74eJAARGANG1993 NUMMER sStedebouwVolkshuisvestingyimammliil^i^ M,M?mCOMMENTAREN OPTRENDRAPPORTEN TRENDBRIEFOverheidsmanagerspakkennuhunagenda..en noteren de primeur voor overheiden bedrijfsieven: BOD 93, de Beursvoor Overheids Dienstverlening.Alle branches die produkten endiensten aan de overheid aanbiedenzijn er vertegenwoordigd. En datmaaict BOD 93 tot een unieicegelegenheid; nergens anders icunnenfunctionarissen van iagere en semi-overheidsinsteiiingen zich zo efficientop de mogeiijicheden van het bedrijfs-ieven orienteren. Immers Provincies,Gemeenten en semi-overheids-instdiingen bestedenjaariijics meerdan 16 miijard bij particuiiere bedrijven.^TBHIBOD 93 biedt u de kans om in een kort tijdsbestek kennis te ma-ken met de diverse professionele aanbieders op liet gebied van:- Algemeen Bestuur- Openbare Orde en Veiligheid- Verkeer, Vervoer en Waterstaat- Economische Zaken- Onderwijs- Cultuur en Recreatie- Sociale Voorzieningen en Maatschappelijke Dienstverlening- Volksgezondheid- Ruimtelijke Ordening en VolkshuisvestingDaarnaast bent u welkom op de lezingen en symposia waarde diverse aspecten van uitbesteden en inkopen aan de ordekomen. Er is ook een interessant sociaal randprogramma.Pak nu uw agenda en noteer de data!Deoverheidoogin cogmethetbedrffslevenBeurs voor OverheidsDienstverlening23t/m2Sjunil993Dagelijics van 11.00tot 18.00 uur>mCC MaastrichtFax voor gratis entreekaarten: +31 (0)43-83 83 00Stedebouw enVolkshuisvestingInhoudDENKRAAMZelfs geen kwartjeL. GenetCOMMENTAREN OP TREND-RAPPORT EN TRENDBRIEFBeleid tussen hemel en helJ. van der SchaarIs Heerma met de Trendbrief de hel ontsnapten heeft hij de eerste schreden op de Loute-ringsberg gezet? En wie is zijn gids? Fitie diemet zijn Trendrapport als Vergilius de mars-route uitzet?Een bed met bloemen van schoneretoriekW. DerksenDe Trendbrief geeft een helder beeld van hetaantal te bouwen woningen in het huidigedecennium. Het is echter de vraag of deuitvoering hiervan even helder is beschreven.Van Trendbrief naar trendbreukM. BiermanUit het Trendrapport vloeit een oneindigewoningvraag voort. Bijbouwen lost niets meetop. Wei zijn dan onomkoombare offersgebracht door ruimtelijke ordening en milieu.Tevergeefs, want na 2005 blijven offers nodig.13 On/zekerheden uit het zichtC.C.J.M.C. Kerckhoffs en M.J. StaffersHet Trendrapport presenteert een scenario-aanpak, maar werkt deze niet consequent uit.In de Trendbrief is het scenario-element zelfsverdwenen. Belangrijke onzekerheden rakendaarmee uit het zicht.16 STOUT STUKJEH. Westra17 SoUen met woningbehoefteH. PriemusHet Trendrapport onderschat de ontwikkelingvan de kwantitatieve woningbehoefte enoverschat de vraag naar koopwoningen.Gemeenten, woningcorporaties en marktpar-tijen staan voor een onmogelijke opgave.27 Grote dynamiek in een statisch modelP. Hooimeijer, H. HeidaenH.de FeijterHet Trendrapport is ambitieuzer en inte-ressanter dan ooit. Toch kleven aan de metho-diek zodanige wetenschapstheoretische bezwa-ren, dat getwijfeld moet worden aan dejuistheid van sommige voorspellingen.35 VAKGENOTENH. van der Cammen36 REACTIE OP COMMENTARENTRENDRAPPORTJ. Brouwer en H.]. FitieUIT DE RARO41 Ontwerp-pkb Betuweroute41 Groene Ruimte42 Stadsvernieuwing42 Trendbrief43 Bestuur op Niveau deel 3UIT DE RAVO44 Trendrapport en TrendbriefPUBLIKATIES74ejaargang 1993nummer JOrgaan van liet NederlandsInstituut voor RuimtelijkeOrdening en VolkshuisvestingEen uitgave vanDELWEL Uitgeverij B.v. insamenwerking met het NIROVVerschijnt zes maal per jaarRedactie:ir. J. BrouwerIr. H. DekkerMr. A.Ch. FortgensDr. H.J.M. GoverdeIr. P.C. GroenDrs. R. te GrotenhuisMr.ir. A.W. HartmanMw.drs. I.T. KlaasenIr. W. RehDrs. P.W.A. VeldMw.mr. Y. de VriesIr. H. WestraRedactiesecretariaat:Drs. R. te GrotenhuisI. Steenhoff-BoogersRedactie, administratie enpublikaties ter recensie:Mauritskade 21,2514 HD Den Haagtelefoon 070 - 346 96 52Richtlijnen voor auteurs:Auteurs van artikelen en boek-besprekingen kunnen op hetredactiesecretariaat "Richtlij-nen voor auteurs aanvragen".Advertentie-exploitatie:DELWEL Uitgeverij B.v.Alexanderstraat 26Po.stbus 191102500 CC 's-Gravenhagetelefoon 070-362 48 00telefax 070 - 360 54 36Advertentieverkoop:Eric Noordamtelefoon 070-362 48 00Vormgeving:ArieJ. LandmanUitgeverDrs. A.F. Westerhofaangesloten bijNOTU-groep vak-vAUTODscHRiFTEN | rijdscHriften46 Boekbesprekingen48 UNIVERSITARIAAfbeelding omslagHet Witte Dorp in de nieuwbouw-wijk Camrainghaburen te Leeuwar-den (foUi Reeken/Schmets, Ministe-rie van VROM)Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 nummer 3NEDERLANDS INSTITUUT VOOR RUIMTELIJKE ORDENING EN VOLKSHUISVESTINGHet Bestuur van het Nederlands Instituut voor RuimtelijkeOrdening en Volkshuisvesting (NIROV) nodigt belangstel-lenden uit te soUiciteren naar de functie vanSECRETARIS-DIRECTEUR (m/v)De functie komt per 1 augustus a.s. vacant door benoemingvan de huidige functionaris elders.Algemene informatieHet NIROV is een vereniging van overheden, instellingen enpersonen werkzaam op het vlak van ruimtelijke ordening,volkshuisvesting en milieubeleid. Het vormt een onafhanke-lijk platform voor de uitwisseling van kennis en ideeen op dieterreinen, en onderhoudt daartoe een wijdvertakt netwerkvan reiaties. Als activiteiten van het NIROV zijn te noemenstudiedagen, tijdschriften, cursussen en werkgroepen.Momenteel vindt een herorientatie van het NIROV plaats dieo.a. moet leiden tot een verminderde afhankelijkheid vanrijkssubsidies.Het NIROV beschikt over een bureau met ruim twintig me-dewerkers. Op het bureau worden tevens de secretariaten vaneen aantal verwante organisaties behartigd.Functie-informatieDe te benoemen functionaris is secretaris van het verenigings-bestuur en directeur van het bureau. Van hem of haar wordeninitiatieven verwacht voor aansprekende activiteiten van hetNIROV en een actieve inbreng in het onderhouden en ont-wikkelen van reiaties in het veld. De zwaartepunten van deactiviteiten zullen liggen in de ruimtelijke ordening en aanpa-lende terreinen, terwijl hij of zij ook de bedrijfsvoering in fi-nancieel opzicht zal behartigen. Met name met betrekking totde leidinggevende taken en de coordinatie van de werkzaam-heden van het bureau vindt een taakverdeling plaats met detweede directeur. De aangezochte functionaris draagt deeindverantwoordelijkheid.Het vervuUen van de vacature in deeltijd (minimaal 85%) iszeker bespreekbaar. De selectie zal plaatsvinden door een se-lectiecommissie uit het bestuur; een commissie uit het bureauzal daarbij adviseren. Een psychologisch onderzoek kan deeluitmaken van de seleclieprocedure.Functie-eisenVan de te benoemen functionaris wordt verwacht dat hij/zijbeschikt over:- een opleiding op academisch niveau, bij voorkeur als stede-bouwkundige of (civiel) planoloog:- affiniteit met het streven naar ruimtelijke kwaliteit. en prak-tijkervaring in de ruimtelijke ordening en -inrichting;- ervaring als leidinggevende, ook in bedrijfseconomische zin;- goede contactuele en redactionele vaardigheden.Het NIROV volgt in hoofdlijnen het arbeidsvoorwaardenbe-leid van de rijksoverheid. Aan de functie is een waarderingverbonden analoog aan functieschaal 14 van het BBRA. Depensioenregeling is ondergebracht bij het PGGM.Schriftelijke sollicitaties dienen voor 18 juni te worden gerichtaan: de voorzitter van het NIROV, mevr. drs. M. van Rossen.postbus 30833, 2500 GV Den Haag.Desgewenst kan nadere informatie over devacature worden ingewonnen bij de directie:mevr. J.M.J.G. Zoontjens of A.W. Hartman,telefoon 070 - 346 96 52. IsJPraktijkboek EG en overheidsopdrachtenOverheidsopdrachten in Europa: 1200 miljard perjaar(Semi-)overheidsorganisaties inalle EG-landen kopen jaarlijksvoor ongeveer 1200 miljard gul-den aan goederen en diensten in.De EG stelt steeds strengere regelsvoor deze markt. Overheidsorgani-saties kunnen hierdoor professio-neler en voordelig inkopen.Leveranciers kunnen belangrijkeopdrachten binnenhalen. Daarommoeten alle partijen de regels ken-nen. Het Praktijkboek EG enoverheidsopdrachten dat najaar1993 verschijnt, geeft inzicht in deregels en procedures die van toe-passing zijn. De gehele aanbeste-dingsprocedure wordt stap voorstap voor u uiteengezet.Deze uitgave helpt u, om de be-staande mogelijkheden ten voile tebenutten. Bovendien vindt u infor-matie over beroepsgangen en hetvoorkomen van fouten in de proce-dure. Het hoofdwerk wordt gele-verd met een abonnement op deaanvuUingen tot wederopzegging.De aanvuUingen worden tegen degeldende paginaprijs geleverd.Praktijkboek EG enoverheidsopdrachtenISBN 90 5250 516 0,losbladig in 1 bandPrijs hoofdwerk / 79,- totverschijnen, daarna/95,-incl. btw, excl. verzendkosten.Prijswijzigingen voorbehouden.VUGA Uitgeverij B.V.Postbus 16400,2500 BK 's-GravenhageTel. 070-3 61 40 11.VUGADistributie en facturering:Infolio B.V., 's-GravenhageTel. 070 - 3 30 52 33, fax 070 - 3 30 52 90.Ook verkrijgbaar via de boekhandel.Bestelbon in envelop zonder postzegel zenden aan:VUGA Uitgeverij B.V., Antwoordnummer 16010,2501 VE 's-Gravenhage. Ja, ik bestel ^ . ex. Praktijkboek EG enoverheidsopdrachten a / 79,- tot verschijnen,daarna / 95,- incl. btw, excl. verzendkostenRechtstreeks/via boekhandelNaamBedrijf/insteUingAdresPostcodeWoonplaatsTelefoonDatumm/vHandtekeningB104U_B.chpZelfs geen kwartjeHet Trendrapport toont een trendbreuk in de woningvraag.Het woningtekort groeit en we hebben er tot diep in dekomende eeuw mee te maken. Het uitgelekte RiVM-rapportgeeft aan dat meet nodig is om ons milieu te beschermen en inde Ruimtelijke-Ordeningsbrief staat dat het viNEX-beleidmoet worden geintensiveerd. Meet locatie-ontwikkeling in,aan en bij de steden is nodig. Je zou kunnen zeggen een trend-breuk op al die terreinen.In de grote steden ervaren we dit alles in alle hevigheid. In deTrendbrief worden de voorwaarden voor eennieuw beleid geschetst om de problemen dieook ik herken, op te lossen. Maar de Trend-brief biedt voor alle problemen in bun onder-linge samenhang nauwelijks een antwoord.De Trendbrief is in mijn ogen te optimistischvan inhoud. Alle noodzakelijke voornemensmoeten met een aan alle kanten gekortwiektinstrumentarium worden gerealiseerd. En tussen haakjes: ikblijf er grote moeite mee houden dat stilzwijgend voor eenlange periode een woningtekort van tenminste twee procent -voor de grote stedelijke gebieden is dat aanzienlijk hoger -wordt geaccepteerd. Bij het uitbrengen van de nota Van Bou-wen naar Wonen, over het volkshuisvestingsbeleid in de jarennegentig, werd daar nog over gediscussieerd.Voor de uitvoering van het beleid wordt bij de verschil-lende scenario's bij de marktpartijen aangeklopt. Afhan-kelijk van het scenario ligt het accent bij corporaties enwoningbedrijven of "de markt". Onder een somber toekomst-scenario zullen de sociale verhuurders zich meer moeten in-spannen, als het wat beter gaat is de rol van particuliere ont-wikkelaars groter. En de regio's moeten voorzien in debenodigde locaties.De invloed van de lokale overheid op woningcorporaties enwoningbedrijven is door verzelfstandiging en privatiseringaanzienlijk verminderd. Het Besluit Beheer Sociale Huursec-tor geeft de gemeente ten opzichte van de volkshuisvestings-instellingen nog slechts beperkte bevoegdheden. Bovendienmag je de vraag stellen of het verstandig voor corporaties is ombij een hoge rentestand in sociale nieuwbouw te investeren. Ermoet wel erg veel uit de reserves worden bijgelegd willen diewoningen passen bij de in dat scenario passende huurklasse.De markt kent haar eigen dynamiek. Investerende marktpar-tijen switchen vanuit hun eigen belangen als dat uitkomt vanonroerend goed naar obligaties en andersom. Het zal vooralvan de overheid afhangen of zij de voorwaarden - een gunstigklimaat - kan scheppen om de markt te verleiden in woning-bouw te investeren.De regiovorming bevindt zich in ons land nog in een pril sta-dium. Het onder druk zetten van de regio's in de vorm van devoor het ruimtelijk beleid noodzakelijke locatie-ontwikkelinglijkt mij niet de beste manier om die samenwerking te bevor-deren.M;Denkraam1] bekruipt steeds meer het gevoel dat politick opererenmet subsidies voor de rijksoverheid iets als een besmette-lijke ziekte is. De staatssecretaris brengt het subsidieloos bou-wen alsof hij ons land van zo'n ziekte heeft afgeholpen. Subsi-dies zijn en blijven voor mij noodzakelijk om wenselijke zaken1 te bevorderen, om ontwikkelingen te stimu-leren, in bodemsanering en infrastructuur.Om investeringen uit te lokken. En met deforse vermindering van middelen die ik tus-sen de regels proef, lijkt mij de noodzakelijketrendbreuk moeilijk te realiseren.Wat mij nog meer beangst is dat waar de be-windslieden van VROM de huursubsidie alskerninstrument van de volkshuisvesting zien en alle object-subsidies wegpoetsen, andere politici en departementen metsteeds grotere hardnekkigheid aanvallen op de individuelehuursubsidie uitvoeren. Met als uiterste consequentie dat eraan beide zijden niets overblijft.Een beleidsontwikkeling van generiek naar specifiek onder-schrijf ik van harte. De spaarzame middelen moeten zodoelmatig mogelijk worden ingezet. Generiek betekent danniet dat je eerst generiek vrijwel alle subsidies afschaft. Ondermeer de specifieke invuUing van de taken door met name degrotere steden, blijft een generieke verantwoordelijkheid vanhet Rijk. Deze verantwoordelijkheid mag VROM onder geenbeding onder het vloerkleed vegen.VJvolzei de staatssecretaris dat als hij een kwartje in deIkshuisvesting gooide er steeds hetzelfde deuntje uit-kwam. Mij bekruipt de vraag ofde staatssecretaris nog bereid isom er een kwartje in te gooien. Dan komt er ook geen geluidmeer uit de volkshuisvesting.Het beeld dat de Trendbrief op mij achterlaat is dat van eensteeds ambitieuzere overheid met steeds minder sturingsmoge-lijkheden.De gemeentebesturen, stadsgewesten en regio's zijn bereid omte onderhandelen en te overleggen over de beschikbaarstel-ling van voldoende bouwlocaties. Maar garanderen dat er ookgebouwd wordt, is met het beperkte instrumentarium, een vol-gende brug. Wij kunnen ons niet permitteren dat dat een brugte ver zal zijn.L. Genet,Wethouder Volkshuisvesting Amsterdam.Stedebouw en Volkshuisvesting 1993Beleid tussen hemel en hel"Er is daar henedeneen (..) eenplaats die zo verborgenis datmen, omerte komen, niet kan afgaan op het gezicht roam enkel op het gehoor: menhoort er namelijk een heekje ruisen, dat via een in de rotsen uitgesleten gatmet tal van kronkelingen omlaag stroomt. Vergilius en ik gingen die ver-borgen gang binnen om aldus naar de wereld van het licht terug te keren.En zonder ook maar aan rusten te denken klommen wij naar boven, hijvoorop en ik achter hem aan, totdat we een punt bereikten waar ik dooreen ronde opening de schoonheid van het hemelgewelf weer kon aanschou-wen. Daar gingen we naar huiten en zagen we opnieuw de sterren".'Prof. dr. ir. J. van derSchaarBuitengewoon hoogleraarvolkshuisvesting, Planolo-gisch en Demografisch Insti-tuut van de Universiteit vanAmsterdam, vennoot RIGOResearch en Advies BY.IS Heerma met de Trendbriefde hel ontsnapt enheeft hij de eerste schreden op de Louterings-berg gezet? En wie is zijn gids: Fitie die met zijnTrendrapport als Vergilius de marsroute uitzetdoor een gevaarlijk landschap vol verrassingen? Ishet daarentegen Heerma's bestuurlijke intu'itie ofdwingen de omstandigheden?De methodiek van het Trendrapport wil ik hierbuiten beschouwing laten. Anderen, zeals Heida,De Feijter en Hooimeijer in dit Stedebouw enVolkshuisvestingsnummer of Conijn daarbuiten,zijn op dit terrein meer competent. Ik kan het ech-ter niet laten te pleiten voor eenvoud. Degene dieover beleid beslist, moet in staat zijn te begrijpenhoe de cijfers waarop dat beleid mede (!) wordt ge-baseerd tot stand kwamen. Het gaat daarbij persaldo om een globaal en soms zelfs gevoelsmatiginzicht in de samenhang tussen variabelen.Bovendien kan ik het relativeren niet laten: In devolkshuisvesting hebben we behoefte aan korteen middellange termijn-prognoses van de kwalita-tieve woningvraag, met een globaal inzicht in be-hoefte-ontwikkelingen op langere termijn (10jaar of langer). Dit laatste is vooral van belang inverband met de voorbereiding van het bouwloca-tie-beleid.In de praktijk wordt met de opdrachtformuleringbij woningbouw in sterke mate gereageerd op wo-ningmarktsituatie, die nogal snel kan veranderen.1Dante Alighieri: De godde-lijke komedie. VertalingFrans van Doom. Ambo BYBaarn, 1987, biz 169.Ongemakkelijke verhoudingHet is verleidelijk om het Trendrapport te zien alsanalytische aanzet voor het in de Trendbrief aan-gekondigde beleid. Mijns inziens is de Trendbriefslechts in beperkte mate op het Trendrapport ge-baseerd. De raming van de groei van de kwantita-tieve behoefte is natuurlijk van groot belang. Degelijktijdige aankondiging van subsidiereductievoor de reguliere woningproduktie heeft een heelandere achtergrond dan de analyse van de wo-ningbehoefte (of -vraag), namelijk de sterk ge-daalde rente.Fitie past voor de rol van gids en meester. Terechtbenadrukt hij in zijn artikel in dit nummer de ge-scheiden trajecten. Weliswaar zijn in het Trend-rapport beleidsmatige varianten doorgerekend enzijn er eenvoudigheidshalve uitgangspunten geko-zen ten aanzien van de bevolkingsprognose en dehuishoudensvorming. Maar deze keuzes staan her-kenbaar in de tekst. Bovendien staat het de vak-wereld en de Tweede Kamer vrij om nadere va-rianten te bezien.Duidelijk wordt dat kleine veranderingen in eco-nomische groei en voorraadgebruik tot enormeverschillen in de gewenste kwalitatieve produktieleiden. Het is lastig om steun te vinden voor dekeuze van een bepaalde nieuwbouwdifferentiatie.Beleid als trendMen kan over de koers van Heerma verschillen,maar onmogelijk is het de schoonheid in de bewe-ging te ontkennen. Al in het midden van de jarentachtig werden belangrijke schreden op het padvan de privatisering gezet, waarbij de toenmaligeDG Koopman in mijn waarneming toch zeker eenbelangrijke rol heeft gespeeld. De Nota Volkshuis-vesting in de jaren Negentig ontleende zijn krachtniet aan volstrekt nieuwe beleidsperspectieven,maar aan de consistentie. Deze nota sloeg zowel inde politieke arena als in de sector zelf aan en kreegin korte tijd een groot draagvlak. Met de tussenba-lans werd een tussensprint getrokken, zonder veelstof te doen opwaaien.En de Trendbrief zet het beleid in de hoogste ver-snelling. Een tour de force, een majeure operatie,ook Heerma en zijn departement benadrukken debetekenis van het moment. Kern ervan is niet hetsubsidieloze bouwen. Essentieel is de afbraak vanbeleidssystemen, waarbij de rijksoverheid per de-finitie aanspreekpunt is voor beleid en tussenbeide komt bij gebleken rekenkundige noodzaak.Met enige goede wil is de stelling verdedigbaar datHeerma ruimte schept voor toekomstige politiekebesluitvorming en prioritering. Ik ken geen be-leidssector waar zo consistent en daadkrachtigStedebouw en Volkshuisvesting 1993 nummer 3koers wordt gehouden. De samenleving nietmaakbaar?Politick manifestDe Trendbrief beschouw ik als een politiek mani-fest. Het stelt onomwonden dat naar huidige in-zichten de reguliere subsidiering van woningen optermijn onnodig wordt.Natuurlijk houdt dit risico's in voor de woningpro-duktie: de rente kan veranderen, de inkomens-groei kan tegenvallen. Ik ontken die risico's niet,maar ben wel geneigd om ze te plaatsen tegen deachtergrond van de inmiddels sterk veranderdevermogensstructuur.Institutionele beleggers zijn in het geheel niet ge-dwongen om de rekenrente op marktrente te stel-len. Zij kunnen zeer wel een gematigde "trendma-tige" rente doorberekenen in de kostprijs van bunwoning, of zelfs minder als vermogenswinsten inde beschouwing betrokken worden. Corporatieskunnen datzelfde in toenemende mate doen endat zuUen zij ook doen. Uiteindelijk is een goedrente-management en vermogensbeheer veel be-langrijker dan de enkele subsidie die nog binnen-komt.Voor de eigenaar-bewoners zal de rente altijd eenbelangrijke variabele zijn, omdat een dalenderente tot stijgende koopprijzen leidt en omge-keerd. Maar het eigen vermogen van eigenaar-be-woners neemt toe en daarmee vermindert denoodzaak van een 100% hypothecaire financie-ring. Dit geldt in het bijzonder voor de quaomvang helangrijker wordende groep van door-stromers.Er zijn ook risico's met betrekking tot het doel-groepenbeleid, risico's die ik zwaarder weeg daneen instabiele of te lage produktie.Ten eerste ligt een risico in de definitie van dedoelgroepen zelf. Doordat de inkomensgrenzenvan de doelgroep slechts met de inflatie wordenaangepast, is per definitie de doelgroep kleiner enspecifieker bij zelfs een gematigde economischegroei. Voor de bewoners die "net uit de boot val-len" is het verschil tussen bun situatie en die vande buren die net wel tot de doelgroepen behoren,veelal onherkenbaar: de definitie heeft weinig so-ciale betekenis. Bovendien is in het geheel niet opvoorhand gegeven dat degenendie zijn weggedefi-nieerd als doelgroep, geheel zelfstandig een goedeen betaalbare woning kunnen betrekken.Ten tweede is het nog de vraag of het mogelijk zalzijn, zonder hoge maatschappelijke kosten, dedoelgroepen binnen de bestaande goedkoperevoorraad huurwoningen te huisvesten.De Trendbrief versterkt de noodzaak tot politise-ring van het verdelingsbeleid en bevat op dit puntook dreigende taal. Reele inkomensgroei leidt toteen toenemende scheefheid, terwijl de verhuur-ders, in het bijzonder de woningcorporaties, inveel situaties thans nauwelijks middelen hebbenom deze scheefheid tegen te gaan. De uitkomst isal snel gedwongen uitstroom.Tenslotte is er het groeiend risico van onaan-vaardbaar hoge woonlasten voor bewoners meteen bescheiden inkomen, ook na aftrek van indi-viduele huursubsidie, wat op den duur tot verla-ging van de woningkwaliteit aanleiding zal geven.Het zal grote moeite kosten financiele steun teblijven richten op deze groep, ook omdat de indi-viduele huursubsidie een politiek kwetsbaar in-strument zal blijken.Beleid als experimentDe Trendbrief maakt ook duidelijk dat beleid zelfexperiment is geworden. De sector volkshuisves-ting heeft weinig sturingsmiddelen meer voor eenwoningproduktie. De viNEX-beleidskaders dwin-gen. Terwijl de volkshuisvesting privatiseert, cen-traliseert het ruimtelijk beleid zich. Intussenwordt op het grensvlak van beide - het subsidie-instrumentarium voor bouwlocaties - geantici-peerd op de inverdien-effecten van een regionaalgrondbeleid, dat door nog niet bestaande bestuur-lijke organen gevoerd zou moeten worden. Het inde tijd naar voren halen van de bouwproduktie isin deze context een waagstuk en vermoedelijk ookde belangrijkste reden voor het lange wachten opde Trendbrief.De onderhandelingspositie van het Rijk ten op-zichte van de "grootstedelijke regio's" is daarmeezwakker geworden. De veranderende machtsba-lans verklaart ook, waarom het nu mogelijk is be-leid in termen van rethoriek te analyseren, zoalsDerksen in zijn bijdrage doet.In het verlengde van het voorgaande een stelling:de ordening van de ruimtelijke ordening behoeftverbetering. Van tweeen een: of het Rijk wijst indetail de gewenste bouwlocaties aan, en neemtdeel in de ontwikkelingsrisico's daarvan, of hetRijk laat de (nog niet bestaande) regio's deze keuzeen stelt dan ook dat de ontwikkelingsrisico's haarzaakniet zijn.In het laatste geval is een minimale subsidie vol-doende. In het eerste geval groeien we toe naareen systeem van gebiedsgerichte subsidie. Dat zouwerkelijk sturen op maat zijn.Trendbriefzet beleid inhoogsteversnellingTrendbrief iseen politiekmanifestStedebouw en Volkshuisvesting 1993Een bed met bloemenvan schone retoriekDe Trendbriefgeeft een helder heeld van het aantalte houwen woningen in het huidige decennium. Indat opzicht is het een alerte reactie op het Trendrap-port. Het is echter de vraag ofde uitvoering van ditvoornemen even helder is heschreven.Prof. dr. W. DerksenLid van de Wetenschappe-lijke Raad voor het Rege-ringsbeleid en hoogleraarBestuLirskunde aan de Rijks-universitcit Leiden.Hi' et is iedereen aan te raden om aanpalende(of verder weg gelegen) beleidsterreinen.zo af en toe te besnuffelen. Bij het lezenvan ambtelijke stukken van een ander beleidster-rein valt de schoonheid van de ambtelijke retoriekmeestal beter op. Het vermogen om ambtelijke re-toriek te onderkennen neemt immers af, als mente zeer ingewijde wordt. Zo valt mij verhuUendtaalgebruik over binnenlands bestuur bijna nietmeet op. Het is immers mijn onderzoeksterrein.Hoe aardig is het echter om bijvoorbeeld de laatsteTrendbrief van de bewindslieden van Volkshuis-vesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer telezen. Plotsklaps vallen de vage ambtelijke begrip-pen, waarover zichtbaar lang is gediscussieerd,weer op. Nog aardiger is het te merken dat veelwoorden blijkbaar universeel bruikbaar zijn in ge-heel Den Haag.Zou er tegenwoordig nog een ministerie zijn datniet zegt te streven naar "maatwerk"? En is niet elkministerie tegenwoordig geinteresseerd in eenander en vooral nieuw "sturingsperspectief", waar-bij de "zelfredzaamheid" van de burger/samenle-ving centraal komt te staan? Een ambtenaar haddaarvoor een voor mij nog onbekende uitdrukkingbedacht: "van zorgen voor naar zorgen dat".OptimistischNatuurlijk is het streven van individuele ambte-naren om eeuwigheidswaarde te verwerven (doorhet bedenken van een "van zorgen voor naar zor-gen dat") een belangrijke aanzet voor het retori-sche karakter van veel (nagenoeg alle?) ambte-lijke teksten. Toch dient de retoriek bovenal er-gens anders toe. In het kader van de Trendbrief(beter gezegd: Reactie op het Trendrapport Volkshuis-vesting 1992) vallen mij twee functies van de reto-riek op: de fundering van ongefundeerd optimismeen de verhuUing van onopgeloste politieke tegen-stellingen.Optimistisch is de Trendbrief in ieder geval wel. Inde Nota Volkshuisvesting 1990 was nog uitgegaanvan een geringere behoefte aan nieuwbouw vanwoningen. Op basis van onderzoek uit 1989/1990(dus daterend van voor de Nota Volkshuisvesting1990) gaat het Trendrapport (en de Trendbrief)ervan uit dat tot 2000 ruim 100.000 woningenmeer moeten worden gebouwd.Even enthousiast als in de Vierde Nota voor deRuimtelijke Ordening Extra gaan de bewindsliedenervan uit dat de nieuwbouw kan worden gereali-seerd zonder niet-stedelijke gebieden aan te tas-ten. De nieuwbouw zal het draagvlak van de grotesteden moeten en kunnen versterken. Op het-zelfde moment concludeert het provinciaal be-stuur van Zuid-Holland dat het stadsgewest DenHaag zijn (oude) taakstelling al niet aan kan zon-der een nieuwe aanval op het Groene Hart.Steeds vaker krijg ik het gevoel dat het verstedelij -kingsbeleid, het conceritreren van nieuwbouw inen rond de (grote) steden vooral een retorisch be-leid is. Wie per auto van Den Haag naar Goudareist weet al niet meer waar het Groene Hart zoumoeten beginnen (wellicht na Gouda?)- Optimis-tische retoriek is mooi, maar wordt het niet eenstijd om toe te geven dat het huidige ruimtelijkebeleid ten koste gaat van het Groene Hart en vanhet Groene Hart weinig anders zal overlaten danenkele natuur-polders en plassen? Tenzij: er eenheel ander beleid zal worden gevoerd. Let wel, hetgrootste gevaar van retoriek is erin gelegen dat deschrijvers er zelf het slachtoffer van worden.VerhuUingOp de tweede functie van retorische constructiesga ik uitgebreider in: het verhuUen van politieketegenstellingen en het voorkomen van een poli-Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 nummer3Wie per auto van Den Haagnaar Gouda reist, uieet al nietmeer warn het Groene Hartzou moeten beginnen (ivellichtna Gouda!) (foto A-J 2 Woer-den-Bodegraven, Ministerievan Verkeer en Waterstaat).nota vhv *90:geringebehoefte aannieuwbouwtiek debar dat de broze consensus wel eens kanondermijnen. Ik noem drie onderwerpen: het ver-anderende sturingsperspectief, de keuze voor spe-cifiek in plaats van generiek beleid en de bestuur-lijke regiovorming.ZelfredzaamheidIn het nieuwe sturingsperspectief staat zdfred-zaamheid voorop: de samenleving moet het zelfdoen en de overheid heeft slechts als taak om eroptoe te zien dat het gebeurt: de overheid zorgt nietmeer voor ons, maar zorgt dat wij het doen. Dit iseen aangenaam beeld, zeker in een tijd waarin deoverheid nog steeds veel te veel zelf wil doen ennog steeds uitgaat van al te simpele noties overstuurbaarheid van de samenleving. Maar daarmeezijn we er nog niet.Vergeten wordt dat er twee argumenten bestaanvoor de terugtred van de overheid. Ten eerste eenpragmatisch argument: we kunnen hetzelfde goed-koper bereiken indien de markt ervoor zorgt. Tentweede een politick argument: een sturende over-heid beperkt te zeer de individuele vrijheid vanburgers. In de Trendhrief gaat het vooral om heteerste argument.Bewust lijkt het tweede argument vergeten, omdatvooral op dat argument politiek nogal valt af tedingen. De markt leidt maar in een zekere zin toteen grotere vrijheid van burgers. Beter gezegd: demarkt verschaft alleen maar bepaalde categorieenburgers vrijheid. De vrijheid van andere burgerszal afnemen indien we de volkshuisvesting bij-voorbeeld geheel aan de vrije markt overlaten. Ikzeg daarmee niets nieuws. Toch is het goed om hette blijven zeggen, omdat verheldering van de argu-menten duidelijk maakt dat een terugtredendeoverheid niet kan zonder een politieke discussieover de verantwoordelijkheid van de overheid: inwelke mate moet de overheid de uitkomsten vande vrije markt redresseren?De Trendhrief meldt slechts dat overheidsinter-venties alleen nodig zijn als het zelfoplossend ver-mogen van partijen tekort schiet. Dat is natuurlijkniet waar. Overheidsinterventies zijn nodig om er-voor te zorgen dat alle burgers hun rechten kun-nen realiseren. De overheid heeft de rechten vanalle burgers te waarborgen. Tot waar die over-heidsplicht gaat, is een politieke vraag. Het is dui-delijk dat niet iedereen daarover gelijk zal denken.Elders wordt in de Trendhrief nog geprobeerd opdeze vraag een antwoord te geven door te stellendat de overheid verantwoordelijk is voor beschik-baarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van devolkshuisvestiiig. Dit is andermaal echter te vaagom een antwoord te geven op de vraag hoever deoverheid in haar terugtred moet gaan. Het sprekenover zelfredzaamheid van de samenleving is danook retorisch zolang geen politiek antwoord wordtgegeven op de vraag welke (concrete) verant-woordelijkheid voor de overheid na de terugtredresteert.Generiek/specifiekEen vergelijkbaar probleem doet zich voor bij dekeuze voor een specifiek in plaats van een generiekbeleid. Het bekende pleidooi voor maatwerk. Re-Trendrapporten Trend'brief: tot2000 ruim100.000 WO'ningen meerbouwenStedebouw en Volkshuisvesting 1993 nummer3Een bed met bloemenvan zorgenvoor naarzorgen dat1W. Derksen, Het centraleversus het decentrale den-ken: regionalisering van devolkshuisvesting, Stede-bouw en Volkshuisvesting,1992, nr. 4, biz. 10-15.torisch klinkt dit ook mooi, evenals de beledenvoorkeur voor decentralisatie. De verhouding tus-sen decentralisatie en maatwerk is niet zo eenvou-dig als wordt verondersteld. Maatwerk betekenthet beleid aanpassen aan het individuele geval.Maar decentralisatie (dus de overheveling van deverantwoordelijkheid naar decentrale overheden)houdt in dat de centrale overheid dat maatwerkniet meer zelf kan leveren. Werkelijke decentrali-satie betekent dat de centrale overheid maar moetafwachten hoe het maatwerk in de handen van dedecentrale overheden gestalte krijgt. In feite blijfter voor de centrale overheid alleen maar generiekbeleid over, generiek ten opzichte van de decen-trale overheden wel te verstaan.Zo wordt dat in de Trendbrief natuurlijk niet be-doeld. Maatwerk betekent hier gerichter sturen,en zeker ook door de centrale overheid. De cen-trale overheid voert geen generiek maar een speci-fiek beleid. Decentralisatie betekent dan nietmeer dan ervoor zorgen dat decentrale overhedenhet rijksbeleid uitvoeren. Dergelijke decentralisa-tie van de uitvoering noemen we wel deconcen-tratie. Ik neig er toe om het begrip decentralisatiein de Trendbrief in bepaalde opzichten retorisch tenoemen. Is het afsluiten van startconvenanten enuitvoeringsconvenanten met stadsgewesten eenvorm van decentralisatie als daarin de "gewensteverstedelijkingsrichtingen en de uitvoering daar-van" zijn vastgelegd?Het is wel maatwerk, en decentralisatie lijkt niethelemaal de bedoeling te zijn (hetgeen ook maargoed is). Dit blijkt ook wel uit die fraaie retorischezinsnede dat Rijk en mede-overheden ge^amenlijkeverantwoordelijkheden hebben. Retoriek verhulthier dus. Wil de centrale overheid maatwerk gaanleveren, dan zal moeten worden afgezien van wer-kelijke decentralisatie. Wil de centrale overheidwerkelijk decentraliseren, dan zal moeten wordenafgezien van maatwerk. Het gekozen woordge-bruik voorkomt dat een dergelijke politieke keuzeonvermijdelijk is.RegiovormingDe regiovorminggeek een derde voorbeeld van ver-hullend woordgebruik. Hier wordt gemeld dat deKaderwet Bestuur in Verandering naar verwachtingop 1 januari 1994 in werking treedt. Dan zou eenintegraal verband ontstaan voor de beleidsterrei-nen verkeer en vervoer, volkshuisvesting, ruimte-lijke ordening en milieu. Tevens zouden gemeen-ten gezamenlijk de grondkosten gaan dragen engaan delen in de opbrengsten. Afgezien van hetoptimisme dat de regiovorming (rondom de grotesteden) reeds op dat moment vorm zal hebben (deoptimistische functie van retoriek), wordt ookhier voorbijgegaan aan tegenstellingen.Ook VROM weet dat de regiovorming zich voorlo-pig (en misschien wel altijd) zal concentreren opde gebieden rondom de grote steden. En ook VROMweet dat de schaal van deze gebieden meestal teklein is voor de vervoersregio's. Afzonderlijkegrootstedelijke regie's rend Rotterdam en DenHaag zijn voor vele functies heel verdedigbaar(ook als het gaat om de volkshuisvesting). Voorverkeer en vervoer is een dergelijke schaal wel-lichr te klein.Aan deze problematiek gaat de Trendbrie/voorbij.Daarmee wordt ook vergeten dat de subsidiegel-den van VROM een belangrijke rol zouden kunnenspelen bij de totstandkoming van de grootstede-lijke regio's. Eerder heb ik al aangegeven hoe be-langrijk het zou zijn indien rijksgelden als incenti-ves zouden worden gebruikt om gemeenten totwerkelijke regiovorming aan te zetten.' Wie deplannen binnen het stadsgewest Haaglandenkent, weet dat men daar nog niet zo ver is dat eengezamenlijk grondbedrijf wordt geaccepteerd (ofop zijn minst dat opbrengsten van bouwlocaties inrandgemeenten zouden kunnen worden aange-wend voor de stadsvernieuwingsproblemen van degemeente Den Haag). Ook hier liggen dus belang-rijke keuzen onder de oppervlakte van de retoriek.Door verhuUend woordgebruik hoeft over die keu-zen geen uitspraak te worden gedaan.Politieke keuzenMet het bovenstaande heb ik de beleidslijn van deTrendbrief niet afgewezen. Ik heb zelfs waarderingvoor de daadkracht die eruit spreekt. Anderzijdsheb ik me ook niet tot een puur retorische analysevan een boeiende tekst beperkt. Dat lijkt me ietsvoor taalkundigen. Ik heb slechts proberen aan tegeven dat in de Trendbrief de retoriek wel is ge-bruikt om over belangrijke politieke keuzen beente lopen. Daartoe dient de retoriek ook. Anderswas deze Trendbriefover vijfjaar nog niet versche-nen. Als we maar niet de fout maken te denken datin de Trendbrief alleen maar heldere keuzen wor-den gemaakt.Stedebouw en Volkshuisvesting 1993Van Trendbriefnaar trendbreukUit het Trendrapport 1992 vloeiteen oneindige woningvraagvoort. Bijhouwen lost dus nietsmeer op. Wei ziJTi dan onomkeer-bare offers gebracht in ruimtelijkeordening en milieu. Tevergeefs,want na 2005 hlijven nieuweoffers nodig. Aan het Trendrap-port had dan ook een Trend-hreukbriefgehecht moeten zijn.Dat de (opgevoerde) bouwopgave proble-men met zich brengt in de sfeer van ruim-telijke ordening en milieu, wordt nietontkend. In de Trendbrief wordt gerept van sa-menhang met andere beleidsnota's, als Milieube-leidsplan (NMP+) en Structuurschema Verkeer enVervoer (svv n) binnen de kaders waarvan wordtgebleven. Tegengestelde doelstellingen blijkenineens met elkaar verzoend. Hoe dat huzaren-stukje is geleverd staat er niet. Volstaan wordt methet roepen van wat algemeenheden. Gebouwdmoet worden in en aan de stad; openbaar vervoermoet prioriteit krijgen cm de nieuwbouw tijdigmet het bestaande te verbinden; bouwen moetminder milieubelastend worden wat betreft toege-paste grondstoffen, materialen en afval.MilieU'cffecten?Een raming van de (dan evengoed nog) optre-dende milieu-effecten wordt niet gegeven. Eigen-hjk komt de Trendbrief maar met een argument:de bewindsUeden van VROM zijn ervan overtuigddat het kan. Dat zal niet door iedereen als af-doende bewijsvoering worden geaccepteerd, ookal blijken de heren niet over een nacht ijs te zijngegaan. Ter onderbouwing is de landkaart geraad-pleegd, de krant gelezen, naar grootsteedse wet-houders geluisterd en zelfs een autoritje gemaakt,onthult ons het blad Binnenlands Bestuur(12/3/1993). Dat alles is echter te weinig om detwijfel weg te nemen over de betrouwbaarheid vande vastgestelde woningbehoefte, de wijze waaropdie in bouwdaden wordt omgezet en de gevolgendaarvan voor ruimtelijke ordening en milieu.Om te beginnen verwacht men van een milieumi-nister een andere benadering, zeker wanneer hijeen beleidsstuk als de Trendbriefook ondertekent.Gewend aan bestrijding bij de bron zal hij zich ereerst van vergewissen of raming en rekenwerk weldeugen. Hier zijn aannames gehanteerd, die hemal een gevoel van twijfel hadden moeten inboeze-men. Ontwikkeling van de huishoudens wordt alsbasis voor de bouwopgave genomen. Daartoewordt vooral naar het inkomen gekeken: meer in-komen leidt tot meer huishoudens; ze ontstaanmakkelijker en blijven ook langer in stand.Eeuwige inkomensgroeiDoor nu inkomensgroei als trend aan te houden(ten opzichte van peiljaar 1899 zeker een trend,waar in de jaren tachtig van onze eeuw echter deklad in is gekomen) kan vrijwel alle woningvraagop termijn ook als effectieve vraag worden opge-vat. Anders gezegd: bij voldoende zielen (en dat ismet voortdurende buitenlandse migratie ook na2005 gegarandeerd) is via eeuwige inkomens-groei in principe een oneindige woningbehoeftegecreerd. Geen enkel land is op termijn groot ge-noeg om de ruimtelijke en milieu-effecten hiervanop te vangen, maar (het westen van) ons kleinedichtbevolkte land stuit wel snel op zijn grenzen.Wordt deze woningbehoefte vertaald naar nieuw-bouw in vooral het buitengebied dan komen diegrenzen eerder in zicht. Nog sneller mis gaat hetvervolgens door het bouwprogramma in toene-mende mate af te stemmen op de particuliere sec-tor, die alleen met riante (lees: extra lage) dicht-heden met bijbehorend autoverkeer genoegenneemt. Door ook nog eens aan de bestaande stadvast te bouwen wordt op een historisch gegroeidmaar ecologisch rampzalig nederzettingenpatroonIr. M. Biermansiswo, Instituut voor Maat-schappijwetenschappen teAmsterdam.Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 nummcr 3van Trendbrief naar trendbreukt**" ,^^^.i.W ' I_ _^ , ' * "^^^ ... ....""Gebouwd moet warden in enaan de stad (gemeente Zoeter-meer).dichtheid enstedelijkekwaliteitkunnen goedsatnengaanvoortgeborduurd. De al vermorste ruimte zal daar-mee verder worden versneden tot landschappe-lijke snippers van te geringe omvang en te weinigonderlinge samenhang om er nog milieukwaliteitte laten gedijen. Naast plaatselijke populaties wei-devogels en woelmuizen komen nu regionaal eninternationaal belangrijke ecologische verkeers-pleinen als het IJ-meer door nieuwbouw('locatieNieuw-Oost) in het gedrang.TrendbreukbriefWordt het Trendrapport dus voor waar aangeno-men, dan ontvouwt zich een weinig duurzaamtoekomstperspectief: opeengestapelde nieuw-bouweffecten vergen onomkeerbare miheuoffersen omdat de honger naar onderdak onstilbaarbUjkt, bhjven ook telkens nieuwe offers nodig.Dat is strijdig met het streven naar duurzaamheid,zoals dat internationaal werd beklonken in hetBrundtland-rapport van 1987. Daarin schuilt devoornaamste reden om aan dit Trendrapport eenandere brief te hechten: een Trendbreukbrief.Hierin zou het parlement dan zien dat in het besefvan de eindigheid aan nieuwbouwmogelijkhedenen het tanend probleemoplossend vermogen vanhet nieuwbouwinstrument, net op tijd tot eenwending van beleid is besloten. Voortaan zal hetvolkshuisvestingsbeleid, overigens net als dat vanlandbouw en transport, niet meer vanuit de vraag-zijde maar vanuit de aanbodzijde worden geenta-meerd. Er zal geen "zoekruimte" op de landkaartmeer worden gevonden bij de tot voor kort onont-koombaar gewaande woningvraag.Vraagbevrediging wordt toegelaten binnen deecht onontkoombare condities die vanuit ruimte-lijke ordening en milieu worden gesteld.Vooruitlopend op de rapportage over de preciezerandvoorwaarden waarbinnen moet worden ge-opereerd, is op grond van de alarmerende berich-ten over ons milieu en de niet gehaalde doelstel-lingen uit NMP+, besloten te streven naarstationair ruimtebeslag voor stedelijke doelein-den. Hiertoe wordt een bouwstop op het buitenge-bied afgekondigd. De koers in het volkshuisves-tingsbeleid wordt verlegd naar voorraadgerichtestrategieen met een groot herbergend vermogen.In onderdak valt ook op andere manieren te voor-zien, dan met nieuwbouw in het buitengebied.Grijze gidsgroepTen onrechte is ervan uitgegaan dat in de voorraadnaar voUedige tevredenheid wordt gewoond. On-derschat is het verschijnsel dat in een snel vergrij-zende samenleving de woningbehoefte met hetklimmen der jaren voor een grote groep ingrijpendverandert. Beland in de lege-nest-fase (kinderende deur uit) komen kleiner geworden huishoudenszo vanzelf steeds vaker klem te zitten in een tegroot huis. Twee miljoen huishoudens zijn nu al 55jaar ofouder. Te lang is verzuimd voor passende al-ternatieven te zorgen. Daardoor is de scheefheidtussen woonwens en woongelegenheid (los vanhet inkomen!) verder opgelopen.Op een woningvoorraad van 6 miljoen zijn er 70%eengezinswoningen en dat terwijl het merendeelvan de huishoudens (61%) nu al bestaat uit een oftwee personen. Ongeveer de helft daarvan is al-leenstaand. Driekwart van alle woningen heeftvier ofmeer kamers. Regionaal en plaatselijk komthet voor dat 20% van deze grote woningen doorslechts een persoon wordt bewoond. Zou dit ooklandelijk van toepassing zijn, dan moet erop wor-den gerekend, dat zo'n 900.000 woningen vanvier- en meer kamers door een persoon worden be-woond!Daar zijn dan zeer veel ouderen bij, die als de ver-grijsde naoorlogse geboortegolf na het jaar 2000begint weg te ebben, naar schatting jaarlijks100.000 (vooral eengezins-)woningen zullen vrij-maken. En mettertijd zal het percentage alleen-staande ouderen dat in grote woningen achter-blijft nog toenemen, als de huishoudens van de nuvijftigers en over tien jaar de nu veertigers even-eens in de lege-nest-fase terechtkomen. Hun leegnest telt overwegend vijf kamers of meer. Geenwonder dat de honger naar onderdak niet valt testiUen. Er wordt in de voorraad steeds ruimer ge-woond: steeds minder mensen per woning, steedsgrotere woningen. Deels is dat onbedoeld. Datjaagt de nieuwbouwramingen echter wel op,omdat niet alleen met nieuwkomers mar ook meteen toenemend gebrek aan woonmogelijkhedenin de voorraad rekening moet worden gehouden.Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 nummer3Hiervoor lean toch geen milieu-offer worden ge-vraagd? Laat het hewonen van de voorraad zicheerst maar eens optimaliseren. In de Trendbreuk-briefkomt de milieuminister dan ook met een pak-ket creatieve maatregelen, meer gericht op hetvrijmaken van woonruimte (die er al is), dan ophet nieuwbouwen ervan.BouwstopEen bouwstop op het buitengebied dwingt aan-dacht af voor de kansen op onderdak die schuilenin de bestaande gebouwenvoorraad. Gekoppeldaan een statiegeldregeling voor bouwvolume,worden binnen de voorraad uitruilmogelijkhedengeboden, om via sloop/nieuwbouw danwel in-bouw, de verhuisketens te repareren, om zo dedoorstroming vlot te trekken.Alle overige maatregelen zijn gericht op het weg-nemen van obstakels voor verhuizingen, die vaakonbedoeld van overheidswege op allerlei terrei-nen zijn opgeworpen. Dichtheidsdove regelge-ving, die ijler wonen bevordert en daarmee denieuwbouwraming voedt, zal worden bijgesteld.Niet langer wordt het inkomen van het huishou-den als maatstaf voor huursubsidie gehanteerd,maar het aantal personen dat in een woning valtonder te brengen. Kleiner geworden huishoudenskrijgen compactere alternatieven aangereikt, bij-voorbeeld via de Heemsteedse aanpak.VerhuisstrategieHet sociale zekerheidsstelsel zal worden ontdaanvan het wonen-alsof-effect, tegenwoordig woonsi-tuatiefraude genoemd. Door de uitkering te indi-vidualiseren behoudt de partner bij het (weer)gaan samenwonen een inkomen en behoeft daar-voorniet een (gesubsidieerde) woning vast te wor-den gehouden om de schijn van een eigen huis-houding op te houden. Aldus wordt het vrijmakenvan een woning beloond als een besparing op veelduurdere nieuwbouw, die anders elders had moe-ten worden neergezet. En passant wordt zo durecontrole vermeden en levensgeluk van betrokkenbewoners niet vergald.Kamerverhuur en inkomsten daaruit zuUen vrijerworden gelaten. Ouders met langer thuiswonendekinderen krijgen (meer) belastingfaciliteiten alsheloning voor het uitstel van nieuwe woningvraagdie dit oplevert.In de koopsector wordt de overdrachtsbelastingals prijsopdrijvende barriere afgeschaft. Koop- enverkooptransacties worden vereenvoudigd doorstandaardtarieven voor notaris, makelaar en hy-potheekverstrekkers; meeneemhypotheken zon-der rompslomp worden standaard. Niet langer hetblijven zitten maar juist het in beweging komenwordt een reden tot subsidieren.Ook de schotten tussen kopen en huren verdwij-nen. Bemiddelde huurders kunnen onder zekerevoorwaarden gemakkelijker hun huurwoningkopen om zelfte (laten) verbouwen ofopknappen.Zo wordt niet alleen het tekort aan duurderewoningen (snel) weggewerkt zonder nieuwbouw,maar ook is voorkomen dat de stedelijke gebiedendoor het massaal vertrek van koopkrachtigen ver-sneld vervallen. Ook het omzetten van koop- naarhuurwoning wordt gemakkelijker gemaakt.Heemsteedse aanpakHet optimaliseringsproces, aldus niet meer doornodeloze obstakels gehinderd, kan nog verderworden aangejaagd door creatieve stimulansen teontwikkelen. Wie bij het aanbreken van de lege-nest-fase aantrekkelijke, maar compactere woon-alternatieven weet te bieden, kan als gemeenteeen woonwinst boeken, die de wachtlijst aan wo-ningzoekenden vrijwel doet verdampen, zo blijktin Heemstede. Op mijn advies wordt daar gewerktaan het geschikt maken van panden voor bewo-ning door meerdere oudere huishoudens (55 + ),die in ruil voor het inbrengen van hun vrijko-mende grote woning in een "woningbank" niet al-leen passende huisvesting in eigen buurt krijgenaangeboden, maar ook een zorgarrangement, datgelijke tred houdt met hun afnemende vitaliteit.Naar verwachting zuUen zo per aangepast pandeen of meer grote woningen vrijkomen en via dewoningbank voor meer intensieve bewoning kun-nen worden uitgegeven. Het herbergend vermo-gen van de gebouwenvoorraad wordt zo goedkoopI]-meer in gedrang, 1982(gemeente Amsterdam).bou>vstop opbuitengebiedvan vijfjaarkanStedebouw en Volkshuisvesting 1993 nummer3van Trendbrief naar trendbreukPlan Zuid in Amsterdam (centeen hogere dichtheid dan ijleropgezette wijken als Bijlmer-meer, maar Zuid overtreft tochinkuialiteit, 1983 (gemeenteAmsterdam).en met behoud van de stedebouwkundige herken-baarheid opgevoerd.Ook ontstaat door hat toegenomen aantal klantenper woongebied een hechter draagvlak voor op- enuitbouw van voorzieningen in de directe oinge-ving, die door hun nabijheid weer te voet en perfiets bereikbaar zijn. Voor verderop gelegen be-stemmingen kan bet transportnetwerk, toch alnodig voor het zorgarrangement (brood en boekaan huis) tot een busdienst uitgroeien zodat deauto kan blijven staan. Verdichting van het aantalmensen per woning behoeft dan ook niet noodza-keUjk samen te gaan met een concentratie vanvervuihng en afnemende woonkwaliteit.InbouAvenDichtheid en stedehjke kwaliteit kunnen - neemoeten - zelfs goed samengaan, wat valt afte lezenaan Berlages Plan Zuid te Amsterdam. Deze at-tractieve buurt kent een hogere dichtheid dan ijleropgezette wijken als de Bijlmermeer of NieuwNoord, maar Zuid overtreft toch in kwaliteit. Opbasis hiervan mag worden verondersteld, dat ookin het verdichten binnen bestaand stedelijk ge-bied meer wooncapaciteit schuilt dan nu wordtaangenomen. Naast woonruimteverdelingsstrate-gieen zal ook strategische nieuwbouw binnen debebouwde kom kunnen helpen om de verhuiske-tens te sluiten. Door tekorten in bepaald onderdakweg te nemen kan de doorstroming worden vlotgetrokken.In de Trendbreukbrief gaat de milieuministerervan uit dat gaande het proces wel blijkt welkeobstakels nog moeten worden weggenomen. Vande opbrengst aan onderdak en dus het nieuw-bouwbesparend vermogen wordt veel verwacht.In de goedkope voorraad komen met obstakelsjaarlijks 300.000 woningen vrij. Dat is drie maalde jaarlijkse nieuwbouwproduktie. Elk huishou-den verhuist toch gemiddeld eens in de 8-10 jaar.Vergeleken met nieuwbouw waarmee hooguit 2%per jaar aan de voorraad valt toe te voegen, biedtde voorraadstrategie een veelvoud aan woonwinstin korte tijd tegen lagere kosten. Voorwaarde iswel dat nauwkeuriger dan nu bekend is hoe bewo-ners over de beschikbare woonruimte zijn ver-deeld.Wordt tot zolang aangenomen dat 20% van devier en meerkamerwoningen ook landelijk dooreen persoon wordt bewoond en wordt veronder-steld dat 10% daarvan zich niet volgens de Heem-steedse aanpak laat herverdelen, dan is een woon-opbrengst te berekenen die ligt tussen de 350.000en 450.000 grote woningen, afhankelijk van hetgeschat vermogen om in 5-, 6- en meerkamerwo-ningen ook meer dan twee eenpersoonshuishou-dens onder te brengen.VoorraadstrategieParallel aan het produktietijdvak 1990-2005 moetdeze woonopbrengst nog worden verhoogd met de3- en meerpersoonshuishoudens van nu 40-50-ja-rigen, die in de komende 5-15 jaar in de lege-nest-fase zuUen belanden en naar verwachting nu aleen grote woning hebben bemachtigd. Het lijktvoorstelbaar dat alles bijeengenomen, het herber-gend vermogen van de voorraad tenminste valt opte voeren tot een half miljoen woningen. Datkomt overeen met een bouwproduktie van zekervijf jaar. Een bouwstop op het buitengebied vanom te beginnen vijfjaar is danook niet draconisch.Natuurlijk heeft het Trendrapport 1992 manke-menten. Raming en rekenwerk rammelen. Maarverbetering daarvan zal slechts een ander jaartalopleveren waarop de wal het schip keert. In hetcommentaar op het Trendrapport overheerst deopvatting dat er nog meer moet worden gebouwd.Juist dat heeft de milieuminister de ogen geopend.Zo kan hij niet verder. Het wordt tijd voor eenvolkshuisvesting-van-het-genoeg.Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 nummer3On/zekerheden uit het zichtreactie van het Centraal PlanbureauHet Trendrapport presenteert eenscenario-aanpak, maarwerktdeze niet consequent uit. In deTrendhriefis het scenario-element zdfs geheel verdwenen.Belangrijke onzekerheden rakendaarmee, onzes inziens tenonrechte, uit het zicht. Verdermeent het CPB dat de kwantita-tieve woningbehoefte in deTrendbriefeerder wordt onder-dan overschat, en dat er nogaloptimistische veronderstellingenworden gemaakt inzake doorstro-ming en vrije sector-produktie.Vorig jaar publiceerde het CPB, in het kadervan de lange-termijnstudie "Nederland indrievoud", een onderzoeksmemorandumgetiteld "De woningmarkt op lange termijn".'Hierin worden de drie macro-economische scena-rio's van "Nederland in drievoud" nader uitge-werkt op woningmarktniveau. Onze studie troknogal wat aandacht, omdat er voor de periode1990-2015 een kwantitatieve woningbehoeftewerd geraamd die zo'n 300.000 tot 500.000 eenhe-den hoger lag dan in VINEX. Zonder dit memoran'dum nu als een alternatief Trendrapport te willenpresenteren, zal het duidelijk zijn dat wij met veelbelangstelling op de publikatie van het Trendrap-port hebben gewacht.In dit artikel willen wij enkele kritische opmer-kingen maken, zowel over het Trendrapport alsover de Trendbrief. Daarbij luidt het centralethema: onzekerheid.TrendrapportIn het Trendrapport staat een "exploratiefsociolo-gisch model met economische elementen" cen-traal. Na een uitgebreide beschrijving van ditmodel poneren de auteurs drie macro-economi-sche scenario's, geformuleerd in termen van werk-loosheid, investeringsvoeten, arbeidsproduktivi-teit en daaruit resulterende economische groei(1%, 2% en3%per jaar in laag, midden respectie-velijk hoog). Door deze economische beelden inhet sociologische model in te voeren, resulterendrie scenario's voor de maatschappelijke ontwik-keling; door herweging van het Woningbehoef-tenonderzoek 1989/1990 worden deze vervolgensvertaald in drie scenario's voor de kwantitatieveen kwalitatieve woningbehoefte tot 2015. Slaagthet rapport in de ambitie om op basis van eenmulti-disciplinaire aanpak een coherent beeldvan de toekomst te schetsen in de vorm van eenaantal scenario's? Naar ons oordeel slechts zeerten dele.MethodologieEen paar methodologische opmerkingen om te be-ginnen. Hoewel het sociologische macro-modelslechts een beperkt aantal vergelijkingen telt, vin-den wij de structuur nogal duister. Allerlei varia-belen worden op een creatieve en vaak intui'tiefplausibele manier aan elkaar gerelateerd, maarhoe deze relaties nu precies geinterpreteerd moe-ten worden en met elkaar samenhangen, is onslang niet altijd duidelijk. De betreffende relatieszijn geschat met behulp van data voor de periode1899-1989. Ook daar willen wij een vraagtekenbij zetten.Impliciet wordt hierbij immers aangenomen, datzich in de onderzochte periode geen structuur-breuken hebben voorgedaan, hetgeen onzes in-ziens nogal discutabel is.Voor de raming moet deze assumptie bovendiennaar de toekomst worden doorgetrokken: de ge-vonden relaties blijven gelden. Zo wordt onderDrs. C.CJ.M.C.KerckhoffsDrs. M.J. StaffersRespectievelijk wetenschap-pelijk medewerlcer en chefvan de Afdeling Bouwnij-verheid van het CentraalPlanbureau te Den Haag.CPB schatteal vorig jaar>voningbe-hoefte hogerdan VINEXcPB-onderzoeksmemoran-dumnr.98, 1992.Stedebouw en Volkshuisvesting 1993 nummer 3On/zekerheden uit het zichtBouwprogramma Trendbrief:weinig ruimte voor de socialesector (Woningbouwvereni'ging Volkshuisvesting Breda).Trendrap-port: socialecultuur inNederlandtot 2015vrijwelongewijzigdTrendrapport 1992, p. 74.3Min of meer te interpreterenals het aandeel woningenheneden de 140 mille intabel 5 van de Trendbrief.(65 won.) -I Ir j H ^'^'enburoArchitekt:(80 won.)KonstrukteurTeL076-146129bouw en aanneming maatschappij b.v. bredaandere expliciet verondersteld, dat de sociale cul-tuur in Nederland tot 2015 niet fundamenteel wij-zigt. Als concreet voorbeeld in dit verband fun-geert de sociale zekerheid.OnzekerhedenDe crux van ons betoog ligt, zeals gezegd, in hetthema onzekerheid. Hoe verder men vooruit wilzien, des te groter wordt de fundamentele onzeker-heid over de toekomst. Dit brengt beleidsmatigerisico's met zich mee, die genegeerd worden wan-neer men zich geheel baseert op een puntschat-ting. In genoemd memorandum proberen wijdaarom de onzekerheid op volkshuisvestingsge-bied in kaart te brengen door voor de periode1990-2015 drie uiteenlopende maar intern con-sistente beelden te presenteren. De diversiteit vande scenario's maakt het mogelijk om over uiteen-lopende ontwikkelingen en bun beleidsmatigeconsequenties te filosoferen, terwijl toch het den-ken gedisciplineerd wordt door de interne consis-tentie van de scenario's. Hoewel het Trendrapporttraditioneel eveneens drie scenario's presenteert,zijn wij met de uitwerking hiervan niet erg geluk-kig.AUereerst zijn wij van mening, dat er qua exogeneinputs te weinig variatie is tussen de scenario's.De verschillen tussen de Trendrapport-variantenkomen immers niet voort uit divergerende institu-tionele of demografische ontwikkelingen, maarzijn volledig economisch bepaald. Wat ons vooraldwarszit, is het feit dat de achterliggende bevol-kingsprognose in alle scenario's identiek is, name-lijk de CBS-middenprognose van eind 1991. Hoezit het met de onzekerheid over de migratie-ra-mingen, die nu juist verantwoordelijk was voorhet feit dat reeds na korte tijd de viNEX-prognosesopwaarts herzien moesten worden? Een scenario-aanpak beoogt om onzekerheid te expliciteren,maar in het Trendrapport wordt deze belangrijkebron van onzekerheid niet geexpliciteerd, maargenegeerd.De uiteenlopende ontwikkeling van de kwantita-tieve woningbehoefte in de drie Trendrapport-scenario's is, gezien de identieke bevolkingsprog-nose, vooral het gevolg van de positieve relatietussen economische ontwikkeling en huishou-densverdunning. In het hoge scenario is daaromde kwantitatieve woningbehoefte het grootst, enin het lage scenario het kleinst. Echter, voor de pe-riode tot 2000 wordt vervolgens, "in overleg metde opdrachtgever"', goeddeels afstand gedaan vande scenario-gedachte door voor de huishoudens-ontwikkeling de PRiMOs'92-ramingen over tenemen. Opvallend is in dit verband dat deze PRI-Mos'92-raming, die niet expliciet rekening houdtmet de effecten van de economische groei op dehuishoudensvorming, tot 2000 nagenoeg samen-valt met de hoge variant van het Trendrapport. Wepraten dan over aantallen die aanzienlijk hogerzijn dan de eerdere viNEX-ramingen, gebaseerd opPRiMOs'89. De consequentie van deze ingreep iswel, dat tot 2000 de kwantitatieve woningbe-hoefte nauwelijks nog tussen de drie scenario's uit-eenloopt. Alweer een stuk onzekerheid minder...Anders ligt het gelukkig bij de kwalitatieve wo-ningbehoefte, die op voorspelbare wijze naar sce-nario verschilt: hoe voorspoediger de economi-sche ontwikkeling, des te sterker is de vraag naarkoopwoningen, dure woningen, eengezinswonin-gen, woningen met een groot oppervlak en met re-latief veel kamers. Op al deze dimensies zijn decontrasten tussen de drie scenario's opvallendgroot, vooral in de deelperiode 1995-2000. Zowordt het gewenste aandeel huurwoningen in denieuwbouwproduktie in het hoge scenario inge-schat op 9%, tegen maar liefst 86% in het lage sce-nario.TrendbriefDan de Trendbrief, de beleidsmatige vertaling vanhet Trendrapport. De Trendbrief constateert datde woningbehoefte hoger uitvalt dan voorheenwerd gedacht en presenteert een hieraan aange-past bouwprogramma, waarin het aandeel van desociale sector' sterk is verminderd. Het doel is omStedebouw en Volkshuisvesting 1993 nummer 3het in de afgelopen jaren ontstane woningtekortin te lopen en vanaf 2000 te stabiliseren op 2%.Uiteraard wordt aandacht besteed aan de ontwik-keling van het subsidie-instrumentarium, aan deruimtelijke ordeningsaspecten van de toegeno-men bouwbehoefte en aan de raakvlakken met an-dere beleidsterreinen.Temidden van alle reacties tekenen zich een aan-tal gemene delers afdie wij hier niet willen herha-len. Wei willen wij vanuit de specifieke positievan het CPB een aantal elementen emit lichten,waarbij weer het thema onzekerheid centraalstaat, in relatie met de door ons gepropageerde sce-nario-aanpak. Deze is in de Trendbrief namelijkgeheel afwezig.PuntschattingWat de kwantitatieve woningbehoefte betreft,gaat de Trendbrief nog een stap verder dan hetTrendrapport: voor de gehele periode 1990-2015wordt uitgegaan van de PRiMOs'92-raming. Voorde kwalitatieve woningbehoefte fungeert het mid-denscenario van het Trendrapport als uitgangs-punt. Er is dus in alle opzichten sprake van terug-keer naar een puntschatting.Aan belangrijke bronnen van onzekerheid, metvolgens ons als belangrijkste de immigratie en deeconomische ontwikkeling, wordt zo geheel voor-bijgegaan. Terecht heeft Staatssecretaris Heermaerop gewezen, dat er elke vier jaar een beleidsbij-stelling plaatsvindt in het kader van de Trendrap-port-cyclus. Niettemin is gebleken dat door de on-derschatting van de woningbehoefte in deafgelopen paar jaar thans sprake is van een inhaal-behoefte. Dit toont de gevaren van het plannenop basis van een puntschatting. Ons standpuntwas en is, dat het werken met uiteenlopende sce-nario's de kwaliteit van de besluitvorming kan be-vorderen.Wanneer men dan toch op basis van een punt-schatting wil werken, dan lijkt het in elk geval ver-standig om hierbij uit te gaan van een behoedzaamscenario: niet te optimistisch, niet overdrevenpessimistisch, zodat de onvermijdelijke verschil-len tussen raming en realisatie niet al te extreemzuUen zijn en eerder mee- dan tegenvallers impli-ceren. Wij hebben echter het gevoel, dat de punt-ramingen van de Trendbrief in een aantalcruciale opzichten zijn gebaseerd op veronderstel-lingen die vanuit budgettair en bestuurlijk opzichterg optimistisch zijn.WoningbehoefteAUereerst de kwantitatieve woningbehoefte alszodanig. Ondanks de opwaartse bijstelling ten op-zichte van de viNEX-ramingen, en ondanks het feitdat de PRiMOs'92-raming samenvalt met het hogeTrendrapport-scenario, wordt de woningbehoeftevolgens ons nog steeds onderschat. In onze scena-rio-studie van vorig jaar werd een woningbehoeftegeraamd die in 2015, afhankelijk van het scenario,300.000 tot bijna 500.000 eenheden hoger uit-kwam dan in VINEX. In de Trendbriefvindt ten op-zichte van VINEX een opwaartse bijstelling plaatsvan slechts een kleine 200.000 eenheden. Datonze ramingen systematisch hoger zijn, is primairhet gevolg van een sterker ingeschatte individu-alisering, onder invloed van de economische ont-wikkeling. De in PRIMOS'92 en in het Trendrap-port veronderstelde individualisering is zeerbescheiden, in het licht van het verleden ons in-ziens te bescheiden.DoorstrotningVervolgens is de vraag uiteraard, hoe de in deTrendbrief geconstateerde woningbehoefte moetworden gedekt. Hoewel de additionele woningbe-hoefte (vooral immigranten) grotendeels tot deVROM-doelgroep behoort, voorziet de Trendbriefin een sterk dalende produktie in de sociale sector:er wordt gemikt op een voortgaande expansie vande vrije sector. Slechts bij optimistische veronder-stellingen over de doorstroming zal in de woning-behoefte van bovengenoemde doelgroep kunnenworden voorzien.Om met die doorstroming te beginnen: de Trend-brief maakt duidelijk dat VROM "harde" doorstro-mingshevorderende maatregelen probeert te ver-mijden, zodat de impulsen in eerste instantievanuit de woningmarkt zelfzuUen moeten komen.Uit het feit dat de kwalitatieve woningvraag in hetTrendrapport sterk verschilt naargelang de econo-mische ontwikkeling, blijkt dat ook hier weer veelonzekerheid aanwezig is. Meer concreet: bij eenook maar enigszins tegenvallende economischeInschatting CPB; noodzake-lijke nieuwbouw in vrije sectoralleen haalbaar hij ^eer voor-spoedige economische ontwik-keling (provincie Flevoland).Trendbriefwil afgelopenjaren ont-stane wo-ningtekortinlopenStedebouw en Volkshuisvesting 1993 nummer3On/zekerheden uit het zichtCPB: Trend-rapport enTrendbriefonderschat-ten woning-behoefteontwikkeling zal de doorstroming naar alle waar-schijnlijkheid stagneren. Wederom had een con-sequente scenario-aanpak kunnen helpen om hierde risico's in kaart te brengen.Vrije sectorDan de expansie van de vrije sector. De Trendbriefnoemt terecht een aantal factoren die op eenvoortgaande bloei wijzen. Toch komt ook hierweer het thema risico om de hoek kijken. Uit eco-nometrisch onderzoek is bekend, dat de activiteitin de vrije sector sterk reageert op een aantalmacro-economische variabelen (vooral de nomi-nale lange rente en de groei van de beschikbareinkomens), variabelen waarvan de toekomstigeontwikkeling nu eenmaal onzeker is. In het re-cente Centraal Economisch Plan wordt voor demiddellange termijn (1995-1998) een indruk ge-geven van deze gevoeligheden, door het (alweer!)tegenover elkaar zetten van twee scenario's. Watnu de Trendbrief betreft: naar onze inschatting zalde noodzakelijke nieuwbouw in de vrije sectorslechts haalbaar zijn bij een zeer voorspoedige eco-nomische ontwikkeling, zoals in het hoge Trend-rapport-scenario.De Trendbrief besteedt aan deze risico's geen aan-dacht en doet qua strekking hier en daar denkenaan de aloude Wet van Say; als de lagere overhe-den nu maar zorgen voor de ontsluiting van ge-schikte bouwlocaties, dan volgt de vraag naar ka-vels vanzelfWas het maar zo simpel. Risico's zijn er overigensniet alleen in de vrije sector. De afschaffing van degenerieke objectsubsidles per 1995 berust immersop een bepaalde inschatting van de ontwikkelingvan rente, inflatie en huren, waaraan eveneens al-lerlei onzekerheden zijn verbonden.ConclusiePositief is, uiteraard, dat VROM in de Trendbrief navele signalen de woningbehoefte en het bouwpro-gramma opwaarts heeft bijgesteld. Kritische reac-ties in de volkshuisvestingswereld hebben vaakbetrekking op de locatieproblematiek en de vaag-heid van de Trendbrief over de manier waarop degestelde bouwbehoefte gerealiseerd moet wordenen de daartoe gewenste evolutie van het beleids-instrumentarium. Wij hebben in dit artikel eenandere invalshoek gekozen: de manier waaropTrendrapport en Trendbrief omgaan met onzeker-heid.Reeds in het Trendrapport zijn een aantal belang-rijke factoren, met name de immigratie, niet naarscenario gedifferentieerd. In de Trendbrief wordtde onzekerheid nog verder beperkt door voUediguit te gaan van een scenario. In plaats van daarvooreen behoedzaam scenario te kiezen, wordt deTrendbrief naar onze mening juist gekenmerktdoor relatief optimistische veronderstellingen opeen aantal cruciale punten (kwantitatieve wo-ningbehoefte, doorstroming, vrije sector-produk-tie).Onze boodschap moge duidelijk zijn: Trendrap-port en Trendbriefdoen onvoldoende recht aan deonzekerheden waar de volkshuisvesting de ko-mende jaren mee geconfronteerd zal worden.Stout stukjeToen de directeur van de woningbouw-stichting "Goed onderhoud is hethalve werk" (692 verhuureenheden) inhet Honingraat-magazine la
Reacties