3stedebouw & volkshuisvestingin dit nummetDsnlcraamParkerers In buurtwitiS.P.O.-excui'-sriaart 1977Bij de GEMEENTELIJKE DIENST voor deSTADSONTWIKKELING 'kan op de Hoofdafdeling Stedebouwkundig Ontwerpenworden geplaatst eenassistent-stedebouwkundigontwerperTaak:het in teamverband, onder meer met deskundigen vanandere gemeentelijke diensten en in overleg met de be-volking, vervaardigen van ontwerpen voor de woonomge-ving bij nieuwbouvif en liet opstellen van plannen voor her-inrichting van straten in bestaande situaties.Vereisten:diploma H.T.S.-bouwkunde: appllcatiecursus stedebouwen/of diploma Academie voor bouwkunst strekken totaanbeveling.Salaris:afhankelijk van opleiding en ervaring tot / 2.973,-- (exclu-sief algemene toeslag van / 30,--) per maand.Gunstige regelingen met betrekking tot verlof, verplaat-sings- en ziektekosten.Vakantietoelage bedraagt 7,8% van het jaarsalaris.Welvaartsvaste pensioenvoorzienlng.Van gegadigden vs/ordt de bereidheid tot medewerking aaneen psychologiscli onderzoek verwacht. Het resultaat hier-van wordt -- zo mogelijk direct na afloop -- door depsycholoog met de sollicitant besproken. Rapport zaislechts viJorden uitgebracht na toestemming van de kan-didaat.Schriftelijke sollicitaties met vermelding van volledigepersonalia binnen 14 dagen onder nr. S.O. 40 te zendenaan de Directeur van de Gemeentelijke Dienst voor deStadsontwikkeling.Burgemeester De Monchyplein 9, 's-Gravenhage.IGemeente 's-Gravenhage,v.ketels|thermoglazuurboilerslluchtverwarmerslradiatorenB.V.C|NTRWjE CHAP42161Uw pand wordt bedreigd.Onroerend goed blijft een kostbaar bezit.Op een voorwaarde: dat u 't onderhoud niet laat sloffen.Want een verwaarloosd pand verliest niet alleen aanrepresentativiteit, maar onherroepelijk ook aan reele waarde.Zeker, schilderen kost geld.Maar repareren is nog altijd stukken duurder.Daarom dit eenvoudige advies: ga 's praten met de schilder.En laat hem uw pand bescheimen tegen weer en wind,tegen de listen en lagen van ons onbetrouwbare klimaat.Met de modernste verven en lakken, met strak vakwerk.Uw pand verdient niet minder.Publikatie van het Bedrijfschap Schildersbedrijf te Rijswijk (ZH).ONDERDE PANNEN METVEIMTIFOLVENTIFOL bestaat uit banen DRAKATIbEEN-folie die eikaar overlappen en op regelmatigeafstanden aan eikaar gelast zijn, Hierdoorwordt een ventilerend dakpan-effect ver-kregen.VENTIFOL dient om het dakbeschot water-dicht en toch ventilerend af te dekken. Hetdakbeschot blijft dus vrij van schimmel-vorming en onderhoud,Vraag inlichtingen en documentatie bij:STOKVIS PLASTICSR.S.STOKVTS&ZONENB.V. TOSTJUS -(26 ROTnUDAM.Tel.: 010-33 31 11 Telex 22231POSTBUS 2t . HOORN TEL (02260) 5741/5742bestemmingsplan?uitbreidingsplan?rcnovatic project?wuONTWERPEN!Uw richtlijnen, uw streefdata en budgetzijn voor ons voldoende om uw plannente gaan vormgeven en/of uitwerken.Dat ken een schoolcomplex zijn,een kantoorgebouw, winkelcentrum ofwoonwijk. Daarbij zowel technisch enfinancieel, als ekonomisch en creatief ver-antwoord. Op elk niveau kunnen wij alsdeskundige gesprekpartners optreden.Jansson Partners: niet te groot voor hetkleine projekt, niet te klein voor hetgrote projekt.Praktijkvoorbeelden laten wij u graag zien.Jansson+Partners B.V. (v/h architekten-bureau ATHO B.V.) Krugerlaan 40, GoudaTel. 01820 - 13200, Telex 27486) tevens vestiging in Luxemburg.< V '.'.'.'.IWonderlijk vulmiddel/reparatiemortelKant-en-klare kunstharspasta met super hechtkrachtEindeloos vele toepassingen zo-wel buiten als binnen o.m.houtrot herstellen, betonrepa-ratie, ragdun pleisteren, dikplamuren, bijwerken stopverf.Uitvlakken traptreden of vloe-ren. Afdichten lek balkon, goot,scheuren of kieren, ook omleidingen. Herstel natuursteen,Alleen voor gehruik depasta even goedomroeren en zo nodigenkele druppels watertoevoegenkeramiek, antiek. Hechtvullingtussen hout en steen (leggenplavuizen). Hechting aan elkmateriaal, droog of vochtig, ookaan metaal of glas. Ideaal voorhandenarbeid. En dit is nogmaar een greep uit de gebruiks-aanwijzing vol adviezen, onderhetdeksel.Nu gemakkelijker en vlugger en beter: stoppen, afdichten, ragdunpleisteren, dik plamuren, uitvlakken, opnieuw voegen enz. metde oplossing voor definitieve reparatie bij onderhoudswerk, res-tauratie, renovatie, vernieuwbouw en nieuwbouw.Op internationaal niveau te Londen bekroond met "The Blue Ribbon".Krimpt of scheurt niet, slijtvast en blijvend taai-elastisch. Alkali-,electroliet-, dooizout-, olie- en zuurbestendig. Onschadelijk voor dehanden en houdbaar, ook bij aangebroken pot of emmer.Verpakkingen: 2 x 15 kg; 4 x 5 kg; 8 x 2 kg; 18 x 1 kg; 27 x 0,6 kgUw vaste groothandel beeft het.Vraagt u eens de gratis renovatiebrochure aan bij de producentvan Porion: Fijnzand bv, Hilversum, tel. 035-47547, telex 43103.De GEMEENTELIJKE DIENST voor deSTADSONTWIKKELINGvraagt voor de tekenkamer eentechnisch ambtenaarTaak:-- het in overleg met de afdeling Ontwerpen vervaardigenvan structuurschetsen en bestemmingsplannen betref-fende uitbreiding en stadsvernieuwing;-- het in overieg met de afdeling Verkeer uitwerken vanplannen op verkeersgebied;-- het beoordelen van bouvi^plannen aan de hand vanstedebouwkundige voorschriften en deze indien nodigvoorzien van schriftelijk commentaar.Verwacht wordt, dat bovengenoemde taak met een grotemate van zelfstandigheid verricht wordt. Bij gebleken ge-schiktheid bestaat de mogelijkheid om tevens te wordenbelast met de functie van teamleider in weike functie lei-ding en begeleiding dient te worden gegeven aan eentekenteam van ongeveer drie man.Vereist:-- H.T.S.-opleiding (bouwkunde of weg- en waterbouw-kunde);-- een aansluitende studie op stedebouwkundig gebied;-- ervaring op een stedebouwkundige tekenkamer;-- goede uitdrukkingsvaardigheid, zowel mondeling alsschriftelijk;-- leidinggevende eigenschappen.De toe te kennen rang is afhankelijk van opieiding en 3rva-ring en geschiedt in een der technisch ambtenarenrangenop een salaris van maximaal / 3.410,-- per maand en eenalgemene toeslag van / 30,-- per maand. Reele promotie-kansen zijn aanwezig.Gelet op een aantal functie-aspecten wordt van gegadig-den de bereidheid tot medewerking aan een psychologischonderzoek verlangd. Het resultaat hiervan wordt door depsycholoog met de sollicitant besproken. Indien deze be-sluit zich terug te trekken wordt er geen rapport uitge-bracht.Schriftelijke sollicitaties met vermelding van volledigepersonalia binnen veertien dagen onder nr. S.O. 38, tezenden aan de Directeur van de Gemeentelijke Dienstvoor de Stadsontwikkeling, Burg, de Monchyplein 9,s-Gravenhage.IGemeente 's-GravenhageDe GEMEENTELIJKE DIENST voor deSTADSONTWIKKELING vraagt eenstedebouwkundigtekenaarTaak:het vervaardigen van structuurschetsen en bestemmings-plannen betreffende uitbreiding, sanering en stadsvernieu-wing.het uitwerken van plannen op het gebied van het verkeer;het beoordelen van bouwplannen aan de hand van destedebouwkundige voorschriften.Deze werkzaamheden worden op de tekenkamer in eenontwerpgroep in teamverband uitgevoerd.Vereisten:ervaring en opieiding op stedebouwkundig gebied;bouw- of weg- en waterbouwkundige opieiding op M.T.S.-niveau strekt tot aanbeveling.Salaris:afhankelijk van opieiding, leeftijd en ervaring tot maximaal/ 2.582,-- per maand en een algemene toeslag van / 30,--per maand.Vakantietoelage 7,8% van het jaarsalaris.Welvaartsvaste pensioenvoorziening.Studieverlof en tegemoetkoming in studiekosten.Uitvoerige sollicitaties met vermelding van volledigepersonalia, alsmede van de naam van dit blad, binnen14 dagen onder nr S.O. 35 te zenden aan de Directeurvan de Gemeenteiijke Dienst voor de Stadsontwikkeling,Burgemeester de Monchyplein 9, 's-Gravenhage.Gemeente 's-GravenhageIHOGERE TECHNISCHE SCHOOLVOOR BOUW- EN WATERBOUWKUNDEPrinsessegracht 4 -- 's-Gravenhage -- tel. 070-64.38.35Aanmelding voor de applicatiecursussen:A. STEDEBOUWKUNDIGE TECHNIEK2-jarige avondopleidingB. VERKEERSKUNDE1-jarige avondopleidingC. OPLEIDIIMG TOTBETONCONSTRUCTEUR B.V.2-jarige avondopleidingVoorwaarden van toelating;Tot deze cursussen worden toegelaten zij, die in het bezit zijn van eengetuigschrift van de afdeling Bouwkunde of Weg- en Waterbouwkundevan een van Rijkswege gesubsidieerde Hogere Technische School,ofwel een opieiding hebben genoten, passend bij het studiepro-gramma en werkzaam zijn in het betreffende vakgebied.De lessen bij de cursus Opieiding tot Betonconstructeur worden gegevenop basis van de nieuwe voorschriften (VB 74).Ook voor hen die reeds als constructeur werkzaam zijn, is het kennis ne-men van de nieuwe inzichten van belang.Aanmelding: zo mogelijk voor 20 juni a.s.Aanvang van de cursussen; 1 September 1977.Prospectussen en inschrijfformulieren worden op aanvraag toegezonden.Aanmelding dagelijks van 9.00-12.00 uur en van 14.00-16.00 uur en's maandags van 19.00-20.00 uur.Inlichtingen worden verstrekt door de directeur.gemeentehoogeveenBij de dienst van gemeentewerken en -bedrijven wordt bij deafdeling stadsontwikkeling gevraagdeen stedebouwkundig tekenaarFunctje-informatieDe afdeling stadsontwikkeling, ressorterend onder de hoofd-afdeling bouw- en woningtoezicht c.a., omvat 7 medewerkers.In dit team is, in verband met het vertrek van een der mede-werkers, plaats voor een stedebouwkundig tekenaar.Vereisten:-- Het diploma stedebouwkundig tekenaar P.B.N.A. of studerendhiervoor,-- Ervaring in bovengenoemde werkzaamheden.Salaris:Het salaris zai, afhankelijk van leeftijd, opieiding en ervaring,maximaal / 2.102,-- bruto per maand bedragen.Overige arbeidsvoorwaardenDe bij de overheid gebrulkelijke rechtspositieregelingen zijn vantoepassing.Sollicitaties, onder vermelding van vacature-nummer 1)2), binnen10 dagen na het verschijnen van dit blad te richten aan dedirecteur van gemeentewerken en -bedrijven, Postbus 216,Hoogeveen.mgemeente bredaBij de afdeling stedebouw van de dienst vanopenbare werken is, in verband met deveelheid van werkzaamheden in zowel hetbestaande stedelijk gebied als in het terealiseren woongebied de Haagse Beemden(ca. 30 000 inwoners), betioefte aan detiierna genoemde stedebouwkundigemedewerkerseen middelbaarstedebouwkundigedie als teamleider van enige tekenaars en inoverleg n-iet het hioofd van de tekenkamer ende ontwerpers bestemmingsplannen voor-bereidt, nader uitwerkt en detatlleert;een middelbaarstedebouwkundigedie de ontwerpers zai assisteren bi| hetmaken van ontwerpen en de voorbereidingvan bestemmingsplannen in het bijzondervoor de binnenstadVoor beide functies is een goedetheoretische vorming op stedebouwkundiggebied en grondige ervaring in dezediscipline vereist,Salaris athankeli|k van opieiding, leeftijd enervaring tot maximaal f 3.440,- bruto permaand, inclusiet de toeslag van f 30,- permaandZij die belangstelling hebben voor dezefunctie, kunnen hun sollicitaties binnen3 weken na het verschijnen van dit bladrichten aan de directeur van openbarewerken, Wilhelminapark 27, Breda.provincie UtrechtDE PROVINCIE UTRECHT VRAAGTt.b.v. het bureau wonen en werken van deafdeling regionale plannen van de provincialeplanologische dienst eenStedebouwkundigmedewerk(st)er vac. nr. 711Taak:-- met betrekkitig tot de voorbereiding vanstreekplannen gestalte geven aan de inrichting vande stedelijke gebleden;" nader bepalen van de technische stedebouw-kundige kwalitelten van het woonmllieu van zoweloudere als de nieuwe stedelijke gebieden;-- nadere uitwerking van de streekplannen ten aan-zien van de stedelijke gebieden in relatie tot debeoordeling van de gemeentelijke bestemmings-plannen.Van de nieuwe medewerk(st)er wordt verwachtdat hij/zij in staat is om met grote mate vanzelfstandigheid de funktie verder uit te bouwen engestalte te geven.Gevraagd:-- een bouwkundige/stedekundige opieiding opHTS-niveau (met zomogelijk applicatiecursusstedebouwkundige techniek);-- ervaring in een soortgelijke werkkring, bij voorkeurop gemeentelijk niveau;-- een cooperatieve instelling ten opzichte vanandere vakgebieden;-- goede mondelinge en schriftelijke uitdrukkings-vaardigheid.Salaris:-- afhankelijk van o.m. leeftijd en ervaring bedraagthet salaris bij indiensttreding tot / 3.440,-- brutoper maand. Een salaris van / 3.849,-- behoortt.z.t. tot de mogelijkheden.Geboden wordt voorts een aantal goede secundairearbeidsvoorwaarden.Belangstellenden voor deze funktie wordt verzochthun sollicitatie, met vermelding van vacaturenummer,in te zenden aan het hoofd van de afdelingpersoneelszaken en organisatie, Achter Sint Pieter20 te Utrecht.Telefonische inlichtingen kunnen worden verstrektdoor de heer ir. R. P. van Rummelen (hoofd bureauWonen en werken) of door de heer ir. T. Meijer(hoofd van de afdeling regionale plannen) ondernummer 030-88781 1.Amsterdam vraagtVoor de DIENST PER PUBLIEKE WERKEN bij de afdeling Stadsontwikkeling (onderafdeling Secretariaat/Bedrijfsbureau/Stedebouwkundige Structuur) eenmedewerk(st)er vacaturenummer 5612Taak: belast met de vertegenwoordiging in de grotereprojectgroepen van de afdeling Structuur; opstellen vaneen planning voor de werkzaamheden op grond vangeformuleerde opdrachten door Staf Structuur; notulerenvan vergaderingen; uitoefenen van voortgangscontrole;bewaken van de procedures binnen de projectgroepen;verzorgen en beheren van documentatiemappen; gevenvan informatie aan de projectgroepen en de afdelingPlanvorming en Beheer; voorbereiden van nieuwe werk-opdrachten ten aanzien van tijdscapaciteit en kosten-aspecten. Een en ander moet nog voor een belangrijkdeel worden opgezet.Vereisten: hogere beroepsopleiding; leeftijd tussen25 en 35 jaar. Ervaring strekt tot aanbeveling.Salaris: afhankelijk van leeftijd en ervaring, maximaalf 2705,- bruto per maand.Inlichtingen: drs. A.deGroot, telefoon (020) 596.1321.Onderafdeling Stedebouwkundige Planvorming (Ontwerp) tweearchitecten/stedebouwkundigen vacaturenummer9i2Taak: ontwerpen van stedebouwkundige plannen tenbehoeve van de stadsvernleuwing; toetsen van hetprogramma voor de rulmtelijke maatregelen aan demogelijkheden ter plaatse; in bijzondere gevallen gevenvan adviezen aan de discipline Verkeersontwerp;verrichten van fundamentele studies ten aanzien van hetruimtelijk milieu; leveren van specialistische bijdragenaan de beide andere afdelingen Beheer en Structuur.Vereisten: universitair niveau (TH/SHO). Ervaring strekttot aanbeveling.Salaris: afhankelijk van leeftijd en ervaring, maximaalf 5218,- bruto per maand.Inlichtingen: de heer K.W. van der Lee,telefoon (020) 596.4569.Onderafdeling Algemene Zaken eenvoorlichtingsmedewerk(st)er vacaturenummer 312Taak: geven van stedebouwkundige voorlichting aanbinnen- en buitenlandse vakgenoten; houden van voor-drachten in het Frans, Duits en Engels; voeren vancorrespondentie in de 3 moderne talen; organiseren enleiden van excursies; werken met actiegroepen, wijkcentra,werkgroepen e.d.Vereisten: HBO-niveau; leeftijd tussen 25 en 35 jaar.Ervaring strekt tot aanbeveling.Salaris: afhankelijk van leeftijd en ervaring, maximaalf 2956,- bruto per maand.Inlichtingen: de heer F. L. Fletterman,telefoon (020) 596.1357.Bovengenoemde salarissen zijn excluslef een toeslag van maximaal f 30,- per maand.Vakantleuitkering 7,8 procent, de rechtspositieregeling van de gemeente Amsterdam is vantoepassing.Een psychologisch onderzoek kan deel uitmaken van de selectieprocedure.Schrlftelijke sollicitaties binnen 14 dagen te richten aan de afdeling Personeelszaken,Oudezijds Voorburgwal 274, Amsterdam, onder vermelding van het genoemde vacaturenummer.DE STICHTING RECREATIEdie zich ten doel stelt, hat bevorderen van de open-luchtrecreatie, alsmede een voor de openluchtrecrea-tie optimaal milieu, zowel in tiet buitengebied als in dewoonomgeving, wordt steeds meer betrokken bij debestuurlijke en ruimtelijke ontwikkelingen op ditgebied. In verband met de daardoor toegenomenwerkzaamheden, zoekt zij een:STAFMEDEWERKER(STER)op universitair of gelijkwaardig niveau.Vereist zijn:? juridische/bestuurlljke opieiding;? planologische praktijkervaring met betrekking totopenluchtrecreatie, natuur- en landschapsbehoud;? goede, in de praktijk toegepaste, stylistischevaardigheid;? goede contactuele eigenschappen.Taak onder andere:? coordinatie bureauwerkzaamheden;? het in teamverband kritisch volgen van de ont-wikkeling op het gebied van het ruimtelijk belaid;? bevordering van de integratie openluchtrecreatie enhet natuurlijke milieu;? samenstellen van rapporten en beleidsnota's.Geboden wordt:? ean aantrekkelijke functie op aen klain, dynamischbureau;? salariering (afhankelijk van leeftijd, opieiding enervaring) en sociale voorzieningen vargalijkbaar metde regalingan die van toepassing zijn voor rijks-ambtenaren;Schriftelijke sollicitaties kunnan worden gericht aande directaur van de Stichting Recreatie, Kerkhoflaan1 1 A, 's-Gravanhaga, onder vermelding van ,,staf-madewerker".Bij de afdeling stedebouw van de dienstGemeentewerken kan eenstedebouwkundigmedewerkerworden geplaatst die belast zai worden methet verrichten van alle voorkomende werk-zaamheden en met name de voorbereiding,uitwerking en detaillering van bestemmings-plannen en werkzaamheden op het gebiedvan de stadsvernieuwing.Vereist: H.T.S.-bouwkundeapplikatiecursus stedebouwkundigetechniekpractische ervaring in een vergelijk-bare functieminimum leeftijd 25 jaarZij die een gelijkwaardige opieiding hebbengenoten kunnen eveneens solliciteren.Salaris: afhankelijk van opieiding en erva-ring van /2.073,-- tot maximaal/3.044,-- per maand.Genoemde bedragen zijn inclusief de toeslagLoonmaatregel van 1 juli 1976.-- premie A.O.W./A.W.W. komt voor reke-ning van de gemeente-- minimaal 20 vakantiedagen-- 7,8% vakantietoelageSollicitaties te richten aan burgemeester enwethouders van Amersfoort, Stadhuisplein 1te Amersfoort, met vermelding van vacature-nummer 83.RPniPROVINCIALE PLANOLOGISCHEDIENST VAN NOORD-HOLLANDBij de afdeling Onderzoek zijn, als gevolg van eenuitbreiding van de werkzaamheden en door een internepersonele mutatie, de volgende vacatures ontstaan:1. Een planologischonderzoeker (m/v)(vacaturenummer 141)2. Een middelbaarplanologisch onderzoeker (m/v)(vacaturenummer 142)De onder 1. genoemde functie zai met name omvatten het'analyseren van regionale ontwikkelingen op het gebiedvan bevolking en wonen, het rapporteren hierover in hetkader van de voorbereiding van streekplannen en alge-mene planologische nota's, en het evalueren van derge-lijke gegevens als bijdrage aan de beoordeling vangemeentelijke plannen.Voor deze functie wordt een academische opieiding in deplanologie en/of sociale geografie, of een gelijkwaardigeopieiding, vereist.De onder 2. genoemde functie zaI met name omvatten hetanalyseren en bewerken van statistische gegevens be-treffende de migratie, alsmede het rapporteren hieroverin het kader van de voorbereiding van streekplannen enalgemene planologische nota's. Voor deze functie wordteen middelbare opieiding vereist en bij voorkeur het bezitvan het diploma Planologisch Onderzoeker. Ervaring metonderzoek op het gebied van de migratie is gewenst.Voor beide functies geldt, dat goede contactuele eigen-schappen, alsmede vaardigheid in het schriftelijk rappor-teren, vereist zijn.Het aan de onder 1. genoemde functie verbonden salarisis afhankelijk van de ervaring en bedraagt minimaal/ 2.952,- met uitloopmogelijkheid tot / 4.501,-.Het aan de onder 2. genoemde functie verbonden salarisis afhankelijk van opieiding en ervaring en bedraagtminimaal / 1.925,-- met uitloopmogelijkheid tot/ 3.410,-.In beide gevallen geldt een vacantie-uitkering van 7,8%.Sollicitaties, met vermelding van het vacaturenummer terichten aan de directeur van de Provinciale PlanologischeDienst, Postbus 4078 te Haarlem, binnen 14 dagen nahet verschijnen van dit blad.Inlichtingen over de functies kunnen worden verkregenbij de chef van de afdeling, drs. A. J. Schrijvers, of diensplaatsvervanger, drs. D. Fopma.Orgaan van hetNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordening en VolkshuisvestingVilgave van Samsom UitgeverijAlphen aan den Rijn^8e jaargang, nr. 3maandblad, rrmart 1977IsJRedactie Mr. J.H. EngetDrs. A. EvertsIr. GJ. KlerksDrs. R. KokJdr. A.M. Schaap-DubbelboerDr. N.C. SchoutenIr. W. WissingAdres voor Redactie en Abonnementen van Speykstraat 25, Den HaagTelefoon 070-390121Postgironummer 29080Advertenties Bureau Van Vliet b.v., ZandvoortBurg, van Fenemaplein 19, Postbus 20Telefoon 02507-4745 "InhoudDenkraamArtikelenKroniek en kommentaarNieuwe boehenMededelingen90 Suburbanisade als opgave voor ontwerpers, ir. F.R. Klein91 Over de betekenis van doelstellingenformulering in de planologie, een inventarisatie vanargumentaties, prof. dr. J. Buit106 Parkeren in buurtwinkelcentra, E. Graumans en ir. P. de Knegt115 De Habitat Conferentie, manifestatie van hoop en wanhoop, A. Everts120 De Wageningse ingenieur werkzaam in de planologie, ir. H.J. van 't Klooster124 "Spooksteden op drijfzand?", verslag van een S.P.O.-excursie, F.P. van Beetz en J.L. Gortworst133 Rookworst op toast, ir. J. Petri135 Socialistisch woonbeleid; een bijdrage tot het beheer van de gebouwde omgeving, mr. CM.van den HofF137 Waddenzee, natuurgebied van Nederland, Duitsland en Denemarken, H.W.R. van den Wall Bake139 Verkenningen in Planning Theorie en Onderwijs, delen 1 t/m 10, H. van der Cammen139 Verslag Algemene Ledenvergadering 10 december 1976; Ledenvergadering NIROV 1977;S.P.O.; Uitgave Planologische Kengetallen; Honorarium Commissie voor StedebouwkundigWerk; Honorarium Commissie voor de SupervisieLosse nummers ^8,5089 Stedebouw en Volkshuisvesting, maart 1977DenkraamSuburbanisatie ah opgave voor ontwerpersIn deze overweging kan ik de woorden "suburbanisatie" en"verstedelijking" niet vermijden. Met "suburbanisatie" bedoel ikdan verschijnselen die hun directe oorsprong vinden in de ont-wikkeling van de grote steden, doch die zich buiten de echte ste-den op oneigenlijke plaatsen manifesteren; met name de spreidingvan de v\foonfunctie van stedelingen over de buitengebieden. Hetwoord "verstedelijking" gebruik ik voor een algemene tendensnaar een meer gecultiveerde c.q. op voorzieningen berustendelevenswijze, welke ook in de inrichting van buitengebieden tot uit-drukking komt; T.V.-antennes tot in Ter Apel toe, hoogspan-ningsleidingen, veredelingsbedrijven, supermarkten, etc., etc.Wie zijn ogen de kost geeft wordt constant gekweld door dezichtbare gevolgen van de suburbanisatie, nl. de verloedering vanhet buitengebied met als tegenhanger de aftakeling der steden.Bezorgdheid daarover wordt niet minder als je steeds weerde onmacht ziet bij de verantwoordelijke instanties, als het er omgaat om de gedachte te realiseren van bundeling van de stedelijkeontwikkeling. In dit verband meet je dan ook nog vrezen datde gemeentelijke en provinciale herindeling wederom uitstel vanbeleid zal inhouden. Te bedenken hoeveel desastreuzer de ont-wikkeling zou zijn geweest als er werkelijk geen beleid inzakeR.O. was stemt ook niet op slag hoopvol.Als ik mij als stedebouwkundige in een woord moet uitsprekenover suburbanisatie dan ben ik "tegen". De praktijk van gemeen-telijk adviseur dwingt echter tot een genuanceerdere opstelling:? Beheersing van het proces van verstedelijking c.q. suburbanisatieis een taak van nationaal of regionaal belang. Het is vaakmoeilijk om van gemeenten te verlangen, dat zij hun gemeentelijkbeleid daarop richten met opzijzetten van eigen (vermeende)belangen. Dat geldt te meer als blijkt hoe snel GedeputeerdeStaten soms "omgaan" voor gemeentelijke argumenten of hoezeerGedeputeerde Staten soms hun eerdere beginselen opzij schuivenom praktische redenen. Je krijgt dan zelfs het gevoel dat je jegemeentelijke opdrachtgevers te kort zou doen, als je ze zouweerhouden om louter hun eigen belang na te jagen. Het initiatiefvoor een nationaal beleid kan niet bij de gemeenten worden gelegd.? Uit tal van signalen blijkt, dat bv. het beleid van gebundeldedeconcentratie met alle daarbij horende consequenties niet doorde bevolking wordt gedragen. Het is een goede doelstelling van eenelite, waarmee tegen belangrijke spontane en brede maatschap-pelijke stromen moet worden opgeroeid. Kan men vanuit socialerechtvaardigheid bevolkingsgroepen zomaar afhouden van hetgelukkige wonen in een huisje met een tuintje dat anderegroepen zich hebben verworven?Beheersing van het proces van suburbanisatie is een immens zwareculturele opgave die niet kan slagen zonder breed draagvlak in debevolking. Hij zal dan ook maar ten dele slagen!? Zelfs een redelijk geslaagd anti-suburbanisatiebeleid is geengarantie voor specifieke kwaliteit van nederzettingen en land-schappen in Nederland.Ik meen omgekeerd dat de visuele kwaliteit van stad en land min-der geschaad wordt door de suburbanisatie of de verstedelijkingzelf, dan door de slechte vorm waarin die ontwikkeling plaatsvindt.? Gelet op het voorgaande geloof ik niet dat de uiteindelijkte wensen kwaliteit (c.q. de culturele waarde) bereikt kan wordendoor een beleid in het negatieve, nl. alleen door een anti-suburbani-satiebeleid tegen de stroom in.Het is een taak van hogere overheden om de suburbanisatiemet alle middelen te bedwingen. Een maximum aan bijval isdaarbij gewenst. Het kan dan toch zijn, dat de bijdrage van eengemeentelijk adviseur moet bestaan uit vechten voor de goedevormgeving aan de feitelijke ontwikkeling, die het gevolg is van eenten dele wel en ten dele niet geslaagde gebundelde deconcen-tratie.? De gemeentelijk adviseur zal in die taak als vormgever (vanlandschap en stads- c.q. dorpsbeeld) meer geinspireerd wordendoor het verschijnsel van suburbanisatie en verstedelijking (alsmaatschappelijk fenomeen) als onvermijdelijk en als uitdagingte aanvaarden, dan door die ontwikkeling te willen ontkennenof te willen verhuUen.? Er zijn teveel voorbeelden van zaken (recreatieterreinen, ver-spreide bedrijven, bio-industrieen, tot dorpsuitbreidingen toe)die tegen alle beleidsformules in toch ontstonden en die door hunlelijkheid en klungeligheid blijvend aanstoot geven.Er zijn ook voorbeelden van even misplaatste zaken, die dankzijgoede ontwerpers en goede begeleiding het verstedelijkingsprocespresenteren als een creatief avontuur.Waar verstedelijking en suburbanisatie de hogere overheden uitde hand lopen, laat die ontwikkeling daar tenminste in handenvallen van goede ontwerpers en een machtig welstandstoezicht!Voelt niet elke ontwerper zijn handen jeuken bij het zien van dehorde van gemiste kansen ?!ir. F. R. Klein90 Stedebouw en Volkshuisvesting, maart 1977Over de betekenis van doelstellingenformuleringin de planologie.een inventarisatie van argumentatiesprof. dr. J. Buit"1. De "vanzelfsprekendheid" van doel-stellingenformuleringDe manier, waarop planologen bij-dragen tot het verzamelen van doel-stellingen om aan de hand daarvanruimtelijke plannen en koersen af teraden dan wel aan te bevelen enuit te voeren maakt ongetwijfeldook op planologen zelf nogal eenseen schimmige en geheimzinnige in-druk. Volgens Mc Loughlin bv. houdtdoelstellingenformulering in het ver-zamelen van zoveel mogelijk infor-matie omtrent de aspiraties van"client-groups" via pers-, radio- ent.v.-verslagen, nota's, jaarverslagene.d., het scheiden van blijvend aan-dacht vergende zaken en "nine daywonders", het opsporen van laten-te aspiraties die om welke redendan ook niet openlijk worden ge-noemd, het bijstellen van de uit deaspiraties afgeleide doelstellingen viaeen dialoog met de politici (al danniet met hun achterban) teneinde naherhaald overleg te bereiken "agree-ment on a package of goals andobjectives"'). Het geheel maakt de in-druk alsof doelstellingenformuleringeen deels intuitieve, oncontroleerbareen op onderhandelen gebaseerde be-zigheid is.Bovendien wordt de mede via plano-logen voorgestelde keuze in doelstel-lingen in zeer veel gevallen door indi-* Hoogleraar theoredsche planologie V.U.A'dam. Voor de commentaren op een eerdereversie van dit artikel bedank ik graag prof,dr. L. Bak, drs. E. F. Nozeman en drs. L. A. deKlerk.viduen en/of deelbelangen binnen desamenleving hevig aangevallen. Steedscentreren de conflicten inzake de ge-selecteerde doelstellingen zich rond devraag in hoeverre al dan niet van een-zijdigheid in de gepresenteerde doel-stellingen en van eenzijdigheid in be-voordeling of benadeling van daarmeegemoeide deelbelangen sprake is. Deverslagen van inspraakprocedures bijruimtelijke beslissingen op alle terri-toriale niveaus leggen daarvan eenmeer dan welsprekende getuigenis af.Mag de herkomst van de doelstellin-gen (soms) een schimmige en de keuzevan de doelstellingen dan al een con-flictueuze aangelegenheid zijn, over denoodzaak van doelstellingenformule-ring als zodanig in het kader van deplanologie lijkt men op het eerste ge-zicht algemeen overtuigd.Immers planologie is een bij uitstekintentioneel gerichte activiteit met hetdoel bij te dragen tot het voorbe-reiden en effectueren van zo goed mo-gelijke ruimtelijke plannen en koer-sen. De intentionele gerichtheid im-pliceert te alien tijde het waarderenin positieve en negatieve zin. En eendergelijk waarderen van werkelijke ofvoorgenomen ruimtelijke plannen enontwikkelingen vergt als het ware van-zelfsprekend duidelijke doelstellingen:plan a wordt boven plan b geprefe-reerd, omdat met plan a gelet op degevolgen bij realisatie bepaalde doel-stellingen meer worden bereikt danmet plan b. Het zijn dan ook de doel-stellingen die bepalen welke gevolgenvan het plan voor inventarisatie rele-vant zijn, nl. die gevolgen die vanuitde doelstellingen gezien positief of ne-gatief gewaardeerd zuUen worden.Terecht wijst Kok er dan ook op, datdoelstellingenformulering tevens wen-selijk is om richting en grenzen aan tegeven voor het planologisch onder-zoek. Zonder doelstellingen wordt deinventarisatie van plangevolgen in hetplanologisch onderzoek oeverloos^).Doelstellingen doen zich daarmee voorals de volstrekte onontkoombare basisvoor elke planologische evaluatie, on-verschillig of die doelstellingen in eenplantoelichting nu wel of niet expli-ciet worden genoemd (het fenomeenvan de openlijke en verborgen doel-stellingen) en onverschillig of die doel-stellingen wel of niet door de samen-leving als geheel of door de diversedeelbelangen worden aanvaard (hetfenomeen van de geaccepteerde enniet geaccepteerde doelstellingen).Eventuele twijfel omtrent de nood-zaak en positieve betekenis van doel-stellingenformulering als onderdeelvan het planningsproces lijkt boven-dien effectiefbestreden te worden doorhet feit, dat in de afgelopen 10 a 15jaar aan systematische doelstellingen-formulering steeds meer aandachtwordt besteed. Thans is het algemeengebruikelijk, dat op alle territorialeniveaus uitgebreide doelstellingenno-ta's vooraf gaan aan in volgendestadia gepubliceerde ruimtelijke plan-nen en koersen. De bekende Oriente-ringsnota Ruimtelijke Ordening magwat dit betreft als een voorlopigsluitstuk, zo men wil hoogtepunt opnationaal niveau gclden.Meermalen wordt de noodzaak en91 Stedebouw en Volkshuisvesting, maart 1977doelstellingenjormulering in de planologiepositieve betekenis van systematischedoelstellingenformulering in het kadervan het planvormingsproces boven-dien onderstreept met het argument,dat verbetering van doelstelhngenfor-mulering leidt tot rationeler onder-bouwde en dus betere ruimtehjkeplannen en decisies. Alleen toepassingvan de beginselen van het rationeleplanningsproces met als eerste fasede doelstellingenformulering "garan-deert", dat het tenslotte gekozen ruim-telijk plan werkelijk het predicaat beterverdient.Alleen een op basis van een doel-stellingenpakket gekozen plan bezitrationele overtuigingskracht; in hetandere geval geldt aldus bv. McLoughlin, dat "without a clear ideaof goals and objectives, the choice ofcourses of action to be followed isindeterminatie"*). Alleen doelstellin-gen scheppen --aldus Kok --"een refe-rentiekader voor detailbeslissingen diedan minder op ad hoc-basis genomenbehoeven te worden; de gehele plan-ning als zodanig vindt haar recht-vaardiging in het stellen van doel-einden"*).Doelstellingenformulering ziet er almet al uit als een "vanzelfsprekende"zaak, omdat het fungeert als een on-misbaar geacht toetsingsinstrumentvoor rationeel onderbouwde ruimte-hjke keuzen.2. Argumenten pro systematische doelstel-lingenformuleringGaat men evenwel over tot een nadereverkenning van de motieven voor doel-stellingenformulering zoals die vervatzijn in de diverse doelstellingennota'sen soortgelijke publicaties, dan blij-ken die motieven verrassenderwijs zel-den of nooit betrekking te hebben opde behoefte via doelstellingen tot in-houdelijk beter onderbouwde ruimte-hjke plannen en koersen te geraken.Het blijken een reeks van andere ar-gumenten te zijn, die worden gehan-teerd om de wenselijkheid van doel-stellingenformulering te onderbou-wen. Grosso modo laten die argu-menten zich tot een vijftal rubriekenherleiden. Het betreft argumentengericht op:a. bevordering van de politieke dui-delijkheid;b. bevordering van openbaarheid eninspraak;c. verminderen van strijdigheid tussendoelstellingen;d. bevordering van consensus overdoelstellingen ene. bevordering van pluriformiteit indoelstellingen.Rubriek a betreft die argumenten, waar-bij een uitgebreide doelstellingenfor-mulering een effectief hulpmiddelwordt geacht om de besluitvorminginzake ruimtehjke decisies duidelijk(er)in handen te leggen van politici enbestuur; doelstellingenformuleringhelpt om de decisies inzake ruimte-hjke plannen en koersen (weer) daarte doen plaatsvinden, waar dit in onsstaatsbestel thuishoort in plaats vandat die decisies in feite bij planolo-gen, technici e.d. terechtkomen; doel-stellingenformulering dient om de po-litisering van de ruimtehjke ordeningte bewerkstelligen. Een dergelijke mo-tivatie staat bv. centraal in de bekendedoeleindennota binnenstad Gronin-gen: de betekenis van de doelstellin-gennota kan met name zijn, dat "degemeenteraad enerzijds de verant-woordelijkheid als hoofd van de ge-meente kan aanvaarden voor een op-dracht tot het ontwerpen van eenbinnenstadsplan, anderzijds een in-strument krijgt om het tezijnertijd voorte leggen ontwerpplan te toetsen aanhet wenselijk geachte beleid"*).Soortgelijke betogen met als kern datsystematische doelstellingenformule-ring een noodzakelijk hulpmiddel isom bestuur en politici tot acceptatiedan wel verwerping ervan als het warete dwingen, treft men o.a. ook aan inde publicaties van Ronteltap en Fun-ken").Rubriek h betreft die (nauw met rubrieka samenhangende) argumenten, waar-in gesteld wordt dat systematischedoelstellingenformulering een instru-ment vormt om de openbaarheid vanen publieke discussie over ruimtehjkeplannen en koersen te bevorderen;expliciete en gesystematiseerde doel-stellingenformulering helpt bij publi-catie ervan de openbare menings-vorming omtrent die doelstellingen ende daarop gebaseerde ruimtehjkeplannen tot stand te brengen en uitte lokken. Deze frequent gehanteerdemotivatie treft men o.a. aan in deOrienteringsnota Ruimtehjke Orde-ning, welke volgens de opstellers "be-oogt in een vroeg stadium van de ge-dachtenvorming een zo breed mogelij-ke discussie te bevorderen over dehoofdlijnen van het te voeren ruimte-hjke beleid"').Of men kan als een ander willekeurigvoorbeeld noemen de nota "Utrechtdoelbewust naar de toekomst", waarinde nota wordt aangeduid o.a. als "eenmiddel om te komen tot een verbete-ring van de communicatie met de be-volking"*).In rubriek c gaat het vervolgens om dieargumenten, waarbij als doel van doel-stellingenformulering wordt aange-geven het bereiken van zo min moge-lijk strijdigheid tussen de doelstellin-gen. Doelstellingenexercities hebbende intentie het fenomeen van de con-flicterende doelstellingen bloot te leg-gen en vervolgens zoveel mogelijk uitte bannen. In dit verband kan men b.v.wijzen op de nota Plandoelen Streek-plan Zuid-Holland-West, waarinwordt meegedeeld, dat er "bij de sa-menstelling van de nota naar gestreefdis om in het geval van onderling tegen-strijdige plandoelen een keuze tedoen"^), d.w.z. dat bepaalde doelstel-lingen wegens strijdigheid met andere92 *^' Stedebouw en Volhshuisvesting, maart 1977doelstellingenformulering in de planologiedoelstellingen zijn weggelaten.Te wijzen valt verder op bv. HazelhofF,die bij doelstellingenformulering deeis stelt, dat zoveel mogelijk interneconsistentie en externe consistentie vandoelstellingen, d.w.z. het voorkomenvan strijdigheid tussen doelstellingenbinnen en tussen beleidsterreinenmoeten worden bereikt"*). Tenslottevalt te wijzen op de Handleiding voorde departementale doelstellingenana-lyse, waarbij de inventarisatie van be-leidsdoelstellingen niet slechts dientom spanningsvelden op te sporen en teanalyseren, maar ook om vervolgensbeter de prioriteiten in het beleid aante geven en om een beter overleg overen een betere onderlinge afstemmingvan doelstellingen te bewerkstelli-gen").Rubriek d betreft die argumenten,waarbij uitgewerkte doelstellingen-formulering een middel wordt geachtom consensus over en acceptatie vandie doelstellingen binnen de samenle-ving te bevorderen '^). Publicatie vande plandoelstellingen in een vroeg sta-dium moet helpen de voor de latererealisatie van plannen onmisbare aan-vaarding van de (centrale) doelstellin-gen te bewerkstelligen; aldus wordenin latere stadia van planuitwerking,planpresentatie en planrealisatie con-flicten en discussies zoveel mogelijkvoorkomen, hetgeen tempo en effi-ciency van de realisatie vergroot. Dezegeest ademt bv. de nota Almere 1985,wanneer als "misschien wel de belang-rijkste functie van het rapport" wordtaangegeven, dat het bijdraagt aan deopenbare meningsvorming en kanworden gebruikt als toets op de doel-stellingen waarop de plannen voor Al-mere worden gebaseerd en "op dezewijze kan het als basis dienen voor denoodzakelijke samenwerking tussenhen die bij het totstandkomen van destad betrokken zijn"'*). Nog dui-delijker wordt het doel van het rapportverderop omschreven: "bij alle onze-kerheden over toekomstige ontwikke-lingen mag geen onzekerheid bestaanomtrent de leidende gedachten "(c.q.hoofddoelstellingen)" waarop deplannen worden gebaseerd. Dat scheptde voor de openbare meningsvorming,besluitvorming, samenwerking en na-dere uitwerking noodzakelijke duide-lijkheid"'*).Of men kan hier o.a. Mc Loughlinciteren, wanneer hij stelt dat "smallerscale decisions. . . follow from strate-gic agreement on goals"'^). Ook valtin dit verband nog te wijzen op ver-wantschap met een nog veel extremerexponent van dit denken zoals dit bijsommige Leitbild-aanhangers naarvoren komt. Leitbildformulering ge-richt op het verwerven van algemenesteun voor en aanvaarding van centra-le doelstellingen binnen de samenle-ving wordt als een absolute voorwaar-de gezien om tot ruimtelijke planningte komen; pluriformiteit in doelstel-lingen zou tot volledige chaos, tot eenveelheid van subjectivistische opvattin-gen leiden, aldus Dittrich'^).Rubriek e tenslotte betreft een argu-mentatie, waarbij uitgewerkte doelstel-lingenformulering als een effectiefhulpmiddel wordt gezien om een veel-zijdige en pluriforme beoordeling enonderbouwing van ruimtelijke plan-nen en koersen te bewerkstelligen, omeen beoordeling vanuit te weinig en teeenzijdig gekozen doelstellingen tevoorkomen. In dat geval vormt doel-stellingenformulering typisch een af-weerreactie tegen een als te eenzijdigervaren beoordeling vanuit bv. alleentechnische of alleen economischedoelstellingen. Als een voorbeeld vaneen en ander mag o.a. gelden hetrapport Globale visie, hoofdlijnenvoor de inrichting van de ruimte inMidden-Utrecht. Het daar gehanteer-de bijzonder uitgebreide en hetero-gene pakket evaluatiecriteria afgeleiduit doelstellingen wordt gemotiveerdvanuit de behoefte alle bij bestuurdersbinnen de regio levende doelstellingenbij de beoordeling te betrekken. Zoumen dat niet doen en slechts beoor-delen "op basis van min of meertoevallig aan de orde gestelde fac-toren", dan heeft de bevoIking geeninzicht in de motieven van de be-stuurders, wat meedenken en demo-cratische controle belemmert. Boven-dien wordt dan (ongewild) "de in-vloed van de (planologische) adviseurop de maatschappelijke inhoud van deruimtelijke plannen zeer groot""),m.a.w. de adviseur kan al te zeer eeneenzijdig eigen stempel drukken op dedoelstellingenselectie op basis waarvanruimtelijke variant-plannen wordenbeoordeeld en gekozen.Of men kan als willekeurig voorbeeldnoemen Damm, Heinze en Kanzlerski,die de wenselijkheid van een ge'inte-greerde "gesellschaftliche Ziel-planung" verdedigen o.a. vanuit af-keer van een (voorheen) eenzijdig eco-nomisch-rationele beoordeling vanruimtelijke plannen'*).Trouwens ook de bekende planningbalance sheet-methodiek van Lichfieldheeft het vooropgezette doel via hetgebruik van een heterogene reeks van"instrumental objectives" een voor-heen puur (bedrijfs-)economische be-oordeling van ruimtelijke plannen aante vullen c.q. te corrigeren'^).Overziet men nogmaals het voorgaan-de, dan dringen zich enkele conclu-sies op naar aanleiding van de plotse-linge explosie van doelstellingennota'sen doelstellingeninventarisaties sinds1960. In de eerste plaats kan gesteldworden, dat die explosie gelet op degangbare gehanteerde motiveringenvoor doelstellingenexercities niet zo-zeer stoelt op de behoefte om langs dieweg inhoudelijk beter onderbouwderuimtelijke plannen en koersen te con-cipieren (doelstellingenformulering alseerste onmisbare stap in het rationeleplanningsproces) als wel op de behoef-te om doelstellingenformulering in93 Stedebouw en Volkshuisvesting, maart 1977doektellingenformulering in de planologiewezen te gebruiken als een middelom tot een wenselijk geachte inhouds-en plaatsbepaling voor het machtsin-strument ruimtelijke ordening te ge-raken. Immers de intentie om met be-hulp van doelstellingenformuleringeen duidelijke plaats en inhoud in desamenleving aan de machtsaspectenvan ruimtelijke ordening te gevenvormt het bindende element tussende vijf typen van hoofdargumentenpro doelstellingenformulering. Bij hetargument politieke duidelijkheid (ru-briek a) gaat het erom dat doelstel-lingenformulering moet helpen omprioriteitenbepaling en decisies ip/.akedoelstellingen- en plankeuzen stevigerin handen van bestuur en politici (inplaats van o.a. planologen) te leggen;bij het argument bevordering vanopenbaarheid (rubriek b) gaat het er-om via doelstellingenformuleringmacht en invloed via explicitering vanen publieke discussie over doelstellin-gen van het bestuur naar de bevolkingtoe te trekken; bij het argument tegen-gaan van strijdigheid (rubriek c) gaathet erom via doelstellingenformule-ring tot consistentie en daarmee voormachtsuitoefening effectiever doelstel-lingenpakketten te geraken; het argu-ment bevorderen van consensus (ru-briek d) behelst de intentie via doel-stellingenformulering steun voor devan beleidswege (hoofd-)doelstellingente verwerven teneinde aldus de effec-tiviteit van het beleid te vergroten;het argument bevorderen van pluri-formiteit (rubriek e) tenslotte is geba-seerd op de behoefte om via doelstel-lingenformulering tot een evenwichti-ger belangenbehartiging en machtsuit-oefening te komen door meer recht tedoen aan de veelheid van belangenen doelstellingen, die met ruimtelijkeplannen gemoeid zijn.Samenvattend mag gesteld worden,dat de gangbare positieve houding enargumentatie pro systematische doel-stellingenformulering primair berustop de met doelstellingenformuleringvoor de opstellers (beleid, overheid)te verkrijgen rifimtelijke macht; dathet de voorstanders van doelstellin-genformulering zou gaan om daar-mee inhoudelijk beter overwogen enonderbouwde ruimtelijke decisies teverkrijgen, blijkt een onjuiste verwach-ting te zijn.In de tweede plaats kan gesteld wor-den, dat de opkomst van doelstellin-genformulering en de koppeling vandoelstellingenformulering aan argu-menten in de sfeer van inhouds- enplaatsbepaling voor ruimtelijke orde-ningsmacht juist in de jaren zeventigallerminst toevallig is. Het is de pe-riode, dat conflicten over doelstellin-gen voor de ruimtelijke ordening ineen steeds pluriformer en vanuit deel-belangen opererende samenleving on-evenredig veel sterker naar voren tre-den dan in voorgaande jaren, toen een(nog geslaagd) beroep op het alge-meen belang en op deskundigheidvan plannenmakers voorkwam, dat deruimtelijke ordening als een uiterstconflictueuze en frequent aangevoch-ten vorm van machtsuitoefening werdbeschouwd.Tenslotte kan nog geconstateerd wor-den, dat de op inhouds- en plaatsbe-paling van ruimtelijke ordeningsmachtgerichte argumenten allerminst op eenlijn liggen. Integendeel, met doelstel-lingenformulering hoopt men somsdiametraal tegenovergestelde dingente bereiken. Men denke slechts aan bv.de tegenstelling tussen de rubrieken cen e (doelstellingenformulering omconflicterende doelstellingen zoveelmogelijk uit te bannen resp. zoveelmogelijk tot hun recht te laten komen).Met het willen opstellen van een doel-stellingenpakket kunnen dan ook dui-delijk tegengestelde intenties en belan-gen gemoeid zijn.3. Argumenten contra systematischedoelstellingenformuleringVastgesteld moet worden, dat ondanksde hausse in doelstellingennota's ookzeer sterke stromingen binnen en bui-ten de planologie aanwijsbaar zijn, dieuitgewerkte doelstellingenformulerin-gen volstrekt overbodig achten danwel er een zeer beperkte waardeaan toekennen. Deels zijn daarbij ar-gumenten in het geding waarbij uit-gegaan wordt van een zodanige on-mogelijkheid en/of misbruik van doel-stellingenformulering, dat doelstellin-genformulering als onverbeterbaarwordt gezien en derhalve verworpen;deels betreft het argumenten, waarbijdoelstellingenformulering als zodanigpositief wordt gewaardeerd en dekansen en mogelijkheden ervoor bijgewijzigde omstandigheden groterworden geacht.De stromingen contra systematischedoelstellingenformulering baserenzich blijkens de literatuur in hoofd-zaak op de navolgende hoofdlijnenvan argumentatie:1. Doelstellingenformulering is deeerste stap op weg naar een orde-nend ingrijpen in de "natuurlijke"ruimtelijke ontwikkeling. Echter hetresultaat van een vrije en spontaneruimtelijke ontwikkeling op basis vanindividuele ruimtelijke beslissingenvalt voor de samenleving te prefere-ren boven een als dwangmatig erva-ren ruimtelijke ontwikkeling op basisvan werkelijkheidsvreemde en opge-legde coUectieve doelstellingen. En datlaatste is onvermijdelijk, want "Pla-nung ist eine Teilfunktion der Herr-schaft"^"). Uit dien hoofde zijn uit-gewerkte doelstellingenformuleringente verwerpen.Het is in deze wijd verbreide redena-tie zich baserend op de prioriteit vanindividuele boven collectieve behoef-ten en strevingen, dat al dan nietexpliciet een uiterst belangrijk motiefnaar voren komt voor doelstellingen-aversie. Juist omdat men gelooft in eenin laatste instantie natuurlijke harmo-nic van de ruimtelijke ontwikkeling,omdat men het daarmee gepaardgaande marktmechanisme als regula-94 Stedebouw en Volkshuiwesting, maart 1977doelstellingenformulering in de planologietor van plaats- en ruimteaansprakenpositief waardeert, staat men afwij-zend tegenover het streven "bewusstPlanungsziele aufzustellen"^'), staatmen zoals Webber positief tegenover'permissive planning", door Heywoodniet ten onrechte gekwalificeerd alseen vorm van non-planning^^).2. Over doelstellingen is in een sterkpluriforme samenleving toch nooiteen werkelijke overeenstemming te be-reiken: er is sprake van "inabilityto discover the goals of the commu-nity on which all can agree", aldus bv.Bolan in navolging van Banfield^^).Ruimtelijke plannen en koersen zijnderhalve toch niet werkelijk te base-ren op uitgewerkte doelstellingenfor-mulering. Dit betekent, dat men dientterug te vallen op beperkte ad hocruimtelijke ingrepen, welke onder in-vloed van zeer acute ruimtelijke man-co's tot stand komen. De bekendestrategic van disjointed incrementa-lisme (Baybrooke en Lindblom) miktin sterke mate op een stapvoets sleu-telen aan ruimtelijke problemen opkorte termijn (probleemmitigatie) zon-der daarbij uit te gaan van een aanpakop basis van meer omvattende doel-stellingenpakketten.3. De keuzevrijheid bij planuitwerkingen -uitvoering is gegeven een reeksvan beperkende voorwaarden (slui-tende exploitatie, technische en bouw-kundige eisen, voorschriften en wen-ken, subsidieregelingen en -voorwaar-den) dermate minimaal, dat doelstel-lingenformulering als een overbodigeluxe dan wel als een weltfremde "pa-pieren" aangelegenheid moet wordenbeschouwd. Niet de doelstellingen,maar de "harde" middelen en grens-stellende condities bepalen vrijwel vol-ledig de planinhoud. De realiteit ge-biedt het derhalve bij ruimtelijke plan-nen en koersen uit te gaan van haal-baarheid op basis van middelen, vanpragmatisme in plaats van uit te gaanvan hooggestemde en irreele doelstel-lingenpakketten^*).4. Doelstellingenformulering is vanbeperkte of geen waarde, omdat (ofvoorzover) de overheid toch niet overvoldoende eflfectieve instrumenten be-schikt om de vanuit doelstellingenwenselijke ruimtelijke ontwikkelingwerkelijk te realiseren. De feitelijkeruimtelijke ontwikkeling voltrekt zichdan ook (vrijwel) gelijk of er nu welof niet sprake is van doelstellingenfor-mulering. In het gunstigste geval gaathet of kan het gaan om partieel bij-sturen op basis van enkele door deoverheid wel beheerste strategischeruimtelijke ingrepen (strategic plan-ning)^*).5. Doelstellingen zijn in de tijd geziendermate aan verandering onderhevig,dat op het moment van planrealisatiede beoogde doelstellingen alweer zijnverouderd. Via het openhouden vankeuzemogelijkheden, het uitstellen vanruimtelijke decisies en planflexibilteitis het mogelijk recht te doen aan devereiste relativering in de betekenisvan doelstellingen^''). Het uitgangs-punt van de tijdgebondenheid endaarmee beperkte waarde van de(momentele) doelstellingen vormt eenvan de belangrijke voedingsbronnenvoor het geloof in en de toepassingvan procesplanning.6. De uiteindelijke planinhoud vormteen product van belangenstrijd enmachtsuitoefening en niet van eenrationale afweging op basis van dqel-stellingen. De toewijzing van plaats enruimte in het plan aan (categorieenvan) ruimtegebruikers berust op hunruimtelijke macht en onmacht in ter-men van geld, sociaal aanzien, pressiee.d. Ruimtelijke macht manifesteertzich daarbij in het vermogen om delusten van plaats en ruimte voor zichte reserveren en de lasten op anderenaf te wentelen. Doelstellingenformu-lering vertoont dan ook geen werke-lijke relatie met de planinhoud en isderhalve overbodig. Het is veeleer eenmaskerade om de werkelijke conflic-ten en machtsafweging te verbergen;terwijl bv. het marktmechanisme inwerkelijkheid de planinhoud beheerst,moet via doelstellingenformuleringten onrechte de suggestie worden ge-wekt, dat wezenlijk van het markt-mechanisme wordt of kan worden af-geweken, dat er keuzevrijheid vanuitdoelstellingen ten aanzien van de plan-inhoud bestaat. Duidelijk komt die ge-spletenheid in het boek van McLoughlin naar voren. Enerzijds zijn erhoofdstukken, waarin een ruimtelijkeontwikkeling centraal staat beheerstdoor duizenden individuele marktge-orienteerde beslissingen; anderzijdswordt in andere hoofdstukken uitge-gaan van keuzevrijheid ten aanzien vande doelstellingen en tevens ten aanzienvan de daarop te baseren ruimtelijkeoplossingen.Auteurs in deze richting (bv. Batty,Bailey, Simmie, Bachratz/Baratz) zijndan ook niet geinteresseerd in doel-stellingen, doch in onderzoektechnie-ken om de reele machtsuitoefening enmachtsafweging in het planproces tekunnen meten.Batty bv. probeert de effectiviteit vanruimtelijke macht op te sporen dooro.a. na te gaan in hoeverre blijkenskaartbeelden van de diverse ruimte-lijke kwaliteiten van een regio, waarbijelke kaart een met die kwaliteit in hetbijzonder gemoeid deelbelang geachtwordt te representeren, de diversedeelbelangen kans zien om op de in-houd van de plankaart effectief te hun-nen gunste invloed uit te oefenen^').Bachratz en Baratz bv. zoeken systema-tisch naar "non-decisions" en "ab-sence of issues from decision making";d.w.z. juist de niet in plan of plantoe-lichting genoemde keuzemogelijkhe-den vallen volgens hen te beschouwenals pogingen om (de meest) essentieleen conflictueuze machtsafwegingen teverhullen^*). Overigens mag m.i. ge-steld worden, hoezeer ook inderdaadin plannen soms bepaalde keuzemoge-lijkheden en gevolgen worden verzwe-gen, dat het anderzijds te ver gaat95 Stedebouw en Volhhuisvesting, maart 1977doektellingenformulering in de planologieom elke niet genoemde keuze zondermeer te beschouwen als het productvan een bewuste "keuze-ontkennen-de" en daarmee discussie vermijdendestrategic.Bij de vergelijking van bovenstaandezes hoofdrcdenaties contra uitgewerktedoelstellingenformulering laat zich inde eerste plaats als gemeenschappelijkelement aanwijzen de ontkenning vanwerkelijke keuzevrijheid ten aanzienvan doelstellingen. Doelstellingenfor-mulering suggereert -- zo stellen deauteurs -- een niet bestaande vrijheidten aanzien van de doelstellingen,omdat de samenleving de "natuur-lijke" ruimtelijke ontwikkeling prefe-reert (redenatie 1), omdat in een pluri-forme samenleving nimmer van eenwerkelijk aanvaard geheel van doel-stellingen sprake kan zijn (2), omdatzich een reeks beperkende voorwaar-den voordoet (3), omdat instrumentenontbreken om doelstellingen ruimte-lijk te concretiseren (4), omdat dedoelstellingen niet anders dan een tijd-gebonden visie vertegenwoordigen (5)en omdat het plan los van de doel-stellingen een product van machts-afweging vormt (6). Welnu, het is naarmijn mening onmiskenbaar zo, dat inde praktijk van ruimtelijke ordening enplanologie inderdaad dikwijls van eenzodanige beperking van keuzevrijheidgesproken moet worden, dat een enander de betekenis van systemadschedoelstellingenformulering sterk ont-kracht; in dat geval zou voor wat deafgelopen jaren betreft gesprokenmoeten worden van een duidelijkeoverschatting van de betekenis en hetrealiteitsgehalte van doelstellingenfor-muleringen. Ook is het niet ondenk-baar, dat de in de vorige paragraafvermelde motiveringen pro doelstel-lingenformulering als machtsvergro-tend instrument de werkelijke achter-grond vormen voor het instandhoudenvan de gangbare wat overtrokkenmanie van doelstellingenformulerin-gen: het invoeren van een uitgebreidedoelstellingformuleringsfase kan -- omeen voorbeeld te noemen -- een be-leidsinstrument zijn om niet over debeperktheid van de middelen te hoe-ven spreken.In de tweede plaats laat zich vaststel-len, dat opnieuw (zoals ook bij deredenaties pro uitgewerkte doelstellin-genformulering) de argumentadescontra doelstellingenformulering uitdeels tegengestelde intenties voortko-men. Zo wordt bv. doelstellingenfor-mulering enerzijds overbodig geachtomdat de overheid helaas over te wei-nig instrumenten en macht beschikt(redenatie 4), anderzijds omdat deoverheid daarmee helaas teveel machtbeoogt contra individuele wensen (re-denatie 1).Wijst de tegengestelde visie op de rolvan de overheid reeds op fundamen-tele verschillen in opvatting over dewenselijke betekenis van doelstel-lingenformuleringen, nog duidelijkerkomt dit naar voren bij vergelijkingvan de redenaties pro (par. 2) encontra (par. 3) uitgewerkte doelstel-lingenformulering. Immers dan blijkt,dat meermalen dezelfde verschijnselentegengesteld worden gewaardeerd van-uit diametraal tegenover elkaar staan-de visies op samenleving en machts-verdeling binnen de samenleving. Zoverbindt de ene "partij" aan het ont-breken van consensus over doelstel-lingen binnen de samenleving de slot-som dat dus doelstellingenformuleringoverbodig is, terwijl de andere "partij"doelstellingenformulering juist een ge-schikt middel acht om de consensusover en acceptatie van doelstellingenbinnen de samenleving te vergroten.Zo acht de ene "partij" wegens hetontbreken van effectieve overheids-instrumenten voor ruimtelijke orde-ning doelstellingenformulering over-bodig, de andere "partij" beschouwtdoelstellingenformulering als een mid-del om tot verruiming van overheids-instrumenten voor ruimtelijk ingrijpente geraken. Dit betekent dan ook, datde totaal verschillende betekenis welkeaan uitgewerkte doelstellingenformu-lering wordt toegekend als een diep-gaand en onuitroeibaar fenomeenmoet worden beschouwd, juist omdateen en ander ten nauwste samenhangtmet verschillende visies op en intentiesmet maatschappij en overheid. Hetbetekent, dat er nooit sprake zal zijnvan een algemeen "geloof' in doel-stellingenformulering als hoog tewaarderen activiteit evenmin als vaneen algemeen "geloof in doelstel-lingenformulering als een overbodigeof verderfelijke bezigheid. Steedszullen waardering en verwerping vandoelstellingeninventarisaties als basisvoor ruimtelijke evaluatie tezelfdertijdoptreden, waarbij de verhoudingtussen die twee bepaald zal wordendoor de mate, waarin binnen desamenleving van doelstellingenformu-lering (opgesteld door overheden) eennuttig gebruik dan wel een verwerpe-lijk misbruik wordt verwacht.De conclusie is gewettigd, dat doel-stellingenexercities hoezeer ook alsbolwerk of startfase van rationeleruimtelijke decisies aangeprezen enhoezeer ook methodisch-technischgeperfectioneerd naast lof en waarde-ring ook blijvend argwaan en afwijzingzullen oproepen.4. Aanbevelingen inzake de werkwijzebij doelstellingenformuleringKwamen in de voorgaande paragrafenargumenten en indicaties naar vorenvoor (de gevaren van) een zekere over-schatting van de betekenis en maat-schappelijke acceptatie van systema-tische doelstellingenformulering, indeze paragraaf zal worden ingegaanop nog een mogelijke bron van over-schatting; die mogelijke overschattingbetreft het kwaliteitsgehalte van eenaantal in de literatuur vervatte aan-bevelingen voor een (methodisch-technisch) als deugdelijk te beschou-96 Stedebouw en Volkshuisvesting, maart 1977doelstellingenformulering in de planologiewen werkwijze bij doelstellingen-formulering.Aan de orde is daarbij de vraag inhoeverre er -- zoals bij de presentatievan die aanbevelingen in de literatuurveelal wordt gesuggereerd -- sprakeis van een thans nog gebrekkige, dochbij toepassing van de diverse aan-bevelingen sterk verbeterbare en prin-cipieel onafhankelijke methodiek vandoelstellingenformulering dan wel vanaanbevelingen, welke te zeer aan uit-eenlopende visies op en intenties metoverheid en samenleving zijn gekop-peld om van werkelijk "werkwijze-gerichte" c.q. methodische aanbeve-lingen in strikte zin te mogen spreken.In het eerste geval wordt ervan uitge-gaan, dat er sprake is of kan zijn vaneen verzelfstandigde doelstellingen-methodiek, welke los staat van deinhoud van de doelstellingen als zo-danig en los van de zo uiteenlopendevisies op samenleving en overheid. Dediverse aanbevelingen inzake de wen-selijke werkwijze bij doelstellingenfor-mulering zouden dan geen consequen-ties hebben in die zin, dat daarmeebepaalde visies op samenleving enoverheid worden "voorgetrokken".Ze beantwoorden dan aan de eis tenaanzien van methodologische objecti-viteit, zoals die door De Groot wordtgesteld; er zou dan geen sprake zijnvan waarde-vooronderstellingen bin-nen de methodologie en dergelijkewaarde-vooronderstellingen binnende methodologi-e worden door DeGroot ten stelligste verworpen^^).In het tweede geval wordt van deomgekeerde verwachting uitgegaan:de voorwaarden en aanbevelingen in-zake de verkieslijke werkwijzen bijdoelstellingenformulering zijn aller-minst neutraal, omdat ze wel degelijkverbonden zijn aan visies op samen-leving en overheid en omdat ze dik-wijls zelfs met het oog daarop wordengeformuleerd en voorgesteld. Men kandan in laatste instantie moeilijk ofniet van methodisch-technische gebre-ken en verbeteringen op het terreinvan de doelstellingenformulering spre-ken, omdat wat als gebrek of ver-betering wordt aangeduid ten nauwstesamenhangt met een bepaalde, nietdoor ieder gedeelde visie op en inten-tie met samenleving en overheid. Indat geval mag men derhalve sterktegengestelde aanbevelingen inzake dete hanteren werkwijzen bij doelstel-lingenformulering in de literatuur ver-wachten en is van een "eigen", alge-meen aanvaarde methodologie voorde doelstellingenfase nog weinig ofgeen sprake.Aanbevelingen omtrent een deugde-lijke werkwijze bij doelstellingenfor-mulering stoelen dan in wezen opsoortgelijke waarde-gebonden redena-ties als die inzake de "vanzelfsprekend-heid" versus "overbodigheid" vandoelstellingenformulering zoals vervatin de voorgaande paragrafen.Gepoogd wordt in het navolgende tekomen tot een voorlopige toetsing vande waarschijnlijkheid van beide opvat-tingen. Daarbij wordt zeker niet ge-pretendeerd, dat alle in de literatuurvervatte belangrijke critiekpunten enaanbevelingen inzake de te hanterenwerkwijze bij doelstellingenformule-ring de revue zullen passeren^").De verdere aanpak is nu aldus dattelkens per "werkwijze-gerichte" aan-beveling eerst een korte zo mogelijkaan de literatuur ontleende motiveringvoor die aanbeveling wordt aangege-ven; vervolgens wordt al dan niet viadie motivering geprobeerd summiereen eventueel verband tussen de aan-beveling en een bepaalde visie opsamenleving en overheid te leggen;daarna wordt vermeld of in de litera-tuur ook de omgekeerde aanbevelingte vinden is en welke motivering danwordt gebruikt; indien de omgekeerdeaanbeveling ontbreekt, wordt vervol-gens aangegeven of zo'n aanbevelingvanuit een bepaalde maatschappij- ofoverheidsvisie houdbaar zou kunnenzijn; tenslotte volgt een conclusie overde mate, waarin van een werkelijkgeobjectiveerde methodisch gerichteaanbeveling dan wel van een (ook) opbevoordeling van bepaalde maat-schappij- en overheidsvisies gerichteaanbeveling sprake lijkt te zijn; in heteerste geval zal van een eigenlijke, inhet tweede geval van een oneigenlijkemethodische aanbeveling gesprokenworden. Benadrukt moet daarbij nog-maals worden, dat het om een eerstepoging gaat, welke aanvulling en criti-sche correctie behoeft: in diversegevallen vormt de vaagheid in deaanbevelingen en in de motiveringervan een van de ernstige beletselenom de zojuist genoemde werkwijzevoUedig en voldoende onderbouwd tekunnen volgen.De navolgende methodisch gerichteaanbevelingen^') nu komen achtereen-volgens ter sprake:aanbeveling 1: ken aan de afzonderlijkedoelstellingen een verschil in prioriteittoe (bv. door ze in een rangorde teplaatsen door toepassing van verme-nigvuldigingsfactoren). Met name voorde goal evaluation matrix van Hillvormt deze aanpak een van de meestkenmerkende eigenschappen'^). Ookbij talrijke andere auteurs treft mendeze aanbeveling aan, omdat -- zowordt gesteld -- alleen op deze wijzerecht wordt gedaan aan het feit, dataan de afzonderlijke doelstellingendoor de samenleving een verschillendewaarde wordt toegekend^'): sommigedoelstellingen tellen zwaarder danandere. Een dergelijk advies nu moetin het belang geacht worden van hen(individuen of categorieen binnen desamenleving), die van oordeel zijn, dateen ruimtelijk plan optimaal dient tebeantwoorden aan de doelstellingenvan hoogste prioriteit. En aangeziener sprake is van schaarste aan midde-len en dikwijls ook van strijdigheidtussen doelstellingen, zullen slechtseen of enkele topdoelstellingen vol-ledig worden verwezenlijkt; de overige97 Stedebouw en Volkshuisvesting, maart 1977doehtellingenformulering in de planologiedoelstellingen in de rangorde komenniet of hoogstens zeer ten dele aanbod. Een dergelijk advies is voorts inhet belang van hen binnen samen-leving en overheid, die van de betref-fende prioriteitstoekenning denken teprofiteren en die uit dien hoofdeverdere discussie over de prioriteits-toekenning afwijzen.De koppeling van bovenstaande aan-beveling aan bepaalde belangen maaktduidelijk, dat de omgekeerde aanbe-veling om een duidelijke rangorde-toekenning aan de afzonderlijke doel-stellingen te vermijden vanuit anderebelangen gezien als even legitiem moetworden aangemerkt. Vermijding vanrangordes is van groot belang, indienoverheid (en samenleving) met de pre-sentatie van rangordeloze doelstellin-gen juist de bedoeling hebben voor-keur en afwijzing d.w.z. een vrij geko-zen prioriteitsbepaling door de bevol-king uit de lokken (zoals bleek eenhoofdmotief voor het uitbrengen vandoelstellingennota's), indien overheid(en samenleving) de nodige speelruim-te willen behouden door zich niet aanvaste doelstellingen en een vaste rang-orde in de doelstellingen te binden.Het is deze behoefte om afweging vande doelstellingen door bevolking endeelbelangen te doen plaatsvinden, diemaakt dat bv. het rapport Midden-Utrecht een kolom openlaat, waariniedere lezer een verschil in gewicht aande diverse doelstellingen kan toeken-nen'*), die maakt dat Monheim bij deanalyse van de diverse doelstellingengemoeid met de aanleg van voetgan-gersgebieden deze niet in een rang-orde wil plaatsen'*). En hoezeer over-heid en politici gericht zijn op behoudvan manoeuvreerruimte ten aanzienvan doelstellingen, vindt men treffendverwoord bij o.a. Ronteltap'"). Ver-mijding van rangordes is voorts vanbelang voor hen, die in plaats van vooreen ruimtelijk plan dat optimaal be-antwoordt aan enkele topdoelstellin-gen (van enkele deelbelangen) voor-keur hebben voor een ruimtelijk plan,dat aan alle doelstellingen redelijkgoed of madg voldoet. Een dergelijkeop sadsfying vanuit vele in plaats vanop opdmizing vanuit enkele doelstel-lingen gerichte strategie wordt met na-me ingegeven door de vrees, dat op-timizing vanuit enkele doelstellingenbinnen een pluriforme samenleving te-zeer bepaalde deelbelangen begun-stigt, tezeer kansen voor minderheids-groepen afsnijdt dan wel negatieve ef-fecten op hen afWentelt, tezeer -- omDrewe's terminologie te hanteren")-- ingewikkelde plannings- en pro-grammeringsproblemen gekenmerktdoor een veelheid van doelen en hoog-stens particle, moeilijk aanwijshareoplossingen ten onrechte reduceert toteenvoudige, gemakkelijk optimaal op-losbare operationele problemen.Vermijding van rangordes is tenslottein het belang van hen, die van een der-gelijke rangordebepaling nadeel de
Reacties