouwkundig-technische aard, uitvoerig te doenbehandelen, terwijl zo principiele zaken a.d.z.wetgeving, procedure, financien en de socialezijde van de sanering welbewust zoveel mo-gelijk buiten beschouwing waren gelaten,daar zij met veel minder kans op succes ineen internationaal gesprek leken te behande-len. Punt 5 en in mindere mate ook de pun-ten 1 en 3 van het programma leverden wel-iswaar enige aanknopingspunten voor eeneerste toetsing van de meningen omtrent debuiten beschouwing gelaten onderwerpen. Deresultaten van het Seminar liggen derhalvewel grotendeels, doch niet uitsluitend, in hetstedebouwkundig-technische vlak.1. Belangrijk was dat over de principes vande saneringsplanning en over het verbandtussen deze en de stads- en regionale planningvrijwel eensgezindheid van mening bleek tebestaan. Geen der in deze studieweek verza-melde deskundigen heeft ook maar een po-ging gedaan om een lans te breken voor inci-dentele saneringen en dat terwijl toch ook hetzuiver prive-initiatief onder de deelnemersvertegenwoordigd was.Integendeel werd zeer sterk de nadruk ge-legd op de coordinatie van alle stedebouw-kundige planning in agglomeratie- en regio-naal verband en op het feit dat het algemeensaneringsplan op zijn minst een integrerendonderdeel moet vormen van het rcchtsgeldigalgemeen structuurplan van de stad. Het al-gemeen saneringsplan zou gebaseerd moetenzijn op 3 gelijktijdig uit te voeren operaties,t.w. sanering in engere zin, rehabilitatie enconservering.a. Onder sanering werd hierbij verstaan hetafbreken van ondoelmatig gestructureerde(c.q. verkrotte) stadsdelen en het op een doel-matig nieuw plan weer opbouwen van diegebieden.b. Onder rehabilitatie werd verstaan het opandere wijze dan door voUedige afbraak enherbouw geschikt maken van bepaalde stads-gedeelten voor een nieuwe functie en het we-derom geschikt maken voor hun oude functievan andere stadsgedeelten.c. Onder conservering werd verstaan dc be-scherming door administratieve maatregelenvan nog voldoende toekomstwaarde bezitten-de stadsdelen, c.q. van cultured en architec-tonisch bizonder waardevolle stadsgedeelten.2. Voorts bleek de duidelijk uitgesprokenovertuiging te bestaan dat deze 3 sanerings-operaties slechts doelmatig kunnen verlopen,indien zij gepaard gaan met:a. een van te voren opgesteld, tegelijk met desanering ultgevoerd en daarmee goed gecoor-dineerd programma van nieuwbouw binnen enbuiten het gemeentelijk grondgebied ten be-hoeve van uit saneringsgebleden permanent teverplaatsen gezinnen en bedrijven;b. een programma voor de tijdelijke, c.q. per-manente verplaatsing van bewoners en be-drijven naar reeds hestaande stadsdelen;c. een programma van heropvoeding voor dete verplaatsen sociaal moeilijk aanpasbaren.3. Bizondere aandacht is besteed aan defunctionele relatie tussen grondgehruik envcrkeerswegenstramien, mede in verband methet moeilijk in de hand te houden verschijn-sel van cityvorming en met het in verschil-lende steden ter wereld verontrustende ver-schijnsel van decentralisatie van centralefuncties. Het zou te ver voeren om op dezeplaats nader in te gaan op het daaromtrentbesprokene. Wel dient te worden vermeld,dat men ook hierbij in de integratie van hetalgemeen saneringsplan in een rcchtsgeldigstructuurplan, dat de mogelijkheid biedt omzoneringsbepalingen te sanctionneren (welkelater in gedetailleerde sanerings-, rehabilitatie-en conserveringsprojecten kunnen worden uit-gewerkt) een prealabele voorwaarde tot her-stel van een doelmatige relatie tussen verkeeren grondgehruik zag.4. Vele deelnemers aan de studieweek ble-ken zlch te verwonderen over het feit dat inverscheidene landen het algemeen structuur-plan nog geen wettelijke status bezit, terwijlvoorts het algemeen saneringsplan (plan voorde bebouwde kom) in vele gevallen niet ver-plicht is gesteld.In de conclusies werd voorts met leedwezengewag gemaakt van het feit, dat in een aan-tal landen de hogere overheid zich bij finan-ciele steun aan saneringsprojecten nog steedsmeent te kunnen beperken tot de zuivere krot-opruiming.Ongeveer gelijktijdig met dlt nummer van hetTijdschrift verschijnt het eindrapport over destudieweek, verkrijgbaar via de InternationalFederation for Housing and Planning. Daarinzijn een groot aantal andere conclusies vanminder algemene, meer technische aard uit-voerig behandeld, terwijl het voorts o.a. depreadviezen bevat. Dit rapport verschijnt inde Engelse taal en is getiteld "Urban Rene-wal".Bij de deelnemers aan de studieweek bestondde overtuiging dat deze bijeenkomst, afgezienvan de reeds bereikte resultaten, een waarde-volle basis heeft opgeleverd voor een nadereinternationale beraadslaging over het zo ge-compliceerde, vol voetangels en klemmen lig-gende onderwerp van de sanering.51Prohlemen Stedebouw enVolkshuisvesting inregionaal verbandProblemen van Stedebouw en Volkshuisves-ting in regionaal verband26e Congres van de ^International Federa-tion for Housing and Townplanning", Luik,31 augusttts tot 6 September 1938.Persoonlijke indrukkenHet is mij opnieuw duidelijk geworden, -- endeze indruk deel ik blijkens gesprekken metvelen -- dat de betekenis van een congres alsdit, met zijn bijna 1000 deelnemers uit 25landen in-, en 10 landen buiten Europa, nietin de eerste plaats gezocht meet worden ineen fundamentele verdieping van inzicht inde problemen waarover het handelt.Met d^t oogmerk beschouwd is het resultaat-- voorzover dit tot uitdrukking komt in deopgestelde conclusies en aanbevelingen -- vrijpover, voor velen wellicht zelfs teleurstei-lend, en nauwelijks in een redelijke verhou-ding tot de moeite en kosten die er medegemoeid zijn.Wanneer niettemin velen -- ondanks een on-vermijdelijke vermoeidheid -- er gestimuleerden geactiveerd van terugkeren, is dat wellichtminder door het verloop en de resultaten dercongreszittingen, dan wel dank zij het afstandnemen van eigen werk in een atmosfeer diegeladen is met dezelfde of verwante proble-matiek.Van de ca. 1000 deelnemers zijn er niet meerdan 80 geweest, die direct tot de gedachten-wisseling en het formuleren der conclusieshebben bijgedragen. Maar daarnaast zullen ve-len het woord, de reactie, op de lippen heb-ben voelen branden; zeer velen zullen in per-soonlijke gesprekken stelling hebben genomentegen hetgeen anderen in de congreszaal naarvoren brachten, of hun instemming daarmeehebben betuigd, of hun aanvullend commen-taar daarop hebben gegeven.Met andere woorden: het mening vormendeeffect is niet af te meten aan de conclusies ofaanbevelingen (hoewel die voor velen eensteun in de rug kunnen betekenen voor hetH. ]. A. Hovens Grevewerk in eigen land) maar het is in feite on-meetbaar.Het is ook onmeetbaar, door de contacten diegelegd of hernieuwd worden, waarbij erva-ringen kunnen worden uitgewisseld die wel-licht geheel buiten het thema van het congresvallen.Deze opmerkingen pretenderen geen origina-liteit. Zij geven ervaringen weer, die iederecongresbezoeker kent. Zij beogen wel; devraag levendig te houden, of er voor derge-lijke grote congressen niet een vorra te be-denken is die het massale karakter er van zo-veel mogelijk te niet doet en waardoor zijwellicht beter zouden beantwoorden aan wathierboven als een der meest essentiele functiesgeschetst is, nl. het persoonlijk gestimuleerdworden door indrukken, ervaringen en ge-dachtenwisselingen in kleine kring.Het is mogelijk, dat voor een aantal deelne-mers in deze behoefte is voorzien, door hetbijwonen van bijeenkomsten der ,,standingcommittees" die de Federation t.a.v. enkeleonderwerpen kent en die tijdens het congreseen of enkele malen zijn bijeen geweest.Daarnaast zou, vooral in een gezelschap alsdit, het visuele element (films, lichtbeelden,exposities) meer tot een integrerend deel vande congresbelevingen gemaakt kunnen wordendan Iner het geval was. Weliswaar waren ertijdens de duur van het congres op enkelekilometers afstand exposities ingericht vanstreekplannen en gerealiseerde en ontworpenwoningcomplexen, maar terecht werd in eenfolder, die aan een dezer exposities was ge-wijd, aanbevolen ,,haar niet te bezoeken metde bedoeling om door te dringen in de fei-telijke inhoud dezer projecten! Dit immers zoueen groot aantal uren ingespannen arbeidvergen".Men diende er zich -- volgens deze aanbeve-ling -- toe te bepcrken om al rondkijkende erzich in gedachten rekenschap van te gevendat in vele landen soortgelijke problemen vol-gens verwante werkmethoden aangepakt wor-den met eenzelfde doel, nl. bij te dragen totbetere levensomstandigheden van de mede-Voorbereiding van het congresIn het jaar, voorafgaande aan dat van hetcongres, zijn een aantal landen in en buitenEuropa, voor en achter het ,,ijzeren gordijn",vrij uitvoerige vragenlijsten toegezonden, be-trekking hebbende op 6 groepen van onder-werpen.1. aard en doeleinden van regionale onder-zoeken en -plannen;(waarom streekplannen; hoe wordt de be-grenzing bepaald; wie belast zich met deopstelling ervan?)2. voorstellen, die in de plannen zijn begre-pen;(volgen of beheersen van bevolkingsgroeien Industrie ontwikkeling; stadsgeleiding;bebouwingsdichtheden; verkeersplanning;e.d.)3. het tot uitvoering brengen der plannen;(o.a. in verband met bestuurlijke verhou-dingen, grondeigendom, particuliere initia-tieven, e.d.)4. het woningvraagstuk, in regionaal ver-band;(wat zijn de verantwoordelijke instanties;hoe werd de woningbehoefte geraamd;welke factoren beinvloeden de plannen; inhoeverre zijn zij tot uitvoering gebracht)5. agrarische vraagstukken in regionaal ver-band;(scheppen van nieuw land, verbetering vanbestaand cultuurland, relatie tussen stede-lijke en agrarische belangen, behoud vannatuurmonumenten, e.d.)6. werkmethodes;(ondcrzoek; planning; uitvoering; publicrelations).52Problcmen Stcdehouw enVolkshuiSVCsting inrcj'ionaal vcrhandDeze vragen zijn bcantwoord voor 39 streek-plangebieden in 18 landen, waarvan 4 inoost-Europa en 2 buitcn Europa. Deze ant-woordcn zijn samengevat in 6 rapporten, diedus deze keer niet het karakter hadden vanccn persoonlijkc bijdrage, als praeadvies, maardie een overzicht beoogden te geven van deorganisatie van het streekplanwerk in de be-trokkcn landen. Ik kom daar nog op terug.Deze voorbereiding had bizonder belangrijkkunnen zijn, ware het niet dat deze 6 rappor-ten -- hoewel zij tijdig opgesteld waren, het-geen op zichzelf een belangrijke prestatie maghcten van de rapporteurs en van het secre-tariaat van de Federation -- door vertragingin de phase van het drukken, dat in Luikwerd verzorgd, niet op tijd gereed kwamenen daardoor aan de meeste congresgangers paskonden worden uitgereikt op de dag van aan-komst in Luik! Zeer velen zijn daardoor nietin de gelegenheid geweest om -- anders danoppervlakkig of gedeelteiijk -- kennis te ne-men van de resultaten dezer omvangrijkevoorarbeid, hetgeen ongetwijfeld aan de bete-kcnis van deze -- overigens zeer te waarde-ren -- opzet ernstig afbreuk heeft gedaan.Dit tevoren kennis nemen werd nog bemoei-lijkt, omdat men om technisch-organisatori-sche redenen van beschikbare ruimte en tijdde zittingen van het congres heeft moetenverdelen over v i e r secties. Twee daarvanvonden ieder hun uitgangspunten neergelegdin twee rapporten en werden dus ook in-geleid door twee rapporteurs, hetgeen deoverzichteiijkheid niet ten goede kwam.De onderwerpen dezer secties waren:I Het opstellen van regionale plannen;(rapporten 1 en 2)II De uitvoering van regionale plannen;(rapporten 3 en 6)III Het volkshuisvestingsvraagstuk in regio-naal verband;(rapport 4)IV Agrarische vraagstukkcn in regionaal ver-band;(rapport 5)Deze secties hebben driemaal afzonderlijk ver-gaderd, waarna de conclusies zijn vastgesteldin een gezamenlijke slotzitting. Men had ze,,studiegroepen" genoemd hetgeen in zoverregeen juiste benaming was, dat in de practijk-- enkele secties althans -- een z6 groot pu-bliek trokken (enkele honderden deelne-mers!), dat van een algemene gedachtenwisse-ling geen sprake meer kon zijn, met als on-vermijdelijke reactie, dat velen zich niet aaneen groep gebonden voelden, maar nu eenshier, dan daar hun oor te luisteren legden.Dat deze besprekingen tot aanvaardbare, zijhet over het geheel genomen weinig eclatanteconclusies hebben geleid, is voornamelijk deverdienste en het werk van de teams die dezesecties geleid hebben, bestaande uit voorzit-ter, ,,animateur", praeadviseur(s) en rappor-teur(s), in totaal voor de vier secties tesamenrond 25 personen. Men kan deze conclusiesmaar ten dele beschouwen als vrucht van hetopenbaar debat en zeer zeker niet als het,,geestelijk bezit" waarmee de 1000 congres-gangers verrijkt huiswaarts zijn gekeerd.Een merkwaardig staaltje moge dit illustre-ren, waarmee ik dan tevens overga tot hetbehandelen der congres resultaten.De resultatenTijdens de eerste zitting van de sectie ,,wo-nen" (groep C), werd door de animateur, deBelg C. Crappe, de min of meer rethorischewens uitgesproken, dat ,,dit congres zou mo-gen leiden tot conclusies die als een ,,Chartede Liege" voor komende generaties een richt-snoer zouden kunnen zijn voor de regionaleplanning, gelijk het ,,Charte d'Athenes" van1933 nu nog voor vele landen de basis vormtvan de stedebouwkundige ontwikkeling!" Eennogal ambitieuze doelstelling voor een con-gres als dit, dat -- in tegenstelling met hetCIAM-congres in Athene -- niet gehoudenwordt door een kleine groep van geestverwan-te en zeer ,,progressieve" lieden, die zich stukvoor stuk door omvangrijke voorarbeid op de-ze samenkomst hadden voorbereid, maar dat--? zoals hiervoor reeds werd gesteld -- veel-eer het karakter had van een massa-meeting.Er is wijselijk over deze suggestie niet verdergesproken; zij is in de officiele notulen zelfsniet terug te vinden. Maar zie! Als slotalineavan de conclusies der betrokken sectie stondvermeld: ,,tenslotte werd de wenselijkheidgeuit, dat de International Federation forHousing and Planning de Charte d'Atheneszou reviseren in het licht van nieuwe tech-nische, economische en sociologische inzichtenen met de doeleinden der regionale planningals oogmerk".Terecht werd er van achter de bestuurstafelop geattendeerd, dat een revisie van dit stuk,waaraan zozeer de naam en creatieve visieverbonden is van een kleine groep geestver-wanten, niet een taak kon zijn voor de Fe-deration; dat het bovendien niet mogelijk zouzijn deze Charte, die zijn betekenis ontleentaan tijd en wijze van ontstaan, door eenvou-dige aanvullingen op de hoogte van de tijdte brengen, maar dat het wellicht denkbaarzou zijn, een nieuwe Charte te doen samen-stellen, waarin de grondslagen voor de ruim-telijke ordening volgens huidige inzichten enopvattingen zouden zijn samen te vatten.Omdat ik -- mede uit hoofde van mijn vroe-ger lidmaatschap van de voormalige CIAM-groep in Nederland -- de betekenis van hetzich bezinnen op een dergelijk ,,handvest"ten voile onderschrijf, gaf het mij oprecht vol-doening, toen dank zij een spontane inter-ventie van een Nederlander (nl. Mr. Vinkvan de Rljksdienst voor het Nationale Plan)deze aanbeveling tenslotte nog evolueerde vaneen slot-opmerking van een der secties totde eerste en algemene conclusie van het ge-hele congres, luidende:,,Het congres spreekt de wens uit dat: de In-ternational Federation -- rekening houdendemet nieuwe technische, economische en socio-logische inzichten, en met de verwerkelijkingvan streekplannen voor ogen -- een Hand-vest opstelle betreffende de Volkshuisvesting,de Stedehouw en de Regionale Planning.Van dit Handvest wordt verwacht, dat er53Problemen Stedebouw enVolkshuisvesting inregionaal verbandten overeenkomstige stimulerende invloed vanzou kunnen uitgaan als van de Charte d'Athe-nes, waarvan het congres de betekenis eerbie-digt".Zo gaf een persoonlijke, te hoog gespannenarabitie ten siotte aanleiding tot een belang-rijke aanbeveling, waarvan de uitvoering be-langstellend is tegemoet te zien. Ik acht hetin beginsel mogelijk dat Nederland tot hetconcipieren van een dergelijk handvest eenbelangrijke bijdrage zou kunnen leveren.De conclusiesDe conclusies en aanbevelingen, waartoe hetcongres overigens op de aangegeven wijze ge-komen is, vallen uiteen in twee groepen:die van de beide secties die zich met opzet,inhoud en verwerkelijking van streekplannenin het algemeen hebben bezig gehouden endie onderling een samenhangend geheel vor-men; die van de secties inzake volkshuisves-ting en agrarische vraagstukken, die elk minof meer op zichzelf staan, c.q. een specifiekeuitwerking geven van een facet, dat binnenhet kader van een algemeen streek-ontwikke-lingsplan aan de orde moet komen.Dit valt achteraf te meer op, omdat degrondtoon, die het geheel van rapporten, dis-cussies en conclusies beheerst deze is, dat eenstreekontwikkelingsplan een synthese behoortin te houden van alle ruimtelijke, economi-sche en sociale belangen, die in de streek le-ven, omvattende niet alleen het wonen, hetwerken, de recreatie en het verkeer, maar ookde maatschappelijke verhoudingen, cultureleontwikkeling en de planning der daarvoornodige voorzieningen.Het streekplan moet dus niet in de eersteplaats beschouwd warden als een r u im t e-l ij k bestemmingsplan, maar als het ruimte-lijke kader voor een -- zo breed mogelijkop te vatten -- algemeen maatschappelijkontwikkelings- plan.Het kan daarom ook niet zijn een facet-plan,want het beoogt in de eerste plaats een syn-these van facetten.Het mag dan ook geen verwondering wekken,dat de conclusies van de twee laatstbedoeldesecties minder belangrijk, minder principieelzijn dan die der eerste twee. Toch haddendeze secties een belangrijke functie, nl. dieinzake de Volkshuisvesting, om een belang-rijk aantal deelnemers dat daarin meer inhet bizonder geinteresseerd is discussiestof tegeven, en die inzake Agrarische belangen, omer toe bij te dragen de -- niet alleen tenonzent bestaande -- scheiding t.o.v. deze be-langensfeer te helpen overbruggen. Ware ditniet zo, dan zou men met evenveel rechtsecties hebben kunnen instellen voor tal vanandere facetten: Industrie, verkeer, recreatie,maatschappelijke voorzieningen, e.d.Opzet en verwerkelijking van streekplannenVat ik nu de conclusies van de beide eerstesecties samen, dan blijkt dat daaruit naast dealgemene tendens die hierboven reeds ge-schetst werd, nog de volgende punten naarvoren komen.Omvang en begrenzing van een ,,streekplan-gebied" dienen zodanig gekozen te worden,dat dit een functioned geheel vormt waar-binnen de genoemde plan-doeleinden op zin-voUe wijze nagestreefd kunnen worden; ditimpliceert een zekere mate van compleetheiden zelfstandigheid, nochtans, zonder te ver-vallen in het uiterste van een gei'soleerde,opzichzelf staande entiteit; het laatste komtook daarin tot uitdrukking, dat men hetstreekplan beschouwt als een overbruggingtussen gemeentelijke belangen enerzijds en al-gemene lands- en welvaartspolitiek anderzijds.Initiatief tot opstellen van een streek-ontwik-kelingsplan ^) kan uitgaan, hetzij van de staatof van regionale of provinciale bestuurlijkeinstanties, hetzij van speciaal daartoe in hetleven te roepen commissies van gemengde(ambtelijke en niet-ambtelijke) samenstelling,dan wel van particuliere comite's.Dit kunnen bestaande organen zijn (indien de1) Deze term dekt m.i. beter de hiervoor ge-schetste inhoud dan het gebruikelijkestreekplan, dat (nog) teveel het accent legtop het ruimtelijke aspect.streekplanbegrenzing samenvalt met een be-stuurlijke eenheid); zij kunnen ook gebaseerdzijn op een permanente samenwerking tussengemeenten. Gemeentegrenzen mogen geen be-letsel zijn voor een doelmatige planning.Uitwerking der plannen is een taak voor ge-specialiseerde teams (hetzij ambtelijk ofparticulier) van gevarieerde deskundigheid,waarin bijv. 66k de agrarische sector verte-genwoordigd zou moeten zijn.Vaststelling en goedkeuring echter zijn be-leidsbeslissingen resp. op regionaal en natio-naal niveau.Het Plan vormt een grondslag voor samen-werking tussen alle betrokken krachten eninstanties; het geeft aan wie verantwoordelijkzijn voor de uitvoering van onderdelen, enwelke wettelijke en financiele mogelijkhedener zijn voor de verwerkelijking.Het kan naar zijn inhoud voorkomen, ver-plichten, ondersteunen, of aanbevelingendoen.De uitvoering kan door het regionaal bestuurzelf ter hand genomen worden of alleen be-vorderd worden. Daarbij is het van veel be-lang te voorzien in de nodige middelen voorgrondpolitiek en investeringen op lange ter-mijn, waarbij eventueel te denken ware aanhet stichten van regionale credietinstellingen.Tenslotte wordt aanbevolen het opstellen vanstreekplannen te bevorderen in het geheleland, en alleen indien de beschikbare mid-delen en krachten dit niet mogelijk maken,dit te beperken tot de meest urgente gebieden.In deze laatste aanbeveling komt tot uitdruk-king hetgeen meer expliciet door diversesprekers tijdens de discussies gesteld is, nl. dateen goede algemene planning alleen op ge-meentelijk niveau in deze tijd niet meer mo-gelijk is.Een der aanbevelingen grijpt verder, en steltdat in bepaalde gevallen coordinatie tussenverschillende landen over de grenzen heennoodzakelijk wordt. Voorbeelden van derge-lijk overleg ontwikkelen zich in ons eigenland; in Twente en binnen het kader vande E.G.K.S.54UTILITEITSBOUWBURGERBOUWBETONWERKENWATERBOUWKUNDIGEEN HEIWERKENrAANNEMER/BEDRUFiI1BVANWUNEN^ DORDRECHTKantoor: DORDRECHT^ KROMHOUT 95^ TEL. 6941 (4 lijneii}Bijkantoor: Den Haag, Fr. Maelsonstraat 45, Tel. 553844VACATUR(vervolg)DIENST DER PUBLIEKE WERKENAMSTERDAMBij de afdelingGrondbedrijf(onderafdeling Prijsbepaling) kan worden geplaatst eentechnisch ambtenaaroftechnisch ambtenaar 1e klasvoor het maken van prijsberekeningen van in erfpachtuit te geven bouw- en industrieterreinen en daarmedeverband houdende werkzaamheden.Het bezit van een diploma h.t.s. of een daaraan gelijk-waardige opleiding is vereist.Rang en salaris, afhankelijk van ervaring en leeftijdnader overeen te komen (salarisgrenzen: minimumf. 5.182,85; maximum f. 8.493,24 per jaar, exclusief iiuur-verhogingscompensatie).Leeftijd tot 35 jaar.Vergoeding pension-, reis- en verhuiskosten volgens degemeentelijke regeling.Sollicitaties onder no. 40318 in te zenden bij de Direc-teur der Gem. Personeelsvoorziening, Sarphatistraat 92,Amsterdam-C.PROVINCIALE WATERSTAATVAN NOORDHOLLANDBij het bureau van de Provinciale Planologische Dienstvan NoordhoUand kan worden geplaatsteen Technisch Ambtenaarom leiding te geven aan het personeel op de tekenkamer,in de rang vanTechnisch ambtenaar-A,jaarwedde / 5.923,68Technisch ambtenaar-B,jaarwedde / 6.474,36Technisch ambtenaar-C,jaarwedde / 6.837,00/ 7.776,72,/ 8.298,24 off 8.641,68,(incl. 6% en 5.6% verhoging), vermeerderd met een huur-compensatie van 2% (min. / 161,68 -- max. / 208,72).Aanstelling boven het minimum-salaris is mogelijk.Gegadigden moeten ruime ervaring hebben op stede-bouwkundig gebied en administratief onderlegd zijn. Eendiploma Hogere Technische School, afd. bouwkunde,strekt tot aanbeveling.Schriftelijke sollicitaties te richten aan de Hoofdinge-nieur-Directeur van de Provinciale Waterstaat vanNoordhoUand, Nieuwe Gracht 47, Haarlem, onder ver-melding van no. 4.Door toepassing vane?c?uuj warmtemeters: betaalt iedere aangeslotene op cen-trale blokverwarming uitsluitend het.eigenwarmteverbruik; bevordert men een economische ver-warming en wordt brandstofverspillingvoorkomen; wordt een brandstofbesparing vangemiddeld 28% bereikt; worden meningsverschillen over deverwarmingsrekening tussen eigenarenen huurders voorkomen; wordt een van de moeilijksfe takenvan het flatbeheer, t.w. het verdelen vandeverwarmingskosten, dooreen neutrale,landelijk georganiseerde instantie be->handeld.Er is 66k een wvnma warmwotermeter,die de hoeveelheld afgenomen warm-water per woning registreert.Uitvoerige inlichtingen wordenU op aanvraag goarne verstrekt.WARMTEMETER N.V.Postbus 179 Tel: 01800-66126 SCHIEDAMProhlemen Stedehouw enVolkshuisvesting inregionaal verbandDiscussiesGevaar van conclusies, zoals hierboven weer-gegeven is, dat ze in feite niet weergevenwat er op het congres is behandeld, maardaarvan slechts een ,,grootste gemene deler"opleveren, nl. datgene waarover men het(bij benadering) eens was. Het belang derbesprekingen is echter minstens zozeer gelegenin de problematiek die besloten ligt in de --uit die conclusies niet aan het licht tredende-- verschillen van inzicht, of uit opmerkingendie voor de verantwoording blijven van delanden of personen welke deze naar vorenbrachten.Als voorbeeld hiervan moge ik noemen eenverschil van opvatting omtrent planning ,,vanonderop" (Frankrljk) of ,,van bovenaf" (En-geland) of tussen economische planning alsvoornaamste impuls (Oost-Europa) dan welruimtelijke ordening als uitgangspunt (West-Europa).Ook aan de betrekkelijk simpele definitievan het streekplangebied als ,,functioneleeenheid met een beperkte mate van zelfstan-digheid" is begrijpelijkerwijs heel wat discussievoorafgegaan, omdat -- hetgeen in de formu-lering der conclusies al weer niet tot uit-drukking komt -- het instellen van eenstreekplan altijd een zekere mate van aan-tasting betekent van de gemeentelijke autono-mie, en het is waarlijk niet in Nederlandalleen dat dit (nog) niet gemakkelijk te ver-teren valt.Ook de opmerking dat het opstellen vanstreekplannen kan geschieden hetzij doorambtelijke, hetzij door niet-ambtelijke instan-ties, verbergt een tegenstelling: enerzijds werdgesteld, het kan alleen ambtelijk i.v.m. detoegankelijkheid van allerlei gegevens; ander-zijds (Zuid Afrika) werd naar voren gebrachtdat particuliere instellingen veel vrijer zijn inhun oordeelvorming (hetgeen van invloed isop objectiviteit en creativiteit).Unaniem was men het er echter over eens,dat het plan resultaat moet zijn van team-work, en ,,de uitkomst van een onderzoek,waarin alle geografische, economische, sociale.aesthetlsche en culturele aspecten zijn verdis-conteerd". Minder eenvoudig evenwel bleakhet punt van de verhouding tussen deskundi-gen en politici; een onderwerp dat met echtFranse welsprekendheid werd aangesnedendoor de heer Pisani, die meer beslissingsvrij-heid opeiste voor de beleidsfiguren en waar-schuwde tegen ,,het dirigisme der deskundi-gen". Ook hier is de ,,conclusie" (schijnbaar)eenvoudig: deskundigen stellen o p, politicistellen vast. De werkelijkheid is echter --zeker in regionaal verband -- heel wat ge-compliceerder. Ik meen de teneur der hier-over gevoerde gedachtenwisseling die -- he-laas -- maar zeer summier in de notulen isvastgelegd, zo te mogen samenvatten, dat (inbeginsel) de deskundigen gezien moeten wor-den als a d v i s e u r s die in ruime mate ge-legenheid moeten hebben -- eventueel ookin het openbaar -- hun advies toe te lichten,alvorens in het beleidsvlak beslissingen vallen;in bepaalde gevallen zou zelfs -- naar hetoordeel van de heer Pisani -- een referendumonder de bevolking overweging verdienen:,,de grote distantie tussen deskundigen enbelanghebbenden moet politiek overbrugdworden"; en,,in een vrij land als het onze dlent het plande -- meer of minder bewuste -- wens tezijn van de bevolking".Ook in andere opzichten was het betoog vande heer Pisani -- die als ,,animateur" fun-geerde in de sectie ,,verwerkelijking vanstreekplannen" -- belangwekkend.Zo onderstreepte hij de noodzaak van regio-nale planning, enerzijds omdat de gemeentenzelfstandig veelal niet in staat zijn om opeconomisch, sociaal en cultureel gebied tebeantwoorden aan de eisen en behoeften vanhet moderne leven (,,de gemeente-indeling vanNapoleon is niet meer adequaat voor onzemaatschappij; ,,la region" is een nieuwe le-vensvoorwaarde"), anderzijds om een (nood-zakelijk) tegenwicht te geven tegen de cen-traliserende krachten der moderne samenle-ving, en -- tenslotte -- omdat men gezamen-lijk, in regionaal verband kan beschikken overmeer (of betere) specialisten op stedebouw-kundig, civiel-technisch, agrarisch, en andergebied.Bij dit alles was dus kennelijk ook gedachtaan de streek als bestuurseenheid, alhoewelhet congres omtrent de al of niet wenselijk-heid daarvan geen duidelijk standpunt heeftingenomen.Volkshuisvesting in streekverbandDe eerste conclusie dezer sectie houdt in, dathet een taak is van de overheid, er door ge-elgende financiele en wettelijke maatregelenvoor zorg te dragen dat elk gezin kan be-schikken over ,,een prettige en gezonde wo-ning met alle technische gemakken die mo-gelijk en bereikbaar zijn, en in overeenstem-ming met de gezinsgrootte".Deze stelling, hoe belangrijk op zichzelf --vooral in landen waar de overheidszorg voorde volkshuisvesting nog in de kinderschoenenstaat -- valt strikt genomen buiten het eigen-lijke thema: de streek.In streekverband wordt onderzoek nodig ge-acht naar de behoefte aan nieuwbouw, ver-betering en vervanging van woningen en vanalle voorzieningen, teneinde deze in over-eenstemming te brengen met het door in-dustriallsatie gestegen levens-niveau en metde wensen van de bevolking.Het woningbouw-programma moet opgezetworden in relatie tot het streekplan om eenevenwichtige ontwikkeling en synchronisatievan industrie-ontwikkeling, woningbouw, ste-debouwkundige uitleg en voorzieningen tewaarborgen.Bij de uitvoering dient -- om kosten te spa-ren en kwaliteit te verbeteren -- continui'teitte worden nagestreefd, waartoe een zekeremate van centrallsatie van bevoegdhedennoodzakelijk wordt geacht. Voorts wordt ge-wezen op de noodzaak van grondpolitiek oplange termijn en onteigenings- of aankoop-bevoegdheid t.a.v. grond maar ook t.a.v. oudebebouwing.En tenslotte wordt gepleit voor voldoendegroen-gordels zowel door het openhouden van55Problcnicn Stcdcbouw enVolkshuisvesting inregionaal verbandlandelijk gebied als door aanleg van recreatie-gebieden waar deze ontbreken.Ook in deze kring acht men ecn ruim gebruikvan moderne voorlichtingsmiddelen noodza-kelijk, om de belangstelling en steun te ver-krijgen van de bevolking voor het uitvoerender plannen.DiscussieDe hierboven samengevatte conclusies zijn hetresultaat van langdurige, weinig boeiende be-sprekingen. Van een eigenlijke discussie, eengesprek, was eigenlijk nauwelijks sprake. Doorde ,,aniniateur" waren in de eerste zittingeen 11-tal vragen ter discussie gesteld, en een20-tal sprekers heeft daar zonder veel samen-hang op gereageerd; de commissie van re-dactie heeft uit deze reacties de conclusiesopgebouwd.De eerste -- algemene -- conclusie, het wen-selijke woonpeil betreffende (zie boven) mogemen zien als resultante uit twee krachten:Van Dcense en Duitse zijde werd sterk aan-gedrongen op een zo hoog mogelijk opvoerenvan het woningpcil met het oog op toekom-stige wooneisen i.v.m. een stijgend welvaarts-peil. Daarom geen minimum woningen bou-wen, maar bovendien in de bouwprogramma's66k het vervangen der verouderde woning-voorraad verdisconteren om sociale spannin-gen en discriminatie te voorkomen.Daartegenover werd van Engelse zijde nuch-ter gesteld dat beperkingen aanvaard dienente worden, dat men ,,geen oude schoenen magweggooien zolang ze bruikbaar zijn", omdatwe nu eenmaal niet op korte termijn de helewereldbevolking opnieuw kunnen huisvesten.De conclusie inzake grondpolitiek op langetermijn -- hoewel lets ultvoeriger dan hier-boven door mij werd overgenomen -- is vrijvaag gebleven, hetgeen moeilijk anders kon,gezien de veelheid van meningen die hieroveris naar voren gebracht, waaruit ik alleen nognaar voren zou willen halen dat -- met namenaar Zweedse opvatting -- de eenmaal voorstadsuitbreiding verworven grond niet meerverkocht zou behoeven te worden, maar voorz6 lang in erfpacht ware te geven als debebouwing er op rederlijkerwijs geacht kanworden mee te zuUen gaan.Met veel nadruk tenslotte is van verschil-lende zijde gewezen op het helang van hetrealiseren van voorzieningen gelijktijdig metof zelfs vooruitlopend op de wonlnghouw;zulks ook zoveel mogelijk t.a.v. het groenom de woningen waarbij -- terecht m.i. --gesteld werd dat dit een voorwaarde is voorhet te verlangen respect van de bevolkingvoor de kostbare aanleg.Gewaarschuwd werd tegen het op groteschaal toepassen van hoogbouw, hetgeen zelfsvolgens een spreker blijkens onderzoek aan-leiding zou zijn tot meer jeugdcriminaliteitdan men in achterbuurten vindt.Agrarische aspectenDe vierde sectie heeft -- afgemeten naar deomvang der verslagen en conclusies -- in ver-houding tot de andere minder aanleiding ge-geven tot principiele uiteenzettingen of uit-voerigc discussies.De conclusies komen hierop neer:Agrarische zones moeten beschouwd wordenals essentiele onderdelen van een streekplan,met hun eigen ,,rechten" en niet slechts alsafhankelijk van stedelijke of andere niet-agrarische ontwikkelingen.De streekplannen behoren er toe bij te dra-gen dat ook de plattelandsbevolking deel heeftaan betere levensomstandigheden die de stede-ling al geniet, zonder evenwel afbreuk tc doenaan de voordelen van de landelijke omgeving.Doelmatige planning van de agrarische zonesdient onder meer in te houden:structurele en technische agrarische verbetering;een oplossing voor het probleem der margl-nale bedrijven;invoeren van vervangende of aanvuUendebestaansmogelijkheden;hergroepering van nederzettingen teneinde debeoogde doeleinden te benaderen.Ook in deze sectie werd in de discussies hetbevorderen van raenselijk geluk door goedelevensomstandigheden als voornaamste doe!van de planning voorop gesteld, boven tech-nische of economische doeleinden.Vandaar dat in de conclusie, maar vooral ookin de discussie, met nadruk de noodzaak naarvoren komt om de agrarische gebieden op eengelijk voorzieningen-niveau te brengen als desteden:,,het gevaar van ontvolking van het platte-land kan slechts door een betere verzorgingworden tegengegaan; een dorp kan slechts toteen beter verzorgingsniveau gebracht wardendoor planning van de streek, waarvan hetdeel uit maakt". 'Ik acht het van belang hier nog op terugte komen in het -- thans volgende -- laatstedeel van dit verslag, nl. een weergave vande rapporten voorzover nog van belang teraanvulling of toelichting van het vooraf-gaande.De rapportenTijdens het achteraf -- mcde ten behoevc vandeze verslaggeving -- zorgvuldig bestuderender rapporten, heb ik mij niet van de ge-dachte kunnen losmaken, dat de rapporteurs,-- die zich voor het samenstellen daarvanzeer veel moeite moeten hebben gegeven --teleurgesteld moeten zijn geweest door de zeergeringe aandacht die daaraan tijdens de be-sprekingen gegeven is.De wellicht -- belangrijkste oorzaak daarvanheb ik al genoemd, nl. het te laat uitkomender publicatic. Als twccde oorzaak is mogelijktoch ook aan te mcrken de uitvoerigheid vanhun beschouwingen: een drietalig boekje van275 pagina's. Deze uitvoerigheid moge be-grijpelijk zijn uit een oogpunt van gewetens-voUe weergave der bestudeerde stof, maar isonhandelbaar als discussiebasis.Ik zou me kunnen voorstellen dat de alge-mene rapporteur, die in dit en voorgaandecongressen zich gewoonlijk beperkt tot eensamenvattende beschouwing aan het begin,om het congres ,,op temperatuur te brengen",een volgende maal -- indien de tijd dat toe-laat -- uitdrukkelijk opdracht krijgt tot hetformuleren van een beperkt aantal punten56I'rohlcmen Stcdcbouw enVolkshuisvesting inreponaal vcrhanddie -- blijkens dc deelrapporten -- in hetbizonder voor nadere discussie in aanmer-king komen. Zonder een dergelijke doelge-richte bewerking zal men er m.i. niet in sla-gen het op zich zelf belangrijke voor-werkin evenredigheid tot de moeite die eraan be-steed is tot een integrerend bestanddeel temaken van het congres.Het is helaas nict mogelijk, binnen het kadervan dit artikel nog een enigermate completeweergave der deelrapporten te geven. Eenieder die nader geinteresseerd is in de erva-ringcn en opvattingen t.a.v. het streekplan-wcrk in andcrc landen, kan zich de oorspron-kelijke rapporten zclf verschaffen, in hetFrans, Duits en Engels, waarbij er op zij ge-attendeerd dat de vertalingen niet van gclijkekwaliteit zijn.Ik beperk mij hier tot het aanhalen vanenkele -- persoonlijk getinte opmerkingen, enallereerst die, waaruit blijkt, dat verscheidenerapporteurs -- blijkbaar op grond van gelijkeindrukken uit het door hen bewerkte mate-riaal -- de menselijke factor vooropstellen alsdoel van alle planning:James Adams (Engeland), rapporterende over,,aard en doeleinden der regionale plannen"(rapport 1), zegt:,,Er blijkt een algemene overeenstemmingte zijn, dat het gaat cm het scheppen ofbehouden van goede leef- en werkomstan-digheden voor dc m e n s".R. Puget (Frankrijk), over ,,voorstelIen die inde regionale plannen zijn begrepen" (rap-port 2):,,De idee der ruimtelijke ordenlng begintzich -- zij het nog slechts langzaam -- loste maken uit het engere begrip stedebouw;daarbij is de ,,menselijke factor" het voor-naamste uitgangspunt, zij het steeds tegende achtergrond van natuurlijke omstandig-heden en economischc mogelijkheden".V/ggo Norby (Denemarken), over ,,volkshuis-vesting in regionaal verband" (rapport 4):,,De woning is basis voor het welzijn vanhet gezin, bron van psychische en physiekegezondheid, en brengt als zodanig tot uit-drukking onze bonding tegenover de sa-menleving waarin wij leven, en ons ver-mogen om de problemen op te lossen waar-voor wij komen te staan".,,Een goed doordachte wooneenheid is veelbelangrijker dan grootse ruimte-effecten".Mr. ]. Vink (Nederland), rapporterende over,,de agrarische vraagstukken" (rapport 5):,,De beslissende factor is de m e n s e 1 ij k efactor. De gehele planning-machinerie mistzijn werkelijke doel, wanneer hij er niet toebijdraagt zoveel mensen als mogelijk isin staat te stellen tot volledlger en rijkerleven".Bizonder belangwekkend in mijn ogen is eenbeschouwing die Puget verbond aan het vraag-stuk van integratie van stad en land. Naarzijn oordeel wordt deze -- blijkens de doorhem geanalyseerde rapporten der verschillen-de landen -- nog te veel beschouwd vanuitde stad en met oog op haar behoeften aangroenten, bloemen, recreatie e.d.; te weinigdaarentegen met het oogmerk van een hierar-chisch verband tussen steden, grote dorpen enkleinere dorpen, hetgeen ertoe zou kunnen bij-dragen de agrarische bevolking meer deel telaten hebben aan het stedelijke leven.Een gedachte, die door meerdere sprekers isnaar voren gebracht (vergelijk ook Pisanlhierboven en de conclusies van de agrarischesectie) maar die door Puget in een persoon-lijke beschouwing aan het eind van zijn rap-port toch wel bizonder klemmend is gesteld.Hij constateert in de samenleving twee ten-denzen die in onze tijd wel zeer speciaal be-tekenls krijgen, nl. arbeidsverdeling, gepaardgaande met toenemende specialisatie en af-hankelijkheid, en verkeersversnelling met alsgevolg afstandsverkorting.Zij leiden z.i. onontkoombaar tot concen-tratie in steden (waar de specialisatie niet al-leen het voor haar noodzakelijke afzetgebiedvindt, maar ook het voor haar ontwikkelingvereiste milieu) en tot afvloeiing van bevol-king Hit het platteland. De huidlge betekenisvan verkeersrelaties betekent zelfs dat plaat-sen op tweederangs situaties gedoemd zijn uit-geschakeld te worden wanneer hun verkeers-positie niet verbeterd wordt.Dit alles kenschetst -- meent hij -- een ge-heel nieuw stadium in onze beschaving.Men mag deze ontwikkeling volgens schrijverniet aan ,,het vrije spel der krachten" over-laten, waarin blijkens ervaring prive-belangeneen te grote rol spelen en hetgeen aanleidinggeeft tot overconcentratie hier en ontvolkingelders. (Het is duidelijk dat de Franse erva-ringen van schr. in deze beschouwingen eengrote rol spelen; zie ,,Paris et le desert fran-cais" e.a. Franse publicaties). Puget acht hetnoodzakelijk, te komen tot een bestudering enplanning van nederzettingen in een hierar-chisch onderling verband. Daarbij zou men-- zoals in Frankrijk -- uit kunnen gaan vanhet relateren van een aantal gehuchten toteen kern-dorp; deze kern-dorpen te orienterenop een gezamenlijk centrum, en zo vervol-gens tot een ,,streek" waarin bijvoorbeeld1,5 a 3 miljoen inwoners leven.De hoofdstad van zulk een streek omvat danbijvoorbeeld een universiteit, ziekenhuis, ge-rechtshof, bestuurscentrum, etc. en hier wor-den ook een of meer couranten uitgegeven.De geleding van zulk een hoofdstad weer inwijken of buurten is volgens schrijver een taakdie niet tot het streekplanwerk behoort, maarmeer een zaak van stedebouw. De verwant-schap tussen het principe dat hier voor deordening in groot verband naar voren wordtgebracht, en het beginsel van ,,stadsgeleding"door wijk- en buurtvorming, is echter opval-lend groot.Tenslotte wijst schr. er met nadruk op, dateen dergelijke opzet voor ruimtelijke ordenlnggepaard moet gaan met tal van organisato-rische maatregelen tot sociale en economischegezondmaking: om ergens industrie tot ont-wikkeling te brengen kan het noodzakelijkzijn te beginnen met het bouwen van een zie-kenhuis, een hotel, of een kantongerecht, ofmet het exploiteren van een openbaar ver-57Problemen Stedehouw enVolkshuisvesting inregionaal verbandStedehouwKroniekvoermiddel, dit alles om het ,,klimaat" tescheppen dat nodig is om de mensen aan tetrekken die aan daze Industrie leiding moetengeven of de mensen vast te houden die er inzullen gaan werken.BesluitTot slot nog een verkorte weergave van despeech waarmee de nieuw benoemde voor-zitter van de Federation, de Fransman JeanCanaux, het congres in aanwezigheid vandiverse hoogwaardigheidsbekleders besloot.Naar mijn mening een der hoogtepunten vanhet overigens weinig spirituele congres.Ik ben me echter bewust dat dit oordeel nietdoor alle aanwezigen gedeeld werd. Er wordtmelding gemaakt van zeer uiteenlopende reac-ties op deze rede, die tevens een poging wasom het bestek uit te zetten voor de activiteitenvan de Federation gedurende de komende zit-tingsperiode.,,Vrienden!Tegenover de grote taak waarvoor we gesteldzijn vallen alle onderscheidingen weg en kun-nen we slechts als vrienden tot elkander spre-ken.De nieuwe ontwikkelingen die zich in de tech-niek en op andere gebieden voltrekken, bren-gen een omwenteling teweeg, waarvan we onsde consequenties nauwelijks bewust kunnenmaken:-- binnen 40 jaar: verdubbeling van de we-reldbevolking-- nieuwe werelden moeten ontsloten worden-- een twee maal zo grote bevolking moetniet alleen gehuisvest en sociaal verzorgdworden, maar er moeten ,,burgers" vangemaakt worden.Dit alles betekent een enorme toeneming vande urbanisatie: verviervoudiging van de stads-bevolking voor het einde dezer eeuw omdatagrarische gebieden slechts in beperkte matebevolking kunnen opnemen.Er is te veel werk om te slapen!Nieuwe steden moeten tot stand worden ge-bracht, met nieuwe winkels, scholen en alleswat er verder bij hoort.En dit alles in goede relatie tot elkaar.Van huis tot wereld.Het zijn onze kinderen die in deze wereldleven zullen.We mogen niet alleen de pretentie hebbendeze taak te zien, maar we moeten het werkook volbrengen!Spiritueel, intellectueel en technisch.De Federation heeft in dit verband een be-langrijke functie. Zij zal haar taak over an-dere werelddelen moeten uitstrekken, waartoeeen nieuwe organisatie nodig is; gedecentrali-seerd over landen en streken van de wereld,zoals er reeds in enkele landen vergelijkbareorganisaties zijn.Maar zij zal ook andere kringen in haar werkmoeten betrekken. Waar is de hygienist dieons zegt wat goed is en wat niet? En waarzijn alle andere specialisten die voor onzetaak nodig zijn?Waar zijn de figuren uit het maatschappelijkeleven die ons ter zijde willen staan?Kom tot ons om samen te werken en om nate denken over onze tehees!Het leven is dynamisch en w
Reacties