DECEMBER? R.O. IN HET DEFENSIEF?REGIONAALVOLKSHUISVESTINGSBELEIDREGIONALE WONINGMARKTDE WERELD ACHTER DE CIJFERS VAMSTADSVERNIEUWING.VB KAN EROVER MEEPRATEN.Stadsvernieuwing is uitgegroeid tot een complex van ordenende en economische maatregelen.Maatregelen die zichtbaar worden in cijfers, maar veel minder zichtbaar is de wereld achter die cijfers.Een wereld waar uw accountant kennis van moet hebben om u deskundig en ter zake te kunnen adviseren.Een taak, die VB op bet lijfgeschreven is.Al ruim 75jaar is VB actiefvoor overheden en non-profit organisaties. Daarmee beeft VB een voor-sprong op bet gebied van bestuurs- en bebeersinstrumenten en kan zo gefundeerd signaleren, anticiperen enadviseren. VB kan u bijvoorbeeld adviseren bij de coordinatie en berstructurering van diensten en bij bet opzettenvan een effectiefberhuisvestingsbeleid. Ofbij de organisatie voorgefaseerde vemieuwing van bet rioleringsstelsel, in-clusieffinancieringssystemen met derden. VB is met ruim L300 medewerkers een van degrote accountantskantoren.Met 30 strategiscb gespreide vestigingen werkt VB overal dicbt bij de bron en blijft zo actueel betrokkenbij de wereld achter uw cijfers. Op basis waarvan u beter kunt beslissen. A ? .|-^ AccountantsVB, Nassaulaan 12, Postbus 19331, 2500 CH Den Haag tel. 070-3738484. ^^V U BelastingadviseursVB, BETROKKEN BIJ DE WERELD ACHTER DE CIJFERSI INHOUDDECEMBER0)0)N JAARGANGDENK RAAMA.W. HartmanGroene HartSIGNALENVOORBEELDPLANNENJ.H. HeijnenRegenwaterbeheer opindustrieterreinBESTUUR EN RECHTE.WindEen zwaluw of een schaapover de dam?2730NIEUWE PLANVORMENT. AquariusGlobale bestemmingsplannen 33PLANOLOGIEJ.H. van derVegtVervoerregio's 35VOLKSHUISVESTINGp. Kuenzli en T. SmeuldersBeter opdrachtgeverschap 37UITDERAROBegroting VROM 1992, M.M.J. VergeerDe jaarlijkse beschouwing over de begroting van VROM heeft ook deze keervoornamelijk betrekking op de inkomsten en uitgaven voor de volkshuisves-ting, die innnners veruit het grootste deel van de begroting uitmaken.Raakt de ruimtelijke ordening in hetdefensief?, G.C.P van der PloegWeergave van de resultaten van een onderzoek, waarin voor vijf projectenvan stedelijke vernieuwing werd nagegaan weike positie de genneentelijkedienst Ruimtelijke Ordening innam bij de planvoorbereiding.Regionaal volkshuisvestingsbeleid,M.A.N. IdemaKansen en bedreigingen voor de ontwikkeling van een regionaal volkshuis-vestingsbeleid.Van gemeentelijke naar regionaleWOningmarkt, N. UeshoutenJ. TokheOverzicht van de volksliuisvestingsproblemen van Den Haag en Utrecht,steden die beide te maken hebben met een groot gebrek aan ruimte binnende gemeentegrenzen. Regionalisering van de woningmarkt kan een oplos-sing bieden, mits aan een aantal bestuurlijke en financiele voorwaardenwordt voldaan.Startnotitie integrale m.e.r.Schiphol en omgeving 39Ontwerpbesluit meldingsplichtigebouwwerken 39Bestuur op niveau, deel 2, en hetvoorontwerp Interimwet 40UITDERAVOIndividuele huursubsidie 41Woningaanpassing gehandicapten 42PUBLIKATIESBoekbesprekingenSelectie aanwinsten4348Orgaan van het Nederlands Instituutvoor Ruimtelijke Ordening enVoikshuisvestingEen uitgave van DELWEL Uitgeverij B.V.in samenwerking met het NiROVVerschijnt zes maal per jaarRedactie:Ir. H. DekkerMr. A.Ch. FortgensDr H.J.M. GoverdeIr P.C. GroenDrs. R. te GrotenhuisMr.ir. A.W. HartmanMw.drs. I.T. KlaasenIr. W. RehMr. A.M. Schaap-DubbelboerDrs. P.W.A. VeldMw. mr. Y, de VriesIr. H.WestraRedactiesecretariaat:.Mr. A.M. Schaap-DubbelboerDrs. R. te GrotenhuisI. Steenhoff-BoogersRedactiei administratie en pubiikatiester recensie:Mauritskade 21, 2514 HD Den Haagtelefoon:070-346 96 52Richtlijnen voor auteurs:Auteurs van artikelen en boekbesprekingenkunnen op het redactiesecretariaat "Richtlijnenvoor auteurs" aanvragen.Advertentie-exploitatie:DELWEL Uitgeverij B.VAlexanderstraat 26Postbus 191102500 CO 's-Gravenhagetelefoon: 070 - 362 48 00telefax: 070 - 360 54 36Advertentieverkoop:Brenda Santestelefoon: 070 - 362 48 00Basisvormgeving:Jeannette BollandHofhuis/Schrieverfoto omslag: Tweeds Kamer (Michiei Sablerolle) V7 aangesloten bijiKKu/vak NOTU-groep vaktijdschriftenNET EVEN APARTERVERWOLSCHEIDINGSWANDENTEL. 02263-53504VERANDEREND WERELDKLIMAATNederlandse visies, reacties en commentaren op het broeikaseffectWat betekent het broeikaseffect voor Nederland? Dijken verhogen? En wat betekent hetvoor de landbouw en de natuur?Dit boek geeft antwoord op deze vragen. Het bevat de Nederlandse vertaling van hetIPCC-rapport van de VN waarin op drastische veranderingen ten aanzien van wereld-energiegebruik en landbouwmethoden wordt aangedrongen. Ook geeft het boek devisie weer van vertegenwoordigers van wetenschap, overheid en bedrijfsleven.Veranderend wereldklimaat rangschikta//e relevante aspecten van klimaatverande-ring en het broeikaseffect voigens de huidige stand van zaken. Onmisbare informatievoor iedereen die wil weten wat er aan dit ernstige probieem kan worden gedaan. Wantdat het nog niet te laat is, maakt dit boek duidelijk.mmDELWEL112 pagina's. Prijs / 34,95, incl. BTWISBN 90 6155 458-6.Voor besteliingen en nadere informatie:DELWEL Uitgeverij B.V Postbus 19110, 2500 CC 's-Gravenhage. Tel. 070 - 362 48 00, Fax 070 - 360 56 06UITGEVERIJOok in de boekhandel verkrijgbaar.DELWEL: VAN HUlS UIT INFORMATIEFGroene HartJaren geleden toonde prof. J. vanTol op een NIROV-stu-diedag een reeks kaart-beelden van het Groene Hart uitachtereenvolgende rijksnota's. De oppervlakte van het hart werdbeleidsmatig steeds groter. Deze trend heeft zich voortgezet. HetGroene Hart is in de regeringsbesUssing van de Vierde Nota omvang-rijker dan ooit tevoren.Ook de beleidsintenties zijn ambitieuzer dan ooit. De groeivan het ruimtebeslag voor verstedeUjking in de open ruimten, waar-onder het Groene Hart, moet en zal gekeerd worden. Als een afge-trainde ploeg roeiers toont het Rijk zijn spierballen.De stroom staat echter de andere kant op. En helaaszijn de foute riemen meegenomen, terwijl de roeiersongeUjk van kracht zijn.je stroom staat de andere kant op. In'deel III van de Vierde Nota staat telezen (biz. 31): 'De cijfers wijzen uit dat de relatievegroei van de woningvoorraad in de jaren '80 in deopen ruimten sneller was dan in de stadsgewesten.Het beleid is erop gericht deze trend om te keren ente komen tot een snellere groei in de stadsgewesten.De regering acht dit haalbaar. De angst voor de aantasting van deleefbaarheid in die gebieden wordt door de regering niet gedeeld. Erliggen grote bevolkingsconcentraties op korte afstand'.Uit het laatst geciteerde zinnetje wordt niet duideUjk of deregering met "die gebieden" nu de open ruimten ofde stadsgewestenbedoelt; laten we aannemen de eerste en dus aannemen dat "grotebevolkingsconcentraties op korte afstand" goed zijn voor de "leef-baarheid"(?).Wat er niet staat is dat niet alleen de demografische maar ookde economische vitaliteit in het Groene Hart al jaren relatiefboven degemiddelde waarden van de randstedeUjke stadsgewesten ligt (zowelvoor wat betreft de relatieve toename van werkgelegenheid - dezegroeit sneller dan de bevolking -, groei investeringen, omzetgroei enzo meer). De Randstad ontwikkelt zich steeds meer tot een stedelijknetwerk, waarin de tegenstelling steden-op-de-rand en middenge-bied afneemt.j e foute riemen zijn aan boord. Het instrument waar-'mee de regering het "rijks-restrictieF' beleid denkt tekunnen voeren is van een zelden vertoonde krachtdadigheid. "Hetaangescherpte restrictief beleid zal op basis van nader overleg met debetrokken gemeenten worden vastgesteld in voorstellen voor (par-ticle) streekplanherzieningen, die voor 1995 ter vaststelling aan Pro-vinciale Staten worden voorgelegd', lezen we op biz. 33. En dankomt het: 'Daarin zuUen ook de maximale bebouwingscontourenvoor de kernen worden aangegeven'. In de Evaluade structuurschetsvoor de landeUjke en stedelijke gebieden (studierapport RPD) stondhet al aangekondigd, als conclusie die nauwelijks door het aangedra-gen onderzoeksmateriaal werd geschraagd.Het schijnt de bedoeling te zijn van het Rijk dat per kern totop de kavelgrenzen wordt aangegeven tot hoever de vermaledijdeverstedeUjking zich mag uitstrekken. Het valt te vergelijken met deWet Midden Delfland. Toen nam het Rijk ondubbelzinnig de verant-woordeUjkheid. Nu gaat dat meer versluierd. De Randstad-provin-cies hebben zich tot het aangeven van de contouren per convenantverplicht, in een vlaag van verstandsverbijstering, of toch tenminstevan bestuurlijke overmoedigheid! Hier gaan we de kant op van deD E N KBelgische gewestplannen, waarin het kleurtje op de zeer gedetail-leerde kaarten een perceel al dan niet tot potentieel bebouwbaarbestempelt. We kunnen bij onze zuiderburen ook leren tot wat vooronfrisse, soms ronduit corrupte praktijken dit aanleiding kan geven,en tot wat voor verhouding tussen de overheden. De Wet op deRuimteUjke Ordening is toch een decentrale wet? Bij andere beleids-velden is het streven toch ook gericht op verdergaande decentralisa-tie? Streekplannen waren toch indicatief van aard?In de ruimteUjke ordening vertrouwen we daar ken-nelijk niet meer op. Het aanwijzen van maximalebebouwingscontouren kan nog jaren de bestuurlijkeverhoudingen vertroebelen en aanleiding vormenvoor energieverslindende competentiestrijd. In eensituatie die juist noodzaakt om in bestuurlijke samen-werking op regionaal en lokaai niveau de optimalebebouwingsmogeUjkheden op te sporen. Niet alleenvoor de opvang van de verstedelijkingsdruk, maarook voor het uitvoeren en bestendigen van de ecologi-sche hoofdstructuur. Het een sluit het ander niet uit,wellicht zelfs integendeel.?i-t.e roeiers zijn van ongeUjke kracht. In de eerder aange-haalde Evaluatie structuurschets heet het: '(Bij de uit-voering van het beleid) bUjkt ook de geringe onderlinge afstemmingtussen de budgethoudende departementen de effectiviteit van hetruimteUjk beleid te frustreren'. En in de concept-Nadere uitwerkingGroene Hart gaat het ook over de sectorale prioriteitstelling en overelkaar buitelende sectorale programma's. Terecht wordt daar gepleitvoor coordinatie en integratie. Toch wordt daar tegelijk gepleit voorscherpe begrenzingen van het Groene Hart en aanscherping van hetrestrictieve beleid. Citaat: 'Een dergelijke keuze verdient veruit devoorkeur boven het introduceren van een overgangszone (. . .). Oplangere termijn leidt dit tot zowel een slecht ingerichte (stedelijke)binnenflank als tot een steeds verder opschuiven van de grenszonetussen stedelijk en landelijk gebied'. Stuurman Ruimtehjke Orde-ning springt bij voorbaat al uit de boot.H;Iet is allemaal al eerder in dit blad verteld, door Van derCammen (februari 1991). Lees het nog maar eens. Ditdenkraam is geen poging om origineel te zijn. Het zou goed zijn alsruimtelijke vormgevers wat meer zelfvertrouwen krijgen en de obso-lete stad-land barriere slechten. Dat het kan moge onder andere blij-ken uit het binnenkort verschijnende verslag van het Zwammerdam-seminar van de NIROV-werkgroep Landschap. Zwammerdam alsmiddelpunt van Randstad en Groene Hart.A.W. HartmanS**-;M.M.J. VergeerenVHet jaarlijkse overzichtsartikel bestrijkt de gehele VROM-begroting naarevenredigheid van de uitgaven. Het accent ligt op de financieel-economi-sche aspecten en op de gevolgen voor met name de woningmarkt. De ana-lyse en het commentaar betreffen zowel de korte termijn als het meerjaren-perspectief. Actuele thema's zijn de huurverhoging, de corporatiewinsten,de verhouding huren-kopen, hetwoningtekort, woningverbetering en milieu-heffingen.Begroting VROM 1992de balans na de tussenbalansVeruit de belangrijkste wijziging van deVROM-begroting vond tussentijds plaatsbij de Tussenbalans. De Volkshuisvestingstond bovenaan het lijstje van subsidies waarop forswordt omgebogen. De nieuwe begroting doet er nog eenschepje bovenop. Het helpt om de dalende lijn in hetfinancieringstekort vast te houden zodat de staatsschuld-quote na 1992 kan dalen. De toelatingseisen voor de Euro-pese Monetaire Unie komen voor Nederland binnenbereik. In het afgelopen jaar moesten deVROM-uitgavenechter ook aanzienhjk opwaarts worden bijgesteld. AUer-eerst vanwege de hogere (nominale) rente, maar ookomdat opnieuw uitgavenramingen niet adequaat bleken.Dit keer betrofhet de volledig uit de hand gelopen gehan-dicaptenregeling, waar kleine aanpassingen voor 100%werden gesubsidieerd in een open-eindregeling, en desubsidies volgens het systeem van de dynamische kost-prijs waar men in totaal / 860 miljoen te kort kwam vol-gens deTussenbalans, een bedrag dat inmiddels is opgelo-pen tot / 1080 miljoen. Benieuwd wat de aangekondigdegrondige analyse van de raming van de oude objectsubsi-dieregehngen en van de rente en aflossing van woningwet-leningen boven water zal brengen. Per saldo komen deVROM-uitgaven in de nieuwe begroting lager uit, vooralna 1992.Gegeven de aard van de VROM-begroting worden destructurele ombuigingen slechts geleidelijk zichtbaar inde kas, maar ze zijn omvangrijk. Daarnaast is op groteschaal gewerkt met ondoorzichtige kasverschuivingenom binnen de budgettaire kaders te blijven. Voor de jaren1995 en 1996 is een reserve van / 40 respectievehjk/ 200 miljoen gestald bij de woningwetleningen. Deprijscompensatie voor 1992 is al ingeleverd, waardoor deuitgaven niet meer aan gestegen prijzen kunnen wordenaangepast. De uitgaven voor 1992 en verder bevatten dusminder volume dan uit de nominale cijfers bhjkt. De arti-kelen op de volkshuisvestingsbegroting zijn ingedeeld ineen actief deel waarvoor nog nieuwe verplichtingen wor-den aangegaan en een niet-actief deel. De suggestie vanniet beinvloedbaar moet echter snel terzijde wordengeschoven. De mutatie van juist de niet-actieve artikelenis zeer groot, zowel door huurbeleid als ramingsbijstellin-gen (zie label 4).HUURTREND VAN 5V2%TOT 1996VERLENGDVeruit de belangrijkste ingreep in de VROM-begroting was het optrekken per 1-7-1991 van de huur-trend van 3 naar 5V2% in het kader van de Tussenbalans.Tabel 5 (op biz. 6) geeft een overzicht van de maatregelenvoor deVROM-begroting voor het peiljaar van deTussen-balans, 1994, het jaar ook waarin de regeerperiode van hethuidige kabinet uiterhjk eindigt. Met/ 2,2 miljard levertde volkshuisvesting een zeer omvangrijke bijdrage aan degeplande / 17 miljard ombuigingen. De nieuwe begro-ting (tabel 6, op biz. 6) voegt nog ruim / 300 miljoen toe.Afgezien van het manipuleren van de DKP-parameter(/ 0,3 miljard) zijn het allemaal serieuze ombuigingen,die de lasten van de overheid naar de woonconsumentverschuiven. Volkshuisvesting vormt een hoeksteen vande Tussenbalans. Op het Ministerie van VROM zal metweemoed zijn teruggedacht aan de jaren tachtig toen de"ombuigingen" nog voor het grootste deel konden wor-den ingevuld door de financiering van de sociale woning-Tabel 1. Uitgaven VROM, miljoenen guldens.1990" 1991" 1992 1993 1994 1995 1996Algemeen en bouwbeleid 188 207 218 198 190 183 179Volkshuisvesting 12249 12488 12846 12244 11804 12408 12464Ruimtelijke ordening 118 61 66 66 64 64 64Milieubeheer 831 996 1086 1179 1255 1258 1258Rijksgebouwendienst 999 917 969 852 949 978 919Kadaster 303 317 356 352 345 341 330Totaal uitgaven VROM 14688 14986 15541 14891 14607 15232 15214Idem in % netto nationaalinkomen tegen marktprijzen 3,23 3,13 3,12Totaal (relevante)Rijksuitgaven 186029 196420 203983 209608 218209 227573 237002? Rekening.*" Vermoedelijke uitkomsten1.Tabel 2. Ontvangsten VROM, miljocmen guldens.1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996Volkshuisvesting 4556 4582 4257 4156 4182 4221 4321Milieubeheer 627 961 1583 2014 2275 2275 2275Kadaster 337 340 373 375 376 373 361Overlge 153 130 123 124 124 123 123Totaal VROM 5673 6013 6336 6669 6957 6992 7080w V WABM 609 926 1543 1964 2209 2209 2209Verkoop rijksgebouwen(begroting Financien) 32 109 33 74 51 20Tabel 3. Uitgaven Volkshuisvesting, miljoenen guldens1.1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996Objectsubsidies 7925 8208 8357 8055 7568 7912 7764Subjectsubsidies 1817 1953 2102 2160 2291 2475 2670Leningen woningwet 1043 731 634 516 417 345 426Stadsvernieuwingen verstedelijking 1179 1287 1437 1216 1229 1378 1310Personeelenmaterieele.d. 285 309 316 297 299 298 294Totaal 12249 12488 12846 12244 11804 12408 12464Tabel 4. Objectsubsidies'k/olkshuisvesting liijuren koop, miljoenen guide ns.1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996Actief 505 585 564 900 1122 1321 1493waarvan:Budget socialewoningbouw - _ - -- 199 392 580Budget kopkosten - - - 341 330 318 302Budget huun/erlagings-toeslagen - - - - 18 32 42Subsidies marktsector 124 94 78 70 78 78 69Bijzondere aandachts-groepen 359 443 397 444 470 474 473Garanties i2 21 34 34 27 27 27Bijdrage ineensboekwaardeverlaging - 15 15 _ _ _ _Afkoop renteloze leningen 10 12 40 11 - - -Niet-actief 7420 7623 7793 7155 6446 6591 6271waarvan:Jaarlijksebijdragenhuurwoningenouderegelingen 1650 1452 1441 1016 704 901 626- dynamische kostprijs 3512 3943 4142 4651 4762 4975 4998Kopkosten 207 218 116 39 2 _ _Verbetering huurwoningen 1200 1183 1316 701 300 121 122Premies eigenaarbewoners 841 808 777 748 678 594 525Overige 10 19 1 - - -Totaal objectsubsidies 7925 8208 8357 8055 7568 7912 7764bouw buiten de Rijksbegroting te brengen.De keuze om de budgettaire problemen zo sterk op te los-sen via de terugdringing van de objectsubsidies voor devolkshuisvesting is door verschillende motieven ingege-ven.- De prioriteit van overheidssubsidies voor de volkshuis-vesting daalt. De toegenomen welvaart en het verdwij-nen van de woningnood stellen de burgers in staat omzelf de gevolgen van hun keuze op de woningmarkt tedragen.- De uitgaven voor objectsubsidies dreigden aanzienlijkhoger uit te komen dan eerder geraamd door deopwaartse bijstelling van de renteraming van 6 naar8%%. Als effect voor 1994 wordt / 575 miljoen extragepresenteerd, een bedrag dat oploopt tot / 1,2 mil-jard in 1996.- De subsidies voor de volkshuisvesting zijn de afgelo-pen 20 jaar, gerelateerd aan het nationaal inkomen,stormachtig gestegen van 0,4% in 1970 via 1,3% in1980 naar 2,2% in 1990.')- Een - altijd hachelijke en zelden volledige - Internatio-nale vergelijking van de overheidssteun aan de volks-huisvesting (tabel 7, op bk. 6) wijst uit dat Nederland inEG-verband aan de top staat. Ook al is convergentievan volkshuisvestingssubsidies niet voorzien in Euro-pa 92, enig naar elkaar toe groeien ligt voor de hand.Het instrument om de objectsubsidies te vermin-deren is een hogere huurtrend. Op de meeste huurwonin-gen in Nederland zit immers nog objectsubsidie of heeftobjectsubsidie gezeten waardoor ze beneden de kostprijskunnen worden verhuurd.De extra huurverhoging van 4 x 2'/2% kost de huurderscirca / 1,7 miljard ofwel gemiddeld / 550 extra huur in1994. Voor eigenaar-bewoners werd voorgesteld het huur-waardeforfait van 1,8% stapsgewijs te verhogen naar3,3% in 1994. Structured levert dat / 975 miljoen extraop of wel gemiddeld circa / 400 per eigenaar-bewoner. ^)De rente-aftrek voor woninghypotheken blijft intact. Hetoptrekken van het huurwaardeforfait treft alle eigenaar-bewoners, ook degenen die geen hypotheek meer heb-ben. Het kopen van een eigen woning is ook een beleg-ging, waarbij men de financieringskosten volledig magaftrekken. De opbrengst van het beleggen in de eigenwoning wordt fiscaal vriendelijk behandeld in vergelij-king met een alternatieve belegging als spaardeposito's ofstaatsobligaties. Het toegerekende netto rendement (naaftrek van alle kosten als onderhoud en dergeUjke) vanmaximaal 3,3% van de waarde in bewoonde staat, waar-over de belasting wordt geheven, is aanzienhjk lager dande rente van bij voorbeeld 6% op spaardeposito's. Zobezien bevat het huurwaardeforfait een substantieel sub-sidie-element. De verhoging is hoger naarmate de woningduurder is en men in een hoger marginaal belastingtariefvalt.Bij de als altijd glibberige vergelijking tussenhuurder en koper is de huurder in eerste instantie slechteraf, zeker als men bedenkt dat de gemiddelde eigenwoning aanzienlijk duurder is en ook het inkomen van deeigenaar-bewoner hoger ligt. Dit beeld kan echtergenuanceerd worden als men de opwaartse bijstelUng vanenVsenV6BEGROTING VROM 1992Tabel 5. Besparingen Tussenbalans op het terrein van de Volkshuisvesting in 1994 (kas),miljoenen guldens.Huurtrend 5,5% per jaarWegiek IHSHogere normhuren etc. IHSWoningverbeteringHuurparameter DKP op 3% i.p.v. 0%Overige"Totaal VROM-begrotingHoger huurwaardeforfaitTotaal Volkshuisvesting630-120120650290-20013708502220" Met name doorwerking overschrijding eerdere jaren en kasverschuivingen.Tabel 6. Bezuinigingen na de Tussenbalans, miljoenen guldens.1992 1993 1994 1996StadsvernieuwingsfondsParticuliere woningverbeteringKopkostenReserve woningverbetering 1991 enverbetering studentenhuisvestingKasverschuivingen en overigeTotaal volkshuisvestingMilieubeheerRijksgebouwendienstOverigeTotaal VROMStadsvernieuwingsfonds VWC_ 150 150 1508 49 56 75- 30 30 3080 29 56 4428 -30 35 28116 228 327 32757 63 65 6418 14 17 183 3 3 3194 308 412 41215 15 15 16Tabel 7. Directeoverheidsuitgaven voorde Volkshuisvesting(in % Bruto Binnenlands Produkt).Totaal w.v. Object- Subject-subsidies subsidiesNederland(1990) 2,4= 2,0 0,4Denemarken(1986) 1.0 0,5 0,5Verenigd Koninkrijk(1988) 1,5' 0,3= 1,2Frankrijk(1985) 1,4 0,7 0,7West-Duitsland(1988) 0,3 OA*' 0,2Belgie(1983) 0,1 0,1 0,0'= Exclusief leningen.*> Objectsubsidies alleen Bondsuitgaven." Geen cijfers beschikbaar Slechts voor 5% van de voorraad is subjectsubsidiering mogelijk.Bron: Nederlands Economisch Instituut, Volkshuisvestingsbeleid in Europa, 1989. voor Denemar-ken. Frankrijk en Belgie. Onderzoeksinstituut Technische Bestuurskunde, De ordening van deNederiandse Volkshuisvesting in Europees Perspectief. augustus 1991, voor Verenigd KoninkrijkenWest-Duitsland, Nederiand is berekend uit tabel 3.Tabel 8. Behoefte aan nieuwbouw (aantallen x 1000 per jaar).1990-1994 1995-1999a oud nieuw a oud nieuwToename woningbehoevendehuishoudensToename gewenste leegstandVervangingsbehoefteTotale nieuwbouwbehoefte6811483791149487013100441186355118746211376a ; MPW-raming uit Septemberoud : Begroting 1991.nieuw : Begroting 1992.1986.de inflatie van 2% uit de Regeerakkoordberekeningennaar 31/2% voor 1992 uit de Macro Economische Verken-ning (MEV) en zelfs ruim 4% voor de beide daaropvol-gende jaren in de beschouwing betrekt. Per saldo ligt dande huurtrend dit jaar en volgend jaar 2% boven de infla-tie. Dat is meer dan de (minstens) 1% uit de Nota Volks-huisvesting, maar minder dan uit de nominale verhogingkon worden afgeleid. 3% Huurverhoging was in elk gevalte weinig geweest. De inflatie verhoogt de objectsubsidiesvia de exploitatielasten.De verhoging van het huurwaardeforfait stuitte wederomop felle tegenstand in de Eerste Kamer, waar een jaar eer-der een uitruil tussen huurwaardeforfait en overdrachts-belasting strandde. Pas nadat de regering het verbrekenvan de samenhang met de al relatief geruisloos goedge-keurde huurstijging niet aanvaardbaar had genoemd,kwam de verhoging van het huurwaardeforfait er groten-deels door. Voor 1992 wordt de verhoging tot 2,5% door-gevoerd, de beide volgende verhogingen zuUen nog eensworden bezien in het licht van de inflatie en de prijsont-wikkeling van bestaande woningen. Nieuwe CBS-cijferszuUen daarbij worden betrokken, waardoor deze discus-sie volgend jaar weer zal oplaaien met een lets gematigderstijging als mogelijke uitkomst. Het parlement was ervoordien al in geslaagd om de verhoging ingewikkelderen daardoor minder overtuigend te maken. Voor goed-kope woningen gaat het tarief minder omhoog, te com-penseren door een verfijning van de klassegrenzen in deduurdere regionen. In de Miljoenennota is voor 1994 nogsteeds dezelfde opbrengst ingeboekt voor de verhogingvan het huurwaardeforfait. Over de jaren 1995 en 1996wordt niet gerept, laat staan over een relatie met de huur-stijging.De extra huurstijging heeft in het duurste segment van desociale huurmarkt tot enige reactie geleid en is niet geheeldoorgevoerd. Het lijkt hier woningen te betreffen met eentoch al hoge prijs-kwahteitsverhouding, waarvan de con-sumenten dan maar afzien. Mogehjke komen in de toe-komst meer van dergelijke zwakke plekken in de marktbloot. Noch in de nieuwbouw noch bij bestaande wonin-gen doen zich sinds deTussenbalans opvallende verschui-vingen voor tussen huren en kopen. Dit mag als een stilbewijs gelden voor de evenwichtigheid van het pakket datalle 6 miljoen huurders en kopers met hogere woonlastenconfronteert.De huurverhoging draagt in 1992 ongeveer 1% bij aan destijging van 31/2% van het prijsindexcijfer gezinsconsump-tie van werknemersgezinnen dat voor koopkrachtbereke-ningen wordt gebruikt. De prijs van het terugdringen vansubsidies is dus een verhoging van de inflatie. In 1992 kanondanks de huurverhoging de koopkracht gehandhaafdblijven. Het aandeel van de huur in het consumentenbud-get neemt echter voortdurend toe. De normen voorbetaalbaar verschuiven opwaarts, in de richting van dekostprijs. Terugkeer naar een IHS-systeem met constantewoonlastenquotes zou tot een explosie van subsidies lei-den.De huurtrend van 5^/2% werkt 00k door in de nieuwbouw.De minimum aanvangshuur wordt verhoogd tot 6,25%van de stichtingskosten en zal 00k de komende jaren ver-der worden verhoogd. De netto contante waarde wordtniet meer berekend onder de veronderstelling van 3%Tabel 9. Nieuwbouw van woningen, aantallen x 1000.1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996Sociale sectorw.v. huurkoop ' , 41,825,416,442271543,121,12241,218,722,539.816,82337.416,42137,416,421Lichtgesubsidieerdw.v. premiehuurbeleggersvrije sector meteenmaligebijdrage144,29,81551010551055844633532Subtotaal gesubsidieerd 55,8 57 53,1 51,2 47,8 43,4 42,4Raming ongesubsidieerd 37,6 24a34 30a40 31a41 34a44 35a45 36a46Totaal nieuwbouw 93,4 81^91 83a93 82a92 82^92 78a88 78^88Ingrijpende verbeteringvooroorlogse huurwoningen 6,8 12 12 12 11,7 11,2 10,8Toelichting:1. Gesubsidieerde sector betreft aantallen beschikkingen, ongesubsidieerd afgegeven gemeente-lijke bouwvergunningen.2. 1990 is een realisatie, de overige jaren betreffen indicatieve programma's waarvoor geld op debegroting is uitgetrokken. De vrije sector met eenmalige bijdrage is verlaagd bij de begrotings-behandeling.3. De sociale sector is vanaf 1992 verdeeld conform de budgetberekening.Tabel 10. Financiering milieukosten, miljoenen guldens.1992Algemene bestemmingsheffing WABMReinigingsrechtenRioolrechtenWVO-heffing regionaalWVO-heffing RijkBestrijdingsmiddelenheffingMestheffingTotaal milieuheffingenAlgemene middelen overheidDoelgroepen Cinclusief eigen bijdragen.na aftrek van subsidie)Totaal milieukosten 1368419951543 22091104 1539613 7471408 1743128 12838 5040 404873 64563448 31455363 720916810huurstijging gedurende de eerste tien jaar, maar van4%%. De verwerking van een bouwkostenstijging van1,8% lijkt in het licht van de aangetrokken inflatie en dedure Bouw-CAO erg mager. Uit de begroting blijkt datook voor 1995 en 1996, de volgende kabinetsperiode, alwordt uitgegaan van 5,5% huurverhoging. Over debestemming van de dan verder uitdijende winsten die bijverhuurders blijven hangen wordt nog niets gezegd.Niet in de VROM-begroting maar in de Miljoe-nennota wordt onder het kopje heroverweging eenbeleidsstandpunt van het Kabinet aangekondigd over debedrijfsreserves van sociale verhuurders. Het toegeno-men eigen vermogen zou na 1994 voor meer zelfstandig-heid bij de financiering ingezet kunnen worden. In eenafroomscenario valt het bijdragen aan de nieuwbouwsub-sidies. Bij de begrotingsbehandeling werd voorgesteld dehogere huurtrend te beperken tot woningen waar nu nogobjectsubsidie op zit. Voor niet (meer) gesubsidieerdewoningen zou dan een huurtrend conform inflatie ofbouwkosten volstaan. Middeling per verhuurder kan viade huursombenadering. Dit leidt tot een lagere gemid-delde huurstijging. Het nieuwe gemiddelde gaat per ver-huurder verschillen, afhankelijk van de leeftijdsverdelingvan zijn bestand. De hoogste huurstijging is dan te ver-wachten in groeikernen. Bij invoering al in 1993 of 1994valt de beoogde financiering van woningverbetering weg.Bovendien eist een lagere gemiddelde huurstijginghogere subsidies voor de nieuwbouw en wordt de verho-ging van het huurwaardeforfait meer discutabel.IHS BLIJFT EXPANSIEFDe hogere huurtrend leidt tot extra uitgaven voorIHS. Uit tabel 5 blijkt dat de weglek naar meer IHS op/ 120 miljoen in 1994 wordt geraamd. Een relatiefbeperkt bedrag in vergelijking met de besparing aanobjectsubsidies van / 630 miljoen en helemaal wanneerde / 650 miljoen aan bespaarde verbetersubsidies wordtmeegenomen. Huurverhoging blijkt voor het rijksbudgetprofijtehjker dan vaak gesuggeerd. Om deze weglek op tevangen werden op het terrein van de IHS voor een gelijkbedrag maatregelen voorgesteld. De meest substantielewaren het laten vervallen van de franchise van / 2.400voor alleenstaanden en bejaarden, het deel van het inko-men dat bij de IHS-berekening buiten beschouwingblijft. De verhoging van de normhuur voor de bovenmini-male groepen onder hen kan tot / 780 oplopen.Deze maatregel zou in stappen worden ingevoerd. Vanalle maatregelen in de huursector riep deze het meesteverzet op. Ruim 80% van alle bejaarden in Nederlandheeft niet alleenAOW. Voor bejaarden werd de maatregelteruggenomen, voor alleenstaanden niet. Bij de vorigebegroting waren speciaal voor deze groep per 1-7-1992 albeperkende maatregelen aangekondigd. AUeenstaandebovenminimale IHS-ers die niet verhuizen gaan er flinkop achteruit. De alleenstaandentabel wordt herijkt op70% van de gezinstabel. Opmerkelijk is de maatschappe-lijke discussie over de kostenverhouding tussen alleen-staanden en gezinnen.Enerzijds stellen de bejaardenbonden en het platformvoor alleenstaanden dat zelfstandig wonen tot meer dan70% uitgaven leidt in vergelijking met meerpersoonshuis-houdens, anderzijds menen voorstanders van individuali-sering van uitkeringsrechten in de sociale zekerheid datde schaalvoordelen van een gezamenlijke huishoudingworden overschat.De niet gerealiseerde IHS-ombuigingen uit deTussenba-lans (circa de helft) zijn betrokken bij de totale VROM-problematiek. Er kan dus niet precies worden aangege-ven welke ombuiging uit tabel 6 ervoor in de plaats isgekomen.Bijna als gebruikelijk (zie het overzicht in het artikel vanvorig jaar, S en Vnr. 5, 1990) komt de realisatie van deIHS hoger uit dan geraamd. Voor het nu lopende tijdvak1991-1992 worden nu zelfs al meer dan een miljoen IHS-ontvangers verwacht, 35.000 meer dan een jaar geledengeraamd en 30.000 meer dan de vermoedelijke realisatievan 981.000 voor het tijdvak 1990-1991. Het hogere aantalIHS-ontvangers is onder andere een gevolg van een verbe-terde raming van het effect van nieuwbouw en verbete-ring en van de groeiende instroom van asielzoekers. Hetaantal IHS-ers zal in 1992 bescheiden (15.000) kunnendalen, onder invloed van de besproken maatregelen enhet effect van het optrekken van het laagste subsidiebe-drag en de verlaging van de maximum huurgrens voorjongeren. Daarna neemt het aantal weer toe tot boven deeen miljoen huishoudens.enVBEGROTING VROM 1992enV8Niet in de raming opgenomen is het effect van de voorge-stelde WAO-maatregelen. Extra IHS-aanspraken ont-staan overigens pas na afloop van de overgangstermijnwaarin deWAO-uitkering nog 70% blijft. Bovendien is despecifieke inkomensteruggang van deWAO-ers veel klei-ner dan de geraamdeWAO-bezuiniging. Een groot deelvan de opbrengst van deWAO-maatregelen ontstaat doorhet gedragseffect: mensen die niet in de WAO belandenmaar op de arbeidsmarkt blijven als gevolg van het volu-mebeleid en het vooruitzicht van lagere uitkeringsni-veaus. In de begroting wordt niet vermeld hoe extra IHSvoor WAO-ers zal worden gefinancierd.Wei is in de raming geld (f 64 miljoen in 1996) gereser-veerd om ook na 1994 het beleid van een 1% lagere norm-huurstijging voor de minima te kunnen voortzetten. Ditper 1 juU 1990 ingezette beleid verscherpt jaarlijks de pro-gressiewerking binnen de IHS-tabel. Het voordeel vaneen bovenminimaal inkomen uit tegenwoordige of vroe-gere arbeid wordt steeds sterker aangetast door verliesaan IHS-aanspraken.De verhoogde huurtrend versterkt het effect van de kwa-liteitskorting en vooral van het nog 2 jaar vasthouden aande / 700 grens voor niet-bejaarden. Opmerkelijk is degepresenteerdeWBO 89/90 tabel. De doelgroep is in vierjaar tijd teruggelopen van 51 naar 42%, een dahng die inde NotaVolkshuisvesting pas in 2000 werd verwacht. Ver-bazing wekt dat pas per 1-7-1993 inschrijving in hetbevolkingsregister subsidievoorwaarde is.De uitgaven voor IHS nemen ondanks alle maatregelenmet ruim 8% toe in 1992. In de daaropvolgende 4 jaar ligtde stijging met ruim 6% per jaar lets boven de huurtrend.Op een beleidsterrein met op termijn dalende uitgaven alsde volkshuisvesting zorgt de IHS nog voor een stijging.De verschuiving van objectsubsidies naar subjectsubsi-dies is goed zichtbaar in het aandeel van de subjectsubsi-dies in de totale uitgaven voor volkshuisvesting (exclusiefleningen, tabel 3, op bk. 5). Dit loopt op van 16% in 1990naar 22% in 1996.TEKORTSCHIETENDE NIEUWBOUWOpvallend groot is dit jaar de traditioneleopwaartse bijstelhng van de toename van het aantalwoninghehoevendehuishoudensizie tabel 8, op bk. 6). Debijstelling vindt plaats op basis van het nieuwe woningbe-hoefte-onderzoek, WBO 1989/1990 en de meest recenteCBS-bevolkingsprognose van eind 1990. Oorzaak is dehogere instroom van buitenlandse migranten en het lan-ger zelfstandig wonen van ouderen. De doorwerking opde nieuwbouwbehoefte wordt echter voor de tweede helftvan de jaren negentig sterk afgezwakt doordat de vervan-gingsvraag nu constant wordt gehouden. Deze koerswij-ziging wordt niet toegelicht, maar impliceert een langerelevensduur van de woningen. Tabel 8 bevat ter vergelij-king ook de behoefteramingen die een aantal jaren gele-den voor de jaren negentig zijn opgesteld. De toekom-stige woningbehoefte blijkt niet zo'n vast gegeven. Deraming van het immigratiesaldo is in de gehanteerdeCBS-bevolkingsprognose substantieel verhoogd tot jaar-lijks 30.000 voor de komende drie jaar en 25.000 voor derest van dit decennium. Als men dit vergelijkt met degeregistreerde realisatie van bijna 50.000 over 1990, hethoogste naoorlogse cijfer sinds 1975, en de ontwikkelingtot nu toe in 1991, dan is een volgende opwaartse bijstel-ling niet uitgesloten. Ook voor de voorafgaande vijfjaarsperiode (1985 t/m 1989) werd de woningbehoefte voort-durend opwaarts bijgesteld, overwegend door hogereimmigratie. Uiteindelijk werden 108.000 woningen perjaar gebouwd, waarvan 12.000 als vervanging. Het statis-tisch woningtekort veranderde nauwehjks tussen debeide meest recente WBO's. De dahng van de gesubsi-dieerde nieuwbouw werd echter in die periode gecompen-seerd door een sterke expansie van de ongesubsidieerdesector, begunstigd door lage rente en een substantielereele inkomensgroei. De huidige hoogte van het tekortduidt, in combinatie met andere indicatoren zoals de leeg-stand, nog steeds op een globaal evenwicht op de woning-markt.Het gesubsidieerde nieuwbouwprogrammavoor de komende jaren is in de bezuinigingsrondes nietgekort. Het is in vergehjking met de vorige begroting letsverhoogd, al blijft de dalende lijn intact. Voor 1992 en1993 werden telkens 2.500 vrije-sector-woningen meteenmalige bijdrage aan het programma toegevoegd. Dekeuze viel op deze categorie omdat deze woningen tussenanderhalf en twee ton een doorstromingsstimulerendewerking hebben, met name in de grote steden waar hetwoningaanbod erg eenzijdig uit goedkope huurwoningenbestaat. Bij de begrotingsbehandehng is deze verhoginggeschrapt. De Tweede Kamer verwacht dat deze wonin-gen zonder subsidie ook wel gebouwd worden. Aan deovergangsfunctie tussen de zwaar gesubsidieerde nieuw-bouw en de ongesubsidieerde sector kent men weiniggewicht toe. Het einde van deze categorie komt versneldm zicht. Het in 1994 en 1995 vrijkomende geld wordtbesteed aan knelpunten ouderenbeleid, onderdeel van debijzondereaandachtsgroepen (tabel 4). Een verschuivingvan algemeen werkende objectsubsidiering naar speci-fieke subsidiering.Nauwehjks vermeldenswaard is de geringe opwaartse bij-stelling van het programma in de sociale huursector. Van-wege de gedoogde asielzoekers worden ingaande 1992extra middelen voor 1.400 woningen per jaar uitgetrok-ken. Deze uitbreiding wordt voor de jaren 1992,1993 en1994 op 100, respectievehjk 200, respectievelijk 300 wo-ningen na ongedaan gemaakt doordat het programma isverlaagd vanwege de hogere netto contante waarde in desociale sector. De opwaartse bijstelling van de rentera-ming tussen September 1990 en September 1991 tast dushet programma 1992-1994 aan. Het had meer voor dehand gelegen deze rentestijging in een keer bij deTussen-balans mee te nemen.Confrontatie van de behoefteraming met de nieuwbouwuit tabel 9 (zie biz. 7) leert dat de nieuwbouw de komendejaren te kort schiet, zelfs als men voortdurend de boven-kant van de marges voor de ongesubsidieerde sector zouaanhouden. Het statistisch woningtekort gaat stijgen. Ditgeldt nog sterker als men de voor een raming van debouwproduktie moeihjk werkbare margeraming voor deongesubsidieerde sector vervangt door de puntschattingvan 28.000 ongesubsidieerde woningen voor 1992 uit deMEV1992. In die raming is de aanhoudend hoge rente ende stagnerende reele inkomensgroei verwerkt. De inves-teringen in woningen nemen volgend jaar af en leiden tezamen met de omslag in de commerciele onroerend goedmarkt voor het eerst sinds 1983 tot een daling van debouwproduktie en werkgelegenheid. In de begrotingwordt het oplopen van het woningtekort gesignaleerd,maar men toont zich niet erg verontrust over het in gevaarkomen van de doelstelling van een voldoende aantalwoningen. Eventuele beleidsconclusies zullen pas wor-den getrokken na het beschikbaar komen van het nieuweTrendrapport.Enkele kanttekeningen bij de trits behoefte-nieuwbouw-tekort. De initiatiefnemers in de woningbouw hjken nogniet de hete adem van een oplopende spanning op dewoningmarkt in de nek te voelen, getuige het bepaald nietstormachtige tempo waarin het gesubsidieerde pro-gramma 1991 wordt gerealiseerd. De ingetrokken premie-koopbeschikkingen uit 1990, die aan het programma 1991waren toegevoegd, zijn alsnog geschrapt gezien de stagna-tie in de afzet. Bij de behoefteraming wordt geen effectvermeld van de forse relatieve prijsverhoging van hetwonen. Hierdoor kan vraaguitval optreden. Tot dewoningbehoefte kan men immers pas gerekend wordenals men bereid is de - vaak gesubsidieerde en inkomensaf-hankehjke - prijs te betalen die er voor staat. Het meestkwetsbaar lijkt de groep alleenstaanden met een laag inko-men, waarvoor ook de normhuur extra wordt opgetrok-ken. Tenslotte zou de nieuwbouw in de sociale sectorhoger kunnen uitvallen, ten koste van de ingrijpendewoningverbetering die in 1990 nauwelijks meer dan dehelft van het geprogrammeerde aantal van 12.000 haalde.Deze laatste uitwisselingsmogelijkheid is onderdeel vanhet nieuwe besluit woninggebonden subsidies (BWS) datper 1 januari 1992 ingaat. De verantwoordelijkheid enhet risico van gemeenten en corporaties neemt sterk toe.De rol van het Rijk als aanjager om ieder jaar de geplandewoningbouw, op straffe van verlies van contingenten, tehalen vervalt. Voor de voortgang van de gesubsidieerdebouwproduktie en woningvoorziening is het te hopen datde gemeenten niet voor risicomijdend gedrag kiezen doorde opspaarmogelijkeid tot 50% van het toegekende bud-get te benutten. Een lager spaarmaximum voor het eerstejaar valt te overwegen. Van belang voor het systeem is ookhet renteverloop in 1992. In de MEV1992 wordt voor vol-gend jaar hetzelfde rentepeil (SVAX) als voor dit jaargeraamd. De verdeling van de aantallen in de sociale sec-tor uit tabel 9 is berekend uitgaande van de hogere nettocontante waarde (/ 40.750) voor premiekoopwoningendan voor sociale huurwoningen (/ 32.430). Afgaande opde marktontwikkeling in 1990 en 1991 en de vooruitzich-ten voor 1992 lijken de aantallen premiekoopwoningenvoor 1992 erg hoog. Substitutie door een groter aantalsociale huurwoningen is mogelijk. Bij wijze van reken-voorbeeld kunnen binnen het budget 4.000 premiekoop-woningen door 5.000 sociale huurwoningen worden ver-vangen. Er bestaan uiteenlopende verwachtingen over degevolgen van het nieuwe systeem. Een goede, dus snelle,informatievoorziening over de werkelijke voortgang vande gesubsidieerde woningbouw is in 1992 zeer gewenst.WONINGVERBETERING UIT DEHUURWINSTENDe opbrengsten van de extra huurverhogingvloeien slechts gedeeltelijk rechtstreeks terug naar hetRijk via vermindering van objectsubsidies. Van de hogerehuur in 1994 is dat nog bijna de helft, maar dat percentagezal daarna dalen doordat steeds meer woningen uit desubsidie lopen. De woningen van na 1975 zorgen vooralvoor lagere objectsubsidies, de winst voor de exploitantenzit juist bij de oudere woningen. Terugsluizing naar deRijksbegroting vindt plaats door het programma verbete-ring van huurwoningen met bijdragen ineens te schrap-pen. Vorig jaar stonden nog zo'n 50 a 60.000 verbeterin-gen (/ 1,5 a / 2 miljard investeringen) per jaar gepro-grammeerd voor 1992-1994. Dit moet nu uit de extrainkomsten gebeuren. Nu de subsidieprikkel om een jaar-lijks contingent te halen ontbreekt, is het de vraag of aldeze verbeteringen ook daadwerkelijk gerealiseerd wor-den in de genoemde periode. In de jaren 1988 en 1989 isook geprobeerd via zogeheten nulcontingenten in de ver-beteringsprogramma's / 500 miljoen af te romen van dewinsten van corporaties. Toen is dit slechts voor twee-derde gelukt. Dit percentage lijkt een indicatie voor denieuwe afroom-operatie en de verbeterproduktie.Zelfs als dit afromen volledig lukt houden de gezamen-hjke verhuurders nog over aan de huurverhoging, metname in latere jaren. Enkele gemeenten en corporatiesverwachten echter dat hun extra huurinkomsten te kortschieten om te verbeteren. De vraag is of die verbeterin-gen binnen het oorspronkelijke programma zouden zijngevallen! Een omslachtige landelijke herverdeling vanwinsten uit huurverhoging is wel geopperd, maar wordtin de begroting gelukkig niet voorgesteld. De financielepositie van de sociale verhuurders is volgens de meestrecente cijfers verder verbeterd, mede door de winsten uitde vervroegde aflossing van woningwetleningen die nubinnenstromen. Het handjevol sociale verhuurders dateen slechte financiele positie weet te combineren met tekort schietende extra huurinkomsten wordt een onder-curatelestelling aangeboden via projectsteun dan welsaneringssteun van het Centraal Fonds. Dit laatste blijkteind 1990 al / 200 miljoen te bevatten.De gesubsidieerde woningverbetering wordt ook na deTussenbalans aangeslagen (tabel 6). Het budget voor par-ticuliere woningverbetering van / 150 miljoen wordtgehalveerd en vervolgens in het Stadsvernieuwingsfondsgestopt. Hiermee wordt ook een afroming van de huur-winsten in de particuliere sector beoogd. Voor de verbete-ring van studentenhuisvesting wordt in verband met dehuurverhoging ook geen geld meer beschikbaar gesteld.Kennelijk waren de studenten bij de Tussenbalans evenaan de aandacht ontsnapt. Tenslotte wordt de reserveringvan 10% van het verbeteringsprogramma 1991 ingele-verd, nadat bij deTussenbalans al het subsidiepercentagebij verbeteringen met 10% was gekort. Als schrale troostkomt in de volgende begroting een actuahsering van demeer dan normale bouwtechnische achterstand aan dehand van de nieuwe Kwalitatieve Woning Registratie(KWR 89/91).V9decembBEGROTING VROM 1992enVMINDER GELD VOOR DESTADSVERNIEUWINGDe vorig jaar in de begroting aangekondigdebezuiniging van / 45 miljoen op het Stadsvernieuwings-fonds werd bij de begrotingsbehandeling al snel groten-deels ongedaan gemaakt. Bij de Tussenbalans bleef hetfonds buiten schot. Het motiefwas de aan de gang zijndebreed opgezette evaluatie van de stadsvernieuwing. In denieuwe begroting wordt met ingang van 1993 een kortingvan / 150 miljoen aangekondigd. Al in 1992 trekt WVCopnieuw en nu definitief haar bijdrage van / 15 miljoenterug. Bovendien wordt / 40 miljoen per jaar bevrorenals reserve voor het opvangen van eventuele tegenvallersin de volkshuisvestingsbegroting. Deze bufferfunctiewordt overgenomen van de woningverbetering. De reser-vebank impHceert een geringere prioriteit. De reservemoest telkens worden ingezet. De woningverbeterings-subsidies bestaan niet meer. Ook bij het gekortwiektekopkostenbudget moet / 40 miljoen in reserve blijvenvoor tegenvallers. De medio oktober uitgebrachte con-cept beleidsnota stadsvernieuwing gaat uit van een res-tanttaakstelling tot 2005. Het Rijk wil in totaal nog/ 11 miljard beschikbaar stellen. De bijdrage krijgt eenaflopend karakter. De stadsvernieuwing wordt beperktergeformuleerd. Monumentenzorg en bodemsanering wor-den niet meer bekostigd. Het aandeel van de vier grotesteden, nu al bijna de helft, wordt nog verhoogd.In het kader van de decentraHsatie-impuls onderzoektmen de overheveling van het Stadsvernieuwingsfondsnaar het Gemeentefonds. Aan de decentralisatie-impulsheeft het kabinet een bezuiniging van / 550 miljoen in1994 gekoppeld. Dit zou tot een extra afslanking van hetStadsvernieuwingsfonds bij overdracht kunnen leiden.NAAR KOSTENDEKKENDEMILIEUHEFFINGENDe milieudoelstellingen zijn in 1989 in het Natio-naal Milieubeleidsplan (NMP) vastgelegd. Vorig jaar zijnze nog verscherpt en geactualiseerd in het NMP-plus.Belangrijk in het NMP-plus was ook en vooral dat extrarijksmiddelen werden uitgetrokken waardoor het reali-teitsgehalte van de NMP-plannen toenam. De opdracht-gevers voor milieu-investeringen zijn vooral lagere over-heden en bedrijven (inclusief woningbouw). De rijks-steun voor het Milieu is verdeeld over meerdere begrotin-gen. Naast VROM vooral ook Landbouw, EconomischeZaken en Verkeer en Waterstaat. De totale rijksuitgavenvoor het milieu staan bovenaan het lijstje met groeiers inde Miljoenennota. Het milieubeleid staat nu in het tekenvan de uitvoering van de geformuleerde voornemens.Een recente rapportage van het RIVM constateert achter-standen op de doelstellingen. Bij de doelstellingen wer-den grootscheepse investeringsplannen gepresenteerdvoor vuilverbrandingsinstallaties, mestverwerking, riool-waterzuivering, infrastructuur openbaar vervoer, hole-ring, energiebesparing, bodemsanering enz. Een over-zicht hoe het staat met deze investeringen ontbreekt. Weiwordt een overzicht gegeven van de financiering van demilieu-inspanningen (zde label 10 op hiz. 1). Hieruit blijkthet streven de kosten van het milieubeleid minder uit dealgemene middelen (subsidies en dergehjke), maar meerkostendekkend uit hogere heffingen te financieren. Medeop deze tabel is de verwachting gebaseerd dat de milieu-investeringen toenemen maar minder en langzamer danin een eerdere taakstellende planning werd aangegeven.Concrete projecten als mestverwerking en afvalverbran-ding stuiten op fel verzet. Het milieu is een groeimarktvoor de bouw waarvoor de milieuminister nog altijd coor-dinerend bewindsman is. Een steeds terugkerend themain de Miljoenennota is dat de overheidsinvesteringen toe-nemen. Dit moet echter in 1992 geheel - en voor eengroot deel ook in de volgende jaren - voor rekeningkomen van de milieu-investeringen in opdracht van delagere overheden. In dit verband kan worden opgemerktdat de investeringen in infrastructuur openbaar vervoer(spoorlijnen, vrije trambanen) statistisch niet tot de over-heid maar tot de bedrijven gerekend worden. Deze inves-teringen nemen fors toe, maar minder dan de beschikbaremiddelen, getuige de voortdurende aanzienlijke onderuit-putting van het Mobiliteitsfonds. De groei voor dekomende jaren moet ook komen uit spectaculaire projec-ten als de Hoge Snelheidslijn en de Betuwelijn. Voor dezeprojecten (elk op dit moment begroot op / 2,5 a/ 3 mil-jard) loopt de tracekeuze. De beoogde 50% private finan-ciering wordt nog steeds gezocht. Het rijksaandeel zalworden gekoppeld aan extra aardgasopbrengsten uit hetbuitenland.Bij deTussenbalans werden milieu en infrastructuur ont-zien. Meest belangrijke feit in de milieubegroting is desterke verhoging van de WABM-heffing op het energie-verbruik. In 1992 moet deze/ 591 miljoen meer opbren-gen, in 1994 / 1.120 miljoen. De heffing is dan omge-vormd tot een regulerende heffing. De stuurgroep Wolf-son komt binnenkort met een voorstel. De verdeling overenergieverbruik of C02-uitstoot is een centraal thema.Een ander thema is de verdehng over Industrie, verkeer,huishoudens en landbouw. De industriele grootverbrui-kers pleiten voor een mildere behandeling met het oog opde concurrentiepositie. Een gecoordineerde heffing inEG-verband per 1-1-1993 is onzeker.De WABM-heffmg is een onderdeel van de coUectievelasten, evenals de belastingen en de sociale premies. Voorde totale collectieve lastendruk hanteert de regering eenbovengrens van 53,6% van het nationaal inkomen, die in1992 dicht wordt benaderd. De verhoging van deWABM-heffmgt draagt belangrijk bij aan de terugdringing vanhet financieringstekort. Daarom kan in 1992 nog geensprake zijn van een compenserende verlichting van belas-ting op arbeid, te financieren uit een hogere belasting opmilieuvervuiling.VERKOPEN FINANCIERENRIJKSGEBOUWENDe Rijksplanologische Dienst zal in 1992 veelenergie steken in de uitvoering van deVierde Nota Extra(VINEX). Het bescheiden budget van de dienst is struc-tureel verhoogd voor haalbaarheidsonderzoeken vanpotentiele sleutelprojecten ruimtelijke inrichting (infra-structuur, stadsvernieuwing, milieu). Doel is ook eensnellere besluitvorming. De voorbereidingstijd van dezeprojecten waarbij voorspelbaar tegengestelde belangen inhet geding zijn is nu vaak buitengewoon lang. Hierdoorgaat bij voorbeeld de bouw van infrastructurele projecten(tunnels, openbaar vervoer) pas van start, lang nadat deknelpunten manifest zijn geworden en tot aanpak is beslo-ten.De tarieven van het Kadaster worden per 1 januari metliefst 10% verhoogd. Dit is de prijsreactie op het teruglo-pen van de onroerend goed markt. Het Kadaster is mono-pohst. De aldus kostendekkende dienst van het Kadasterzal worden verzelfstandigd. Voigens een opgesteld onder-nemingsplan blijkt een kostendaling mogelijk. HetKadaster vult hiermee 70% van de Grote Efficiency voorVROM in. De tariefstijging is dan slechts tijdelijk. Hetbelang van een doorgaans onopvallende dienst als hetKadaster blijkt bij de recente omwenteling in Oost-Euro-pa. Onduidelijkheid over de eigendomsverhoudingenvormt daar een van de voornaamste hinderpalen voor debroodnodige investeringen.De begroting van de Rijksgebouwendienst is voor allebeschouwde jaren verhoogd, ondanks enige ombuigin-gen. Oorzaak is een nieuwe financieringsbron, de ver-koop van rijkspanden. De opbrengsten worden alsinkomsten uit domeinen op de begroting van Financiengeboekt. Zij worden voortaan toegevoegd aan de investe-ringsartikelen. In 1992 zelfs / 109 miljoen (label 2, ophlz. 5). De zeer scherp dalende lijn van de voUedig via deRijksbegroting gefinancierde investeringen wordt daar-mee afgezwakt, maar beslist niet ongedaan gemaakt. Vooreen totaalbeeld van de rijksinvesteringen in gebouwenmoeten ook de projecten via lease en alternatieve financie-ring en de justitiele projecten uit het Regeerakkoord in debeschouwing worden betrokken. Via deze financierings-wijzen komen de investeringsuitgaven pas tijdens deexploitatie vertraagd ten laste van de Rijksbegroting. Eensoort DKP-effect door stapeling van jaargangen is in aan-tocht. Binnenkort wordt meer dan de helft van de investe-ringen niet meer a fonds perdu gefinancierd. Een bij voor-beeld voor de bouwnijverheid informatief totaal investe-ringsoverzicht, uitgaande van een realisatiejaar 1990, ont-breekt. Met enige moeite valt af te leiden dat de totaleinvesteringen in rijksgebouwen in elk geval in 1992 en1993 dalen. Vertraging bij het op gang komen van de justi-tiele projecten uit het Regeerakkoord van 1989 speelt eenrol. Voigens de actuele stand omvat dit laatste programma/ 1.240 miljoen aan investeringen. De helft daarvan valtpas na 1996, in 1994 wordt voor het eerst meer dan/ 100 miljoen in een jaar geinvesteerd. De investeringenin rijksgebouwen blijven voorlopig nog een dalend onder-deel van de overheidsinvesteringen.BALANSDe VROM-begroting 1992 wordt gedomineerddoor de verwerking van de bezuinigingen op de volks-huisvesting, zowel uit de Tussenbalans als uit de Miljoe-nennota. De kosten van het wonen worden in versneldtempo aan de gebruiker in rekening gebracht. De ookinternationaal gezien hoge subsidiering van de volkshuis-vesting wordt verminderd. Deze relatieve prijsverhogingkan tot vraaguitval bij nieuwbouw en verbetering leiden.De risico's van investering en exploitatie komen volgendjaar veel meer bij initiatiefnemer of exploitant te liggen.Fricties rond de overgang zijn voorstelbaar. Het Rijkvolgt meer op afstand ofer voldoende woningen beschik-baar komen van acceptabele kwaliteit. Symptomatisch ishet schrappen van het Meerjarenplan Woningbouw. Destrikter gedefinieerde stadsvernieuwing krijgt een aflo-pende restant-taakstelling. De hogere woonlasten wor-den over alle huurders en eigenaar-bewoners gespreid,waardoor schrikreacties in de woningmarkt uitblijven.De besparingen voor de overheid vloeien nog niet terugnaar de burger via lagere belastingen (balansverkorting),maar komen ten goede aan het financieringstekort.De huurverhoging wordt in de nieuwe begroting gepro-longeerd tot 1996. De reele huurstijging valt aanzienlijkgematigder uit door het aantrekken van de inflatie. Demeeste kostenverhogingen van het wonen kunnen vol-gend jaar binnen de koopkracht worden opgevangen.Ontvangers van IHS delen in de huurverhoging. Deson-danks lopen de IHS-uitgaven op bij niet meer stijgendeuitgaven voor de volkshuisvesting als geheel.De investeringen in rijksgebouwen lopen terug ondankshet aanboren van de verkoop van panden als additionelefinancieringsbron. Een groeimarkt vormt het milieu. Definanciering van de milieu-uitgaven moet voor een veelgroter deel uit heffingen komen. De verdeling van de hef-fing over groepen is nog omstreden.De missie van VROM verschuift van volkshuisvestingnaar milieu.M.M.J. Vergeer is Hoofd van de afdeling Overheidsuitgavenvan het Centraal Planbureau.Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.Zie Centraal Planbureau: Collectieve uitgavenin historisch en internationaal perspectief,Werkdocument 38, december 1990.2Deze berekening is gebaseerd op de realisatie-cijfers over het huurwaardeforfait van het Minis-terie van Financien. Kritiekopdezeuitkomst, bijvoorbeeld van NMB-Postbank, gaat uit van degemiddelde prijs van woningen die door make-laars verkocht worden. Geconcludeerd kan inieder geval worden dat de gemiddelde koopwo-ning in Nederland goedkoper is Czie bij voor-beeld kadastergegevens) respectievelijk dat defiscus een aanzienlijk lagere waarde bij vrijeverkoop als uitgangspunt neemt.SenV11decG.C.P. van der PloegsenSinds het midden van de jaren tachtig liggen binnen het ruimtelijk beleid deprioriteiten anders. De economische structuur van de stad is opnieuw eenbelangrijk thema. De dienst Ruimtelijke Ordening heeft niet automatisch deinitierende rol bij de stedelijke vernieuwing. Ook "Grondzaken" neemt somshet voortouw bij de planvorming. Uit vijf case-studies blijkt, dat een meermarktgerichte benadering formeel tot een evenwichtige afweging van ruim-telijke, economische en financiele aspecten bij de planvorming kan leiden,maar dat garandeert nog geen inhoudelijk ewenw'ichtige afweging. ^)Raakt de ruimtelijke ordeningin het defensief?de ontwikkeling van vijfprojectm voor stedelijke vemieimmgBinnen het ruimtelijk beleid zijn sinds hetmidden van de jaren tachtig de prioritei-ten aan het verschuiven. Naast de volks-huisvesting en woningbouw is de economische structuurvan de stad opnieuw een belangrijk thema, uitgewerkt inhet stedelijk vernieuwingsbeleid. Teneinde de stedeUjkeeconomic nieuwe impulsen te geven, richt het ruimtehjkbeleid zich op de ontwikkeling van (nieuwe) hoogwaar-dige bedrijfsterreinen en kantoorlokaties, een goedeinfrastructuur en een gunstig verblijfsklimaat voor bewo-ners en bedrijven in de stad. In de literatuur wordendiverse factoren genoemd als oorzaken voor de omslag inhet stedelijk ruimtehjk beleid. ^) Zonder volledig te zijn,kunnen de volgende worden genoemd:- Bezuinigingen bij de rijksoverheid hebben stadsbe-stuurders om doen zien naar andere dan de gebruike-lijke middelen voor stedehjke ontwikkeling.- De steeds scherper wordende wedijver op de Europesemarkt (1992) maakt het noodzakeHjk een internatio-naal concurrerend vestigingsmilieu te creeren.- Er is (daardoor) sprake van een toenemende concurren-tie tussen gemeenten onderUng bij het aantrekken vannieuwe (economische) activiteiten.- Stadsbestuurders zijn tot het inzicht gekomen dat vooreen evenwichtige en kansrijke stedelijke ontwikkelingde particuliere markt niet kan worden gemist.Verwacht mag worden dat deze ontwikkelingen huninvloed hebben op de organisatie van de ruimtelijke plan-ning. Het is bij voorbeeld denkbaar, dat de dienst Ruim-telijke Ordening door bezuinigingen, reorganisaties,deregulering en door flexibilisering van de planvormingminder greep heeft op door haar gewenste en ongewensteontwikkelingen. Het is tevens denkbaar dat de dienstGrondzaken haar positie binnen de gemeentelijke organi-satie heeft kunnen versterken. Enerzijds door een meermarktgerichte benadering van de planvorming. Ander-zijds door opleving van de economic, wat in het algemeenleidt tot hogere opbrengsten bij grondtransacties. Beideontwikkelingen op hun beurt kunnen invloed hebben opde afweging van ruimtelijke, economische en financieleaspecten tijdens de planvorming.In welke mate deze veronderstellingen overeenkomenmet de praktijk, zal worden besproken aan de hand vaneen onderzoek naar vijf stedehjke vernieuwingsprojec-ten:* het BANK-gebied te Den Haag;* het Ceramiqueterrein te Maastricht;* het Centrumplan Amersfoort;* het Brainpark te Rotterdam;* de lokatie Zuidwest 't Hout te Breda.Bij de keuze van de projecten is gelet op differentiatienaar grootte van de steden, naar herstructurerings- ver-sus expansieprojecten en naar het al dan niet voorkomenvan publiek-private samenwerking. Het beperkte aantalcase-studies geeft al aan dat aan de hier gepresenteerdegegevens slechts een indicatieve en niet een algemeen gel-dende waarde kan worden ontleend. Te meer ook omdatde projecten qua planvormingsfase meer van elkaar ble-ken te verschillen dan vooraf was ingeschat.INITIATIEF EN ORGANISATIEAan alle vijf onderzochte projecten hebben initia-tieven vanuit het bedrijfsleven ten grondslag gelegen. Ophet moment dat in Den Haag de wethouder RuimtelijkeOrdening - na het wegvallen van nieuwbouwplannenvoor het Ministerie van Landbouw & Visserij - het initia-tief neemt tot een onderzoek naar een nieuwe invuUingvoor de omgeving van het Spui, starten de NederlandseSpoorwegen een onderzoek naar de mogehjkheden voorde bouw van kantoren boven de sporen bij het CentraalStation. In Rotterdam reageert de VVD-fractie met eenmotie op vragen uit de kantorenmarkt naar middelgrote"kantoren met een eigen gezicht". In Breda vormt debeshssing van de Esso-directie haar Beneiux-hoofdkan-toor in de stadsrandzone 't Hout te vestigen, de aanzetvoor de gedachtenontwikkehng over de verdere ontwik-kehng van dit gebied. In Amersfoort reageerde degemeente op initiatieven van de Kamer van Koophandel.De bestuurlijke coordinatie is in alle gevallen ineerste instantie ter hand genomen door de wethouderRuimtelijke Ordening, alleen (BANK-gebied, Brainparken Zuidwest 't Hout) of in combinatie met een collega-wethouder (Centrumplan: wethouder EconomischeZaken; Ceramiqueterrein: wethouder Financien). Amb-telijk gezien ligt de situatie enigszins anders. Bij hetBANK-gebied en het Brainpark is de ambtelijkecoordinatie- en daarmee het voortouw - niet bij de dienst Ruimte-lijke Ordening gelegd, maar bij de directeur van hetGrondbedrijf. Hiervoor blijkt de bij Grondzaken aanwe-zige know how van de markt een belangrijk motiefte zijngeweest. Deze factor is ook van belang geweest bij dekeuze van de ambtehjk coordinator voor de ontwikkehngvan het Ceramiqueterrein. Hier beschikte echter de toen-mahge interim-manager van de dienst Stadsontwikkehngmet name over de essentieel geachte marktkennis.Dit geeft aan dat niet zonder meer kan worden geconclu-deerd, dat een meer marktgerichte benadering bij deplanvorming automatisch leidt tot toewijzing van de amb-telijke projectcoordinatie aan de dienst Grondzaken. Weikan worden geconstateerd, dat kennis van en ervaringmet samenwerking met private partijen tegenwoordigbelangrijke eigenschappen zijn waarover een projectcoor-dinator moet kunnen beschikken.DE VERHOUDINGTUSSEN DE DIENSTENRuimtelijke ordeningSinds het midden van de jaren tachtigis er sprakevan een verschuiving in de aandachtsvelden van deruimtelijke ordening. Naast de volkshuisvesting enwoningbouw richt zij zich weer meer op het scheppen vanruimtelijke voorwaarden voor economische ontwikke-lingen. Opmerkelijk daarbij is dat de dienst RuimtehjkeOrdening bij het begeleiden van deze stedelijke vernieu-wingsprocessen niet vanzelfsprekend een initierende rolspeelt.Hiervoor is aangegeven dat, op grond van de eisen dieworden gesteld aan een meer marktgerichte benaderingvan de planvorming, de dienst Grondzaken vaak het,voortouw neemt. Figuur 1 laat zien, dat de eisen gesteldaan de ruimtelijke kwaliteit van de plannen, de bewakingervan en het leveren van planologisch-functioneleadviezen de hoofdverantwoordelijkheid van de ruimte-hjke ordening is en bhjft. Dit betekent echter niet dat deopdracht voor het stedebouwkundig ontwerp ookautomatisch aan de eigen dienst wordt gegeven. Zo isvoor het BANK-project, het Ceramiqueterrein en hetCentrumplanAmersfoort het stedebouwkundig ontwerpuitbesteed. Een van de motieven hiervoor genoemd in hetonderzoek, is dat Grondzaken als opdrachtgever langsdeze weg meer invloed op de ruimtelijke planvormingzou kunnen uitoefenen. Dat wil zeggen, ruimtelijkeordening hjkt in het defensiefgedrongen. Aan een client-gerichte benadering wordt voorrang gegeven boven deomgevingsgerichte benadering.Figuur 1. De inbreng van de dienst Stadsonlwildceiing c.q. Ruimtelijke Ordening (SO/RO),liet Grondbedrijf (GB) en Economisclie Zaken (EZ).SenV13SO/RO GB EZBANK- Algemene belevings- Meten van de markt- CNog) nietgebied waarde vraag betrokkenBewaking kwaliteit Opstellen van destedebouwkundig grondexploitatieconceptVerkeersafwikkelingCeramique- Coordinatie en Opstellen van de Voortraject-terrein integratie grondexploitatie onderzoekVoorbereiding zakelijkepps-contract dienst-verleningSV-plan Bewaking kwaliteit Opstellen van de Toetsend deCSG stedebouwkundig grondexploitatie ontwikke-concept Verwerven van grond lingen volgenBrainpark Planologisch- Management en Volgende rolfunctionele adviezen marketingVormgevingsaspecten Opstellen vanStedebouwkundig plan grondexploitatieZuidwest Planontwikkeling Marktverkenning (Nog) niet't Hout Opstellen vangrondexploitatiebetrokkenGrondzakenWat betreft de activiteiten van de dienst Grond-zaken is al gebleken dat zij zich uitbreiden. Naast hetbepalen van markttechnische en financiele consequentiesvan ruimtelijke plannen is hij betrokken bij deplanvorming zelf. Daarnaast heeft de dienst Grondzakenin situaties waarin kennis van de markt een belangrijkerol speelt ook de coordinatie van het project in handen.Het Brainpark en het BANK-gebied zijn hiervanvoorbeelden.Op organisatorsch vlak heeft dit geleid tot reorganisatie-processen. In Rotterdam is het OntwikkelingsbedrijfRotterdam opgericht, een samenvoeging van het Grond-bedrijf, de secretarie-afdeling Economische Zaken en dedienst Midden- en Kleinbedrijf.R.O. IN HET DEFENSIEF?enV14Het Ontwikkelingsbedrijf is onder andere verantwoor-delijk voor het (her)ontwikkelen van stedelijke gebiedenen het ontwikkelen en versterken van de stedelijkeeconomic. De verwachting is, dat de huidige spanningtussen het Grondbedrijf en Economische Zaken - alsgevolg van concurrerende activiteiten op het gebied vanmarketing en acquisitie - door deze reorganisatie zalafnemen. Vanuit deze situatie is in Den Haag de dienstStadsontwikkehng en Grondzaken uitgebreid met Econo-mische Zaken tot de nieuwe dienst Ruimtelijke en Econo-mische Ontwikkeling. ^)Economische ZakenOndanks het gegeven dat economische overwe-gingen een belangrijke aanleiding zijn voor de ontwik-kehng van stedelijke vernieuwingsprojecten, speeltEconomische Zaken nog slechts een marginale rol bij deplanvorming (zie figuur 1). Alleen bij het Ceramique-terrein is sprake van een directe inbreng. Dit betekentechter niet dat economische aspecten geen rol spelentijdens de planvorming. Ze worden met name doorRuimtehjke Ordening meegenomen bij het vaststellenvan de diverse functies in het plangebied. Maar ook op ditvlak zijn veranderingen waar te nemen.Grondzaken treedt ook hierbij naar voren. Deze dienstvolgt in toenemende mate de marktontwikkelingen envertaalt de geconstateerde behoefte naar typen bedrijven-en kantoienlokaties. Het BANK-project en hetBrainpark zijn hiervan voorbeelden. Naast de positieveuitstralingseffecten is er ook een gevaarlijke kantverbonden aan deze ontwikkeling. De kans bestaat datGrondzaken - in tegenstelling tot Economische Zaken -vanuit haar eigen achtergrond meer oog zal hebben voorde korte-termijneffecten (in de zin van grondopbreng-sten) dan voor de langere termijneffecten (in de zin vanhet genereren van nieuwe werkgelegenheid). De eerdergenoemde reorganisatieprocessen zullen dit gevaar echternaar wordt verwacht weer verkleinen.Uit het bovenstaande blijkt, dat Grondzaken zich- vanuit zijn kennis van de ontwikkelingen op de kanto-ren- en bedrijvenmarkt - directer bezighoudt met hetontwikkelen van stedelijke gebieden. Voor de dienstRuimtelijke Ordening betekent
Reacties