stedebouw & volkshuisvestingUitgave van hetNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordening en VolkshuisvestingIn dit nummer. Wet ruimtelijke ordeningStedebouwMonnickendamVierde Technische HogeschoolVolkshuisvestingLandarbeiderswetOfficiele MededelingenSummary718 juli-augustus 1965PERMANENT VOORDEEL METPERIODIEK SCHILDERWERKFinancieel aantrekkelijk voor de schilder.Besparing voor de opdrachtgever.N.V. LAK- EN VERFFABRIEKENKIEWIET DE JONGEGRONINGEN - BRUSSELAannemingsbedrijfFIRMA W. JETHSApeldoorn - Klompstraat 57 - Tel. 0 6760-14101Werkzaam voor Rijksgehouwendienst,Genie en Nederlandse Spoorwegen? Burgerwerk - Nieuwbouw? Utiliteitsbouw - OnderhoudswerkenLichtdrukkenVOOR BOUWKUNDE ENINDUSTRIEVergrotingen - VerkleinlngenFoto-copieenTeken- en calqueerpapierFa. C. A. DE JONG - GroningenFOLKINGESTRAAT 15 - TELEFOON 2 2717-227 57N.V. EieCIRO-IECHNISCH BUREAUI SUYVER & ROOSENSedert 1884Electrische installatiesvoor:WONING- EN UTILITEITSBOUWAmsterdam Runstraat 21 - 23tel. (020) 63977 (3 Ignen)bgkantoor:Deventer Burg. Dxunbarstraat 1tel. 06700-18992N.V. CENTRAAL VERKOOPKANTOOR VOOR DE KALKZANDSTEENINDUSTRIE, POSTBUS 23, UTRECHTSEWEG 38, HILVERSUM. TEL. 02950-449517 4-C'i- O ^_??5i)% I ^geluidwerendGeluidwerendheid is een van de velegoede eigenschappen van de kalk-zandsteen waarop u altijd kunt reke-nen. Door structuur en gewicht van hatmateriaal bedraagt de gemiddeldeluchtgeluidisolatie in het gabled van100 - 3200 Hz bij aen steenswand van53 dB. Voor elk project van vrijstaandebungalow tot serieproduktie van wo-ningen en utiliteitsbouw kalkzand-steenl Met en op kalkzandsteea kuntu bouweniModerne bouw = bouw inkalk.zandsteen7 waarden van kalkzandsteen:? geluidwerend? duurzaam? druksterk? maatvast? warmte-isolerend? vocht-absorberend? brandveiligs&vUitgave van het 46e jaargang no 7-8Nederlands Instituut voor MaandbladRuimtelijke Ordening en Volkshuisvesting juli-ang. 1965Redactie :Mevrouw Prof. C. W. Visser Prof. Dr. S. O. van PoeljeMe']. R. Hartstra Drs. W. /. ValkenburgProf. C. van Eesteren Drs. H. van der WeijdeMr. C. A. van Gorcum h. W. WissingH. J. A. Hovens GreveProf. Mr. A. KleijnDrs. R. KokIr. P. K. van MeursAdres voor Redactie en Abonnementen :Lange Voorhout 19, 's-GravenhageTelefoon 184225Postgironummer 29080Advertenties :Keizersgracht 188, Amsterdam-CTelefoon 249128Postgironummer 113028Dit nummerbevat een inleidende beschouwing over het in werking treden van de nieuwewet op de ruimtelijke ordening. Onder Stedebouw bespreekt Ir. H. T. Vink deontwikkeling van Monnickendam. Verder bespreekt Prof. Ir. J. P. Thysse hetrapport over de vestiging van de vierde technische hogeschool en geeft de Heer]. H. Reinders een korte nabeschouwing bij zijn artikeltje over onteigening tenbehoeve van natuurbescherming, natuurbehoud en recreatie.Onder Volkshuisvesting geeft Prof. Dr. Ir. H. G. van Beusekom een terugblikop de oude Landarbeiderswet, die onlangs is ingetrokken, nadat de praktischetoepassing van de wet al in 1940 tot stilstand was gekomen.177Stedebouw en volkshuisvesting in de spiegel der literatuurMultatuli over de Amsterdamse grachtenIk hen daar in-lang niet geweest, en herinner me alleen dat het 'n straat is ^),die twee hoofdgrachten aan elkaar verbindt, hoofdgrachten, die ik zal latendempen zodra ik de macht heb Amsterdam te maken tot een der schoonstehoofdsteden van Europa. Wat een mijner vele plannen is.Multatuli, Woutertje PieterseI'J De Hartenstraat. Red.InhoudDe wet op de ruimtelijke ordening in Volkshuisvestingwerking, H. v. d. W 179 Bij het afscheid van de landarbeiders-wet, Prof. Dr. Ir. H. G. van Beusekom 190Stedebouw Binnenland 196Monnickendam, Ir. H. T. Vink . . 181De vierde technische hogeschool, Prof. Offici'ele Mededelingen .... 198Ir. Jac. P. Thysse 185Onteigening ten behoeve van natuur- Summary 200bescherming, natuurbehoud en recrea-tie II, J. H. Reinders 188Binnenland 189Abonnementsprijs f 24,--. Losse nummers f 2,50.De leden van het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting en deleden van de Nationale Woningraad ontvangen het Had kosteloos.178Wet ruimtelijke ordeningDE WET OP DE RUIMTELIJKE ORDENING IN WERKINGWij hebben sedert 5 juli 1962 een wet op de ruimtelijke ordening. En sedert1 augustus 1.1. leven wij onder de werking van die wet. Daarmee is de vol-wassenheid van de ruimtelijke ordening, haar aanspraak op eigen verzorgingdoor eigen ambtelijke organen, niet alleen wettelijk erkend, maar ook feitelijkverwezenlijkt. De voldoening hierover is zeker niet ingegeven door eenprimitieve zucht om op eigen benen te staan of door het streven om op eenlijn te komen met sommige andere landen, waar de ruimtelijke ordening ookniet of niet meer ondergeschikt is aan de volkshuisvesting. Die voldoening komtvooral voort uit de grote praktische waarde van deze zelfstandigheid. Dezeis de uitdrukking en de waarborg van de neutraliteit van de ruimtelijkeordening, die nu geen binding meer heeft met een van de belangen, die delenvan de ruimte opeisen, behalve dan de zwakke binding aan het departementvan ,,volkshuisvesting en ruimtelijke ordening". En wij mogen vertrouwen datmen zich daar zo zal hebben ingedacht in de geest van de nieuwe wet, dat delaatste resten uit de tijd van het allesomvattende ambtelijke apparaat nu zullenverdwijnen.Wat zullen wij van de werking van de nieuwe wet gaan merken? Ik denk hierniet in de eerste plaats aan de diensten van Rijk, provincies en gemeenten en departiculiere stedebouwkundige bureaus. Het spreekt vanzelf dat daar al langspanning heerste over de datum van inwerkingtreding van de wet, over deinhoud van de algemene maatregel van bestuur en over de omzwaai, die hetwerk van alle dag nu zou moeten maken. Die omzwaai is vooral in gemeentelijkkader niet gering. Het bestemmingsplan volgens de nieuwe wet is op menigpunt lets geheel anders dan het oude uitbreidingsplan. De geheel nieuwe figuurvan het wettelijke structuurplan moet toepassing gaan vinden. Ervaring, juris-prudentie, ambtelijke routine, die vroeger veel houvast gaven bij het werk,vallen weg en ze moeten geleidelijk weer ontstaan.Ook bij de provincies is de verandering trouwens groot. Het nieuwe streekplanis in de eerste plaats programmatisch. Het is niet meer een plan, dat de ge-meenten bindt, laat staan een dat de burger zou binden. De procedure voor detotstandkoming van de streekplannen is in overeenstemming hiermee aanzien-lijk versimpeld. Maar de provinciale besturen kunnen door hun aanwijzingen-beleid aan het streekplan kracht bijzetten. Dat beleid is iets geheel nieuws. Hetmoet zich gaan vormen en de wijze van inrichting en uitwerking van destreekplannen zal dadelijk berekend moeten zijn op het aanwijzingenbeleid, dathet provinciaal bestuur wil gaan voeren.Bij het Rijk zijn de veranderingen vermoedelijk het geringst. Het vervallen vanhet wettelijke nationale plan, behoudens de facetplannen, zal de praktijk, dietoch al lang niet meer op een samenvattend plan gericht was, niet bei'nvloeden.Het nieuwe zit hier vooral in het aanwijzingenbeleid, dat in de plaats komtvan het ,,bezwaar maken", dat intussen nog vijf jaar lang mogelijk blijft. Hetzit verder in de regionale vertakking van de Rijksdienst met zijn vijf inspecties,die hun plaats met tact en overleg zullen moeten vinden. En tenslotte in hetplanologische parlement, de Raad van Advies voor de ruimtelijke ordening,waarin men hoopt een spiegel te hebben, die lichtstralen van allerlei groeperin-gen In den lande kan opvangen en in een beeld samenbrengen.179Wet ruimtelijke ordeningMaar de vraag: wat zullen wij van de werking van de nieuwe wet gaan merken,richt zich voor alles op het leven van de burger. Is het te verwachten dat de wetten goede zal komen aan wat een recent rapport over een plan voor Chicagonoemt: the quality of life?Voorlopig zullen wij daar niets van bespeuren. Ruimtelijke ordening is immerseen zaak van zeer lange adem. Het zal nog jaren duren voor onze nieuwewoonwijken, nieuwe industriewijken, kantorenwijken, groengebieden enz. zullenworden aangelegd volgens plannen, die onder de nieuwe wet zijn tot stand-gekomen. Het zal ook jaren duren voordat de regionale ontwikkeling zich hieren daar zal gaan voltrekken naar een nieuw streekplan. Misschien dat wijvlugger lets zullen merken van het Rijksplanologisch beleid ,,nieuwe stijl", alshet in snel gegeven, doortastende aanwijzingen opduikt, die ruimtelijk onhei)zullen afwenden.Maar dan. Als we de brede tijdmarge door zijn, die aan de volledige aanpassingaan de nieuwe wet verbonden is, kunnen wij dan hopen dat de wet de kwaliteitvan het leven zal bevorderen? Hier moet natuurlijk het grote voorbehoud wor-den gemaakt dat een dergelijke wet de ruimtelijke ordening alleen formedbeheerst. De inhoud, het gehalte van de plannen waarop het voor de kwaliteitvan het leven aankomt, staan hier buiten. Toch zie ik in enige richtingen profijt,ook voor de kwaliteit van het leven.Ik noem de veel grotere soepelheid van het gemeentelijk bestemmingsplan,waardoor de aanpassing aan nieuwe behoeften, nieuwe ontwikkeling, de inpas-sing van nieuwe denkbeelden, zeer wordt vergemakkelijkt. Hiermee is de wegvrij om de evolutie van de stedebouwkundige vormgeving, die zich juist nuopmerkelijk duidelijk vertoont en die inderdaad doordrenkt is van het strevenom de kwaliteit van het leven op te voeren, snel te laten doordringen in deplannen, ook in die van oudere datum.Ik noem verder de stadsvernieuwing. Wat wij daarvan terecht brengen, zalhet leven van de eerstvolgende generaties, ook van hen die niet in de oudestadsdelen wonen of werken. In hoge graad mee bepalen. En nu is de grotewinst van de nieuwe wettelijke regeling, dat zij met veel juridische complica-ties bij de stadsvernieuwing afrekent, dat het bestemmingsplan, voorafgegaandoor het structuurplan, hier zijn intrede doet, dat de mogelijkheden tot ont-eigening ook voor dit doel worden verruimd en dat Rijksuitkerlngen ter uit-voering in het vooruitzicht worden gesteld.Bij een derde punt, de wending in het streekplanwerk, aarzel ik. Ook hier is desoepelheid stellig winst, maar of hier niet verlies aan kracht tegenover zal staan,hangt geheel af van de houding, de activiteit, van de provinciale besturen. Despeelruimte is hier groot. En het goede gebruik van die speelruimte zal op hettoekomstige leven een duidelijk stempel zetten. Wij zullen steeds meer in reelestreekverbanden gaan leven: wonen op grote afstand van ons werk, ons dagelijksbewegen over regionale verkeerswegen, ook dagelijks ontspanning zoeken instreekverband, geregeld gebruik maken van regionale winkelcentra en anderevoorzieningen in streekverband. Dat de praktijk van het streekplanwerk eengoede verhouding zal vinden tussen soepelheid en vastheid wordt dus steedsmeer een klemmende voorwaarde voor de verhoging van de kwaliteit vanhet leven.In nationaal verband is het overigens ook zo, dat niet in de eerste plaats de180Msakhetdakhi e 11 e n dkies een keramischMet het hellend dak verkrijgt men ruimtewinst, die debewoonbaarheid verhoogt en dus meer comfort aan debewoner biedt zonder dat dit schaarse bouwgrond kost.n?*'Een artder hoogstinteressant aspect met belangrijke economischeconsequenties:Dakruimte kost slechts een kwart tot de helft van de prijs vaneike op andere wijze tot stand te brengen vergroting van dewoning.Dit is een van de vele belangwekkende conclusies van het rapport,,Kosten van Pannendaken" dat de Stichting Ratiobouvi^ inonze opdracht samenstelde.Het daarin verzamelde en uitgewerkte cijfermateriaal zai ook uongetwfijfeld interesseren.Op uw verzoek zenden w/ij U dit rapport dan ook gaarne toe.Publicatie van de Verenigingvan DakpannenfabrikantenNEDACOSecretariaat: Parklaan 25, BussumNEDACO1 L_/tel. 0ii9b9- 14iaBm Afd.Techn. Voorl.: Dorpsstraat52??j Loenen/Veclit, tel. 02943 -1577 ^--J HMOBIELE KRANENZWAAR TRANSPORTN.V. v.h. Fa. Willem van TWIST's-Gravendeelsedijk 57DORDRECHTTelefoon (01850) - 3241 (6 lijnen)Telex 22124VACATUIRiSde dienst der publieke werken amsterdam >rvraagt bij de afdelingStadsontwikkelingsector Survey (Bouwblokonderzoek) eenMEDEWERKERdie zal worden belast met de wetenschappelijke ver-werking van de ter beschikking staande gegevens vande stedelijke bebouwing.Dit houdt onder meer in het groeperen, selecteren enkartografisch in beeld brengen van d'eze gegevenjs, dieverband houden met ,,cityvorming", woonfunctie enhistorisch stadsbeeld.Een en ander staat ten dienste van de nadere studievan plannen voor stadsvemieuwing en sanering.Gegadigden voor deze functie dienen in het bezit tezijn van het diploma van een hogere technische school(afdeling Bouwkunde) of van het diploma van een5-jarige H.B.S.-B.; zij moeten bereid zijn de studievoor het diploma Middelbaar Planologisch Onderzoe-ker aan te vangen of voort te zetten.Salaris, afhankelijk van opleiding, leeftijd en ervarlngtot ? f 1.110,-- per maand, vakantietoelage 4?/o.Premie A.O.W./A.W.W. komt voor rekening van deGameente.Pension-, reis- en verhuiskostenregeling van toe-passing.Sollicitaties onder no. I 6726 in te zenden bij deDirecteur der Gem. Personeelsvoorziening, Sarphati-straat 92, Amsterdam-C.Het Dagelijks Bestuur van het SamenwerkingsorgaanAgglomeratie Eindhovenroept sollicitanten op voor de functie vanWAARNEMEND DIRECTEURVAN DE DIENST VOORONDERZOEK EN STEDEBOUWAan de dienst is opgedragen het opstellen van een ont-werp-stedebouwkundig ontwikkelingsprogramma voor deinrichting en uitvoering van de gemeentelijke stedebouw-kundige maatregelen.De te benoemen functionaris zal in hoofdzaak worden be-last met het verrichten van de voor dat ontwikkelings-programma nodige onderzoekwerkzaamheden.De voorkeur gaat uit naar sollicitanten, die een academi-sche opleiding hebben genoten welke gericht is op de tevervuUen functie, en die over een ruime practische erva-rlng beschikken op dit gebied.Salarisgrenzen: / 1.583,71 t/m / 2.418,74 per maand.Op de ambtenaren in dienst van het Samenwerkings-orgaan zijn van dienovereenkomstige toepassing de voorhet personeel in dienst van de gemeente Eindhoven vast-gestelde regelingen van arbeidsvoorwaarden.Sollicitaties voor 25 augustus 1965 te richten aan de Voor-zitter van het Samenwerkingsorgaan, Stadhuisplein 1,Eindhoven.GEMEENTEWERKEN MEPPELBij de dienst van gemeentewerken kan worden geplaatsteenSTEDEBOUWKUNDIG TEKENAARVereist wordt het diploma stedebouwkundig tekenaarP.B.N.A., terwijl het bezit van aanvullende diploma's opstedebouwkundig gebied en ervarlng, tot aanbevelingstrekken.Sollicitaties binnen 10 dagen in te zenden aan de direc-teur van gemeentewerken, Gasgracht 4, Meppel.Alle verfproductenvan PIETER SCHOEN & ZOON N.V. zijn bij ons tegen fabrieksprijzen direct uit voorraadMiinG Heren, leverbaar. LAK- EN VERFINDUSTRIE v/h P. WERRE & CO.WERRE 's-GRAVENHAGE, Veenkade 49-50, Telefoon 633923 (2 lijnen)Wet ruimtelijke ordeningStedebouwMonnickendamstedebouwwet, maar het daadwerkelijke beleid bepalend is voor de orde, die straks naarwij hopen in onze ruimtelijke ontwikkeling zal heersen.In het voorafgaande heb ik opzettelijk gezwegen over de kritiek op de wet.Die kritiek heeft tijdens de langdurige voorbereiding van de wet op een aantalpunten luid geklonken en ze is zeker niet verstild en iang niet altijd ongegrond.Maar het lijkt mij verkeerd, nu de wet er eenmaal is, die kritiek als een soortcanon zonder einde te gaan herhalen. Wij moeten deze nieuwe wet, die tochwerkeHjk gei'nspireerd is door de wens om tot een betere ruimtelijke ordeningte komen, nu alle kansen geven. De overtuiging dat de kwaliteit van het levenin de toekomst sterk zal afhangen van aard en kracht van onze ruimtelijkeordening wint snel veld. Het is te verwachten dat die overtuiging in de nieuwewettelijke beddingen tot een sterke stroom zal worden, die ons vrij ver zalkunnen brengen.H. V. d. W.MONNICKENDAM Ir. H. T. VinkAlgemeenOver de oudste geschiedenis van Mon-nickendam is weinig bekend. Het danktzijn ontstaan aan de afsluiting met eendam van een open verbinding tussende vele meren en dieen in Waterlanden Zuiderzee.In Waterland was in de Middel-eeuwen een aantal boeren- en vissers-dorpen ontstaan. Deze dorpen werdenregelmatig bedreigd door hoog wateruit de Zuiderzee. Deze hoge vloedentrachtte men te keren door de aanlegvan enkele dammen. Bij deze dammenontstonden weer nederzettingen, omdathet vooral voor de vissers en devrachtvaarders gunstige vestigings-plaatsen waren.Van deze damdorpen ontstond Mon-nickendam nabij een klooster vanFriese monniken. De dam sloot het z.g.Monnickenmeer af van het buitenwa-ter. De situatie van het dorp was invergelijking met de meeste andere dor-pen in de omgeving gunstig door zijnligging aan de Purmer Ee.In 1355 kreeg Monnickendam stads-rechten. Het bestond toen uit niet meerdan een dichte lintbebouwing langs dedijk met in het midden een kerk waar-van de speeltoren nog bestaat. Latermoest voor een grotere kerk met kerk-hof ruimte worden gevonden buitenhet eigenlijke stadje.In 1575 werd Monnickendam aan-zienlijk vergroot. Dit vond waarschijn-lijk mede oorzaak in de vestiging vandoopsgezinde vluchtelingen.Mede door de afneming van de be-volking in de 17e en 18e eeuw was dein de 16e eeuw gemaakte vergroting(binnen een nieuwe omwalling) tot om-streeks 1945 voldoende om de bevol-king onder te brengen.UitbreidingsplannenIn 1950 werd het door de ProvincialePlanologische Dienst ontworpen uit-breidingsplan ,,Oranjewijk" vastge-steld (1).In 1962 was ,,Oranjewijk" voor eengroot gedeelte gerealiseerd. Wij kregentoen de opdracht voor het ontwerpenvan het uitbreidlngsplan ,,Markgouw"(2). Bij de opzet van ,,Markgouw" isrekening gehouden met een verdereontwikkeling van Monnickendam.Inmiddels waren ook herzieningsplan-nen gemaakt voor het noordwestelijkgedeelte van Monnickendam en het in-dustrieterrein ,,Galgeriet" (3).Voor het ,,Hemmeland" (4) is een re-creatieplan ontworpen, dat rekeninghoudt met toekomstige ontwikkelingenvan de watersport in de Gouwzee.De binnenstadDe economische achteruitgang vanMonnickendam heeft uiteraard nadeli-ge invloed gehad op de toestand vande binnenstad. Er zijn nu relatief veelkrotten en woningen die bijna-krotzijn. Verder voldoen veel van de wo-ningen die bouwtechnisch nog wel re-delijk zijn, niet meer aan de eisendie men aan onze moderne woningenstelt,181StedehouwMonnickendamDm0 50tn 100m 150mMONNICKENDAM, BESTAANDE TOESTAND I964StedebouwMonnkkendamDoor de geringe inhoud van deze wo-ningen zijn -- in het algemeen -- ver-beteringen niet anders te bereiken dandoor algehele vernieuwing en vergro-ting.Door het provinciaal opbouworgaan iseen onderzoek naar de woontoestan-den ingesteld.Voor de binnenstad is uiteraard vangroot belang wat er in de toekomstmet de stad in zijn geheel gaat gebeu-ren.Hoeveei inwoners zal Monnickendamkrijgen? Wat moet en wat kan in dein ieder geval te vergroten stad defunctie van de binnenstad zijn?Met grote zekerheid kan wel gezegdworden wat het inv/onertal van Mon-nickendam zal zijn als de uitbreidingbeperkt blijft tot de oostzijde van deprovinciale weg naar Amsterdam (5)en tot de gemeentegrens met Broek inWaterland. Rekening houdend met eenvermindering van het aantal bewonersin de binnenstad door do nodige ver-groting van de begane-grond-opper-vlakte van de woningen en met de z.g.gezinsverdunning, zal het aantal inwo-ners van het bovengeschetste Monnic-kendam ongeveer 12.000 bcdragen.Het is duidelijk dat de functie en debetekenis van de binnenstad geheel an-ders zullen zijn indien Monnickendamook een uitbreiding krijgt ten westenvan de provinciale weg. De voorzie-ningen die dan in dit grote Monnicken-dam moeten komen (ca. 25.000 inwo-ners) zijn kwalitatief van hogere ordedan in het Monnickendam met 12.000inwoners. Ondanks het feit dat de bin-nenstad in een Monnickendam dat ookten westen der provinciale weg stede-lijke uitbreiding krijgt meer centraal,meer in het brandpunt ligt, betekenthet nog niet dat alle centrale functiesin de binnenstad moeten komen. Veelvan deze functies zullen n.l. gebou-wen behoeven van een grootte die nietbij de schaal van het historische stadjepast. Nog afgezien van het feit datgebrek aan parkeerruimte vestigingvan sterk verkeeraantrekkende elemen-ten in de binnenstad ongewenst maakt.De goede verbindingen die nodig zijntussen de binnenstad en de nieuwe wij-ken moeten niet alleen gezien wordenals noodzakelijk voor het bereiken vande binnenstad b.v. als ,,economischcentrum". Er wonen n.l. zoveel men-sen in de binnenstad die een auto heb-ben of zullen krijgen dat vooral uitdien hoofde moet worden gezorgd voorgoede verkeer- en parkeermogelijkhe-den. Er is immers geen enkele aanlei-ding te veronderstellen dat de toene-mende motorisering aan de bevolkingvan de Monnickendamse binnenstadvoorbij zal gaan.Zij zullen overigens wel moeten reke-nen op meer beperkingen dan de be-woners van nieuwe buurten.Uit het bovenstaande blijkt dus dat,,de inhoud" van de te saneren binnen-stad moeilijk is te bepalen omdat on-zekerheid bestaat over de toekomstigeomvang van Monnickendam en daar-mee over de functie van de binnen-stad.De vorm van het te saneren gebied isechter in hoge mate gebonden.Hierbij zijn de volgende uitgangspun-ten gekozen:1. De huidige binnenstad heeft en inzijn stedebouwkundige uitleg en inzijn architekionische opbouw nogeen duidelijk eigen karakteristiek.2. De karakteristiek kan en dientversterkt te worden door het ne-men van maatregelen op stede-bouwkundig en architektonisch ge-bied.3. Het is noodzakelijk dat gelijktijdigmet het creeren van nieuwe woon-buurten in de binnenstad maatre-gelen worden genomen die erop ge-richt zijn dat de nu reeds aanwe-zige sterke verschillen in woon-milieu worden weggenomen.4. De binnenstad vraagt in de eersteplaats goede verbinding met denieuwe buurten. Dit is een van demiddelen -- wellicht het belang-rijkste middel -- om te zorgen datde binnenstad deel blijft uitmakenvan het leven in het nieuwe Mon-nickendam. Dit nieuwe deel zalbinnen afzienbare tijd immers veelgroter zijn dan de huidige binnen-stad.Op grond van de bovengenoemde uit-gangspunten en andere gegevens (zo-als uitvoerige verkenningen betreffendede toestand en de functie van de be-staande bebouwing, de aanwezige mo-numenten enz.) is een z.g. basisplanvoor de gehele binnenstad ontworpen.Gezien de noodzaak van een snelle re-geling van de bebouwing in het zuid-oostelijk deel van de binnenstad is voordit deel het basisplan al verder uitge-werkt.In dit gedeelte vindt men de meestekrotten, hier moet ook een eerste aan-zet worden gemaakt voor de nieuweverbinding met Markgouw.De zuidrand van de binnenstad zal in-grijpend worden gewijzigd. De ten op-zichte van de omwalling willekeuriggeplaatste bebouwing is geamoveerd tengunste van b.v. een bejaardentehuisen/of bejaardenwoningen. Het groenrond deze bebouwing kan gaan samen-spelen met het groen van de wallen.De verbrede Lindengracht (6) wordtnaast een belangrijker verkeersstraat inhet nieuwe stadsplan (verbinding metMarkgouw) ook esthetisch een belang-rijker element. De verbreding zal dezegracht immers meer allure kunnen ge-ven.183StedebouwMonnickendam0 50m loom 150mMONNICKENDAM, 12000 INWONERS 197'184StedehouwMonnickendamVierdc technische hogeschoolTen zuiden van het versmalde bouw-blok langs de Lindengracht liebben dekerk en de begraafplaats een passendebestemming gekregen.Het bestaande water langs het Bloe-mendaal (7) Is gedempt om het onvol-ledige bouwblok ten oosten van hetWeezenland en het Niesenoort (8) afte kunnen maken. Handhaving van deonaantrekkeHjke diepe achtertuinen is,mede uit stedebouwkundige overwe-gingen, verworpen.Uit structurele overwegingen en medeom de parkeervoorzieningen in de bin-nenstad te verbeteren is het bouwblokten noorden van de Beestenmarkt (9)In zijn geheel geamoveerd. Op dezewijze ontstond de voor de omringendebebouwing zo gewenste ruimte.De bouwblokken ter weerszijden vanhet Zuideinde (10) zijn nauwelijks ge-wijzigd, wel afgemaakt. Slechts hetzuidoostelijke front is vorm gegeven.De bestaande werf aan 't Prooijen (11)diende gesanctioneerd te worden.Hij heeft zelfs een lets ruimer terreintoegemeten gekregen.Volgens het plan zullen in het zuid-oostelijk deel na de sanering een klei-ne 300 woningen blijven bestaan.Voor het parkeren (nogmaals: voor-namelijk ten behoeve van de bewonersvan dit deel) is ruimte gevonden voor150 auto's.De realisering van het plan zal metspeciale zorgen omringd moeten wor-den. De sanering van de binnenstaddient meer te zijn dan het slopen vande krotten en het herbouwen van hui-zen. Er zal de uiterste zorg moetenworden besteed aan de architektonischebehandeling van de nieuw te bouwenof te restaureren panden, met begripvoor de monumentale waarde van debinnenstad.Ook de verzorging van de straten enhet straatmeubilair zal meer dan denormale aandacht eisen.Voor het noordwestelijk deel van debinnenstad wordt het basisplan nogverder uitgewerkt. Dit kan uiteraardnog wijzigingen ondergaan.DE VIERDE TECHNISCHE HOGESCHOOL Prof. Ir. Jac. P. ThijsseReeds in 1961 werd door de Ministervan O.K. & W. verklaard dat binnenafzienbare tijd een vierde TechnischeHogeschool moet worden gebouwd eningericht. Daarbij werd tevens de wen-selijkheid uitgesproken om als vesti-gingsplaats de omgeving van hetNoordzeekanaal te kiezen. Dit is uiter-aard een vage aanduiding die naderedcfiniering behoeft, waarvoor diep-gaand onderzoek een vereiste is.Een dergelijk onderzoek is verrichtdoor een commissie, die ingesteld werdop initiatief van de Industrie Com-missie Hollands Noorderkwartier, deKamer van Koophandel en Fabriekenvan Hollands Noorderkwartier en deGemeente Alkmaar.Het doel van de instelling van deCommissie was na te gaan of de ves-tiging van de vierde Technische Hoge-school benoorden het Noordzeekanaalwenselijk en verantwoord is en zo jawelke daarbij de beste situering zouzijn. Het onderzoek zou objectief we-tenschappelijk moeten zijn.De studie werd in handen gesteld vanProf. Dr. W. Steigenga en als resul-taat hiervan werd de Nederlandse pla-nologische literatuur verrijkt met eenzeer waardevol rapport: ,,Onderzoeknaar de vestigingsplaats voor de Vier-de Technische Hogeschool", dat in de-cember 1964 het licht zag.Uiteraard wordt in dit rapport zeerveel aandacht gegeven aan de pre-cieze situatie. Ofschoon volgens dedoelstelling de Commissie het gebiedterug bracht tot het gedeelte benoor-den het Noordzeekanaal, zo is men inhet rapport toch aan de mogelijke sl-tuaties in Amsterdam en in Haarlembij de beschouwingen niet zonder meervoorbij gegaan.Het spreekt echter vanzelf dat men uitplanologische overwegingen bij voor-keur geen nieuwe stuwende activitei-ten in onze Randstad Holland totstand moet brengen.In of in de directe omgeving van Am-sterdam bleek geen plaats beschikbaarte zijn. In Haarlem bleek het gebiedtussen de bestaande stad en de ring-vaart van de Haarlemmermeer nogwel plaats te kunnen bieden. Een der-gelijke plaatsing is echter af te keu-ren, vooral omdat men verwacht dateen grotere ontwikkeling van haven-industrieen vrijwel langs de gehelelengte van het Noordzeekanaal nietkan worden tegengegaan. Dit zou aleen veel grotere toename van het inwo-neraantal van Haarlem met zich meebrengen dan waarop vroeger werd ge-rekend. Elke nieuwe bron van toe-name van bevolking en grondgebruik185StedebouwVierde technische hogeschoolzou men dus moeten weren. Toch heeftmen bij de vergelijking van de kwali-teiten der verschillende vestigings-plaatsen Haarlem ook opgenomen.Behalve Haarlem werden Alkmaar ende Wijde Wormer voor de situatie invergelijkende beschouwing genomen.Als basis criteria kwamen de volgendepunten naar voren:I. De T.H. moet z6 gelegen zijn, datze een voldoend aantal studen-ten kan aantrekken.II. Het terrain moet voldoende grootzijn en voldoende uitbreidingsmo-gelijkheden bieden.III. Er moet een nauwe samenwerkingmogelijk zijn en er moeten goedeverkeersverbindingen zijn met deUniversiteiten van Amsterdam,de industriele research-centra vanAmsterdam, het Noordzeekanaal-gebied en de Zaanstreek, met DenHelder en met het kernreactor-centrum te Petten.IV. Er moet een aantrekkelijk sociaal-cultureel woonmilieu worden ge-boden. Adequate (gevarieerde) re-creatie-mogelijkheden moeten opkorte afstand bereikbaar zijn.V. De vestigingsplaats moet uit hetoogpunt van algemeen planolo-gisch beleid aanvaardbaar zijn.Voor de wetenschappelijk gerechtvaar-digde beantwoording van punt I (mo-gelijkheid voldoend aantal studentenaan te trekken) werd het nodig ge-oordeeld een uitgebreide studie in hetrapport op te nemen. Als resultaatdaarvan kan geconstateerd worden,dat alle drie overwogen situaties aanpunt I voldoen.Aan Punt II (voldoende grootte vanhet terrein) kan ook in alle drie situa-ties worden voldaan. De oplossing inHaarlem biedt echter minder ruimte-lijke mogelijkheden dan de beideandere.Ten aanzien van Punt III betreffendenauwe samenwerking en verkeersver-bindingen met andere technisch-weten-schappelijke instellingen in Noord-Holland zijn ook geen doorslaggeven-de voor- of nadelen aan te wijzen. Deverschillen zijn slechts gering.Betreffende de aantrekkelijkheid vanhet sociaal-cultureel milieu, behandeldin Punt IV werd ook een vrij uitge-breide studie in het rapport opgeno-men.Drie eisen, die het woonmilieu bepa-len zijn:1. Ruime terreinen voor woningbouwop geringe afstand van de T.H.,liefst in een aantrekkelijk land-schap.Het is duidelijk dat Alkmaar hier-bij als eerste uit de bus komt. DeWijde Wormer ligt in vlak, weiniggevarieerd polderland en in deomgeving van Haarlem zijn deaantrekkelijke gedeelten reeds vol-gebouwd.2. Goede en gevarieerde instellingenvan voortgezet onderwijs en be-hoorlijk ontwikkelde stedelijkevoorzieningen op bereikbare af-stand. Hieraan voldoen Alkmaarzowel als Haarlem. Bij een keuzeten gunste van de Wijde Wormerzou men op Purmerend of Am-sterdam aangewezen zijn.3. Voldoende recreatie-mogelijkhedenin de open lucht binnen een afstandvan 30 km waaronder bij voor-keur strand-, duin- en watersport-gebieden. Alkmaar is ook hierbijde beste candidaat. De recreatie-mogelijkheden om Haarlem zijnreeds overbelast en de Wijde Wor-mer is ver van de duinen en hetstrand. Bovendien is daar in de na-bijheid praktisch nog geen recrea-tiegebied tot ontwikkeling ge-bracht.Als we nu de rekening van Punt IV(aantrekkelijkheid sociaal milieu) op-maken, komt Alkmaar zeker als besteuit de bus.Wat de verkeersverbindingen betreft,geeft het rapport ook een vergelijkingtussen de drie verschillende plaatsen.Uiteraard kan men aannemen, datvoordat de vierde T.H. in werking zalworden gesteld (tussen 1970 en 1980)het wegennet grondige uitbreidingen enverbeteringen zal hebben ondergaan.Deze zuUen uiteraard ook bei'nvloedzijn door de aanwezigheid van de T.H.en aanverwante ontwikkeling. Eenvergelijking van de drie locaties geba-seerd op de huidige verkeerssituatieheeft dus weinig nut. Indien men bij-voorbeeld aanneemt, dat binnen af-zienbare tijd de Europaweg tussen DenHelder (Balgzand) via Buitenhuizenen de Haarlemmermeerpolder zal be-staan als ruggegraat van Noord-Hol-land, dan zijn daarmee de verschillenlangs de autoweg wel geelimineerd.Wat de spoorwegverbindingen betreft,ligt de Wijde Wormer beslist mindergunstig dan Alkmaar en Haarlem.Het rapport vestigt er zeer juist deaandacht op, dat het verkeer in deomgeving van Haarlem al zeer inten-sief is en ook zonder vestiging van eenT.H. nog in sterke mate zal toenemen.Haarlem maakt reeds deel uit van deRandstad en als zodanig kan een zeerintensief wegverkeer (vooral forensen-verkeer en toeristenverkeer), dat hogeeisen stelt of grote belemmeringen doetontstaan, niet worden voorkomen.Wat het verkeer aangaat, zou dus eenvestiging in Alkmaar ook weer te ver-kiezen zijn boven een situering inHaarlem of in de Wijde Wormer.We komen nu aan het vijfde punt, na-melljk de vraag in hoeverre de ver-schillende overwogen situeringen uithet oogpunt van algemeen planologischbeleid aanvaardbaar zijn.186hekwerk dat funktieen schoonheid dient,hekwerk dat tijd indecennia telt...heras hekwerkhekwerk problemen worden hekwerk-successen als heras-technici zichermee bemoeien. Ervaar dat!Jeroen Boschlaan 273 Eindhoven - Tel. 04900-29936 [Ml C^M[l[Kl[XN.V. Bouwbedrijf NIJHOLTBAARN - Goeman Borgesiuslaan 23 - Telefoon (02954)-2937 AannemersVACAiyiRi:(vervolg)Bij de Dlrectie van de Volkshuisvesting en Bouwnijver-heid in de provincie Zuid-Holland wordt gevraagd eenTECHNISCH AMBTENAARvoor o.m. het onderzoek van woningklachten, onbewoon-baarverklarin
Reacties