DECEMBER% ^^^fiI f"*^^wjviS!^,i-yT^'i^oSii% r.i i^j>^K^|r^.^r _^^^^H^^^^BEGROTINGSCIJFERS VROM 1990? BEGROTING 1990: CONSOLIDATIE GEVOLGD DOOR BIJSTURINGVOORSTELLEN TOT INRICHTING VAN NEELTJE JANS? HET GEBRUIK VAN COMPUTER AIDED DESIGNGemeenteZwijndrecht ^ ^1% AGemeente Zwijndrecht, woon- en werkgemeente aan de oevers van de Oude Maas.Aantrekkelijk gelegen op de grens van de randstad met uitstekende weg- en treinverbindingen o.a.naar Rotterdam en Dordrecht. Een "groene" gemeente, met een plezierig leefklimaat voor ruim41.000 inwoners.Burgemeester en Wethouders roepen, in verband met het aanvaarden van een funktie elders in degemeentelijke organisatie door de huidige funktionaris, sollicitanten op voor de funktiehoofd sektor stadsontwikkeling m/vDe ambtelijke organisatie is ingerichtovereenkonnstig het zgn. sektorenmodel en isop weg naar een andere kultuur met als kern-begrippen: Klant-, Resultaat- en Toekomst-gericht. Tevens worden stappen ondernomenom binnen enkele jaren kontraktmanagementin te voeren.Funktie-informatie:Bij de sektor Stadsontwikkeling werken 26medewerkers. De sektor is verdeeld in tweeafdelingen, tw. Ruimtelijke Ordening & Volks-huisvesting en Bouw- & Milieuzaken; hier-naast is er een Bedrijfsburo dat het bedrijfs-proces ondersteunt.Binnen de sektor is zowel sprake van sterkbeleidsvormende als sterk uitvoerende aktivi-teiten. De gemeente bevindt zich qua proble-matiek in een overgangsfase naar eensituatie met vooral een beheersmatigkarakter. Het hoofd van de sektor geeftgestalte aan de sturing en het beheer van hetbedrijfsproces binnen de sektor en heeft eenbeleidsontwikkelende en -evaluerendeinbreng. Voorts vervult hij een stimulerenderol in het kultuurveranderingsproces, samenmet de andere hoofden van de sektoren enstafafdelingen, waarmee het management-team wordt gevormd.Funktie-eisen:Het sektorhoofd beschikt over een akade-misch denk- en werknivo, gedegen kennist.a.v. de taakvelden van de sektor, waarbij devoorkeur uitgaat naar een inhoudelijkeinbreng op het terrein van de volkshuis-vesting. Tevens moeten goede kommunika-tieve en redaktionele vaardigheden aanwezigzijn alsmede gevoel voor politiek-bestuurlijkeverhoudingen. Hij is vertrouwd met een plan-matige wijze van werken, heeft financieel enadministratief inzicht en hanteert eendemokratische stiji van leidinggeven metbehoud van resultaatgerichtheid.Salariering:Het salaris is in overeenstemming met dezwaarte van de funktie en zai in onderlingoverleg worden vastgesteld.Algemene informatie:De gemeente hanteert een aktief beleid omde deelname van vrouwen, gehandicapten enieden van etnische en kulturele minderhedenin de gemeentelijke organisatie te bevorde-ren. Bij gelijke geschiktheid wordt dan ook devoorkeur gegeven aan een kandidaat uit eenvan deze groepen.Werving zaI gelijktijdig in- en externpiaatsvinden.De procedure omvat mede:- inspraak van het personeel- een kennismaking met het Kollege vanBurgemeester en Wethouders en hetmanagementteam- een psychologisch en medisch onderzoek.Inlichtingen:Inlichtingen kunnen worden ingewonnen bijde gemeentesekretaris de heerTh.G.M. Heere, telefoon 078-126944, toestel211 en de heer A.J.M. de Vriend, wnd. hoofdvan de sektor, toestel 359.Sollicitaties kunnen binnen 14 dagen worden gericlit aan Burgemeester en Wethouders vanZwijndrecht, Postbus 15, 3330 AA Zwijndrecht, onder vermelding van "sollicitatie L". P49I INHOUDDECEMBER 0)COO)0)h. JAARGANGDENKf: AAMJBS, ConijnDe bouw van vrije-sectorwoningenSIGNALENPLANOLOGIES. MusterdSociale onveiligheidVOLKSHUIS VESTINGM. Kromwijk30Beleid moet vorm krijgen invoikshuisvestingsplan 32MILIEUA.F van de KlundertGebiedsgericht ruimtelijk enmilieubeleid 35Beheer voor naoorlogse woonwijken,H. PriemusDe opzet van een beheerplan en de organisatie en financiering van het wijk-beheer.Demissionaire begroting VROM 1990,Begrotingscijfers VROM 1990, z Hobner-Toth enT.K. HubnerBegroting 1990: Consolidatie gevolgd door bijsturing, M. Vergeer.De jaarlijkse cijfer- en beleidsmatige analyse van de begroting van het Minis-terie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MllieubeheerEntre deux mers, N. Dielemans.P.MostertenJ. MeeusEen beeldend beleidsplan voor het werkeiland Neeltje Jans in de Ooster-schelde.Het gebruik van Computer AidedDesign, A.J.A. Ultterhoeve en S. van DiemenDe toepassing van CAD in het stedebouwkundig werk van de gemeenteAmsterdam.UITDE RARONationaal Milieubeleidsplan37Memorandum voor hetkabinetsbeleid 1989-1993 38UITDE RAVOPUBLIKATIESBoekbesprekingenSelectie aanwinstenS en V wordt gelijktijdig met ROM verzonden.Adviezen Gemeentelijkewoningbedrijven enHuurliberalisatie 394346Orgaan van het Nederlands Instituutvoor Ruimtelijke Ordening enVoliisliuisvestingEen uitgave van DELWEL Uitgeverij B.V,in samenwerlcing met liet NIROVVerschijnt zes maal per jaarRedactie:Dr H J.M, GoverdeIr RC. GroenMrir. AW. HartmanIr. J. HeelingMw.drs- i.T. KlaasenMw.drs. G.C.P. van derPloegIr. K.R. de PoelProf. J. RothuizenMr. A.M Schaap-DubbelboerDrs. RW A. VeldIr H. WestraRedactiesecretariaat:Mr A.M. Schaap-DubbelboerMw.drs. G.C.P van der PloegI. Steenhoff-BoogersRedactie, administratie en publiltatiester recensie:Mauritskade 21, 2514 HD Den Haagtelefoon; 070 - 46 96 52Riclitiijnen voor auteurs:Auteurs van artikelen en boekbesprekingenkunnen op het redactiesecretariaat "Richtlijnenvoor auteurs" aanvragen.Advertentie-exploitatie:DELWEL Uitgeverij B.V.Sophialaan laPostbus 164002500 BK s-Gravenhagetelefoon: 070 - 56 00 88telefax: 070 - 56 12 12Advertentieverlcoop:V. Scharroo en Mw. L. Rademakertelefoon: 070 - 56 00 88Basisvormgeving:Jeannette BollandHofhuis/Schriever\aangesloten bijiROtu/vak NOTU-groep vaktijdschriftenBouw metoog voor de toekomstmmDELWELNederlandse bouwondernemers, ar-chitecten, opdrachtgevers en toeleve-ranciers moeten anticiperen op debouw\vereld van morgen. Moeten we-ten welke marktontwikkelingen van be-lang zijn. Op hun eigen terrein, maarook op dat van de bouwpartners. Be-trouwbare vakinformatie is daarvooressentieel. Vakinformatie die actueel,relevant en toekomstgericht is. Prak-tiscti ingaat op de onderlinge samen-hang.De vakbladjournalistiek van BOUWvol-doet aan deze eisen. BOUW heeft ruim40 jaar ervaring in iiet selecteren enanalyseren van de belangrijkste markt-bewegingen in de bouw. Deze ervaringkomt nu, op de drempel van de jaren'90, uitstekend van pas. BOUW ver-scliijnt tweewekelijks, een abonne-ment kost / 169,- per jaar.Ga met BOUW de nieuwe uitdagingenaan:neem een abonnement of bel voor eenproefnummer.DELWEL Uitgeverij B.V, Sopfiialaan lAPostbus 16400,2500 BK 's-GravenhageTelefoon: 070-356 00 88Telefax 070-356 12 12BONn Noteert u mij tot wederopzegging voor abonnement(en) op BOUW(22x PER JAAR). Ik wacht met betalen tot ontvangst van uw factuur. Stuurt u mij een proefnummer BOUW.NaamBedrijf/instellingFunctieStraatnaamPostbusPostcodePostcodePlaatsnaamDatumHandtekeningBon in ongefrankeerde envelop zenden aan: DELWEL Uitgeverij B.V.,Antwoordnummer 16016, 2501 VE's-Gravenhase of fax 070-356 12 12.DELWEL: VAN HUlS UIT INFORMATIEFUITGEVERIJDe bouw van vrije-sectorwoningenIs de vrije-sectorwoningbouw weer op z'n retour?De recente ontwikkelingen met betrekking tot de ver-leende bouwvergunningen doen vermoeden dat deze vraag bevesti-gend kan worden beantwoord. Nadat in 1983 een historisch hoogte-punt met 53.000 bouwvergunningen voor vrije-sectorwoningen,ongesubsidieerd plus premie C, is bereikt, is er gedurende de eerstetwee maanden van 1989 nog sprake geweest van een verdere toe-name. Nadien is er evenwel een lichte daling opgetreden die de laat-ste maanden versterkt lijkt door te zetten.Vanuit historisch oogpunt behoeft deze ontwikkelinggeen verwondering te wekken. De bouw van vrije-sectorwoningen wordt nu eenmaal sterk gekenmerktdoor grote fluctuaties die door de economischeomstandigheden worden veroorzaakt. In het bijzon-der de hypotheekrente speelt hierbij een grote rol.Een stijging van de hypotheekrente leidt met enigevertraging tot een substantiele daling van het aantalin aanbouw genomen vrije-sectorwoningen. Bij eenrentedaling gebeurt uiteraard het omgekeerde. Daar-naast zijn ook de inkomensontwikkeling en de bouw-kosten van vrije-sectorwoningen van belang. Bij eenhogere inkomensstijging zuUen er meer vrije-sectorwoningen wor-den gebouwd. Als de bouwkosten loenemen zullen er minder wonin-gen in de vrije sector tot stand komen.De invloed van het overheidsbeleid is slechts beperkt. AUeenin 1983 en 1988 is de invloed van het overheidsbeleid vast te stellen.In 1983 is de premie C-regeling aangekondigd en zijn gemeenten eenander grondprijsbeleid gaan voeren. Deze beleidsveranderingenhebben een grote invloed gehad op de groei van het aantal vrije-sec-torwoningen. Verder is in 1988 de premie B-regeling afgeschaft,waardoor de bouw van vrije-sectorwoningen een verdere impulsheeft gekregen.I e toekomst van de vrije sector wordt echter door een'grote onzekerheid gekenmerkt. Grote fluctuaties in debouw van vrije-sectorwoningen zijn een normaal verschijnsel. Er isweinig voor nodig dat in een luttel aantal jaren de omvang van devrije sector wordt gehalveerd. Een stijging van de hypotheekrentetot 9% en bouwkosten van vrije-sectorwoningen die sterker stijgendan het gemiddelde inkomen, zijn bepaald geen onrealistische voor-waarden waaronder de daling van de vrije sector zich in die omvangzal voltrekken. In het woningbouwbeleid wordt onvoldoende metdeze afliankelijkheden rekening gehouden.In het indicatieve woningbouwprogramma van de NotaVolks-huisvesting in de jaren Negentig wordt vanuit een beleidsmatigeinvalshoek gesteld dat de helft van de woningbouw in de vrije sectorgerealiseerd zou moeten worden. Deze omvang is alleen onder speci-fieke omstandigheden reeel. We hebben een zeer gunstige periodeachter de rug, maar de huidige vooruitzichten met een stijgenderente zijn minder florissant. In het beleid is geen voorziening getrof-fen om een eventueel forse daling van de vrije sector te compenseren.Wanneer een forse daling van de vrije sector niet wordt gecompen-seerd door de bouw van andere woningen, ontstaan er grote nadeligegevolgen voor de woningzoekenden - de woningnood die nu al grootis, zal dan nog verder oplopen - en voor de bedrijfstak bouwnijver-heid die met grote fluctuaties in de produktie te maken krijgt.H;et ruimtelijke beleid vormt een spanningsveld in relatietot de bouw van vrije-sectorwoningen. De nieuwbouwin de vrije sector is erg ongelijkmatig over Nederland verdeeld. In deperiode 1984-1988 had de vrije sector in Nederland een aandeel van27% in de totale nieuwbouw. In het midden van de Randstad was ditaandeel circa 40%. De woningmarktgebieden Gouda (43,1%), Lei-den (40,8%) en West-Utrecht (39,1%) zijn de belangrijkste uitschie-ters in dit gebied.Ook op de Veluwe zijn relatief veel vrije-sectorwoningen gereali-seerd. Daarentegen zijn in de vier grote steden juistbetrekkelijk weinig vrije-sectorwoningen tot standgekomen. In Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhageen Utrecht bedroeg het aandeel van de vrije sectorcirca 18%. Deze ontwikkeling staat haaks op de doel-stellingen van het verstedelijkingsbeleid. Volgens ditbeleid dient de nieuwbouw vooral in de stadsgewes-ten te worden gerealiseerd. Met name als gevolg vande bouw van vrije-sectorwoningen wordt dit beleidechter maar zeer ten dele gerealiseerd. De groei vande woningvoorraad in de centrale steden is met 7%sterk achtergebleven bij de groei van de totale Neder-landse woningvoorraad die in de periode 1984-1988 10% is geweest.Daarentegen is de groei van de woningvoorraad in de landelijkegemeenten met 12% relatief groot geweest. In deze landeUjkegemeenten heeft de vrije sector een aandeel van 40% in de nieuw-bouw gehad en daarmee een substantiele bijdrage aan de groei van dewoningvoorraad geleverd.Gemeentelijke verschillen hebben mede bijgedragen aan deongelijkmatige spreiding van de vrije sector. De politieke kleur vande gemeente is van belang: in meer rechtse gemeenten wordt relatiefveel in de vrije sector gebouwd. Het inkomen van de bewoners vaneen gemeente speelt ook een rol: naarmate het gemiddeld inkomenhoger is, is het aandeel van de vrije sector hoger. Voorts blijkt dat inkleinere gemeenten meer in de vrije sector wordt gebouwd dan ingrotere gemeenten. Tot slot bUjkt dat er nog een afzonderlijke pro-vinciale invloed bestaat. Nadat gecorrigeerd is voor de driegenoemde gemeenteUjke kenmerken, blijken er in Drenthe en Over-ijssel relatiefveel vrije-sectorwoningen tot stand te komen en in Lim-burg en Flevoland relatief weinig.Per saldo kan worden vastgesteld dat de werking van demarkt ook het ruimtelijke ordeningsbeleid voor grote problemenstelt. Indien de lokatie van vrije-sectorwoningen in grotere mateafgestemd moet worden op de gewenste ruimtelijke ordening, zal erin de voorwaardenscheppende sfeer een adequater beleid gevoerdmoeten worden.drs. J.B.S. ConijnOTB-TU DelftsenVH. PriemussenHet Onderzoeksinstituut voor Technische Bestuurskunde (0TB) schreefvoor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een boekje "Beheerplan-nen voor naoorlogse woonwijken: een nieuwe opgave voor gemeenten, cor-poraties en bewoners", waarvan het eerste exemplaar op 7 juni 1989 werdaangeboden aan staatssecretaris Heerma. De wetenschappelijk directeurvan het 0TB, prof, dr ir. H. Priemus, hield bij die gelegenheid een inleiding.Geschetst wordt hoe een beheerplan kan worden ontwikkeld en hoe het wijk-beheer kan worden georganiseerd en gefinanclerd.Beheerplannen voornaoorlogse woonwijkeneen nieuwe opgave voor gemeenten, corporaties en bewonersIn vele gemeenten is van oudsher veel geldnodig voor de ontwikkeling van nieuwe wij-ken, inclusiefontsluiting, infrastructuur, voor-zieningen, green etc. Sinds de jaren zeventig en tachtigkomen daar omvangrijke uitgaven bij voor stadsvernieu-wing, vooral gericht op de vooroorlogse delen van degemeente. In de grote steden is het aandeel van deze voor-oorlogse gebieden nog steeds omvangrijk. Blijkens deKwalitatieveWoningregistratie (KWR) zijn de kwaliteits-achterstanden in de vooroorlogse voorraad veel groterdan in de naoorlogse voorraad. Bovendien zijn er metbetrekking tot vooroorlogse woningen niet of nauwelijksreserves opgebouwd, zodat juist voor het treffen van voor-zieningen in de vooroorlogse voorraad Rijkssteun nodigis.Het is begrijpehjk dat in de afgelopen decennia de naoor-logse wijken tussen de wal en het schip zijn gevallen. Alhet geld van Rijk en gemeente ging op aan nieuwbouw,uitleggebieden en stadsvernieuwing. De kwaliteitsachter-standen leken in de naoorlogse voorraad niet dramatischen de overheid mocht ervan uitgaan dat de sociale ver-huurders een onderhoudsfonds en een AlgemeneBedrijfsreserve hadden opgebouwd om het onderhoud,inclusiefhet groot onderhoud zelfte kunnen financieren.VERSCHUIVENDE PRIORITEITENWat is er gebeurd, nu dit beeld zo drastisch is ver-anderd? Allereerst is de naoorlogse voorraad woningensterk gegroeid. Van de gehele Nederlandse voorraad isinmiddels meer dan 70% na de Tweede Wereldoorloggebouwd. Voor de sociale verhuurders is dit percentagenog hoger en bereikt een omvang van zo'n 90%. Tentweede veroudert de naoorlogse voorraad nu snel en daar-bij bUjkt dat de aanvangskwaliteit in relatie tot de woon-uitgaven vaak veel slechter is dan men zich tevoren hadgerealiseerd. De KWR laat wehswaar zien dat de kwali-teitstekorten in de vooroorlogse voorraad groot zijn, maardat de naoorlogse voorraad veel slechter is dan was ver-wacht. De kwaliteitstekorten in de naoorlogse voorraadnemen toe en dat vormt een bedreigend perspectief voorbewoners, beheerders en bezitters. Ten derde is inmid-dels een substantieel deel van de vooroorlogse voorraadverbeterd of vervangen. Dat ging met niet te verwaarlo-zen subsidiestromen gepaard.De huren van deze verbeterde woningen zijn in verhou-ding tot de bereikte kwaliteit vaak gunstig, mede dank zijde genoemde subsidies. De lokatie van vele oudere wij-ken is uitgesproken gunstig: vrij centraal gelegen, meteen veelheid aan voorzieningen en goede verbindingen.Sommige naoorlogse wijken liggen perifeer, en soms zelfsgeisoleerd. Zij hebben in veel gevallen de differentiatienaar woonvorm niet mee: weinig eengezinshuizen, veelhoge woongebouwen, die veel wind vangen. De vraagnaar hoogbouw op dergelijke perifere lokaties is somszwak. Ook als er technisch niets aan de hand is, maakt debeheerder zich soms op goede gronden zorgen over deverhuurbaarheid van perifere hoogbouwconcentraties.In de stedelijke woninghierarchie zijn waarschijnlijk talvan stadsvernieuwingscomplexen (nieuwbouw en verbe-tering) de naoorlogse complexen voorbijgestreefd, dankzij de relatief lage huren, de hoger gewaardeerde woon-vorm en de gunstiger ligging.Toestandvan debuurt I,goedmaligslechtbouw en aanleg eind van de^van een buurt 'technische' SV
Reacties