1986DenkraamRegionaal beleid op terugtochtPartiele herziening streekplanVerdichting rond stationsInterview met Paul DelouvrierFalende bestuurlijke organisatieop stadsgewestelijk niveauBroedplaatsfunctie van stedenBestuurskundige bespiegelingenIn PlanologenlandNieuwe publikatiesNieuws van de Raad van Adviesstedebouwen/olkshuisvestingDE&VERWERKINGBRUYNZEEL MONTAPLEXDat Bruynzeel Montaplex een uit-stekend bouwmateriaal is behoeftgeen betoog; jarenlange research enhet meedenken met de verwerkerhebben er aan meegewerkt datMontaplex in de bouwwereld uiter-aard geheel bekend is.het kan verwerkt worden metnormaal gereedschap.is veel lichter (soms de helft) dan demeeste kunststofplatenen daardoor gemakkelijk tebevestigen, ook onzichtbaard) doormiddel van de meest bekende beves-Een pagina is eigenlijk niettoereikend om alle pluspunten vanMontaplex op te noemen maar mochtUtoch meerwillenweten;doormiddelvan onderstaande bon in te vullenwillen wij U graag uitgebreiddocumenteren over onze produkten.U kent natuurlijk de vele voordelen:' een fraai, strak uiterlijk* 11 (buiten!) standaard kleuren* milieu vriendelijk* vv'ater- en weerbestendig* kras- en stootvast* diverse diktes* een laag uitzettingscoefficient* leverbaarals sandwichpaneel* niet breukgevoeligMaar de uitvoerder is speciaalgeinteresseerd hoe het materiaal zichtijdens hetverwerken houdt.Montaplex heeft de unieke voor-delen van hout en de technischepluspunten van andere panelen in zichverenigd, waardoor verwerking op debouwplaats zonder problemenmogelijk is.tigingssystemen.* het is volkomen ongevoeiig voorbreuk.Onnodig te vertellen dat dekwaliteit/kostenverhouding goed ligt.Handling kost geld; met BruynzeelMontaplex wordt deze tot een mini-mum teruggebracht.Moet er dan nog verder overkwaliteit worden gesproken?Bruynzeel geeft niet voor niets 10 jaargarantie op Montaplex, inclusief op derandafwerking.U kunt Bruynzeel Montaplex toe-passen op iedere plaats waarvoor Ueerst ander materiaal wilde gebruiken,ook voor binnentoepassingen.Over deze mogelijkheden zullen wij Ugaarne verder informeren.U kunt mij vrijblijvend Uw uitvoerigedokumentatie toezenden overNaam:Funktie: _Naam bedrijf;Telefoon:Straat;Postkode:Plaats:DE PLAAT WAAR EEN REPUTATIE ACHTER STAATBruynzeel MultipanelBV, telefoon: 075-542103-542259-542286-542334-542589.Stuur de coupon in een gesloten enveloppe zonder postzegel naar Bruynzeel Multipanel BV, antwoordnummer 208,1500 VC Zaandam.stedebouwenvolkshuisvesting67e jaargang februan 1986Orgaan van hetNederlands InstituutvoorRuimtelijke Ordeningen VolkshuisvestingRedactie:Drs. H.J.M. van AlphenMr. R. BekkerDrs. L.G. GerrichhauzenDrs. H.J.M. GoverdeMr. ir. A.W. HartmanIr. J. HeelingMw. drs. I.T. KlaasenIr. K.R. de PoelProf. J. RothuizenMr. A.M. Schaap-DubbelboerRecensleredacteur:Drs. H.J.M. van AlphenTelefoon 070-602775Redactie, administratie enpublikaties ter recensie:Mauritskade 212514 HD Den HaagTelefoon 070-469652Postgironummer 29080Richtlijnen voor auteurs;Auteurs van artikelen enboekbesprekingen kunnendesgewenst op het redactie-secretariaat een exemplaar van de'Richtlijnen voor auteurs'aanvragen.Uitgave van:Samsom Uitgeverij bvAlphen aan den RijnAdvertentie-acquisitie:voor personeelsadvertenties:Postbus 42400 MA Alphen aan den Rijntelefoon 01720-62191voor produkt-advertenties:Postbus 2282400 AE Alphen aan den Rijntelefoon 01720-62603Opdrachten en materiaal wordenvoor de lOe van de maand,voorafgaande aan de maand vanverschijning, ingewacht.Losse nunnmers f 1 2,--ISSN 0039-0879InhoudDenkraam"Dure woningen worden soms door woningzoekenden weinig gcappre-cieerd", E. Arnoldussen ? 38ArtikelenRegionaal beleid op tenigtocht, prof. dr. M. de SmidtHet regionaal sociaal-economisch beleid voor de komende jaren staat inhet teken van een terugtreden van het rijk. Veel wordt overgelaten aan heteigen organiserend vermogen van de regio. De relatie met het ruimtelijk be-leid verdwijnt.Een kritische beschouwing n.a.v. de Nota Regionaal Sociaal-EconomischBeleid 1986-1990. 39De particle herziening van het streekplan, Th. ArtsAnalyse van het fenomeen particle herziening van streekplannen. Aan dehand van een aantal voorbeelden wordt de toepassing van dit planologischinstrument in de praktijk bekeken. 43Verdichting rond stations, drs. J. Jarisen en ing. G. van der Sterre M.Sc.Benutting van de mogelijkheden van de stationsomgeving kan leiden totverbetering van de ruimtelijke en functionele structuur van steden. Enigesuggesties terzake. 50Interview met Paul Delouvrier, ir. A.P.M. FrankenVerslag van een boeiend gesprek met de man achter het Schema Directeurd'Amenagement et d'Urbanisme de la Region parisienne en de nieuwe ste-den rond Parijs. 55De falende bestuurlijke organisatie op stadsgewestelijk niveau, drs. P.L.KloosterKorte kritische beschouwing over de op basis van de nieuwe Wet Ge-meenschappelijke Regelingen tot stand te brengen vormen van stadsgeweste-lijke samenwerking. 59De stad als broedplaats van nieuwe activiteiten, drs. E.J. Davelaar en prof. dr.P. NijkampOntstaan en inhoud van de "broedplaatshypothese" t.a.v. steden. Beteke-nis van de broedplaatsfunctie voor m.n. innoverende activiteiten in steden. 61Bestuurskundige bespiegelingen. Veranderende machtsverhoudingen binnen devolkshuisvesringssector, L.G. Gerrichhauzen en M. van GiessenVeranderingen in de volkshuisvestingssector: decentralisatie, planning enprogrammering, het normkostenstelsel en de positie van het ministerie vanVROM in deze worden besproken. 66\n VXsmoXogerAsmAj H. van der Cammen :Ruimtelijke ordening in Belgie en met name in Vlaanderen blijkt een inge-wikkelde zaak van lange adem. Opnieuw een blik over de grens. 71Nieuwe publikatiesNieuws van de RAROMededelingen NIROVMededelingen PROAankondigingen\,737677 ''^' 7879Stedebouw enVolkshuisvesting,37feb ruari 1986Denkraam"Dure woningen worden soms door woningzoeken-den weinig geapprecieerd"Dit is een citaat uit de huurbrief (huurbeleid 1986). Ergaat een wereld voor je open bij lezing van een dergelijkcitaat. Wat wordt er bedoeld met het woordje "soms '?Dat blijkt bij verdere lezing van de huurbrief. De teneur isdan, dat geriefsgebrek, slechte warmte-isolatie, minderekwaliteit van de woonomgeving en onveiligheid rond dewoongebouwen de echte redenen zijn waarom dure wo-ningen niet worden geapprecieerd.De staatssecretaris geeft verhuurders en gemeenten danook de tip om daaraan iets te doen. Als dat allemaalgebeurd is en er dan toch nog aanzienlijke leegstand is danmogen verhuurders - voor eigen rekening - de staatsse-cretaris verzoeken om huurverlaging.Uiteraard is gebrek aan gerief, slechte kwaliteit van dewoonomgeving en al dat soort zaken niet bevorderlijkvoor de verhuurbaarheid, maar om hierin het uitsluitendeprobleem te zoeken gaat wat ver. Vergeten moet nietworden dat in complexen - vaak in de particuliere voor-raad - waar een snelle huurverlaging is doorgevoerd deleegstand sterk terugliep. Met name als hierdoor de huurbinnen de huursubsidiegrens kwam te Hggen liep de leeg-stand zeer sterk terug. Er is dus uiteraard ook sprake vaneen woonlastenprobleem. Kennelijk realiseert ook destaatssecretaris zich dit terdege, hij is immers van plan eenwijziging van de Huurprijzenwet woonruimte voor te stel-len waardoor het ook mogelijk moet worden om huurver-laging toe te passen bij woningen die nog onder de vijfverplichte huurverhogingen vallen.De leegstaande woningen zijn vaak gelegen in hoog-bouwcomplexen met coUectieve centrale verwarming eneen scala aan niet subsidiabele servicekosten samenhan-gend met de bouwaard. Het zou niet onverstandig zijndelen van deze kosten maatschappelijk te subsidieren. Inde tijd - begin 70-er jaren - dat de "dure" collectieveinstallaties werden aangelegd lagen de gasprijzen voorcollectieve contracten zodanig laag dat ondanks de grotewarmteverliezen deze installaties nog 20% goedkoperwaren dan individuele c.v.'s. In de loop der jaren zijn degasprijzen gelijk getrokken. Alle aanleiding dus voorhuurders en verhuurders om het departement voor Eco-nomische Zaken om een subsidie te verzoeken. Een soort-gelijke redenering zou kunnen worden gevolgd voor lif-ten.Een subsidie die vervolgens gebruikt zou kunnen wor-den om de hoogbouwcomplexen met veel leegstand ver-sneld af te schrijven. Hierdoor wordt niet alleen een huur-verlaging mogelijk gemaakt maar wordt ook een eventuelekeuze voor gedeeltelijke sloop en vervangende nieuwbouwopengelaten.Dit alles naar aanleiding van die wonderlijke zin uit dehuurbrief.De huurbrief bevat zelden nieuwe beleidsvoornemensmaar is meestal een samenvatting van reeds eerder bij debegroting en her en der aangekondigde beleidsvoorne-mens met betrekking tot het te voeren huurbeleid. Ook ditjaar hetzelfde beeld. Een aantal in het oog lopende zakenzal ik aangeven.Er wordt een stijging van de stichtingskosten verwachtover het tweede half jaar van 1985 tot en met het eerstehalfjaar van 1986 van totaal 3%. De stichtingskosten in dehuurtabel worden hiervoor gecorrigeerd. Ook voor deproefgemeenten die moeten gaan besluiten of zij aan hetnormkostensysteem deel zullen nemen zal de subsidieta-bel in het NKS worden aangepast aan deze kostenstijgingvan 3%.Opmerkelijk is dat over het tweede halfjaar 1985 eenprijsstijging wordt verondersteld die de proefgemeentenin het NKBS 1985 niet gecorrigeerd hebben gekregen.Bekend is dat met name in de grote gemeenten de meesteaanbestedingen in augustus/september plaatsvinden. Deprijsstijging heeft daar behoorlijk doorgewerkt. In deNKS-brief aan de proefgemeenten van 22 november 1985wordt een stijging van de stichtingskosten verondersteldvan 2%. Hoewel hier sprake kan zijn van verschillendepeildata is het systeem van aanpassing van investeringenen bijdragen langzamerhand steeds minder inzichtelijkgeworden en lijkt enige toelichting van het DG-VH op zijnplaats.Nieuw is de introductie van twee harmonisatiepercen-tages van respectievelijk 4 en 6%. Nog afgezien van dewoonlastenstijging die hieruit voortvloeit zal deze nieuwegrens uitvoeringstechnisch ook de nodige problemen op-roepen. Terwijl de invoering van het nieuwe woningwaar-deringssysteem met de introductie van een glijdendeschaaljuist beoogde de puntendiscussie rond de 10-pun-tengrenzen te beperken introduceert deze maatregel weereen nieuwe puntendiscussie. Een discussie die zich zaluitstrekken tot vergelijkingshuren in stadsvernieuwings-gebieden waar voor woningen die na 1 juli 1975 zijnopgeleverd de helft van deze percentages moet wordenaangezegd.De vergelijkingshuren zijn vaak niet gebaseerd op hetwoningwaarderingssysteem. Hier zal zich dus de wonder-lijke situatie voordoen dat het ene woningtype een anderverhogingspercentage krijgt dan het andere. Vergelij-kingshuren zijn dan al snel niet meer te herkennen, maarwaarschijnlijk is dat ook de bedoeling.In de huurbrief is de definitieve lijst van nulpunten enrelatieve nulpunten opgenomen. Deze wijkt niet of nau-welijks af van de eerdere voorstellen aan de TweedeKamer. Is er sprake van een relatief nulpunt dan kan dehuurcommissie de huur op voorstel van de huurder ver-lagen tot de minimaal redelijke huur. Hier lijkt een schonetaak weggelegd voor de huurcommissies en de kanton-rechters. De regeling zal doorjurisprudentie moeten wor-den verduidelijkt. Een nieuwe vorm van regulering. Naherstel van de gebreken wordt de huurbevriezing of -ver-laging ongedaan gemaakt en wordt de huur op het oor-spronkelijke niveau teruggebracht.Het is natuurlijk wel de vraag wie in dit systeem opopheffing van het (relatieve) nulpunt zal aandringen.Onder handhaving van een huurprijsverhogingsprog-nose van 4% perjaar ten behoeve van de meerjarenramin-gen van 1987 en volgende jaren worden de parametersvoor de dynamische kostprijs ingaande 1 januari 1986gewijzigd. Voor de huurverhogingen wordt uitgegaan van2% per jaar, voor de stijging van de variabele lasten van3%.Terecht wordt steeds voorzichtiger gecalculeerd. Be-droeg de dynamische kostprijshuur bij 7,5% rente en huur-en lastenstijging van 3% en 4,5% nog 7,0%, bij de huidigeparameters is dit al 7,8%. Nog altijd 1,6% minder dan detraditionele kostprijshuur, maar duidelijk is dat onder denieuwe parameters de subsidie toeneemt en het oplopenvan de schuldrest afneemt. Aan de nieuwe bewindsliedenom ook de huurverhogingsprognoses voor de meerjaren-ramingen te verlagen.E. ArnoldussenStedebouw enVolkshuisvesting, februari 198638prof. dr. M. de SiiiidtGeografi.sch Instituut RijksuniversiteitUtrechtDe nieuwe Nota Regionaal Sociaal-Economisch Beleid betekent een stap terug in debenioeienis van het rijk met de problemen van regie's. De financiele steun verniindertdanig.Het organiserend verniogen van de regio staat hoog in het vaandel geschreven.De Randstad krijgt weinig niogelijkheden om knelpunten op te lossen.De relatie met het ruimtelijk beleid verdvvijnt.Wei wordt het arbeidsmarktbeleid geintensiveerd en krijgen achterstandsbuurten spe-ciale aandacht.Regionaal beleid op terugtochtDe Nota Regionaal Sociaal-EconomischBeleid 1986-1990 maakt een eind aan driedecennia spreidingsbeleid. De hoopwordt gevestigd op het eigen organiserendvermogen van de regio. De sterke gebie-den in het westen en midden van Neder-land krijgen niet de stimulans van eenkrachtig ontwikkelingsbeleid om de na-tionaie economic beter te schragen. Dezwakke gebieden in het noorden van hetland worden nog gesteund, zij het metminder geld dan voorheen. Limburg magnog een keer meedoen en zal in de jarennegentig op eigen kracht verder moeten.Het regionaal beleid is op de terugtocht,zo lijkt het. Of gaat het parlement eenandere weg kiezen? Aan deze beleidsnotais een uitermate belangwekkende analyse,voorzien van kleurrijke kartogrammen,toegevoegd, maar deze is ternauwernooddoor de beleidsvoerders benut. In dit arti-kel komt vooral het regionaal ontwikke-lingsbeleid, ook en juist in de Randstad,aan de orde.Dubbelmonarchieen driestromenlandVanaf de verschijning van het rapport"Het Westen en overig Nederland" in1956 heeft de opvatting post gevat datsprake is van de benarde Randstad en deachtergebleven "Regio". Afgezien van hetI'outieve gebruik van het begrip regiowerd onrecht gedaan aan het veelkleurigpalet van gebieden die elk voor zich eeneigen, soms zeer karakteristieke bijdrageleverden aan de Nederlandse volkshuis-houding. Uit ons spraakgebruik zou eenvreemdeling kunnen afleiden dat Neder-land een dubbelmonarchie vormde, waar-in binnen de voormalige generaliteitslan-den en ten oosten van de IJssel slechtssprake was van kommer en kwel.In het politieke bedrijf kwam het echtertot een driestromenland. In het westenkwam, in 1975 toen het niet meer hoefde,de selectieve investeringsregeling tot gel-ding en werden aan de Haagse regio rijks-diensten onttrokken ter verplaatsing van-af 1972 naar nooddruftige landsdelen. Inde zogeheten periferie gingen tijdens heteerste kabinet Van Agt integrale ontwik-kelingsplannen van start zoals het Inte-graal Structuurplan Noorden des lands(ISP) en de Perspectievennota Limburg(PNL). Buiten westen en periferie bleefeen onbestemde reeks intermediaire ge-bieden over, waarvan sommige vroeger ofalsnog enige steun in het kader van regio-naal beleid ontvingen. Een nieuwelingbleek de regio Nijmegen te zijn, waar hetpercentage werklozen tot een hoogte steegdie vergelijkbaar was en is met die vanklassieke probleemgebieden als de ooste-lijke Mijnstreek en de Veenkolonien.In het nieuwe regionale beleid zijn dezedrie toppers dan ook een klasse apart inde toekenning van de Investeringspremie-regeling (35% IPR voor aangewezen ker-nen). Tot de middenklasse (25%) behorenherstructureringsgebieden als Twente,Tilburg, Helmond en overig Zuid-Lim-burg alsmede een groot deel van hetNoorden des lands en het stadsgewestDen Bosch. De hoogte van het werkloos-heidspercentage is kennelijk maatgevend.Het beeld van figuur I op biz. 40 doetverbrokkeld aan. In het begin van dejarentachtig, toen het zware steunregime vande bijzondere regionale toeslag in hetkader van de Wet Investeringsrekeninggold, was ook al van zo'n regionale nuan-cering sprake.Het beeld van een driestromenland isdoor de intrekking van de Wet SelectieveInvesteringsregeling en de aangekondig-de beeindiging van de Rijksdienstenver-plaatsing verdwenen. Als na 1990 hetPNL-beleid niet meer zal worden voort-gezet en aan de huidige vorm van het ISPwellicht een einde komt, dan is de vraaggewettigd of in de jaren negentig nog welvan regionaal beleid sprake zal zijn. HetSpreidingsbeleid is afgezworen en het sti-muleringsbeleid ter slechting van achter-standen wordt verzwakt. zij het voorlopigvoortgezet. Het ontwikkelingsbeleid terbenutting van regionaal sterke punten,met name in de Randstad, wordt niet echtgehonoreerd. Onzekerheid is daardoortroef!Organiserend vermogenvan de regioIn de Nota R.S.E.B. duikt steeds weer eennieuwe term op: het organiserend vermo-gen van de regio. Bepaald niet ten on-rechte. Het zal velen de laatste jaren nietzijn ontgaan dat in Twente een vrucht-baar regionaal netwerk van personen eninstanties de stoot tot vernieuwing van debedrijfsstruktuur heeft gegeven, hoe inLimburg onder een krachtig bestuur tal-rijke toezeggingen van kabinetszijde zijnafgetroggeld en welke spectaculaire po-gingen recent de Brabantse ploeg van VanAgt heeft ondernomen om zich in dekijker te fietsen. Dat het kabinet het zoge-heten stimuleringsbeleid nog niet verderheeft verzwakt moet dan ook op het contovan de regionale tegenspelers geschrevenworden, zelfs al spreiden sommige regio's(b.v. het Noorden) hun organiserend ver-mogen vooral ten toon in akties naar bui-Stedebouw enVolkshuisvesting, februari 198639regionaal beleid op terugtochtFiguur 1.1986Regionale overzichtskaart betrekking hebbende op de periode vanaf I januari:Klazienaveenten en zou de inzet naar binnen toe voorflinke verbetering vatbaar zijn.Organiserend vermogen van de regiokan in Haagse kringen een welkome slo-gan zijn omdat het de gelegenheid geeftaan het rijksregionale beleid zich elegantterug te trekken.In de Nota staat dan ook geschreven"De eigen mogelijkheden van een regiovormen het eerste richtsnoer voor de uit-werking van het beleid". Dat behoeft nogniet afhoudend te zijn, het zou ook kun-nen worden gezien als een aansporing hetontwikkelingsbeleid te stellen boven hetstimuleringsbeleid. Met andere woorden:benutting van voordelen van regio's,niede ten bate van economisch herstel,zou geplaatst moeten worden boven weg-werken van regionale achterstanden.Toch blijkt niet te zijn gekozen voordeze mogelijke koerswending. ondankseen advies met een dergelijke strekkingStedebouw enVolkshuisvesting, februari 198640van de drie SER-RARO wijzen')- Doel-matigheid en rechtvaardigheid in het re-gionaal beleid worden geacht in elkaarsverlengde te liggen en verdienen beideaandacht. Deze nogal abstracte discussie,waarbij kwantificering van regionale po-sities zeer gevoelig is voor de gekozen nor-men en meetinstrumenten, is voor mijminder wezenlijk dan de legitieme argu-mentatie dat beleidscontinuTteit gewaar-borgd dient te worden.Imniers regionale ontwikkeling is eenzaak van lange adem. Wie had gedachtdat Twente en Zuid-Limburg na ingrij-pende herstructurering tot zoveel initia-tieven zouden komen? Het werk van langeadem als regionaal beleid is minder spec-taculair dan wat met sectorbeleid snelzichtbaar gemaakt kan worden. Hetscheppen van voorwaarden voor groeispreekt nu eenmaal niet zo tot de verbeel-ding als de opening van een bedrijf metveel vlagvertoon, maar zonder die voor-waarden kunnen bedrijven zich niet ont-plooien. In de ruimtelijke ordening bin-nen de Randstad speelden de mogelijkhe-den voor het bedrijfsleven tot voor kortnauwelijks een rol.Voorwaarden scheppen gaat niet alleenop voor traditionele stimuleringsgebie-den, maar ook in gebieden met grote eco-nomische potenties zijn veranderingen inhet produktiemilieu en wegnemen vanknelpunten noodzakelijk. Het valt zeer tebetreuren dat de voorzichtige aanzettentot een ontwikkelingsbeleid in de Rand-stad uit de vorige Nota RSEB (1981) nietzijn gevolgd door een forsere impuls, al isvoor de vier grote steden nog niet allehoop vervlogen^).Ontwikkelingsbeleidte magerNederland gaat er gaarne prat op een toe-gangspoort tot Europa ("gateway to Eu-rope") te zijn. Uit recente studies blijktdat voor ondernemingen van buiten hetEuropese vasteland de Randstad een goe-de vestigingsplaats biedt voor handel endienstverlening op het continent, terwijllocalisering in Noord-Brabant en Lim-burg voor het tegelijk bestrijken van Ne-derlandse en Europese markten vanuitindustriele vestigingen als uitermate ge-schikt wordt beoordeeld^).Voor Schiphol en de Rotterdamse ha-ven geldt weliswaar wereldwijd erken-ning, maar wil deze worden behouden enwenst men de vruchten daarvan te pluk-ken dan is nodig dat West-Nederlandruimtelijk verantwoord is ingericht.De nieuwe Nota knipt de relatie tussenregionaal-economisch en ruimtelijk be-leid echter door, de handtekening vanminister Winsemius ontbreekt. Juist opeen moment waarop deze bewindsmanblijkens de Memorie van toelichting op debegroting van VROM voor 1986 de her-structurering van bedrijfsterreinen metkracht wenst aan te pakken. De NotaRSEB signaleert ook een overleg metVROM dienaangaande en wenst vooralterugploeggeld daartoe in te zetten. In hetstreekplanwerk wordt recent eindelijk deaccommodatie van bedrijven serieus enpositief bejegend.Scheppen van voorwaarden loopt inregionaal beleld op terugtochtons land via het procedurepad van deruimtelijke ordening. In de Structuur-schets Stedelijke Gebieden, in maartj.l. inde Tweede Kamer behandeid, wordt eenwarm pieidooi gehouden bedrijven in destad te iiouden en ruimtelijke knelpuntenin bestaande werkgelegenheidsconcentra-ties op te hefl'en. De samenwerking tussenVROM en EZ heeft naar de provincies ensteden toe vruchtbaar gewerkt en het isjammer dat deze geconcerteerde actie op-houdt. De besehikbare potjes hebben nietalieen als smeerolie gewerkt om projektenvan de grond te krijgen, maar ook is eenstimuierend netwerk van kontakten ge-groeid waarbinnen gedachtenvormingover verbetering van regionale en stedelij-ke produktiemiiieus is gerijpt.Men zai tegenwerpen dat voorwaar-denscheppend beJeid, aangewend vooraivoor infrastruktuurwerken, van geldingblijft voor alle provincies en naar deze zaIworden gedecentraliseerd. De bedragenblijven vrij mager echter (voor de driewestelijke provincies samen/ 10 mln. perjaar). Bovendien verdwijnt deze vorm vanbeleid na 1988! Voor de vier grote stedenis nog apart / 17 mln. per jaar opnieuwbeschikbaar, wat na 1986 via het Gemeen-tefonds zaI worden gedecentraliseerd.Verdwijnt dat dan niet in bodemloze putvan kortlopende gemeentelijke noden, be-grijpelijk omdat al jaren de gemeentenvoor het Rijk bezuinigingsdoel bij uitstekzijn? Overigens is het opvallend dat opkorte strek een belangrijk deel van de toe-gekende gelden in de terugploegregelingvoor de bouw terecht komt. De vraag is ofdeze werkwijze een zelfde multiplier (uit-stralingseffekt) heeft als voor de voorheengebruikelijke weg van financiering gold.Kennelijk is ook hier van een verlegen-heidsconstructie sprake omdat recht-streekse steun geen genade vond.Arbeidsvoorzienings-beleid en werkloos-heidsbestrijdingHet begrip sociaal-economisch beleid zousociaal beleid kunnen omvatten, maar inde Nota RSEB blijkt het arbeidsvoorzie-ningsbeleid te betreffen. wat een beperk-icre doelstelling inhoudt. Zoals bekend isdaarbinnen recent ook nog van een sterkeaccentuering van de vraaggerichte bena-dering sprake. Bij de bemiddelingsaktivi-teiten wordt sterk gekeken naar plaat-singsmogelijkheden van ingeschrevenengelet op eisen van werkgevers die voor deregionale bedrijfsontwikkeling interes-sant zijn. De Nota RSEB besteedt daar-naast veel aandacht aan de arbeidsvoor-ziening voor het midden- en kleinbedrijfen aan de afstemming van onderwijs enarbeidsvraag in het licht van technologi-sche vernieuwing. Bij de middelenverde-ling over de gewestelijke arbeidsbureauszijn niet alieen de werkloosheidspercenta-ges maatgevend, maar daarnaast ook dewerkgelegenheidsperspektieven van debetreffende regie's.De vraag is wat voor de "verliezers" opde arbeidsmarkt volgens de Nota RSEBmoet worden gedaan. Voor langdurigwerklozen wordt volstaan met studie.Rotterdam en de Veenkolonien blijken dekoplopers in deze problematiek te zijn'').Het is opvallend hoezeer de omvang enachtergronden van de werkloosheids-problematiek naar regio en binnen eensladsgewest verschilt. Rotterdam worsteltmet een veel ernstiger problematiek dande drie andere grote steden. Ongeschool-den, met een lange werkloosheidsduur envan etnisch verschillende oorsprong, be-heersen het beeld; in de andere grote ste-den geldt meer de problematiek van ver-keerd geschoolden, veelal met een hogeopleiding, die een zekere wachttijd voorlief moeten nemen. Dit blijkt uit de ana-lyse, maar in hoeverre wordt dit in speci-fiek beleid voor deze stad omgezet? Ove-rigens wordt aan de uiteenlopende achter-grond (b.v. sluitingen, relatief hoge parti-cipatiegroei) van de werkloosheid in deonderscheidene landsdelen niet zoveelaandacht besteed^).De kernvraag is hoe het algemene be-leid inzake achterstandsgroepen (jeugdi-gen, allochtonen, vrouwen, langdurigwerklozen) in regionale zin wordt uitge-werkt. Daartoe strekken de bijzondereregionale projekten.De direkteuren van de arbeidsbureaushebben heel wat mogelijkheden ontvan-gen regionaal maatwerk te maken. Voorgemeenten en provincies ligt hier een kansin goed overleg met de arbeidsbureaus totbij de regio passende projekten te komen.Dat vergt creativiteit. De vraag is of diewaar dat juist nodig is wordt opgebracht.Evaluatie van het reilen en zeilen van ditregionale maatwerk dient gewaarborgd teworden, bovendien valt veel van elkaar teleren en hoe geschiedt dat?Hoe spelen de sociale partners hieropin, nu een tripartite bestuursvorm voor dearbeidsvoorziening voor de deur staat dietot het regionale niveau zal worden door-getrokken*)? Is er nog ruimte voor eigenbeleid van rijkswege op regionaal vlak?Discrepantie en |probleemcumulatieTwee aspekten die in de Nota wel wordengenoemd, maar verdere uitwerking vra-gen betreffen de discrepanties op de ar-beidsmarkt en het beleid inzake pro-bleemcumulatiegebieden (PCG). De dis-crepanties zijn nog niet zodanig in kaartgebracht dat goed zicht bestaat op dearbeidsvoorziening voor de sterke vragersop de arbeidsmarkt. Wel wordt veelvuldigde relatie tussen onderwijs en veranderen-de arbeidsvraag aan de orde gesteld, maardat vergt een nadere regionalisering. Re-gionale potenties zetelen voorai in dehoofden van mensen! We weten eigenlijkniets over de relatie tussen de structuurvan de uitstroom van het (technisch) on-derwijs in regionaal opzicht en de discre-panties die vanuit de vraagzijde op deregionale arbeidsmarkt worden geconsta-teerd. Over de geografische arbeidsmobi-liteit als mogelijke oplossing van regio-nale discrepanties vernemen we in deNota geen duidelijke uitspraken op grondvan onderzoek'). Hoe gaan de grote on-dernemingen te werk om vacatures meteen bepaalde scholingsgraad te vervullendoor een eigen scholingssysteem en recru-tering in specifieke regio's voor hun net-werk van vestigingen? De grondleggingvan het regionaal beleid omstreeks 1950droeg sterk het stempel van overeenstem-ming tussen de wensen van overheid engrote ondernemingen inzake aanpassingvan arbeid aan een nieuw industrieel pa-troon in de regio's.Het is verheugend te konstateren dat deNota het PCG-beleid van harte steunt. Ineen geselecteerd aantal wijken in de grotesteden, waarin sprake is van cumulatievedeprivatie van allochtonen en autochto-nen, wordt getracht door geconcerteerdbeleid inzake huisvesting, onderwijs enwerkgelegenheid tot verbetering van be-Stedebouw enVolkshuisvesting, februari 198641regionaal beleid op terugtochtstaan te geraken. De Nota is weinig infor-matief over wat in deze wijken nu zal gaangebeuren en hoe dat beleid wordt geeva-lueerd. Mijn inschatting is dat de deelne-mende partijen erg aan elkaar zullen moe-ten wennen gelet op de traditie van het"verkokerd" overheidsapparaat. Bij eenprojektmatige opzet, met een duidelijkinzicht hoe de geldstromen in deze wijkenworden besteed in onderhnge samen-hang, zal veel gewonnen kunnen wor-den.Vinger aan depols houdenDe Nota RSEB heeft oog voor het veel-kleurig palet van regie's in Nederland. Deanalytische bijlage geeft daar volop aan-dacht aan. Hoezeer ook het organiserendvermogen van regio's mag worden bena-drukt. het moet geen verlegenheidsargu-ment worden. Wat de produktiestruktuurbetreft zou een regionalisering van debenadering van de commissie Wagnerhebben kunnen leiden tot een gerichtbeleid inzake de Regionale Ontwikke-lingsmaatschappijen. Dan zou ook de wegvrijgemaakt zijn voor ROM's in de Rand-stad. waarvoor tot nu toe geen rijksver-antwoordelijkheid wordt aanvaard. Wathet produktiemilieu aangaat is een kansgemist om na de aftrap in de Structuur-schets Stedelijke Gebieden te scoren meteen gericht programma in het kader vanhet regionaal sociaal-economisch beleidteneinde ruimte te maken voor localise-ring van nieuwe vormen van bedrijfslevenin de Randstad, ook op geherstructureer-de bedrijfsterreinen. Juist geavanceerdebedrijven zijn gevoelig voor gekwalifi-ceerde locaties! Het ontwikkelingsbeleidvoor dit landsdeel wordt niet van hartevanuit de Bezuidenhoutseweg gesteunden is zeer mager uitgevallen, E.Z. steltkennelijk alleen echt vertrouwen in gene-riek beleid. Dat doet echter geen recht aantalrijke projekten ter revitalisering van desteden die, aangemoedigd door de smeer-olie- en initiatiefunktie van het regionaalontwikkelingsbeleid, net op gang leek tekomen.Noten1J.J. van Duyn, J.J. Lambooy en J.H.P. Pae-linck, Wegen van de doelmatigheid, preadviesover het regionaal sociaal-economische beleiden het ruimtelijke beleid, 's-Gravenhage: SER/RARO.Over deze nota: M. de Smidt en N.J. Kemper,Regionaal sociaal-economisch beleid ten halvegekeerd, Stedebouwen Volkshuisvesting 1981,pp. 543-552.3Hieromtrent is een viertal rapporten in de serieInternationale ondernemingen in Nederlanduitgebracht door het Geografisch Instituut vande Utrechtse Universiteit (A. Loeve e.a.).4Werkloosheid in de grote steden, Ministerievan Sociale Zaken en Werkgelegenheid, janua-ri 1984.5 ?Voor deze informatie zie J. Geerlof,Toenemende verschiUen in regionale werkloos-heid, Economisch-Statistische Berichten 1983no. 3469, pp. 765-769. De Nota besteedt welaandacht aan de participatie van vrouwen pei"provincie, maar niet naar COROP-gebieden.Daardoor komt de betekenis van de steden,met een hoge participatiegraad, er niet uit.Kaart 1 (p. 69) van de Nota heeft een foutelegenda meegekregen (de kleurstelling moetworden omgekeerd).6H.G. Hamaker, Naar een tripartiet bestuurvoor arbeidsvoorziening, Tijdschrift voor Ar-beidsvraagstukken 1985, pp. 76-85.7P.K. Doom en A. Kempers-Warmerdam, Mo-biliteit op de arbeidsmarkt van werkenden enwerklozen, Economisch-Statistische Berichtenno. 3503, pp. 416-419.Stedebouw enVolkshuisvesting, februari 198642Th. ArtsSticliting Milieufederatie LimburgDe particle herziening van sfreekplannen is in de planologische literatuur nog weinigbelicht. Toch gaat het om een interessante methode om eerder vastgesteld regionaalruimtelijk beleid te wijzigen. Particle herziening nioet derhalve worden bcschouwd alshet tocpasscn van ficxibilitcit in hct streckplan. In dit artikcl wordt gcpoogd te konien toteen cerstc bcoordcting van dit instrument.Ecrst wordt ingcgaan op hct begrip ficxibilitcit en de kanttekcningen van Buit bij detocpassing van ruimtelijke flexibiliteit')-Vcrvolgens worden de door de diverse provinciale besturen na 1965 vastgestelde particlestreckplanhcrzieningen nader bezien.De partiele herziening vanhet streel
Reacties