65e jaargang, September 1984DenkraamGroeikernen- en groeistedenbeleidMilieu en verstedeiijkingTe verwachten ontwikkelingen inde ruimtelijke planningPlanologie: een moderne wetenschap?De waarde van stadsrandzonesWind- en zonne-energie en r.o.In PlanologenlandAROB-trendsNieuwe publikatiesNieuws van de Raad van AdviesNieuws van de Raad voor de VolkshuisvestingNaoorlogse woningcomplexen in problemenDE VEELZIJDIGEKWALITEITS-BOUWERSVenioIn de ruim vijftig jaar van haar bestaan heeftBouwbedrijven Jongen BV zich ontwikkeld toteen van de meest veelzijdige bedrijven in hetzuiden van het land. Door de decennia beengroeide het bedrijf uit tot een aktieve, gespe-cialiseerde partner o.a. in de ontwikkeling vanleefbare woning- en stedebouw. In de laatstejaren werd het werkgebied sterk uitgebreiddoor diverse zelfstandige werkmaatschappijenin Schaesberg, Maastricht, Roermond, Venloen Geldrop, die voortbouwen op de reputatievan het moederbedrijf.JONGEN BV/^ei \fOO^\? Konstrukties in beton, staal en hout.? Veiligheid van de bebouwde omgeving.? Het konstrueren van geintegreerdebouwkundige voorzieningen, bijvoorbeeld inwoonkernen.? Voorzieningen voor de infrastruktuur,o.a. parkeergarages.JngenlyrsburoSchiebroek Struik BVONR\Pr. Mauritsplein 282582 ND Den HaagTel. 070-523314Parklaan 605613 BH EindhovenTel. 040-433915/Bouwbedrijven Jongen BVTel. 045-722851*Telex 56 616Hompertsweg 34Postbus 310076370 AA Schaesberg. Gemeente LandgraafAannemersbedrijf Jongen BV, SchaesbergAannemersbedrijf Van Kan-Jongen BV, MaastrichtAannemersbedrijf Louis Scheepers BV, RoermondAannemersbedrijf Van NieuwenhuizenJongen BV, VenloAannemersbedrijf Jongen Geldrop BV, GeldropRSTE ZObesteden wij steeds aan Uw totalebeplantings-lijsten van bomen envaste planten.Wij werken en leveren door het heleland. Op aavraag sturen wij u onzekatalogus. Ook doen wij Uvrijblijvend ofFerte.Als U onze kwekerijen wilt bezoeken,bel ons dan vooraf.BOOM- EN VASTE?LANTENKWEKERSReyerskoop 281,2771 AK BoskoopTel. 01727-2549, 3823Vakaturemgemeente bredaHERHAALDE OPROEPBij de afdeling Stedebouw van de dienst van Openbare Werken bestaat de vacature vanhoofd (m/v)van het juridisch-administratief bureauTot de taken van het bureau behoren de juridische en administratieve begeleiding van deruimtelijke ordeningsaktiviteiten in de meest brede zin, waaro,nder:? ontwikkelen van bestemmings- en regelingsmethodieken afgestemd op de onderscheidenestedelijke gebieden;? voorbereiding van college-, raads- en commissievoorstellen;? adviseren naar diensten/bedrijven en afdellngen binnen het gemeentelljk apparaat.De taak van het bureauhoofd zai zich enerzljds rlchten op de algemene leiding van het bureau(coordinatie, werkverdeling, en Inhoudelljke begeleiding) en anderzijds op het daadwerkelijkdeelnemen aan de uitvoering van de taken van het bureau, waaronder het stimuleren van en eenbijdrage leveren aan de ontwikkeling van bestemmings- en regelingsmethodieken (planologischinstrumentarium).Vereisten:? een juridische dan wel een HBA-opleiding met ruime ervaring op het gebied van deruimtelijke ordening;? leidinggevende capaciteiten;? leeftijd minimaal 30 jaar. ' ' . :Salaris:Salaris tot maximaal f 5.139,- bruto per maand (maximum van schaal 10a).In het kader van het streven van het college van burgemeester en wethouders tot een betereverdeling van leidinggevende functies worden vrouwen uitdrukkelijk verzocht te solliciteren.Een psychologisch onderzoek kan deel uitmaken van de selectieprocedure.Belangstellenden worden verzocht hun sollicitatiebrief binnen 1 maand na het verschijnen vandeze oproep te zenden aan de directeur van de dienst van Openbare Werken, Wilhelminapark 27,4818 SL Breda, onder vermelding van vacaturenummer 84-01.H.vanAsi:hB.V.Aannemings-en TransportbedrijfGrondwerken -- Rioleringen -- Drainagewerk -- Sloopwerken. Bestratingen -- Renovatiewerk -- Bouwrijp maken terreinen^^ . ,--, Verhuur van qrondverzetmachines ^_^ .jK_^ Industrieweg 37, 3762 EH Soest JB[_AM m Tel. 02155-1 1816, 13185 M mjf liHUYN/LLL MULTIPANEL(\Kwaliteit verloochent zich nooit...Ofhet nu om een uitstekende wijngaat, ofom plaatmateriaal; je betaaltmisschien lets meer, maar het resultaatis er ook naar!Een goede wijn herkent men aan hetjaar op het etiket.Hetjaar, waarin hij met veel traditieen vakmanschap wordt bereid.En daar is de overeenkomst metBruynzeel plaatmateriaal, wat nu alzo'n 45 jaar met dezelfde traditie envakmanschap wordt gemaakt.45 Goede jaren, waarvan de laatste ineen volledig gemoderniseerde fabriekin Zaandam, waardoor er nog beterrekening kan worden gehouden metde specifieke wensen van deopdrachtgever.Ofhet nu gaat om superlicht materiaalbestemd voor snelle wedstrijdjachten,ofom uitgekiend plaatmateriaalspeciaal voor koelcellen.En over kwaliteit kunnen we kort zijn.Sinds Bruynzeel in 1939 begon methet vervaardigen van speciaal triplexen multiplex zijn er meer dan30 000 000 platen van onze persengekomen. Dan mag je gerust overervaring spreken nietwaar?Op die ervaring berust onze garantie!(Die niet van de laatste tijd is, wantjaren geleden garandeerden wij onzespecialiteiten ook al voor 10jaar!Bruynzeel plaatmateriaal is duurzaamen betrouwbaar, omdat het:Altijd een kombinatie is van eenkwalitatiefzeer goede hardhoutsoort- de dikte van de fineerlagen - delijmverhouding en kwaliteit van delijm en - last but not least -De volldige beheersing van hetproduktieproces.EEN ECHTE "KENNER"ZIET HET AAN HET JAAR!BonU kunt mij vrijblijvend uitvoerigedokumentatie toezenden over Uwprodukt(en)Naam:Funktie:Naam bedrijf:Straat:Postkode:Plaats:Telefoon:^.>' Stuur deze coupon in een dichte enveloppe, wonder posuegcj naarBruynzeel Multipanel BV, antwoordnummer208 Zaandam,Bruynzeel Hechthout?, Suprahecht?,Montaplex? Montaplex? brandwerend,Montaplex? sandwichpanelen,Multipaint?, Interpaint?, Betonplex -Super, Betonplex? economy, Decora',Bruynzeel tri/multiplex en standaard-plaatmaterialen, Antisone?.Bruynzeel multipanel bv,Postbus59,1500EB ZaandamTelefoon: 075 - 542103 - 542259- 542286 - 542334 - 542589U vindt onze technischegegevens ook in het NBD-systeem,onderSfB kodes: (41)R. Gevelbeklcdingen, sandwichpiaten, hout(4I)RiO,Geveibekledingen, platen, houH'42),Wandafwerking, binnen Eb, Bekistingsmateriai^n, bclonlriplex Ri4, Platen, meubelplaat Ri4, Platen, Multiplex, triplex Rj7, Platen, spaanplaat, gefineerd Ti5, Fincor.IIACTUELE INFORMATIEover energiebesparing In gebouwde omgevlngHoge energiekosten hebben een ongunstigeffect op de woonlasten van de bevolking en deexploitatieresultaten van bedrijven. Daarom ishet van belang dat energiebesparende vindingensnel doorstromen naar hen die met ditmaatschappelijk probleem wordengeconfronteerd: overheidsdiensten, beleggers,woningbouwverenigingen, architecten,aannemers, bouw- en installatietechnici enz.In 1981 is het Nationaa! Programma RationeelEnergiegebruik Gebouwde Omgeving (REGO)gestart. De overheid heeft hiertoe aanzienlijkefinanciele middelen vrijgennaakt.Het REGO-programma maakt deel uit van hettotale nationale besparingsonderzoek.Dit laatste wordt voor een belangrijk deelbeheerd en gecoordineerd door ProjectbureauEnergieonderzoek (PBE) in opdracht van hetministerie van Economische Zaken.In het kader van het REGO-progrannmaverschijnen regelmatig publikaties overenergiebesparing in woningen, gebouwen en deruimtelijke ordening. Doel van de reeks is hetgeven van ruime bekendheid aan nieuweinzichten en de laatste stand van kennis enervaring op dit gebied. Daartoe wordt het feiten-materiaal overzichtelijk en leesbaargepresenteerd in boekjes van maximaal40 pagina's (inclusief illustraties).Aldus verschaft de serie uiteindelijk eenwaardevol overzicht van de laatste stand vanzaken m.b.t. energiebesparing op basis vanstedebouwkundige-, bouwkundige- eninstallatietechnischemaatregelen.Deze serie boekjes vormt onderdeel van eenbreed opgezette kennisoverdracht. Hiertoebehoren ook nog andere publikaties, overonderzoeksprojecten die bijdragen tot dedoelstellingen van het REGO-programma.Zo werd in 1983 gerapporteerd over o.m.energiebesparende maatregelen in eenbestemmingsplan van 4000 woningen voorDronten-Zuid. Ook werd een aandachtspunten-lijst Energiebesparing en Ruimtelijke Ordeninguitgebracht en toegestuurd aan alle Nederlandsegemeenten.Lezingen, symposia, deelname aan vakbeurzenen werkbezoeken aan praktijkexperimenten e.d.maken deel uit van de kennisoverdracht.Inmiddels werden een drietal REGO-publikatiesuitgebracht:Minimum-energiewoning in de socialewoningbouw/Een voorbeeld: Woningbouw-project te Schiedam;Energiebesparing en Ruimtelijke Ordening;Het wind-warmte concept/Een voorbeeld:Woningbouwproject te Huizen.In 1984 zai over de volgende projecten wordengerapporteerd:energiezuinig levaluatie van praktijkexperimenten metwoningen met luchtverwarming, warmte-terugwinning en beheerste ventilatie.nieuwbouw in stadsvernieuwingsgebiedenrenovatie vooroorlogse woningenrenovatie naoorlogse woningenBelangstellenden kunnen REGO-publikaties(Kosten: f 9,50 per exemplaar) ontvangen doorOndergetekendeFunctieAdresPostcodeWoonplaatsWenst alle reeds verschenen en nog te verschijnenREGO-publikaties te ontvangen de REGO-publikaties te ontvangen over devolgende onderwerpen:Deze bon zenden aan:Nederlandse Public Relations MaatschapAntwoordnummer 7922500 ZH Den HaagIIISchilder-, glas-, isolatie-,straal- en konstruktiewerk.Betonreparatie enafwerking.I Iiir Eemskanaal NZ 239934 RD DelfzijITel. 05960-13882H. Westerstraat 299665 AM Oude PekelaTel. 05978-18818Verbeter uw reputatie nog meer,bouw gezond en harmonisch metSEKOeen gebakken isolatiesteen van"groot formaat". De welkome hulpvoor uw probleem.De steen die een behaaglijk woon-klimaat garandeert,D licht is,n isolerend, ademend, geringe vioerbelasting, besparend op vele fronten,D natuurlijk,D warmte accumulerend,D snel drogend,n nieuw op de nederlandse bouwmarkt,kortom de steen met het antwoordop de vraag van morgen.Bel of schrijf voor meerinformatie:FIMON? - isolatiesteenfabriekHijikema bvweg naar den dam 1 -59932 GA delfzijitel. 05960-24848viditel p. 4040268BVAannemingsbedrijf v/hGebnThomassimbehorend tot de verenigde dura bedrljven b.v.Voor de bouw van scholen, kantoren,openbare gebouwen, woningen,gymnastieklokalen en sporthallen,en voor renovatie van woningen.lMm^WUIfABeursstraat 9, postbus 877,7550 AW HengeloTelex 44211 dura nlTel.074-423BD5IVVEXMA-MOOK VERWERKT AL SINDS 1917GIETASFALT.^E)(M4'MOOt(vioertechniekVandaag de dag ook op parkeerdaken,galerijen en bedrijfsvloeren,in wegen- water- en zuurbouw.Bel nu voor vrijblijvende informatie.Postbus 3, 6585 ZG Mook, tel.: 08896-1845./{ITMs \ van hout ismakenwehetMet zo'n 50 vakmensen en een flexibele organisatie, al50 jaar, voor:Kozijnen, deuren, trappen, exclusief- en restauratietimmer-werk. Gevelvullende elementen, dakpanelen, dakpanelen enh.s.b.-elementen. Onder KOMO-keur en met 10 jaar garan-tie.Ook: Bouwen in HOUTSKELET- of traditioneelsysteem. Uit-voering van isolatie- en renovatie-werken.Aangesloten bij de stichting G.I.W.Technisch en commercieel optimaal, al vanaf de ontw/erp-fase.Vraag vrijblijvend 'n konkurrerende offerte!TIMMERFABRIEK BOUW- EN AANN.MIJ.VAN VLIET B.V. VAN VLIET B.V.specJaiisten in houtbewerkingPostbus 2, 4233 ZG AmeideTelefoon 01836- 1544*/VAKUUM-installatiesvoor hetverleggen van:? Halfsteens-verband? Keper-Elleboog-verband? Zeskant-tegels? Tegels 30 X 30 cm? TrottoirbandenAlles te monteren aan mobielekraantjes, sleuvengravers enz.Prijzen en technische gegevens op aanvraag.GSN TECHNIEK BVWINKELERZAND12,1731 LZ WINKELTEL.02244-4099 TELEX 41606Fa.AdnvanEssen&In.OftdenAmd ^emi^cUU \^i^^^"^''Timmer- enaannemingsbedrijfTel. 01864-1541M&'LH:r;TT:vf-TT.v;TTyVAAAAittWfiiASSfiAAAAVerkoop van o.a.doe-het-zelf voorzetramenveiligheidsglas tegen inbraakthermopaneglas-in-lood enz. enz.autolakkenschoonmaakartikelenook voor al uw schilderwerkenDobbelmannweg 148,telefoon 080-568170,b.g.g. 550043centrale verwarming - klimaatbehandelingbedrijfs- en sanitairtechnische installatieskoud-, warmwater- en gasvoorzieningenservice en onderhoudoptimalisering en energiebeheerutiliteitrenovatiewoningbouwbijzondere projektendeems verwarming h.v.DUIVEN VLISSINGEN1 Holland 16 Singel 1546921 GW Duiven 4348 LR VlissingenPostbus 58 Postbus 3666920 AB Duiven 4380 AJ VlissingenTel.: 08367-2444 Tel.: 01184-13028BREDA GRONINGENSpinveld 4 Koningsweg 274815 HS Breda 9731 AP GroningenPostbus 3258 Tel.: 050-4175244800 DG Breda Telex 53570Tel.: 076-226560aquatkerm groep b.v.STAATUOPKWALITEIT?DE CONIJN-VLOEREN ZIJN ER OPBEREKEND.Conijn heeftsinds 1840z'n specialisme: een kompleetprogramma kwaliteitsvloeren.Conijn is op vioerengebied eenbegrip. Kenmerkend is de hogekwaliteit en het vakmanschapin het leggen en aanbrengenvan de vioeren en konstrukties.Conijn, als goedevioeren een vereiste zijn,In talloze situatieszijnConijn vioerkonstrukties demeest duurzame en meestmooie opiossing. Jaar in jaaruit heeft U zonder veelonderhoud een prachtigenatuurlijke vioer.Conijn, keus in vioeren.Klassiek parket, coparblocks,strokenvioeren, lamelparket,kops-houtenbedrijfsvloeren, kops-houten dekoratievevioeren, sportvloeren, objectenparket.mm 1rs9f/A ^1'!I11. ?W/W7/ 'CONUNConijn vioeren zijn ideaalbij nieuwbouw, verbouw enrenovatie. Het uitgebreideprogramma stelt U in staatprecies die vIoer te kiezen, diehet best voor U geschikt is.Conijn geeft U daarbijgraag advies.Een topper van Conijn: sportvloerenOp dat gebied zijn Conijn vioerenoverbekend. Met name de schok-absorberende vlakverende - en punt-elastische vioersystemen. In het geheleland liggen ze. Tot voile tevredenheid vantienduizendenenthousiastegebruikers inderecreatieve sektor zowel als in de topsport.Vraag Conijn om advies.Precies afgestemd op uw wensen eneisen. Met daarbij natuurlijk een begroting.Een begroting die u best wel eens mee zoukunnen vallen.Postbus 156, 1800 AD Alkmaar,Telefoon (072) 157114, Telex 57793.VIIngenieursburo's Weg- en waterbouwvan den bergbouwkundig adviesburo"A" Konstruktieve begeleidingbij het bouwkundig ontwerpvan nieuwbouw en renovatie.w Berekenen en tekenen vandiv. konstrukties voor be-stek en uitvoering.w Bestekomschrijvingen enbegrotingen.K Toezicht bij hei- enbetonwerk,bouwkundig adviesburo j. van den berg b.v.otto hahnstraat 723069 kv rotterdamtelefoonOIO-219033CARPAVE voor'n stroef en stabielwegdekVoordelenMet CARPAVE voorkomtU spoor- en ribbelvorming,scheuren, stopstrepen en"stripping" (loslaten vande bitumenhuid van desteen)- Zelfs bij nat weerblijft het wegdek stroefmet CARPAVE. Bovendienneemt het gemakkelijkvocht op, zonder bij vorststuk te vriezen,CARPAVE is bestand tegenvorstbestrijdingsmiddelenSamenstellingCARPAVE is flexibel genoegom de zettingen van deondergrond te volgen. Doortoepassing van gebrokennatuursteen, zand en vloei-bitumen is CARPAVE zowelflexibel als stabiel-Voor blijvende markeringvan b.v. parkeerterreinenis CARPAVE ook in kleurleverbaar.De folders liggen voor Uklaar, bel even!Koudasfalt bvTelefoon 01820-24344Gouderaksedijk 34 Postbus 377 2800 AJ GoudaIsolatieTIENJAARVERZEKERDEGARANTIEOPFRANKENGIASWat betel^IRAMENHet systeem VARTAN 50Zowel enkel- alsdubbelglas toepasbaari IPVC (VESTOLIT? BAU van Huls AG)van 50 mm: sterk en slank.Meerkomer profielen met eenbouwdiepte.PVC vensterbanken iRiSpeciale witte pro-fielen voor eengoede, strakkeafwerking aon debinnenzijdeHet erker-profielAlle hoeken tussen 110? en 1 70'zijn mogelijkHet hoekprofiel is vervaordigdvon hetzelfde sterke PVC alsalle ondere profielen.1^EPDM rubberEPDM dichtingen ocnbuiten- en binnenzijdeKamers voor metalenversterkingsprofielennoodzakelijk bij grotereraamafmetingen.Kamer vooreventuele metalenversterkingsprofielen.AfzenderNoamStrootPlaatsTel.D Gaarne ontvang ik meer gegevensover kunststof-ramen en deurenD Ik verlang bezoek van Uw adviseurDRUKWERKA. G. M. Hofte B. V.de Cuserstraat 91081 CK Amsterdam Zihijid2sriangs afknippen X>^IRAMENVertegenwoordigervoor Nederland:nbfteTechnische Agenturen b. v.de Cuserstraat 91081 CK Amsterdam Zuid 2Telefoon (020) 444551Telex 14334Bouw- en aannemingAANNEMERSVANGRONDSTRAAT- EN RIOLERINGSWERKENGraaf&ZoonBv.Technische installatiesONTWERPAANLEGONDERHOUDvan??aMTUAlfA00 Vi00^^^((?TECHNICA DEVENTER b.v.Gegarandeerde storingsbehandeling binnen 24 uur na melding.Reparatie van alle fabrikaten m eigen werkplaats.RenovatieHoofdkantoor: 7417 AA Deventer, Berkelweg 12, tel. 05700 - 31000J.F. Buynink BVAannemingsbedriifRENOVATIE VERBOUWNIEUWBOUW ONDERHOUDSWERKCommandeurskadelS, 3155 AC MaaslandTeI.01S99-17621IXK XK X>Specialist in sierbestrating, grondwerken en riolering,renovatiewerk, asfaltwerken en onderhoudswerken.Gebr. Schaufeli-Wegenbouw BV-id VAGWW'achtlaan 208, 7312 CL Apeldoorn Westenenkerweg 70, 7335 CZ Apeldoorn.' f^ ; -j.,.8933 AJ. LeeuwardenAchter de Hoven 2aTel. 058-129809Prive: 058-886107IsoRockBVSpouwmuurisolatie Thermopanedaken, vioeren, beglazing,en renovatieprojektentotalewoningisolatieCfflSC^ steenwol ia :^'v^A^WONINGBOUTIUTEITSBOUWRENOUGROOONDERHOU>tfEAANNEMERSBEDRIJFKAPELWEG 26aPOSTBUS 26816401 DD HEERLENTEL045-722283*NITechnische- of organisatorische problemen, bij isolatie of grootonderhoud ... ? Wij lossen ze voor U op.Ook advisering, ontwikkeling, kalkulatie, coordinatie en direktie-voering, maakt deel uit van ons programma.Ook voor nieuwbouw en renovatie.alphaplan bv.bouwburobel 01720-3 41 34ondernemingsweg 16 - 2404 hn alphen a.d. rijnOrgaan van hetNederlands InstituutvoorRuinitelijke Ordeningen Volkshuisvesting l?jstedebouw en volkshuisvesting65e jaargang September 1984Redacrie:Ir. R.M.Th. AdriaansensDrs. H.J.M. van AlphenMr. R. BekkerDrs. A.J. van der BurgDr. H. van der CammenDrs. L.G. GerrichhauzenMr. ir. A.W. HartmanIr. J. HeelingIr. K.R. de PoelProf. J. RothuizenMr. A.M. Schaap-DubbelboerRecensieredacteur:Drs. H.J.M. van AlphenTelefoon 070-602775Redactie, administratie enpublikaties ter recensie:Van Speykstraat 252518 EVDen HaagTelefoon 070-469652Postgironummer 29080Richtlijnen voor auteurs:Auteurs van artikelen enboekbesprekingen kunnendesgewenst op het redactie-secretariaat een exemplaar van de'Richtlijnen voor auteurs'aanvragen.Uitgave van:Samsom Uitgeverij bvAlphen aan den RijnAdvertentie-acquisitie:voor personeelsadvertenties:Postbus 42400 MA Alphen aan den Rijntelefoon 01720-62191voor produkt-advertenties:Postbus 4642400 AL Alphen aan den Rijntelefoon 01720-75257Opdrachten en materiaal wordenvoor de lOe van de maand,voorafgaande aan de maand vanverschijning, ingewacht.Losse nummers / 12,--ISSN 0039-0879InhoudDenkraam336 Ruimtelijk beleid op vier bestuursniveaus. mr. Elise C.A.M. BootArtikelen337 Groeikernen en groeisteden in Nederland, redactie338 Groeikernen- en groeistedenbeleid, mevr. ir. E. Brandes,ir. H. Leeflang en mevr. ir. C.E. van der Werf-Zijlstra347 Milieu en verstedelijking, drs. P.W.M. Veelenturf356 Enkele te verwachten ontwikkehngen in de ruimelijke planning,prof. dr. J. Buit359 Crisis? redactie360 Planologie: een modeme wetenschap? ir. W.D. van Dansik enir. J.G. de Graaf365 De economische ontwikkehngen in de stad en de waarde van destadsrand. prof. dr. B. Kruijt369 Rommelzones, planologie in de marge? R. Peters, H.J. Proper enJ.A. Wezenaar374 Wind- en zonne-energie en ruimtelijke ordening, drs. P. Nijhof377 In Planologenland, H. van der Cammen379 AROB-trends. de praktische konsekwenties van de jurisprudentie,mr. dr. A.H.A. Lutters383 Nieuwe publikaties387 Nieuws van de Raad van Advies voor de Ruimtelijke Ordening.389 Nieuws van de Raad voor de Volkshuisvesting390 Naoorlogse woningcomplexen in problemen,prof. dr. ir. H. Priemus391 Mededelingen NIROV393 Mededelingen PRO394 AankondigingenDit nummer,vangt aan met het eerste in een serie artikelen, gewijd aanhet groeikernen- en groeistedenbeleid in ons land. Een his-torisch overzicht van het rijksbeleid terzake, waarbij metname de plaats in het totale ruimtelijk beleid wordt aange-geven.Door de Rijksplanologische Dienst werd een studie verrichtnaar de effecten van een viertal verstedelijkingsvarianten ophet milieu van de Randstad. De resultaten zijn vermeld inhet tweede artikel.Welke kant gaat het uit met de ruimtelijke planning en deplanologie? Twee auteurs presenteren hun - onderling sterkverschillende - visie. Is er werkelijk sprake van crisis in hetvakgebied? De redactie nodigt lezers uit hun mening hieroverte geven.De waarde van de stadsrandzone staat centraal in de volgen-de twee bijdragen.Het nummer besluit met de gebruikelijke vaste rubrieken.Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1984 335Denkraam'Ruimtelijk beleid op vier bestuursniveausIn de discussie die in Nederland gevoerd wordt over eengecoordineerd ruimtelijk beleid wordt onderscheid ge-maakt tussen wetgevingscoordinatie en beleidscoordina-tie, tussen horizontale en verticale coordinatie, als ook iser sprake van andere coordinatiemechanismen, waarbijverticale en horizontale coordinatie als het ware in eenbesluit gebundeld worden, zoals bij de "operationelegebiedsaanwijzing".Deze discussie is dit voorjaar o.a. gevoerd bij de behan-deling van de wijziging op de Wet Ruimtelijke Ordeningin de vaste Commissie Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening van de Tweede Kamer. Het valt mij op, dat indeze discussies het Europese bestuursniveau de "groteonbekende" blijkt te zijn. Wat aan wetens- en beleids-waardigs wordt gezegd over de (concept) "Spelregels voorruimtelijk relevante wetgeving" (kamerstuk 14.899, nrs.10 en 11), gaat m.i. ook op voor het Europese wetgevings-en beleidsniveau.Daarom, dat ik in dit Denkraam het kader voor hetruimtelijk relevant beleid graag wat wijder trek. Ik doe ditmet des te meer overtuiging, omdat in net Europees Parle-ment recentelijk een rapport over een Europees schemavoor de ruimtelijke ordening is aangenomen: rapportGendebien (Zittingsdocument 1-1026/83). In feite gaatdit rapport in op de "tweesporigheid" van besluitvorminginzake de ruimtelijk relevante wetgeving t.w. wetgeving ophet gebied van ruimtelijke ordening en sectorwetgeving.De Europese Gemeenschap lijkt in eerste instantie nietbevoegd te zijn ten aanzien van de ruimtelijke ordening instrikte zin, zoals ruimtelijke planning, aanwijzingsbe-voegdheid, edgl., maar is wel degelijk bevoegd op hetterrein van de sectorwetgeving. Belangrijke voorbeeldenzijn structuurmaatregelen op het gebied van landbouw,bosbouw, vervoer, zeehavens, toerisme. Ook is in de loopder jaren Europese wetgeving ontwikkeld op het terreinvan het regionaal beleid en het milieubeleid. Deze tweeterreinen vertonen in het bijzonder raakvlakken met hetruimtelijk beleid.De argumenten, die op nationaal niveau geleid hebbentot het samenvoegen van ruimtelijke ordening en milieu-beheer binnen een ministerie gelden op Europees niveauevenzeer. De hoofdpunten van het beleidsgedrag bij ruim-telijke ordening en milieu lijken steeds nauwer bijeen tekomen. Verdeling tussen emissie en immissie dwingt toteen specifiek spreidings- of concentratiepatroon. We heb-ben hier zonder meer te doen met ruimtelijke problemen.Tegenwoordig wordt heel zorgvuldig bekeken waar be-paalde emissies nog wel toelaatbaar zijn en waar niet.Daarmee ontstaat een zonering van het grondgebied, wel-ke nogal verschilt van het ruimtelijk beleid, dat enigedecennia geleden werd ingezet. Voorts is duidelijk, datplaatsing van kerncentrales en kolencentrales afstemmingop Europees niveau behoeft. Daarom wordt op Europeesniveau thans wetgeving uitgewerkt inzake verplichte bi-laterale of multilateral consultatie.De relatie tussen het regionaal beleid en het ruimtelijkeordeningsbeleid verschilt van land tot land. Hoezeer ikook het Europees regionaal beleid als wezenlijk onderdeelbeschouw van het algemeen economisch beleid, ook daarzijn de verbindingslijnen naar ruimtelijk beleid waar tenemen. Denken we aan het na te streven "globale regio-nale evenwicht".Het "coordinatievereiste" van het Europees regionaalbeleid speelt een heel eigen rol. Bij de jongste herzieningvan de basisverordening voor het Europees Fonds voorRegionale Ontwikkeling, dd. 19-6-84 (Publikatieblad vande EG, nr. L 169 van 28 juni 1984) is dit coordinatiever-eiste voor het eerst wettelijk vastgelegd. Coordinatie tus-sen communautaire beleidsvormen met regionaal effect,coordinatie tussen het Europees regionaal beleid en datvan de lidstaten. In dit laatste geval met name coordinatievan de financiele incentives in het kader van het regionaalbeleid. Van het begin van de Gemeenschap af kennen wewel in het EEG-verdrag vastgelegde beginselen voor coor-dinatie van de algemene steunmaatregelen met regionalestrekking van de lidstaten. Hier gaat het vooral om eencoordinatie uit concurrentieoverwegingen.Als ik nu eens even mag teruggrijpen naar in Nederlandgangbare definities voor de ruimtelijke ordening, dankunnen we ons heel best vinden in de in 1971 door deCommissie-Van Veen gegeven definitie van "Het zoekennaar en het tot standbrengen van de best denkbare weder-kerige aanpassing van ruimte en samenleving, zulks ter-wille van die samenleving". Ruimtelijk beleid en ruimte-lijke planning dienen uiteindelijk alle sectoren van desamenleving in samenhang te omvatten. Steeds opnieuwzal daarom de Minister voor Ruimtelijke Ordening be-klemtonen ,,coordinerend Minister" te zijn.In de portefeuilleverdeling bij de Europese Commissiekennen we momenteel wel de portefeuille "coordinatievan de (structuur)fondsen", nog niet echter die van "co-ordinatie van ruimtelijk beleid". In Nederland valt diebevoegdheid van horizontale coordinatie aan het ruimte-lijk beleid niet te ontkennen. Wat de verticale coordinatiebetreft, de afstemming van plannen en beslissingen opverschillende beleidsniveaus, tekent zich een nieuwe ont-wikkeling af. Aansluitend hierop zou ik gaame sprekenvan "vier beleidsniveaus": Gemeente, provincie, rijk enEuropese Gemeenschap. En wel om twee redenen:a) beslissingen op rijksniveau zijn meer dan wij denkengedetermineerd door EG-wetgeving;b) de coordinerende werking die uitgaat van Gemeen-schapsbesluiten op besluiten in de Lidstaten.Wanneer de spelregels voor verticale coordinatie in hetruimtelijk beleid wettelijk zullen worden verankerd is hetvan belang de invloed van de gemeenschapswetgevinghierbij te betrekken. Daarbij verdient in het bijzondergekeken te worden naar de regio als coordinatiepunt voorregionaal beleid en naar de wisselwerking tussen door deGemeenschap gestimuleerde "gei'ntegreerde regionaleontwikkelingsprogramma's" en het ruimtelijk ordenings/regionaal beleid van de hdstaten.Hopenlijk heb ik in bovenstaande duidelijk gemaakt,dat ik in het bijzonder pleit voor instelling van de porte-feuille "Ruimtelijke Ordening, milieu en regionaal beleid"bij de Europese Commissie. Het liefst met ingang van1 januari 1985! Elise Bootlid Europees Parlementlid van de commissie Regionaal beleiden Ruimtelijke Ordening336 Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1984Groeikernen en groeistedenin Nederlandinhoudsbepaling en vormgeving op nationaal, regionaal en lokaal nivoVan de redactieIn dejaren 1981 t/m 1983 is in het tijd-schrift Stedebouw en Volkshuisvestingeen reeks artikelen verschenen over stads-vemieuwingsprojecten onder de verza-meltitel "Nieuwe Stedelijkheid", die ont-leend was aan het thema van een lustrum-tentoonstelling van de BNS in 1981.Met het pubhceren van die reeks werdingespeeld op een reeds lang bestaandebehoefte van redactie en lezers van hettijdschrift om meer aandacht te schenkenaan stedebouwkundige ontwikkelingen,met een accent op de stedebouwkundigevormgeving.De reacties welke de redactie hebben be-reikt naar aanleiding van de reeks "Nieu-we Stedelijkheid" hebben doen uitziennaar een thema dat er zich toe leent omeveneens in een reeks artikelen op basisvan verschillende voorbeelden en met tus-sentijdse vergelijking en evaluatie van dievoorbeelden te worden behandeld. Daar-bij is de keus gevallen op een aantal voor-beelden van z.g. groei-steden en/of groei-kernen, tegen de achtergrond van hetrijksbeleid dienaangaande en in het kadervan de regionale ontwikkelingen waarinzij passen.In dit nummer van Stedebouw en Volkshuisvesting gaat een nieuwe serie artikelen vanstart, die gewijd zal zijn aan de achtergronden en de uitwerking van het groeikernen- engroeistedenbeleid.De groeikernen en groeisteden worden daarin niet alleen bezien vanuit de gezichtshoekvan hun betekenis voor het ruimtelijk beleid op nationaal en regionaal nivo, maar tevensals milieus, waarin zich bij uitstek de opvattingen omtrent samenstelling, inrichting envormgeving van nieuwe woongebieden op pregnante wijze afspiegelen.Opzet van de reeksDe nieuwe reeks wordt in dit nummeringeleid met een artikel waarin de gedach-ten die sinds dejaren zestig aan het rijks-beleid met betrekking tot de groeikernenen groeisteden ten grondslag hebben ge-legen worden uiteengezet. In een vervolg-artikel zal in het oktobemummer wordeningegaan op de effectuering van dat be-leid tot nu toe en op de beoogde verdereontwikkeling in het kader van het ruimte-lijk beleid zoals dat in de Structuurschetsvoor de Stedelijke Gebieden 1983 is bij-gesteld.Na deze algemene inleiding zullen degroeikernen zelf en hun betekenis in re-gionaal verband aan de orde komen. Hettotale aantal groeikernen (15) en groeiste-den (6) is echter te groot om alle afzon-derlijk in de reeks te behandelen. Er isdaarom gekozen voor een selectie: perregio (resp. Noord-Holland, het stadsge-west Den Haag, Rijnmond, Utrecht enomgeving, alsmede groeisteden elders inden lande) zullen telkens twee of drie arti-kelen verschijnen gewijd aan naar vormen inhoud duidelijk verschillende voor-beelden. Deze worden gevolgd door eenartikel waarin de betekenis van het groei-kernenbeleid voor de regionale ruimtelij-ke ontwikkeling zal worden geevalueerd.In die regioartikelen zal tevens aandachtkunnen worden geschonken aan groeiker-nen of -steden binnen de regio waaraangeen afzonderlijk artikel kon worden ge-wijd.Het Hgt in de bedoeling, dat alle artikelen- zowel op nationaal, regionaal als lokaalnivo - een drietal vragen zullen behande-len, namelijk:- welke ideeen lagen aan de opzet tengrondslag?- hoe verhep (c.q. verloopt) de verwer-kelijking?- wat zijn de verwachtingen omtrent detoekomst?Bij elk van die vragen gaat het de redac-tie niet slechts om de maatschappelijkebeweegredenen en het daaruit resulteren-de programma, maar vooral 66k om dewijze waarop daar ruimtelijk aan is vormgegeven.De reeks zal te zijner tijd worden afgerondmet een samenvattende evaluatie opgrond van een samenspraak van de au-teurs met andere betrokkenen. Verwachtwordt dat uit deze evaluatie inzichtenkunnen worden verkregen die ook voorandere stedebouwkundige opgaven dande groeikernen van belang zijn.Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1984 337Groeikernen- engroeistedenbeleidals onderdeel van het nationaleverstedelijkingsbeleid 1960- 1984 ^^^OQyS>mevr. ir. E. Brandes*ir. H. Leeflang*mevr. ir. C.E. van der Werf-Zijlstra*InleidingIn dit artikel willen we - met de naoor-logse rijksnota's over de ruimtelijke orde-ning als uitgangspunt - de inhoud en deachtergronden van het groeikernen- engroeistedenbeleid uiteenzetten.Het moge duidelijk zijn dat de inhoudvan deze nota's niet op zich staat, maarresultante is van het planologisch denkenin de verschillende tijdsperiodes zowel inde vakwereld als in de wereld van beleids-voerders.We bekijken in hoofdzaak hoe dit den-ken in de verschillende - in dit kader rele-vante- rijksnota's is samengevat en geleidheeft tot de ruimtelijke concepten en in-richtingsprincipes die van belang zijn ge-weest voor het beleid.De Nota Westen des Lands (1958)De eerste ruimtelijke ordeningsnota vanhet rijk waarvan - zo blijkt achteraf - zosterke invloed is uitgegaan, dat deze ook* Afdeling Stadsvorming van de Rijksplano-logische Dienst.In dit artikel wordt een historisch overzicht gegeven van het niimtelijk beleid op nationaalnivo, voorzover dat de achtergrond vormt van de ontwikkeling van de groeikernen engroeisteden: welke hoofdlijnen zijn te onderkennen, weike planologische beginselenlagen eraan ten grondslag, welke invloed is uitgegaan van meer tijdgebonden opvattingenen verwachtingen.In een tweede artikel, in het oktobernummer, zal worden ingegaan op de effectuering vanhet groeikemenbeleid: wat is er feitelijk tot stand gekomen en welke gedachten levenanno 1984 bij het rijk omtrent de toekomst van de groeikernen en groeisteden.nog in het huidige verstedelijkingsbeleidmerkbaar is, is de Nota Westen desLands. Deze is in 1958 gepubliceerd enheeft een planperiode tot 1980. Verwachtwerd dat de Nederlandse bevolking in dietijd met zo'n 2,5 miljoen inwoners zoutoenemen tot 13,5 miljoen. Het westenvan Nederland, dat ca. 1/5 deel van Ne-derland beslaat moest de helft van detotale bevolking herbergen. In de Rand-stad (1/20 deel van de totale Nederlandseoppervlakte) zou de bevolking dan met1,5 miljoen inwoners toenemen tot 5,5miljoen. Deze bevolkingsverwachtingengaan samen met hoge economische groei-verwachtingen, die - zo wordt gesteld - inde plan-periode en aanzienlijke toestro-ming van overig Nederland op West Ne-derland teweeg zuUen brengen.De opstellers van de nota gaan uit van eenrandstedelijk concept opgebouwd uit degrote stedelijke conurbaties van Amster-dam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag;een concept dat al in 1933 door Plesmanvan de KLM was gelanceerd. Tezamenvormen deze conurbaties een miljoenen-agglomeratie, vergelijkbaar met buiten-landse miljoenenagglomeraties, zich ech-ter onderscheidend door een, als zeer gun-stig gekwalificeerde structuur: een uit-eengelegde structuur, gevormd door eenkring van grotere en kleinere agglomera-ties elk met een eigen centrum (de"Ring"), rondom het HoUands-Utrechtsweidegebied (het "open middenge-bied").Als voordelen van deze structuur wor-den aangegeven de polycentriciteit, goedeverbindingen, en recreatiegebieden op re-latief geringe afstand van de woonplaat-sen. Men zet zich uitdrukkelijk af tegen de"onweerstaanbaar" uitdijende buiten-landse miljoenenagglomeraties en zichdaar aftekenende congestieverschijnse-len. Geconstateerd wordt dat de groteagglomeraties op de ring in versnellendtempo verdichten.Het ruimtelijk toekomstbeeld, dat ont-wikkeld wordt is erop gericht de gedecen-traliseerde structuur van de Randstad zo-veel mogelijk te handhaven. Het is hetbeeldvan een gelede stedelijke ring rondeenopen middengebied (afb. 1). Om dit beeldte bereiken wil men:- behoud van de centrale open ruimte,door geen overloop vanuit de grote agglo-meraties naar het middengebied toe testaan;- behoud van de geleding van de stede-lijke ring, door de omvang van de grotekernen te beperken (8 km doorsnee vanhet stadslichaam wordt als een maximumbeschouwd) en door het bewaren van338 Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1984groeikernen- en groeistedenbeleidonderlinge afstanden van ca. 4 km;- opvang van overloop in bestaandemiddelgrote steden op de ring, danwel innieuwe steden van ca. 100.000 inwonersbuiten de ring, op ca. 15 km afstand van degrote agglomeraties;- expansie van deze nieuwe steden inbuitenwaardse richting, om de centraleopen ruimte niet aan te tasten.Een blik op de kaart bij deze nota (afb.2 op biz. 340) leert, dat verscheidene van detoenmalige z.g. "overloopkernen" nu noggelden als "groeikernen". Met nameHoom, Lelystad, Almere, Nieuwegein;andere zijn verschoven of inmiddels doorandere lokaties vervangen: Markerwaard,Zeewolde, Weesp, Wilsveen en een stad inde Hoekse Waard.De opstellers van de nota hebben zich bijde ontwikkeling van het geschetste toe-komstbeeld laten inspireren door de En-gelse situatie waar al vanaf 1946 de NewTowns Act functioneert. De garden citybeweging, die daaraan mede ten grond-slag lag, was einde vorige eeuw al in gangAfbeelding 1gezet met als belangrijk motief de treknaar de stad, als gevolg van industrieleontwikkeling en toenemende arbeidsbe-volking, te ordenen. De hiermee samen-hangende stedebouwkundige opvattingenvertonen nogal wat overeenkomsten metdie uit de Nota Westen des Lands, zoalshet afronden van groei van grote stedelij-ke agglomeraties, het handhaven vangroene zones tussen steden, het stichtenvan satellietsteden, met een grote econo-mische zelfstandigheid. De nota ont-vouwt haar ideeen in een tijd dat eveneenseen sterke bevolkingstoeloop wordt ver-wacht, maar dan op de Randstad alsgeheel.Ofschoon de Engelse pogingen tot hetontwikkelen van tuinsteden van voor enna de oorlog lieten zien, dat de beoogdeeconomische zelfstandigheid van die ste-den een nauwelijks haalbare doelstellingbleek te zijn, waren de opstellers van deNota Westen des Lands op dit punt opti-mistisch. Men gaat ervan uit, dat met ster-ke gezamenlijke inspanningen van hogereen lagere overheden een zekere decentra-DE RANDSTAD HOLLAND de 3 belangrijkste elementen voor de planning? begrensde urbane zones + open middengebied? agglomeraties als lelfstandige elementen t- butferzones? groei naar buitenlisatie van activiteiten, die op het econo-misch potentieel van de grote agglomera-ties zijn gebaseerd, te bereiken is. Debevolkingsspreiding zal zich aanpassen,forensisme wordt als oplossing ontra-den."Het beleid moet zich van meet af aanrichten op spreiding van bevolking en be-staansbronnen tezamen, die zich op denduur langs de lijnen van het schema (deplankaart) spontaan verder kan doorzet-ten".Van een verdere instrumentele onder-bouwing is nog geen sprake.De (eerste) Nota inzake de RuimtelijkeOrdening in Nederland (1960)In deze nota, die evenals de Nota Westendes Lands een planperiode tot 1980 heeft,wordt voor de eerste maal een poginggedaan een samenhangende beschrijvingvan de problemen in de ruimtelijke orde-ning in west- en overig Nederland tegeven. Het accent hgt daarbij vooral oponderzoek en beleidsvorming op het ter-rein van demografie en werkgelegen-heid.Verwachtingen ten aanzien van groeivan bevolking zijn ten opzichte van devorige nota gestegen. In 1980 zal Neder-land 14 miljoen inwoners hebben, een halfmiljoen meer dan in de Nota Westen desLands werd verwacht. Economischegroeiverwachtingen blijven zeer hoog. Be-vordering van grotere bevolkingsopnamein gebieden buiten de Randstad wordtvoorgestaan, zowel gunstig voor het ver-minderen van de druk op de Randstad alsgunstig voor de ontwikkeling van "pro-bleemgebieden".Voor het hele land wordt een hierar-chisch netwerk van kernen voorgestaanopgebouwd uit levenskrachtige dorpen,streekcentra, grote steden (100 a 200.000of meer) buiten de Randstad en de Rand-stad-Holland als Nederlandse metropool;dit om een goede spreiding van verzor-gingskernen over Nederland te bereiken.Het in de Nota Westen des Lands ge-Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1984 339groeikernen- en groeistedenbeleidschetste toekomstbeeld voor de Randstadwordt in hoofdlijn gehandhaafd.Extra groei van kernen is nu niet alleenmeer gevolg van de noodzaak ovedoop uitde Randstad op te vangen om het gewensteRandstadbeeld te bereiken, maar ook ge-volg van de wens een zodanige spreidingover Nederland te bereiken dat de voorge-stane kernenhierarchie kan warden gerea-liseerd.Het beleid wordt niet nader instrumenteelondersteund. Men is vol vertrouwen dathet proces van vrije vestigingsplaatskeuzevan industrieen/diensten door coordina-tie en wettelijke ruimtelijke ordenings-maatregelen (de Wet op de RuimtelijkeOrdening zal spoedig in behandeling wor-Afbeelding 2ONTW^KKELINGSSCHEMAD"Ei^i- !ifeJS,?J340 Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1984!i^groeikernen- en groeistedenbeleidden genomen) op goe'de wijze begeleidkan worden.Tweede Nota over de RuimtelijkeOrdening in Nederland (1965)De Tweede Nota Ruimtelijke Ordeningwordt opgesteld met het doel de beleids-lijnen van de Eerste Nota te concretiserenen verder door te trekken. De nota heefteen planperiode tot 2000. Groeiverwach-tingen hebben ten tijde van het verschij-nen van deze nota hun hoogtepunt be-reikt: verwacht wordt dat de Nederlandsebeyolking zal toenemen van 12,1 miljoen in1965 tot 20 miljoen in 2000. Bovendienverwacht men een sterke toename van hetstedehjk ruimtegebruik per hoofd van debevolking, de bebouwde oppervlakte zalzeker moeten verdubbelen. Er zal sprakezijn van het doorzetten van de toenemingvan de welvaart. De bevolking zal in hetalgemeen grotere woningen verlangen engrotere keuzemogelijkheden op allerleigebied. Deze tendenzen worden niet alsbezwaarlijk gezien, hun ruimtelijk effectwel: de suburbanisatie. Dit bezwaarvormde dan ook een van de belangrijkstemotieven tot het opstellen van de nota.Het Westen van Nederland wordt nietmeer als enig concentratiegebied gezien;delen van overig Nederland worden ookals zodanig aangemerkt, vooral ten zuidenvan de lijn Alkmaar-Arnhem.Ontplooiing van stimuleringsgebiedenis een belangrijk beleidsuitgangspunt; alsdoel wordt gesteld over geheel Nederlandeen "redelijk" verzorgingsniveau te berei-ken. Het in de Eerste Nota aangegevenhierarchisch netwerk van kernen wordtverder uitgewerkt tot een verdeling vanbevolkingsconcentraties over Neder-land.Het stedelijk inrichtingsbeleidwordt vervol-gens sterk henadrukt. UitstraUng van deRandstad en geleding van de stedelijkering blijven als uitgangspunten gehand-haafd; het sterkste accent wordt gelegd opde stadsgewestelijke ontwikkeling.Er wordt een tendens van spreiding vanstedelijke elementen gesignaleerd, "mo-gelijk gemaakt door motorisering van ver-keer, gestimuleerd door ontvolking van debinnenstad, door forensisme vanuit agra-rische dorpen". De stedelijke ontwikke-ling tendeert volgens de nota naar eengespreid samenstel van stad/agglomera-tie en omringende kleinere kernen, diedoor hun vele onderUnge relaties eenfunctioned geheel vormen: het stadsge-wefst (afb. 3).Ook voor de oorlog werd in de vakwe-reld al over het stadsgewest gesproken.Toen echter om de trek nddr de stad teordenen. Het stadsgewestconcept uit deTweede Nota moet juist de trek uit destad, mede gevolg van gezinsverdunning,sanering in stad, en gevolg van woonvoor-keuren, in goede banen leiden.Voor inrichting van het stadsgewesthanteren de opstellers van de nota tweeprincipes: de gebundelde deconcentratie ende milieudifferentiatie.Het principe van gebundelde decon-centratie draagt het karakter van eencompromis: het concentratieprincipewordt als strijdig met woonwensen ensuburbanisatietendenzen gekwalificeerd,het deconcentratieprincipe voldoet indeze opzichten wel, maar heeft als belang-rijkste bezwaar het dichtslibben van hetlandelijk gebied en de vele verkeersstro-men die het met zich meebrengt.De uiteengelegde stad, ingericht vol-gens het principe van de gebundelde de-concentratie zou een maximum biedenaan keuzemogelijkheden voor wonen,werken, verkeer enz.Om zoveel mogelijk keuzemogelijkhe-Afbeelding 3den voor de bevolking te creeeren wordtbovendien het inrichten van stadsgewes-ten volgens het principe van de miheudif-ferentiatie voorgestaan. Afhankelijk vanhuft plek in de functionele hierarchie wor-den de (hiervoor genoemde) over Neder-land verdeelde bevolkingsconcentratiesmet behulp van de vier verschillende mi-heutypes op de "structuurschets" (zie afb.4 op biz. 342), nader uitgewerkt. Ze wor-den als uiteengelegde steden aangegeven,getypeerd door niveau, aantal en liggingvan de verschillende milieutypen.Het begrip overloopkern wordt niet meergehanteerd. De gebieden waar uitstralingvan de Randstad terecht moet komen,worden als geheel benoemd.Extra groei van kernen wordt nu - behal-ve uitvloeisel van het beleid t.a.v. deRandstad en tot spreiding van bevol-kingsconcentraties over Nederland - te-vens onderdeel van het stadsgewestelijk be-leid. De kernen welke een extra groei moe-ten doormaken worden in die tijd ook wel"gebundelde deconcentratie kernen" ge-noemd.Op de structuurschets wordt een beeldgegeven van het beoogde verstedelijkings-patroon. Van de oorspronkelijke over-loopkernen is een aantal gehandhaafd,(bijv. Hoorn, Lelystad), een aantal eniger-mate van plek veranderd, (bijv. Wilsveenin Zoetermeer, Hoevelaken in Leusden)mede als gevolg van provinciale en ge-meentelijke bereidheid en plannen voorextra groei, en is een aantal toegevoegd(bijv. Spijkenisse).Ook buiten het westen zijn er kernendie een relatief sterke groei moeten door-"*,? A* r p-Kl Sffi\ii siffl \? ^STADSGEWEST(met stad als centrum!STADSGEWEST(met agglomeratie als centrum)Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1984 341groeikernen- en groeistedenbeteidAfbeelding 4maken (bijvoorbeeld Duiven en Wester-voort).Men blijft optimistisch over de realisa-tiekansen van het voorgestelde beleid,zowel waar het de bevolkingsspreidingbetreft als waar het de afstemming vanwonen en werken betreft. Dit ondanks hetsuburbanisatieproces, waarvan was on-derkend dat het zonder beleidsmaatrege-len tot ruimtehjke desintegratie zou lei-den.Om dit gevaar het hoofd te biedenkrijgt de rijksoverheid een coordinatie-taak; met de structuurschets wil men delagere bestuursorganen een achtergrondbieden voor hun ruimtelijk beleid.Gepleit wordt voor intergemeentelijkesamenwerking.Ruimtelijke Ordening en deVolkshuisvestingEind jaren zestig begint het duidelijk teworden, dat de stedelijke ontwikkelingenzich niet voltrekken volgens het voorge-stane ruimtelijk beleid: de suburbanisa-342 Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1984groeikernen- en groeistedenbeleidtietendens zet sterk door, de centrale openruimte, en vooral het open middengebiedvan de Randstad, loopt vol.De Raad van Advies voor de Ruimte-lijke Ordening en de Raad voor de Volks-huisvesting analyseren in 1972 in hun"Advies inzake Woonplaatskeuze enWoonmilieu" de oorzaken van het falenvan het beleid. Twee soorten oorzakenworden aangegeven: zij die bijdragen totde sterke groei van de kleine kemen en zijdie bijdragen tot de tekortkomingen vanhet woningaanbod in de "gebundelde de-concentratiekemen".Het is vooral de relatie tussen volks-huisvesting en ruimtelijke ordening waar-op wordt ingegaan. Bevestigd wordt hetbelang van het gevoerde planologisch be-leid, met name van het stadsgewestelijkbeleid. In de aanbevelingen worden -naast het benadrukken van de kwahteitvan het woonmilieu - vooral voorstellengedaan tot wijzigingen in werkwijzen, re-gehngen, procedures, wetten, om tot over-eenstemming te komen over taakstel-lingen van de gebundelde deconcentratie-kernen en om de reaUsatie ervan volgensplan te laten verlopen.De Nota Volkshuisvesting van april1972 loopt op dit advies vooruit. In dezenota wordt niet meer ingegaan op deplano-logische achtergronden van de wens totextra groei van een aantai kemen - nu voorhet eerst aangeduidals groeikernen --, maarop de maatregeien die nodig zijn om deextra groei te realiseren.De groeikernen worden nu zoveel mo-gelijk benoemd:- in het noordelijk deel van de Rand-stad: Purmerend, Hoorn, Alkmaar, Lely-stad en Almere alsmede de Oostermeentbij Huizen;- in het Utrechtse: Nieuwegein, Hou-ten, Leusden-Hamersveld;- in de Zuidvleugel: Zoetermeer, Spijke-nisse, Hellevoetsluis en Hoekse Waard,terwijl ook gedacht wordt aan grotereprojecten in Dordrecht en Gouda.Buiten de Randstad worden de proble-men als onoverzichtelijker gekenschetst.Gewezen wordt op grote bouwplaatsen-problematiek bij Groningen (Noord-wijk), Zwolle (Schelle-Ittersum), bij Arn-hem (Zuid, Duiven-Westervoort), bij Nij-megen (Lindenholt) en in Twente, Eind-hoven en Heerlen (niet verder aange-duid).Teneinde de nog steeds bestaande achter-stand van de woningbouw t.o.v. de groei-ende behoefte te helpen overwinnenwordt de Interdepartementale WerkgroepKnelpunten Woningbouw "IWKW" inge-steld om - zo stelt de Nota Volkshuisves-ting - "de mogelijkheid te scheppen de tenemen maatregeien zowel naar aard alsvolgorde goed op elkaar af te stemmen entevens te bereiken dat van rijkszijde op devragen van provincie en gemeenten opgecoordineerde wijze en vanuit een cen-traal punt wordt gereageerd"."De taak van de Werkgroep zal zijnoverleg te plegen over de bestuurlijke,financiele en infrastructurele maatregeienen over de maatregeien op het gebied vande groei van de werkgelegenheid en vande complementaire voorzieningen, die ge-nomen moeten worden om de vereistesnelle ontwikkehng van de groeikernen teverzekeren."Pas met deze nota en het instellen van deIWKW is er een begin gemaakt om hetgroeikernenbeleid tot een instrumenteel be-leid te maken.De Derde Nota over de RuimtelijkeOrdening (vanaf 1973)Vanaf het eind van dejaren 60 is er sprakevan een "herbezinning" in de samenle-ving. De schadelijke neveneffecten van deeconomische groei worden steeds duide-lijker, de aandacht voor de kwaliteit vanhet bestaande mileu (stedelijk en lande-lijk) vergroot, de roep om inspraak doetzich gelden.De "grondtoon" van de Tweede Notaruimtelijke ordening klopt niet meer; devoorbereiding van een Derde Nota wordtaangezwengeld. Van grote invloed daar-bij waren de veranderde opvattingen overhet karakter van de planning. De ontwik-kehng van planningstechnieken is cropgericht het planningsproces systematisch,rationed en controleerbaar te laten verlo-pen.De derde nota is uit verschillende delenopgebouwd.Het eerste deel, de Orienteringsnotakrijgt het karakter van een doelstellingen-nota, van belang voor "democratischebesluitvorming en controle".De bevolkingsgroei- en economischegroeiverwachtingen zijn ten opzichte vande Tweede Nota aanzienlijk afgenomen.De bevolkingsprognoses worden in denota in twee varianten gepresenteerd.Voorzien wordt een groei van 1973-2000van 13,4 miljoen tot 15,4danwel 16,1 mil-joen inwoners, met een geschatte bijbeho-rende woningbehoefte van 5,7 danwel 5,8miljoen woningen. Sterker dan in voor-gaande nota's wordt nu onderscheid ge-maakt in groei van bevolking en in groeivan het ruimtebeslag.Het tweede deel, de Verstedelijkingsno-ta (Beleidsvoomemen 1976, definitieveregeringsbeslissing in 1978) beoogt eenuitwerking te zijn van de Orienteringsno-ta, in het bijzonder voor wat betreft deverstedelijking.In beide nota's worden uitroeptekensgezet bij de schaarste aan ruimte, debeperkte aanwezigheid van grondstoffen,en de beperkte draagkracht van het mi-lieu.Als uitgangspunt wordt gekozen voorselektieve economische groei. Gekozenwordt voor een aanscherping van het be-staande beleid.Zowel het spreidingsbeleid als het uit-stralingsbeleid worden daarbij gerelati-veerd, het open-ruimtebeleid gehand-haafd. Het stedelijke inrichtingsbeleidwordt versterkt, mede ter verbetering vande kwaliteit van de stad. Vooral de stedenin West-Nederland worden als vol erva-ren, overloop als onvermijdelijk.Anderzijds baart de achteruitgang vande steden zorgen. Planologische doelstel-lingen die tot extra taaksteliingen van ker-nen leiden liggen met name in de sfeer vanhet stedelijk inrichtingsbeleid.Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1984 343groeikernen- en groeistedenbeleidDe uitwerking van het stedelijk inrich-tingsbeleidDe Orienteringsnota benadrukt de vol-gende accentverschuiving in de uitgangs-punten van het stedelijk inrichtingsbe-leid: naast en in samenhang met het rich-ting geven aan nieuwe ontwikkeHngenwordt het levend houden van de bestaan-de stedelijke structuren centraal gesteld.Voor wat betreft de nieuwe ontwikke-hngen wordt een drietal punten aangege-ven waarop het beleid moet worden aan-gescherpt:? Het gebundelde deconcentratieprinci-pe wordt als richtsnoer gehandhaafd. Na-druk wordt echter gelegd op de bundelingomdat de suburbanisatie te ver is gegaan.Als bezwaar van de suburbanisatie wordtnu de achteruitgang en leegloop van desteden sterk benadrukt.? Afstemming van woongebieden op so-ciale en economische voorzieningen inhoofd- en nevencentra - ook op regionaalniveau - vraagt verduidelijking van hetbeleid op dit punt.? Tenslotte moet de instrumentele on-derbouwing van het beleid worden verbe-terd. De maatschappelijke en ruimtelijkeontwikkeHngen laten geen plaats meervoor te optimistische verwachtingen overrealisatiemogelijkheden van het beleidzonder nadrukkelijke sturingsmiddelenvan zowel wettelijke als financiele en or-ganisatorische instrumenten.De verstedelijkingsnota moet hieraannader inhoud geven. Dit gebeurt vooral inde vorm van een nadere uitwerking vanhet stadsgewestelijk beleid en van de in-strumentele onderbouwing daarvan.De overloop uit de steden als gevolgvan daling van de woningbezetting, vanstadsvernieuwingsaktiviteiten en vanwoonvoorkeuren, moet zo nabij mogelijken goed bereikbaar ten opzichte van destad terecht kunnen komen.In de keuzen, die worden gedaan vooromvang en mate van openheid van verderte ontwikkelen stadsgewesten, staan uit-gangspunten ten aanzien van vervoerswij-zekeuze centraal. Nadere richtlijnen wor-den opgesteld voor het behoud van dekwahteit van het bestaande stedelijk enlandelijk gebied in de stadsgewesten envoor de lokatie en kwaliteit van nieuwestedelijke gebieden.Op de kwaliteit van de nieuwe woonge-bieden in de stadsgewesten wordt uitge-breid ingegaan. Twee "soorten" nieuwewoonmilieus worden daarbij in aanvul-ling op elkaar onderscheiden: relatiefdichte woonmilieus, grenzend aan de gro-te stedelijke gebieden en bij halte-plaat-sen van het openbaar vervoer; en woon-milieus met wat lagere dichtheden, in ofnabij landschappelijk aantrekkelijke ge-bieden, niet ongunstig gelegen ten opzich-te van het openbaar vervoer. Hiermeekomt tot uitdrukking dat de nieuwe loka-ties zowel een functie moeten vervuUenvoor de opvang van de onvermijdelijkeoverloop als voor de opvang van de trekuit de stad t.g.v. voorkeuren. De eenge-zinswoning neemt hierbij een belangrijkeplaats in.Het bundelingsprincipe dat in de Orien-teringsnota al zo werd benadrukt krijgtinhoud door lokatie van nieuwe stedelijkegebieden nabij steden en/of nabij open-baar vervoerslijnen in in omvang afge-perkte stadsgewesten ten doel te stellen(afb. 5).Groeikernen en groeistedenExtra groei van kernen komt in de verste-delijkingsnota in hoofdzaak voort uit dewens om onvermijdelijke overloop uit decentrale steden in stadsgewestelijk ver-band te bundelen. Daarnaast kan extragroei noodzakelijk zijn om overloop uit deAfbeelding 5^^BUnDELINO MAB'J DE STAD EN.HALTEPLAAT5EN OPENBAARVERVOERRandstad elders op te vangen, dan wel omdoor middel van bundeling van eventuelemigratie en regionale groei economischevoordelen te bereiken (groeipoolconcep-tie ten aanzien van kernen in het Noor-den) en om de belangen van het landelijkgebied veilig te stellen.Kernen die uit oogpunt van de plano-logische doelstellingen een groei moetendoormaken, die sterker is dan de eigenbehoefte kunnen nu in aanmerking ko-men voor aanwijzing tot groeikern ofgroeistad.Dit onderscheid is nieuw; het wordt alsvolgt toegelicht: een groeikern vangt alsnevenkern in het stadsgewest extra groeiop van elders of van de centrale kern inhet stadsgewest; een groeistad vangt alscentrale kern extra groei van elders op, inuitbreidingen van het eigen stadshchaam.Voor aanwijzing als groeikern is het on-dermeer nodig een bouwproduktie vanminimaal 6000 woningen in 10 jaar terealiseren, als groeistad een bouwproduk-tie van minimaal 10.000 woningen in 10jaar. Daarnaast moet het gaan om (ookfinancieel en bestuurlijk) uitvoerbarebouwlokaties die overigens zonder extrarijkssteun maar moeilijk van de grondzouden komen .. De begrippen groeikernen groeistad hebben nu een instrumentelebetekenis gekregen. Daarbij heeft degroeikernstatus middels de inzet van deverfijningsregeling een instrumenteelvoordeel boven de groeistadstatus verkre-gen.In de structuurschets (afb. 6.) wordenonderscheiden:- groeisteden: Groningen, ZwoUe, Bre-da en Helmond;- mogelijke groeisteden: Amersfoort,Leeuwarden, Emmen en Bergen op Zoomof Roosendaal;- bestaande groeikernen met aflopendetaakstelling: Huizen, Nieuwegein, Helle-voetsluis en Capelle;- kernen met nieuwe, voortgezette ofverhoogde taakstelling: Zoetermeer, Spij-kenisse, Alkmaar, Hoorn, Purmerend, Al-mere, Lelystad en Houten;- mogelijke groeikernen: Duiven-Wes-344 Stedebouw en Volkshuisvesting, September 1984groeikernen- en groeistedenbeleidtervoort en Leidschendam en eventueelHaarlemmermeer.In de Verstedelijkingsnota is een zekerespanning tussen woord en daad aanwijs-baar:In de nota staat beperking en bunde-ling van de onvermijdelijke overloopnabij de centrale steden centraal en wordthet groeikernenbeleid als een van de mid-delen gezien om het voorgenomen stads-vernieuwingsbeleid te realiseren. Het im-ago van de Verstedelijkingsnota blijktechter minder bepaald te zijn door deachterliggende planologische principesdanwel door het gevoerde instrumentelebeleid met betrekking tot de groeikernenen groeisteden.Daar vallen immers de belangrijkstebeslissingen zowel ruimtelijk in de vormvan taakstellingen als instrumenteel.Daarbij komt dat verwachtingen en af-spraken over extra taakstellingen uit hetverleden dominant blijken te zijn: vooralin de Noord-vleugel voldoen nogal watkernen met extra taakstellingen niet aande geformuleerde bundelingsprincipes.Groeikernen als Alkmaar, Hoorn, Lely-stad zouden - uit planologisch oogpunt -eerder als groeistad aangemerkt kunnenworden. Van deze (en ook andere) kernenwordt echter de al bestaande groeikem-status gehandhaafd. De instrumentelevoordelen bleven daarmee behouden.Het instrumentele karakter van degroeikernen en groeisteden wordt ook nogeens benadrukt, wanneer ondanks de na-druk op het stadsgewestelijk verband, er-voor wordt gepleit het uitbreidingsgebiedvan groeikernen en groeisteden binneneen gemeente te houden. Dit om realisa-tiekansen niet door mogelijke wrijving teverminderen. Zonodig moeten zo snelmogelijk gemeentegrenscorrecties wor-den nagestreefd.De IWKW is inmiddels (in 1976) omge-doopt tot ICOG, de InterdepartementaleCommissie Groeikernen en Groeisteden,dit om tot uitdrukking te brengen dat haarwerkzaamheden nog meer dan in het ver-leden worden toegespitst op de groeiker-nen en groeisteden.Afbeelding 6ogroeikern met nieuwe voortgezetteof verhoogde taakstellinigroeikern met aflopende taakstellinggroeistad aanwijzing mogelijkgroeikern aanwijzing mogelijkstadsgewest gebaseerd op openbaar vervoer(vier grote steden)stadsgewest gebaseerd op openbaar vervoer(overige)belangrijkste stedelijke concentratiepuntenin het noordenStructuurschets Stedelijke gebieden(1983)In 1983 is het beleidsvoornemen tot her-ziening van de structuurschets 1978 ver-schenen. De planperiode is verlengd tot2000. De verwachtingen t.a.v. de bevol-kingsontwikkelingen zijn niet zo veel ver-anderd. De economische verwachtingenen ruimtelijke consequenties staan echterin het teken van de recessie. Er zijn geenoptimistische verwachtingen meer tenaanzien van de mogelijkheden tot sprei-ding van economische activiteiten. Hetspreidingsbeleid wordt in feite afgerond.Er is sprake van een zeker omslagpunt inO centrale kernen in de centrale open ruimte^^^^^ bufferzones^///^ open ruimtende planning, wel aangeduid als die vaneen op expansie gerichte uitbreidingspla-nologie naar een op (her)inrichting ge-richte planologie (beheer van de bestaan-de voorraad staat centraal).Het stadsgewestbeeld wordt in hogemate bepaald door de wens tot bunde-ling in en nabij de stad, door de wens desamenhang tussen stedelijke activiteitente vergroten. Expliciet wordt nu aangege-ven dat de lokatie van bedrijvigheid in deregel richtinggevend voor de lokatie vanhet wonen dient te zijn. De lokatiecriteriaworden in deze zin aangepast. Op hetniveau van de stad komt de aandacht voorStedebouw en Volkshuisvesting, September 1984 345groeikernen- en groeistedenbeleidbestaande structuren sterk tot uiting.Intensiveringsmogelijkheden, het be-nutten van gedane investeringen, het be-heer worden benadrukt. Waar in voor-gaande nota's de (westelijke) steden nogals vol werden ervaren, wordt nu in destad meer ruimtelijke capaciteit gezien.De instrumentele onderbouwing krijgtruime aandacht; door beperking van definanciele armslag worden prioriteitstel-lingen (met name tussen stadsgewestelij-ke ontwikkelingen) noodzakelijk.Wat een en ander voor onze groeiker-nen en groeisteden betekend heeft en inde toekomst zal kunnen betekenen wordtin een volgend artikel to'egelicht.SamenvattingIn het voorgaande is aangegeven datvooral het groeikernenbeleid in beginsel isgeinspireerd op veel oudere, uit de vorigeeeuw stammende stedebouwkundigeprincipes, die erop gericht zijn steden niette sterk te laten uitdijen, en de stad-land-relatie in de stedelijke vormgeving te be-trekken.Centraal in het beleid staat extra taak-stellingen te reaUseren in kernen buiten degrote stedeHjke concentraties, om de -van oorsprong - met deze concentratiessamenhangende groei op te vangen.Een aantal in het oog springende ont-wikkelingslijnen in het beleid zijn de vol-gende:In de Nota Westen des Lands wil mendoor het voorgenomen beleid de verwach-te toestroom van bevolking en werkgele-genheid op het Westen ordenen. De hier-toe als uitgangspunt gekozen planologi-sche inrichtingsprincipes (behoud van hetopen middengebied, geleding van deRandstedelijke ring) leiden tot extra taak-stellingen in kernen, die in de meestegevallen vrij ver van de stedelijke agglo-meraties en aan de buitenzijde van derandstad zijn gelegen. De kernen zoudeneen geheel zelfstandige ontwikkelingmoeten doormaken.In de Eerste Nota Ruimtelijke Ordeningzijn extra taakstellingen niet alleen gevolgvan de wens tot ordening van de toe-stroom op West-Nederland, maar ookvan de wens tot "harmonische spreidingvan bevolking en bestaansmiddelen" overNederland, zodanig dat overal een goedverzorgingsniveau ontstaat.In de Tweede Nota Ruimtelijk Ordening,met zeer hoge groeiverwachtingen, wordteen trek uit de steden geconstateerd tengevolge van bewonersvoorkeuren, gezins-verdunning en stadsreconstructie. Extrataakstellingen zijn gevolg van het uitvoorgaande nota's voortgezette beleid, nuaangevuld met het beleid dat gericht is opordening van de trek uit de steden.Kernen met extra taakstellingen makendeel uit van een functioned samenhan-gend verband: het stadsgewest.In de Orienteringsnota en Verstedelij-kingsnota zijn bevolkings- en economi-sche groeiverwachtingen minder hooggespannen, verwachtingen ten aanzienvan groei van het ruimtebeslag en trek uitde steden blijven hoog. Extra taakstel-lingen zijn nu vooral het gevolg van capa-citeitstekorten in de steden. Centraalstaat het stadsgewestelijk bundelingsbe-leid, dat op samenhangende ontwikke-lingen van centrale steden en nevenker-ken en in omvang afgeperkte stadsgewes-ten gericht is.Groeikernen, stammend uit het beleidvan de voorgaande nota's blijven in veelgevallen gehandhaafd.Een tweede verandering die in het beleidaan te wijzen is, is die van het planolo-gisch tot het instrumen
Reacties