7/8 69e jaargang,juli/augustus 1988DenkraamThema:GIS, brug tussen onderzoek en ontwerp?CAD-toepassingen in destedebouwkundige praktijkComputerondersteundlandschapsontwerpAutomatisering en juridische databankenRapport "Halverwege het DIS"Parlementaire Enquete Bouwsubsidies entoekomstig volkshuisvestingsbeieidEen geregeld leven: tijdsbestedingsonderzoekBevolkingssegregatJe in de RandstadBestuurlijk-juridische trendsIn memoriamNieuwe publikatiesstedebouwenifolkshuisvestingsami ;51111t?i!lREGIO OVERZICHTALS EXTRA SERVICE GEEFT STEDEBOUWEN VOLKSHUISVESTING U EEN OVERZICHTVAN DE REGIO(S) WAARIN BEDRIJVEN INNEDERLAND, VOORNAMELIJK HUN PRO-DUKTEN/DIENSTEN AANBIEDEN.DE REGIONUMMERING VINDT U TERUG INHUN UITINGEN.stedebouwenvolkshuisvesting69ejaargang juli/augustus 1988InhoudOrgaan van hetNederlands InstituutvoorRuimtelijke Ordeningen VolkshuisvestingRedactie:Drs. H.J.M. van AlphenDr. H.J.M.GoverdeIr. P.C. GroenMr. ir. A.W. HartmanIr. J. HeelingMw. drs. l.T. KiaasenMw. G.C.P. van der PloegIr. K.R. dePoelProf. J. RothuizenMr. A.M. Schaap-DubbelboerDrs. RW.A. VeldIr. H. WestraRecensieredacteur:Drs. H.J.M. van AlphenTelefoon 070-602775Redactie, administratie enpublikaties ter recensie:Mauritskade 212514 HD DenHaagTelefoon 070-469652Postgironummer 29080Richtlijnen voorauteurs;Auteurs van artikelen enboekbesprekingen kunnendesgewenst op het redactie-secretariaat een exemplaar van de'Richtlijnen voor auteurs' aanvragen.Uitgave van:Samsom Uitgeverij bvAlphen aan den RijnAdvertentie-acquisitie:voorpersoneelsadvertenties envoor produkt-advertenties:Postbus 2282400 AE Alphen aan den RijnTelefoon 01720-62603Opdrachten en materiaal vooradvertenties worden voor de 1 Oe vande maand, voorafgaande aan demaand van verschijning, ingewacht.Losse nummersf 12-ISSN U039-0879Omslag: Fijnjekade, Laakhaven, DenHaag, tegenwoordige toestand (fata J.Vermeij) en computersimulatie van eenmogelijke bebouwing. (Computer Image,i.s.m. Dienst SO/GZ Den Haag).DenkraamCultuur en steden, H. van der Cammen 248ThemaGeografische Informatie Systemen, F.G.M. Bertels en R.J.A. van LammerenIngegaan wordt op de vraag ofde koppelingvan "onderzoek" en "ontwerp"in de ruimtelijke planning te versterken is door de toepassing van geografi-sche informatiesystemen. 249CAD-toepassingen in de stedebouwkundige praktijk, drs. A.J. Abbink,ir. R. Biegman, W.J. van Duyn en W. van LuikEen beschrijving van huidige ervaringen met het gebruik van een CAD-sys-teem gevolgd door een blik op toekomstige mogelijkheden. 257Visualisering van veranderingen in liet landschap,ir. J. Roos-Klein LankhorstAchtergronden, werking en enkele toepassingen van een computeronder-steund ontwerpinstrument voor de landschapsarchitect. 261Ontwikkelingen in de automatisering en juridisclie databanken,prof. dr. A. W. KoersEen schets van een aantal algemene trends in de informatica en automatise-ring, de beperkingen van de huidigejuridische databanken en potentiele mo-gelijkheden tot verbetering. 268ArtikelenHalverwege liet DIS: nog genoeg werk aan de winkel, V.A.M. Verberk endrs. R. KokDe zich aandienende onontkoombare, diep snijdende wijzigingen in detail-handelsstructuren zullen adequaat begeleid moeten worden metbetrouwba-re actuele informatie en gericht onderzoek. Een basisrol voor het DIS. 274Lessen voor het toekomstig volkshuisvestingsbeleid, prof. dr. ir. H. PriemusUit de tijdens de parlementaire enquete bouwsubsidies waargenomen effec-ten en neveneffecten van de subsidieregelingen kunnen nuttige lessen getrok-ken worden voor het toekomstig volkshuisvestingsbeleid. 277Een geregeld leven?, drs. J. Droogleever Fortuijn, drs. S. Hietbrink enir. L. KarstenHet emancipatieproces heeft invloed op het tijd-ruimtegedrag van mensen.De ruimtelijke ordening zai hieraan tegemoet moeten komen. 284Bevolkingssegregatie in de Randstad, drs. S. Musterd, drs. R.B. Jobse enprof. dr. ir. H. PriemusOp basis van het trendrapport "Wonen in de Randstad" zijn verwachtingengeformuleerd t.a.v. ontwikkelingen in de Randstedelijke woonmilieus. 293Bestuurlijk-juridische trends. Het Kroonberoep in de bestemmingsplanproce-dure zal moeten worden afgeschaft, ir. J.M. VeldhuisKans op heropening van een tien jaar geleden vastgelopen discussie. 302In memoriam mr. W.R. van der Sluis, drs. A. Everts 306Nieuwe publikaties 307Mededelingen NIROV 309Overige mededelingen 310Aankondigingen 310S en V, juli/augustus 1988247Denkraam'Cultuur en $tedenElk jaar in mei publiceert de Rijksplanologische Dienstzijn eigen Denkraam: het eerste hoofdstuk in het jaarver-slag van de dienst, de "Ruimtelijke Verkenningen".Dit jaar is het eerste hoofdstuk gewijd aan het onder-werp Cuhuur en Steden. Gegevens en beschouwingenover het aloude thema cultuurspreiding zijn ergeplaatst inhet moderne kader van de gedachte, dat een hoog cultuur-niveau van een land een rol speelt in de mondiale competi-tie tussen stedelijke gebieden en bijdraagt aan de nationa-le economische uitstraling.De RPD richt zich vooral op "die elementen van cul-tuur, van de kunsten in het bijzonder, die door een grotemate van professionaliteit, specialisatie ofdoorinnovatieen een zekere mate van exclusiviteit gekenmerkt zijn".Cultuur met een hoofdletter.Amsterdam is onze culturele hoofdstad, een onaantast-bare positie. De andere grote steden in het Westen ontwik-kelen elk een bijprofiel. Rotterdam buit zijn dynamischeimago uit met een eigen rol op het gebied van de toegepas-te kunsten, design en architectuur en met speciale festi-vals. Den Haag is van huis uit sterk gericht op het toneel,maar daarin kan met het gereed komen van het muziek- enhet danstheater enige verandering komen. Utrecht is destad van de kleinschalige voorzieningen, gerelateerd aande vele onderwijsinstellingen in deze stad.Ook de meeste overheidssubsidies voorde kunst komenin Amsterdam terecht, met als koploper het Concertge-bouworkest, dat in 1986 8,1 miljoen gemeentesubsidie en4,2 miljoen rijkssubsidie ontving. De rijksbijdragen voorcultuurproductie buiten de Randstad volgen in grote lij-nen het patroon van de stedelijke knooppunten in de Vier-de Nota, hoewel Eindhoven en Maastricht, afgaande opde geringe belangstelling van het publiek in die plaatsen,onvoldoende vruchten hebben geplukt van de door de re-gering nagestreefde "geconcentreerde spreiding" van cul-tuursubsidies (een term uit het Plan voor het kunstbeleid).Hoe staat het met het Internationale culturele profielvan onze steden? Cultuuris inzet geworden in een concur-rentieslag tussen nationale economieen, dat is de opvat-ting die doorklinkt in het eerste hoofdstuk. Het blijkt al uitde stelling dat "gezelschappen die geregeld in het buiten-land worden gevraagd of bij buitenlandse kenners goedstaan aangeschreven, als kwalitatiefhoogwaardig mogenworden aangemerkt" (pag. 22), een dubieuze omschrij-ving van culturele kwaliteit.Nog een aanvechtbare stelling: "Een goed cultured kli-maat versterkt de aantrekkelijkheid van steden als vesti-gingsplaats" (pag. 12). Neem Rotterdam in dejaren zestig:niet meer dan een spatje cultureel leven. Een film van Va-dim hield het er geen twee weken vol, terwijl tegelijk debedrijventerreinen niet waren aan te slepen. Een uitzon-dering die de regel bevestigt? Ik heb er een hard hoofd in.Steekt de culturele voorliefde van de moderne managerwel dieper dan de enkele millimeters pluche op zijn ge-sponsorde logezetel?In het raakvlakvan cultuur en economic berustveel nogslechts op vermoedens. Watvast staat is, dat het multipliereffect van de sector cultuur van toenemend belang is voorde economic. Zo was de Amsterdamse kunstsectorin 1985goed voor een half miljard jaaromzet en 12.000 arbeids-plaatsen, aldus het jaarverslag.Een ander opkomend verschijnsel is het Internationalecultuurtoerisme, dat vooral gericht lijkt te zijn op regiona-le concentraties van hoogwaardig cultuurbezit: het Moor-se erfdeel van Zuid-Spanje, de Florentijnse cultuur vanToscane, de Gouden Eeuw in de Randstad. Als hieraannieuwere, moderne kunstuitingen (o.a. festivals) wordengekoppeld, ontstaat voor touroperators een interessantreispakket.Terecht stelt het jaarverslag ook, dat Cultuur met eengrote C niet vooruit kan zonder cultuur met een kleine c.Er moet wisselwerking zijn tussen de top van de pyramideen de basis: "Dat is ruimte voor vernieuwing; een goedeeigenschap van het Nederlandse culturele klimaat" (pag.33). Het algemeen economisch belang van cultuur in desteden ligt vermoedelijkvooral in de factor innovatie. Eensprankelend cultureel leven ademt een sfeer waarin men-sen durven nadenken, zichzelf niet geremd voelen, frisseideeen krijgen. Zo'n klimaat is vooral voor de modernezakelijke dienstverlening van groot belang. Vandaar datsteden de factor cultuur binnen hun grenzen willen aan-wakkeren. Ook en vooral via de stedebouw.Al deze zaken worden in het jaarverslag gesignaleerd.Wat ik pijnlijk mis is enige aandacht voorvorming, onder-wijs. Cultuur is immers voor vrijwel iedereen een langdu-rig leerproces. Het is het in cultuur brengen van de geest.In een land waar zo negatief wordt gedacht over vormingen onderwijs als in het huidige Nederland, is de cultureletoekomst in gevaar. Als in het basisonderwijs de klassenalmaar groter worden en in het middelbaar onderwijs nieteens meer geld overschiet om de lokalen een verfje te ge-ven, is het gauw gedaan met de culturele toekomst en staatde "Top-Cultuur" spoedig in zijn hemd.Ik kan me voorstellen dat een rijksdienst zoiets niet ge-makkelijk neerschrijft in zijn jaarverslag. Vandaar dat ikhet hier doe, luid en duidelijk.H. van der CammenPlanologisch en Demograflsch InstituutUniversiteit van AmsterdamS en V, juli/augustus 1988248F.G.M. Bertelsmedewerker faculteit Bouwkunde, TechnischeUniversiteit DelftR.J.A. van Lammerenmedewerker vakgroep Planologie, LandbouwUniversiteit WageningenCentraal staat de vraag of de kloof tussen "ontwerp" en "onderzoek" in de RuimtelijkePlanning verkleind kan worden door toepassing van Informatiesystemen: Onderzoek- enontwerp-aktiviteiten lopen asynchroon en zijn onvoldoende voorwaardelijk voor elkaar."Geografische Informatiesystemen" zijn in Nederland - aansluitend op bijvoorbeeld Ca-nada en Amerika - sterk in opkomst. Hierdoor kunnen met de computer ruimtelijke analy-ses uitgevoerd en modellen ontwikkeld worden.Is de koppeling van onderzoek en ontwerp te versterken door de toepassing van dergelijkegeavanceerde systemen?Geografische Informatie Systemeneen brug tussen onderzoek en ontwerp?InleidingIn dit artikel wordt eerst de kloof tussen"ontwerp" en "onderzoek" in de ruimte-lijke planningspraktijk') toegelicht.Daarna wordt uiteengezet wat hier ondereen Geografisch Informatiesysteem(G.I.S.) wordt verstaan.De mogelijke bijdrage van Geografi-sche Informatiesystemen aan het over-bruggen van deze kloof in de ruimtelijkeplanning komt in het slot aan de orde: Isde koppeling van onderzoek en ontwerpte versterken door de toepassing van eendergelijk systeem? Zullen dergelijke gea-vanceerde computertoepassingen vooralleiden tot een efficienter verloop van dehuidige planvormingsprocessen ofzullener ingrijpende wijzigingen optreden in deruimtelijke planning?Wordt de planning inzichtelijker, doorde noodzaak expliciet met keuzen om tegaan, of wordt de planning door de uit-breiding van de analysemogelijkheden enhet aantal bewerkingen alleen maar on-doorzichtiger? Enkele nieuwe ontwikke-lingen in de toepassingen van GIS wor-den hierin belicht."Ontwerp" en "onder-zoek"De begrippen "onderzoek" en "ontwerp"worden gehanteerd in aansluiting op hetgangbare taalgebruik in het vakgebied.Het gaat dus niet om een sluitende theore-tische indeling, maar om aansluiting bijde praktijk.In de ruimtelijke planning is er sprakevan een scheiding tussen "ontwerp" en"onderzoek". Deze scheiding bemoeilijkteen goede afstemming tussen "ontwer-pende" en "onderzoekende" aktiviteiten.Dit is echter geen pleidooi voor het vagermaken van de verschillen tussen ontwer-pers en onderzoekers maar, in tegendeel,om de specifieke kwaliteiten van de ver-schillende (sub)disciplines zo goed moge-lijk te benutten.Ontwerpen en het doen van onderzoekzijn geen doel op zich, maar middelen ineen probleemoplossingsproces. Het gaathier om het tijdig inzetten van het middel"ontwerpen", essentieel in de fase vanprobleemafbakening, genereren van on-derzoeksvragen en aangeven van ruimte-lijke konsekwenties.Ontwerpende aktiviteiten en onder-zoeksaktiviteiten dienen dan ook goedparallel geschakeld te worden: synchro-nisatie van onderzoek en ontwerp. Daar-toe is er behoefte vanuit het ontwerp aaneen snelle beschikbaarheid van ruimtelij-ke analyses. Tevens moeten ontwerpop-lossingen, in een vroeg stadium tijdens deplanvorming, op ruimtelijke effektengeevalueerd worden.De "kloof" in schemaMet behulp van de volgende schema'swordt een karikatuur geschetst van eenaantal gebruikelijke scheidingen tussen"ontwerp" en "onderzoek".A. Werkterreinruimtelijkniet-ruimtelijkontwerp onderzoekXXX9?XXXAls eerste grens signaleren we het onder-scheid tussen ruimtelijk en niet-ruimte-lijk: Bij "ontwerp" denkt men veelal aanruimtelijke zaken, en bij "onderzoek"niet. Ontwerp is dan niets meer dan"vormgeving" van de ruimte en onder-zoek is dan niets meer dan analyse van cij-fers en teksten en niet van beelden. On-derzoek is theorievorming en ontwerp isbeeldvorming.B. Chronologicontwerp onderzoekvanuit eentoekomstbeeldterugdenkenvanuit hetheden, trendsnaar detoekomstXXXXXXIn de ontwerpopgave zal men proberen zosnel mogelijk beelden van de mogelijkeeindsituatie te schetsen om vervolgens tekijken ofen hoe die situatie te verwezenlij-ken is: De ontwerper kijkt vanuit de toe-komst naar het heden. Een analyticusdaarentegen, zal vanuit de trends vanuithet verleden en de zekerheden van nu kij-ken naar wat er voor de toekomst te ver-wachten is en of en hoe dat bij te sturen is.S en V, juli/augustus 1988249GIS, brug tussen onderzoek en ontwerp?C. Stuurbaarheidvan deontwikkelingenontwerp onderzoekF. Probleem ofpotentieontwerp onderzoekalles ismaakbaartrendsdoortrekkenXXXXXXWil een ontwerper nog enigszins vrij tegende werkelijkheid kunnen aankijken ompotenties op te sporen en tot vernieuwin-gen te komen, dan zal deze de houdingmoeten hebben dat nog zeer veel mogelijken maakbaar is. Anders kan deze wel op-houden met het opsporen van mogelijkewenselijkheden. Een onderzoeker echterzal vooral proberen waarschijnlijkhedenop te sporen in de ontwikkelingen, om zote achterhalen waar en hoe sterk bijge-stuurd kan worden.D. Werkwijzeontwerp onderzoekcreativiteit XXX ?monnikenwerk ? XXXDeze grens ligt op het terrein van de sta-tus, dat het beroep van ontwerper of on-derzoeker elkaar toekent: Aan onderzoekzou geen creativiteit te pas komen, maareen stoffige sfeer van ordentelijkheid ensystematiek ademen. Ontwerp is daarte-genover alleen maar een "gouden greep"en ongrijpbaar, waar geen systematiekaan te pas komt.E. Visie oftheorieontwerp onderzoekvisievorming XXXtheorievorming ? XXXHet werken vanuit een "visie" is niet voor-behouden aan de ontwerper. Onderzoe-kers werken ook vanuit een - al dan nietgeexpliciteerde - visie op de rol van zijn/haar onderzoek in de maatschappij. On-derzoeken hoeft niet alleen theorievor-mend te zijn, maar kan ook een operatio-neel, toepassingsgericht karakter hebben,terwijl de "visie" van een ontwerper ookeen theorie over de maatschappelijkepraktijk is.ruimtelijkepotentiesopsporenprobleemge-richtoplossingengenererenXXXXXXVanuit het alleen maar oplossen van feite-lijke problemen is niet te verwachten dataanwezige potenties in de ruimte opti-maal benut zullen worden: "ruimtelijkekwaliteit" wordt op deze wijze niet opti-maal gerealiseerd en er kunnen in de toe-komst onnodige problemen ontstaan.Goedman^) spreekt in dit kader over een"tegengesteld causaliteitsbegrip": deanalyticus heeft een "voorwaartse" rede-neerwijze op grond van in het verledenontdekte relaties tussen oorzaak en ge-volg. De ontwerper redeneert op zijnbeurt "achterwaarts" vanuit de ontwor-pen doelen.Drewe^) stelt vanuit het onderzoek metbetrekking tot ontwerpen: "De traditio-nele werkwijze ('design-by-drawing') vol-doet dus niet meer omdat:- vele hedendaagse problemen zo inge-wikkeld zijn dat zij om vernieuwingen opmaatschappelijk niveau vragen, waarbijdoorgaans konflikten tussen systemenmoeten worden opgelost,- tal van onzekerheden bestaan,- overdraagbaarheid van het proces vanruimtelijke planvorming is vereist."De Boer'*) schrijft: "Ontwerpen is niet:in de verte staren en wachten op inspira-tie, ook niet eindeloos in het wilde weg zit-ten tekenen, evenmin ontstaat er een plandoor een waardevrije conversatie met decomputer. Wellicht zijn er enkele genialeontwerpers die we benijden om hun intui-tie, maar in de praktijk en zeker in de op-leiding moet je weten wat je doet. Dat isniet alleen een kwestie van zelfcontrole(en zelfkritiek), het ontwerpproces moetook voor anderen inzichtelijk gemaaktworden en bovendien moet het efficienten effektief in zijn werk gaan. Daarvoor:ontwerpmethoden en -technieken."Met andere woorden: een ontwerpmoet op inzichtelijke wijze tot stand ko-men in wisselwerking met onderzoeksak-tiviteiten.Recente ontwikkelingenEr zijn ontwikkelingen die wijzen in derichting van een betere integratie tussenonderzoek en ontwerp. Drie voorbeel-den:De RPD heeft in de Ruimtelijke Ver-kenningen Hoofdinfrastruktuur (RU-VEIN)2'5) twee lijnen parallel aan elkaarafgewerkt, te weten de "onderzoekslijn"en de "ontwerplijn"*).Onderzoekslijn: m. analyse van de ont-wikkelingen vanuit het verleden, wordenscenario's opgesteld, die de toekomstigeontwikkelingen omschrijven. Deze sce-nario's zijn te beschouwen als het ontwer-pen vanuit het onderzoek.Ontwerplijn: na het maken van een(ruimtelijk) ontwerp voor een toekomsti-ge situatie, dient een ruimtelijke effekt-rapportage verricht te worden, als onder-zoekende aktiviteit vanuit het ontwerp.Het tweede voorbeeld komt van de LU-Wageningen. Kleefmann') ontwikkeltzijn theorie over de ruimtelijke planningals richtingzoekende aktiviteit. Drie cen-trale begrippen worden door hem gehan-teerd: 1. alternatieve beleidsperspectie-ven, 2. integrale planningsbenadering en3. sprongen maken. Vooraf worden alter-natieve beleidsperspectieven in de vormvan richtdoelen geformuleerd, op basiswaarvan een integrale benadering moge-lijk is. In deze benadering zullen velesprongen naar de toekomst nodig zijn inde vorm van het ontwerpen van scenario's,die uitgewerkt moeten worden in ruimte-lijke plannen en die dan systematisch aanevaluatie worden onderworpen. Het re-sultaat is het gefundeerder een richtingkiezen voor lange termijn: Een richtingwaar vervolgens pas de middelen bij ge-zocht worden^). Er wordt dus een integra-le, zoekende werkwijze voorgestaan,waarin "onderzoekende" en "ontwerpen-de" aktiviteiten van het begin afaan gelijkoplopen en voorwaardelijk voor elkaarzijn.Een boeiend derde voorbeeld is "NieuwNederland in 2050": een viertal uitwer-kingen van een mogelijk toekomstig Ne-derland'). Van nationaal niveau tot op hetniveau van de woning werden, op basisvan vier verschillende scenario's (doel-stellingen pakketten) de ruimtelijke ont-wikkelingen geschetst en uitgewerkt doorS en V, juli/augustus 1988250GIS, brug tussen onderzoek en ontwerp?teams van ontwerpers. Deze scenario'svormden een grondig stuk analytischwerk vooraf. Op basis van dit analytischewerk is niet naar een eindontwerp ge-werkt, maar is een veelheid van mogelijkeeindbeeiden, op alle relevante schaalni-veaus ontworpen, niet met als doel ze di-rekt al te realiseren, maar juist om "ont-werpend te onderzoeken" waar de huidi-ge ontwikkelingen en keuzen toe zoudenkunnen leiden. Een betere besluitvor-ming kan plaatsvinden over de ruimtelij-ke ontwikkeling van Nederland als dege-lijke consequenties duidelijk zijn.PlanvormingPlanvorming is niet een doel op zich, maareen middel om problemen aan te pakken,die zich in het gebruik van de ruimte (kun-nen) voordoen. Het planvormingsprocesheeft het karaktervan een proces van (sys-tematische) probleemaanpak. Uit de pro-jekten van de - sterk praktijkgerichte - In-teruniversitaire Studiegroepen Planolo-gie (TU-Delft) is een planvormingsprocesafkomstig, met de volgende kenmer-ken"'):- planologische/stedebouwkundigeproblematiek- praktijk- en probleemgericht- interdisciplinair- methodisch- koppeling tussen onderzoek en ont-werpZie figuur 1. Het accent in dit schemaligt op het als "Centraal deel van het plan-vormingsproces" gearceerde veld: De re-latie tussen onderzoek en ontwerp staathier voorop.Geografische informa-tiesystemenDe funktionele integratie van de informa-tietechnologie is in de ruimtelijke orde-ning nog in een beginstadium"). Uit on-derzoek van NIROV/lnfoRo blijkt dateen derde van de instellingen en bedrijvenwerkzaam op het terrein van de ruimtelij-ke ordening in Nederland, gebruik maaktvan de computer. Kantoorautomatise-ring vormt dan nog het startpunt. De wen-sen en behoeften blijken zich onder ande-re op het terrein van toepassing van Geo-grafische Informatiesystemen te concen-treren. Het niet beschikbaarzijn van geau-tomatiseerde databestanden en gebrek^ Uitwerking van oplossing(en) J^ Aanvullend onderzoek en ontwerp j/ Evaluatie en rapportage ^ciUitvoeringCZ3Beheer J(NNN^^ Centraal deel van het planvormingsprocesFiguur 1. Planvormingsprocesaan computerapparatuur en -capaciteitvormen een knelpunt. Dat computerfaci-liteiten nog onvoldoende beschikbaarzijn komt mede doordat de (financiele)baten van automatisering moeilijk aan-toonbaar zijn.Toch willen we niet de indruk wekkendat automatisering heilig is. Men dientzich steeds terdege bewust te zijn van debeperkingen. Deze liggen niet alleen ophet terrein van de betrouwbaarheid en be-perktheid van de ingevoerde gegevens,foutvoortplanting en dergelijke. Een be-langrijke beperking ligt ook in het feit datvooralsnog alleen in maat en getal uit tedrukken gegevens gebruikt kunnen wor-den, terwijl de maatschappelijke werke-lijkheid veel breder is dan slechts hetmeetbare.InformatiesystemenIn het kader van deze beschouwing wordtdieper ingegaan op GIS toepassingen opterreinen waar die ruimtelijke analysesgekoppeld aan ontwerpen, centraalstaan. De aandacht is daarom gericht ophet centrum van het schema, waarin GIS,Computer Aided Design en Vastgoed in-S en V, juli/augustus 1988251GIS, brug tussen onderzoek en ontwerp?G.I. - SYSTEMEN IN RUIME ZINbaarzijn in het programma voor de invoer,de verwerkingen de uitvoervan gegevens.CAD/CAMG.l.-systemen ^^systemenin engere zinfcHi^^^^^Vastgoedinformatie-systemenFiguur 2. De onderlinge verhouding tussen de verschillende typen geografische informatie-systemen'^)formatiesystemen elkaar overlappen (ziefiguur 2).Deze verhouding tussen de verschillen-de typen informatiesystemen is onder an-dere te verklaren uit de geschiedenis vande komputertoepassing op gebieden vankartografie, CAD, teledetectie, ruimtehj-ke analyse en dergelijke. Burrough'^) zietGeografische Informatiesystemen als hetresultaat van gekoppelde, parallelle ont-wikkelingen in vele afzonderlijke disci-plines die ruimtelijke gegevens verwer-ken: Kartografie, Computer Aided De-sign en Computer Graphics, aardobser-vatie en fotogrammetrie, ruimtelijke ana-lyses (met rastergegevens van themati-sche kaarten), interpolaties van puntge-gevens, Remote Sensing technieken.Een informatiesysteem is (cit) "een ver-zameling van op elkaar afgestemde kom-ponenten die gegevens kunnen ontvan-gen, vastleggen en weer oproepen, die de-ze gegevens kunnenverwerken en kunnenomwerken en die de resultaten van dezebewerkingen kunnen uitvoeren en pre-senteren. Dit alles in interactie met de ge-bruiker"'^). Een Geografisch Informatie-systeem heeft deze principeopbouw. Meteen GIS worden gegevens verwerkt,waarbij meestal aparte modules beschik-ProgrammatuurHet centrale deel uit de GlS-programma-tuur is die voor verwerking van gegevens,te weten het verrichten van ruimtelijkeanalyses en het maken van ruimtelijkemodellen. Op deze GIS-bewerkingen zul-len we hier dieper ingaan.Een hoofdkenmerk van een GIS is dat hetinformatiebestand locatiegebonden infor-matie bevat: In de computer worden duszowel //ggingsgegevens ("waar", de loca-tie van een ruimtelijk element) als attri-buutgcgevens ("wat", bijbehorende waar-den bij dat ruimtelijke element op een be-paald tijdstip) in samenhang met elkaaropgeslagen.Een tweede kenmerk van een GIS is datmet deze informatie ruimtelijke analysesverricht en ruimtelijke modellen ontwik-keld kunnen worden. Het toevoegen vanruimtelijke elementen, die vervolgens ophun effekten worden geevalueerd, is mo-gelijk. Bestaande analysemethoden zijnmakkelijker toepasbaar, door de enormehoeveelheid gegevens die in korte tijd ver-werkt kan worden. De analyses kunnenherhaald worden en steeds verfijnd en bij-gesteld worden.Deze ruimtelijke analyses worden bij-voorbeeld doortoepassing van kaartover-lay technieken verricht. Geografische In-Figuur 3. Subprogramma's waaruit een GISprogrammapakket isopgebouwdSUBPROGRAMMA'S VOOR:INVOERENvan gegevensDirect of uit anderebestanden via eenquery-taalBEHERENvan gegevensDatabase manage-ment techniekenmodules voorVERWERKINGvan gegevensGIS in engere zinUITVOER vangegevensKartografie, tekstver-werking, grafiek, drukLIGGINGdigitaliserenrasteriserenscannnenbeeldrasterATTRIBUUTvoornamaiijkalfanumeriek^ ^y^GRAFISCHE ; ALFANUMERIEKE >database en/ofRASTERdatabasedatabaseJV V ii , 1' (SELEKTIE)ERJUtl/CkTl-lQ (.BESCHRUVINGJnasTen ( RUI^attribuutV^TELUKE SAMENHbinnen 66n kaart yattribCOMBINATIE-ANALYSESI overlays van meerdere kaarten ^; r 4KAARTEN RAPPORTEN GRAFIEK,TABELFiguur 4. Conceptueel model van de software bij de RPD''')RUDAP A_MAPM?STERINTERFACESS en V, juli/augustus 1988252GIS, brug tussen onderzoek en ontwerp?formatiesystemen koppelen analytischemogelijkheden aan (karto)grafische mo-gelijkheden: Direkt kunnen de resultatenvan analyses weergegeven worden opkaartbeelden.Een Geografisch Informatiesysteemvormt echter geen methode op zichzelfmaar is slechts een hulpmiddel bij de toe-passing van methoden en van techniekenin de planvorming. Geografische Infor-matiesystemen zijn dan ook niet meer daneen instrument, waarmee de onderzoekerof ontwerper analyses geautomatiseerdkan uitvoeren of modellen geautomati-seerd kan toepassen of ontwikkelen, metbehulp van bewerkingen van liggings- enattribuutgegevens binnen een kaart ofvanmeerdere kaarten in samenhang.Het resuitaat van een bewerking metbehulp van een Geografisch Informatie-systeem bestaat uit een of meerdere kaar-ten, al dan niet aangevuld met tabellenen/ofgrafieken.Tevenskanersprakezijnvan de expliciete vastlegging van keuzenen criteria, waar het gebruik van een com-puter toe dwingt.Bij een instelling, die zich bezighoudtmet ruimtelijke planning zijn natuurlijkook diverse andere programma-pakket-ten (software) in gebruik. Hoe beter de sa-menhang en uitwisselbaarheid van de in-formatie is, hoe effectiever het gebruikvan de beschikbare middelen. Figuur 4toont een "conceptueel model" van desoftware in gebruik bij een instelling, deRijks Planologische Dienst in dit voor-beeld"). Centraal in dit model staan degegevens voor allerlei bewerkingen. Hier-mee wordt geillustreerd dat het een ver-spilling van tijd en geld kan zijn om voorieder programmapakket afzonderlijk da-tabestanden aan te gaan maken, die vooreen belangrijk deel dezelfde gegevens be-vatten. Een centraal bestand, dat voor uit-eenlopende funkties met behulp van in-terfaces ("vertalers") geraadpleegd kanworden, is ook beter up-to-date te hou-den.De GIS-programmatuur staat in ditvoorbeeld onderin aangegeven, met denaam ARC-INFO, een zeer uitgebreidGIS-programma dat bij de RPD in ge-bruik is. Als voorbeeld worden nogenkeleprogrammapakketten uit deze figuur toe-gelicht: IN FO is een relationele database,die ook in ARC/INFO wordt gebruikt.SPSS is een statistisch pakket, ontwikkelddigitizerFiguur 5. Apparatuurcomputer ofterminalplotter printervoor de sociale wetenschappen, terwijlRUDAP staat voor RUimtelijke DAtaProcessing, waarmee door de gebruikerop eenvoudige wijze tabellen en themati-sche kaarten ("choropleeth-kaarten") ge-maakt kunnen worden, met als kleinsteeenheid een gemeente. In de buitensteschil komen de nog kleinschaligertoepas-singen op het nivo van de Personal Com-puter.Niet alleen de radiale relaties zijn vanbelang maarjuist ook relaties binnen eenschil, zoals bijvoorbeeld een direkte in-voer van resultaten uit een statistisch pak-ket als SPSS in ARC-INFO.Enkele andere GIS pakketten die vanbelang zijn (zonder volledig te willenzijn): AUTOGIS, DELTAMAP, SALA-DIN, GEOMAP (vh.MAP2), USEMAPe.d.ApparatuurDe meeste Geografische Informatiesyste-men draaien op een "Mini-" of"Mainfra-me"-computer. Van de meeste pakkettenkomen langzamerhand versies uit die ookop een personal computer draaien. Eenkonfiguratie bestaat minstens uit de com-puter met externe gegevensopslag b.v.disc drive, een (veelal grafisch) beeld-scherm, een digitizer (tablet waarop kaar-ten ingelezen kunnen worden d.m.v. hetaanwijzen van elementen met een soort"muis") en een printer en/of plotter. Inapparatuur vraagt een GIS dus in princi-pe hetzelfde als een CAD- ofvastgoedsys-teem.Liggings-en attribuutinformatieiinvoerenbelieerZoals hiervoor is aangegeven worden nietalleen liggingsgegevens opgenomen inhet informatiebestand maar aan ieder lig-gingsgegeven kunnen een ofmeerdere at-tribuutgegevens toegevoegd worden.Bijvoorbeeld: Van een provincie, wijk,straat, gevel van een gebouw, gridcel van xbij X m, coordinatenpaar, beeldpunt vaneen satellietfoto worden de liggingsgege-vens (en grenzen) vastgelegd. Aan iederliggingsgegeven zijn dan vervolgens netzoveel attribuutgegevens op te hangen alsmen nodig acht: hoogte, bodemgebruik,aantal inwoners, eigendom, bebouwings-type, verkeersgegevens, aantal werkzoe-kenden, etc. De derde dimensie die toege-voegd kan worden, is de tijd: de attribuut-gegevens kunnen voor meerdere inventa-risatiemomenten Qaren, decennia, wekene.d.) opgenomen worden.Een GIS beschikt dus over een "sim-pel" opgebouwd gegevensbestand (data-base), met twee typen tabellen: de eerstemet de liggingsgegevens van ieder kaart-element in de vorm van punt-, lijn- en vlak-elementen. Kaartweergave en samenvoe-ging/bewerking van kaarten is dan moge-lijk. De tweede tabel is die met alle attri-buutgegevens per kaartelement op eenbepaald moment. Hiermee zijn bijv. sta-tistische bewerkingen mogelijk.De liggingsgegevens kunnen in principeop twee manieren opgeslagen worden:1. vektor: De punten, de lijnen en devlakken (polygonen) van een kaart wor-den gedigitaliseerd en daardoormet coor-dinaten opgeslagen. Deze opslag vraagteen aparte tabel (bestand, file) waarin perkaartelement een kaartelementcode en decoordinaten (en eventuele gegevens overde soort element) worden opgeslagen.Deze "kaartelementcode" vormt de kop-peling met de bestanden waarin de attri-buutgegevens zijn opgenomen. Het vek-tor-systeem geeft een meer werke-lijkheidsgetrouwe weergave, maar vergtmeer geheugenruimte en rekentijd daneen raster-systeem.2. raster: In principe wordt over dekaart eerst een net van vierkanten gelegd.Pergridcel (vierkant) worden de gegevenstoegevoegd. Dit is veelal een sterkere ab-straktie van de werkelijkheid dan in eenvektorsysteem. Deze abstraktie echterkan bewerkingen sterk versnellen en ver-S en V, juli/augustus 1988253GIS, brug tussen onderzoek en ontwerp?eenvoudigen. Bovendien wordt minderschijnnauwkeurigheid geintroduceerd.De mate van abstraktie en de (estetische)kwaliteit van de kaartweergave is sterk af-hankelijk van de gekozen rastermaat.(Een bepaalde uitwerking van het vek-torsysteem is de "lijnsegmenten-metho-de", waarbij vrijwel alleen met lijnstukkengewerkt wordt. Daarvan wordt naast decoordinaten de richting vastgelegd, waar-door ook in de attributen opgenomen kanworden wat zich links en wat zich rechtsvan het element bevindt: de topologie.)De attribuutgegevens: Het tweede tabel-type (bestand, file) is dat met alle attri-buutgegevens per kaartelement op eenbepaald moment. Voor ieder ander rele-vant moment wordt een op gelijke wijzeopgebouwde tabel aangemaakt.Wordt er gewerkt met een raster-sys-teem, dan is het zelfs voldoende de waar-den van de verschillende rastercellen inde goede volgorde op te slaan, zonderkaartelementcodes. Deze hoeven danslechts in dezelfde volgorde weer ingele-zen te worden in het raster als ze nodigzijn: de plek in de tabel komt op deze wijzedirect overeen met de ligging op de kaart.(In een vektorsysteem kan echter eenkaartelement op de ene kaart wel en op deandere niet voorkomen.)Verwerking en uitvoer van informatieEen viertal soorten GIS-bewerkingen inengere zin worden onderscheiden. Delaatste twee soorten zijn op te vatten als debelangrijkste, de analytische bewerkin-gen.Welke bewerkingen kunnen nu toege-past worden op liggings- en attribuutge-gevens of een combinatie daarvan. Aller-eerst het eenvoudig selekteren en be-schrijven van beschikbare gegevens:? Selektie:uii de beschikbare informatiekunnen delen geselekteerd worden op lo-katie- of op attribuutgegevens. Bijvoor-beeld alle wegen en spoorlijnen of de be-volkingsdichtheid en de soortvoorzienin-gen op een bepaalde plek.? Beschrijving: de aanwezige informatiekan beschreven worden in de vorm vanaantallen, afstanden, oppervlakte, vo-lume.Vervolgens gaat het erom deze gege-vens in samenhangte manipuleren, al danniet in meerdere kaarten tegelijk (over-lays):? Ruimtelijke samenhang en diversiteit:(analyses ook binnen een kaart(laag) mo-gelijk), bijvoorbeeld het leggen van buf-fers rond kaartelementen, de zichtbaar-heid van kaartelementen analyseren, in-terpolatie tussen kaartelementen verrich-ten. Burrough'") onderscheidt drie klas-sen van dergelijke transformatie-funk-ties: punten, gebieden en omgevingen.- /'unf-transformaties: Bewerkingenper punt van de kaart, waarbij nog geenrelatie gelegd wordt met de omgeving vanhet punt. Bijvoorbeeld het bepalen vanhet snijpunt van twee lijnen.- Gefti'eJ-transformaties: Bewerkingenvan de eigenschappen van een kaart-element binnen een aangegeven gebied(zoals lengte, oppervlakte, vorm of hetaantal malen dat een lokatie met een be-paalde waarde voorkomt).- Omgevmg-transformaties: Bewerkin-gen die een punt aan zijn omgeving kop-pelen zoals nagaan of een punt dezelfdewaarde heeft als zijn omgeving. Anderevoorbeelden: de afstand tot een punt meteen andere waarde, een gewogen gemid-delde berekenen van het punt met de aan-grenzende punten, hellingsberekeningen,hoogtelijnen berekenen op basis vanpuntmetingen en dergelijke.? Overlay-technieken.-biivoorbseld zeef-analyses, samenvoegen van gebieden uitverschillende kaarten e.d.De uitvoer van informatie: Op de te pro-duceren kaarten wordt een aantal karto-grafische handelingen t.a.v. legenda,schaal e.d. toegepast. De kaarten kunnenweergegeven worden op het beeldschermof een eenvoudige matrixprinter tot eenzeer geavanceerde plotter. Ook cijferma-tige/tabelmatige uitvoer kan een wezen-lijk onderdeel van de analyses uitmaken.Tot slot is een registratie van de uitge-voerde bewerkingen en gehanteerde va-riabelen van groot belang. Een automati-sche registratie van de ingegeven com-mando's en variabelen zou tot de moge-lijkheden moeten behoren, wat een goed-gedocumenteerde rapportage vereenvou-digt.GISendekoppelingvanonderzoek en ontwerpIn het voorgaande zijn twee constaterin-gen gedaan: Enerzijds een kloof tussenontwerp- en onderzoekactiviteiten bin-nen de ruimtelijke planning. Anderzijdsde aanzet tot informatisering van hetruimtelijkbeleidc.q. ruimtelijke planningmiddels de inzet van o.a. geografische in-formatiesystemen. Op welke wijze ver-houden deze ontwikkelingen zich tot el-kaar? Kan middels de inzet van GIS dekloof gedicht worden? Of leidt de inzetvan dergelijke systemen alleen tot een ef-ficienter verloop van de huidige onder-zoekactiviteiten? Zullen de planningsac-tiviteiten inzichtelijker worden, doordatde activiteiten en keuzen expliciet moetenworden gemaakt en alleen via een formelewijze zijnte realiseren? Ofwordtplanningslechts toegankelijk voorenkelespecialis-ten, die in staat zijn de vele mogelijkhedendie een dergelijk systeem biedt te benut-ten?Beleidsperspectieven zoekenOndanks deze vragen wordt de inzet vanGIS als wenselijk gezien'^). Deze wense-lijkheid is o.a. gebaseerd op de volgendestelling dat maatschappelijke activiteitenaan locaties gebonden zijn. Het efficientkunnen selecteren en verwerken van ge-gevens, die deze maatschappelijke aktivi-teitenbeschrijven,levertaanzienlijkepro-cedurele voordelen op. De noodzaak totde inzet van GIS in de ruimtelijke plan-ning kan het best worden aangegevenvanuit deze constatering: er worden di-verse (maatschappelijke en milieutechni-sche) problemen gesignaleerd die stukvoor stuk ruimtelijke implicaties heb-ben"'), maar waarvoor geen eenduidigeoplossing bestaat.Figuur 6. Doelstellingen, ontwerp en onder-zoekDOELSTELLINGEN(programma van eisen)RUIMTELUK ONTWERPRUIIVfTELUK ONDERZOEK(analyse, evaluatie)S en V, juli/augustus 1988254GIS, brug tussen onderzoek en ontwerp?Het zoeken naar beleidsperspectieventer opiossing van die problemen, bete-kent:1. Het inventariseren van opvattingenvan belangengroepen met betrekking totde aanpak van die problemen en daarvoorbenodigde ontwikkeiingsrichting'^). Op-lossingen zullen dus afgeleid moeten wor-den uit voorgestane ontwikkelingsrich-tingen.2. Het in hoofdlijnen bepalen van deconsequenties van voorgestane ontwik-kelingsrichtingen.3. Opiossingen en bijbehorende con-sequenties zullen onderwerp moeten zijnvan discussie en het bekijken van alterna-tieven. Dit alles ter voorbereiding van eenzoveel mogelijk door de maatschappij ge-dragen besluitvorming.4. Daartoe zullen "meer" empirischegegevens gewenstzijn. Met "meer" wordtbedoeld dat de gegevens van verschillen-de herkomst (naar tijd, informatiecatego-rie en wijze van inwinning) zijn, waardooruiteenlopende relaties tussen die gege-vens onderzocht kunnen worden, dan welals "ondergrond" voor ontwerpactivitei-ten ingezet kunnen worden.Deze vier aandachtspunten tonen dat,ter voorbereiding van besluitvorming, on-derzoekactiviteiten (zie 1, 2, 3, 4) en ont-werpactiviteiten (zie 1, 3 en 4) nauw metelkaar verweven moeten zijn. Voor beideactiviteiten kan de inzet van een GIS lei-den tot:- een ruimtelijk ontwerp'^) weergevendoor het relatief snel kunnen genererenvan gegevens, via ontwerpmethoden;- de consequenties van het ruimtelijkontwerp weergeven door het relatief snelkunnen genereren van gegevens, via on-derzoekmethoden;- "meer" basisgegevens") daarbij ge-lijktijdig hanteren;- relatief snel kunnen hanteren van diegegevens op verschillende schaalniveaus.Dit betekent voor de programmatuurwaarmee een GIS ontwikkeld kan wor-den het volgende; In eerste instantie moeteen moduul aanwezig zijn, waarmee opieder moment in de "verwerking"2f) vanobjectgegevens ontwerpmethoden kun-nen worden uitgevoerd. De inzet van zoeen ontwerpmethode wordt voorafge-gaan dan wel gevolgd door onderzoekme-thoden. Het betekent dus tevens dat hetinstrument (een GIS) de mogelijkheidbiedt tot de uitvoering van een cyclischplanningsproces. Opvattingen van eenbelangengroep, vertaald in doelstellingenc.q. een programma van eisen, kunnenhierbij bepalend zijn voor de aard van zo-wel de ontwerpoplossingen als onderzoe-kresultaten.Planvorming en kennisregistratieGezien de voorgaande beschouwingenover de kloof tussen onderzoek en ont-werp en de (maatschappelijke) noodzaaktot overbrugging ervan, kan aan de plan-ningsprocedure de volgende voorwaardegesteld worden: direct na het formulerenvan de probleemstelling c.q. doelstellin-gen dienen ontwerp en onderzoektegelijkvan start te gaan. Dit betekent:1. Vanuit het onderzoek worden ont-werp-vragen geformuleerd; vanuit hetontwerp worden onderzoekvragen gefor-muleerd.2. Vanuit beide sporen wordt het pro-gramma van eisen c.q. de doelstellingen-set gevoed, verfijnd en geconcretiseerd.3. Op basis van het programma van ei-sen worden vervolg ontwerp- en onder-zoek-activiteiten uitgevoerd.4. Beide typen activiteiten leiden we-derom tot het opstellen van ontwerp- enonderzoek-vragen en daarmee start de cy-clus opnieuw bij 2.Tot zover de schets van een mogelijkebrug tussen ontwerp en onderzoek. Maaroverwat voor soort brug praten we, geziende nadere vragen die gesteld zijn. Om ditte kunnen bepalen is het belangrijk om debetekenis en de functie van ontwerp enonderzoek in relatie tot elkaar te kunnenbepalen. Daarvoor is kennis nodig overhet feitelijk functioneren van ontwerp enonderzoek binnen het planningsproces.Een mogelijkheid om die kennis te verkrij-gen doet zich voor indien een GIS, datmodulen voor ontwerp- en onderzoekac-tiviteiten bevat, wordt uitgebreid met eenmoduul waarmee de GIS-activiteiten bin-nen het planningsproces worden geregis-treerd.Via het op deze wijze registreren vanwerkprocessen kan inzicht verkregenworden in:- de aard van de doelstellingen, die tengrondslag liggen aan het proces en- de aard van de methodieken die terrealisering worden ingezet.Uit de methodiek zal vervolgens kun-nen worden afgeleid welke methoden(onderzoek en ontwerp) daartoe inge-schakeld zijn, alsmede op welke empiri-sche gegevens die methoden zijn toege-past en welke informatie (gegenereerdegegevens) dit heeft opgeleverd.De rol van zo een registratie-moduulkan groot zijn, daar in theorie het plan-ningsproces, opgevat als cyclisch proces,inzichtelijk kan worden gemaakt. Er kano.a. achterhaald worden hoe ontwerp enonderzoek zich tot elkaar verhouden. Te-vens kan achterhaald worden waaropontwerp- en onderzoekresultaten en bij-behorende methodieken zijn gebaseerd,d.w.z. op welke doelstellingen-sets, crite-ria, veronderstellingen, etc. Dit laatste isvoor de besluitvorming zeer belangrijk.Daarmee kan bovendien het gevaar wor-den afgewend dat GIS-specialisten hetruimtelijk beleid gaan bepalen.Een ander voordeel van een registratie-moduul, waarmee deze kennis wordtvast-gelegd, is een verhoging van de efficientieen flexibiliteit van planningsprocessen.Een eenmaal geregistreerd proces kan, aldan niet met wijziging van 'n enkele para-meter, vele malen geautomatiseerd her-haald worden. De herhaling biedt de mo-gelijkheid tot het ontwerp van vele alter-natieven en tot het geautomatiseerd latenonderzoeken ervan volgens een geregi-streerde onderzoek-methodiek^'). O.a.aan de Landbouw Universiteit te Wage-ningen wordt momenteel een aantal toe-passingen in deze sfeer uitgeprobeerd^^).DiskussieUit deze toepassingen kan tot nu toe eenaantal conclusies worden afgeleid. EenGIS, inclusiefontwerp- en registratiemo-dulen, moet beschouwd worden als ener-zijds een beslissingen ondersteunend sys-teem, waarmee besluiten in principe opeen beter onderbouwde manier genomenkunnen worden.Anderzijds is het een systeem waarmeekennis kan worden verzameld die in eenplanningsproces wordt toegepast. In hetsysteem kunnen bepaalde onderzoekacti-viteiten (via methodieken) gestandaardi-seerd en geautomatiseerd worden. Decreatieve c.q. intuitieve bijdrage in hetproces, het ontwerpen (zowel ruimtelijkals van hypothesen, doelstellingen e.d.).S en V, juli/augustus 1988255GIS, brug tussen onderzoek en ontwerp?blijft een activiteit, die door de menswordt uitgevoerd, met behulp van inter-actieve en geautomatiseerde ontwerpme-thoden. Door registratie, standaardisatieen automatisering van onderzoekmetho-dieken kan meer aandacht besteed wor-den aan het ontwerpen, het genereren vanalternatieven.Aan dit ideaalbeeld kleven diverse vra-gen. Deze vragen betreffen met name dewijze waarop het ontwerp tot stand komt(b.v. welke empirische gegevens wordenhoe gebruikt) en de wijze waarop het ont-werp onderzocht wordt op haar conse-quenties (b.v. welke kenmerken van hetontwerp worden op welke wijze onder-zocht en staat dat onderzoek in verhou-ding tot de oorspronkelijke betekenis vanhet ontwerp). Daarnaast kunnen er vra-gen gesteld worden ten aanzien van dewijze waarop de eenmaal geregistreerdeplanningsprocessen opnieuw gebruiktkunnen worden om bijvoorbeeld alterna-tieven te ontwerpen en te onderzoeken.In onze overtuiging wijzen bovengeschet-ste ontwikkelingen erop dat de kloof tus-sen ontwerp en onderzoek in de ruimtelij-ke planning middels de inzet van een GIS,zoals hierboven geschetst, overbrugd kanworden. Enkele pijlers zijn al aanwezig^^).Maar of de pijlers benut worden voor eenprimitieve hangbrug, die slechts betredenwordt door enkele, goedwillende pioniersofdat zij benut gaan worden om een "Gol-den Gate" tussen ontwerp en onderzoektot stand te brengen hangt van meerderefactoren af.Daarbij gaat het niet alleen om de mo-gelijkheden van een GIS en de beschik-baarheid van relevante, digitale gegevens.Zwaarwegende voorwaarden voor de tot-standkoming van een dergelijke brug zijn:- t.a.v. de aard van de organisatie van deafdelingen c.q. diensten die verantwoor-delijk zijn voor de ruimtelijke beleids-voorbereiding: meer gericht zijn op inter-disciplinaire samenwerking,- t.a.v. hun integriteit ten aanzien vanhet zoeken naar ruimtelijke kwaliteit: nietvoorbijgaan aan alternatieve doelstellin-gen-sets,- t.a.v. de status die aan het ruimtelijkontwerp binnen de ruimtelijke ordeningwordt toegekend: het ruimtelijk ontwerpals middel, zowel methodisch als wette-lijk.NotenIRuimtelijke planning: voorbereiding van hetruimtelijke beleid, waarbij het zoeken naar ver-schillendebeleidsperspectievenvoorop staat.2Goedman, dr. ir. J. in college 6-3-1987 (coUe-gereeks "Planvorming. Ruimtelijke planvor-ming en stedebouwkundig planologisch on-derzoek" van prof. dr. P. Drewe) aan de Facul-teit Bouwkunde der TU-Delft.3Drewe, prof dr. P., "Inleiding stedebouwkun-dig planologisch onderzoek." CollegediktaatTU-Delft, faculteit Bouwkunde, mei 1982.4Boer, Niek de, Voorwoord in "Methoden entechnieken van stedebouwkundig ontwer-pen". TU-Delft, faculteit Bouwkunde, redak-tie Bos, Buchi en Westrik, april 1986.5Rijks Planologische Dienst. StudierapportRuimtelijke Verkenningen Hoofdinfrastruk-tuur. Den Haag, 1986, (RUVEIN).6Helaas is in de daarop volgende Notitie Ruim-telijke Perspektieven een dergelijke methodi-sche aanpak niet zo expliciet terug te vinden.Rijks Planologische Dienst. Notitie Ruimtelij-ke Perspektieven, op weg naar een Vierde notaover de ruimtelijke ordening. Den Haag, 1986(NRP).7Kleefmann, F., Ruimtelijke planning als zoek-instrument. Den Haag, 1984.8Kleefmann, P., Doorkijk naar de Vierde notaover de ruimtelijke ordening. Voordracht in dereeks Capita Selecta van de Ruimtelijke Orga-nisatie. Wageningen, 1987.9Stichting Nederland Nu Als Ontwerp, dr. H.van der Cammen, redactie. Nieuw Nederland;onderwerp van ontwerp. Boek I, Achtergron-den, Boek II, Beeldverhalen. Staatsuitgeverij,'s-Gravenhage, 1987.10Bertels, Frans, Jelle Rijpma en Koos van Zwie-ten, "Interdisciplinair projektwerk". TU-Delft, Werkgroep Interuniversitaire Studie-groepen Planologie, Delft, 1986.11In opdracht van het Nederlands Instituut voorRuimtelijke Ordening en Volkshuisvesting(NIROV) is in 1986 een onderzoek naar hetcomputergebruik in de ruimtelijke ordeninguitgevoerd onder 900 overheidsinstanties, in-stellingen en bedrijven werkzaam op het terreinvan de ruimtelijke ordening in Nederland.Scherpenzeel, drs. J.C. van, drs. L.W. Vermeij,"Computergebruik in de ruimtelijke ordening,eeninventarisatie". InfoRo, Oudewater, 1987.12GIS-SPIN-Studiegroep, "Geografische Infor-matiesystemen: informatiekunde voor deruimtelijke wetenschappen. Stand van zakenen voorstel voor een SPIN-onderzoekspro-gramma". Kontaktadres prof dr. P.A. Bur-rough, Geografisch Instituut Utrecht, juni1986.13Burrough P.A., "Principles of GeographicalInformation Systems for Land Resources As-sessment." Monographs on soil and resourcessurvey no 12. Oxford science publications. Cla-rendon press, Oxford, 1986.14Naar: Scholten, Henk J. en Rob J. van der Vel-de, "Advanced applications of geographic in-formation systems in regional planning. Paperforthe presentation at the'ESRI User Confer-ence', Palm Springs, april 1987". Rijks Planolo-gische Dienst, april 1987.15Zie: Handling geographic information: reportto the secretary of state for the environment.Committee of Enquiry chaired by Lord Chor-ley, London, 1987.16Zie: Notitie Ruimtelijke Perspectieven,VROM, 's-Gravenhage, 1987. Zie: Vierde notaruimtelijke ordening, VROM, 's-Gravenhage,1988.17Dit bemoeilijkt de discussie over ruimtelijkekwaliteit, daar kwaliteit een normatiefbegrip isen de invulling van het begrip zal dus mede af-hankelijk zijn van de positie van de belangen-groep in de maatschappelijke context.18Ruimtelijk ontwerpen: het op (karto)grafischewijze aangeven van gewenste wijzigingen bin-nen de ruimtelijke organisatie. Dit kunnen wij-zigingen naar functioneren, naar locaties ennaar vorm en omvang van die locaties zijn. Detotstandkoming van het ontwerp is in technischopzicht gerelateerd aan (karto)grafisch materi-aal. In inhoudelijk opzicht kunnen voor zowelontwerper(s) als buitenstaanders de achterlig-gende doelstellingen en beslissingen uiteen lo-pen van zeer duidelijk tot zeer onduidelijk.19Basisgegevens: de gegevens die verzameld zijnen als uitgangsgegevens gehanteerd wordenvoor zowel ontwerp als onderzoek.20Verwerking: het genereren van gegevens mid-dels ontwerp- en onderzoekmethoden.21Zie: Regionale planvorming met RISOR, VanLammeren en Van Nieuwenhuize in Planolo-gische discussiebijdragen. Delft, 1988.22Zie: Tracerings Informatie Systeem, Maessenen Rip, in Planologische discussiebijdragen.Delft, 1987 en Ruimtelijke plannen voor eenperifere regio. Van Lammeren en Van Nieu-wenhuize in Planologische discussiebijdragen.Delft, 1988.23Bijvoorbeeld het Nederlandse GlS-program-ma GEOPAKKET waarvan de moduul GEO-MAP de geschetste mogelijkheden biedt.S en V, juli/augustus 1988256drs. A.J. Abbinkir. R. BiegmanW.J. van DuynW. van Luikmedewerkers van Kuiper Compagnons, Bu-reau voor Ruimtelijke Ordening en Architec-tuur B.V., Rotterdam/ArnhemIn een bijdrage vanuit de stedebouwkundige praktijk wordt een korte terugblik gegeven opde eerste ervaringen met een CAD-systeem, gevolgd door de behandeling van een recentpraktijkvoorbeeld In de gemeente Vlaardingen, waarna tenslotte een vooruitblik wordtgegeven op nieuwe CAD-systemen en de toekomstige mogelijkheden daarvan.CAD-toepassingen in destedebouwkundige praktijkDe beginjarenEnkele jaren geleden werd de eersteCAD-configuratie aangeschaft. Het be-trof hier het Autocad-pakket in combina-tie met een IBM-AT, een PGA grafischkleurenscherm en een A3-digitizer. Aan-gezien de mogelijkheden voortoepassin-gen binnen het stedebouwkundige werk-veld nog niet overzien konden worden,werd deze configuratie in eerste instantieop de onderzoeksafdeling, waar al de no-dige ervaring met grafische toepassingenwas opgedaan, geplaatst. Aanvankelijkwaren de toepassingen dan ook meer ophet tekenen dan op die van het ontwerpengericht. Mede dankzij de hoge nauwkeu-righeid en de reiatief eenvoudig aan tebrengen wijzigingen binnen bestaande te-keningen, werd langzamerhand hetCAD-systeem een gewaardeerdhulpmid-del naast het traditioneie tekenwerk.Niettemin manifesteerde zich ook eenaantal problemen:- Effectieve inzet van het CAD-systeemwerd veelal beperkt door "invoerproble-men". Het digitaiiseren van topografi-sche en/of kadastrale ondergronden wasin eerste instantie kostenverhogend tenopzichte van het gebruikmaken van bijopdrachtgevers aanwezig kaartmateriaal.- Naarmate de toepassingen complexerwaren en er meer varianten getekendmoeten worden, werd de inzet van CADmeer rendabel. Een probleem hierbij wasde beperkte rekencapaciteit van een mi-crocomputer, waardoor het bewerkenvan grotere tekeningen te veel tijd gingvergen.- Het "opwerken" van een tekeningnaar een acceptabele presentatie voldeedniet in voldoende mate aan de (hoge) ei-sen van de stedebouwkundige ontwer-pers.Door de aanschaf van een AO-digitizerwerd een eerste verbetering van het digita-liseerproces bereikt. Naarmate er meerstedebouwkundig tekenwerk aan hetCAD-systeem werd toevertrouwd nam deacceptatie toe en werden de mogelijkhe-den beter benut. Het vervaardigen van te-keningen op verschillende schalen, hetgenereren van diverse facetkaarten (on-dergronden, wegenplannen, bebouwin-gen, leidingstelsels, groenvoorzieningene.d.) en het stapsgewijs detailleren bleekeen aanzienlijke tijdsbesparing op te kun-nen leveren. Tevens werd hierdoor dedienstverlening naar de opdrachtgeversvergroot, waarbij ook snelheidswinst,kostenbesparing, een grotere nauwkeu-righeid en de mogelijkheid tot het ver-strekken van extra gewenste informatieeen rol spelen.Een praktijkvoorbeeldZoals reeds in de inleiding naar voren isgebracht is op ons bureau sinds een aantaljaren enige ervaring opgedaan met geau-tomatiseerd tekenen. Daarnaast is geble-ken dat het handmatig tekenen in de ste-debouwkundige praktijk nog geruime tijdeen belangrijk aandeel in het werk zal be-houden, waarbij met name te denken valtaan schetsen en toelichtende kaartjes.Als voorbeeld van een project dat ge-deeltelijk geautomatiseerd en gedeeltelijkhandmatig is getekend is gekozen voorhet (voor)ontwerp-bestemmingsplan"Wijkwinkelcentrum De Loper" van degemeente Vlaardingen. In dit wijkwinkel-centrum is aan weerszijden van de gepro-jecteerde centrumvoorzieningen eenwoongebied gesitueerd met een capaci-teit van circa 160 woningen.Medio 1987 zijn voor deze woongebie-den, in samenhang met het wijkwinkel-centrum, schetsen gemaakt voor dit ge-bied, opgesteld door Ashok Bhalotra vanons bureau, dat heeft geleid tot een verka-velingsopzet en een maquette. Deze ver-kavelingsopzet diende onder meer als ba-sis voor het (voor)ontwerp-bestemmings-plan dat in april van ditjaar in het overlegex artikel 10 van het Besluit op de ruimte-lijke ordening 1985 (Bro) aan diverse in-stanties en diensten is toegestuurd.Voor dejuridische opzet van het plan isgebruik gemaakt van de nieuwe moge-lijkheden van de Wet op de RuimtelijkeOrdening (WRO), te weten de "beschrij-ving in hoofdlijnen". Dit hield onder meerin dat de woongebieden en de centrum-voorzieningen in twee globale bestem-mingen zijn vastgelegd, waarbij de ruim-telijke en functionele hoofdstructuren af-zonderlijk zijn bepaald.Voor de plankaart is gekozen voor eenhandmatige opzet, aangezien de volledi-ge ondergrond (met de huidige topografi-sche gegevens) op film beschikbaar wasen de juridische figuratie van het geringaantal bestemmingen tamelijk eenvoudigwas. Om deze redenen is aan een handma-tig getekende kaart de voorkeur gegeven.Voor het woongebied is gekozen voorhet geautomatiseerde tekensysteem. Degevolgde werkwijze was in grote lijnen alsvolgt.Op een AO-digitizer is een zo nauwkeurigmogelijke film van de ondergrond aange-S en V, juli/augustus 1988257CAD-toepassingen in de stedebouwkundigepraktijkbracht; het inlezen van de ondergrond,waarvan de coordinaten bekend zijn enwaarvan de ligging van de bestaande be-bouwing in het veld was gecontroleerd,wordt rechtstreeks in de computer inge-voerd. Hierbij wordt onderscheid ge-maakt in diverse lagen. Elke laag bevat inprincipeafzonderlijkeinformatie,zoals:- plangrenzen- kadastrale gegevens- topografische gegevens, zoals wateren wegen- bebouwing- ondergrondse infrastructuur- etc.Bij het opbouwen van een bestanddient er wel op gelet te worden dat de om-vang niet te groot wordt. Indien namehjkeen bestand te veel informatie bevatwordt de verwerkingstijd te groot en kosthet genereren van de tekening te veel tijd.Uiteraard is dit mede afhankelijk van degekozen configuratie. Het is daarom ver-standig om de informatie in verschillendebestanden op te slaan (bijvoorbeeldkadastrale nummers, leidingen e.d.). Is ereen leidingenkaart nodig, dan kunnentwee of meerdere bestanden worden sa-mengevoegd. Dit heeft dan het voordeeldat uitsluitend wordt gewerkt met de in-Figuur 1. Grondgebruikformatie die op dat moment strikt nodigis.Tevens bestaat de mogelijkheid om aande informatie een Data Base (bijvoor-beeld Dbase III) te koppelen. Aan kadas-trale nummers kunnen diverse gegevensworden gekoppeld, zoals eigenaar, straaten huisnummer, postcode, soort bebou-wing, kavelgrootte, e.d. Aan leidingenkan informatie gekoppeld worden overde soort leiding, druk, diameter, diepte,lengte enz.Deze gegevens kunnen dan weer afzon-derlijk worden bewerkt in de Database.Nadat de gewenste informatie in hetbestand ofbestanden is opgeslagen, kun-nen eventuele mutaties (bijvoorbeeld op-delen van kavels) eenvoudig en snel wor-den aangebracht.Voor het onderhavige voorbeeldplan isin eerste instantie een oppervlaktebereke-ning gemaakt, uitgesplitst naar groen-voorzieningen, verhardingen en uit te ge-ven gronden. Deze berekening geeft eeneerste indruk van de verhoudingen in hetgrondgebruik(zie figuur 1). In dit stadiumwas namelijk nog niet bekend op welkewijze de woningdifferentiatie zou wordenopgezet.Vervolgens is de verkaveling inge-voerd, zoals deze medio april 1987, aan degemeenteraad gepresenteerd was. Innauw overleg met de projectontwikkelaarzijn verschillende woningdifferentiatiesingevoerd met varierende woningbreed-tes en financieringscategorieen. Als voor-beeld is de bijgaande detailopzet weerge-geven (zie figuur 2).Met deze detailopzet is het eveneensmogelijk om een inzicht te bieden in deoppervlaktes van elke woningkavel; dezetoepassingsmogelijkheid kan in een laterstadium ookbij de woninguitgifte wordengehanteerd (zie figuur 3).Op basis van de voorgaande verkave-lingsopzet, dat door een architectenbu-reau nader zal worden uitgewerkt, is eenkoppeling gelegd met de voorschriftenvan het bestemmingsplan door middelvan het vastleggen van de voornaamstestedebouwkundige elementen van de ver-kaveling, zoals bebouwingsfronten, openruimten, richtingen van de blokken enzo-voorts, als onderdeel van de "beschrijvingin hoofdlijnen" (zie figuur 4).Op grond van de ervaringen tot nu toekan door ons het volgende worden gecon-stateerd.43187617Na een inwerkperiode van twee a drieFiguur 2. Woningdifferentiatie1005S en V, juli/augustus 1988258CAD-toepassingen in de stedebouwkundigepraktijkFiguur 3. Oppervlaktesper woningkavelFiguur 4. Beschrijvingin hoofdlijnenii'Mniiiiiiiiiiini(iiiiiiiMiiiriiiiiiiiiiiiiiii[iiiiiiiiiiiiiiMiniiiiiinTiiliiimaanden is een ervaren tekenaar in staatom een ondergrond van een gebied snel-ler met de digitizer in te voeren, dan dezeondergrond handmatig te tekenen. Demogelijkheden die zich vervolgens voor-doen hebben betrekking op:- diverse combinaties van bestanden le-vert elke keereen nieuw "beeld" op;- tekentechnisch kan zeer nauwkeurigworden gewerkt: volkomen orthogonaalen als het noodzakelijk is met een nauw-keurigheid van 1 /100 mm;- mutaties van ondergrond en/of vanhet "beeld" zijn snel in te voeren en nieu-we oppervlakteberekeningen zijn snel be-schikbaar;- voor presentatiedoeleinden kan elkewillekeurige schaal worden uitgeplot enkunnen kaarten in diverse kleuren en pen-dikten worden vervaardigd:- in sommige gevallen kan een isometrieof axiometrie worden gegeven van bij-voorbeeld een bebouwingsvoorstel (Am-sterdam, Zeeburg) (zie figuur 5).Figuur 5. IsometrieS en V, juli/augustus 1988259CAD-toepassingen in de stedebouwkundigepraktijkHieruit blijkt dat voor specifieke stede-bouwkundige toepassingen de beschre-ven werkwijze vele mogelijkheden biedt,die op relatief goedkope wijze snelle enaccurate tekeningen opleveren die in destedebouwkundige praktijk gangbaarzijn.De komende jarenHet op deze wijze beter benutten van hetAutocad-systeem was echter nog niet vol-doende om aan de interne wensen te vol-doen. Naast de vraag naar aantrekkelijkepresentaties, waaronder axiometrie en"echte" perspectieftekeningen, bleeklangzamerhand ook behoefte aan meer"afgeleide" informatie. Het CAD-sys-teem behelst immers de mogelijkheid omdirect oppervlakteberekeningen perruimtegebruikscategorie te maken en zoinformatie te verschaffenten behoeve vanonder andere grondkostenberekeningen.De druk op het beschikbare CAD-sys-teem was inmiddels zodanigtoegenomen,dat er voor exploratie van andere ge-bruiksmogelijkheden geen capaciteitmeer beschikbaar was. Uitbreiding wardnoodzakelijk geacht.De keuze van een tweede CAD-sys-teem is sterk door onze opdrachtgeversbeinvloed. In de eerste plaats is het uiter-aard gewenst aan te kunnen sluiten op debij (potentiele) opdrachtgevers in gebruikzijnde systemen. In de tweede plaats waser behoefte om eventueel ook van externezwaardere CAD-systemen gebruik tekunnen maken, met name ten behoevevan hoogwaardige presentaties.Uiteindelijk is gekozen voor het Inter-graph Microstation software pakket, incombinatie met snellere hardware. Deverwachting is, dat dit het beste aansluitbij de intern en extern gestelde behoefte.Het gevolg van deze keuze is dat het bu-reau nu twee verschillende CAD-syste-men in huis heeft, welke naast elkaar ver-der worden ontwikkeld. Als belangrijkstevoordelen van deze keuze worden ge-noemd:- met het Autocad-pakket blijven wijwerkzaam binnen de zich ontwikkeldestandaard op de micro-computer syste-men;- met het Intergraph Microstation pak-ket wordt aangesloten bij een van de zichvestigende standaarden voor grotere sys-temen, hetgeen een grote flexibiliteitwaarborgt.Naast flexibiliteit is ook de "openheid"van het Microstation pakket voor ons vanbelang. Het koppelen van externe databa-ses, om zodoende nog breder een verbin-ding tussen grafische en overige informa-tie tot stand te brengen, kan immers eenextra dimensie aan het CAD-gebruik ge-ven. De toekomstige ontwikkelingen vande CAD-toepassingen binnen het stede-bouwkundig werkterrein betreffen danook twee velden, te weten:- een verdere ontwikkeling van het te-kenwerk, met de daaraan gekoppelde pre-sentatiemogelijkheden;- het genereren en toegankelijk makenvan voor de ontwerpers en onderzoekersnoodzakelijke informatie, welke eventu-eel ook deel kan gaan uitmaken van eenruimtelijk informatiesysteem.De toekomstige ontwikkelingen zullenzich hoofdzakelijk op de Intergraph-lijnrichten. Voor ogen staat een koppelingvan meerdere werkstations in een net-work, waardoor enerzijds kostbare rand-apparatuur gemeenschappelijk gebruiktkan worden en anderzijds een optimalebestandsbeveiliging en gezamenlijk ge-bruik van deze bestanden, mogelijk is.Een dergelijke volledige integratie van deCAD-toepassing stelt hoge eisen aan degehele werkorganisatie.Gezien de snelle ontwikkelingen in"automatiseringsland" is ons inziens hetvoortdurend openhouden van moge-lijkheden en het blijven kiezen voor degrootst mogelijke flexibiliteit een eerstevereiste. Daarbij is een belangrijke over-weging dat men zich moet realiseren datten opzichte vanbijvoorbeeld de architec-tuur het CAD-gebruik binnen de stede-bouwkundige praktijk nog in de kinder-schoenen staat.S en V, juli/augustus 1988260ir. J. Roos-Klein LankhorstVakgroep Informatica Landbouwuniversiteit;Rijksinstituut voor onderzoek in de Bos- enLandschapsbouw "De Dorschkamp"In een gezamenlijk onderzoek van de vakgroep Informatica van de Landbouwuniversiteiten liet Rijksinstituut voor onderzoek in de Bos- en Landschapsbouw "De Dorschkamp" iseen nieuw hulpmiddel voor de landschapsarchitect ontwikkeld, waarmee landschapsplan-nen en andere geplande veranderingen in bet landscbap realistisch in beeld kunnen wordengebracbt. Met behulp van de computer worden montages gemaakt van computerperspec-tieven van bet ontwerp met gedigitaliseerde videobeelden van bet bestaande landscbap. Indit artikel wordt ingegaan op de acbtergronden, de werking en enkele toepassingen van ditnieuwe bulpmiddel.Visualisering van veranderingen inhet landschiapeen computerondersteund ontwerpinstrumentvoordelandschapsarchitectInleidingHet takenpakket van de Landschapsar-chitect bestaat voor een groot deel uit hetvormgeven van nieuwe ontwikkelingen inhet landschap, het aangeven van visuelegevoigen van geplande ingrepen en hetadviseren over de inpassing in het land-schap.Voor het realiseren van deze takenmoet de landschapsarchitect zich eenbeeld kunnen vormen van de veranderin-gen die bepaalde ontwerpbeslissingen te-weeg zullen brengen in het bestaandelandschap. Op grond hiervan moet hij ofzij beoordelen of die beslissingen het ge-wenste toekomstige beeld zullen opleve-ren.Tijdens deze exercitie zou de architectveel baat kunnen hebben bij een hulpmid-del waarmee het plaatsen of verwijderenvan elementen in het bestaande land-schap op eenvoudige wijze kan wordengesimuleerd. Hiermee zou het effect vanontwerpbeslissingen op het bestaandelandschap, ook voor derden, beter inzich-telijk gemaakt kunnen worden.Een goed inzicht voorafis met name bijde landschapsarchitectuur van belangomdat het daarbij vaak om lange termijnplannen gaat, waarvan de realisering infeite pas voltooid is wanneer de nieuwebeplantingen volgroeid zijn. Eventueleontwerpfouten kunnen pasjarenlateraanhet licht komen. Inmiddels kan de land-schapsarchitect bij veel projecten dezelf-de fouten gemaakt hebben en kunnen be-stuurders bij herhaling beslissingen ne-men waar ze later spijt van krijgen.Adequate hulpmiddelen voor het vi-sualiseren van veranderingen in een be-staand landschap ontbreken tot nu toe.Adviezen over de inpassing van ingrepen(zoals de aanleg van wegen) mondendaarom dikwijls uit in lijvige rapportenwaarin zaken worden beschreven die ei-genlijk veel beter met beelden kunnenworden "verwoord". Plannen (van bij-voorbeeld nieuwe recreatieparken) wor-den gewoonlijkvanafdeplattegrond ont-worpen en gepresenteerd. Voor de eind-presentatie worden daarnaast wel vogel-vluchtbeelden van het ontwerp gemaakt.Hoe het ontwerp er vanaf ooghoogteuit zal zien en hoe het bestaande land-schap er doorzal veranderen wordt echterzelden duidelijk in beeld gebracht. Het isdaarom voor de betrokkenen vaak ergmoeilijk om, op grond van de geboden in-formatie, te beoordelen ofde geplande in-grepen wel de gewenste (of aanvaardba-re) effecten zullen hebben.Een nieuw hulpmiddelIn een gezamenlijk onderzoek van de vak-groep Informatica van de Landbouwuni-versiteit en het Rijksinstituut voor Onder-zoek in de Bos- en Landschaps
Reacties