extra nummerstedebouw & volkshuisvestingMiddengebied van Hollandextra nummer Uitgave van betNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordening en Volkshuisvesting52e jaargang, extra nummerVoorjaar 1971IGJRedactie Drs. R. KokMr. H. ]. A. SchaapDrs. N. StreeflandDrs. H. van der WeijdeIr. W. WissingAdres voor Redactie en AbonnementenAdvertentiesJavastraat 6, 's-GravenhageTelefoon 182761Postgironummer 29080Nobelstraat 21, HeerlenTelefoon 04^-718100Postgironummer 137266^ t.n.v. AdvertentiesStedebouw en Volkshuisvesting HeerlenDit extra nummerbevat het verslag van de studiedag die het Instituut op 16 oktober 1970 gehou-den heeft over het Middengebied van Holland. De werkgroep ,,Landschap" haddie studiedag georganiseerd. Wat haar daarbij voor ogen stond is weergegeven inde hierachter afgedrukte inleiding van haar voorzitter Prof. Maas.Intussen is dit nummer veel meer dan het verslag van een gebeurtenis in het ver-leden. Het onderwerp en de goed doordachte, onderling samenhangende beschou-wingen hierover, zijn van een benauwende aktualiteit. Het Middengebied vanHolland, de nu nog min of meer landelijke zone tussen de Noordelijke en de Zui-delijke vleugel van de Randstad, is de spil van ons ruimtelijk beleid in dit deelvan het land. Is dit vaste gegeven, waarop vele plannen en vele beleidslijnen steu-nen, inderdaad vast? Hebben wij er niet te veel op gerekend en het te weinig ver-dedigdf Het verval is kennelijk in voile gang. Maar hoe onderscheiden wij ver-val en gezonde groei? Hoe openbaart het verval zich? Hoe zal het zich voortzet-tenf Hoe kan het worden geremd, gericht, veredeld of gestuitfDe volgende artikelen zijn vol van gedachten die ons en die de verantwoordelijkebestuursorganen kunnen helpen bij het zoeken van een antwoord op die vragen.De les van de studiedag was bovenal: grote waakzaamheid, grote zorg en grotehaast zijn geboden. Het verdere verval van het Middengebied van Holland zoueen onvoorstelbare ruimtelijke verarming van ons land betekenen.InhoudInleidingNatuur in het hart van HollandHet middengebied van Holland, enkeleopmerkingen ten aanzien van planning,uitvoering en kosten van de inrichtingModellen voor het plassengebiedGedachten over het middengebied vanHollandPlanologische maatregelen voor het openhied3 Prof. Dr. Ir. F. M. Maas4 Dr. J. S. Zonneveld ?13 Ir. J. J. Westerhof 29 K. R. de Poel, m.m.v. H. Dijkstra, C. Spaans, A. G. Stroband, J. L. M. van der Voet en J. G.Wegncr; tekeningen A. J. Edzes, Instituut Stad en Landschap44 Drs. J. J. van der Poel , -50 Prof. Ir. N. A. de BoerLosse exemplaren van dit extra nummer f 4,S0.De leden van het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvestingontvangen het blad kosteloos.inleidingInleidingProf. Dr. Ir. F. M. MaasDe werkgroep ,,Landschap" heeft totnu toe twee studiedagen georganiseerd.De eerste was gewijd aan de algeheleproblematiek van de inrichting van hetlandelijk gebied, de tweede studiedagaan de randmeren.Tijdens deze derde studiedag zal de blikgericht worden op het open middenge-bied van de randstad Holland. Toen ikprof, de Boer als spreker voor deze daguitnodigde, had ik de euvele moed omte spreken van het hart van Holland.Zijn antwoord was, en dat vond ikeigenlijk heel typerend voor de bedoe-ling van deze dag, klopt dat hart nogwel?Sindsdien hebben wij als werkgroep nietmeer gesproken over het hart van Hol-land, maar over het open middengebied.U kunt dit gebied ruwweg begrensddenken door de stedelijke zones vanUtrecht naar Amsterdam in het noor-den, van Haarlem naar Rotterdam inhet westen, en van Rotterdam via Dor-drecht naar Gorkum in het zuiden.Het open middengebied gaat vrij diffuusover in het rivierengebied naar hetoosten.Is dit middengebied echter nog wel zoopen als bijvoorbeeld de tweede notaover de R.O. in 1966 als doelstellingaangaf? Is er niet een toenemende stede-lijke druk op de open ruimte te konsta-teren via suburbanisatie, ontwikkelingenvan recreatievoorzieningen en bouw vanautowegen of hoogspanningsleidingen?Dreigt het natuurlijke milieu niet kwan-titatief en kwalitatief steeds meer eenprooi te worden van een steeds inten-sievere occupatie van de ruimte? Zullende relatief lagere inkomsten uit de land-bouwbedrijven niet leiden tot een noggrotere suburbanisatie in de naaste toe-komst?Het leek de werkgroep goed om dehuidige situatie, de ontwikkelingstenden-sen en de mogelijkheden van het mid-dengebied op deze dag eens door telichten. Ons staan daarbij drie doelenvoor ogen.Ten eerste, iedereen de ogen te openenvoor alles wat er aan de gang is in ditgebied. Ten tweede, de sociale en ruim-telijke mogelijkheden van het midden-gebied nader te analyseren. En ten der-de, een grotere openheid en duidelijk-heid van de beleidsorganen ten aanzienvan het beleid betreffende het midden-gebied uit te lokken.We zijn zo gelukkig geweest een aantaldeskundigen bereid te hebben gevondenals inleider op te treden. Voor de lunch-pauze zullen achtereenvolgens dr. Zon-neveld, ir. Westerhof en de heer De Poelinleidingen houden, na de pauze drs.V. d. Poel en prof, de Boer. De discussiezal onder leiding staan van ir. Prille-vitz, hoofd van de afdeling landin-richting van de RijksplanologischeDIenst.Ik hoop dat bij de inleidingen en dis-cussie de volgende punten centraal staan:moet de suburbanisatie doorgaan; is erwerkelijk plaats voor tweede woningenin velerlei vorm in het middengebied;moet de spreiding van wegen volgensdiverse plannen doorgaan of moet meergestreefd worden naar een bundeling inrelatie tot de stedelijke zones; geldt ookhetzelfde niet voor de hoogspannings-leidingen die het karakter van het mid-dengebied steeds meer gaan bepalen;moet bij de bebouwing van de stedelijkezones langs de randen en in het midden-gebied niet meer rekening worden ge-houden met de potenties van het land-schap; moet dan bijvoorbeeld de velehoogbouw niet kritisch bezien worden.Kan bestudeerd worden welke lage,economisch marginale, veenweidepoldersin het middengebied onder water gezetkunnen worden, waardoor op kortetermijn biologisch rijke, niet te diepe,en recreatief aantrekkelijke plassen zou-den kunnen ontstaan. Kan er meer aannatuurbouw worden gedaan dan tot nutoe is geschied, ik denk b.v. aan hetcreeren van nieuwe natuurterreinen enbosgebieden.Ik hoop dat op deze wijze deze dageen bijdrage zal gaan leveren aan dedoelstellingen van het Europese Na-tuurbeschermingsjaar 1970.natuur in hethart van hollandNatuur in het hart van HollandDr. ]. S. ZonneveldNatuurDe inhoud die men aan het begrip ,,na-tuur" geeft varieert van mens tot mens.Voor sommigen heeft het te maken met,,groan", voor de meesten met lets ,,zui-vers", iets ,,maagdelijks", soms ook metlets dat ,,gezond" is, veelal ook met,,niet door de mens gemaakt" of hettegendeel van ,,kunstmatig". In het ka-der van deze voordracht zou ik ,,na-tuur" willen omschrijven met ,,datgenewat gegroeid" en dus niet ,,gemaakt" is.Aan een natuurhjk iets gaat een groei-proces vooraf, dat is een cybernetischproces onder invloed van elkaar we-derzijds beinvloedende (corrigerende)factoren, die in een evenwichtige sa-menhang tot een bepaald resultaat lei-den in een zekere spanne van tijd. Bijlandschappen (het onderwerp van dezevoordracht) meet men deze tijdspanne --de tijddimensie van het factorencomplex-- in eeuwen. Er zij opgemerkt dat indat factorencomplex de mens niet uit-gesloten behoeft te zijn.In figuur 1 is schematisch het factoren-complex weergegeven.Er is een door ons gaarne en met trotsgebezigd gezegde: ,,God schiep de we-reld, maar vergat Holland. Dat heb-ben de Nederlanders toen zelf maarMet het hart van Holland wordt aange-duid het gdbied dat ruwweg wordt ingeslotendoor de stedenring Amsterdam - Utrecht - Go-rinchem - Rotterdam - Den Haag - Haarlem.gemaakt".Zojuist hebben we opgemerkt, dat na-tuur moet groeien en dus niet gemaaktkan worden. Volgens bovengenoemdgezegde is er dus geen natuur in hethart van Holland, en is daarmee mijnvoordracht beeindigd.Bovengenoemde omschrijving van dewording van Holland is echter op dekeper beschouwd een hoogmoedig ge-zegde van arrogante technocraten. Ja,bijna een vorm van blasphemie. Hol-land is helemaal niet ,,gemaakt" doormensen. Wei hebben dezen zoals invrijwel alle andere landschappen op dewereld een aandeel gehad in het facto-rencomplex dat tot de huidige land-schappen heeft geleid en dat die land-schappen op ieder moment in standhoudt.Het aandeel van de Nederlanders iszeer specifiek, soms nog al spectaculairvergeleken met sommige landschappenin niet of schaars permanent bewoondegebieden of zelfs dichtbevolkte gebie-den, die niet grotendeels onder de zee-spiegel zijn gelegen.LandschapIn figuur 2 is meer aanschouwelijk voor-gesteld uit welke hoofdattributen hetlandschap is opgebouwd. (Geologischgesproken noemt men ook de, vaak slap-pe, ondergrond het ,,moedergesteente"vandaar de aanduiding ,,rock" in defiguren).Zowel in figuur 1 als 2 is getracht aante duiden dat het begrip land of land-schap, dat in deze voordracht wordtgebezigd, betrekking heeft op het totaalvan de landattributen in hun onderlingesamenhang. In figuur 1 is o.a. een be-langrijk verschijnsel aangeduid van hetlandschap, namelijk dat de attributen(of componenten), die in concrete vormwaarneembaar zijn (klimaat, water,landvorm, bodem, flora, plantenkleed(vegetatie), dieren en mens) tegelijker-tijd factoren zijn, die op elkaar inwer-ken en daardoor ook elkaars afhan-kelijken zijn. Zij zijn dus tegelijkertijd:(1) bouwsteen, (2) factor en (3) afhan-kelijke. Al deze drie kwaliteiten van debouwstenen van het landschap zijn vanbelang in de planologie.In de landschappen van het hart vanHolland wordt de wederzijdse afhan-kelijkheid juist door het ingrijpen vande mens zeer duidelijk gedemonstreerd.Als we iets met het water doen (bijv.ontwateren) veranderen bodem en vege-tatie vrijwel onmiddellijk, bijvoorbeelddoor inklinking, verwering, verzuringen/of mineralizering etc. wat de bodemen het moedermateriaal in de onder-grond betreft, verdwijning van water-of moerasplanten ten gunste van ande-re, meer aan droger milieu aangepaste,al dan niet door de mens geintroduceer-de planten.Zulke veranderingen beginnen snel tot-dat geleidelijk aan een nieuwe toestandvan relatief evenwicht tot stand komt.Bedijking, inpoldering, ontginning, ruil-verkaveling, egaliseren, ploegen, zaaien.natuur in hethart van hollandLAND FORMING FACTORSAND ATTRIBUTES ANDTHEIR INTERRELATION-* dependence in direction of the dependentreverse dependence of factors on the^ landscape is only shown for the freeroaming organisms man and fauna,for which it is most evidentmaaien, mesten, sproeien, planten, oog-sten, turfsteken, kappen, stoken, vuil-storten op het land, baggeren, vissen,varen, vuilspuiten op het water zijnevenzo vele ingrepen in een landschaps-attribuut, dat onmiddellijk repercussiesheeft op alle andere, daarbij ook op demens, bedoeld of onbedoeld, ten goedeof ten kwade.In minder door de mens beinvloedelandschappen is vaak een minder dui-dehjk door de mens op gang gebrachte Fig- 1- Schema van het factorencomptex in hetverandering merkbaar. Maar er is geen groeiprocesduidehjke scheidslijn tussen niet doorde mens beinvloede, zogenaamde ,,na-tuur"-landschappen en wel door demens gemaakte cultuurlandschappen.De overgang is zo vloeiend, het beoor-delen van wat menselijke invloed in,,natuurlandschap" en wat ,,natuur" in,,cultuurlandschap" is, zo onzeker, dateen dergelijk onderscheid, dat men ge-natuur in hethart van hollandmakshalve wel maakt en dat ook hierweer wordt toegepast, eigenlijk zeer ge-vaarlijk is.Een belangrijk aspect van onze oudezgn. ,,cultuurlandschappen" is, dat zijzeer duidelijk gegroeid zijn. In de tijdvoor de technische revolutie waren deingrepen van de mens betrekkelijk inevenwicht met de andere factoren. De-ze konden, zoals bij een groeiproces alsboven omschreven past, de menselijkeingrepen corrigeren. Deze laatste warenvoldoende klein van omvang en verg-den voldoende lange tijd om de anderefactoren de mogelijkheid te bieden alsbetrekkelijk gelijkwaardige partners inhet proces op te treden. Daardoor heb-ben deze landschappen een hoge na-tuurwaarde. Pas toen de spa en kruiwa-gen werden vervangen door draglinesen andere mechanische graafgiganten,de paardentractie voor ploeg en eg doormechanische multipaardenkrachten, dezicht, zeis en sikkel door zelfbinders ennog later door maaidorsers, het braak-systeem en de stalmest door kunstmesten pesticiden, begon het correctie-systeem (dat uiteraard nog bestaat) gro-tere fluctuaties te vertonen in tijd enamplitude, die in hun extremen somsgunstig, soms ongunstig worden geachtvoor de mens, maar minder ,,natuurlijk"aandoen.Niet alleen de aard van ieder van debovengenoemde attributen, of het totaalvan het landschap als geheel, is vanbelang voor de mens, ook het visueleaspect van het land: het ,,visuele land-schap" heeft zijn invloed. Het wordtgevormd door de direct met het oogwaarneembare structuur van het geheelvan landschapsattributen, dat de mensbekoren of storen kan en zo het gelukof in ieder geval de mate van welzijnvan de mens mede helpt bepalen.0mMmhAtmosphere(climate,weather)Vegetation (meso) mosaic/ incl.animals and menShape soil surface(landform)Soil body> RockFig. 2. Schema van de opbouw van een land-schapseenheid.natuur in hethart van hollandBetekenis van natuur in het landschapvan het hart van Holland voor de mensMen kan de behoefte van de mens aannatuur in twee categorieen onderbren-gen, die hier alleen ten behoeve van deoverzichtelijkheid gescheiden worden,maar in feite onscheidbaar zijn, omdatlichaam en geest van de mens een on-scheidbaar gelieel vormcn:a. de puur physiologische behoeftenb. de meer psychische behoeften.De eerste hebben betrekking op hetfunctioneren van de primaire levens-processen in het darmkanaal, de lucht-v/egen, de bloedbaan etc.: lucht, wateren uiteraard voedsel, vrij van schade-Hjke stoffen of trillingen en alles be-vattend aan chemische verbindingen,physische structuren en biologische or-ganismen, die voor de instandhoudingvan de menselijke physiologic van be-lang zijn. Het voorzien van iedere in-dividuele mens van zuiver water en ge-zonde lucht is in principe geheel tech-nologisch op te lossen. VergeHjk eengeluiddicht ruimtepak met een geslotencircuit. In het landschap ligt het pro-bleem echter moeilijker, omdat men nueenmaal minder geld per gemiddeldeburger pleegt uit te geven dan per ruim-tevaarder. De biologische organismen,die 's mensen huid, slijmvliezen, darm-kanaal etc. bewonen, zijn redelijk be-kend, evenals de biologische evenwich-ten die zij vormen. Minder weet menvan de invloed, die de diversiteit vanorganismen in de naaste of verdere om-geving op bijvoorbeeld een individuelemens, of de mensheid als geheel, phy-siologisch heeft, bijvoorbeeld via in-vloed op ziekten en epidemieen. Dat er*) Over het algemene ,,nut" van de ,,natuur-studie" voor de ,,vooruitgang" van de mens-heid wil ik hier nict verder uitweiden, daar-over is ciders voldoende geschreven.een invloed is, is waarschijniijk; hoedie samenhangt met de diversiteit is, be-halve in extreme gevallen, vaak nogonbekend.De tweede categoric ligt op het gebiedvan verstand en gevoel. De verstande-lijke vermogens, waarover de mens be-schikt, dwingen hem tot ,,willen we-ten", dat omgekeerd weer het verstandhelpt ontwikkelen. Behalve voor directnuttige zaken (commerciele, economl-sche etc.) '') voorzlet het weten in eenspecifiek menselijke behoefte. Op velepunten raakt deze behoefte aan het ge-voel en zelfs emoties, betrekking heb-bend op de ,,wonderen der Natuur",contact met voorgeslacht (via histori-sche of praehistorische studie) of met,,het leven" of zelfs de tijdloze kosmosals geheel. Ook los van het verstandspeelt het gevoel een rol in de tweedecategoric, zich uitend in ,,romantiek".Romantiek kan men omschrijven als,,zich op de een of andere wijze een-voelen met de natuur". Hoewel nuch-ter-doende Nederlanders het sprekendaarover als lets voor de jonge meisjes-kamer zeggen te beschouwen, kan menvaststellen, dat geen mens zonder ro-mantiek kan leven. Het gebruik datbijvoorbeeld de commerciele reclamemaakt van deze algemeen menselijke be-hoefte, toont dit duidelijk aan. Al naarzijn aard, zal de ene mens de roman-tiek zoeken in de meer zinnelijke sfeer(in zichzelf of andere mensen, nacht-club, of druggebruik), de andere meer inhet contact met planten, dieren, land-schappen, al of niet verbonden met ver-standelijk onderzoek.Behoefte aan sportieve activiteit in hetlandschap (buitensport) heeft aspectenvan de beide categorieen. Het vraagtom bevrediging van lichamelijke (phy-siologische) en van psychische (roman-tische) verlangens.Reeds is opgemerkt, dat het lichamelijk(physiologische) welzijn van de mensniet los te denken is van zijn psychi-sche toestand. Daarover bestaat in demedische wetenschap geen verschil vanmening meer. Hieruit volgt echter, datook die aspecten van het landschap,waarvan men de physiologische invloed(nog) niet kan aantonen, maar die welop de gemoedstoestand inwerken, ookvoor de lichamelijke gezondheid van demens van belang zijn.De eisen aan natuurlijkheid gestelddoor het verstand (wetenschap) ener-zijds en door het meer zuivere ge-voel (romantiek) anderzijds, verschillen.De hoogste eisen worden gesteld doorde wetenschap.Bijvoorbeeld: Stel, dat iemand bezig isuit te zoeken waarom de Braassemer-meer (gelegen in het hart van Holland)Braassemermeer heet. Hij zal dan uitgeologische, historische en andere gege-vens kunnen vinden, dat op die plaats,reeds voor mensen intensief in het land-schap ingrepen, een meer is geweest, ditin tegenstelling tot waterpartijen, dieeindigen op -,,plas" en die waarschijniijkalle ontstaan zijn onder directe invloedvan de turfstekende en baggerendemens. Een dergelijke ontdekking zalhem bevrediging geven van een heelandere aard, dan wanneer hij bezig isin een waterplasje en tot de ontdekkingkomt, dat de Grontmij dat plasje enigejaren geleden heeft gegraven ten be-hoeve van recreatie, al dan niet gecom-bineerd met zandwinning. De zon of demaan zuUen in dat water echter evenromantisch kunnen spiegelen als in eennatuurlijk geomorfologisch waterver-schijnsel. Zeker als dat plasje artistiekredelijk is aangekleed, zal de niet weten-schappelijk bei'nvloede, romantiek zoe-kende recreant er zich evengoed thuisvoelen als op lets meer puur natuur-lijks. Voor de extreme vorm van laatst-genoemde recreant is het in principez'nvol geheel kunstmatig landschappente bouwen, waar zowel geologie (op-spuiten), geomorfologie (met bulldozersen draglines gemaakt) en vegetatie (ge-heel aangeplant met gekweekte park-planten) geheel kunstmatig wordt ge-construeerd.Voor de natuurvorser is puur gegroeidenatuur een stringente eis, voor de pure(maanlicht)romanticus is dat dus veelminder het geval. De werkelijkheid is,dat tussen deze beide extremen een bre-de overgang bestaat van mensen dieaspecten van beide hebben.Natuurontwikkeling en natuurverlies inhet hart van HollandEen document, waarin op een redelijkeschaal de landschapseenheden van hethart van Holland zijn geregistreerd, isde Bodemkaart van Nederland, schaal1 : 200.000, opgenomen door de Stich-ting voor Bodemkartering. Uitgave1960, blad No. 6. De legenda van dezekaart is bodemkundig geredigeerd. Deeenheden zijn echter zuivere landschaps-eenheden in bovenbedoelde zin, die zo-danig gekozen en in de legenda gerang-schikt zijn, dat met behulp van dezelandschapseenheden de ermee samen-hangende bodemverschillen in kaartkonden worden gebracht. In figuur 3is de bodemgesteldheid vereenvoudigdweergegeven. Het bonte en gevarieerdekaartbeeld van biz. 6 van BodemkaartNederland 1 : 200.000 laat onmiddel-lijk zien, dat het ogenschijnlijk zo een-vormige Hollandse hart een grote ver-scheidenheid aan landschapsvormenherbergt. De vorm van vele grenzenduidt op de sterke invloed van anderefactoren dan de mens die Holland ,,ge-maakt" zou hebben (zie boven). Ingrote lijnen zien we (zie ook fig. 3) eenstrand- en duinlandschapcomplex langsde kust, een landschap met glaciale oor-sprong (stuwruggen, dekzanden etc.) inhet oosten en zuiden, een veengebiedlO 15 20km^fig. 3. Het veengebied in Noord- en Zuid-Holland (naar Bennema 1949 en Yoorlopige Bodem-kaart, schaal 1 : 600 000).Het veen is ook aangegeven waar het sindsdien verdwenen is.1. Jonge mariene en fluvatiele afzettingen, veelal liggend op veen2. Strandwallen en Oude duinen3. Jonge duinen en Pleistoceen4. Veen verdwenen door erosie of ontginning (droogmakerijen), waarin oude mariene zandige totkleiige afzettingen aan de oppervlakte liggen.5. Meren en plassen6. Mosveen7. Zegge- en zegge-elzen-veen8. Riet- en biezenveen9. BosveenUit Pannekoek c.s., J9S6, Geologische Geschiedenis van Nederland, Staatsdrukkerij, 's-Gravenha-ge. biz. 121.natuur in hethart van hollandmet allerlei variaties van zee- en rivier-Invloed (eutrofie, kleibedekking etc.) inhet midden, doorsneden door enkele ri-vierarmen met aangrenzend recente enoudere rivierafzettingen. Het minstdoor de rivier beinvloede deel van hetveen (mosveen) vertoont gaten, waar-door men als door vensters de er onderHggende afzettingen ziet, behorende totoudere holocene wad-, kwelder- enmoerasafzettingen, die eens door veenbedekt waren, dat door een gezamen-lijke actie van mens en andere land-schapsfactoren later is verdwenen. Noglater heeft de mens een groot deel vandeze gaten, die tot veenplassen warengeworden, drooggelegd en omgezet incultuurland (zie eenheid 4 in fig. 3).Afgezien van deze laatste stukken is degeologie weinig door de mens bei'nvloed.Geheel anders is het met bodem en ve-getatie. Van de oorspronkelijke plan-tengroei (of beter de plantengroei dieaanwezig zou zijn als de mens niet tech-nologisch had ingegrepen) bestaat nogmaar weinig. Slechts delen van de dui-nen en kleine stukjes langs de rivier-oevers dragen nog een min of meernatuurlijk karakter (o.a. de Lekoeversen de Pan van de Zaag bij Krimpen),hoewel ook hier menselijke invloed (viawaterstand, watervervuiling, jacht, ont-gronding, recreatie etc.) zeer sterk is.De veen(vormende) vegetaties zijn ge-heel verdwenen door ontwatering enlandbouwmethoden (ontginning, bemes-ting etc.). Zelfs het vroeger zo uitge-strekte, nog zeer natuurlijk aandoendeblauwgrasland (vergelijkbaar met dehei op zandgronden) is, op enkele hain reservaten na, verdwenen. Hetzelfdegeldt voor de oorspronkelijke natuur-bossen op rivieroeverwallen, strandwal-len, donken en overgangsgebieden naarhet pleistoceen. Slechts resten of nieuwontstane semi-natuurlijke of spontaneontwikkelingen (meestal verwilderdebuitenplaatsparken) geven op een en-kele plaats een zekere indruk, hoe dezevegetatie eruit zou kunnen zien.Met ontwatering en bemesting onder-ging ook de bodem een aanzienlijke ver-andering. De verwoesting van de na-tuur, die vooral na de technologischerevolutie grote afmetingen aannam envoornamelijk samenging met landbouw-kundige maatregelen is thans nog invoile gang. Het sterk toenemende wegen-net dat o.a. versnippering van vogel-biotopen en luchtvervuiling (via geluid,stank en vergif) in de hand werkt, iseen ernstige factor. Toch zijn er nogsteeds natuurelementen over, zoals onzeweidevogels, die zich hebben weten tehandhaven, ondanks bemesting, ontwa-tering en ten dele wellicht dank zij deoudere ontginningen, die voor sommigengeschiktere biotopen creeerden dan deniet menselijk beinvloede landschappenwaren.Het is namelijk een feit, dat een niette sterke ingreep van de mens in na-tuurlijke landschappen vaak verrijkendwerkt in biologische zin. Trekvogels,zoals de zo interessante en in wereld-verband gezien, zeldzame ganzen ma-ken nog steeds gebruik van onze weide-en andere waterrijke landschappen alswinter- of tijdelijk logeerverblijf enprofiteren ten dele van het door be-mesting betere grasbestand.Er is echter een steeds snellere achter-uitgang. Zo heeft het meest karakteris-tieke dier van Holland, de groene kik-ker of ,,Boerennachtegaal" aan zijnkwaliteit van martelaar der wetenschap,nu ook het martelaarschap van de ,,voor-uitgang" toegevoegd. Kon men tot kortna de laatste wereldoorlog in het hartvan Holland op een zoele zomernachtwakker worden van het oorverdovendkikkerkoor, dat zelfs een bromfietsrally(als die destijds bestaan had) in decibelskon overtreffen, thans vindt men ditdier, ondanks het feit, dat zijn afbeel-ding nog in kleuterboekjes voorkomt,bijna nog alleen in natuurreservaten enzoekt de wetenschap naar andere ,,mar-telaren". De geleidelijke verdwijningreeds van in het geheel niet zo intole-rante, doodgewone wezens als boeren-kikkers, is een teken aan de wand.Daarmee wordt een functie van natuur-elementen in een menselijke samenle-ving duidelijk: een tijdige waarschuwingopdat de mens, die ook maar een bio-logisch organisme is, zich niet ook zelftot martelaar van zijn eigen ,,vooruit-gang" maakt.Een interessant gevolg van menselijkeinvloed in het hart van Holland, dat inzekere zin natuurverrijkend werkt, is deontwikkeling van de veenplassen methun rijkgeschakeerde gradienten van di-verse soorten water en verschillendestadia van verlanding en de daarbij be-horende levensgemeenschappen. Ookhier is een parallel aanwezig met be-kende verschijnselen in het zandland-schap. Daar heeft te sterke cultuur-invloed, zoals branden, overbeweidingen plaggensteken in het semi-cultuur-landschap (het heidelandschap, dat inzichzelf eerder een verrijking dan eenverarming is ten opzichte van het oer-bos van voor de menselijke ingreep) ge-leid tot volkomen verwoesting: de vor-ming van zandverstuivingen. Het Koot-wijkse zand is een voorbeeld daarvanen was eens de grootste woestijn vanEuropa! De mens moest dat gebied toenwel geheel verlaten en hij liet op dezewijze een maagdelijk gebied geheel aande natuur, die daar een interessante, na-tuurlijke ontwikkeling op gang bracht.In Holland was het de overbenuttingvan het veen, via turfsteken, die totvorming van kleine waterplassen leidde,waarop de wind vat kreeg. Door com-binatie van de factoren wind en wa-ter werd voor die tijd waardevol en ookbiologisch rijkgeschakeerd cultuurland(blauwgrasland) weggevreten en er wer-natuur in hethart van hollandden catastrofale landvernietigingen aan-gebracht, die zelfs de grote steden(Haarlemmermeer-Amsterdam) bedreig-den. Ook hier bleven lange tijd de an-dere landschapvormende factoren meerdan de mens heer en meester. Ook hierontstond, dank zij het ingrijpen van demens, maar niet door hem gewenst (!),via de gevreesde ,,waterwolf" een ge-heel nieuw natuurlijk landschap, datwerd opgebouwd uit resten van natuur-elementen (planten- en dierensoorten),die elders nog over waren, en die vroe-ger de veenlandschappen van Hollandhebben doen ontstaan.Soortgelijke, door catastrofen ontstanenatuurwaarden zijn ontwikkelingen ininbraakgebieden van zee en rivier, ont-staan als gevolg van menselijke activi-teit als inklinking en te nauwe inslui-ting van rivieren door dijken e.d. (Bies-bosch e.o.).Intussen worden deze nieuwe natuur-landschappen weer bedreigd, tot voorkort door inpoldering of ontginning, nudoor verstoring door recreanten, ver-giften e.d.Het is overbodig in te gaan op het ver-schijnsel, dat chemische stoffen, die uit-gevonden zijn om voor de produktieongewenste organismen als onkruiden,plantenziekten verwekkende of anders-zins schadelijke zwammen, insecten enandere dieren te doden, ook anderedeelnemers aan het ecosystem kunnenschaden, zowel in het perceel, waar zeworden toegepast, als wel daarbuiten,als ze daar via slootwater of wind te-recht komen. Zeer bedenkelijk is het toe-dienen van zulke stoffen aan het sloot-water, dat zelfs door de overheid ge-schiedt. Ook hoef ik niet te wijzen opchemische stoffen, afkomstig van In-dustrie, die direct door lozing, of doorhet regenwater, of direct door de luchtonze meer gevoelige, levende have be-dreigen, zelfs in hermetisch afgeslotennatuurreservaten op tientallen of zelfshonderden km afstand van de in bin-nen- of buitenland liggende bron.Ook is genoegzaam bekend, dat gewoonhuisafvalwater via de er in opgelostesynthetische zepen en andere detergen-ten de aquatische levensgemeenschappendirect of indirect om zeep helpt bren-gen. Gewezen mag nog worden op hetoverigens voor het leven onmisbare ele-ment fosfaat en ook stikstof, dat zichin het afvalwater ophoopt en afkom-stig is o.a. van voedselresten en excre-menten, maar ook van de zogenaamdegoede (= biologisch afbreekbare) zeep-soorten. Het veroorzaakt een sterkegroei van eutrofie minnende waterplan-ten, als kroossoorten en/of wieren, diezo massaal gaan groeien, dat er mededoor onderschepping van het zonlichtzuurstofgebrek in het water ontstaat enhet leven voor andere organismen on-mogelijk wordt gemaakt, zodat het wa-ter (dat heus geen H2O alleen is) ,,doodgaat", of op zijn minst een onaange-naam erwtensoepachtig karakter krijgt,dat niet meer noodt tot onbekommerdzwemgenot. Minder extreme ,,verrij-king" in chemische zin doet toch schadein de oorspronkelijk voedselarme veen-plassen, die juist door die armoede aanmineralen interessante, biologisch zeerrijke gemeenschappen van planten endieren herbergen. Zelfs de meest gel'so-leerd liggende veenplassen vertonenreeds kenmerken van het begin van ditverderf. Hier behoeft het niet alleenafvalwater te zijn. Ook de recreatie-vaart op zichzelf, die allerwegen toe-neemt, doet organisch bezinksel steedsweer opwervelen, zodat het in plaatsvan inert aan veenvorming mee te doen(sapropeel) mineraliseert en opnieuwfosfaten en stikstof afstaat aan hetwater en het zo ,,eutrofieert".Men behoeft geen bioloog te zijn ennauwelijks veertig jaren oud, om erva-ren te hebben hoe sterk al deze proces-sen het gezicht van Holland de laatstedecennia hebben veranderd. Met nameveenplassen, als bij Nieuwkoop, Noor-den en Loosdrecht, maar ook veel landbuiten ,,sloot en plas" in Hollands hart.Naast deze bodem-, water- en luchtver-vuiling is er nog de ,,horizontvervui-ling". Er is vrijwel geen plaats meer inhet hart van Holland, waar de lief-hebber van natuurlijke harmonic nietwordt gestoord door de allerwegen uitde grond rijzende obstakels aan de ho-rizont. Dit zijn fabrieksschoorstenen,hoogspanningsmasten, maar vooral dehoogbouw die beoogt, mensen vaak te-gen hun zin en volgens sommige psy-chologen veelal tot schade van een even-wichtige ontwikkeling van hun gezin,,economisch verantwoord" op te ber-gen. Men ontkomt niet aan de indruk,dat de bouw van deze, op zichzelf ze-ker niet altijd lelijke, maar, zeker in dekleinere steden en dorpen mijns inzienswel steeds misplaatste woontoestanden,slechts wordt ingegeven door twee voorhet geluk van de bewoner irreele argu-menten:a. snobisme van de plaatselijke be-stuurders,b. de noodzaak voor aannemers omhun hoogbouwmaterieel (hijswerktui-gen) af te schrijven.Uitspraken van de eerlijkste onder deburgemeesters, architecten en aannemerswijzen hier althans op.Een karaktertrek van het door de menszo sterk be'invloede landschap van hethart van Holland moet hier nog wor-den genoemd: de weidsheid, zo vaakbezongen door dichters en toeristenfol-dersschrijvers. Deze weidsheid is inder-daad, althans was (zeker kort voor dehorizontvervuiling) een feit. Wanneerwe het woord karakter echter wat ver-der uitbreiden tot het verleden, is dezeweidsheid, in tegenstelling tot bijvoor-beeld Friesland, helemaal niet zo ka-rakteristiek. In Noordwest-Friesland10natuur in hethart van hoUandbestond deze weidsheid inderdaad reedsvoor er Friezen waren. Het land wasgrotendeels een kwelderland, waarkweldergras groeide. De Friezen bouw-den terpen verspreid door het land. Nuis dat land in grote lijnen nog zo, alleenhet kweldergras is vervangen door En-gelraai-gras, maar dat ziet de leeknauwelijks. Dezelfde weidsheid is nogaanwezig, al wordt die ernstig bedreigddoor centrales, flats, e.d.. Holland echter,was buiten de pure hoogveenstukken,die nu grotendeels via het plassensta-dium tot het zeer cultuurlijke droog-makerijlandschap behoren, veelal bos.Holland betekent misschien zelfs welbos-(hout-, hol-)land. Oude boeren uitde Alblasserwaard kunnen vertellen,dat het nu zo (inmiddels horizontver-vuilde) weidse land in hun jonge jarenveel meer besloten was door het voor-komen van grote oppervlakten aangrienden. Wellicht kan deze kennisminnaars van de ongebreidelde weids-heid doen nadenken bij de discussie,over wat er in Holland moet gebeuren,wanneer men de natuurlijkheid wil be-vorderen.NatMurbchoud en natuurbevorderingWanneer men met het voorgaande in-stemt en waarneemt, dat de bevolkingnog steeds toeneemt en steeds meer ver-stedelijkt, komt men tot de conclusie,dat:a. er een toenemende behoefte is aanhet hele gamma van meer zuivere na-tuur, tot meer speciaal ingerichte, ar-tistiek en sportief geschikte, recreatie-,woon- en werklandschappen,b. de natuurelementen sterk afnemenin het hart van Holland.Indien men de waarde van ,,natuur"voor de mens erkent leidt conclusie b.tot maatregelen voor behoud van ,,na-tuur en landschap".Conclusie a. echter maakt de noodzaakduidelijk, dat er meer ,,natuur" moetkomen. Men spreekt wel over ,,natuur-bouw". Dit laatste woord is in de con-text van dit betoog tegenstrijdig. Wekunnen echter de groei van de natuurwel helpen bevorderen. We kunnen ele-menten aanbrengen in het landschap,die het groeiproces helpen versnellen.We kunnen elementen van kunst en na-tuur tezamen brengen en zo komen totlandschapsarchitectuur.Behoud (conserveren) is nodig, omdatbepaalde levensfenomenen niet onbe-perkt zijn. AIs eenmaal een soort is uit-gestorven kan hij nooit meer opnieuwworden gemaakt. In het hart van Hol-land komen dieren en plantensoortenvoor, die in wereldverband gezien zeld-zaam tot zeer zeldzaam zijn. Nog ster-ker geldt dit voor vegetatie-eenhedenof typen van ecosysteem, die elders nietof nauwelijks voorkomen. Het is dui-delijk, dat de laatste resten beschermddienen te worden. Een grondige uitvoe-ring van wetten op lucht-, water- enbodemvervuiling is daarvoor een eerstevereiste. Dit lijkt thans technisch, eco-nomisch en politiek (sociaal) uitvoer-baar. Er is echter gebleken in het voor-gaande, dat er grote behoefte is ookvoor niet-wetenschappers om zich in de,,vrije" natuur te bewegen, en ook, dathet pure zijn (en bijvoorbeeld varen)van mensen in een natuurrest schadelijkkan zijn (verontrusting van vogels, op-wervelen van organisch slib in oligo-troof water etc.).In het hart van Holland is deze tegenstrijdigheid in belangen die overal terwereld het natuurbeheer voor proble-men stelt, in hoge mate aanwezig. Eenoplossing is, om zoals hiervoor reeds isgeschetst, voor alien, die niet per se depure natuur, maar meer het buitenzijnuit romantische en sportieve behoeftewensen, speciale landschappen te schep-pen, bijvoorbeeld door nieuwe plassente graven, die artistiek en recreatietech-nisch geheel geconstrueerd kunnen wor-den. Hiermede kan de te grote druk opkwetsbare natuurgebieden worden afge-leid.Ik zie hierin de enige mogelijkheid omin de toekomst onze belangwekkendenatuurgebieden bijvoorbeeld in Nieuw-koop en Noorden te handhaven, waarde aanwezige natuurreservaten meer enmeer bedreigd worden door de gerecht-vaardigde eis van toenemende scharenvan, in het gewone leven in flats enkantoren opgehokte mensen, ook eensecht in de ,,natuur" te mogen zijn. Insommige gevallen zal hermetische af-sluiting dan ook nodig zijn, in anderekan het afleidingsprincipe als zeef wer-ken, waarbij het grootste deel van denatuurzoekers in de zeef alles vinden,wat ze zoeken en alleen de ferventenatuurvorsers in tolereerbare aantallendoordringen in het ,,heilige der heili-gen" van de kwetsbare natuurterreinen.De andere vorm van milieubederf, deeerder genoemde ,,horizontvervuiling",moet ook worden tegengegaan. Bestrij-ding, althans onwerkzaam maken, vanhet kleine-stads- en dorpssnobisme,waar het provinciaal bestuur naastiedere gewone burger lets aan kan doen,is een activiteit. Het vinden van finan-ciele compensatie voor de afschrijvingvan de hijswerktuigen (indien nodig)een andere. De bestaande horizontver-vuiling kan echter niet meer ongedaanworden gemaakt. Hier is echter eenverbetering mogelijk door een weldoor-dachte visuele landschapsplanning.Daarbij moet men het uitgangspunt vande noodzaak van weidsheid in Hollandlaten vallen. Hierboven is reeds gezegd,dat dit weidsheidsprincipe zeker geenhistorische grond heeft. Wel moetenvoldoende ruime gebieden blijven be-staan voor o.a. de verschillende soortenvogels, die ieder hun eisen stellen aanopenheid. Met een welgekozen bomen-11natuur in hethart van hollandrij of bosaanleg, het handhaven of uit-breiden van grienden en struwelen kanmen op vele plaatsen de gestoorde ho-rizont camoufleren. Minder geslaagd ishet, dit te doen met nieuwe boerderijenen zomerhuizen, die juist de rust be-derven!Een ander punt is de landschapsfactorboer. Terecht hebben de Friese boerenonlangs allerwegen langs hun landerijenop borden geschilderd, dat ,,dit mooielandschap niet zou bestaan zonder deboer". lets beter zou zijn: de ,,ouder-wetse boer". Moderne landbouw tole-reert veel minder natuur dan de ouder-wetse.Een landschap daarentegen geheel zon-der boer is in Holland ook ondenkbaar.Dit stelt ons voor het probleem van delandschapsreservaten, waar bewust re-stricties aan de landbouw worden op-gelegd ten behoeve van de natuur. Ditkunnen bijvoorbeeld zijn restricties opontwatering, maaitijden, bemesting e.d.,ten behoeve van weidevogels. Of hetsparen van knotwilgen en bosjes ten be-hoeve van broedvogels en esthetisch (vi-sueel) landschapsgenot. Zulke land-schapsreservaten zullen tegelijkertijd eenexperiment toelaten in het kader vande invloed van landschapsdiversiteit ophet boerenbedrijf. Vast staat echter, datveel van de opgelegde restricties deboer, onmiddellijk wanneer hij er meebegint, in een slechtere concurrentiepo-sitie brengen. (In hoeverre er economischhaalbare, extensieve, natuurtolererendebedrijfsvormen gevonden kunnen wor-den, hangt mede af van het feit, hoe-veel agrariers hun boer-zijn willen prijs-geven en het land aan een nog kleineraantal boeren willen overlaten). Er zalcompensatie moeten zijn voor het inko-mensverlies; dit zal betaald moeten wor-den door de gemeenschap. Deze vormvan subsidie bestaat reeds plaatselijk enzal in de naaste toekomst ook over grotedelen van Holland toegepast moetenworden. Het ruilverkavelingsbeleid zaldaar terdege rekening mee moeten hou-den. Op dit moment wordt in het Hol-landse Hart o.a. veel geld uitgegevenvoor verbeteringen van de economischepositie van de boer via ruilverkavelings-activiteiten, die wellicht binnen een de-cennium overbodig en wegens de na-tuur-vernieling, die er toch altijd nogmee gepaard gaat, schadelijk geachtzullen worden.Niet alleen behoud, maar ook natuur-bevordering kan plaatsvinden in dezelandschapsreservaten, waar invoer vanboven besproken restricties, bijvoorbeeldsterk aan weidevogels verarmde lande-rijen weer op peil kan brengen. Ook dereeds besproken, speciaal gemaakte, re-creatielandschappen hebben een elementvan natuurbevordering. Dit geldt insterke mate, wanneer de landschaps-architect en de stedebouwer niet slechtshun eigen gedachtenkronkels en huneigen modeschool als grillige basis vanuitgang nemen, maar ook de aanwezige,natuurlijke geomorfologie, bodem en ve-getatie mede gebruiken om hun ontwerpte doen ,,groeien".Meer uitgesproken, zuivere vormen vannatuurbevordering zijn het herhalen vanhet verveningsproces, dat onze veen-plassen deed ontstaan. Men zou dit kun-nen doen in een gebied, waar een goedekans is, dat geen vervuild water kanbinnendringen en waar men de natuurde kans geeft met de, elders nog aanwe-zige, flora en fauna aan een nieuweontwikkeling te bouwen.lets dergelijks geldt voor het herstelvan natuurbossen of andere natuur-vegetaties op de binnen-duinrand, rivier-oevers, oeverwallen of donken, of hetgetijdengebied. Men kan de natuur hierassisteren door aanplant van strikt na-tuurlijke soorten om het proces te ver-snellen. Vooral deze laatste vormen vannatuurbevordering kosten geld, waar-van het rendement moeilijk in concretecijfers is uit te drukken. Hoewel heteindresultaat niet in de nabije toekomstverwacht kan worden, hebben ze weldirect betekenis als oefen- en onderzoek-object voor onze universiteiten, o.a. ophet gebied van experimentele ecologie.Evenals voor alle andere aspecten vannatuurbevordering en natuurbehoud, zalechter een sterk toenemende hoeveelheidgeld nodig zijn. In de maatschappij-vorm, waarin wij leven, zijn het Indu-strie en handel, die het ongedaan makenvan hun eigen en ons aller vervuilingvoor het leeuwedeel zullen kunnen be-talen. Maar ook zij moeten uiteindelijkde financiele basis kunnen leveren voorhet behouden en scheppen van nieuwenatuur voor mensen, die zonodig onderde zeespiegel moeten leven.Een goede cooperatie tussen Industrie,overheid, deskundigen op het gebied vanecologie, landschap, recreatie en land-schapsarchitectuur en landschapsbouw,is de enige weg voor het leefbaar hou-den van Hollands hart. Die cooperatiebegint meer en meer vorm aan te nemen.Er gebeuren van tijd tot tijd nog onbe-grijpelijke dingen, maar daarnaast is ereen groeiend wederzijds begrip. Laat onshopen dat dit laatste zich voldoendesnel zal ontwikkelen, zodat Hollandshart, dat nu nog slechts met horten enstoten klopt, weer geheel gezond ensterk zijn functie kan vervullen in eenvan de meest merkwaardige woongebie-den ter wereld, waar zelfs mensen,levend beneden de zeespiegel, het nietzonder natuur en natuurlijkheid blijkente kunnen stellen.12planninguitvoeringkostenHet middengebied van HollandEnkele opmerkingen ten aanzien van planning, uitvoering en kosten van de inrichtingIr. ]. ]. WesterhofAlgemeenHet zuidwesten van ons land heeftvooral in de afgelopen decennia in veleopzichten een explosieve ontwikkelingvertoond.De ligging nabij de kust, aan de mon-ding van groot vaarwater betekent eenuitgezochte strategische positie, voor uit-voer, invoer, doorvoer, handel, de daar-mee samenhangende accommodaties, dedaarop aansluitende industrieen, en alledaarbij benodigde voorzieningen alswerk-, woon- en leefcentra.De iiogere, droge oeverwallen langs derivieren en locale zandopduikingen in deondergrond boden een uitstekende gele-genheid voor vele van deze vestigingen.Indien vanwege de unieke ligging bouwvan werken noodzakelijk werd tot in deweinig draagkrachtige terreingedeelten,dan vt^erden de daarvoor benodigdemaatregelen dermate kostbaar, dat eendichte concentratie ter plaatse moestworden nagestreefd.Ondanks deze sterk groeiende concen-traties bleef het middengebied open, nietin de laatste plaats dank zij de zeergeringe draagkracht van de bodem(diepe, slappe veenlagen), de lage liggingFoto's bij dit artikel:copyright Grontmij, De Bilten de grote open vv'ateroppervlakken,deels ontstaan door vervening.Ondanks deze lage ligging, veelal metersonder de zeespiegel, werden zelfs lageterreinen toch verdeeld in polders, diepbemalen, gedeeltelijk door dijken be-schermd tegen hoge buitenwaterstanden,en in gebruik genomen door de land-bouw.Grote werken werden daartoe uitge-voerd, als geheel kostbaar.Per ha of liever per m^ omgerekend,behoort landbouw evenwel nog steedstot een relatief weinig kapitaal vergendevorm van ruimtegebruik.Vanuit de periferie breidden de centrazich uit. Maar ook op de ruimte in hetmiddengebied wordt steeds meer aan-spraak gedaan. Vooral de recreatievefunctie komst steeds meer in het brand-punt van de belangstelling; de landbouwverliest aan territoir, hoewel anderzijdsook deze bedrijfstak dringend behoefteheeft aan schaalvergroting.Maatschappelijk, vooral ook wat ar-beidsinkomen betreft, kan zij moeilijkconcurreren met Industrie, handel endienstverlening op steenworp afstand enis vervanging van arbeid door kapitaaldringend noodzakelijk.Zo ligt ondanks de grote druk vanuit desterke centra langs de periferie nog.^ ^pw III13planninguitvoeringkosten ' 7f-?.^. "?.steeds een grote, groene ruimte open,doch van alia kanten belaagd en aange-tast, vooral ook omdat de huidige tech-nische hulpmiddelen ons in staat stellendergelijke, van oudsher voor bebouwingminder geschikte terreinen thans voorvele doeleinden te gebruiken.Het vraagstuk van de inrichting vandeze open ruimten is uitermate complex;in het onderstaande kan dan ook slechtsop enkele facetten meer verband hou-dende met planning, uitvoering enfinanciering nader worden ingegaan.Ruimte in NederlandAlvorens ons te concentreren op hetGroene Hart in het westen, is het ge-wenst aandacht te besteden aan de totalebeschikbare open ruimte van geheelNederland.Hoewel het misleidend kan zijn om metgemiddelden te werken, is er in totaalin Nederland voorlopig nog veel openruimte beschikbaar.Immers de totale oppervlakte van onsland bedraagt 3.580.000 habreder water 240.000 havaste bodem 3.340.000 haTellen we alle bebouwde oppervlaktenvan al onze steden en dorpen, industrie-terreinen, spoorwegen, verharde wegen,sportvelden etc. bij elkaar, dan komenwe toch niet hoger dan tot 320.000 ha,zijnde minder dan lOVo van onze opper-vlakte vaste bodem.De overige ruimte op vaste bodem isals volgt in gebruik:bos en woeste grond 460.000 haland- en tuinbouw 2.560.000 haOok al zouden wij in de eerstvolgendedecennia, bij een bevolkingsuitbreidingvan 20 of 30% onze bebouwde indu-striele en wegenoppervlakte volledigverdubbelen en al 2ou een dergelijke op-pervlakte (dus nogmaals 320.000 ha)volledig aan onze huidige landbouwop-pervlakte worden onttrokken, dan nogzou veel open ruimte in Nederland res-teren, nl.: 2.560.000 ha landbouwminus 320.0002.240.000 ha landbouw460.000 ha bos en woestegrond2.700.000 ha open ruimteDat is dan nog altijd meer dan 8OV0van de vaste bodem in Nederland, hetopen water buiten beschouwing latend.Bovendien zou een dergelijke verdubbe-ling van de urbane oppervlakte, in bv.20 jaar betekenen, dat er per jaar ge-middeld 16.000 ha landbouwgrond zoumoeten overgaan naar bouw, Industrie,wegenbouw en recreatieterreinen. Dit isver boven het huidige tempo, hoewel inde afgelopen 20 jaren geleidelijk eengrotere oppervlakte bodem per jaar aanhet agrarisch grondgebruik is onttrok-ken (zie tabel 1).14planningukvoeringkostenBezien wij de huidige bebouwde en in-dustriele oppervlakte van ons land in-clusief wegen, spoorwegen, sportveldenetc., derhalve 320.000 ha voor 13 mil-joen mensen, dan betekent dit momen-teel een concentratie van 40 inwonersper ,,urbane" ha.GeleideHjk is ons inwonertal gestegen,en uit nevenstaande becijfering blijktdat de concentratie van deze bevol-kingsuitbreiding op deze toename vanniet-agrarisch grondgebruik geleideHjkijler gaat worden.Wij achten dit van het grootste belang,en komen hierop nog nader terug.Het bovenstaande leidt tot de conclusie,dat zelfs bij een belangrijke opvoeringvan het tempo van onttrekking vanruimte aan de landbouw ten behoevevan bebouwing, industriahsatie, verkeeretc. over 20 ]aar nog meer dan SC/ovan de vaste bodem van Nederland uitopen ruimte zal bestaan.Grote regionale verschillenMaar bij het berekenen van gemiddel-den dient vooral niet uit het oog teworden verloren, dat regionaal en voor-al in Zuidwest-Nederland de kaartengeheel anders liggen.In feite heeft een onevenredig groot ge-deelte van de Nederlandse bevolkingzich hier gevestigd; de provincie Zuid-Holland alleen herbergt thans ? 23''/ovan de Nederlandse bevolking. Hoeweler zich in de afgelopen jaren bepaaldeverschuivingen beginnen af te tekenen,menen wij dat ook in de toekomst hetnationale spreidingsbeleid van bevol-king, van woon-, werk- en leefgelegen-heid van de allergrootste importantiezal zijn.In het totale patroon van de maat-schappelijke ontwikkeling spreekt ditm.i. in de toekomst des te sterker.Bij de verkorting van de arbeidstijd,het verlengen van het weekend (bij veleTabel 1. Toename niet-agrarisch grondgebruik:1950-1954 4500ha/jaar1955-1959 5000ha/jaar1960-1964 6500ha/jaar1965-1970 8000ha/jaarinw.groei concentratie op dezein dezelfde nieuwe niet-agrarischeperiode ruimte+ 120.000 inw./j. 26,5 inw./ha+ 130.000 26+ 140.000 21,5+ 150.000 1915planninguitvoeringkostenbedrijven is men reeds bezig de vrijdag-middag in te korten) en het stijgen vanhet arbeidsloon, neemt o.i. het belangvan eengezinswoningen voortdurendtoe. Immers hierbij wordt de mogelijk-heid geopend, van meer ,,eigen-erf-recreatie". Eigen woningbezit kan eengrote opnamecapaciteit betekenen voorzinvolle, zeer bevredigende vrijetijdsbe-steding, ook deels ter vervanging vanschilder, timmerman, loodgieter etc., dieoverigens te duur worden voor het kiei-ne werk. Ruime bestemmingsplannenzijn daartoe nodig. Enerzijds kost ditmeer open ruimte, anderzijds opent ditevenwel de mogeHjkheid tot beperkingvan openbare voorzieningen, terwijl bo-vendien o.a. de recreatieverkeerspiekenop de wegen hierdoor een bepaaldeverlichting kunnen ondervinden.Hierbij dient evenwel te worden opge-merkt, dat de huidige voorschriften in-houden, dat de exploitatiebegrotingenvan bestemmingsplannen sluitend die-nen te zijn. In wezen betekent dit eenbeperking ten aanzien van de ruimeopzet daarvan. Tijdens de voorbereidingen de uitvoering staan de kosten vaneen projekt in het brandpunt van de be-langstelling.Eenmaal gerealiseerd verschuift hetzwaartepunt naar de kwaliteit van hetobjekt. Uiteraard is ook in stedelijke ge-bieden een sluitende exploitatiebegro-ting van bijzonder belang; de kwaliteitvan een stuk milieuopbouw dient even-wel een bijzonder hoge prioriteit te be-houden.In elk bestemmingsplan moet een aan-tal immateriele waarden worden inge-bouwd, die bepalend zijn voor de kwa-liteit ervan.Bovendien bestaat er discrepantie tus-sen de mogelijkheden van een grote staden kleinere centra.De grotere eenheden kunnen eventueletekorten op de exploitatiebegroting vaneen stuk bestemmingsplan gemakkelijkeruit de algemene middelen financierendan kleine kernen, die in zeer korte tijdsnel moeten uitgroeien. Van overheids-wege worden terecht elk jaar groterebedragen ter beschikking gesteld voorde inrichting van recreatiegebieden bui-ten de stedelijke sfeer. Een voorwaardevoor de subsidiering ervan is, dat der-gelijke recreatieve voorzieningen in hetalgemeen belang zijn.Wij vragen ons af of bepaalde voorzie-ningen of kosten ten behoeve van eenruimere opzet van onze bestemmings-plannen niet op analoge wijze ten lastevan de algemene middelen zouden moe-ten worden gebracht.Wij achten de bevordering van ,,eigen-erf recreatie" uit meerdere overwegin-gen, o.a. ter verlichting van de recrea-tieve druk naar buiten, van bijzonderbelang.De mogelijkheden tot ruimere bouw zijnevenwel belangrijk groter bij een egalerespreiding van woon- en werkgelegen-16planninguitvoeringkostenheld over ons land, evenals voor hetscheppen van recreatie voorzieningenin de nabijheid der wooncentra.Voorshands groeien evenvt^el nog steedsonze grootste centra snel, wellswaar nietin inwonertal, maar wel in territoir,staat de centrale groene open ruimte inhet zuidwesten onder grote druk enklemt de vraag meer dan ooit welkebestemming, waar en wanneer, aan deverschillcnde delen van deze ruimte zalmoeten worden gegeven.Vooral de lokalisatie is daarbij eensteeds meer doorslaggevende factor, dekosten gaan een geringere rol spelen.De landbouwZeals uit het voorgaande reeds is geble-ken, lijkt de landbouw tot in lengtevan jaren de grootste exploitant van deruimte te zullen blijven.Numeriek is het agrarisch bevolkings-deel evenwel ver in de minderheid, ennemen interesses en aanspraak van eensteeds groter bevolkingsdeel op dezeruimte hand over hand toe.Primair dient gesteld te worden, datook de landbouw zich in een sterkestroomversnelling bevindt en dat schaal-vergroting, mechanisatie, automatise-ring, vervanging van arbeid door kapi-taal in deze bedrijfstak evenzeer tellenals in de Industrie.Het is dan ook uitgesloten, dat men inde toekomst zou kunnen blijven reke-nen op een rustieke, agrarische bedrijfs-voering, op kleine hofjes, in het groenverscholen.Grote bedrijfseenheden zijn noodzake-lijk, de waterbeheersing in het bijzonderop deze diepe veengronden vereist talvan maatregelen, de ontsluiting, de per-ceelsvormen en perceelsgrootte vragenbijzondere aandacht.Het is opvallend, dat in dit gebied deruilverkaveling nog nauwelijks toepas-sing heeft gevonden.Juist deze procedure in haar modernetoepassing biedt de mogelijkheid vaneen ingrijpende agrarische reconstruc-tie ten aanzien van wegenstelsel, water-beheersing, kavelindeling, moderniseringvan bedrijfsgebouwen etc.Dit behoeft overigens allerminst tenkoste te gaan van het landschap, inte-gendeel. In de plannen welke de laatstejaren zijn voorbereid, wordt meer enmeer aandacht besteed aan de groen-voorziening rond de gebouwen, tussende percelen, langs de wegen, en voorzover gewenst, kunnen de groene cou-lissen worden aangelegd tussen de ver-schillcnde bedrijven. Landschapsbouw isdan ook een niet meer weg te denkenonderdeel van de moderne ruilverkave-lingsprocedure.Gelijktijdig dienen daarbij ook de re-creatieve elementen met alia zorg teworden ingepast.17planninguitvoeringkostenLandinrichtingDaarmee wil bepaald niet gezegd zijn,dat ruilverkaveling alom voor openruimte toepassing verdient.Vooral indien aanmerkelijke terreinop-pervlakten noodzakelijk zijn voor open-bare voorzieningen, elementen van for-maat, stadsgewestparken e.d. is hetnoodzakelijk dat bijzondere mogelijkhe-den voor aankoop c.q. onteigeningworden geopend, eventueel door middelvan bijzondere wettelijke maatregelen.Een eerste voorbeeld hiervan is de lexspecialis voor de open ruimte Delfland,een territoir van + 6.000 ha.In het betreffende wetsontwerp wordtde mogelijkheid geopend voor aankoop,eventueel onteigening van ? 1.900 ha,terwijl daarnaast voor een oppervlaktevan 4.000 ha overwogen wordt een to-tale agrarische reconstructie door tevoeren.Wat de landbouw in het Groene Hartbetreft, zal een zorgvuldige bestuderingvan de meest gewenste agrarische be-drijfstypen in de toekomst noodzakelijkzijn. De huidige exploitatie van dezelaag gelegen veengronden, nl. in hoofd-zaak weide-veehouderij, in relatief klei-ne bedrijven is weinig rendabel. In elkgeval is plaatselijk een sterke bedrijjs-vergroting noodzakelijk. Daarnaast zijnmoderne vormen van intensieve rund-vee-, varkens- en kippenhouderij moge-lijk, veel minder oppervlakte gebonden,a.h.w. meer industrieel geleid. Deze be-drijfsvoering vergt evenwei hoge investe-ringen.Wat de tuinbouw betreft, zijn in ver-schillende centra modernisering en ka-pitaalsinvestering in voile gang. Voordeze sector geldt, dat de transplantatieeen uitermate kostbare aangelegenheid is.Bepaalde complexen kastuinbouw zul-len moeten worden afgebouwd, voornieuwe centra zullen zeer zorgvuldigelocalisaties noodzakelijk zijn, hoewel inhet algemeen gesteld kan worden, datde factor transport een minder door-slaggevende rol gaat spelen, mede van-wege moderne methodes van bewaring,verwerking en distributie.Nogmaals zij onderstreept, dat ook bijeen totale agrarische reconstructie inhet Groene Hart de landschapsbouwbijzonder aandacht moet krijgen. Ditgeldt ook ten aanzien van de bedrijfs-gebouwen, situering en aankleding.Ook het wegensysteem, trace en dimen-sionering, beplanting, parkeerplaatsenen andere bermvoorzieningen spelenhierbij een uitermate belangrijke rol.RecreatieEen belangrijke uitbreiding van de ac-commodatie ten behoeve van de open-luchtrecreatie rondom en nabij de grotecentra is bepaald noodzakelijk. Diverseelementen van formaat zijn in voorbe-reiding, deels reeds in het begin van18planninguitvoeringkostenuitvoering: Naarder-Gooimeer, Spaarn-woude, Midden-Delfland etc.Voor de verdere uitbouw van de re-creatieve voorzieningen komen dringen-de vragen aan de orde:waar dient wat, voor wie en wanneergepland en wanneer en hoe gerealiseerdle worden, door wie met welke midde-len? Op een recentelijk ontwikkeldeplanningsmethode, in het bijzonder tenaanzien van de basisplannen van open-luchtrecreatie, gaan we in het onder-staande nader in. Wij maken daarbij on-derscheid tussen:plangebied, in casu het Groene Hart, el-ders een recreatieschap, dan wel een ge-meente of andere bestuurhjke eenheid;herkomstgehied:de centra en omgeving van waaruit derecreanten verwacht kunnen worden;studiegebied:de regio, waarin buiten het plangebiedaantrekkingspunten voor de openlucht-recreant aanwezig zijn (competing op-portunities).Aangezien recreatiebasisplannen voorlangere termijn worden opgesteld, dientte worden nagegaan, walk bevolkings-accres de eerstvolgende decennia in hetherkomstgehied verwacht kan worden,waarbij zowel de minimum als demaximum ontwikkeling grafisch kanworden uitgewerkt. Op beleidsniveaudient daarna te worden vastgesteld, ofde ontwikkeling van de accommodatieafgestemd wordt op de minimale danwel de maximale bevolkingsgroei.In het algemeen adviseren wij de feite-lijke inrichting van recreatie-elementente haseren op de minimale ontwikkeling,maar uitdrukkelijk bij de planning vol-doende ruimte open te houden vooreventuele maximale of zelfs daarbovenextrapolerende ontwikkelingen.De dagrecreanten kiezen zeer uiteenlo-pende reisdoelen. Slechts een beperktgedeelte, afhankelijk van de regio, kiestde natuur. Belangrijk daarbij is de in-calculatie van de ,,afstandsfunctie". Ruwberekend gaat 90''/o van de dagrecreantenniet verder dan 30 minuten vanuit dewoonkern. De tijd blijkt daarbij bepa-lend te zijn, de maximale afstand isderhalve afhankelijk van het vervoer-middel en de bereikbaarheid.Hierbij dient niet alleen rekening teworden gehouden met de dagrecreanten,maar ook met locale verblijfsrecrean-ten, die zich met name tijdens vakantiesen weekends eveneens gedeeltelijk ge-dragen als dagrecreant.Hiervan uitgaande kan vanuit sociaalgeografische kernen worden nagegaan,welk gedeelte van het plangebied bin-nen een afstand van de genoemde 30minuten bereikt kan worden.Uiteraard dient daarbij uitdrukkelijkrekening te worden gehouden met even-tuele binnen hetzelfde afstandsbereikvan bedoelde kern voorkomende andererecreatie-accommodaties, maar tevensmet in deze gehele actie-radius in de19DAGREKREANTENSPORT FAMILIE NATUUR ANDER DOEL% van de openluchliekreanlen - naluurbeioekerVM4UIT DE VEHBLUFSAKKOWMODATIE- VANUIT Oe WOONCEBIEOENijd vBnaf (and geogrsfisi i of varbliiliBkkommodaliaIplangebiedi+nherkomstgebiedi+u+mstudiegebiedgebied met dezelfdebereikbaarheidafstanden in reistijdenL verdeling dagrecreatie naar reisdoel2. ajstandsfunctie voor dagrekreanten ,,natuur"3. gebied met dezelfde bereikbaarheid in reistijd4. aanwezige en geplande alternatieve recrea-tieve voorzieningenin^Iplangebied/y^
Reacties