stedebouwen volkshuisvestingI? 60e jaargang, oktober 1979DenkraamOnderzoekprogrammering in dimensiesBinnenstad als winkelcentrum en werkonngevingVragen rond lokatie-eisen onderzoekHuisvesting bejaarden in de knel?BoederijenbehoudNieuwe publikatiesIn memoriamsamsomSTEDEBOUW-KUNDIGENNamens het STEDEBOUWKUNDIG BUREAU ZON-SEPPEN B.V.te AMSTERDAM, met regionale vestigingen te Amersfoort,Amsterdam en Zutphen, zoeken wij vpor de vestigingen Amster-dam en Amersfoort kontakt met geinteresseerden voor de funk-tie Stedebouwkundige.Het bureau, dat een toenemend aantal gemeenten in Noord-Holland, Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg advi-seert, is een jonge en enthousiaste onderneming, die het vorm-geven van een leefmilieu ziet als een boeiende uitdaging. Hetslagvaardig reageren op opdracfiten en Inet streven naar eenkarakteristieke kwaliteit in een doelgericht samenwerkingsver-band van de medewerkers is zijn hoofddoelstelling.In een regionale vestiging werkt een interdisciplinair samen-gestelde groep van 10 a 1 2 medewerkers samen aan opdrachtenuit een overzichtelijk aantal, nabij gelegen gemeenten. In die taakw^ordt de groep bijgestaan door specialisten van de centrale ves-tiging te Amsterdam of - naar behioefte - door adviseurs wiermedewerking incidenteel wordt gevraagd.In een regionale vestiging behoort tot de taak van de stedebouw/-kundige onder meer:- het kreatief en stuw/end begeleiden en coordineren van werk-groepen, die - doorgaans samengesteld uit onderzoekers,juristen, ontwerpers en tekenaars - belast zijn met de reali-sering van bestemmingsplannen en andere projekten;- het onderhouden van kontakten met gemeentebesturen, waar-bij inbegrepen het adviseren op het gebied van de ruimtelijkeordening;- het coordineren van de kontakten met andere bij de uitvoeringbetrokken adviseurs.Voor deze funktie w/ordt gedacht aan ingenieurs of SHO'ers van30 a 35 jaar met enkele jaren ervaring in een soortgelijke funk-tie, die naast een brede vaktechnische en maatschappelijke be-langstelling, beschikken over goede kontaktuele en organisato-rische eigenschappen. Als gevolg van het toenemend aantalopdrachten vanuit met name de zuidelijke helft van het land,behoeft de woonplaats van nieuw aan te stellen medewerkersniet noodzakelijkerwijs in de omgeving van een der vestigingenvan het bureau te liggen.Aan belangstellenden, die voorafgaand aan hun sollicitatienadere inlichtingen over het bureau wensen te ontvangen, wordtdesgevraagd door het bureau een uitvoerige brochure toege-zonden (tel. 020-930860; Mevrouw van Gemert).Ref.: SZS.Geinteresseerden wordt verzocht te schrijven aan:Stafplan-MSL, management selectie en organisatie adviseurs,Emmalaan 41, 3581 HP Utrecht,t.a.v. Mr P. Th. H. Vermeulen, onder vermelding van dereferentleletters en zo mogelijk vergezeld van een c.v.(desgewenst getypt).Van geen enkel gegeven zai gebruik worden gemaaktzonder uitdrukkelijke toestemming van betrokkene.stafplan.ProvincialePlanologische DienstDe Provinciale PlanologischeDienst staat hat provinciaalbestuur bij in zijn taak op hetgebied van de ruinntelijkeordening. De taken omvatteno.m. voorbereiden streekplan,verrichten van ruimtelijkrelevant onderzoek, adviserenover ruimtelijke plannen vanrijk of gemeente, begeleidenvan ruilverkavelingen. Hetaantal personeelsledenbedraagt ca. 70,Schriftelijke solliclta-ties kunnen binnen 10dagen warden gezon-den aan het hoofd vande Centrale Perso-neelszaken, Tweebaks-markt 52, 8911 KZLeeuwarden, ondervermelding van deletter R in delinkerbovenhoek vande enveloppe.'^0^4/^^De afdeling Gemeentelijke plannen houdt zich bezigmet zaken die verband houden met de ruimtelijkeordening op gemeentelijk niveau, zoals bijv.structuur- en bestemmingsplannen en daaruitvoortvloeiende uitvoeringsmaatregelen.Binnen de afdeling zijn drie rayons gevormd, waarinde plannen gedurende de verschillende stadia vanontwikkeling worden begeleid, hetgeen uitmondt inadviezen aan gedeputeerde staten, gemeente-besturen, stedebouwkundige bureaus e.d..Door vertrek van een der medewerkers is eenvacature ontstaan vanRAYONLEIDER(MMFunctie-informatie:De rayonleider zai in de eerste plaats, samen mettwee andere medewerkers (binnen het rayon), instaat moeten zijn de plannen gedurende deverschillende stadia van ontwikkeling te begeleiden.Hiervoor is het noodzakelijk, dat enerzijds goedecontacten worden onderhouden met de collega-rayonleiders en andere p.p.d.-afdelingen enanderzijds met gemeentebesturen, provinciale enrijksdiensten en andere instanties die te makenhebben met de ruimtelijke ordening. Daarnaast zaI dete benoemen functionaris in staat moeten zijn eeninbreng te leveren bij de projectmatige aanpak vanbepaalde onderwerpen, zoals streekplan, ruil-verkavelingen e.d..Verdere inlichtingen kunnen worden verstrekt door dehear F.P.A. Wilming (tel. 05100-39425).Vereist:Voor deze functie, die een grote mate vanzelfstandigheid met zich brengt, zijn noodzakelijk:- kennis en ruime ervaring op het gebied van deruimtelijke ordening;- goede contactuele eigenschappen;- redactionele vaardigheid;- voor wat betreft de opieiding wordt gedacht aanmedewerker met een hogermiddelbare of hogereopieiding, bij voorkeur in stedebouwkundigerichting.Aan de selectieprocedure is een psychologischonderzoek verbonden.5.211,- bruto per maandHet salaris zaI maximaalbedragen.Kozijnenveivangen?Gevels aanpassen?i/opkkri heeftde onderhoudsvrije opiossing!Als het gaat om renovatie, heeft Isoplan de fabrikage, kozijnkonstruktie, montage, af-beschikking over een kompleet produkten- working, voorlichting, financiering en garantie-pakket. Omdat Isoplan u op het hele trajekt: van dienst is. Daarom is het verstandig omeerst te praten met de vakman van Isoplan.TROCALKunststof ramen- Renovatiepanelen.Onderhoudsvrij enal vele jaren metsukses in ons landtoegepast.Glaverbel isolerendebegtazingen:Thermopane,Phonibel,Thermo +.eteriiitGevelsystemen.ispoIspo thermischegevelafwerkingvoor woningen engebouwen zonderspouwmuur.Isoplanvoorkomplele Isolotle-en renovatlesystemenIsoplan B.V., Bogaardslaan 10, 7339 AH Apeldoorn. Tel. 055-23 2038.GEMEENTE MAASTRICHTDoor pensionering van de huidige functionaris vaceert per 1 juli 1980 bij het Bedrljf Openbare Werken de functie vanHOOFD VAN DE HOOFDAFDELINGSTADSONTWIKKELINGVoor de vervulling van deze vacature zai zo spoedig mogelijk een functionaris worden aangetrokken, die tot de pensionering van hethuidige hoofd door deze zaI worden ingewerkt.Onder de hoofdafdeling Stadsontwikkeling ressorteren de afdelingen Stedebouw, Sociaal Onderzoek en Verkeer, met een totale perso-neelsbezetting van ongeveer 40 medewerkers.Gevraagd wordt een medewerker van academisch niveau met managementkwaliteiten, waarbij in eerste instantie gedacht wordt aan eenStedebouwkundig Ingenieur.De functie omvat, naast het beleidsuitvoerende aspect, ook een beleidsadviserende taak. Tot de functie behoort, naast het geven vanleiding aan genoemde hoofdafdeling, het lidmaatschap van o a. de staf van het bedrijf, de projectcoordinatiegroep en het stedebouw-kundig team en voorts het deelnemen c q leiding geven aan het werk van stuurgroepen, overleggroepen, commissies en werkgroe-pen.Een psychologisch onderzoek zaI onderdeel uitmaken van de selectieprocedure.Bij indiensttreding zijn de bij de Overheid gebruikelijke rechtspositieregelingen van toepassing.Afhankelijk van opieiding en ervaring zaI een voor deze functie adequate rangindeling plaatsvinden; bij de indiensttreding kan daarbij eensalaris van maximaal f 6.023 p. mnd. worden toegekend, terwiji indeling in een hogere salarisklas t z t mogelijk is.Sollicitatiesterichten aan het college van Burgemeesteren Wethoudersen binnen veertien dagen na het verschijnen van dezeoproepin tezenden aan de Directeur van de Centrale Personeelsdienst, postbus 166, 6200 AD Maastricht. In de linkerbovenhoek van Uw sollici-tatiebrief qelieve U te vermelden: "vacature nr. 02 25 Hoofd II O.W."IIXX Stadsontwikkeling RotterdamStadsontwikkeling maakt, samen met Bouw- en Woningtoezicht, het Grondbedrijf, Verkeersdienst,Volkshuisvesting en Woonruimtezaken, deel uit van de Dienstenstructuur Ruimtelijke Ordening enStadsvemieuwing, die tevens de Projectorganisatie Stadsvemieuwing en een aantal staJFafdelingen omvat-De Dienstenstructuur is belast met integrate beleidsvoorbereiding, planvorming en dienstverlening op het gebiedvan ruimtelijke ordening en stadsvemieuwing. Er wordt zoveel mogelijk wijkgericht en projeamatig insamengewerkt. Ze wordt geleid door een directorium onder verantwoordelijkheid van een algemeen directeur.In totaal telt de dienstenstructuur ruim 1000 medewerkers.Stadsontwikkeling Rotterdam maakt structuur- en bestemmingsplannen, groen- en recreatieve plannen,begeleidt en toetst bouwplannen stedebouwkundig en verricht stedebouwkundig onderzoek.Rotterdam vraagt voor Stadsontwikkeling eenstedebouwkundige alsdistrictchef (ni/y)voor het district Noord-Oost, waarin o.a. destadsvernieuwingswijken Crooswijk, Kralingenen het Oude Noorden liggen.De stad is verdeeld in zeven stedebouwkundigegebieden, waarvan het district Noord-Oost er eenis. De taak van elk district bestaat uit hetvoorbereiden, ontwerpen en uitwerken vanbestemmingsplannen en andere stedebouw-kundige plannen. Het werk omvat tevens deverantwoordelijkheid voor de procedureleasfjecten van de planvorming en uitvoeringsfase.Het district zorgt voor de stedebouwkundigebegeleiding van bouwplannen en is betrokken bijo.a. woonomgevings- en straatvernieuwings-plannen. Bestuurshulp en voorlichting insamenhang met deze activiteiten behoren ook totde taak van het district. Andere belangrijkeaspecten in de functie zijn het leidinggeven aan demedewerkers en het organiseren van dewerkzaamheden van het distria.Gedacht wordt aan een ervarenstedebouwkundige met goede contactueleeigenschappen, gevoel voor samenwerking enbegrip voor het procesmatige karakter van hetwerk. Gedegen kermis van stedebouw enarchitectuur zijn in deze functie onmisbaar.Het salaris loopt tot f 6.604,-- per maand,afhankelijk van leeftijd, opleiding en ervaring.Een psychologisch onderzoek maakt deel uit vande selectieprocedure.Nadere informatie over deze functie wordt gaameverstrekt door de heer ir. A.W. van Hattiun,directeur Stadsontwikkeling,telefoon 010 - 895200.Vacaturentunmer 79.593/27105-084Schriftelijke soUicitaties met vermelding van hetvolledige vacaturenummer, gaarne binnen10 dagen te zenden aan: hoofd BureauPersoneelvoorziening, Postbus 70015,3000 KT Rotterdam.GemeenteRotterdamIIIzoetermeer gemeente zoetermeerdorpsstraat 10zoetermeertelefoon (079) 169966Voor de secretarie van de groeigemeente Zoetermeer wordtgevraagd eenhoofdvan de afdelingcoordinatie, planning en onderzoekDe afdeling bestaat uit een bureau planning, een bureau on-derzoek en een bureau statistiek en documentatie. De afdelingdraagt zorg voor een goede coordinatie van het gemeentelijkbeleid en lioudt zicli bezig met het bewerkstelligen dat ditbeleid is onderbouwd door:a. beleidsvoorbereidend onderzoek ten behoeve van diversebeleidssektoren (o.a. ruimtelijke ordening, sociaal-econo-mische vraagstukken)b. bijhouden en uitbreiden van de overall-planning van terealiseren maatschappelijke voorzieningen en de hieropafgestemde voortgangscontrole en rapportering 'c. verzamelen, verwerken van voor het beleid relevante in-formatie (de sociografische documentatie)d. verdere ontwikkeling van een meerjaren beleidsplan eninformatiesystemenVereist:- bij voorkeur universitaire opleiding sociale geografie- managementkwaliteiten- gevoel voor bestuurlijke verhoudingen- ervaring in het interpreteren van onderzoeken en het verwer-ken hiervan in concrete beleidsadviezen- kennis van planningstechnieken en informaticavraagstukkenstrekt tot aanbevelingSalaris:Maximaal f 6.023,-- bruto per maand.Een pyschologisch onderzoek kan deel uitmaken van de selec-tieprocedure.Nadere informatics kunnen worden ingewonnen bij de ge-meentesecretaris, mr. A. Groenestein, telefoon 079-16.99.66.Solhcitaties, onder vermelding van vacaturenummer A 10.000en naam van dit blad, binnen 14 dagen na het verschijnen er-van zenden aan burgemeester en wethouders van Zoetermeer.;.v.ketelslthermogla?uurboilersUuchtwer^armerslradiatorenHANDELSVENNu ^ ^ ^^^ 42161IVProvincialePlanologische DienstDe Provinciale PlanologischeDienst staat het provinciaalbestuur bij in zijn taal< op lietgebied van de ruimtelijkeordening. De taken omvatteno.m. voorbereiden streekplan,verrichten van ruimtelijkrelevant onderzoek, adviserenover ruimtelijke plannen vanrijk of gemeente, begeleidenvan ruilverkavelingen. Hetaantal personeelsledenbedraagt ca. 70.Sollicitaties bitinen14 dagen te richten aanhet Hoofd van deCentrale Personeels-zaken, Provinciehuis,Tweebaksmarkt 52,8911 KZ Leeuwarden,onder vermelding vande letters PL in delinkerbovenhoek van deenveloppe.Bij de afdeling Onderzoek van de ProvincialePlanologisclne Dienst is wegens vertrel< van een vande Inuidige medewerkers per 1 oktober 1979 plaatsvoor eenPLANOLOGISCHONDERZOEK(ST)ERDe uit 13 medewerkers bestaande afdeling heeft alshoofdtaak het verrichten van toegepastwetenschappelijk onderzoek ten behoeve van hetprovinciale ruimtelijk belaid.De gevraagde medewerk(st)er zai met name op hetgebied van de openluchtrekreatie tot taak krijgen:- het verrichten danwel voorbereiden en begeleidenvan toegepast wetenschappelijk onderzoek tenbehoeve van de ruimtelijke planning op regionaalniveau; en daarnaast:- het verstrekken van adviezen en het opstellen vanbeleidsvoorbereidende rapporten, steunend oponderzoeksresultaten, zowel ten behoeve van hetprovinciale ruimtelijke beleid in het algemeen, als tenbehoeve van konkrete ruimtelijke plannen, zoalsstreak- en landinrichtingsplannen.Vereist is:- een voltooide akademische opieiding in de sociale-geografia of vargalijkbare studiarichting;- goede kennis van de methoden en technieken vansociaal-wetenschappelijk onderzoek;- ervaring op het gebied van rekreatie onderzoek tenbehoeve van het ruimtelijk belaid;- een goede mondelinge en schriftelijke uitdrukkings-vaardigheid;- een kooparatieve instelling en goede kontaktueleeigenschappen.Salaris maximaal / 5.211,-- bruto per maand.Een psychologisch onderzoek behoort tot deselektieprocedure.Nadera informatie kan wordan ingewonnen bij hethoofd van de afdeling drs. J.F. Talens ofir. H. Dankert, tel. 05100-339425.zoetermeergemeente zoetermeerdorpsstraat 10zoetermeertelefoon (079) 169966Bij de afdeling stedebouw, onderdeel te-kenkamer, van de gemeentebedrijven isplaats voor eenstedebouwkundigtekenaar(m/v)Taak:- het nader uitwerken van ontwerpenvoor struktuur- en bestemmingsplannen- het tekenen van bestemmingsplankaar-ten- het verrichten van algemeen voorkomen-de tekenwerkzaamhedenVereist:- stedebouwkundig tekenaar PBNA of ge-hjkwaardig- ervaringSalariering:AfhankeUjk van leeftijd, opleiding en er-varing maximaal f 2.895,- bruto permaand.SolUcitaties, onder vermelding van vaca-turenummer B 06.101 en naam van ditblad, binnen 14 dagen na het verschijnenervan zenden aan burgemeester en wet-houders van Zoetermeer.GEMEENTEZAANSTADBij de dienst GEMEENTEWERKEN, hoofdafdeling Stadsont-wikkeling, kan worden aangesteld een;CHEFAFDELING STEDEBOUWWerkzaamheden:Deze funktionaris zai leiding geven aan de afdeling Stede-bouw. Daze afdeling kent een "ontwerpgroep" (1 stedebouw-kundig ontwerper en 2 assistent-ontwerpers) en een "teken-kamer" (1 chef tekenkamer, 1 maquettemaker, 1 tekenaar-ontwerper en 8 stedebouwkundig tekenaars).Als zodanig wordt hij belast met het ontwerpen, presenterenen verantwoorden van stedebouwkundige modellen op basisvan gegeven hoofdiijnen en binnen het kader van de bij hetkollege van B. & W. en stuurgroepen levende randvoorwaar-den.Funktievereisten:Vereist zijn: een afgeronde universitaire opleiding als stede-bouwkundige; ruime ervaring, opgedaan in een soortgelijkefunktie; goede kontaktuele eigenschappen; principiele bereid-heid stedebouwkundige ideeen voortdurend te toetsen aantheoretische en maatschappelijke ontwikkelingen, alsmedegoede mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid.Een psychologisch onderzoek kan deel uitmaken van deselektieprocedure Tevenszal een vertegenwoordiging van hetpersoneel bij de selektie worden betrokken.Aanstelling/salaris:Aanstelling zaI geschieden in de rang van ingenieur B (sala-risgrenzen: f 4.902,-- -- f 5.830,-- bruto per maand). Bijgoed funktioneren en gebleken geschiktheid is bevorderingmogelijk (maximaal haalbare salaris; f 6.410,-- bruto permaand).De vakantietoelage bedraagt 8% van het bruto salaris. Degemeente Zaanstad is aangesloten bij het IZA. Voorts is degebruikelijke ambtelijke rechtspositie van toepassing.Informatie:Nadere inlichtingen omtrent de funktie kunnen desgewenstworden verkregen bij de heer ir. G. Teders, chef hoofdafde-ling Stadsontwikkeling-Gemeentewerken, telefoon; 075-123003, toestel 138.Belangstellenden wordt verzocht binnen 10 dagen na hedenen onder duidelijke vermelding van de funktie, de sollicitatie-brief te zenden aan het college van burgemeester en wethou-ders van Zaanstad, postbus 1400, 1500AK Zaandam.VIOrgaan van hetNederlands InstituutvoorRuimtelijke Ordeningen Volkshuisvesting ^Redactie:Ir. R.M.Th. AdriaansensDrs. H.J.M. van AlphenDrs. H. van der CammenMr. J.H. EngelDrs. A. EvertsDrs. R. KokMr. A.M. Schaap-DubbelboerDr. N.C. SchoutenIr. W. WissingRecensieredacteur:Drs. H.J.M. van AlphenTelefoon 070-624721Redactie,administratie enpublikaties ter recensie:Van Speykstraat 252518 EV Den HaagTelefoon 070-469652Postgironummer 29080Uitgave vanSamsom Uitgeverij bvAlphen aan den RijnAdvertentie-acquisitie:J. van der KolkProf. J.H. Bavincklaan 51183 AT AmstelveenTelefoon 020-456404Advertentie-administratie:Samsom Uitgeverij bvPostbus 42400 MA Alphen aan den RijnTelefoon 01720-62191Opdrachten en materiaal wordenvoor de lOe van de maand,voorafgaande aan de maand vanverschijning, ingewacht.10 stedebouw en volkshuisvesting60e jaargang oktober 1979Losse nummers f 9,25InhoudDenkraam440 Met Catootje naar de botermarkt, drs. J. W. van ZundertArtikelen441 Onderzoekprogrammering in dimensies, prof. dr. C. W. W.van Lohuizen449 Een binnenstad als winkelcentrum en werkomgeving, E. deBoer en C. Rensing461 Vragen rond het lokatie-eisen onderzoek, drs. E. ten Heuvelhofen drs. S. Musterd471 Hui.svesting van bejaarden in de knel? ir. F. Vermeijs481 Boerderijenbehoud, mr. M. A. van Voorst van Beest486 Ingezonden492 Nieuwe publikaties496 Berichten499 In memoriam500 MededelingenIn dit nummerzal de lezer een denkraamauteur aantreffen die hij nog niet kent.Bovendien vindt hij een vaste rubriek van een aantal jarengeleden, "de berichten", terug. De redactie is er zich van bewustdat het actualileitsgehalte van de berichten zoals opgenomenin het oktobernummer nog kan stijgen.Prof. Van Lohuizen opent met een bijdrage overonderzoekprogrammering. In een pcriode waarin .sectorraden alspaddestoelen uit de grond schieten, een verhelderend overzicht.Analyse en bespreking van binnenstadsproblemen blijft, vooralook in verband met de voorbeeldwerking, een nuttige zaak.Deze maal de binnenstad van Arnhem en de oostelijkebinnenstad'van Alkmaar.De voorbeeldwerking speelt ook in de bijdrage over dehuisvesting van bejaarden in Amsterdam een grote rol. Eenwaarschuwing voor het beleid.Het NIROV heeft vertegenwoordigers in diverse landelijkeorganisaties en inslellingen. Een van deze instellingen, deNationaie Contactcommissie Monumentenbescherniing, heeftonlangs een rapport uitgebracht over boerderijenbehoud. DeNlROV-vertegenwoordiger uit de werkgroep die het rapportheeft opgesteld doet hierover verslag.Siedehouw en Volkshuisvesting, oktober 1979 439DenkraamMet Catootje naar de botermarktIndianenverhalen komt men ook in de planologie tegen,hoewel ze (net als Indianen) zeldzamer worden. Welkefacetplanoloog zag recentelijk nog kans om zich alle secto-rale horzels van het lijf te houden? Niemand meer tochzeker? En gelukkig maar, want men kan bezwaarlijk staan-de houden, dat een goed bestemmingsplan het produkt vanalleen monodiscipUnaire arbeid kan zijn. Behalve het zoge-naamde facetbelang van de ruimteUjke ontwikkeling, din-gen steeds meer zogenaamde sectorale belangen daadwer-keUjk mee in het proces van afweging dat in een bestem-mingsplan meet resulteren.Het projectmanagement oftewel de projectorganisatie is demeest aangeprezen vorm om de complexe arbeid vaninventarisering, waardetoekenning en afweging van de veel-heid van ruimtelijk relevante belangen efficient te kunnenverrichten. Voor de verwezenlijking van een bepaald projectgaan deskundigen van verschillende disciplines, als verte-genwoordigers van de desbetreffende diensten, afdelingenof belangensferen, in een tijdelijk samenwerkingsverband,min of meer op basis van een mandaat, werken aan decoUegiale uitvoering van de opdracht (in casu het totstand-brengen van een bestemmingsplan voor een bepaald ge-bied).In bestuurswetenschappelijke organisatietheorieen komtmen uiteenlopende opvattingen tegen omtrent deze matrix-achtige organisatievorm. Als algemeen bezwaar wordt welgenoemd de onttakeling van de staande organisatie, vooralals veelvuldig projectorganisatie wordt toegepast. Daar-naast zijn er ten minste nog drie factoren, die de toepassingvan planologische projectorganisatie extra bemoeilijken. Inde eerste plaats is er de toenemende "verkokering" van hetoverheidsbestuur door het aanwassende autonome beleidvan de sectoren. Deze werken met eigen doelstellingen eneigen middelen aan de behartiging van belangen die welis-waar niet de ruimtelijke ordening beogen, maar haar welraken. Sterke vertegenwoordigers van sterke sectorale be-langen kunnen een lastig gegeven vormen bij de formatie ende effectuering van projectorganisatie.Een tweede compUcerende factor is de poUtisering vanbeleidsprocessen. Het gaat al lang niet meer om "waarde-vrije" wetenschappelijke arbeid in de planologie. Politiekeen maatschappelijke doelstellingen en middelen spelen eenbelangrijke rol en de planologische beleidsvoorbereiderskunnen er dan ook niet omheen, zelfs al zouden ze hetwillen. Met de term "geintegreerde beleidsvoorbereiding"doelt men op een mixture van ambtelijk-technische, poli-tieke, alsmede sociaal-maatschappelijke inbreng in het be-stemmingsplanproces.In laatstgenoemd element schuilt ook de derde factor: departicipatie (wat men er ook onder moge verstaan) van debelanghebbenden (in ruime zin). Ook deze belangen kunnendermate evident zijn, dat er bij de projectorganisatienadrukkelijk rekening mee moet worden gehouden. Even-tueel zal een vertegenwoordiger van dit belangenveld in deprojectgroep moeten worden opgenomen.Men hoeft niet eens zo'n geweldige fantasie te bezitten omde colonne gegadigden voor deelneming in de projectorga-nisatie te zien opmarcheren. Het dilemma van elke consti-tutie van een projectorganisatie is telkens weer de keuze uitvele tientallen gegadigden. Zelfs al in dit proces van forma-tie van de projectgroep kunnen zich stevige schermutselin-gen voordoen, omdat immers het verzekerd zijn van eenplaats in de projectorganisatie een garantie kan zijn voorhonorering van verlangens vanwege de desbetreffende dis-cipline ten aanzien van het toekomstige bestemmingsplan.Het is een moeilijke keuze, als men bedenkt dat bij sommigeprojecten enkele tientallen significante belangen in hetgeding kunnen zijn, waarbij dan de kwaliteiten tot coope-ratieve arbeid van derzelver vertegenwoordigers nog buitenbeschouwing blijven.Oplossingen voor dit probleem worden op velerlei wijzenagestreefd, maar zelden daadwerkelijk gevonden. Uit-gaande van een in de organisatiekunde wel als "werkbare"eenheid van vijf a zes leden van een projectgroep gehan-teerde norm, wordt gezocht naar criteria ter bepaling van de"zwaarte" van de in het geding te brengen belangen en vande naar voren te schuiven sector-vertegenwoordiger. (Metdit laatste lijkt zelfs een nieuwe arbeidsmarkt voor plano-logen te worden gecreeerd!).Van werkelijk objectieve criteria lijkt in de praktijk nietalom sprake te zijn. Om "slagvaardig" te kunnen werkenmoeten de lastige sectoren en/of derzelver vertegenwoordi-gers soms duidelijk het offer zijn van de selectiecriteria. Dezwakke (planologische) equipage van sommige sectorenlijkt daarbij ook wel eens te worden benut.Zelfs als in de vorm van een projectorganisatie-verordeningcriteria worden geinstitutionaliseerd en zelfs als er heelbehoorlijk ogende alternatieven worden geboden voor niettot de projectgroep uitverkoren belangen en belangenbe-hartigers, dan nog blijft dit een erg kwetsbaar punt in deplanologische projectorganisatie. In menige praktijksituatiekomt het er eigenlijk op neer dat de (politieke of ambtelijke)verantwoordelijkheidsdrager voor de operationele planningzich enkel vanuit deze taakstelling (een hoge plannenpro-duktie) een projectgroep maakt. Want hij kan maken wat hijwil!/. W. van Zundert440 Stedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1979Onderzoekprogrammering indimensiesEen verkenning op het terrein van het planologisch onderzoeki)C. W. W. van Lohuizen*1. InleidingHet is gangbaar programmering eendi-mensionaal te verrichten, namelijk ophet thema van onderzoek. Dit artikelgaat na of ook andere dimensies van hetonderzoek voor programmering in aan-merking komen, en wat het belang er-van is.Het is mijn bedoeling aan enkele an-dere aspekten van programmering vanonderzoek in ander verband aandachtte schenken.*Sektorhoofd Planologisch StudiecentrumTNO, Delft.Buitengewoon hoogleraar planologisch on-derzoek, Technische Hogeschool Eindho-ven.De ideeen, vervat in dit artikel, zijn ontwik-keld hij de voorbereiding van een program-mering van het onderzoek op de middellan-ge termijn van het PSC-TNO.Mijn dank gaat uit naar de vela kritische enophouwende opmerkingen van met name-drs. H. C. Christerus, drs. J. C. Daamen,drs. M. S. G. Horrevoets, drs. A. G. G. Op'tVeld, ir. P. Ruigrok en drs. G. Slob, en dehulp in moeilijke tijden van Rita Hartog enW. Th. Molle.Onderzoekprogrammering staat in de belangstelling. Beleidsdiensten inventariserenhun behoefte aan kennis en vertalen deze behoefte in te verrichten onderzoeli, in detijd naar prioriteiten geordend.Onderzoekinstituten ontwild^elen werl^programnia's, waarvoor eveneens belioeftesen prioriteiten bepaald moeten worden. Overkoepelende organen van wetenschaps-en onderzoekbeleid hanteren programmering als beleidsinstrument: sektorraden,werkgemeenschappen, ZWO-stichtingen, programmaraden, zoals er bestaan voordemografisch of energie-onderzoek.Dergelijke programmeringen veronderstellen denkwerk-vooraf. Dit artikel probeerteen bijdrage te leveren aan een van de vele problemen die bij programmering vanonderzoek aan de orde komen, speciaal gericht op het planologisch onderzoek.Met onderzoekprogrammering wordtin dit artikel bedoeld het op systemati-sche wijze verkennen van de behoefte(wetenschappehjk dan wel praktisch)aan onderzoekresultaten en van de mo-gelijkheden deze te bevredigen, geor-dend naar kenmerken van het onder-zoek en naar urgenties en prioriteiten,e.e.a. in relatie gebracht met de beschik-bare en te verwerven financiele, perso-nele en organisatorische middelen.Dit artikel gaat in op een van de ge-noemde aspekten, namelijk op de ken-merken van het onderzoek. Het belang-rijkste kenmerk van onderzoek is tevensals regel het onderwerp van de meestgangbare vraag bij de programmeringvan wetenschappehjk onderzoek: watdient er te worden onderzocht?Het antwoord op die vraag wordt in hetalgemeen gesteld in termen van het ob-ject van onderzoek in het bijzonder vande thematiek^). De meeste onderzoek-programma's behandelen dan ook the-ma's, zoals de arbeidsmarkt, mobili-teitsverandering, demografische onder-werpen, ekologische relaties, eqz.Een behoefte aan resultaten van on-derzoek kan echter niet worden be-schreven in termen van het thema al-leen; daarvoor zijn ook andere kenmer-ken nodig, zoals de geografische schaal,de behandelde periode, de mate vanabstraktie, het kader waarin de resulta-ten gebruikt worden, de methodischeaanpak. Zo kan er behoefte bestaan aankennis over migratiemotieven; maar hetis een groot verschil of het hier om fun-damenteel of toegepast onderzoek gaat,of het om lokale of Internationale ver-huisbewegingen gaat, of het historischof aktueel onderzoek is, of de resultatenbestemd zijn voor het opstellen vandoelstellingen van een streekplan ofvoor de afweging van ruimtelijke ont-wikkelingsalternatieven.Dit betekent, dat de vraag "wat dient er teworden onderzocht" een meervoudig ant-woord verlangt, namelijk voor meer daneen kenmerk. Het impliceert ook datdeze kenmerken met elkaar in relatie die-nen te worden gebracht. Het heeft im-mers geen zin afzonderlijke program-meringen op te stellen voor elk van diekenmerken. Een programmering voorSledehouw en Volkshuisvesting, oktoher 1979 441onderzoekprogrammeringhet ene kenmerk veronderstelt een daar-mee gerelateerde programmering voorelk van de andere kenmerken. Een der-gelijke interrelatie kan in principe inmatrix-verband worden ondergebracht.Om deze reden noem ik deze kenmerkendimensies (zie verder paragraaf 2).Doel van dit artikel isa. argumenten aan te dragen dat onder-zoekprogrammering voor een bepaaldwe-tenschapsgebied of aandachtsveld multi-dimensionaal moet plaatsvinden, enb. voor hetplanologisch onderzoek enke-le relevante dimensies op te sporen en uitte werken.Na een korte behandeling van hetbegrip dimensie (2) volgt een overzichtvan de behandelde dimensies (3). Para-graaf 4 geeft daarna voor vier konkreteonderzoekprojecten een systematischebeschrijving van de dimensies ervan.Paragraaf 5 tenslotte bevat een nabe-schouwing.N.B. Alle gegeven voorbeelden zijnfiktief.2. Het begrip dimensieIn de vorige paragraaf werd het begripdimensie(s) gebruikt voor geinterrela-teerde kenmerken van een onderzoek.Wat is een dimensie?Het woord dimensie wordt in verschil-lende zin gebruikt. In het spraakgebruikis het vooral afmeting (Van Dale). In denatuurkunde, meetkunde en algebraheeft het specifieke betekenissen. Demeetkundige betekenis is ook in hetalgemene spraakgebruik doorgedron-gen, zoals in: een driedimensionale film,of: een vlak heeft twee dimensies."Men zegt dat het platte vlak tweedimensies heeft, omdat een punt in hetvlak door twee getallen (zogenaamdekoordinaten) ondubbelzinnig wordt be-paald. Evenzo zegt men dat een lijn een,de ruimte drie dimensies heeft. Datheeft dus steeds betrekking op het aan-tal getallen, dat een punt in die lijn (datvlak, die ruimte) bepaalt." (Oosthoek'sEncyclopedie)3). Dit begrip dimensieheeft in dat verband vooral de betekenisgekregen van "a particular mode of spa-tial extension, in a particular direc-tion""'). Een verschijnsel kan dus wor-den gepreciseerd door klassifikatie inelke in aanmerking komende dimensie,zoals een punt in een vlak ondubbelzin-nig wordt bepaald door zijn twee koor-dinaten, of zoals we een ons onbekendeplaats op een kaart opzoeken via de glo-bale koordinaten van bijvoorbeeld vakB, 3. Omgekeerd uitgedrukt: "dimensieis een aanduiding in welke eenheden eengrootheid kan worden uitgedrukt" (zo-als Van Dale het voor de natuurkundigeterm dimensie definieert).Evenzo kan een grootheid als een onder-zoekproject in verschillende eenhedenworden uitgedrukt, hier kenmerken ge-noemd. In de inleiding zijn er terloopsreeds enkele vermeld: het thema, hetgeografisch objekt, het tijdsobjekt, hetabstraktieniveau. In de volgende para-graaf, die de kenmerken suksessievelijkbehandeld, komen daar nog bij: de me-thodische aanpak, het doel waarvoorhet onderzoek plaats vindt en het onder-scheid fundamenteel/toegepast.Eerst door een onderzoek naar vele ken-merken of dimensies te klassificerenwordt het goed gekarakteriseerd. DeplaatsbepaUng op de kaart wordt met detoevoeging van elke dimensie nauwkeu-riger.Men kan dus zeggen, dat een onder-zoekprojekt een aantal dimensiesheeft.Dat aantal kan groter zijn, maar kanook kleiner zijn dan de hierboven ge-noemde. Die opsomming is niet limita-tief. Al naar het doel waarvoor de klas-sifikatie plaats vindt, zullen kenmerkenbelangrijk of onbelangrijk zijn. Waarhet dus om gaat, is de voor het doel vande aktiviteit wezenlijke kenmerken op tesporen.Een onderzoekprojekt wordt in de eer-ste plaats gekarakteriseerd met zijn the-ma, bijvoorbeeld "Motieven voor be-volkingsmigratie". Dit is echter onvol-doende. Het beeld wordt pas scherpdoor de "vulling" van enkele anderedimensies: tussen regio's, in de periode1960-1970, middels een enquete, tenbehoeve van de evaluatie van het natio-nale spreidingsbeleid, enz. Door eenandere vulling van deze dimensies krij-gen we dan ook een geheel ander onder-zoekprojekt: van Amsterdam naar Pur-merend, in de naaste toekomst, middelseen scenario-methode, ten behoeve vande keuze van de woningmix voor dewoningbouwprogrammering op mid-dellange termijn.Door dergelijke kenmerken dimen-sies te noemen, wordt dus impliciet be-weerd dat in principe elke "vulhng" vande ene dimensie in kombinatie met elke"vulling" van een andere dimensie kanvoorkomen.Dit impliceert dat programmering vanonderzoek inprincipe alle dimensies moetbevatten, die relevant zijn voor het doelvan die aktiviteit.Immers, op grond van het voorgaan-de moeten we konkluderen, dat bijvoor-beeld de thematiek alleen het te onder-zoeken terrein niet voldoende in kaartbrengt. Ook voor een programmering,die bijvoorbeeld uitgaat van lakunes intot nu toe verricht onderzoek, is eendimensie onvoldoende basis. Het kanbijvoorbeeld blijken, dat onderzoeknaar migratiemotieven een in verhou-ding tot een ander thema goed ontwik-keld onderzoekveld is; men zou duskunnen konkluderen, dat hier geen aan-vullende onderzoekaktiviteit nodig is.Toevoeging van de geografische dimen-sie kan echter leren dat het tot nu toeverrichte onderzoek hoofdzakelijk be-trekking heeft op regionale verhuisbe-wegingen, terwijl over intra-stedelijkemigratie niets bekend is, terwijl aanresultaten daarover juist een grote be-hoefte bestaat. De konklusie luidt danuiteraard geheel anders!442 Stedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1979onderzoekprogrammeringHieruit blijkt dus:Evenmin als een onderzoekprojekt mid-dels de ene dimensie van de thematiekgekarakteriseerd kan worden, net zomin is het mogelijk onderzoek te pro-grammeren langs die ene of welke ande-re dimensie alleen ook.Laten we een ander voorbeeld kiezen,namelijk het thema stadsvernieuwing;het is een fiktief voorbeeld, omdat dehieronder volgende uitspraken wille-keurige uitspraken zijn. Verondersteldat stadsvernieuwing een frekwent on-derzoekthema is, en dus niet tot de laku-nes in het onderzoek behoort. Dan is hettoch mogelijk dat er in andere dimensiesgerelateerd aan dit thema grote lakuneszijn, bijvoorbeeld als impact-studiesweinig voorkomen, als er geen beleids-evaluatie-onderzoek plaats vindt, als ergeen vergelijkende studies verricht wor-den, als de stadsgewestelijke schaal na-genoeg geheel ontbreekt, als fundamen-teel onderzoek te weinig beoefendwordt, enz.Overigens de aanwezigheid van laku-nes houdt uiteraard niet van zelf in, datonderzoek op dat punt voldoende ur-gent is om een hoge prioriteit te krij-gen.De in dit artikel onderscheiden dimen-sies zijn niet systematisch afgeleid. Hetis trouwens de vraag of zo een aktiviteitzinvol is, zolang het doel waarvoor hetgebeurt niet duidelijk is. De hier onder-scheiden dimensies zijn ontwikkeldvanuit de ervaring die ik heb opgedaanbij de klassifikatie van onderzoek en hetonderscheiden van onderzoekbehoeftenten behoeve van het eerder genoemderapport "Onderzoek en Ruimtelijk Be-leid". Zij zijn verder aangescherpt bij dedoordenking en voorbereiding van eenprogrammering voor de middellangetermijn van het onderzoek bij het PSC-TNO.De onderscheiden dimensies zijn de vol-gende. Zij betreffen het objekt van on-derzoek (1, 5, 6, 7), het doel van hetonderzoek (2) en de wijze waarop hetonderzoek plaats vindt (3, 4).1. De thematiek, ofwel het "eigenlijke"objekt van onderzoek, wordt onder-scheiden naar:A. inhoudelijke thematiek, ofwel in hetplanologische onderzoek: het ruimtelijkobjekt,B. procedurele thematiek, ofwel in hetplanologische onderzoek: onderzoeknaar bijvoorbeeld het planningsproces,besluitvorming, enz.; onderzoek ten be-hoeve van de ontwikkeling van plan-ning-methoden, enz.Ondanks alle relativering van het be-lang van de thematiek moet hier duide-lijk gesteld en onderstreept worden, datdeze dimensie de belangrijkste is vanalle hier onderscheiden kenmerken. Hetgaat hier om de gronddimensie van eenonderzoek.2. Het doel van het onderzoek, in ter-men van de plaats in het planning- ofbeleidsproces: ten behoeve van welkonderdeel van het planningproceswordt het onderzoek verricht.3. Kategorieen van wetenschapsbeoefe-ning is een dimensie, die betrekkingheeft op de wijze waarop onderzoek ver-richt wordt. Een gangbare indeling isdie naar fundamenteel onderzoek, toe-gepast onderzoek en ontwikkelings-werk5>. In de volgende paragraaf zal eenalternatief worden voorgesteld.4. De methodische aanpak is een anderedimensie, die betrekking heeft op dewijze waarop onderzoek verricht wordt.Hier komen de (groepen van) methodenen technieken aan de orde.De volgende dimensies betreffen weerhet objekt van onderzoek:5. Het abstraktieniveau geeft aan de inhoeverre het objekt van onderzoek gege-neraliseerd is.6. Het geografisch objekt betreft hetgeografisch gebied of de geografischeschaal dat/die door het onderzoekwordt bestreken.7. Het tijdsobjekt betreft de periode diedoor het onderzoek wordt bestreken(wel te onderscheiden van de duur vanhet onderzoekprojekt zelf).3. De onderscheiden dimensies, naderbezienDeze paragraaf behandelt achtereen-volgens de zeven onderscheiden dimen-sies. De lengte verschilt, al naar gelangde noodzaak er korter of langer bij stil testaan. Elke dimensie zal geillustreerdworden aan de hand van een onderzoekover een willekeurig gekozen thema,namelijk de onderlinge samenhang tus-sen ruimtelijke structuur en openbaar ver-voer.Dimensie 1: De thematieklA. De inhoudelijke thematiek:Het kan niet de bedoehng zijn in hetkader van dit artikel het terrein van dezedimensie in kaart te brengen. We vol-staan met enkele voorbeelden.Het thema kan op velerlei manierworden uitgewerkt. Te denken valt aaneen bestudering van het analytisch ver-band tussen kenmerken van de ruimte-lijke struktuur en de mate van gebruikvan het openbare vervoer. Een andereuitwerking zou zijn een fysiek-ruimtelij-ke (stedebouwkundige) studie over deverschillende wijzen van inpassing vanbijvoorbeeld een sneltramlijn in de be-bouwingsstruktuur van een groeikern ofeen bestaand stadsdeel.IB. De procedurele'') thematiek:Deze dimensie is evenals 1A een deeldi-mensie; onderzoekprojekten vallen het-zij in een van beide, hetzij in beide. Eenonderzoek kan zowel een inhoudelijkals een procedureel objekt hebben^).Onder procedurele thematiek wordtverstaan: onderzoek over de voorberei-ding, totstandkoming en uitvoering vanruimtelijke (en ruimtelijk relevante)plannen en beleid, inklusief de besluit-vorming erover. Het behandelt het hoevan de planning en het beleid en hetwaarom van het hoe. Het onderscheidtzich daarmee van het inhoudelijk on-derzoek dat behandelt wat geplandStedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1979 443onderzoekprogrammeringwordt; beide (kunnen) dienen voorplanner! en beleid; dit laatste punt ver-wijst naar dimensie 2, namelijk deplaats van het onderzoek in de planningenz.; het onderscheid tussen deze en diedimensie is echter dat hier de planningobjekt van onderzoek is terwijl daar hetonderzoek geklassificeerd wordt naarhet procedurele doel waarvoor de studieplaats vindt (zie onder Dimensie 2).Voorbeelden van zulke studies zijn:- studie naar de wijze van inrichtingvan een doelstellingenstudie;- idem evaluatief: hoe zijn doelstellin-genstudies gebruikt;- studie naar de (beste) procedure en deerbij behorende technieken voor hetmaken van keuzes (afweging);- idem evaluatief: hoe zijn feitelijkekeuzestudies uitgevoerd in samenhangmet de feitelijke besluitvorming;- studie naar de effektiviteit van hetgroeikernenbeleid.Studies over gehele planningproces-sen, empirisch zowel als normatieve,vallen uiteraard ook onder deze dimen-sie.Dimensie 2: Het doel van het onder-zoek: ten behoeve van welk onderdeelvan het planning- of beleidsprocesDeze dimensie betreft niet het objektvan onderzoek, maar het doel waarvoorhet verricht wordt. Zij wordt als dimen-sie opgevoerd, omdat verondersteldwordt dat studies over een zelfde themaonderling kunnen en ook vaak zullenverschillen al naar gelang het doel waar-voor ze verricht worden.Deze doelen kunnen omschrevenworden in termen van het planningpro-ces en andere beleidsprocessen (in rui-me zin, namelijk inklusief de uitvoeringvan de planning). Elk soort proces enelke fase van zo een proces beinvloedtde inrichting en de soort uitkomsten vanhet onderzoek. Het terrein van dezedimensie kan dus in principe in dezelfdetermen worden omschreven als dat vande vorige dimensie, maar in dit gevalbetreft het het doel van het onderzoek,in dat van de procedurele dimensie gaathet om het objekt van onderzoek.Voorbeelden van zulke onderzoek-projekten zijn:- een studie ten behoeve van het opstel-len van doelstellingen voor een struk-tuurplan voor de binnenstad;- idem ten behoeve van de afwegingvan alternatieve plannen voor die bin-nenstad;- een basisstudie om de effektieve bein-vloeding van lokatiegedrag door middelvan bepaalde maatregelen te kunnenbepalen (...), e.e.a. in het kader van hetopzetten van een konkreet planningpro-ces om een bepaald beleidsprobleem opte lessen;- een studie ten behoeve van het nemenvan een besluit over het toelaten vanbepaalde bedrijven op een bepaalde lo-katie in verband met de mobiliteitsef-fekten;- een studie ten behoeve van instru-mentvorming, ten behoeve van beleidaangaande openbaar vervoer, verstede-lijking en binnensteden (maximaUse-ring van de bereikbaarheid van hetopenbaar vervoer);- een studie over het groeikernenbeleidten behoeve van een terugkoppeling opde doelstellingen, op de beleidsformule-ring en op de instrumentariumkeuze en-bantering.Een specifiek voorbeeld om te illus-treren hoe een thema voor verschillendedoelen verschillend wordt uitgewerkt:Mobiliteit van niet-autobezitters ingrote stadsgewesten kan in het kadervan de ruimtelijke ordening bestudeerdworden bijvoorbeeld ten behoeve van:a. de probleemsignalering;b. de beleidsstrategieen;c. het beleidsinstrumentarium.In alle drie gevallen zal de studie eranders uit zien:ad a: hoe zit het verschijnsel in elkaar,in hoeverre is het voor wie een pro-bleem?ad b: welke strategieen zijn er om hetprobleem op te lossen, in hoeverre envoor wie zijn ze maatschappelijk aksep-tabel, hoe weeg ik ze ten opzichte vanelkaar af met behulp van evaluatie-methodieken?ad c: welke middelen zijn er om perstrategic tot een oplossing te komen,wat is de "impact" van elk van dieinstrumenten, welke neven- en tegenef-fekten - ook ten aanzien van anderbeleid - hebben deze?Tenslotte enkele voorbeelden aan dehand van het thema samenhang ruimte-lijke struktuur en openbaar vervoer:Wordt de samenhang tussen de ken-merken van de ruimtelijke struktuur ende mate van openbaar vervoergebruikbestudeerd om de doelstellingen voorhet struktuurplan van een binnenstadop te stellen, of dient dit onderzoek omalternatieve plannen tegen elkaar af tewegen? In het geval van een doelstel-lingsstudie zal de onderzoeker ant-woord trachten te verkrijgen op devraag in hoeverre deze samenhang vangroot belang is, gezien de politieke stre-vingen van de betrokken individuen,groepen en instituties en gezien de matevan samenhang die er in dergelijke si-tuaties blijkt te bestaan tussen deze va-riabelen. Het gaat dus om een studienaar de maatschappelijke akseptabili-teit van doelstellingen, bijvoorbeeld demate waarin deze afwijken van be-staand gedrag en heersende normen- enwaardenpatronen. In het geval van eenafwegingsstudie gaat het om de matewaarin plannen op dit punt ten opzichtevan elkaar verschillen, gericht op tevo-ren gestelde kriteria, wegingen en waar-deringen; onder bepaalde omstandighe-den zal dit een groot inzicht vergen in deaard van de samenhang en een grotenauwkeurigheid in de meting ervan.Dimensie 3: Kategorieen van weten-schapsbeoefeningGangbaar is de trits fundamenteel on-derzoek, toegepast onderzoek en ont-wikkelingswerk. Het gaat om de wijzewaarop het onderzoek wordt verricht.Het heeft te maken met de afstandelijk-heid ten opzichte van het gebruik van deresultaten van het onderzoek.444 Stedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1979onderzoekprogrammeringWetenschap bedrijven kan met ver-schillend oogmerk gebeuren, hier alsorientatie aangemerkt: waarop richt deaktiviteit zich, welk gebruik wordt ervan de resultaten gemaakt en met welkeinslelling gaat de onderzoeker (dus) tewerk.In vrije navolging van onder andereAlbinski, Beerling c.a., Voogd en Wipp-ler, onderscheiden we hier vier orienta-ties (a-d)?):a. Wetenschap om de wetenschap; doe!is de groei van kennis door middel vantheorievorming op empirische basis;empirisch-anaiytisch onderzoek naastlogisch, deduktief werk: "zuivere weten-schap", "fundamenteel onderzoek".Het gebeurt op grond van witte plekkenin of rond de kennis binnen een weten-schappehjke disciphne.b. Wetenschap omdat er vanuit demaatschappij behoefte is aan de resul-taten ervan: op gebruik gericht funda-menleel onderzoek; doel is de groei vankennis, al dan niet voigens model a., opgrond van witte plekken in de kennis diestorend blijken te zijn bij het gebruikvan die kennis; het startpunt is dus niethet wetenschappelijke probleem, maarhet praktijkprobleem.c. Eveneens wetenschap omdat er be-hoefte is aan de resultaten ervan, maardirekt gericht op het gebruik van de resul-taten; doel is het verzamelen, sorterenen interpreteren van bestaande kennisuit b. en a. en het stellen van vragen aanb. en a.; het is gericht op de voorberei-dmg van d., dat wil zeggeh voor debeleidskeuzes zijn gemaakt ofwel erna(beleidsevaluatie ex post). Het gaat hierom al dan niet vrij (dat wil zeggen zon-der opdrachtgever), maar duidelijk ge-richt onderzoek binnen zekere grenzen.Hier komt bijvoorbeeld aan de orde:wat zijn de alternatieven voor het oplos-sen van een praktijkprobleem, welkeiatente problemen zien we daarbij overhet hoofd, welke implikaties (effekten,neveneffekten, terugkoppelingseffek-ten) hebben deze alternatieven; op wel-ke wijzen kunnen deze alternatievenbeinstrumenteerd worden en welke Ia-tente problemen en welke implikatieszijn hierbij aanwezig; welke onzekerhe-den blijven er bestaan, en welke impli-katies zitten daar aan vast; op direktgebruik gericht praktisch onderzoek.d. Selektief gebruik van wetenschappe-lijke (naast andere!) inbreng ten behoevevan de "heleidsonderbouwing"; selektiefsamenbrengen van resultaten uit c, b.eh a.; formuleren, afwegen en onder-bouwen van beleidsvoornemens, nota's,wetsontw'erpen, regehngen, plannen,besluiten; opk de toelichting op hetbestemmingsplan en de beschrijvingvan de meest gewenste ontwikkelingbehoren hiertoe.Deze dimensie illustrerende, kan ookhier de vraag naar de samenhang tussende'kenmerken van de ruimtelijke struk-tuur en de mate van gebruik van hetopenbaar vervoer op verschillende ma-nieren beantwoord worden, al naar ge-lang de kategorie van wetenschapbeoe-fening. Een mogelijk antwoord is hetvinden van regelmaat in verschijnselen,zoalsVan spreidingspatronen van wo-nen en werken enerzijds en de vervoer-middelkeuze anderzijds en het verkla-ren ervan met als doel theorievorming:kennis om de kennis. Een ander moge-lijk antwoord berust op een konkretevraag van een bestuurder of beleidsin-stantie: in het kader van de voorberei-ding van de Verstedelijkingsnota wordtbijvoorbeeld een koncept-beleid gefor-muleerd over mobiliteitsbeperking.Welke mogelijkheden zijn daartoe, wel-ke effekten bereikje ermee, welke voor-waarden moeten geschapen worden,welke maatregelen moet je ervoor tref-fen? Als de theorie van het eerste ant-woord aanwezig is, moet deze vertaaldworden naar de toepassing ervan; als detheorie ontbreekt, is een antwoord vande tweede soort desondanks nodig.Dimensie 4: De methodische aanpakTwee onderzoekprojekten met identie-ke overige kenmerken, maar die naarmethodische aanpak verschillen, kun-nen tot verschillende resultaten leiden.Het wetenschapsbedrijf kent nu eenkeer vele voorbeelden van scholenstrijd,juist op het methodische vlak. Onderhet hoof^ methodische aanpak gaat eenrijke varieteit aan niveaus en andereingangen schuil. Ik denk enerzijds aanparadigmaverschillen, anderzijds aaneen diskussie over de technische uit-voering van de x- toets.Enkele voorbeelden:Het stedebouwkundig gedefinieerdeprobleem van de relatie tussen de fy-siek-ruimtelijke struktuur en bijvoor-beeld de tracering van een sneltramlijner door heen kan analytisch wordenaangepakt door de elementen van dezerelatie op te sporen, uiteen te leggen ente relateren. Daarnaast zal een onder-zoeker willen nagaan welke elementenwaar en in welke mate voorkomen (em-pirisch). Prognostisch wordt het onder-zoek door het op de toekomst (situatie,ontwikkelingen) te richten.Niet zelden komt daar een normatiefelement bij, bijvoorbeeld bij een gewen-ste maximale loopafstand tussen halteen woning en een bediening met eenfrekwentie van minstens 6 trams per uurper richting, welke situaties voldoen aandeze eis, resp. welke alternatieve situa-ties staan dan nog open. Een syntheti-serende aanpak wordt gevolgd als deonderzoeker alle bekende gegevens, in-zichten en meningen bij elkaar voegt ineen verstandige, evenwichtige interpre-tatie. Deskriptief is een empirisch on-derzoek als systematisch nagegaanwordt hoe een specifieke situatie ge-plaatst moet worden binnen algemeengeldende wetenschappelijke inzichten.Het laatste voorbeeld past in de reeksdeskriptief-exploratief-toetsend-model-formulerend. Een andere overkoepelen-de klassifikatie is fenomenologisch("verstehend") versus deduktief-nomo-logisch, of: verklarend versus deskrip-tief.Een enigszins adekwate omschrijvingvan het terrein gaat de kontekst van ditSledehouw en Volkshuisvesting, oktober 1979 445onderzoekprogrammeringartikel verre te buiten. Ik wil slechtssuggereren dat ook deze dimensie zichvoor programmering leent, gezien degrote verschillen tussen een onderzoekvia methode a. en een via methode b.Dimensie 5: Het abstraktieniveauDeze dimensie betreft wederom het ob-jekt van onderzoek. Zij geeft aan in hoe-verre het gegenerahseerd is. Hierondervolgen enkele abstraktie- of generahsa-tieniveaus in de vorm van een voor-beeid. Elk probleem kan in principe opelk niveau "vertaald" worden. Voor eenonderzoekprogrammering zal de vraaggelden op welk van deze niveaus erbehoefte aan en mogelijkheden tot on-derzoek aanwezig zijn. Onderzoek opeen hoog abstraktieniveau in de socialeen ruimtelijke wetenschappen behoeftgeen oplossingen op te leveren voor pro-blemen op lagere abstraktieniveaus.Een voorbeeld:~ een eenmalig probleem, bijvoor-beeld: vernieuwing van het woningbe-stand uit 1890-1920 in de dwarsstratenvan de Kinkerbuurt;- plaatsing van het specifieke in eenalgemene kontekst, bijvoorbeeld:stadsvernieuwing in de Kinkerbuurt;- generalisering van de algemene kon-tekst, bijvoorbeeld: stadsvernieuwing inde 19e eeuwse wijken in grote steden;- overbrenging naar algemene proble-men, bijvoorbeeld: behoud of verliesvan woon- en andere funkties van grotesteden;- overbrenging naar theoretisch ni-veau, bijvoorbeeld: ontwikkelingspro-cessen in grote steden, of: ontwikke-lingsprocessen in de 20e eeuwse maat-schappij.Een ander voorbeeld - al eerder aange-haald in het kader van de samenhangtussen ruimtelijke struktuur en open-baar vervoer - is een fysiek-ruimtelijke(stedebouwkundige) studie over de ver-schillende wijzen van inpassing van bij-voorbeeld een sneltramlijn in de bebou-wingsstruktuur van een groeikern. Dezestudie kan een heel konkreet probleembetreffen: hoe is in de situatie Nieuwe-gein deze inpassing verwezenlijkt; maarhet probleem kan ook abstrakt wordenbenaderd: welke elementen zijn van be-lang in een dergelijke samenhang, welkemate van beinvloeding over en weertreedt er op, welke randvoorwaardenkreeert de ene faktor voor de andere.Het abstraktieniveau lijkt te maken tehebben met het planningsniveau binnende overheid: rijk, provincie, gemeente.Het is echter een misvatting, dat plan-ning op hoger niveau per definitie glo-baal is (of. groeikernenbeleid, rijkswe-genplan) en dat bij planning op lagerniveau per definitie abstraktie kan ont-beren; de stadsvernieuwingsproblema-tiek in de Kinkerbuurt kan niet zondergeneralisatie van het probleem. Zelfsvoor zover dit wel het geval is, zal hetabstraktieniveau van studies ten behoe-ve van een probleem niet samen hoevente gaan met het planningsniveau.Tenslotte, deze dimensie vertoont rela-ties met de geografische en de tijdsdi-mensie. Wellicht is er sprake van deeldi-mensies. Voorlopig worden zij als apar-te dimensies behandeld.Dimensie 6: Het geografisch objektHier wordt bepaald welk gebied objektvan onderzoek is, of generaliserendwelk type gebied.Naast een studie naar een optimaaltramnet, aangevuld met een witkarsy-steem in de Amsterdamse binnenstad inrelatie tot het veranderend grondge-bruik, staat er een naar het gebruk vanhet intercitynet in relatie tot het sprei-dingspatroon van regionale centra ofhet aandeel van het openbare vervoerper streekbus (ten opzichte van het tota-le aantal interlokale verplaatsingskilo-meters) in relatie tot de ruimtelijkestruktuur in termen van regionale be-volkingsdichtheid en spreidingspatro-nen (verspreid of in kernen).Studies kunnen verricht worden opeen specifiek schaalniveau (sublokaal,lokaal,... , nationaal) maar een pro-bleem kan ook geografisch worden ge-generahseerd tot algemeen vraagstuk,of vergelijkend of typologisch wordenbenaderd op een bepaald schaalni-veau.Een voorbeeld van een vergelijkendestudie op lokale schaal is een vergelij-king van stedelijke struktuur en stads-vernieuwingsbeleid in 20 middelgrotesteden in Nederland. Een typologischestudie op lokale schaal poogt de kleine,oude stad te bestuderen, bijvoorbeeldten aanzien van de verkeersproblema-tiek en daarbij te generaliseren ten op-zichte van de individuele steden van dattype.Dimensie 7: Het tijdsobjektBehalve enkele studies van een hoogabstraktieniveau zuUen als regel een ofmeer specifieke periodes of tijdstippenobjekt van onderzoek zijn, hetzij in hetverleden, hetzij in de toekomst, dan welhet "heden".4. Vier fiktieve onderzoekprojektenin dimensiesIn het voorgaande hebben we gezienhoe door verschillende dimensies te on-derkennen aan een thema(veld) hetbeeld van dat thema(veld) verrijktwordt. Om het beeld nog aan tescherpen, volgen vier onderzoekvoor-beelden, omschreven in termen van deonderscheiden dimensies, de laatstetwee in schematische vorm.Voorbeeld 1:- Een op gebruik gericht fundamenteelonderzoek (dimensie 3)- binnen het thema onderlinge afstem-ming van ruimtelijke struktuur en open-baar vervoernaar het gebruik van openbaar vervoerin relatie tot onderlinge lokatie vanwoongebieden en grote werkgebiedenen naar de beinvloedbaarheid van datgebruiksgedrag (dimensie lA)- ten behoeve van de bepaling van een446 Stedebouw en Volksltuisvesting, oktober 1979onderzoekprogrammeringeffektieve beinvloeding van dit gedragdoor middel van maatregelen, zeals hetafstemmen van grote woningbouwloka-ties op de grote werkgebieden,e.e.a. in het kader van het opzetten vaneen planningproces cm dit beleidspro-bleem op te lessen (dimensie 2)- ten behoeve waarvan als tweede the-ma van het enderzoek studie werdt ge-maakt naar de in verband met dit onder-werp (1 A) beste procedure voor het kie-zen van het instrumentarium om ditgedrag effektief te kunnen beinvleeden(dimensie IB);- met gebruikmaking van de methedenvan de gesimuleerde case-study en vanhet aktie-onderzoek (dimensie 4)- op het abstraktieniveau van enkelemaatgevende casussen (dimensie 5)- op stadsgewestelijke schaal (dimensie6)- gericht op de analyse van het hedenen op veranderingen in de nabije toe-komst (3-7 jaren) (dimensie 7).Voorheeld 2:- Nog steeds binnen het thema onder-linge afstemming van ruimtelijke struk-tuur en openbaar vervoer (dimensielA):- een beleidsonderbouwend (dimensie3) en konkreet (dimensie 5) onderzoek- naar de effekten van (door middelvan impact-onderzoek; empirisch-ana-lytisch) (dimensie 4)- het toelaten van groothandelsbedrij-ven op een bepaald industrieterrein ophet gebruik van het openbare vervoer(dimensie lA, vervolg; plus dimensie6)- in de komende vijf jaren (dimensie7)- ten behoeve van het nemen van eenbesluit over deze toelating en over dewettelijke alternatieven (afwijkings- ofuitwerkingsbesluit) (dimensie 2).N.B. Hier is de procedurele dimensieafwezig; het onderzoek vindt plaats tenbehoeve van bepaalde procedures - enwordt er dus door gericht - maar bestu-deert deze niet (IB).inhoudelijkethematiek(lA)procedurelethematiek(IB)abstraktie-ni-veau(5)plaats in deplanning(2)kategorie vanwetenschaps-beoefening(3)methodischeaanpak(4)geografischedimensie(6)tijdsdimensie(7)Voorbeeld 3:Onderzoek naar de mate waar-in de loopafstand tot NS-sta-tions geminimaliseerd kan wor-den door middel van een ge-richt fiets- en voetpadensy-steem en een afgestemd grond-gebruikop basis van specifieke situatiesgeneralisering naar algemeneuitspraken, in principe overaltoepasbaarde ontwikkeling van instrumen-ten ten behoeve van beleidopenbaar vervoer, verstedelij-king en binnenstedendoor middel van op direkt ge-bruik gericht praktisch onder-zoekmet behulp van enquetes en ex-perimenteerprojektenop het sublokale niveau, maargeneraliserend door middel vanvergelijkend onderzoek entypologie-vorming(voor zover het gaat om metingvan feitelijke situaties:) heden,met vertaling naar de toe-komst.Voorbeeld 4:Onderzoek naar de recente ont-wikkeling van de groeikernenten aanzien van hun funktievoor de overloop van woon- enwerkfunkties uit de kernge-meenten van de Randstad (a)en in samenhang ermee naar deeffektiviteit van het groeiker-nenbeleid van de rijksoverheiden naar de wijzigingen ervan(beleidsevaluatiestudie (b)zie voorbeeld 3ten behoeve van terugkoppe-ling op doelstelling, beleidsfor-mulering en instrumentarium-keuze en -bantering van hetgroeikernenbeleid van de rijks-overheidzie voorbeeld 3 (a); en: op ge-bruik gericht fundamenteel on-derzoek (b) (namelijk om hettype van het beleidsevaluatie-onderzoek te ontwikkelen)zie voorbeeld 3lokaal en stadsgewestelijk, ver-gelijkend en typologischverleden, heden, toekomst.5. Nawoorda. De voorgaande beschouwingen lei-den tot de konklusie, dat het zinnig is bijde programmering van onderzoek be-halve de thematiek ook andere kenmer-ken van het onderzoek te betrekken.Weliswaar vormt de thematiek degronddimensie, maar deze is niet vol-doende ten behoeve van onderzoekpro-grammering.b. Het dimensie-karakter van de be-schouwde kenmerken leidt er verder toede onderzoekprogrammering niet perkenmerk op te zetten, maar deze ken-merken als dimensies met elkaar in ver-band te brengen. Het is echter waar-schijnlijk, dat dit alleen mogelijk is innogal konkrete gevallen - of wellichtook bij zeer globale programmering opStedebouw en Volkshuisvesting oktober 1979 447onderzoekprogrammeringbreed terrein - omdat het aantal cellente groot wordt. Voorwaarde is dus dat ernogal stringente selektiekriteria zijn omper dimensie het aantal klassen te be-perken.c. Afgezien van het nut van deze be-schouwingen voor de prorammeringvan onderzoek lijken de gebruikte ken-merken ook van nut voor bepaalde ge-vallen van klassifikatie van onderzoek.Mijn eigen ervaring op deze ontdek-kingsreis was er een van een nieuwe kijkook op het verschijnsel onderzoek-projekt.d. Het verdient aanbevehng te overwe-gen de doelstelUngen van en de op-dracht tot een onderzoek te formulerenmede in termen van de dimensies ervan,bijvoorbeeld van de hier onderscheidendimensies.e. Een kanttekening: overal waar in ditartikel sprake is van een onderzoek-projekt kan dit mutatis mutandis ookovergebracht worden naar een onder-zoekveld, zoals het gebruikte voorbeeldvan de samenhang tussen ruimteUjkestruktuur en openbaar vervoer.f. Deze beschouwing draagt er naar ikhoop toe bij dat onderzoekprogramme-ring minder eenzijdig wordt gezien alseen organisatorische en financiele be-zigheid, maar ook als een boeiende ver-kenning en sturingsmogelijkheid op delandkaart van een wetenschapsdiscipli-ne of een maatschappelijk aandachts-veld.Noten1Onder planologisch onderzoek wordt hierverstaan elke wetenschappelijke bijdrageaan of betrekking hebbende op het funde-ren, richten, vormen, kiezen, uitvoeren,toetsen en evalueren van ruimtelijk beleid,speciaal met betrekking tot het onderken-nen, expliciteren en oplossen van keuzesi-tuaties (vgl. C. W. W. van Lohuizen, J. C.Daamen: Onderzoek en Ruimtelijk Beleid;PSC-TNG, Delft, 1976, Den Haag, 1977, p.5, en C. W. W. van Lohuizen: Syllabus col-lege planologisch onderzoek, 1979, Internstuk T.H. Eindhoven, p. 11).N.B. Het woord planologisch fungeert hierals bijvoeglijk naamwoord van het zelfstan-dig naamwoord ruimtelijke ordening; vlg."Rijksplanologische Dienst", "provincialeplanologische dienst".2Onder objekt of voorwerp van onderzoekverstaan we hier datgene dat onderzochtwordt (het onderscheid tussen materieel enformed objekt blijft hier buiten beschou-wing). Het thema of inhoudelijk objekt isdaarvan het belangrijkste, naast welk ken-merk onderscheiden kunnen worden hetgeografisch objekt, het tijdsobjekt en hetabstraktieniveau (of mate van generalisa-tie). Naast thema wordt ook het begrip the-matiek gebruikt, en wel in principe ofwelals verzamelbegrip (het geheel van thema's)of als kenmerk naast andere kenmerken.Ter vermijding van misverstand wordtvoortaan in dit artikel niet meer gesprokenover inhoudelijk objekt in deze betekenis,maar uitsluitend over thema(tiek); het bij-voeglijk naamwoord inhoudelijk keert na-melijk later in dit artikel terug in een anderebetekenis, namelijk als synoniem van sub-stantieel tegenover procedureel.Verantwoording naar Van Dale:objekt: voorwerp, zaak of persoon die be-schouwd of behandeld wordt;thema: onderwerp waarover men denkt,spreekt of schrijft, punt van behandehng;thematiek: gesteld, gekozen thema of ge-heel van thema's.N.B. Hoewel bij Van Dale objekt en themanagenoeg synoniem zijn, behandelt dit arti-kel deze termen in de eerder genoemdeVgl. Encyclopaedia Brittanica:"dimension, in geometry of a space is anatural number assigned to it that repre-sents the minimum number of coordinatesnecessary to represent points in a portionof space."The Compact Edition of the Oxford Eng-lish Dictionary:"a mode of linear measurement, magnitu-de, or extension, in a particular direction;usually as co-existing with similar measure-ments or extensions in other directions ()Here the notion of measurement or magni-tude is commonly lost, and the worddenotes merely a particular mode of spatialextension. Modern mathematics have spe-culated as to the possibility of more thanthree dimensions of space (curs. v. L.).5Zie voor de term "kategorieen van weten-schapsbeoefening" en deze trits: Onder-zoek en Ruimtelijk Beleid. Rapport van deVerkenningscommissie Onderzoek van be-lang voor het ruimtelijk beleid. Den Haag,1977, p. 9.6Het woord procedureel wordt gebruikt innavolging van de vakterminologie in deAngelsaksisch georienteerde planninglite-ratuur. Naast inhoudelijke of substantiele(substantive) planning wordt gesprokenover procedurele (procedural) planningmet als objekt de wijze waarop de inhou-delijke planning plaats vindt.7Zie ook H. v.d. Cammen: "De socialewetenschappen in het ruimtelijk beleid;twee opvattingen". Bestuurswetenschappen31 (1977) no. 5, p. 325-339.8Albinski: Onderzoek en actie, Assen 1978,p. 11;R. F. Beerling c.a.: Inleiding tot de weten-schapsleer, Utrecht 1970, Bijieveld;J. H. Voogd: Evaluatie in eenplanvormings-proces, PSC-TNO 1977, par. 5.2. (p. 70e.v.); 'R. Wippler: Het pluralisme van theorieenen werkprogramma's, in: SociologischeGids, 1973, p. 270-278;C. W. W. van Lohuizen: Op onderzoek. . .voorbij de ivoren toren, oratie T.H. Eindho-ven 1977;C. W. W. van Lohuizen & J. C. Daamen:Onderzoeksmoed en beleidstrouw, in: Ste-debouw en Volkshuisvesting, 1978, p. 6-10.N.B. Van de aangehaalde woordenboekenen encyclopedieen is steeds de laatst ver-schenen druk van de grootste editiegebruikt.448 Stedebouw en Volkshuisvesting, oktober 1979Een binnenstad als winkel-centrum en werkomgevingEnkele feiten en meningen naar aanleiding van een case-studyE. de Boer*C. Rensing*De Arnhemse gemeenteraad stelde eindaugustus 1978 het structuurplan van debinnenstad vast. Enkele wetenswaar-digheden betreffende het onderzoek datvoor dit plan werd verricht zijn vervat ineen tweetal artikelen. Het eerste ver-scheen in het maartnummer van dittijdschrift onder de titel "Binnenstad.Bedrijvigheid. Binnenstadgebonden-heid"; vanuit het gezichtspunt van hetstadscentrum-als-vestigingsplaats-van-bedrijven werd een typering gegevenvan die vestigingsplaats en werd deruimtelijke geleding en ontwikkelingdaarvan beschreven.In het voorliggende'tweede artikel ligtde nadruk op de binnenstad-als-winkel-centrum; zijdelings komt de binnen-stad-als-werkomgeving ter sprake. Van-uit dit gezichtspunt worden drie onder-werpen gepresenteerd die onderlingweliswaar samenhangen, maar die zo-* Medewerkers Sociografische Dienst Ge-west Arnhem. Laatstgenoemde auteur ismedeverantwoordelijk voor de eerste entweede paragraaf van deze bijdrage. Metdank aan de coliega's voor hun kritiek opeerdere versies van het bijgaande en hetvorige artikel.Vanuit het gezichtspunt van de Arnhemse binnenstad-als-winkelcentrum worden eendrietal onderwerpen aangeroerd; zijdelings komt de blnnenstad-als-werkomgevingter sprake. Allereerst wordt de wijze behandeld waarop de koopkrachtbinding aan hetregionale winkelcentrum is bepaald.Vervolgens komt aan de orde de betekenis van de bevolking van de kantoren in enrond de binnenstad voor de
Reacties