73e JAARGANG 1992, NUMMER DStedebouwVolkshuisvestingSLEUTELEN AANSTADSVERNIEUWINGSTRATEGISCH ONDERWEG?STRATEGISCHE INVESTERINGENFOCUS OP DE DELTANOTA VOLKSHUISVESTING070 -Vooralleinformatie overof het reserverenvan advertenties indeze uitgave kuntu contact opnemenmet Brenda Santes.00)100000Centraal Bureau Bouwtoezicht Bouwbegeleiding in:Al meer dan 20 jaar uwpartner in de voorbereiding enbegeleiding van bouwprojecten.Ruim 250 medewerkers doorgeheel Nederland, voorbouwkundige eninstallatietechnische adviseringbij nieuwbouw en renovatie.ToezichtDirektievoeringTekenwerkBestekkenBegrotingenInstallatietechniekOnderhoudsadviseringComputertoepassingenCBBKastanjelaan 33-35Postbus 11766801 BD ARNHEMtel. 085-511801fax. 085-451804NIEUW DAKEN NIEUWHet handboek dat uw onderhoud het meest nauwkeurig onderbouwt.Voor wie betrokken is bij het begroten en cal-cuieren von onderhoudsprojecten in debouw is er nu Daken. Een handige en be-trouwbare bron waormee u snei - moor bo-venoi nauwkeurig - inzicht krijgt in de kostenvon hetdakonderhoud.in een bond vtndt u die mogelijke onder-houdsactivitetten met betrekking tot piottedoken, tnellende daken en dakconstructies,Zowei voor de iaog- en tioogbouw ols degestapelde bouwAtle relevonte kostencomponenten met deexocte totaalprijs zijn op ??n pagina afge-beeid, Uren, materioaikosten, toesiogen enuitgebreide iooninformotie; oiles in een oog-opstag. En altijd octueet donkzij regelmoti-geoonvuilingen.Doken is het eerste deel uit 'Bouwdelen voor het onderhoud'.De voigende delen zijn in voorbereiding:Buitenwondenenskelet VIoerenBinnenwonden Inrichting en trappenInstoHoties ElektroDoken is een losblodig nosiogwerk in eenbond, prijs hoofdwerk / 125-exoi, BTWVroog de uitvoerige dooumentotie oon,Vul de bon in of bei 070 - 362 48 00,BOUW \DELENVOOR \ HETONDERHOUDBON voor meer intormotie over DAKEN.Noom:Adres:Pioots:Tei,:Stuur deze bonportvrij naar:Delwel Uitgeverij B.V,AntVi/oordnummer 16020,2501 VE 's-Gravenhage.Doken is een uitgove van Deiwel Uitgeverij B.V, Postbus 19110,2500 CC s-Grovenhoge,Stedebouw enVolkshuisvestingInhoudsopgave 72e jaargang 1991nr. 1 februarinr.2 aprilExtra nr. meinr.3 juninr. 4 augustusnr. 5 oktobernr.6 decemberArtikelenAanpasbaar bouwen (art. D.J.M. van der Voordt)Amsterdam "Nieuw-Oost", het milieuvriendelijke alter-natief (art. J.W. Vermeulen)Bedrijfsterreinbeleid (art. J.H.J. van Dinteren)Bedrijven kiezen voor woon-werkverkeer(art. M.J. Dijst, C. Cortie en D.J.A. Drooghi)Begroting VROM 1992 (art. M.M.J. Vergeer)Besluitvorming over plan-BijImermeer(art. M. Mentzel)Bestemmingsplangehandhaafd, Het-(W. van de Bos-poort en R. de Meyere)Bestemmingsplan Nieuwe StijI en stadsvernieuwing(H. Velthuijzen)'Bestemmingsplan Nieuwe StijI en stadsvernieuwing',Reactie op - (H.J. Gastkemper)Bestemmingsplannen buitengebied (R.L. Beijnen) ....Bestemmingsplannen, Globale - (T. Aquarius)Bestuurlijke reorganisatie (art. W. Derksen en E.F. tenHeuveltiof)Brabantsestedenrij, De-(art. R. Esser)Combinatiegebouwen (art. M. Dikken, J.T. Bos enR.C.A. Kleinegris)Decentralisatie en doelmatigheid? (art. L.W. Huberts)Druppel en gloeiende plaat (H. Dekker)Duurzaam Leefbare Stad, De-(J.W.F. Reumer)Duurzame ruimtelijke inrichting ontwerpen, Een -(H. Lorzing)ECE, Ruimtelijke ordening bij de - (H. ter Heide)Ecologie van gezondheid in steden (art. J. van derKamp)Ecosteden (art. P. SchmldenJ. Prins-Lampert)Een zwaluw of een schaap over de dam? (E. Wind) ...Enschedese Horecanota (H.J.J.A. Poort)Europees netwerk van snelle treinen?, Naar een -(W. Wissing)Europese ruimtelijke ordening (art. P.A.A.M. Lam-berigts)Evaluatie van een nota R.O. mogelijk?, Is -(C.W.W. van Lohuizen)Gelderse Vallei (art. E.J. Venweij)Gemeentelijke gebouwenregistraties (art. J.J. deLeede)5 22E 363 231 296 41 104 391 481 513 406 332 344 10351 244 3E 183 32 46E 13E 336 302 525 295 101 444 164 31Gezondheid in steden, Ecologie van - (art. J. van derKamp) E 13GIS kennisen vaardigheden (F.J. Toppen) 3 33Globale bestemmingsplannen (T. Aquarius) 6 33Greene Hart (A.W. Hartman) 6 3Horecanota, Enschedese-(H.J.J.A. Poort) 2 52Huurwoningen aan bewoners, Verkoop van sociale(P. Hopstaken) 5 32"Industrieterreinen 1991" Uithoorn (J. Struiksma) 3 35"Industrieterreinen 1991" Uithoorn, Reactie op -(W.J.B. Claassen-Dales) 3 37Ingezonden. De ecologische stad als metafysische tuin-stad (K. Doevendans en R. Stolzenburg) 4 35Ingezonden. M.e.r. en Streekplan (J.J. Scholten) 2 43Leefmilieuverordening, De Utrechtse Algemene -(T. Steehouder) 2 48Leefmilieuverordening, Reactie op De Utrechtse Alge-mene-(B.G. Bults) 2 51Luchthavencongres??, Een nationaal - (C.W.W. vanLohuizen) 3 38Middelhoogbouw-complex, Het - (art. S. Musterd enJ.P. Sandwijk) 2 19Milieuzonering (L.A. Urselmann) 1 53Monumenten; Werkterrein met toekomst (E.R. vanBrederode) 5 3Naschrift. De ecologische stad als metafysische tuin-stad(R.J.I.M. vander Ham) 4 37Nederlands planningsdebat op dood spoor?(art. E. van der Krabben) 5 4New York, Waterfrontontwikkeling in - (art. P.M.f\/l.Rietveld en J. van de Ven) 3 11Nieuwe vorm voor het structuurplan (art. J. BredenoordenT.vanLaar) 2 26NIROV-studiedag VINEX (V. Tersteeg) 1 42Ontwerp en beheer van de stedelijke atmosfeer(art. J.A. Wisse) E 19Opdrachtgeverschap, Beter- (P. Kuenzli en T. Smoul-ders) 6 37Over stedebouwkunde (J. Rijpmaen I. Klaasen) 1 3Parkstad (art. R. van der BijI en J. Meijer) 3 27Planningsdebat op dood spoor?, Nederlands - (art.E. van der Krabben) 5 4PPS?,Zwakkeplekin-(art. P.R.A. Terpstra) 2 39Prostitutie(beleid), Ruimte voor - (art. D.G.F.M.Gorgels) 4 24Provincie: bestuur met toekomst, De - (J. de Lange) . 2 3Raakt de ruimtelijke ordening in het defensief? (art.G.C.P. vander Ploeg) 6 12Reactie op Bestemmingsplan Nieuwe StijI en stads-vernieuwing'(H.J. Gastkemper) 1 51Reactie op 'De Utrechtse Algemene Leefmilieuverorde-ning' (B.G. Bults) 2 51Reactie op "Industrieterreinen 1991" Uithoorn (W.J.B.Claassen-Dales) 3 37Regenwaterbeheerop industrieterrein (J.H. Heijnen) . 6 27Regionaal volkshuisvestingsbeleid (art. M.A.N. Idema) 6 19R.O., Is evaluatie van een nota - mogelijk? (C.W.W.van Lohuizen) 1 44Ruimte voor prostitutie(beleid) (art. D.G.F.M. Gorgels) 4 24Ruimtelijke inrichting ontwerpen, Een duurzame -(H. Lorzing) 3 3Ruimtelijke ordening bij de ECE (H. ter Heide) 2 46Ruimtelijke ordening, Europese - (art. P.A.A.M.Lamberigts) 5 10Ruimtelijke ordening in het defensief?, Raakt de -(art. G.C.P. van der Ploeg) 6 12Ruimtelijke ordening, Naar een nieuwe-(J. Modder) . E 1Snelle treinen?, Naar een Europees netwerk van -(W. Wissing)Sovjet-Unie, Volkshuisvesfinginde-(art. H.F. Kaan) .Stad, De Duurzaam Leefbare- (J.W.F. Reumer)Stad, De verantwoordelijke - (art. S.P. Tjallingii)Stad en de rand, Van de - (C.W.W. van Lohuizen) ....Stadsbeeld en stadsleven (C.W.W. van Lohuizen) ....Stadsecologie en stedelijk milieubeleid (art. R.J.I.M.van der Ham)Stadsecologie weerterug! (N.J.M. Nelissen)Stadsgev\/est, Het - (art. W. Zonneveld)Stedelijke atmosfeer, Ontwerp en beheer van de -(art. J.A. Wisse)Stedelijke knooppunten (art. I.T. Klaasen en C.Th.J.M.de Ruwe)Structuurplan, Nieuwe vorm voor het - (art. J. Breden-oord en T. van Laar)Toekomst voor de volkshuisvesting (art. W.G.M. Salet)Toezicht en samenwerking (art. E.M. Peeters)Uithoorn, "Industrieterreinen 1991" - (J. Struiksma)Utrechtse Algemene Leefmilieuverordening (T. Stee-houder)Van gemeentelijke naar regionale woningmarkt (art. N.Lieshout en J. Tokkie)Van hybrofoob tot hydrofiel, de waterhuishouding vandestad van morgen (art. F.H.M. van de Ven)Verantv\/oordelijke stad, De-(art. S.P. Tjallingii)Verkeer hoort erbij, Meer - (art. D.J.A. Droogh enC.Cortie)Verkoop van sociale huurv^^oningen aan bewoners(P. Hopstaken)Vervoerregio's (J.H. van der Vegt)Vierde nota Extra, De - (C.W.W. van Lohuizen)Vierde nota Extra, De stad, het land en de - (art. H. vander Cammen)VINEX, NIROV-studiedag-(V. Tersteeg)Visie Landschap (CM. Volker)Visie Landschap (H.J.J.CM. van Blerck)Volkshuisvesting in de Sovjet-Unie (art. H.F. Kaan) ...Volkshuisvesting, Toekomst voor de - (art. W.G.M.Salet)Volkshuisvestingsbeleid (art. J. van der Schaar)Volkshuisvestingsbeleid: motieven (art. H. Priemus) ..Volkshuisvestingsbeleid, Regionaal - (art. M.A.N.Idema)VROM,Begroting-1992 (art. M.M.J. Vergeer)Waterfrontontwikkeling in New/ York (art. P.M.M. Riet-velden J. van de Ven)Waterhuishouding van de stad van morgen. Van hybro-foob tot hydrofiel, De-(art. F.H.M. van de Ven) ....Wonen in de markten van Zuid-Holland (AC. vanReeken en J.M.C Wolters)Woningmarkt, Van gemeentelijke naar regionale -(art. N. Lieshout en J. Tokkie)Woon-werkverkeer, Bedrijven kiezen voor - (art. M.J.Dijst, C Cortie en D.J.A. Droogh)Zuid-Holland, Wonen in de markten van - (A.C vanReeken en J.M.C. Wolters)Zw/akke piek in PPS? (art. P.R.A. Terpstra)5 292 4E 18E 81 462 44E 2E 73 4E 194 42 262 161 163 352 4823E 26E 85 165 326 353 311 41 424 445 342 42 162 123 186 196 43 11E 264 426 231 294 422 39Nieuws uit de RAROJubileumviering van de RAROWisseling voorzitterschapAdvies concept-ontwerp TracewetWerkprogramma 1991/1992Bestuur in stedelijke gebiedenActieplan Gebiedsgericht MilieubeleidVierde nota ruimtelijke nota ExtraJaarverslag 1990Definitieve voorzieningen in KroongeschillenStartnotitie m.e.r. Structuurschema Electhciteitsvoor-zieningVerslag over de werking van de regeling m.e.rVisie LandschapStartnotitie integraie m.e.r. Schiphol en omgevingOntwerpbesluit meldingsplichtige bouwwerkenBestuur op niveau, deel 2, en het voorontwerp Interim-wetNieuws uit de RAVOVierde nota ruimtelijke ordening ExtraIndividuele huursubsidieWoningaanpassing gehandicaptenBoeicbespreicingenB. de Vries, Pleinen van Nederland. Een typologischeanalyse van het Nederlands stadsplein (H. Dekker) .J. Buit, Ruimtelijke impact van grootschaligeherstructu-rering; deel II: Resultaten van een verkenning vanDocklandsprojecten in Liverpool en Bhstol (P.M.M.Rietveld)L. Burgers, F. Mulder, B. Nijman (eindred.) en Th.Strijers (eindred.). Trends in de stadsvernieuwing(S. Slootv(/eg)D.M. Ligtermoet, Belaid en planning in de wegenbouw/.De relatie tussen beleidsvorming en planning in degeschiedenis van de aanleg en verbetering van rijks-wegen (H. Goverde)P.C.J. Everaers, Verhuispatronen en bevolkingsver-andering in alle middelgrote Nederlandse gemeenten1977-1986 (G.A. van der Knaap)E. Bartlema, Bouwen aan betekenissen, de inbreng vanw^oningcorporaties in de Amsterdamse stadsvernieu-wing tussen 1970 en 1985 (H. Kok)P. Vaessen en E. Wever, Bedrljf & Omgeving. De bete-kenis van het produktiemilieu voor snelgroeiendebedrijven: 5 casestudies (M. de Smidt)CA. Adriaansens en A.Ch. Fortgens, Volkshuisves-tingsrecht(C.M. v.d. Hoff)J. van der Schaar, m.m.v. A. Hereijgers, Volkshuisves-ting: eenzaak van beleid (M.A.N. Idema)A. Faludi en A.J. van der Valk, De groeikernen alshoekstenen van de Nederlandse ruimtelijke planning-doctrine (J.T.M. Bloemberg)G. Anderiesen, A. Reijndorp (foto's C. Buenting),Eigenlijk een geniale wijk - dagelijks leven in de Indi-schebuurt (G. Haest)P. de Haan, M.A. van Voorst van Beest en A.G. Breg-man (red.), Bouwrecht in kort bestek (J. Rothuizen) .Commissie Lange Termijn Milieubeleid (CLTM), HetMilieu: denkbeelden voor de 21ste eeuw (C Lambers)R. Lie en A. Bongenaar, Toplokaties: Produktiemilieuen Investehngsmilieu (P. Lukkes)J.F.H. Hurkens, Telematica en kantoorlokatie(P. Tordoir)H.A. van der Heijden, Tussen wetenschap en politiek(H. Goverde)1 571 581 581 583 423 433 434 474 474 484 495 376 396 39402 546 416 421 591 591 602 562 562 572 583 453 463 474 504 514 514 524 535 38A.W. Klaasen, Ruimtelijk beleid in theorie en praktijk(H. Troostwijk)A. van der Valk, Het levenswerk van Th.K. van Lohui-zen 1890-1956. De eenheid van het stedebouwkun-dige werk (H. Dekker)A.M.C. van Dissel, 59jaar eigengereide doeners inFlevoland, Noordoostpolder en Wieringermeer.Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders 1930-1989(K. Bosma)Stedelijk Beheer Amsterdam, Het Vondelpark. Enigstadspark in Nederland (W. Reh)Secretariaat Voorbeeldplannen RijksplanologischeDienst, Voorbeeldplannen/ldeeenboek 1990 Vierdenota (V. van Hezik)W. Zonneveld, Conceptvorming in de ruimtelijke plan-ning, 1. Patronen en processen; 2. Encyclopedie vanplanconcepten (H. Goverde)D.J.M. van der Voordt en H.B.R. van Wegen, Boek 1:Sociaal veilig ontwerpen; Boek 2: Sociale veiligheiden gebouwde omgeving (H.J. Korthals Altes enP. van Soomeren)G. van Alteren, B. van der Moolen, P. Ike en H. Voogd,Integrale projectstudies bij infrastructuurplanning(H.J.M. van Alphen)A.A.J. Mannaerts, P.J.G. Keuss en G. ten Hoopen(red.), Omgevingspsychologie, - steden, - fabriekenen kantoren, - woningen, - landschappen, - snelwe-gen, - ontw/erpen (P.J.J. Pennartz)A.O. Eger, R. van Riggelen en H. van Triest, Vormge-ven aan flexibele woonwensen; denken in stek-kerklare interieursystemen (K. Benraad)AuteursAquarius, T., Globale bestemmingsplannenBeijnen, R.L., Bestemmingsplannen buitengebied ....BijI, R. van der en J. Meijer, ParkstadBlerck, H.J.J.C.M. van, Visie LandschapBos, J.T., M. Dikken en R.C.A. Kleinegris, Combinatie-gebouwenBospoort, W. van de en R. de Meyere, Het bestem-mingsplan gehandhaafdBredenoord, J. en T. van Laar, Nieuwe vorm voor hetstructuurplanBrederode, E.R. van, Monumenten: Werkterrein mettoekomstBults, B.G., Reactie op 'De Utrechtse Algemene Leef-milieuverordening'Cammen, H. van der, De stad, het land en de Vierdenota ExtraClaasen-Dales, W.J.B., Reactie op "Industrieterreinen1991"UithoornCortie, C, M.J. Dijst en D.J.A. Droogh, Bedrijven kie-zen voor woon-vi^erkverkeerCortie, C. en D.J.A. Droogh, Meerverkeerhoorterbij...Dekker, H., Druppel en gloeiende plaatDerksen, W. en E.F. ten Heuvelhof, Bestuurlijke reor-ganisatieDijst, M.J., G. Cortie en D.J.A. Droogh, Bedrijven kie-zen voor woon-werkverkeerDikken, M., J.T. Bos en R.C.A. Kleinegris, Combinatie-gebouwenDinteren, J.H.J. van, BedrijfsterreinbeleidDoevendans, K. en R. Stolzenburg, Ingezonden. Deecologische stad als metafysische tuinstadDroogh, D.J.A., C. Cortie en M.J. Dijst, Bedrijven kie-zen voor woon-werkverkeerDroogh, D.J.A. enC. Cortie, Meerverkeerhoorterbij...5 395 405 415 415 426 436 446 456 466 47333 403 275 341 354 392 265 32 511 43 371 295 164 32 341 291 353 234 351 295 16Esser, R., De Brabantse stedenrijGastkemper, H.J., Reactie op 'BestemmingsplanNieuwe StijI en stadsvernieuwing'Gorgels, D.G.F.M., Ruimte voor prostitutiebeleidHam, R.J.I.M. van der, Naschrift. De ecologische stadals metafysische tuinstadHam, R.J.I.M. van der, Stadsecologie en stedelijkmilieubeleidHartman, A.W., Groene HartHeide, H. ter, Ruimtelijke ordening bij de ECEHeijnen, J.H., Regenwaterbeheer op industrieterrein .Heuvelhof, E.F. ten en W. Derksen, Bestuurlijke reor-ganisatieHopstaken, P., Verkoop van sociale huunwoningen aanbewonersHuberts, L.W., Decentralisatie en doelmatigheid?Idema, M.A.N., Regionaal volkshuisvestingsbeleid ....Kaan, H.F., Volkshuisvesting indeSovjet-UnieKamp, J. van der, Ecologie van gezondheid in steden .Klaasen, I. en J. Rijpma, Over stedebouwkundeKlaasen, I.T. en C.Th.J.M. de Ruwe, Stedelijke knoop-puntenKleinegris, R.C.A., J.T. Bos en M. Dikken, Combinatie-gebouwenKrabben, E. van der, Nederlands planningsdebat opdood spoor?Kuenzli, P. en T. Smeulders, Beter opdrachtgever-schapLaar, T. van en J. Bredenoord, Nieuwe vorm voor hetstructuurplanLamberigts, P.A.A.M., Europese ruimtelijke ordening .Lange, J. de, De provincie: bestuur met toekomstLeede, J.J. de, Gemeentelijke gebouwenregistraties .Lieshout, N. en J. Tokkie, Van gemeentelijke naarregionale woningmarktLohuizen, C.W.W. van, De Vierde nota ExtraLohuizen, C.W.W. van, Een nationaal luchthavencon-gres??Lohuizen, C.W.W. van. Is evaluatie van een nota R.O.mogelijk?Lohuizen, C.W.W. van. Van de stad ende randLohuizen, C.W.W. van, Stadsbeeld en stadsleven ....Lorzing, H., Een duurzame ruimtelijke inrichting ont-werpenMentzel, M., Besluitvorming over plan-BijImermeer ...Meijer, J. en R. van der BijI, ParkstadMeyere, R. de en W. van de Bospoort, Het bestem-mingsplan gehandhaafdModder, J., Naar een nieuwe ruimtelijke ordeningMusterd, S. en J.P. van Sandwijk, Het middelhoog-bouw-complexNelissen, N.J.M., Stadsecologie weerterug!Peelers, E.M.,ToezichtensamenwerkingPloeg, G.C.P. van der, Raakt de ruimtelijke ordening inhet defensief?Poort, H.J.J.A., Enschedese HorecanotaPriemus, H., Volkshuisvestingsbeleid: motievenPrins-Lampert, J. en P. Schmid, EcostedenReeken, A.C. van en J.M.C. Wolters, Wonen in demarkten van Zuid-HollandReumer, J.W.F., De Duurzaam Leefbare StadRietveld, P.MM. en J. van de Ven, Waterfrontontwik-keling in New YorkRijpma, J. en I. Klaasen, Over stedebouwkundeRuwe, C.Th.J.M. de en I.T. Klaasen, Stedelijke knoop-punten10512437E 26 32 466 272 345 321 246 192 4E 131 34 41 355 46 372 265 102 34 316 233 313 381 441 462 443 31 103 274 39E 12 19E 71 166 122 523 18E 334 42E 183 111 3Salet, W.G.M., Toekomst voorde volkshuisvesting ... 2 16Sandwijk, J.P. van, en S. Musterd, Het middelhoog-bouw-complexSchaar, J. van der, VolkshuisvestingsbeleidSchmid, P. enJ. Prins-Lampert, EcostedenSmeulders, T. en P. Kuenzli, Beter opdrachtgever-schapSteehouder, T., De Utrechtse Algemene Leefmilieuver-ordeningStolzenburg, R. en K. Doevendans, Ingezonden. Deecologische stad als metafysische tuinstadStruiksma, J., "Industrieterreinen 1991" UithoornTerpstra, P.R.A., Zwakke piek in PPS?Tersteeg, v., NIROV-studiedag VINEXTjallingii, S.P. De verantwoordelijke stadTokkie, J. en N. Lieshout, Van gemeentelijke naarregionale woningmarktToppen, F.J., GISkennisen vaardighedenUrselmann, L.A., MilieuzoneringVegt, J.H. van der, Vervoerregio'sVelthuijzen, H., Bestemmingsplan Nieuwe StijI enstadsvernieuwingVen, F.H.M. van de. Van hybrofoob tot hydrofiel, dewaterhuishouding van de stad van morgenVen, J. van de en P.M.M. Rietveld, Waterfrontontwik-keling in New YorkVergeer, M.M.J., Begroting VROM 1992Vermeulen, J.W., Amsterdam "Nieuw-Oost", het milieu-vriendelijke alternatiefVerweij, E.J., Gelderse ValleiVolker, CM., Visie LandschapVoordt, D.J.M. van der, Aanpasbaar bouwenWind, E., Een zwaluw of een schaap over de dam? ...Wisse, J.A., Ontwerp en beheer van de stedelijkeatmosfeerWissing, W, Naar een Europees netwerk van snelle trei-nen?Wolters, J.M.C. en A.C. van Reeken, Wonen in demarkten van Zuid-HollandZonneveld, W., Het stadsgewest2 192 12E 336 372 484 353 352 391 42E 86 233 331 536 351 48E 263 116 4E 364 164 445 226 30E 195 294 423 4IvlvjudDENKRAAMBelstato: de trechter en de turbo-rupsW.P.]. MourmansARTIKELENSleutelen aan de stadsvernieuwingR. Teule, H. HeegerenG. HilkhuysenHet is nog niet duidelijk hoe en met welkeverdeelsleutel het stadsvernieuwingsfondsde komende jaren over de gemeenten wordtverdeeld. In dit artikel worden de gevolgenonderzocht van een aantal nieuwe variantenvoor de verdeelsleutel.11 Overheden strategisch onderweg?D. ReitsmaWat is strategie? Wat zijn strategische ruim-telijke investeringen? Komen die in deVierde Nota Extra en de sleutelprojecten totuitdrukking? Een poging tot beantwoordingvan deze vragen.15 Strategische ruimtelijke investeringenD.H. FrielingIn dit artikel worden drie criteria ontwik-keld waaraan kan worden getoetst of hetruimtelijk beleid en de ruimtelijke investe-ringen al dan niet als strategisch kunnenworden aangemerkt. Toegelicht aan dehand van voorbeelden.21 Focus op de DeltaP.H.M. PutsEen historische schets van een aantal plan-nen, die sinds het midden van de jaren '50zijn ontwikkeld voor het gehied van deRijn-Schelde delta.30 Nota VolkshuisvestingM. KromwiikIs de Nota Volkshuisvesting nog de leidraadvoor de volkshuisvesting in de praktijk?Deze vraag stond centraal in een NIROV-studieochtend. Samenvatting van de resul-taten van de bijeenkomst.INGEZONDEN35 Aanpasbaar bouwen - onaanvaardbaarwonen?H. vanEys35 NaschriftAanpasbaar bouwen - wonen vooriedereen!D.j.M. vanderVoordt36 Reactie gemeente Zoeterwoude op artikelover Europees netwerk van snelle treinen.SIGNALENPLANOLOGIE37 Haagse EG-conferentie over ROJ.B.Th. vanDam, R. Sabee, V.A.M. Verberk39 De dubbelstad: een kwestie van kiezenofdelenVlRO'WerkgroepVOLKSHUISVESTING42 Het nieuwe vervalG.M. Mulders en].A. van HeelUITDERARO ^ ?44 Werkprogramma 1992/199344 Bestuurlijk-juridisch instrumenta-rium stadsvernieuwing45 Nota ArchitectuurbeleidUITDERAVO ' '47 Bestuur op niveau II en de Interimwetbestuur stedelijke gebieden47 Voorontwerp-HuisvestingsbesluitPUBLIKATIES48 Boekbesprekingenouw en -TM.Volkshuisvesting173ejaargang 1992 nr,Orgjan van het NederkindInstiruur voor RuiinteliiLcOrdcning en \'olkshuis\'e.stEen uitga\'e vanDELWFL Uirgeverij BV insamenwerkmi,' met hei NIRi1^Ver^chl|nt res iiia.il per jaarRedactie:Ir. H. DekkciMr. A.Ch. FortgensDr. H.J.M. UoverdeIr. P.C. (Jr< >enDra. R. tcUrotenliuihMr ir. A.W. I kirtmanMw.drs. l.T. KkiasenIr. W. RehMr. AM. Scha,ip-DiikbeHDrs. P.W.A. VeldMw. mr. Y. de \'riesIr. H. WestraRedactiesecretariaat:Mr. A.M. Schaap-DubkelliuerDr.s. R. le GrotenhuisL Sreenhuft-BoogcisRedactie, administraiieipublikaties terreceii-ii-:Maiirithkade 21,2514HnDenH,iagtelefoon 07C - 346 '% 52Richtlijnen voor auteur^. ^jAuteur^ \Mn artikek'n en atf^Hbockhcsprckinfjen kunncOT*^^]op het redactiesccret.nriaat"Rkhtlijnen vooi auteiirs"aan\Tark)gse proi4eemcomplexen" gehouud \-oor 1970.Bron; Mini!>teric \'ROM, Probleemcomplcxenbesiand OTB. OTB-bewerking.oorlogse woningen en het totaal aantal woningen ineen gemeente. Hieruit zou de relatie tussen stadsver-nieuwing en bedrijvigheid moeten blijken. Ten eer-ste wordt er hiermee echter geen direct verband tus-sen stadsvemieuwing en bedrijvigheid gelegd. Tentweede perkt men op deze wijze de stadsvemieuwingin tot alleen de ingrepen in de vooroorlogse woning-voorraad. Ten derde blijkt dit verhoudingsgetalvooral in het voordeel van de vier grote steden tezijn, omdat in deze steden een relatief groot deel vande woningvoorraad voor 1945 is gebouwd.2. In de bedrijvenfactor is een correctiefactor voorde vier grote steden vanwege hun hogere verwer-vingskosten per m^. Deze correctiefactor leidt voorde vier grote steden tot een verdubbeling van het uitte keren bedrag.3. De gehele bedrijvenfactor wordt in de sleutel ooknog eens vermenigvuldigd met de verstedelijkings-factor. Nergens is dit beargumenteerd. Ook bier lijkt Pr,,femcomplexen m de stads^echter sprake van het "voortrekken" van de vier vemkuuing(fotoH.Heeger).StedebouwenVolkshuisvesting 1992 nummer 1 ^1Sleutelen aan stadsvernieuwingLiteratuur- Afhaken of afmaken; Stads-vernieuwing voor en na 1992,(1989), DienstenVolkshuis-vesting van de gemeentenAmsterdam, Rotterdam,'s-Gravenhage en Utrecht.-Heeger,H. (1991). Pro-bleemcomplexen in de Rand-stad, 0TB Werkdocumentnummer 91-22, Delftse Uni-versitaire Pers, Delft.- /OO/CEBEON (1987), Op zoeknaar een bedrijvencriteriumbinnen de verdeling van mid-delen voor stadsvernieuwing,Instituut voor Onderzoek naarOverheidsuitgaven / Centrumvoor BeleidsadviserendOnderzoek, Staatsuitgeverij,'s-Gravenhage.- iro (1990), De behoefte inbeeld, een interprovincialevisie op stads- en dorpsver-nieuwing in de kleineregemeenten, InterprovinciaalOverlegorgaan.- Mnisterk VROM (1989), Meer-jarenplan Stadsvernieuwing1989-1993, Tweede Kamer derStaten Generaal, vergaderjaar1988-1989, kamerstuk 20807,nummers 1 en 2 SDU Uitgeverij,'s-Gravenhage.- Mmisterie VROM (1990), Eva-luatienota stadsvernieuwingjaren '80, Tweede Kamer derStaten Generaal, Kamerstukken11,1990/91, 29894, nrs. 1 en 2,SDU Uitgeverij, 's-Gravenhage.- Mirusterie VROM (1991), Ont-werpnota Beleid voor stadsver-nieuwing in de toekomst,Ministerie van Volkshuisves-ting, Ruimtelijke Ordening enMilieubeheer, SDU Uitgeverij,'s-Gravenhage.- OTB (1989), Exploitatiepro-blemen in de na-oorlogsewoningvoorraad: diagnose entherapie; k(n)euzen op dewoningmarkt, Directoraat-Generaal van de Volkshuisves-ting, Directie Onderzoek enKwaliteitszorg, jaargang 89,nummer 92, Ministerie vanVolkshuisvesting, RuimtelijkeOrdening en Milieubeheer,'s-Gravenhage.- Priemus, H.; T. Benveken; F.Meijer; M. Spaans; R. Teiiie enF. Wossenberg (1991), Evaluatievan de grote-stadsvemieuwing,Technisch-BestuurskundigeVerkenningen 11, Delftse Uni-versitaire Pers, Delft.- RIGO (1990), Stadsvernieu-wing in cijfers, het voortgangs-rapport Belstato, RIGO Amster-dam.~ SCAB (1990), Zorg cm achter-grote steden; de verstedelijkingsfactor is voor dezegemeenten het hoogst.Het iTiag dan ook een wonder heten dat ondanks debovengenoemde "voordeeltjes" de vier grote stedendoor de invoering van de bedrijvenfactor gedupeerdwerden, wat hun aandeel in het stadsvemieuwings-fonds betreft.Naast de bovengenoemde inhoudelijke kantteke-ningen wordt er de laatste jaren steeds meet gespro-ken over een andere aanpak van de problematiekrondom bedrijvigheid en stadsvernieuwing (inclu-sief bodemsanering). De algemene financiering viahet stadsvemieuwingsfonds wordt daarbij veelal alsonvoldoende beschouwd en zou beter via specifiekeplanfinanciering (centrale knelpuntenpot) tot zijnrecht komen.In het onderzoek zijn dan ook de gevolgen van eenaantal varianten van de stadsvemieuwingssleutelberekend, waarin de bedrijvenfactor is weggelaten.Het zal niemand verbazen dat in z'n algemeenheidhet weglaten van de bedrijvenfactor vooral gunstiguitpakt voor de vier grote steden; hun aandeel in hetfonds neemt toe met 4 promille. Het aandeel van degemeenten met minder dan 50.000 inwoners neemtdaarentegen af met 4 promille. De aandelen van deoverige twee gemeentegroepen blijven nagenoeggelijk.Voortgang in de stadsvernieuwingDe voortgang van de stadsvernieuwing, oftewel hettempo van de stadsvernieuwing komt in de huidigestadsvemieuwingssleutel maar mondjesmaat tot uit-drukking. Juist in de fasering van het toekomstigebeleid ten aanzien van de stadsvernieuwing speeltdie voortgang een zeer belangrijke rol (MinisterieVROM, 1991) en zal het dus zo mogelijk in eennieuwe sleutel terug moeten komen. Hierbij moetdan wel rekening gehouden worden met de gemeen-telijke bestedingsvrijheid.De voortgang van de stadsvernieuwing wordt in dehuidige sleutel alleen maar meegenomen in hetgeval van sloop van woningen. Sloop/nieuwbouw isechter maar een beperkt deel van de stadsvemieu-wingsopgave; de voortgang van de woningverbete-ring zien we in het geheel niet in de sleutel terug.Men kan overwegen om een soort "verbeterfactor"te ontwikkelen vanuit het landelijk KWR-onderzoek(Kwalitatieve Woning Registratie). Vanuit ditonderzoek is het namelijk mogelijk voor groepenstand; stadsvernieuwing na1990 in de 23 grotere gemeen-ten. Van der Valk, Best.- Teuk, R.; H. Heeger en G.HiMuysen (1991), Sleutelenaan de stadsvernieuwing, Tech-nisch-Bestuurskundige Verken-ningen 15, Defoe UniversitairePers, Delft.- VNG (1990), Trends in deStadsvernieuwing; stadsvernieu-wing, stadsbeheer en stedelijkevemieuwing, VGN-uitgeverij,'s-Gravenhage.van gemeenten uitspraken te doen over de mate vanachterstand in delen van de woningvoorraad. Dewoningvoorraad kan daarbij worden onderscheidenin een aantal segmenten op basis van het bouwjaar(< 1945 /1945-1967 / > 1967), woningtype (eenge-zins/meergezins) en de beheersvorm (koopsector/sociale huursector/particuliere huursector/aange-kocht bezit). Deze "verbeterfactor" zou dan analoogaan de "verstedelijkingsfactor" voor (groepen van)gemeenten in de sleutel worden opgenomen.AanbevelingenNaast het voorgaande heeft het onderzoek geleid toteen aantal aanbevelingen. AUereerst wordt aanbe-volen om de factor b (weer) toe te spitsen op de par-ticuliere huurwoningen in meergezinshuizen. Tege-lijkertijd wordt voorgesteld om de bouwjaargrensvoor dit segment te verruimen van 1931 tot 1945.Ten tweede wordt aanbevolen om bij een eventueleopname van de factor "naoorlogse probleemcom-plexen", deze factor een vastbestaand gewicht in desleutel toe te kennen. Dit gewicht kan dan gebaseerdzijn op de totale kosten van gemeenten die met debestrijding van problemen in probleemcomplexengemoeid zijn.Ten derde lijkt de bedrijvenfactor in de sleutel toeaan een grondige heroverweging. Bovendien lijkt debedrijvenfactor in onvoldoende mate te kunneninspelen op de vaak grootschalige problematiek. Hetinvoeren van een aparte "knelpuntenpot" behoortdan ook tot de mogelijkheden.Tenslotte wordt gewezen op het belang van de voort-gangsmeting in de stadsvernieuwing en het ontbrekendaarvan in de huidige verdeelsleutel. Aanbevolenwordt om te analyseren op welke wijze met behulp vanhet KWR-onderzoek een "verbeterfactor" voor groepenvan gemeenten kan worden opgesteld.De geformuleerde aanbevelingen gelden voor eenperspectief waarbij het stadsvemieuwingsfonds dekomende jaren grotendeels dezelfde functie kan blij-ven vervullen als in de achter ons liggende jaren.Onlangs is aangekondigd (Ministerie VROM, 1991)dat het stadsvemieuwingsfonds in enkele fasen totnul wordt temggebracht. Gefaseerd zullen (groepenvan) gemeenten worden uitgesloten van een uitke-ring uit het stadsvemieuwingsfonds. Het aandeelvan de kleinere gemeenten c.q. de dorpen in hetstadsvemieuwingsfonds zal het eerst tot nul wordengereduceerd. Het aantal van de andere (groepenvan) gemeenten neemt hierdoor toe. In de laatstefase blijven alleen de vier grote steden over. Een der-gelijke gefaseerde wijziging van de verdeling van demiddelen uit het stadsvemieuwingsfonds zal onge-twijfeld ingrijpender gevolgen hebben voor de stads-vemieuwingssleutel dan hiervoor zijn weergegeven.Vermoedelijk worden dan zowel de sleutel als hetslot ontwricht.Stedebouw en Volkshuisvesting 1992 nummer 1Ruimteligkeinvestermgsstrategieen?In dit nummer van Stedebouw en Volkshuisves-ting start een artikelenreeks over het onderwerpruimtelijke investeringsstrategie. Het idee vooreen dergelijke reeks is afkomstig van drs.ing. B. deGraaf van het adviesbureau Kolpron.Allereerst moet echter de vraag aan de orde komenof er voldoende aanleiding is een reeks te startenover ruimtelijke investeringsstrategieen. Ruimte-lijke investeringen zoals woningen, gebouwen eninfrastmctuur zijn er immers altijd al geweest.Bovendien zijn er altijd wel strategische overwegin-gen geweest die de tot standkoming ervan hebbenbeinvloed.Toch zijn er enkele opmerkelijke veranderingengaande die zich volgens de redactie bij uitstek lenenvoor een discussie over ruimtelijke investeringsstra-tegieen op dit moment. Die veranderingen betreffenhet doel, de in te zetten middelen en de gevolgdewerkwijze; al met al dus de strategie.Tot voor kort waren de voomaamste beleidsdoelein-den in de ruimtelijke ordening: het wegwerken vanachterstanden op de woningmarkt, zowel ten aan-zien van de vraag (woningtekorten), het aanbod(stadsvemieuwing) als in ruimtelijke zin (contin-gentering) en de beheersing van de subsurbanisatie(groeikemen en groeisteden).Het ruimtelijke ordeningsbeleid had daarmee devolgende karakteristieken:- De uitvoering ervan verliep grotendeels via devolkshuisvesting.- De financiering van het ruimtelijk ordeningsbe-leid was uitsluitend een rijkszaak. Door middel vansubsidies op grondkosten, infrastructuur, bouwkos-ten en allerlei andere kosten (voomamelijk via hetstadsvemieuwingsfonds) werd ervoor gezorgd dathet Rijk een grote invloed had op de ruimtelijkeordening.- De aanpak was uniform, dat wil zeggen dat er vanuit werd gegaan dat de geschetste problemen zich inmeer of mindere mate overal voordeden, zodatoveral hetzelfde instrumentarium werd toegepast eniedereen aanspraak kon maken op de verschillendesubsidies.- Het ruimtelijk ordeningsbeleid was eigenlijkvooral een overheidszaak en een permanent ritueeltussen alle overheidslagen ondanks de zeer uitge-breide inspraakprocedures.- Een andere karakteristiek is de wijze van financieletoetsing van de bestede overheidsgelden. Datgebeurde in feite alleen op bouwplanniveau en spo-radisch op bestemmingsplanniveau. Een toetsingachteraf of op hoger ruimtelijk niveau kwam in feiteniet voor. De parlementaire enquete naar de bouw-subsidies heeft dat nog eens duidelijk gemaakt. Mis-bruik van subsidies op planniveau is in feite nietgeconstateerd, maar of de enorme subsidieverplich-tingen ook in hun totaliteit effectief zijn geweest,kon niet worden getoetst. Er was vooraf geen kadervastgesteld.De karakteristieken zijn een gevolg van het feit dathet overheidsbeleid vooral in het teken heeftgestaan van de opbouw van de welvaarts- en verzor-gingsstaat. De ruimtelijke ordening was aanvanke- ,lijk een middel om de economische groei te verho-gen en later werd het gebruikt om de verkregen wel-vaart beter te verdelen. De wijze waarop financieletoetsing plaatsvindt en waarop subsidies worden ver-deeld zijn goede voorbeelden van deze benaderings-wijzen.Het ziet er naar uit dat de primaire doelen van hetoverheidsbeleid langzamerhand verschuiven. De -uitbouw van de welvaarts- en verzorgingsstaat istegen grenzen aangelopen. Dat heeft er voor eengroot deel mee te maken dat de omgeving waarbin-nen de uitbouw heeft plaatsgevonden veronacht-zaamd is. De voomaamste maatschappelijke proble-men zijn thans omgevingsvraagstukken en betreffen ^natuur en milieu, verkeer en vervoer, ruimtelijkeordening en sociale segregatie.Een centrale beleidsvraag is hoe de sociaal-economische ontwikkeling in de natuurlijke engebouwde omgeving ingepast kan worden.Een ander nieuw vraagstuk is de intemationaliseringvan de samenleving. Tot nu toe bleefdie beperkt totde handel en een aantal specifieke bedrijfstakken. :Het ziet er naar uit dat de intemationalisering opveel aspecten van de samenleving van invloed zalzijn. De centrale vraag is dan hoe de welvaarts- enverzorgingsstaat in deze nieuwe context zullen func-tioneren.De ruimtelijke ordening heeft door deze veranderin-gen een aantal andere karakteristieken:- De belangrijkste beleidsdoeleinden op het gebiedvan de ruimtelijke ordening zijn thans het creerenvan een intemationaal vestigingsklimaat in de grotesteden, de beperking van de mobiliteit en debescherming van het milieu.- De infrastructuur wordt veel meer dan de volks-Stedebouw en Volkshuisvesting 1992 numntierlBRuimtelijke investeringsstrategieenhuisvesting een instalment van ruimtelijke orde-ning.- De situatie van de overheidsfinancien zorgt ervoordat het Rijk niet meet in dezelfde mate als voorheenals financier en subsidiegever kan optreden.- De tijden van unifonne planning en van een uni-form financierings-en subsidieregime lijken voorbij.- Er lijkt behoefte aan een permanente afstemmingtussen de overheid en de marktsector over de inrich-ting van ons land, zodat een toetsing tussen vraag enaanbod en het algemeen belang op een heldere wijzekan plaatsvinden.Zowel doel, middelen als werkwijze zijn andersgeworden en er is dus aanleiding om een discussie tehouden over ruimtelijke investeringsstrategieen.Wanneer deze constateringen juist zijn komen aller-lei vragen naar voren:- Is er sprake van een nieuwe investeringsstrategieen is deze strategic voldoende helder geformuleerdvoor alle betrokkenen?- Is er voldoende kennis om de geschetste verande-ringen door te voeren?- Zijn de beschikbare middelen vooral in financieleen bestuurlijke zin voldoende uitgewerkt om in denieuwe situatie te flinctioneren?- Waaruit bestaat het toetsingskader, opdat de com-municatie tussen overheid, marktsector en gebruikerkan plaatsvinden?De eerste auteur die in deze reeks aan het woordkomt is drs.D. Reitsma van het bureau Kolpron. Hijheeft zowel in het buitenland als binnen de ruimte-lijke ordening getracht strategische kennis te verga-ren en toe te passen op een ruimtelijke investerings-strategie. Hij pleit voor meer samenwerking tussenmarktsector en overheid en probeert daar vorm aante geven.Vervolgens gaat prof.ir. D. Frieling in op het strate-gische karakter van het overheidsbeleid.Het ligt in de bedoeling meerdere auteurs uit tenodigen de hier geschetste problematiek vanuit ver-schillende invalshoeken te benaderen. Aan alleauteurs wordt gevraagd het artikel af te sluiten metvragen en stellingen, zodat lezers een handvat wordtgegeven om te reageren. Zij worden daartoe vriende-lijk uitgenodigd. De eventuele reacties van lezers zul-len regelmatig themagewijs worden weergegeven.Cennad deel IJ-oevers, Amster-dam (foto Sybolt Voeten Ardd-tectuurfomgrafie).Stedebouw en Volkshuisvesting 1992 nummer 1Overheden strategischonderweg?In dit artikel wordt ingegaan op devraag wat strategie is, hoe dat inde VINEX en in skutelprojecten totuitdrukking komt en of de vertalingin management en hestuurUjkeorganisatie heeft plaatsgevonden.Het artikel wordt afgeshten meteen aantal steHingen.De rijksoverheid heeft binnen een tijdsbestekvan slechts enkele jaren een groot aantalbeleidnota's met een directe of indirecteinvloed op de mimtelijke'economische inrichtingvan Nederland gepubliceerd. Het schaalniveau enhet uitvoeringstempo van deze nota's liggen hogerdan ooit het geval is geweest. De van tijkswegebeschikbare financiele middelen hebben echter eenhtstorisch dieptepunt bereikt. Ook de aard van debetrokken partijen verandert, zeker waar het deandere overheden betreft. Soms zijn ze zelfs vervan-gen door andere partijen. Kortom: AUes gaatanders!De (commerciele) marktpartijen spelen een steedsbelangrijkere rol als partner voor de overheden bijhet realiseren van grotere en kleinere projecten.Overheden worden via vele wegen gedwongenmarktconform of zelfs commercieel te gaan denkenen handelen. In het gehele samenspel van publiek -privaat legt de rijksoverheid meer dan ooit de nadrukop het veilig stellen van de intemationale concur-rentiepositie "met het oog op morgen".Het woord strategie doet in vele variaties zijn intre-de. De indruk wordt soms gewekt dat het zelfs gaatom "listen om te overleven". De omstandigheden zogoed bespelen dat ze in je voordeel werken, betekentuiteindelijk vaak dat de ontwikkelingen voor ieder-een voordelen moeten hebben. Om dit te bereikenmoeten alle omstandigheden geanalyseerd zijn,moet men alle partijen goed kennen en moet er eengoede samenhang in de plannen aanwezig zijn. Dezesamenhang wordt in de uitvoering van plannengewaarborgd door het beheersen van de processen.In dit artikel worden vraagtekens geplaatst bij desamenhang tussen de door de overheid aangereiktestrategische beleidskaders zoals de VINEX en bij demogelijkheden voor het beheersen van de processendie tot uitvoering van de plannen moeten leiden.Wat is strategie?Teneinde doelen naderbij te brengen staat de ruim-telijke ordening een aantal instrumenten terbeschikking, al dan niet in samenhang met instru-menten voor andere beleidssectoren. Dit samenstelvan instrumenten volgens een bepaalde orde vormteen strategie. )De stichting Nederland Nu Als Ontwerp^) geeft aandat een strategie antwoord dient te geven op de vol-gende vragen:- Wat willen we?- Wat kunnen we?- Wat doen we?De vraag "Wat willen we" wordt bepaald op basisvan een strategisch beleid dat is geformuleerd. Eenvoorbeeld van een strategische beleidsdoelstellingten aanzien van de Randstad kan zijn: 'De sterkgelede structuur van de Randstad zoveel mogelijkbenutten ten behoeve van economische kansen ineen integrerend Europa'. Het beleid vormt de basisvoor een investeringsstrategie.De vraag "Wat kunnen we" wordt bepaald doorrandvoorwaarden: de beschikbare ruimte, de hoe-veelheid geld, arbeidskracht, kennis, techniek en demaatschappelijke organisatie. Deze begrenzingenworden in dit artikel als een gegeven beschouwd. Dete be'invloeden begrenzingen zijn vooral de beschik-bare financiele middelen en de (maatschappelijke)organisatie. De vraag "Wat doen we" tenslotte wordtuitgewerkt door middel van strategische investerin-gen.In figuur I wordt in een "strategische trap", uiterstvereenvoudigd, de relatie aangegeven tussen debegrippen strategisch beleid (Wat willen we?), rand-voorwaarden (Wat kunnen we?) en investerings-strategie (Wat doen we?). In de strategische trap isnog een vierde element toegevoegd, namelijk de fei-Drs. D. ReitsmaKolpron Consultants BV teRotterdam.Het artikel is tot stand geko-men in samenwerking metcoUega Consultants. Daar-naast heeft de auteur mede-werking genoten van ir.J. Berkenbosch en drs. L. deHaas van de provincieZuid-HoUand en ir. J. Brou-wer van AB-onderzoek.1Lukkes, P.; "RuimtelijkeOrdening, leidend of lij-dend?" in S en V, September1990, pag 14.2Stichting Nederland Nu AlsOntwerp, Nieuw Nederland;Proeve van een investerings-strategie, april 1989.Stedebouw en Volkshuisvesting 1992 nummer 1Strategisch onderweg?Figuur 1. S(rateg!sc/ie Craphet probleem>vordt hetkiezentelijke strategische investering als antwoord op devraag "Hoe doen we het"?Deze figuur illustreert dat een strategische investe-ring dient te passen binnen de gestelde randvoor-waarden en meet aansluiten op het strategischbeleid. Daamaast draagt de investeringsstrategie erzorg voor dat de investeringen op elkaar wordenafgestemd. Hierdoor wordt bewerkstelligd dat inves-StrategischbeleidRand-voorwaarden^ rInvesterings-strategieT 'StrategischeinvesteringOp basis van dr. P.H.A.M.Verhaegen, Strategisch Inves-teringsbeleid, pag 14 en 76,1989.teringsplannen elkaar ondersteunen respectievelijkelkaar onderling niet beconcurreren. Dit kan ookbetekenen dat men moet kiezen voor een project,waardoor een ander project af moet vallen. Kiezenbetekent dat communicatie en informatie kritischesuccesfactoren zijn in het managen van de strategi-sche trap.Vertaald naar de mimtelijke ordening wordt hetstrategisch beleid op nationaal niveau verwoord inde Vierde Nota Ruimtelijke Ordening, de VINEX, hetNationaal Mili
Reacties