stedebouw & volkshuisvestingIn dit nummerDenkraamVes*"-'-'"'-- - :----->==' '- =.ystadsvernieuwingWaardering woonomgeving in nieuwejwoonwijken/onen in nieuwe stadsuitbreidlngenSpanjaard-BorneVolkshuisve de RiJksDegrotsng1978Nieuws van de Raad van AdviesKroniek en kommentaarNieuwe boekenMededelingefidecember 1977nadere informatie: dternit b.v. Nieuwe Doelenstraat 20-22,1012 CP Amsterdam, tel. 020-263711.Wij helpen monumenten behoudenVakmanschapuit een voorbeeldstad ...Meer en meer groeit het besef dat onze oude steden en dorpen met hun eigen karakter en sfeer eengroot en kostbaar goed vormen dat verdient om geconserveerd en zo nodig gerestaureerd te worden.Wij prijzen ons gelukkig om hieraan een bijdrage te kunnen leveren door 't feit dat wij beschikken overeen bedrijf waann zowe! nieuwbouw-, onderhouds- als restauratiewerken worden uitgevoerd doorruim 60 medewerkers.Naast afd. nieuwbouw kunnen wij een belangrijke bijdrage leveren in de totstandkoming van renovatieen restauratiewerken.De restauratieafdeiing houdt zich bezig met tal van werkzaamheden op het gebied van dakbedekkingen,n.l. koper-, lood- en leibedekkingen aan torens, kerkgebouwen etc., alsmede de vervaardiging van allevoorkomende koperen windvanen en constructiewerken in een goed geoutilleerde koperslagerij.Een belangrijk onderdeel vormt het leveringsprogramma van koperen lantaarnarmaturen weike indiverse modellen vervaardigd worden en compleet worden afgeleverd met bijpassende gietijzerenlantaarnpalen of muurarmen. Deze gezeihge ornamenten in het straatbeeld, waarvan de vervaardigingin nauwe samenwerking met de Rijksdienst voor de monumentenzorg tot stand is gekomen, sierenreeds vele steden en dorpen door geheel Nederland.Een ideale toepassingsmogelijkheid vinden deze lantaarnarmaturen ook in wandel-en winkelprome-nades waar ze door hun bijzondere karakter een grote bijdrage leveren aan een gezellige sfeer.Alle inlichtingen worden u gaarne gegeven door toezending van ons leveringsprogramma of bij uwbezoek aan onze toonzaal afd. koperslagerij.QioDseFA. JOBSELoodgieters - Koperslagers - LeidekkersONDERHOUD ? NIEUWBOUW - RESTAURATIEKantoor en werkplaats:Breestraat 15, Wliddelburg, tel. 01180 28006*1785Zo bespaartIntergas energie.AUeen Intergas heefteen CV-ketel,gecombineerd met eenonbeperkt warmwater-systeem, met maar liefstzeven belangrijkeenergiespaarders.De een na de andere fabrikantvan CV-ketels schermt met dezuinigheid van z n apparafen.Intergas nu heeft een ketelwaarin maar liefst zeven belangrijkeenergiespaarders zijn ingebouwd.Weer zo n bewering?Nee, Intergas voegt de daad bijhet woord.De 7 belangrijkeenergiespaarders vanIntergas.X? Conventionele CV-ketels zijngemaakt van zwaar, log materiaal.Intergas heeft, gebruik makende vande ervaringen opgedaan in de ruimte-vaart, een uniek precede ontwikkeld.Het ketelmateriaal wordt hier-door gaszijdig 100% beschermd.Dit resulteert in een supersnelreagerend binnenwerk. En dat spaart8^5.Zf De materiaalbescherming iseen - bij 900?C opgebracht - echtgesioten staal-inbrand-emaille. Dit ishitte-, corrosie- en zuurbestendig envolkomenglad.Vervuiling van het binnenwerkwordt daardoor voorkomen. En datbetekent een blijvend hoog rendement.*^? De capaciteitsaanpassingenvoor zowel de Intergasketel als voorhet tapwatersysteem geschiedenautomatisch. Daardoor meer comfort.En een zeer hoog rendementvan de hele CV-installahe.r? Intergaspastal jarenlangeenspaarregeling toe op het warmwater-systeem.Deze schakelt het systeem uit ophet moment, dat er geen warm waternodig is, b.v. s nachts of bij langeafwezigheid.D. Voor het tapwater wordt deIntergasketel laag gestookt. Dit heeftgeringe stilstandsverliezen tot gevolg.0? Door het laag stoken van deketel ontstaat er minder kalkaanslagop de tapspiraal.Dit resulteert in een blijvendsnelle warmte-overdracht en blijvendminder gasverbruik./. Het unieke Intergas regelsystecmzet automahsch de circulatiepomp afwanneer het ketelwater is afgekoeld.Dat spaart heel wat electriciteit.Diverse instellingen hebben deIntergas Combi uitvoerig getest.Rapporten van T.N.O., VW.O. en V.E.G.liggen ter inzage.Verdere documentatie eninlichtingen kunt u krijgen via uwgrossierofbijde producent:Gebr. van de WeleringMetaalwaienfabriek B.V., de Holwert I,Coevorden, tel. 05240-2345, telex 42355.Intergas.De daadwerkelijkeenergiespaarder.AANNEMINGSBEDRUFEINDHOVEN-SONBOUWERS SINDS 1873telefoon 04990-4535Voor Uw -- Utiliteitswerken-- Renovatie-- OnderhoudswerkenDEELNEMERdeelnemer van deStichting BouwgarantieUtiliteitswerkenbestemmingsplan?uitbrcidingsplan?renovatie project?WIJONTWERPEN!Uw richtlijnen, uw streefdata en budgetzijn voor ons voldoende om uw plannente gaan vormgeven en/of uitwerken.Dat kan een schoolcomplex zijn,een kantoorgebouw, winkelcentrum ofwoonwijk. Daarbij zowel technisch enfinancieel, als ekonomisch en creatief ver-antwoord. Op elk niveau kunnen wij alsdeskundige gesprekpartners optreden.Jansson Partners; niet te groot voor hetkleine projekt, niet te klein voor hetgrote projekt.Praktijkvoorbeelden laten wij u graag zien.Jansson Partners B.V. (v/h architekten-bureau ATHO B.V.) Krugerlaan 40, GoudaTel. 01820 - 13200, Telex 27486^) tevens vestiging in Luxemburg.lil,V"tdienst bouwtoezicht enwoningvoorziening vraagthoofdvoor de afdelingen woningtoezicht en huisvesting/huursubsidie.Deze functie zal vacant komen als het voornemen van het College vanBurgemeester en Wethouders tot uitbreiding en reorganisatie van dezedienst wordt geeffectueerd.De dienst bouwtoezicht en woningvoorziening zal dan bestaan uit dehoofdafdelingen bouwtoezicht -- woningtoezicht en huisvesting/huur-subsidie -- milieuzaken/hinderwet -- belasting onroerend goed.De taken van de afdelingen woningtoezicht en huisvesting/huursubsidieliggen voornamelijk op het gebied van resp. de actieve woninginspectie,stadsvernieuwing, logeerinrichtingen, woningverbetering, medewerkingin projectgroepen enz., alsmede op het terrein van de uitvoering vande Woonruimtewet en de behandeling van aanvragen op grond vanfinanciele rijksregelingen voor huursubsidie, krotopruiming enz.De aan te trekken fianctionaris zal met de 3 andere afdelingshoofdenen de directie de staf van de dienst vormen.Taak:-- het begeleiden, coordineren en stimuleren van de werkzaamheden opde afdelingen;-- het bestuderen, analyseren en opstellen van nota's en rapporten tenbehoeve van de inbreng van de dienst bij het beleid van het gemeente-bestuur;-- het vertegenwoordigen van de dienst in werk- en projectgroepen;-- het als staffunctionaris adviseren van de directie.Hij zal zijn werkzaamheden in nauwe samenwerking met de chefs vande afdelingen woningtoezicht en huisvesting/huursubsidie moetenuitvoeren.Vereist:-- een voltooide academische opleiding of tenminste het bezit van hetdiploma GA-II/HBA of een daarmee gelijk te stellen opleidings-niveau;-- een ruime ervaring en bekendheid met de toepassing van deregelingen op het gebied van de volkshuisvestmg;-- zeer goede schriftelijke en mondelinge uitdrukkingsvaardigheid;-- leidinggevende capaciteiten;-- goede contactuele eigenschappen.Salaris:afhankelijk van o.m. opleiding en ervaring nader overeen te komen.Een psychologisch onderzoek maakt deel uit van de selectieprocedure.De gemeente kent uitstekende arbeidsvoorwaarden, zoals een welvaarts-vast pensioen, een gunstige ziektekostenregeling en de mogelijkheidvan een vast dienstverband.Hebt u belangstelling voor deze nieuwe en interessante functie,zendt u dan binnen tien dagen een sollicitatiebrief -- met vermeldingvan vacaturenummer 74/250 aan de directeur van de centrale dienstpersoneelszaken, Broerenstraat 39 te Arnhem.gemeente arnhemsneekNOORDER STRAATMAKERSBEDRIJFRIENSTRAWITE JOFFERSWEI 8, JUTRIJP, TELEFOON 05154-2668ik WIJ WERKEN VOOR GEMEENTE, PARTICULIERENAANNEMERS EN BOUWVERENIGINGENVERHUUR VAN TRIL- EN SCHRAPMACHINESK>de rijksoverheid vraagtwetenschappelijk medewerkerplanolOgie (mnl./vrl.)voor het Ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygienet.b.v. het Directoraat-Generaal voor de Milieuhygiene,Afdeling Ruimtelijke Ordening en WoonhygieneTaak: meewerken aan de totstandkoming en uitvoering vanwettelijke maatregelen op het gebied van de milieuhygiene,voorzover hierbij ruimtelijke ordeningsaspecten een rolspelen; entameren van beleidsrelevant onderzoek op dotterrein van de milieuhygiene, dat raakvlakken heeft met deruimtelijke ordening; ontwikkelen van criteria en richtlijnen,die gehonteerd kunnen worden in het kader van deruimtelijke ordening met het oog op het bewerkstelligenvan een milieuhygienisch verantwoorde situatie; voerenvan deportementaal en interdepartementaal overleg;uitbrengen van adviezen aan de leiding van het departe-ment, aan de regionale inspecteurs van de volksgezondheidbelast met het toezicht op de hygiene van het milieu enaan anderen; bestuderen en volgen van ontwikkelingen ophet onderhavige terrein; opstellen van nota's inzakeministerraadstukken, kamervrogen, begrotingsstukken e.d.Vereist: voltooide universitaire opieiding; ervaring op hetgebied van de planologie; ervaring op het gebied van demilieuhygiene strekt tot aonbevejing.Siandplaats: Leidschendam.Solaris: ofhankelijk van'opieiding en ervaring max. f 5639,-per maand.Sollicitaties inzenden voor 31 december 1977.Bovengenoemd salaris is exclusief 8% vakantie-uitkering.Schriftelijke sollicitaties onder vermelding van vacaturenummer7-3392/1510 (in linkerbovenhoek van brief en enveloppe), zenden aan deRiiks Psycliologische Dienst, Prins Mauritslaan 1, Corr. adres:Postbus 20013, 2500 EA 's-Gravenhage.bureau voor stedebouwen ruimtelijke vormgevingir. W. Wissing b.v.vraagt:a. een stedebouwkundig medewerkerop H.T.S.-niveau, waarbij het bezit vande applicatiecursus stedebouwkundigetechniek tot aanbeveling strektb. een stedebouwkundig medewerkermet bouw- en/of stedebouwkundigetekenervaringc. aankomend stedebouwkundig teke-naarwaarbij ervaring tot aanbeveling strektOns bureau advlseert een groot aantal grote en kleine gemeentenomtrent alle problemen, welke zich op planologisch gebied kunnenvoordoen.Ook advlseert zij ons architectenbureau, met betrekking tot de directewoonomgeving en de saneringsproblematiek.Ons bureau kent ultstekende sociale voorzieningen en overige ar-beidsvoorwaarden.Sollicitaties te richten aan:bovengenoemd bureauKruidentuin 5, Barendrechtitel. 01806-3144),.v.lcetelslthermog?azu ^^ B^SB.V.CENTBW.E H^pgemeentedordrecht]Op de afdeling Ruimtelijke Ordening en Openbare Werken van degemeentesecretarie is in de sector Stadsvernieuwing de aanstellingmogelijk van eenmedewerk(st)erDe werkzaamheden van deze functionaris richten zich in hat bijzon-der op de bestuurlijke en programmatische aspecten bij de ontwik-keling van stedebouwkundige plannen voor de binnenstad. Hij/zij zai-- na een inwerkperiode -- daartoe in een aantal projectgroepen eenbijdrage moeten kunnen leveren.Voor deze functie is vereist:-- een vergevorderde studie voor G.A.-II of een andere daarmedevergelijkbare bestuursrechtelijke vorming;-- enige praktijkervaring met stadsvernieuwingsprocessen;-- goede redactionele en contactuele vaardiglieden.Met aanvangssalaris tot maximaal / 41 37 -- per maand is afhanke-lijk van capaciteiten en ervaring.Voorts gelden de bij de overheid gebruikelijke secondaire arbeids-voorwaarden zoals 8% vakantietoelage, I.Z.A.-ziektekostenverzeke-ring en een gunstige studiefaciliteitenverordening.Inlichtingen omtrent deze functie kunnen worden ingewonnen bij deheer J. H. Brijggemann, chef van het bureau ruimtelijke ordening,telefoon 078-30000 toestel 2210.Sollicitaties, onder vermelding van vacaturenummer 24/41, binnen 14 dagen te riciiten aande Gemeentesecretaris, Stadskantoor, Spuiboulevard 300, Dordrecht.mETRflLBEDRUF J POmP/TRRstaalkonstrukties -- hekwerkenrechte trappen en spiltrappenstalen ramen en deuren -- machine reparaties INDUSTRIEWEG 11OLDEMARKTTELEFOON (05615) 3 95 - 4 01Orgaan van hetNederlands Imtituut voorRuimtelijke Ordening en VolkshuisvestmgUitgave van Samsom UitgeverijAlphen aan den RijniSe jaargang, nr. 12maandblad, december 1977l?jRedactie Ir. R.M.Th. AdriaansensDrs. H. van der CammenMr. J.H. EngelDrs. A. EvertsIr. G.J. KlerksDrs. R. KokMr. A.M. Schaap-DubbelboerDr. N.C. SchoutenIr. W. WissingAdres voor Redactie en Abonnementen van Speykstraat 25, Den HaagTelefoon 070-390121Postgironummer 29080Advertenties Bureau Van Vliet b.v., ZandvoortBurg, van Fenemaplein 19, Postbus 20Telefoon 02507-4745"DenhraamArtikelenKroniek en kommentaarNieuwe boekenMededelingen604605611618626632636641643646647649InhoudDen Haag Vandaag, drs. A. EvertsVestigingsfaktoren en ruimtelijk beleid, prof. ir. N. A. de BoerOver ruimtelijke ongelijkiieid en stadsvernieuwing; enkele kanttekeningen, prof. dr. J. BuitDe waardering van de woonomgeving in nieuwe woonwijken, drs. K. BrouwerWonen in nieuwe stadsuitbreidingen, M. TackenSpanjaard-Borne. Studie tot omvorming van een fabriekscomplex tot woongebied, H. C.MethorstDe Volkshuisvesting in de Rijksbegroting 1978, drs. T. K. HubnerNieuws van de Raad van Advies voor de Ruimtelijke OrdeningGriekenland, ir. J. PetriRijksdienst voor de Monumentenzorg: Kunstreisboek voor Nederland, drs. P. NijhofJ. V. Ferreira &: S. S. Jha: The Oudook Tower, Essays in memory of Patrick Geddes, H. SchenkRecrificatie, Benoeming adjunct-directeur, Reacties op Nota Landelijke Gebieden, Discussiedr. W. J. Bruyn--drs. H. van der CammenLosse nummers f 8,50603 Stedebouw en Volkshuisvestmg, december 1977DenkraamDen Haag VandaagDe Zwitser Jorg MuUer is niet alleen een begaafd tekenaar, hij istevens door middel van zijn prentenseries een boeiend verteiler.Door een stuk landschap of straatwand steeds vanuit dezelfde hoekte tekenen -- alleen het moment van opname wisselt -- noteert hijnauwkeurig de veranderingen die zich in een tijdsperiode van circa40 jaar hebben voorgedaan. Zo om de vijfjaar wordt de situatie op-nieuw vastgelegd.Wie de begin- en eindsituatie met elkaar vergelijkt komt al gauw totde conclusie dat er lets catastrofaals is gebeurd. De oorspronkelijkeoverzichtelijk en gemoedelijk aandoende omgeving is veranderd ineen kille structuur van beton en neon; de eenling, de menselijkemaat is uit het beeld verdwenen. Wie echter bij het bekijken van deprentenserie de juiste volgorde aanhoudt wordt lets milder gestemd.Waar precies ging het verkeerd ?Bij de schaalvergroting in de detailhandel ? De verbreding van hetstraatprofiel om de doorstroming voor het verkeer te vergemakke-lijken ? Ol was het misschien de aanleg van de metro en de bouw vankantoorpanden die de definitieve omslag ten kwade veroorzaakten ?Dat het eindbeeld zoals Miiller dat schetst niet overdreven is zalieder beamen die steden als Basel, Zurich, Lausanne en Geneve uiteigen aanschouwing kent. En dan te bedenken dat ook de situatiedie we thans aantreffen in de komende jaren nog drastisch zal ver-anderen.Zou die onvrede 40 jaar geleden ook hebben bestaan?Hoe dachten met name de ouderen van toen over hun woonomge-ving ? Misschien hebben zij hun woonstraat nog gekend als bouw-land en hebben de veranderingen rond de eeuwwisseling voor henook niet gebracht wat zij er oorspronkelijk van dachten. Spelen methet historisch perspectief blijft boeiend, zij het niet van gevaar ont-bloot.Op de meest landinwaarts gelegen oude duin- en strandafzettingenin Nederland komt als natuurlijke vegetatie het gemengde naald- enloolbos voor. Op een enkele plaats is dit nog te zien. Even ten noor-den van het nieuwe Centraal Station in Den Haag staat, op de randvan de voormalige strandvlakte, een oude beuk. Aan zijn voet ligteen berg puin, rondom staan geparkeerde auto's die slechts be-reikbaar zijn via een modderig pad bezaaid met kuilen en illegaalgestort huisvuil. De beuk heeft de ongelijke strijd opgegeven.Zijn dode takken steken scherp af tegen de sombere herfsthemel, hetis also! hij zich met opgeheven armen gewonnen heeft gegeven.Op korte afstand bewegen andere armen. De armen van de bouw-kraan van het complex "Babylon". Ruim 25.000 m^ kantoor- enwinkelruimte op een steenworp afstand van het nieuwe station.In deze omgeving voltrekken zich binnen een periode van enkelejaren de veranderingen die Jorg Miiller in ruim 40 jaar optekent.Waarom zou toch gekozen zijn voor die naam Babylon? Het ver-haal uit Genesis 11 zal toch wel bekend zijn geweest; een toren vanBabel bouwen, lets groots beginnen dat niet is te volvoeren. Maarook de verwarring onder de torenbouwers; men verstaat elkaarniet meer. De woorden van de voetganger en de fletser worden indit gebied niet meer begrepen, zoals evenmin de stem van de natuurin deze steenwoestijn wordt gehoord.Als sneeuw in het firnbekken verzamelen sneltrein, sprinter, inter-city, streek- en stadsbus en straks SchiphoUijn zich in het inwendigevan het stationscomplex. In de vorm van viaducten wordt het aan-bod er als een gletscher weer uitgeperst. Als restbergen staan stuk-ken oude bebouwing in het landschap; woningen waarvan de ont-eigening moeilijk verloopt, de overblijfselen van het voormaligstratenpatroon.Kennelijk om het geheel nog lets menselijks te verlenen zijn een aan-tal woningen in het plan opgenomen. Gedrukt tegen het trace vande Utrechtse baan, die ter plaatse is verzonken in een open betonnenbak, zijn ze in uitvoering genomen.Intrigerend door het onalledaags karakter. Spottend met de eisenuit het Wetsontwerp Geluidhinder ?Gaat de onrwikkeling hier te snel, is de schaal te groot of zijn we erniet aan gewend ?Toen Den Haag C.S. het feest vierde van "station van de week",viel ook een oude stoomlocomotief te bezichtigen. De belangstel-ling daarvoor was overweldigend, vooral van de zijde van de jeugd.Waarom is dat toch ? Trekt misschien de zichtbare zorg die is be-steed aan het detail ol is het de algeineen romandsche hang naar hetverleden ?Of komt het misschien omdat men niet weet wat het betekent omals stoker op zo'n loc te moeten staan met een vuil gezicht en hetvoortdurende gevaar een zware bronchitis op te lopen ?De prenten van Miiller zijn ook in figuurlijke zin vanuit een zelfdehoek opgetekend. De hoek waarin het moderne kille wordt verwor-pen en het ouderwets gemoedelijke wordt verheerlijkt. Hier en daarte opvallend gebracht, op een enkel punt misschien zelfs onjuist,maar voldoende waar om ons aan het denken te zetten.A. Everts604 Stedebouw en Volkshuisvesting, december 1977Vestigingsfaktoren en ruimtelijk beleidprof. ir. N. A. de Boer'Wie een gebouw wil stichten, een ter-rein wil inrichten of een verbinding wilaanleggen, is er op uit dat te doen opeen goede plaats waar hij tegen hetlicht van de kosten goede resultatenmag verwachten. Hij wil bepaaldeaktiviteiten tot hun recht laten komenen stelt dus eisen aan de vestigings-plaats van zijn ruimtelijk objekt'). Inhoeverre aan die eisen voldaan wordtis afhankelijk van veel omstandig-heden en van de vraag hOe de initia-tiefnemer met geld en goede argumen-ten die omstandigheden naar zijn handweet te zetten.Bij het kiezen van een goede plek on-dervindt hij wellicht dat mededingersaanspraken laten gelden op dezelfderuimte; in elk geval gaat het om gronddie in gebruik is. Maar niet alleen degebruikers, ook anderen ondervindende gevolgen van een nieuwe bestem-ming.Naast de vestigingsplaatseisen die ge-richt zijn op het verwezenlijken van debedoeling met het projekt, krijgen wete maken met de voorwaarden vanuitde samenleving. Daarmee wordt heteen onderwerp van ruimtelijk beleid.Elk projekt vraagt een standpunt enmeestal een beslissing van de overheid.Als het om projekten gaat van natio-nale strekking, ligt de verantwoorde-lijkheid in eerste aanleg bij de rijks-overheid. Regionale en lokale projek-ten vallen onder de zorgen van pro-vinciale en gemeentelijke besturen.Dat er op dit punt -- het toedelen vanverantwoordelijkheden en bevoegdhe-den aan de drie bestuurslagen -- in onsland een onbevredigende toestand be-* Buitengewoon hoogleraar stedebouwkundeTechnische Hogeschool Delftstaat blijft hier verder buiten beschou-wing, al wordt een zuivere afwegingvan vestigingsfaktoren er wel doorbelemmerd.Het stichten van industriekomplexenen kantoorgebouwen kan hoe langerhoe minder geregeld worden in eenonderonsje tussen bewindslieden enondernemers. Bij het aanleggen vanwegen en zelfs bij de bescherming te-gen overstromingen is de technocratiedoorbroken: de adviezen van deskun-digen zijn niet langer doorslaggevend.De publieke opinie kontroleert scherp.Het moet trouwens heel gewoon zijndat bestuurders elk projekt toetsen aanhun eigen politieke beleid, zich orien-teren bij hun eigen politieke achterbanen nagaan wat er omgaat in de samen-leving. Wat dat laatste betreft: aktie-groepen en pressiegroepen zuUen datwel duidelijk maken, nodig of niet.De overheid is geroepen tot afweging. De vraag is steeds, in hoeverre de be-doelingen met het projekt aansluitenbij de beleidsdoelen. De verlangensvan verschillende zakelijke en niet-zakelijke belanghebbenden zullen debesluitvorming beinvloeden. Ze lopenvaak uiteen en ook de raadgevingenvan de beleidsadviseurs zijn niet altijdeenstemmig.In dit artikel houden we ons bezig metde afweging van vestigingsfaktoren tenbehoeve van het ruimtelijk beleid. Wezullen daarvoor een kontroleerbareaanpak ontwikkelen. Die is broodno-dig. Maar toch, ook als er een goedtoetsingssysteem gebruikt wordt, blijfthet nemen van beslissingen per pro-jekt een hachelijke zaak; in de ruimte-lijke ordening zijn plannen als integra-tiekaders onmisbaar.BedrijfsvestigingAls voorbeeld nemen we de stichtingvan een industrieel bedrijf. Het is nietde bedoeling een bepaald projekt tebehandelen, het gaat er vooral om eengroot aantal vragen op te roepen metbetrekking tot een vestiging die duide-lijk invloed uitoefent op het reilen enzeilen van de gemeenschap, in onsgeval de plaatselijke gemeenschap. Wegaan dan ook niet verder dan de aan-kondiging dat het om een "betrekke-lijk grote" fabriek gaat bij een"middelgrote stad". We zullen zelfs inhet midden laten of de gemeente overeen industrieterrein beschikt of eenplan daarvoor.Het voorbeeld van de betrekkelijkgrote fabriek heeft een paar belang-wekkende kanten. De overheid heeftnauwelijks instrumenten om industrie-le werkgelegenheid "ruimtelijk teordenen". Dat beinvloedt de onder-handelingspositie (ook) van het plaat-selijk bestuur. Na de oorlog zijn metsubsidies en andere faciliteiten in aller-lei gemeentes met grote geestdrift be-drijven binnengehaald terwille van dearbeidsplaatsen. De strukturele werk-loosheid maakte de bestuurders somsweinig kieskeurig en in heel watgevallen is de oorspronkelijke geest-drift getemperd door kwalijke kantenvan de welvaartsbronnen. Nu erweer grote behoefte is aan nieuwe ar-beidsplaatsen, mogen we een wat kriti-scher instelling verwachten en dan iseen inzichtelijke, kontroleerbare be-sluitvorming noodzakelijk.We zullen nu de vestigingsfaktoren be-lichten, maar omdat het hier een zovaag begrensd voorbeeld betreft enhet bovendien niet in de bedoeling ligteen volledige toetslijst te ontwikkelen.605 Stedebouw en Volkshuisvesting, december 1977vestigingsfaktoren en ruimtelijh beleidkunnen we beter spreken over over-wegingen. We geven eerst onderwer-pen weer die het bedrijf direkt rakenen wel vanuit vier gezichtspunten.Vestigingsoverwegingen vanuit het bedrijf(aspekten)A. Bij de vesdgingsplaatskeuze voorde fabriek zijn de aanwezigheid vanarbeidskrachten en de mogelijkheid zevan elders aan te trekken van belang.De behoeften van het bedrijf kunnenuiteenlopen van goedkope, onge-schoolde krachten tot technische spe-cialisten. De toekomstige werknemerszelf willen een behoorlijk inkomenverwerven, ze zullen zich afvragen inwelke arbeidsomstandigheden ze te-recht komen en hoe ze zich binnen hetbedrijf kunnen ontwikkelen.B. Voor de bouw van een fabriek ishet niet onverschillig in welke toestandde beschikbare terreinen zich bevin-den; de bodemgesteldheid; de water-huishouding. Ook de uitbreidingsmo-gelijkheden zullen tellen, evenals debereikbaarheid, de aan- en afvoermo-gelijkheden en de toevoer van water enenergie.C. De bedrijfsleiding zal de eigen eko-nomische doelen van het bedrijf terplaatse zo goed mogelijk willen ver-wezenlijken. Verschillende omstandig-heden kunnen produktie en transportbe'invloeden.D. Bij het ontwerpen van gebouwen,installaties en terreinen en bij de plan-matige voorbereiding van financie-ring, uitvoering, gebruik en beheer, isde inschakeling nodig van interne enexterne adviseurs en de medewerkingvan overheidsinstanties.Deze overwegingen die betrekkinghebben op de deelnemers, de terrein-gesteldheid, de eigen ekonomischedoelen en ontwerp en verwezenlijkingraken het bedrijf rechtstreeks. Er zijnuiteraard meer onderwerpen die dedirektie in haar overwegingen moetbetrekken.Vestigingsoverwegingen vanuit het bedrijf(kategorieen)1. De aanwezigheid van grondstoffenin de bodem of van koelwater is voorsommige bedrijven doorslaggevend.2. Strenge veiligheidseisen kunnentot onaantrekkelijke kostenverhogingvan de produktie leiden, indirekte kos-ten als bijvoorbeeld bufferzones of ge-luidwallen aangelegd moeten worden.3. De aard van het vestigingsklimaatkan van plaats tot plaats verschillen.Enkele bedrijven zijn gevoelig voor hetprestige van de vestigingsplaats als zevrezen of wensen dat de afnemers denaam van het produkt met de reputa-tie van de stad vereenzelvigen.4. Een aantrekkelijk woonmilieu isevenals5. een grote verscheidenheid aanvoorzieningen van belang voor hetaantrekken en binden van (hoger)personeel.6. Er kan behoefte zijn aan toeleve-ringsbedrijven ter plaatse, aan bedrij-ven die produkten afnemen en aandienstverlenende bedrijven voor on-derhoud en reparatie, transport, ad-ministratie en financiele zaken.7. Bovendien zullen de transportmo-gelijkheden te water, over de weg enper spoor in beschouwing worden ge-noinen.De onderwerpen die hier aangevoerdzijn raken talrijke sektoren van hetmaatschappelijk leven. De lokale over-heid kan daar niet om heen. De be-leidsadviseurs, de bedrijfsdirektie, devakbonden, de Kamer van Koophan-del, de milieugroepen zullen hun op-vattingen naar voren brengen en diehoeven niet gelijkluidend te zijn.We gaan nu over tot de vraag wat hetgemeentebestuur in de besluitvormingmoet betrekken. Ook hier geen toets-lijst (in Nederland meestal checklistgenoemd), maar overwegingen; ze gel-den beslist niet allemaal voor elke be-drijfsvestiging. Het is een poging omin zeven kategorieen steeds vier aspektenin het vizier te krijgen.Vestigingsoverwegingen vanuit de gemeente(kategorieen/aspekten) ;1. ABC Ook als het bedrijf geen na-tuurterrein in beslag neemt, kunnener aantrekkelijke natuurlijke elemen-ten ten offer vallen, trouwens ook invisueel opzicht kan een industrieelkomplex de belevingswaarde van eenlandschap ernstig aantasten. Dan is erde kans op verontreiniging van bo-dem, water en lucht, wellicht op ont-trekking van grondstoffen aan debodem en het gebruik van opper-vlaktewater als koelwater. Tegenmaat-regelen en kompensatie gaan geld kos-ten, voor wie dan ook.2. ABC Het bedrijf kan gevaar op-leveren (explosie, brand, ziekte) enhinder veroorzaken (stank, roetneer-slag, lawaai, horizonvervuiling). Datvraagt misschien ruimtelijke ingrepen:de aanleg van bufferzones of wallen.In elk geval brengen veiligheidsmaat-regelen kosten met zich.3. ABC De vestiging van een rela-tief groot bedrijf met de nevenont-wikkelingen kan de bevolkingsomvangen -samenstelling veranderen. Hetgebouwenkomplex moet een goedeplaats krijgen in het stedelijk en land-schappelijk geheel. Belangrijk is inhoeverre de nieuwe fabriek de wel-vaart ter plaatse bevordert.4. ABC Nieuwe bevolkingsgroepen,waaronder wellicht buitenlandse ar-beiders, vragen huisvesting. Versnel-ling van de woningbouwprogramma'smaakt het nodig dat nieuwe bouwter-reinen aan snee komen. Als bij eengrote vestiging snel belangrijke aan-tallen woningen ter beschikking moe-ten komen, kan dat de prijzen be-invloeden.606 Stedebouio en Voikshuisvesting, december 1977vestigingsfakloren en ruimlelijk beleid5. ABC Het bedrijf kan een beroepdoen op uiteenlopende plaatselijkevoorzieningen. Uitbreiding van hetverzorgingsapparaat is misschien ge-wenst zoals op het gebied van scho-Hng en omschohng. De bedrijfsvesti-ging kan uiteraard een impuls beteke-nen voor konimerciele en niet-kom-merciele instelHngen.6. ABC Een belangrijke vraag is, inhoeverre de nieuwe arbeidsplaatseninspelen op de kapaciteiten en de am-bities van de beroepsbevolking. Er isbedrijfsterrein nodig. Sommige dienst-verlenende bedrijven krijgen een gro-tere bestaanszekerheid (als het nieuwebedrijf tenminste stabiel bHjkt). Hethele bedrijfsklimaat kan gunstigerworden, maar de komst van weer nieu-we bedrijven betekent een konkurre-rend beroep op de arbeidsmarkt.7. ABC Het nieuwe bedrijf maaktgebruik van de bestaande verbindin-gen. Misschien moet de kapaciteit ver-groot worden of is de aanleg noodza-kelijk van spoorwegraccordementen ofeen insteekhaven. Dat roept de vraagop wie de kosten moet dragen; het istrouwens ook mogeHjk dat een be-staande weg, spoorHjn of vaarweg nupas nut zal afwerpen.1-7. D Bij al deze punten zijn voor-schriften en regehngen in het geding.Het gemeentebestuur neemt allerleimaatregelen en houdt zich bezig metplannen voor (1) de uitbreiding van deafvalwaterzuiveringsinstallatie en (2) deaanleg van een bufferzone. Het moet(3) de nevenontwikkehngen van de be-drijfsvestiging en de ruimtehjke gevol-gen opsporen. Het moet projektenontwikkelen voor (4) woningbouw, (5)de uitbreiding van voorzieningen, (6)het bouwrijp maken van industrieter-rein en (7) de ontsluiting daarvan.Natuurhjk zijn er gevallen waarin eengemeentebestuur gemakkeHjk tot dekonklusie kan komen dat een bedrijfongewenst is of omdat de bestuurderseen te sterke aantasting van het miheuverwachten, of omdat het peil van dearbeidsplaatsen te laag ligt ten opzich-te van de scholingsgraad van de be-roepsbevolking. Het kan ook voorko-men dat sommige groepen uit de ste-delijke gemeenschap het bedrijf metopen armen willen ontvangen terwijlandere het met stelligheid afwijzen.Hoe de kaarten ook liggen, het is no-dig dat het voor het gemeentebestuurzelf duidelijk is hoe het zijn verant-woordelijkheid waar moet maken endat de bevolking inzicht krijgt in dewijze waarop de standpuntbepalingdoor haar vertegenwoordigers plaats-vindt. Daartoe dient dan het toetsings-schema.VestigingsfaktorenIn de reeks van vestigingsfaktoren vanuitde gemeente hebben we -- soms gefor-ceerd -- in zeven kategorieen steedsvier aspekten aan de orde gesteld.We gaan ervan uit dat veel aktivitei-ten in de verschillende beleidssektorenA sociale en kulturele welzijnsaspektenhebben, B ruimtelijke aspekten, C eko-nomische aspekten en D organisato-rische en technische, waaronder be-stuurlijke, aspekten die invloed heb-ben op de situering van een ruimtelijkobjekt^).De beleidssektoren hebben we in zevenkategorieen gebundeld. Ze behelzen 1de zorg om het leven in het algemeen,2 om het veilig leven van de mens en 3de integratie van menselijke aktivitei-ten in nederzettingenpatronen, aktivi-teiten die ook afzonderlijk aandachtvragen, namelijk 4 wonen, 5 gebruikmaken van voorzieningen, 6 werken en7 onderhouden van betrekkingen entransporteren van goederen, stoffen enenergie.Bij de bedrijfsvestiging kregen we duste maken met: (zie rechts boven)De vestigingsplaatskeuze voor de fa-briek riep een groot aantal vragen op.aspekten in kaleeoneenA bevolkings-konditiesB gesteldheid vanhet gebiedC ekonomischekondidesD organisatorischekondides1 natuurlijk milieu2 bescherming tegengevaar en hinder3 nederzettingenpatroon4 woongelegenheid5 voorzieningen6 werkgelegenheid7 verbindingenDe afweging wordt betrekkelijk een-voudig als de gemeente beschikt overeen toereikend struktuurplan. Danheeft namelijk een dergelijke afwegingal plaats gehad en zijn "op goedegronden" bedrijfsterreinen aangewe-zen. Zulke toereikende struktuurplan-nen zijn heel schaars.Een afweging van vestigingsfaktorenblijft zoals begrijpelijk niet beperkttot fabrieken en evenmin tot nieuweobjekten: ook op de aanpassing vanbestaande is de afweging van toepas-sing. Verder moeten niet alleen de lo-kale projekten (struktuurplannivo) ge-toetst worden maar ook de nationale,de regionale (streekplannivo) en, aande andere kant, de sublokale (bestem-mingsplannivo).De problemen die ruimtelijke objek-ten ondervinden en veroorzaken lo-pen sterk uiteen en de zwaartepun-ten liggen verschillend. De onderwer-pen bijvoorbeeld bij de aanleg van eenautosnelweg liggen sterker gespreidover de zeven kategorieen dan die bijde bouw van een museum. Bij dat mu-seum zuUen we in ettelijke kategorieenhelemaal geen vragen opwerpen (maarhet is fout nog langer te doen alsofvestigingsfaktoren bij zo'n instellinggeen rol spelen).607 'Stedebouw en Volhshuisvesting, december 1977vestigingsfaktoren en rmmtelijk beleidHoe dan ook, voor elk projekt zijn vanbetekenis:A. aantal, aard en verwachtingspa-troon van de deelneniers aan de akti-viteiten;B. aard, omvang en ligging van hetruimtelijk objekt;C. ekonomische doelen van het pro-jekt enD. ontwikkeling van het projekt.(VergeHjk: vestigingsoverwegingen vanuithet bedrijf (aspekten)).Deze onderwerpen laten de overheidniet onverschilhg. Maar vooral de wis-selwerking van het objekt met de om-geving is voor het ruimtehjk beleidvan belang. Om de invloeden die eenobjekt uitoefent en ondergaat te signa-leren en af te wegen is het schema Toet-sing vestigingsfaktoren ontwikkeld. In hetschema wordt elk projekt getoetst inalle kategorieen waarbij alle aspektenin acht genomen worden: 28 pro-bleemvelden. Bij talrijke projektendoen zich in een aantal velden geenproblemen voor, bij sommige volgt uitde konfrontatie met een van de veldenal een veto. In beginsel vraagt de toet-sing echter een bestuurlijk standpuntin elk probleemveld (ook "niet ter za-ke" is een standpunt). Deze standpun-ten worden in een onderlinge afwe-ging betrokken nadat er een bepaaldgewicht aan is toegekend. Op deze wij-ze is een zindelijke besluitvorming mo-gelijk.De hiervoor opgesomde reeksen vesti-gingsoverwegingen vanuit het bedrijf (kate-gorieen) en vanuit de gemeente (katego-rieen/aspekten) waren uit het schema af-geleid. Bij de laatste is, zoals we al op-merkten, getracht binnen alle katego-rieen de vier aspekten te belichten.Schema Toetsing vestigingsfaktorenWelke invloed oefent het ruimtelijkobjekt/oefenen de onder te brengenaktiviteiten uit op:Welke invloed ondervindt het ruimte-kategorieen aspekten1 natuurlijkmilieuA behoefte aan natuurlijk milieuB aanwezigheid en toestand van grond, lucht, water, planten- en dieren-wereld; ruimtelijke objekten t.b.v. natuurlijk milieuC kosten en rendement van ruimtelijke objekten en maatregelen t.b.v.natuurlijk milieuD voorschriften, maatregelen, ontwikkeling van projekten t.b.v. natuurlijkmilieu2 beschermingtegengevaar enhinderA behoefte aan ruimtelijke objekten en maatregelen tegen gevaar en hinderB aanwezigheid van ruimtelijke objekten tegen gevaar en hinderC kosten en rendement van ruimtelijke objekten en maatregelen tegengevaar en hinderD voorschriften, maatregelen, ontwikkeling van projekten tegen gevaar enhinder3 nederzet-tingenpatroonA bevolkingsaantal en -samenstelling; behoefte aan ontplooiing enidentifikatieB stedebouwkundige en landschappelijke strukturenC landelijke, regionale en lokale ekonomische ontwikkelingD ruimtelijke voorschriften en maatregelen, ontwikkeling van projekteni.v.m. stedebouwkundige en landschappelijke strukturen4 woon-gelegenheidA behoefte aan woningen (aantal en verscheidenheid) en woonmiheus(verscheidenheid)B beschikbaarheid en ligging van woningen en woningbouwterreinenC prijzen van woningen en woningbouwterreinenD ontwikkeling van projekten i.v.m. het woningbestand5 voorzie-ningenA behoefte aan voorzieningen (aantal en verscheidenheid)B beschikbaarheid en ligging van voorzieningen en bouwterreinen voorvoorzieningenC rendement van voorzieningenD ontwikkeling van projekten i.v.m. het voorzieningenapparaat6 werk-gelegenheidA behoefte aan arbeidsplaatsen (aantal en verscheidenheid)B beschikbaarheid en ligging van werkgelegenheid/bedrijfsterreinenC ontwikkeling werkgelegenheid als welvaartsbronD ontwikkeling van projekten i.v.m. de werkgelegenheid7 verbin-dingenA behoefte aan verplaatsingen (aard en aantal)B beschikbaarheid en kapaciteit van verbindingen; tracesC rendement van verbindingen, leidingen en vervoersvoorzieningenD ontwikkeling van projekten i.v.m. verbindingen, leidingen en vervoers-voorzieningenlijk objekt/ondervinden de onder tebrengen aktiviteiten van: (zie boven)Betekenis en verwikkelingenHet toepassen van een afweegsysteemleidt niet ondubbelzinnig naar dejuiste oplossing, evenmin levert hetautomatisch alternatieven en varian-ten. De betekenis is dat de overheideen volledig pakket van problemenvoor het voetlicht kan brengen en instaat is zich rekenschap te geven vandie problemen. Ze kan haar stand-punten verantwoorden. De kontro-leerbaarheid is vooral van belang. Allegeinteresseerden kunnen aan de handvan hetzelfde schema nagaan of hunzakelijke en niet-zakelijke belangen de608 Stedebouw en Volkshuisvesting, december 1977vestigingsfaktoren en ruimtelijk beleidvereiste aandacht kregen, waar dat inde besluitvorming toe leidde en waar-om. Het weergegeven schema nioetenwe dan uitbouwen tot volwaardigetoetslijsten voor elk planniveau, maardat valt buiten het bestek van ditartikel.Een bijzondere situatie ontstaat als deoverheid haar eigen projekten toetst.Zij behartigt dan zowel de doelen vanhet projekt zelf als de belangen van desamenleving. Die kunnen uiteraardheel ver parallel lopen: in beginsel zetde overheid haar projekten op tendienste van de samenleving. Maar deoverheid bestaat uit bewindslieden meteigen portefeuilles, een eigen achter-ban en eigen voorkeuren en zij staan indienst van een veelkleurige samenle-ving. Een inzichtelijke, kontroleerbareafweging van vestigingsfaktoren blijfteen noodzakelijkheid, ook bij over-heidsprojekten.Bij ons voorbeeld, de bedrijfsvestiging,hebben we al vastgesteld dat deze aller-lei nevenontwikkelingen oproept diezich ontpoppen tot nieuwe ruimtelijkeprojekten. Die moeten dezelfde toet-sing doorlopen. Bovendien houdt hetgemeentebestuur zich in dezelfde pe-riode bezig met andere ruimtelijkeprojekten waarvan sommige weer metnevenontwikkelingen. De verwevingvan problemen die dan gaat optredenvraagt een planmatige aanpak.Wie nagaat hoe gemeentebesturen detoepassing van artikel 19 van de wet opde ruimtelijke ordening motiveren')krijgt niet de indruk dat een zorg-vuldige toetsing van vestigingsfaktorentot de vaste bestuurlijke gebruikenhoort. Het is inmiddels echter duide-lijk dat bestuurders en bevolking eeninzichtelijke afweging niet kunnenmissen. Maar uit het voorbeeld is ge-bleken dat niettemin zodanige verwik-kelingen kunnen optreden dat plannenvan ruimtelijke ordening nodig zijn alskaders voor ruimtelijke projekten.Dat is niet alleen van toepassing op ge-meentelijk beleid, het geldt ook voorprovincie en rijk. De zo belangrijkegemeentelijke en intergemeentelijkestruktuurplannen zijn echter ter nau-wernood voorhanden en de bestaandeschieten vaak te kort. Bij de streek-plannen is de situatie lets gunstigermaar ver van ideaal en wat de DerdeNota over de ruimtelijke ordening be-treft moeten we vrezen dat ze als kadervoor nationale projekten niet toerei-kend is.De beheersing van de ruimtelijke orde-ning op rijksniveau is overigens aan-zienlijk verbeterd door de procedurevan de planologuche kernbeslissing*). Zevoorziet in overleg, inspraak, koordi-natie van inspraak en onafhankelijkeadvisering. Dit alles kan uitmonden in,een politick bestuurlijke besluitvor-ming tegen de achtergrond van een af-weging van vestigingsfaktoren, maarhet heeft natuurlijk alleen zin als eenrelevante volledigheid wordt bereikt.Dat is wat ons toetsingssysteem be-oogt.Integratie van vestigingsfaktorenRuimtelijke ordening houdt zich bezigmet de inrichting van ons grondge-bied. Dat komt neer op een voort-durende /imnrichting door middel vanruimtelijke projekten. Voor deze ruim-telijke projekten gelden vestigingsfak-toren, niet alleen eisen die aan de ves-tigingsplaats gesteld worden om deeigen doelen zo goed mogelijk tekunnen verwezenlijken, ook voorwaar-den vanuit de samenleving en dat allesafgezet tegen de omstandigheden inhet gebied. Ruimtelijke ordening kort-om beoogt een integratie van vesti-gingsfaktoren.We gaan nu terug naar ons voorbeeld.Als het gemeentebestuur de bedrijfs-aktiviteiten wil toetsen aan het natuur-lijk milieu, is het in de eerste plaatsnodig dat de bestuurders een meninghebben over de wenselijke kwaliteitvan 1 het leefmilieu, anders valt erniets te toetsen. Zo zullen ze ook op-vattingen moeten hebben over de mate-waarin 2 gevaar en hinder toelaatbaarzijn en eveneens een visie op 3 de in-richting van de stad als geheel, 4 hetwoonmilieu, 5 het verzorgingsappa-raat, 6 de werkgelegenheid en 7 ver-voer en verkeer. Maar deze opvat-tingen samen vormen het uitgangs-punt voor het struktuurplan van degemeente. En dat is op zijn beurtweer het kader voor bestemmingsplan-nen, waaronder -- weer in verband metons voorbeeld -- dat voor het in-dustrieterrein.Meer algemeen: wat de overheid opgrond van haar verantwoordelijkheidbinnen uiteenlopende sektoren van hetmaatschappelijk leven wenselijk achtzal ze, voorzover de omstandighedendat toelaten, waar willen maken meteen beleidsinstrument. Voor het ruim-telijk facet van het beleid is dat hetplan van ruimtelijke ordening. Wespreken weer voor drie bestuurslagen,waarbij "plan" op rijksniveau vervan-gen wordt door "nota".Het wezen van planvorming is de kon-frontatie van bedoelingen met moge-lijkheden. Nu gaat het niet langer,zoals bij de afweging van vestigings-faktoren, om een projekt maar omalle relevant geachte aktiviteiten. Hetschema Toetsing vestigingsfaktoren krijgtnu een groter toepassingsgebied alsschema Ruimtelijke ordening. We vervan-gen echter de inleiding over de invloeddie het ruimtelijke objekt of de daarinonder te brengen aktiviteiten uitoefentof ondergaat. We vragen nu naar deinvloed van alle aktiviteiten binnen dezeven kategorieen, met inachtnemingvan de vier aspekten. Natuurlijk be-perken we ons tot aktiviteiten die ophet betreffende planniveau ruimtelijkter zake doen. We kunnen ze weerrubriceren volgens zeven bekende ka-tegorieen. I leven in het algemeen, IIveilig leven van de mens, III aktivitei-ten van de samenleving geintegreerden afzonderlijk: IV wonen, V gebrui-609 Stedebouw en Volkshuisvesting, december 1977vestigingsfaktoren en ruimlelijh beleidken van voorzieningen, VI werken enVII (zich) verplaatsen. Het schema zelfblijft ongewijzigd. Samenvattend: alleaktiviteiten binnen de groepen I -- VIIdie van belang zijn voor het plan wor-den getoetst aan de kategorieen 1 -- 7,met inachtname van de aspektenA - D.In de planvorming worden bestuurUj-ke bedoehngen steeds duidehjker ge-formuleerd en tenslotte gekwantifi-ceerd in wisselwerking met steeds die-per inzicht in de kondities binnen hetplangebied. In alle fasen van dit itera-tieproces kan het schema worden ge-bruikt. Hoe dit in de planvorminghanteerbaar moet worden gemaakt iseen ander verhaal. Hier volstaan weermee het verband te leggen tussen dewerkwijze bij het afwegen van vesti-gingsfaktoren en die bij het opstellenvan plannen van ruimtelijke ordening.SlotHet is niet verrassend als we vaststel-len dat het afwegen van vestigingsfak-toren een eenvoudige zaak is als er toe-reikende plannen van ruimtelijkeordening beschikbaar zijn. Deze plan-nen behelzen immers de integratie vanvestigingsfaktoren. Hoewel bij derangschikking van ruimtelijke objek-ten het bestemmingsplan het laatstewoord heeft is het grote belang van hetstruktuurplan voor de lokale ontwik-kelingen onmiskenbaar. Hetzelfdekunnen we zeggen van de betekenisvan het streekplan voor regionale ont-wikkelingen. Een belangrijke kant vandeze plannen is dat nationale projek-ten in het streekplan gekonfronteerdworden met de regionale kondities;nationale en regionale projekten wor-den in het struktuurplan getoetst aanlokale omstandigheden en voorwaar-den.Het is duidelijk dat de bestuurderseen toetsingssysteem bij de inpassingvan ruimtelijke projekten niet kunnenmissen. Zij hebben het nodig om voorzichzelf de besluitvorming inzichtelijkte maken; bovendien kunnen zij zichniet verantwoorden als zij in hun af-weging niet voUedig zijn. Een volle-digheid die beperkt moet blijven totwat werkelijk op het betreffende plan-niveau ter zake is. Een diskussie metzakelijke en niet zakelijke belangheb-benden is alleen zinvol als van allekanten opening van zaken gegeven kanworden en de besluitvorming kontro-leerbaar is. Tot dit alles is het hierweergegeven afweegsysteem ontwik-keld.NotenRuimtelijke objekten zijn gebouwen, terreinen,waterpartijen, beplantingen, civiel-technisciiewerken, installades in de open lucht, ver-bindingen en leidingen. Stelsels van deze ruim-telijke objekten (een woningkomplex, een fiets-padennet) noemen we ook ruimtelijke objek-ten, evenals de integratiekaders (een centrum,een wijk).Ruimtelijke projekten omvatten de planmatigevoorbereiding van de verwezenlijking (en hetgebruik) van ruimtelijke objekten.2Een vijfde aspekt zou de externe faktoren kun-nen omvatten. In de ruimtelijke ordeninghoort de rangorde van plannen daarin te voor-zien (nota over de ruimtelijke ordening, streek-plan, struktuurplan, bestemmingsplan).Dat de aspekten overeenkomst vertonen met debeleidsfacetten van de "Commissie voorbe-reiding toekomsdge maatschappijstructuur"(1970) is niet zo vreemd (maatschappelijk enkultureel welzijn, ruimtelijke inrichting, wel-vaartsbevordering en -verdeling, wetenschap entechnologie, internationale verhoudingen).3Als de toepassing van artikel 19 van de wet opde ruimtelijke ordening vooruitloopt op eenbestemmingsplan, wordt door middel van hetafweegsysteem in feite een toetsing uitgevoerdaan de uitgangspunten van dat bestemmings-plan. Zoals bekend wordt artikel 19 echterveelvuldig gebruikt om stedebouwkundigeplannen te omzeilen. Bij projekten van enigebetekenis kan dat makkelijk leiden tot eenslecht kontroleerbaar ad-hoc beleid.4Het is goed eraan te herinneren dat de proce-dure van de planologische kernbeslissing ge-presenteerd werd onder de titel: "Nota over deOpenbaarheid bij de voorbereiding van hetruimtelijk beleid" (1972). Het ligt voor de handverband te leggen met een inzichtelijke envoUedige afweging.610 Stedebouw en Volkshuisvesting, december 1977Over ruimtelijke ongelijkheid en stadsvernieuwing;enkele kanttekeningenprof. dr. J. Buit"Wie op zoek is naar de herkomst vande thans in vernieuwingsplannen vooroudere woonwijken gangbare herin-richtingsprincipes, komt al snel tot deconclusie, dat die principes vrijwel on-veranderlijk voortkomen uit een aan-pak, waarbij een aantal (negatief be-oordeelde) aspecten van milieu, be-drijven en bewoners van dergelijkewijken vergeleken wordt met dezelfdeaspecten in recentere woonwijken danwel met het stedelijk gemiddelde voordie aspecten. Langs deze weg wordtsystematisch per aspect de mate vannegatieve ruimtelijke ongelijkheid vande te verbeteren wijk ten opzichte vanrecentere wijken of de stad als geheelvastgesteld en de bedoeling van hetplan is dan vervolgens dit tekort op teheffen door het betreffende aspect ophet niveau van recentere wijken of destad als geheel te brengen.Telkens is de redenatietrant als volgt:er zijn vergeleken met andere wijkenof de stad als geheel te veel bedrijven,te weinig kinderen en jonge gezinnen,te weinig ha groen, te veel bouwtech-nisch slechte en te kleine woningen, teweinig parkeermogelijkheden, teveelgastarbeiders etc. en daarom moet viahet plan plaats en ruimte worden ge-boden voor minder bedrijven, meerkinderen en jonge gezinnen, meer"Hoogleraar theoredsche planologie VrijeUniversiteit Amsterdam.Tekst van een discussiestuk voor de commis-sie "De grote stad" van het Nederlands Ge-sprekcentrum. In overeenstemming met hetkarakter van een signaleringsartikel wordt metde voetnoten niet beoogd een zo voUedig mo-gehjke bewijsvoering, doch een enkel wille-keurig voorbeeld ter iUustratie van het betoogte leveren.groen, meer bouwtechnisch goede engrotere woningen, meer parkeergele-genheid, minder gastarbeiders etc.').Met het voorgaande is dan nog slechtseen kleine bloemlezing van aspectenaangeduid, waarop zich deze diagnos-tiek en therapie in het kader van dedoelstelling bestrijding van negatieveruimtelijke ongelijkheid richt. Nega-tieve ruimtelijke ongelijkheid valt dante defmieren als een situatie, waarbijgegevens omtrent een of meer aspectenvan milieu, bewoners en/of bedrijvenvan een wijk duidelijk afwijken van ge-gevens omtrent dezelfde aspecten inandere als voorbeeld gekozen wijkenof in de stad als geheel waarbij dieafwijkingen als negatief worden beoor-deeld^).Stadsvernieuwing beoogt met behulpvan miljarden aan gemeenschapsgelddeze aspecten van negatief beoordeel-de ruimtelijke ongelijkheid ten aanzienvan milieu, bewoners en bedrijven opte heffen. Subsidies voor milieu- enwoningverbetering, (huur-)subsidiesvoor bewoners (en bedrijven) en strin-gente toewijzingsprincipes bij de ver-deling van woonruimte (en bedrijfs-ruimte) moeten garanderen, dat aldusvoor zoveel mogelijk aspecten de nage-streefde waarden van de "doorsnee-wijk" worden bereikt; milieunivelle-ring binnen de stad als geheel (milieugezien als totaliteit van ruimten en ge-bruikers) is het nadrukkelijk bedoeldeen in enkele deels vernieuwde wijkenook visueel reeds schrikbarend duide-lijke resultaat. En er lijkt slechts eenwerkelijke kracht aanwezig, die hetstreven naar het ook politick zo ge-makkelijke, want vanuit compromis-sen acceptabele, gemiddelde milieuals richtsnoer voor de stadsvernieu-wing werkelijk aantast. Dat zijn nietof nauwelijks meer -- zoals velen nogsteeds ten onrechte geloven -- econo-mische belangen of bedrijfsbelangenvanuit bv. vestigingsplaatsvoordelen.Integendeel, dergelijke voordelen vor-men vrijwel nimmer in herinrichtings-plannen voor oude wijken een motiefom een vergeleken met andere wijkenmeer dan evenredige ruimte voor be-paalde bedrijfssectoren (bv. kantoren)te bestemmen. De enige werkelijke"anti-middelings"-kracht betreft hetfenomeen van de vergaande decentra-lisatie van het beleid ten aanzien vande te kiezen herinrichtingsprincipesnaar de wijk toe; gevreesd moet wor-den, dat dit net als in de VerenigdeStaten') er in zal (kunnen) resulteren,dat in het plan (vanuit een doelbewuststreven van sommige huidige bewo-nerscategorieen) voor diverse andere,ongewenst geachte bewonerscatego-rieen (bv. gastarbeiders, bejaarden,studenten, hogere inkomensgroepen,employes, kleine zelfstandigen) verge-leken met andere (ook nieuwere) wij-ken onevenredig weinig of in het ge-heel geen ruimte wordt gereserveerd.De conflicten tussen buurtcomites engemeenten over wel/niet koopwonin-gen, wel/niet woningen voor niet-ge-zinnen, over de woningdifferentiatienaar aantal kamers etc. spreken watdit betreft voor zichzelP).Nu behoeft milieunivellering als resul-tante van het "middelingsstreven" opzich niet negatief beoordeeld te wor-den, mits er voor de gebruikers van devernieuwde wijk in hun eigen ogensprake is van een forse milieuverbete-611 Stedebouw en Votkshuisvesting, december 1977ruimlelijke ongelijhheid en stadsverniemmngring ten opzichte van de vroegere si-tuatie en mits die vooruitgang zoveelmogelijk tot stand is gekomen op basisvan vrije keus van de betrokkenen metvermijding van dwang. Ten aanzienvan beide punten is evenwel de nodigezorg gerechtvaardigd: de kansen, datde milieunivellering per saldo zal re-sulteren in een beperkte milieuverbe-tering en in relatief veel dwang (d.w.z.een noodgedwongen acceptatie we-gens het ontbreken van keus) lijkenbijzonder groot.Voor wat de kansen op een als (te)beperkt te kwalificeren milieu-verbete-ring betreft valt op de volgende pun-ten te wijzen:a. In de herinrichtingsplannen vooroude wijken komt duidelijk naar vo-ren, dat de bestaande en als negatiefaangewezen aspecten van ruimtelijkeongelijkheid zeer verschillend wordenbehandeld: sommige ruimtelijke ach-terstanden ten opzichte van anderewijken beoogt men volledig op te hef-fen (bv. eenzijdigheid in bevolkingsop-bouw naar leeftijd, overmaat aan hin-derlijke bedrijven), sommige ruimtelij-ke achterstanden worden slechts zeerten dele aangepakt (bv. hoeveelheidgroen per 1000 bewoners, bebou-wingsdichtheid, aandeel van eenge-zinswoningen), terwijl diverse andereruimtelijke achterstanden ongewijzigdblijven bestaan dan wel hoogstensworden verplaatst of geconcentreerd(smalle straten met te weinig parkeer-ruimte, doorgaand autoverkeer meto.a. de city als bestemming)^). Ge-vreesd nu moet worden, dat bij eendergelijke ten aanzien van bestaandemanco's sterk differentiele verbete-ringsaanpak de zwakste schakels (dwz.de minst verbeterde manco's) het oor-deel van de (potentiele) gebruikersomtrent de verbeterde wijk in zeersterke mate zullen bepalen. Het milieuis weliswaar verbeterd (met name watde kwaliteit van de woningen betreft),maar op een aantal essentiele punten(groen, parkeerruimte, verkeersgevaar,verkeerslawaai e.d.) nog steeds verrede mindere van de zozeer als beoorde-lingsmaatstaf gekozen gemiddelde(nieuwere) wijk. En dit zal er onver-mijdelijk toe leiden zolang er nog vrij-heid van vertrek uit de verbeterde wijkis (de vrijheid van vestiging ontbreektgrotendeels via het woningtoewijzings-beleid), dat ten dele onafhankelijk vanhuurprijzen en huursubsidies opnieuwdie processen van selectieve migratiezullen gaan optreden, die ook in hetverleden tot de negatief beoordeeldeeenzijdige bevolkingsopbouw hebbengeleid. De hoge, nauwelijks van nietverbeterde buurtdelen afwijkendevoorgenomen (of feitelijke) verhuisfre-quentie in sommige reeds verbeterdeof herbouwde buurtdelen vormt eeneerste indicatie voor de reele dreigingvan het opnieuw op gang komen vanselectieve migratieprocessen^).b. De huidige herinrichtingsplannenzullen in hoge mate leiden tot het af-wentelen van geconstateerde milieu-manco's op aangrenzende oude en opnieuwere wijken: studenten, gastarbei-ders, echtparen zonder kinderen, klei-ne en grotere hinderlijk geachte be-drijven etc. vertrekken deels of geheelnaar aangrenzende wijken, verkeersaf-sluitingen verhogen de verkeersdruktein aangrenzende wijken etc.'). Milieu-tekorten worden meer verplaatst danopgeheven en dit betekent, dat ver-minderde ruimtelijke ongelijkheid inde verbeterde wijk gepaard gaat metverhevigde ruimtelijke ongelijkheid inandere wijken.c. De huidige herinrichtingsplannenvoor oude wijken zullen enerzijds lei-den tot het partieel opheffen van vor-men van negatieve ruimtelijke onge-lijkheid, maar ook tot het grotendeelsopheffen dan wel verminderen vanvormen van door velen als positiefervaren ruimtelijke ongelijkheid. Mendenke in dit verband aan aspectenals een onevenredig groot en geva-rieerd voorzieningenapparaat, een on-evenredig goedkoop voorzieningenap-paraat, onevenredig sterke buurtcon-tacten, onevenredig veel gezelligheidop straat, onevenredig veel werkgele-genheid op korte afstand (onevenre-dig geringe woon-werkafstanden), on-evenredig korte afstand tot city e.d.*).Sommige andere vormen van positieveruimtelijke ongelijkheid (bv. oneven-redig gunstige ontsluiting voor open-baar vervoer) zullen minder wordenaangetast, doch ongetwijfeld ook (bv.minder haltes als gevolg van lagerebevolkingsdichtheid) in kwaliteit ver-minderen. Dit betekent, dat een situa-tie, waarbij ernstige vormen van nega-tieve ruimtelijke ongelijkheid voorvelen althans ten dele werden gecom-penseerd door evenzeer aanwezigevormen van positieve ruimtelijke on-gelijkheid wordt vervangen door eensituatie met een hoogstens partieel ver-beterde negatieve en een grotendeelsgeheel verdwenen positieve ruimtelijkeongelijkheid. Het hoeft geen betoog,dat dit overwegend wegvallen van vor-men van positieve ruimtelijke ongelijk-heid de kans op het optreden van deonder punt a beschreven selectieve mi-gratieprocessen nog aanzienlijk ver-groot.Omschrijft men nu dwang als een si-tuatie, waarbij vertrekkenden uit deoude wijk en gebruikers van de ver-nieuwde wijk qua milieu een anderesituatie aangeboden krijgen welke opbelangrijke onderdelen minder op hunwensen en behoeften aansluit dan bijeen andere denkbare herinrichting,dan lijkt de conclusie gerechtvaardigd,dat de huidige stadsvernieuwingsplan-nen gezien de daarin vervatte centraleinrichtingsprincipes op tal van onder-delen voor velen (en deels overigensonvermijdelijk) met meer of minderdwang dan wel beperking van keuze-vrijheid gepaard zullen gaan. In ditverband valt bv. te wijzen op:612 Stedebouw en Volkshuisvesting, december 1977ruimlelijke ongelijkheid en stadwernieuwinga. het moeten aanvaarden van aan-koop of onteigening van grond enpanden van overheidswege zonder datna vernieuwing op dezelfde schaaltot heruitgifte van grond en pandenvoor eigendom wordt overgegaan^);met name voor huidige en poten-tiele eigenaar-bewoners betekent diteen vorm van fmanciele en imma-teriele dwang, vooral ook omdat voorhen gezien de eigendomsvergoedingterugkeer in het plangebied alleen mo-geUjk is zonder toekenning van indi-viduele huursubsidie en omdat de ont-eigeningsvergoeding niet het jarenlan-ge dikwijls zorgvuldige pand-onder-houd in een verslechterende omgevingcompenseert; trouwens ook vanuit destedelijke samenleving als geheel ge-zien Hjkt het (deels op poHtieke gron-den) in sterke mate prijsgeven van hetverschijnsel eigenaar-bewoner geziende dan grotere zorg voor pand enmilieu en de vergeleken bij huurdersveel en veel lagere migratiefrequentieeen achteruitgang'"); of vormen dedikwijls bijna 100% huurwoningen naherinrichting") een signaal voor hetfeit, dat de vernieuwde buurt in feitete weinig verbeterd is om op vol-doende attractie in een vrije woning-markt te mogen rekenen?b. het gedogen van woningverbete-ring en woningvergroting, waarvan dekosten ook bij individuele huursubsi-die nog voor een flink deel op dehuurders worden verhaald; hoewelongetwijfeld zeer velen zelfs een forsverhoogde huur voor hun verbeterdehuui'woning willen opbrengen'^), zijner anderzijds duidelijk symptomenaanwijsbaar voor het optreden van(deels) niet gewenste verbeteringen;met name de door de hogere huurna verbetering veroorzaakte forse enals algedwongen ervaren bestedings-beperkingen buiten de sfeer van hetwonen'^) leiden ertoe, dat velen eendeel van met name de niet-bouwtech-nische en niet op direct wooncomfortgerichte "verbeteringen" (bv. aantalm^ woonvloeroppervlak, aantal ka-mers) zouden willen opgeven voor eenlagere huur;c. het moeten aanvaarden van diversevormen van milieuverbetering welke inbeperkte mate aansluiten op de be-hoeften van de bewoners, zeker indienhet rechtstreekse verband tussen dezekostbare verbeteringen en de verhoog-de huurprijzen zichtbaar zou zijn;meer en meer lijken enqueteresultatenindicaties te geven voor het feit, datvia het stadsvernieuwingsproces eenbedrijvenbestand wegens hinder moetworden gedecimeerd, terwijl slechtsweinig bedrijven werkelijk als hinder-lijk worden ervaren'*), dat armetierigen uiterst kostbaar groen (via sloopvan woonpanden) moet worden aan-gelegd terwijl buurtbewoners in meer-derheid zonder bezwaar gebruik ma-ken van een naast de buurt gelegenwijkpark'^), dat voorzieningen binnende buurt in een of enkele centra(als "knooppunten van leven") moetenworden geconcentreerd terwijl zeerveel buurtbewoners wegens de dankorte afstand voor minder-mobieleneen gespreid patroon prefereren'^),dat verkeersvrije zones en eenrich-tingsverkeersstelsels worden ingevoerdterwijl tal van bewoners het voor-heen zeer beperkte verkeer eerder alseen verlevendiging ervaren") etc.;hardnekkigheid in het hanteren vanstedebouwkundige beginselen en klei-ne actiegroepen dreigen hand in handte gaan en te leiden tot een gevaarvan realisatie van lang niet altijd dooriedereen gewilde verbeteringen'*);d. het moeten aanvaarden van eentussen de diverse categorieen van be-langhebbenden welhaast extreem uit-eenlopende bejegening financieel enanderszins; men denke aan het reedsgenoemde verschil tussen eigenaar-bewoners en huurders, aan het ver-schil tussen eigenaren/huurders vanwoonruimte en bedrijfsruimte, aanhet verschil tussen in het plan wel enniet terugkerende bewoners, aan hetverschil tussen alleenstaande kamerbe-woners, gastarbeiders en gezinnen etc.Qua omvang en tijdsduur van subsi-diering lopen de huidige regelingenvoor de diverse categorieen ruimtege-bruikers zo ver uiteen, dat de slotsomgerechtvaardigd is, dat verminderingvan ruimtelijke ongelijkheid als re-sultaat van de huidige stadsvernieu-wingsaanpak gepaard zal gaan met(helaas) een fors verhevigde econo-mische ongelijkheid; of is dit resul-taat eigenlijk bij voorbaat al voorspel-baar, indien (zoals de realiteit lijkt tezijn) stadsvernieuwing voUedig gedo-mineerd wordt door de doelstellingvermindering van ruimtelijke ongelijk-heid geisoleerd van en met nog teweinig oog voor de doelstelling ver-mindering van economische ongelijk-heid ?e. het moeten aanvaarden van eensteeds sterker gecentraliseerde be-moeienis met locale stadsvernieu-wingsplannen gelet op het geheel vanvoorwaarden welke vanuit de centraleoverheid aan subsidieverstrekking inhet kader van een uiterst complex ge-heel van regelingen worden en zullenworden gesteld, gelet op de sterke do-minantie van de doelstelling bestrij-ding van ruimtelijke ongelijkheid bin-nen de centrale overheid als toets-steen bij de beoordeling van ingedien-de stadsvernieuwingsplannen''); ookde ingewikkelde weg van de subsidie-regelingen lijkt de gemeenten meer enmeer onder het juk van milieuni-vellering en van de ene gemiddelderuimtelijke herinrichtingskoers teplaatsen; in elk geval vormt het eenforse rem op het presenteren en door-denken van diverse herinrichtingsva-rianten voor de te verbeteren wijken;het niet verplicht stellen van het aan-geven van variant-oplossingen in (ont-werp-)bestemmingsplannen voor ou-613 Stedebouw en Volkshuisvesting, december 1977ruimtelijhe ongelijkheid en stadsvernieuivingdere te vernieuwen wijken vormt m.i.een gemiste kans in de wet op destadsvernieuwing.f. het moeten aanvaarden van het ver-plaatsen van juist die gebruikersca-tegorieen uit (of zeer duur herhuis-vesten binnen) de te vernieuwen wijk,welke gezien hun specifieke vestigings-voorwaarden verreweg het meest opdit milieu aangewezen zijn en voor wieverplaatsing minimaal verslechtering,maximaal opheffmg van hun "acti-viteiten" inhoudt; men denke hier aancategorieen als niet buurt-verzorgendebedrijven, min of meer hinderiijk am-bacht/groothandel, gastarbeiders, stu-denten en alleenstaanden, jonge echt-paren zonder kinderen, bejaarden,autoloze bewoners e.d.^"). Steeds zijnhet gebruikers onevenredig sterk af-hankelijk van goedkope ruimte, vanintensieve contacten binnen de buurt,van verzorgende bedrijven en horeca,van openbaar vervoer, van bereikbaar-heid lopend of per fiets, van nabij-heid tot city-voorzieningen; en be-oogd wordt hen te vervangen door"gemiddelde" bewoners gesteld opeen met nieuwe wijken vergelijkbaargemiddeld autobezit, gemiddeld are-aal openbaar groen, gemiddeld aantaleengezinswoningen met prive-tuinenetc.Tal van factoren werken al met alwelhaast onontkoombaar in de rich-ting van (kansen op) gedwongenmilieunivellering als resultaat vanstadsvernieuwing.De voorkeur voor gemakkelijke com-promissen, het net van subsidiere-gelingen, de haast panische behoefteaan een meer sedentaire bevolking(met negatie van het eigen recht omzoals bv. studenten, kamerbewoners,gastarbeiders sterk migratoir te mogenen moeten zijn)^'), het te weinig ope-reren vanuit sterk divergente behoef-ten van bestaande en potentiele cate-gorieen van gebruikers, het zijn even-zovele factoren, die tot een vernieu-wing in de richting van het vanzelf-sprekend geachte "gemiddelde mi-lieu" zullen leiden. Al deze factorenzijn afgeleid uit dan wel vinden huncentrale culminatiepunt in het feit, datde stadsvernieuwing eenzijdig wordtopgezet vanuit de filosofie van het be-strijden van negatieve ruimtelijke on-gelijkheid. En met deze invalshoekverliest men de vraag uit het oog, ofstadsvernieuwing niet zou moetenstoelen op de even legitieme behoefteom positieve ruimtelijke ongelijkheidvoor specifieke categorieen aanwezigeof potentiele gebruikers te bevorde-ren. Trouwens ook in meer algemenezin valt de eenzijdige "vuUing" vanhet begrip ruimtelijke ongelijkheid op:bij een recent congres gewijd aan hetthema "the management of dispari-ties"^^) kwam in referaten en discus-sies voortdurend aan bod het be-strijden van negatieve ruimtelijke on-gelijkheid, vrijwel nimmer het bevor-deren van positieve ruimtelijke onge-lijkheid.Wordt niet bij een stadsvernieuwing,opgezet vanuit bestrijding van nega-tieve ruimtelijke ongelijkheid, al tezeer verwaarloosd het feit,a. dat er in verouderde wijken ooksprake is (en na herinrichting nogmeer kan zijn) van positieve ruimte-lijke ongelijkheid voor alle thans aan-wezige gebruikers ? te weinig wordendie huidige voordelen (goedkoopte,ontsluiting voor openbaar vervoer, ge-zelligheid, geringe woon-werkafstan-den, nabijheid tot city) ten opzichtevan andere wijken in de herinrich-tingsplannen aan de orde gesteld; teweinig worden de verliezen voor watbetreft die voordelen na uitvoeringvan de herinrichtingsplannen getax-eerd;b. dat een deel van de in herinrich-tingsplannen als negatief omschrevenen te bestrijden aspecten van ruimte-lijke ongelijkheid door bepaalde cate-gorieen huidige (en vooral potentieelgeinteresseerde) gebruikers als neu-traal dan wel als positief worden er-varen ?Voor autoloze kamerbewoners -- omeen willekeurig voorbeeld te noemen-- telt het gebrek aan parkeerruimte,openbaar groen en prive-tuinen nietals een nadeel en zelfs als een voor-deel, indien het aanbrengen van dezevoorzieningen zou resulteren in hetverlies van andere zwaarwegende posi-tieve aspecten van ruimtelijke ongelijk-heid (bv. overmaat aan goedkopevoorz
Reacties