S- ?'? I*67e jaargang, oktober 1986DenkraamEuropese ruimtelijke ordeningGroeikernen en groeisteden:bedrijf en arbeidWSDV en provinciaal ruimtelijk beieidBedrijven en milieuzoneringProvinciaal ruimtelijk beieid terdiscussie: 2 reaktiesBestuurlijk-juridische trendsIn PlanologenlandBestuurskundige bespiegelingenNieuwe publikatiesNieuws van de RAROstedebouwen#olkshuisvestingyyygemeente oosterhoutDe gemeente Oosterhout, een stad van ? 47.400 inwoners, ligt in een bosrijke omgeving en heeft eerraantrekkelijk woon-, werk en leefklimaat. De stad beschikt over een uitgebreid winkelbestand, goedeonderwijsmogelijkheden en tal van recreatieve voorzieningen.Bij de afdeling ruimtelijke ordening en vergunningen kan worden geplaatst een:MEDEWERKER ADMINISTRATIEVE EN JURIDISCHE ZAKENtevensPLAATSVERVANGEND AFDELINGSCHEF (M/V)Algemene informatie:Deze afdeling - die is ondergebracht bij de dienst openbare werken en thans naast de chef bestaatuit 5 medewerkers - heeft een taakgebied samenhangende met de uitvoering van de wet op deruimtelijke ordening, de woningwet en de milieuwetgeving.Behalve met de beleldsvoorbereiding - w/aarin ook een belangrijke coordinerende taak is gelegen -houdt zij zich bezig met de uit de genoemde wetgeving, voortvloeiende administratieve-juridischewerkzaamheden.Functie-informatJe:De aan te stellen functionaris zai een bijdrage moeten leveren in de uitvoering van de aan de afdelingopgedrage taken, in het bijzonder met betrekking tot de uivoering van de wet op de ruimtelijkeordening.Daarnaast zaI hij/zij de afdelingschef moeten kunnen ondersteunen en eventueel vervangen in dediverse ambtelijke en ambtelijke/bestuurlijke overlegstructuren en uiteraard in het leidinggeven aande afdeling.Een verruiming van de functie in de nabije toekomst wordt niet uitgesloten.Functie-eisen:- diploma HBA danwel een juridische opieiding op academisch niveau;- ruime ervaring op het terrein van de ruimtelijke ordening, waaronder het opstellen vanbestemmingsplanvoorschriften en -toelichtingen;- goede redactionele en mondelingevaardigheden.Een psychologisch-onderzoek kan deel uitmaken van de selectieprocedure.Salaris:Afhankelijk van de opieiding en ervaring kanaanstelling plaatsvinden inschaal 10 (maximaalf 5221,--bruto per maand) of 11 (maximaal f 6024,-- bruto per maand).Nadere inlichtingen worden desgewenst verstrekt door de heer J. van Zeggeren, chef afdelingruimtelijke ordening en vergunningen, tel.: 01620-89470.Belangstellenden worden uitgenodigd binnen 14 dagen schriftelijk of telefonisch een sollicitatie-formulier aan te vragen bij de afdeling personeel en organisatie van de gemeentesecretarie,Slotjesveld 1, 4902 ZP Oosterhout, telefoon 01620-89321.De vakgroep Planologie vraagt eenhoogleraar (m/v)* Vacaturenummer Sy. 1561.Volkshuisvesting/Planologie. Voor 4/10 van de werktijd.Het vakgebied van de te benoemen hoogleraar is als volgtomschreven: volkshuisvesting en de samenhang tussenvolkshuisvesting en ruimtelijke ordening, zowel wat betreftde beleidsvorming als de beleidsuitvoering.Functie-eisen o.a.:? een ruime kennis van de praktijk op het hiervooromschreven vakgebied? ruime ervaring in het verrichten en doen verrichten vanwetenschappelijk onderzoek op het genoemdevakgebied, blijkend uit een proefschrift ofeen ofmeergelijkwaardige publikaties? goede didactische kwaliteitenUw soUicitatie, onder vermelding van het vacaturenummei; vergezeld van een curriculum vitae, lijst vanpublikaties en referenties, kunt u - binnen 2 weken - richten aan de Voorzitter van de Benoemings-commissie, prof. dr. A. Faludi, Planologisch en Demografisch Instituut, Jodenbreestraat 23,1011 NH Amsterdam, bij wie u ook nadere inlichtingen kunt inwinnen. Telefoon 020-525 4039 ofprive 015-14 49 90.Een taakomschrijving en profielschets zijn op aanvraag beschikbaar Het geven van een proefcollege kandeel uitmaken van de selectieprocedure.Ook indien u de aandacht wilt vestigen op mogelijke kandidaten kunt u dit doen aan bovenstaand adres.*Vrouwen wordt uitdmkkelijk verzocht te solliciteren.? goede organisatorische kwaliteiten? werkzaam bij voorkeur op het terrein van de volkshuis-vesting in een positie waaruit een nauwe betrokkenheidblijkt bij het ruimtelijk beleid.Gegadigden op het gebied van de ruimtelijke ordening meteen grote mate van bekendheid met de volkshuisvestingworden eveneens uitgenodigd te reflecteren.De honorering van de te benoemen hoogleraar zalgeschieden overeenkomstig de hoogleraarssalaris-schaal A,waarvan het maximumsalaris gelijk is aan het maximumvan schaal 16 BBRA.UniversiteitvanAmsterdamden haagvraagt:ResearchArchitekt (m/v)Vac.nr. 52-86-6968Voor de Gemeentelijke Dienst voor deVolkshuisvesting Lb.v. de afdeling Ont-wikkeling en ToezicliL? Gegevens over de arbeidsplaats:De afdeling Plantoetsing en Researchmaakt deel uit van de hoofdafdeling Ont-wikkeling en Toezicht. De rol van de sub-afdeling Research is o.a. gelegen in hetbijdragen aan de optimalisering van be-staande processen binnen de bouw, hetwoningbeheer en het toepasbaar makenvan nieuwe methodieken. Daarnaastspeelt ook het technisch onderzoek eenbelangrijke rol en de bijdrage aan projec-ten met een experimenteel karakter.Deresearch-architektzalzichvoorname-lijk als ontwerper bezighouden met hetnemen en uitwerken van initiatieven. Hijwordt daarbij on'dersteund door eenvastemedewerkerenenkelestaglairsvanuniversiteit en hogeschool.? Taak:- op de voet volgen van ontwikkelingenop het gebied van de bouw- en installa-tietechniek, alsmede materiaaltoepas-slng;- initieren van experimented projektenen (doen) uitwerken daarvan;-signalering van verbeteringsmogelijk-heden binnen het gemeentelijk beleiden doen van voorstellen tot aanpak;- doen van praktijkgericht onderzoek enverzorgen van de rapportage daarvan;- opzetten van overzichten van financieleconsequenties m.b.t. ontwikkelde ex-perimenten en (doen) maken van begro-tingen van de tiouwkosten;- onderhouden van kontakten met diver-se diensten, werkgroepen en projekt-groepen en begeleiden van technischeonderzoeken.? Vereisten:- opieiding TH of gelijkwaardig;- ruime praktijkervaring; bij voorkeurindewoningbouw;- kennis van financieringsregelingen,(overheids)voorschriften en bouw-kosten;- zakelijk inzicht;- doorzettingsvermogen;- grote persoonlijke inzet gekoppeld aaneen hoge mate van creativiteit.Kennis van en ervaring met informaticaen/of automatisering strekt tot aanbeve-ling.? SaiarisiAfhankelljkvan opieiding en er-varing, maximum salaris f 6.024,-- brutoper maand.? Informatie: Voor nadere inlichtingenkunt u zich wenden tot de heer J.W. Hen-driks, telefoon 070 -123315.? SOLLICITATIEADRES:Gemeenteiijke Dienst voor de Volkshuis-vesting, afd. Personeelszaken,Postbus 400, 2501 CK 's-Gravenhage.Voordezefunctiegeldt:Het salaris is afhankelijk van opieiding,leeftijd en ervaring. Vrouwelijke gega-digden worden uitdrukkelijk verzocht tesolliciteren. Schriftelijke sollicitatiesbinnen 14 dagen te richten aan de perso-neelsafdeling van de betreffende dienst-tak, onder vermelding van het genoem-de vacaturenummer in de linkert>oven-hoek van brief en enveloppe en voorzienvan uw adres met postcode. Gemeente 's-6ravenhage2e JAARLIJKSE CONGRESCityMarl{etin^Tal van praktische ideeen over wonen, werken,winkelen en recreeren in de kleine en grote gemeenteWoensdag 22 oktober 1986 - Gemeente BibliotheekRotterdamVoorzitter: Drs J.G. van der Ploeg, voorzitter van hetforum voor stedelijke vernieuwingPROGRAMMA? NIEUWE STEDELIJKE FUNKTIESProf Dr R van Schilfgaarde, AdviesbureauSeinpost? AMSTERDAM HEEFT 'TMr H. Kapenga, Gemeente Amsterdam? DE SLEUTELSTAD LEIDENMr C.H. Goekoop, Burgemeester van Leiden? DE PARKSTAD DEN HAAGA.J.A. Verduijn Lunel, wethouder Den Haag? INVESTEREN IN NIEUWE STEDELIJKEFUNKTIESDrs G.M.M. Hendriks, Pensioenfonds PGGMte Zeist? NIEUWE STEDELIJKE VORMGEVINGProf C.J.M. Weeber, TH Delft? CITY-MARKETING VAN GRIL TOTWERKEUJKHEIDDr M.C.E.W. van Gendt, Wilma VastgoedUtrechtKosten / 545-- (excl. btw) per persoon incl.documentatiemapAanmelding en/of brochure:Telefonisch010-434.99.66/434.90.28 ofdoor middel van het invullenvan onderstaande coupon..^Symboolvoor kwaliteitinbouwenBimo Bouwbouwt toonaangevend woningenin grote en kleine aantallen. Bouwt scholen, kerken,gebouwen, winkels, warenhuizen,bejaardencentra en b.v. gemeentehuizen.Met het besefdat wij medebepalend zijn voorhet architectonlsche gezicht van de toekomstwerken wijmet al ons vakmanschap en met een grote inzetaan elk projekt dat ons is toevertrouwd.BIMO BV/BOUWBEDRIJFErmelo, Tolweg 12TelefOOn 03417-53644vestigingeri:Ommen en Zeewoldebeten overdevoile breedteINEDERUNDS STUDIE CENTRUMIn open enveloppe, zonder postzegel zenden aan:N.S.C. - Antwoordnummer 350 - 3130 VB Vlaardingen.D Stuur mij een brochure van 2e jaarliikse congres Wilt u mij inschrijven voor CITY-MARKETINGNaam:Functie:Naam bedrijf/organisatie:Adres:Postcode/plaatsnaam:De kracht van Betonson is hetveelzijdige programma vanprodukten en diensten voor zowelde Woningbouw als de Utiliteits-bouw en de sektor Grand-, Weg-en Waterbouw^. Wie daarbij invoorgespannen beton konstrueert,weet zich bij Betonson verzekerdvan hoogw/aardige, industrieelgefabriceerde produkten.Een eigen ingenieursbureaumaakt in zovi/el het reken- als hettekenwerkgebruikvan geavan-ceerde computertechnieken.Betonson begeleidt haar produk-ten t.b.v uvj projekt met praktijkgerichte adviezen. Zovi^el con-structie technisch, als op hetterrein van transport, montage enheien.Deze eigentijdse aanpak vanBetonson maakt een viotte leve-hng en een scherpe prijs mogelijk.Dat zai u blijken, zodra u nadereinformatie of een offerte vraagt.Dat geldt voor woningen maar ookvoor kantoren, bedrijtshallen,scholen, parkeergarages,bruggen en buizen. Betonson: datis beton over de voile breedte.betonsonde betenbasisBetonson B.V, KanaaldijkZuid 8Postbus 5, 5690 AA Son (N B.) Telefoon 04990-74510Telex 51531Hstedebouwenvolkshuisvesting67e jaargang oktober 1 986Orgaan van hetNederlands InstituutvoorRuimtelijke Ordeningen VolkshuisvestingE]Redactie:Drs. H.J.M. van AlphenMr. R. BekkerDrs. L.G. GerrichhauzenDrs. H.J.M. GoverdeIr. P.C. GroenMr. ir. A.W. HartmanIr. J. HeelingMw. drs. I.T. KlaasenIr. K.R. de PoelProf. J. RothuizenMr. A.M. Schaap-DubbelboerRecensieredacteur:Drs. H.J.M. van AlphenTelefoon 070-602775Redactie, administratie enpublikaties ter recensie:Mauritskade 212514 HD Den HaagTelefoon 070-469652Postgironummer 29080Richtlijnen voor auteurs;Auteurs van artikelen enboekbesprekingen kunnendesgewenst op het redactie-secretariaat een exemplaar van de'Richtlijnen voor auteurs'aanvragen.Uitgave van:Samsom Uitgeverij bvAlphen aan den RijnAdvertentie-acquisitie;voor personeelsadvertenties:Postbus 42400 MA Alphen aan den Rijntelefoon 01720-62191voor produkt-advertenties:Postbus 2282400 AE Alphen aan den Rijntelefoon 01720-62603Opdrachten en materiaal wordenvoor de lOe van de maand,voorafgaande aan de maand vanverschijning, ingewacht.Losse nummers f 12,--ISSN 0039-0879InhoudDenkraamThuisloos in Nederland, C. van Rooy 350ArtikelenEuropese ruimtelijke ordening, drs. J.B.Th. van Dam en drs. D. MartinBestaat er een Europese ruimtelijke ordening? De auteurs menen dat dat niethet geval is. Wei zijn er op andere terreinen van Europees beleid aanzettentot ruimtelijke ordening aanwezig. Een inventarisatie. 351Groeikernen- en groeistedenbeleid: bedrijf en arbeid in de groeikernen,prof. dr. M. de SmidtWerkgelegenheid is in de serie artikelen over groeikernen nog niet aan deorde geweest. In dit artikel, dat een bewerking is van een lezing, gehoudenop de studiedag "Na de groei. .." op 28 mei j.l. te Hoorn, wordt dit aspectbelicht. 360Wet op de stads- en dorpsvernieuwing; nieuw instrument voor provinciaalruimtelijk beleid? drs. M. de Bijl en drs. M. Y.M. GuddeHet provinciaal stadsvernieuwingsfonds als instrument van ruimtelijk beleid;een inventarisatie van de besteding van de gelden uit dat fonds over 1985 en1986 laat zien dat het stadsvernieuwingsfonds tot dusverre nauwelijks bij-draagt aan het provinciaal ruimtelijk beleid. 367Bedrijven en milieuzonering, E. LangedijkDe ervaringen van de gemeente Zaanstad met de richtlijnen uit het VNG-rapport Bedrijven en miheuzonering. Deze blijken positief te zijn.Provinciaal ruimtelijk beleid ter discussie, drs. A.J.M. van VroenhovenReaktie op het artikel van prof. ir. N.A. de Boer in het juninummerGrenzen van het provinciale ruimtelijke beleid, A. DekkerReaktie op het artikel van prof. ir. N.A. de Boer in het juninummer373377378Bestuurlijk-juridische trends: Bestemmen met beleid, mr. ir. A. W. HartmanBespreking van het rapport Bestemmen met beleid waarin een aantal voor-stellen tot uniformering en standaardisering van delen van het bestemmings-planwerk wordt gedaan. 381In Planologenland, H. van der CammenIn deze aflevering wordt stilgestaan bij de ontwikkelingen in het denken overde vaste oeververbinding over de Westerschelde 383Bestuurskundige bespiegelingen. Het regeerakkoord en de Volkshuisvesting,L.G. GerrichhauzenHet regeerakkoord en de regeringsverklaring t.a.v het onderdeel volkshuis-vesting staan centraal in de bestuurskundige bespiegehngen. 385Nieuwe publikatiesNieuws van de RAROMededelingen NIROVAankondigingenOmslagfoto: A. W. Hartman388391392359, 393Denkraam'Thuisloos in NederlandThuisloosheid is in de Nederlandse cultuur geen nieuwverschijnsel. Door de tijd heen zien we dat zich in onzesamenleving een groep individuen manifesteert, die zichniet kan of niet wil conformeren aan bepaalde algemeengeldende normen. Ondanks indicaties dat de belangstel-ling voor de thuisloze mens de afgelopen jaren is toege-nomen, blijkt bij nadere beschouwing dat de hieromtrentopgebouwde kennis niet anders kan worden gekwalifi-ceerd dan als; fragmentarisch, eenzijdig en niet systema-tisch. Het feit dat de levens van thuislozen zich groten-deels afspelen in (wat Horst in zijn proefschrift noemt) deschuilhoeken van onze maatschappij is daar wellichtdebet aan. Evenals waarschijnlijk de veronderstelling dathet verschijnsel kwantitatief niet omvangrijk zou zijn. Intal van opzichten vormen de thuislozen in Nederland,anno 1986, nog immer een sterk onderbelichte groep.BegripsbepalingEen ieder die zich gaat verdiepen in de problematiek rondde thuisloosheid zal in eerste instantie orde moetenscheppen in de spraakverwarring tussen de begrippendakloos en thuisloos. Niet zelden wordt er in een ademgesproken van "de" dak- en thuislozen, terwijl beidebegrippen noch volledig overlappend noch geheel supple-toir zijn. Er zijn daklozen, die niet tot de thuislozen gere-kend kunnen worden (calamiteitsslachtoffers bijvoor-beeld) en omgekeerd zijn er thuislozen die niet daklooszijn (personen verblijvend in pensions en dergelijken).Of hetgeen aan de toestand van thuisloosheid voorafgaat te maken heeft met een sociaal proces, of dat speci-fieke eigenschappen van de persoonlijkheidsstructuurdaarbij van doorslaggevend belang zijn willen wij op dezeplaats in het midden laten. Feit blijft dat de thuislozemens niet past in de pluriforme sociale systemen van onzegeordende en gestabiliseerde, maar o zo complexe samen-leving. In de regel is er, als we spreken van thuisloosheid,derhalve meer aan de hand dan het ontbreken van een dakboven het hoofd. En vanuit die optiek is thuisloos eenruimer begrip dan dakloos.Door de Landelijke Stichting voor Thuislozenzorg enOnderdak wordt thuisloosheid als volgt gedefinieerd: Eentoestand van maatschappelijke en sociale zwakheid, waar-in geen functionele verbanden of medemenselijke relatiesvan betekenis meer worden onderhouden, met verlies vaneen vast leefmiheu in de maatschappij. Deze (psychologi-sche) definitie lijkt een bruikbaar uitgangspunt. Naaronze opvatting zou daaraan nog wel expliciet toegevoegdkunnen worden dat er veelal sprake is van niet-zelfstan-dige huisvesting met een instabiel en niet-permanentkarakter; menigmaal ook met geringe rechtsbescher-ming.De thuislozen-populatieZo divers als de in omloop zijnde begripsbepalingen, zouiteenlopend zijn de schattingen over het precieze aantalthuislozen dat Nederland kent. Officiele cijfers deden onstot voor kort geloven dat de thuislozenpopulatie zich zoubewegen tussen de 20.000 en 30.000. Aangezien die schat-ting is gebaseerd op de registraties van de (door de over-heid) erkende thuislozenzorg, mag voetstoots worden aan-genomen dat het werkelijke aantal substantieel hoger ligt.Immers, algemeen wordt onderkend dat slechts een(klein) deel van de totale groep in aanraking komt met deerkende thuislozenzorg, het "witte" circuit. Daarnaast iser een omvangrijk circuit waar de thuisloze ook nogterecht kan. Dat varieert van bonafide opvangcentra metzuiver ideele doelstellingen ("grijs" circuit) tot louchelogementen en malafide tehuizen waarvan de exploitantgeen hogere motieven heeft dan puur commerciele("zwart" circuit). Een categoric die zich praktisch hele-maal onttrekt aan registraties en waarnemingen wordtdaarnaast nog gevormd door de zogenoemde buitenlo-pers: zij, die slapen in containers, keten, opengebrokenauto's, stationshallen, in parken en onder bruggen.Via een drietal verschillende ingangen (gebaseerd op: a.opgaven van deskundigen, b. beschikbare opvangmoge-lijkheden, c. de Nederlandse gemeenten naar grootte)hebben wij geprobeerd meer vat te krijgen op deze mate-rie. Daarbij hebben wij voldoende onderbouwing gevon-den om te kunnen stellen dat het aantal thuislozen inNederland zeker niet beneden de 35.000 ligt. Uitgaandevan de door ons gehanteerde definitie moet een boven-grens worden aangehouden van circa 80.000. Dat hetaantal thuislozen tegen de 200.000 loopt, zoals naar vorenis gebracht door de Nijmeegse hoogleraar Heydendael,kon onvoldoende worden ondersteund met objectiefcijfermateriaal.Visles op thuisloosheidHet is ons opgevallen dat er in Nederland tot op hedenvier verschillende visies op thuisloosheid een rol hebbengespeeld. Daarvan heeft de romantische opvatting (devrolijke flierefluiter, de onbekommerde vagebond die meteen knapzak op zijn rug de wijde wereld intrekt) eigenlijkalleen een rol gespeeld in de literatuur en, tot op zekerehoogte, bij de gewone burger. Van de drie meer weten-schappelijke benaderingen (vanuit sociologisch, econo-misch en psychologisch oogpunt) kan worden gezegd datzij successievelijk elkaar hebben afgewisseld. Meer alsgevolg van de discipline van de "toevallige" onderzoeker,dan van een brede maatschappelijke benadering. Alsnadrukkelijk onderwerp van maatschappelijke zorg is hetaspect van de volkshuisvesting nog nauwelijks aan bodgekomen; een omstandigheid waarin op dit moment eenkentering lijkt te komen. Met de gedachte dat een deel vande thuislozen door middel van begeleid wonen naar eenreguliere woonsituatie kan worden geresocialiseerd, is eenopening ontstaan.Cees van RooyDe auteur van dit artikel is als projectleider verbonden aan Bureau Veld-kamp in Amsterdam. Samen met zijn collega Rob van Nes heeft hij zeerrecent, in opdracht van het Ministerie van Volkshuisvesting, RuimtelijkeOrdening en Milieubeheer, een onderzoek uitgevoerd naar thuisloosheid inNederland.S en V, oktober 1 986350drs. J.B.TTi. van DamHoofd van de onderafdeling Sociologisch enDemografisch Onderzoek van de Rijksplano-logische Dienstdrs. D. MartinBeleidsmedewerker bij de afdeling AlgemeneCoordinatie van de RijksplanologischeDienstHet artikel is op persoonlijke titel geschre-ven.Supranationaal Europees beleid ontwikkelt zich op verschillende beleidsterreinen in eenverschillend tempo. Hoever de ontwikkeling van een Europese ruimtelijke ordening isgevorderd wordt in dit artikel verkend. Tot de werkelijkheid van nu behoren zovvelEuropese maatregelen met ruimtelijke gevolgen als pleidooien voor institutionalisering\ an een EG-beleid inzake ruimtelijke ordening. Hoewel een complete beleidsorganisatievoor ruimtelijke ordening niet wenselijk wordt geacht, dienen er zich wel mogelijkhedenaan voor de groei van een ruimtelijke coordinatietaak in de EG, voor het ontvvikkelen vaneen Europese ruimtelijke visie en voor een betere samenwerking tussen de EG en deRaad.Europese ruimtelijke ordeningwerkelijkheid en wenselijkheidInleidingHet Denkraam van September 1984 in dittijdschrift droeg de titel "Ruimtelijk be-leid op vier bestuursniveaus"')- Deschrijfster, Europarlementarier mevrouwE. Boot, meende een verdere ontwikke-ling te kunnen aanwijzen in de verticalecoordinatie in de ruimtelijke ordening;gemeente, provincie, rijk en Europese Ge-meenschap (EG) zouden vier beleidsni-veaus vormen. Want beslissingen op rijks-niveau zijn, meer dan wij denken, gede-termineerddoor EG-wetgevingen ergaat.aidus mw. Boot, een coordinerende wer-king van Gemeenschapsbesluiten uit opbesluiten in de lidstaten. Haar stellingna-me nodigt uit tot een nadere verkenning.Aanwijsbaar immers is de toeneming vanbelangstelling voor het algemene Europe-se denken en diversepogingen zijnjuist deafgeiopen jaren in EG-verband onderno-llct "Hun Ydii r.iirupa" in Straai^hur^men om meer gestalte te geven aan eenechte Europese politick. Ook het recentverschenen rapport van de Wetenschap-pelijke Raad voor het Regeringsbeleid(WRR) over "De onvoltooide Europeseintegratie"2) gaat uit van (de noodzaakvan) groei van een echte Europese poli-tick. Maar de vraag of de ruimtelijke orde-ning in gelijke mate deck in die groei vandenken en politick handelen is daarmeenog niet beantwoord^).In dit artikel verkennen wij welke pcr-spectieven er zijn voor een vorm vanEuropese ruimtelijke ordening. Wij me-nen dat zulke perspectieven een mengingdienen te zijn van elemcnten van haal-baarheid vanuit de huidige werkelijkheiden van wenselijkheid. De haalbaarheidheeft betrekking op de institutionelcstand van zaken en op het bewustzijn datbelangrijkc vraagstukken vragcn om een"fl^-aanpak op Europees niveau. Het ligt danvoor de hand de aandacht te richten optwee reeds gcvcstigdc institutionelc ka-dcrs: de Europese Gemcenschap (EG) ende Raad van Europa (RvE).De wenselijkheid heeft betrekking opde wilsvorming om inhoudelijk en institu-tioneel voort te gaan op de weg van eenEuropese ruimtelijke ordening.De perspectieven zullcn wij schetsen alsnabije mogelijkheden die zich naar deactuele stand van zaken aandienen. Hetveel verder liggende perspectief: een com-plete beleidsorganisatie met daarin plaatsvoor de signalering van vraagstukken,gezamenlijke wilsvorming, explicietestandpuntbepaling, budgetten, gebodenen verboden, en dat in een supranationaleaanpak, achten wij voorlopig onhaalbaaren onwenselijk.Voor een goed begrip van de verschil-lende instellingen die in dit artikel wordengenoemd, verwijzen wij naar de "kortewegwijzer" op biz. 352.Globale inhoud vaneen ruimtelijke orde-ning op EuropeesniveauDe aandacht voor ruimtelijke ordeningop Europees niveau tekent zich niet nupas af. Vanaf het begin van dejaren '70 iser met name in de Raad van Europa veelgesproken en nagedacht over ruimtelijkeordening, zowel voor Europa als (ruimte-lijk) geheel als voor de InternationaleS en V, oktober 1986351Europese ruimtelijke ordeningKorte wegwijzer in de EG en de Raad van EuropaBestaat iiit:Polilieke top:Verdere politieke vormgeving:Vo/ksvertegenwoordiging:A mhtelijk:Financien:Europese Gemeenschap: Brussel12 landen: aantal supranationale hevoegdhe-den.Raad van Ministers: hijeenkomst 2X p.j. vanatle regeringsleiders.Roulerende voonitters elk 1/2 Jaar. Akkoor-den hepalen her te meren beleid.Raden van vakministers; h.w Landhouw. Mi-lieu. Bepalen het Europees beleid op him vak-gehied.Europese Parlement: rechtstreeks gekozen;maakt gebruik van "Huts van Europa" inStraatsburg, 20-tal commissies w.o. Commis-sie voor regionaal-beleid en ruimtelijke orde-ning. Dienen resolutaties in en stellen vragenaan de Europese Commissie. Heeft budget-recht.Europese Commissie: hereidt politieke be-sluitvorming voor. Een commissaris voor elkvan de:20 Directoraten-Generaal; die met duidelijkeruimtelijke relevantie zijn:? Landbouw - DG VI? Vervoer - DC VU? Milieuzaken, consumentenbelangen en nuc-leaire veiligheid - DG XI? Regionaal beleid ^ DG XVIDe EG heeft totaal ? 15.000 amhteiiaren indienstBegroting: ? f 84 miljardBelangrijkste uitgave = landbouwbeleid (?Raad van Europa: Straatsburg21 landen: alle niei-communistische Europeselanden:alleen een internationaal samenwerkingsver-hand.Comite van Ministers van Buitenlandse Ta-kenRoulerende voorziiters elk 112 jaar. Nemenaanhevelingen aan nationale regeringen aanof verdragen die bindend zijn voor staten dieze hekrachtigen.Vakministersconferenties w.o. CEMAT; ;>;-houdelijk onafhankelijk van Raad van Europa.Nemen resoluttes aan.De Standing conference of Local and Regio-nal Authorities (CLRAE) heeft een commissievoor ruimtelijke ordening.Parlementaire Assemblee; verzameling van 170nationale parlementariers; 13 commissies w.o.Commissie voor ruimtelijke ordening en lagereoverheden. Dienen resoluties en aanhevelingenin.Secretariaat-Generaal: coordineert activiteiten(seminars, studies enz.) van de Raad van Eu-ropa. Deze activiteiten warden uitgevoerd in24 sectoren w.o. ruimtelijke ordening. Elkesector heeft een:Comite-Directeur, bestaande uit nationaleambtenaren, die verantwoordeli/k zijn voor deactiviteiten. Uitzondering is de sector ROwiens Comite-Directeur (CDAT) eind 1985 opnon-actief werd gezetHet S. G. heeft ? 850 ambtenaren in dienst,Begroting: ? f 130 miljoenBelangrijkste uitgave = personeelskosten.Ruimtelijke ordening komt als Europees beleidsterrein niet in hetoprichtingsverdrag van de EEG, het Verdrag van Rome van 1957,voor. Het aanvatten van toen niet genoemde taken kan geschieden opgrond van artikel 235 van het Verdrag:"Indien een optreden van de Gemeenschap noodzakelijk blijkt om, inhet kader van de Gemeenschappelijke Markt, een der doelstellingen vande Gemeenschap te verwezenlijken zonder dot dit Verdrag in de daartoevereiste bevoegdheden voorziet, neemt de Raad met eenparigheid vanstemmen op voorstel van de commissie en na raadpleging van de ver-gadering de passende maatregelen. "Met de Europese Akte tot wijziging van de EG-verdragen en totvastlegging van de Europese Politieke samenwerking, ondertekendop 17 en 28 februari 1986 in Luxemburg en Den Haag is voor eenaantal beleidsgebieden in Europa de regel van meerderheidsbeslis-singen gevestigd. In deze Akte is (o.a.) de zorg voor het milieu als eentaak van de Gemeenschap opgenomen in de nieuwe artikelen 130 Rtot en met 130 T.Activiteiten van de RvE zijn, gezien haar status als internationaalsamenwerkingsverband, gemakkelijker te veranderen. Activiteitenop het gebied van de ruimtelijke ordening begonnen met de leCEMAT in 1970 en werden structureel onderdeel van de activiteitenvan de RvE in 1976 toen CDAT werd ingesteld. De CDAT werd in1985 door het Secretariaat-Generaal op non-actief gezet in het kadervan bezuinigingsplannen. Thans zijn discussies gaande over de zgn.Third Mediumterm Plan 1987-1991, dat uitgaat van een vrij vergaan-de rationalisatie van de activiteiten (en sector-verdeling) van de RvE.De structurele en inhoudelijke positie van de ruimtelijke ordening zalafhankelijk zijn van de uitkomst van deze discussies.grensgebieden binnen Europa. Dit na-denken over de ruimtelijke ordening opEuropees niveau vond vooral plaats in deEuropese Conferentie van Ministers ver-antwoordelijk voor Ruimtelijke Ordeningvan de Raad van Europa, bekend onderde Franse afkorting CEMAT. In de eerstevier CEMAT's in de jaren '70 zochten deRO-ministers vooral naar gemeenschap-pelijke ideeen en standpunten in hun na-tionaal ruimtelijk beleid, die mede vantoepassing zouden kunnen zijn op Euro-pees niveau'*).Ruimtelijke ordening voor heel EuropaTegen het einde van dejaren '70 bleek erook te worden nagedacht over een meerfacetmatige aanpak van een Europeseruimtelijke ordening, niet alleen in CE-MAT-kader, maar ook in nationale RO-instellingen, zoals de RijksplanologischeDienstS), en in EG-kringen. Hoe dit na-denken in de eerste helft van dejaren '80gestalte heeft gekregen kan worden aan-S en V, oktober 1986352Europese rulmtelijke ordeninggegeven met drie documenten van deRaad van Europa, respectievelijk deEG.De 6e CEMAT, gehouden in 1983 in Tor-remolinos, nam het Europees Handvestvoor de ruimtelijke ordening^) aan. Dithandvest bevat hoofddoelstellingen enformuleringen over de verwezenlijkingdaarvan. Alsof er geen grenzen meer be-staan gaat het "Europa", "de Europesebevolking" of "de Europese samenleving"om:- evenwichtige sociaal-economischeontwikkeling van de regie's,- de verbetering van de kwaliteit van hetbestaan,- een verantwoord beheer van natuurHj-ke hulpbronnen en bescherming van hetmilieu,- een rationeel grondgebruik.Deze doelstellingen laten zich geledennaar verschillende bestuursniveaus. HetEuropese niveau zal coordinatie van hetruimtelijke beleid bewerkstelligen met hetoog op doelstellingen van Europees be-lang en een evenwichtige ontwikkelingvan Europa in haar geheel. Het handvestsluit af met de noodzaak van samenwer-king zowel binnen de Raad van Europaals naar buiten toe. en met de nadere uit-werking van de beginselen van het hand-vest voor verschillende soorten gebie-den.Het Europese Parlement aanvaardde in1983 een resolutie die werd voorgestelddoor zijn Commissie voor regionaal be-leid en ruimtelijke ordening. Naar denaam van de rapporteur heet deze resolu-tie de resolutie-Gendehierf). Aan diensrapportage gingen al andere resoluties,o.a. van mw. Lizin en de heer Sassono,vooraf.De resolutie-Gendebien grijpt uitvoe-rig terug op het Europese Handvest enandere werkzaamheden van de Raad vanEuropa. De centrale uitspraak erin luidt,dat"de Gemeenschap een alomvattend be-leid inzake Europese ruimtelijke ordeningtot stand hrengt dat concreet vorm geeft aande polilieke wil om het Europese grondge-hied als gemeenschappelijk gehied te be-heersen en te beschermen".Belangrijkste instrument is een Euro-pees schema voor ruimtelijke ordening."dat bepaalt wat de plaats of het tracewordt voor hepaalde infrastructurelewerken. activiteiten. projecten of gehiedenvan Europees belang waarvoor de gemeen-schap van plan is:- specifieke reglementaire bepalingenvast te stellen;- en/offinancieel bij te dragen".Diverse problemen worden vervolgensopgesomd: de problemen van de aller-armste regio's en die met een te hoge ste-delijke concentratie; de grote infrastruc-turele voorzieningen; de interregionalesamenwerking, met name tussen grensre-gio's; de bescherming van het Europeseerfgoed; het energiebeleid; het opsporenvan gevaarlijke of vervuilende activitei-ten; diverse landbouwvraagstukken. Di-rect al verlangde deze resolutie de oprich-ting van een speciale dienst belast metruimtelijke ordening en met de ruimtelij-ke coordinatie van de verschillende in-strumenten en acties. Dat laatste gaf aan-sluiting op reeds feitelijk R.O.-beleid vande gemeenschap via diverse fondsen,maatregelen en richtlijnen.Een in 1985 aangenomen motie om vande Europese Commissie antwoord te krij-gen op de resolutie-Gendebien wacht nogsteeds op antwoord . ..Het Comite-Directeur voor ruimtelijkeordening (CDAT) binnen de Raad vanEuropa heeft zich tussen 1977 en 1983bezig geho.uden met het opstellen van eenEuropees Ruimtelijke Ordeningsschema,de zgn. European Regional PlanningStrategy**). Daartoe is een aantal studiesdoor deskundigen uit verschillende Ian-den (BRD, Frankrijk, Belgie) verricht.Ook zijn er twee uitgebreide Round Tab-les en een werkgroepvergadering georga-niseerd om een spoor uit te leggen opbasis van deze inhoudelijk sterk uiteenlo-pende studies. Dit alles leverde echtergeen duidelijk stramien op. Hoewel erovereenstemming bestond over de globalepositie van het schema tussen het Hand-vest als gemeenschappelijk uitgangspuntvoor de RO op Europees niveau enerzijdsen het nationaal ruimtelijk beleid in al zijn\(.irmen anderzijds, was het aantal ver-schillende interpretaties van de functiedaarvan groot: zes jaar arbeid leverdegeen duidelijk produkt op. Luxemburgkreeg eind 1983 de opdracht een defini-tieve concept-tekst op te stellen.Nu. zoals in schema 1 vermeld, de Raadvan Europa de CDAT op non-actief heeftgezet en financiele steun voor de Strategyvan de Raad van Europa is ingetrokken, isde verantwoordelijkheid overgeheveldnaar de CEMAT. De 7e CEMAT in okto-ber 1985 in Den Haag had het belangervan voor de RO op Europees niveau nogeens benadrukt. In april 1986 kwam deLuxemburgse delegatie met een eersteofficieuze concept-tekst, die nog uitvoerigin CEMAT-kader moet worden bestu-deerd. De invalshoek van deze tekst isEuropees en, in tegenstelling tot de eer-dergenoemde studies, geenszins vanuit denationale situaties geredeneerd.Ruimtelijl
Reacties