stedebouwen volkshuisvesting41^Jb 60e jaargang, april 1979DenkraamStreekplan als uitvoeringsgericht toetsingskaderFunctiebeheersing in stedelijke gebiedenGemeente en ecologieKnelpunten rond het bestemmingsplanIngezondenNieuwe publikaties1samsomaltdefoon?dan nu kabd tv30 jaar geleden was telefoonin kleinere gemeenten nog eenexceptie. Da's nu wel evenanders. Telefoon is heel gewoon,Kabeltelevisie is dat nuook. Want dankzij hetBosch splitband-systeemvan ETE Kommunikatie iskabeltelevisie binnen hetfinanciele bereik van demiddelgrote en kleineregemeenten gekomen.Kabeltelevisievolgens het splitband-systeem betekent: lagere kostenper aansluiting, juist bij grotere_ afstanden.Waar telefoonis kan vaakkabel tv komen.Daar wilt u het fijne vanweten. Dat dachten we al. Uhebt telefoon, pak hem en belETE Kommunikatie.Dan sturen we ugedegen dokumen-tatie.yjien boekje open overkabeltelevisie en hetsplitband-systeem", dedokumentatie die biju in de bus komt.m. EIE KOMMUNIKAHE EVDuivendrechtsekade91-94Postbus334 1115ZG DuivendrechtalsjelsoedbekijktBij de afdeling stedebouw,sectie ontwerp van de dienstopenbare werken wordt gevraagdeenstedebouwkundig-ontwerperTaak:-- in het kader van de omvang-rijke uitbreiding van Alkmaarmeewerken aan de realiseringvan 15.000 woningen.Hiertoe behoort:-- het ontwerpen en tekenenvan stedebouwkundigeplannen-- het verrichten van voor-bereidende studies in nauwoverleg met derden-- zowel mondeling als schrifte-lijk contact onderhoudenmet betrokkenen binnen enbuiten de dienst-- actief deelnemen aan project-groepen.Vereist:-- minimaal HTS-niveau +applicatiecursus stedebouw-kundige techniek-- ruime praktijkervaring engoede contactuele eigen-schappen.Geboden:-- een salaris, afhankelijk vanopieiding en ervaring, tot/ 3.874,-- brute per maand.Een psychotechnisch onderzoekkan deel uitmaken van deselectie-procedure.Nadere inlichtingen over dezefunctie zijn te verkrijgen bij deheer H. M. Spaltman, tel. 072-145252 tst. 337 (werk) of072-114796 (prive).Sollicitaties binnen 10 dagen nahet verschijnen van dit bladrichten aan burgemeester env^rethouders, postbus 53, 1800 BCAlkmaar, met duldelijke ver-melding van uw adres metpostcode en vacaturenummerOW-005.gemeentegoudagemeentealkmaarVoor de secretarie-afdeling stadsontwikkeling,bestaande uit het bureau ruimtelijke ordeningen openbare werken, het bureau volkshuisvestingen het bureau stadsvernieuwing worden gevraagd:a. een chef (mnL/vrl)enb. een plaatsvervangendchef (mnL/vrl)van het bureau stadsvernieuwing.Taak van het bureau:Het bureau is primair belast met de beleidsvoor-bereiding en met de administratieve en juridischeuitvoering op het gebied van de stadsvernieuwing,alsmede met het stimuleren en coordineren vanstadsvernieuwingsprocessen.Het bureau is contactadres voor de bevolking van deoude stadswijken.Eisen:- diploma GA II (HBA) of vergevorderde studiedaarvoor, danwel een voltooide hogere opieiding inde sociale wetenschappen;- goede contactuele, organisatorische en leiding-gevende eigenschappen;- in staat om op tactvolle wijze het overleg metbewonersgroepen te voeren;- goede mondelinge en schriftelijke uitdrukkings-vaardigheid;- inzicht in de bestuurspraktijk van een gemeente;- in staat om in een multidisciplinair teamverband tewerken;- bij voorkeur inzicht in en ervaring met stads-vernieuwingsactiviteiten.Salaris:voor functie a: maximaal f 4.795,-- per maand,afliankelijk van opieiding en ervaring;voor functie b: maximaal f 4.335,-- per maand,afliankelijk van opieiding en ervaring.De gebruikelijke rechtspositieregelingen zijn vantoepassing.Nadere informatie wordt gaarne verstrekt door deheer C. de Geus, chef van de afdeling,tel. 01820-13800, tst. 225.Uitvoerige sollicitaties worden binnen 14 dagen naverschijnen van dit blad ingewacht bij burgemeesteren wethouders van Gouda, postbus 1086, 2800 BBGouda, met op de enveloppe: afd. Pz-solhcitatie.HANDBOEK HINDERWETIn een klein en dichtbevolkt land als Nederlandzijn waterverontreiniging, luchtverontreiniging,geluidhinder, etc. ten gevolge van de produktiein Industrie, zaken die de nodige aandacht ver-dienen en zeker de laatste jaren ook krijgen. De-ze toenemende bewustwording ten aanzien vanvraagstukken op het terrein van de milieuver-ontreiniging brengt een verhoogde aandrang totstranger toezicht op het naleven van de voor-schriften krachtens de Hinderwet met zich mee.De hinderwetaanvraag en de normaalvoorwaar-den vornnen immers een belangrijk onderdeelvan de instrumenten die ons ten dienste staanbij de aanpak van de milieuproblemen.IVIet de steeds stringenter vuordende milieu-eisenis liet daarom erg belangrijk over deze onder-werpen voortdurend goed gei'nformeerd te zijn.Daarvan bent u verzekerd met de uitgave:HANDBOEK HINDERWET? Dit handboek is losbladig. Door middel vanaanvullingen wordt u op de hoogte gehoudenvan de nieuwste ontwikkelingen. Deze aanvul-ANTWOORDCOUPONZendtumij; ISBN 65002154ex. 'HANDBOEK HINDERWET'en noteert u mij voor een abonnementop de aanvullingen tot wederopzeggingook verkrijgbaar via de boekhandelNaam:T.a.v.:Straat:Plaats:.Deze antwoordcoupon ongefrankeerd ingesloten enveloppe zendenaan:Samsom Uitgeverij b.v.Antwoordnummer 2000Alphen aan den RijnCO00CMlingen worden toegezonden tegen de gelden-de paginaprijs (ca. 33 ct.).De inhoud van uw handboek blijft hierdoor al-tijd voHedig en betrouwbaar.Handboek Hinderwet telt ca. 925 pagina's,samengevat in 2 banden met ringmechaniek.De prijs van het hoofdwerk is f I'l. -- .Genoemde prijzen zijn incl. btwen excl. ver-zend- en administratiekostenINHOUDHANDBOEKHINDERWETA. Tekst van de HinderwetCirculairesAlfabetisch registerB. Tekst van het HinderbesluitAmbtenaren en officierenC. Het begripinrichtingD. HinderwetminimaE. De hinderwetaanvraagF. Voorwaarden van algemeneaard;? Radio- en televisiestoring? Werktijdbeperking? Goede en zindelijke staat vanonderhoud? Geluid- en trillinghinder? Beperken brandgevaar? Verwarming? Luchtverontreiniging? Meidingsplicht? AfvalwaterVoorwaarden en minima te hanterenbij verschillende soorten inrichtingen,gegroepeerd volgens het Hinderbe-sluit.? Motoren en stoomketels? Samengepersteen brandbaregassen? Ontplofbare stoffen? Nitraathoudende stoffen, peroxy-den, bestrijdingsmiddelen? Chemische produkten en kunst-stoffen? Brandbare vioeistoffen? Destillatie-inrichtingen enz.? Verwerken olien en vetten- Harsen, olien of vetten- Bakken van voedings- en genot-middelen in olien en vetten? Afval, bloeddrogerijen enz.? Brouwerijen, branderijen enz.? Verwerken van aardappelen, sui-ker, melk, enz.? Melkuitgiftestations? Impregneerketels? Brood-en banketbakkerijen? Slachterijen, verwerken van vieesen vis enz.Steenbakkerijen, glasfabriekenenz.Metaalbewerking, herstelinrich-tingenenz.Droogovens, moffelovensenz.Maierijen, brekerijen en zeverijenTextielbewerkingKlopperijenSteenhouwerijen, betonberadingenz.Houtbewerking enz.SchietinrichtingenVergiftige, corrosieve of sterk prik-kelende gassen en rubbersSkelterbanenGasdrukregel- en meetstationsIIBij de atdeling stedebouw van de dien.st van gemeentewerken is plaats voor eenstedebouwkundig tekenaarlaak:Hcl op/'cttLMi. dctaillorcn en iiituorkcn van hcstcmming.splanncn.Vereist:con op de funclie algestemde opieiding. waarbij hel bc/^it van hel diploma stede-bouwkundig tekenaar PBNA tot aanbevcling strekt:ervanng in een soongelijke functic.Salaris:Afhankelijk van opieiding en ervaring. maximaal /2665. - bruto per niaand.Belangstellenden voor dezc funetie kunncn binnen 14 dagen na het versehijnen van dilblad hun sollieitatie 7x'nden aan het hoofd van de afdeling perstmeclszakcn en orga-nisatie. raadhuis. postbus 9022. 6710 UK Ede Cild.in de linkerbovenhoek van de enveloppe vernielden: \ae.nr. CiW/()7.gemeente edehoofd afdeling inspectie (mni./vri.)(evens piv. Hoofd Technische Dienstvoor het Ministerie van Volkshuisvesiing en Ruimtelijke Ordeningt.b.v. de Centrale Directie van de Volkshuisvesting, Directie van de Volkshuisvesting in deprovincie OverijsselToak; leidinggeven aan de werkzoamheden van de Afdeling Inspectie, w.o. ressorteren eenBureau Stedebouw en een Bureau Grond- en Bouwzaken waoraan de volgende taken zijnopgedragen: beoordelen van structuur- en bestemmingsplannen vanuit volkshuisvestingsoogpunt;beoordelen van exploitatie-opzetten en uitoefenen van controle op de noleving van wettelijkevoorschriften op het gebied van de volkshuisvesting en van de ruimtelijke ordening. Als pIv. HoofdTechnische Dienst coordineren van werkzoamheden op het gebied van de stadsvernieuwing enassisteren bij de voorbereiding van nieuwbouw- en stadsvernieuwingsprojecten; onderhouden vancontacten met gemeenten, woningbouwcorporaties, ontwerpers von bouwondernemers, enz.;deelnemen aan stuur- en werkgroepen, commissies of periodiek overleg op provinciaol, regionoalof lokaal niveau.Vereist: diploma TH-bouwkunde of diploma HBO met ruime ervaring op het gebied van devolkshuisvesting.Standplaats: Zwolle.Solaris: afhankelijk van leeftijd, opieiding en ervaring max. f 5103,- per moond.Sollicitaties inzenden voor 1 mei 1979.Bovengenoemd salaris is exclusief 8% vakantie-uitkering.Schrlftelijke sollicitaties onder vermelding van vacaturenummer 8-7756/1510 (in linkerbovenhoekvan brier en enveloppe), zenden aan de Rijks Psychologische Dienst, Prins Mauritslaan 1.Corr. adres: Postbus 20013, 2500 EA 's-Gravenhage.IllBij de centrale tekenkamer van de dienstkan worden geplaatst eentekenaar (nyv)Dethans Mmedewerkers tellende teken-kamer verzorgt het tekenwerk voor degehele dienst. Dit omvat onder meerde teken- en aanverwante werkzaamhe-den aan streekplannen, thematischekaarten en vormgeving van nota's.De taak van de aan te trekken mede-werker zai bestaan uit bovengenoemdewerkzaannheden op alle voorkomendegebieden.De gedachten gaan uit naar een kandi-daat- van 25 a 30 jaar;- met een opieiding op m.a.v.o.-niveau.Een voortgezette opieiding grafischevormgeving dan we! stedebouwkundigof kartografisch tekenen strekt totaanbeveling.- met tekenervaring.Het aan de functie verbonden salaris isafhankelijk van opieiding, leeftijd enervaring en kan worden bepaald tussenf 1.734,-- en f 2.665,- per maand.Bij gebleken geschiktheid is een verdereuitloop mogelijk.De rechtspositieregelingen van de pro-vincie Noord-Holland zijn van toepassing.De medewerkers van de tekenkamerhebben inspraak bij de benoeming.Schriftelijke sollicitaties kunnen binnentwee weken na het verschijnen van hetblad worden gericht aan de directeurvan de Provinciale Planologische Dienstvan Noord-Holland, Posbus 4078,2003EB Haarlem, onder vermelding vanvacaturenummer 174.Nadere informatie over deze functie kanworden verkregen bij de heerG. Buurman, chef tekenkamer, telefoonno. 023-31 93 90.ProvincialePlanologische Dienstvan Noord-HollandI gemeente bredamBij de afdeling Stedebouw van dedienst van openbare werken wordtgevraagd eenjuridischmedewerkerZijn taak zai bestaan uit:? het ontwerpen van voorschriftenen toelichtingen voor bestem-mingsplannen,? het opstellen van advlezen overbezwaarschriften en bouwplannen;? het verzorgen van de administra-tief juridische begeleiding vanstedebouwkundige plannen.Zij die zich op grond van opieiding,bekwaamheid en ervaring geschiktachten voor deze functie, wordenuitgenodigd te reflecteren.Het salaris is afhankelijk van opiei-ding en ervaring tot maximaalf 3.358,-- bruto per maand (conn-mies I). Bij goede functleuitoefe-ning is een bevordering tot eenhogere rang mogelijk.Sollicitaties te richten aan de di-recteur van openbare werken,Wilhelminapark 27, 4818 SL Breda,binnen 1 maand na het verschijnenvan dIt blad.IVDe vakgroep Planologie vraagt eenbuitengewoon lector (m/v)planologie (4/10)Hij/zij zal werkzaam dienen te zijn binnen het vakgebied planologiemet bijzondere aandacht voor wetgeving, organisatie en bestuurlijkepraktijk op het terrein van de ruimtelljke ordening.Taken:? het vcrzorgen van het doctoraal-onderwijs planologie voor hoofd- enbijvakstudenten in de juridische en bestuurlijk-organisatorischeaspecten van de ruimtelijke ordening en de maatschappelijkeconsequenties daarvan op de diverse niveaus in Nederland. Dezeonderwijstaak krijgt gestalte in het geven van hoor-, besprekings- enoefencolleges, het begeleiden van scripties, stages, werkgroepen, hetmaken/herzien van syllabi en het afnemen van tentamens? het leveren van een inbreng vanuit het hierboven genoemdevakgebied in het onderzoek van de vakgroep? het deelnemen aan het periodiek vakgroep- en werkoverleg; voorhet verrichten van andere bestuurswerkzaamheden zal slechts inuitzonderingsgevallen een beroep op de buitengewoon lector wordengedaan.Vereist:? een ruime kennis van en een brede ervaring met wetgeving,organisatie en bestuurlijke praktijk op het terrein van de ruimtelijkeordening en de maatschappelijke consequenties daarvan inNederland? het vermogen om deze kennis en ervaring m.b.v. wetenschappelijketheorievorming inzichtelijk te maken? ervaring in het verrichten van wetenschappelijk onderzoek opbovengenoemd terrein, hetgeen blijkt uit publikaties? goede didactische vaardigheden? werkzaam zijn in de planologische beroepspraktijk? het vermogen en de wens om te werken in teamverband.Gewenst:? het voor de overige werktijd werkzaam blijven in de planologischeberoepspraktijk.Uw sollicitatie, vergezeld van curriculum vitae, lijst vanpublikaties en referenties, kunt u (binnen z weken)richten aan de Voorzitter van de Benoemingscommissie,prof. dr. A. Faludi, Planologisch en DemografischInstituut, Jodenbreestraat 23, ion NH Amsterdam,bij wie u ook nadere inlichtingen kunt inwinnen.Telefoon 020 - 525 4039 of thuis 015 - 144990.Ook indien u de aandacht wilt vestigen op mogelijkekandidaten kunt u dit doen aan bovenstaand adres.UniversiteitvanAmsterdambcilcin/i/olcilie'^ vani/oplcin'weegt de isolatiekosten van woningennauwkeurig af tegen de besparing opkorte termijn. Besparing op stook-kosten vanzelfsprekend.In sen kort gesprek maken wij Ueigenaar van dit uitgekiende - neutraalgeverifieerde - systeem.Uiteraard neemt Isoplan alle proble-matiek voor haar rekening.Wij adviseren U bmtrent de keuze-mogelijklieid uit diverse produkten.Een afgerond advies en de kompleteuitvoering door een organisatie biedtvele voordelen. Voor een afspraak zienwij gaarne Uw telefonisclie ofscliriftelijke reaktie tegemoet.Isoplanvoorkomplete isototie-en renovatiesystemenIsoplan b.v. - Postbus 3108 - 7339 ZG Apeldoorn. Tel. 055 - 232038Kozijnenvervangen?Gevels aanpassen?l/oplon heeftde onderhoudsvrije opiossing!Als het gaat om renovatie, heeft Isoplan debeschikking over een kompleet produkten-pakket. Omdat Isoplan u op het hele trajekt:TROCALKunststof ramen.Onderhoudsvrijenal velejaren metsuksesinonslandtoegepast.fabrikage, kozijnkonstruktie, montage, af-werking, voorlichting, financiering en garantie-van dienst is. Daarom is het verstandig omeerst te praten met de vakman van Isoplan.Renovatiepanelen. Glaverbel isolerendebeglazingen:Thermopane,Phonibel,Thermo +.Qerriit*Gevelsystemen.Isoplanvoorkomplete Isolatie-en renovaties^lemenIsoplan B.V., Bogaardslaan 10, 7339 AH Apeldoorn. Tel. 055-2320 38.VIOrgaan van hetNederlands InstituutvoorRuimtelijke Ordeningen Volkshuisvesting IEJRedactie:Ir. R.M.Th. AdriaansensDrs. H.J.M. van AlphenDrs. H. van der CammenMr. J.H. EngelDrs. A. EvertsIr. G.J. KlerksDrs. R. KokMr. A.M. Schaap-DubbelboerDr. N.C. SchoutenIr. W. WissingRecensieredacteur:Drs. H.J.M. van AlphenTelefoon 070-624721Redactie,administratie enpublikaties ter recensie:Van Speykstraat 252518 EV Den HaagTelefoon 070-469652Postgironummer 29080Uitgave vanSamsom Uitgeverij bvAlphen aan den RijnAdvertentie-acquisitie:J. van der KolkProf. J.H. Bavincklaan 51183 AT AmstelveenTelefoon 020-456404Advertentie-administratie:Samsom Uitgeverij bvPostbus 42400 MA Alphen aan den RijnTelefoon 01720-62191Opdrachten en materiaal wordenvoor de lOe van de maand,voorafgaande aan de maand vanverschijning, ingewacht.Losse nummers f 9,25stedebouw en volkshuisvesting60e jaargang april 1979InhoudDenkraam162 Is het werkelijk "ONOPLOSBAAR"? C. HarinckArtikelen163 Het streekplan als uitvoeringsgericht toetsingskader,drs. A. A. Verduijn, drs. J. C. Coolsma en P. Levelink173 Functiebeheersing in stedelijke gebieden, mr. A. de Jong180 Gemeente en ecologie, drs. B. C. Brocking187 Knelpunten rond het bestemmingsplan. Regionale vergaderingvan het NIROV voor de drie noordelijke provincies188 Het bestemming.sp!an als produktiemiddel. prof. dr. P. Lukkes193 Het bestemmingsplan provinciaal bezien, drs. N. P. J. de Vries196 Het bestemmingsplan; de gemeentelijke verantwoordelijkheid,mr. Ph. J. I. M. Houben200 Discussieresultaten201 Ingezonden204 Nieuwe publikaties208 MededelingenIn dit nummerworden in het eerste artikel een aantal suggesties gedaan terversterking van de positie van het streekplan als kader vooruitvoeringplannen en als toetsingskader voor bestemmingsplan-nen. De schrijvers willen hiermee een bijdrage leveren aan dediscussies over het streekplan.De functiebeheersing in stedelijke gebieden zal in toenemendemate van belang worden. Reden om te zoeken naar daarvoorgeschikte methoden.De schrijver signaleert er een aantal.De inbreng van de ecologie in het bestemmingsplan isonderwerp van het volgende artikel. Dat het met deze inbrengdikwijls nog maar matig is gesteld blijkt niet zozeer eenprobleem van onbekendheid met de materie, maar meer eenprobleem van politieke aard te zijn.Tenslotte een overzicht van knelpunten rondbestemmingsplannen, zoals die warden gesignaleerd op eenregionale vergadering van het NIROV in Drachten.Stedebouw en Volkshuisvesting, april 1979 161DenkraamIs het werkelijk "ONOPLOSBAAR"?Toertik in 1957 in dienst trad van een andere gemeente, hadik spoedig daarna een gesprek met de burgemeester. Hetging over woningbouw. Tijdens dit gesprek wees hij op eencomplex woningen, dat pas gebouwd was en volgens hemwat uit de hand was gelopen.Het waren wel mooie huizen (premiehuurwoningen) en zelagen erg goed, maar de bouwkosten waren wel erg hooggeworden.De huizen hadden daardoor een huurprijs van /75,-- permaand. Dit mocht volgens hem nooit meer voorkomen.Na enige tijd deed zich dit ook niet meer voor, want spoedigbleek het te enen male onmogelijk woningen met zo'n lagehuur te bouwen, zelfs niet in de woningwetsector.(Voor een goed begrip: die mooie woningen doen thans(1 maart 1979)/229,- huur per maand).In wezen heb ik hiermede een van de problemen van dewoningbouw van ons land geschetst. Door de huren van dewoningen na de oorlog te bevriezen en aan strenge bepa-lingen te binden, kregen wij matige huren. Bij de stijgendestichtingskosten, de toenemende inflatie werd alles in deloop der jaren nog erger.Het proces van steeds maar harder aanhollen van de hurenvan gebouwde huizen achter de huren van nieuw te bouwenwoningen werd een nooit eindigend proces.Het beleid was in de loop van velejaren altijd gericht op hettot stand brengen van een groot aantal woningen met zolaag mogelijke huren ten behoeve van de minst draagkrach-tigen.Het gevolg hiervan was dat de voorschriften en internerichtlijnen op dit gebied van het Rijk een omvang en eeningewikkeldheid aannamen, die onvoorstelbaar is.Ze veranderen bovendien voortdurend. AUeen insidersweten in vele gedetailleerde, wisselende voorschriften nogenigszins de weg. Voor anderen zijn ze een groot doolhof,waarin de meest onwaarschijnlijke zaken gebeuren. Ik zouer een boekdeel over vol kunnen schrijven.Bovendien bleken zij een zeer vruchtbare voedingsbodemvoor een sterke centraUsatie tot op zeer kleine details toe.De prijzen moesten in de hand worden gehouden.Wat is er nu bereikt door dit alles?In particuliere sfeer is het aantal huurwoningen, datgebouwd wordt, minimaal geworden. In de woningwetsec-tor worden steeds minder woningen gebouwd en worden dehuren, ondanks toenemende objectsubsidies, steeds hoger.In wezen zijn nieuwe huurwoningen onbetaalbaar gewor-den voor de lagere inkomensgroepen. Individuele huursub-sidies bieden onvoldoende soulaas. Dit alles is slechts eenaspect van de blijkbaar nooit eindigende woningnood in degrotere woongebieden in ons land.Ondanks alle theorieen omtrent de meest wenselijke ruim-telijke ontwikkelingen van ons land, is er nog steeds in degrote woongebieden geen oplossing gevonden voor dewoningnood.Zo zien wij in 1979 vooral voor dejongeren en voor mensenmet lagere inkomens een behoefte aan woonruimte, waarinniet adequaat kan worden voorzien.Beiden zijn in wezen aangewezen op betaalbare huurwonin-gen in de woningwetsector. Ook de prognoses op langetermijn bieden onvoldoende uitzicht.Zoals wij na de oorlog hebben moeten worstelen om woon-ruimte te vinden, moeten onze kinderen nu dikwijls worste-len om een enigszins aanvaardbare woonruimte te verkrij-gen.Naar mate zij minder verdienen, zitten zij in een ongunsti-ger uitgangspositie.Eindigt de woningnood dan nooit?Komt er dan nooit een oplossing? ZuUen onze kleinkinde-ren over 20 jaar nog weer dezelfde moeilijkheden moetendoormaken bij het zoeken naar een bescheiden woonruim-te?We kregen in 1947 de Woningwet. In wezen werd woon-ruimte distributiegoed. In 1979 is er een zgn. anti-kraakwetin de maak en een ontwerp-leegstandwet. De roep om eenhuisvestingswet, die adequate instrumenten zal leveren,wordt steeds groter.Bij dit alles komen nog de vraagstukken van stadsvernieu-wing, rehabilitatie en renovatie van woningen, de vraagnaar woonruimte voor een- en tweepersoonshuishoudin-gen.Het lijkt wel of in de plaats van een gezamenlijke krachts-inspanning van alle politieke partijen op nationaal niveaude woningbouw een steeds grotere rol gaat spelen in eenonverkwikkelijke polarisatie tussen de verschillende politie-ke partijen.Baart de grote problematiek op dit gebied de politiekepartijen niet meer zorg dan de politieke winst die uitgebruikmaking hiervan zou kunnen voortvloeien? Is hethele probleem van de woningnood met alle randverschijn-selen, de woninghuren, de eigendomsverhouding, de stads-vernieuwing enz., niet langzamerhand een onontwarbarekluwen geworden, waarbij men geen eer kan inleggen, maaralleen zijn nek kan breken? jIs dan werkelijk dit vraagstuk in ons land ONOPLpS-BAAR geworden?Harde vragen, moeilijke vragen, insinuerende vragen, on-juiste vragen ... , och, vult u zelf maar in.Maar ga er alstublieft niet om been. Stap eens van uwgeleerde of hoge zetel af en denkt u eens even in, dat u hetbent, die met een klein inkomen woonruimte in de Rand-stad moet zoeken. Loop eens met die wetenschap een van degemeentelijke huisvestingsbureaus in een van de grotesteden binnen. Maak eens het eindeloze lopen van de eneinstantie naar de andere, van die ene kleine mogelijkheidnaar de andere mee.Er past dan geen gepast zwijgen op overigens ongetwijfeldongepast spreken. Er past dan alleen een gezamenlijk optre-den van alien om deze zaak nu eindelijk eens in ons land teklaren.Ligt hier voor het NIROV met zijn vele deskundigen echtermisschien ook een taak?Of is de werkelijke nood vergeten, zo gauw men zelf goedewoonruimte gevonden heeft?C. Harinck162 Stedebouw en Volkshuisvesting, april 1979Het streekplan als uitvoeringsgericht toetsingskaderEen meningdrs. A. A. Verduijn*drs. J. C. Coolsma*P. Levelink*In een artikel, dat vorige maand in dit tijdschrift is gepubliceerd, hebben de auteurscommentaar geleverd op een aantal ideeen aangaande de functie van het streekplanals kader voor uitvoeringsplannen en als toetsingskader voor bestemmingsplannen,zoals verwoord in een drietal recente publikaties. In dit tweede artikel is hetcommentaar omgezet in een reeks positieve voorstellen. Daarbij hebben de auteurszich onder meer laten leiden door het streekplan Midden- en Oost-Brabant. Hetartikel behelst geen geheel nieuw alternatief, maar bestaat uit nuancering enaanvulling van wat reeds aan ideeen beschikbaar is. Het gaat hierbij om een bijdragein een lopende discussie, die mede op basis van praktische ervaringen verder zalmoeten worden gebracht.1. InleidingDit artikel is het vervolg op het artikel"Het streekplan als kader voor uitvoe-ringsplannen en als toetsingskader voorbestemmingsplannen; inventarisatie enbekommentariering recente ideeen",zoals dat vorige maand in dit tijdschriftis gepubliceerd. In dat artikel hebben* De eerste 2 auteurs zijn werkzaam bij deRijksplanologische Dienst (Verduijn bij deonderafdeling Planningtechnieken, Cools-ma bij de onderafdeling Sociologisch enDemografisch Onderzoek). P. Levelinkbeeft als stagiair bij de onderafdeling Plan-ningtechnieken een substantiele bijdrageaan de totstandkoming van dit artikel gele-verd.De auteurs bedanken vale kollega's bin-nen de Dienst, alsmede drs. H. van derCammen en drs. A. M. J. Kreukels voor hetgeleverde kommentaar op de eerdere versievan dit artikel.De uiteindelijke verantwoordelijkheidvoor het geschrevene berust bij de au-teurs.wij kommentaar geleverd op een aantalideeen, zoals verwoord in een drietalrecente publikatiesi).We menen niet te kunnen volstaanmet het leveren van kommentaar. Daar-om hebben we in dit tweede artikel hetkommentaar omgezet in een reeks posi-tieve voorstellen, aangaande het streek-plan als kader voor uitvoeringsplannenen als toetsingskader voor bestem-mingsplannen. Daarbij hebben we onsonder meer laten inspireren door hetstreekplan Midden en Oost-Brabant^).Enige relativering van het gebodeneis op zijn plaats. Wij hebben geenszinshet idee met onze voorstellen het laatstewoord over deze zaken gesproken tehebben. Ook betreft het geen voorstel-len die zonder meer voor iedere provin-cie en ieder streekplan op precies dezelf-de wijze op zullen gaan. Naar gelang dekonkrete situatie zullen waarschijnlijkmeer of minder vergaande modifikatiesmoeten worden aangebracht.Onze voorstellen behelzen ook geengeheel nieuw alternatief (wat een soortstreekplan splinternieuwe stijl zou zijn).maar bestaan uit nuancering en aanvul-ling van wat reeds aan ideeen beschik-baar is. We zullen in eerste aanleg nietpleiten voor het beschikbaar stellen vanaanvullend wettelijk instrumentariumvoor de uitvoeringsplanologie (zie deontwikkeling van de milieuwetgeving,waarin de provincie een planningtaakheeft gekregen) of het beschikbaar stel-len van voldoende financiele middelen.Zelfs al betekenen zulke maatregelenzeker een belangrijke verbetering van deprovinciale positie in de ruimtelijke or-dening, dan nog zullen voor een belang-rijk deel de in het eerste artikel ge-schetste moeilijkheden blijven be-staan.Dit tweede artikel heeft dezelfde opzetals het eerste, met dien verstande, datachtereenvolgens aandacht wordt be-steed aan de uitvoeringsgerichtheid ende toetsingskaderfunctie. Daaraanvooraf gaat een paragraaf, waarin eenreeks algemene kenmerken de revuepasseren, die zowel van invloed zijn ophet plan als op de planning. Wij presen-teren deze kenmerken als een (min ofStedebouw en Volkshuisvesting, april 197S>- 163streekplan als uitvoeringsgericht toetsingskadermeer ideaal-typisch) kader voor devoorstellen.Bij de behandeling (in paragraaf 3)van het streekplan als kader voor opuitvoering gerichte plannen wordt eenonderscheid ^maakt tussen "het plan"en "de planning". Voorts komen hetoverleg (coordinatie- en integratieas-pecten), de uitwerking en de procesbe-waking ter sprake.In paragraaf 4 volgt een beschouwingover de toetsingskaderfunctie van hetstreekplan en de relatie tussen hetstreekplan als toetsingskader en het in-tergemeentelijk structuurplan.2. Algemene kenmerken2.1. Het streekplan is een strategischplanHet strategische karakter van hetstreekplan komt op twee manieren totuitdrukking:a. Het is op de toekomst gericht. Eenstreekplan is geen korte termijn uitvoe-ringsplan, maar gaat vooraf aan endient als basis voor zulke plannen. Menhoopt dat de beleidsuitspraken zoalsgedaan in het streekplan zullen door-klinken in de meer op de uitvoeringgerichte sectorale plannen, projecten enmaatregelen en (inter)gemeentelijke fa-cetplannen. Als lange termijnplan, datuitspraken bevat over een periode van10 a 15 jaar, omvat het streekplan dieelementen die bepalend zijn voor deruimtelijke ontwikkeling (de zgn. struc-turerende elementen). Door dit alleszijn de beleidsuitspraken van het streek-plan in vergelijking tot de uitsprakenvan voornoemde plannen meestal glo-baler (maar daardoor niet noodzakelij-kerwijs ook vaag!).Zoals in paragraaf 2.3. wordt uiteenge-zet, dient het geschetste globale toe-komstbeeld geen gefixeerd eindbeeld tezijn. Het strategisch karakter vereistechter wel formulering van een doelein-denkader.b. Het is omvattend van aard. Bij deformulering van het plan wordt reke-ning gehouden met kennis van:- alle belangrijke factoren, die van in-vloed zijn op de regionale ruimtelijkeontwikkelingen;- reeds bestaande plannen op natio-naal, regionaal en lokaal niveau (zowelsector- als facetplannen);- plannen en ontwikkelingen in aan-grenzende gebieden (b.v. regionaal-eco-nomische plannen).Aangezien een plan nooit alomvat-tend kan zijn, kan beter gesproken wor-den van een streven naar omvattend-heid.2.2. Het streekplan is een facetmatigplanOnder facetplanning wordt verstaan deintegratie van alle overheidsactiviteitenvanuit een (in dit geval het ruimtelijk)gezichtspunt. Aldus wordt in het streek-plan de gewenste ruimtelijke ontwikke-ling van een gebied beschreven als deresultante van de integratie van alle(sectorale) deelactiviteiten, vanuit hetgezichtspunt van de ruimtelijke orde-ning.Vanuit dit standpunt is er de laatstetijd erg veel aandacht besteed aan watwel de coordinerende functie van deRuimtelijke Ordening wordt genoemd,Het begrip coordinatie wordt daarbij inhet algemeen gebruikt voor het organi-satorische aspect van het integratiepro-ces. Het heeft vooral betrekking op decoordinatie van de bij de inrichting vanhet plangebied betrokken (semi)over-heidsinstanties. Deze aandacht is zeerterecht. Een streekplan waarin eenruimtelijke ontwikkeling wordt be-schreven die niet is afgewogen tegenandere voor de ruimtelijke ontwikkelingvan de streek relevante plannen, maat-regelen en projecten heeft nauwelijksrealiteitszin en kan nauwelijks dienenals basis voor op uitvoering gerichteplannen.Toch heeft deze benadrukking van decoordinerende taak van de RuimtelijkeOrdening ook zijn schaduwzijden. Bijsommigen is hierdoor de indruk ont-staan dat Ruimtelijke Ordening nietmeer omvat dan de zorg dat de strijdigeclaims die door de verschillende(semi)overheidsinstanties op de ruimteworden gelegd tegen elkaar worden af-gewogen. Ruimtelijke Ordening zouechter meer moeten zijn. Er wordt nl.niet gesproken over integratie en coor-dinatie zonder meer, maar vanuit hetgezichtspunt van de Ruimtelijke Orde-ning. Het tot ontwikkeling brengen vandat gezichtspunt, mede op basis vanvoortdurend onderzoek is een onver-vreemdbare taak van G.S. G.S. moetenzich o.i. in eerste instantie relatief losvan andere plannen een mening vormenvan de verwachte en de gewenste ont-wikkeling op het gebied van de ruimte-lijke inrichting van de streek. Bij detotale afweging en coordinatie moet ookvoornoemde mening van G.S. een rolspelen.2.3. Het streekplan is een procesmatigplan"De Provinciale Staten kunnen (...)een streekplan vaststellen, waarin detoekomstige ontwikkeling van het in hetplan beschreven gebied in hoofdlijnenwordt aangegeven." Wanneer men'dezeoverbekende zinsnede bekijkt, is hetmin of meer onbegrijpelijk, dat erstreekplannen zijn gemaakt met het ka-rakter van eindtoestandplannen. Detoekomstige ontwikkeling is een proces,d.w.z. er treden veranderingen op, nietalleen in de zin van toe- of afname, maarook in de relaties tussen elementen vande ontwikkeling en de kennis daarvan.Dit komt tot uitdrukking in het plan zelfen in de planning.Teneinde beter te kunnen inspelen opde onzekerheden in de ontwikkeling vande samenleving wordt het plan flexibelopgezet, worden uitwerkings- en bijstel-lingsmogelijkheden bij het plan gere-geld en worden planning-, overleg- ensignaleringsmechanismen ontwikkeld.Het aanpassingsvermogen van hetstreekplan is natuurlijk wel aan grenzengebonden. Een maximaal flexibel planlegt niets vast en kan dientengevolge164 Stedebouw en Volkshuisvesting, april 1979streekplan als uitvoeringsgericht toetsingskadernauwelijks richting geven aan meer opde uitvoering gerichte plannen. Daarommoet duidelijk zijn hoe "hard" een be-leidsuitspraak is en onder welke om-standigheden wie op welke wijze ervanmag afwijken. In de derde paragraafkomen we hier uitvoerig op terug.3. Het streekplan als kader voor opuitvoering gerichte plannen, maatrege-len en projecten3.1. Inleiding: Over uitvoeringsgericht-heidDit artikel moet bijdragen aan de dis-cussie over de wijze waarop het streek-plan instrumenteler gemaakt kan wor-den. Van Meel spreekt van "handen envoeten geven". Uitvoeringsgericht zijnbetekent, dat het streekplan inhoudelijken procedureel de functie kan vervullenvan stuurmiddel.Het moet voldoende breed van opzetzijn, het moet up to date zijn, het moetaangepast kunnen worden maar hetmoet ook duidelijke grenzen stellen. Deeraan toegekende bindende krachtdient duidelijk beschreven te wordenevenals de relaties met andere plan-nen.Dit alles stelt eisen aan het plan en deplanning. Daarbij is het plan enerzijdshet produkt van planning, anderzijds debasis voor verdere planning. De situatiewordt extra gecompliceerd doordat hetniet om een louter technisch plan gaat,maar om een bestuurlijk instrument. Detotstandkoming van het plan is geenzuiver planologisch gebeuren maar eenmixtuur van ontwerpen en overleggen.In de volgende paragrafen komt datnog eens duidelijk tot uitdrukking, alswe aandacht schenken aan het plan ende totstandkoming van het plan (plan-ning en overleg).Wij wijzen er met nadruk op, dat debehandelde onderwerpen (plan en plan-ning, flexibiliteit en procesbewaking,procesbewaking en bijstelling/herzie-ning etc., etc.) steeds in relatie metelkaar moeten worden gezien. De voor-stellen m.b.t. flexibiUteit, uitwerking,bijstelling, herziening ieder op zich ma-ken het streekplan niet geschikter alskader voor op uitvoering gerichte plan-nen.3.2. Het (streek)plan3.2.1. FlexibiliteitRechtstreeks uitvloeisel van het strate-gisch en procesmatig karakter van hetstreekplan is de pbnflexibiUteit. Doorde gerichtheid op langere termijn en deomvattendheid van het terrein waaroveruitspraken worden gedaan, is streek-planning een onzekere aangelegenheid.Het feit dat op het moment van hetopstellen van een plan veel onbekend is,maakt dat het streekplan mogelijkhe-den moet bieden om binnen duidelijkomschreven grenzen te worden aange-past aan wijziging in omstandigheden,maatschappelijke denkbeelden en doel-stellingen. Dit alles noopt tot het inbou-wen van flexibiliteit: er moet manoeu-vreerruimte zijn, omdat het plan anderste snel veroudert. Met een achterhaaldplan kan moeilijk ricHting gegeven wor-den aan uitvoerende maatregelen, plan-nen en projecten.De centrale vraag is nu: wat leggenwe vast en wat laten we open? Envervolgens: hoe verkrijgen we een flexi-bel plan?Over de tweede vraag is in de litera-tuur het een en ander te vinden^). Driesoorten flexibiliteit kunnen worden on-derscheiden:a. Inhoiidelijke planflexibiliteit- Het opnemen van globale uitsprakenbetreffende activiteiten, waarbij delenvan het streekplangebied een bestem-ming krijgen voor meerdere functies ofactiviteiten.- Het opnemen van globale uitsprakenbetreffende lokaties, door reservegebie-den of gebieden zonder vastgelegde be-stemming aan te geven, zodat voor di-verse activiteiten extra lokaties beschik-baar blijven.- Het opnemen van globale uitsprakenbetreffende de ruimtelijke omvang en/of afmeting, bijvoorbeeld door vlekken-plannen te maken.- Het opnemen van globale uitsprakenbetreffende het tijdsverloop (fasering).b. Externe planflexibiliteit: Het opne-men van meerdere alternatieven in hetplan. Daarbij dient te worden aangege-ven in welke situatie en/of op welkmoment een bepaald alternatief moetworden gekozen.c. Het openlaten vanplandelen: Dit is infeite de bovengrens van de flexibiliteit,doordat alle mogelijkheden nog wordenopengehouden. In zijn kwalijkste vormis er sprake van besluiteloosheid. Hetkan echter voorkomen dat de inrichtingvan een gebied afhankelijk is van onbe-kende of externe factoren. In zo'n gevalkan het openlaten de beste weg zijn.Een nadeel is, dat de relaties met derest van het plan onduidelijk blijven.Verder verloopt er meestal geruime tijdvoordat de inpassing in het streekplangestalte heeft gekregen. Toepassing vandeze soort flexibiliteit kan dus het bestezodanig gereglementeerd worden (dooraangeven van grenzen, reserveringstijd,redenen van openlaten) dat er in feitesprake is van een bijzondere vorm vanreservering.De eerste vraag (wat leggen we vast enwat laten we open?) kan wel de kern-vraag van de ruimtelijke ordening wor-den genoemd. Het antwoord op dievraag wordt gegeven door de uitkomstvan het besluitvormingsproces. Hetstreekplan zelf is een produkt van datproces, maar dient tevens als kader voorbesluitvorming gedurende de periodedat het van kracht is.3.2.2. UitwerkingDe Wet R.O. biedt via art. 4 Ud 3a aanG.S. de mogelijkheid bij het streekplante bepalen dat zij bevoegd zijn het plannader uit te werken. Wij stellen ons voordat de uitwerking betrekking kan heb-ben op:Stedehouw en Volkshuisvesting, april 1979 165streekplan als uitvoeringsgericht toetsingskader- Een deel van het streekplangebied,bijvoorbeeld een pre-gewest.- Een aspect van het streekplan, bij-voorbeeld ontgrondingen of openlucht-recreatie.- Een sectoraal uitvoeringsplan, bij-voorbeeld plannen voor een regionaalziekenhuis, ruilverkavelingsplannene.d.- Een combinatie van de drie genoem-de mogelijkheden.Overigens is de uitwerkingsbevoegd-heid een zaak om voorzichtig mee tezijn, omdat "op grond van die bevoegd-heid tot stand gekomen besluiten nietter visie hoeven worden gelegd, nietbehoeven te worden gepubliceerd, nietaan de minister moeten worden mede-gedeeld en het indienen van bezwarenniet mogelijk is""*).Daarom is reglementering bij hetstreekplan van de wijze waarop uitwer-king zal plaatsvinden, gewenst. Dezeregels geven aan wanneer, onder welkeomstandigheden en op welke onderde-len uitwerking kan plaatsvinden. Te-vens verdient het aanbeveling daar waardat mogelijk is aan te geven binnenwelke inhoudelijke hoofdlijnen de uit-werkingen moeten blijven. In het streek-plan Midden- en Oost-Brabant is eenvoorbeeld hiervan te vinden dat aan eenaantal van deze voorwaarden vol-doets):1. Gedeputeerde Staten zijn bevoegdter uitwerking van het streekplan de inhoofdstuk 9 genoemde plannen als be-doeld in artikel 4, lid 8 van de Wet op deRuimtelijke Ordening vast te stellen.Een uitwerking als hier bedoeld zal inovereenstemming moeten zijn met dehoofdlijnen en uitgangspunten van hetstreekplan. Gedeputeerde Staten ne-men voorts de in hoofdstuk 9 opgeno-men inhoudelijke regels in acht.2. Gedeputeerde Staten zijn bevoegdhet streekplan nader uit te werken teraanpassing aan wettelijke regehngen enbeslissingen op rijksniveau, tot standgekomen volgens een inspraak- en over-legprocedure. Indien en voorzover pro-vinciale staten met die beslissingen heb-ben ingestemd.Een uitwerking als hier bedoeld zal inovereenstemming moeten zijn met dehoofdlijnen en uitgangspunten van hetstreekplan.3. Gedeputeerde Staten zijn bevoegdhet streekplan uit te werken indien nieu-we ontwikkelingen daartoe aanleidinggeven. Een uitwerking als hier bedoeldzal in overeenstemming moeten zijn metde hoofdlijnen en uitgangspunten vanhet plan.4a. Gedeputeerde Staten zijn bevoegdop verzoek van de desbetreffende in-stantie te bepalen, dat ruimtelijk vanbelang zijnde sector- en facetplannenvan het rijk of een gewest zuUen geldenals uitwerkingsplan als bedoeld in arti-kel 4, lid 8 van de Wet op de RuimtelijkeOrdening indien en voor zover een der-gelijk plan in overeenstemming is meten voortvloeit uit de hoofdlijnen enuitgangspunten van het streekplan, hetplan van bovenlokale betekenis is eneen op de aard en omvang van het planafgestemde inspraak en overlegproce-dure is gevolgd.4b. Het bepaalde in het vorige lid is vanovereenkomstige toepassing op sector-en facetplannen, vastgesteld door hetprovinciaal bestuur.4c. Indien provinciale staten besluitentot wijziging of herziening van hetstreekplan bepalen gedeputeerde statenof en in hoeverre de onder a. bedoeldeplannen zuUen blijven gelden als uit-werkingsplan in de zin van art. 4, lid 8van de Wet op de Ruimtelijke Orde-ning.5. Voor een uitwerkingsplan als be-doeld onder 1, 2 en 3 gelden de proce-dureregels, opgenomen in hoofdstuk9.6. Over een voornemen om gebruik temaken van de onder 3 en 4 verleendeuitwerkingsbevoegdheid horen gedepu-teerde staten de provinciale planologi-sche commissie, de commissie van voor-bereiding voor ruimtelijke ordening enandere daarvoor in aanmerking komen-de commissies van voorbereiding uitprovinciale staten. Een commissie vanvoorbereiding kan gedeputeerde statenadviseren het voornemen ter beoorde-ling voor te leggen aan provinciale sta-'ten.Tot slot van deze subparagraaf moetvermeld worden dat de uitwerkingsbe-voegdheid een rol kan spelen bij hetlaten doorklinken van de beleidsstand-punten uit het streekplan in de meer opuitvoering gerichte sectorale plannen ende gewestelijke (intergemeentelijke)structuurplannen.In paragraaf 3.3.3. gaan wij daar ver-der op in.3.2.3. Bijstelling en herzieningIn het voorgaande werd meermalen hetprocesmatig karakter van het streek-plan benadrukt. Ook de mogelijkheidtot uitwerking kan worden gezien alsmiddel om, binnen de grenzen die in hetplan gesteld zijn, het plan te laten aan-sluiten bij ontwikkelingen in de samen-leving. Het kan evenwel voorkomen, datgenoemde ontwikkelingen van dienaard zijn, dat daadwerkelijk tot bijstel-ling of zelfs herziening van het planmoet worden overgegaan. Moet uitwer-king nog worden gezien als het verwe-zenlijken van bij het plan gestelde doel-einden, bijstelling en herziening gaanover de vastgestelde grenzen heen. In deWet R.O. wordt de afwijkingsbevoegd-heid van G.S vermeld (art. 4 lid 8b).Herziening vindt plaats na een bepaaldetermijn (de wet noemt "tenmlnste eensin de tienjaar, behoudens een maximaal10 jarige vrijstelling") of indien plan enrealiteit te ver uiteen gaan lopen.Voor de regeling van bijstelling enherziening is een gradatie van de hard-heid van beleidsuitspraken onontbeer-lijk. De mate van hardheid geeft hetbelang aan, dat het provinciaal bestuurhecht aan een bepaald onderdeel vanhet streekplan.Hoe groter de hardheid van een uit-spraak is, hoe kleiner de vrijheid omervan af te wijken.De indeling in hardheidsgraden die isgehanteerd in het streekplan Midden-166 Stedebouw en Volkshuisvesting, april 1979streekplan ah uitvoeringsgericht toetsingskaderen Oost-Brabant nemen wij als duide-lijk voorbeeld over*"):ELEMENTEN CATEGORIE IDeze elementen geven de ruimtelijkehoofdstructuur van het streekplange-bied aan en zijn een wezenlijk uitgangs-punt voor het eigen provinciale beleidalsook voor de beoordeling van het be-leid op andere bestuursniveaus. Tevensvormen deze elementen de primaire ba-sis voor het geven van aanwijzingen alsbedoeld in artikel 37 van de Wet op deRuimtelijke Ordening. De afwijkings-bevoegdheid van gedeputeerde statenzal geen betrekking kunnen hebben opde in deze categorie ingedeelde elemen-ten. Bijsturing van het streekplan opdeze wezenlijke onderdelen kan slechtsgeschieden via de in de Wet voorge-schreven herzieningsprocedure.(Zie voor een uitzondering op deze regelhet gestelde aan het slot van paragraaf5.2.) ELEMENTEN CATEGORIE IIOnder deze categorie vallen de streek-planelementen die geen deel uitmakenvan de eigenlijke. hoofdstructuur dochelk afzonderlijk belangrijke randvoor-waarden vervullen voor het bereiken ofin standhouden van die structuur. Dezeelementen vormen een hard gegevenvoor het ?igen provinciale beleid envoor de standpuntbepaling ten opzichtevan maatregelen van andere (overheids)instanties, terwijl zij tevens basis zijnvoor het geven van aanwijzingen aangemeentebesturen.De categorie Il-elementen zijn echterniet onaantastbaar, met inachtnemingvan inhoudelijke en procedurele regelskunnen gedeputeerde staten gebruikmaken van hun afwijkingsbevoegd-heid.ELEMENTEN CATEGORIE IIIDeze elementen zijn elk afzonderlijkniet van overwegende betekenis voor dein het streekplan opgenomen ruimtelij-ke hoofdstructuur, doch geven in huntotahteit - tezamen met de categorie II-elementen - vorm en inhoud aan diehoofdstructuur.Ook de categorie Ill-elementen zijnniet onaantastbaar; met inachtnemingvan inhoudelijke en procedurele regelskunnen gedeputeerde staten gebruikmaken van hun afwijkingsbevoegdheid.De categorie Ill-elementen kunnen ba-sis vormen voor het geven van aanwij-zingen.ELEMENTEN CATEGORIE IVTot deze categorie behoren de elemen-ten die blijk geven van een zekere voor-keur uit provinciaal oogpunt bezien. Zijhebben het karakter van aanbevelingenen zullen niet aan aanwijzingen tengrondslag kunnen liggen doch wel eenrol spelen bij de beoordeling van ge-meentelijke bestemmingsplannen enandere ruimtelijk van belang zijndemaatregelen. In hoofdstuk 8.1. van hetstreekplan is de indeling van de ver-schillende streekplanelementen in devier genoemde categorieen opgeno-men.Mede uit het voorgaande blijkt dat her-ziening plaatsvindt na de 10 jaar (ofmaximaal 20) die de Wet op de R.O.aangeeft of indien de ontwikkelingen inhet streekplangebied daar aanleidingtoe geven, bezien in het licht van debeleidsuitspraken. Wijzigingen m.b.t.beleidsuitspraken van de le categoriemoeten zonder meer leiden tot een her-ziening van het streekplan.Afwijking kan in het hier gegevenvoorbeeld plaatsvinden voor elementenvan de He een Ille categorie, met in-achtneming van de daarvoor vastgestel-de procedure. Voor de beleidsuitspra-ken uit de IVe categorie kan een uit-drukkelijke toekenning van de afwij-kingsbevoegdheden achterwege blij-ven.Het hanteren van deze afwijkingsbe-voegdheid per categorie van uitsprakenkan de bestuurlijke flexibiliteit van hetplan worden genoemd.3.3. De (streek)planning3.3.1. Inleiding: De bestuurlijke enplantechnische kantenIn het voorgaande deel van hoofdstuk 3besteedden wij aandacht aan het streek-plan als plan. Een plan kan echter nietlos worden gezien van het proces vanvoorbereiding, vaststelling en uitvoe-ring van dat plan. Het krijgt pas bete-kenis in zijn totale planningscontext.Dit geldt in zeer bijzondere mate voorhet in het bestuur verankerde streek-plan, dat immers niet alleen feitelijkebeschrijvingen bevat maar ook en voor-al beleidsuitspraken. Vandaar dat wijnu aandacht besteden aan zowel be-stuurlijke als meer plantechnische kan-ten van de streekplanning.Achtereenvolgens komen aan de orde:a. Het overleg in de voorbereidingsfa-seb. De activiteiten m.b.t. de uitwerkingvan het streekplanc. De procesbewaking.3.3.2. Overleg in de voorbereidingsfaseHet streekplan zal des te beter als kadervoor op uitvoering gerichte plannenkunnen dienen, naarmate meer over-eenstemming tussen betrokken partijenbestaat over de inhoud van het plan.Daartoe vindt uitvoerig overleg plaatsgedurende de voorbereidingsfase.Dit overleg kan het beste in het kadervan de werkzaamheden van de P.P.C.plaatsvinden. De P.P.C. bestaat uit zo-wel ambtelijke vertegenwoordigers opde drie bestuursniveaus als vertegen-woordigers van belangengroeperingen.Daardoor kan dit college een hori-zontaal en verticaal coordinerende taakvervullen. Een complicerende factor isdat in geen enkele provincie alle ge-meenten afzonderlijk in de P.P.C. zijnvertegenwoordigd. Meestal is volstaanmet een afgevaardigde voor alle ge-meenten, wat enigszins op gespannenvoet staat met het belang van bestem-Stedebouw en Volkshuisvesting, april 1979 167streekplan als uitvoeringsgericht toetsingskadermingsplannen voor de uitwerking vanhet streekplan. Er zou gezocht moetenworden naar een overlegsituatie, waar-bij of alle gemeenten beurtelings be-trokken worden of gemeenten in samen-werkingsverband als gesprekspartnersfungeren. In dat overleg kunnen de ge-meenten het structuurplan als basis ge-bruiken. Het ontwerp-streekplan moetin deze fase niet slechts marginaal wor-den getoetst. Het is van belang dat deP.P.C. zich uitspreekt over:a. de aanvaardbaarheid van de ge-schetste beleidslijnenb. de mogelijkheden tot medewerkingaan de uitvoering van deze beleidslij-nen, c.q. de feitelijke realiseringc. de in het ontwerpplan neergelegdefasering.Het zal tevens duidelijk moeten zijn,welk gewicht aan de standpunten kanworden toegekend en wat de draagwijd-te ervan is'').Het resultaat van het overleg zal o.i.moeten bestaan uit een door alle partij-en afgegeven intentieverklaring. Dezeintentieverklaring kan worden be-schouwd als een basisovereenkomst tus-sen de uitvoerende rijksinstanties, deprovincie en (evt.) de gemeenten. Deverklaring gaat niet over concrete uit-voeringsprogrammering en behelst geengedetailleerde werkafspraken. Het gaatdaarentegen om de visie op de gewensteruimtelijke ontwikkeling in hoofdlijnen,zoals vastgelegd in het streekplan. Devraag is dan niet hoe, maar of en wan-neer de hoofdlijnen zullen worden uit-gewerkt en uitgevoerd.Om binnen de P.P.C. tot een reeleintentieverklaring te komen zal het fa-cetkarakter van de ruimtelijke ordeningin de samenstelling van de P.P.C. totuitdrukking moeten komen.Een knelpunt hierbij is, dat een aantaldepartementen (althans t.a.v. bepaaldedeelsectoren) in de P.P.C. niet vertegen-woordigd zijn (dit geldt bv. op hetgebied van het regionaal-economischbeleid en t.a.v. het openbaar vervoer).Hierdoor komen bepaalde aspectenniet tot hun recht.Een nadeel van uitbreiding van deP.P.C. is echter, dat het takenpakket teomvangrijk wordt, waardoor efficientwerken wel heel moeilijk wordt.Een ander knelpunt vloeit voort uithet feit, dat veel beslissingen genomenworden in subcommissies van de P.P.C,waar niet alle direct betrokken P.P.C-leden zitting in hebben^).De oplossing die men zich voor ditlaatste probleem kan voorstellen, is hetsamenstellen van subcommissies die ge-heel toegesneden zijn op aard van deafzonderlijke streekplannen.Er doet zich uiteraard nog een heelander probleem voor in verband met derelatie tussen in de P.P.C. gegeven in-tentieverklaringen en de bestuurlijkebinding die eerst ontstaat nadat de poli-tieke vertegenwoordigers zich hebbenuitgesproken.In bestuurlijk-juridische zin kunnende intentieverklaringen geen overeen-komst opleveren. Er zal steeds sprakezijn van een advies van de P.P.C, dat issamengesteld uit de hierboven al deelsgenoemde uitspraken overa. het streekplan als zodanigb. de aanvaardbaarheid van de beleids-lijnenc. de mogelijkheden tot medewerkingd. de fasering.Dit advies wordt pas tot basisover-eenkomst nadat P.S. het streekplanheeft goedgekeurd. Uit het advies zalduidelijk moeten blijken wat de conse-quenties zijn van het afwijken van hetadvies voor het verwezenlijken van debasisovereenkomst en de daarin opge-nomen intentieverklaringen. Uiteraardgeldt in principe voor het overleg tussenprovincies en gemeenten iets soortge-lijks.Het overleg in de P.P.C. en tussen pro-vincie en gemeente zal in sterke mate hetkarakter van een onderhandelingspro-ces krijgen. Daarover valt nog het vol-gende op te merken:a. Het verdient aanbeveling, het over-leg overzichtelijk te maken door eenduidelijke structuur aan te brengen.Daarbij kan de strategische keuzebena-dering en de daarmee nauw verbondenAIDA-methode een nuttig hulpmiddelblijken te zijn').b. G.S. speelt uiteraard een sleutelrol inhet overleg. Zij zullen het provincialestandpunt t.a.v. de ruimtelijke ordeninginbrengen en niet alleen deelbelangencoordineren (zie ook par. 2.2.).c. Omdat het overleg niet steeds tot eeneenduidig advies zal leiden en het ge-vaar bestaat dat hierdoor vertragingoptreedt of genoegen wordt genomenmet vage uitspraken is het aanbevelens-waardig, de verschillende standpuntenmet hun consequenties in het advies opte nemen, zodat Provinciale Staten vol-ledig geinformeerd tot keuze kunnenovergaan.d. Een verslag van het verloop van hetoverleg door G.S. zal aan de duidelijk-heid van het advies bijdragen.3.3.3. Activiteiten m.b.t. de uitwerkingHet streekplan is een procesmatig plan.Ook nadat het is vastgesteld gaat deruimtelijke ontwikkeling door. Het uit-voeringsgerichte plan is gemaakt om dieontwikkelingen te beinvloeden. Demate waarin G.S. invloed willen uitoe-fenen verschilt per deelonderwerp en/of deelgebied.De behoefte aan invloed zal hetgrootst zijn waar het streekplan tenopzichte van de feitelijke situatie degrootste veranderingen behelst. Juistdaar zal ook de noodzaak tot uitwerkinggevoeld worden.Zoals reeds eerder vermeld, kan uit-werking van een streekplan betrekkinghebben op:- een deel van het streekplangebied- een aspect of deelonderwerp van hetstreekplan- een sectoraal uitvoeringsplan- een combinatie van de drie voor-noemde mogelijkheden.Bij de uitwerking zullen G.S. te ma-ken hebben met instanties die de mede-168 Stedebouw en Volkshuisvesting, april 1979streekplan als uitvoeringsgericht toetsingskaderof hoofdverantwoordelijkheid dragenvoor een gebied, aspect of sector.Bij de uitwerking van een deel van hetstreekplangebied zullen G.S. het (pre-)gewest op hun weg ontmoeten. Gaat hetbij de uitwerking om een specifiek toteen sector behorend werkterrein dankruist een gedeconcentreerde rijks-dienst het pad van G.S.Tenslotte is het ook mogehjk, dat hetom beleidsterreinen gaat, waar anderedan op ruimtelijke ordening gerichteprovinciale diensten het voortouw heb-ben. Kortom, zoals ook al in deel I par.5.1. is gesteld, G.S. zal de inhoud van deuitwerking van het streekplan nietsteeds zelf kunnen bepalen.Daardoor ontstaat het probleem vanonvoldoende afstemming tussen streek-plan en noodzakelijke uitwerking daar-van.Een oplossing voor dit probleem kangevonden worden in het bieden van demogelijkheid tot het opnemen van plan-nen in het streekplan als uitwerkings-plannen overeenkomstig art. 4 Ud 8avan de Wet van de R.O. Voorwaarde isnatuurlijk, dat de op te nemen plannenpassen in het kader van de in het streek-plan neergelegde hoofdlijnen. Wanneerdergelijke plannen als uitwerkingsplanvan het streekplan worden opgenomenis het mogelijk om de gemeenten opbasis van zo'n plan een aanwijzing tegeven. De praktijk heeft geleerd datG.S. slechts in het uiterste geval gebruikwil maken van deze aanwijzingsbe-voegdheid. Overleg is in eerste instantiehet belangrijkste middel om tot onder-linge afstemming te komen. Dit neemtechter niet weg dat het bestaan van deaanwijzingsmogelijkheid het voor desectordepartementen en de gewestenerg aantrekkelijk maakt om hun plan-nen deel te laten uitmaken van hetstreekplan. Voor de provincie heeft hetals groot voordeel dat de bereidheid vanvoornoemde instanties om hun plannenin overeenstemming te laten zijn met hetglobale streekplan waarschijnlijk groteris dan wanneer er niet van de aanwij-zingsbevoegdheid gebruik gemaakt zoukunnen worden.Uiteraard staat of valt dit systeemmet de bereidheid van G.S. om de ver-antwoordelijkheid ook werkelijk te ne-men en al het mogelijke te doen omkonflikten op te lossen en in het uiterstegeval bereid te zijn om een aanwijzing tegeven.De mate waarin G.S. bij de uitwer-king betrokken is zal van geval tot gevalverschillen. Het ene uiterste is, dat G.S.het werk door de P.P.D. geheel in eigenbeheer laat verrichten. Het andereuiterste wordt gevormd door de moge-lijkheid dat de uitwerking volledigwordt overgelaten aan andere instan-ties. De rol van G.S. is in dat gevalbeperkt tot het doorgeven van de eigenbeleidsstandpunten en het nagaan ofhet plan wel past in het kader van diestandpunten. Ergens daartussenin ligtde mogelijkheid van co-produktie. Datvergt evenwel uitgebreide overleg- enbeheersstructuren.Om ervoor te zorgen, dat de afstem-ming van gewestelijke en sectorale plan-nen op het streekplan niet wordt uitge-steld tot er afgeronde plannen liggen,verdient het aanbeveling, na te gaan ofhet mogelijk is om op enigerlei wijze totinformatie-uitwisseling op cruciale mo-menten van het planproces te komen.Wij kunnen ons voorstellen, dat ereen afgevaardigde van G.S. als waarne-mer aanwezig is bij de belangrijkstebesluitvormingsmomenten van het tot-standkomings- en eventueel uitwer-kingsproces van het plan.Recruteert men deze waarnemers uitde P.P.D., dan krijgt deze dienst er eencoordinerende taak bij.Tenslotte zal er voor gewaakt moetenworden, dat de uitwerking van streek-plannen tot een zuiver ambtelijke enplantechnische aangelegenheid wordt.Daartoe strekt het volgende:a. G.S. hoort de P.P.C. en eventueelandere commissies (van advies en bij-stand ex art. 65 Prov. Wet bijv.) alvo-rens van de uitwerkingsbevoegdheid ge-bruik te maken.b. G.S. stelt periodiek een rapport opwaarin een overzicht wordt gegeven vande werkzaamheden van genoemdewaarnemers t.a.v. hun coordinerendeactiviteiten.De consequenties van deze werk-zaamheden voor het streekplan wordenerin opgenomen.Dit verslag zou een onderdeel kunnenvormen van het, in het kader van hetwetsontwerp tot wijziging van de WetR.O. aangeduide, verslag aan Provin-ciale Staten betreffende het door G.S.gevoerde beleid inzake de ruimtelijkeordening.3.3.4. ProcesbewakingIn het voorgaande is reeds naar vorengebracht, dat de provinciale ruimtelijkeplanning een onzeker karakter draagten dat, door in het streekplan een be-paalde mate van flexibiliteit in te bou-wen, geprobeerd kan worden op eenadequate manier met de onzekerhedenrekening te houden. Flexibiliteit alleenis echter niet genoeg, ook procesbewa-king vormt een noodzakelijkheid. Doorflexibiliteit en procesbewaking tezamenkan er voortdurend worden ingespeeldop de onzekerheden die zich voordoenbij het streven naar geleiding van ont-wikkelingen.Procesbewaking kan worden om-schreven als: het periodiek verzamelen,analyseren en waarderen van informa-tie over het functioneren van een plan inde werkelijkheid en het op grond hier-van zonodig voorbereiden van de besHs-sing tot uitwerking, bijstelling of herzie-ning van het plan'o). Ook hiermee wordtweer benadrukt dat planning geen een-malige maar veel meer een continuebezigheid is.Nadat het plan is vastgesteld is hetniet alleen wenselijk dat er gezorgdwordt dat het plan in voldoende matedoorklinkt in de meer op de uitvoeringgerichte plannen, maatregelen en pro-jecten, maar verdient het ook aanbeve-hng na te gaan:- in hoeverre de prognoses en de voor-onderstellingen die aan het streekplanStedehouw en Volkshuisvesting, april 1979 169streekplan ah uitvoeringsgericht toetsingskaderten grondslag liggen nog met de feitelij-ke ontwikkelingen in de pas lopen;- of ernieuwe problemen en/of nieuwedoelstellingen m.b.t. de ruimtelijke in-richting zijn opgekomen;- of de feitelijke ontwikkeling gaat inde richting van de in het streekplanuiteengezette gewenste ontwikkeling;- of de werking van het instrumentari-um zo is als men had verwacht,- en last but not least of nieuwe inzich-ten en/of nieuwe onderzoekresultatenaanleiding geven tot andere standpun-ten.Uiteraard spelen bij dit alias ook deresultaten van de uitwerkingsactivitei-ten een belangrijke rol. Op zich is er metde procesbewaking niet zoveel nieuwsonder de zon, in die zin dat er ook nu almet name bij de herziening van eenstreekplan veel activiteiten worden ver-richt die in het kader van de procesbe-waking passen.De resultaten van de procesbewakingkunnen leiden tot bijstellings-, uitwer-kings- en herzieningsactiviteiten, al-thans wanneer daartoe regels in hetstreekplan zijn opgenomen. Voor watbetreft een verhandeling over bijstallingen herziening van het streekplan, ver-wijzen we naar paragraaf 3.2.3.. Deuitwerkingsactiviteiten zijn uitvoerig inparagraaf 3.2.2. en in de vorige para-graaf aan de orde geweest.Op deze plaats volstaan we met tezeggen dat een eventuele bijstelling ofherziening van het streekplan op basisvan procesbewakingsactiviteiten kanleiden tot andere aandachtsvelden, dievoor uitwerking in aanmerking komenen/of tot het innemen van gewijzigdestandpunten bij de uitwerkingsactivitei-ten. Om ook hier weer te voorkomen datde procesbewaking te veel (tot) eenambtelijke planologisch-technischeaangelegenheid (ver)wordt, pleiten wijer ook hier weer voor dat G.S. periodiekverslag doet van de procesbewakingsac-tiviteiten en de consequenties daarvanvoor het te voeren ruimtelijke beleid.Ook dit verslag zou weer onderdeelkunnen uitmaken van het in het Wets-ontwerp tot wijziging van de Wet R.O.genoemde verslag van G.S. aan de Pro-vinciale Staten n)-3.4. Wat hebben wij toegevoegd?Vergelijking van de denkbeelden vande R.P.D.-werkcommissie, P.S.C. enVan Meel met onze denkbeelden.In par. 4.1. van het eerste artikel gavenwij een vergelijkend overzicht van dedenkbeelden uit drie nota's. Als totaal-beeld kwam daaruit naar voren:1. Een onderscheid tussen essentiele enniet-essentiele beslissingen is van grootbelang.2. Uitgewerkte plannen moeten bevat-ten:a. een uitvoeringsschema.b. een financieringsschema.3. Er moeten bindende afspraken ge-maakt worden tussen de partijen, waar-aan men zich te houden heeft bij deuitvoering.4. Permanente evaluatie en rapportagedoor G.S. aan de Staten is noodzake-lijk.Onze denkbeelden zijn gekoppeld aaneen drietal algemene kenmerken van hetstreekplan, die het kader vormen waar-binnen uitwerking kan worden gegevenaan de thema's die deels in de bovenge-noemde vier punten worden vermeld.Die uitwerking spitst zich toe op:a. De planflexibiliteit als remedie voorte snel verouderen van het streekplan.Onze denkbeelden sluiten direct aan bijdie van PSC/TNO en Van Meel.b. De reglementering van de uitwer-king in het plan.De uitwerkingsbevoegdheid biedtuitstekende mogelijkheden voor het ver-wezenlijken van flexibiliteit als ant-woord op onzekerheid. Reglementeringis echter noodzakelijk om technokrati-sering van de besluitvorming te voorko-men.c. Verfijning van de hardheidsclausulesals middel ter verduidelijking van dekeuze tussen bijstelling en herziening(aansluiting bij punt 1 hierboven).d. Verzwaring van de rol van de P.P.C.als platform voor het overleg tijdens devoorbereiding. Exphcitering van stand-punten van betrokkenen d.m.v. inten-tieverklaringen (aansluitend bij punt 3hierboven).e. Scheppen van de mogelijkheid tothet opnemen van gewestelijke of sector-plannen in het streekplan. Vergrotenvan de afstemming tussen streekplan enandere plannen d.m.v. het detacherenvan provinciale waarnemers bij belang-rijke momenten bij voorbereiding enuitvoering van voor de provincialeruimtelijke ontwikkeling belangrijkeuitvoeringsplannen.f. Procesbewaking en bijbehorenderapportage (aansluitend bij punt 4 hier-boven).Geen aandacht besteedden wij aan uit-voeringsschema's en financierings-schema's.Men zie hiervoor het eerste artikel,paragraaf 5.1., punt b, waar ons com-mentaar dienaangaande is opgeno-men.4. Het streekplan als toetsingskadervoor gemeentelijke bestemmingsplan-nen4.1. Inleiding: Over de toetsingskader-functieWaarom is de toetsingskaderfunctie zobelangrijk? Kort gezegd, omdat medehierin de provinciale verantwoordelijk-heid voor de ruimtelijke ontwikkelingvan de streek tot uitdrukking komt.Bovendien wordt de duidelijkheid er-mee gediend, als er een expliciet, in eenstreekplan opgenomen, provinciaalruimtelijk beleid is. Het streekplanwordt een orientatiepunt voor de ge-meentelijke ruimtelijke ordening'^).4.2. Gradaties in gedetailleerdheidUitspraken op bestemmingsplanniveauen uitspraken op streekplanniveau zijnop het ogenblik vaak onvergelijkbaregrootheden. De uitspraken lopen qua170 Stedebouw en Volkshuisvestitjg, april 1979streekplan als uitvoeringsgericht toetsingskaderaard maar vooral qua gedetailleerdheidveelal zover uit elkaar, dat toetsing zon-der meer niet mogelijk is. Wil men toet-sen dan zullen de verschillende uitspra-ken enigszins vergelijkbaar moeten wor-den gemaakt.Zowel in de nota Van Meel als in hetP.S.C.-rapport wordt daarom gewezenop de behoefte aan gedetailleerdestreekplannen op grond waarvan toet-sing van gemeentelijke bestemmings-plannen mogelijk is.Om allerlei redenen van praktischeaard zal het meestal niet mogelijk zijnom een gedetailleerd plan voor de heleprovincie te maken. Het zal ook nietnodig zijn in alle deelgebieden en vooralle aspecten.Er is vooral behoefte aan een meergedetailleerd toetsingskader als er~ grote verschillen verwacht wordentussen provinciaal ruimtelijk beleid enlokale ontwikkelingstendenzen- ontwikkelingen actief in een bepaal-de richting gestuurd moeten worden opgrond van bovengemeentelijke be-langen- grote druk bestaat op kwetsbare ge-bieden.Men kan spreken van gradaties ingedetailleerdheid. Daarbij zal in het al-gemeen moeten gelden, dat naar matede gedetailleerdheid toeneemt het ge-prefereerde alternatief met meer zorg-vuldigheid en precisie zal moeten wor-den onderbouwd.4.3. Eigenschappen van gedetailleerdestreekplannenGedetailleerde beleidsuitspraken instreekplannen kunnen op verschillendewijzen gestalte krijgen:a. Door voor sommige deelgebiedenen/of onderwerpen in het streekplanmeer gedetailleerde uitspraken op tenemen.b. Als uitwerking van meer globalestreekplannen. In dit verband verwijzenwij naar de rol die het gewestplan kanspelen als uitwerking van (een deel van)het streekplan (zie par. 3.3.2. en par.3.3.3.).c. Als afzonderlijke streekplannen voordeelgebieden binnen het kader van hetglobale provincieplan. Zowel de notaVan Meel als het P.S.C.-rapport zittenop deze lijn (zie het vorige artikel).d. Een kombinatie van de eerste driemogelijkheden.Gedetailleerde streekplannen dienenin beide genoemde gevallen de volgendeeigenschappen te hebben:1. Facetkarakter: Ook het gedetailleer-de plan komt tot stand vanuit het ge-zichtspunt van de ruimtelijke ordeningna integrale afweging van alle in hetgeding zijnde belangen.2. Middellange termijn: Gezien de func-tie van toetsingskader en de daarmeesamenhangende nauwkeurigheid zaleen termijn gekozen moeten wordenwaarop de onzekerheden beperkt zijn.3. Beperkte flexibiliteit: Het gedetail-leerde plan kent over het algemeen klei-nere vrijheidsmarges, geeft duidelijkegrenzen aan en is dientengevolge min-der fl
Reacties