stedebouw & volkshuisvestingUitgave van hetNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordening en VolkshuisvestingIn dit nummer.IIForum woningbouwbeleidStedebouwOnderzoek in waning- en stedebouwVolkshuisvestingKrotopruimingSummaryBOUWKREDIETKOENE TEGELS'^JMJk^\Telefoon 778566WAND- en VLOERTEGELSMOZAIEKonverglaasdvergiaasdglasMARMER-TEGELSNATUURSTEENVorstvrij materiaalin tegels en sirippenPLASTIC-VLOERENisolatie bouwplatenwandelementenvoor plafondsvoor wandenc.v. halmplan ksomeren tel. C04937) 822, 5 lijnenINONSKLIMAATBRUYNZEEL DEURENFABRIEK NV ZAANDAM TEL. 0 29 80 2 65 50PROVINCIALE PLANOLOGISCHE DIENSTIN LIMBURGEr bestaat een vacature voor een medewerker die in hetbijzonder zal worden belast met de zaken betreffende deRECREATIEDe taak zal bestaan in het voorbereiden en beoordelenvan plannen op recreatief gebied, in het onderhouden vancontacten met overheidsdiensten, organisaties en instel-hngen welke op dit terrein werkzaam zijn, en in het leve-ren van een inbreng bij het planologisch werk.Voorkeur bestaat voor een academicus die deskundig isen ervaring heeft op het gebied van de landschapsarchi-tectuur.Eventueel kan in aanmerking komen een middelbaargevormde kracht.In verband met de taak zullen organisatorisch inzichten redactionele vaardigheid nodig zijn.Aanstelling kan geschieden in de rangen planoloog/planoloog le klas resp. technisch ambtenaar/technischambtenaar le klas/technisch hoofdambtenaar, naar gelangvan bekwaamheid en ervaring.(Salarisgrenzen ca. / 10.000, / 18.400,-- resp. / 7.500,/ 13.800,--).SoUicitaties binnen 10 dagen aan de directeur, Postbus 4,Maastricht.Bij de dienst van Gemeentewerken vaceert op de afdelingStedebouw de functie vanCHEF van de TEKENKAMERVereist: diploma H.T.S., afdeling Bouwkunde of daar-aan gelijkwaardig diploma.Ruime stedebouwkundige ervaring, bij voorkeurals leider van een grotere afdeling.Het bezit van het diploma H.T.S., afd. stedebouw-kundige techniek strekt tot aanbeveling.Salaris naar gelang ervaring en bekwaamheid in de rangvan technisch hoofdambtenaar le kl. van / 1060,80 permaand (minimum) t/m / 1344,72 per maand (maximum).SoUicitaties binnen 8 dagen na het verschijnen van dezeoproep te richten aan het Hoofd van afdeling Personeels-zaken en Organisatie der Gemeentesecretarie, Stadhuis-plein 1, Eindhoven, onder vermelding van nr. 670.openbare werkenUtrechtGeplaatst kan worden eenMEDEWERKER bij deAFDELING GRONDBEDRIJFVoorkeur gaat uit naar een functionaris op het niveau vaningenieur, jurist of econoom.Bekendheid met de facetten van deze afdeling, zoals aan-koop, onteigening, exploitatieberekening, verkoop, verhuur,ontruiming enz. van onroerende goederen, zullen medebepalend zijn voor de hoogte van het salaris, dat zal lig-gen tussen / 14.412,-- en / 20.484,-- per jaar.Voorts4% huurcompensatie4% vakantietoelagegeen betaling A.O.W.-premieopname in Instituut Ziektekostenvoorziening Amb-tenarenpremiespaarregelingverplaatsingskostenverordening voor gehuwden(o.a. 10% jaarsalaris voor wederinrichtingskosten)vindt toepassing.Een psychologisch onderzoek kan worden verlangd.Uitvoerige eigenhandig geschreven SoUicitaties met recentepasfoto worden ingewacht bij de hoofddirecteur van Open-bare Werken, Achter Clarenburg 12, Utrecht, onder ver-melding van nr. 3480 D in de linkerbovenhoek.GEMEENTE UDENBurgemeester en wethouders roepen sollicitanten op voorde betrekking vanHOOFD VAN DE AFDELINGBURGERBOUW EN PLANOLOGIEvan het Bureau Gemeentewerken en bedrijven in de rangvan technisch hoofdambtenaar le klas.Bruto-bezoldiging met inbegrip van alle toelagen/ 13.081,68 -- / 14.953,68.Aanstelling boven het minimum is mogelijk.Vereist wordt het diploma H.T.S., afdeling bouwkunde, ofeen daaraan tenminste gelijkwaardige opleiding.Ervaring op het gebied van stedebouw is gewenst; diplomacursus stedebouwkundige techniek strekt tot aanbeveling.Vakantietoelage 4%.Diplomatoelage-, Verplaatsingskosten-, I.Z.A.-, Studietoe-lage- en Premiespaarregelingen zijn van toepassing.Woning komt beschikbaar.Inzenden van soilicitaties met uitvoerige inlichtingen bin-nen twee weken na het verschijnen van dit blad.Alle verfproductenM,, ,, van PIETER SCHOEN & ZOON N.V. zijn bij ons tegen fabrieksprijzen direct uit voorraadline Heren, leverbaar. LAK- EN VERPINDUSTRIE v/h P. WERRE & CO.WERRE 's-GRAVENHAGE, Veenkade 49-50, Telefoon 633923 (2 lijnen)s&vUitgave van hetNederlands Institunt voorRuimtelijke Ordening en VolkshuisvestingMaandbladapril 19644ie jaargang no. 4Redactie:Mevrouw Prof. C. W. VisserMe]. R. HartstraProf. C. van EesterenMr. C. A. van GorcumH. J. A. Havens GreveProf. Mr. A. KleijnDrs. R. KokIr, P. K. van MeursProf. Dr. S. O. van PoeljeMr. Ir. M. M. van PraagDrs. W. /. ValkenburgDrs.H.v.d.WeijdcIr. W. WissingAdres voor Redactie en Abonnementcn:Lange Voorhout 19, 's-GravenhageTelefoon 184225Postgironummer 29080Advertenties:Keizersgracht 188, Amsterdam-C.Postgironummer 113028Telefoon 249128Dit nummerbevat als hoofdartikel het verslag van een recente forumvergadering van hetInstituut over het zvoningbouwheleid. Onder stedebouw is een bijdrage opgeno-men van de heer Drs. A. P. Nauta over het sociaal-wetenschappelijk onder-zoek in de woningbouw en de stedebouw. Het artikel is de uitdrukking van hethuidige streven van velen die werkxaam zijn in de stedebouw en in de volks-huisvesting om zich te bezinncn over hun eigen plaats in het geheel en hunverhouding tot medewerkers met andere wetenschappelijke opleiding en anderewijze van benadering. Over deze lang verwaarloosde principiele vragen wordtgelukkig de laatste jaren tneer dan vroeger nagedacht en gepubliceerd.Onder Volkshuisvesting bevat dit nummer het tmeede deel van het verslag vande vergadering op 26 September 1963 over krotopruiming.105Stedebouw en volkshuisvesting in de spiegel der literatuurTreub over het welstandstoezichtLaat de overheid cursussen organiseeren om der jeugd en ook den ouderen schoonheidszin bij tebrengen, en vooral laat haar particuliere instellingen stcunen, die zich een dergelijke ontwikke-Itng van de kunstzin tot taak stellen; maar laat haar de ingezetenen, die bouwen willen, nietdwingen om te bouwen niet naar eigen smaak en inzicht, maar gelijk zij, overheid, d.w.z. dedoor haar ingestelde schoonheidscommissie het moot vindt. Waarlijk de overheid heeft welanders te doen dan zich te begeven op een terrein, dat zij niet beheersen kan, om de eenvoudigereden, dat er nu eenmaal geen objectief vast te stellen criteria van schoonheid zijn en haarschoonheidscommissies dus gedoemd zijn om te ontaarden in colleges, die hun eigen schoonheids-ideaal zoeken te verwezenlijken en die onwillekeurig ertoe komen, om zich te gedragen naarden regel: ,,nul n'a du gout que nous et nos amis."Mr. M. W. F. Treub, Herinneringen enOverpeinzingenInhoudEnige vraagpunten van woningbouw-beleid 107StedebouwBniige opmieirikimgen over sociaal -wetem-sohappedijk onderzoek op het gebiedvan volkshuisvesdnig en stedebouw,Drs. A. P. N. Nauta 113BinnenlanKl 116Buiteinla/nd 117VolkshuisvestingDe Krotopruiming II 118De sociale aspecten van de krotop-ruiming, Drs. J. J. J. van de Venne 118De bestuurlijke aspecten van dekrotopruiming, Mr. G. C. van derWilllgen 124Gedachtetnwisseling . . . . 127Binnenland 131Buitenland 132Summary 132Abonnementsprijs f 20,--. Losse nummers f 2,--.De leden van het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting en deleden van de Nationale Woningraad ontvangen het blad kosteloos.106Forum WoningboHwbeleidEnige vraagpunten van het woningbouwbeleidverslag van de op donderdag 12 maart 1964 te Utrecht gehouden ledenvergadering van het Nederlands Instituutvoor Ruimtelijke Ordening en VolkshmsvestingVoor de op donderdag 12 maart 1964te Utredht gdhouden ledenvetrgaderingvan het Nederlands Instituut voorRuimtelijike Ordeninig en Vol'kshuis-vesting was een forum samengesteild,waarvan deal uit maakten:Ir. J. F. A. Alozerij, Directeur Ge-tneentelijike Woningdienst AmsterdamMr. E. vajn Haersma Buma, VoorzitterNationale WoningraadW. Harsma, Burgemeester van Opster-landS. J. Mook, Voorzitter NederlandseBond van Huis- en GrondeigenarenDrs. W. J. Valkenburg, Algemeen Se-cretaris Nederlandsche Bond vanBouwondememers.Aan dit forum, waarvan de heerHarmsma als voorzitter optraid, wer-den een aantaii concrete vragen overhet woningbouwbeleid voorgelegd.Voor de pauze kreeg het forum die ge-legenheid zich uit te spreken over eenzevental te voren opgestelde vragen,terwijl na de pauze geantwoo:rd werdop vragen uit de zaal.de zeven vragen/. Hoe denkt het forum over de here-kening van het aantal woningendat in de naaste toekomst moetwarden gebouwd?De heer van Haersma Buma memo-reert de cijfers van de Bouwnota, wel-ke spreekt van 75.000 woningen voorde toegenomen bdhoefte en 15.000 voorde krotopruiming. Dat is een totaalvan 90.000 woningen per jaar. Reke-ning houdend met de grootte van betaantal onbevredigende bewoningen enhet aantal gedwongen samenwoningendenkt de minister de woningnood in1970 te boven te zijn bij een jaarpro-duktie van 90.000 woningen. De heerWerkman heeft echter onlangs in,,Bouw""') here^kend dat al worden erper jaar vijf duizend woningen meergeproiduceerd de woningnood eerst in1977 zal zijn opgdheven. En dan isdaaribij nog verwaarloosd het groteaantaii woningen van onvoildoendekwaliteit. Dit alles schetst de onge-loofli|ke taak, waarvoor men zich ge-steld ziet. Het is dan ooik niet nodigop dit moment de woningbehoefte tegaan bepalen. Deze valt trouwens niette bepalen. Bovendien zijn aille prog-noses tot op heden verkeerd gelbleken.De woningfbehoefte is vooral daaromniet te scihatten, omdat er onlbepaal-bare factoren bij betrokken zijn, zoalsde inv^loed van een eventuele econo-misdhe reoessie, ide gevoligen van eenverdere huuraanpassing en de matevan veroudering van db ibestaande wo-ningvoorraad, zo men op grote schaalovergaat tot de bouw van betere wo-ningen (met tweede woonvertrek, cen-traile verwarming, afdoende geluid-isolatie enz.).De heer Mook is ook van mening datmen met prognoses zeer voorzichtigmoet zijn. Hij memoreert een prognosevan de commissie-Bommer over de pe-riode 1957-1970, voilgens welke wijtihans in 1964 slechts een tekort van19.000 woningen zouden hdbben, metdaarin reeds een zekere reserve. Hoekomt het nu dat die prognoises ver-keerd ui'tvaillen? Omdat er bij stijgendeinkomisten een stiiging van de vraagnaar woningen valt waar te nemen enbij dalende inkomsten een daling. Ove-rigens verdiepen wij ons onvoldoendein de vraag op de woningmarkt, wijweten er te Weinig van en daarom valtook niet te zegigen of het bouwpro-gramma in Voldoende mate op dievraag is afgestemd. Het is verheugenddat het ministerie een studie gaat on-dernemen naar de woningibehoefte.Waar de minister streeft naar een jaar-programma van 90 000 woningen ofmeer rijst de vraag of dit haalbaar is.Bij een laten uitlopen van de vrije sec-tor is dit zeker het geval. Een stijgingvan de ibouwfcosten hoeft daar niet hetgevolg van te zijn, omidat de in dezesector spoedig optredende verzadigingde concurrentie zal bevorderen.De heer Valkenburg is eveneens vanmening dat het aantal benodigde wo-ningen aftankelijk is van de marktver-houdingen. Daarbij wijst hij er op datde vraag naar woningen een gediffe-rentieerde vraag is. Het is daarom nietjuist aiUeen woningen van minimaleafmeting te bouwen, zoals thans in dewoningwetsector en in de in dit op-zidht daarmee gelijk te stellen premie-sector geschiedt. Door het te lagehuurpeil hebben wij te maken met eenkunstmatige mai^kt en een kunstmatigewoningbdhoefte. Bij een onderzoeknaar de werkelijke behoefte zal blijkendat er veel meer middenstandswonin-gen gebouwd moeten worden.2. Hoe oordeelt het forum over hetnieuwe toewijzingsheleid?De heer Alozerij wijst er op dat deze*) Zie ,,Bouw" nr 3, 1964, pag. 76107Forum Woningboumbeleidmmister geen maximum gesteld heeftaan het aantal te bouwen woningen;er is Immers sprake van ten minste90 000 woningen. Dit standpunt valttoe te juidhen; in het verledten is geble-iken dat ihet vestigen van een plafondgeen doeltreffend middel is am deoverspanning op de bouwmarkt tegente gaan. Bijna de 'helft van het aantailte bouwen woningen bestaat uit wo-ningwefwoningen: 40 000 stuks. Ditaantal is veel te groot, als de ministerdaarbij uitgaat van de kwalitatief ge-brekkige woningwetwoning, zoals wijdie tot nog toe gekend hebben.Het is te hopen, dat de verschillendecolleges van de Gedeputeerde Statenhet ministeriele beileid zuMen voort-zetten en dat er op dit niveau geenfrustratie zal plaats vinden van deministeriele maatreigelen.Het werken met riohtcontingenten lijktzeer nuttig, in het bizonder voor de'kleine gemeenten. Maar dit beleid heeftgeen zin, als het achteraf ongedaatnwordt gemaakt door het prijsbeleid.Bij de contingentering van de agglo-meraties speeilt de industriele bouw eenrol. De aantrekkeilijkheid van de hierbijte verwerven extra-contingenten issoms twijfeladhtig, omdat bepaalde be-zwaren tegen de fabrieksmatige bouwdoor het voordeel van het extra-con-tingent te gemakkelijk worden wegge-vaagd.Aan het laten meespreken van capa-citeitsoverwegingen bij het goedkeu-ringsbeileid zit het gevaar vast, datniet daar geibouwid zal woirden waar denood het hoogst is.Het zou aanbeveling verdienen in het'goedkeuringsbeleid rekening te houdenmet het tempo, waarin In bepaalde ge--ibieden gebouwd wordt. Vaak blijkt,ails men achteraf de balans opmaakt,dat stidhtingskosten en huur te hooggeworden zijn, omdat de bouwtijdveel te lang was.Samenvattend kan gesteld worden dathet toewijzingsbeleid vele goede aspec-ten heeft; men moet de minister danodk de kans geven zijn pluriform be-leid te verwezenlijken.De heer Harmsma ziet eveneens grotevoordelen in de richtcontingenten, wel-'ke de oontinui'teit in de bouw bevor-deren. Hij acht het een grote verdienstedat het nieuwe bouwbeleid van eenduidelijke souplesse getuigt. Ook naarzijn oordeel is het van veeil belang datde lagere instanties vlot aan 'dit beleidmeewerken.3. Hoe oordeelt het forum over debelemmeringen, waarvan in de Bouw-nota sprake is: stedebouwkundige be-lemmeringen, nog niet geregelde eigen-dom van de grand (met name de tragegang van de onteigening, onvoldoendeeenheid in de bouwvoorschriften)?De heer Mook zegt dat deze kwestiesterk in het bestuurlijke vlak is gdle-gen. De minister is bang, dat de afge-geven rijksgoedkeuring niet snel genoeggerealiseerd wordt en wil daarom bijhet bestaan van belemmeringen geengoedkeuring verlenen. Dit is een juiststandpunt.Hetzelfde speelt ook bij het wijzigenvan een uitbreidlngsplan.Soms laat een gemeente zich verieidenreeds met een plan in zee te gaan inafwadhting van de goedkeuring vande voorgestelde wijziging. Natuurlijkmet alle nare gevolgen van dien.In de toekomst zullen wijzigingen inuitibreidingsplannen sneller tot standkunnen komen door het in werikingtreden van de Wet op de RuimtelijkeOrdening.Over de onteigening wordt in deBouwnota niet gesproken. Wij verke-ren in Nederland ten aanzien van ditonderwerp in een vrij gunstige positie.Wei is er sprake van overtbeilasting bijde onteigeningsrechters en een tekortaan onteigeningsdeskundigen. Maar hetis de vraag of de minister hier veel aankan doen. Waarschijniijk zal men deoplossing moeten zoeken in het ver-lengen van de periode van voorberei-ding.Nog tragischer is het wanneer een ge-meente geen grond meer heeft, gelijkAmsterdam, Den Haag en Rotterdam.Ook dit is een belangrijke be'lemme-ring. Naast een uniformering van debouwvoorsdhriften dient ook gepleit teworden voor eenheid van utiliteits-voorsdhriften; de voorschriften om-trent aanleg van gas, water en electraen de brandveiligbeidsvoorsdhriftenverschillen van gemeente tot gemeente.De heer Harmsma vindt dat er op hetgebied van de onteigening speciaal eentaak rust op de schouders van de ge-meentdbesturen, die er voor moetenzorgen dat er op tijd gekocht wordt enop tijd terreinen boiuwrijp gemaaktworden. Vooral ook de toezichthou-dende colleges dienen dit te bevor-deren.Verder is het zaak de Wet op de Ruim-telijke Ordening snel in te voeren.Evenals de nieuwe Woningwet, omdatde gemeenten het aanpassen van hunbouwvoorschriften ten beihoeve van deuniformering ultstellen, zolang dezewet nog niet van kracht is.4. De kwalitatieve aspecten van deBouwnota (geluidwering, liften,centrale verwarming). Is het juistdat deze onderwerpen met voor-rang worden genoemdf Kunnen degeformuleerde desiderata, die eenzeer voorlopig karakter hebben,worden gepreciseerd en aangevuM?Welke consequenties heeft een enander voor het huur- en subsidie-beleid?108Voor laagbouw en hoogbouw.voor schouwburgen en scholen,voor kerken en musea,voor bungalows en torenflats,voor honderden, duizenden,tienduizenden woningen,jaar in, jaar uit...natuurlijk kalkzandsteenN.V. C.V.K., Utrechtseweg 38, Hilversum. Tel. 02950-44951Illllll VACATUi^iS liiiiiiliiiiiiliiGemeente AlmeloBij de dienst van Gemeentewerken en Bouw- en Woning-toezicht, afdeling Stadsontwikkeling, kan op korte termijnworden geplaatst eenstedebouwkundig ambtenaarin de rang van technisch ambtenaar.Eisen: ervaring in stedebouwkundig werk en de daarmedesamenhangende administratieve werkzaamhedeno.m. blijkend uit een middelbare opleiding en betdiploma Stedebouwkundig Tekenaar.Salarisgrenzen: / 712,40 - / 860,08 per maand, inclusiefde toelagen.De gemeente is aangesloten bij het I.Z.A.-Overijssel.Sollicitaties met uitvoerige inlichtingen binnen 8 dagenna het verschijnen van deze oproep te zenden aan Burge-meester en Wethouders.Door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wordtgezocht een medewerker op academisch niveau, voorwerkzaamheden op het gebied van hetSociaal-geografischen planologisch onderzoekTot de werkzaamheden behoren:? structuuronderzoek van gemeenten? regionaal structuuronderzoek? onderzoek ten behoeve van recreatiegemeenten? werkzaamheden voor de gemeentelijke gastenstatistiek.Rang en salariering nader overeen te komen.Sollicitaties te richten aan de Vereniging van Neder-landse Gem.eenten, Paleisstraat 5, 's-Gravenhage.Fa. H. MANSCHOT & ZONEN* a>AannemersvanHEIWERKENTeiefoon 03474 - 269LEXMONDGespecialiseerd in het heienmet stoomblokkenvan 2000 tot 8000 kg.\KSiSVerenigde Bedrijven Bredero n.vivraagt voor de N.V. Maatschappijvoor Projekt-ontwikkeling"EMPEO" te Utrecht eenstatistischmedewerkerDeze zal worden ingedeeld bijde afdeling verkeers-onderzoeken belast nnet het programmerenen uitwerken van verkeerswaar-nemingen in de ruimste zin.Gewenste opleiding: H.B.S.-B ofgelijkwaardig qua wiskundige on-dergrond.Statistische of wiskundige ver-volgopleiding strekt tot aanbe-veling.Brieven met opgave van oplei-ding en ervaring te zenden aande Centrale Personeelsafdeling.NIEUWE GRACHT 6 ? UTRECHT ? TELEFOON: 030-16481J. J. NEDERSTIGTZILK/HILLEGOMTeiefoon 02520-5929 en 5710GRASZODENvoor plantsoenenentuinaonlegVAanleg en onderhoud vanSPORTVELDIN enPLANTSOENENGratis odviesen\Forum WoninghouwbeleidDe heer Valkenhurg is van oordeal datde kwaliteit een van de eerste priori-teiten dient te zijn. Hij vindt het daar-om teleurstellend dat dit punt 20 ach-teraan staat in de bouwnota.De vraag rijst hoe groot de kosten vandeze voorzieningen zijn en wie die kos-ten moet betallen. Het principiele uit-ganigspunt dient te zijn dat de bewonerdeze opbrengt. Men moet leren meervoor de woning over te hebben. Tijde-lijk zouden deze koisten echter in hetsubsidieibedraig kunnen worden opgeno-men, mits men er van uit igaat dat in detoekomst een liquidatie van het subsi-diebeleid zal plaats hebben.De heer van Haersma Buma zou aande gegeven desiderata wiilen toevoe-gen: kwaliteltsverbeteringen om deonderhoudskosten te beperken. Goed-kope ijzeren balkonhekken van matigekwaliteit vergen bijvoorbeeld voort-durend grote bedragen aan onderhoud.In de todkomst zal handarbeid steedsduurder worden, daarom kan men be-ter bij de bouw iets meer uitgeven voormaterialen waar men later geen omkij-ken naar heeft, zoals bijvoorbeeld alu-minium ramen.Ook het aanbrengen van een dubbelebaglazing om het warmteverlies tegente gaan verdient aanbeveling.Daarnaast is bet van groot belang datde woningen een tweede woonvertrekkrijgen, in het bizonder ten behoevevan de gezinnen met sdhoolgaande kin-deren.Spreker is het met de heer Valkenburgniet eens dat de kosten van al dezevoorzieningen door de huurder betaaldmoeten worden. Men dient voorail inhet oog te houden dat men moet bou-wen voor de toekomst en dat het vanbelang is dat er woningen tot standkomen die over tientallen jaren nogmodern zijn.De heer Alozerij acht de achterstandin de kwaliteitseisen ten aanzien vande woningwets?:tor bizonder groot. Denoodzaalk van een goede geluidweringvormt chans geen punt van discussiemeer. Evenzo de centrale verwarming;miaar dan dient men de woning ookvolledig centraal te verwarmen enniet slechcs voor een deel. Overigenswordt de achterstand op dit gebiedduidelijk, indien men weet dat in Ber-lijn 99''/o van de sociale woningbouwvan centrale verwarming is voorzien.Aan de in de Bouwnota genoemide pun-ten van kwaliteitsverbetering zou spre-ker wiilen toevoegen: het uitvaardigenvan voorschriften over de isolatiewaar-de van muren en glaswanden.Voor de kwaliteitsvenbetering is ookvan beilang dat de normen ruimer ge-steld worden, dat er grotece vertrekkenkomen en dat de bouw van eenAamer-woningen wordt verboden.5. Hoe denkt het forum over de 20-genaamde jjBogaerswoning" alsmaatregel om de onhenutte houw-capaciteit produktief te maken?De heer Alozerij z^t nog geen Bo-gaerswoninigen gezien te hebben, maaruit wat hij er over gelezen heeft be-grepen te hebben dat het hier over hetalgemeen gaat om woningen van infe-rieure kwaliteit. Hij acht het motiefvan de minister om deze huizen tebouwen niet duidelijk. Ze zijn kleinen slecht uitgerust. Het middel is er-ger dan de kwaail. Als de ontwerpervan zo een woning gevraagd wordt,hoe hij zijn pix>dukt tot stand heeftkunnen brengen krijgt men het ant-woord: door diep nadenken en doorte minimaliseren. Dit minimaliserenveroordeelt de zaak al.Bovendien dreigt het gevaar dat hetbouwen van dit soort woningen nietbeperkt blijft tot incidentele gevallenvan latente bouwcapaciteit, want in-middels zijn er al plannen deze wonin-gen in het groot te gaan bouwen.De heer Mook juicht de toestemmingvan de minister VOOT de bouw van dezewoningen toe, niet vanwege de kwa-liteit, maar wel omdat er een tegemoet-komen in ligt ten opzichte van de niette stuiten bouwdrang bij de kleine aan-nemers. Naar zijn mening komen erredelijke woningen tot stand, al is hetniet ,,om er over naar huis te schrij-ven". De 14 000 gulden-limiet valt tebetreuren, omdat deze de kwaliteit be-paalt. Beter zou het zijn de vrije sec-tor een uitloop te geven voor het pro-duktief maken van de onbenutte bouw-capaciteit. Daafbij zou dan eventueeleen beperking kunnen galden van 20tot 30 woningen per ondernemer. Indat geval zouden ook de grotere onder-nemingen, die hun personeel niet ont-slaan, als zij op goedkeuring zittente wachten, aan het produktief makenvan latente bouwcapaciteit kunnenmeewerken.De heer Harmsma heeft wel waarde-ring voor de poging om onbenuttebouwcapaciteit op te vangen, maaraoht het middel ondeugdeiijk. Wantwaar zijn de aannemers die woning-wetwoningen voor veertien mille kun-nen bouwen? Toch moeten die veertienduizend gulden-woningen aan de eisenvan de woningwetbouw voldoen. Uitversdhillende aanbiedingen, die gedaanworden blijkt dan ook dat wij hiermeeduidelijk de kant van de zwarte wo-ningen opgaan. In dit verband noemtspreker enkele gevallen van Bogaers-woningen waarvan de juiste bouwkos-ten ver boven de / 14 000 uit komen.6. Zal de rationalisatie van de wo-ningbouw geen ongunstige invloedhebben op de stedebouwkundigeaanleg van de woonwijken?109Forum WoningbouwheleidDe heer Alozerij geeft als zijn meningdat er in de ?wonlngbouw vedl gera-tionaliseerd kan worden zooder datdit een ongumstige invloed hoeft tehebben op de stedebouwkundige aan-leg van de woonwijken. Het probleemspeelt pas, zodra men te maken krijgtmet vraagstukken ails typebeperking,bloklenigte, herhaling e.d. Maar menmoet zidh realiseren, dat economischeoverwegingen faiertoe leiden en datmen er vanaf 1900 reeds mee bezig is.Wei dient gezorgd te worden vooreen goede planning vooraf, speolaalvoor wat betreft de verschillende wo-ningtypen; dan kan rationalisatie ertoe leiden, dat men meer kan varierenen ihet gehed levendigeT wordt.Centraal staat bij dit alles echter hetprijzenbeleid van de minister, virant ditkan tot verandering van het plan endaarmee tot kwalitatieve achteruitgangleiden.Mocht overigens de rationalisering opzichzelf een zekere naddlige invloedop het stedebouw'kundig aspect heb-ben, dan is dat tooh geen groot kwaadte achten, zo de vo'lksihuisvesting ?rmee gediend is.7. Heeft het forum een oordeel overnog niet genoemde aspecten van hetpluriform en expansief houwbeleidfDe heer Valkenhurg vindt dat de mi-nister in zijn bouwnota enigszins een-zijdig is door de nadruk die valt opde praduktieverhoging. Men mist hetfinancieel-econo'misdhe aspect van hetvolkshuisvestingsbeileid en daardoor isook het hu'urvraagstuk niet aan de ordegekomen, terwijl dit toch de sileutel istot de opiossing van het vraagstuk. In-herent aan het huurprobleem is de suib-sidiering. Deze moet worden aangepastaan de reeel gestegen bouwkosten. Hetkoppelen van de bouw van woriingwet-woningen en premiewoningen aan debouw in de vrije sector leidt cot ge-knoei; nu betaalt iemanid, die in devrije sector woont, de kosten van dewonlngwetbouw.Nogmaals pleit spreker voor een liqui-datie van de suibsidiering, met hand-having van overheidssteun voor dehuisvesting van de financieel zwakken,voor de bouw van meer woningen,vooral ook ar'beiderswoningen, van be-tere kwaliteit en voo-r de liberalisatieop het gabied van het bouwen.De heer van Haersma Buma sluit zichvolledig aan bij de bezwaren tegen dekoppelverkoop. Hij wijst ook nog opeen ander punt: de koppeling van definanciele steun van de industrie aande wonlngwetbouw. Dit is een sociaalkwaad, omdat de werkgever het hier-door in zijn hand heeft de werknemeraan zidh te binden.Spreker is het voJstrekt oneens met deredenering van de heer Moo^k, die zegtdat men de vrije bouw zoveel moge-lijk moet laten uitlopen. Dit zal beslistniet leiden tot een verbetering en eenopvoeren van de produktiviteit. Destalling van de heer Mook gaat nietop bij deze onzuivere markt. De vraagis veel te groot en het aanbod te klein.Een desastreuze verhoging van de prij-zen en daarmee van de huren zou erhet gevolg van zijn.De heer Harmsma merkt in zijn slot-conclusie op dat gebleken is dat wijvoor alles behoefte hebben aan waar-achtigheid, dus geen koppelverkoop engeen prijsontduiking bij de Bogaerswo-ningen.vragen uit de vergade-ringWordt het juist geacht, dat vele zoge-naamde Bogaerswoningen via het be-ruchte ,,onder de tafel-systeem" voorf 14 000 gebouwd worden? Als erbouwcapaciteit is kan er ook een be-hoorlijke woning gebouwd worden!Loopt de vrije sector niet enigszins ge-vaar in verband met de bouwkosten-norm van f 35 000?Wordt het juist geacht dat bepaaldebouwondernemers met concrete toewij-zingen van Den Haag op stap gaanam de woningen hier of daar te kun-nen realiseren, terwijl anderen somsjaren op de rijksgoedkeuring moetenwachten?De heer Mook 'beantwoordt deze vra-gen aldus: Elke grens die men steit le-vert gevaar op. Als men onbenuttebouwcapaciteit wil benutten dan kandat ook door de bouw van betere wo-ningen.Dat bepaailde bouwondernemers metconcrete toewijzingen uit Den Haagop reis kunnen gaan om hier of daarwoningen te bouwen is voimaakt on-juist. Van dat systeem moeten we af.Het statistisch woningtekort had geenreele betekenis. Of de berekening vanhet tekort volgens Werkman juist is,is een vraag.Goederen ,,op de bon" verhogen devraag. Is opheffing van de huisves-tingsbureaus, niet gewenst? Eventueelgepaard met intrekking van de wet opde huurbescherming.De heer van Haersma Buma antwoordtdat het voor hem ook niet zekar isdat de bere'kening van Wer'kman juistis. In ieder gevaj heeft deze met zijnberekeningen in zoverre gelijk, dat denood groter is dan de Bouwnota ver-mddt.De opheffing van het huisvestingsibu-reau zou a-sociale gevolgen hebben, zoook de intrekking van de wet op de110Forum 'Won'mgbouwheleidhuurtbesdherming. Zo lang de nood nogzo hoog is, kan hieraan niet gedaciitworden. Men dient eerst een reserve-voorraad woningen te hebben, dan paskan liberalisatie plaats vinden.De woningwetwoningen komen veelalniet in handen van hen, voor wie zebedoeld zijn. Is het niet hoog tijd toteen totale wijziging van het subsidie-beleid te komen, waardoor een veelkleiner aantal woningwetwoningenwordt toegewezen, maar met een aan-merkelijk hogere subsidie om ze dienst-baar te maken voor de financieelzwakken?De heer van Haersma Buma vindtdat het probleem niet daarin bestaat,dat veel woningwetwoningen in ver-keerde hand komen, maar dat veel vandeze woningen door de hogere inkoms-ten in de loop der jaren op een goedmoment in verkeerde handen zijn.Moet je zulke mensen er nu uit zetten?Dat Is al te kras. Het huurbedrag bln-dfen aan het Inkomen lijkt echter ookniet aanbevelenswaardlg. Doorstro-ming zal hier ultkomst moeten bren-gen.Is een algemene huurcorrectie als voor-naamste middel ter opheffing van dewoningnood sociaal gerechtvaardigd?De heer Valkenburg vIndt van wel;twee derde van de Nederlandse bevol-klng woont in woningen die een telage huur hdbben. Het is daarom te be-treuren dat bij de jongste loonexploslegeen huurverhoging werd vastgesteld,maar dat dezie werd uitgesteld tot 1juli. Een verhoglng van 10 tot 20 pro-cent in januari, gekoppeld aan de toengegeven loonsverhoglng, had de voor-keur verdiend.Worden kleinere gemeenten niet ach-tergesteld bij de systemen van produk-tiestromen typebeperking en contin-gententoeslagen?Hoe moet het nu met gemeenten die opeigen grond zijn uitgebouwd?Moeten wij van de 1000 gemeenten er100 maken?De heer Harmsma antwoordt dat denieuwe methodes van proiduktlestro-men en contlngententoeslagen voor dekleinere gemeenten een moellijke zaakis. Maar zij moeten er niet van ultgaan dat hun tekort wordt gedaan. Zijmoeten veeleer nagaan hoe zij zlchkunnen aanpassen aan dit beleid, bij-voorbeeld door nauw te gaan samen-werken met andere gemeenten.Ten aanzien van de ,,uItgeibouwde" ge-meenten is het van belang, dat door dehogere overheden snellere beslissingengenomen worden om de hiermee sa-menhangende problemen op te lossen.De heer Alozerij merkt In dit verbandop dat het nodig is dat men meet gaatdenken in de richting van agglomera-ties van gemeenten.Wat het terugbrengen van het aantalgemeenten betreft, vindt de heerHarmsma dat er reeds een inkrimpingplaats heeft. Men zal ook hier de tijdmoeten volgen en niet al te rigoureus tewerk moeten gaan.Naar aanleiding van de opmerkingenover het statistisch woningtekort zetProf. Ir. Jac. P. Thijsse aan de handvan een door hem opgestelde bereke-ning en grafiek uiteen, dat naar zijnmening een jaarlijkse produktie van140 000 woningen nodig is om in hetjaar 2000 over voldoende woningen tebeschikken. Daarbij gaat hij uit vaneen bevolkingsgrootte van 20 miljoenin het jaar 2000 en een tenjglopen vande gemiddelde gezinssterkte ten ge-volge van de gezinsverdunning tot 3.Bij een dergelijke produktie van140 000 woningen per jaar zal de wo-ningnood in 1987 zijn beeindigd. (Detijdens deze vergaderinig getoonde gra-fiek met toelichting staat afgedruktadhter dit versilag).In verband met hetgeen over de Bo-gaerswoning is gezegd geeft de burge-meester van Fijoaart, de heer H. L.Sixma baroin van Heemstra, een uit-eenzetting over de achtergronden vanhet ontstaan van de FijnaarCbungaJow.Daarbij distancieert hij zich van denegatieve opmerkingen die over het14 000 'gulden-huis zijn gemaafct. Hijwijst er op dat de kwaliteit van deFijnaartbungalow minstens gelijk is aandie van de woningwetwoning en datdit type huis in het blonder bedoeldis voor de huisvesting van kleine ge-zinnen. Men moet het niet zien als deop'lossing van de woningnood, maarwel als een oplossing voor bepaalde ca-tegorieen woningzoekenden.IllForum WoningbouwbeleidBerekening noodzakelijke woningproductie volgens Prof. Ir. Jac. P. Thijsseif 30 000 ooo/ 25/ 20111i1 15J..A1 i/ // Jf/ />? / /; 10/if L / IIy >y //jr J ^ y/r^!^ '/ //5 ooo^y L^%i-.^ "y^ * ?iif->/r1 -* ^ .'"e^>^^yIIIII ?=^-- ^.^X18 50 19 00 19 50 20 00 20 50Kromme I geeft het verloop en deprognose van de bevol-kingKromme II geeft een vierde van dewaarden van kromme Ien dus het aantal benodigde wo-ningen bij een gemiddelde gezins-stenkte van 4.Hierop ligt het punt A (tegen-woordige toestand).De gezinssterkte was in 1947 reeds te-ruggelopen tot 3^ en in 1963 tot 31/^(punten B en C).De verwachting van de demografisciheonderzoekers is dat de gemiddelde ge^zinssterkte in 1980 teruggeilopen zalzijin tot 3 (sommigen zeggen 2,8).Indien we het getai 3 aanhouden, danzal het aantal nodige womingen moetenliggen op kromme III die een derdevan de waarden van kroimme I aan-geeft.Alls er ook overgegaan moet wordentot vernieuwing, ontsplitsing en sa-menvoeging van bestaande woningen,,dienen er meer woningen bijgebouwdte worden. In de eerste plaats een aan-tal gelijk aan de voor 1900 gebouwdewoningen (1.250.000). Tevens moet ge-rekend worden op enige tienduizendenwoningen die in deze eeuw gebouwdzijn, maar die niet voldoen aan deeisen van 2000.Indien deze aantallen gesuperponeerdworden op kromme III, dan ontstaatkromme IV. Vanuit punt A moet dezekromme bereikt worden.Indien men nu de eis stelt, dat er in dewoningproduktie geen vertraging zaloptreden, is het produceren van wonin-gen volgens een raaklijn aan krommeIV de meest gewenste oplossing. Hetraakpunt vanuit A blijkt punt E tezijn, juist in het jaar 2000.Produktie van woningen volgens lijnAE geeft een vermeerdering van rond 5miljoen woningen in 36 jaar of rond140 000 woningen per jaar. Voorwaargeen geringe taak! Elk jaar een stadvan 420 000 inwoners! (bijna 5x Leeu-warden).Er moge ook op gewezen worden, datbij een produktie van rond 90 000 wo-ningen per jaar volgens bet verlengde112Stellendam^ Goedereede en Ouddorp hlijven vissenl? ? IMederlands hoogovencement helpt dit mogelijh, makenDe beroemde schilderachtige vissersvloten met hun onver-saagde bemanningen zuUen blijven uitvaren en binnenvarendoor de grote schutsluis die bij Stellendam in de dam vanhet Haringvliet wordt gebouwd. 198 meter lang en 16 meterbreed zal zij een van de grootste sluizen in ons sluizenrijkevaderland worden. 30.000 m^ beton van Nederlands hoog-ovencement, gewapend met 3.800 ton wapeningsstaal zuUenhier voor de komende generaties de enorme krachten vaiizee eii rivieren opvangen.VERKOOPASSOCIATIE ENCI-CEMIJ N.V. - HERENGRACHT 507 ? AMSTERDAM - TELEFOON 238531 (5 LIJNE^4)GEMEENTE HEERLENBij de GEMEENTELIJKE ONDERZOEKINGSDIENST kan gepiaatst wordeneenSTATISTICUS-VERKEERSONDERZOEKERdie belast zai worden met de leiding van:1. het statistisch gedeelte van de onderzoek- en verwerkingsmethodieken;2. de verkeersonderzoekingen.Eisen: Diploma Gymnasium of H.B.S.Meer dan elementaire opieiding op beide taakgebieden.Kennis van de verkeersproblematiek van de streek strekt tot aan-beveling.Aanstelling afhankelijk van opieiding, leeftijd en ervaring.Sollicitaties binnen 10 dagen te zenden aan Burgemeester en Wethoudersonder no. 175.11 VACATURiS(Vervolg)i-HertogenboscbOp de hoofdafdeling Stadsontwikkeling is een functie vacant vooreenbouwkundig ingenieurmet afstudeerrichtingstedebouwOok zij, die in de loop van 1964 denken af te studeren, kunnensolliciteren.De stedebouwkundige arbeid heeft zowel betrekking op uitbrei-dingsplannen als op de realisering van het stedelijk structuurplan.Salaris is afhankelijk van bekwaamheid.Sollicitaties worden ingewacht bij de chef van de afdeling Ar-beidszaken, stadhuis te 's-Hertogenbosch.Aldaar zijn ook nadere inlichtingen te verkrijgen, eventueel tele-fonisch onder nummer (04100)-22371, toestel 300.Loodgietersbedrijf(Landelijk erkend)W. IHIILMSAMSTERDAMSanitaire-,Gas-,Water- enElectrische InstallatiesvoorUtiliteitsbouwShowroom en kantoor:Van Limburg Stirumstr. 50Werkplaatsen:Van Beuningenstraat 80-90Tel. 188788 (2 lijnen) na 6 uur62007 - 59862Forum WonlnghouwbeleidStedebouwOndcrzoek in waning- en stedebouwvan AD de woningnood noolt wordtingehaald. (D komt overeen met dedoor Ir. van Ettinger geuite wens, datwe in 1975 de besdhikking zouden heb-ben over 4 miljoen woningen, zieBouw van 8 februari 1964).Indien men geen woningen zou helbbente vernieuwen, ontsplitsen en samen-voegen, zou in hot jaar 2000 de wo-ningnood over zijn als de ontwikke-ling zich zou voltrekken volgens de lijnA F. Dit komt overeen met een jaar-produktie van iets mieer dan 100.000woningen per jaar.Indien de ontwikkeling plaats beeftvolgens de lijn AE, is bet woningtekorttot nul gereduceerd in 1978, indienvoordien geen woningen worden afge-broken, ontsplitst of samengevoegd.De kromme V geeft bet aantal af tevoeren woningen aan (vernieuwing, sa-menvoeging, ontspHtsing).Er is geen rekening gebouden met de2e woniing.stedebouwEnige opmerkingen over sociaal wetenschappelijk onderzoek op het gebied van volkshuisvesting en stedebouwIn de jaren na de Tweede Wereldoor-log is in Nederland in toenemendemate de tendens te bespeuren om naastardhitect en stedelbouwer de sociologi-sohe onderzoeker een rol toe te delenbij de woruing- en stedebouw. Het zouonredelijk zijn te verwachten dat indeze korte tijdsspanne zich reeds eensyinthese van de onderscheidene ge-zicbtspunten, visies en kennis, een ,,in-ter-disciplinaire approaoh" (om dezein toenemende mate gangibare term tegdbruiken), beeft kunnen ontwikkelen.ledereen die de deeilname van een be-trekkoHjk nieuwe tak van wetenschapaan een reeds lang bestaande discussievan nabij bestudeert zal merken hoegroot de moeilijkheden zijn die ziehhierbij voordoen. Wij willen er slechtsaan herinneren hoe kort geleden nogslechts wetenschappelijk economischinzicht dienstbaar werd gemaakt aanhet bedrijfsleven en aan de economi-sche politick. Het moet echter wel alseen verzuim worden aangemerkt datarohitect-stedebouwer (bier gemaks-halve als een ,,partij" voorgesteld) ensocioloog van elkaar nog steeds nietweten wat de bijdrage van de anderkan zijn, ondanks pogingen, van dezijde van de sociologen, om bun rol teverduidelijken. Het is nog steeds zodat socioloog en ardhitect-stedebouw-kundige de mogelijkbeden en beperkin-gen van elkaars kennis niet kunnenoverzien.Buffinga wijst er in ,,Bouw" (nr. 47-23nov. 1963) 1) terecht op dat bet ge-vaar bestaat, dat de sociaal onderzoe-ker, omdat bij te weinig op de hoogteis van de mogelijkbeden die de archi-tect beeft en niet beeft, de responden-ten van een enquete woonwensen laatformuleren die niet te realiseren zijn,b.v. omdat de respondent de architec-tonische en financiele consequentiesniet overziet. Op dat punt wordt straksnog verder ingegaan.Het omgekeerde echter, n.l. dat de ar-chitect-stedebouwer niet weet wat betsociaal-onderzosk wel en wat het nietkan opleveren, welke waarde aan deconclusies moet worden gehecht en water reeds aan sociologiscbe kennis be-staat, komt zeker zo vaak voor. Onderde architecten-stedeibouwkundigen zijner die de sociologie de taak toekennen,,bet wezenlijke van 's mensen hande-Drs. A. P. N. Nauta, wetenschappelijkmedewerker Studiebureau Gem. Wo-ningdienst Amsterdam.len" (nader toegelicbt als : ,,dat waarhet om gaat") op bet spoor te komenen vervolgens deze kennis door te ge-ven aan de architect c.q. stedebouw-kundige die er dan zijn voordeel meekan doen. Niets minder! Anderendaarentegen zijn van mening dat hetsociale onderzoek (en hoe kan de so-ciologie volwassen worden en inzichtleveren anders dan op grond van dooronderzoek verfcregen kennis) hoog-stens de huidige woonwensen en woon-gedragingen registreert; het probleemzou er dan ?en worden van statistischebetrouwbaarbeid. Daar komt nog bijdat die hoeveelheid sociologische ken-nis van ,,bet wonen" in de ruimste zin,die reeds aanwezig is (en die helaasnog weinig uitgebreid is) door com-municatiemoeilijkheden van begrips-^) Dit artiikel waarin enige aaimdaclit aan detaak van het sociaal onderzoet werd besteedwas de idirekte aanleidimg tot het schtrijvenvan dit stuk.113StedebouwOnderzoek in woning- en stedebouwmatlge en misschien ook o^rganisatori-sc'he aard niet gemakkelijk operatio-neel wordt.Dit zijn omstandiglheden die een effec-tief samenspel verhinderen en die ertoe leiden dat de arcihitect-stedebouwerwel genoodzaakt is om zijn eigen kijkop ihet sociale leven in zijn ontwerp teactualiseren.Resumerend mogen wij zeggen, dat wiler een vruchtbare saimenwerking ont-staan tussen architect-stedebouwer ensocio'loog, het een voorwaarde is datzij de mogelijkheden en beperkingenvan elkaars bijdrage kennen. Pas dankan een afbakening van elkanders taakmogelijk zijn.In het volgende willen wij enkele ge-dachten uitspreken over de sociologi-sdie bijdrage in dit samenspel.Wij gaan er van uit dat het in dit sta-dium, de taak van de socioloog t.a.v.de woning- en stedebouw en het huis-vestingsheleid is onderzoeik te verrich-ten. Door het onderzoek wordt syste-matische kennis geaccumuleerd en pasals een ruimer fond van kennis is ont-staan kan jud hoc zondter uitvoerignadteir onderzoek geadviseerd worden.Deze stand van zaken waaribij de aan-wezige basiskennis relatief gering is,hangt behalve met factoren van theo-retisch-methodologisohe aard ook tennauwste samen met het feit dat hetaantail sociologische onderzoekers opdit terrein nog altijd gering is. Daarkomt nog bij dat de vragen door hetbelieid aan deze onderzoekers gesteldmeestal van incidentele aard zijn, aanstructured onderzoek komen zij danvaak niet toe. Het is duideiHjk dat, wilmen basiskennis t.a.v. huisve&ting enstedelbouw ver'krijgen, ook ruimte moetworden gegeven voor structureel on-derzoeik dat misschien niet dlrektfunctioneel is voor het ibeleid, maar datop langere termijn bezien aihsoluutnoodlzakelijk is.Een en ander neemt natuurlijk niet wegdat de socioloog op grond van zijn al-gemene sociologische kennis van enzijn inzicht in maatsdhappelijke ver-schijnselen alleen, vaak reeds waarde-vol advies kan geven.Hieronder willen wij dan de, naaronze mening, belangrijkste soorten vanonderzoek laten volgen. Het spreektvanzelf dat iedere indeling of classifi-catie vrij willekeurig is; de waarde er-van wordt in laatste instantie bepaalddoor de bruikbaarheid. Wij gaan ervanuit dat het object van onderzoek is :bet gedrag, meningen, wensen en hou-dingen met betrekking tot het wonenin de ruimste zin. Onder het gedragdient te worden verstaan dat wat mendoet, of hoe men handelt; onder hou-dingen verstaan wij een geheel van be-weegredenen, gevoelens etc. met be-trekking tot een bepaald aspect.le. Het eenvoudigste en meest voorde hand liggende is om deze meningen,wensen, houdingen en gedrag t.a.v.het wonen te registreren, b.v. doormiddel van een enquete of door admi-nistratie. Wij weten dan b.v. hoeveelmensen er verhuizen, waarheen enwaarvandaan, of de centrale verwar-ming bevalt tegen de achtergrond vande kosten ervan en of men er bezwaartegen heeft met een timmerman ,,op detrap" te wonen. De waarde die menheoht aan dit soort door enquete ver-kregen gegevens harugt natuurlijk Instenke mate af van de waarde die menaan de enquete als methode in het al-gemeen toekent. Er is over het vooren tegen van de enquetemethodeni.v.m. het wonen en volkshuisvestingal het een en ander gezegd. ^)- Tochwillen wij, zeer in het kort, hierovernog enkele dingen zeggen.Er bestaat bij velen een zekere twijfelaan de betrouwbaarheid van enquete-gegevens. Men vraagt zich af of derespondenten wel zeggen wat ze den-ken, of het ,,waar" is wat ze denkenen of ze de consequenties en alternatie-ven van een gegeven oordeel kunnenoverzien. Veel van deze bezwarenhebben geen reele grondslag : in eenmet overleg opgestelde en uitgevoerdeenquete kan een groot deel ervan on-dervangen worden.Aan een aantal elementaire voorwaar-den dient altijd voldaan te worden :de steekproef moet representatief zijnvoor idie populatie waarvooT men deconclusie wil laten gelden, de vragenmoeten duidelijk gesteld zijn en er moe-ten voldoende waarborgen zijn dat derespondenten niet door suggestievevragen of suggestieve ondervragingeen bepaald antwoord a.h.w. in demond gelegd krijgen.Bovendien kan de betrouwbaarheidvergroot worden door het invoerenvan controle-vragen.De waarde van een antwoord, dat eenkeuze inhoudt (b.v. het gewenste wo-ningtype, de wijk waar men het liefstwil wonen) wordt groter, naarmate dealternatieven duidelijker in de over-weging zijn betrokken. Dit is mogelijk,door b.v. een lijstje met keuzemogelijk-heden aan de respondent voor te leg-gen en er door hem een rangorde in telaten aanbrengen, of hem een of meermogelijkheden te laten uitkiezen. Hetgevaar dat de respondent zidh niet vanzijn ejygen situatie los kan maken, datihij een voorkeur heeft voor dat wathij kent en waarmee hi; vertrouwd is,blijft altijd aanwezig.Indien dit te realiseren is moet aan derespondent duidelijik worden gemaakt^) Wij wijzen in dit venband op het artikelvan L. Tunksma : Het onderzoeken vanwoonwensen, in Stedebouw en Volkshuisves-fiinig apnil 1962, en dat van De Jonge en Hei-mans : De enquete ails onderzoektechnaek bijde studie van tet wonen en de vol'kshuisves-cing, in het oktober-nummer van hetzelfdetijdschnift.114StedebouwOnderzoek in waning- en stedebouwwat de consequenties zijn van zijnkeuze."Wij, wi'llen hier niet de meninig wekkendat aan de enquete-techniek geen grotebezwaren kleven. Deze teohniek isverre van ideaal maar is vaak nietdoor een betere te vervangen.Ook moet men steeds voor ogen hou-den dat de enquete-methode niet vooralle problemen even gesohikt is en datdaarnaast nog andere technieken be-staan cm sociale feiten te verzamelen.Wij denken b.v. aan de participatie,observatie, schaalte'chnieken e.d.Keren wij terug tot bet uitgangspunten vragen wij ons af wat deze inhoofdzaak registrerende en besdhrij-vende vorm van onderzoeik kan opie-veren, dan moet de conclusie zijn datde resultaten op grond van dit soortonderzoek verkregen, ihoewel van ge-ring theoretisch-wetenschappelijk ni-veau, voor bet beleid van groot nutkunnen zijn : men registreert een ver-huisibeweiging (ook al weet men het,,waarom" niet) en men neemt kennisvan opinies en wensen. Bovendien isdit een vorm van communicatie, hoeonvolledig en vertekend ook, tussenbeleid c.q. arcihitect-stedeibouwer enpubliek en als zodanig reads van nut.Wij willen onmiddeliijk stellen dat hetaan het beleid in eerste instantie en aande architect-stedebouwer in tweede in-stantie overgelaten moet wo-rden inhoeverre rekening dient te worden ge-houden met gegevens die op de wijzezoals hierboven beschreven zijn verza-meld. De resipoodent, en ook de ver-zamelde en gepercenteerde responden-ten, overzien slechts een deel van desituatie; zij kunnen niet beoordelen ofhun wensen realiseerbaar zijn. Het iswel mogelijk aan de hand van deze ge-gevens een beeld te vormen van derichting waarin de wensen van het pu-bliek gaan. Het beleid kan dan b.v. eeninzicht krijgen in de ontwikkeling vande woningmarkt, de voor de toekomstwenselijke woningdifferentiatie en detrends hierin. Het ,,publiek" moet dannatuurlijk wel nader gedifferentieerdworden. Het blijft verder altijd moge-lijk dat zowel de ardhitect-stedebou-wer als de opdraohtgever door de en-quete-resultaten en door de tijdens hetinterview spontaan gemaakte opmer-kingen, op ideeen worden geibracht.Al met al mogen wij zeggen dat debier geschetste onderzoeksmethode, diedus eigenlijk neerkomt op een inventa-risatie van gedrag, meningen en hou-dinigen t.a.v. het wonen, nut kan af-werpen.Voor het verkriigen van een dieper in-zicht in het hoe en waarom ervan isdeze methode eclhter inadequaat. Hetbdhoeft daarom geen verwondering tewekken dat sociaal-wetenschappelijkestudies zich zelden beperken tot dezewijze van benaderen.2e. Een eenvoudige weergave vanverzameld materiaal zoals in het vori-ge punt beschreven, wordt in bijna allesociaal-wetenschappelijke studies enrapporten aangevuld met vergelijkin-gen en met ,,verklaringen". Men,,ver'klaart" een gedrag, houding ofmening uit het feit dat de respondentuit die en die sociale groep afkom-stig is of dat de bewoners zidh indie en die ,,gezinsfase" bevinden.Als de sociaile onderzoeker overonvoldoende materiaal besohikt om te,,verklaren" dan kan hij mogelijk ,,in-vloeden" of ,,samenhangen" opsporen,afhankelijk van de aard van het ver-sohijnseil dat hij bestudeert en van zijneigen methodologisch uitgangspunt.Wij kunnen dan komen tot een uit-spraak als : die categoric mensen heefteen opvallende voorkeur voor die endie woningen omdat deze het best hunstatus-bdhoeften symboliseren, of :naarmate het aantal personen per ver-trek groter is is ook de wens om teverhuizen groter.Naast ,,sociale factoren" (waar de so-cioioog uit hoofde van zijn specialisa-tie sterk de nadruk op zal laten vallen)kan zo'n verschijnsel ook verklaardworden uit factoren die rechtstreeksmet de woning en de woonomgevingte maken hebben; in de meeste geval-len treden deze twee grO'Cpen van fac-toren in combinatie op. Een verhui-zing kan plaatsvinden omdat de be-woners een voorkeur hebben voor eenbuurt met een hogere sociale status,een gezinsuitbreiding aanstaande is enodk omdat hun oude woning zo weinigzon ontvangt en zo vochtig is.Conclusies getrokken op grond vandeze werkwijze kunnen een genuan-ceerd inzicht geven in het hoe en waar-om van woongedrag, wensen en hou-dingen. De empirische betrouwbaar-heid ervan staat en valt met de be-trouwhaarheid van het verzamelde ma-teriaal. De overwegingen t.a.v. de en-quete-methode zoals onder punt 1 ge-noemd, zijn hier dan ook onvermin-derd van kracht. De conclusies kun-nen voor het beleid en voor de archi-tect-stedebouwer van belang zijn om-dat met behulp daarvan rekening kanworden gehouden met een socialegroep en met een sociaal bepaald be-hoeftepatroon bij de woning- en stede-bouw.Het spreekt haast vanzelf dat bet ver-schil tussen de onder 1 en 2 genoemdewerkwijzen zeer relatief is; men zouhet zo kunnen stellen dat 1 altijd aan2 vooraf dient te gaan, d^t 7- eenstap verder is naar meer gedifferenti-eerde en betrouwbaarder kennis.3e. Een andere mogelijkheid van so-ciaal onderzoek, hoewel eigenlijk onder2 vallend, willen wij nog apart noe-men omdat wij menen dat dit van bij-zonder belang is voor de woning- en115StedebouwOnderzoek in woning- en stedebouwBinnenlandstedebouwkundiige ontwerper. Het be-treft hier n.l. het onder7o?k naar deMivloed van de woonvormen op dehoudinigen en het gedrag. Bij woon-vorm denken wij hier aan de situeringen de verbinding van woningen onder-ling en met gemeensohappelijke ruim-ten; zijn de woningen langs een galerijof aan een trappenhuis geplaatst, waarzijn de winkels gesitueerd, vi^at is deafstand tussen de woningen onderling,kortom allemaal vragen naar de mo-gelijkheden van sociaal contact tussende bewoners.De vraag wordt dan hoe de commu-nicatie van de bewoners van een ge-bouw, wijk of complex wordt bein-vloed door de fysieke mogelijkhedendie door ardhitect en stedeibouwer zijngecreeerd.Met daze commuinicatie hangen destructuur der relaties en het patroonvan normen weer sterk samen; dit om?nigszins een indrtik te geven van deimportantie van het probleem. Weimoeten natuurlijk de sooiale factorendie naast fysieke structurering van dewoonomigeving een rol spelen mede inhet beeld betrokken worden. Men kannog zulfce gimstige stedebouwkundigevoorwaarden voor frequente buren-contacten scheppen, als deze burenb.v. uit volledig versohillende socialemilieus komien zal dit contact wellichttook minimaal zijn. Het is het samen-spel van deze twee groepen factorendat als verklaring moet dienen.Dit soort onderzoek is nog sleahts wei-nig uitgevoerd; bet is ook zeer devraag of deze samenhangen zo duide-lijk en ondubbelzinnig kunnen wordenvastgestelid, maar zeker is dat indienresultaten worden bereikt deze vanzeer grote betekenis kunnen zijn voorde architectonische en stedebouwkun-dige vormgeving. Het is van belangerop te wijzen dat soms door de archi-tect-stedoboiuwer wel een verbandtussen de manier van bouwen en hetwoongedrag en woonho'udingen, eenveAand in de hieAoven geschetste zin,wordt verondersteld. In dat geval zouhij bet sociale onderzoek vergemakke-lijken door zo expliciet en gedetail-leerd mogelijk op te geven wat hij metzijn gekozen vorm voor heeft. De re-sultaten zouden dan in een volgendontwerp verwerkt kunnen worden.In het bovenstaande hebben wij eenpoging gedaan bet kunnen van de so-cioloog en ook de grenzen van zijnkunnen te omschrijven. Het moge dui-delijk geworden zijn, dat de socioJoogtot meer in staat is dan tot het note-ren van woonwensen, maar dat an^der-zijds van hem geen uitspraken omtrenthet wezen van de mens te verwaohtenzijn.Het sociologisdh onderzo'eik op het ge-bied van het wonen is trouwens ooknog niet in het stadium dat een over-zidhtelijk geordende hoeveelheld ken-nis gereed ligt voor toepassing. Hetmoet ecihter wel, meer dan tot nu toehet geval was, mogelijk zijn door eenbeter begrip tussen sociologen en ar-dbitecten-stedebouwkundigen niet al-leen te komen tot een duideilijker taak-afbakening, maar tevens tot een we-derzijds profiteren van elkaars werk.BinnenlandIndustriele bouw en welstandstoezichtDe Federatie Welstandstoezichit heeft in eenbrief aan de M;kiisiter van Vol(kshuisvesting enBouwnijverlhaid, aldus blijkt uit een pers-beiriichit van het Ministerie, haar oogei-xisuheiduitgesproken over een uit het oogpunt vanwelstand en stedelbouwikoiodige planning wildegroei van de imdustriele woninigbouw.De Federaitie heeft een co'mmiissie ingesteldvoor een bij de ontwi'kkelang van de indus-triele woningbouw aangepaste centrale wel-standsbeoorde'ling van plannen. De Ministerheeft de Federatie meegedeeld dait aan hetwelstandsaspect van de meer massale woning-bouw en in het bizomder van de geindustriali-seerde bouw alle aandacht zal woriden ge-schonfcen en dat het inwinmen van adviezenbij de even bedoelde commissie zo veel moge-lijk zal worden bevonderd. Hij heeft er echtertevens op gewezen dat de mogeilijkheden vooreen centrale beoordeJing van de plannen aanbeparkingen zijn gebonden en veirder dat eenadviies van 'de com,missie nooet goheel in deplaats kan treden van de zelfstamdige be-oondaling van de welstand van een projectdoor gemeenten, die op deae beoordeJing prijsstellen. Overigens botrdkken reeds de meestepromotoren van industriele woningbouw eigc-ner bewaglng vooraanis?aande ardhitecten bijde ontwikkeling van huo plannen, aldus deMimister, omdiat zij beseffen dat het nodig iseen ontwerp aan te bieden, dat in de gemeen-telijke welstandscomnnissies geen of weinigweerstand oproept.De Minister is verder van mening dat ervoorshands geen amstige verontrusting be-hoeft te bestaan over een veramtwoorde stede-bouwikuindige inipasising van de in relatjefgrote series gebouwde industriele woningen.Het toepassen van industriele woningbouw isimmiers alleen mogelijlk in die gemeente, waar116StedebouwBinnenlandBuitenlandeen daarop afgesteanid uiflbreiidiingsplain vanvaMoenide orrwang aanwezig is. Hoerwel ooikdik in de eerste plaats ?n zaak van gemeen-tdlijkie veranitwoordelijikiheid is, zai de Mi-nister bevordoren dat de hoofdingenieers-di-reoteur van de voliksihaiisvesoing en de bouw-nijverheid tar zake diligent zijn.Ten slotce merkt de Minister op dat de Fede-racie met een kraohtige propaganda in hogemate de belangen, die zij voorstaat kan die-nen.Vernieuwing stadscentrum Den HaagEen plan tot vernieuwing van een deel vanhat centrum van Den Haag is een stap naderbij zijn verwezenlijkieg gekomien doordat degemeenteraad ziah er in beginsel miee verenigdbeeifit en een krediet van f 300 000 beschikbaarbeeft gesteld voor bet maken van plannen, hetvemichten van onderzoe'kingen en in verbanddaarmee voor breekwerk aan reeds aan degemeenite toebehorenide gebouwen in bet gebiedvan bet plan.Wij vermelden een en ander, omdat bat planbetrekking heeft op een deel van de histoirischekern van de stad, namdijk de omgerving vanfeet oude Stadbuis. Hot voorziet in de af-ibraak van het niet specifiek-bistorische deelvan dit igeboiu'w en in aanpassing en ver-nieuwing van de omgeving. Na afbraak vanbet later aan het Stadbuis aangeibouiwde deelzal miisschien een aanibouw in modeme stijl bijbet uit de 16e en 18e eeuw daterenide deel txsitstand komen. Dit is nog in overweiging. Erwordt verdeir van uitgagaan dat hat igeibouwen-comiplex tussen de Prinseswaat, Nobelstraat,Oude Molstraat en Drie Hoekjes, met uitzon-deniing van een idaar aanweaig gabouw, datontworpen is door Berlage, gebeel door eennieuwe bebouwing zal worden vervangen. De-ze is aodanig gedaoht, dat een winkelpleinontstaat dat visueel in venbinding blijft metbat aan te leggen voorplain van bet oudestadbuis.BuitenlandEngelandHet Buchanan rapportIn onze dagbladen is al uicvoenig aandadht be-stead aan de verscbijning van het rapportTraffic in Towns, of zoials hat meestal naarde samensteller wD'ildt genoemid, bet Bucba-nan-rapport. Wij bopen in dit Tijdschnift delezers binnenkort uitvoerig over de inhoaidvan dit rapport en vooral over zijn betekenisvoor Nededandise verlhoadingen te kunnen in-lichten. Een artlkel hierovar is in de maak.Imitussen heeft ide Engelse Regering haar stand-punt tan aamzien van dit rapport kenbaargemaakt in een gemeenschappelijke circulairevan de Ministers van Huisvesting en Plaatse-lijk Bestuuir en van Vervoer. Daaruit puttenwij het volgende.Het Buchanan-rapport is een poging om deijwloed van de grote en snelle toememing vanhat verkeer in steden gedurende de volgende40 tot 50 jaar te voorzien en om middelente vinden teneinde twee onderliing strijdigedoelalnden, t.w. hat doelroatige venkeer engoede stedelijke levensomstandigheden te ver-zoenen. Het rapport verwacht bet dubbelevan bet huidige aanital auto's tegen 1970 enbet drievoudige tegen 1980. Dit betekent datde stadsbesturen alles moeten doen wat zijkunnen om het toenemende verkeer mogelijkte maken, raaar zij moeten dit doen in betikader van een plan voor bun stad, dat op deiduur een bevredigend evenwiicht versahaftlussen verkeersbewaglng en beschaafid stede-lijk laven. Het rapport legt er de klemtoonop dat bet vraagstuk esisemieel plaatselijkvan kanakter is en dus lin bet licht van plaat-selijke overwegingen en plaatselijke keuze moetworden aangepakt. Maar bet toont ook dater een grens is aan de boeveelheid verkeer dieelke stad kan hebben en dat in grote stedendie grens benaden de waarschijnlijke vraagnaar verkeer ligt. De feitelijke grens hangtaf deels van de huidige capacitefjt van hetstedelijk wogenstalsel, deels van de boeveiel-heid geld, die bestead kan worden aan deverbeterimg daarvan en deals van de bete-kenis, die wordt gehecht aan andere stede-lijke waarden naast de vrijheid van verkeer.De Regaring verklaart dat zij Buchanan's ana-lyse van de situatie en oak ide daaraan tengroindslag llggende filosofie dat er een even-wicht moet worden gezocht tussen verfceers-beboeften en andare behoeften van hot S'tode-lijk laven aanvaardt.Zij stemit ook in met de voornaamste ideeonen technieken inzake de planniing, die in hetrapport woirden ontwilkikeld en is bezig dezeverder te bestuderen en ovarweagt hoe zijmieer in bizonderheden uitgewarkt moetenworden.Als bizonder belangrijke eis stelt de circulairevoorop de intagratie van beleid inzake ge-bruik van de grond, verikeerswagen, vorkeeren vervoar. De wepkzaamheden van de orga-nen der gemeentebesturen, die biermee be-moeiing hebben, moeten op doelmatige wijzewo'rden geintegreerd, zodat voor de steden inhun gebeel een samenivattend beleid kan wor-iden gevoerd. De gemeentebesturen worden uit-igeuodigd hun interne regelingen, die alle as-pecten van dit work bestrijken te berzien eneen voUedig gecoordineerde leiding te verze-keren, als deze nog niet bestaat.Het uitgangsptmt van bet Buchanan-rapport isde aanleg van een net van primaire wegen.Het verkeer in een omvang, zoals niu voorzienwoirdt kan alleen vallig en doelmatig woirdengelaid, aldus de circulaire, als de langere ver-keersstromen gekianaliseerd worden in een stel-sel van wagen waar de bahoefcen van bet ver-keer voorrang habben. Zij moeten duidelljk om-darscheiden worden van het sobsidiaire we-genstelsel, dat de woongebieden bedient en117StedebouwBuitenlandVolkshuisvestingKrotopruimingloagang verschaft tot imdaividiuele g'cbouwen.Een essencieel element is dat bet aantal toe-ganigspunten op hat miiniimiuin wondtt gdhou-den, dat nodag is en dat ibeibouwing lanigs diewagen, vermeden moat vonden.Een ander [belaingrijfc uitgangsptiint van Letrapport is idat van de ,,en'vironniental area",waarmee wordit bedoeld 'Oen gidbied, waar hetverkeer ondergeschikt is aan de bahoeften vandagenen, die er -wonen en Tverken. De toepas-simg van dit baginsel op bestaande wiooniwijkenzal grote moailijikhaden opleveren. Veol kanLntussen worden ibareifct door toepassing vaeeen tecbniek, die in het rappoirtt wordt ge-kenschetst ails .venvironmentail management",waarmee wordt bedoeld de bescherming vaneen gebied tegen de nadelige werikieg vanzwaar extern verkeer.Er wordt in de oircuilaire op gewezen dat erdoor reconstructiie, vernieuwing van stads-oentra, rahabiJiitatie van daarvoor in aaemer-king kom:ande wijten en fcroitopruiiming ruime-re mogelijkheden onitstaan voor de toepassingvan dit ibeginsel. Het stadscentrum wordt ge-noemd als een potentiieJe ,,environmental area"Ook wordt de s*udie van een verspraidiog vandie vormen van grondgebruik aanbevolen, diedoor hun aard veel verkeer opwefciken.De gemeentebesturen worden aangemoedigdom onsvattende surveys betreffende grondge-hmik en vervoer te verricihten.Het grote belang van bet openbaar vervoeren van een goed overwogen parkeeiibeleidwoirdt aangesitipt.Ten slotte -svordt meegededd dat een JointUrban Planning Group, die in 1961 gevormdis, nu is uikgebreid. Deze groep zaJ nu dienst-baar zijn aan de Ministeries van Huisvestingen Plaatselijk Bestuur, van Vervoer en ookaan het Schotse ,,Deivelopment Department".Deze groep zal verantwwordelijk zijn voor deuiitsverking van technieken iter venvezenlijkingvan de ideeen van het Budhanan rapport envoor andere aspecten van stedelijke planning.Wij hebben ihiier de inhoud van deze ciroulairem het kort gereleveerd, miet in de eersteplaats omdat de inhoud nieu'w Jicht op hetonderwerp zou werpen, miaar vooral, omdathieruit blijfct dat de Engelse Rogaring zich overde ontwikkelJog van het verkeer in de stedenbezo-rgd maakt, en verder dat zij de oplossinggeheel ziet lin een stedeibouwkundig kader. Deoirculaire verwijst overigenis op versoheideneplaatsen naar ministeriele brochures met prak-tiische weaken aan de gemeentelbesituren, die ofal versohenen zijn, zoals ,,Toiwn Centres Ap-proaoh to Rene-wal" of bannenkort zullenverschijnen.De wljze waarop de Engeise departementenvoorlichiting en leiding aan de gemeentebe-sturen geven over dengelijke vraagstukken --verstandig, heldar, suggestief en soopel --verdient ook bij ons alle aandaoht.volkshuisvestingDe krotopruiming IIHieronder volgt het tweede deel van het verslag van de vergadering over ditonderwerp op 26 September 1963. Voor het eerste deel zie men het vorigenummer.De soclale aspecten van de krotopruimingInleiding van de heer Drs. J. ]. J. van de VenneI. Enige prealabele opmerkingen.1. Hat begrip ,,sociaal" wordt zowel in hetspraakgebruik als in de wetenschap in uit-eenlopende betekenissen gebruikt. ,,VanDale" geeft een 25-ital terman, die fundamen-tele of graduele inhoudsverschillem vertonen.Bijv. ,,sociale insecten" tagenover ,,sociaalfonds" (van een maatschappij); iemands ,,so-oiaal aanzien" naast ,,sooiale wetensohappen",,,sooiaIe groep", ,,sooiale hygiene" en ,,socialepsychologie", ,,sooiale wetgeving" naast ,,de-partement van sociale zaken", ,,sociale ver-zekaring", ,,sociale lastan", ,,sociaie bijstand"en ,,sociale zekerheid"; ,,sooiiale raad" naast,,sooiaal weA" en ,,dienst van sociale zaken".J. A. A. van Doom en C. J. Lammers zeg-gen er in: ,,Mode-rne Sooiologie" o.m. hetvolgende van: ,,Het sprekein over sociale toe-standen wekt door de dubbele beteikenisvan de term ,,sociaal" gemakkelijk misver-standen. In vele gevallen wordt dan immersgedoeld op toestanden en problemen, dieverbonden zijn met de nood. Sociale romans,Sociale Zaken en maatschappelijke werksterszijn alleen sociaal, in zoverre zij iets uit-staande hebben met noodsituaties, zoals diemet zo lang geleden onder de arboiders wer-den aangetroffen Voor de sociale weten-schappen heeft ,,sociaal" een heel andere be-118VolkshuisvestingKrotopruimingtekonis. Het gaat hier primair om min ofmeer stabicle bctrefckingein tussen mensenen groepen (sociale structuren) en bewegingenbinnen deze structuren (sociale processen).Heit begnip is dus veel ruimer, maar, mededaairom, rijkelijk vaag en onbegrensbaar".In deze wetenschappelijke zin zal Ik de term,,sociaal" hanteren. In mijn begrippensysteemis dc term ,,sociaal" dus niet gekleurd, wordthij miet geassocieerd met bepaalde maat-schappelijke sectoren, maar heeft hij betrek-king op do rclaties tussen mensen zondermeer. Elkc mcnselijke activiteit is van so-ciale aard, inzoverre daarin een relatie totandere mensen beslotcn ligt. Het sociale as-pect van een door mensen geschapen feno-mecn ligt daarin, dat het vooirtkomt uitmenselijke relaties, en dat het, door zijn si-tuering in de samenleving, de menselijkerelaties belnvloedt. Krotten hebben een so-oiaal aspect, omdat zij door de samcnlevingzijn geschapen en de intermenselijke relatjes(de sociale structuur en de socjale processen)beinvloeden. (Binnen bet raam van dezeomschrijving van de term ,,sociaal" is hetonjuist te spreken van bijv. een ecomomische,een culturele, een rccreatieve ,,sector" alszelfstandige grootheid naast de ,,sociale sec-tor". Het z.ig. economisch handelen is, even-als het reli'gieuze, hot juridische, het cultu-rele, hot rccreatieve, i
Reacties