74eJAARGANG1993 NUMMER QStedebouwJVolkshuisvestingDE KUNST VAN COMPLEXEBESLUITVORMINGINVESTEREN IN INFRA-STRUCTUURNIEUWE BESTEMMINGS'PLANNENRUIMTELIJK MILIEUBELEIDKAN MEER STURENDE WERELD ACHTER DE CIJFERS.VB KAN EROVER MEEPRATEN..^.* ,iBestuurders en managers staan voor prohlemen die om een samenhangend antwoord vragen.Die antwoorden warden zichtbaar in cijfers, maar veel minder zichtbaar is de wereld achter die cijfers.Een wereld waar uw accountant kennis van moet hebben om u deskundig en ter zake te kunnen adviseren.Een taak die VB op het lijfgeschreven is.AI ruim 75jaar is VB actief voor overheden en non-profit organisaties. Daarmee heeft VB een voor-sprong op het gebied van besiuurs- en beheersinstrumenten en kan zo gefundeerd signaleren, anticiperen enadviseren. U kunt VB inschakelen voor controle en voor organisatie-, informatie- en belastingadvies. AccadiAccountants- Administratie- en Belastingconsulenten, gelieerd aan VB, werkt vooral voor non-profit organisatiesen midden- en kleinbedrijf Via SPM, Samenwerkende Partners in Milieuzorg, adviseert VB overheid en bedrijfs-leven over milieuzorgsystemen. VB is met ruim L300 medewerkers een van de grote accountantskantoren.Met 30 strategisch gespreide vestigingen werkt VB overal dicht bij de bran en blijft zo actueel betrokkenbij de wereld achter uw cijfers. Op basis waarvan u beter kunt beshssen. A ? /P) AccountantsVB, Nassaulaan 12, Postbus 19331, 2500 CH Den Haag tel 070-3738484. ^^\ V D BelastingadviseursVB, BETROKKEN BIJ DE WERELD ACHTER DE CIJFERSStedebouw enVolkshuisvestingInhoudsopgave 73e jaargang 1992nr. 1 januari nr. 3 juliExtra-nr. 1 februari nr. 4 Septembernr. 2Extra nr. 2apriljuninr. 5nr. 6oktoberdecemberArtikelenAanpak naoorlogse wijken; is de rol van de gemeente na1991 uitgespeeld?(H.Priemus) E-1 20Aanpasbaar bouwen - onaanvaardbaar wonen?, Ingezon-den.-(H.vanEys) 1 35Aanpasbaar bouwen - wonen voor iedereen!, Naschrift. -(D.J.M. vanderVoordt) 1 35Anti-cascoplanning (J.F. Coeterier) 5 40Apeldoorn/Zevenhuizen, Leerproces voorbeeldplan - (H.J.Averink) E-1 39Bedrijvenlocaties, Mobiliteitstoets voor-{F.B.M. Solleveld,CM. NautaenJ.P.T. Renkema) 2 4Beleid: een veranderende relatie, Onderzoek en -(J.P.J. Fit) E-2 9Beleidsvrijheid, Werkdruk, Snelheid (A.T. Zandstra) 4 38Belstato: detrechter ende turbo-rups (W.P.J. Mourmans). 1 3Bereikbaarlieidsprofieien van NS-stations (F. Wittenberg) 2 10Bestemmingsplan, Mobiliteitsbeleid en - (A.A.J. BootsenF. Verhees) 2 33Bestemmingsplannen, Ingezonden. Juridische bezwarentegen buitenwettelijke uitwerking van globale -(H. Frantzen) 2 39Burgerlijk instituut, Een-(A.W. Hartman) 4 3CIAM en sociaal veilig ontwerpen (H.B.R. van Wegen) .... E-1 36ClAM-wijken; erfgoed van een tijdverschijnsel, De -(R.D.Lambert) E-1 14Decentraledenken, Hetcentrale versus hat-(W. Derksen) 4 10Delta, Focus op de-(P.H.M. Puts) 1 21Dubbelstad: een kwestie van kiezen of delen, De - (VIRO-Werkgroep) 1 39Economisch-teclinoiogische vernieuwing (W.C.L. Zeg-veld) E-2 30Ecoregio Breda, Ontwerpen van een - (H.J.J.C.M. vanBlerck) 3 35Etnisch ondernemen in Rotterdam-Zuid (J.H. Voskamp enP.G.C. Baetsen) 3 15Europa, Huisvesting migranten in-(M.Goversen P. Bo!) 3 9Europa, Volkstiuisvesting in-(S. Musterd en H. Priemus) 4 40Externe integratie in de ruimtelijke ordening (H. HoeflaakenH.A.P. Zinger) 6 10Extrapolatie van individualiserende emancipatie; 2092,oude telling (P. Thoenes) E-2 38Feesten of werken (H.B. Eenhoorn) 6 3Fietsen onder dak in Utrecht (B. Bach, G.J.N. Folgerts enC.L.C.M. Spape) 6 32Focus op de Delta (P.H.M. Puts) 1 21Gebiedsgericht beleid als instrument voor kwaliteit, Ruimteen milieu-(L.G. Horlings en K. Bouwer) E-2 24Gedaantewisseling van naoorlogse wijken (H. Heeger) .... E-1 31Gegevensordening in de ro (H.J.M. Corstens en J. van derStraaten) 4 36Gemeentelijke woonruimteverdeling in de praktijk(A.J.G.M.van Montfort) 4 16Gemeentelijk woningvoorraadbeleid en KWR (A. Elbers enM.J.Th. Rongen) 3 27Groene Ruimte, Koersen naarde-(K. Lever) 6 36Grondbeleid in regionaal perspectief (G. Wigmans) 5 17Grondexploitatie en stedelijke afwegingen (G. Wigmans) . 5 23Groningen, Ruimtelijke perspectieven voor- (J. Kleine enH.S.Yap) 5 29Haagse EG-conferentie over RO (J.B.Th. van Dam, R.SabeeenV.A.M. Verberk) 1 37Helmond: van kwantiteit naar kwaliteit, Woningbouw in -(E.J. Bongaarts) 4 28Hudig-penning voor Roel de Wit (N. van der Heiden en G.J.Wallagh) 6 38Huisvesting migranten in Europa (M. Govers en P. Bol) ... 3 9Individualiserende emancipatie; 2092, oude telling, Extra-polatie van-(P. Thoenes) E-2 38Infrastructuur, Mobiliteit en-(M.A. de Jong) E-2 17Ingezonden. Aanpasbaar bouwen - onaanvaardbaarwonen? (H. van Eys) 1 35Ingezonden. Juridische bezwaren tegen buitenwettelijkeuitwerking van globale bestemmingsplannen (H. Frant-zen) 2 39Ingezonden. Reactie gemeente Zoetenwoude over Euro-pees netwerk van snelletreinen (A.J.M. Houdijk) 1 36Ingezonden. R.O. zou de m.e.r. beter moeten leren kennen(C.G. Bos) 6 45Internationalisering, Schaalvergroting en-{J. Buit) E-2 16Investeren in onderzoek is vooruitzien (H.J.M. vanAlphen) E-2 46Investeringen, Ruimtelijk-strategische-(F.L. Bussink) .... 3 19Investeringen, Strategisch ruimtelijke-(D.H. Frieling) 1 15Investeringsstrategie; herordening van de naoorlogsevolkshuisvesting, Publiek/private-(W.G.M. Giezeman). E-1 42Investeringsstrategieen (B. Needham) 3 23Investeringsstrategieen, Ruimtelijke - (J. Brouwer, I.T.Klaasen en W. Reh) 3 27Kennen de RO en de MER elkaar? (C.W. Wall van Lohui-zen) 4 34Koersen naar de Groene Ruimte (K. Lever) 6 36Kun je leren van het buitenland? Het is zo anders (C.W.W.van Lohuizen) 3 32KWR, Gemeentelijk woningvoorraadbeleid en - (A. Elbersen M.J.Th. Rongen) 3 27Landschap, Het Natuurbeleidsplan en het - (D.A. Boogert) 4 45Landschapsplannen voor de Noordoostpolder, Schoklandin de-(H.J.J.C.M. van Blerck) 5 4Leerproces voorbeeldplan Apeldoorn/Zevenhuizen (H.J.Averink) E-1 39Lichtvervuiling, Over-(C. van Santen en A.J. Hansen) .... 2 28Locatiebeleid, De praktijk van het - (V.C.F. Tersteeg enJ.H.vanderVegt) 5 37Maasoeverplan Roermond (J.L.H. Nelissen en J.P. Bos) . 3 36MER elkaar?, Kennen de RO en de - (C.W. Wall van Lo-huizen) 4 34M.e.r. beter moeten leren kennen, Ingezonden. R.O. zoude-(C.G. Bos) 6 45Migranten in Europa, Huisvesting-(M. Govers en P. Bol).. 3 9Milieu, De relatie tussen ruimtelijke ordening en - (J. Wit-sen) 4 42Milieu; gebiedsgericht beleid als instrument voor kwaliteit,Ruimte en-(L.G. Horlings en K. Bouwer) E-2 24Mobiliteit en infrastructuur (M.A. de Jong) E-2 17Mobiliteitsbeleid en bestemmingsplan (A.A.J. Boots en F.Verhees) 2 33Mobiliteitstoets voor bedrijvenlocaties (F.B.M. SolleveldCM. NautaenJ.P.T. Renkema) 2 4Mogelijkheid van stedebouwkundige vormgeving, De - (K.Doevendans) 5 12Naoorlogse volkshuisvesting, Publiek/private investerings-strategie; herordening van de-(W.G.M. Giezeman) .... E-1 42Naoorlogse woonwijken in breed perspectief (L. de Klerk) E-1 10Naoorlogse wijken; is de rol van de gemeente na 1991 uit-gespeeld?, Aanpak-(H. Priemus) E-1 20Naoorlogse wijken, Gedaantewisseling van-{H. Heeger). E-1 31Naoorlogse wijken, Onderzoek naar (K. van der Flier en P.Stouten) 4 22Naoorlogse woonwijken toekomstwaarde?, Hebben -(J.A.M. Kroese-Duijsters) E-1 3Naschrift. Aanpasbaar bouwen - wonen voor iedereen!(D.J.M.vanderVoordt) 1 35Naschrift (C.W. Wall van Lohuizen) 6 45Natuur en stadsuitbreiding (H.C. Jansonius en P.A.W.M.Raaymakers) 6 4Natuurbeleidsplanen hetlandschap, Het-(D.A. Boogert) 4 45Nieuwe verval, Het-(G.M. Mulders en J.A. van Heel) 1 42Nimby-whim (A.W. Hartman) 2 3Noordoostpolder, Schokland in de landschapsplannenvoor de-(H.J.J.C.M. van Blerck) 5 4Nota Volkshuisvesting (M. Kromwijk) 1 30NS-stations, Bereikbaarheidsprofielen van - (F. Witten-berg) 2 10Omgevingsbeleid, Ruimtelijke beleidsvoering; werken aan-(J.M. Mastop) E-2 10Onderzoek en beleid: een veranderende relati8(J.P.J. Fit) E-2 9Onderzoekin hetfindesiecle, Ruimtelijk-(H. terHeide)... E-2 7Onderzoek is vooruitzien, Investeren in - (H.J.M. van Al-phen) E-2 46Onderzoek naar naoorlogse wijken (K. van der Flier en P.Stouten) 4 22Ongeordende volkshuisvesting? (H. Westra) 5 3Ont-/koppelen in het verzorgingstehuis? (B. van de Donken P.P.J. Houben) 4 4Ontwerpen, ClAMensociaal veilig-(H.B.R. van Wegen).. E-1 36Ontwerpen van een ecoregio Breda, (H.J.J.C.M. vanBlerck) 3 35Opnieuw een ernstig ongeluk bij Harmelen (H. van derCammen) 3 3Overheden strategisch onderweg? (D. Reitsma) 1 11Overheidsbeleid, Stedelijke vernieuwing; dynamiek inschaalen-(G.A. vander Knaapen L. vanderLaan) ... E-2 39Praktijkvanhetlocatiebeleid,De-(V.C.F. TersteegenJ.H.vanderVegt) 5 37Publiek/private investeringsstrategie; herordening van denaoorlogse volkshuisvesting (W.G.M. Giezeman) E-1 42Reactie. Maasoeverplan Roermond (L. van Damme en J.C.Verdaas) 3 39Reactie. Mobiliteitsbeleid en bestemmingsplan (P. vanderHorst) 2 35Regionaal perspectief, Grondbeleidin-(G. Wigmans) .... 5 17Regio's, sectoren en vastgoed (F. Boekema en E. van derKrabben) 2 19Relatie tussen ruimtelijke ordening en milieu, De - (J. Wit-sen) 4 42Roermond, Maasoeverplan - (J.L.H. Nelissen en J.P. Bos) 3 36RO en de MER elkaar?, Kennen de - (C.W. Wall vanLohuizen) 4 34RO, Gegevensordening in de - (H.J.M. Corstens en J. vanderStraaten) 4 36RO, Haagse EG-conferentie over - (J.B.Th. van Dam, R.SabeeenV.A.M. Verberk) 1 37Rotterdam-Zuid, Etnisch ondernemen in - (J.H. Voskampen P.G.C. Baetsen) 3 15R.O. zou de m.e.r. beter moeten leren kennen, Ingezon-den.-(C.G. Bos) 6 45Ruimte en milieu; gebiedsgericht beleid als instrument voorkwaliteit, (L.G. HorlingsenK. Bouwer) E-2 24Ruimte in beweging (C.W.W. van Lohuizen en R.H.N. Buis-kool) E-2 3Ruimtelijke beleidsvoering; werken aan omgevingsbeleid(J.M. Mastop) E-2 10Ruimtelijkedynamiek(P.A. SmaalenT.J.M. Spit) 2 26Ruimtelijke impact van stedelijke vernieuwing (E.G. deKuijer) 6 16Ruimtelijke investeringen, Strategische-(D.H. Frieling) .. 1 15Ruimtelijke investeringsstrategieen (J. Brouwer, I.T.Klaasen en W. Reh) 3 25Ruimtelijk onderzoek in het fin de siecle (H. terHeide) E-2 7Ruimtelijk onderzoek. Op zoek naar - (R.H.N. Buiskool enJ.H. vanderVegt) E-2 48Ruimtelijke ordening, Externe integratie in de - (H. Hoef-laakenH.A.P. Zinger 6 10Ruimtelijke ordening en milieu, De relatie tussen -(J.Witsen) 4 42Ruimtelijke perspectieven voor Groningen (J. Kleine enH.S.Yap) 5 29Ruimtelijk-strategische investeringen (F.L. Bussink) 3 19Ruimte voor tijd; urgentie van tijdruimtelijk onderzoek enbeleid (Th.A.M. Beckers en S.F.J.M. Raaijmakers) E-2 31Rijk verantwoordelijk voor volkshuisvesting? (A.T. Zand-stra) 6 41Schaalvergroting en internationalisering (J. Buit) E-2 16Schokland in de landschapsplannen voor de Noordoost-polder (H.J.J.C.M. van Blerck) 5 4Sleutelen aan de stadsvernieuwing (R. Teule, H. Heeger enG. Hilkhuysen) 1 4Sociaalveilig ontwerpen, CIAM en-(H.B.R. van Wegen).. E-1 36Stadsuitbreiding, Natuuren-(H.C. Jansonius en P.A.W.M.Raaymakers) 6 4Stadsvernieuwing, Sleutelen aan de - (R. Teule, H. Heegeren G. Hilkhuysen) 1 4Stadsvernieuwingsatlastoegepast (F.R. van Erkel) 6 26Stedebouwkundige vormgeving, De mogelljkheid van - (K.Doevendans) 5 12Stedelijke afwegingen, Grondexploitatie en - (G. Wig-mans) 5 23Stedelijke vernieuwing; dynamiek in schaal en overheids-beleid (G.A. van der Knaap en L. van der Laan) E-2 39Stedelijke vernieuwing, Ruimtelijke impact van - (E.G. deKuijer) 6 16Stedelijke vernieuwing en werkgelegenheidsbeleid (P.R.A.Terpstra) 2 15Stokhasselt, Voorbeeldplan-(J.CLJsters) E-1 26Stout stukje (I.T. Klaasen) 5 16Stout stukje (I.T. Klaasen) 6 15Strategisch onderweg?, Overheden - (D. Reitsma) 1 11Strategisch ruimtelijke investeringen (D.H. Frieling) 1 15Technologische vernieuwing, Economisch- - (W.C.L. Zeg-veld) E-2 30Toetsingsplan, Nogmaals het-(J. vanderVelde) 2 30Tijdruimtelijk onderzoek en beleid, Ruimte voor tijd; urgen-tie van-(Th.A.M. Beckers en S.F.J.M. Raaijmakers) ... E-2 31Utrecht, Fietsenonderdakin-(B. Bach,G.J.N. FolgertsenC.L.C.M. Spape) 6 32Vastgoed, Regio's, sectoren en - (F. Boekema en E. vander Krabben) 2 19Verzorgingstehuis?, Ont-/koppelen in het- (B. van de Donken P.P.J. Houben) 4 4Volkshuisvesting in Europa (S. Musterd en H. Priemus) ... 4 40Volkshuisvesting, Nota-(M. Kromwijk) 1 30Volkshuisvesting?, Ongeordende-(H. Westra) 5 3Volkshuisvesting, Publiek/private investeringsstrategie;herordening van de naoorlogse-(W.G.M. Giezeman) . E-1 42Volkshuisvesting?, Rijk verantwoordelijk voor-(A.T. Zand-stra) 6 41Volkshuisvesting, Vreemdelingen in de-(P.W. Blauw) .... 3 4Voorbeeldofvoorbeeldig?(F. Kuyken, M.J.M. MeertensenA.C.M.vanderPas) E-1 4Voorbeeldplan Apeldoorn/Zevenhuizen, Leerproces -(H.J.Averink) E-1 39Voorbeeldplan Stokhasselt (J.CiJsters) E-1 26Vormgeving, De mogelljkheid van stedebouwkundige - (K.Doevendans) 5 12Vreemdelingen in de volkshuisvesting (P.W. Blauw) 3 4Werkgelegenheidsbeleid, Stedelijke vernieuwing en -(P.R.A. Terpstra) 2 15Winkelvoorzieningen in Zwolle/Holtenbroek (F.J.M. Col-sen) E-1 45Wit, Hudig-penning voor Roel de - (N. van der Heiden enG.J.Wallagh 6 38Woningbouw in Helmond: van kwantiteit naar kwaliteit(E.J. Bongaarts) 4 28WoningvoorraadbeleidenKWR, Gemeentelijk-(A. Elbersen M.J.Th. Rongen) 3 27Woonruimteverdeling in de praktijk, Gemeentelijke -(AJ.G.M.vanMontfort) 4 16IJ-oevers: oeverloos of aangeland? (C.W. Wall van Lohui-zen) 5 35Zwolle/Holtenbroek, Winkelvoorzieningen in - (F.J.IVI. Col-sen) E-1 45E.D. Hulsbergen, Positie en ruimte; kwetsbare groepen inde stad: denkbeeiden en feiten (A. Reijndorp) 5 46A. Hoogvliet; Wijken in beweging - bevolkingsdynamiek enwooncarrieres in vroeg-20ste-eeuwse woongebieden(G. Anderiesen) 6 46G. IVlolenaar; Randstad in gebruik- een sociaal-geografi-sciie analyse van het gebruik van enkele publieke voor-zieningen in de Randstad (IT. Klaasen) 6 47Nieuws uit de RAROWerkprogramma 1992/1993 1 44Bestuurlijk-juridisch instrumentarium stadsvernieuwing ... 1 44NotaArcliitectuurbeleid 1 45Evaluatienota Structuurschema Militaire Terreinen 2 36Beleidsnota Openluchtrecreatie 3 40Ontwerpnota Belstato 3 40NIMBY-wetje 3 41Juridische status van beleidsregels 3 42Jaarverslag 1991 3 42Ontwerp-Tienjarenprogramma Afval 4 47Milieuzonehng 4 48Grotewateren 5 42Ontgrondingenwet 5 43TweedeSEV 6 43Hoofdiijnen uitdeinspraak 6 44Nieuws uit de RAVOBestuur op niveau 11 en de Interimwet bestuur stedelijke ge-bieden 1 47Voorontwerp-Huisvestingsbesluit 1 47Belstato 2 37Bouwsparen 2 37Huisvesting migranten 3 43BoekbesprekingenA. Faludi (Guest editor), Fifty years of Dutch NationalPhysical Planning (W.G.M. Salet) 1 48Rijksplanologische Dienst, Ruimtelijke Verkenningen1991; Jaarboek Rijksplanologische Dienst (P.H.R. Lan-geweg) 1 49B. de Pater en H. van der Wusten, Het geografische huis;deopbouw van een wetenschap (W.J. van den Bremen) 1 50V. Freijser (red.), Het veranderend stadsbeeld van DenHaag: plannen en processen in de Haagse stedebouw1890-1990 (A.W.Hartman) 1 51O. Atzema, Stad uit, stad in, residentiele mobiliteit in Ne-derland in de jaren zeventig en tachtig (Ch.L. Eichper-ger) 2 40M. Elsinga en F. Wassenberg, Kleine criminaliteit en naoor-logse etagebouw(D.J.M. van derVoordt) 2 41N.L. Prak, Het Nederlandse woonhuis van 1800-1940(G.W. Middelkoop) 2 41M. Cramer en M. Krauwer, Amersfoort, goed bekeken; be-leidsnota en vademecum over monumentenzorg en ar-cheologie (B.H. Verfurden) 2 43W.S. van der Boor, Stedebouw in samenwerking; een on-derzoek naar de grondslagen voor publiek-private sa-menwerking in de stedebouw (F. le Clerq) 2 44W.P. Knulst & P. van Beek, Tijd komt met de jaren (J. Vij-gen) 2 44G.J.M. Arts, Kennis en Ruimtelijk Beleid; naar kennisma-nagement in de ruimtelijke ordening (H.J.M. van Alphen) 4 49B. Kesler, Centraal wonen in Nederland: een onderzoeknaar bewonerservaringen en sociaal-ruimtelijke voor-waarden (L. Deben) 4 50J. Kullberg, Stille strijd tegen de scheefheid; op zoek naarstrategieen voor lage- inkomensgroepen om de woon-lasten te verlichten (J. van der Schaar) 4 51A. Hakkenberg, Keuzen en logica in onderzoek en beleid(P. Saey) 5 44H. Hetsen en M.C. Hidding, Landbouw en ruimtelijke orga-nisatie in Nederland: analyse en toekomstverkenningvan een regionaal gedifferentieerde betrekking (N. vanDoom) 5 45AuteursAlphen, H.J.M. van, Investeren in onderzoek is vooruitzien E-2 46Averink, H.J., Leerproces voorbeeldplan Apeldoorn/Zevenhuizen E-1 39Bach, B.G.J.N. Folgerts en C.L.C.M. Spape, Fietsen onderdakin Utrecht 6 32Baetsen, P.G.C. en J.H. Voskamp, Etnisch ondernemen inRotterdam-Zuid 3 15Beckers, Th.A.M. en S.F.J.M. Raaijmakers, Ruimte voortijd; urgentie van tijdruimtelijk onderzoek en beleid E-2 31Blauw, P.W., Vreemdelingen in de volkshuisvesting 3 4Blerck, H.J.J.CM. van, Ontwerpen van een ecoregio Breda 3 35Blerck, H.J.J.C.M. van, Schokland in de landschapsplan-nen voorde Noordoostpolder 5 4Boekema, F. en E. van der Krabben, Regie's, sectoren envastgoed 2 19Bol, P. en M. Govers, Huisvesting migranten in Europa .... 3 9Bongaarts, E.J., Woningbouw in Helmond: van kwantiteitnaar kwaliteit 4 28Boogert, D.A., Het Natuurbeleidsplanen hetlandschap ... 4 45Boots, A.A.J. Boots en F. Verhees, Mobiliteitsbeleid en be-stemmingsplan 2 33Bos, C.G., Ingezonden. R.O. zou de m.e.r. beter moetenleren kennen 6 45Bos, J.P. en J.L.H. Nelissen, Maasoeverplan Roermond .. 3 36Bouwer, K. en L.G. Horlings, Ruimte en milieu; gebieds-gericht beleid als instrument voor kwaliteit E-2 24Brouwer, J., I.T. Klaasen en W. Reh, Ruimtelijke investe-ringsstrategieen 3 25Buiskool, R.H.N. en C.W.W. van Lohuizen, Ruimte in be-weging E-2 3Buiskool, R.H.N. en J.H. van der Vegt, Op zoek naar ruim-telijk onderzoek E-2 48Buit, J., Schaalvergrotingen internationalisering E-2 16Bussink, F.L., Ruimtelijk-strategische investeringen 3 19Cammen, H. van der, Opnieuw een ernstig ongeluk bij Har-melen 3 3Coeterier, J.F., Anti-cascoplanning 5 40Colsen, F.J.M., Winkelvoorzieningen in Zwolle/Holten-broek E-1 45Corstens, H.J.M. en J. van der Straaten, Gegevensorde-ningindero 4 36CiJsters, J., Voorbeeldplan Stokhasselt E-1 26Dam, J.B.Th. van, R. Sabee en V.A.M. Verberk, HaagseEG-conferentie over RO 1 37Damme, L. van en J.C. Verdaas, Een reactie op Maas-oeverplan Roermond 3 39Derksen, W., Het centrale versus het decentraledenken . 4 10Doevendans, K., De mogelijkheid van stedebouwkundigevormgeving 5 12Donk, B. van de en P.P.J. Houben, Ont-/koppelen in hetverzorgingstehuis? 4 4Eenhoorn, H.B., Feestenof werken 6 3Elbers, A. en M.J.Th. Rongen, Gemeentelijk woning-voorraadbeleid en KWR 3 27Erkel, F.R. van, Stadsvernieuwingsatlastoegepast 6 26Eys, H. van, Ingezonden. Aanpasbaar bouwen - onaan-vaardbaar wonen? 1 35Fit, J.P.J., Onderzoek en beleid: een veranderende relatie E-2 9Flier, K. van der en P. Stouten, Onderzoek naar naoorlogsewijken 4 22Folgerts, G.J.N., B. Bach en C.L.C.M. Spape, Fietsenonder dak in Utrecht 6 32Frantzen, H., Ingezonden. Juridische bezwaren tegen bui-tenwettelijke uitwerking van globale bestemmingsplan-nen 2 39Frieling, D.H.,Strategischeruimtelijkeinvesteringen 1 15Giezeman, W.G.M., Publiek/private investeringsstrategie;herordening van de naoorlogse volkshuisvesting E-1 42Govers, M. en P. Boi, Huisvesting migranten in Europa .... 3 9Hansen, A.J. en C. van Santen, Over lichtvervuiling 2 28Hartman, A.W., Een burgerlijkinstituut 4 3Hartman, A.W., Nimby-whim 2 3Heeger, H.,Gedaantewisseling van naoorlogse wijken .... E-1 31Heeger, H., R. Teule en G. Hiikliuysen, Sleutelen aan destadsvernieuwing 1 4Heel, J.A. van en G.M. Mulders, Met nieuweverval 1 42Heide, H. ter, Ruimtelijkonderzoekin hetfindesiecle E-2 7Heiden, N. van der en G.J. Wallagh, Hudig-penning voorRoeldeWit 6 38Hilkhuysen, G., R. Teule en H. Heeger, Sleutelen aan destadsvernieuwing 1 4Hoeflaak, H. en H.A.P. Zinger, Externe integratie in deruimtelijkeordening 6 10Horlings, L.G. en K. Bouwer, Ruimte en milieu; gebiedsge-richtbeleid als instrument voor kwaliteit E-2 24Horst, P. van der, Reactie, Mobiliteitsbeleid en bestem-mingsplan 2 33Houben, P.P.J. en B. van de Donk, Ont-/koppelen in hetverzorgingstehuis? 4 4Houdijk, A.J.M., Ingezonden. Reactie gemeente Zoeter-woude over Europees netwerk van snelletreinen 1 36Jansonius, H.C. en P.A.W.M. Raaymakers, Natuur enstadsuitbreiding 6 4Jong, M.A. de, Mobiliteiten infrastructuur E-2 17Klaasen, I.T., Stoutstukje 5 16Klaasen, I.T., Stoutstukje 6 15Klaasen, I.T., J. Brouwer en W. Reh, Ruimtelijke investe-ringsstrategieen 3 25Kleine, J. en H.S. Yap, Ruimtelijke perspectieven voor Gro-ningen 5 29Klerk, L. de, Naoorlogse woonwijken in breed perspectief.. E-1 10Knaap, G.A. van der en L. van der Laan, Stedelijke ver-nieuwing;dynamiekin schaal enoverheidsbeleid E-2 39Krabben, E. van der en F. Boekema, Regio's, sectoren envastgoed 2 19Kroese-Duijsters, J.A.M., Hebben naoorlogse woonwijkentoekomstwaarde? E-1 3Kromwijk, M., Nota Volkshuisvesting 1 30Kuijer, F.G. de, Ruimtelijke impact van stedelijke vernieu-wing 6 16Kuyken, F., M.J.M. Meertens en A.C.M. van der Pas, Voor-beeld of voorbeeldig? E-1 4Laan, L. van der en G.A. van der Knaap, Stedelijke ver-nieuwing; dynamiek in schaal en overheidsbeleid E-2 39Lambert, R.D., De ClAM-wljken; erfgoed van een tijdver-schijnsel E-1 14Lever, K., Koersen naardeGroene Ruimte 6 36Lohuizen, C.W.W. van en R.H.N. Buiskool, Ruimte in be-weging E-2 3Lohuizen, C.W.W. van, Kennen de RO en de MER elkaar? 4 34Lohuizen, C.W.W. van, Kun je leren van het buitenland?Het Is zo anders 3 32Lohuizen, C.W.W. van, Naschrift 6 45Lohuizen, C.W.W. van, IJ-oevers: oeverloos of aangeland? 5 35Mastop, J.M., Ruimtelijke beleidsvoering; werken aan om-gevingsbeleid E-2 10Meertens, M.J.M., F. Kuyken en A.C.M. van der Pas, Voor-beeld of voorbeeldig? E-1 4Montfort, A.J.G.M. van, Gemeentelijke woonruimteverde-ling in de praktijk 4 16Mourmans, W.P.J., Belstato: de trechterendeturbo-rups.. 1 3Mulders, G.M. en J.A. van Heel, Het nieuweverval 1 42Musterd, S. en H. Priemus, Volkshuisvesting in Europa ... 4 40Nauta, CM., F.B.M. Solleveld en J.P.T. Renkema, Mobili-teitstoets voor bedrijvenlokaties 2 4Needham, B., Investeringsstrategieen 3 23Nelissen, J.L.H. en J.P. Bos, Maasoeverplan Roermond 36Pas, A.C.M. van der, F. Kuyken en M.J.M. Meertens, Voor-beeld of voorbeeldig? E-1 4Priemus, H., Aanpak naoorlogse wijken; is de rol van de ge-meente na 1991 ultgespeeld? E-1 20Priemus, H. en S. Musterd, Volkshuisvesting in Europa ... 4 40Puts, P.H.M., Focus op de Delta 1 21Raaijmakers, S.F.J.M. en Th.A.M. Beckers, Ruimte voortijd;urgentievantijdrulmtelijkonderzoekenbeleid E-2 31Raaymakers, P.W.A.M. en H.C. Jansonius, Natuur enstadsuitbreiding 6 4Reh, W., J. Brouwer en I.T. Klaasen, Ruimtelijke investe-ringsstrategieen 3 25Reitsma, D.,Overhedenstrategischonderweg? 1 11Renkema, J.P.T., F.B.M. Solleveld en CM. Nauta, Mobili-teitstoets voor bedrijvenlokaties 2 4Rongen, M.J.Th. en A. Elbers, Gemeentelijk woningvoor-raadbeleid en KWR 3 27Sabee, R., J.B.Th. van Dam, en V.A.M. Verberk, HaagseEG-conferentie over RO 1 37Santen, C van en A.J. Hansen, Over lichtvervuiling 2 28Smaal, P.A. en T.J.M. Spit, Ruimtelijke dynamiek 2 26Solleveld, F.B.M., CM. Nauta en J.P.T. Renkema, Moblli-teitstoets voor bedrijvenlokaties 2 4Spape, C.L.C.M., B. Bach en G.J.N. Folgerts, Fietsenonder dak in Utrecht 6 32Spit, T.J.M. en P.A. Smaal, Ruimtelijke dynamiek 2 26Stouten, P. en K. van der Flier, Onderzoek naar naoorlogsewijken 4 22Straaten, J. van der en H.J.M. Corstens, Gegevensorde-ningindero 4 36Terpstra, P.R.A., Stedelijke vernieuwing en werkgelegen-heidsbeleid 2 15Tersteeg, V.C.F. en J.H. van der Vegt, De praktijk van hetlocatiebeleid 5 37Teule, R., H. Heeger en G. Hilkhuysen, Sleutelen aan destadsvernieuwing 1 4Thoenes, P., Extrapolatie van individualiserende emanci-patie; 2092, oude telling E-2 38Vegt, J.H. van der en V.C.F. Tersteeg, De praktijk van hetlocatiebeleid 5 37Verberk, V.A.M., J.B.Th. van Dam en R. Sabee, HaagseEG-conferentie over RO 1 37Verdaas, J.C en L. van Damme, Een reactie op Maasoe-verplan Roermond 3 39Verhees, F. en A.A.J. Boots, Mobiliteitsbeleid en bestem-mingsplan 2 33Vegt, J.H. van der en R.H.N. Buiskool, Op zoek naar ruim-telijk onderzoek E-2 48Velde, J. van der, Nogmaals hettoetsingsplan 2 30VIRO-werkgroep, De dubbelstad: een kwestie van kiezenofdelen 1 39Voordt, D.J.M. van der, Naschrift. Aanpasbaar bouwen -wonen voor iedereen! 1 35Voskamp, J.H. en P.G.C Baetsen, Etnisch ondernemen inRotterdam-Zuid 3 15Wallagh, G.J. en N. van der Heiden, Hudig-penning voorRoeldeWit 6 38Wegen, H.B.R. van, CIAM en sociaal veiligontwerpen E-1 36Westra, H., Ongeordende volkshuisvesting? 5 3Wigmans, G., Grondbeleid in regionaal perspectief 5 17Wigmans, G., Grondexploitatie en stedelijke afwegingen . 5 23Witsen,J., Derelatietussen ruimtelijkeordening en milieu 4 42Wittenberg, F., Bereikbaarheidsprofielen van NS-stations 2 10Yap, H.S. en J. Kleine, Ruimtelijke perspectieven voor Gro-ningen 5 29Zandstra, A.T., Beleidsvrijheid, Werkdruk, Snelheid 4 38Zandstra, A.T., Rijk verantwoordelijk voor volkshuisves-ting? 6 41Zegveld,W.C.L., Economisch-technologische vernieuwing E-2 30Zinger, H.A.P. en H. Hoeflaak, Externe integratie in deruimtelijkeordening 6 10InhoudDENKRAAM3 Herr Stadtdirektor wo sind Sie?H. DckkerARTIKELEN4 De kunst van complexe besluitvormingG.K. Teisman enF.H. HartogBij stedelijke vernieuwingsprojecten zijndiverse partijen hetrokken die alle strategischbelang hebben bij bet project, maar geen vanalle in staat zijn de ander tot medewerking tedwingen. Teisman en Hartog bieden eenaantal handvatten die een nieiivv licht werpenop de kiinst van het beslissen.11 Investeren in infrastructuurF. Bruinsma en P. RieweldTot nu toe is er weinig kwantitatief onderzoekverricht naar de structurerende werking vaninfrastructuur. Bruinsma en Rietveld zijn eenvan de eersten die juist hieraan aandachtbesteden.18 STOUT STUKJEP.C. Vert19 Nieu^ve bestemmingsplannenL. van Damme,].M. MastopenJ.C. VerdaasIn 1986 is de Wet op de Ruimtelijke Ordeninggewijzigd om bestemmingsplannen globaler,flexibeler, pragmatischer en slagvaardiger temaken. Van Damme en anderen hebbenonderzocht of dit ook daadwerkelijk gebeurd.26 Ruimtelijk milieubeleid kan meer sturenChJ.C.M. MartensDe druk op de gemeentelijke ruimtelijke orde-ning neemt toe om haar steen bij te dragenaan het milieubeleid. Dit betekent dat eennieuwe kijk nodig is op het planologischinstrumentarium en dat de beleidspraktijk zalmoeten veranderen.32 VAKGENOTENH. van der CammenSIGNALENVOLKSHUISVESTING33 Woningbehoefte hoger dan verwachtH.E. GordijnBESTUUR EN RECHT37 Koninklijk Besluit Buitengebied WinterswijkM.E.F.M. Schaepman enCJ.A. ScheepersPLANOLOGIE40 Vervoer in bewegingC.W. Wali van LohuizenUIT DE RARO42 Zelfevaluatie 1987-199243 Milieu-effectrapportage44 Locatiegebonden subsidiesUIT DE RAVO45 Locatiegebonden subsidiesINGEZONDEN46 Cascoplan Gelderse Vallei: een andere kijkF. A. van Doom en C.M. Brunner47 UNIVERSITARIA48 ALGEMENE LEDENVERGADERINGNIROV 1992Stedebouw enVolkshuisvesting74e jaargang 1993 nr. 1Orgaan van het NederlandsInstituut voor RuimtelijkeOrdening en VolkshuisvestingEen uitgave vanDELWEL Uitgeveri] B.v. insamenwerking met het NIROVVerschijnt zes maal per jaarRedactie:Ir. J. BrouwerIr. H. DekkerMr. A.Ch. FortgensDr. H.J.M. GoverdeIr. P.C. GroenDrs. R. te GrotenhuisMr.ir. A.W. HartmanMw.drs. I.T. KlaasenIr. W. RehDrs. P.W.A. VeldMw.mr. Y. de VriesIr. H. WestraRedactiesecretariaat:Drs. R. te GrotenhuisI. Steenhoff-BoogersRedactie, administratie enpublikaties ter recensie:Mauritskade 21,2514 HD Den Haagtelefoon 070 - 346 96 52Richtlijnen voor auteurs:Auteurs van artikelen en boek-besprekingen kunnen op hetredactiesecretariaat "Richtlij -nen voor auteurs aanvragen".Advertentie-exploitatie:DELWEL Uitgeverij B.v.Alexanderstraat 26Postbus 191102500 CC 's-Gravenhagetelefoon 070-362 48 00telefax 070 - 360 54 36Advertentieverkoop:Eric Noordamtelefoon 070-362 48 00Vormgeving:Ariej. LandmanUitgeverDrs. A.F. Westcrhofaangesloten hijNOTU-grocp vak-vAKTUDscHRiFTEN ! tijdscKriftenAfbeelding omslagBaNK-gehieJ, Den Haag(toto Gcmccntc Den Haag, Dicnst Rto)Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 nummei" 1Rijkshogeschool IJselland verzorgt hoger beroepsonderwijs in 18 verschillende opieldingen verdeeldover de afdelingen: Techniek, Economie, Gezondheidszorg, Personeei. Arbeid en Pedagogiek. Dehogeschool, met zo'n 4600 studenten en 450 personeelsleden, is gevestigd in de fraaie l-lanzestadDeventer. Door de komst van nieuwe opieidingen (zowel in voltijd als deeltijd) zai het aantal studie-mogeiiikheden de komende jaren verder groeien. Daarnaast verzorgt IJseliand diverse cursussen enverieent zij diensten aan bednjven en insteilingen. Dit gebeurt mede vanuit haar nevenvestiging inApeidoorn.RIJKSHOGESCHOOLJSELLANDHet personeelsbeleid van dehogeschool is gericht op gelijkekansen voor mannen en vrouwen.Ter bevordering van een even-wichtige man-vrouw verlioudingin de organisatie wordt vrouwenuitdrukkeiijk verzoclit te sollicite-ren.Kinderopvang is aanwezig.De wervings- en seiectieprocedu-re is gebaseerd op de iJseiiandsesollicitatiecode. Deze kan opaanvraag warden toegezonden.In augustus 1992 is binnen deafdeling Hoger TechnischOnderwijs de studierichtingMilieuplanologie gestart.De studierichting Milieuplanolo-gie is een vierjarige Planologieopieiding die zich inhoudelijkprofileert op de afstemming:Ruimtelijke ordening - Milieu-beleid en onderwijskundig door"de werkplaats". "De werkplaats"functioneert gedurende alle vierde opieidingsjaren als een piekwaar studenten en docentensamen werken aan vraagstukkeningebracht door de praktijk.Daarnaast volgen studentenhoorcolleges, werkcolleges,practica, thema- en projecton-derwijs.De studierichting Milieuplanolo-gie vormt met de studierichtingenMilieukunde en Milieuchemie hetcluster Milieu-opleidingen van deafdeling HTO.In verband met de verdere groeien ontwikkeling van de studie-richting Milieuplanologie bestaaner binnen de vakgroep Planologiede volgende vacatures:docentstedebouwkunde(m/v; 0,4 - 0,8 weektaak,vacaturenummer 93035)docentlandschaps-architectuur(m/v; 0,4 - 0,8 weektaak,vacaturenummer 93040)taak- het verzorgen van onderwijs ophet gebied van ruimtelijkontwerpen/ ruimtelijke inrichtingen planvorming bij de studie-richting Milieuplanologie;- het verder vormgeven aan deinbreng van stedebouw respec-tievelijk landschapsarchitectuurin het onderwijsprogramma vande studierichting Milieuplanolo-gie, resulterend in de ontwikke-ling en uitvoering van nieuweonderwijsmodules;- het verzorgen van onderwijs inaanverwante vakgebieden(bijvoorbeeld stadsgeografie encultuurlandschapsgeografie) bijde studierichtingen Milieuplano-logie en Milieukunde;- het begeleiden van studenten in"de werkplaats" (waarbijinbegrepen stages en afstu-deeropdrachten) en het functio-neren als projectleider voorexterne opdrachten in "dewerkplaats";- het participeren in de ontwikke-ling en uitvoering van postHBO-ondenA/ijs.gebodengevraagd een academische opieiding (ofanderszins verkregen vergelijk-baar niveau) in de stedebouw-kunde respectievelijk land-schapsarchitectuur; goed kunnen functioneren inteamverband (vakgroep);? goede didactische en commu-nicatieve (mondelinge enschriftelijke) kwaliteiten; onderwijskundige creativiteit; enkele jaren werkervaring ophet gebied van planvorming(zo mogelijk op het grensvlakr.o.-milieu) en een goed enactueel overzicht van deontwikkelingen in het werkveld.- indiensttreding zo spoedigmogelijk;- het salaris bedraagt minimaal/ 3566,-(schaal 10 BBRA) enmaximaal / 7832,- (schaal 12BBRA) bruto per maand bij eenvolledige weektaak. Bij debepaling van het aanvangs-salaris wordt rekening gehou-den met het laatst genotensalaris;- De taakomvang van beidevacatures gezamenliik bedraagt1,2 weektaak. Het streven is, inoverleg met de kandidaten, tekomen tot een ? 0,8 - 0,4verdeling. Daarbij wordt voorde 0,4 weektaak gedacht aaniemand die zijn of haar docent-schap combineert met eenfunctie elders (bijvoorbeeld bijeen adviesbureau). Een andereverdeling (bijvoorbeeld 0,6 - 0,6)wordt echter niet uitgesloten.Kandidaten wordt gevraagd degewenste taakomvang in hunreactie kenbaarte maken.reactiesVoor nadere informatie over defuncties kan contact wordenopgenomen met de heerIng. I. Martens, voorzitter vande vakgroep Planologie,telefoon 05700 - 20907 (tst. 442).Uw schriftelijke reactie kunt u,onder vermelding van een van devacaturenummers, voor23 februari 1993, richten aan:RIJKSHOGESCHOOLIJSELLANDT.a.v. directieHoger Technisch OnderwijsPostbus 3577400 AJ DeventerIJseliand: voor een toekomst in goede banenHerr Stadtdirektor wo sind Sie?DenkraaBegin September ben ik samen met het hoofd van de sectorOntwikkeling en Werken van de gemeente Tietjerkstra-deel een weekend naar Kassel geweest. Tijdens de rit hebbenwe gesproken over hoe het verder moet met de ruimtelijkekwaliteit van de Nederhindse Nederzettingen. 's Zondags zijnwe nog even iiitgestapt in Warburg. Dwalend door zo'n gaafDuits stadje hebben we jaloers geconstateerd dat de Duitse sa-menleving zich weer bewust is van het feit dat D.A.L.O. geenpapieren tijgcr is die in nota's te voorschijn wordt getoverd:Nee, de DAgelijkse LeefOmgeving kan niets anders zijn danhet werk van mensen van vlees en bloed. Daar moet een lei-dend beginsel aan ten grondslag liggen en een leidende hand.Waaraan dreigt het in Nederland fout te gaan? De reorga-nisatiegolfdie over de ambtelijke apparaten van de Ne-derlandse Nederzettingen heeft geraasd, heeftkind en hadwater door het schrobputje ge-spoeld. Vanaf nu moeten sector-hoofden inbijbehorende managementteams beslissenover die DAgelijkse LeefOmgevii-ig. Het gees-teskindje dat is weggespoeU heet: het VisueleGeweten van de Nederzetting.Ga maar na:We leven in de tijd van de angstige milieu- rim-ram, de strate-gienota's, de beleidsplannen, de markt- en klantgerichtheid,en de hestuursgevoeligheid. Deze periode komt na het bou-wen-voor-de-buurt, de haalbaarheids-, de participatie-, dekleinschaligheids- en de fijnmazigheids-euforie. Het huidigetijdsgewricht wordt gekenmerkt door afweging van belangen,publiekprivate samenwerking, economische haalbaarheids-en kringloopachtige duurzaamheidsdogma's, maar al deze hy-pocrisie wast niet weg dat toch iemand in zo'n Nederzettingcog moet hebben voor de visuele kant van de ruimtelijke kwa-liteit. Zo'n zeven jaar geleden heb ik daar samen met anderende term BEELDKWALITEIT voor uitgevonden.Als bijna vijfhonderd mensen, zoals 11 november jongstle-den, op bedevaart tijgen naar de Lebuinuskerk in Deventerom het nieuwe fenomeen BEELDKWALITEIT te aanschouwen,dan moet er een geloofshonger zijn die een nieuwe reformatielijkt aan te kondigen. Zijn de gemeenten daar rijp voor?Nee.Het organisatorisch voorgebakken compromisklimaat waarinonze gemeenten moeten opereren onder leiding van het inhet denken over kwaliteit ongeschoolde hoofd van het eerdergenoemde managementteam blijkt nauwelijks vruchtbaar tezijn! AUe beeldkwaliteits-beleidsnota's, alle beeldkwaliteits-paragrafen en daarop gebaseerde regie-aan-wijzingen ten spijtzal toch in het hoofd van een iemand het gevoel voor kwali-teit moeten worden belichaamd.Wij kennen de figuur van de Duitse Stadt-Direktor nietmeet. In plaats daarvan opereren nu bedrijfsmatig opge-leide burocraten met een produkt- en klantgerichte instellingdie kennis hebben van managementtechnieken en van geau-tomatiseerde gegevensverwerking.Geen Stadt-Direktoren. "Ja, maar Henk" zo sprak mijn reisge-noot, "beschrijfnou eens het profiel van zo'n HoUandse stads-directeur!" "Allereerst, Jan Doede, lijkt die op jou. Het is ie-mand die tussen het zetten van parafen door ineens op de ach-terkant van een suikerzakje schetst dat de stoeprand in deDorpsstraat beter een gewone molsgoot kan zijn, die met eenklein rood potloodje straatkolken tot leestekens maakt, diedoor een lantaarnpaal en een boom om te wisselen die straatineens in een oase verandert!" Ik vervolgde: "Hij moet eenpaar goeie ogen in zijn kop hebben, een heleboel overzicht enuiteindelijk een professioneel overwicht". Ik sprak verder:"Dat moet hij allemaal hebben, maar wat hij moet zijn, is: hetVisuele Geweten. Geen beeldscherm kan op tegen dat dwin-gende kleine rode potloodje, geen paraaf heeft meet invloeddan dat kleine suikerzakjes-krabbeltje!"mAls je een Nederzetting beschouwt als eenlevend wezen kan het bewustzijn van hetuiterlijk van dit wezen niet anders dan in hethoofd van een iemand, die verantwoordelijkgenoeg is, worden belichaamd. Het is toch tegek dat het stadsontwerp wordt overgelatenaan A3-bundels brakende projectontwikke-laars of aan onderbetaalde ontwerpslaven.Een hoofd, een hand, een leidende gedachte.Het klinkt autoritair, dat is het ook. Waarom zou onze demo-cratie niet gewoon legitimatie bieden aan degenen die bunvak verstaan en dat met liefde en toewijding willen bedrijven?Onze vormgevings-organisatie is er een die van de lekkerstebiefstukken onmiddellijk middelmatig gehakt draait, onderhet mom van zo te zien gerechtvaardigde doelen als maat-schappelijke en economische haalbaarheid.Let op:Kwaliteit en duurzaamheid liggen in elkaars verlengde. Vorm-geving die het gevolg is van de waan van de dag is feitelijk hetop de slachttafel leggen van het consistente beeld dat leidt totdie ene herkenbare ansichtkaart, tot die ene plek waar de ou-deren een praatje maken, en tot dat donkere hoekje dat bijvrijende paren zo geliefd blijkt te zijn.B;i ij het opstellen van ons beeldkwaliteitsplan werden mijn'wethouder en ik ons ineens bewust dat het benoemen vankwaliteit niets anders is dan het smeden van een hechte ket-ting, waarvan de eerste schakel die is van het formuleren vanje ambitie-niveau, de laatste schakel die van het toezicht op -en de handhaving in - de bebouwde omgeving en de openbareruimte. Daartussen zit de afstemming met de milieu- en infra-makkers, het architectuurbeleid, het preventieve en curatievewelstandstoezicht, uiteraard de vormgeving en inrichting zelf.Kettingen zijn niet sterker dan de zwakste schakels.En wie kan beter namens de gemeenschap, waarvan de Ne-derzetting het symbool schaal 1 op 1 is, voortdurend controle-ren op mogelijke metaalmoeheid dan de stads-directeur diewe door de reorganisatorische zijdeur hebben laten vertrek-ken. Herr Stadt-Direktor' sind Sie?Ir. Henk Dekker, hoofd Ruimtelijke Ordening,sector Stadsontwikkeling, gemeente Zeist.Stedebouwen Volkshuisvesting 1993 niiinmer 1De kunst van complbesluitvormingde casus Den Haag Nieuw CentrumHet realiseren van stedelijke verniewingsprojectenis een uitdagende hesluiwormingsopdracht. Omdathierbij diverse partijen zijn hetrokken, die alle he-lang hebben bij het project, maar geen van alle instaat ziJTi de andere tot medewerking te dwingen,beschouwen wij deze activiteit als een kunst. Hetgaat erom actoren beslissingen te laten nemen tengunste van het investeringsproject. Wij introduce-ren enkele bestuurskundige begrippen om eennieuw licht te werpen op de kunst van het beslissen.Dr.ing. G.R. TeismanVakgroep Bestuurskunde,Erasmus Universiteit Rotter-dam.Drs. EH. HartogStudeerde in 1991 af als be-stuurskundige. Hij vervultthans zijn militaire dienst-plicht.Nederland is niet door god, maar door deNederlanders zelfgeschapen. Met deze, uiteen mengeling van verwondering en be-wondering voortkomende, ontboezeming gevenbuitenlanders lucht aan de in hun ogen specifiekNederlandse aandacht voor de ruimtelijke vorm-geving. Toch is de naam die Nederlanders hebbenals vormgever van de fysieke omgeving niet meerhelemaal terecht. De ruimtelijke investeringen,met name in de steden, blijven achter in vergelij-king met omringende landen. Dit geldt voor zowelde publieke als de private investeringen.De geringe animo om te investeren is een achilles-hiel van de Nederlandse economic. Dit wordtsteeds meer erkend. De rijksoverheid heeft hetABC-locatiebeleid ontwikkeld, in een poging omde publieke investeringen te concentreren op aan-trekkelijke Al-locaties, de zogenaamde sleutelpro-jecten. De beleggers constateren dat er in Neder-land nauwelijks plekken zijn te vinden, methuurprijzen die kunnen concurreren met buiten-landse stedelijke gebieden. Dat bemoeilijkt hetbehalen van vastgoed-rendementen die gunstigerzijn dan die in minder risicovoUe sectoren, zoals deobligatiemarkt of de deposito-stortingeni.De opdracht is door complexe besluitvorming dus-danig gunstige voorwaarden te ontwikkelen dat debenodigde financiele middelen beschikbaar ko-men. Wij gaan ervan uit dat de gunstige voorwaar-den geschapen worden indien de partijen in eenproces van doorgaande interactie komen tot gemeen-schappelijke situatiedefinities. Dit proces is te organi-seren door gerichte koppelingen te creeren tussende diverse actoren in het netwerk en tussen de con-figuraties van actoren, waarbinnen over deelpro-jecten wordt besloten. Koppelingen zijn te leggendoor cognitieve en sociale intervendes van een derdepersoon, de zogenaamde koppelaar. Met behulpvan deze begrippen analyseren wij de casus DenHaag Nieuw Centrum.Den Haag Nieuw CentrumEen van de 11 sleutelprojecten is het project DenHaag Nieuw Centrum (DHNC). Het project is in1990 ontstaan door een aantal losse planonderde-len samen te voegen. De kern van het projectvormt het BaNK-gebied (het gebied ingeslotendoor Babylon en de Nieuwe Kerk, zie figuur I),waar vooral kantoor- en cultuurvoorzieningen totontwikkeling zijn, worden en zullen worden ge-bracht. Daaraan gekoppeld is het warenhuisgebiedrondom de Grote Marktstraat. Dit gebied vraagt,gezien het afnemend aantal bezoekers, om eenforse upgrading. Aansluitend op het BaNK-gebiedbiedt de locatie cs-station een aantrekkelijke mo-gelijkheid voor nieuwe kantoorgebouwen. Dit ge-heel van functionele deelprojecten wordt in hetDHNC ondersteund door plannen voor een aantalgrote infrastructurele werken, zoals de ondertun-neling van de Grote Marktstraat, de verminderingvan de barrierewerking van het Spui en de onder-tui"ineling van het kruispunt Rijnstraat/Konings-kade.Het project is in de ogen van de betrokken par-tijen geschikt om het predikaat A1 te verwerven.Stedebouw tn Volkshuisvesting 1993 nummer 1VROM.TERMINALSTADHUISEUROPANTHEATERCENTRUM1 kantoor 80.000 begin '89 medio '922 kantoor 19.000 begin'89 medio'913 kantoor 89.000 medio '90 medio '94bibliotheek 13.0004 woningen 125 st. eind'91 medio'93winkels 9005 cultuur 3 zaien eind '90 eind '91woningen 72 st.35065350p.m.p.m.Figuur 1. Overzicht van hetplangebied (links de GroteMarktstraut, onder het PrimBernhardviaduct en rechtsBabykm).Bron: Gemeente Den Haag,Dienst REO.De kernvraag is dan hoe deze A1-status te bereikenis. Ervaringen in het verleden maken duidelijk datdit niet bij wet of vaststeUing van de VINEX alleenkan worden afgedwongen. Realisatie van de AI-status hangt af van een groot aantal besUssingen,die verschilleiide organisaties zuUen moeten ne-men. Hoewel velen het idee van een gemeen-schappelijke aanpak als wenselijk omschrijven,gaapt er een kloof tussen wens en feit. Deze kk^ofbestaat omdat het bestuurUjke management vandit soort projecten een omvangrijk en moeilijk teorganiseren aaiigelegenheid is. Tientallen jarenmoet worden gewaakt over de kwalitatieve ont-wikkeling van het gebied, over de economischehaalbaarheid en over de politieke en maatschap-pelijke wenseUjkheid.Door kcnnis te nemen van de verschillende besUs-singen die nodig zijn om het project te Uiten sla-gen, en kennis te nemen van de actoren die dezebesUssingen moeten i"iemen en door inzicht te krij-gen in de definitie van de actoren over de ge-wenste ontwikkeUng van het OHNC, wordt ons in-ziens een gunstige voorwaarde geschapen om hetkingjarigc proces op de rails te zetten en te houdcn.BesUssen als situatie'definiering111 het BaNK-gebied spelen vier partijen een voor-name rol: de geineeiite Den Haag; het Ministerievan VROM, met name de Rijksgebouwendienst(RGD) en de Rijksplanologische Dienst (RPI3), hetMinisterie van Financien, met name de DienstDomeinen; de nv Nederlandse Spoorwegen (NS)en het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP).In het warenhuisgebied zijn te onderscheiden: degroot-winkelbedrijven; projectontwikkelaars; be-leggers; het Ministerie vaii Verkeer en Waterstaat(v&w), met name bij de ondertunneling van deGrote Marktstraat en de gemeente Den Haag.Deze partijen onderhouden een netwerk van rela-ties met elkaar. Binnen dit netwerk nemen de par-tijen besUssingen, die in onderlinge opeenvolginghet besluitvormingsproces bepalen. Onze stellingis nu dat naarmate de beslissingeii beter in elkaarsverlengde liggen, er in de besluitvorming meervooruitgang wordt geboekt. Of zij in elkaars ver-lengde liggen hangt af van de mate waarin degenedie de beslissing genomen heeft, zich daarbij geba-seerd heeft op voorafgaande besUssingen (van an-dere partijen) en van de interpretatie die de an-dere partijen geven aan de beslissing. Betrokkenpartijen kennen betekenis toe aan eigen en ander-mans besUssingen op basis van de door hen gehan-teerde situatiedefinitics. Eei"i situaticdefinitie is deselectieve kijk van een partij op het project, de be-tekenis van het project voor de (doelen van) dezepartij en de mate waarin bij voor het bereiken vande eigen doelen afhankelijk is van anderen.Omdat veel partijen de situatie in eerste instantievooral definiren vanuit de eigen vertrouwde con-text, start de besluitvorming vrijwel altijd met eenStedebouw L')i Volkshuisvesting 1993 nummcr 1Complexe besluitvormingFiguur 2. Actoren en hun si-tuatiedefinides bij de besluit-vorming over het DHNC.Bron: Eigen onderzoek.grote varieteit aan situatiedefinities.Om de besluitvorming beter te begrijpen is hetnodig de verschillende situatiedefinities in kaartte brengen en na te gaan in hoeverre er op basisdaarvan sprake is van partijen die gemeenschap-pelijke situatiedefinities hanteren. Als dit hetgeval is spreken wij van een configuratie. Een con-figuratie duidt op een groep van personen of par-tijen die overeenstemmen qua waarden en nor-men en veelal met elkaar interacteren. Zo kanbijvoorbeeld een groep beleggers een configuratiezijn, maar ook een raad van bestuur of een stuur-groep van een projectteam. Op basis van een uit-gebreid onderzoek hebben wij de partijen die be-trokken zijn bij de besluitvorming over het DHNCingedeeld in belangenconfiguraties {figuur 2).hoogmate vanpubliekbelanghoogmate vanprivaat belangin het ver*leden is ge-probeerd omdoor centraleplanning tekomen totbesluit'vormingZo'n indeling geeft aan dat er partijen participerenvan wie de motieven op voorhand niet zondermeer met elkaar in overeenstemming zijn te bren-gen. Besluitvorming is nodig om alsnog overeen-stemming te bereiken. Besluitvorming wordt doorons niet geconceptualiseerd als het vaststellen enuitvoeren van een plan, maar als een proces, daterop gericht is partijen hun eigen situatiedefinitieszo te laten herformuleren dat zij hun beslissingenop elkaar afstemmen. Wij veronderstellen dat si-tuatiedefinities dankzij interactie veranderen endat daarmee ook de inhoud van hun beslissingenwijzigt. Het geheel van beslissingen geeft de rich-ting aan, waarin de besluitvorming zich begeeft.Zolang deze zich in een richting begeeft die voorbetrokken partijen bevredigend is, kunnen wespreken van een doorgaande interactie. Het be-grip doorgaande interactie is daarmee een ijkpuntvoor de kwaliteit van de besluitvorming. Het (on-bewust) hanteren van verschillende situatiede-finities voor een bepaald onderdeel van het pro-ject of voor de manier waarop het project gere-aliseerd moet worden, is een belangrijke oorzaakvoor het vertragen of mislukken van besluitvor-ming. Het is om deze reden dat het streven naargemeenschappelijke situatiedefinities in feite dekern is van succesvoUe besluitvorming.Hoe bantering van verschillende situatiedefini-ties, gevoed door belangen, die organisaties en in-dividuen behartigeni, een ontwikkeling kunnenbeinvloeden, is te illustreren met twee praktijk-voorbeelden. De eerste geeft aan hoe situatiede-finities voor het gehele project kunnen verschil-len. Het tweede geeft aan hoe verschiUen insituatiedefinities voor projectondelen of bepaaldeaspecten van het project tot blokkering van be-sluitvorming kunnen leiden.De gemeente streeft bij het project DHNC naar in-tegraliteit. Zij wil de maatschappelijke problemenwaar de Haagse binnenstad mee worstelt (vervalkern-winkelgebied, onvoldoende voorzieningenopenbaar vervoer, matige bereikbaarheid) aan-pakken. De aanpak bevat enkele kostbare voorzie-ningen, die op zich niet direct winst opleveren.Een hoge return on investment daarentegenmaakt een project voor beleggers interessant. Degemeente en de private partijen zitten op verschil-lende "golflengten": de eerste hanteert ruimtelijk-stedebouwkundige doelen, de tweede financielemotieven. Of tussen de twee genoemde motieveneen onoverbrugbare spanning ontstaat, hangt afvan de wijze waarop de gemeente het begrip inte-graliteit invult en de wijze waarin de belegger syn-ergie denkt te halen uit andere onderdelen van hettotale project.In de casus DHNC zijn deze verschiUen zichtbaar inconcrete aspecten van de invuUing van het ge-bied. Zo is de gemeente voorstander van onder-gronds parkeren, van woningen boven winkels envan een concentratie van kantoren in het BaNK-gebied. Private partijen willen functies met eenhoog economisch rendement zoals parkeren in hetpand, ontsluiting op maaiveld en geen woningen.Wij achten het van belang om de continu optre-dende verschiUen in situatiedefinities vast te stel-len en ze als legitiem te beschouwen. Het organi-seren van de besluitvorming moet erop gericht zijnom de algemene situatiedefinities zichtbaar temaken en aan te geven hoe deze leiden tot ver-schillende concrete situatiedefinities.Complexe besluitvormingDe vraag is nu hoe om te gaan met interorganisa-torische besluitvormingsprocessen, zoals over hetDHNC. Wat te doen met de participatie van diverseorganisaties met verschillende situatiedefinities,die door de tijd been aan verandering onderhevigStedebouw en Volkshuisvesting 1993 nummer 1zijn? In het verleden is geprobeerd om tot besluit-vorming tc komen door centrale planning. Decharme van dit soort opvattingen is dat er op enigmoment ergens een gezaghebbend besluit wordtgenomcn, waar andere partijen zich vervolgensaan hebben te houden. Deze aanpak is echter omverschiUende redenen niet haalbaar bij stedelijkeprojectontwikkeling.Ten eerste is er geen organisatie die dit gezagheb-bende besluit kan nemen. Ook als het kabinetmorgen besluit dat het DHNC een Al-locatie moetworden is daarmee nog niet verzekerd dat dit ookdaadwerkelijk wordt gerealiseerd. Als de privatepartijen weigeren te investeren of als het Ministe-rie van Verkeer en Waterstaat tegelijkertijd meentdat infrastructurele projecten door private midde-len gefinancierd moeten worden, komt er alsnogniets van het centrale besluit terecht.Ten tweede, en minstens zo belangrijk, is de con-statering dat er geen organisatie bestaat die allemogelijkheden en belemmeringen voor het DHNCvoor de komende 10 jaar kan overzien. Het is dusonverstandig om alle ideeen die er nu bestaan vastte leggen in een plan dat pas in de volgende eeuwzijn voltooiing zal kennen.Perspectiefrijker is een benadering die ervan uit-gaat dat:- de verschilleride betrokken partijen hun eigenrelevante kennis van zaken hebben;- een bevredigend project alleen te realiseren iswanneer deze partijen tijdens het langjarige be-sluitvormingsproces hun inbreng kunnen. heb-ben (win-win situatie);- besluitvorming een proces van doorgaande in-teractie en van stapsgewijze beslissingen is,waarbij het project steeds meet invuUirig krijgt.In onze optiek moet aan doorgaande interactieeen belangrijke rol worden toegekend, meer danaan centrale sturing. Door doorgaande interactiekunnen partijen andere op de hoogte stellen vanhun opvattingen over de gewenste ontwikkelin-gen van het project, kunnen partijen kennisnemen van de opvattingen van andere partijenover de gewenste situatie en kunnen ze pogingenondernemen hun opvattingen op basis daarvan zote herformuleren dat de verschiUende situatiede-finities combineerbaar blijken. Besluitvormingwordt dan niet langer beschouwd als het voorbe-reiden, vaststellen en uitvoeren van een plan,maar als een proces waarbij betrokkenen vaststel-len wat ze willen op basis van kennis over wat an-deren willen en wat op basis daarvan op een be-paald moment haalbaar is. Zodra betrokkenenover een bepaald onderdeel verenigbare opvattin-gen hebben kunnen ze tot een gezamenlijk besluitkomen: zij hanteren een gemeenschappelijke situ-atiedefinitie.Om doorgaande interactie mogelijk te maken,moeten er koppelingen oritstaan en onderhoudenworden tussen de verschiUende actoren in het net-werk rondom DHNC en tussen de verschiUendeconfiguraties van actoren, die zich formerenrondom de deelprojecten. In tegenstelling tot detraditionele planningsopvatting, is het ons inziensonverstandig te verwachten dat een centraal coor-dinatie-centrum deze koppelingen tot stand kanbrengen. Koppelingen kunnen worden gemaaktdoor vertegenwoordigers van twee organisaties,door een vertegenwoordiger van een organisatie,die daarvoor is vrijgesteld en ook erkend wordt alsgesprekspartner door de andere partijen of dooreen derde partij, die door beide partijen wordt ge-accepteerd als een betrouwbare koppelaar.Als alle koppelingen in een netwerk tot stand zijnMaquette van het plangehied.Boven bevindt zich het Cen-traal Station, in het midden hetnieuwe Stadhuis en onder deCrote Marktstraat. (foto Ge-meente Den Haag, DienstREO).Stedebouw en Volkshuisvesting 1993Complexe besluitvormingnieuweoptiek:doorgaandeinteractiebelangrijkerdan centralesturingeen nieuwepartij kanverstarde ver-houdingendoorbrekengekomen en ook blijken te functioneren ontstaatals het ware een functionerend communicatienet-werk, dat het mogelijk maakt om stap voor stap he-slissingen te nemen over onderdelen van het pro-ject, zonder dat:- de achterliggende strategische doelen van be-trokken partijen (gemeente wil functionerendebinnenstad, het Rijk wil aantrekkelijke AI-UVcatie, de warenhuizen meer omzet en de beleg-ger wil hogere huurprijzen) uit beeld verdwij-nen.- de besluitvorming blokkeert, omdat een derpartijen meer wil vastleggen dan voor anderepartijen acceptabel is.Dat koppelingen de procesgang kunnen bevorde-ren, is met voorbeelden weer te geven. In DenHaag heeft de gemeente de rol van voortrekkervan het project op zich genomen. Naast partici-pant met een eigen belang, probeert zij ook dedoorgaande interactie te bewaken. Met nameomdat het grondgebied in het plangebied versnip-perd is, moet de gemeente op vele fronten gelijk-tijdig overleg voeren. De procesgang is structureelonzeker door de diversiteit in belangen en de re-gelmatige herdefiniering van deze belangen doorde betrokkenen. AUeen door iets te biedeii datpartijen met elkaar verbindt, is vooruitgang teboeken.In de casus DHNC heeft de introductie van hetplanelement "ondergrondse tramtunnel annexparkeergarage" een win-win situatie gecreeerd. Degemeente, de zelfstandige gemeentelijke dienstHTM en de warenhuizen zijn enthousiasme gaanopbrengen voor het plan. Een tunnel betekent eenupgrading van het gebied, zowel qua openbareruimte als bereikbaarheid. Door het ondergrondsparkeren kan de auto uit de Grote Marktstraat ver-dwijnen en krijgt de voetganger het "alleenrecht".Bovendien kunnen de auto's tot onder het waren-huis worden geparkeerd, wat volgens de onderne-mer voor de omzet aantrekkelijk is {zie figuur 3).De plannen voor zo'n tunnel zijn door (voor allepartijen geaccepteerde) externe bureaus onder-zocht en doorgerekend. Resultaten van deze on-derzoeken zijn geaccepteerd en vormden eenbelangrijke stap op weg naar een gemeenschappe-lijke situatiedefinitie. De uitkomsten zijn voor departijen redenen om door te gaan met de planont-wikkeling en daarmee was het gevaar van eenblokkade in de besluitvorming voorlopig gewe-ken.Een ander voorbeeld is te vinden in het BaNK-ge-bied. Daar is een blokkade in de besluitvormingontstaan, doordat de gemeente en de RGD voor deontwikkeling van het LaVi-kavel (het terrain om-sloten door de Herengracht, Zwarte Weg, Muzen-straat en Fluwelen Burgwal, waar oorspronkelijkeen nieuw Ministerie van Landbouw en Visserijhad moeten verrijzen) elkaar niet konden vinden.De RGD bezit het grootste deel van de grond. Degemeente wilde het terrein herontwikkelen, waar-bij het ABP als belegger zou optreden. Daarvoordiende de gemeente eerst de grond te verwerven.Een jaar lang werd het proces vertraagd, doordatde gemeente en de ROD geen overeenstemmingkonden bereiken over de bestemmingen en dedaaruit voortvloeiende grondkosten. Gemeenteen ROD hanteerden zulke verschillende situatiede-finities dat de interactie totaai vastliep.In dit soort verstarde verhoudingen is het aanhe-velenswaardig om een nieuwe (derde) partij te in-troduceren. Een workshop van architecten zorgdevoor een doorbraak in de planontwikkeling voorhet LaVi-kavel. Met de uitkomsten konden de be-trokken partijen; de gemeente, de ROD en het ABPhet proces voortzetten. Zij bereikten overeen-stemming over de invuUingen mede op basis vaneen onderzoek van makelaars. Wat de betrokkenpartijen niet konden bereiken, lukte wel door in-schakeling van derden: acceptatie van gemeen-schappelijke situatiedefinities.Doorgaande interactieDoor het geintroduceerde begrippenkader wordtde aandacht gericht op het bewaken van door-gaande interactie, in plaats van op de implemen-tatie van eigen plannen, waartoe nu veel partijenzich beperken. Het is op dit punt dat wij de verbe-tering van interorganisatorische besluitvormingzoeken. Ten eerste moet ervoor gezorgd wordendat er een platform bestaat voor interactie. Tentweede moeten er koppelingen gelegd worden tus-sen de actoren die op het platform actief zijn.Er zijn twee typen platforms denkbaar bij project-ontwikkeling: de nieuwe organisatorische een-heid waarbinnen diverse partijen hun inbrenghebben en de netwerkstructuur, waarbij diversepartijen vooral beslissingen nemen op basis vanbilaterale interactie.Bij het eerste type platform kan gedacht wordenaan een consortiumprincipe. Uitgangspunt hier-bij is dat de partijen in een speciale organisatori-sche eenheid participeren. Het consortium voorde ontwikkeling van de IJ-oevers, waarin de ge-meente en private partijen participeren, is daar-van een voorbeeld.Bij de netwerkbenadering is de verzelfstandigingvan een "aparte" organisatie niet aan de orde. Departijen zijn door afhankelijkheidsrelaties met el-kaar verbonden en maken daarvan gehruik omhun beslissingen op elkaar af te stemmen.Bij de besluitvorming over het DHNC is gekozenvoor een netwerkorganisatie. De reden hiervoor isStedebouwen Volkshuisvesting 1993 nummer 1?--~-^,.1I*- ' ' "^rl^^W^%I--^dat het grondbezit in het gebied zo versplinterd is,dat participatie van al deze partijen in een nieuwformed consortium niet wordt gezien als een haal-bare kaart. Samenhangend met het versnipperdgrondbezit en de bestaande erfpachtuitgiften, is erbij het DHNC sprake van zeer verschillendsoortigepartijen met tamelijk specifieke belangen. Muhi-lateraal overleg, zoals plaats zou kunnen vinden inde Raad van Commissarissen van een BV, kan dansnel tot een complete spraakverwarring zorgen.Dit bevordert de besluitvorming niet.Gegeven het netwerk-arrangement is bilateraaloverleg op informele basis de meest adequate stra-tegic. De integraliteit en de procesgang worden bijzo'n aanpak bewaakt door de spin in het web. Ditbetekent niet dat de spin daarmee de machtigepartij is. Daarvoor is zij te afhankelijk van midde-len van andere.Wei kan de spin in het web inschatten walk tempode diverse bilaterale interacties hebben en wat ditbetekent voor de ontwikkelingsmogelijkhedenvan diverse planonderdelen. Binnen de netwerk-structuur is het vervolgens mogelijk om per deel-gebied (dat vaak gekenmerkt wordt door eigenproblemen/mogelijkheden en dus ook een eigenconfiguratie van actoren) specifieke samenwer-kingsarrangementen te ontwikkelen. Zo vraagt dekantoorontwikkeling rondom het cs om een an-dere aanpak dan die van het warenhuizen-gebiedrond de Grote Marktstraat. De spin is dan de partijdie deelneemt in de verschillende configuratiesvoor deelgebieden en moet als zodanig de afstem-ming tussen beslissingen tot stand brengen.Deze aanpak houdt het risico in dat er alleen eenafstemming van situatiedefinities plaatsvindt tus-sen gemeente en andere partijen, maar niet tussende andere partijen onderling. Dit maakt het moge-lijk dat zij via de spin de kosten op de andere par-tijen afschuiven. De spin wordt dan platgedrukttussen "hebberige" partijen, die weinig rekeningmet elkaar wensen te houden. De besluitvormingkan dan eenvoudig blokkeren, niet omdat alle par-tijen dit willen maar omdat zij gefixeerd zijn op si-tuatiedefinities die zo ver uiteenliggen, dat de spindie onmogelijk met elkaar kan verzoenen.Om verstarring te voorkomen of indien deze op-treedt te doorbreken, moeten er koppelingen wor-den aangebracht tussen actoren en vervolgensworden onderhouden. Het koppelen kan de vormaannemen van sociale of cognitieve interventies'.Sociale interventies veranderen de samenstellingvan de configuraties van actoren. Cognitieve in-terventies zijn bedoeld om gefixeerde situatiede-finities van de actoren onder vuur te nemen. Beidevormen van interventie zijn crop gericht om ge-deelde situatiedefinities bij betrokken partijen tegenereren. Naarmate hiervan in sterkere matesprake is, zuUen de beslissingen van de verschil-Figuur 3. Impressie van detunnel onder de Grote Markt-straat.Bron: Gemeente Den Haag,Dienst REO.1A.A. Voogt, "Managen ineen meervoudige context",1990. De auteur zet hier eenmetliode van managen uit-een voor het creeren vancondities voor doorgaandeinteractie waarhij kenniswordt gevormd en veran-derd. Hij lieeft deze toege-past in de private sector.Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 nummci 1Complexe besluitvormingLiteratuur- Hartog, F.H., Publiek-pri-vate samenwerking; vernieu-wing door samenwerking,Rotterdam: vakgroep be-stuurskunde EUR, 1991.- Teisman, G.R., Zicht opsamenwerking, Rotterdam:Risbo, 1990.- Teisman, G.R., Project-ontwikkeling als 'konzer-tierte Aktion'; in J.A.M.Hufen en A.B. Ringeling,Beleidsnetwerken, DenHaag:Vuga, 1990.- Teisman, G.R., Complexebesluitvorming; een pluri-centrisch perspectief op be-sluitvorming over ruimte-lijke investeringen. DenHaag:Vuga, 1992.- Teisman, G.R. & R.J. in 'tVeld, Over effectieve struc-turen tussen overheid en be-drijfsleven, Den Haag: Vuga,1992.- Veld,R.J. in't.a.o. (eds),Autopoiesis and configura-tion theory: new approachesto societal steering, Dor-drecht: Kluwer academic pu-blishers, 1991.- Voogt, A.A., Managen ineen meervoudige context.Delft: Euburon, 1990.- Werkgroep PPS MajeureProjecten: aanbevelingenvoor PPS bij grootstedelijkeinvesteringsprojecten; ORi,]unil991.Figuur 4. Het netwerk vankoppelingen tussen betrokkenpartijenbij DHNC.Bron: Eigen onderzoek.lende partijen meer in lijn met elkaar liggen. Ditkomt de snelheid van de besluitvorming en de te-vredenheid van partijen over het resultaat van be-sluitvorming in hoge mate ten goede.Interventies worden gepleegd door een koppelaar,niet door een bovengeschikte actor. De interven-tie is niet gericht op dwang, maar op gerichtebe'invloeding. De koppelaar introduceert cogni-tieve elementen in een configuratie op het mo-ment dat het proces sociaal gezien is vastgelopen.Het doel daarvan is dat betrokken partijen hun si-tuatiedefinitie met andere ogen gaan bekijken enop basis daarvan tot een aanpassing komen, diehunzelf blijft bevredigen, maar wel beter aansluitbij situatiedefinities van andere partijen. Socialeinterventies (de introductie van een nieuweactor) worden gepleegd op het moment dat eenproces cognitief gezien vastloopt. Het aanbrengenvan deze koppelingen kan blokkades in de besluit-vorming voorkomen en zorgen voor een door-gaande interactie.Ova inzicht te krijgen in de aard van het netwerkvan koppelingen bij de besluitvorming over hetDHNC, hebben wij de daar aanwezige koppelingengetraceerd door een uitgebreide documenten-ana-lyse. Figuur 4 geeft aan welke koppelingen in decasus bestaan en om welk type koppeling het gaat.De projectverantwoordelijken van de gemeenteDen Haag onderhouden de meeste koppelingen(11 van de 12 koppelingen die bestaan tussen devijf verschillende configuraties). De andere par-tijen onderhouden vooral koppelingen met par-tijen uit de eigen configuratie (met name bij deconfiguratie van grootwarenhuizen). Met rechtkan de gemeente het predikaat spin in het webkrijgen, met alle kansen en gevaren van dien.Het volgen van een op koppelen gerichte strategickoppeling doortwee leden tussenorganisatiessociale koppeling door Introductie van een derde factorcognitieve koppeling doorintroductie nieuw inzichtheeft een aantal voordelen. Ten eerste onderhan-delen partijen op basis van gemeenschappelijkebegrippen. Men ontvangt en begrijpt elkaars sig-nalen, ook als zij op een andere golflengte wordenuitgezonden. Ten tweede kunnen blokkades wor-den doorbroken. Ten derde geeft de strategic eenhouvast bij het begeleiden van het proces. Indienpartijen op basis van gemeenschappelijke begrip-pen deelnemen in het project, zal een gedeeldevisie makkelijker worden bereikt. De strategieheeft ook zwakke kanten. Partijen moeten de so-ciale en cognitieve interventies willen accepte-ren. Dat vereist onder meer dat ze op het juiste mo-ment worden ingebracht. Inzicht in genomenbeslissingen en het tijdpad van de projectontwik-keling is dus cruciaal.ConclusieIn dit artikel hebben wij de realisatie van stede-lijke investeringsprojecten bestudeerd als eencomplex besluitvormingsvraagstuk. De voortgangin de besluitvorming is afhankelijk van de wil vande verschillende partijen om de motieven met el-kaar te verzoenen en het vermogen om dit feitelijkte bereiken. Doorgaande interactie is een absoluutnoodzakelijke basisvoorwaarde om gemeenschap-pelijke situatiedefinities te bereiken. Slagen par-tijen er op enig moment in tot een
Reacties