stedebouw & volkshuisvestingUitgave van hetNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordening en VolkshuisvestingStedebouw40 jaar Provinciaal Stedebouwkundig werkMacro-stedebouwVolkshuisvestingPrivileges aan enkele provinciesHoofdpunten woningbeleidSummaryWan Doorne's eutomobielfabrieken n.v.: Heras hekwerk.onder een KKIKI MGeen wonder dat moderne mensen een pannendak prefe-reren! Pannendaken zijn zowel isolerend als ventilerend:gezonder wonen.De dakruimte vergroot de marginale woonruimte: ruimerwonen.Daze ruimtewinst schept meer uitwijkmogelijkheden:comfortabeler wonen.Pannendaken hebben alles voor.Pannendaken hebben alles voor:Ook estetisch: Het uiterlijk van eenhuis wint zichtbaar bij een pannen-dak.Ook ecoiiomisch: Pannen vormenonbetwist de goedkoopste dak-constructie - en door het schieronverwoestbare materiaai en doorde lage onderhoudskosten.Uit deze belangrijke besparing re-sulteett maximaal wooncomfortbij minimaie woonl^osten.Publicatie van de Vereniging van Dakpannenfabrikanten NEDACOSecretariaat: Parkiaan 25, Bussum,tel. 02959-14188Afd. Techn. Voorl. Oud-Over 76Loenen/Vecht, tel. 02943-1602 riNEDACOmeer Bouwenvraagt meerCement!*"w.Het is geen toeval dat de landen met de hoogstelevensstandaard ook het hoogste cementverbruikper hoofd van de bevolking hebben.Om meer cement te kunnen verbruiken bouwdeNederland zijn derde cementfabriek: ,,ROZENBURG"330.000 ton ROBUR hoogovencement kandiefabriek in haar eerste produktiejaar leveren.Cement, dat in de vorm van nieuwe huizen,fabrieken, boerderijen, wegen en bruggen aanNeerlands' welvaart zai worden toegevoegd.VERKOOPASSOCIATIE NEDERLANDS CEMENT ENCI-CEMIJ-ROBUR N.V. AMSTERDAMAannemers betrokken bij de moderne stedebouwHeijkamp N.V.aannemers vanutiliteits- enwoningbouwvoorgespannen beton enarbeidsbesparende bouwrr^??^".-r-p3T,*c^5rr-Plr.Kr^nraiDiin]!-AMSTERDAMKerkstraat 393EINDHOVENPiuslaan 130Gebouw AuroraOvertoom, AmsterdamArchitect:P. Zanstrate AmsterdamFlats en eengezins-woningenHeggeranklaanEindhovenArchitect:P. Zanstrate Amsterdam'..4MMIMHMSN.V. CENTRAAL VERKOOPKANTOOR VOOR DE KALKZANDSTEENINDUSTRIE. POSTBUS 23. UTRECHTSEWEG 38. HILVERSUM. TEL. 02950 - 44951??h:>.7 ? .'??;it'tilMaatvastheid is een van de velegoede eigenschappen van de kalk-zandsteen waarop u altijd kunt re-kenen. Door de moderne produktie-methoden kunnen geen maatafwijkin-gen in lengte, breedte of hoogte meervoorkomen. Voor elk project van vrij-staande bungalow tot serieproduktievan woningen en utiliteitsbouwkalkzandsteen! Met en op kalkzand-steen kunt u bouweniModerne bouw = bouw inkalk.zandsteen7 waarden van kalkzandsteen:? geluidwerend? duurzaam? druksterk? maatvast? warmte-isolerend? vocht-absorberend? brandveiligAannemers betrokken bij de moderne stedebouwvan LIER s BOUWBEDRIJF N.V.Spoorlaan 58MisoouiB TILBURG^ SYSTEEMBOUW^ BURGERBOUW^ UTILITEITSBOUWJV.V. BauMvhedrijfNijhaitGoeman Borgesiuslaan 23 - BaarnTelefoon (0 2954) 2937UTILITEITS- EN WONINGBOUWAannemers betrokken bij de moderne stedebosiwN.V.AANNEMERSBEDRIJFWOUDENBERGAMEIDEUTILITEITSBOUWRESTAURATIEWERKENVerpleeghuis..Reggersoord'MeppelEMMELOORDBOUWBEDRIJF H. DE VRIES N.V.INDUSTRIEWEG 16 -- EMMELOORD -- TEL 0 5270 - 2364UTILITEITSBOUW - GEWAPEND BETONWERKENAannemers betrokken bij de moderne stedebouwvoorF. PAUL? Betonwerken? Utiliteitsbouw? Onderhoudswerkbouw- en aannemingsbedrijf N.V.Mariastraat 10 - Apeldoorn - Tel. 13303Woonwijk ,,Vogelenhut"VenioArch. ,,Ons Limburg" - HeerlenUTILITEITSBOUWGEWAPENDBETONWERKWONINGBOUWAANNEMINGSMAATSCHAPPIJBRUNS EN BONKE N.V. - VENLOAannemers betrokken bij de moderne stedebouwN.V. BOUWMMTSCHAPPIJSCHRIJVER-ZONEN-? Woningbouw(Bouwstromen Midden Zeeland)? Fabrieksbouw? WinkelcentraGOESN.V. v.d. SLUYS en VAN DIJKHARDINXVELD-GIESSENDAM - KERKWEG 51TEL. (01846) 25 79AANNEMERS VAN :RESTAURATIEWERKENAannemers betrokken bij de moderne stedebouwWONINGBOUWUTILITEITSBOUW/'%pfN.Y. BETON- EN AANNEMINGSBEDRIJF GEBR. KOUDIJSKANTOOR JUFFERSTRAAT 10 - ROTTERDAMAANNEMINGS- ENHANDELSBEDRIJFG. H. VOS N.VOLDENZAALScholtendijk 1tel. 5410-3461*Specialistenin: ? BETONBOUW? UTILITEITSBOUW? SPOORWEGWERKEN? HET LEGGEN VAN GAS- en OLIELEIDINGEN? MONTAGE EN DEMONTAGE VAN BOORTORENSVERTROUWD ? ONGECVENAARD - STERKAannemers betrokken bij de moderne stedebouwAANNEMERVANBOUW- ENBETONWERKENHORSTALMELOKantoor: Winkelsteeg 5 - Telefoon (0 5490) 32 04Phve: Kogellaan 3 - Telefoon (0 5490) 40 30? Bouwwerken? Betonwerken? Bruggenbouw? Restauratiewerken? Onderhoudswerkens&vVitgave van hetNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordening en Volkshuisvesting47e jaargang no. SMaandbladmei 1966Redactie :Mevrouw Prof, C. W. VisserMe']. R. HartstraProf. C. van EesterenMr. C. A. van GorcumH. J. A. Hovens GreveProf. Mr. A. KleijnDrs. R. KokIr. P. K. van MeursAdres voor Redactie en Abonnementen :Lange Voorhout 19, 's-GravenhageTelefoon 18422SPostgironummer 29080Advertenties ;Nobelstraat 21, HeerlenTelefoon 04440-2551Postgironummer 1035100t.n.v. N.V. Maatschappij tot Exploitatie vanhet Limburgs Dagblad - HeerlenProf. Dr. S. O. van PoeljeDrs. W. /. ValkenburgDrs. H. van der WeijdeIr. W. WissingDit nummerschenkt aandacht aan het recente 40-jarige jubileum van het eerste provinciatebureau voor ruimtelijke ordening in Noord-Holland. Mejuffrouw Mr. E. F.van den Ban, die zo vele jaren een centrale plaats in dit bureau heeft vervuld,was wel bij uitstek geschikt cm de door haarzelf van zo vlak bij meegemaakte-- en ten dele door haar mee bepaalde -- geschiedenis van dit centrum teschetsen.De Heer Ir. A. E. Q. van Hezik komt onder de titel Macro-stedebouw nog eensterug op zijn bekende beschouwingen over dit onderwerp in vorige jaargangenvan het Tijdschrift, beschouwingen, die hij thans voortzet en concretiseert.Onder Volkshuisvesting bespreekt de Heer Jhr. Drs. P. A. C. Beelaerts vanBlokland, burgemeester van Wolphaartsdijk, de door de Minister aangekon-digde liberalisatie van het beleid in enkele provincies waar de woningnood isoverwonnen of althans op zijn einde loopt.Het was de bedoeling van de Redactie naast deze bijdrage er ook een op tenemen uit de Noordelijke provincies, maar zij is er nog niet in geslaagd eenbevoegd auteur bereid te vinden over dit onderwerp lets te schrijven.113Ten slotte bevat dit nummer de tekst van de drie inleidingen van de HerenH. K. Duhoux, Mr. E. van Haersma Buma en Drs. J. B. van der Laan, gehou-den op de ledenvergadering van het Instkuut op 28 april LI. te Utrecht over,,Enkele hoofdpunten van het huidige woningbeleid".InhoudStedehouw40 Jaar provinciaal stedebouwkundigwerk 1926--1966, Mej. Ir. E. F. vanden Ban 115Macro-stedebouw IV (Slot), Ir. A. E.Q. van Hezik 123Binnenland 127Buitenland 128VolkshuisvestingPrivileges aan enkele provincies, Jhr.Drs. P. A. C. Beelaerts van Blokland 129Enkele hoofdpunten van het huidigewoningbeleid, H. K. Duhoux . . . 131Bouw-, huur- en subsidie-overpeinzin-gen, Mr E. van Haersma Buma . . 137Harmonisatie meer dan ooit geboden,Drs. J. B. van der Laan .... 141Binnenland 146Buitenland 147Officiele MededelingenNederlands Instituut 148Rijksplanologische Dienst . . . . 150Summary 151Abonnementsprijs f 24,--. Losse nummers f 2,i0.De leden van het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvestingontvangen het blad kosteloos.114StedebouwProvinciaal stedebouivkundig werkstedebouw40 JAAR PROVINCIAAL STEDEBOUWKUNDIG WERK1926-1966Me']. Ir. E. F. van den BanHeeft het in deze, ook op stedebouw-kundig gebied zo dynamische tijd nogwel zin om terug te kijken, anders danult zuiver historische belangstelling ?Kunnen we nog iets leren van de gangvan zaken in de afgelopen 40 jaar,waar we ook voor de toekomst wataan hebben ?Uiteraard is het zien en begrijpen vaneen evolutie in het verleden van be-lang voor ieder, die meewerkt aan eentoekomstige ontwikkeHng. Het be-hoedt ons voor overschatting van heteigen inzicht van vandaag; het helptons de betrekkehjkheid van de din-gen te zien en bhjvende waarden teonderscheiden van tijdehjke illusies,waarop zo vaak weer een reactievolgt.Dus vooruit dan maar !Strikt genomen begon de stedebouw-kundige taak van het Provinciaal Be-stuur al in 1901, toen de nieuwe Wo-ningwet bepaalde, dat gemeentelijkeplannen aan de goedkeuring van Ge-deputeerde Staten waren onderwor-pen na ingewonnen advies (sinds 1921verplicht). Niet van een stedebouw-kundige Provinciale ambtenaar ofcommissie, doch van een Rijksambte-naar : de Inspecteur voor de Volks-huisvesting in de provincie. Motive-ring in de Memorie van Toelichting(in niet erg vriendelijke bewoordin-gen) ,,Is dan zodanig plan niet dooreen deskundige samengesteld, danwordt in volkomen ondeskundigheidbeslist over de toekomst van de uit-breiding der gemeenten, d.w.z. ookover de belangen der volkshuisves-ting". . . . ,,De verplichting den In-specteur te horen, is een middel, omdie belangen in het licht te doen ko-men." Het zwaartepunt lag dus nietbij de stedebouw, maar bij de volks-huisvesting.Het valt dan ook niet te ontkennen,dat die adviezen en daardoor ook debeslissingen van Gedeputeerde Statenduidelijk gericht waren op de belan-gen van de volkshuisvesting in enge-re zin en met verbijstering werd doorde stedebouwkundige wereld gecon-stateerd, dat de belangen van ver-keer, Industrie, landbouw en recrea-tie nauwelijks enige aandacht kregen.Een kentering leek reeds te komen,toen omstreeks 1913 de voormaligegemeente Sloten zonder enig overlegmet Amsterdam, vlak tegen die stadaan, een grote uitbreiding van hetwoongebied, dus in feite een uitbrei-ding van de stad Amsterdam vast-stelde, de Inspecteur tot goedkeuringadviseerde en Gedeputeerde Staten --de juistheid van plan en advies betwij-felend -- het oordeel vroegen van detoenmalige Hoofdingenieur-Directeurvan de Provinciale Waterstaat. Diensafwijzend oordeel was voor Gedepu-teerde Staten een reden voortaan terversterking van eigen inzicht diensadvies te blijven inwinnen naast dat115StedebouwProvinciaal stedehouwkundig werkvan de Inspecteur als hun wettelijkeadviseur, doch dit leidde noolt tot ont-houding van goedkeurlng.Omstreeks 1922/24 leidde een samen-loop van omstandigheden tot verster-king en verbrelding van het inzicht,dat stedebouwkundige plannen stede-bouwkundige beoordeling vereisen,dat zij in een groter verband behorente worden bezien en dat de gemeentenstedebouwkundig meer leiding nodighadden. Die omstandigheden warende volgende :le had de gemeente Velsen (toen ca20.000 inwoners) -- onder de in-druk van het in 1918 opgerichteHoogovenbedrijf -- een algemeenuitbreidingsplan ter goedkeuringingediend met van noord tot zuideen vrijwel aaneengesloten huizen-zee voor ca 250.000 inwoners, metdoor de mooie, historische buiten-plaatsen Waterland en Beeckesteyneen renvooispoorhjn en industrie-terreinen op de buitenplaats Vel-serbeek en met lintbebouwing overde gehele lengte van de Rijksweg.De Inspecteur adviseerde zonderveel motivering tot goedkeuring,de Provinciale Waterstaat metklem van redenen tot onthoudingvan goedkeuring. GedeputeerdeStaten volgden voor een deel vanhet plan laatstgenoemd advies enraadden de gemeente voor hetoverige het plan te herzien, watlater is gebeurd. Een duidelijkvoorbeeld, hoe een gemeente metalle goede bedoelingen en het opzichzelf loffelijk streven niet teklein te kijken, te ver vooruit kanwillen zien en dan met de beperk-te blik van 1922 bestemmingengaat vastleggen voor een verre toe-komst met geheel andere behoef-ten en geheel andere mogelijkhe-den.Zou dit niet een fout zijn, die ooknu nog dikwijls wordt gemaakt?2e was het in 1924 in Amsterdam ge-houden stedebouwcongres van deInternational Federation for Hou-sing and Town Planning, dat gewijdwas aan ,,Het gewestelijk planvoor de grote stad en haar omge-ving" en aan ,,Parken, parkstel-sels en ontspanning" een sterkestimulans voor de ontwikkelingvan stedebouwkundige denkbeel-den op het gebied van ,.regionalplanning".3e was er de verontrusting over hetstreven van Amsterdam om in na-volging van Engeland, waarEbenezer Howard reeds twee tuin-steden stichtte, ook een tuinstadte bouwen en wel op de GooischeHei ! Hoezeer in die tijd de sym-pathie voor tuinsteden ook leefde,al heel spoedig werd beseft, datdaardoor te veel onmisbaar na-tuurschoon en recreatiegebied ver-loren zou gaan. De afstanden inNederland werden te klein geachtvoor het stichten van nieuwe tuin-steden. De Gooise gemeenten werk-ten ook niet mee, want zij stondenachter de in 1925 door Dudok be-pleite ontwikkeling van het Gooi,zoals hij die in het rapport vande Centrale Schoonheidscommissievoor het Gooi had beschreven enwaarvan de kaart als een voorlo-per van een streekplan was te be-schouwen.4e hadden de gemeenten Diemen,Ouder-Amstel en Weesperkarspeltezamen een groot, slecht gede-tailleerd plan voor een stad van100.000 inwoners vastgesteld enter goedkeuring ingediend, vlak bijde grens van Amsterdam, dus infeite een uitbreidingsplan voor destad Amsterdam, die toen stede-bouwkundig nog in het geheel nietgeoutilleerd was.Alles bijeen meer dan voldoende rede-nen voor het Staten- en Kamerlid Dr.Ir. Th. van der Waerden, om na nauwoverleg met de pionier op het gebiedvan de stedebouw in Nederland, Mr.D. Hudig, secretaris-directeur van hetNederlands Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw en bestuurslidvan de International Federation, dewenselijkheid van een stedebouwkun-dige outillage van de provincie te be-pleiten. In de Provinciale Staten von-den zijn gedachten in beginsei wel in-stemming en hoewel GedeputeerdeStaten aanvankelijk er wat onwennigtegenover stonden, leidde het daaropgevolgde uitvoerige beraad met talvan betrokkenen en deskundigen tothet voorstel van Gedeputeerde Stateneen commissie in te stellen, die henzou bijstaan in de hun bij de Woning-wet opgedragen taak over de tergoedkeuring ingediende gemeentelijkeplannen te oordelen en te beslissen.In een circulaire dd. 30 december1925 van Gedeputeerde Staten aande gemeentebesturen in Noordhol-land, werd medegedeeld, dat een,,Vaste Commissie voor uitbreidings-plannen in Noordholland" was inge-steld en de gemeentebesturen werdenuitgenodigd ,,in alle stadia van voor-bereiding van een uitbreidingsplanbij deze Commissie voorlichting en ad-vies in te winnen, opdat de gemeen-telijke uitbreidingsplannen een onder-deel zullen vormen van wat algemeenonder een gewestelijk plan wordtverstaan" en opdat in het algemeengeen plannen aan Gedeputeerde Sta-ten ter goedkeuring zullen wordenaangeboden, die niet voor goedkeuringin aanmerking komen.Het werd in theorie dus van het kleinnaar het groot werken (daar streek-plannen nog niet in de wet werdengenoemd), doch in feite moest uiter-116StedebouwProvinciaal stedebouwkHndig werkaard worden begonnen met streekge-dachten op papier te zetten om daar-aan de gemeentelijke plannen tetoetsen.De samenstelling van de Commissie, die innauw overleg met de Provinciale Waterstaatwas voorbereid, was als volgt :voorzitter : de Commissaris der Koningin,Jhr. Mr. Dr. A. Roell;plv. voorzitter : het lid van GedeputeerdeStaten, A. W. Michels;a. zeven vaste leden, t.w.A. W. Bos, directeur Publieke WerkenAmsterdam, die na enkele maanden ge-pensioneerd werd, en opgevolgd door Ir.W. A. de Graaf,W. M. Dudok, directeur Publieke WerkenHilversum en voorzitter Centrale Schoon-heidscommissie voor het Gooi,Prof. Ir. M. J. Granpre Moliere, hoogleraarstedebouw Technische Hogeschool Delft,Mr. D. Hudig, secretaris-directeur Neder-lands Instituut voor Volkshuisvesting enStedebouw, secretaris StedebouwkundigeRaad en bestuurslid International Fede-ration for Housing and Townplanning,P. Ch. J. Peters, secretaris afd. Noordhol-land Vereniging van Nederlandse Ge-meenten,Jhr. C. J. A. Reigersman, Hoofdingenieur-Directeur Provinciale Waterstaat,Dr. Ir. Th. van der Waerden, lid vanProvinciale Staten en lid van de EersteKamer;b. viermaal drie bijzondere leden voor vierverschillende delen der provincie, met wiede Commissie werd uitgebreid bij behan-deling van uitbreidingsplannen voor :1. Amsterdam en aangrenzende gemeen-ten :J. ter Haar jr. en S. Rodrigues de Mi-randa, wethouders Amsterdam,Jhr. A. H. Op ten Noort, oud-directeurPublieke Werken Enschede en Utrecht enontwerper uitbreidingsplannen in omge-ving van Amsterdam;2. Haarlem en aangrenzende gemeenten :M. A. Reinalda, wethouder Haarlem,Ir. L. C. Dumont, directeur OpenbareWerken Haarlem,Ir. Joseph Cuypers, Roermond, architect-stedebouwkundige en ontwerper uitbrei-dingsplannen in omgeving van Haarlem;3. gemeenten in Gooiland :H. de Bordes, Burgemeester Bussum,Mr. P. J. Reymcr, Burgemeester Hilver-sum,D. P. Tersteeg, Naarden, tuin-architect enontwerper uitbreidingsplannen in Gooi-land;4. gemeenten in Noordholland benoordenhet IJ, voorzoverniet vallend onder 1 en 2:L. J. Bisschop, Burgemeester Hoorn,Mr. W. C. Wendelaar, Burgemeester Alk-maar,5. Jellema, directeur Publieke WerkenZaandam;c. secretaris : C. Thomese, HoofdingenieurProvinciale Waterstaat, aan wien op 20april 1926 als adjunct-secretaris werd toe-gevoegd Mej. Ir. E. F. van den Ban, diehem in 1931 opvolgde;d. (amhtshalve) de twee in de provinciewerkzame Inspecteurs voor de Volkshuis-vesting.Op 23 februari 1926 vergaderde deVaste Commissie voor het eerst enbegon dus haar werk.Zij benoemde uit haar midden een uit5 leden bestaande Technische Sub-commissie onder voorzitterschap vanMr. D. Hudig, en een uit drie ledenbestaande Administratieve Subcom-missie onder voorzitterschap van A.W. Michels.Sindsdien kreeg de Technische Sub-commissie een druk bestaan : zij ver-gaderde aanvankelijk elke week omde door de Vaste Commissieaan Gedeputeerde Staten en aan degemeentebesturen uit te brengen ad-viezen voor te bereiden. Later werdde regeling van het werk vereenvou-digd en het aantal vergaderingen ver-minderd.Het instituut van de bijzondere ledenbleek niet doeltreffend en wel tijd-rovend, zodat door vacatures onver-vuld te laten, het aantal leden vanzelfverminderde en zij na enige jarenwaren verdwenen.Wat de vaste leden betreft, waren eruiteraard in de loop der jaren velemutaties. Ir. W. A. de Graaf liet zichna enkele jaren vervangen door Ir.L. S. P. Scheffer, hoofd van de in1928 bij Publieke Werken van Am-sterdam ingestelde afdeling Stads-ontwikkeling. Prof. Granpre Molierewerd, toen zijn hoogleraarschap meertijd in beslag ging nemen, vervangendoor zijn compagnon Ir. P. Verhagen.C. Thomese trad, toen hij in 1931het secretariaat wegens zijn drukkerwordende waterstaatswerkzaamhedenen de groter wordende taak der Com-missie (o.m. als gevolg van het inde wet opnemen van streekplannen)neerlegde, als lid tot de Commissietoe. Jhr. C. J. A. Reigersman verlietde Commissie, toen hij in 1937 ge-pensioneerd werd en opgevolgd doorC. Thomese.Een ernstig verlies trof de Commissie,toen in 1934 Mr. D. Hudig, die zichvan het begin af met hart en zielaan de stedebouwkundige belangenvan Noordholland had gewijd en degrote stuwkracht van de Commissiewas geweest, overleed. A. W. Michelsnam zijn taak over en vervulde dietot na de oorlog.Dr. Ir. Th. van der Waerden, die alslid van Provinciale Staten de stoothad gegeven voor het werk, over-leed kort na het begin van deoorlog en heeft niet meer meegemaakt,dat ingevolge een besluit van de se-cretaris-generaal dd. 15 mei 1941 elkeprovincie een provinciale planologi-sche dienst moest hebben en de Com-117StedehouwProvinciaal stedebouwkundig werkmissaris der Provincie de Vaste Com-missie voor uitbreidingsplannen enstreekplannen heeft opgeheven. Ookde Commissaris der Konlngin, van hetbegin af voorzitter der Vaste Com-missie, heeft dit door zijn overlijdenIn december 1940 niet meer beleefd.In het begin was het voor de Com-missie nog moeizaam werken.Noordholland was in 1926 de eersteprovincie, die haar stedebouwkundigetaak op deze wijze ging vervullen. Erwaren geen voorbeelden om zich aante spiegelen, geen algemeen aanvaarderegelen. Zij moest als eerste pro-vinciale stedebouwkundige Commissiehaar eigen weg zoeken. Pas 3 jaarlater volgde Zuid-Holland, nog laterNoord-Brabant en Limburg en lang-zamerhand de andere provincies.Ook de gemeenten moesten aan hetbestaan der Commissie nog wennenen zij kwamen pas tot waardering,toen zij het nut van de adviezendaadwerkelijk ondervonden.Van de twee Inspecteurs voor deVolkshuisvesting, Jhr. Ir. G. deGraeff en D. E. Wentink, werkte aan-vankelijk slechts een, Jhr. Ir. G. deGraeff, goed en prettig mee, in hetbesef, dat de nieuwe regeling voorhet werk een verbetering was; deander begon met de Commissie alseen soort indringer te beschouwen, dieop zijn stoel was gaan zitten. Laterwarden de verhoudingen echter uitste-kend.De geringe omvang van de Commis-sie maakte zeer efficient werken mo-gelijk, dat ruimte liet voor allerleiinitiatieven, waarvan de invloed ookin andere provincies merkbaar was.Bestond er behoefte aan overleg metandere deskundigen, dan werden dieter vergadering uitgenodigd. Voorzo-ver de tijd het toeliet, werden deplannen door de gemeenten zelf toe-gelicht, zo mogelijk ter plaatse.Behalve over uitbreidingsplannenbracht de Commissie ook tal vanandere adviezen uit, zoals over aller-lei gemeentelijke besluiten, over wijzi-gingen van de Woningwet, over na-tuurschoon- en verkeersproblemen,over de lintbebouwingswet enz. enz.Ten einde haar taak als adviseur vande gemeentebesturen beter te kunnenvervullen en ook te vereenvoudigen,stelde de Commissie in 1927/28 eeneenvoudige leidraad voor de samen-stelling van uitbreidingsplannen op.Deze werd door Gedeputeerde Statenaan de Noordhollandse gemeententoegezonden en ook door anderen veelaangeschaft en geraadpleegd. Toen ophet eind der dertiger jaren deze lei-draad uitverkocht en ook enigermateverouderd was, stelde het NederlandsInstituut voor Volkshuisvesting enStedebouw een Commissie onder voor-zitterschap van Jhr. Ir. G. de Graaff,oud-inspecteur van de Volkshuisves-ting in (waarin ook de NoordhollandseCommissie door haar secretaresse ver-tegenwoordigd was) ter voorbereidingvan een nieuwe (in de oorlog gereed-gekomen) leidraad of handleiding. Ditwas opnieuw het geval, toen weer 20jaar later ook deze handleiding ver-ouderd en uitverkocht was en het In-stituut wederom een Commissie tervoorbereiding van een nieuwe hand-leiding instelde, onder voorzitterschapvan Jhr. M. J. I. de Jonge van Elle-meet, de vroegere voorzitter van hetNederlands Instituut voor Volkshuis-vesting en Stedebouw. Deze is aange-past aan de nieuwe Wet op de Ruimte-lijke Ordening en is onlangs uitgeko-men.In 1931 nam de Commissie het initia-tief tot de oprichting van het Gooisnatuurreservaat door een desbetref-fend advies aan Gedeputeerde Statente richten. Zoals bekend, leidde dit tothet beoogde resultaat.Ook bracht de Commissie advies uitover het behoud van het natuurschoonin de duinstreek; haar rapport werddoor Gedeputeerde Staten behalve bijuitbreidingsplannen en streekplannengeraadpleegd bij de aankoop vanduinterreinen en bossen. Daarbij werdook overleg gepleegd met Dr. Jac.P. Thijsse, die onze duinen kende alsgeen ander.Vaak droeg de Commissie de secreta-resse op de gemeenten te helpen bij hunplannen -- zij het ook nooit op ge-meentelijk verzoek en nog minder te-gen honorering, zoals in andere pro-vincies wel geschiedde -- doch uitslui-tend in die gevallen, dat er bij een planbovengemeentelijke belangen waren ge-moeid of als dit de enige manier wasom snel genoeg uit moeilijkheden tekomen en vaak met het doel een ge-meente metterdaad aan te tonen, datvoor dit werk een stedebouwkundigenodig is.Was dit gelukt, dan trad de Commis-sie weer tot haar adviserende taakterug. De aldus met hulp van de se-cretaresse gemaakte ontwerpen werdenprecies op dezelfde manier en evencritisch, vaak zelfs nog critischer,door de Commissie behandeld alsdoor de gemeenten ingezonden ont-werpen. Van het zo veroordeeldeadviseren over eigen werk was dusin Noordholland nooit sprake.Langzamerhand werd hulp overbodig,doordat de gemeenten vrijwel alledeskundige ontwerpers hadden.Toen in 1931 voor het eerst de streek-plannen in de wet werden genoemd,wees de Commissie op de wenselijk-heid thans niet meer alleen officieusstreekplanwerk te doen, maar op kortetermijn officiele streekplannen samente gaan stellen, waarbij men dus van118StedebouwPro-jinciaal stedebouwkundig werkgroot naar klein zou kunnen werken.Als eerste streekplan werd ter handgenomen dat voor IJmond-Noord,waar op een klein bestek een aantalgrote en urgente problemen opgelostmoesten worden. Na enige jaren in-tern voorbereidend werk (waarbijspoedshalve werd afgezien van hetaanvankelijke voornemen om niet al-leen officieus, maar ook officieel hetgehele Noordzeekanaalgebied of al-thans de gehele IJmond in het streek-plan te betrekken) werd in 1934 eenofficiele streekplancommissie voor deIJmond-Noord ingesteld. Daarna wer-den stappen ondernomen voor hetzelf-de in Zuid-Kennemerland en het Gooi.Deze daarvoor ingestelde Commissiesbegonnen echter officieel hun werk pas,nadat in 1941 een betere regeling inde wet was gekomen.Het streekplan IJmond-Noord kwamnog voor de oorlog gereed op een be-slissing van de Rijkswaterstaat overeen stukje Noordzeekanaal ter plaatsevan dc Papierfabriek na. Na de oor-log stonden alle prognoses van hetHoogovenbedrijf echter op losseschroeven, zodat het plan weer op dehelling moest en pas later klaar kwam.De in dit streekplan door de Commis-sie bepleite Velsertunnel als oeverver-binding was echter al door de Rijks-waterstaat in uitvoering genomen en isna de oorlog breder aangelegd.Het streekplan Zuid-Kennemerland,eveneens in groter verband gezien,werd in en na de oorlog afgemaakt,vastgesteld en goedgekeurd en onder-gaat soms nog enkele veranderingen.Het streekplan voor het Gooi was inofficieus overleg met de gemeentenen bovendien als deel van een grotergeheel, nl. Gooi- en Vechtstreek, ont-worpen en kwam in de oorlog ge-reed. In verband met het strevennaar een nieuwe wijze van werkenmet de gemeenten werd het toen nogniet vastgesteld. Jammer daarvan is,dat men anders zoveel eerder eenstreekplan als basis voor de gemeen-telijke plannen en het stedebouwkun-dig beleid had gehad. Dit plan haddan weliswaar nu bijgewerkt moetenworden, doch achter raken is uiteraardhet lot van alle streekplannen en bij-werken gaat gemakkelijker dan nieuwopzetten.Ook het streekplan voor de Zaan-streek, waarmede eveneens in de oor-log was begonnen, kwam pas langdaarna gereed.In 1938 werd de naam van de Com-missie in overeenstemming met haargrotere taak veranderd in ,,VasteCommissie voor uitbreidingsplannenen streekplannen".Eveneens in 1938 werd, omdat zichmeer en meer de behoefte aan sociaal-wetenschappelijk onderzoek deed ge-voelen, zowel voor uitbreidingsplan-nen als voor streekplannen, het bu-reau der Commissie uitgebreid meteen sociaal-geograaf, Dr. J. Winsemius,die na zijn vertrek in 1943 werd op-gevolgd door Drs. G. J. van denBerg. NoordhoUand was de eersteprovincie, die een dergelijke deskun-dige aanstelde. Thans zijn alle provin-cies geoutilleerd voor sociaal-weten-schappelijk onderzoek.Een handicap bleef de veel te kleinebezetting, vooral wat de tekenaars be-betrof; dit werd pas enige jaren na deoorlog beter.Nadat de Commissie reeds eerder, nl.omstreeks 1931, aan de ProvincialeWaterstaat had geadviseerd over hetdoor de Dienst der Zuiderzeewerkenontworpen verkavelingsplan voor deWieringermeer, de afstanden tussen dedorpen en de daarin op te nemen ver-keersweg naar de Afsluitdijk, zocht zijenige jaren later contact met die Dienstover het verband van de Zuiderzee-polders met het wegennet en de ge-meentelijke plannen in NoordhoUand.Inmiddels nam het aantal gemeente-lijke plannen, in-hoofdzaak en in-onderdelen, voortdurend toe en kreegde Commissie hoe langer hoe meer eenvertrouwenspositie.Ook was er een steeds toenemend con-tact met tal van andere instanties.De oorlogs- en na-oorlogse omstan-digheden brachten uiteraard grotevertraging in de werkzaamheden, nietalleen omdat het werken zelf mate-rieel steeds moeilijker werd en omdatiedereen nog zoveel andere zorgenhad, maar niet minder omdat menNederlandse plannen voor Neder-landse gemeenten en streken niet wildelaten vaststellen door de Duitse bezet-ter of Duitsgezinde overheden en ten-slotte omdat de vervoersmoeilijkhedente groot werden om de Commissie bij-een te laten komen.Het voorbereidende werk vond echterwel voortgang. Pas in 1945/46, toener weer een Provinciaal Bestuur en ge-meentebesturen waren, kwam het werkweer in normale banen. In de eersteplaats werd er toen naar gestreefd deachterstand zo snel mogelijk in te ha-len. Daar de voorzitter der Commis-sie, A. W. Michels, zijn ambt als lidvan Gedeputeerde Staten neerlegde,kwam het voorzitterschap van deze enandere Commissies in 1946 in handenvan zijn opvolgster, mej. Mr. E. Rib-bius Peletier.Inmiddels had vorengenoemd, vooralle Nederlandse provincies geldende,doch niet door alle reeds tijdens deoorlog nageleefde besluit van de secre-taris-generaal van 15 mei 1941 inNoordhoUand geleid tot de instellingvan een Provinciale PlanologischeDienst en tot een nieuwe organisatiemet een onderverdeling van het werkin streekplannen (vallende onder de119StedebouwProvinciaal stedehouwkundig werkGrMf tZNTEHAARLEMHERMEER.UlTBREIDINGSPLAN BU HALFUiEGHA/-:^^'rmm^^wf^^m\Plan uit 1913nieuwe Vaste Commissie) en in ge-meentelijke plannen (waarmede eennieuwe Commissie voor de Gemeente-lijke Plannen werd belast), terwijldaarnaast de bestaande streekplancom-missies voor de IJmond-Noord, Zuid-Kennemerland en het Gooi gehand-haafd bleven, alsook tot aanvullingvan het bureau van de dienst met eendirecteur van dat bureau, tevens se-cretaris der Vaste Commissie, Ir. P.K. van Meurs.Daze begon in 1943 zijn taak met devoorbereiding van het streekplan voorde Zaanstreek, waaraan tot dan toewegens gebrek aan personeel nog maarweinig had kunnen gebeuren en metvoortzetting van het te voren reedsvoor de gehele provincie verrichtewerk.Met de voorbereiding en afwerkingvan de drie andere streekplannen enhet secretariaat van de Commissievoor de GemeenteHjke Plannen bleefMej. Ir. E. F. van den Ban belast.Na de oorlog vroegen ook de weder-opbouw en de woningnood veel aan-dacht en gaven de wederopbouwplan-nen, meestal samengaand met meer ofminder ingrijpende dorps- en stads-saneringen en met veranderingen en/ofvergrotingen van bestaande uitbrei-dingsplannen, veel werk.In veel gevallen veranderden de plan-nen van aard. De hoge bouw, vroegeralleen bestaand in de drie grote ste-120StedebouwProvinciaal stedehouwkundig werkden van Nederland, dus in Noord-holland alleen in Amsterdam, deedthans ook in kleine steden en zelfs indorpen zijn intree, evenals, zowel bijhogc als bij lage bouw, de zogenaam-de vrije verkaveling.Onder de invioed van het baanbre-kcndc werk van de Rijksdienst voorhet Nationale Plan met het rapport,,Westen des Lands", werden Noord-holland en de Noordhollandse streek-plannen meer en meer als onderdeelvan geheel Nederland gezien en werdgestreefd naar het tot meer ontwikke-ling brengen van het Noorden derprovincie, in het bijzonder van West-friesland en de Kop van Noordhol-land.In de organisatie kwamen in 1950 op-nieuw veranderingen.De nieuwe officiele naam, ProvincialePlanologische Dienst, werd de wette-lijke naam en raakte ingeburgerd.Bij besluit van Gedeputeerde Statenvan 6 december 1950 werden naaraanleiding van de Wet van 17 okto-ber 1950, houdende voorlopige rege-ling inzake het nationaal plan en destreekplannen, drie zelfstandige com-missies ingesteld: t.w. de zg. VasteCommissie, de Commissie voor deGemeentelijke Plannen en de Commis-sie voor de Sociaal-wetenschappelijkeVraagstukken, wier secretarissen sa-men de directie van de P.P.D. vorm-den, terwijl in beginsel werden inge-steld:1. ult de Vaste Commissie :Plan uit 1926GEMEENTE: HAARLEMMEIRMEIER.UITBREIDINGSPLAN BADHOEVEBUURT.SCHAALfAlJOO,.??'* ""I**.,. '^Tr "t ?", ???''' ?-"iff^*"'-" .?-'^'-^^miu\j ' 'J?''' ' -n>?. _?'-?-.'"^^-w.'"^^*^?-/??121StedebouwProv'mciaal stedebouwkundis werka. de Technische Commissie, ter voorbe-reiding van de werkzaamheden voor debehandeling van dagelijkse aangelegenhe-den, waarbij overwegingen van algemeenstedebouwkundig beleid een ondergeschik-te rol spelen, alsmede in spoedeisende ge-vallen van andere zaken;b. de Streekplancommissies voor de IJ-mond-Noord, Zuid-Kennemerland, hetGooi, de Zaanstreek en Waterland en --uiteraard - Commissies voor het in eenlater stadium ontwerpen van streekplan-nen voor andere delen der provincie, alsbijvoorbeeld voor de Meerlanden;2. uit de Commissie voor de GemeentelijkePlannen :c. de Commissie Schiphol met als taak debestudering van het woonvraagstuk in deomgeving van Schiphol;3. uit de Vaste Commissie en de Commissievoor de Gemeentehjke Plannen :d. de Agrarische Commissie, met als taakte adviseren over agrarische belangen, diebij stedebouwkundig werk zijn betrokken;4. uit de Commissie voor Sociaal-weten-schappelijke vraagstukken,e. de Commissie voor de bevolkingsprog-nose met als taak de bestudering van detoekomstige inwonertallen van de provin-cie en de delen daarvan.In plaats van Mej. Ir. E. F. van denBan werd in 1950 (na haar aanstel-ling bij de Dienst der Zuiderzeewer-ken als hoofd van de nieuw ingesteldestedebouwkundige afdeling) tot secre-taris van de Commissie voor de Ge-meentelijke Plannen benoemd Ir. R.Heida. De voorbereiding van hetstreekplan voor de IJmond-Noord,waar de omstandigheden in verbandmet de ontwikkeling van het Hoog-ovenbedrijf na de oorlog sterk veran-derd waren, en van het streekplan voorhet Gooi, waar men een nieuwe werk-wijze wilde gaan volgen (welke echterniet tot een andere opzet van het planleidde, al werden wel de woongebiedenplaatselijk wat vergroot op grond vanhet Rapport Westen des Lands met zijnbevolkingsprognoses) ging over naar hetsecretariaat van de Vaste Commissie,terwijl het streekplan voor Zuid-Ken-nemerland nog door Mej. Ir. E. F. vanden Ban werd afgemaakt. Ir. R. Heidawerd na zijn pensionering in 1959 op-gevolgd door Ir. D. Arkenbout.Zowel Mej. Ir. E. F. van den Ban alsIr. R. Heida bleven als lid van deCommissie voor de GemeentelijkePlannen en andere Commissies aan hetwerk van de Provinciale PlanologischeDienst deelnemen, met het oog op dewenselijkheid van continuTteit in hetwerk en de adviezen.Na de pensionering van Ir. P. K. vanMeurs in 1961 werd de in 1950 inge-stelde drie-hoofdige directie vervangendoor een een-hoofdige leiding, toen Dr.Ir. R. van de Waal tot directeur vande dienst werd benoemd. Als hoofdvan de afdeling voor de bovenge-meentelijke plannen werd Ir. W. Mul-der aangesteld.Ook kwam de P.P.D. in 1961 zelf-standig naast de Provinciale Water-staat te staan, al bestond de aanvan-kelijk hechte band al sinds jareneigenlijk alleen nog maar uit zeggen-schap van de Provinciale Waterstaatover personeel en salarissen. De huis-vesting in een gebouw bleef, als zijndenoodzakelijk voor efficient werken,uiteraard bestaan.Toen in 1958 Mej. Mr. E. RibbiusPeletier op haar beurt haar ambt alslid van Gedeputeerde Staten neer-legde, ging het voorzitterschap overop haar opvolger, Mr. H. Wester-mann.Sindsdien is ook het streekplan Noord-Kennemerland gereedgekomen, vast-gesteld en goedgekeurd. De schemati-sche opzet is in overleg met de Rijks-dienst voor het Nationale Plan reedszoveel mogelijk aangepast aan denieuwe Wet op de Ruimtelijke Orde-ning, volgens welke streekplannenmeer het karakter van richtlijnen krij-gen, die bij de uitwerking in gemeen-telijke plannen meer en grotere afwij-kingen toelaten.Een aanvang werd gemaakt met destreekplannen voor Waterland, voor deMeerlanden en als belangrijkste voorhet Noordzeekanaalgebied, terwijlvoor het oostelijk deel van Westfries-land in verband met het ruilverkave-lingsplan voor het Grootslag door sa-menwerking van de betrokken ge-meentebesturen een gezamenlijk struc-tuurplan, dus een soort partieel streek-plan, tot stand komt.Ook het aantal saneringsplannen, aldan niet samengaand met ruilverka-velingsplannen, neemt toe.Dit geldt eveneens de bemoeienissenmet ruilverkavelingsplannen, die meeren meer ook andere belangen dan al-leen agrarische gaan dienen en danuiteraard ook stedebouwkundig beke-ken moeten worden.Bij het doorkijken van oude dossiersen bij vergelijking van de stedebouw-kundige plannen, hun problemen enhun behandeling, nu en 40 jaar gele-den, treffen twee dingen: enerzijdsde grote gelijkenis, die er bestaat (hetzijn nog in wezen dezelfde soortvraagstukken, die telkens weer de kopopsteken en waarvan sommige watdichter bij hun oplossing zijn geko-men, doch andere nog even moeilijkoplosbaar blijken); anderzijds de groteverandering in de detaillering vanwoonwijken, en vooral in de laatstejaren, de grote verschillen in formaatvan de bevolkings-, Industrie-, ver-keers- en recreatievraagstukken, degroeiende betekenis van het ten behoe-ve van streek- en gemeentelijke plan-nen verrichte en te verrichten sociaal-122i:c] in het noorden en oosten van het land isN.V. BOUWBEDRIJFKNOOP & GIEZENhet aangewezen bedrijfvoor hetrealiseren vanbeleggingsobjectenin de vorm vanSERIEWONINGBOUWVolledige verzorging van plan tot en metverhuur ligt binnen de mogelijkheden.Door onze specialisatie en intensievesamenwerking met de architectenworden lage kostprijs en lageonderhoudskosten verkregen die eengoede exploitatie waarborgen.Inlichtingen:N.V. BouwbedrijfKNOOP L GIEZENDamsterdiep 271, Groningen.Tel. 05900-36031^>VHOOFDBUREAUSTAATSMIJNENHEERLENUTILITEIT-BETON-AANNEMERSBEDRIJFHompertsweg 34 - Telefoon 04440 - 2851WONINGBOUW-WERKENSPECIALISTEN INPREFAB-HOUTBOUWSCHOLENPAVIUOENSBUNGALOWSKERKENCLUBHUIZENKANTORENZOMERHUIZENETC. ETC.jSCIt-''StedebouwProvincidal stedebouwkundig werkMacro-Stedebouwwetenschappelijk onderzoek en deveranderende positie van de landbouw.De bij dit artikel gevoegde projectiesvan twee plannen in de gemeenteHaarlemmermeer van 1913 en 1926geven een duidelijk beeld van de ge-ringe stedebouwkundige vooruitgangin het tijdvak van 1913/26, van denoodzaak om, o.m. door middel vanprovinciale adviezen, te komen totaantrekkelijker plannen met een beterestructuur, en van de sterke verande-ringen sinds 1926, toen de provincialecommissie haar werk begon.Tenslotte zij hier herhaald, wat 15jaar geleden bij het 25-jarig bestaanvan het provinciale stedebouwkundigewerk in NoordhoUand in dit tijd-schrift werd geschreven, nl. dat voor-dien geen enkele provincie zich vanenig deskundig apparaat had voor-zien om Gedeputeerde Staten bij testaan bij hun toezichthoudende taakten opzichte van de gemeentelijke ste-debouwkundige maatregelen; geenenkele had ook enig orgaan, dat desamenhang van de plannen in groterverband kon verzekeren. Noordhol-land is in beide opzichten voorgegaanen alle provincies zijn successievelijkgevolgd, een ontwikkeling, die tenslotte door de wetgeving is vastge-legd.Het jubileum van het Noordhollandsewerk is dus veel meer dan een zaakvan een provincie; het is het jubileumvan de actieve provinciale bemoeiingmet de stedebouw en van de provin-ciale leiding bij het streekplanwerk.Laat NoordhoUand thans zorgen devoorsprong, die het door dit pioniers-werk had gekregen, te behouden enzich niet door later gekomen provin-ciale diensten, die op de reeds doorNoordhoUand gelegde grondslag kon-den beginnen, voorbij laten streven: deprovincie en haar belangen en pro-blemen zijn daar belangrijk genoegvoor.En laat men vooral niet vergeten, datstedebouwkundig werk nooit een eindheeft, maar evenals maatschappelijkeen technische ontwikkelingen altijddoorgaat en dat men dus altijd wak-ker en waakzaam moet blijven.MACRO-STEDEBOUW IV (Slot)Ir. A. E. Q. van HezikHet is boeiend om in het fundamentelevlak na te gaan welke nieuwe moge-lijkheden zich voor kunnen doen bijhet detailleren van kilometers-lange,,stads-haken" die in het tweede artikel(jrg. 1964, nr. 10) bij een bandstadnaar voren zijn gebracht.In de Kanttekeningen van de hand vanLector Van Leeuwen bij dat artikelwerd bezorgdheid uitgesproken over dekwaliteit van het leef-milieu tussen degebouw-haken, die samen gegroepeerdde grote stads-haken constitueren.In zijn Nabeschouwing wees Schrijverop de noodzaak om tot gepaste ver-mengingen van hoge gebouw-haken enlaagbouw te komen. Dit nu is inmid-dels verder uitgekristalliseerd, en kanin dit slot-artikel met enkele studie-schetsen worden gei'llustreerd.De komende verdergaande verstede-lijking in Nederland zal bepaald wor-den door de synthese die wij zullenweten te slaan tussen pragmatiek enesthetiek.Analyseert men deze twee begrippen,dan lijkt hier een onoverbrugbare klooftussen te bestaan, maar bij nader inzienblijken er punten van overbrugging tezijn die wel beloften inhouden.Onder pragmatiek wil Schrijver hierverstaan: Nuttig effect, GemakkelijkeGestileerd silhouet123StedebouwMacro-Stedehouwherkenbaarheld en Contlnuiteit bij hetbeleid.Onder esthetiek wil Schrijver hierverstaan: Boeiend voor het oog, quaGevel-architectuur, qua Luchtlijnen enqua Afwisseling.Het Nuttig effect Is door Schrijver inhet derde artikel (jrg. 1965, nr. 6) be-licht, met name voor wat betreft hetrelatief hoog rendement van verkeeren allerlei dienstverlening in een band-stad in vergehjking met een concen-trische stad, waarbij terloops ook hetstallen van auto's bij hooge woonge-bouwen werd aangeroerd.De GemakkeHjke herkenbaarheid voorde bewoners zal in dit vierde artikelworden behandeld. Deze bhjkt eengeschikt overbruggingspunt naar deesthetiek op te leveren.De Continui'teit bij het beleid -- detoekomst houdt immers bij het jaar2000 niet op -- kan alleen wordengewaarborgd als men met zorg vertrek-punten voor het Nuttig effect in destedebouw kiest, die over 100 jaar nogsteeds zullen gelden.Zo zal GemakkeHjke herkenbaarheid,d.w.z. het zich op alle punten gemak-kelijk kunnen orienteren zodat men inen buiten de stad weet waar men zichten opzichte van het stadsgeheel be-vindt, voor de mens altijd een eersteeis van geestelijk welzijn blijven. Daar-toe moet een stedelijke structuur zichop de eenvoudigst mogelijke manierduidelijk aan ons voordoen. Om dit tebereiken komen wij er niet aan voorbijom meer artificieel dan vroeger nodigen mogelijk was, een geleding met scan-deringen aan te brengen, bijvoorbeeldmet grote stads-haken die paars-gewijshet binnen en het buiten van een band-stad markeren.Het meest groot overziet men de stads-K)0 500 1000 nPlattegrond vier stadshakenBovenperspectief 220 m. hoogteUAStedebouwMacro-StedebouwVo^elvlucbt - liOO m. hoogte^eSllS^^ii^fS:J?gir^S 'iF^^3:Binnenperspectiefhaken van buiten af, waarbij men uithet luchtlijn-verloop de plattegrond-ligging van deze stads-haken onderlingin zekere mate kan 'lezen'. Zie deafbeelding met het gestileerde silhouetvan twee stads-haken.Op grote afstand vormt namelijkiedere stads-haak een aaneengeslotenmassa, die voor het oog gedetermineerdwordt door de vast te stellen maximalehoogte-maat van de gebouw-haken.Komt men dichter bij, dan wordt decontour meer genuanceerd, en menonderscheidt meer en meer de groepenvan gebouw-haken die op hun beurtartificieel gescandeerd de stads-haakconstitueren.Ook bij de gebouw-haken kan men uithet luchtlijnen-verloop de onderlingeplattegrond-ligging 'lezen', en dit meervan nabij en dus beter dan bij destads-haak.Het inwendig rechthoekige van destads-haak kan men bij voorkeur ac-centueren met een hoger element on-geveer gelegen in het zwaartepunt vande stads-haak, dus buiten de rooilijnder gebouw-haken.Ook voor enkele giganten moet name-lijk een plaats en uiteraard een precieusgekozen plaats worden ingeruimd.Deze reuzen kunnen als 'masten' fun-geren rondom het binnen-terrein tussende vier stads-haken, waar allerlei ruim-te en vrijheid blijft voor latere bebou-wingen en hoofdverkeersvoorzieningen.Tot zover staat in dit betoog deGemakkelijke herkenbaarheid op de125StedebouwMacro-StedehouwPlattegrond siadshaakvoorgrond, en louter hiervan uitgaandezou men de maximaal orienteringbiedende stedelijke vormen kunnenopsporen. Volgens Schrijver makenhierbij stads-haken een goede kans enbieden hoge woongebouwen met over-heersende lengte-maat hiervoor goedebouwstenen.Zodra men spreekt over woongebou-wen die behalve een overheersendelengte-maat bovendien een uitgespro-ken haakvormige plattegrond hebben,dan verlaat men het terrein van deloutere pragmatiek en komt men te-recht bij de esthetiek.Alvorens daar naar over te gaan, moetworden opgemerkt dat de plastiek vande gevels van hoge woongebouwenniet alleen de esthetiek raakt, maar ookde pragmatiek van de herkenbaarheid,omdat een gebouw met een sterk plas-tisch gevel-raster ons ruimtelijk meernabij hjkt en ons een duidehjker bakenoplevert, dan een gebouw met glazengordijngevels.Zou men bij de keuze van toekomsti-ge hoofdvormen voor verstedehjkingstrikt uitgaan van de eis tot Gemakke-hjke herkenbaarheid, dan was het vakstedebouw al een eindweegs verder inde goede richting. Zelfs het Nuttigeffect van verkeer en stedelijke dienst-verlening zou erbij kunnen wordenopgevoerd en ook de Continui'teit inhet beleid zou grotendeels zijn veilig-gesteld, want de elementaire eisen vanherkenbaarheid en nuttig effect zijnvan alle tijden.Maar het zou geen leefbare stad voorons zijn, en het is hier dat de waar-schuwingen van Lector Van Leeuwenzwaar beginnen te wegen.Leefbaar wordt het pas zodra ook deesthetiek volledig tot zijn recht komt.Daarom passen hier de fundamentelevragen: Wat is esthetiek? Wat isboeiend voor het oog? Het antwoordluidt voor de stedebouw: Zodanigeharmonic tussen de verschillende matenen hun 'schaal' dat er een verrassings-element ontstaat. Afwisseling en Gevel-architectuur en Luchtlijnen komenhierin samen, en dit in ieder land enin elke streek weer anders. Deze driezijn niet afzonderlijk te illustreren. Ziede studie-perspectief van onder optussen de hoge gebouw-haken met hunplastisch gevel-raster en de verlevendi-ging van het dakgedeelte, en daartus-sen laagbouw met een kap en vooralmiddelhoge bouw, die beide evenalsgeboomte aan de verrijking van hetensemble bij kunnen dragen.Men pleit vaak voor het duidelijkerzien van behoeften aan gebouwdestructuren die de bewoners een groterevrijheid van beleving en de architecteneen grotere vrijheid van bebouwingopleveren dan laagbouw en de gebrui-kelijke hoogbouw. Tot deze vrijheidbehoort ook een zekere grilligheid inde vormgeving die een verrassings-element kan opleveren als belangrijkeaanvulling van het ensemble.Maar de herkenbaarheid komt door degrilligheid in het gedrang indien menuitsluitend met structuur-netwerken126StedehoHwMacro-StedehouwBinnenlandeen stad zou willen bouwen. Dit laatsteacht Schrijver dan ook uitgesloten.De hogere woongebouwen als meerheldere bakens blijven onmisbaar voorde herkenbaarheid, zelfs al zouden zijgeeii haakvormige plattegrond hebben.De studie-perspectieven wijzen echterLiit dat dergelijke haakvormen welkomzijn, niet alleen qua esthetische ver-levendiging van bet luchtlijnen-ver-loop, dock vooral door bun ruimte-scheppende werking.Dat zij meteen bevorderlijk zijn vooreen hoger toe te laten bebouwings-dichtheid is weer een punt van prag-matisch belang, hetgeen overigens eensoliede vertrekpunt van blijvende be-tekenis voor de vaderlandse stedebouwis. Dat deze gebouw-haken tenslotteallerlei niet-woningbouw kunnen be-vatten zoals gespreide werkgelegen-heid, raakt zowel esthetisch de Afwis-seling, als pragmatisch de drastischebeperking van het woon-werk-verkeer.Het doel van dit artikel is geweest hetanalyseren van de pragmatische enesthetische eisen. Voert men de prag-matiek van de noodzaak van Gemak-kehjke herkenbaarheid zeer ver door,dan heeft men voor de toekomst vol-daan aan de eisen van stedebouw-kunde, doch pas als men de Harmonieder schaal-verschillen esthetisch zeerver heeft doorgevoerd, zal het weerstedebouw-kunst zijn geworden.Voor het spel met de schaal-verschillenzijn vorm-studies binnen pragmatischeeisen nodig, en hoe eerder men dezeter hand neemt, hoe sneller het vakstedebouw zal rijpen. 2ie het voor-arti-kel in jrg. 1960, nr. 10.De impulsen die van het toenemendeverkeer uitgaan op de pragmatiek, voorwat het Nuttig effect betreft, wordenmet de dag sterker. Slaat men echterbij de pragmatiek het aspect Gemakke-lijke herkenbaarheid over, dan kanmen geen Continui'teit in het beleidverwachten, met alle verliezen en op-onthoud vandien.Het aspect Herkenbaarheid zal naarde mening van Schrijver de weg wijzennaar de plaats waar de kloof tussenpragmatiek en esthetiek het meestduidelijk overbrugbaar is.BinnenlandDe rmmtelijke ordeningin de Eerste KamerUit de Memorie van Antwoord inzake deRijksbegroting voor 1966 stippen wij aan datde Minister van oordeel is dat uit organisa-torlsch en praktisch oogpunt het bijeenblijvenvan ruimtelijke ordening en volksliuisvestingin een departenient voordeel oplevert. Er blijftimmers ook onder de nieuwe regeling eennauwe samenhang tussen beide onderwerpenbestaan.Nieuwe Nota Ruimtelijke OrdeningHet tijdschema inzake de voltooiing van dezeNota is crop gcricht dat zij tegelijk met debegroting voor 1967 kan worden aangeboden.Totnutoe is het schema kunnen worden aan-gehouden. De Minister zal er alles op zettenom dat ook verder te doen. De behandelingis aldus geweest, dat de RijksplanologischeCommissie de diverse hoofdstukken heeft be-handeld en dat elk hoofdstuk daarna in voor-lopige discussie is gebracht in de Raad voorde Ruimtelijke Ordening uit de Ministerraad.Daarna is de definitieve tekst eerst in deRijksplanologische Commissie en vervolgensin eindlezing in de Raad voor de Ruimte-lijke Ordening ter tafel gekomen.De Nota wordt voorbereid als een stuk van deRegering. Het is te verwachten dat bij deparlementaire behandeling van de Nota ookverschillende ambtgenoten van de Ministerzullen worden betrokken.Spreiding RijksinstellingenSedert de voltooiing van het rapport van deCommissie-Drees is ten aanzien van een zes-tal diensten en instellingen een besluit ge-nomen tot verplaatsing naar gebieden buitende randstad :het Rekencentrum van de belastingdienst, naarApeldoorn;het Rijksinstituuit voor de opleiding van ho-gere politie-ambtenaren, naar Apeldoorn;de administratie der motorrijtuigenbelasting,naar Apeldoorn;de Verzekeringskamer, naar Apeldoorn;het Centraal Diergeneeskundig Instituut,naar Lelystad (in beginsel);de organisatie T.N.O. (voor een deel) naarApeldoorn.Ten aanzien van een aantal andere wordtoverplaatsing overwogen.De totnutoe opgedane ervaringen zijn zeergunstig. De Regering is van mening dat naastApeldoorn ook enige andere steden in hetOosten, Zuiden en Noorden voor de vestigingvan Rijksdiensten en instellingen in aanmer-king komen.127BuitenlandStedebouwBuitenlandInternationaalInternationaal seminarium over stedelijkenederzettingen in de toekomstVan 25 September tot 7 oktober a.s. zal teAmsterdam een seminarium over ,,patroon envormen van stedelijke nederzettingen in detoekomst" plaats vinden, uitgaande van deEconomische Commissie voor Europa van deVerenigde Naties. Deze commissie heeft eensubcommissie voor Huisvesting, Bouwnijver-heid en Ruimtelijke Ordening en deze heefthet programma voor dit seminarium vastge-steld.Het gaat om een besloten vergadering, diealleen toegankelijk is voor de vertegenwoor-digers van de bij de ECE aangesloten landen-- enkele per land -- en van enige Interna-tionale organisaties. Het voorzitterschap zalberusten bij onze landgenoot Mr. J. Vink, dedirecteur-generaal van de Rijksplanologischedienst.Het is opmerkelijk dat de genoemde subcom-missie van de ECE die jarenlang haar beraad-slagingen en studies geconcentreerd heeft opde technisch-economische vraagstukken vanhet bouwen, haar actie geleidelijk heeft ver-schoven naar de huisvestingsproblemen in hetalgemeen en daarna naar de ruimtelijke or-dening. Daarmee heeft zij nieuwe, nijpendeproblemen binnen haar gezichtskring getrok-ken, die langzamerhand echter wel heel veraf liggen van de oude velden die deze com-missie in de eerste jaren na de oorlog be-werkte. De doelmatigheid van de bewerkingzou wel gebaat zijn bij een ruilverkaveling,waardoor de afgelegen velden konden vi'or-den afgescheiden en overgebracht naar een ka-der, waarin zij meer op hun plaats zijn.Afgezien hiervan is het onderwerp van Am-sterdam ook voor ons land fascinerend enurgent.Een persbericht van de Afdeling Voorlichtingvan het Ministerie vermeldt dat onder ,,pa-tronen van stedelijke nederzettingen" wordtverstaan de spreiding van verschillende neder-zettingen In een ruimer kader, bijvoorbeeldde streek of de agglomeratie en onder ,,vor-men van stedelijke nederzettingen" de ver-schillende typen van stedelijke vestigingen,waaruit deze patronen zijn of kunnen wordengevormd. Hierbij denkt men aan grote stads-uitbreidingen, satellietsteden en nieuwe, ge-heel zelfstandige steden.EngelandDe Town and Country PlanningSummer SchoolWij ontvingen het verslag van de in Septem-ber 1965 in de Universiteit van St. Andrewsgehouden Town and Country Planning Sum-mer School. De jaarlijkse zomercursus wordtgeleid door een op zichzelf staande organi-satie, zij het ook nauw verbonden aan hetTown Planning Institute, en heeft een stijgendaantal deelnemers, thans 577 tegen 477 eenjaar te voren. In het eerstgenoemde aantalwaren 50 deelnemers van andere landen be-grepen. iVIen kan deze cursus zien als eenbegin van een post-academische herhalings-cursus. Overwogen wordt nu naast de Sum-mer School een werkelijke "refresher course"op touw te gaan zetten. Het bestuur zal eenvoorstel van deze strekking onderzoeken enhet volgend jaar hierover verslag uitbrengen.De rapporten van de Town and CountryPlanning Summer School vormen altijd aan-trekkelijke en instructieve lectuur, o.a. door-dat zij weerspiegelen wat in Engeland demensen van het vak vervult. Het nu versche-nen verslag bevat de volgende inleidingen :D. J. Robertson, The Relationship betweenPhysical and Economic Planning.J. R. James, The Future of Development Plans(een toelichting op de vroeger door ons ver-melde voorstellen van de Planning Advi-sory Group in Engeland, waardoor o.a. degedetailleerde plannen een locale zaak zou-den worden, zonder ministeriele goedkeuring).Wilfred Burns, The Future Pattern of Towns(hierin worden naast het bekende Engelsesysteem van de grote stad met afleiding vande groei naar satellieten, twee andere syste-men gesteld, namelijk dat van de "Big City",berustend op de uitgroei van een aantal ste-den tot ca. 1 miljoen en dat van een indus-trie-as in lengterichting door het land, vanInverness tot Plymouth).R. E. NicoU, The Challenge of Urban Rene-wal.Per Holmgren, Integration of Public Trans-port with Urban Development, (een relaasover openbaar vervoer en stadsontwikkelingin Stockholm).Op de tekst van deze inleidingen volgen kortcverslagen van een aantal discussiegroepen overuiteenlopende onderwerpen.FrankrijkStedebouu-kundig onderzoekcentrumSedert enige tijd bestaat in Frankrijk hetCentre de Recherche d'Urbanisme (CRU),onder de directie van Jean Canaux, die in-ternationaal vooral bekend is geworden alsPresident van de International Federation forHousing and Planning in de jaren 1958 tot1962. Het centrum is tegelijk onderzoekinsti-tuut en instelling van voortgezette opleiding.Beide doelstellingen zijn onderling vervloch-ten, doordat degenen die aan de opleidingdeelnemen volop bij het onderzoek wordeningeschakeld.Onder de titel ,,Etudes et Essais" verschijnteen reeks geschriften van het CRU, waarvanhet derde deel onlangs in ons bezit kwam.Deze publicaties worden merkwaardigerwijsdoor het CRU zelf gedrukt en uitgegeven.Deze derde publicatie, die de op het eerstegezicht wat geheimzinnige titel CRU 65128StedebouwBuitenlandVolkshuisvestingPrivilegesdraagt -- misschien de aankondiging dat elkjaar een dergelijk jaarboek zal verschijnen --bevat enige onderling niet samenhangendestudies.De eerste daarvan ,,L'evolution de I'urbanis-me en France" door Jean Gohier, is bij uit-stek geschikte lectuur voor buitenlanders diezich snel willen orienteren omtrent de ont-wikkeling van de Franse ruimtelijke ordening,bijv. als inleiding tot een studierels. De tekstwordt gevolgd door een uitvoerige jaartallen-lijst, waarin allerlei maatregelen, plannen,conferenties, boeken enz. in chronologischevolgorde worden opgesomd en waarin terecbtde vele aanrakingspunten met de internatio-nale ontwikkeling niet worden verwaarloosd.Een tweede studie ,,Le Budget-temps" is hetzeer voorlopige resultaat van het beraad vaneen werkgroep van het CRU, die zich bezighoudt met de bestudering van de tijdsbeste-ding van de mens als uitgangspunt voor hetstedebouwkundig werk. Pierre George, hoog-leraar aan de Sorbonne, de schrijver van hetboek ,,Les Villes", stelt in zijn inleidend woordaan de stedebouw tot taak: de tracer les cadresspatiaux des temps de la vie". De aandachtricht zich daarbij op de ,,temps de contrain-te", dat is de verloren tijd die opgeeist wordtdoor de verplaatsing en andere improductievebezigheden.Een derde opstel ,,Propriete privee et reali-sation des plans d'urbanisme" bevat notitiesvoor een studieprogramma van het CRU in-zake het stedebouwrecht. Een vergelijkendestudie van de wettelijke regeling in een aan-tal landen is in dit programma begrepen.Tenslotte wordt de tekst van twee lezingenvan de Directeur van het CRU, Jean Canaux,opgenomen. De ene ,,L'ere des plans", waarinhij aan de traditionele vier tijdperken van degeologic een vijfde toevoegt, dat van deplannen, was ons al bekend.De andere ,,Futur contre Passe ? L'evolutionde nos villes" bevat enkele gedachten overbehoud en vernieuwing in onze steden. En-kele mededelingen over het werk van hetCRU en over publicaties die hun voltooiingnaderen, besluiten het boek.Het leek de moeite waard van de inhoud vanCRU 65 hier melding te maken, omdat ditonderzoekcentrum, waar men rustig, los vande haastopdrachten van bestuurders en uit-voerende diensten, de fundamentele problemenvan de ruimtelijke ordening kan bestuderen.een voorbeeld is voor vele andere landen waarmen onder de druk van het dagelijkse werkaan deze problemen moeilijk toekomt.Wat in deze publicatie geboden wordt, isveel meer programma dan resultaat en zelfsnog meer een voorlopige erkenning van hetterrein, dan een goed overwogen programma.Het is intussen meer dan genoeg om ons devolgende delen van de serie met spanning tedoen afwachten.ScandinavieStedebouwEen beknopt overzicht van de stedebouw in deScandinavische landen geeft het artikel UrbanPlanning in the Nordic Countries, van de be-kende directeur van de stedebouwkundigedienst van Stockholm, Goran Sidenbladh, inhet laatste nummer (no. 6) van het Bulletinvan de International Federation for Housingand Planning. Het is de tekst van een inlei-ding, die op de conferentie van de Federationin de zomer van het vorige jaar in Orebrois uitgesproken.volkshuisvestingPRIVILEGES AAN ENKELE PROVINCIES]hr. Drs. P. A. C. Beelaerts van BloklandEen zeer voorlopig oordeel over dezwenking in de richting van een gro-tere vrijheid in volkshuisvesting kannuttig zijn, al is deze beschouwing doorhaar provisionele en provinciale ka-rakter beperkt.Door middel van een circulaire van15 april 1966, nr. 0415927 richtte deminister van volkshuisvesting zich totde gemeenteraden in Zeeland betref-fende een grotere vrijheid op het ge-bied van de contingentering, losserevormen van huurprijsbeheersing enhuurbescherming en geleidelijke intrek-king van de Woonruimtewet 1947.Een dergelijke poging tot liberalisatieis niet ongekend. Voor de invoeringvan de zogenaamde rijksgoedkeuringwerd reeds een gezamenlijke pogingdoor minister Klompe en minister VanAartsen ondernomen. Voor westelijk-Friesland en Zeeland trachtten in ja-nuari 1960 deze ministers, respectieve-lijk van maatschappelijk werk en vanvolkshuisvesting en bouwnijverheid,gezien het zich vormende evenwicht129VolkshuiivestingPrivilegesop de woningmarkt, de distributie bui-ten werking te stellen en tot een ge-leidelijke afschaffing van de huurprijs-beheerslng en huurbescherming te ko-men. Hun streven verzandde omdat deconclusie ward getrokken dat de voor-gestelde maatregelen de economischzwakkeren in een te ongunstige positiezouden brengen. Eenzelfde beducht-heid valt ook nu weer te beluisteren.Zullen de gezinnen met lagere inko-mens niet in de kou komen te staan, isde vrees. De minister deelt deze vreesniet, in het algemeen zullen er door dedifferentiatie, die bij vrije huren moge-lijk is, voor de minder draagkrachtigenvoldoende goedkope huizen zijn. Enigekeuze is gewenst. De huurprijs van derecente woningwetwoningen schom-melt reeds tussen de / 20 en / 25 perweek, hetgeen voor een bepaalde cate-gorie niet of moeilijk is op te brengen.De voorgestelde maatregelen moetenniet los van elkaar worden gezien,evenzo moeten de gemeenten in een be-paald streekverband worden bezien.De minister wil voorts een geleidelijkeontwikkeling.Een pats-boem-handelen zou door dereeds een kwart eeuw bestaande ge-wenningskuur aan allerlei regelingenop bouwgebied uit therapeutisch oog-zicht ongewenst zijn.De verruiming van de bouwmogelijk-heden, die reeds medio 1966 ingaat,slaat op de bouw van woningen doorparticulieren en op de utiliteitsbouw.Voor deze laatste bouw is de kosten-grens, waarvoor geen rijksgoedkeuringnodig is, verhoogd tot / 10.000 en derijksgoedkeuring beneden de / 100.000zal vlot kunnen worden verleend.De particuliere bouw, waarbij de driebekende sectoren zijn te onderscheiden,zal geheel vrij van enig contingent wor-den toegelaten. Een sterke expansievalt in deze bouw niet te verwachtenen dit te minder daar in de ongesub-sidieerde bouw het rijksgoedkeurings-systeem juist gehandhaafd blijft omde bouwlust ten aanzien van luxueuze,tweede woningen of weekendhuizen tebeteugelen. De kapitaalschaarste en desteeds stijgende bouwkosten maken deinvesteringsdrang bij eigen bouwersnoch bij beleggers momenteel groot.Het geld speelde reeds een grotere roldan de vergunning. Voorlopig wordtdus geen sterke stijging verwacht.Psychologisch werkt deze maatregelechter verruimend, bovendien kan be-tere planning plaatsvinden, wat deefficiency verhoogt. Woningen zijndaarbij een beleggingsobject, dat eenzekere waardevastheid biedt; dit ge-voegd bij het vervallen van het ver-gunningenstelsel, opent toch wel pers-pectief. Zou er voor de woningzoeken-den ook geen comfortabele wooing inde middenklasse in kunnen zitten? Deminister opent een ander perspectiefdoor een gezond en harmonisch huur-patroon te benadrukken. De zelfwerk-zaamheid van huurder en verhuur-der wil hij tot haar recht zien ko-men. Op dit gebied waren de ver-houdingen vaak zoek. Het huuraan-passingsproces zal niet zonder wrij-ving verlopen. De centrale overheidverliest echter geenszins alle invloedop de huurmarkt; alleen reeds door dewoningwetwoningen kan er gewichtigebei'nvloeding plaatsvinden.De bewoner heeft voorts bij een ge-schil een uitzingperiode van 26 maan-den dankzij het nieuwe regime vanontruimingsbescherming.De gedifferentieerde vraag is altijd er-kend; er wordt nu de mogelijkheidgeboden door de vrijere bouw en delossere huren tot een meer gediffe-rentieerd aanbod te komen.In Zeeland staat men niet te juichen,enige bezorgdheid valt zeker te signa-leren. In de terugkeer naar de ontwen-de normale verhoudingen wordt weliets gezien: wie niet waagt wint niets.Het langzamerhand loslaten van debepalingen van de Woonruimtewetvergroot het waagstuk nog enigermate.Hierbij wordt opgemerkt, dat met dezewet de laatste jaren meer gezwaaiddan gewerkt werd. Als stok achter dedeur bewees hij zo nu en dan tochgoede diensten. In verband bezien be-hoort de intrekking, die op 1 april1969 een feit moet zijn, bij de anderemaatregelen. Door een verstandige fa-sering bij de invoering van de maat-regelen kunnen de bezwaren overwon-nen worden, zelfs in de stedelijke ge-meenten. De burger zal ook moetenwennen aan het doppen van eigenboontjes na al de belemmering en be-scherming.Buitengewoon belangrijk lijken het be-reiken van een evenwichtssituatie opde woningmarkt voordat de huurprijs-beheersing enigermate verloren gaat eneen voldoende bouwcapaciteit om devrijheid aan te kunnen. Op 1 april1967 moeten woning- en bouwmarktdus willig zijn. De bouwmarkt, zo is deindruk, kan op eigen benen staan, desituatie op de woningmarkt is echternog lang niet in elke gemeente even-wichtig. Zonder van een grote nood tewillen spreken -- zeker gaat dat na-melijk voor de provincie als geheel nietop -- is er een vrij sterke vraag vanminder draagkrachtige ingezetenennaar huurwoningen. Aangezien de wo-ningwetsector niet wordt vrijgelaten enenkele bouwstromen, waaronder eendie bijzonder succesrijk arbeidsbespa-rend werkte, in deze sector plotselingworden afgedamd c.q. niet van startmogen, zal het evenwicht sterker ont-breken dan noodzakelijk is voor eenharmonisatie.Hierbij komt dat de kwaliteit van dewoningvoorraad beneden peil is, het-130VolkshuisvestingPrivilegesHoofdpunten luoningbeleidgeen vraagversterkend werkt. Het be-grip kwantitatief overschot van 4*'/owaarmede wordt geschermd, is eenmeer cijfermatige aangelegenheid dancen uitgangspunt voor het beleid. Deontwikkeling vraagt vervanging vande vele krotten en in sterke mate nieu-we woningen voor jonge gezinnen.fiet nieuwe beleid zal in deze ontwik-keiingsfase van Zeeland in het bijzon-der maatregelen vragen, die ook dewoningmarkt voor jonge gezinnen aan-trekkehjk maakt.In het algemeen past bij deze micro-beschouwing de opmerking dat de hg-ging van deze provincie, die een ster-ke ontwikkeling van de recreatie in dehand werkt, aanleiding kan zijn deverblijven in de vakantiesfeer medewat ruimer te laten verrijzen. De tijd iser rijp voor.Zeeland is min of meer een econo-misch-geografische eenheid en leentzich voor het nieuwe beleid. Een lidvan Gedeputeerde Staten, vergezeldvan de betreffende hoofdingenieur-directeur van de volkshuisvesting enbouwnijverheid, houdt zeven regionalebesprekingen ter stimulering van eengoed inspelen. Moge het gegeven zijn,dat het samenspel en inspelen de inge-zetenen van de ,,geliberaliseerde ge-westen" niet tot proefkonijn maaktmaar tot gelukkige bewoners van hui-zen en werkers in goede nijverheids-gebouwen, beide bereikbaar over rui-me wegen.ENKELE HOOFDPUNTEN VAN HET HUIDIGE WONINGBELEID ')H. K. Duhoux
Reacties