stedebouw volkshuisvestingUitgave van hetNederlands Instituut voorVolkslmisvesting en StedebouwIn dit nummer De leefbaarheid van het plattelandStedebouwVolkshuisvestingOffki'ele mededelingenSummary1 januari 1960^AA ^^C^UiMt dor pel striplengtc paiscnd voor atlcdcurbreedlen.vastgcstcldc vcrUooppriJs\ 1.85 per Jtuklevering via de ijxerhandetnaam wett. gcdep-govdgv'kourd door de ned.Ind.- en handelsondern. ELTON wassenaar tel. 0 1751-3077A. E. V. d. Voet & Zn.Leiden -- Tel. 23492Voor ventilatie enRookgasafzuiging-| f50 Jaarervaring....en ervarina is niet tevervangenis onbetwist de meest geschikteA n r^nn Aeaia TUT muurveH voor binnenwerk en^LPNi^TEX >^ordt zeer gunstig beoordeeidU^VrnViraU^lX 15^ j^^^ ^^j veriinstituut T.N.O, teDelft.WasbaarOnverzeepbaarZuurbestendigVERFFABRIEK ALPHAv/h Gebr. Klaverweiden N.V. Alphen a.d. RijnTeleloon K 1720-2192Bouwstoffenhandel en Houtkoperij n.v.ALUS OP MAAT GEZAAGDkokers, buizen, pijpen (met hulpsiukken)golfplaten en leiengeribde platenmassal (voor vensterbanken, schoorsieen-mantels)glasal (voor lambri's, tafelbladen, enz.)internitboardvlakke platenPical (zacht asbest)Gijproc gipsplaten, Gijpunii-panelenPlastic-, golf- en vlakke platenDak- en isolatie-platenLinex - Sisalkraft - BoardsFormica Schuimplastic HoutDEK HAAGGROENEWEGJE 14-22A - TELEF. 117732-116118Makelaarskantoor A.W.VAN VLIETKorte Tiendeweg 10 - GOUDA - Telefoon 3509belast zich gaame metHypotheekbemiddeling en alle verzekeringenMUURVERF problemenfVOORKOM PROBLEMEN EN PASBETONALINE.TOIde verrassendemuurverf opoUebasis,iN.Y. BRISTOL-HOLLANDHonselersdijk ? tel. 01740-4199Voor GLASKuipershaven 28-29-30 DORDRECHT Telefoon 7245Het adres voor SPECIALE BEGLAZINGSMATERIALENS& VUitgave van hetNederlands Instituut voorVolkshuisvesting en Stedebouwjanuari 1960Maandhlad41e jaargang no. 1Redactie:Mevrouw Prof. C. W. VisserMe']. R. HartstraIr. B. FokkingaMr. C. A. van GorcumH. ]. A. Hovens GreveProf. Mr. A. KleijnDrs. R. KokIr. P. K. van MeursDr. S. O. van PoeljeMr. Ir. M. M. van PraagH. van SaancW. ScheerensIr. W. van TijenDrs. H. V. d. WeijdcIr. W. WissingAdres voor Redactie en Abonnementen:Lange Voorhout 19, 's GravenhageTelefoon 1S4225Advertenties:Keizersgracht 188, Amsterdam-C.Postgiro nummer 113028Telefoon 249128Dit nummerbevat als voornaamste artikel de tckst van een Iczing van Ir. Petri over de leefbaarheid vaihet platteland. Daarmee wordt een probleem aangerocrd, dat voor de ontwikkeling van onsland, in rmmtelijke en andere zin, van steeds meer gewicht wordt. De Redactie heeft sedertenige tijd een plan in overweging om een nummer tc wijden aan het vervagen van de tegen-stelling van stad en platteland, vooral gezicn in zijn consequenties voor de rmmtelijke orde-ning en het wonen. Een dergelijk nummer vergt een zorgvuldige voorberciding op lange termijn.Het ondcrwerp is intussen bclangrijk en veelzijdig genocg nni, zander dat dit hinderlijk opdat plan zou vooruitlopen, over een aspect ervan een beschouwing op te nemen. Men moetdele beschouwing van Ir. Petri zien als een proeve van overdenking van een stedebouw-kundige, die met het probleem, dat hij stelt, is geconfronteerd en die er zijn visie op geeft,waarbij hij intussen ook van de uitkomsten van onderzoek gebruik maakt .Wat de rubrieken in dit nummer betreft wijzen wij in het bizonder op het verslag van deCommissie voor het examen voor middelbaar planologisch onderzoeker in 19^9.InhoudDe leefbaarheid van het platteland, Ir. BinnenlandJ. Ph. L. Petri 3 Overzicht van Tijdschriften1315StedebouwBinnenlandOverzicht van TijdschriftenOffici'ele Mededelingen8 Nederlands Instituut9Summary1520VolkshuisvestingZijn we op de goede weg met de volks-huisvesting en stedebouw? Drs. J. Barends 12Abonnementsprijs f 16,--. Losse nummers f 2,--.De leden van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw (lidmaatschap voorphysieke leden f i5,--j en de leden van de Nationale Woningraad ontvangen het blad kosteloos.stedebouwenvolkshuisvestingUitgave van hetNederlands Instituut voorVolkshuisvesting en Stedebouw40e jaargang 1959INHOUDI. BinnenlandAdviescommissiesbladzijdeB1ir de r^iAdviescommissie Woningbouw voor de f^iMijnstreek 210 jBejaarden cHuisvesting en verzorginjj van bejaar-den in na de oorlog tot stand gekomenpensiontehuizen, naar de toestand inde tweede helft van 1958 (artikel D. C.van der Poel en J. G. F. Terwindt) 215, 263BestuurMr. G. C. van der Wiliigen waarne-mend voorzitter 99Dr. Jr. F. Bakker Schut voorzitterschaphervat ; ? 164Herbenoeming Prof. Ir. A. Kraaijen-hagen als lid dagelijks bestuur 190Benoeming Drs. A. Bertoen tot lid da-gelijks bestuur 190Aanwijzen Mr. H. Bavinck als lid vanbet bestuur 228Aanwijzen Mr. D. M. Meertens als lidvan bet bestuur 228Aanwijzen Mr. E. van Haersma Bumaals lid van het bestuur 228BezonningDe bezonning van woningen (artikelA. J. Kruger) 167BibliotheekNieuwe aanwinsten van de bibliotheek72, 190, 257BoekbesprekingHet woningvraagstuk in een beslissendefase. Geschriften van de Prof. Mr. B.M. Teldersstichting No. 5 151D. C. van der Poel, Mens en woningin de gemeenschap 159Bond van Nederlandse Stedebouw-kundigenVermenigvuldigingscijfer 1959 44Installatie Ereraad 44Practisch werken voor stedebouwkun-digen en architecten in de VerenigdeStaten 192BouwbedrijvigheidMaandstatistiek van de bouwbedrijvig-heid 96bladzijdeCommissiesCommissie stedebouwkundig aspect ser-vice-stations 283ExamensExamen middelbaar planologisch on-derzoeker 43ExcursieExcursie Leiden 100, 190, 228Gemeenten, Provincies, GewestenAmsterdamWoningtekort 96Woningbouw voor bejaarden 163Nota woningonderzoek 210Woningbouw buiten de gemeente .... 282Woningwetbouw 282AnloBeroep belanghebbende tegen bezwaarAnlo betreffende een voorgenomen ont-ginning ongegrond verklaard 92Bergen (L.)Bezwaar i.z. voorgenomen oncginningvan terreinen 259DordrechtSaneringsnummer:Inleiding (artikel Ir. W. Wissing) .... 103Enkele technische facetten van het plan(artikel Ir. G. Bijleveld) 108Het basisplan voor de sanering vanDordrechts binnenstad (artikel Ir. S. J.van Embden) IllDe administratieve aspecten van hetDordtse saneringsplan (artikel Mr. J. P.A. van der Hoeven) 117Behoud of vernieuwing van Dordrechtsbinnenstad (artikel R. C. Hekker) 121Het wonen in de binnenstad (artikelDrs. R. Kok) 133DwingelooIntrekking bezwaar i.z. ontginning vanenkele percelen 191Etrtmen ' ?**Inleiding Emmen-numnier door Mr. K.H. Gaarlandt, burgemeester 3Van sylex tot Terlenka (artikel Ir. L.S. P. Scheffer) 4Statistische gegevens 12Volkshuisvesting en woningbouw (arti-kel Ir. G. Maas) 16De open groene stad, een structuurplanvoor Emmen (artikel Ir. N. A. de Boer) 31bladzijdeEnschedcBouw van Torenhuizen 163's-GravenhageWederopbouw Bezuidenhoutkwartier . . 92De Haagse agglomeratie 181Het plan Wilsveen 202HaarlemBezwaar i.z. voorgenomen inrichtingtot houtopslagplaats 259HaarlemmermeerWoonkern en luchthaven 177Heel en PanheelBezwaar i.z. de uitbreiding van eenkippenfokbedrijf 259LeidenExcursie 100, 190, 228Leiden (artikel A. J. Jongeleen) 231Stedebouwkundige problemen en plan-nen van Leiden en omgeving. Typeringvan de Leidse agglomeratie (artikel Ir.J. C. H. Drost) 237Behoud van Recreatieterrein 279RotterdamWoningbouwsysteem Coignet 96Bouw hoge woongebouwen 163UtrechtVerkeersplan 92Exploitatie en toelichting uitbreidings-plannen 154VelsenBezwaar i.z. voorgenomen verbouwingen uitbreiding van een fabriek 259ZeistUitspraak Hoge Raad omtrent toepas-sing begrippen wonine en gebouwi.v.m. eis bouwvergunning ingevolgeart. 6, eerste lid van de Woningwet opeen kampeerwagen 96'ZelhemBezwaar i.z. voorgenomen ontginningperceel 100Bezwaar i.z. voorgenomen werkent.b.v. ontginning van enkele percelen 259ZuidwoldeBezwaar i.z. voorgenomen ontginningen afgraving in het gebied van ,,DeWildenberg" 44bladzijdeOverijsselExploitatie uitbreidingsplannen 204ZeelandVragen van de heer Westerhout d.d.22 januari betreffende 'woningvoorzie-ning ten plattelande Zeeland, met ant-woord van de Minister 95de BeerHet Natuurreservaat de Beer en plan-Europoort 92Midden DelflandMidden Delfland (artikel Ir. J. P.Fokker) 171WalcherenHerziening streekplan 92Grootboek WoningverbeteringWetsontwerp opheffing Grootboek Wo-ningverbetering 282Hoge bouwBouw van Torenhuizen Enschede .... 163Bouw hoge woongebouwen Rotterdam 163Honorarium-regelingVermenigvuldigingsciifer 1959 Honora-riumregeling voor StedebouwkundigWerk (R.S. 1955) 43Uiteenzetting HonorariuracommissieStedebouwkundig Werk i.z. R.S. 1955 61HurenWoningbouwsubsidies en huurverhoging 95Advies Sociaal-economische Raad in-zake huurbeleid 161Nota sociaal-economisch beleid in denaaste toekomst 162Kampeerwagens en WoningwetUitspraak Hoge Raad omtrent toepas-sing begrippen woning en gebouwi.v.m. eis bouwvergunning ingevolge, art. 6, eerste lid van de Woningwet opeen kampeerwagen 96Kroniek en Kommentaar39, 58, 174, 276LandarbeidersDe huisvesting der landarbeiders, Enigeaanvullende opmerkingen (artikel P.Statema) 158LezingenLezingcn inzake Erankrijk 43LuchthavensWoonkern en luchthaven Haarlemmer-tneer "177bladzijdeMededelingen (Officiele)43, 71, 99, 164, 190, 228Nationale WoningbouwmaatschappijVoorstel Nationale Woningbouwmaat-schappij 97NatuurreservaatHet Natuurreservaat de Beer en plan-Europoort 92OverheidssteunWoningbouwsubsidies en huurverho-ging ???. ; 95Nota sociaal-economisch beleid in denaaste toekomst 162Voorschot en premie woningbouw .... 210Wijziging van de subsidieregelingen . . 255PremieregelingPremiebouw 161Voorschot en premie woningbouw .... 210Wijziging van de subsidieregelingen . . 255PublikatiesRapport van de Commissie Stedebouwen Luchtbescherming 84, 99RecreatieMidden Delfland (artikel Ir. J. P.Fokker) 171Behoud van Recreatieterrein Leiden .. 279Ruimtelijke ordeningOntwerp-overgangswet ruimtelijke or-dening en volkshuisvesting 142Zandwinningsvraagstuk 255RijksbegrotingDe begroting van Volkshuisvesting enBouwnijverheid in de Tweede Kamer 67Rijksdienst voor het Nationale PlanBezwaar Zuidwolde i.z. voorgenomenontginning en afgraving in het gebledvan ,,De Wildenberg" 44Beroep belanghebbende tegen bezwaarAnio betreffende een voorgenomen ont-ginning ongegrond verklaard 92Bezwaar Zelhem i.z. voorgenomen ont-ginning perceel 100Intrekking bezwaar Dwingeloo i.z. ont-ginning van enkele percelen 191Bezwaar Haarlem i.z. vooreenomen in-riohting tot houtopslagolaats 259Bezwaar Heel en Panheel i.z. de ult-breiding van een kippenfokbedrijf .... 259Bezwaar Bergen (L.) i.z. voorgenomenontginning van terrein 259Bezwaar Zelhem i.z. voorgenomen wer-ken t.b.v. ontginning van enkele per-celen 259Bezwaar Velsen i.z. voorgenomen ver-bouwing en uitbreiding van een fa-bfiek 259bladzijdeStadsvernieuwingDe Internationale Studieweek overStadsvernieuwing (artikel P. T. van derHoff) 47Dordrecht-nummer:Inleiding (artikel Ir. W. Wissing) 103Enkele technische facetten van het plan(artikel Ir. G. Bijleveld) 108Het basisplan voor de sanering vanDordrechts binnenstad (artikel Ir. S. J.van Embden) HIDe administratieve aspecten van hetDordtse saneringsplan (artikel Mr. J.P. A. van der Hoeven) 117Behoud of vernieuwing van Dordrechtsbinnenstad (artikel R. C. Hekker) 121Het wonen in de bmnenstad (artikelDrs. R. Kok) 133Vernieuwing en reconstructie van bin-- nensteden (artikel Ir. W. Mulder) .... 275StedebouwVerkeersplan Utrecht 92Wederopbouw BezuidenhoutkwartierDen Haag 92De Haagse agglomeratie 181Het plan Wilsveen 202Leiden (artikel A. J. Jongeleen) 231Stedebouwkundige problemen en plan-nen van Leiden en omgeving. Typeringvan de Leidse agglomeratie (artikel Ir.J. C. H. Drost) 237StreekplanHerziening streekplan Walcheren .... 92StudiedagenKanttekeningen n.a.v. de C.O.M.-studiedag 1958 inzake winkelplanning(artikel Drs. R. Kok) 62SysteembouwWoningbouwsysteem Coignet Rotter-dam , 96TehuizenHuisvesting en verzorgmg van bejaar-den in na de oorlog tot stand gekomenpensiontehuizen, naar de toestand in detweede helft van 1958 (artikel D. C.van der Poel en J. G. F. Terwindt) 215, 263Tijdschriften (Overzicht van)Bouw 155, 164, 184Bouwbedrijf en Openbare Werken 155, 186Bouwkundig Weekblad 155, 181, 186De Bouwondernemer 186Bouwwereld 70, 186Economic 187Economisch-Statistische Berichten 181, 187Forum 188De Nederlandse Gemeente 64, 70Polytechnisch Tijdschrift 155Publieke Werken 64, 155Technisch Gemeenteblad 64Tijdschrift voor Overheidsadministratie64, 70Volkshuisvesting ..'..... 65, 70Wegen 65bladzijdeUitbreidingsplanExploitatie en toelichting uitbreidings-plannen Utrecht 154Exploitatie uitbreidingsplannen Over-ijssel 204bladzijdeWetgevingOntwerp-overgangswet ruimtelijke or-dening en volkshuisvesting 142Wetsontwerp opheffing Grootboek Wo-ningverbetering 282bladzijdeWoningruilInterlokale woningruil 96WoningtekortWoningtekort Amsterdam 96VergaderingenLedenvergadering beieid inzake verde-ling van woonruimte 43, 99Jaarvergadering 9 december 1958 .... 71Vergaderingen over het beieid ter uit-voering van de voorstellen van dewerkcommissie Westen des Lands .... 100Jaarvergadering 17 September 190Verslag vergadering over ,,Differen-tiatie van kwaliteit en huur van wo-ningen naar het inkomen" 205Vergadering Stedebouw en Recreatieter gelegenheid van de Wereldstede-bouwdag 228Vragen van KamerledenVragen van de heer Westerhout d.d.22 januari betreffende woningvoorzie-ning ten plattelande Zeeland, met ant-woord van de Minister 95Vragen van de heer Kleywegt d.d. 30januari over de verdeling van woning-wetwoningen over de provincies, metantwoord van de Minister 95WereldstedebouwdagWereldstedebouwdag 1958 .......... 75De stedebouw en het wonen (inleidingJr. S. J. van Embden in een vergade-ring van de Stedebouwkundige Raadi.v.m. de Wereldstedebouwdag) 76Vergadering Stedebouw en Recreatieter gelegenheid van de Wereldstede-bouwdag 1959 228Westen des LandsVergaderingen over het beieid ter uit-voerlng van de voorstellen van dewerkcommissie Westen des Lands .... 100WinkelplanningKanttekeningen n.a.v. de C.O.M.-studiedag 1958 inzake winkelplanning(artikel Drs. R. Kok) 62WoningbehoefteDe ontwikkellng van de woningbehoef-te in verband met de leeftijdsopbouw(artikel Ir. E. E. Ladde en W. La Roy) 147WoningbouwWoningbouw in januari en februari . . 95Het experiment in de volkswoningbouw(artikel Ir. E. E. Ladde en W. La Roy) 147Woningbouw in maart en april 163Woningbouw in de laatste maanden . . 210Woningbouw in September 255Woningbouw in oktober 282Woningbouw buiten de geraeente Am-sterdam 282WoningbouwprogrammaBouwprogramma 1960 227WoningdifferentiatieVerslag vergadering over ,,Differentia-tie van kwaliteit en huur van woningennaar het inkomen" 205Woningen met bizondere bestemmingHuisvesting van bejaarden 96Woningbouw voor bejaarden Amster-dam 163WoningtypeWijziging Voorschriften en Wenkenvoor het ontwerpen van woningen . . 161WoningonderzoekNota woningonderzoek Amsterdam 210WoningverbeteringWetsontwerp opheffing Grootboek Wo-ningverbetering 282WoningvoorzieningVragen van de heer Westerhout d.d.22 januari betreffende woningvoorzie-ning ten plattelande Zeeland, met ant-woord van de Minister 95WoningvraagstukHet woningvraagstuk in een beslissendefase (artikel Drs. H. van der Weijde) 151WoningwetbouwWoningwetbouw Amsterdam 282WoningwetwoningenVragen van de heer Kleywegt d.d. 30januari over de verdeling van woning-wetwoningen over de provincies, metantwoord van de Minister 95WoonkernenWoonkern en luchthaven Haarlemmer-meer 177WoonruimteLedenvergadering beieid inzake verde-ling van woonruimte 43, 99ZandwinningZandwinningsvraagstuk 255II. Buitenlandbladzijdea. AlgemeenBoekbesprekingDr. Helmut Klages, Der Nachbar-schaftsgedanke und die nachbarlicheWirklichkeit in der Groszstadt 153StadsvernieuwingDe Internationale Studieweek overStadsvernieuwing (artikel P. T. van derHoff) 47StedebouwProblemen van Stedebouw en Volks-huisvesting in regionaal verband (Con-gres Luik) (artikel H. J. A. HovensGreve) 52Tijdschriften (Overzicht van)InternationaallULA Quarterly 93, 205News Sheet of the International Fede-ration for Housing and Planning 93,97, 204, 212BelgieDe Gemeente 93Wonen 97, 212CanadaCommunity Planning Review 93, 205bladzijdeDuitslandDie Bauverwaliung 94, 98,212Informationen Institut fur Raumfor-sehung 94, 98,205Innere Kolonisation 94, 205Mittellungen der Deutschen Akademiefiir Stadtebau und Landesplanung 94, 182Mitteilungen des Deutschen Verbandesfiir Wohnungswesen, Stadtebau undRaumplanung 224Neue Heimat 95, 98, 182, 189, 212,223, 227Raumforschung und Raumordnung 182, 224Der Stadtetag 183, 225, 227EngelandBritish Housing and Planning Review189, 227Housing Review 184, 225, 228Journal of Planning and Property Law 225Journal of the Royal Institute ofBritish Architects 225Journal of the Town Planning Insti-tute 184, 225Planning Outlook 226Quarterly Bulletin of the Society ofHousing Managers 228Town and Country Planning 65Town Planning Review 155, 189frankrijkL'Habitation 71Urbanisme 66, 226La Vie Urbaine 66bladzijdeOostenrijkDer Aufbau 66, 71, 157, 189, 279Verenigde StatenJournal of the American Institute ofPlanners 157, 280, 283Journal of Housing 71, 190, 283'/.witserlandHabitation 190Plan 67, 157, 281VolkshuisvestingProblemen van Stedebouw en Volks-huisvesting in regionaal verband (Con-gres Luik) (artikel H. J. A. HovensGreve) 52b. Internationaalen volgens de landenInternationaalDe Internationale Studieweek overStadsvernieuwing (artikel P. T. van derHoff) 47Problemen van Stedebouw en Volks-huisvesting in regionaal verband (Con-gres Luik) (artikel H. J. A. HovensGreve) 52III. Alphabetisch register der schrijvers van artikelenhladziideBarends, Drs. J.D. C. van der Poel, Mens en woningin de gemeenschap (boekbespreking) .. 159Boer, Ir. N. A. deDe open groene stad, een structuur-plan voor Emmen 31Bijleveld, Ir. G.Enkele technische facetten van het plan[Dordrecht! 108Drost, Ir. J. C. H.Stedebouwkundige problemen en plan-nen van Leiden en omgeving. Typeringvan de Leidse agglomeratie 237Embden, Ir. S. J. vanDe stedebouw en het wonen 76Het basisplan voor de sanering vanDordrechts binnenstad IllFokker, Ir. J. P.Midden Delfland 171Gaarlandt, Mr. K. H.Inleiding Emmen-nummer 3Hekker, R. C.Behoud of vernieuwing van Dordrechtsbinnenstad 121Hoeven, Mr. J. P. A. van derDe administratieve aspecten van hetDordtse saneringsplan 117bladziideHoff, P. T. van derDe Internationale Studieweek overStadsvernieuwing 47Hovens Greve, H. J. A.Problemen van Stedebouw en Volks-hulsvesting in regionaal verband .... 52Jongeleen, A. J.Leiden 231Kok, Drs. R.Kanttekeningen naar aanleiding van deC.O.M.-studiedag 1958 inzake winkel-planning 62Het wonen in de binnenstad [Dor-drecht] 133Kruger, A. J.De bezonning van woningen 167Ladde, Ir. E. E. en W. La RoyHet experiment in de volkswoning-bouw 147Maas, Ir. G.Volkshuisvesting en woningbouw [Em-menl 16Mulder, Ir. W.Vernieuwing en reconstructie van bin-nensteden 275Petri, Ir. J. Ph. L.Kroniek en Kommentaar 39, 58, 174, 276bladzijdePoel, D. C. van der en J. G. F. TerwindtHuisvesting en verzorging van bejaar-den in na de oorlog tot stand gekomenpensiontehuizen, naar de toestand in detweede helft van 1958 215, 263Roy, W. La en Ir. E. E. LaddeHet experiment in de volkswoning-bouw 147Scheffer, Ir. L. S. P.Van sylex tot Terlenka [Emmen-num-mer] 4Statema, P.De huisvesting der landarbeiders, Enigeaanvullende opmerkingen 158.Steigenga, Dr. W.Dr. Helmut Klages, Der Nachtbar-schaftsgedanke und die nachbarlicheWirklichkeit in der Graszstadt (boek-bespreking) 153De ontwikkeling van de woningbehoef-te in verband met de leeftiidsopbouw 195Terwindt, J. G. F. en D. C. van der PoelHuisvesting en verzorging van bejaar-den in na de oorlog tot stand gekomenpensiontehuizen, naar de toestand in detweede helft van 1958 215, 263Weijde, Drs. H. van derHet woningvraagstuk in een beslissendefase 151Wissing, Ir. W.Inleiding nummer Sanering Dordrecht 1034^-Leejbaarheid plattelandDe leefbaarheid van het platteland ^) Ir. J. Ph. L. Petri"We zuUen ons bezig houden met het onder-werp: de leefbaarheid van het platteland. Ikzou U willen voorstellen deze leefbaarheidvan het platteland niet alleen te bezien, maarhaar bij voortduring te vergelijken met deleefbaarheid van die streken en gebieden, dieik vooralsnog zou willen samenvatten onderde verzamelnaam: het niet-platteland.We zullen daartoe eerst een duidelijk beeldvoor ogen raoeten hebben van de wijzewaarop het mensdom de aarde bewoont. Menkan in de vormen van menselijke nederzet-ting twee uiterste vormen van nederzetting,twee ,,polen", onderscheiden. Het ene uiterste,de ene pool, is de gespreide gezinsnederzet-ting, waarbij ieder gezin een wereldje opeigen terrein vormt op min of meer groteafstand van ieder ander gezin, dat zich opovereenkomstige wijze heeft neergezet. Hetandere uiterste, de andere pool, is de op eenbeperkt punt geconcentreerde samenlevingen samcnwoning van een min of meer grootaantal gezinnen.Er is natuurlijk een oorzaak voor ieder dezcrnederzettingsvormen. Als belangrijkste redentot de gespreide nederzettingsvorm kan menwel aanvoeren: hier domineert de directe re-latie van de bewoner met de aarde zelve. Ende belangrijkste oorzaak van iedere gecon-centreerde nederzettingsvorm zal steeds ge-legen zijn in datgene wat we de ,,inter-men-selijke relatie" willen noemen. De directerelatie met de aarde; zij is wel heel aantoon-baar bij de boer die op eigen akker woont.De inter-menselijke relatie zien we optredenop de markt en in de kerk, op het kantooren in de school, in de winkel en in de wacht-kamer van de tandarts. Bij de gespreide ne-derzetting is het altijd de relatie met de^) Dit artikel beantwoordt aan een inleidingvan schr. op het Nederlands Landhuishoud-kundig Congres te Leeuwarden op 21 en 22oktober 1959.aarde, welke domineert, bij de geconcentreer-de nederzetting is het het spel in alle ernstvan mens tot mens.Het is wel duidelijk, dat een gespreide ge-zinsnederzetting aanvuUing behoeft. Het ge-spreide gezin krijgt zijn hulpstoffen toege-voerd en moet zijn producten kunnen ver-handelen. De kinderen moeten onderwijs ont-vangen en ergens moeten kleren worden ge-kocht. Men zal ergens naar de kerk willengaan, en de vereniging moet toch ook bijeenkunnen komen. Het zou theoretisch denk-baar zijn, dat al deze ontmoetingspunten ver-spreid lagen, maar daar voor ieder dezer pun-ten een centrale ligging gewenst is, zullenal deze ontmoetingspunten centraal bij elkaarliggen. Het blijkt bovendien, dat deze onder-linge nabije ligging ondersteunend en onder-ling stimulerend werkt.De bovengenoemde kern kan men als eengevolg-verschijnsel zien. De kern is er, omdater rondom verspreid mensen wonen welkeeen trefpunt nodig hebben en welke verzorgdmoeten worden. We zullen deze kernen,,verzorgende kernen" noemen. Voor iedereplattelander is zo'n verzorgende kern welheel essentieel voor de leefbaarheid van zijnplatteland.Naast de kernen waar de verzorging van hetomringende land domineert, zijn er kernenwaar andere aspecten van de inter-menselijkeactiviteit domineren. Meestal zijn dit aspectenwelke het verzorgen der directe omgeving tebuiten gaan. U kunt hierbij b.v. denken aaneen mijnstad, een vissersdorp, of aan eenplaats waar zich een belangrijke fabriek heeftnedergezet. Hier worden activiteiten ontwik-keld welke wel van invloed kunnen zijn opde omgeving, maar welke daar niet direct uitvoortkomen. Hier worden activiteiten ont-wikkeld welke in relatie staan met een krach-tenveld, dat groter en grilliger is dan de di-recte omgeving. In overeenstemming met hetvakwetenschappelijk spraakgebruik dat ver-zorgende en stuwende bedrijven kent, zullenwe hier spreken van ,,stuwende kernen".Omdat het van zo veel belang is voor deleefbaarheid van het platteland, zullen wenog even doorgaan met een nadere beschou-wing van deze verzorgende en stuwendekernen.Het is wel duidelijk, dat er onder de ver-zorgende kernen een verschil in schaal be-staat. Er zijn verzorgende kernen waar deactiviteiten vallen binnen de kring van hetlager onderwijs, van de dagelijkse voorzienin-gen, en van een gedeelte van de gezins- engroepscontacten zoals b.v. de kerk. We zullendeze zeer verspreid voorkomende plaatsclijkverzorgende kernen aanduiden met de onszo vertrouwelijk in de oren klinkende naam:de dorpen.Daarnaast kennen we echter het verzorgings-centrum dat valt binnen de kring van hetmiddelbaar en het nijverheidsonderwijs, vande grotere zaak en van de grossier, van despecialist en van het ziekenhuis, van het za-kelijk contact en van het onpersoonlijk eve-nement zoals bijvoorbeeld de bioscoop. WiltU een voorbeeld, dan noem ik U Goes, hetmiddelpunt van het welvarend 2uid-Beve-land. Naast het dorp bestaat dus een kernwelke wel de regionaal verzorgende kernwordt genoemd.Ik wil met U nog wat verder gaan met dezeanalyse, teneinde hieruit de bouwstenen tevinden waarmede we de leefbaarheid van hetplatteland kunnen opbouwen. We bekijkendan dat regionaal verzorgende centrum watnader en constateren dat deze kern in wezenbetrekkelijk veelzijdig is. Deze kern bevatvele van de verzorgende elementen van deomringende bevolking; zakelijke, culturele,opvoedkundige en medische elementen, endeze vaak nog bekroond door juridische enbestuurlijke. De verzorgende functie brengtzelve ook al enige potentieel-industriele be-drijvigheid mede, als garagewerkplaatsen enLeefhactrheid plattelanddergelijke. Dus vele soorten mensen, velesoorten beroepen, en wat vooral belangrijk is:een veelzijdig samengesteld kader. Een regio-naal verzorgende kern is dus in wezen eenveelzijdige kern.Maar nog een andere eigenschap van de ver-zorgende kern treedt op. Een verzorgendekern is een gevolg-verschijnsel. Indien het teverzorgen gebied statisch is -- ik bedoel dithoofdzakelijk in betrekking tot het bevol-kingsgetal -- dan zal deze verzorgende kernook min of meer statisch blijven. Indien wevele agrarische gebieden als statische gebie-den kunnen beschouwen, waarin het bevol-kingstal veelal zelfs terugloopt, dan is hetduidehjk, dat het verzorgingscentrum hier-van de invloed ondervindt. Dat in een ge-zonde verzorgende kern de ontwikkeling nietzo tragisch is als in het bovenstaande gesug-gereerd Hjkt te zijn, komt voort uit weer eenheel andere ontwikkeling; de ontwikkelingvan de welstand van de omgeving, en de ont-wikkeling van de maatschappij in zijn alge-meenheid, welke een steeds gedifferentieerderen verfijnder verzorging eist van steeds hogerkwaliteit. Het groeien van verzorgingscentrain overigens statische gebieden kan men hier-door verklaren; ondanks deze kalme enveelal daardoor zo gezonde groei mag mentoch als wezenskenmerk van een verzorgenderegionale kern in eon statisch -- en leest Uhier nu maar meteen: In een agrarisch gebied-- noemen dat dit een statische kern is.We hebben nu dus twee wezenskenmerkenvan de regionaal verzorgende kern onder-kend: zij is veelzijdig en zij is statisch voorzover zij in een statisch gebied is gelegen.Laat ons thans weer omzien naar die anderekern: de stuwende kern. Zij reageert op eenkrachtenveld dat de directe omgeving te bui-ten gaat. Zij is dikwijls ,,stuwend" door eenoverheersende factor. Dit kan dan bijvoor-beeld zijn: de visserij, het mijnbedrijf of eenbepaalde tak van nijverheid. Als deze kerneen zuiver stuwende kern is -- een nogaltheoretisch geval uiteraard -- dan zal dezekern in de meerderheid van de geyalien eeneenzijdige kern zijn. Dit gaat vooral wel opvoor de kleinere stuwende kernen. En wat deomschrijving ,,statisch" of ,,dynamisch" be-treft, ja, dat ligt er aan. Er zijn stuwendekernen, bijvoorbeeld sommige oude vissers-plaatsen, welke volkomen statisch zijn. In deoude industrielanden kent men ook eenzijdigeIndustrie- en met name ook mijngebieden,waar de fut volkomen uit is, en welke mendus op dit ogenblik als statische gebiedenkan beschouwen. Daar staan zeer vele voor-beelden tegenover waar het juist de stuwendekernen en gebieden zijn, welke een zeer grotcdynamiek vertonen, ja, welke wel als hetsymbool en het toonbeeld van onze dynami-sche maatschappij kunnen gelden.We kunnen dus als wezenskenmerk van eentypische stuwende kern aanmerken, dat hetin de meeste gevallen een eenzijdige kern is.Het hangt van de omstandigheden af of zijstatisch of dynamisch van karakter is. Ik ge-loof wel dat we voor ons land voor de over-grote meerderheid van de gevallen kunnenconstateren, dat de stuwende kernen de dy-namische kernen zijn. In onze zo dynami-?sche, zich zo naar alle zijden ontwikkelendeen uitbreidende maatschappij zijn het wel destuwende kernen en gebieden welke de groteuitschieters te zien geven. Ik noem hier alsvoorbeelden de IJmond, de Nieuwe Waterwegen Eindhoven. Voor ons land meen ik duste mogen stellen dat stuwende kernen inwezen eenzijdig zijn en dynamisch.Het wordt thans tijd om geleidelijk afscheidte nemen van mijn betoogtrant, welke in deeerste plaats poogde te analyseren en bepaal-de ideaaltypen naast elkaar te stellen. Inwerkelijkheid komt het ideaaltype van de al-leen maar stuwende stad weinig voor. Detypische verzorgende kern daarentegen zienwe vaker, hoewel de echte, all-round veel-zijdige verzorgende kernen nu ook weer nictzo heel vaak voorkomen. De verzorgendefunctie en de stuwende functie kunnen in eenkern verenigd zijn. In dat geval kunnen v/euit de optelsom van statisch en veelzijdigplus dynamisch en eenzijdig twee begrippenwegstrepen en er blijft als wezenskenmerk overdat een zodanige kern veelzijdig en dyna-misch is.We zijn nu bij een heel belangrijk punt aan-gekomen. Het moge even wat tegenstrijdigklinken, maar om de leefbaarheid van hetplatteland nader te beschouwen blijkt hetnoodzakelijk om eerst het typische, het ken-merkende, niet van het platteland maar vanhaar tegcnpool: de stad (en wel met name dcmoderne stad) te bepalen. Schrijver dezes, diezo vermetel is om zich, met nog enkele tien-tallen coUega's in het land ,,stedebouwkun-dige" te noemen, heeft jaren lang over ditprobleem nagedacht en zal proberen hieropeen antwoord te geven, zonder er nochtanshier op deze plaats te ver op in te gaan. Ikgeloof dat we als wezenskenmerk van de mo-derne stad kunnen noemen: de ontmoeting metde dynamische veelzijdigheid.Als we deze ,,ontmoeting met de dynamiscncveelzijdigheid" het wezenskenmerk van eenstad achten, dan zuUen we in het vervolgvan dit verhaal alleen die kern een ,,stad"noemen, waar het veelzijdig palet van dcverzorgende factoren gecomblneerd aanwezigis met de dynamiek van een aantal stuwendefactoren.Nu zullen we onze beschouwing over ,,leef-baarheid van het platteland" (waar U nogmaar heel weinig over gehoord heeft) ecnsover een geheel andere boeg gooien, en nagaanwat het doorsnee Nederlandse gezin -- en datdoorsnee Nederlandse gezin vormt tevens hetgroeiend aantal en het bepalend element uitonze samenleving -- zoekt in en vanuit zijnwoonplaats. We moeten daarbij in het ooghouden dat dit doorsnee gezin leeft in eentijd welke een zeer dynamische maatschappij-ontwikkeling kent en dat een daarmede gc-paard gaande en er uit voortkomende steedshogere levensstandaard het mogelijk maaktaan zijn voortdurend zich uitbreidend com-plex van wensen en verlangens te voldoen.De eisen aan eigen werkkring en aan die vande grotere kinderen worden steeds hoger. DeMaak Nederlandbeter bewoonbaar!Bouw mee aan de verhoging van het peilvan de Nederlandse woningbouw.Laten wij niet achter blijvenbij de moderne begrippen over bouwen en wonenDat betekent o.a. blijvend gave vioerbedekkingdie bij de huur is inbegrepen,dus permanent linoleum.Tegenover een geringe huurtoeslagstaan vele evidence winstpunten :^t permanent linoleum betekent voorde huurder een aanzienlijke verlichtingvan zijn installatie-budget;?r garandeert ook de minder draagkrachtigeneen volwaardlge vioerbedekking;"N" bevordert de geluid-isolatie tussende woonlagen;'^ is blijvend bacteriendodend, dus hygienisch;?r heeft een lange levensduur, de kleuren gaandoor-en-door, dus kunnen niet wegslijten;?X- verhoogt de woonbeschaving.linoleum kroiTimenieVoor keuken, douchecel en hal ook colovinyl plastic asbesttegels, soepel en slljtvast,in hoge mate bestand tegen olien, vetten, zuren en vele andere chemicalien.Vraag ook naar colorite cumaronhars tegels, eveneens in vele fraaie tinten.Onze atdeling technische adviezen verstrekt gaarne volleaige mlichtmgen (teletoon 02980-81941)J. C. NIEUWENHUIZENAannemersbedrijfAMSTERDAM-Z. 2Amstelveenseweg 954Teiefoon 722.802? Nieuwbouw |? Verbouwingen H? Onderhoud |IN GEHEEL NEDERLAND VACATUI^liSGEMEENTE TILBURGBij het Bedrijf der Publieke Werken kunnen bij de Afde-ling STADSONTWIKKELING worden geplaatst:a. TECHNISCH AMBTENAARVereisten: Diploma H.T.S. of gelijkwaardige oplei-ding en stedebouwkundige ervaring.b. TEKENAARHet diploma Stedebouwkundig Tekenaar P.B.N.A.strekt tot aanbeveling.Aanstelling aanvankelijk in tijdelijke dienst, naar gelangleeftijd, opleiding en ervaring in de rang van:a. Adjunct technisch ambtenaar salaris f 4.200,77--f 5.486,98b. Technisch ambtenaar salaris f 5.626,37--f 7.311,74Aanstelling in de rang van Technisch ambtenaar le klas(salarisgrenzen f 6.351,84--f 8.553,24) is niet uitgesloten.b. Tekenaar 2e klas salaris ? 4.017,02--f 5.303,23Tekenaar le klas salaris f 4.568,26--J 5.854,46Hootdtekenaar salaris f 5.119,49--? 6.405,70exclusief huurcompensatie en vacantietoeslag.Sollicitaties onder no 202 aan de directeur van PubliekeWerken, Lange Schijfstraat 66, binnen 10 dagen na het ver-schijnen van dit blad.GEMEENTE MIDDELBURGDe Direkteur van Gemeentewerken te Middelburg zoektvoor de stedebouwkundige afdeling van zijn dienst eenjonge medewerker in de rang vantekenaar le klasof adjunkt technisch ambtenaarsalaris tekenaar le klas / 323,50 -- / 417,-- p.m.salaris adj. techn. ambt. / 303, / 431,50 p.m.eksklusief verhoging A.O.W. en huurkompensatie.Het diploma Stedebouwkundig tekenaar P.B.N.A. strekt totaanbeveling.Sollicitaties dienen binnen 14 dagen na verschijning van ditblad te worden gericht aan de Direkteur van Gemeente-werken Stadsschuur 1, te Middelburg.Er wordt gevraagd eenSTEDEBOUWKUNDIG TEKENAARUitvoerige sollicitaties te richten aan Bureau voor Archi-tectuur en Stedebouw. Ir. W. Wissing, Marijkesingel 45,Barendrecht.GEMEENTE HAARLEMMERMEERBij het sociografisch bureau kan worden geplaatsteen stedebouwkundig tekenaarin de rang van technisch ambtenaar of technisch ambte-naar A. Bezit van het diploma H.T.S. (bouwkunde) enervaring is vereist.Jaarwedde in de rang van:a. technisch ambtenaar / 5.015,16 tot / 7.387,62;b. technisch ambtenaar A / 7.174,35 tot / 8.650,86;compensatie premie A.O.W. en huurcompensatie in-begrepen.De gemeente is aangesloten bij het I.Z.A.-Noordholland.Verplaatsingskostenbesluit van toepassing; tegemoetkomingin studiekosten.Sollicitaties binnen 14 dagen na de verschijning van dit bladaan de burgemeester te Hoofddorp.GEMEENTE AMERSFOORTBij de stedebouwkundige afdeling van de dienst gemeentewerkenkan worden geplaatst eenstedebouwkundig medewerker(plv. chef der afdeling);cm te assisteren bij het ontwerpen en uitwerken van uitbreidings-en saneringsplannen.Vereist wordt liet diploma H.T.S. (bouwkunde), alsmede een be-hoorlljke ervaring op stedebouwkundig terrein.Aanstelling, eventueel in vaste dienst, kan, afhankelijk van erva-ring en opleiding, geschieden in de rang van:technisch hoofdambtenaar (? 631,49 tot f 799,77 per maand) oftechnisch hoofdambtenaar A (f 676,77 tot f 888,77 per maand).De verplaatsingskosten- en de I.Z.A.-regeling zijn van toepassing.SoUicltatle, met uitvoerige inlichtingen omtrent opleiding en prak-tlsche ervaring, binnen 14 dagen na het verschijnen van dit bladzenden aan burgemeester en wethouders.Leejhaarhcid plattelandkindcrcn hebben een vak gcleerd -- veelal cenander dan dat van de vader, want dagelijksgroter wordt de keus -- en willen dit vakook uitoefenen, ook al wonen ze nog thuls.De eisen, gesteld aan de verzorging, stijgenwelhaast nog sneller. Hoe zijn de eisen, welkevader en moeder stellen aan kleding, woning,omgeving, ontmoeting met anderen, het voor-zieningsapparaat, niet ontzaglijk verschillendvan die van hun ouders veertig jaar geleden.Maar we kijken niet alleen naar die vader enmoeder, maar ook naar de wensen en verlan-gens van hun kinderen. Ja, we moeten juisthet zoeken en de strevingen van dit gezin inzijn geheel bekijken. En wat zien we dan nieteen eisen alleen al op het gebied van de op-voeding; niet alleen een gewenste veelheidvan mogelijkheden om de gezonde, normalekinderen, op te leiden en groot te brengen,maar ook eisen tot bizondere voorzieningenvoor al die kinderen en andere gezinsledenwelke wellicht lets van de doorsnee afwijkenen bizondere zorg van node hebben. Hetdoorsnee Nederlandse gezin zoekt steeds meerveelzijdigheid ten aanzien van werkkring, ver-zorging en opvoeding, en dat voor een steedsgroeiend aantal in een wereld welke steedsmeer mogelijkheden biedt. Het doorsnee Ne-derlandse gezin zoekt steeds meer de ont-moeting met de dynamische veelzijdigheid.He, waar hebben we deze combinatie vanwoorden eerder gehoord? Ja, dat was nogmaar even geleden, toen we constateerden, dathet wezenskenmerk van de moderne stad lagin: de ontmoeting met de dynamische veel-zijdigheid. En als dat waar is, dan kunnen wedus zeggen: het moderne 'Nederlandse gezinzoekt, hewust of onbewust, de moderne stad.Nu zuJlen we onmlddellijk een dreigend mis-verstand moeten bestrijden. We zullen demoderne stad in zijn uiterlijke verschijnings-vorm niet mogen vereenzelvigen met het stads-beeld zoals we dit kennen vanaf de Middcl-eeuwen tot en met de negentiende eeuw. Diestad kennen we als een aaneengesloten, com-pacte bouwmassa. Maar het uiterlijk beeld vaneen moderne stad mogen we ons heel andersvoorstellen. Het is tenminste een hele streek.het is een stadsgewest met hoofd- en neven-kernen, het is een heel gebied, dat op bereik-bare afstand ligt uitgestrekt rondom ^en ofenkele oentrale brandpunten. Het beeld is datvan een winterse boom recht van boven ge-zien, met een uitstralend lijnenspel van dun-ner wordende takken en twijgen. Ergens hou-den die takken en twijgen op en nu zou ikwillen stellen dat daar het platteland begint.Om het probleem duidelijk te stellen, wil iknu verder alleen de gebieden, welke gelegenzijn buiten die stralenkrans van takken entwijgen, dat wil dus zeggen: alleen die gebie-den welke liggen buiten de actie-radius vanelke dag van het stedelijk centrum, de naamgeven van ,platteland". Het is zeker zo datbinnen deze actie-radius ook vele landelijkegebieden zullen liggen en dat er ook gebiedenliggen waar het agrarisch grondgebruik sterkover andere vormen van grondgebruik kandomineren. Maar om bij dit zo moeilijke on-derwerp de begrippen duidelijk te houden, wilik toch voorstellen al die gebieden van waar-uit dagelijkse contacten met het stedelijk cen-trum mogelijk zijn, en wel: dagelijkse contac-ten niet alleen voor het gezinshoofd, maarvoor het gehele gezin voorzover dit de lagereschool heeft verlaten, wil ik dus voorstellenvoor deze gebieden niet de term: ,,platteland"te bezigen. Het wezenlljke voor het eigenlijkeplatteland is namelijk niet dat daar agrarischgrondgebruik plaats vindt (hoewel dit overi-gens meestentijds, en met name in ons land,wel kenmerkend is), maar dat het een gebiedis, dat ligt buiten de dagelijkse contacten metde stad.Als U dit onderscheid wilt aanvaarden, ken-nen we dus twee begrippen: het platteland ende moderne stad. Ter vermijding van misver-stand is het misschien beter te zeggen: hetplatteland en het stadsgewest.Het blljkt nu in de praktijk, dat het reedseerder genoemde doorsnee Nederlandse gezin-- verder ,,familie Doorsnee" te noemen --de leefbaarheid van het platteland als onvol-doende beschouwt en aldaar wegtrekt. Waartrekt men been? Naar plaatsen en gebiedenwaar de ontmoeting met de dynamische veel-zijdigheid, zoal niet absoluut dan toch inmeerdere mate, aanwezig is. Gezien de wezen-lijke gespreidheid van het platteland en daar-door de afwezigheid van de gewenste veelzij-digheid, zal dit verschijnsel een blijvend ver-schijnsel zijn; zowel in de historie, het hedenen de toekomst. Alleen zij blljven achter voorwie de directe relatie met de aarde domineert,met hen de bijbehorende verzorgers. Het zijndaar materiele bindingen welke domineren enals ik ook het begrip: gevoelsbindingen noem,dan bedoel ik daar in de eerste plaats mee datmen boer wil worden, zijn of blijven. Hetoverige begrip ,,leefbaarheid", dat begrip datde familie Doorsnee deed vertrekken, is voordeze aan de aarde gebonden bevolkingsgroepuiteraard ook heel belangrijk, maar wordtdoor hen toch niet als doorslaggevend be-sohouwd.Het is natuurlijk noodzakelijk de leefbaarheidvan het platteland, en dat is dus de leef-baarheid voor deze bevolkingsgroep, tensterkste te bevorderen. We zitten daarmedemidden in het probleem. Want hoe moeten wedat doen? Er zijn dan wel twee hoofdmetho-den denkbaar: de ene is die dat men het be-treffende platteland probeert in contact tebrengen met de dynamische veelzijdigheid, endat wil in de praktijk dan zeggen dat mendit platteland probeert binnen de actie-radiusvan een stadsgewest te trekken. De anderehoofdmethode is deze, dat men in gebiedenwaar dit stadsgewest niet aan de horizondaagt, er het beste van probeert te makendoor een bepaalde hergroepering binnen ditplatteland zelve.Als men over twee methoden spreekt, dan wildit niet zeggen dat men per se de ene of deandere methode overal moet gebruiken, maardat men beide methoden ter beschlkkingheeft en hieruit naar omstandigheden eenkeuze kan doen.We zullen eerst de methode eens bezien wel-ke nodig is indien er geen stadsgewest aan dehorizont daagt. We hebben als uitgangspuntaangenomen, dat het moderne gezin de veel-Leefhaarheid plattelandzijdigheid aan mogelijkheden zoekt. Nu isveelzijdigheid uiteraard gebonden aan het be-grip ,,veel". Als er niet veel van iets is, kaner ook geen veelzijdigheid zijn. Maar dieveelheid is er op het platteland nu Juist niet,gezien zijn gespreid karakter. We zuUen dieveelheid, en dus die veelzijdigheid, alleen kun-nen bereiken en binnen bereikbare afstandkunnen brengen, door het op een hoop vegen,ofwel met een deftiger woord: door concen-tratie. En die concentratle is alleen mogelijkdoor op bepaalde punten vele nieuwe mensenen bedrijvigheden van buiten af in te brengen,dan wel door aanwezig mensenmateriaal lehergroeperen en ze op heel enkele punten eenveelheid en een veelzijdigheid te laten vor-men.Het is wel duidelijk, dat als men nieuwemensen en nieuwe bedrijvigheid als een extrakan inbrengen, het aantal concemratiepuntenveel groter kan zijn dan als men slechts tothergroepering van een gegeven en veelal minof meer constant aantal wil overgaan. In heteerste geval kan men binnen de bestaandeschaal als het ware oppompen, in het laatstegeval moet men tot een aanzienlijke schaal-vergroting overgaan. Het eerste geval zal zichvoordoen in streken waarvan de ligging en deomstandigheden zodanig zijn, dat de welvaarten naar wij hopen ook het welzijn, van eensterk groeiende bevolking kan worden gega-randeerd. Het laatste zal men moetcn nastre-ven in gebieden welke in bevolkingsgetal alsmin of meer statisch beschouwd moetenvvorden. Maar laat het ons wel duidelijk zijndat in beide gevallen een zeer behoorlijk peilvan ,,leefbaarheid" voor de bevolking bereiktkan worden; het enige verschil ligt hierin, datin het eerste geval een groeiende bevolking ervan genieten zal en in het laatste geval eenmin of meer stationaire bevolking.Over dit laatste geval gaan we nog wat door:de leefhaarheid van een gebied met een minof meer statisch bevolkingstal. Als we spre-ken van de noodzaak tot concentratie ten-einde veelzijdigheid in zijn verschillende stadiate bereiken, dan staan we meteen voor hetfeit dat deze concemratiepunten bereikt moe-ten worden om aan deze veelzijdigheid deelte kunnen hebben. Het aantal punten waar de-ze veelzijdigheid bereikt kan worden is maargering; de afstanden zullen dus groot zijn.Ik vertel U helemaal geen nieuws als ik Uwijs op de technische ontwikkeling welke deverplaatsingsvrijheid van de Nederlander, ende afstand welke hij dagelijks kan afleggen,welhaast dagelijks groter maakt. Er is op datgebied een zeer sncUe evolutie aan de gang;als we voor de particuliere vervoermiddelenstellen dat de eerste helft van deze eeuw debewoner van het platteland alleen de fietscer beschikking had, en dat het nog maar nettien jaar aan de gang is dat de boer en zijnverzorger over een auto beschikken en zijngezin boven de zestien jaar toch wel over eenbromfiets, dan zal alleen al hierdoor de 11-neaire schaal dricmaal, en de oppervlakte-schaal van het platteland dus negenmaal zogroot kunnen worden bij overigens vergelijk-bare omstandigheden.Maar ook op andere wijze kan de verplaat-singsmogelijkheid naar de concentratiepuntenworden bevorderd. Ook al heeft men een auto,dan heeft men vooralsnog in het algemeenmaar een auto per gezin. Er zullen dus altijdgezinsleden gaarne gebruik willen maken vanhet openbaar vervoer. En in dat verband zoumen bij een hergroepering van het plattelandveel meer dan thans aandacht moeten schen-ken aan het openbaar vervoer en de daardoorte volgen routes. Laat men deze wenselijkheidmeespreken, dan zal men de bebouwing en be-woning van het platteland zo enigszins mo-gelijk langs bepaalde lijnen, bepaalde routes,willen bevorderen. Men zal dan niet terugmogen keren tot de ouderwetse lintbebouwing,maar wel een min of meer snoervormig pa-troon van dorpenreeksen kunnen nastreven,een patroon dat overigens in Nederland vannature reeds veel voorkomt.Schaalvergroting gaat gepaard met het uit-hollen van bepaalde kleine dorpen en het totzich trekken van de verzorgende functie doorenkele grote centra. Ik geloof dat dit een on-omkeerbare evolutie is. ledere evolutie gaatgepaard met piin voor de verliezer en winstvoor de winnaar. Het gaat er slechts om deivolutie te onderkennen; niet om dan te pro-beren haar tegen te houdcn, maar om de scha-de voor de verliezer binnen de raenselijke pro-porties te houden.Voor het platteland dat nu en in de toekomstbuiten de dagelijkse actie-radius van de stadzal liggen, en dus niet t.z.t. deel zal uitmakcnvan een stadsgewest, zie ik maar een reelemogelijkheid: het positief aanvaarden van deevolutie der schaalvergroting.Ik ben me wel bewust dat enkelen Uwer thansonmiddellijk de opmerking willen maken: ja,dat is goed en wel voor een statisch gebied,maar wat wij (en nu kunt U invullen: Fric-zen, Gronlngers, Drenthen) willen, dat is juisthet opheffen van dit statisch karakter, dat ishet inbrengen van een nieuwe dynamiek wel-ke het mogelijk maakt tenminste de eigen be-volkingsgroei vast te houden.Alvorens hierop door te gaan zullen we na-gaan welke kernen in aanmerking komen vooreen meer dynamische ontwikkeling. Wantwaar we het in ieder geval wel over eenszullen zijn, dat is het feit dat de verspreideagrarisohe werkgelegenheid zelve dat zekerniet zal kunnen; we zullen dus in ieder gevalmet een activiteit in een of meerdere derkernen te maken krijgen.We hebben reeds gezien, dat een verzorgendefunctie een afgeleide, een mede-igegroeldefunctie is. Een typisch verzorgende kern zaldus, ondanks al haar positieve kwaliteitenvoor de leefhaarheid van de omgeving, zelvezonder meer niet tot een dynamische ontwik-keling aanleiding kunnen geven. Een stuwendefunctie, en dus ook een stuwende kern, kanmeer stootvormig optreden; zij is sterk te be-invloeden door de overheid, het bedrijfslevenof door bepaalde particuliere initiatieven.Door bepaalde injecties kan een stuwende kernvooruit worden gestoten, ofwel kan een ver-zorgende kern van stuwende aspecten wordenv'oorzien.Met deze stuwende aspecten, en het kunst-matig bevorderen daarvan, zijn wij echter eennieuw veld van wetmatigheden binnengetre-Leefhaarheid plattelandden. Hct is een birondcr ingcwikkcld veld ende eerste verkenningen zijn nog alom aan degang. Maar een bepaalde groep van mede-spelende factoren kunnen we samenvatten on-der het etiket: de economisch-geografischefactoren.We zien dan dat in economisch-geografischezin gunstig gelegen gebieden bepaalde stuwen-de kernen een zeer spectaculaire groei door-maken, en dat vele in wezen verzorgendekernen door het toevoegen van .stuwende fac-toren tot een zodanige bloei geraken, dat zijeigen bevolkingsgroei niet alleen kunnen bin-den, maar bovendien nog aanvulling van el-ders behoeven. We zien dit in het westen,midden, en zuiden en bepaalde delen van hetoosten des lands. Het is wel duideliik, dat ditvan de grootste invloed is op de leefbaarheidvan het platteland in dezc streken. Deze ver-hoging van de leefbaarheid, in dit geval medeten aanzien van de werkgelegenheid, kan ertoe leiden dat een deel van de bevolkingsaan-was van dit platteland, de leefbaarheid alsvoldoende ervarende, dit platteland blijft be-wonen. Een sterk foren.sisme kan dan optre-den. Door dezc voldoende leefbaarheid, ge-combineerd met de aantrekkeliikheden van hcteengezinshuis in een landschappelijk gebiedmet zijn rust en vrijheid aangetrokken, zaleen bepaald gedeelte van de stadsbevolkingdeze gelederen nog komen versterken. In zo-danige streken is het in we/.en statische plat-teland dan dynamisch geworden; het is echtereen dynamiek welke wezensvreemd is aan hetplatteland. Het platteland ontwikkelt zichtot een landelijk, in sommige gevallen zelfsuitgesproken landschappelijk gebied door enbinnen de actie-radius van een stad; langzaammaar zeker gaat dit platteland deel uitmakenvan een groot en modern .stadsgewest.Het is nu maar de vraag Tvaar de economisch-geografische omstandigheden gunstig zijn enwaar niet. Het duidelifkste antwoord hieropgeeft de praktijk. Zij blijkt zeer gunstig tezijn rondom onze zeehavenogebieden en op on-ze, ten opzichte van de West-Europese econo-mische zwaartepunten centraal gelegen, zand-gronden. De praktijk wijst uit dat zij in anderelandsdelen, en ik noem hicr hct noorden deslands, minder gunstig liggen. Ik geloof datwe dit voorlopig als een nuchter feit moetenconstateren. Waar de belangrijkste oorzaakwel zeer evident is: de niet-centrale liggingvan dit gebied, en waar deze oorzaak nietweg te nemen en hoogstens te verzachten is,zal men dus niet de illusie mogen koesterendat hier in het noorden overal maar stadsge-westen zullen ontstaan. In zodanige gebiedenzal de verhoging van de leefbaarheid van hetplatteland dus gevonden moeten worden in eenhergroepering binnen de plattelandsgebieden,dat wil dus zeggen; in het posifiief aanvaar-den van de evolutie der schaalvergroting.Dit zal in sommige gevallen een wat pijnlijkproces zijn. Waar de agrarische wereld inmeerderheid dit proces bereids aanvaarddewat betreft de rationalisatie van de agrari-sche bodem -- ik bedoel de ruil- en herverka-veling -- daar mag men echter eveneens deonontkoombaarheid maar ook de aanvaardingvan een hergroepering van het samenlevings-patroon verwachten. Zou men niet mogenstellen dat de aanvaarding van het idee derruil- en herkaveling een eerste stap betekendeop deze weg?Ik moge aan het einde van mijn betoog bijenkele punten nog even stil staan. In het be-gin van dit verhaal heb ik een onderscheidgemaakt tussen verzorgende kernen -- welkein wezen veelzijdig maar statisch zijn -- enstuwende kernen -- welke in wezen eenzijdigmaar dynamische zijn. Voor de leefbaarheidvan het platteland zal de aanwezigheid vanenkele, maar dan ook all-round, regionaalverzorgende kernen noodzakelijk zijn. Hetnationale planologische beleid zou kunnen be-vorderen dat enige (maar meer dan ook niet)Industrie de veelzijdigheid van deze kernenkan afronden.Wil men echter, b.v. via spreiding van Indus-trie, aan een bepaalde streek werkelijk dyna-miek bijbrengen, een dynamiek welke de be-volkingsgroei aan eigen gebied kan binden,dan zal het nog de vraag zijn of deze regio-nale verzorgingskernen voor verdere indus-trialisatie in aanmerking komen. Deze kemenzouden het grote goed bezitten veelzijdig lezijn en daarbij dynamisch te kunnen worden.Het zal echter geheel van de verwachtingenafhangen welke men heeft ten aanzien van deeconomisch-geografische mogelijkheden vanhet landsdeel in zijn geheel, of men al dezeregionale verzorgingskernen tot stuwing wiloppompen, dan wel of men slechts een heelenkel, zeer gunstig gelegen en verzorgend zoveelzijdig mogelijk samengestelde kern tot hetgrote, veelzijdige, dynamisch centrum (dus toteen moderne stad) wil ontwikkelen.In die streken welke economisch-geografischrelatief minder gunstig zijn gelegen dan andereland.sdelen, zal men bepaald op rijksniveaueen beleid moeten volgen volgens de laatstedoelstelling. In deze gebieden zal de leefbaar-heid van het platteland op peil gehoudenmoeten worden door het geleidelijk proces derschaalvergroting. Een mogelijkheid tot dyna-miek zal men alleen kunnen inbrengen in heelenkele centra. Als ik naar de drie noordelijkeprovincien kijk, dan geloof ik dat de tegen-woordige nationale en de provinciale politickvan de ontwikkelingskernen heel aardig is,maar dat zij nooit verder zal komen dan toteen op zich zelve zeer nuttige ondersteuningvan de leefbaarheid van het platteland. Ineen landsdeel, waar de niet-centrale liggingtoch altijd relatief een nadeel zal blijven tenopzichte van andere landsdelen, zal nooit dy-namiek ontstaan indien men de krachten ver-snippert. Het meedoen aan de dynamiek vanonze dynamische tijd is een kwestie van vech-ten. Tijdens een gevecht zal men steeds debeste krachten inzetten; een Goliath omdathij zo groot en sterk is of een David omdathij over, voor zijn tijd, verbluffend modernewapenen beschikt. Die beste krachten liggenniet in de achtergebleven gebieden, maar in deeerste plaats in de grootste provinciale centra.Die beste krachten liggen in de grotere centraomdat zij de grootste veelzijdigheid vanwerkgelegenheid en verzorging bezitten, ge-legen zijn aan de grote nationale spoorlijnen,de meeste wegen (met bijbehorende buslijnene.d.) daar op zijn gericht, enz. enz. Het klinktLeefbaarheid plattelandStedebouwB'mnenlandop het eerste gezicht wat a-sociaal, maar ikpleit thans om meer te geven aan die centrawelke reeds veel bezitten.Ik zou daarmede nog verder willen gaan, enwillen pleiten voor althans een werkelijk mo-dern grootstedelijk stadsgewest in dit gebied.Want ook daarvoor liggen sterke kaarten optafel: een zeer veelzijdige stad, waar de veel-zijdigheid op gelukkige wijze zelfs door eenuniversiteit is bekroond -- de nabijheid vaneen rweede vitale provinciale hoofdstad -- eenrelatief gunstige verkeersligging -- en wat ookzeer belangrijk is: een fraaie omgeving welkede woonvormen van de toekomst mogelijkmaakt: het gegroepeerde eengezinshuis ineen landschappelijke omgeving. Ik pleit hiervoor een groot, modern stadsgewest met Gro-ningen en Assen als de twee polen.Tenslotte heb ik het belangrijkste voor hetlaatst bewaard. Het klinkt wat a-sociaal alsmen bepleit meer te geven aan lets dat reedsveel bezit. Maar laten we goed onderscheidentussen zaken en personen. Het gaat er tenslotteminder cm of een bepaalde gemeente of zelfseen bepaald landsdeel tot grotere bloei komtdan dat het Nederlandse gezin in zijn alge-meenheid een gelukkig leven kan leiden. Alswe spreken over de leefbaarheid van het plat-teland, dan moeten we niet vergeten, dat hetwelzijn van een bepaalde streek minder be-langrijk is dan het welzijn van de gezinnen,welke er wonen of vandaan komen. Het isduidelijk, dat een voortdurende wisselwerkingbestaat tussen het welzijn van een streek enhet welzijn van het aldaar wonende gezin.Maar we zullen het gezin centraal moetenstellen en daarmede moeten beginnen. Wezullen in bepaalde gevallen het vertrekken vangezinnen, en zelfs de status van expulsiegebied,van een gebied dat zijn geboorte-overschot zietverdwijnen, moeten aanvaarden. Als deze ge-zinnen de kans krijgen naar een dynamischergebied te vertrekken: proficiat! We kunnenmet een redelijke mate van waarschijnlijkheidaannemen, dat deze gezinnen een groter ont-plooiingsmogelijkheid tegemoet gaan. En dezeontplooiingsmogelijkheid, daar gaat het om!Want ontplooiing van de gaven van iedeiNederlands gezin, en van iedere Nederlanderafzonderlijk, is een zaak van het grootste ge-wicht.Het is belangrijk voor dit gezin zelf, maarook voor dat hele samenlevingsstelsel dat dezegezinnen in vrijheid bijcen houdt: de demo-cratic. Er tekent zich een geweldige strijd aftussen enerzijds de dictatuur en andererzijdsde democratic, en deze keer, gelukkig, in devorm van een competitie in welvaart en wel-zijn. Het is voor de democratae een kwestievan er op of er onder. Zij mag in deze dra-matisohe wedloop niet achterblijven. Voor-blijven is alleen mogelijk door een uitersieontplooiing van de mogelijkheden van iedereNederlander. V66rblijven is alleen mogelijkdoor het opvoeren van de kwaliteit op iedergebied. Alzijdlge ontplooiingsmogelijkheid isalleen aanwezig in een omgeving welke veel-zijdige kansen biedt in velerlei richting. Kwa-liteit is veelal de top van een pyramide meteen zeer brede voet. Naarmate de voet brederis, kan de top hoger stijgen. Planologisch ver-taald betekent dit: breng de mensen, brengveel mensen met elkaar in contact. Bundel dekrachten, hoed U voor versnippering. En daarzowel de democratic, als het platteland melief zijn, zou ik met dit advies willen eindi-gen.stedebouwBinnenlandVoorontwerp bovengemeentelijke regeling he-stuursvraagstukken Nieitwe-WaterweggebiedRuim een jaar geleden hebben B. en W. vanRotterdam een door de hoogleraren Mr. W.F. Prins en Dr. D. Simons opgesteld vooront-werp van wet tot instelling van een openbaarlichaam genaamd Rijnmond ter kennis van degemeenteraad gebracht. Er heeft inmiddelsoverleg plaats gehad over dit ontwerp in decommissie voor de bestuursaangelegenheden inhet Nieuwe-Waterweggebied. Als uitvloeiseldaarvan hebben de beide ontwerpers hunvoorontwerp en de toelichting op een aantalpunten herzien.B. en W. brengen thans de gewijzigde re-dactie ter kennis van de gemeenteraad.Wij vestigen er de aandacht op dat het ont-werp de instelling beoogt van een openbaarlichaam Rijnmond, met een raad, een collegevan gecommitteerden en een voorzitter. Deraad zal bestaan uit de burgemeesters van degemeenten of hun vervangers en uit 45 recht-streeks door de kiezers gekozen leden.Onder de onderwerpen, die het openbaarlichaam volgens het ontwerp zou moeten be-hartigen, wordt als eerste genoemd de ruim-telijke ordening, als tweede het stellen vanrcgelen voor de uitvoering van de ruimtelijkeordening, en als derde het geven van uit-voering aan plannen en voorschriften vanruimtelijke ordening door het gereedmakenvan terreinen of op andere wijze, zoals doorverwerving van onroerende goederen in derminne of door onteigening.In een volgend artikel wordt op de bevoegd-lopen, schuifelen, rijden, dweilendaar moeten vloeren in ziekenhuizen tegen kunnen.Bedden en stoelen verschuiven, brancardsrijden, verpleegsters lopen af en aan en er wordtgedweild met een anti-septisch middel.De vloeren hebben wat te verduren.Over de gehele vi^ereld verspreid werdenreeds miljoenen vierkante meters MARLEYFLEX enMARLEYTILE gelegd.Ze kunnen tegen een stootje, hebben prachtigedessins, zijn gemakkelijk schoon te houden enliggen in een billijke prijsklasse.Overal v/aar sterke en mooie vloeren wrordengewenst: in scholen, ziekenhuizen, restaurants,cantines, kantoren, woonhuizen etc.treft men Marleyflex of Marleytile aan.MARLEYFLEX en MARLEYTILE zijnprodukten van de beroemde Marley-groep,die vestigingen heeft in vele landen van de wereld.MARLEYTILE^NEDERLANDKey & Kramer. Maassluis -- De Lint, Den Haag [ ~ Nierstrasz, AmsterdamDe BETERE dakisolatieplaat is deSCHEWIL -KANAALPLAAT? haar fantastisch kanalensysteem? haar doeltreffende warmtegeleidingscoetHcient (0.07)? haar gemakkelijke verwerkingsmogelijkheid(afm. 120 X 50 X 7 cm)? de goede service van de ,,SCHEWIL" fabrikanteheeft U alle voordelen in Uw hand!Ook VLAKKE PLATEN 2-3-5-7-9 cm voor andere isolatiedoeleinden.FahTikante: WILLEMSE DELFT n.v. ? ETTEN (N.-Br.)TELEFOON 01608-572 (Na kantoortijd 578 en 585)INSTALLATIE-BUREAUB. v.d. EIJKDEN HAAGNoordeinde 125, Tel. 117858Voor al uwINSTALLATiE-WERKop electrisch,gas en sanitair gebiedLandelijk erkendinstallateurEen vacature?De juiste man op dejuiste plaats dooreen advertentiein dit tijdschrift!LOODGIETERSBEDRIJFA. A. KANTERSgas-Erkenden waterfitter.Voor alle voorkomendeloodgieters-werkzaamheden.DEN HAAGV. Limburg Stirumstraat 36Tel. 117924LOODGIETERSBEDRIJFJ. F. J. BelderokAMSTERDAM-ZDaniel Stalpertstraat 56Tel. 020-791496Landelijk erkend Gas- en Waterfitter,ingeschreven bij het G.E.B. en G.W.van AmsterdamOok voor aan- en ajvoerleidingenin kunststoffenBOEKHOUD- EN ADMINISTRATIEKANTOOR,,Mercuhusff? Boekhoud- en Belastingzaken? Inrichten, bijhouden encontroleren van boekhoudingen? Balansen en belastingaangiftenC. J. PLOiiil^T's-Gravenhage - Azaleastraat 78 - Telefoon 335919PUDLOUw garantievoorwaterdichtheidRAMONDT & CO's-GRAVENHAGEKoninginnegracht 140Telefoon 070-632568ili 1 P
Reacties