12stedebouw & volkshuisvestingIn dit nummerDenkraamStadsvernieuwing:16 commentaren op het ontwerp van wetop de stadsvernieuwingISIieuws van de Raad van AdviesIn memoriamNieuwe boekenMededelingensamsom december 1976aald!EIke avond kijken of het er nog is. Natellen en hetlangzaam maar zeker zien slinken. Jnflatie, extrauitgaven en renteverlies. Redenen genoeg om Uwgeld doelmatig te beleggen. In solide bouwwerkenbijvoorbeeld. Blijvende bouwwerken ook, die nietna zo'n jaar of 5 tekenen van aftakeling vertonen.Verveloos worden, zoals vaak gebeurd.Intalaluminium schuiframenen deuren.Zeker produkten die ook in lengte van jaren geenteken van aftakeling zullen vertonen. Efficient ensnel bouwen mogelijk maakt. Van duurzaamgeanodiseerd aluminium en mooi blijvend. Ookzonder onderhoud.Meteen klaar, kompleet en beglaasd geleverd in132 standaardmaten of op bestelling in de maat dienodig is. Meteen, blijvend, wind- en waterdicht,geen verftijd en geen droogtijd. Met een minimaallichtverlies, schuivend en te voorzien van een ver-grendelbare, regendichte ventilatie. Goedkoop inaanschafLogisch dat al zoveel beleggers rekenen op Intalaluminium schuiframen en -deuren.Uitgebreidere informatie, inklusief TNO-rapporten, is op aanvraag verkrijgbaar.Intal B.V., Postbus 31, Geldermalsen. Tel: 03455-2941.Alphen aan den RijnGeachte heer.Steeds meer worcit ook van u een bijdrage verwacht inde discussie rond en inbreng in de voorbereiding vanplannen en maatrfegelen in het totals ruimtelijke be-leid.Om hieraan goed te kunnen voldoen is een zekere matevan kennis en inzicht nodig in aard en taak, methodenen mogelijkheden van de ruimtelijke ordening, toege-spitst op de bestuursverhoudingen, de wettelijke re-geling en de in de loop van de jaren gevormde prak-tijk in Nederland.Zojuist is een boek verschenen dat kan helpen bijhet oplossen van problemen en situaties waarover uwoordeel wordt gevraagd:RUinTELIJKE ORDENING IN NEDERLANDonder redactie van drs. H. van der WeydeDit boek schetst in heldere bewoordingen de achter-gronden, de huidige vorderingen en ook de problemenen tekorten van de ruimtelijke ordening. Het isdaarom bij uitstek geschikt om te dienen als achter-grondinformatie voor u die regelmatig geconfronteerdwordt met het ruimtelijke beleid.Het boek kost f 35,50 (incl. btw en excl. verzendkos-ten]. U kunt het gemakkelijk in bezit krijgen door deaangehechte, portvrije antwoordkaart in te sturen.Met vriendelijke groet,Hoogachtend, ,SAMSOM UITGEVERIJ BVH.J. DemoetUitgever W26222HAND- EISI LEERBOEK DERBESTUURSWETENSCHAPPEN'Ruimtelijke ordening in Nederland' is het 21e deel in de reeks 'Hand- en leerboeken derbestuurswetenschappen'. Deze reeks bevat een keur van boeken die de verschillende aspectenvan de bestuurswetenschappen belichten.In deze reeks zijn nog verkrijgbaar de volgende titels:De gemeentefinancien, deel 1Bewerkt door A. Venverloo, J.P. de Looff en A. VolkersISBN 90 14 02058 9, 3e druk, 216 pag., f 72,25De gemeentefinancien, deel 2Bewerkt door J.C. Timmernnans, A. Venverloo en J.P. de LooffISBN 90 14 02095 3, 3e druk, 548 pag., f 85,75Beginselen van Nederlands staatsrechtdoor prof. mr. A.D. BelinfanteISBN 90 14 02510 6, 7e druk, 214 pag., f 30,75De onderwijskundige en sociale zorg voor de gehandlcapte jeugd in Nederlanddoor N.Y. Vlietstra, drs. T. Kingsnna en M. HollISBN 90 14 02339 1, 4e druk, 245 pag., f 37,25Universitaire bestuursorganisatiedoor mr. Th.E.H. ArriensISBN 90 14 01659 X, 202 pag., f 33,75De overheid en de cultuurdoor H. MolendijkHet eerste samenvattende werk dat over cultuur en de bemoeienissen van de overheiddaarin is verschenen.ISBN 90 14 01723 5, 322 pag., f 58,25Openbaar bestuur en privaat ondernemingsbestuurdoor mr. dr. R.H. SamsomIn deze studie wordt nagegaan of men kan spreken van een algemene bestuurswetenschapdie zich zowel bezighoudt met het openbaar bestuur als het privaat ondernemingsbestuur.ISBN 90 14 01803 7, 206 pag., f 43,25Natuurbeheer in Nederlandonder redactie van dr. A.D. Voute en J.A. de Vries-BroekmanISBN 90 14 02050 3, 222 pag., f 56,75Het organisatie-advieswerk bij de (rljks)overheiddoor C.N. van WijngaardenISBN 90 14 02226 3, 160 pag., f 38,-RUIMTELIJKE ORDENING IN NEDERLANDKorte inhoudsopgaveWoord voorafI Begrippen en relatiesprof. dr. Steigenga en drs. H. van der WeydeII De ruimtelijke situatie; ruimtelijke problemen en ruimtelljke planning In Nederlandprof. dr. W. Steigenga en drs. H. van der WeydeIII De ontwikkeling in Nederlanddrs. H. van der WeydeIV De lokale ruimtelijke ordeningir. H.T. VinkV De regionale en provinciale ruimtelijke ordeningdr. ir. R. van de WaalVI Naar eigen taak van het rijkmr. J.A.C. de JongeNieuwe feitenMedewerkersRegisterBESTELKAART/V2110 20^ . .. rechtstreeks*Zendt u mij -via boekliandelISBN 90 14 02227 1ex. Ruimtelijke ordening in Nederland a f 35,50Naam:Adres:Plaats: Tel.Handtekening:* doorhalen wat niet wordt verlangdPrijs is inclusief btw en exclusief verzendkosten.W 26222Stuur nu deantwoordkaart inen u bentspoedig in iietbezit van debeste achtergrond-informatie dieu zich maarwensen kunt? informatie overvorderingen, problemenen tekorten van deruimtelijke ordening.? inzicht inaard en taak, methodenen mogelijkhedenvan de ruimtelijkeordening.Stuur mij tevens uit de reeks Hand- enleerboeken der bestuurswetenschappende volgende delen:D De gemeentefinancien, deel 1n De gemeentefinancien, deel 2n Beginselen van Nederlands staatsrechtD De onderwijskundige en sociale zorgvoor de gehandicapte jeugd in NederlandD Universitaire bestuursorganisatien De overheid en de cultuurD Openbaar bestuur en privaat onder-nemingsbestuurD Natuurbeheer in NederlandD Het organisatie-advieswerk bij de(rijks)overheidgeenpostzegelplakkenSamsom UitgeverijAntwoordnummer 2000Alphen aan den Rijnw^\duurzaamheidDewaardevanschilderwerkwordtin hoge mate bepaald door delevensduurvandeverf. Enniettevergeten: doordetoekomstigekosten voor het na verloop van tijdrekonditioneren van het schildenrt/erk.De levensduur van traditioneelschilderwerk is, gelet op de eringe'mvesteerdearbeidstijd, relatiefbeperkt. TerwijI latere rekondtionering bijna renovatie inhoudt.De duurzaamheid van Teolin Unicoatbreekt elk duur-rekord. Twee lagenlangduriqebeschermingbfdsedoor de gekombineerde^beschermingvan sterkeimpregnatie met 'n vocht-regulerende, blijvendelastischeverffilm. Zelfs na velejaren iseen laag TeolinUnicoatvoldoendevoor kompleterekonditionering. De kombinatie van zoveeltijdwinst in verwerking en levensduur maaktTeolin Unicoat in ekonomischopzicht uniek. Teolin Unicoat.'nNaamdiepastin'n aktueelTeolin Unicoat geven een volledige, schildersbestek.Dekkende houtveredelingin wit, zwartenSOkieuren. Teolin UnicoatWagennakers-Veluvine, Gen. Maczekstraat 65, Breda, tel. 076-124191, telex 54104%De provinciale planologische dienst vraagt eenhoofd bureaustedebouwkundigezakenHet provinciaal bestuur vanNoord-Brabant staan driediensten ter beschikking:griffie, waterstaat enplanologische dienst.De planologische dienst isopgebouwd uit vierafdelingen, waaronder deafdeling gemeentelijkeplannen.De taak van deze afdelingomvat onder meer hetopstellen van adviezen voorde provincialeplanologische commissieen het leveren van eenactiverende enbegeleidende inbreng bij detotstandkoming vanplannen in de gemeenten.Dit geheel geschiedt opbasis van een werkwijzewaarin de gezamenlijkeverantwoordelijkheid eenbelangrijke rol speelt.De afdeling is verdeeld invier bureaus, te weten:- stedebouwkundige zaken- financieel-economischezaken- juridische zaken.- administratiefsecretariaatHet bureau stedebouw-kundige zaken waarnevenstaande functievakant is teit 1 1medewerkers.^promifiiciop het bureau stedebouwkundige zaken van deafdeling gemeentelijke plannen.Het bureau heeft als voornaamste taak het inteamverband leveren van (stedebouwkundige)bijdragen bij de beoordeling van en advisering overgemeentelijke structuur - en bestemmingsplannenwaaronder ook stadsvernieuwingsplannen.De stedebouwkundigen van het bureau behartigenieder de belangen van een bepaald rayon.Van betrokkene wordt verwacht dat deze, de veleactiviteiten van het bureau cobrdmeert en een goedekwaliteit van het werk weet te stimuleren.Tevens wordt van betrokkene verwacht dat hij/zijvanuit een praktische installing bijdraagt aan deontwikkeling en concretisermg van een provincialevisie inzake de gewenste stedebouwkundigestructuur en mrichting van de Brabantse steden endorpen.Voor deze belangrijke functie is een opieiding opacademisch niveau een vereiste naast een ruimepraktische ervaring op organisatorisch enstedebouwkundig gebied.Het aan deze functie verbonden salaris ligtthansin deorde van maximaai / 5.000,- bruto per maand, hetaanvangsalaris is afhankelijk van de opgedaneervaring en opieiding.Een psychologisch onderzoek kan deel uitmaken vande selectieprocedure.Inlichtingen over deze functie kunnen wordeningewonnen bij het hoofd van de afdeling,drs. A.B.M. Elkhuizen, tel. 073 - 1 2 54 54,toestel 2416.Sollicitaties met vermelding van "P34" in de linker-bovenhoek van de envelop te zenden aan het hoofdpersoneelszaken van het provinciaal bestuur vanNoord-Brabant, Brabantlaan 1. 's-Hertogenbosch.naord'brabantPHILIPS PAALTOPARMATURENGoedlicht,fi[jnesfeer.De verlichting van woon-wijken, winkelcentra, parkenen parkeerruimten is meerdan zo maar een rijlantaarns. Verlichting maakteen integrerend onderdeeluit bij de ontwerpen vanplanoloog en architekt.Fraaie vormgeving enplezierig licht zijn hiergekombineerd met eensolide uitvoering eneenvoudige installatie.Vanuit die visie zijn Philipspaaltoparmaturen ont-worpen en geconstrueerd.Philips paaltoparmaturen vallen opdoor:- eenvoud in montage en installatie.- dubbel ge'isoleerd.- eenvoudige verwisseling van lampen.- slechts enkele onderdelen: opzet-stuk en lichtkap, evt. reflectorkap- voor o.a. HPLN 80 of 125 W voorgloeilamp max. 150 W, MLL 160 W.- grote flexibiliteit: meeste kappenonderling verwisselbaar.slagvaste opaal-kunststoflichtkappen.Voor verdere informatie:Philips Nederland B.V.Afd. Openbare VerlichtingTel.: 040-78 26 80 ofAntwoordnummer 500 Eindhoven.PHILIPSGEMEENTE DORDRECHTDIENST OPENSARE WERKEN EN STADSONTWIKKELINGDe dienst richt zich voor een belangrijkdeel op nieuwe stadsuitleg, de natuur-gebieden en het werk aan herzieningvan bestemmingsplannen.Van de nieuwe stadswijken is Sterren-burg III (4000 woningen) in uitvoering.Voor een geheel nieuwe wijk Stads-polders (max. 7000 woningen) zalbinnenkort gestart worden met hetopstellen van het bestemmingsplan.Van de grotere stadsvernieuwings-projekten in de historische binnenstaden de zogeheten Schil is een deelgebied(Bleyenhoek) in uitvoering, een under(Boogjes) is in voorbereiding.Een aanzienlijke uitbrciding met anderedeelgebieden staat geprogrammeerd.Het werk aan de natuurgebieden be-helst de zorg voor unieke landschappe-lijke gegevenheden op het eiland vanDordrecht (Dordtse en SliedrechtseBiesbosch).In het kader vanjuridisch-planolo-gische maatregeien zijn aan de orde deopstelling van het struktuurplan voorde binnenstad, het inter-gemeentelijkstruktuurplan voor de Drechtsteden,het bestemmingsplan in het kader vanhet beschermd stadsgezicht voor debinnenstad, alsmede de herziening vande bestaande en deels verouderdestedebouwkundige regelingen.Om de hierboven geschetste plannen en projekten op effektieve wijze en op kwalitatief verantwoord peil aan te kunnen pakken en tot uitvoering te kunnenbrengen, heeft de dienst gedurende de laatste tien jaren vergaande organisatorische ontwikkelingen moeten doormaken.Deze hebben cm. geresulteerd in de totstandkoming van de sektor STADSONTWIKKELING, weike de volgende afdelingen omvat: stedebouw(ruimtelijk en landschapsontwerp, tekenkamer), verkeer, juridisch-planologisch advies en volkshuisvesting.De volgende funkties moeten in deze sektor worden vervutd,bij de afdeling STEDEBOUW:chef afdeling stedebouwtaak: Vak. ST Ibegeleiden en sturen van de werkzaamlieden der ontwerpers entekenaars. Zij opereren projektsgewijs in teams, voorzover nodigechter in wisselende personeelssamenstelling.Daamaast zal hij naar buiten de afdeling in samenwerkingsverbandenin al dan niet ambtelijke kontakten (doen) vertegenwoordigen.Het aksent van de funktie zal liggen op:- kapaciteitsplanning van de afdeling,- het verstrekken van duidelijk geformuleerde opdrachten aan deontwerpteams van de afdeling,- inhoudelijke begeleiding- voortgangscontrole op, c.q. bijsturing der afdelingswerkzaamheden.- zorg voor de funktionele afstemming in afdelingsexteme betrekkiiigen.een opleiding op akademisch nivo met technische-planologischeafstudeerrichting, een uitgesproken vermogen om aan een heterogeensamengestelde afdeling (zowel m.b.t. opleidingsnivo, funkties, als kwapersoonlijke kwaliteiten) leiding tegeven, goedekontaktuele kwaliteiten.salaris:bij aanstelling maximaal f 5388,- brute per maand, exclusief f 30,-loontoeslag.tekenaar stedebouwtaak: Vak. ST IIhet tekenen en uitwerken van bestemmingsplannen en rekonstruklie-plannen.M.T.S. bouwkunde of overeenkomstige opleiding en ervaring metstedebouwkundig tekenwerk.salaris:afhankelijk van leeftijd en ervaring maximaal f 2582,- bruto per maand,exclusief f 30,- loontoeslag.bij de afdeling VOLKSHUISVESTING:plaatsvervangend chefafdeling volkshuisvestingtaak: Vak.VHI- het mede inhoud geven aan beleidsvoorbereiding op volkshuisvestelijkterrein binnen de sektor Stadsontwikkeling.- fmanciele beoordeling van bouwplannen,- coordineren van aktiviteiten t.z.v. planontwikkelingen,- leiding geven aan renovatieteams, projektgroepen en bouwteams,- bantering van premieregelingen,- het toetsen van plannen op planologische criteria, zulks in overlegmet andere funktionarissen binnen de sektor Stadsontwikkeling.H.T.S. bouwkunde, alsmede ruime ervaring op het gebied van dewoningbouw.Een goede uitdrukkingsvaardigheid in woord en geschrift is gewenst.salaris:bij aanstelling maximaal f 3819,- bruto per maand, exclusief f 30,-loontoeslag. Bij gebleken geschiktheid voor deze funktie kunnen verdereperspektieven in het vooruitzicht worden gesteld.medewerkervolkshuisvestingtaak: Vak. VH II- planbeoordeling,- deelnemen aan bouwteambesprekingen,- toetsen van plannen aan vooraf vastgestelde kaders, waarbinnen zemoeten worden gerealiseerd.vereist:M.T.S. bouwkunde of overeenkomstige opleiding. Bij voorkeur enigejaren ervaring.salaris:afhankelijk van leeftijd en ervaring maximaal f 2582,- bruto per maand,exclusief f 30,- loontoeslag.De gebruikelijke rechtspositieregelingen zijn van toepassing.Nadere informatie kan in eersteinstantie worden ingewonnen bijdrs. J. M. P. vanNispen, chefafdelingOrganisatie- en Personeelszaken vanbovengenoemde dienst (078-30000,tst. 2350). Belangstellenden voor eenvan bovengenoemde vakatures wordenverzocht binnen 14 dagen na verschijnenvan dit blad schriftelijk en ondervermelding van de betrokken vakatureST I ofII, dan wel VH I ofIIte reageren door hun briefte richtenaan de chef van de afdelingOrganisatie- en Personeelszaken vandeze dienst, postbus 318, Dordrecht.Wij helpen monumenten behoudenVakmanschapuit een voorbeeldstad .. .Meer en meer groeit het besef dat onze oude steden en dorpen met hun eigen karakter en sfeer eengroot en kostbaar goed vormen dat verdient om geconserveerd en zo nodig gerestaureerd te worden.Wij prijzen ons gelukkig om hieraan een bijdrage te kunnen leveren door 't feit dat wij beschikken overeen bedrijf waarin zowel nieuwbouw-, onderhouds- als restauratiewerken worden uitgevoerd doorruim 60 medewerkers.Naast afd. nieuwbouw kunnen wij een belangrijke bijdrage leveren in de totstandkoming van renovatieen restauratiewerken.De restauratieafdeling houdt zich bezig met tal van werkzaamheden op het gebied van dakbedekkingen,n.l. koper-, lood- en leibedekkingen aan torens, kerkgebouwen etc., alsmede de vervaardiging van allevoorkomende koperen windvanen en constructiewerken in een goed geoutilleerde koperslagerij.Een belangrijk onderdeel vormt het leveringsprogramma van koperen lantaarnarmaturen weike indiverse modellen vervaardigd worden en compleet worden afgeieverd met bijpassende gietijzerenlantaarnpalen of muurarmen. Deze gezellige ornamenten in het straatbeeld, waarvan de vervaardigingin nauwe samenwerking met de Rijksdienst voor de monumentenzorg tot stand is gekomen, sierenreeds vele steden en dorpen door geheel Nederland.Een ideale toepassingsmogelijkheid vinden deze lantaarnarmaturen ook in wandel- en winkelprome-nades waar ze door hun bijzondere karakter een grote bijdrage leveren aan een gezellige sfeer.Alle inlichtingen worden u gaarne gegeven door toezending van ons leveringsprogramma of bij uwbezoek aan onze toonzaal afd. koperslagerij.QiFA. JOBSELoodgieters - Koperslagers LeidekkersONDERHOUD - NIEUWBOUW RESTAURATIEKantoor en werkplaats:Breestraat 15, Middelburg, tel. 01180-28006*1785STEENHOUWERIJDINieuwstraat 26MIDDELBURGTel. (01180) 1 25 79natuursteen voor:? restauratie? renovatie? nieuwbouwook gespecialiseerd in het boren inbeton met diamant gaten van 15 tot300 mmAANNEMINGSBEDRIJFEINDHOVEN-SONBOUWERS SINDS 1873telefoon 04990-4535Voor Uw -- Utiliteitswerken-- Renovatie-- OnderhoudswerkenDEELNEMERi deelnemer van deE Stichting BouwgarantiesTioHTiNa UtiliteitswerkenHekkenwerk.HeksenweritofHersenwerk?BijRuigrakaltijdaHebei.Plaatst snel en doordacht allerlei soorten afrasteringen.Doet dat al meer dan 125 jaar. Bedacht en ontwikkeldehekken in vele soorten en uitvoeringen, voor tal vantoepassingen. Geen wonder dat ze inmiddels het meestuitgebreide assortiment hebben. Of het nu gaat cmnormale afrasteringen, spijienvakken,veldafscheidingen, ballenvangers met nylon of gaasbespannen, tennisbaanafrasteringen, backstops,oefenkooien of oefendoelschotten, rolhekken, spijlen-poorten of afsluitbomen. Ruigrok levert ze, gebruikt zijnhersensen zet het hekwerk heksenvlug. Al 125 jaar lang.Eenhekinkleunmeerfleur.Het kleurig coaten van aluminium hekwerk is mogelijkdoor Rualcoat moffelpoeder. Ontwikkeld volgens eengeheel nieuw procede, getest en gewaardeerd doorvele instanties. Rualcoat vormt een volkomen porielozelaag, is daardoor uniek wat betreft hechting, weer- encorrosie-bestendigheid, eiasticiteit, hardheid en glans-behoud. Leverbaar in 5 standaardkleuren; groen, grijs,zwart, wit en bruin. Geeft niet alleen uw hek meer fleur,maar verhoogt tevens de levensduur. Ook een stukjehersenwerk van Ruigrok.RoalProMOp grond van 125 jaar ervaringgekonstrueerd voor hekwerken dieaan de allerhoogste kwaliteitseisenmoeten voldoen. Van duurzaamaluminium natuurlijk. En zoals alonze hekwerken vollediggegarandeerd.Leidsevaart 270,Vogelenzang (N.H.),B.V.,RuigrokHekweri(enTelefoon 02502 - 6828-6314, Telex 41800.Centraal Instituut Midden- en Kleinbedrijf^IJfVHet instituut geeft bedrijfseconomisciie, bedrijfstechnische en planologische adviezen,organiseert kursussen voor ondernemers en bemiddelt bij bedrijfsfinanciering.Op de afdeiing PLANOLOGIE kan in verband met een sterke toename van de advies-aanvragen geplaatst worden eensenior-adviseurHet zai zijn taak worden, na een inwerkperiode, zelfstandig (distributie-) planologischeadviesrapporten over lokaie en regionale vraagstukken samen te stellen.Onze gedachten gaan uit naar een academicus in 66n van de sociaie wetenschappen,met enige jaren ervaring als onderzoeker of adviseur in de pianologie.(Funktie-kodenummer: P.A. 76.11.2)Eveneens is er op deze afdeiing op korte termijn plaats voor een tweetalJunior-adviseursDeze adviseurs gaan, na een inwerkperiode, adviseren aan gemeentebesturen,ondernemersorganisaties en realisatoren van winkeloentra over toekomstige omvang,plaats en samensteliing van winkelconcentraties en stads- en dorpscentra.Afgestudeerde planologen of economen met belangstelling voor de distributieplanologie,die zowel mondeling als schriftelijk goed kunnen formuleren en rapporteren, kunnen voorde funktie in aanmerking komen. Enige ervaring op het gebied van de toegepaste pianologievormt een aanbeveling maar is geen eis.(Funktie-kodenummer: P.A. 76.11.3)Naast een goed salaris en gunstige overige arbeidsvoorwaarden bieden wij een prettigewerkkring aan in een team van ruim 25 jonge kollega's.Voor nadere informatie kan telefonisch kontakt worden opgenomen met het hoofd van deafdeiing, Drs. Th. van de Laar, telefoon: 020-10 08 71.Sollicitaties gelieve u te richten aan de direkteur van het Centraal Instituut voor hetMidden- en Kleinbedrijf, Osdorpplein 4 te Amsterdam, onder vermelding van hetfunktie-kodenummer.CIMKGebr. Simons B.V.AannemingsbedrijfDonze Visserstraat 2TerneuzenTel. 1150-2885* Woningbouw? UtJtiteitsbouw* Verbouwingen* OnderhoudMet onze jarenlange ervaring zijn wij U gaarnevan dienst voor de realisering van Uw bouw-plannen.HIndustrielaan 6 Asten. Tel. 04936-2367Handelsondernemingim- en export van Marmer,Natuursteen en KeramiekLevering van alle mogelijke marmer- en natuursteenwerkeno.a.Binnen- en BuitendeurdorpelsGevelbekledingenPuibekledingenVensterbankenOpen haarden (Ringlever dealer)Travertine VIoertegelsafm. 40 X 40; 50 x 50; 60 x 40 en banen verbandMarmervloertegels in de meest verschillendesoorten en afm.Marmer Kompositie tegelsItaliaanse keramische wand- en vioertegelsafm. 10 x 20; 15 x 30; 15 x 15; 20 x 20; 25 x 25italiaanse gebakken plavuizenafm. 15 X 15; 20 X 20; 25 x 25; 30 x 30; 40 x 40Marmerspllt in verschillende soorten en graderin-gen.Kuiper CompagnonsBureau voor ruimtelijke ordening en architectuur BVGuldenwaard 127Postbus 9098Rotterdam 3026Telefoon 010 82 55 66zoekt voor haar afdeling tuin- en landschap1. tuin-en landschapsarchitectmet als taak:- het maken van omgevingsontwerpen tenbehoeve van woon- en werkgebieden- het uitwerken van omgevingsonderdelenzoals: bestratings- en beplantingsplannen- het opstelien van inrichtmgs- en beheers-plannen t.b.v. stedelijke en buitenstedelijke"groen"-voor2ieningen.Genoemde werkzaamheden vinden over hscalgemeen in teamverband plaats.Gedacht wordt aan een ontwerper met eendiploma:- R.H.S.T.L. Boskoop, alsmede Academie vanBouwkunst te Amsterdam, richting land^schapsarchitectuurdanwelhiervoorstuderend- L.H. Wageningen (mikrorichting)- vergelijkbare (buitenlandse)opleiding.2.ervaren tekenaarmet als taak- het verrichten van voorbereidende werk-zaamheden- uitwerken van schetsen (perspectieven, e.d.)- het maken van werktekeningen- het uitwerken van beplantingsplannen- het verrichten van begrotingswerkzaamheden.Genoemde werkzaamheden vmden over hetalgemeen in teamverband plaats.Gedacht wordt aan een medewerker met hetdiploma van een middelbare tuinbouwschoolmet de aantekening tuintekenen (Boskoop,Frederiksoord en Nijmegen) of een gelijk-waardige (praktijk)opleiding.In het bureau werken verschillende disciplinessamen.Het bureau adviseert op het gebied van hetplanologisch beleid van middelgrote en kleinegemeenten in het gehele land,Het bureau telt ca. 1 20 medewerkers,Sollicitaties met volledige inlichtingen omtrentpersoon, opieiding en ervaring worden gaarnebinnen drie weken na verschijning van dezeadvertentie ingewacht bij het bestuur van hetbureau,Nadere inlichtingen worden desgewenst gaarnetelefonisch verstrekt door G,I.J.M. vanWaesberghe.GEMEENTE OOSTERHOUTOosterhout telt thans ruim 41.000 inwoners en beschikt over een uitgebreide winkelstand, zeer goedeonderwijsmogelijkheden en tal van recreatieve voorzieningen. De stad ligt in een bosrijke omgeving enheeft een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat.Mede tengevolge van haar functie als regionaal centrum zai Oosterhout in de komende jaren nog vrijaanzienlijk uitgroeien.Bij de begeleiding van de uitgroei van de gemeente spelen de afdeling bouwkunde-stedebouw van hetbedrijf openbare werken en een extern adviesbureau een belangrijke rol, in het bijzonder bij hetontwerpen en uitwerken van bestemmingsplannen.Burgemeester en wethouders wensen de inbreng van het eigen apparaat op stedebouwkundig gebiedte versterken en hebben daarom besloten tot het formeren van een zelfstandige afdeling stedebouw-kunde. Voor het organiseren en uitbouwen van deze nieuwe afdeling, weike reeds over enkele gekwa-lificeerde medewerkers beschikt, worden sollicitanten opgeroepen voor de functie vanchef vandeafdeling stedebouwkundevan het bedrijf openbare werkenDe taak van deze nieuwe afdeling zaI bestaan uit het ontwerpen en uitwerken van bestemmingsplan-nen, het verrichten van het daarvoor noodzakelijke onderzoek en het adviseren inzake stedebouw-kundige aangelegenheden. In de komende jaren zullen'met name de uitwerking van een globaal be-stemmingsplan voor enkele duizenden woningen en de vernieuwing van de binnenstad de aandachtvragen. Het deelnemen aan de werkzaamheden van projectgroepen speelt hierbij een belangrijke rol.De voorkeur gaat uit naar een ervaren stedebouwkundige met een academische (TH) of daaraan gelijk-waardige opleiding (SHO).Het salaris bedraagt maximaal f 4.667,-- bruto per maand, exclusief 7,8% vakantietoelage.Een psychologisch onderzoek zaI deel uitmaken van de selectieprocedure.Belangstellenden worden uitgenodigd binnen 10 dagen schriftelijk of telefonisch een sollicitatieformu-lier aan te vragen bij de afdeling personeelszaken der secretarie, Slotlaan 15 (tel. 01620-24960, toe-stel 313).cv ketelsthermoglazuurboilersluchtverwarmersradiatorenS$.BV CENTRALEiiiSHANDELSVENNOOTSCHAP::::?? MEPPEL"telefoon 05220-50855* postbus 46 telex 42161pe jScHeveningseWegVeel doorzettingsvermogen was nodig om een van de eerste en meest befaamde steenwegen van ons land terealiseren. Het plan voor de Scheveningse Weg was afkomstig van Constantijn Huygens. In eenbloemrijk betoog uit 1653 ontpopt onze dichter zich als een verdienstelijk wegenbouwer, als hijingaat op het bochtenwerk, de waterstand en de benodigde stenen. Toch duurde het nog tien jaar voor deHaagse vroede vaderen tot de aanleg besloten. Vanaf 5 december 1665 konden de Hagenaars snellernaar het strand en kon de Scheveninger "visch so veel te verscher ter Merckt komen". En dat alles dank zijeen dichter die daarmee een plaats verdiende in elke "wegenbouwbloemlezing" van ons land.Ruim een halve eeuw is Hogenbirk een vertrouwde naam, diesteeds veelvuldiger de Nederlandse wegen markeert. Professionelespecialisten in asfalt-konstrukties. Uitgerust met demodernste machines. Door een enorme ervaring inaanleggen van wegen, op-, afritten en parkeerterreinen,kompleet met grondwerk, rioleringen etc., kreegHogenbirk de naam van de snelle, bekwame en be-trouwbare wegenbouwer. Door even een afspraak met Hogenbirkte maken, bent u al op de goede weg.HOGENBIRKSlangenweg 30, Laren (N-H), tel. 02153 - 14751Orgaan van hetNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordening en VolkshuisvestingUitgave van Samsom UitgeverijAlphen aan den Rijn57e jaargang, no. 12maandblad, december 1976Is]RedactieAdres voor Redactie en AbonnementenAdvertentiesMr. J.H. EngelDrs. A. EvertsIr. G.J. KlerksDrs. R. KokMr. A.M. Schaap-DubbelboerDr. N.C. SchoutenIr. W. Wissingvan Speykstraat 25, Den HaagTelefoon (070) 390121Postgironummer 29080Bureau Van Vliet b.v., ZandvoortBurg, van Fenemaplein 19, Postbus 20Telefoon (02507) 4745*Opdrachten en materiaal worden voorde le van de maand op dit adres ingeiuacht(pers. adv. 6e van de maand).InhoudDenkraamArtikelenIn memoriamNieuwc boekenMededelingen436 Democratisering ruimtelijke ordening, mr. CM. van den Hoff437 Stadsvernieuwing, inleiding440 Het ontwerp van Wet op de Stadsvernieuwing, gezien door de oogharen van een lid van de WerkgroepaanvuUende regeling stadsvernieuwing (W.A.R.S.), J. Rothuizen444 Een wet voor het beheer van onze (binnenjsteden, prof. mr. J. Wessel446 Nota van Aanbicding, voorloper van een Wet op de Stadsvernieuwing, mr. F.L. Bussink451 Het ontwerp van Wet op de Stadsvernieuwing in relatie tot de voorstellen tot reorganisatie van hetbinnenlands bestuur, prof. mr. S.F.L. Baron van Wijnbergen453 Goed bedoeld is nog niet altijd voldoende, H. Lammers456 Enkele kanttekeningen bij het ontwerp van Wet op de Stadsvernieuwing vanuit de gemeentelijke praktijk,ir. H.H. Tonkes459 "Hoe wordt door de stedebouwkundige met praktijkervaring ten aanzien van stadsvernieuwing, ditontwerp van wet beoordeeld?", ir. H.T. Vink461 Tilburgse kanttekeningen bij het ontwerp van Wet op de Stadsvernieuwing, W.J.J. Evertse463 Middelburgse ervaringen op de weg van Monuraentenzorg naar Stadsvernieuwing, P.A. Wolters enW.P.J. Baars465 Enkele notities bij de sociale en culturele uitgangspunten van het gemeentelijke stadsvernieuwingsbeleid,dr. A.J.M. van Tienen467 Aanzetten voor een alternatieve opzet van het wetsontwerp, mr. CM. van den Hoff, mevr. drs. E. Booms-ma en drs. R. de Groot472 Geeft het ontwerp van Wet op de Stadsvernieuwing de grote gemeenten voldoende armslag om de stads-vernieuwing effectief aan te pakken, drs. C.H. de Cloe475 De organisatie van de stadsvernieuwing gezien vanuit het ontwerp, G. Westerdijk478 De positie van de huiseigenaren in het Ontwerp, mr. H.H. Junggeburt479 De financiele bepalingen uit het Wetsontwerp Stadsvernieuwing, drs. T.G. Veenkamp482 De commerciele voorzieningen, de positie van de bedrijven e.d. in het wetsontwerp, drs. A. Berkhout484 Nieuws van de Raad van Advies voor de Ruimtelijke Ordening486 dr. H.G. van Beusekom, jhr. ir. J. de Ranitz487 H. Simon: Das Herz unserer Stadte, ir. W. Wissing488 E.N. Bacon: Design of Cities, ir. W. Wissing489 D. van Houten: Toekomstplanning, planning als veranderingsstrategie in de welvaartsstaat,drs. H. van der Cammen490 P. Cowan (ed.): The Future of planning, drs. H. van der Cammen491 Rectificatie; D.P.O.; Aruba; NIROV-commentaar op Interimnota LandinrichtingswetLosse nummers/8,50.435 Stedebouw en Volkshuisvesting, december 1976DenkraamDemocratisering ruimtelijke ordeningHet is hoog tijd dat het democratiseringsvraagstuk in de ruimte-lijke ordening opnieuw doordacht wordt. De argumentatie diewordt gehanteerd door voor- en tegenstanders van de mogelijk-heid van Kroonberoep van een ieder die op tijd tegen de (onge-wijzigde) vaststelling en goedkeuring bij gemeenteraad resp. Ge-deputeerde Staten bezwaar heeft gemaakt, dreigt in een aantalmisverstanden stuk te lopen. Emoties schijnen de bloedarmoedein de stellingnamen te moeten compenseren.Misschien kan het denkraam behulpzaam zijn bij liet genezenvan denkkrampen. Nuttig is het dan wellicht deze problematiekte benaderen vanuit de bredere invalshoek van de democratise-ring van de besluitvorming in de ruimtelijke ordening.Er is namelijk bij de voornemens van de regering tot wijziging vande Wet op de Ruimtelijke Ordening meer aangesneden dan dekwestie van de stroomlijning van beroepsprocedures. Er ligt ookhet voorstel op tafel aan de vaststelling van planologische kern-beslissingen een wettelijke basis te geven.Het valt op dat de minister het nemen van een planologischekernbeslissing zo belangrijk vindt dat hij deze bij formele wetwil goedkeuren. Met dit voorstel bevindt hij zich binnen eenlange en goede traditie in ons staatsrecht. Grondbeginsel daarvanis dat beslissingen die wezenlijke levensvoorwaarden van de sa-menleving, groepen daarin en enkelingen raken niet tot standzullen komen dan met de medewerking van de vertegenwoordi-gers van die burgerij, in dit geval het parlement.Maar sinds dit beginsel omstreeks het midden van de vorigeeeuw in Grondwet en wet gestalte begon te krijgen is er met dievertegenwoordigers van de burgerij wel het een en ander ge-beurd. Wij weten inmiddels dat zij geselecteerd (door hun poli-tieke partijen) en gekozen worden op criteria, ontleend aan ab-stracte denkbeelden over maatschappijstructuur, cultuur en le-vensbeschouwing en niet als concrete belangenbehartigers.Deze ontwikkeling die vrijwel parallel loopt met de voortschrij-dende emancipatie van verschillende groepen in onze maatschap-pij heeft de behoefte aan directe invloed van de burgers op debesluitvorming zeer versterkt. Men kan het ruimte geven in deprocedures tot vaststelling van planologische kernbeslissingenaan participatie van belangengroepen en bevolkingsinspraak zienals de uitwerking van een streven, gericht op de bevrediging vandie behoefte.Het kanaal dat hiervoor voorlopig dienst doet is de Raad vanAdvies voor de Ruimtelijke Ordening. Dit orgaan, in hoofdzaaksamengesteld uit representanten van de bij de ruimtelijke orde-ning betrokken sectorbelangen, heeft naast zijn belangrijke advi-serende taak nu ook nog een stuk procesbegeleiding gekregen.Aan mogelijke bezwaren die uit deze menging zouden voort-vloeien wordt in dit kader voorbijgegaan. Wat verbaast is dat erin het parlement nog altijd niet de eis is gesteld de inspraakorga-nisatie en de verwerking van de inspraakresultaten zelf te gaanverzorgen.Hoe kunnen bij voorbeeld progressieve parlementariers aan eenverantwoorde planologische besluitvorming meewerken als zijniet in het veld bij hoorzittingen zelf hebben ervaren dat bijvoorbeeld de opvattingen van progressieve bewindsUeden overWest-Brabant haaks staan op die van politieke vrienden in debetrokken regio?Als de Tweede Kamer deze taak van de Raad van Advies zouovernemen, zou daardoor het democratisch gehalte van de be-sluitvorming naar twee kanten worden versterkt. In het parle-ment omdat daardoor meer mogelijkheden ontstaan regionalebelangen beter in de besluitvorming te laten doorwerken. Naarde insprekers zelf omdat zij dan in dialoog treden met mensendie zelf invloed op het beleid kunnen uitoefenen.Geheel in het verlengde hiervan ligt de gedachte in de voorstel-len van de minister aan de bevolkingsinspraak bij het tot standkomen van bestemmingsplannen een wettelijke basis te geven.Onbegrijpelijk daarbij is dat aan een alternatieve procedurewordt gedacht, waarbij het Kroonberoep van burgers wordt uit-gesloten in gemeenten die van de wettelijke mogelijkheid omeen inspraakverordening te maken gebruik hebben gemaakt. Ditgesol met rechtsgelijkheid kan slechts in het brein van techno-craten zijn opgekomen. Het is dan ook nauwelijks aan te nemendat in het parlement dit voorstel voldoende steun zal krijgen.Inspraak is geen alternatief voor rechtsbescherming; zij zoudenechter wel als elkaars complement kunnen gaan werken.Wat toch is het geval? In het bestemmingsplan krijgt het ruimte-lijk beleid zijn meest concrete herkenbare gestalte in de burgersdirectbindende regels. In de toekomst, meer dan nu, zal hetbovendien het integratiekader vormen voor nationale, regionaleen lokale beleidsdoeleinden.Het komt mij voor een onderstreping van het democratisch ka-rakter van onze samenleving te zijn wanneer juist in deze faseiedere burger het recht heeft alle drie de niveaus van het open-baar bestuur nog eens tot een nadere afweging van de belangente nopen.Zo opgevat kan het Kroonberoep als een aanvulling op de in-spraak werken. Het zal namelijk de motivatie en het effect vande inspraak vergroten wanneer de insprekers weten dat zij tegen-over de als zeer machtig ervaren bureaucratic, een eigen machts-middel in het Kroonberoep hebben. De stemming "het helpttoch niet, waarvoor spannen wij ons in" zal minder snel voetkrijgen. Uitvoerig ingaan op het verwijt van de tegenstanders vandit standpunt dat bij de voorstanders te weinig besef zou zijnvoor continuiteit in het bestuur is niet nodig. Een enkele kant-tekening: zolang niet alles is gedaan aan opnieuw systematiserenvan de procedures en het openbaar bestuur zelf niet alles heeftgedaan om de bestaande procedures zo effectief mogelijk te hante-ren zou het elimineren van het Kroonberoep zelfs wel eens kun-nen werken als een "doekje voor het bloeden" en niet als thera-pie. Dat men dan ook nog "een kind met het badwater" dreigtweg te gooien omdat men een kans mist de bevolkingsinspraaken daarmede het draagvlak van de ruimtelijke beslissingen hech-ter te verankeren is een tweede.Alle water van de zee wast echter niet weg dat, hoe slim her-ziene procedures ook worden opgezet, er altijd ruimte zal blij-ven voor misbruikers en querulanten waarvoor zij niet geschre-ven zijn.Maar dat wisten we al lang in onze samenleving. En hoewel maareen enkeling als Amalrik en Solzjenitsyn deze levensvorm be-wust hebben gekozen en wij alien daar door geboorte gedwon-gen in participeren, zullen toch maar weinigen uiteindelijk nietde risico's van een democratisch gestructureerde besluitvormingwillen aanvaarden.Het wezen van de democratic blijft toch altijd KIEZEN.mr. CM. v.d. Hoff436 Stedebouw en Volkshuisvesting, december 1976StadsvernieuwingInleidingEr gaat in Nederland thans vrijwelgeen week meer voorbij zonder een ofandere publicatie, en naar het schijntgeen maand zonder een congres of dis-cussie-bijeenkomst over de stadsver-nieuwing. Voegt men daarbij de dage-lijks in veelvoud voorkomende verga-deringen van bewoners, bestuurders enambtenaren over -- in elk geval aspec-ten van -- de stadsvernieuwing in onzegrote en middelgrote steden, dan moetde conclusie zijn: stadsvernieuwing is"in". Het is een begrip geworden, datmeer dan ooit te voren zijn stempel ophet maatschappelijk gebeuren in Ne-derland heeft gezet, op Europees ni-veau is 1980 zelfs tot "Jaar van deStadsvernieuwing" uitgeroepen.De planning, de conceptie en de ge-boorte van het Wetsontwerp houden-de regelen ter bevordering van destadsvernieuwing (Wet op de stadsver-nieuwdng) zijn door velen met groteaandacht gevolgd. De op handen zijn-de behandeling van het Wetsontwerpin het Parlement was voor de redactieaanleiding een aantal direct bij hetproces betrokkenen aan het woord telaten over de inhoud, waarbij tevensde gelegenheid werd gelaten voorspel-lingen te doen over de toekomstige ge-volgen van de Wet.Er blijkt vrijwel voUedige unanimiteitte bestaan onder de schrijvers van denavolgende artikelen voor het inspelenvan de wetgever op de actualiteit methet uitbrengen van het Rapport van deWerkgroep Aanvullende RegelingStadsvernieuwing (WARS) 1973, deNota van Aanbieding 1974 en nu hetWetsontwerp, waarin vele nieuwe idee-en worden weergegeven ter oplossingvan de enorme problematiek van destadsvernieuwing.Daarnaast wordt er kritiek geuit, waar-bij echter het opbouwende karaktersterk opvalt. De verzameling artikelenmag dan ook volgens de redactie stel-lig niet de indruk wekken van verwer-ping van de door de beide bewinds-lieden van VRO getoonde initiatieven,maar strekt tot aanvulling en verbete-ring, en daardoor tot ondersteuningvan een krachtig stadsvemieuwingsbe-leid.Hieronder is getracht een samenvat-ting te geven van de verschillende ar-tikelen:1. De heer /. Rothuizen, een lid vande WARS, geeft een zeer belangwek-kend "indrukkenverslag" van de wijzevan totstandkomen en van de inhoudvan het thans voorliggende Wetsont-werp, waarbij hij er -- vanzelfsprekend-- niet aan ontkomt enige vergelij-kingen te maken met het WARS-rap-port. Hij concludeert, dat de stand vande ontwikkeling niet heeft kunnenvoorkomen, dat in de wetgeving ver-schillende sporen worden gevolgd. Hijbenadrukt echter, dat de nadruk moetworden gelegd op het experimentelekarakter van de toekomstige wet, dievooral gericht is op verbetering vanhet instrumentarium. De nieuwe pro-cedures moeten later opnieuw wordenbezien op hun effectiviteit en vervol-gens wellicht op bestaande regelingenworden uitgebreid. Hij wijst er op, datmen er rekening mee moet houden,dat de Wet op de stadsvernieuwing vannu een product is, dat straks ingepastmoet worden in nieuwe structuren,die zich geleidelijk ontwikkelen.(biz. 440)2. Prof. mr. J. Wessel, eveneens lidvan de WARS geweest, stelt, dat dewetgever in het Ontwerp een keuzeheeft gemaakt uit tal van mogelijkeoplossingen, waarbij hij ingaat op debelangrijkste keuze-momenten en-problemen. Hij ziet het ontwerp alseen (voorlopige) experimentele aan-vullende stedelijke herinrichtings-, ver-beterings- en beheerswet en acht dehuidige naam dan ook minder geluk-kig gekozen. Hij pleit voor onderbren-ging van een aantal planfiguren in debestaande Wet op de Ruimtelijke Or-dening. Ook stipt hij een aantal pun-ten aan, die zijnerzijds in het Ontwerpgemist worden, zoals de verplichtingtot een continue rapportage en evalua-tie van de bij de voorbereiding en uit-voering van het stadsvernieuwingsbe-leid opgedane ervaringen en een wet-telijke regeling van de rechtspositievan bewoners van stadsvemieuwings-gebieden, waarbij enerzijds meer be-voegdheden, anderzijds meer garantiesworden verstrekt. Wellicht bestaat er,volgens Wessel, behoefte aan een Be-lemmeringenwet stadsverbetering.(biz. 444)3. Mr. F.L. Bussink geeft een uitvoe-rige vergelijking tussen het WARS-rap-port 1973, de Nota van Aanbieding1974 en het Wetsontwerp met zijn(uitgebreide) Memorie van Toehch-ting. Hij wijst hierbij op de ontwikke-lingen tussen januari 1974 en mei1976, niet in het minst het uitbrengenvan het rapport van de zg. CommissieFloor. Hij analyseert de doelstellingent.a.v. de prioriteit van het stadsver-nieuwingsgebied, de stadsvernieu-wingsmethode en de instrumenten enkomt tot aanmerkelijke verschillen.Tevens constateert hij conflicterendeen conflict-oproepende doelstellingenin het ontwerp, zoals inspraak enministeriele beslissingsmacht: veel tijdwordt besteed op gemeentelijk niveauaan het bereiken van overeenstem-437 Stedebouw en Volkshuisvesting, december 1976het ontwerp van wet op de stadsvemieuwingming, terwijl het Rijk daama dezeovereenstemming nog wezenlijk kanbeihvloeden. Aan de hand van eenschema geeft hij een totaal overzicht,waarin de samenhang tussen de plan-figuren uit Rapport, Nota en Ontwerpwordt verduideHjkt. Hij merkt tenslot-te op, dat de in alle ontwerpen be-leden integrale aanpak, noodzakeUjkgeacht vanwege het maatschappelijkkarakter van het stadsvernieuwings-proces, gestrand bUjkt te zijn.(biz. 446)4. Prof. mr. S.F.L. Baron van Wijn-bergen gaat in op de vraag hoe hetWetsontwerp past in de voorstellen totreorganisatie van het binnenlands be-stuur en constateert, dat de wetgeversbUjken te zijn uitgegaan van de hui-dige bestuursorganisatie. Hij stelt, datde gedeeltelijke overgang van bestem-mingsplan- en bouwbevoegdheden vangemeente naar provincie-nieuwe stijl,zoals wordt voorgesteld in het over debestuurlijke reorganisatie in 1975openbaar gemaakte concept-ontwerp,belemmerend zou gaan werken op destadsvemieuwing: het in het Wetsont-werp stadsvemieuwing uitgebreide ge-meenteUjke instrumentarium vereistjuist zeer bestuurskrachtige gemeentenom (iiberhaupt) een stadsvemieu-wingsbeleid van de grond te krijgen.(biz. 451)5. De beer//. Lammers betwijfelt on-der het motto "goed bedoeld is nogniet altijd voldoende" of diegenen, dieooit voor een speciale (wettelijke) re-gehng ten behoeve van de stadsver-nieuwing hebben gepleit, met dezenieuwe wet gelukkig zullen zijn enermee zullen kunnen werken. Ener-zijds worden de gemeenten nog teveelen telang in onzekerheid gelaten overde vraag of zij uiteindeUjk over vol-doende financiele middelen zullenkunnen beschikken, anderzijds vindthij de positie van de voor de stadsver-nieuwing verantwoordelijke bewinds-man (gezien het overeind blijven vande ministeriele verantwoordelijkheidbij de overige departementen) te lichtgeregeld: niet is tegemoet gekomenaan het feit, dat de stadsvemieuwingom nationale noodmaatregelen vraagt.Hij pleit met name voor snelle verwer-vings-methoden, parallel aan de plan-vorming en niet daarop volgend. Ten-slotte stelt hij de vraag of de directgekozen gemeentelijke bestuurdersmet dit Wetsontwerp nog wel vol-doende verantwoordelijkheid kunnendragen voor de stadsvemieuwing bin-nen bun gemeente. (biz. 453)6. Ir. H.H. Tonkes beziet de ontwik-kelingen rondom het Wetsontwerpvanuit de stedebouwkundige praktijkvan een middelgrote stad. Hij wijst ophet (nu al) te geringe aantal voldoendegekwalificeerde en ervaren krachten ingemeentelijke dienst en bij particulierebureaus, en vreest, dat verdere specia-lisering en uitbreiding van het wette-lijk instrumentarium dit probleem noggroter zullen maken. Hij pleit voorverbetering van de bestaande wetge-ving in plaats van het invoeren van eennieuwe wet. Hij betwijfelt voorts ofhet Wetsontwerp voldoende tegemoetkomt aan de wens om in het kader vanhet stadsvernieuwingsproces reedsvroegtijdig een aantal zaken, met na-me de voomaamste inkomsten-bron-nen voor de gemeente, modelmatig tekunnen vastleggen in een fase, dat nogweinig in detail kan worden vastge-legd. (biz. 456)7. Ir. H.T. Vink acht het Wetsont-werp een uitstekend instrument om destadsvemieuwing te gaan begeleidenbij een juiste inspanning van bestuur-ders (politieke wil) en bun adviseurs,waarbij hij met name de verbredingvan het structuurplan met sociale, cul-turele en economische aspecten toe-juicht. (biz. 459)8. De heer W.J.J. Evertse is enthou-siast over de wijze, waarop het Wets-ontwerp een aantal concrete middelenverschaft, die -- juist nu de stadsver-nieuwing (in Tilburg) al zo ver is voor-bereid -- precies die extra steun gevenom het proces beter te kunnen beheer-sen. Wel betwijfelt hij of door de veel-heid van voorbereidend werk aan plan-ning, onderzoek, begroting, e.d., alvo-rens tot (principiele) toekenning vanrijkssteun wordt overgegaan, de vlotteaanpak en voortgang van de stadsver-nieuwingsprocessen verzekerd zijn. Hijhoopt, dat door de noden van de grotesteden de middelgrote gemeenten niettekort zullen komen. Voorts vraagt hijaandacht voor de invloed van het sys-teem van de dynaraische kostprijs-be-rekening op de rehabilitatie en voor denoodzaak van (nieuwe) steun bij deverbetering van bedrijfspanden en win-kelwoningen. (biz. 461)9. De heren W.A. Wolters en W.P.J.Baars zien het feit, dat het Wetsontwerpvrij sterk het accent legt op de proble-men in de grote steden, als een compli-ment voor de minder grote, waar -- zo-als in Middelburg -- de stadsvemieuw-ing reeds een goed lopende zaak is.Vooruitlopend op de nieuwe wet heb-ben zij reeds een groot aantal instru-menten ontwikkeld, die nu doornieuwebegrippen kunnen worden afgedekt.Het komt volgens hen grotendeels aanop de mentaliteit, waarop men in degemeente tegenover de stadsvemieu-wing staat. (biz. 463)10. Dr. A.J.M. van Tienen wijst opde noodzaak in het structuurplannieuwe stijl rekening te houden metsociale en culturele uitgangspunten,overigens met het gevaar dat hierdoorde stadsvemieuwdng ineens op het ni-veau van de "integrale planning"komt. Hij geeft aan met welke maat-schappelijke ontwikkelingen en vereis-ten t.a.v. de woning, de woonom-geving en het voorzieningenpakket re-kening gehouden moet worden. Voorwat betreft het laatste verwacht hij,dat de komende Kaderwet m.b.t. hetwelzijnsbeleid de gemeentelijke be-voegdheden op sociaal-cultureel ter-rein zal verruimen. Tenslotte onder-streept hij, dat bij de prioriteitstellingvan aan te wijzen stadsvemieuwings-438 Stedebouw en Volkshuisvesting, december 1976het ontwerp van wet op de stadsvernieuwinggebieden gebruik moet worden ge-maakt van een complex indicatoren,dat een algemene (sociale) achterstandaanduidt. (biz. 465)11. Mr. CM. van den Hoff c.s. geveneen beschrijving van de omstandig-heden, die h.i. tot de noodzaak vanstadsvernieuwing aanleiding hebbengegeven en stellen dan -- terecht -- datdoor de indiening van het Wetsont-werp het stadsvemieuwingsgebeureneen politick feit van betekenis is ge-worden: als dit bestuurders en be-stuurden tot nadenken stimuleert kaneen begin worden gemaakt deschroom, die thans aanwezig is bij deaanpak van de stadsvernieuwing, tedoorbreken. Overigens stellen zij datde financiele en organisatorische con-dities, waaronder (ook) een (nieuw)wettelijk instrumentarium wordt ge-hanteerd, bepalend zijn voor de gangvan zaken. In de mening, dat criticihet gemakkelijk kunnen hebben meteen product van wetgeving voor eenzo ingewikkeld proces met zoveel ver-schillende betrokkenen, ook departe-mcnten, maar dan ook verplicht zijnmet andere ideeen te komen, geven zijeen aantal eisen weer, waar h.i. eenWetsontwerp stadsvernieuwing aanmoet voldoen; vervolgens vermeldenzij de hoofdlijnen van een altematiefWetsontwerp, daarbij zeker discussie-stof opwerpende. (biz. 467)12. Drs. C.H. de Cloe geeft een kortoverzicht van de vele problemen diestadsvernieuwing, met name in de grotegemeenten, met zich brengt; deze zijnzowel van ruimtelijk-technisch-juridi-sche als maatschappelijke aard. Ookde sterke menging van wonen en wer-ken vormt een probleem voor de stads-vernieuwing. Het wetsontwerp schepteen aantal nieuwe mogelijkheden vooreen effectieve aanpak. Het is jammerdat de extra juridische middelen be-perkt worden tot de door de ministergoedgekeurde aangewezen gebieden enniet kunnen worden toegepast in an-dere aktiegebieden. In financieel op-zicht zijn er een aantal lacunes die ech-terbij de nadere uitwerking van de wetkunnen worden opgehcven. Tenslottesignaleert schr. een ccntralistische ten-dens in het wetsontwerp, omdat deminister bij alle belangrijke beleidsbe-slissingen van de gemeente het laatstewoord heeft. Hij is van oordeel dat destadsvernieuwingsproblemen van degrote gemeenten alleen tot een oplos-sing kunnen worden gebracht in goedoverleg tussen rijk, provincie en ge-meente, met als uitgangspunt zoweleen gemeenschappelijke verantwoorde-lijkheid terzake als een reele beleids-ruimte voor de gemeenten om oplos-singen te zoeken toegespitst op de ur-gentie en specifieke omstandighedenin de betret'fende gemeente. (biz. 472)13. De heer G. Westerdijk gaat in opde vraag of het Wetsontwerp vol-doende aansluit op reeds in de prak-tijk werkzame organisatorische ver-banden en oplossingen zal bieden voordaarbij optredende knelpunten. Hoe-wel het Wetsontwerp blijkens de MvTgeen aanwijzingen geeft voor een be-paalde organisatievorm blijkt zij prak-tische resultaten te verwachten vaneen project-gerichte aanpak en wordeneen aantal knelpunten op het opera-tionele vlak weggenomen, zowel pro-cedureel en financieel als door een be-paalde tijdsafbakening; iedere organi-satievorm zal er echter op gerichtmoeten zijn in goed overleg met be-woners en andere betrokkenen tekomen tot snelle en zichtbare resul-taten. Gewezen wordt dan ook op hetgevaar van extra vertraging in de uit-voering van de stadsvernieuwing alsmen, door volledig te willen zijn, tever gaat met het plegen van onder-zoek, zoals voor de diverse plannen isvoorgeschreven. (biz. 475)14. Mr. H.H. Junggeburt geeft zijnmening over de positie van de huis-eigenaren in het Wetsontwerp. Hij laathierbij de woningcorporaties, de ge-meente en institutionele beleggers bui-ten beschouwing, en concentreert zichop de "kleine particuliere belegger" ende eigenaar-bewoner. Gewezen wordtop de positie van deze laatsten alskwetsbare minderheden, tenzij zij zichweten te organiseren. Hij wenst beterewaarborgen tegen mogelijk onrenda-bele investeringen en daarmee ver-mogensverlies. Grote bezwaren wor-den geopperd tegen de in het Wetsont-werp voorgestelde maatregelen omeigenaren tot verbetering of verkoopaan de gemeente te dwingen. (biz.478)15. Drs. T.G. Feen/eamp schrijft overde financiele bepalingen in het Wets-ontwerp en onderstreept dat deze alsaanvulling zijn bedoeld en niet in deplaats komen van de bestaande. Hijsignaleert het probleem der grote ste-den, die niet alles tegelijk actief kun-nen aanpakken en geconfronteerdworden met fysiek en maatschappelijkkwetsbare gebieden, die voorlopig (ge-durende een relatief lange periode)toch in stand gehouden moeten wor-den, waarvoor veel (onrendabel) geldnodig is. De leefmilieuverordeningheeft nog geen financieel complement.Ook wordt financiele steun aan bedrij-ven in de "schaduw" van stadsvemieu-wingsgebieden node gemist. Na eenbeschouwing over de financiele filoso-fie achter het Ontwerp, behandelt hijde 3 elementen waarop z.i. het finan-cieel instrumentarium is opgebouwd,waarbij met name de saldoregeling aande orde komt. Hij concludeert, dat heteffect van de voorgestelde verbete-ringen afhangt van de wijze van uit-werking en dat een werkelijk inzichtvan de financiele betekenis van hetWetsontwerp pas kan ontstaan insamenhang met een kritische doorlich-ting van alle bestaande relevante subsi-die-regelingen. (biz. 479)16. Drs. A. Berkhout legt het accentop de functionele positie van het be-drijfsleven in het stadsvernieuwings-proces. Zijnsinziens gaat enerzijds hetOntwerp in de richting van "integraleplanning", waarbij de sociaal-culturele,ruimtelijke en economische aspecten439 Stedebouw en Volkshuisvesting, december 1976het ontwerp van wet op de stadsvernieuiuinggelijkwaardig behandeld moeten wor-den; anderzijds wordt in de paragraafover het bedrijfsleven als uitgangspuntgeformuleerd, dat de aanwezigheid vanbedrijven in te vernieuwen gebiedenvan het gezichtspunt van de bewonersuit gezien wordt, d.w.z. de economischefunctie van de stad(sgebieden) als een"afgeleide" van de woonfunctie wordtaangemerkt. Hij stelt dat het aanbeve-Hngverdient naast het woonmilieu ookhet productiemiheu als afzonderlijkeplancategorie in het proces te betrek-ken, vooral gezien de kwetsbaarheidvan de meeste binnenstedelijke pro-ductiestructuren. Ondanks aanzettendaartoe in de Memorie van Toelichtingmist hij in het Ontwerp de vereistestandaard-procedures, zoals het d.p.o.Tenslotte wijst hij op de invloed vanverkeersmaatregelen op de positie vanhet bedrijfsleven. (biz. 482)Wij spreken de hoop uit, dat al dezeverhandelingen zuUen bijdragen toteen goede discussie over het zo belang-rijke onderwerp stadsvemiewing entot een optimale wetgeving.De redactie.Het ontwerp van Wet op de Stadsvernieuwing, gezien door deoogharen van een lid van de Werkgroep aanvullende regelingstadsvernieuwing (W.A.R.S.)/. Rothuizen'Het driemanschap van buiten, dat hetmateriaal heeft helpen aandragen vooreen voorontwerp van Wet op de Stads-vernieuwing, heeft als een eenheid ge-werkt, wat niet wegneemt dat iederseigen inbreng bepaalde accenten had.Zo lette in het bijzonder Van der Topop het "sociale" element. Van deSchans op het "financiele" en ik ophet "ruimtelijke", alles in de ruimstezin te verstaan. Maar in het samenspelmet elkaar en met onze departemen-tale partners zijn ideeen geboren,waarvan soms achteraf moeilijk te zeg-gen valt hoe dat gebeurde en wie eengedachte het eerst tot uiting bracht.Van de Schans heeft mij laten weten,niet in de gelegenheid te zijn een bij-drage in dit nummer te leveren, zodatmijn artikel een nogal breed veld moet* Hoofd Afd. Publieke Werken en Stads-ontwikkeling ter Secretarie, gem. Amster-dam.omvatten. Men verwachte hierondergeen details, geen poging tot voUedigeevaluatie. Laten we zeggen: een in-drukkenverslag.A. Over de W.A.R.S.1. Over het resultaat van de W.A.R.S.heb ik uitvoerig gerapporteerd inBouwrecht 1974, biz. 427 e.v. Ik be-gin met daarnaar te verwijzen. Eenpaar elementen haal ik er uit. DeW.A.R.S. kreeg geen bianco vel papiermee, maar een beschreven blad.In de nota Volkshuisvesting van 1972werden op biz. 100 e.v. een aantalaanwijzingen gegeven:-- de Wet op de Stadsvernieuwing(WSV) zou een experimented karak-ter dragen;-- een aantal (zeven) punten ter ver-betering van het instrumentarium zouin ieder geval worden onderzocht;-- het geheel zou op het planologischfundament van de Wet RuimtelijkeOrdening (WRO) blijven rusten; struc-tuurplan en bestemmingsplan zoudenals beleidsinstrument in de WRO nogworden aangevuld met een aanwijzingstadsvernieuwingsgebieden.Dat betekende in grove trekken, datde WSV vooral gericht zou zijn op ver-betering van de instrumenten met hetoog op dat, wat we sedert het pread-vies van De Haan voor de N.J.V. 1973de "inrichting" noemen; de WRO zouals centrale wet t.a.v. de regeling van"bestemming" nog worden versterkt.2. De W.A.R.S. heeft naar eer en ge-weten binnen dit kader haar voorstel-len uitgewerkt. Ze slaagde er niet inaUe vraagpunten op te lossen. Wei re-gelde ze het voorkooprecht, de wo-ningverbetering, de relatie tussen planen uitvoering, en de organisatievor-men, met name de stadsvernieuwings-corporatie. Verder deed ze in beperktemate voorstellen voor stedelijke her-440 Stedebouw en Volkshuisvesting, december 1976het ontwerp v an wet op de stadsvemieuwingverkaveling (zij had de minister ge-vraagd daarvoor een afzonderlijke stu-die te doen verrichten) en de prioritei-ten van financiele steun (zij wachttenog op het rapport van een anderecommissie, de cie. Floor). Zij deedgeen voorstellen voor een regeling vande baatheffing.3. De W.A.R.S. voegde een aantalnieuwe elementen aan haar werk toe,met name:-- een sociaal plan naast het struc-tuurplan;-- een leefmilieuverordening, vooralvoor gebieden, die (nog) niet een ak-tiegebied in het kader van de stadsver-nieuwing zijn;-- een regeling betreffende sloop eneen -- indirecte, door het middel vanfinanciele garantie -- bouwplicht;-- regelingen omtrent schadevergoe-ding en tegemoetkomingen (daarbijwas ook aan bijzondere regelingenvoor het Midden- en Kleinbedrijf ge-dacht, maar het overleg daarover konniet tijdig worden afgerond);-- een regeling omtrent huurprijsvast-stelling bij woningverbetering.4. Op financieel gebied kon deW.A.R.S. niet goed uit de verf komen,omdat daarvoor voldoende informatieontbrak. Maar wel legde het vooront-werp van wet een grondslag voor finan-ciele regelingen. Financiele en juridi-sche middelen lagen in elkaars verleng-de, maar waren niet onlosmakelijk metelkaar verbonden.5. Belangrijk was met name, dat deW.A.R.S. de stadsvemieuwing plaatstein het kader van de ruimtelijke en so-ciale integratie van de deelbelangen.Dat stond voorop. De W.A.R,S. washet dan ook geheel eens met het uit-gangspunt van de Nota Volkshuisves-ting, dat de WRO als centrale bestem-mingswetgeving zou functioneren. Destadsvernieuwingsprojecten zouden inhun ruimtelijke en sociale contextmoeten worden beoordeeld. DeW.A,R.S. dacht in beginsel aan de mo-gelijkheid van aanwijzing van groteregebieden, waarbinnen een proces vanstadsvemieuwing zou plaatsvinden. Detrits: aanwijzing van het gebied, be-stemmingsplan met verkorte proce-dure, en uitvoeringsbesluiten, was ge-richt op een gelede besluitvorming,waarbij de projectgewijze aanpak ge-toetst wordt aan het geheel. De pro-jecten en daarmee ook de financieleimplicaties zouden niet slechts opzichzelf worden beoordeeld. De aan-wijzing kreeg vooral een programma-tisch karakter, waarmee voor de lange-re duur prioriteiten van de stadsver-nieuwing op de rijksbegroting zoudenkunnen worden verstevigd, naar gelangde gemeenten organisatorisch en so-ciaal in staat zouden blijken het pro-ces tot versnelling te brengen.6. Het procedurerecht was mede ge-richt op opheffing van bezwaren, diebij de WRO waren gerezen. Zou in eenexperimentele WSV dat procedure-recht goed functioneren, dan zoudaarover verder gedacht kunnen wor-den. In feite kon men de aanwijzingvoorzover het het ruimtelijk ordenings-aspect betreft min of meer zien als eenverbaal globaal bestemmingsplan. Hetdoor de W.A.R.S. voorgestelde be-stemmingsplan met verkorte proce-dure zou men evengoed kunnen kwali-ficeren als een uitwerkingsplan metversterkte procedure. Men krijgt danruwweg de volgende vergelijking: (ziehiemaast).De W.A.R.S. beoogde door de recht-streekse medewerking van de Kroon ineen vroeg stadium, alle daarop volgen-de activiteiten door korte procedures,die niettemin de belanghebbenden vol-doende waarborgen bieden, af te stem-men op het proceshandelen van destadsvemieuwing. De ervaring, die metde WSV zou worden opgedaan zou, zokan men veronderstellen, wellicht vanbetekenis kunnen zijn bij een latereherziening van de WRO. Intussenheeft zich -- anders dan de W.A.R.S.vermoedde -- reeds een snelle ontwik-keling voorgedaan ten aanzien van hetdenken over het procedurerecht in deWRO. Men zie het overzicht in mijnpreadvies voor de Vereniging voor Ad-ministratief Recht 1976, hoofdstukVI.B. Over het ontwerp van Wet.1. Nog minder dan het W.A.R.S.-rapport, kon het wetsontwerp op eenblancovel worden geschreven. De nieu-we Regering had te dien aanzien enigenadere uitgangspunten gesteld. Ik gadaar niet op in, omdat daaraan naar ikverwacht een andere bijdrage gewijdzal zijn.2. Een meer fundamentele regelingvan de stadsvemieuwing kan rekeninghouden met de sedert 1972/1973voortgeschreden ontwikkeling. Er zijnthans aanzienlijke vorderingen ge-maakt met het denken over de ruimte-lijke ontwikkeling als integratieveldvoor de ruimtelijke facetten van watmen tegenwoordig de sectorale takennoemt.Er is een wijziging van de WRO invoorbereiding, om het nationale ruim-telijke beleid, met name voor zoversectoraal beleid ruimtelijke implicatiesheeft, door middel van planologischeWRO (bestaand)StructuurplanGlobaal bestem-mingsplangoedkeuring Ged.Staten, beroep opde KroonWRO (voorstelW.A.R.S.)Structuurplan (aan-gevuld met een af-zonderlijk sociaalplan.)Aanwijzing stadsver-nieuwingsgebiedadvies Ged. Staten,vaststelling (goed-keuring) Kroon.Uitwerkingsplan Bestemm ingsplangoedkeuring Ged. goedkeuring Ged.Staten volgens Staten volgenseenvoudige procedure versterkte procedure441 Stedebouw en Volkshuisvesting, december 1976het ontwerp van wet op de stadsvemieuwingkernbeslissingen, die volgens een be-paalde procedure tot stand komen, inde WRO te regelen en veilig te stellen.Men zie daarover nader het preadviesvan Brussaard voor de vergadering vande Vereniging voor AdministratiefRecht 26 november 1976.Het bestemmingsrecht in de WRO te-kent zich in relatie tot het sectoraleinrichtingsrecht of -beleid af. Dat zouer voor pleiten de stadsvemieuwing1. met betrekking tot haar ruimte-lijke problematiek in de WRO te inte-greren en2. wat betreft haar inrichtingsproble-matiek in de WSV te concentreren,dan wel voor zoveel nodig in bestaan-de inrichtingswetten op te nemen. Hetlaatste is voor een deel het geval. Erzijn voorstellen ingediend tot wijzigingvan de Woningwet met betrekking tothet aanschrijvingsbeleid, tot aanpas-sing van de huurwetgeving en tot in-voering van een voorkeursrecht van degemeenten bij eigendomsoverdracht.De WSV versterkt deze algemene in-strumenten, waar dat voor de toespit-sing op de stadsvemieuwing nodig is.Het eerste is in mindere mate het ge-val. De W.A.R.S. heeft avant la lettredit spoor consequenter gevolgd danthans met het regeringsontwerp hetgeval is.De vraag rijst welke redenen daarvoorzijn aan te geven. Is het zo, dat hetregeringsontwerp meer als een aanzetop een nieuwe lijn moet worden ge-zien? Een begin van een stadsinrich-tingswet, waarin men ook de beginse-len van een bestemmingsrecht voor destedelijke gebieden opneemt? Ik ziedaarvoor geen duidelijke aanwijzing.Conclusie op dit ogenblik lijkt slechtste kunnen zijn, dat de stand van deontwikkeling nog niet heeft kunnenvoorkomen, dat in de wetgeving ver-schillende sporen worden gevolgd.Daarom zou het verstandig zijn hetvoorlopig of experimented karaktervan dit wetsontwerp te benadrukken.3. De nieuwe punten, die deW.A.R.S. heeft ingebracht, zijn vooreen deel in het wetsontwerp terechtgekomen. Het sociale plan is niet ge-volgd, maar in zekere zin in het struc-tuurplan opgegaan.De suggesties over sloop, bouwplicht,schaderegelingen en huurprijsvaststel-ling, zijn overgenomen, verbeterd enuitgebreid, deels in de WSV, deels inde reeds daarvoor ingediende wetsont-werpen. Sommige voorstellen van deW.A.R.S. zijn blijven liggen, met namede regeling voor stedelijke herverkave-ling, welke zaak kennelijk nog niet rijpis geoordeeld. Een rapport, waarvoorde W.A.R.S. in 1973 had gevraagd eenafzonderlijke commissie in te stellen,is nog niet beschikbaar en zal er voor-lopig ook nog niet komen.Belangrijkste nieuwigheid van deW.A.R.S., die is overgenomen, is deleefmilieuverordening. Daarmee wordtbeoogd een bescherming tegen nega-tieve ontwikkelingen te bieden in ge-bieden, die (nog) niet door volledigebestemmingsregelingen worden be-schermd. Intussen heeft het denkenover deze rechtsfiguur al weer voort-gang gevonden.In mijn preadvies voor de vergaderingvan de V.A.R. op 26 november a.s.heb ik uitvoerig bepleit deze gedachtemeer algemeen bruikbaar te maken enin de WRO op te nemen onder de (aaneen artikel van Brussaard ontleende)naam "gebruiksverordening". Het ishier niet de plaats daar verder op in tegaan. Ik verwijs naar mijn preadvies.4. Een beoordeling van het wets-ontwerp kan niet voorbijgaan aan hetfinanciele kader. Het feit dat het wets-ontwerp de mogelijkheid opent toteen volledige vergoeding van het nade-lig saldo van een aantal basiskosten, iseen belangrijke stap en een zeer posi-tief element. Nu is de stedelijke inrich-ting een bijzonder complexe aangele-genheid, ook financieel. Wie eens eenmeerjaren -- uitvoeringsprogrammavoor de stadsvemieuwing voor een he-le buurt heeft ingekeken, zal dat be-amen. De uitvoering is niet alleen af-hankelijk van de vergoeding van hetnadelig saldo van een aantal basiskos-ten, maar vereist een geintegreerdewerkwijze bij de realisering van de ver-nieuwingsmaatregelen en de toepas-sing van de daarop betrekking hebben-de financiele regelingen. Daar zijn tal-rijke departementen bij betrokken endaarvoor gelden veelal andere wette-lijke regelingen of ter uitvoering vanbegrotingsposten te volgen procedu-res. Er komt bij, dat het niet alleengaat om de kostenregelingen voor deinvesteringen, maar dat met name mo-gelijkheden voor exploitatie aanwezigmoeten zijn. Om een voorbeeld tenoemen: bij het onderwijs zijn beideaspecten in beginsel verzekerd, maarbij sociaal-culturele voorzieningen (enjuist de oude stadswijken verkeren watdat betreft in een ernstige achterstand-situatie) is dat veel minder het geval.De Saldoregeling (die voorshands al-leen zal worden toegepast in de em-stigste noodgebieden) of de zgn.80% regeling die wij reeds kennen, isderhalve nog geen garantie voor eengoede uitkomst. Daarvoor zal de werk-wijze en het gezag van de coordinatie-commissie stadsvemieuwing eengrondslag moeten leggen. Dat veron-derstelt een grote bereidheid bij allebetrokken bewindslieden en hun me-dewerkers om een geintegreerde werk-wijze ter veiligstelling van de stadsver-nieuwing te bewerkstelligen.Naar de kant van de gemeente is debetekenis van de Saldoregeling in deWSV duidelijk merkbaar. Elke finan-ciele regeling van de rijksoverheidbergt het gevaar in zich van centralis-me. Dat gevaar is ook hier aanwezig,zoals trouwens in het rapport van decommissie Floor is onderkend.
Reacties