stedebouw & volkshuisvestingIn dit nummerDenkraamStreekplan provincie GroningenCentrumgebied van LeiystadStadsvernreuwing en veranderingen inde bouwopgaveStadsvernieuwing: is er een wegterug ?De hierarchie van winkelcentra,commentaarNieuwe boekenIVIededelingensamsom mei 1978/"'Kent u die van de bouwnijverheiddie zichzelf steeds de dasprobeerde om te doen?Die bouwnijverheid, die bouwdedat hat een lust was. Vooral in deRandstad viel er vreselijk veel te doen.Maar toch waren er een paar vreemdedingen aan de hand.Ondanks het feit dat de techno-logie voortschreed, ondanks het feit dater veel bouwvakkers noodgedwongenniets om handen hadden, ondanks hetfeit dat in een heleboel bedrijfstakkende efficiency steeg en de produktietijdper eenheid terugliep, ging dieproduktietijd in de bouw almaaromhoog.Wat ook omhoog ging, waren debouwkosten; maar wat zeker nietnavenant omhoog ging was de bouw-kwaliteit. Een heleboel deskundigenbraken zich het hoofd, regeringenpeinsden zich suf en stimuleerden dathet een lust was. Met een veel tebescheiden en veel te tijdelijk effekt.De goede oplossing zal dus welnet zo komplex zijn als het probleem.En bestaan uit een heleboel grote enkleine zaken.Laten we 's beginnen met een kleine.En in het vervolg alle ramen en deurenvan ALUMINIUM maken.Intal aluminiuin ramen endeuren: kleine zaken van groot belang.? Intal bouwt snel: de ramen en deurenkomen kompleet en afgewerkt op debouw. Wachttijd en droogtijd komenniet voor. En voor de montage zijngeen specialisten nodig.? Intal bouwt rationed: komplete ramenen deuren zijn in 132 standaardmatenleverbaar (basismoduul M = 10 cm.)Daarnaast kunnen de standaard-konstrukties in elke gewenste maatworden gefabriceerd, mits het omaantallen van gelijke afmeting gaat.? Intal bouwt duurzaam: aluminumtrekt niet, werkt niet en vergaatevenmin. Intal aluminium vergt geenonderhoud, omdat het afdoende isgeanodiseerd.? Intal bouwt goedkoop: Intal aluminiumramen en deuren zijn doorgaans20 % goedkoper dan welk alternatiefook.WATERDICHTHEID; NEN 3660LUCHTDOORLATENDHEID: NEN 3661OOORBUIGING EN STERKTE: NEN 3850GLASDfKTE NEN 2608VENTILATIE NEN 1087DIKTE ANODISEERLAAG:(20 micron) EWAA KEURTNO RAPPORT BESCHIKBAARALUMINIUM RAMEN EN DEURENIntal.Voordelig duurt'tiangst.ALUMINIUM RAMEN EN DEURENIntal B.V., Postbus 31, Geldermalsen, Tel. 03455 - 29 41Uw pand wordt bedreig^.my/A-mm'^} m.mmwm:\r "---'----_- ,R ill- -^^JPJUi_y.Bij transport bestaat kansop beschadigen.Laat de schilderhet beschermen.Onroerend goed blijft een kostbaar bezit.Op een voorwaarde; dat u 't onderhoud nietlaat sloffen. Want een verwaarloosd pandverliest niet alleen aan representativiteit, maaronherroepelijk ook aan reele waarde.Zeker, schilderen kost geld.Maar repareren is nog altijd stukken duurder.Daarom dit eenvoudige advies;ga praten met de schilder. En laat hem uw pandbeschermen tegen weer en wind, tegen de listen enlagen van ons onbetrouwbare klimaat. Met de modemsteverven en lakken, met strak vakwerk. Uw pand verdientniet minder.Ook beton vraagtonderhoud.Rookgassen en condensveroorzaken corrosie.Publikatie van hetBedrijfschap Schildersbedrijfte Rijswijk (ZH).'V ??,.;;.1^^..De Rockwool spouwplQQt427is oneKomo-certificQQten hetKomo/DoL?i -?*g^ ^4 *>llJlHII*:,*,,:"*.*.. sew .*. ?^ i-K ****** '*'^** *, 44h#i?* f * ; -4 ? ? "* '^ If fk 4 't^nHH** iKOMO ^.sSfc^ CERTIFICAAT^w^' "'^wb ^KOMCBOUW-iCENTRUM-ATTESTNog niet eerder werd eenisolatieprodukt met beide onderschei-dingen geeerd. Een dubbelebekroning dus voor onze Rockwoolspouwplaat427.certificQQtj HetcertificaatgeeftaandatdeRockwool spouwplaat 427 het KOMO-keurmerk mag voeren, m.a.w. dekwaliteit van dit produkt is gewaarborgd.Komo/Bouwcentrum-QtfestHet attest is de verklaring vanKOMO en Bouwcentrum, datdeRockwool spouwplaat 427 geschikt isvoor volledige en gedeeltelijke spouw-muur-vulling in steenachtige muren.Daarmee is duidelijk aangetoonddat het vertrouwen van onze klanten inRockwool-produktenterecht is.Het is bovendien een aanmoedi-ging voor Rockwool Lapinus om opdezelfde voet verder te gaan.Research en ontwikkeling zullen ook nadit resultaat bij ons niet stilstaan.ROCKWOOHLAPINUS mAlsenigeGEMEENTEAMSTELVEENOp de afdeling STEDEBOUW van de DIENST GEMEENTE-WERKEN wordt wegens uitbreiding van de werkzaamhedenuitgezien naar:A.eenstedebouwkundigontwerpervacaturenummer GeWe-173-1Tot de taak van deze functionaris behoort onder meer:-- het in teamverband vervaardigen van bestem-mingsplannen.De gedachten gaan uit naar een functionaris metHTS- of S.H.O.-opleiding, die tevens beschikt overeen rulme ontwerpervaring.Het salaris is nader overeen te komen, afhankelijkvan opieiding, bekwaamheid en ervaring tot/ 3.745,TM per maand.Een ultloop tot / 4.1 91,-- is bij een goede dienstver-vulling mogelijk.B.tweestedebouwkundigetekenaarsvacaturenummer GeWe-174-1Deze medewerkers zullen worden belast met:-- het verrichten van voorkomende stedebouwkun-dige werkzaamlieden, in het bijzonder het uitwer-ken van revisieplannen.Voor deze functie wordt het diploma stedebouwkun-dig tekenaar noodzakelijk geacht, aangevuld metenige ervaring op het gebied van stedebouwkundigtekenwerk.Het bezit van het IVI.T.S.-diploma strekt tot aanbeve-ling.Salaris is nader overeen te komen, afhankelijk vanopieiding, bekwaamheid en ervaring tot een maxi-mum van / 2.576,-- bruto per maand.De gebruikelijke gemeentelijke rechtspositieregelingen zijnvan toepassing.Nadere informaties kunnen worden ingewonnen bij hethoofd van de afdeling Stedebouw, de heer G. van Schevi-coven, tel. 020-415451, toestel 20.Sollicitaties kunnen worden gericht aan het hoofd van deafdeling Organisatie en Personeelszaken, Raadhuis te Am-stelveen, onder vermelding van het betreffende vacature-nummer in de linkerbovenhoek van de brief en de enve-loppe.Wonderlijkvulmiddel/reparatiemortelKant-en-klare kunstharspasta met super hechtkrachtV^QRIONSTOPBSN HERSTELLEN1^1 MULLEN PLAMUBENOm vlug, beter en eindeloosveel, buiten en binnen, tehersteiien cm. houtrot, batonen natuursteen. Opnieuwvoegen. ragdun pleisteren,dik plamuren, bijwerken stop-verf. Uitvlakken traptreden envioeren. Vastzetten dakpan-nen en loden slabben. Af-dichten lek balkon. scheurenen kieren, ook om leidingen.Alleen goed omroeren.Zo nodig weinigwater toevoegen.Hechtvulling tussen hout ensteen (leggen plavuizen ophouten vioer!), aan elk mate-riaal. droog of vochtig, ookaan metaal en glas. Herstelkeramiek, antiek en sculp-tuur. En dit is maar een greepuit de gebruiksaanwijzing voladviezen, onder deksel vanpot en emmer.Voordefinitief hersteiien:?Op internationaal niveau te Londen bekroond met "The Blue Ribbon"Verpakkingen: 1 5, 5, 2. 1 en 0,6 kg.(Houdbaar ook bij aangebroken emmer pot)Uw vaste groothandel heett het.Een produkt vanHenkelGratis Renovatiebrochure op aanvraagBel of schrijf Henkel Chemie bv, postbus 623, Amstelveen, 020-5401 91 1.JBB1Fabriek:Vogelsancklaan 250^^ ^^ ^^ _ 3b40-Zolder. (Belgie)RADIATOREN-- al meer dan 10 jaar een begrip!ALUTHERM C.V. KETELS& RVS BOILERS-- de ketel met het aluminium 'hart'-- anders dan alle andere-- voor BLIJVEIMD hoog rendementEEN-PIJP-SYSTEEM-- voor snelle, fraaie en vooral technischverantwoorde montage.Verkoopleider Ned.: F. A. M. HendrikxMeerhoek 6/31. 5403-AC-Uden. 04132-63885.Amsterdam vraagtVoor de DIENST DER PUBLIEKE WERKEN bij de afdeling Stadsontwikkeling (StedebouwkundigePlanvorming, Discipline Onderzoek) eenplanologisch onderzoeker m/v TAAK inteamverband ver-richten van planvormige activi-teiten in de oude stad; inhoofdzaak: interpreterend in-ventariseren van maatschap-pelijke verschijnselen en hunruimtelijke consequenties;mede opstellen van pro-gramma's met betrekking totde gewenste inhoud van ste-debouwkundige plannen (bij-voorbeeld winkels, woningen,scholen, parkeer- en recreatie-voorzieningen). VEREISTEN HBO of kan-didaats sociale wetenschap-pen; bereid zijn zich verder tebekwamen op het eigen vak-gebied; goed kunnen samen-werken met vertegenwoordi-gers van andere disciplines;leeftijd tot 35 jaar.Ervaring in soortgelijke werk-zaamheden strekt tot aanbeve-ling. SALARIS afhankelijk vanleeftijd en ervaring, maximaal/ 3251,- bruto per maand. INLICHTINGEN de heer J.H. van Staveren, telefoon (020)596.1353.Vakantieuitkering 8 procent, Schriftelijke sollicitaties bin-de rechtspositieregeling van nen 14 dagen te richten aande gemeente Amsterdam is de Afdeling Personeelszaken,vantoepassing. Oudezijds Voorburgwal 274,Een psychologisch onderzoek Amsterdam, onder vermeldingzai deel uitmaken van de se- van vacaturenummer 24414lectieprocedure. gemeente amsterdam;.v.ketelsl,Her.o,.a.uurbo>.ersl.ucWver^armerslradiatorenI^^PPEL telefoon 0522042161Geografievanstadenplattelandin dewesterse landen3e geheel herziene enuitgebreide drukG. A. HOEKVELD, R. B. JOBSE, J. VANWEESEP EN F. M. DIELEMANMaatschappelijke problemen trekkentegenwoordig sterk de aandacht zowei vanberoepsmatig geinteresseerden als bestuurders,ambtenaren, stedebouwkundigen, architekten,investeerders als van individuele burgers. In degrote steden zijn deze problemen zo omvangrijken complex geworden dat men al van eenstedelijke crisis spreekt. De naar hedendaagsenormen onvoldoende aantrekkelijkheid van degrote steden, gecombineerd met economischeproblemen, heeft geresulteerd in functieverliesop zow/el sociaal als economisch terrain. Medeonder invloed van de achteruitgang van de grotesteden maken ook vele kleinere steden en deplattelandsgebieden ingrijpende veranderingendoor en worden ook deze gebieden metgroeiende problemen geconfronteerd.Steeds meer wordt de STADS- ENPLATTELANDSGEOGRAFIE gezien als een takvan w/etenschap die kan bijdragen aan hetaanw^ijzen van de oorzaken, aan het schetsenvan de consequenties van problemen en aanhet vinden van mogelijke opiossingen. Eerderedrukken van dit boek hebben geprobeerd daarin Nederland toe bij te dragen. Het boek biedtnaast een breed overzicht van historische enmoderne ontwikkelingen in binnen- enbuitenland een reeks van verklarende theorieendie de ontw/ikkelingen plaatsen. In de geheelherziene en uitgebreide druk wordt nog sterkeringegaan op de Nederlandse situatie.Struktuurveranderingen in de stad en op hetplatteland, het functioneren van de w^oningmarkten de intrastedelijke mobiliteit, de problematiekvan de 19e-eeuwse w/ijken en de suburbanisatieworden uitgebreid behandeld. Daarbij is gebruikgemaakt van de nieuwste onderzoekresultatenuit brede kring.De auteurs zijn als respectievelijk hoogleraaren medewerkers verbonden aan het Geografischen Planologisch Instituut van de Vrije Universiteitte Amsterdam.Formaat: 15,5 x 24 cmOmvang: 308 pag.Prijs: / 26-ISBN: 90 228 891 5 7 aOM?MROMEN - POSTBUS 1 7 - BUSSUM.VERKRIJGBAAR IN DE BOEKHANDEL\^il3i)il)li()theek\/OC3RAA/ EIM? van hezik partners is een stedebouwkundig adviesburo dat adviseert ophet gebied van de ruimtelijke ordening en de volkshuisvesting? van hezik partners is een architektenburo dat werkzaam is in aiie sektorenvan de architektenpraktijk? de specifieke invaishoek en ervaring van beide vakgebieden wordt in hetwerk van het buro samengebrachtter versterking van ons buro worden gevraagd eenervarenstedebouwkundig tekenaardie, in samenwerking met de verantwoordelijke stedebouwkundige,struktuur- en bestemmingsplannen voor nieuwe en bestaandewoon- en werkgebieden, buitengebieden, dorps- en stadskernenen beschermde dorps- en stadsgezichten zai voorbereiden, uit-werken en uittekenen.wij denken aan iemand met een opieiding op het nivo van ten-minste MTS-bouwkunde en/of stedebouwkundig tekenaar PBNA.en eenervarenbouwkundig tekenaardie, in samenwerking met de verantwoordelijke architekt, ontwer-pen met aksent op woningbouw en stadsvernieuwing, gebouwenvoor onderwijsdoeleinden en voorzieningen met een sociaal-medisch en/of sociaal-kultureel karakter ter realisering zai uit-werken.wij denken aan iemand met een opieiding op het nivo van HTS-bouwkunde.eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid achten wij voor eengoed funktioneren binnen ons team essentieel.geschreven sollicitaties richten aan: van hezik partners bv,oostzeedijk 136, postbus 4327, 3006 AH rotterdam.BUREAU FROGER EN MEIJSING B.V.ruimtelijke ontwilil, 25 IS EV Den HaagTelefoon 070-469652"Postgironummer 29080Advertenties: opdrachten en materiaal luorden voorde 15e van de maand, voorajgaande aan de maandvan verschijning ingewacht bij:Bureau Van Vliet b.v.,Postbus 20, 2040 AA ZandvoortTelejoon 02i07-474'>"InhoudDenhraamArtikelenNieuwe boehenMededelingen238 Ontdek de wereld of maak een fietstocht naar de Veluwe, S. Prahl239 Een streekplan voor de gehele provincie, Projectgroep streekplan provincie Groningen239 1. Streekplanwerk in Groningen245 2. De integratie van landbouw met natuur en landschap248 3. Werkgelegenheid en milieuhygienisch belaid in het Eemsmondgebied ,253 4. Bevolking, kernen en woningbouw257 5. Herinrichting van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse veenkolonien260 6. Verkeer en vervoer :265 7. Instrumentarium267 Het centrumgebied van Lelystad, dr. ir. J. Nicolai279 Stadsvernieuwing en veranderingen in de bouwopgave, prof. dr. A. Hendriks285 Stadsvernieuwing: is er een weg terug.^, dr. N. J. M. Nelissen292 Commentaar n.a.v. de beschouwingen over het onderzoek "De hierarchie van winkelcentra",J. Buursink297 Ross L. Davies: Marketing Geography -- with special reference to retailing, ir. S. D. Bottema298 Vakgroep milieubiologie R.U. Leiden, auteur drs. W. J. van der Weijden; Het dilemma vande nationale landschapsparken, H. W. R. van de Wall Bake299 Telefoonnummer N.I.R.O.V.; Vergadering over inspraak; S.P.J. per 21 maart 1978 eenorganisatie . ,300 Inleidingen S.P.J.-vergadering Wijziging W.R.O. verkrijgbaar Losse nummers f 9,25237 Stedebouw en Voikshuisvesting, mei 1978DenkraamOntdek de wereld of maak een fietstocht naar de VeluweIn Nederland is een belangrijk en zeer lezenswaardig boek ver-schenen op het gebied van verkeer en vervoer, te weten betproefscbrift van dr. G. Hupkes (1977), getiteld: "Gasgeven of af-remmen -- toekomst scenario's voor ons vervoerssysteem" (Klu-wer, Deventer-Anrwerpen).Het boek is belangrijk voor politici, omdat een methode wordtaangegeven om mogelijke toekomstige consequendes van huidigebeleidsbeslissingen te analyseren -- belangrijk voor verkeerskun-digen omdat het boek een schat van gegevens van vele plaatsenin de wereld bevat (alleen al de literatuurlijst is in dit opzicht vanbelang) en belangrijk voor de "leek" omdat een makkelijk lees-bare voorstelling wordt gegeven van pro et contra van de huidigetrend van ons vervoerssysteem, bekeken door de bril van deschrijver.Het boek is ingedeeld in drie delen. In deel I wordt ingegaanop toekomstonderzoek in het algemeen. Vele tot nu toe gehan-teerde theorieen en methoden worden geanalyseerd en met elkaarvergeleken; een duidelijk beargumenteerde voorkeur wordt uit-gesproken voor de door de schrijver zelf gebruikte methodevan de scenario's.In deel II wordt het gehele vervoerssysteem van Nederland gesplitstin een aantal subsystemen, waarvan individuele (voetgangers, twee-wielers en auto's) en openbare (luchtvaart, spoorweg, stads- enstreekvervoer, nieuwe systemen en taxi).Deel III behandelt twee mogelijke toekomstscenario's van totalevervoerssystemen, gebaseerd op de analyse van ieder subsysteemafzonderlijk. Onderscheid wordt gemaakt tussen twee alternatieven:SAAL (Scenario met het Accent op het /lutosysteem en de lucht-vaart) en SAZOV (Scenario met het Accent op de Zachte ver-voerssystemen en het Openbare Fervoer). Hier wordt ook de zoge-naamde BREVER-wet (5ehoud van fleistijd en Fsrplaatsingen) ge-lanceerd.Inherent aan de gevolgde methodiek trekt de schrijver geen con-clusies en neemt hij geen beslissing over de waarschijnlijkheidvan de realisering van de beide scenario's. Wei wordt de lezermeegesleurd in het verder uitstekende verhaal en is het na hetlezen van het boek verleidelijk om zelf een conclusie te trekken,overeenkomstig de voorkeur die de schrijver als prive persoonuitspreekt in zijn slorwoord: "Afremmen is thans beter dan gas-geven' '.De lezer die het boek met deze, dan wel voor eigen rekeninggemaakte, conclusie dichtklapt zou echter wel de schrijver onrechtdoen, want volgens Hupkes is het bij het werken met scenario'shelemaal niet de bedoeling om conclusies betreffende de toekomstte trekken ("want de toekomst is niet voorspelbaar"), maar om eeninzicht te verschafFen in momenten waarop individueel of door demaatschappij ingegrepen kan worden in een ogenschijnlijk auto-nome ontwikkeling.Hupkes kiest in deel I van zijn boek terecht voor het werken metscenario's. De manier waarop hij met andere methodes afrekentzal echter een aantal coUegae van hem onterecht pijn doen. Descenario's zijn bovendien gebaseerd op prognoses van de ontwik-keling binnen de subsystemen. Wat is het verschil tussen een mi-nimum-, medium- en maximum- of voor mijn part alternatieveprognose ten opzichte van scenario's.^ Wanneer de basisveronder-stellingen duidelijk worden vermeld kan de buitenstaander ookaan de hand van prognoses zien wat de kritieke factoren zijn enwaar met succes zou kunnen worden ingegrepen om in de gewens-te richting te corrigeren. Wanneer een prognose niet met de ver-eiste reserves wordt geaccepteerd, ligt dit aan de gebruiker en nietaan de maker. Het gaat in beide gevallen om "het aanbiedenvan meerdere beargumenteerde toekomstbeelden ten behoeve vaneen keuzeproces".Wie uiteindelijk de keuze maakt is een kwestie van taakverdelingtussen de wetenschap, de politick en de techniek. Dat deze taak-verdeling thans niet duidelijk vastligt is een heel andere zaak.De analyse van de verschillende subsystemen in deel II van het boekzal bij iedere lezer verschillende vragen oproepen. De ruimte van"Denkraam" biedt geen plaats om hierop in detail in te gaan.Dit zou bovendien conform het voorgaande veel beter aan deindividuele lezer kunnen worden overgelaten.De vergelijking van de twee scenario's SAAL en SAZOV in deelIII van het boek geeft een aantal verrassende resultaten te zien. Ineerste instantie wordt een aantal factoren vergeleken, zoals:-- mobiliteit-- kosten-- neveneffecten, onderverdeeld in:? ruimtebeslag? energiegebruik? luchtverontreiniging( onveiligheid.Luchtverontreiniging en onveiligheid blijken in beide scenario'snagenoeg gelijk te zijn. De totalen van ruimtebeslag en energie-verbruik lijken erg gevoelig te zijn voor gemaakte veronderstel-lingen ten aanzien van bevolkingsaanwas en bijvoorbeeld voertuig-bezetting. De doorslaggevende factoren worden dan mobiliteiten kosten.Dus wil men in de toekomst met de fiets naar de Veluwe of dewereld ontdekken ?Een voorkeur voor SAZOV ligt na het lezen van "Gasgeven ofafremmen" voor de hand. Het sturen in die richting levert echterook een aantal asociale aspecten op.SQren Prahl238 Sledebouw en Volhshmsvesting, mei 1978Een streekplan voor de gehele provincieProjectgroep streekplan provincie Groningen*1. Streekpianwerk in Groningen]. 1 VoorgeschiedenisDe provincie Groningen kende tot1974 drie streekplangebieden: Cen-traal- en West-Groningen, Eemsmonden Oost-Groningen.In oktober van dat jaar namen pro-vinciate staten een motie aan waarinaan gedeputeerde staten werd ge-vraagd in korte tijd een beleidsnotavoor de ruimtelijke ordening voor degehele provincie op te stellen.Aansluitend zou binnen twee jaar eenstreekplan voor de gehele provinciegereed moeten zijn. Achtergrond vande motie was dat:-- de inzichten ten aanzien van eenaantal beleidssectoren, met name vanhet milieu, zich snel wijzigden;-- meer greep op de ruimtelijke ont-wikkelingen in de provincie werd ge-wenst, in het bijzonder op het beleidten aanzien van de bevolkingssprei-ding;-- ontwikkelingen die voor de provin-* De projectgroep streekplan provincie Gro-ningen bestaat uit: H. van Bemmel (sectoropenluchtrecreatie), J. Bos (plaatsvervangendprojektleider, sector bevolking en woongebie-den), H. I. Damkat (kartografie en tekenwerk),H. A. Guichard (instrumentarium), J. T. vander Heeden (sector werkgelegenheid en werk-gebieden), C. Hermanides (methoden en tech-nieken), H. Holtkamp (sector voorzieningen),A. L. Klaassen (sectoren werkgelegenheid enopenluchtrecreatie), R. A. Pliester (tekstbe-werking), G. Renkema (sector milieu), T. Ren-kema (bestemmingsplannen), T. H. J. Sleijfer(sector milieu), P. Spijk (projectleider, beschrij-ving van het streekplan), Th. J. van Vilsteren(overige primaire sectoren en sector verkeer envervoer), A. de Wijs (sector verkeer en vervoer),J. T. Woldring (sector landbouw) en G. Zock(projectcoordinatie).cie van essentieel belang zijn, zoals de Op dat ogenblik lagen er de Structuur-ontwikkeling van de Eemshaven en de schets Oost-Groningen (1971) en eenherinrichting van Oost-Groningen en doelstellingennota Eemsmond (1973);de Gronings-Drentse Veenkolonien, aan beide was inmiddels verder ge-niet werden vertraagd. werkt.|? kern met 4.000 inwoners of meer? kern met 2.000-4.000 inwoners? kern met 1.000 - 2.000 inwonerso kern met minder dan 1.000 inwoners,voorzover hoofdplaats van een gemeentestrcekplangrenshoofdweg^ spoorwegkanaalinwonerlallenkernen volgens volkstetling 1971Afb. 1 Gebied streekplan provincie Groningen239 Sledcbouw en VolhshuisvesLiiig, met 197Silrrekplnn pynviiKic (iriniiiii^enHet streekplan Centraal-Groningen(1971), inhoudelijk in grote lijnen nogin de sfeer van de Tweede Nota overde ruimtelijke ordening, moest wor-den herzien. Daarom was een doel-stellingennota in voorbereiding geno-men, tegelijk met doelstellingennota'svoor het ruimtelijk beleid in Noord-west-Groningen en het Zuidelijk Wes-terkwartier. Doordat de plannen voorde verschillende gebieden niet in het-zelfde stadium verkeerden, was veelbijstellings- en aanvuUingswerk nodigom tot een plan voor de gehele pro-vincie te komen.In juni 1976 is de Beleidsnota ruimte-lijke ordening provincie Groningen(BROG) door provinciale staten aan-genomen. De BROG is in de eersteplaats een hoofdlijnen- en doelstel-lingennota, maar gaat als beleidsstukop enkele punten toch aanzienlijkverder, vooral op het punt van degewenste verdeling van de bevolkingover de gemeenten. Tegelijk werdende doelstellingennota's voor Centraal-,Noordwest- en Zuidwest-Groningenaangenomen.Vooruitlopend op het streekplan voorde gehele provincie heeft de herzie-ning van het Groningse gedeelte vande Fries-Groningse streekplannenvoor het Lauwerszeegebied een eigenprocedure doorlopen. Dit was het ge-rmimteiijk^lp^ii(integraal) beieid rijkAfb. 2 Samenhang facetplannen enintegraal beleidsplanvolg van een statenbesluit om, af-wijkend van het rijksbeleid, in hetLauwerszeegebied, geen aanleg vanmilitaire oefenterreinen toe te staanen dit in een streekplan vast te leg-gen. Met de behandeling van hetstreekplan voor de gehele provinciedoor provinciale staten medio 1978zal ook dit plan in het streekplanprovincie Groningen zijn opgenomen.1.2. Functies van het streekplanDe laatste jaren is de betekenis vanhet streekplan als beleidsplan duide-lijk groter geworden. In het streek-plan voor de provincie Groningen zijnde volgende functies genoemd:-- ruimtelijk integratiekader voorplannen van rijk, provincie, gemeen-ten (ook andere plannen kunnen vanbelang zijn, bijvoorbeeld plannenin aangrenzende gebieden, plannenvan waterschappen of van openbarevervoersondernemingen);-- ruimtelijke ontwikkelingsprogram-ma:? het geeft de meest gewenste ont-wikkeling in hoofdlijnen, gebaseerdop de BROG,? het spreekt zich waar mogelijk uitover de uitvoering van het ruimtelijkbeleid; daartoe dienen de fasering enhet aangeven van instrumenten,? het houdt rekening met mogelijkeveranderingen en geeft daartoe uit-loopmogelijkheden aan in de verderetoekomst, ook hoe het plan kan wor-den bijgestuurd;-- toetsingskader voor andere plannendie ruimtelijke consequenties hebben,zoals bestemmingsplannen, ruilver-kavelingen en wegenplannen;-- kader voor de uitwerking van hetruimtelijk beleid in andere plannen.Daartoe is aangegeven hoe "hard"het streekplan in zijn verschillende on-derdelen is zowel wat de hoofdlijnenals de aanduidingen betreft.Bij de samenhang met ander plannen(zie afb. 2) staat centraal het inte-grale beleid van de provincie, datin de vorm van de Tussentijdse Re-flectie (1976) en de nota Planning enBeleid (1978) meer en meer gestaltegaat krijgen. Daarbij zijn ook de vol-gende beleidsnota's van de provincieGroningen van belang:-- de nota milieunormen (1976), waar-in het milieuhygienisch beleid is aan-gegeven,-- de werkgelegenheidsnota (1977),-- de beleidsnota personenverkeer envervoer (interimrapport 1976).Andere provinciale plannen (ten delenog in voorbereiding) waarmee eenbelangrijke relatie bestaat zijn: deontgrondingennota, het raamplanwaterwegen en de beleidsnota goe-derenvervoer. In het streekplan wordthet ruimtelijk facet van al deze enandere gebieden van provinciale zorguitgewerkt en afgewogen.In samenwerking met het rijk en deprovincie Drenthe wordt de herin-richting van Oost-Groningen ende Gronings-Drentse Veenkolonienvoorbereid. Het streekplan zal degrondslag vormen voor het herin-richtingsprogramma en de herin-richtingsplannen.Meer in algemene zin moet hier ookhet Integraal Structuurplan Noordendes lands worden genoemd.In de beschrijving van het streekplanis het provinciale beleid ten aanzienvan de ruimtelijke ordening (letterlijk)geplaatst naast het beleid van rijken aangrenzende provincies. Desamenhang, soms ook het verschil,is daarmede duidelijk aangegeven.l.J. VrijhedenEr moeten zekere vrijheden zijn bijde uitwerking van het streekplan,wil dit als ontwikkelingsplan kunnenfunctioneren. Daartoe is gepoogd eennadere concretisering te geven van eenwel eens eerder gepresenteerde (maartot nu toe weinig toegepaste) indelingin harde, variabele en indicatieve ele-240 Sledebouw en Volkshuisvesting, mei 1978slri'i-hjiliiti jirociticir Criminiienmenten. Daarmede kunnen de inten-des van het provinciale beleid en debantering van het streekplan verduide-lijkt worden.In het streekplan zijn harde elementenomschreven als elementen die in deeerste plaats de meest essentiele on-derdelen omvatten, de hoofdstruc-tuur van het streekplan (de struc-tured elementen); en daarnaast ande-re punten waarvan, hoewel zij niettot de hoofdstructuur behoren, nietkan worden afgeweken. De uitwerkingvan een als "hard" aangegeven be-leidspunt moet voldoen aan alle daar-in gestelde eisen.Variabele elementen zijn elementenwaarvoor bij de realisering (binnenbepaalde grenzen) nog varianten mo-gelijk zijn, waaruit bij de uitwerking inandere plannen (bijvoorbeeld bestem-mingsplannen) een keuze kan wordengemaakt.Tenslotte indicatieve elementen: hier-bij gaat het om zaken waarover inhet streekplan een voorkeur wordtuitgesproken, doch waarbij een ande-re keuze mogelijk is. Hiertoe wordenook de meeste punten gerekend waar-over nadere studie wordt aange-kondigd.De hardheidsbepaling kan betrekkinghebben op verschillende onderdelenvan het streekplan:-- de hoofdlijnen van het ruimtelijkbeleid-- de aanduidingen (op de kaart)-- de situering op de kaart.Wat de hoofdlijnen van het ruimte-lijk beleid betreft, is bij de verschil-lende beleidspunten door middel vaneen letter aangegeven welke hard-heidsgraad deze hebben.H = hard, de meest essentiele, struc-turerende onderdelen van het streek-planh = hard, overige puntenv = variabeli = indicatief.Enkele voorbeelden uit de beschrij-ving:H Opslag en verwerking van afvalworden geconcentreerd.h De stortplaatsen dienen zodanig teworden afgewerkt dat ze te zijnertijd een andere functie kunnen krijgen.V Het beleid ten aanzien van auto-wrakken is crop gericht het aantalopslagplaatsen beperkt te houden.i De mogelijkheden voor opslag enverwerking van stedelijk afval in deregio Groningen worden onderzocht.Vrijheden in de defmitieve situeringen begrenzing van gebieden kunnentot op zekere hoogte in maten wor-den aangegeven. Deze vrijheid betreftmet name de begrenzing van ontwor-pen gebieden en de situering vanontworpen traces of lijnen op destreekplankaart.Aansluitend bij de hiervoor beschre-ven indeling in drie categorieen zijnde vrijheden bij de uitwerking vanhet kaartbeeld in bestemmings- enandere plannen:Categorie A:In principe is er geen verschil toe-gestaan met de situering op de streek-plankaart; dit geldt uiteraard in deeerste plaats voor de bestaande ge-bieden en lijnen.Aangezien de kaart de werkelijkheidtot op zekere hoogte globaal weer-geeft en bij de uitwerking aan hetplan in detail vorm moet wordengegeven, is deze categorie als volgtomschreven: er kan een verschil vanmaximaal in de orde van grootte vanV2 km met de aangegeven situeringworden toegestaan.Categorie B:Verschillen kunnen worden toegestaantot maximaal in de orde van groottevan I km met de aangegeven situering.Categorie C:De aangegeven situering is indicatief.Een verschil van maximaal in de ordevan grootte van 2 km met de aan-gegeven situering kan worden toege-staan. (Ook hier is een bovengrensgesteld, omdat bij nog grotere ver-schillen in feite vaak andere oplos-singen worden gekozen, bijvoor-beeld een weg aan een andere kantvan de woonkern.)De verschillen moeten worden gemoti-veerd en ze mogen niet in strijdzijn met het in de beschrijving vanhet plan weergegeven ruimtelijk be-leid.Deze hardheidsbepalingen zullen inde komende jaren verder op hunbruikbaarheid worden getoetst.1.4. OrganisatieTijdDe 8 maanden die beschikbaar wa-ren voor het opstellen van het plankonden zelfs voor een "normaal"streekplan als minimaal worden be-schouwd; voor een streekplan voor degehele provincie gold dit des te meer.Het accent moest dan ook komen teliggen op het verwerken van de be-staande kennis; voor nieuwe studieswas weinig tijd.Overleg en inspraakGezien de tijd besloten provinciale sta-ten de over het algemeen langdurigeoverleg- en inspraak-procedures tothet meest noodzakelijke te beperken.Het overleg met de planologische ad-viescommissies, de gemeenten en wa-terschappen en de Statencommissievoor ruimtelijke ordening en algeme-ne zaken vond plaats in drie rondes:twee keer over (delen van) het concept-voorontwerp en een keer over de re-acties op het voorontwerp, vooraf-gaand aan de tervisielegging van hetontwerp-plan.Inspraak door de bevolking heeftplaatsgehad over het voorontwerp:in hoorzittingen, gespreksgroepen en241 Stedebouw en Volhshuuvesting, mei 1978?Saf*v.li1ivf8W |GP^''|GEN27H^^HJH^gwf , >-^1 \ "f-v1(Foto: Jur Bosboom, provinciate griffie Groningen).schriftelijke reacdes; verder waren allevergaderingen en stukken in het kadervan het bovengenoemde overleg open-baar.Interne organisatie algemeenDe korte djdsperiode noodzaakte in-tern tot een zeer doelgerichte aanpakvan het werk; het streekjjlanwerk dien-de tevens een hoge prioriteit te krij-gen. Bij de opzet van het projectis organisatorisch advies verleend doorhet raadgevend efficiencybureau Bos-boom en Hegener te Amsterdam.De voorbereiding van het streekplan,alsmede de evaluatie van het werk- enhet overlegproces zijn organisatorischbegeleid door ir. J. D. Dorrepaal teZevenhuizen Z.H.StuurgroepVoorop stond dat een rechtstreekscontact tussen het provinciaal bestuuren de medewerkers aan het projectnodig was mede om het werkprocesvlot te laten verlopen. Het projectstond daartoe onder leiding van eenstuurgroep, waarvan de gedeputeerdevoor ruimtehjke ordening voorzitterwas, en waarin onder anderen ook degedeputeerden voor economische za-ken en werkgelegenheid, en voor mi-heuzaken en verkeer en vervoer zittinghadden.ProjectgroepHet eigenlijke werk is gedaan dooreen projectgroep, bestaande uit demeest betrokken medewerkers van deprovinciale planologische dienst.Daarin waren ook de bureaus bestem-mingsplannen en ruilverkavehngenvertegenwoordigd.Na behandeling van de stukken inde projectgroep werden ze in aanwe-zigheid van de verantwoordeUjkeauteurs besproken in de stuurgroep.Punten waarover verschil van meningbestond en punten waarover in diefase van het werkproces een beleids-uitspraak nodig was konden in destuurgroep, eventueel aansluitenddoor GS, worden besHst.Langdurige "heen en weer procedu-res" over moeiHjke punten zijn hier-mede voor een belangrijk gedeeltevoorkomen. Ook de besluitvormingbinnen het college van gedeputeerdestaten kon op deze wijze goed wor-den voorbereid.Overige groepenAndere groepen die een taak haddenin de voorbereiding van het streek-plan waren een werkgroep instrumen-tarium, een procedurecommissie eneen stijlgroep, die de vormgevingverzorgde. Het drukwerk is verricht ineigen huis. Ook dit heeft het tijdiggereed hebben van het plan bevor-derd.WerkvoorbereidingVoor de door de projectgroep te ver-richten werkzaamheden, alsmede voor242 Sledehouw en Volkshuisvesting, mei 1978slreekplan provinae Groningende inhoud van de gevraagde bijdra-gen voor het eindprodukt, is een werk-schema opgesteld. Daarin was, alseerste tussenprodukt, per sector eensoort van programma van eisen op-genomen in de vorm van een zoge-noemd hulpstuk.Ook bij de werkvoorbereiding was dedjd in hoge inate bepalend. Dit heeftgeieid tot een opzet waarbij voor eenbepaalde sector van het streekplan eenlid van de projectgroep verantwoorde-lijk was. Hij zorgde ervoor, eventueelmet hulp van derden, dat zijn onder-deel tijdig en voldoende uitgewerktgereed was tot en met de voorlopigeformulering van de beleidspunten.Voorzover een sector (in het overlegbinnen de projectgroep) nog niet vol-doende in het plan was geintegreerd,volgde dan nog een verdere integratie(zie ook paragraaf 1.5).HulpstukkenIn het programma van eisen, het"hulpstuk", is het volgende opge-nomen:1. doel en plaats van de sector in hetstreekplan;2. eisen te stellen aan het "produkt",uitgewerkt in een analyse van de ver-schillende doelstellingen uit deBROG;3. te gebruiken gegevens;4. randvoorwaarden en beperkingen;5. inhoudsopgave van de sector in detoelichting;6. daaraan gekoppeld: een eerste tijd-raming voor de sector, met inacht-neming van de totale beschikbare tijd.De doelstellingen-analyse genoemdonder punt 2 is op de in paragraaf 1.2vermelde streekplanfuncties afge-stemd. Voor de vertaling van de doel-stellingen in streekplantermen zijn zijop de volgende punten bezien:? integratie met andere (overheids-)plannen voor die sector? hoofdlijnen van de meest gewensteontwikkeling? kaartweergave en aanduidingen? hardheidsbepalingen en vrijhedenbij de uitwerking? fasering? instrumenten en fmanciele midde-len? uidoopmogelijkheden afwijkingenen herziening? gegevens benodigd van anderestreekplansectoren.Hoewel deze opzet niet in alle opzich-ten kon worden aangehouden heefthij wel dit tot gevolg gehad:-- een betere, meer operationele, for-mulering van de doelstellingen-- aanvulling van enkele lacunes-- nadrukkelijke bepaling van elkemedewerker bij de vraag wat beslistwel en wat niet nodig was voor hetplan-- een zekere uniformiteit in de aan-pak van de verschillende sectoren.1.5. IntegratieIn het streekplan zijn de volgendesectoren onderscheiden:-- milieu-- landbouw-- overige primaire sectoren-- werkgelegenheid en werkgebieden-- voorzieningen-- bevolking en woongebieden-- openluchtrecreatie-- verkeer en vervoer.In paragraaf 1.3 is vermeld dat eengedeelte van de integratie moestplaatsvinden nadat elk der sectorenwas uitgewerkt. Indien niet eerderdwarsverbanden waren gelegd zou diteen onbruikbare werkwijze zijn ge-weest. Er werd echter uitgegaan vanhet reeds in hoofdlijnen geintegreerddoelstellingenpakket van de BROG(zie afb. 3), zonodig nog verder gecon-cretiseerd naar aanleiding van de doel-stellingenanalyse vermeld in paragraaf1.3. Verder werden alle gereed ge-komen stukken besproken in de pro-jectgroep waarbij, dankzij de samen-stelling van deze groep, inhoudelijkniet verenigbare punten konden wor-den gesignaleerd.Tenslotte werd, wat de uitwerking vanhet beleid betreft niet met een schonelei begonnen. Afwegingen die zijn ge-daan in bestemmingsplannen, bijvoor-beeld over de richting van de uitbrei-ding van kernen, behoeven niet nogeens overgedaan te worden in hetstreekplan.Dit neemt niet weg dat ten aanzienvan de integratie nadere studie eneen meer systematische aanpak nodigis. Voor een aantal sectoren is daar-voor in het streekplan reeds een aanzetgemaakt zoals de integratie tussenlandbouw en landschap/natuurlijk mi-lieu (zie hoofdstuk 2).Op de integratie met het rijks- enander beleid is in paragraaf 1.4 reedsingegaan.Een punt van discussie bij de inte-gratie blijkt telkenmale te zijn de te-genstrijdigheid van beleidspunten inhet plan; zijn er dan prioriteiten, enmag (kan) er ook strijdigheid zijn methet rijksbeleid .^ en w.-rkgebieclcnMI--. ^-4-^3Hi D 6n fi 6D--bevolking en via heeft belangrijke invloed op b, a kan ook een onderdeelvan b zijn en weroorzaakt vetanderingen in b.de invloed van a op b kan verschillend zijn en wordt medebepaald door het overheidsbeleidBran- BROG 1976Afb. 3 Schema samenhang onderdelenruimtelijke ordening(afgestemd op de situatie in de provincieGroningen)243 Sledebouw en Volkshuisvesling, met 1978slre"oicuoa3a03CD3CUoCDCU*->iV"+-CD31c1cO*CUccuc1cpcuO.cV3c(U81cuooC3)ccuscua0)-ac?EcoOJcCDO)OJm1oEMV)DCCOcuCD33t;EtnCCD5S'cDCD-D>CDOJcmCDa1cuDcu0nOJoOla;gOJO03accuHCDacCDoCDc.1occCDca10)'c-acCDOlc"enJD>33O3?CDC05c?3222324Loppersum't ZandtBierumLoppersum't ZandtBierumAppingedamDelfzijI0000000+000000+0+++++++0000000000000000000000000oj00000- kwetsbaar gaaf- kwetsbaar gaaf- zeer kwetsbaar gaaf- in deel: weidevogel-gebledX XXX X XXXX XXXX++-1- + 11+1+1+ -1-3 +21 Rekening houden met richtingwegen en verkavelingsstructuur.1 Behoud structuur van wegen,waterlopen en verkaveling.1 Behoud onregelmatig patroonvan wegen, waterlopen en ver-kaveling.2 Nieuwe wegen in samenhangmet de bestaande structuur3 In deel: weidevogelgebieden:hier waterstand handhaven247 Sleilehouiu en VolkshuLwesting, mei 1978streekplan provinae Groningenligboxenstallen en torensilo's. Dezefactoren verdienen bij een herzieningvan het streekplan meer aandacht.c. Bij de afweging zou een vollediginzicht gewenst zijn in het landbouw-economisch belang van de verschil-lende verbeteringsmaatregelen en vanmogelijke beperkingen voor uitoefe-ning van de landbouw. Dit inzicht ont-brak waar het de kosten betreft van deverschillende ingrepen en het positieveeffect op inkomen en werkomstandig-heden van de landbouwer. Tevens zalin de toekonist rekening moeten wor-den gehouden met mogeUjke anderevormen van landbouw.d. Voorts zal het kwetsbaarheidson-derzoek verder moeten worden uitge-breid en verdiept. Dit geldt voor denatuur, maar ook ten aanzien van hetlandschapsbeleid.Een verbetering van de theoretischeonderbouw verdient aandacht. Eenaanzet hiertoe biedt het Globaal Eco-logisch Model (GEM)*). In dit modelwordt uitgegaan van de mate van on-verenigbaarheid van maatschappelijkeactiviteiten en functies van het natuur-lijk milieu voor de samenleving; dezeuitgangspunten zijn min of meer ver-gelijkbaar met de in het voorgaandegeschetste werkwijze.2.7. CondusiesIn het overleg dat in het kader van hetstreekplan is gevoerd, bleek dat deachtergrond van de afwegingsmethodein het algemeen wel aansprak. Kritiekwerd geleverd op het feit dat de af-weging van de knelpunten nog niet opeen inzichtelijke wijze heeft plaatsge-vonden.Gezien ook een aantal eerder genoem-de onzuiverheden en het gebrek aangedetailleerde gegevens dient de afwe-gingstabel slechts als richtlijn bij deuiuverking van het ruimtelijk beleid inlandinrichtings- of andere plannen.Bij een herziening van dit ontwerp-streekplan zal door verbetering van demethodiek en het gegevensbestand ge-poogd worden de afweging beter teonderbouwen.NotenStedebouwkundig buro Biigel en Van de Dijk:Analyse van de ruimtelijke structuur van hetstreekplangebied Eemsmond, Groningen, 1975concept.2Stedebouwkundig buro Biigel en Van de Dijk:De ruimtelijke structuur van het Zuidelijk Wes-terkwartier, Groningen, 197 7.3Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelij-ke Ordening 1977, 5 Algemeen ruimtelijkplanningskader, deel 3b; samenvatting globaalecologisch model.3. Werkgelegenheid en milieuhygienisch beleid in het EemsmondgebiedJ.I. AlgemeenDe sociaal-economische positie vanNoord-Nederland gaf in de jaren '60aanleiding om plannen te ontwikkelenvoor de aanleg van een nieuwe havenaan de monding van de Eems (Eems-havennota's 1964 en 1967).De plannen werden ondersteunddoor:-- de in de bodem van Groningenaanwezige aardgas- en zoutvoorraden,-- toenemende industrialisatie ook bijDelfzijl (industriehaven),-- de verwachting destijds dat Neder-lands bevolking sterk zou groeien,waarbij het Noorden een "overloop-functie" was toegedacht (Tweede No-ta over de ruimtelijke ordening, 1967).Bij de Eemshaven zouden bedrijvenmoeten komen die diep vaarwater no-dig hebben: chemische bedrijven, olie-raffmaderijen, hoogovens. Als belang-rijkste voordelen van een zeehaven aande Waddenzee werden in die tijd ge-zien dat era. veel koelwater beschikbaar was enb. meer dan elders gelegenheid omschadelijke stoffen in lucht en water telozen.In de jaren '70 kwam er een kenteringin deze optimistische groeifilosofie.Inzichten groeiden in de nadelige ef-fecten, de zorg voor een schoon mi-lieu ging een steeds belangrijker rolspelen.Tegelijkertijd namen de ontwikkelings-kansen van de, inmiddels gebouwde,Eemshaven af door de algehele terug-gang van de economische groei, ter-wijl ook de aanmerkelijk geringere be-volkingsgroei dan destijds werd ver-wacht, de overloopfunctie van hetnoorden minder urgent maakte. Ten-slotte speelde ook de door de rege-ring gewijzigde energiepolitiek eengrote rol voor deze, op basis van deaanwezigheid van goedkope energiegebaseerde plannen. De functie van deEemshaven is daardoor steeds meer ineen regionaal kader geplaatst.J.2. Beleid ten aanzien van dewerkWerkgelegenheidsnotaIn het "kernprogramma 1974-1978"van de drie politieke partijen die hethuidige college van G.S. vormen, isgekozen voor een zodanige stimule-248 Sli'ilebouw en Volkshuisvesting, met 197SEemshaven (Aeropholo Eelde).ring van de economische ontwikkeling,dat er in de provincie voldoende werkzal zijn voor de huidige bevolking ende eigen bevolkingsaanwas. Dit kern-programmapunt is uitgewerkt in deWerkgelegenheidsnota 1977.Deze nota heeft als grondslag gediendvoor het streekplanhoofdstuk overwerkgelegeniieid en werkgebieden.Werkgelegenheidsnota en streekplanBij het aanvaarden van de BROG heb-ben provinciate staten een mode aan-genomen van de volgende strekking:het werkgelegenheidsbeleid dient zo teworden opgezet dat de pendel reladefniet zal toenemen.In de werkgelegenheidsnota en daar-mee ook in het ontwerp-streekplanis dit als volgt uitgewerkt:het forensensaldo per arbeidsmarkt-rayon wordt geacht in 1985 gelijk tezijn aan de geschatte waarde van hetsaldo per 1 januari 1975, behoudenseen verlaging van het uitgaande-foren-sensaldo van het rayon Uithuizen envan het inkomende-forensensaldovan het rayon Groningen, beide met1000 personen; dit in verband metde voorziene ontwikkeling van hetEemsmondgebied. Deze formulevormt het uitgangspunt bij het uit-werken van de centrale doelstelling:". . .voldoende werkgelegenheid dieaansluit bij de wensen van de Gro-ninger bevolking".Per arbeidsmarktrayon zijn schattin-gemaakt van de autonome ontwik-kelingsmogelijkheden van de vraagnaar arbeid, waarbij de bedrijfs-klassestructuur is doorgelicht. Daar-bij is voor het Eemsmondgebied uit-gegaan van vestiging van DSM bijde Eemshaven met daarvan afgeleideeffecten.Bij de bepaling van het aanbod vanarbeid is behalve met de toename vande beroepsbevolking volgens "na-tuurlijke aanwas" ook rekening ge-houden met immigratie van beroeps-beoefenaren om de voorziene en ge-wenste ontwikkelingen mogelijk temaken.Veel van het bovenbedoelde materiaal249 Slfdi'bomv en \'olhshuisvesling, inei 1978itreekplan provincie Groningenis door het Economisch Technolo-gisch Instituut Groningen (ETIG) ver-zameld in het kader van de werk-zaamheden voor het Integraal Struc-tuurplan Noorden des Lands, enneergelegd in zogenoemde rayonrap-portages. Daarbij worden ook de mo-geUjkheden aangegeven om van over-heidswege gewenste ontwikkeUngen ophet gebied van de werkgelegenheidte bevorderen.Doel van de Eemshaven en de ontwik-keling van DelfiijlDe Eemshaven is allereerst bedoeldter versterking van de sociaal-econo-mische structuur van de provincieGroningen. Gezien de mogeUjkhedendie er in het Eemsmondgebied zijnvoor de werkgelegenheid, zijn de in-dustrieterreinen in Delfzijl en bij deEemshaven uitsluitend bestemd voorzeehavenindustrieen en bedrijven diezich om bedrijfseconomische redenenin de nabijheid daarvan moeten ves-tigen. Afgeleide bedrijvigheid die nietgebonden is aan situering in Delf-zijl of de Eemshaven, dient elderste worden gevestigd, met name inOost-Groningen en het ZuidelijkWesterkwartier. Dit omdat in deze ge-bieden de arbeidsmarktrayons met deongunstigste werkgelegenheidsvoor-uitzichten liggen.Ontivikkeling ten aanzien van de vesti-ging van bedrijvenIn de laatste jaren is in Delfzijl eentweetal nieuwe vestigingen tot standgekomen. De reeds enkele jaren ge-reed liggende Eemshaven biedt tot nutoe plaats aan een" electriciteitscen-trale; verder zijn er enige transport-en handelsactiviteiten ontwikkeld. Dehuidige, niet geheel aan de wensenvoldoende stand van zaken hangtuiteraard ten nauwste samen met derecessie die de gehele westelijke gein-dustrialiseerde wereld heeft getroffen.Het zal vooral afhangen van de matewaarin deze recessie in de jaren tot1985 overwonnen kan worden, in hoe-verre de in Werkgelegenheidsnota enontwerpstreekplan geschetste ontwik-kelingen werkelijk zullen plaatsvinden.In de (in de werkgelegenheidsnotagenoemde) rayonrapportages wordtvoor Delfzijl een geringe autonomegroei verwacht van het aantal arbeids-plaatsen in de chemische industrie ende basismetaalbedrijven.In samenhang met het beleid ten aan-zien van de vestiging van DSM bijde Eemshaven kunnen volgens derayonrapportage ook in Delfzijl vesti-gingen worden verwacht in de chemi-sche industrie, kunststofverwerkendeindustrie en de metaalindustrie. Voorde Eemshaven moet het beleid gerichtzijn op vestigingen in de p
Reacties