en volkshuisvesting66e jaargang, juni 1985DenkraamI Bestemmingsplannen en geluidhinderGroeikernen en groeisteden: groeistad RoCaRuimtelijke kwaliteit: voorkeuren bewonersIdeeenprijsvraag het OosterdokIn PlanologenlandBestuurskundige bespiegelingenAROB-trendsIngezondenNieuwe publikatiesLin nnemoriamNieuws van de Raad van AdvlesNieuws van de Raad voor de Volkshuisvestingsamsom nirovrtrWaqenciawAanneming van grond-, weg-,riolerings-, bagger- enkultuurtechnische werken. AanIig. Vervoer en verhuurII machines en containers.Komplete sloopwerkzaamheden(met termische lans).Lennisheuvel 73, Postbus 143, 5280 AC Boxtel. Tel. 04116-72363, 75114hwz,meer danwegenbouwer> geluidsanering> bodemsanering> kunstgras sportveldenI daken en vioeren> leidingenI meetdiensten voorwegbeheerhwz 20 vestjgingenV.hoofdkantoor:Lanckhorstlaan 82101 BD HeemstedeTel. 023-282550Ingenieursburo'sM I I I i-t --r-van den bergbouwkundig adviesburo"A' Konstruktieve begeleidingbij het bouwkundig ontwerpvan nieuwbouw en renovatie.^ Berekenen en tekenen vandiv. konstrukties voor be-stek en uitvoering.M Bestekomschrijvingen enbegrotingen.K Toezicht bij hei- enbetonwerk.bouwkundig adviesburo j. van den berg b.v.otto hahnstraat 723069 kv rotterdamtelefoonOIO-219033Afdichtingsmaterialen op basis van butyleen, butyl,acrylhars, polysulfide(THIOKOL), polyurethaan,silicone en synthetische rubber.Kleefstoffen voor kunststoffen, rubber, metaal,textiel, hout, steen en tegels. Kleefstoffen-op-maat.r op-maat-produkten voor de Industrie, jSpeciale afdictitingsmaterialen voor de fabrlkagevan versctiillende systemen isolerend glas.Zelfklevende aluminiumfolie voor openbeglazingssystemen.Kurk-afstandtiouders voor glasopslag.PE-rugvulling voor voegen.PUR-schiuim voor isolatie-doeleinden.EMHART'S Bostik Divisions zi|n over de gelieie wereld vooraanstaande producenten van kleefstoffen en afdicfitingsmaterialen-met nieuwe toepassingen voor produkten in bestaande markten en met suksesvolle ontwikkelingen van produkten voornieuwe markten, ^^ ^m mUw partner DOStllC biedtdeoplossing.AnEMHARTUn.;Fobrieken in 30 landen.Bostik B.V. Laagraven 45 3439 LK Nieuwegein telefoon 030-88 55 11 telex 47699AMSTEL AVOND HTSWiltzanglaan 60AMSTERDAM) * bouwkunde* weg- en waterbouw* werktuigbouw* elektrotechniekavondcursusSTEDEBOUWKUNDIGETECHNIEKENeen specialisatie van de afdeling weg- en water-bouwkunde.Duur: 2 jaar, 2 avonden per week.Cursusgeld: ong./^480,-per jaar.De cursus geeft inzicht in de processen bij de ruimte-lijke ordening en het stedelijk beheer.De opieiding is bedoeld voor cursisten met een tech-nische achtergrond, die inzicht willen krijgen in debeleidsmatige aspecten van de ruimtelijke ordening.Inlichtingen:administratie avond-htstel. 020-821955 en dedirecteur ir. H. J. A. M. Bodelier,tel. overdag: 079-164197.Dntwerpers vaneiffentiidse werk-en woonruimten.Bouwen op "maat".Wij garanderen de juiste maat van ruimte, budgeten kwaliteit.Meer weten: Bel of schrijf naar:Postbus 2,1689 ZG Zwaag. Tel. 02290-37138.Vakatures^fliiilUtiAGEMEENTE^ RENKUMDe gemeente Renkum, gelegen in de zuidelijkeVeluwezoom aan de Rijn, is sannengesteld uit dedorpen Renkum, Heelsum, Doorwerth, Wolfheze,Heveadorp en Oosterbeek. Er wonen 34.000 inwo-ners op ruim 4.700 ha. , ,Bij de afdeling Planologie van de dienst Gemeente-werken is vacant de functie vanstedebouwkundigem/vDe afdeling van 6 medew/erkers verricht alle voor-komende stedebouwkundige- en planoiogischewerkzaamheden m.b.t. het voorzien in de gemeente-lijke woningbehoefte en het beheer van de bebouw-de kommen en het buitengebied. Vrijwel alle be-stemmingsplannen dienen daartoe te worden her-zien.Functie-inhoud:- het opstellen van nieuwe beheersplannen enpartiele dorpsvernieuwingsplannen;- het opstellen van beleidsadviezen t.b.v. het col-lege van B. en W.;- het opstellen van herinrichtingsplannen van deopenbare ruimte;- het voeren van inspraakprocedures;- het vervangen van de afd.-chef bij diens afwezig-heid.Functie eisen:- diploma HTS-stedebouw, verkeersacademie-pla-nologie of gelijkwaardig;- ruime ervaring in genoemde werkzaamheden;- het vermogen om zowel op een cooperatieve wijzete participeren in werkgroepen, als op een zelf-standige wijze gestelde taken te volbrengen;- goede contactuele en schriftelijke vaardigheid.Salaris:Afhankelijk van opieiding, ervaring en leeftijd zaiaanstelling plaatsvinden op nivo 10 (maximaal/ 4.746,- bruto per maand, excl. inhoudingen).Inlichtingen over de functie kunnen worden ver-kregen bij de chef van de afdeling, de heer N.F.C.Wildeman (085-348451).Sollicitaties, voorzien van een recente pasfoto,binnen 2 weken na het verschijnen van deze adver-tentie te zenden aan het college van B. en W. vanRenkum, Postbus 9100 te Oosterbeek, onder ver-melding van nr. 37 op de enveloppe.^MMMsElMIimiWsJmi)Eikelenboom staalbouw: baanbreker op het gebied van wegversperringNu misdaad en terrorisme eensteeds grotere bedreigingvoor de samenleving vormen,wordt beveiliging een steedsnoodzakelijker kwaad. Er zijndan ook vela mogelijkhedenom uw eigendommen te be-schermen: toegangsversper-ringen, veiligheidsdiensten enelectronische bewakingssys-temen worden te kust en tekeur aangeboden. Onder nor-male omstandigheden werkendeze systemen goed, maar ineen noodsituatie schieten zijvaaktekort. De meest efficien-te manier om zich te wapenentegen dit risico is er voor tezorgen dat er op de juistepleats bewaakt wordt. In hetalgemeen is dit bij de ingangvan een gebouw of terrein.Eikelenboom Staalbouw uitZevenhuizen (ZH) heeft eenantwoord gevonden op dit be-veiligingsprobleem: de Eike-lenboom Road-Barrier.Eikelenboom Staalbouw iseen vrij Jong bedrijf datgespecialiseerd is in staalcon-structies. In 1975 werd hetbedrijf opgericht door de heerP. Eikelenboom en thans heefthet 21 werknemers in dienst.De activiteiten bestonden inhet begin al voor een deel uitreparatie en onderhoud vanbepaalde veiligheidssyste-men. Op grond van opgedaneervaringen op dit gebied, con-stateerde het bedrijf een gat inde markt voor beveiligingssys-temen. De duidelijke behoefteaan een betrouwbaar en effi-cient alternatief voor de tradi-tionele toegangsbeveiligings-methoden, heeft 3 jaar ge-leden tot de ontwikkeling enintroductie van de Eikelen-boom Road-Barrier geleid. Ditnieuwe Nederlandse produktis in eigen beheer ontwikkeld.De laatste jaren is het bedrijfzich meer en meer gaan toe-leggen op de fabricage en ver-koop van dit produkt.De Road-Barrier is een com-binatie van een aantal eigen-schappen die de conventione-le beveiligingsmethoden niethebben. De Road-Barrierwerkt snel, is gemakkelijk tebedienen met minimaal risicovoor het personeel en heefteen zeer lange levensduur.Dit nieuwe produkt van Ei-kelenboom Staalbouw is eenstalen drempel die uit hetweg-dek opklapt en zo een 57 cmhoge blokkade vormt op deweg of voor een ingang. Hetresultaat is een zeer effectievemanier van toegangsbeveili--ging, die door geen voertuig tepasseren is. be Barrier is bij-zonder geschikt voor gebou-wen en terreinen die gevoeligzijn voor een aanval; bijv.ambassades, vliegvelden,kerncentrales, militaire neder-zettingen en alle andere plaat-sen waar toegangscontrolenodig is.EIke seconde teltDe Road-Barrier wordt uithet wegdek opgedrukt doordrie pneumatische cylinders,die ook de drempel weer kun-nen laten wegzinken. In geslo-ten toestand ligt de Road-Bar-rier vlak met het wegdek,waardoor passerend verkeerer geen hinder van onder-vindt. Het openen en sluitenneemt niet meer dan drie se-conden in beslag, dus het op-onthoud is zeer gering. Hetmechanisme kan op afstandbediend worden door eendrukknop of een kaartleessys-teem. Stoplichten en slagbo-men kunnen in combinatiemet de Road-Barrier gebruiktworden voor een nog beterebeveiliging.Het vrijhouden van parkeer-ruimte voor bedrijfsauto's kanproblemen opieveren in druk-ke stadsdelen waar parkeer-ruimte schaars is. Dit is eenander toepassingsgebiedwaar een kleiner type Road-Barrier eventueel in combina-tie met een parkeerautomaatvan nut kan zijn. Uw parkeer-garage of -terrein wordt opdeze manier afgesloten voorongenode of niet betalendebezoekers.Een van de grootste voorde-len van de Eikelenboom Road-Barrier is de grote bedrijfsze-kerheid en de lage onder-houdskosten. Aan de reedsgeplaatste Barriers zijn noggeen grote reparaties verricht.Een tweede voordeel schuilt inde mogelijkheid van het be-drijf de Barrier "op maat" televeren, dus aangepast aan dewensen van de klant.Vooral bij de grotere bedrij-ven, organisaties en de over-heid bestaat er veel belang-stelling voor de EikelenboomRoad-Barrier. Maar behalveaan deze behoefte in het bin-nenland te voldoen, zullen zijeind 1985 hun produkt ookop de Internationale markt in-troduceren, waareen grote be-hoefte aan dit kwaliteitspro-dukt bestaat. :.SNEIi/OUWDEUREN'Robuuste snelvouwdeuren voor parkeergarages,veilinghallen, bedrijfs- en prive-terreinen. Een tochtvrije afsluitingen goede bescherming tegen vandalisme. Automatlsch tebedienen met behulp van een detectie-lus of een kaartlezer,dus goedkope toegangscontrole. Dag en nacht werkend.Voor informatie 01802-2030.it Eikelenboom StaalbouwI Snelvouwdeuren,| Rising stepsNijverheidscentrum 6. Postbus 6,2760 AA Zevenhuizen ZH, Tel 01802-2030.IISchilderwerkenWoningbouwRenovatieUtiliteitsbouwOnderhoudBetonreparatieen -beschermingBOUWBEDRIJFH. KOOPMAIMS BA/.Ekersdijk 151a7503 GA EnschedeTel. 053-600600Lage Kamp 137317 ATApeldoomTel. 055-222341Zoekt u de IDEAL CV-ketelvoor nieuwbouw ofrenovatie?Vraag dan direkt deStelrad dociunentatieaan. Want dan vindtu zeker het idealexendement!Want daar gaat het toch om als u voor de keuze staat van CV-instal-laties. De ideale opbrengst/kosten verhouding. Qua terugverdientijd, verbruik en onderhoud.Hierop heeft Stelrad het bests antwoord met een grote rangeIDEAL-ketels voor eike capaciteit. Alle met de gietijzeren kern.Voor gas maar ook voor olie. Vraag dus nu onze documentatie aanen vervolgens een passende offerte voor uw objekt. Aan onze prijzenzai het niet liggen![JOORILK^Stelrad IDEALRENDEMENTBONWilt u ons snel volledige documentatie zenden omtrentuw ketels met de volgende capaciteit:Firma/Corp.:Naam;Straat, nr.:_Postcode, plaats: _Telefoonnummer:wStelradBV.afd. Ketels,Laagraven 65, Postbus 4045,3502 HA Utrecht, telex 40637.030-885674IIIStaalkaart van onze activiteitenKustleidingen, zinkers en boringenUitvoering van projecten als aanlandingen, outfalls, kruisingen, boringen, spoelboringen,zeeleidingen en SBM's.Mechanische installatiesNieuwbouw, revamps en stops in petro-chemische en chemische Industrie. Nieuwbouw enonderhoud offshore.Leidingen en stadsverwarmingAanleg van alle mogelijke leidingen en distributienetten voor gas, drinkwater, stads- enwijkverwarming, afvalwater.KabelwerkenAanleg van hoogspannings-, laagspannings-, besturings-, telecommunicatie-encentraalantennesysteemkabels.Visser & Smit HanabHoofdkantoor:Industrieweg 4, Postbus 305,3350 AH Papendrecht,Tel.: 078-158855,Telex: 29415 vsplRegionale kantoren:Molenstraat4b, Boonrak 45, Postbus 5, Phoenixweg 14, Postbus 5,4033 AV Lienden, 2235 ZG Valkenburg ZH, 9640 AA Veendam,Telefoon: 03443-2624, Telefoon: 01718-71941, Telefoon: 05987-17800,Telex: 70757 vshl. Telex: 39064 vshva. Telex: 53389 vshve.Internationaal opererend onder de naam Volker Stevin Pipelines.Buggenum baksteenHandvormIn aiierlei kleuren en maten, gebakken uithoogwaardige kleisoorten. Geselekteerduit Westerwald- en Maasklei. EIke steen isnear handvorm vervaardigd, daardoorhebben de BUGGENUM BAKSTENENzoveel meer expressie.Bel of schrijf ons even voor nadere gege-vens en prijzen.KleiwarenfabriekBuggenum b.v.Dorpsstraat 60, Postbus 4008,6080 AR BuggenumTel. 04759-1666 Telex 36854IDHVrDHV Raadgevend Ingenieursbureau BVOnafhankelijk adviesbureau; ook voor toegelateninstellingen en institutionele beleggers in dewoningbouw.DHV levert aan tientallen woningbeheerders devolgende adviezen:- projectleiding woningverbetering- projectleiding nieuwbouw- haalbaarheidsanalyses woningverbetering- beheersing bouw- en stichtingskosten- constructie- en funderingsadviezen- schade- en reparatie-adviezen- onderhoudsadviezen en plannen- onderhoudsplanning en meerjarenbegroting- geluidweringsadviezenTechnische Adviesbureau voor de Vereniging vanNededandse GemeentenTABLaan 1914 nr 35, postbus 85,3800 AB Amersfoorttel.033-68 91 11IVOrgaan van hetNederlands InstituutvoorRuimtelijke Ordeningen Volkshuisvesfing IEJstedebouw en volkshuisvesting66e jaargang juni 19851Redactie:Ir. R.M.Th. AdriaansensDrs. H.J.M. van AlphenMr. R. BekkerDrs. A.J. van der BurgDr. H. van der CammenDrs. L.G. GerrichhauzenMr. ir. A.W. HartmanIr. J. HeelingIr. K.R. de PoelProf. J. RothuizenMr. A.M. Schaap-DubbelboerRecensieredacteur:Drs. H.J.M. van AlphenTelefoon 070-602775Redacrie, administratie enpublikaties ter recensie:Van Speykstraat 252518 EV Den HaagTelefoon 070-469652Postgironummer 29080Richtlijnen voor auteurs:Auteurs van artikelen enboekbesprekingen kunnendesgewenst op het redactie-secretariaat een exemplaar van de'Richtlijnen voor auteurs'aanvragen.Uitgave van:Samsom Uitgeverij bvAlphen aan den RijnAdvertenfie-acquisitie:voor personeelsadvertenties:Postbus 42400 MA Alphen aan den Rijntelefoon 01720-62191voor produkt-advertenties:Postbus 4642400 AL Alphen aan den Rijntelefoon 01720-75257Opdrachten en materiaal wordenvoor de lOe van de maand,voorafgaande aan de maand vanverschijning, ingewacht.Ix>sse numniers j" 12,--ISSN 0039-0879InhoudDenkraani236 Technologie en de relatie tussen woning en werk,R. van Engelsdorp GastelaarsArtikelen237 Bestemmingsplannen en geluidhinder, J. Nicolai243 Groeikernen- en groeistedenbeleid: groeistad RoCa,Rotterdam-Oost / Capelle aan den IJssel. ir. T. Hazewinkel enir. J.M. Schrijnen254 Ruimtelijke kwaliteit in de ogen van de bewoners,F.M.H.M. Driessen en J.B.Th. van Dam262 Het Oosterdok, een kijkje in de keuken van de Nederlandsestedebouw, ir. H.C. Bekkering279 In Planologenland, H. van der Cammen281 Bestuurskundige bespiegelingen: Gemeentelijke woningbedrijven:privatiseren of continueren? L.G. Gerrichhauzen enM. van Giessen285 AROB-trends, de praktische konsekwenties van de jurisprudentie,mr. dr. A.H.A. Lutters288 Ingezonden, mr. N.J.A. Tielkemeijer289 Naschrift, ir. G. Kiestra en mr. W. Meerdink289 Nadere reactie, mr. N.J.A. Tielkemeijer289 Ingezonden: Reactie op artikel van ir. A. de Jong: Planologie, eentoekomst met minder pretenties? drs. P.L. Klooster290 Naschrift, ir. A. de Jong291 Nieuwe publikaties295 In menioriam mr. R. Crincle le Roy, J.W. van Zundert2% Nieuws van de Raad van Advies voor de Ruimtelijke Ordening297 Nieuws van de Raad voor de Volkshuisvesting298 Mededelingen NIROV301 Mededelingen PRO301 Overige mededelingen301 AankondigingenDit nummer.vangt aan met een beschouwing over mogelijkheden om tekomen tot een afstemming van de procedures van het be-stemmingsplan en die volgens de Wet Geluidhinder; Almereals voorbeeld.Het tweede artikel is een bijdrage in de serie over groeiker-nen; deze keer over de delen Rotterdam en Capelle die teza-men het RoCa gebied vormen. De specifieke problemen dieeen "groeikern" op het grondgebied van twee gemeentenmet zich brengt.Maatstaven ter bepaling van de ruimtelijke kwaliteit van dewoonomgeving zoals die door de bewoners wordt ervarenkomen aan de orde in het derde artikel.Een exercitie door de inzendingen voor de Oosterdokprijs-vraag vanuit de stedebouwkundige optiek, gevolgd door eenverslag van hetgeen na het bekendmaken van de prijsvraag-resultaten daarmee is gedaan, vormt de vierde bijdrage.Stedebouw en Volkshuisvesting, juni 1985 235Denkraam'Technologic en de relatie tusscn woning en wcrkHet R.P.D.-jaarverslag 1984 bevat een fascinerend betoog overtechnologie en ruimtelijke ordening. Op basis van in de afgelopenjaren verzamelde gegevens over een aantal belangrijke nieuwe enverwachte techinologische ontwilckelingen en over de praktiscli ofnog liypotlietisciie toepassing van de produkten daarvan, wordteen prikkelend beeld gesclietst van de mogelijke invloed op debedrijviglieid, het wonen en de op de bevolking gerichte dienst-verlening in ons land.Uiteraard valt hierbij de nadruk op de ruimtelijke aspecten vandeze invloed. De auteurs verwachten in dit verband bijvoorbeelddat ondernemingen flexibeler kunnen zijn bij de keuze van deplaats van nieuwe bedrijfs- of kantoorvestigingen. De bredebeschikbaarheid en toegankelijkheid van informatie zonder datde afstand een belemmerende rol speelt, maken een groterespreiding van activiteiten voor de verschillende delen van hetland mogelijk. Evenzeer verwachten ze dat de door hen gesigna-leerde ontwikkeling in de meet- en regeltechniek op lokale schaaltot omgevingsvriendelijker produktieprocessen en energievoor-ziening kan leiden.Kleinschaligheid, geringer ruimtebeslag, een minder lokatie-en grondgebonden karakter en minder miheuverontreinigingworden genoemd als mogelijke kenmerken van nieuwe produk-tieprocessen. Verweving van nu nog vaak gescheiden functies -zoals wonen, werken en de opwekking van energie - wordt daar-door beter mogelijk. Ook voor het wonen worden verwachtingenin deze geest uitgesproken. Op grond van de geschetste ontwik-kelingen in de technologie wordt met een toename van de vrijetijd en de mogelijkheden tot thuiswerk gerekend.De relatie tussen woning en werk zal daardoor zijn restrictievebetekenis bij het kiezen van een woonplek verder verliezen. Het-zelfde geldt voor allerlei nu nog daadwerkelijke relaties tussenbewoners en voorzieningen. Meer en meer kan de bewoner thuisbankieren, vanuit zijn stoel genieten van concerten en toneel-voorstellingen, aan zijn huiskamertafel universitair studeren envanuit zijn eigen woning telecommunicatief winkelen. Dit bete-kent dat hij zich bij de keuze van zijn woonsituatie meer dan ooitkan richten op kenmerken van de woning zelf, alsmede op dehoedanigheid van de nabije woonomgeving.Uiteraard worden deze verwachtingen in het jaarverslag zelfmet het nodige voorbehoud en onder toevoeging van allerleinuanceringen geformuleerd. Niettemin wordt duidelijk dat on-dernemingen, instellingen en huishoudens volgens de auteurs inde toekomst meer keuzemogelijkheden zuUen hebben bij hetvaststellen van hun vestigingsplek(ken) dan nu het geval is. Dezeconclusie overtuigt. Mijn enige probleem met het betoog is datdaarin ook voor de overheid een verruiming van haar keuzemo-gelijkheden in het ruimtelijk beleid wordt voorspeld. Dit laatste isnamelijk nog maar de vraag. In eerste instantie geldt deze ver-ruiming de betreffende ondernemingen en huishoudens. Hunreactie op deze mogelijkheden kan passen in het overheidsbeleid,zij kan dit beleid echter evengoed frustreren. De wijze waarop despreiding van de woonhuishoudens in dit land de laatste decenniais verlopen, vormt in dit verband een leerzame illustratie. Immers,hoe was dit verloop?Sinds het eind van de vorige eeuw is de noodzaak voor werk-nemers om in de onmiddellijke nabijheid van hun werkplek tewonen voortdurend kleiner geworden. In hetjaarverslag wordt indit verband gewezen op de industrialisatie, waardoor eenscherpere scheiding tussen wonen en werken werd bewerkstelligddan tot dan toe regel was, alsmede op de sedertdien voortdurendtoegenomen welvaart en ruimtelijke mobiliteit, als gevolg waar-van het voor woonhuishoudens steeds beter mogelijk werd hunindividuele woonwensen daadwerkelijk te realiseren. Dit leiddeonder andere tot een voortdurend groter wordend ruimtegebruikper persoon en tot suburbanisatie.Zelf zou ik in dit verband nog willen opmerken dat de toege-nomen temporeelruimtelijke beweeglijkheid van woonhuishou-dens ten opzichte van de werkplek bovendien heeft geleid totsociaal-ruimtelijke uitsortering van de woonbevolking. Meer enmeer raakten verschillende bewonerscategorieen gehuisvest inlokale woonmilieus met een signatuur overeenkomstig hun maat-schappelijke positie en leefstijl. In het begin betrof het hierbij inhoofdzaak verschillen in sociaal-economische positie en statusdie hun ruimtelijke uitdrukking kregen in de vorm van afzonder-lijke "goldcoasts", volkswijken en achterbuurten. De laatstedecennia is daarnaast sprake van segregatie- en congretatiepro-cessen op basis van verschillen in levensfase en samenstelling vanhet huishouden, alsmede op verschillen in etniciteit. Bovendienging het in het begin om een differentiatieproces dat zich slechtsbinnen de grote steden voordeed, terwijl dit proces de laatstedecennia tevens op gewestelijk niveau kan worden waargenomen.Uiteraard verschillen de deskundigen in hun opinie over degrondslagen van deze congregatie- en segregatieprocessen. Nic-mand ontkent echter het bestaan van deze tendentie. Talloos isdan ook zo langzamerhand het aantal studies waarin het socialemozaiek van woonbuurten en -kernen binnen metropolitaineregio's aan de orde wordt gesteld.Bij dit alles moet bedacht worden dat zowel de trek van destadsbewoners naar de suburbs als de segregatie- en congrega-tietendenties waarmee deze trek gepaard ging, volstrekt in strijd,waren met de idealen van de meeste planningsautoriteiten. In onsland is voortdurend beleid geentameerd om suburbanisatie aanbanden te leggen - zie bijvoorbeeld het A.U.P., het beleid vangebundelde deconcentratie en recent het beleid gericht op decompacte stad - terwijl evenzeer bij herhaling is gewezen op hetbelang van sociaal evenwicht binnen lokale woongemeenschap-pen - zie bijvoorbeeld de tuinstadgedachte, de wijkgedachte en destrategic van het bouwen voor de buurt. Tot nu toe heeft ditallemaal echter niet mogen baten.Het is zo bezien belangwekkend dat in het jaarverslag wordtvoorspeld dat de band tussen woning en werkplek in de komendetijd zijn restrictieve betekenis als vestigingsfactor nog verder zalverliezen, dat tevens ontwikkehngen worden gesignaleerd diezouden kunnen leiden tot een voortgezette sociale differentiatiebinnen de bevolking - tussen hoog- en laaggekwalificeerdeberoepsbeoefenaren, tussen huishoudens waarvan geen enkel,een of meer dan een lid beroepsbezigheden heeft, tussen thuis-werkers en personen met beroepsbezigheden buitenshuis - zon-der dat vervolgens wordt gewaarschuwd voor de van deze ont-wikkehngen te verwachten impuls op voortgaande bevolkingsde-concentratie en sociaal-ruimtelijke uitsortering. Integendeel. Deauteurs volstaan met de opmerking dat vooralsnog geen aanlei-? ding bestaat om aan te nemen dat het huidige beleid om de stadaantrekkelijk te maken als woonplaats voor alle soorten huishou-dens zijn geldingskracht zal verliezen als gevolg van de techno-logische ontwikkehngen.Uiteraard is dit mogelijk. Beleid blijft gelden zolang dat offi-cieel is vastgelegd. De opmerking getuigt echter wel van een ergoptimistische visie op de kracht van de overheid als instantie voorruimtelijk beleid. Dit temeer daar het mijns inziens heel welmogelijk is dat soortgelijke constateringen als hiervoor zijn gefor-muleerd met betrekking tot de spreiding van bewoners, kunnenworden gemaakt aangaande spreiding van bedrijven en voorzie-ningen. Deze kanttekening doet echter weinig af van mijn opge-togenheid over de door de R.P.D. ontwikkelde gedachtengangover technologie en ruimtelijke ordening. Als analytische verken-ning is het een inspirerend betoog.R. van Engelsdorp Gastelaars236 Stedebouw en Volkshuisvesting, juni 1985.>-;.' ?Bestemmingsplannen engeluidhinderbiedt Almere een voorbeeld voor een betere aanpak?J. Nicolai1. InleidingIn Almere gold, en geldt nog steeds, eenvoor ons land "abnormaal" bestuurlijkregime. Niet alleen was (en is) het gebiedniet provinciaal ingedeeld, maar ook wa-ren tot 1 januari 1984 de planologischebevoegdheden gelegd bij de minister vanVerkeer en Waterstaat. Dat laatste houdtin, dat een onderdeel van dat Ministerie,de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders(R.IJ.P.) zorgde, en nog steeds in belang-rijke mate zorgt, voor het in cultuur bren-gen van de grond, het bouwrijpmaken, hetmaken van gebouwen, het aanleggen vanwegen, en de vestiging van mensen, werk-gelegenheid en voorzieningen; een zorg,die in "normale" bestuurlijke situaties istoevertrouwd aan het gemeentebestuur.Het openbaar lichaam "Zuidelijke IJssel-meerpolders" (Z.IJ.P.), onderdeel van hetMinisterie van Binnenlandse Zaken, ver-zorgde tot 1984 alle andere taken die bijeen gemeente thuishoren. Met ingang van1984 nam de gemeente Almere de ontwik-kelingstaak van de R.IJ.P. over; feitelijkneemt het overdragen van die taken eenaantaljaren in beslag.Als gevolg van de bestuurlijke situatiezijn tot 1984 geen bestemmingsplannengemaakt, maar "plannen ex art. 11". Plan-nen, die hun rechtskracht ontlenen aanBesteitimingsplannen hebben het moeilijk: het maken en vaststellen vraagt veel tijd, hetontwikkelen van plannen met een evenwiehtige inhoud wordt tegengewerkt door seeto-rale wetgeving, en de rechtsbescherming wordt nogal eens aangefast. doordat art. 19WRO wordt gebruikt.In Almere zijn bestemmingsplannen gemaakt die die bezwaren niet kennen. Dit artikelbeschrijft die aanpak, bepleit toepassing elders, en licht toe hoe dat kan gebeuren.art. 11 van de Wet openbaar hchaam"Zuidelijke IJsselmeerpolders" (1955,Staatsblad 521). Plannen, die wat de in-houd betreft kunnen worden vergelekenmet bestemmingsplannen, maar die doorandere instanties en volgens een iets ande-re procedure worden vastgesteld en goed-gekeurd.Indejaren 1982 en 1983 is voor Almerebovendien een plan opgesteld dat be-oogde, de voor 1984 goed te keuren art. 11plannen aan te passen, zodat zij vanaf1 januari 1984, de datum waarop Almeregemeente zou worden, en tevens de datumwaarop de art. 11 plannen de functie vanbestemmingsplannen zouden krijgen, ookzouden voldoen aan de Wet Geluidhin-der.Alle art. 11 plannen werden voor 1 Jan.1984 goedgekeurd, behalve een: het plandat de aanpassing aan de Wet Geluidhin-der zou regelen. Toch verdient de Almeer-se aanpak voor het maken van bestem-mingsplannen in "normale" bestuurlijkesituaties navolging. Daarvoor zijn driemotieven:1. Het bleek mogelijk, voorschriften entoelichting zo te redigeren, dat de factorgeluid geen dominante, maar een neven-geschikte rol kreeg toebedeeld bij de af-weging van de factoren die de inhoud vaneen bestemmingsplan uiteindelijk bepa-len;2. Het levert een bijdrage aan een theorievoor het opstellen van bestemmingsplan-nen;3. Het bleek mogelijk, dank zij een "ei-gen" procedure, in een periode van Wijaar tijd enige tientallen art. 11 plannenaan te passen, overleg te voeren met ande-ren, het aanpassingsplan ter visie te leg-gen, opmerkingen te verwerken, en denodige besluiten te nemen.Dit artikel licht een en ander toe.2. Probleemstelling2.1. Problemen rond het bestemmings-planHet bestemmingsplan kampt met enkeleproblemen; problemen, die naar het zichlaat aanzien, eerder in omvang zullen toe-dan afnemen. Tenzij, uiteraard, maatre-gelen worden genomen.Daar is eerst het probleem van de tijd.Het maken en vaststellen van een bestem-mingsplan kende tot aan het in werkingtreden van de Wet Geluidhinder 27stappen'). Daarvan zijn er 23 in seriegeschakeld; 4 stappen kunnen parallelworden geschakeld.Na het in werking treden van de WetGeluidhinder moeten voor het opstellenen definitief vaststellen van een bestem-mingsplan dat rekening houdt met de WetGeluidhinder en waarin het toelaten vanStedehouw en Volkshulsvesting, Juni 1985 237hestemmingsplannen en geluidhinderhogere grenswaarden voor het geluidmoet worden geregeld, 45 stappen wor-den gezet; daarvan zijn er 31 in serie en14 parallel geschakeld. Het plan wordtvier maal ter visie gelegd (een maal extrain verband met het toelaten van hogeregrenswaarden voor het geluid) en tweemaal is er de mogelijkheid om bij deKroon in beroep te gaan.De hoofdlijnen van de procedure zijnvermeld in tabel 1; de activiteiten die(kunnen) voortkomen uit de Wet Geluid-hinder zijn apart aangegeven.Het maken van een bestemmingsplan(vanaf het begin van het onderzoek t/mde pubhkatie van het ontwerp-bestem-mingsplan) vraagt ongeveer l,5jaar. Voorde definitieve vaststelling van een plandat geen hogere grenswaarden voor hetgeluid nodig heeft (vanaf de ter visie leg-ging t/m het besluit van de Kroon) wasgemiddeld 5 jaar nodig^). Een dergelijkeproduktietijd werkt verstarrend, en ver-starring staat op gespannen voet met deflexibiliteit die nodig is om het bestem-mingsplan op het moment dat het uitge-voerd wordt nauw te laten aansluiten opde behoeften en belangen van de samen-leving. Voor dat probleem kent de Weteen noodoplossing: art. 19 van de WRO.Daarover straks meer.Een verbetering bieden de in 1984 doorde Tweede Kamer aangenomen wijzigin-gen van de WRO. Zij beogen de termijn,nodig voor de definitieve vaststelling vanhestemmingsplannen (excl. het toestaanvan hogere grenswaarden voor het geluid)op zijn minst te halveren'). De vraag doetzich echter voor, en terecht, of die tijd-winst niet teloor zal gaan doordat de WetGeluidhinder aan het aantal stappen vooreen bestemmingsplan dat wel hogeregrenswaarden voor het geluid toestaat,18 stuks toevoegt.Een tweede probleem hangt samen metde rechtsbescherming. Om namelijk deeerder genoemde starheid van het bestem-mingsplan, zo nodig, te kunnen doorbre-ken, bevat de WRO art. 19; het biedt demogelijkheid, vrijstelling van de voor-schriften van een rechtsgeldig bestem-mingsplan te verlenen. Toepassing heeftTabel 1. Hoofdlijnen van de procedure voor het maken en vaststellen van bestemmings-plannen^)Activiteit Te verrichten dooronderzoek art. 7 BRO Gemeenteakoestisch onderzoek Gemeentevoorontwerp bestemmingsplan Gemeenteadvies inspecteurontwerp bestemmingsplan Gemeentepublikatie en ter visie leggen Gemeentebezwaren bevolkingverzoeker hogere grenswaar-ontwerp verzoek hogere grenswaarden geluidden")inspraak n.a.v. resultaat akoestisch onderzoek bevolkingverzoek hogere grenswaarden geluid verzoeker hogere grenswaar-den^)A advies inspecteurbesluit hogere grenswaarden geluid provinciegoedkeuring besluit minister V.R.O.M.beroep bij Kroon bevolkingbesluit KroonGemeenteverwerken bezwarenvaststellen bestemmingsplan Gemeentebezwaren bevolkinggoedkeuren bestemmingsplan provincieberoep bij Kroon bevolkingbesluit Kroononherroepelijk bestemmingsplantot gevolg. dai de rechtsbescherming vandegenen die gevolgen kunnen ondervin-den van de uitvoering van een bestem-mingsplan, op de tocht wordt gezet. Art.19 van de WRO wordt nogal eens toege-past; in 1979 bij voorbeeld in totaal meerdan 18.000 keerS).Zal dit aantal, mede in verband met hetinwerking treden van de Wet Geluidhin-der, in de komende jaren toenemen?Het derde probleem hangt samen methet opstellen van de inhoud van hestem-mingsplannen. Het bestemmingsplan be-oogt voor een bepaald gebied veilig testellen, dat daar een evenwichtige, jarendurende, situatie tot stand kan komen dienauw aansluit op wensen uit de samenle-ving. Daarbij spelen visies een belangrijkerol''). Sinds kort krijgt een factor, hetgeluid, een eigen behandeling. Technolo-gic en wetenschap maken het mogelijk,ook voor andere factoren aparte regelin-gen te maken; gedacht wordt aan hetwindklimaat, zonne-energie, het vervoeren verkeer. Ook de procedure voor hetvaststellen van hestemmingsplannen isuiterst nauwkeurig geregeld. AUeen overde manier waarop het plan wordt ge-maakt, en dus het evenwicht tussen doelen middelen, kwaliteit en kosten, en dekwahteitsfactoren onderhng het bestekan worden ingesteld, is nog weinig nage-dacht^).Is daaraan lets te doen?2.2. Het probleem rondom de aanpassingvan art. U-plannen in Almere^)Toen medio 1982 tussen de betrokkeninstanties werd afgesproken, de art. 11-plannen voor Almere te laten voldoen aande Wet Geluidhinder kwam al snel alscentrale vraag naar voren: welke verande-ringen moeten in die plannen wordenaangebracht, en kunnen zij, samen met debesluitvorming daarover, binnen 1,5 jaarworden uitgevoerd?De beschikbare tijd was kort. Immers,op Ijanuari 1984 zoude gemeente Almereworden ingesteld. Alle art. 11-plannen dieop die datum waren goedgekeurd, zoudendan de functie krijgen van bestemmings-plan in de zin van de Wet op de ruimte-238 Stedebouw en Volkshuisvesting, juni 1985bestemmingsplannen en geluidhinderlijke ordening. Voor niet goedgekeurdeart. 11-plannen gold het tegenovergestel-de: voor hen zou opnieuw moeten wordenbegonnen. Tegelijkertijd kon ook wordenberekend dat, indien de procedure van deWet Geluidhinder op die van de art. 11-plannen zou worden geent, de gewensteaanpassing, inclusief de besluitvormingdaarover, minstens 2,5 jaar zou vragen.Daarnaast was over de feitelijk aan tebrengen veranderingen, en over de uit-gangspunten die daarbij worden gebruikt,nog weinig vastgelegd.Bestemmingsplannen hebben in wezeneen onbeperkte levensduur. Wanneer zijvoor een nog niet bestaande situatie wor-den aangepast aan de Wet Geluidhinder,dient een bepaalde situatie als uitgangs-punt voor met name de berekening van degeluidsbelastingen te worden gekozen.Welke situatie kan of moet dat welzijn?De situatie omstreeks het jaar 1993,10 jaar na het aanpassen van de plannen?De situatie die het Ontwerp Structuur-plan Almere van 1977 voorziet, een situa-tie, die omstreeks het jaar 2010 kan zijnbereikt?'). Of verdient een situatie daartussen in de voorkeur? Vervolgens: welkeuitgangspunten moeten, met name weerten behoeve van het berekenen van ge-luidsbelastingen, voor het vervoer en ver-keer worden aangehouden? Uitgangs-punten, die berusten op landelijke ont-wikkehngen, of plaatselijke, taakstellen-de?Als deze vragen zijn beantwoord, engeluidsbelastingen zijn berekend, doemenal weer de volgende op.In welke gevallen dient het belang vaneen lage geluidsbelasting te wijken voorandere belangen? Wat zijn de financieel-economische gevolgen van de aan-passings-operatie?3. De aanpak in Almere"")Alle in par. 2.3. genoemde vragen zijnbeantwoord. Zij worden hierna genoemd.Twee onderdelen zijn wat verder uitge-werkt; het betreft de procedure van be-sluitvorming en de nevenschikking vanhet geluid.3.1. De oplossing in hoofdzakenVan de maatregelen die zijn genomen omhet probleem van de tijd op te lossen,worden er drie genoemd. Vooreerst ble-ken alle betrokken instanties mee te wil-len werken aan de oplossing van dit pro-bleem.Vervolgens is gebruik gemaakt van hetfeit dat de Wet Geluidhinder de art. 11plannen niet noemt: het bood de moge-lijkheid, bij het enten van de Wet Geluid-hinder op de art. 11 plannen het onder-deel verzoek om hogere grenswaardenparallel te schakelen aan de aanpassingvan de bestemmingsplannen; in de WetGeluidhinder zijn zij in serie geschakeld.In de derde plaats werd de tijd die voorhet maken van de aanpassingen, het over-leg daarover, het leveren van commentaardaarop en het verwerken daarvan be-schikbaar was, op een minimum gesteld.Om het werk steeds binnen de gesteldeperiode te kunnen uitvoeren, is een externadviseur ingeschakeld.De vragen die betrekking hebben op deinhoud van de veranderingen zijn alsvolgt beantwoord. Voor het voorstel totaanpassing van de art. 11 plannen is eensituatie in de ontwikkehng van Almeregekozen, die wanneer de groei in het hui-dige tempo doorzet, omstreeks het jaar2000 gereahseerd kan zijn"). Zij ligt vol-doende ver van de huidige situatie, enstaat een volgende, op nog grotere afstand(in de tijd) liggende situatie niet in de weg.Zo bleek uit berekening, dat, indien Al-mere na hetjaar 2000 nog van de voorzie-ne kernen aan de oost- en westzijde zouworden voorzien, de daarbij behorendeverhoging van de geluidsbelasting of vanondergeschikt belang zou zijn, of op zoutreden op plaatsen waar te zijner tijd opeen betrekkelijk eenvoudige manier aan-vullende maatregelen kunnen worden ge-reahseerd. In deze gevoeligheidsanalyse isoverigens niet nagegaan of dat laatste ookgeldt voor situaties in de ontwikkehngvan Almere die eerder, voor hetjaar 2000,kunnen worden verwacht. De uitgangs-punten voor het vervoer en verkeer zijnontleend aan het resultaat van metingenin Almere-Haven, aan uitgangspunten diein het structuurplan zijn gehanteerd, en,waar nodig, aan algemene richtgetallen.Dit hield o.a. in, dat het aandeel van deverplaatsingen dat lopend of fietsendwordt afgelegd, in Almere groter is danlandelijk gebruikelijk is, en dat voor ver-plaatsingen over middellange afstandenmeer dan gewoonlijk het openbaar ver-voer wordt gebruikt. Het hanteren vandeze plaatselijke en taakstellende gege-vens heeft een duidelijk aanwijsbare in-vloed op met name het verkeer in de cen-tra: het hanteren van het landelijk ver-plaatsingspatroon zou daar een duidelijkhogere intensiteit van het autoverkeer totgevolg hebben. Op grond van de feitelijkeontwikkelingen zijn de taakstellende ge-gevens gehandhaafd. Nadat deze uit-gangspunten zijn vastgelegd, en daaraannog enkele over de fysieke kenmerken vanhet gebied zijn toegevoegd, kunnen ge-luidsbelastingen worden berekend. Datgebeurt, door voor elk wegvak de afstandte bepalen tussen de weg en de lijn waar degeluidsbelasting 50 dB(A) bedraagt. Inhet tussenliggende gebied mogen volgensde Wet Geluidhinder niet zonder meerwoningen worden gebouwd; de Wet Ge-luidhinder geldt ook voor een aantal an-dere geluidgevoelige bestemmingen, maardie blijven hier buiten beschouwing.Het verminderen van geluidsbelastin-gen is een prima zaak. Het moet echterook mogelijk zijn, het geluidbelang telaten wijken voor andere belangen. Ver-wacht wordt, dat die behoefte zal ont-staan in centrumgebieden, woongebie-den, bedrijventerreinen en andere gebie-den met verspreid liggende woningen. Inpar. 3.2. worden de mogelijk voorkomen-de gevallen beschreven.Ten slotte de laatste vraag, die over dekosten.Aanpassing kan financiele gevolgenhebben; hoe groot zijn zij, en zijn ze ver-antwoord?In beginsel kunnen voor elke situatievoor verschillende maatregelen de kostenStedehouw en Volkshuisvesting, juni 1985 239besiemmingsplannen en geluidhinderworden berekend. De feitelijke maatrege-len, en daarmee de feitelijke kosten, wor-den pas vastgesteld bij het maken van deverkavelingsplannen. De financiele ge-volgen van het aanpassingsplan kunnendaardoor pas in een later stadium bekendzijn. ,3.2. De nevenschikking van alle factorenDe Wet Geluidhinder biedt de mogelijk-heid om in voorkomende gevallen hetgeluidbelang te laten wijken voor anderebelangen, namelijk indien geluidwerendemaatregelen tussen bron en ontvangerzouden stuiten op stedebouwkundige,landschappelijke, verkeerskundige of fi-nanciele bezwaren. Het aanpassingsplanvoor de art. 11 plannen noemt de gebie-den waar die bezwaren optreden: in cen-trumgebieden, op bepaalde plaatsen inwoongebieden, op bepaalde bedrijfster-reinen en (o.a.) bij verspreid liggendewoningen. Het voorziet in hogere grens-waarden voor de geluidsbelasting van o.a.woningen in centrumgebieden, omdatdaar een zekere concentratie van meerde-re functies, waaronder wonen, moet kun-nen optreden. In woongebieden kunnenin vijf gevallen hogere geluidsbelastingenworden toegestaan:- bij kruisingen van vrij liggende lang-zaam verkeerroutes met hoofdwegen voorgemotoriseerd verkeer; dit, om de routeszoveel mogelijk te kunnen integreren metde bebouwing;- bij de aansluiting van buurtontslui-tingswegen op hoofdwegen voor gemoto-riseerd verkeer; ook hier staat de integra-tie van de weg met zijn omgeving voor-op;- langs wegen die naar centra leiden;- wanneer het nodig is, (woon-)gebou-wen vanaf een of meer wegen te kunnenherkennen;- wanneer het nut van geluidwerendemaatregelen buiten de woningen niet op-weegt tegen de kosten.Op bedrijventerreinen die hggen tusseneen hoofdweg en een woongebied, kun-nen de voor het bedrijf nodige woningeneen hogere geluidsbelasting ontvangen.En, ten slotte, geldt dat ook voor bedrijfs-Tabell. Hoofdlijnen voor deprocedure voor het tot standkomen, resp. het aanpassen aande Wet Geluidhinder van art. 11 plannenActiviteit Te verrichten dooronderzoek art. 7 B.R.O. R.IJ.P.akoestisch onderzoek*) R.IJ.P.voorstel art. 11 plan R.IJ.P.voorstel aanpassingsplan en verzoek R.IJ.Rhogere grenswaarden*)advies Z.IJ.P., inspecteur, BiZa, V.R.O.M.verwerken commentaar R.IJ.Rpublikatie R.IJ.R/Z.IJ.Rter visie leggen en hoorzitting bonden R.IJ.R/Z.IJ.Rbezwaren bevolkingcommentaar Z.IJ.P.,inspecteur, BiZa, V.R.O.M.verzending plan met nota van commentaar R.IJ.Raan minister van V. en W.advies aan minister van V. en W. Raad van de Waterstaatgoedkeuring minister van V. en W.*) specifiek voor het plan waarmee art. 11 plannen worden aangepast aan de Wet Geluidhin-derwoningen die bij verschillende andere be-stemmingen nodig kunnen zijn; gedachtwordt aan woningen voor de beheerdervan een kampeerplaats, een kwekerij, eenbos en dergelijke.Wanneer wordt aangenomen dat dezeopsomming beoogt, volledig te zijn, houdtdat in, dat in andere gevallen niet debehoefte zai ontstaan om het geluidbe-lang te laten wijken voor andere belangen.In feite is daarmee dan tevens het belangvan de factor geluid in bestemmingsplan-nen gelijkwaardig gemaakt aan dat van deandere factoren.3.3. De procedureDe art. 11 plannen voor Almere (en des-tijds ook die voor Dronten en Lelystad)zijn, in verband met de bijzondere be-stuurlijke situatie, volgens een "eigen"procedure onherroepelijk vastgesteld.Zij bevatten onder andere een voorlich-tingsavond en een ter visie legging; op diemanier werd de bevolking nadrukkelijk inde gelegenheid gesteld, wensen en bezwa-ren met betrekking tot het art. II plankenbaar te maken. Daarnaast werden deplannen voorgelegd aan de landdrost vanhet openbaar Mchaam "Zuidelijke IJssel-meerpolders" (zie hierna) voor het leverenvan commentaar. Die opmerkingen wer-den, waar nodig en waar mogelijk, ver-werkt.In gevallen waarin Z.IJ.P. en R.IJ.P. opessentiele punten van mening verschildenover de inhoud van een plan, was deminister van Verkeer en Waterstaat ge- 'houden, alvorens het plan goed te keuren,met beide "partijen" te overleggen, ten-einde tot overeenstemming te komen.De procedure die voor de art. 11 plan-nen inclusief de aanpassing aan de WetGeluidhinder werd gevolgd, en die konworden vastgesteld dank zij de in par. 3.1.genoemde mogelijkheden, is in hoofdza-ken vermeld in tabel 2. Hier wordt zijbeschreven naar de bestuurlijke situatie(destijds) in Almere, in par. 4.3. wordt zij"vertaald" naar een procedure voor be-siemmingsplannen, geldend in voor onsland gebruikelijke bestuurlijke situaties.3.4. De laatste stapAlle art. 11 plannen voor Almere zijn voor1 januari 1984 goedgekeurd; alleen hetplan dat voor aansluiting aan de WetGeluidhinder moest zorgen, haalde deeindstreep niet. Daarvoor zorgden in we-zen twee vragen. Allereerst die naar definanciele gevolgen van het aanpassings-plan; een vraag, die niet kan wordenbeantwoord om de eerder, in 3.1., ge-noemde redenen. De tweede kwam voortuit een op landelijk niveau ingezet dere-240 Stedebouw en Volkshuisvesting, juni 1985bestemmingsplannen en geluidhinderguleringsproces: is het aanpassmgsplan,gezien dat proces, noodzakelijk?De aanpak in Almere roept ook eenderde vraag op: is zij geschikt voor toe-passing in "normale" bestuurlijke situa-ties?4. Toepassing in normale bestuurlijkesituatiesDe "Almeerse" aanpak kan niet alleendaar, maar kan ook in normale bestuur-lijke situaties worden toegepast. Achter-eenvolgens komen wat de inhoud vanbestemmingsplannen betreft de manierwaarop een evenwichtige afweging vanbelangen wordt bereikt, en de behoefteaan theorievorming over die inhoud aanbod. Vervolgens wordt de procedure voorde besluitvorming belicht. De paragraafwordt afgesloten met een toetsing.4.]. De nevenschikking van factoren,waaronder het geluidIn par. 2.1. is al gemeld, dat de WetGeluidhinder in de afweging van be-langen die bij het bestemmingsplan hoort,de factor geluid feitelijk plaatst boven deandere factoren. De aanpak in Almerelaat zien dat die wet ook een nevenschik-king van alle factoren toelaat. Het lijktniet gewaagd, te veronderstellen dat debijzondere bestuurlijke situatie daaropgeen invloed heeft gehad.Het feit dat de Wet Geluidhinder ken-nelijk legaal op twee tegenover elkaarstaande manieren kan worden uitgevoerd,doet de vraag rijzen of, in algemene ter-men gesteld, sectorale wetgeving op hetgebied van de ruimtelijke ordening eigen-lijk wel gewenst is. Bij de schrijver van ditartikel leeft de indruk dat die vraag ont-kennend moet worden beantwoord; sec-torale wetgeving tast de integrale afwe-ging van belangen, waarvoor juist datbestemmingsplan moet zorgen, aan, enwerkt, in elk geval bij de procedure die deWet Geluidhinder introduceerde, vertra-gend bij de besluitvorming.Waarmee uiteraard niet gezegd wordt,dat de getalsmatige aanpak van de factorgeluid zou moeten worden afgeschaft; dieverdient handhaving, verdieping en uit-breiding met andere factoren. Getallenover het gebruik van de ruimte, de inten-siteit van vervoer en verkeer, over dewoningdichtheid, de bezonning, hetwindkHmaat zijn al hard op weg; anderefactoren kunnen volgen.4.2. Een begin van een theorie voor deinhoud van bestemmingsplannenDe aanpak in Almere laat ook zien, dathet mogelijk is om in een feitelijke situatietaakstellingen te formuleren die betrek-king hebben op het gedrag van toekom-stige gebruikers, en om een tijdshorizonaan te geven. Beide bieden ingredientenvoor een theorie voor het opstellen vanbestemmingsplannen. Een theorie, dieaangeeft, wanneer waargenomen feitenmoeten wijken voor visies, over welk ge-drag van toekomstige gebruikers wel, overwelk gedrag geen taakstellingen kunnenworden geformuleerd, welke economi-sche levensduur voor de onderdelen kanworden aangehouden'2).Hier wordt slechts de gedachte geop-perd; welhcht kan zij later uitgewerktgepresenteerd worden.4.3. Het besluitvormingsprocesDe procedure uit tabel 2 kan op verschil-lende manieren worden "vertaald" naarde in ons land gebruikelijke bestuurlijkesituatie. Het is mogelijk, de naam R.U.P.te vervangen door Gemeente, de rol vande ministeries te laten overnemen doorprovinciale organen, en daarna de onder-delen die daarvoor in aanmerking komen,te enten op de procedure van tabel 1. Hetresultaat is weergegeven in tabel 3.Ook andere vertaUngen zijn mogelijk.Over de tijd die deze aanpak vraagt,kan alleen een globale aanwijzing wordengegeven; zij berust immers op slechts eenwaarneming. Verwacht wordt, dat voorhet maken en vaststellen van een bestem-mingsplan volgens de procedure van tabel3 ongeveer 2 jaar nodig zal zijn.4.4. ToetsingIs de invoering van de Almeerse aanpaknu gewenst bij ,het maken en vaststellenvan bestemmingsplannen in normale be-stuurlijke situaties? Om die vraag te be-antwoorden wordt die aanpak, in verge-lijking met de in ons land thans geldendebestuurlijke aanpak van bestemmings-plannen getoetst aan de volgende crite-Tabel 3. Hoofdlijnen van de procedure voor het maken en vaststellen van bestemmings-plannen volgens de Almeerse aanpakActiviteil Te verrichten dooronderzoek (incl. akoestisch onderzoek) Gemeentevoorontwerp best.plan, incl. aangeven Gemeenteen motiveren hogere grenswaarden geluidadvies inspecteurontwerp bestemmingsplan Gemeentepublikatie Gemeente ?\ter visie legging en hoorzitting houden Gemeentebezwaren, incl. die tegen het aanhouden van hogere bevolking en inspecteurgrenswaarden geluidverwerking bezwaren Gemeentevaststellen bestemmingsplan Gemeenteadvies P.P.C. Provinciegoedkeuring door G.S.*) Provincieonherroepelijk bestemmingsplan Provincie* Indien gemeentebestuur en bevolking, resp. gemeentebestuur en inspecteur op essentiele pun-ten van mening verschillen over de inhoud van een plan, zijn G.S. gehouden om, alvorens het plangoed te keuren, met beide partijen te overleggen teneinde tot overeenstemming te komen. DeP.P.C. wijst de essentiele punten aan. ! ?, ? ' ;x ,'Stedehouw en Volkshuisvesting, juni 1985 241bestemmingsplannen en geluidhindera. biedt zij evenveel mogelijkheden vooreen integrale-afweging van alle be-langen?b. biedt zij evenveel mogelijkheden omde factor geluid tot zijn recht te latenkomen?c. biedt zij evenveel mogelijkheden omde invloed van factoren getalsmatig aan tegeven?d. is minder tijd nodig om bestemmings-plannen te maken en vast te stellen?e. werkte zij bevredigend?f. wordt de inzichtelijkheid van het pro-ces dat tot de vaststelling van bestem-mingsplannen leidt, vergroot?g. biedt zij evenveel rechtsbescher-ming?Op basis van het voorgaande kunnende vragen a t/m f zonder meer positiefworden beantwoord. Alleen vraag g heefteen lets uitgebreider antwoord nodig.Bij de Almeerse aanpak behoeft art. 19WRO minder te worden toegepast; mis-schien kan dat artikel zelfs worden afge-schaft. Daarmee wordt het aantal inbra-ken in bestemmingsplannen verkleind, entegelijkertijd de rechtsbescherming ver-groot. Tegelijkertijd brengt de Almeerseaanpak het aantal beroepsmogelijkhedenvan 4 terug naar 2. Het lijkt een verant-woorde overstap; het aantal beroepsmo-gelijkheden voor bestemmingsplannenzou gelijk worden aan dat bij de recht-spraak in ons land.5. Samenvafting en aanbevelingIn dit artikel worden enkele problemengesignaleerd die spelen bij het maken envaststellen van bestemmingsplannen:1. Het proces vraagt, exclusief de pro-cedure die de Wet Geluidhinder voor hetaanvragen van hogere grenswaarden voorhet geluid invoerde, gemiddeld 6 a 7 jaar.Om de als gevolg daarvan optredendestarheid van bestemmingsplannen te kun-nen doorbreken kan de Gemeente via art.19 WRO vrijstelling verlenen van de voor-schriften van een plan. Recente maatrege-len om de procedure te verkorten kunnenworden overvleugeld door de tijd en aan-dacht die recent ingevoerde wetgeving,zoals de Wet Geluidhinder, vraagt.2. In de praktijk wordt zo vaak vrij-stelling verleend, dat de rechtsbescher-ming die het bestemmingsplan beoogt tebieden, op de tocht komt te staan.3. En door het ontbreken van eentheorie van de inhoud van bestemmings-plannen, en door het in werking stellenvan een sectorale wet zoals de Wet Ge-luidhinder, en door de toenemende moge-lijkheden om de invloed van verschillendefactoren bij het maken van zo'n plankwantitatief te bepalen, wordt de inhoudvan dat plan uitgehold.Mede door de bijzondere bestuurlijkesituatie in Almere was het daar mogelijk,met instemming van alle betrokken in-stanties, in de jaren 1982 en 1983 eenvoorstel te maken tot aanpassing van allezogenaamde art. 11-plannen aan de WetGeluidhinder.Daartoe zijn uitgangspunten geformu-leerd betreffende de omvang van Almere,voor de omvang van het gemotoriseerdeverkeer is aangegeven in welke gevallenhet geluidbelang moet wijken voor anderebelangen, is de procedure volgens de WetGeluidhinder geent op die voor art. 11-plannen, en is het aanvragen van hogeregrenswaarden voor de geluidbelasting pa-rallel geschakeld aan het aanpassen vande inhoud van de art. 11-plannen.Het maken van de art. 11-plannen envan het veranderingsplan, en de procedu-re om dit vast te stellen liepen volgensplan, totdat, aan het eind van de rit, deniet bekende en niet berekende financielegevolgen van het aanpassingsplan, en eenin die tijd op nationaal niveau in ganggezet dereguleringsproces, verhinderdendat het veranderingsplan werd goedge-keurd. Een beslissing die de strekking vandit artikel niet beinvloedt. Dat beoogtnamelijk duidelijk te maken dat de inAlmere gehanteerde aanpak in gewonebestuurlijke situaties navolging verdient.Na de toelichting van die stelling, en detoetsing daarvan aan criteria blijkt, dat zijkan worden gehandhaafd.Het zal niet mogelijk zijn de huidigewetgeving binnen enkele maanden zo teveranderen dat de in dit artikel voorge-stane aanpak voor het maken en vaststel-len van bestemmingsplannen alom in hetland wordt gevolgd. Dat hoeft ook niet;over het ijs van een nacht kan men nietvaak lopen. Daarom wordt aanbevolen,de Almeerse aanpak op korte termijn toete passen op andere proefprojecten.Gedacht wordt aan landaanwinnings-of landinrichtingsprojecten, stadsver-nieuwingsgebieden of groeikernen.Misschien kan Almere, nadat het pro-vinciaal is ingedeeld, haar eigen aanpakopnieuw oppakken.NotenDraaiboek zonering langs wegen. Ministerievan Volksgezondheid en Milieuhygiene,1981.2Mr. E.C. Drexhage. Wijziging WRO door deTweede Kamer aanvaard. Stedebouw enVolkshuisvesting, juli/augustus 1984.3De activiteiten onder A zijn alleen nodig indientoestemming voor de toepassing van hogeregrenswaarden voor het geluid nodig is.4In een aantal gevallen de Gemeente, in anderede wegaanlegger.5B.C. Brooking en H.J.A.M. van Geest. Antici-peren en ruimtelijk beleid, 1982.6Jr. D.H. Frieling. Concepties en hun gevolgen.Stedebouw en Volkshuisvesting, juni 1983.7Prof. F. Kleefmann. Theorievorming in deruimtelijke ordening, een heksenketel? Stede-bouw en Volkshuisvesting, december 1984.8Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijks-dienst voor de IJsselmeerpolders. Plan ex art.11 Geluidsplan Almere, juni 1983.9Ir. H. van Willigen. De ontwikkeling van Al-mere. Stedebouw en Volkshuisvesting, decem-ber 1984, fig. op biz. 515.10Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijks-dienst voor de IJsselmeerpolders. Plan ex art.11 Geluidplan Almere, juni 1983.11Ir. H. van Willigen. De ontwikkeling van Al-mere. Stedebouw en Volkshuisvesting, decem-ber 1984, fig. op biz. 519.12Stichting Bouwresearch. Welke toekomst voorde woningbouw? Publikatie nr. 101, 1984.242 Stedebouw en Volkshuisvesting, juni 1985ireal^InternationaleVakbeurs vooraanleg en ondertioudvan openbaar groenKeulenwoensdag 6 t/m zaterdag9 november 1985De vakbeurs metoctueie probleemoplossingenvoor de GroenbrancheIn november gaat in Keulen een nieuwe vakbeurs van start, waarop het totale aanbod wordt gepresenteerd vooraanleg en onderhoud van openbaar groen.Aanbod:? groenvQorzlenlngen, open ruimten en wegenaanleg;? beplanting en zaadgoed;? onderhoud van groenvoorzieningen, open ruimten enwegen;? aanleg en onderhoud van begraafplaatsen;? biologische en chemische produl
Reacties