stedebouw & volkshuisvestingIsj Orgaan van hetNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordeningen VolkshuisvestingIn dit nummersamsomDenkraamStadsrandstudie Tilburg IMoord-WestNationaal R.O.-beleid in de tachtigerjarenWinkelfunctie Utrechtse binnenstadzonder en met Hoog CatharijneInspraak op lokaal niveau, inleidingenstudiedagIngezondenKroniek en kommentaarNieuwe boekenMededelingenoktober 1978tV-Bestel nu uw agendaen u ontvangt ^^'^^tix^**'**voor19Z9d?9?'Agenda voornotarissenadvocatengerechtsdeurwaardersen rechterlijke machtPraktijkagenda in luxe-uitvoering.Formaat 21,4 X 14 cm. gebonden inkunstleder. Kleur rood. Opdruk ingoud(folie). Priis f 29.-. (incl. o.b. enexcl. verzendkostenNa 1 november 1978/32,-verschijnt november 1978.Agenda voormakelaarshandelaars onroerend goedtaxateurs en bouwwereldPraktijkagenda in luxe-uitvoering.Formaat 21,4 X 14 cm. gebonden inkunstleder. Kleur bruin. Opdruk ingoud(folie). Priis f 25.75 (incl. o.b. enexcl. verzendkosten).Na 1 november 1978/29,75.verschijnt november 1978.De agenda's bevatten eenkalendarium met een inhoud van 384pagina's. Indeling: een pagina per dagmet uitgestanste maandtabs enhoekperforatie met voldoende ruimteom de afspraken te noteren (van 8 uurv.m. tot 8 uur n.m. per half uuringedeeld).Een alfabet en algemene gegevenscompleteren de agenda'sVUCAWUitgeverij VUGA b.v.Postbus 160632500 AC 's-GravenhageTelefoon 070-8892 77vokbeur/ tuin en pork17t.m.21oktober1978Jaarbeurs - UtrechtExpositieprogrammaboomkwekerijprodukten - bloemisterij-produkten - zaden - machines en hulp-apparatuur voor aanleg en onderhoud vanparticuliere tuinen en openbaar groen - alletoeleveringsprodukten voor tuin en parkOpeningsuren17-18-19 oktober van 9 -18 uur20 oktober van 9 - 22 u u r en 21 oktober 'van 9 -16 uur. 20 en 21 oktober ooktoegankelijk voor particulierenuInlichtingenKoninklijke Nederlandse Jaarbeurspostbus 8500 - 3503 RM Utrechttelefoon (030) 914 914 - telex 47132GEMEENTEAMSTELVEENOp de afdeling STEDEBOUW van de DIENST GEMEEN-TEWERKEN wordt wegens uitbreiding van de werkzaam-heden uitgezien near eenstedebouwkundig tekenaarDeze medewerker zai worden belast met:-- het verrichten van voorkomende stedebouwkundigewerkzaamheden in het bijzonder het uitwerken vanrevisieplannen.Voor deze functie wordt het diploma stedebouwkundigtekenaar noodzakelijk geacht, aangevuld met enige erva-ring op het gebied van stedebouwkundig tekenwerk,Het bezit van het M.T.S.-diploma strekt tot aanbeve-ling.Salaris is nader overeen te komen, afhankelijk van oplei-ding, bekwaamheid en ervaring tot een maximum vanf 2.665,-- bruto per maand.Nadere informaties kunnen worden ingewonnen bij hethoofd van de afdeling Stedebouw, de heer G. van Sche-vicoven, tel. 020-415451, toestel 20.Sollicitaties kunnen worden gericht aan het hoofd van deafdeling Organisatieen Personeelszaken, Raadhuis, Post-bus 4, 1180 BA Amstelveen, onder vermelding vannummer GeWe-202-1 in de linkerbovenhoek van de briefen de enveloppe.GEMEENTEmmmtSTEDEBOUWKUNDIGE DIENSTBij de afdeling ontwerpen van de stede-bouwkundige dienst kan worden geplaatsteenStedebouwkundig tekenaarwiens taak zaI zijn het zelfstandig uit-werken van schetsen in nauwe samen-werking met een der stedebouwkundlgen.Het diploma van stedebouwkundig tekenaaris gewenst, maar ook degenen die overruime ervaring beschikken op dit gebiedkunnen naar deze functie solliciteren.Salariering, afhankelijk van opieiding enervaring maximaal / 2.665,-- per maand.De voor gemeentepersoneel gebruikelijkerechtsposifieregelingen zijn van toe-passing.Sollicitaties kunnen binnen 10 dagen nahet verschljnen van dit blad worden ge-zonden aan de waarnemend directeur vande stedebouwkundige dienst, Koninginne-weg 10, 1217 KX, Hilversum.P204DIENSTENSTRUCTUUR RUIMTELIJKE ORDENING, OPENBAREWERKEN, VOLKSHUISVESTING - UTRECHTBij de afdeling sociaal economisch en sociografisch onderzoek,weike organisatorisch is ingedeeld bij de Dienst voor RuimtelijkeOrdening kan worden geplaatst:een medewerkerdie zai worden belast met het onderzoek t.b.v. structuur- enbestemmingsplannen waarbij het accent wordt gelegd op dekwantitatieve verwerking van gegevens.Vereisten:? diploma H.P.O., of vergevorderde studie daarvoor, c.q. eengelijkwaardige opieiding;? goede contactuele eigenschappen alsmede redactionele vaardigtieid;? kennis van kwantitatieve onderzoekmettiodieken.Geboden wordt:? een salaris, dat afhankelijk van leeftijd en opieiding en ervaringmaximaal f 3.874,- per maand zaI bedragen;? 8% vakantietoelage;? verplaatsingskostenverordening is van toepassing;? opneming in het Instituut Ziektekostenvoorziening Ambtenaren;? tegemoetkoming in studiekosten zowel in tijd als in geld.Een psychologisch onderzoek kan worden verlangd.Schriftelijke sollicitaties met recente pasfoto te richten aan deAlgemeen Directeur van de R.O.V.U., Postbus 8200,3503 RE Utrecht,onder vermelding van nr. 11509 in de linkerbovenhoek.GemeenteUtrecht,v.icetels|thermoglaxuurboilerslluchwerwarmerslradiatorenB.V. CEN2R*'i[SoOTSCHAPMEPPELiei'io"""""gemeente dordreclitDienst Openbare Werken en StadsontwikkelingDe sector Stadsontwikkeling omvat de afdelingen Juridiscli Planologiscli Advies,Verkeer, Volksliuisvesting en Stedebouw.Voor deze laatste afdeling worden gevraagd2 STEDEBOUWKUNDIG MEDEWERKERSdie als taak krijgen:-- hat uitwerken van bestemmingsplannen voor nieuwbouw-wijken- hat lavaren van bijdragen aan stedabouwkundig onderzoakVareist is minimaal een H.T.S.-oplaiding bouwkunda aangevuld met een apllicatie-cursus Stadebouw alsmada enige jaran ervaring met voornoemde werkzaamheden.De kandidaten moeten in staat zijn in diverse werkverbanden de stedebouwkundigeinbreng te levaren.Zelfstandig kunnen opereren an verantwoordelijkheid kunnan dragan is daarom eeneerste vereiste.Afhankelijk van leeftijd en ervaring zai het aanvangssalaris nader worden vastgesteldtussen /2871,-- an / 3874,- bruto par maand.Gunstige ragelingen voor reis-, studie- en ziektekosten.Balangstellendan kunnen hun sollicitatiebrief ricliten aan da chef van de Afdeling Organisatie- en Personaalszakanvan bovengenoemda dienst, Postbus 318, 3300 AH Dordrecht.lyii[n]|nfmbureau voor ruimtelijke ordening en architectuur f.w. van droffelaar b.v.Als stedebouwkundig adviesbureau (? 20 medewerkers), zijn wij aktiefbezig met de stedebouwkundige en planologische planvoorbereiding zo-mede beleidsadvisering van een relatief groot aantal kleine en middeigrotegemeenten. Om de steeds toenemende werkzaamheden op adequate wijzete kunnen blijven verrichten, vragen wij enigeStedebouwkundige tekenaars (m./v.)Zij zullen zorgdragen voor alle voorkomende tekenwerkzaamheden metname het uitwerken van bestemmingsplannen, uitwerkings- en struktuur-plannen.Aan gegadigden voor deze funktie vragen wij:? enige jaren ervaring als stedebouwkundig tekenaar? diploma stedebouwkundig tekenaar of studerend daarvoor strekt totaanbeveling (v.t.s., p.b.n.a., I.o.i.)BELANGSTELLENDEN VOOR DEZE GEVARIEERDE, DYNAMISCHE FUNKTIE,KUNNEN HUN SOLLICITATIE RICHTEN AAN ONS BUREAU,JOLLESSTRAAT 5, 6814 JE ARNHEM, TELEFOON 085-42 33 42Technische Hogeschool DelftVoor een onderzoek ten behoeve van de ruimte-lijke planning zoekt de Vakgroep Landschapskundeen Ekologie van de Afdeling der Bouwkundedriewetenschappelijkeambtenarenin tijdelijke dienst, te weten voor een periode vanten lioogste twee jaar.Het onderzoek moet leiden tot een aantal model-len waarin uiteenlopende ontwikkelingsmogelijklie-den voor het noordelijk deel van de Vijfheerenlan-den zijn afgebeeld. De modellen zullen worden ont-worpen op grond van een ekologische analyse vande wisselwerking tussen enerzijds groepen uit desamenleving en anderzijds elementen van het land-schap.Het team van nieuwe medewerkers zai wordensamengesteld uit:-- een beoefenaar van een der sociale wetenschap-pen, bij voorkeur de culturele anthropologie;-- een onderzoeker op het gebied van de land-schapsekologie;-- een deskundige op het gebied van de ruimte-lijke planning.Inlichtingen kunnen worden ingewonnen bij deprojektieider van het onderzoek: Ir. Tj. Deelstra,Berlageweg 1 te Delft. Telefoon: 015-785942.Aanstelling en bezoldiging volgens RijksregelingzaI, afhankelijk van datum afstuderen, geschiedenin het rangenstelsel der wetenschappelijke ambte-naren.Directe opneming in welvaartsvast pensioenfonds.Schriftelijke sollicitaties te richten aan het Hoofdvan de Centrale Personeelsdienst, Julianalaan 134te Delft, onder vermelding van nr. BK 7805 in derechterbovenhoek van de brief.Gemeente OldenzaalDoor de toename van werkzaamheden kunnen op deafdeling Stadsontwikkeling van het bedrijf OpenbareWerken worden geplaatst:a. EENSTEDEBOUWKUNDIGMEDEWERKERDe werkzaamheden bestaan vooral uit devoorbereiding, ontwikkeling en herziening vanbestemmingsplannen voor gebieden in enrond de binnenstad van Oldenzaal en uit hetopstellen van de daarop betrekking hebbendeadviezen aan het gemeentebestuur.De voorkeur gaat uit naar kandidaten met hetdiploma H.T.S.-bouwkunde en met ervaringin het samenstellen van bestemmingsplannenen het opstellen van adviezen. Het bezit vanhet diploma van de apllicatiecursus stede-bouwkundige techniek, strekt tot aanbeveling.Het salaris zaI afhankelijk van ervaring, op-leiding en leeftijd minimaal / 2.533,-- enmaximaal / 3.428,-- bruto per maand bedra-gen.b. EENSTEDEBOUWKUNDIGTEKENAARDe werkzaamheden bestaan uit alle voorko-mende tekenwerk ten behoeve van bestem-mingsplannen voor stadvernieuwings- enstaduitbreidingsgebieden en ten behoeve vandaarbij behorende toelichtingen, adviezen eninrichtingsplannen.De voorkeur gaat uit naar kandidaten met hetdiploma stedebouwkundig tekenaar en metervaring op een stedebouwkundig bureau ofeen gemeentelijke dienst.Het salaris zaI afhankelijk van ervaring, op-leiding en leeftijd minimaal / 2.268,-- enmaximaal / 2.665,-- bruto per maand bedra-gen.Voor beide functies zijn de gebruikelijke gemeentelijkerechtspositieregelingen van toepassing. Een psychologischonderzoek maakt deel uit van de selektieprocedures.Inlichtingen omtrent de functies worden desgewenst ver-strekt door de chef afdeling Stadsontwikkeling van Open-bare Werken, telefoon 05410-13963, toestel 240.Belangstellenden worden verzocht hun geschreven solli-citaties binnen twee weken na het verschijnen van ditblad in te zenden aan de direkteur van Openbare Werken,Stadhuis, Oldenzaal.Orgaan van hetNederlands Instituut voorRuimtelijke Ordening en VolkshuisvestingUitgave van Samsom Uitgeverijhen aan den Rijn'>9'^ jaargang, nr. 10maandblad, oktober 1978l?]RedactieAdres voor Redactie en AbonnementenJr. R.M.Th. AdriaamensDn. HJM. van AlphenDn. H. van der CammenMr. J.H. EngelDrs. A. EvertsIr. G.J. KlerksDrs. R. KokMr. A.M. Schaap-DubbelboerDr. N.C. SchoutenIr. W. Wissing , .Van Speyhstraat 25, 25 7c? EV Den HaagTelefoon 070-4696i2". Postgironummer 29080Advertenlies: opdrachten en materiaal worden voor Bureau Van Vtiet b.v.,de lie van de maand, voorafgaande aan de maand Postbus 20, 2040 AA Zandvoortvan verschijning ingewacht bij: Telefoon 02'>07-4745"DenkraamArtikelenIngezondenKroniek en hommentaarNieuwe boekenMededelingenInhoud470 Milieuhygiene en Stadsvernieuwing, mr. H. J. A. Schaap471 Stadsrandstudie Tilburg Noord-West, ir. J. J. van Overbeke en ir. F. V. Vrij493 Het nauonaal ruimtelijke ordeningsbeleid in de tachtiger jaren, drs. P. Klooster496 De winkelfunctie vap de Utrechtse binnenstad zonder en met Hoog Catharijne, drs. W. Bruno502 Inspraak op lokaal niveau502 Moet inspraak geinstitutionaliseerd worden? drs. R. P. Hortulanus506 Commcntaar vanuit de gemeentelijke praktijk op de rapporten NIROV-RARO-VNG - inspraakin de ruimtelijke ordening, mr. H. G. F. M. de Kok509 Reactie op artikel ir. D. H. Frieling, ir. P. Kessler ' 510 Reaktie, ir. D. H. Frieling511 Hoe goed het is een sleciite regenjas te dragen, ir. J. Petri514 "Aspecten van Europe"; Sociaal geografische beschouwingen over bevolking en bedrijvigheid,drs. E. J. E. Modderman515 Ing. T. A. Renssen: Vogels onder hoogspanning, drs. H. W. R. van den Wall Bake516 Studiedag Sectie Volkshuisvesting; A.N.W.B.-recreatiestudiedag 1978 'Losse nummers f 9,2i469 Stedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1978Denkraam'Milieuhygiene en StadsvemieuwingVan oudsher heeft er vanuit de milieuhygiene een levendige be-langstelling bestaan voor het vraagstuk van de krotopruiming, dewoningverbetering en de wijkvernieuwing. Met lede ogen had menmoeten aanzien hoe in de na-oorlogse jaren de prioriteitennoodzakehjkerwijs steeds elders lagen: bij de voortdurend doortekorten opgejaagde nieuwbouw.Toen dan ook aan het eind van de zestiger jaren de oude woning-voorraad en vooral de krotopruiming meer aandacht gingeri krijgenleefde bij vele volkshuisvesters en gezondheidsmensen de hoop weerop, om na zoveel jaren vertraging eindelijk te kunnen afrekenenmet al die erfenissen uit de donkere periode van voor de Woning-wet, de periode waarin beide groepen elkaar gevonden hadden bijhun. strijd tegen de slechte woontoestanden. Al gauw bleek dathet verefFenen van de rekening toch niet zou kunnen bestaan uit hetzonder meer wegslopen van dat beschamende verleden. Door scha-de en schande werd men gewaar dat ieder dichtgespijkerd huis enelke leeggesloopte plek een scheur of een gat betekent in het socialeweefsel van buurt of wijk waarvan de achterblijvende bewonersnog jarenlang de slachtofFers kunnen zijn. In gezondheidstaal ge-sproken: het cureren van de somatisch zieke kan door een verkeerdeingreep uitlopen op blijvende schade aan de psyche.Algemeen werd dan ook in vrij korte tijd aanvaard dat het nietzomaar om een "operatic krotopruiming" gaat maar om een zorg-vuldig te bcgeleiden proces. Dit proces -- de stadsvemieuwing --stelt in de plaats van het tabula-rasa-model een gedifferentieerdsysteem met vele verschijningsvormen, waarbij het sparen van hetbestaande niet wordt geschuwd. Vanuit de milieuhygienische op-tiek ligt er bij deze nieuwe aanpak een intcressante vraag: hoeverkan men van de uit gezondheidkundig oogpunt gestelde eisenwaaraan een woning moet voldoen, wat laten vallen teneinde eenvoor de bewoner ook in sociaal opzicht bevrcdigende woonsituatiete bereiken. Met andere woorden: hoever mag men met het in standhouden van een eerder als krot aangemerktc woning gaan. Wanneerkomen de gezondheidsaspekten wcrkelijk in het gedrang. Hier ligteen breed en ingewikkcld terrein van studie, waarbij ook vragen op-doemen als: kan men voor tijdelijke bewoners zoals studenten enwerkende jongeren genoegen nemen met lichtere eisen dan voormeer blijvende groepen als gezinnen en ouderen, welke basisvoor-zieningen zijn absoluut onmisbaar. De eerlijkheid gebiedt te zeggendat vanuit de gczondheidssfeer nog maar uiterst weinig onderzoekin deze richting is geentameerd. Het wordt tijd daar verbetering inte brcngen.Een ander aspect van de stadsvemieuwing waarmee de milieu-hygienicus te maken heeft, hangt nauw samen met het integrale ka-rakter van dat proces. Het gaat immers niet alleen om het bouwenof herstellen van woningen maar om het weer leefbaar maken vanbuurten en wijken in elk opzicht, dus met inbegrip van alle voor-zieningen. Daartoe behoort ook de werkgelegenheid. Een voorbeeldvan het al doende leren is ook hier te vinden. In een aantal gevallenbleek een gebied dat pas was opgeknapt in korte tijd opnieuw snelachteruit te gaan. Bewoners trokken weg. Andere kwamen, maardroegen niet bij aan een gediflFerentieerde bevolkingsopbouw enook uiterlijk voltrok zich in korte tijd opnieuw een verpaupering.Een analyse bracht aan het licht dat het wonen in de buurt niet hooggewaardeerd werd omdat ondanks de verbeterde woningen erernstige klachten bleven. Deze bleken de overlast te betreffen vaneen of meer bedrijven of bedrijfjes waarvan de stank, de lawaai-overlast, de rommelige aanblik, de trillingshinder of de overlastvan het laden en lossen de woonsfeer niet ten goede kwamen.Dit meermalen gesignaleerde verschijnsel voerde tot de overtuigingdat een gelijktijdige aanpak van de bedrijven in de stadsvemieuwingniet gemist kan worden. Die aanpak moet allereerst komen vande Hinderwet. Een voor betrekkelijk nieuwe situaties, dus recentebedrijfsvestigingen of uitbreidingen wel te hanteren instrument, ze-ker wanneer de voorgestelde wijziging straks zijn beslag heeft ge-kregen. Maar voor vele oude, in het verleden scheefgegroeidesituaties kan men daarmee niet uit de voeten. Een weinig adequaatHinderwetbeleid in vroeger jaren kan men niet nu plotseling onge-daan maken door drastisch optreden tegen al jaren zonder ver-gunning of met een volkomen verouderde vergunning werkendebedrijven. Vandaar dat er met behulp van de gelden voor de stads-vemieuwing hulp geboden wordt. In het bijzonder om de verplaat-sing van bedrijven bij voorbeeld naar een gemeentelijk industrie-terrein mogelijk te maken, waarbij de vrij gekomen ruimte vaakwordt benut voor woningbouw. Ook maatregelen ter plekke aaneen bedrijf om de overlast te verminderen worden soms aldus mo-gelijk gemaakt. Zo is de stadsvemieuwing een gebied geworden waarvolkshuisvesters en milieuhygienisten geinspireerd samenwerken.Een en ander zal worden geintensiveerd door een subsidierege-ling welke thans door het ministerie van Volksgezondheid enMilieuhygiene wordt voorbereid en die specifiek is afgestemd ophet beeindigen van de milieuoverlast die kleine en middelgrotebedrijven veroorzaken in de woonomgeving. Deze regeling zal in hetbijzonder van belang zijn voor de stadsvemieuwing en is er opgericht om waar dat mogelijk is, bedrijven als bron van werkgele-genheid voor buurt of wijk te behouden zonder overlast voor debewoners. Maakt de aard van het bedrijf dit niet uicvoerbaar dan zalverplaatsing uitkomst moeten bieden. In beide gevallen zal aanstrenge milieueisen moeten worden voldaan want verbetering vanhet leefmilieu blijft de grondslag.mr. H. J. A. Schaap470 Sledebouw en Volkihuisvesting, oktober 1978Stadsrandstudie Tilburg Noord-Westir. J.J. van Overbeeke" en ir. F. V. Vrij*SAMENVATTINGDoor de gemeente Tilburg wordenplannen voorbereid voor de ontwikke-ling van het woongebied Reeshof enhet werkgebied Vossenberg. Beideplangebieden zijn gelegen aan de west-kant van de stad Tilburg en zijn doorhet Wilhelminakanaal van elkaar ge-scheiden.In aansluiting bij hetgeen daaromtrentdoor hogere overheden in recent ver-schenen nota's wordt gesteld') is hetbeleid van de gemeente Tilburg eropgericht, nieuwe woon- en werkgebie-den op een adequate wijze in het land-schap in te passen.Onderkend wordt bij de planontwik-keling voor Tilburg N-W, dat stede-bouw en landinrichting een samen-hangend probleemveld vormen.In het structuurplan voor de wijkReeshof (? 8000 won.) is de land-schapsstructuur als aanknopingspuntgekozen voor de structurering van hette bebouwen gebied. Daartoe is onder-zocht welke landschappelijke elemen-ten als karakteristiek en waardevolgegeven aan het te bebouwen gebiedmede vorm kunnen geven.Tegelijkertijd met de ontwikkeling vanhet structuurplan Reeshof is voor hetlandelijk gebied dat deze to.ekomstigewijk zal omringen een "stadsrand-studie" verricht.* Voorheen werkzaam bij het Bedrijf der Pu-blieke Werken Tilburg, thans werkzaam bijhet Stadsgewest Tilburg.'"' Voorheen werkzaam bij de ProvincialePlanologische Dienst Noord-Brabant, 's-Her-togenbosch, thans werkzaam bij het Stadsge-west Breda.In het streekplan Midden- en Oost-Brabant wordt de problematiek in hetstadsrandgebied als een essentieel on:derdeel van de planvorming op pro-vinciaal, regionaal en locaal niveaubeschouwd.In het kader van het vooroverleg metde provincie betreffende de planont-wikkeling aan de westkant van Tilburgheeft de gemeente Tilburg besloten tothet in samenwerking met de provincieverrichten van een nadere studie naarde stadsrandproblematiek. De stads-randstudie bevat, evenals het struc-tuurplan Reeshof, een analyse van ka-rakteristieke en waardevolle land-schappelijke elementen van de land-bouwkundige situatie en van recrea-tieve voorzieningen.Op grond van een confrontatie vanactuele gegevenheden in het landelijkgebied met wenselijk geachte ontwik-kelingen vanuit de toekomstige wijkReeshof en met de planontwikkelingvoor het industriegebied Vossenberg,dat aan Reeshof zal gaan grenzen, zijnvoorstellen geformuleerd voor deruimtelijke en functionele karakteris-tiek van het stadsrandgebied. Via eenterugkoppeling naar het structuurplanzijn deze voorstellen, voorzover ze hunweerslag hebben op het woongebied inhet structuurplan verwerkt.In een tweetal artikelen zuUen de aii-teurs de essentie van de stadsrandstu-die en het structuurplan Reeshofweer-geven. In dit nummer van Stedebouwen Volkshuisvesting komt de stads-randstudie aan de orde, terwijl hetstructuurplan Reeshof in het volgendenummer zal worden behandeld.1. ALGEMENE PROBLEEM-STELLING7.7. Ontwikkeling van stedenVoor de Tweede Wereldoorlog kwamin Brabant stadsvorming nog niet opruime schaal voor. Het nederzettings-patroon bestond naast enkele stedenoverwegend uit verspreid liggendedorpen en gehuchten, welke een grotemate van beslotenheid en economischezelfstandigheid bezaten.Onder invloed van bevolkingsgroei,een toenemende mobiliteit, een opko-mend forensisme en andere sociaal-economische ontwik-kelingen onder-ging het maatschappelijk en ruimtelijksamenlevingspatroon verandering. Erontstond een toenemende vervlechtingvan de voorheen nog besloten dorps-gemeenschappen. De oude steden enomliggende kernen vertoonden deneiging aaneen te groeien. Het vanoudsher markante onderscheid tussenstad en platteland vervaagde, mede tengevolge van het vervagen van sociaal-economische, politieke en religieuzeverschillen.De huidige stad Tilburg is een spre-kend voorbeeld van deze ontwikkeling.Tot aan het begin van de vijftiger ja-ren waren rond de stad Tilburg aande noordzijde De Reit, Hasselt, Stok-hasselt en Heikant en aan de zuid-zijde Broekhoven, Koningshoeven,Berkdijk en Laar nog zelfstandigeagrarische gehuchten. In het bijzonderin de laatste decennia heeft als ant-woord op de grote kwantitatieve drukop de woningmarkt de stad in hoogtempo de oude gehuchten ingelijfd;thans zijn ze nog slechts terug te vin-den in de naamgeving van de nieuwe-re stadsbuurten.De stadsuitbreidingen van na 1930471 Stedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1978stadsrandstudie Tilburg Noord-Westblijken op steeds minder mensen aan-trekkingskracht uit te oefenen. Tal vanfactoren zijn hiervoor aan te voeren.De snelle ontwikkeling van nieuwebuurten heeft geleid tot ruimtelijk enfunctioneel identieke stedelijke mi-lieus, qua inrichting onoverzichtelijken monotoon, zonder een eigen karak-teristiek.Tengevolge van de meestal concen-trische uitgroei van de steden is hetdirecte contact tussen de oudere buur-ten en het groen verloren gegaan.Ook bij de nieuwe wijken ontbreekteen functionele en ruimtelijk-visuelerelatie tussen de randbebouwing enhet aangrenzend landehjk gebied, om-dat deze randzones niet in het stede-bouwkundig ontwerp zijn betrokken.Een andere factor die het wonen in desteden in negatieve zin befnvloedt, ishet onvoldoende beschikbaar zijn vangeschikte huizen.Het snelle groeiproces van de stedenen de mede als gevolg daarvan ver-minderde aantrekkingskracht van destad als woongebied heeft de spreidingvan de bevolking over Brabant ver-groot. Dit verschijnsel wordt veelalaangeduid met de term suburbanisa-tie.Het is, ook voor Tilburg, van grootbelang het beleid te richten op het ver-beteren van de leelbaarheid van destad mede om de spontane trek naarde stad te bevorderen en de trek uitde stad tegen te gaan. Een dergelijkbeleid dient zowel de belangen van destad als die van het platteland. Kansenom in de stad voor de groep poten-tiele suburbanisanten woonmilieus tecreeren die kunnen concurreren metde groene woonbuurten in suburbanekernen moeten worden benut.1.2. Ontwikkeling van het landelijk gebiedHet aanzien van het landelijk gebieden zijn betekenis voor de samenle-ving zijn in deze eeuw belangrijk ge-wijzigd.De verstedelijking heeft zowel directals indirect veel van de oppervlaktelandelijk gebied aangesproken. Daar-naast hebben ontwikkelingen in hetlandelijk gebied zelf tot grote verande-ringen geleid.Sedert de Tweede Wereldoorlog zijndorpen en steden uitgegroeid totstreekcentra en stadsregio's. Zoals aleerder opgemerkt, is het sociaal enruimtelijk contrast tussen stad en lan-delijk gebied hierdoor vervaagd; hetlandelijk gebied is van ruimte buitende nederzettingen als het ware gewor-den tot ruimte binnen en tussen stads-regio's en regionale kernen. De opper-vlakte landelijk gebied is door de ver-stedelijking en de daarmee samenhan-gende activiteiten aanzienlijk afgeno-men en versnipperd. De agrarische be-drijfsvoering en het instandhoudenvan natuur en landschap zijn hierdoorbemoeilijkt. Voorts hebben de groei-ende stedelijke bevolking en het hui-dige leefpatroon de behoefte aan ont-spanningsmogelijkheden in de openlucht versterkt. Grote delen van hetlandelijk gebied zijn ontsloten voor deopenluchtrecreatie; voorts zijn veler-lei recreatieve voorzieningen tot standgekomen, zoals dagrecreatieve concen-tratiepunten, zwembaden, tweede-wo-ningcomplexen en picknickplaatsen.Naast de rationele ontwikkelingen inhet stedelijk milieu is ook de wijzewaarop de landbouw wordt bedrevenin de provincie Noord-Brabant dras-tisch veranderd. Zoals bij de woning-bouw de afhankelijkheid van de na-tuurlijke terreingesteldheid is verval-len door het geevolueerde technischkunnen, zo is ook de agrarische be-drijfsvoering onafhankelijk gewordenvan de natuurlijke terreingesteldheid.Vanuit het streven naar een betere in-komenspositie voor de boer heeft ditgeleid tot een vergaande rationalisa-tie van de landbouw, tot uiting ko-mende in sterk vergrote kavels, inten-sieve bodembewerking, grondwater-onttrekking etc. . . . Voorts heeft deintensieve veehouderij een grote vluchtgenomen.De toegenomen maatschappelijkewaardering voor de niet-productieveaspecten in het landelijk gebied, zoalsnatuur, landschap, cultuurhistorie endaarop geente extensieve vormen vanopenluchtrecreatie heeft in toenemen-de mate tot belangentegenstellingengeleid, niet alleen met de naar rationa-lisatie strevende landbouw, doch ookmet wonen, werken, verkeer en recrea-tie.1.3. Het overgangsgebied van stad naarplatteland: het stadsrandgebiedDe consequenties van de hiervoor ge-schetste ontwikkelingen van de stedenen in het landelijk gebied hebbenbeide hun weerslag op het overgangs-gebied van stad naar platteland: hetstadsrandgebied. In het bijzonder ditgebied staat onder een voortdurendestedelijke druk, is het niet door de aan-wezigheid van stedelijke elementendan is het wel door de dreiging vande uitdijende stad en suburbane ker-nen. Deze randgebieden, overgangsge-bieden tussen stedelijk en landelijkgebied, worden veelal gekenmerktdoor de aanwezigheid van afgeleidestedelijke functies, zoals rioolwaterzui-veringsinstallaties, vuilstorten, trafo-stations, autokerkhoven, volkstuin-complexen, en dergelijke. Hierdoorstaat de landbouw in het overgangs-gebied onder voortdurende druk vanstedelijke ontwikkelingen. De land-bouwkundige situatie is veelal nietoptimaal te beschouwen en de onze-kerheden over de toekomstmogelijk-heden werken belemmerend op hetontplooien van initiatieven.De ontwikkelingen in het overgangs-gebied zoals die zich onder deze om-standigheden voordoen, zijn evenminin het belang van de stedelijke bevol-king. Dit gebied is van veel betekenisdoor zijn ligging, grenzend aan woon-gebieden, waardoor het bij de dage-lijkse levenssfeer wordt betrokken en472 Stedebouw en Volhhuisvesting, oktober 1978tilburg en omgevingstudiegebied uAJheelding Ieen functie heeft als stedelijk uitloop-gebied.Naast recreatieve voorzieningen is hetaanwezig zijn van een aantrekkelijklandschap van betekenis voor het ver-vullen van deze uidoopfuncde.Bij de huidige rationele en facetsge-wijze benadering van de ruimtelijkeinrichnng van de stadsrandgebieden isslechts in een beperkt aantal gevalleneen gelijktijdig benutten voor zowel"stedelijke" als "landelijke" doelein-den mogelijk. Vrijwel steeds is er eenspanningsveld aanwezig tussen meer-dere belangen. Een bijsturing in hetgeschetste vervlechtingsproces van staden landelijk gebied is derhalve nood-zakehjk.Daarbij moet worden gestreefd naarruimtehjke en functionele verschei-denheid en grensrijkdom en daarmeenaar het respecteren c.q. terugbren-gen van de eigenheid van het gebied.Het besef, dat ook in deze tijd een we-derzijdse afhankeHjkheid bestaat tus-sen stedehjke miheus en omringendlandehjk gebied moet weer uitgangs-punt gaan vormen voor de planning.Niet het grondgebruik maar de land-schapsstructuur biedt het beste aan-knopingspunt voor de ruimtelijke con-cretisering van dit streven.1.4. Tilburg Noord-WestIn het westelijk deel van de stads-regio Tilburg zullen op korte termijneen aantal ontwikkelingen plaatsvin-den die de bestaande situatie ingrij-pend zullen wijzigen. Het betreft destedelijke uitbreidingen Reeshof(woonwijk van 6000 a 8000 woningen)en Vossenberg (industriegebied van150 a 200 ha.). Voorts zal hier de ruil-verkaveling Gilze-Bavel-Rijensbroekworden uitgevoerd.De ruilverkaveling is vooralsnog een-zijdig gericht op de agrarische produc-tiviteit, terwijl de stedelijke ontwikke-lingen nog veelal gestoeld zijn op desegregatiegedachte tussen wonen, wer-ken, recreatie en verkeer en de kwanti-tatieve dwang tot woningbouw.Gelet op de belangen vanuit de hui-dige en de toekomstige stedelijke mi-lieus en de landbouw en niet in delaatste plaats vanuit de bestaandelandschappelijke en natuurwaarden,vragen deze ontwikkelingen om eenintegrate planmatige aanpak van zo-wel het reeds thans aan de west- en473 Stedebouw en Volhshuisvesting, oktober 1978(Visuele) rumcelijke struktuurnoordzijde aanwezige als van hetnieuw te ontwikkelen overgangsgebiedvan woon- en werkgebied naar platte-land.Op deze wijze kan worden gekomentot een evenwichtige en flexibele in-richting naar vorm en functie van ditgebied waarbij in de tijd gezien ookeen zekere continu'iteit wordt verkre-gen.2. MOTIVERING EN OPZET VANDE STADSRANDSTUDIE TILBURGNOORD-WESTDe hiervoor uiteengezette algemeneprobleemstelling, gekoppeld aan deophanden zijnde ingrijpende ont-wikkelingen aan de noord-westkantvan Tilburg, heeft de gemeente Til-burg doen besluiten tot het verrichtenvan een nadere studie naar de proble-matiek in het stadsrandgebied. Eenzwaarwegend motief voor deze studiewas bovendien het streekplan voorMidden- en Oost-Brabant, waarin deproblematiek in het overgangsgebiedvan stad naar platteland als een essen-tieel onderdeel van de planvorming opprovinciaal, regionaal en locaal niveauwordt beschouwd.Voor de uitvoering van de stadsrand-studie hebben de gemeente Tilburgen de provinciale planologische dienstvan Noord-Brabant een werkteam ge-formeerd, waarin buro Maas als ex-tern adviseur van de gemeente Tilburgis opgetreden^). De op provinciaal ni-veau functionerende permanenteprobleembeschrijvingIinventarisatiesIsignalering knelpunteni1oDe ruimtelijke hoofdstruktuur van Tilburg N.W., metbuffer- en geledingszones. Hierin Icunnen de deelgebieden1. Groenven als En de buffer tussen filb. en Rijen Dongi2. Heibloera "poorten" tussen de buffer en de Loonse Heide3. R-eishof fungeren tussen de buffer en de ReeshofTe handhaven, belangrijke/karakterlstieke open ruimtenBinnen de hoofdstruktuur te onderscheiden ruimten en debelangrijkste (radiaal gerichte t.o.v. Tilburg)ruimte werkingDe groenmassa's staan aangegeven op de ondergrond.stedelijke bebouwing Tilburg (inkl.industriegebieden)SPECIALE BEPL./OBJEKTEN 0.1.D.Te handhaven belangrijke/karakteristieke laanbeplantingenVloeiveldenlllltlllllilMIf -)Wilhelminakanaal (+ kanaaldijk)Sluis 3 en omgeving; ingraving W-kanaal in dekzandrugGEBOUWDE ELEMENTENZichtlijn op toren van HultenHoogspanningsleidingenSpoorlijnHog. ouwen 1. toren van Hulten 3. Radio en TV toren2. glasfabriek Dongen 4. Flats van Tilburg N.RELIEFAfheelding 2 'V^X>^ Dekzandrug Sluis 3; Vosberg; Lepelarezandwerkgroep "Stadsranden"^) heeft voordit werkteam gedurende het verloopvan de studie een belangrijke klank-bordhinctie gehad.Bij een studie van stedelijke en lande-lijke gebieden kunnen verschillendeschaalniveaus worden onderscheiden:nationaal, provinciaal, stadsregionaal,stedelijk, wijk-, buurt- en straatniveau.principe-opbouw stadsrandbeschrijving planvoorstellenIinstrumentanumaanbevelingenDe stadsrandstudie is vooral gericht opde niveaus van de wijk, de stad en destadsregio.Uit deze gerichtheid is het te bestude-ren gebied af te bakenen: globaal dezone tussen Tilburg en Dongen/Gilze-Rijen. Vanwege de specifieke aard vande aanwezige problematiek heeft hetonderzoek zich toegespitst op het ge-arceerde gebied in afbeelding 1.De in de stadsrandstudie gevolgdewerkwijze kan in grote lijnen als volgtin beeld worden gebracht.De probleembeschrijving is in het eer-ste gedeelte van dit artikel reeds aanbod gekomen. In het navolgende wil-len we -- mede gezien het feit dat eenstudie als de onderhavige naar besteweten niet eerder in Nederland is ver-richt -- vooral aandacht schenken aandie aspecten van de stadsrandstudie,474 Stedehouw en Volkshuuvesting, oktober 1978?xhafA
Reacties