75eJAARGANG 1994 NUMMER 12Stedebouw VolkshuisvestingTIJDSCHRIFT VOOR RUIMTELIJKE ONTWIKKELING EN OMGEVINGSKWALITEITIIEUWE KAAR JVOOR PLANOLOGEN BESTAAT NIETHST ONTSPOORTIN DE RANDSTADRUIMTELIJK ONTWIKKELINGS^PERSPECTIEF MHALDIRECTEURHandboek voor bestuurDe persoonlijke informatiebron voor de ondernemingsleiderNCDNederlands Centrum van Direcfeurenen CommissarissenUitgeverijen Van der Wolk en DelwelPostbus 19110, 2500 CC 's-Gravenhage'De Directeur' is het nieuwe handboek over de grotezakelijke beslissingen van de ondernemingsleider.De dagelijkse besluitvorming gaat een directeurgemakkelijk af. Van tijd tot tijd dienen zich echterzaken aan die buiten zijn normale beslissingspatroonvallen: o.m. fusie, overname of opvolging.'De Directeur' bewijst hier zijn diensten. Dit nieuwehandboek belicht de fiscale, financiele en tactischeaspecten.De persoonlijke belangen van directeuren, zoalsrechtspositie en aansprakelijkheid, inkomen en pen-sioen, komen -door drukke werkzaamheden- wel eensin het gedrang. Ook hier staat 'De Directeur' u terzijde!Kortom: 'De Directeur' informeert over:- de belangen van de directeur persoonlijk;- de strategische beslissingen bij het besturen van deonderneming.Meer informatie?Vraag de uitgebreide folder aan!Telefoon: 070-362 48 00Telefax: 070 - 360 38 10Ook verkrijgbaar via de boekhandelStedebouw ?& ^Volkshuisvesting75e jaargangnovember 19^4nummer 12Nederlands Instituut Ruimtelijke OrdeninVolkshuisvesting (NttOpgericht in 1917.Mr. D. Hudig-huis,Mauritskade 21,2514 HD Den HaagRedactieIr. J. BrouwerIr. H. DekkerMr. A.Ch. FortgensDr. H.J.M. GoverdeIr EC. GroenDr.s. R. te GrotenhuisMvv. drs. I.T. KlaasenDrs.J.J.ModderIr. W RehDrs. EWA. VeldMw. mr Y. de VriesDr W ZonneveldRedactiesecretariaat enbbonnementenadministradepDrs. R. te GrotenhuisMw. I. Steei-Jioff-BoogersNiROV Postbus 308332500 GV Den Haagtelefoon070-346 96 52ifax 070-.3617422MRichdijnen voor auteursAuteurs van artikelen en boekbesprekingen kunnen op hetredactiesecretariaat "Richthj-nen voor auteurs" aanvragen.UilgeverijDELWEL Uitgeverij B.\Postbus 191102500 CC Den Haagtelefoon070-362 480~fax 070-360 54 36UitgeverDr.s. A.F. WesterhofAdvei'tentiesEric NoordamJ^'ormgevingl.M.C. van ZijU de JongPrijzenMIRO\ -leden ontvangen Stede-bouwen Volkshuisvesting gratis..NiRO\ -lidmaatschap vanaf/ 135 ~Lo.sse nummers f 25--Themanummers / 30, -Losse nummersMK5V.Mw. I. Steenhoff-Bi Aan deze uitgave is de uiterste2org bestead; voor onvolledige/onjuiste informatie aanvaardenauteur(s), redactie en uitgevergeen aansprakelijkheid. Voorverbetering van onjuistheJenhouden zij zich aanbevolen.CVAKaangesloten bij__deNOTl.\AICISSN-0039-0879Inhoud3 Nieuwe kaart voor planologie enstedebouw].]. Modder, D.C.P. Schenk, ]. WitsentieI128^ -DENKRAAM5 Nieuwe ronde, nieuwe kansen].]. M.odderSnelle trein ontspoort in de RandstadM. Jacobs, A. Qeerse en mw. I.T. KlaasenDe auteurs tonen aan dat een nieuw tracevoor de HogeSnelheidsTrein buiten deRandstad gewenst is, maar binnen de Rand-stad onlogisch is. Hier zou de trein met aan-gepaste snelheid over het bestaande tracemoeten rijden.Centrale Stedenring bestaat nietL. van der LaanBekende begrippen als Centrale Stedenring,Zuidvleugel of Brabantse Stedenrij wordenniet gedekt door daadwerkelijk forensisme-gedrag. AUeen in de Noordvleugel zijn stads-gewesten sterker dan elders met elkaar ver-bonden.Van der Laan pleit ervoor om aan het intra-stadsgewestelijk vervoer een hogere priori-teit te geven dan aan het vervoer tussen stads-gewesten.20 Ruimtelijk ontwikkelingsperspectief MHALA. PetersOp basis van de ervaringen in het MHAL-gebied toont Peters aan dat het mogelijk isom op een goede manier grensoverschrij-dend samen te werken. Een samenhangend,grensoverschrijdend metropolitaan systeemzal niet eenvoudig tot stand komen, wel eenEuregio nieuwe stijl.VAKGENOTEN25 H. van der CammenSIGXALEN26 Voorbeeldplan stationsomgeving Hengeloschiet tekortA.P. de Zwart29 Bestemmingsplan koppelt kwaliteitsbeleid].]. van der Hout en E.R. Male33 Ruimtelijke perspectieven voor EuropaH. Leinfelder - .-35 Stadsvemieuwing in de grote stedenW. Rohde37 VROM-agenda voor 1995E.A.]. QroenKATERK MEDEDELINGEN I38 NIROV40 IFHP41 RPD42 RAROKATERN PL'BLIKATIES43 Recensies46 SignalementenAfbeelding omslag: Proefgebied Witsen-kaart, Rijksplanologische Dienst, Den HaagStedebouw en Volkshuisvesting 1994 nummer 12IP DITDIT ZEGT NIETSW- OVER EEN ARBEiDSPLAATSAAN DE SLAG?GEHANDICAPTEN DOEN NET ZO GOED MEE.AVO BEMIDDELT: 033-75 33 44Oog voor het onzichtbare50 jaar structuurplanning in Amsterdam 1955-2005Guido J. Wallagh1994.412 biz. gelllustreerd/ 59,90-ISBN9023229401Overeenstemming over de hoofdlijnen van beleid is vooreen effectieve ruimtelijke ordening vereist. De uitkomst isterug te vinden in plannen en uiteindelijk in concretefysieke veranderingen. Consensusvorming speelt zichechter veelal achter de schermen af. Vooral deze wereldachter het plan wordt in dit boek beschreven. Ondermeervia interviews met betrokkenen wordt aangegeven hoewethouders in Amsterdam samen met de gemeenteraad,ambtelijke diensten, bevolking en belangengroepen hetruimtelijk beleid in de steigers zetten.Verkrijgbaar in de boekhandel of rechtstreeks bij de uitgeverUitgeverij VAN GORCUMPostbus 439400 AA AssenTel. 05920 46846Fax 05920 72064ZDKrutdenturn 5Postbus 372990 AA BarendrechtTelefoon (01806) 131 44Telefax (01806) 204 61Nieuwe kaart voor planologie en stedebouwOp de cover van ditnummer treft u een uit-snede aan van een kaartdie wordt aangeduid als "proef-gebied Witsenkaart". Dezekaart beslaat de hele Randstad(1 : 200.000). Het is het ant-woord op een pleidooi datJenno Witsen bij de Rijkspla-nologische Dienst (RPD) hieldvoor een beter op de praktijkvan de ruimtelijke ordeningaansluitende kaart. De afgelo-pen jaren is binnen en buitende RPD aan die kaart gewerkt.Onderstaand geeft DouweSchenk een nadere toelichting.Vervolgens is een (verkorte)bijdrage van Jenno Witsen op-genomen aan een (intern) sym-posium, dat medio oktober bijde RPD aan de voortgang van dekaartproduktie is gewijd.De RPD is nogal terughoudendin haar beroep op planners enontwerpers om mee te denkenmet het programma van eisenen de vormgeving van de kaart.Naar mijn mening is hier spra-ke van misplaatste bescheiden-heid. Het initiatief en de uit-werking tot dusverre verdientalle lof.De kaart vraagt natuurlijk ookom een oordeel en een con-structieve bijdrage van regiona-le planners. Het NIROV over-weegt daarom in 1995 een semi-nar te wijden aan 'het kaart-beeld in de ruimtelijkeordening'. Belangstellendenkunnen zich bij ondergeteken-de aanmelden. Reacties rich-ting RPD kunt u richten aanDouwe Schenk, RPD, postbus30.940, 2500 GX Den Haag.Er is nog een bescheiden hoe-veelheid kaarten in voorraad.Het is maar dat u het weet!Drs.JJ. ModderDirecteur NIROV, Den HaagUit de keuken van de WitsenkaartRuimtelijke ordening en kaarten: stel je de vormgevers vanonze omgeving eens voor zonder die uit gekleurde vlakken,lijnen en punten opgebouwde beelden. Kaarten behoren tothet basisgereedschap van de planoloog, ze geven houvast bijde analyse van het verleden en bij het ontwerp van de toe-komst. Daartoe zijn vele en veelsoortige kaarten ontwikkeld.Op vele manieren is informatieover onze omgeving in kaart ge-bracht. Wat daarbij volgens detoenmalige directeur-generaalvan de ruimtelijke ordening,prof. dr. mr. J. Witsen, echternog node werd gemist, was dekaart van de kenmerkenderuimtelijke verscheidenheidvan Nederland. Het was nogniet gelukt om de ruimtelijkekwaliteit van ons land overtui-gend samen te vatten in eenbeeld. Daarmee ontbrak voorhet werk van de ruimtelijk or-denaar de onderlegger die rechtdoet aan waar dat werk uitein-delijk op is gericht: het behouden de versterking van de ruim-telijke kwaliteit.Een dergelijke onderlegger ismeer dan het kaartbeeld datvolstaat met de locatie der din-gen. Planvorming, maar ook detaak van de ruimtelijk ordenaarom planalternatieven helder teonderbouwen en beleidskeuzeseenduidig te presenteren, vra-gen om beelden die de kwaliteitvan de inrichting van ons landvisualiseren. Met het idee vanWitsen om in een kaart de ka-rakteristieke kenmerken (deverschillen in de schaal van hetlandschap, de overgangen engradienten, de verhouding tus-sen stad en land, de allure vande binnensteden en de dyna-miek van het verkeer) te tonen,werd een zoektocht gestartnaar een kaart die niet alleen debeleving weergaf, maar zichook laat gebruiken als onder-legger voor de planontwikke-ling en als ondergrond voor be-leidsinformatie. Dit kartografi-sche schaap met vijf potenwerd naar zijn initiator de"Witsenkaart" genoemd.Eind 1991 ging in opdracht vande Rijksplanologische Diensteen onderzoeksproject vanstart, uitgevoerd door de Facul-teit der Ruimtelijke Weten-schappen van de Rijksuniversi-teit Utrecht. Dit onderzoek gafeen vervolg aan de eerste schre-den op de zoektocht naar dekaart van Nederland.Eind 1993 resulteerde het on-derzoek in een voorstel vooreen te hanteren legenda en eenproefkaart voor de Randstad.Op basis hiervan is gewerkt aaneen digitale kaart voor heel Ne-derland. Een eerste versie vandeze totale kaart werd onlangsten doop gehouden. Natuurlijkmocht en mag de beroepsge-meenschap nu niet verwachtendat hiermee gelijk de kaart vanNederland is gerealiseerd. Hetnu voorliggende kaartbeeldbiedt echter wel perspectiefrij-ke mogelijkheden.De discussie richt zich op watnodig is om die mogelijkhedenook daadwerkelijk te benutten.Binnen de RPD gaan de gedach-ten uit naar een aanvulling vanIr. D.C.P. SchenkCoordinator beeldvormingRijksplanologische Dienst,Den Haag.een goedekaart zit volbeloftenStedebouwen Volkshuisvesting 1994 nummer 12de legenda (perceleringen, hoog-ten) en opname van aangren-zend buitenland, maar ook naareen vorm, die zich gemakkelijkleent voor selectie, aggregatie,generalisatie en beelduitsnede,al naar gelang het specifieke ge-bruik in planvormingsprojectenen beleidspresentaties.Prof. dr. mr.J. WitsenVoormalig directeur-generaal ruimtelijkeordening, ministerieVROM, DenHaag.kaarten ont^hullen enverleiden1Maps, kaarten en platte-gronden van bergtop totoceaanbodem, StichtingKunstprojecten, Rotter-dam, 1990.Perfect gemeten, landme-ters in Hollands Noorder-kwartierca 15504700,Stichting UitgeverijNoord-HoUand, 1994.Verleidingen van de kaartWaarom zijn kaarten zo fascinerend?De eerste keer dat je een kaart openvouwt van een gebied,waar je niet eerder bent geweest, is een feest. Die kaartonthult (langzaam!) de geheimen van die streek. Je zietruimtelijke structuren en je vermoedt kleuren, dimensies,beweging en mensen. Dromen krijgen vaste ankerpunten.Een mooie kaart onthult 'de luister van het land'.Kaarten onthullen ook minderwelkome aspecten. De werke-lijkheid is zoals ze is. Afstandenzijn zoals ze zijn. Ruimtelijkestructuren hebben dikwijls nietde kwaliteit die ze beloven. Zezitten vol irrationaliteit, ruim-teverspilling en onrecht.Kaarten onthullen de werke-lijkheid. Maar welke werkelijk-heid? De wegenkaarten van deANWB geven de werkelijkheidvoor de automobilist. Ik zegniet dat ze niet mooi zijn. Alsautomobilist heb ik liever eenmooie wegenkaart, dan eenkaart van een willekeurige ben-zinemaatschappij. Maar hetblijft een wegenkaart, waar we-gen veel prominenter op staandan ze in werkelijkheid zijn.Het doel van een kaart kan dewerkelijkheid vertekenen. Deinteressante bundel "Maps"geeft daar vele voorbeeldenvan.' Aardig zijn de twee kaart-jes van de monding van de Wa-terweg: een topografische kaarten een hydrografische kaart.Op de een is de zee leeg, op deander is de Maasvlakte leeg.Ferjan Ormeling zegt dan ookin de zojuist genoemde bundel:'het doel bepaalt de middelen'.Ook een kaart met een beperktdoel kan fascinerend zijn enveel van de werkelijkheid ont-hullen. Ik denk aan die schitte-rende waterschapskaarten uitde zestiende en zeventiendeeeuw.^ Ze zijn gemaakt omfunctionele informatie te leve-ren over watergangen, eigen-domsverhoudingen en belas-tingplicht, maar ze voeren dehedendaagse kijker geboeidmee naar de samenleving vandie dagen.Niet alles kan in een kaartbeeldworden neergelegd.Een probleem is met name deachterliggende dynamiek. Daarzijn andere technieken vanruimtelijke beeldvorming voornodig.Dirk Frieling vraagt zich af ofeen statische weergave van dewerkelijkheid niet principieelmisleidend is, omdat de essen-tie van de werkelijkheid is, datzij niet zozeer bestaat als welbeweegt. Uiteindelijk moet dekaart ertoe dienen patronen inprocessen weer te geven.Je mag niet alles van een kaartverwachten. Maar een kaartkan meer doen dan de werke-lijkheid benaderen vanuit eenbepaalde invalshoek. Een kaartvan de fysieke (landschappelij-ke, stedelijke, ecologische) uit-gangssituatie voor nieuw ont-werp en beleid, kan samenhangen kwaliteit onthullen, maarook het gebrek daaraan. Mooiewoorden over coordinatie enover ruimtelijke kwaliteit wor-den te kijk gezet als ze blijkensde kaart niet kunnen kloppen.Een goede ruimtelijke weerga-ve van beleidsvoornemens,met name ook van sectoralebeleidsvoornemens, is een on-misbaar instrument om deruimtelijke betekenis van datvoorgestelde beleid goed voorogen te krijgen.Een goede kaart zit vol beloften.Een mooie kaart is een verlei-dingsinstrument bij uitstek. Hetsucces van de Vierde nota iszonder twijfel mede te verklarenuit de kaarten in die nota. HetGroene Hartbeleid wordt ge-dragen door de mooie kaart-beelden in de Nadere Uitwer-king.Hans van der Cammen maakteen onderscheid tussen deplankaart en de ruimtelijkeschets. De plankaart noemt hijhet proza en de ruimtelijkeschets de poezie van de stede-bouw. Op dat onderscheid valtmijns inziens af te dingen. Ookde poezie van de ruimtelijkeschets kan een belangrijke rolspelen in een plankaart. Maarhij stelt wel terecht de vraagwaarom de beleidskaart zo dik-wijls een bijprodukt van be-leidsstukken is.Kaarten zijn een instrumentom te onthullen en om te ver-leiden. De beste kaart is die,waar de verleidende kracht on-dersteund wordt door een goe-de analyse van de werkelijk-heid, die immers is zoals ze is.Een goede ruimtelijke inrich-ting vergt zowel zicht op dewerkelijkheid als verbeeldings-kracht.Het mooiste dat ik me kanvoorstellen van de kaart, waar-aan mijn naam is verbonden, isdat zij door haar weergave van'de luister van ons land' de sa-menleving ertoe zal verleidenzodanig met ons land om tegaan, dat recht wordt gedaanaan al zijn rijkdom en zijn mo-gelijkheden.Stedebouwen Volkshuisvesting 1994 nummer 12Nieuwe ronde, nieuwe kansenHet ministerie van Economische Zaken is bezorgd over dewijze waarop de ruimtelijke ordenaars met de ruimte-claims omgaan die uit de economische activiteiten voort-vloeien. Met name in de Randstad wordt, zo vindt men, tevaak alleen naar woningbouw gekeken en wordt de ruimte-vraag van de bedrijvigheid onvoldoende gehonoreerd. Mis-schien heeftEZ gelijk. Maar waar men in ieder geval mis meezit is de veronderstelling dat het met de woningbouw in deRandstad wel goed zit.Wie de onlangs gepubUceerde Balans VINEX' van deRijksplanologische Dienst leest, komt tot de conclu-sie dat het viNEX-beleid voor de Randstad niet toereikend isvoor het opvangen van de woningbehoefte in de komendetien jaar. Althans, wanneer de ruimteUjke bakens bUjvenstaan zoals ze staan, mag men nameUjk alleen bouwen opViNEX'locaties.Wat is er aan de hand? In 1990 publiceerde de regeringde viNEX. Het beleid in die nota was gebaseerd op eenverwachte bevolkingsomvang in 2015 van 16,5 miljoen inwo-ners. Drie jaar later (in 1993) is die prognose bijgesteld op17,2 miljoen inwoners. Dichterbij in de tijd worden de wo-ningbehoeftecijfers nog wat sprekender.Voor de periode 1995-2005 moet met mi-nimaal 55.000 woningen extra rekeningworden gehouden. Deze prognose is ditjaar alweer ingehaald door de veel hogeregroei van het aantal asielzoekers dan ver-wacht. Een hoge prognose komt op206.000 woningen, bovenop de huidigetaakstelling.In 1992 kregen Amsterdam, Rotterdam en Utrecht naaraanleiding van de Trendbrief een verhoging van hun taak-stelling met 184.000 woningen (Den Haag zat al helemaal vol).De vraag is nu of de Randstad nog lets kan betekenen voorde almaar groeiende nieuwe woningvraag.Met de RPD maken we een rondje langs de vier grote steden.Amsterdam, zo lezen we, heeft geen ruimte meer op nabijelocaties als de huidige viNEX-opgave 1995-2005 is uitgevoerd.Voor Den Haag geldt hetzelfde. In Rotterdam hangt het afvan de sluiting van Zestienhoven. En ook Utrecht moet hetna 2005 verderop zoeken.De oplossing, zo stelt de Balans, moet worden gezocht in"interstadsgewestelijke verbanden". Een kaartje met"strategische zones" laat zien waar de nieuwe taakstellingenterecht zouden kunnen komen. Daaruit wordt in ieder gevaleen ding duidelijk: van Amsterdam tot Dordrecht ontwarenwe een Randstad avant la lettre. Met name de gebieden tus-sen de stadsgewesten OOR en Haaglanden en die tussen hetROA-gebied en het Leidse stadsgewest lenen zich voor verste-delijking.Als de nieuwe woningbehoefte (206.000 of een belangrijkdeel ervan) in de Randstad moet worden gerealiseerd danzuUen dus zeer binnenkort aanvullende ruimtelijke keuzesvoor de periode 1995-2005 moeten worden gemaakt buitende ViNEX-locaties.Voorzetten voor die nieuwe keuzes zijn al beschikbaar.VROM gaf (samen met de Ns) het Bureau B+B opdrachtde verstedelijkingsmogelijkheden langs de Hofpleinlijn (Rot-terdam-Den Haag) te onderzoeken. Het resultaat is bemoe-digend: er kunnen 80.000 woningen worden gebouwd meteen perfecte aansluiting op het spoor. Het nu verslonzendestadslandschap kan door deze ingreep een grote variatie aanaantrekkelijke en duurzam^e woonmilieus opleveren en in-vesteringen mogelijk maken in de open ruimten.In het kader van de Voorbeeldplannen Vierde Nota ver-vaardigde De Hoog [ ontwerp + onderzoek, het voorbeeld-plan voor deZuidelijke Bollenstreek. Daarin wordt het bin-nenduinrandmilieu opgevoerd als gemiste kans van de VINEX.Evenals in het rapport van B+B worden hier de mogelijk-heden geexposeerd van compacte verstedelijking rond nieuwehaltes aan de te verdubbelen spoorlijn Leiden-Haarlem.De kaart met de strategische zones is echter gemaakt inverband met de taakstelling in de periode 2005-2015.Ook voor die periode doemen nu al problemen op. Een hogeprognose voor dit tijdvak vraagt om 350.000 woningen inplaats van de 220.000 die men in de Randstad verwacht. DeVINEX-Iocaties hebben echter een capaci-teitvan 150.000 woningen.Voeg hierbij het feit dat een aantal VINEX-locaties in de komende jaren vertragingzal oplopen bij de realisering en ministerDe Boer kan een helder concept-kabi-netsstandpunt over de Balans aan haarcollega's voorleggen. De viNEX-beleidslijnvoor de periode 1995-2005 behoeft in ie-der geval snel aanpassing.^ Strategischezones in de Randstad dienen in de komende tien jaar reedsbenut; het accent zou op compacte verstedelijking langs spo-ren moeten liggen.Daarnaast kan Amsterdam Nieuw-Oost groter; mis-schien kan in dat geval meteen een hoogwaardige open-baar vervoersverbinding met de stad worden gerealiseerd. Dekustlocatie Den Haag dient met gezwinde spoed ontwikkeldte worden. En met Gelderland en Brabant dient bezien teworden waar extra taakstellingen terecht zouden moetenkomen. Die provincies groeien nu al sneller dan de Randstad.En dat blijft ook zo. Zelfs als men de bakens voor het Rand-stad-beleid snel zou verzetten. Gebeurt dat niet dan is de Ste-denring Centraal Nederland sneller een feit dan de voltooi-ing van het viNEX-programma 1995-2005 voor de Randstad.Drs. JJ. ModderDirecteur NIROV, Den Haag.' Ruimtelijke verkenningen 1994, Balans van de Vierde Nota Ruimte-lijke Ordening (Extra), Rijksplanologische Dienst, ministerie van^ VROM, 1994 (ISBN 90 339 0745 5).' Inmiddels heeft de provincie Zuid-HoUand in de Strategienota Zuid-vleugel ook de nodige beleidswijzigingen voorgesteld.Stedebouwen Volkshuisvesting 1994 nummer 12Snelle trein ontspoortin de RandstadEen nieuw trace voor de HogeSnelheidsTrein ishuiten de Randstad gewenst, maar hinnen deRandstad onlogisch. Hier zou de trein met aange-paste snelheid over het hestaande trace geleid moe-ten warden. De hespaarde middelen dienen tewarden ge'investeerd in stadsregionale infrastruc-tuur ten hehoeve van voor- en natransport: Eenhoogwaardig 'Jeeder"'Systeem is essentieel voorhetwelslagenvanhetHST'project.Ir.M. JacobsAio stedebouwkundigontwerpen/stad en regio,faculteit Bouwkunde, TUDelft.Ir. A. GeerseStedehouwkundige.Mw.drs. I.T.KlaasenUniversitair docentstedebouwkundig ontwer-pen/stad en regio, faculteitBouwkunde, TU Delft.Het belang van het HST-netwerd nadrukkelijkbevestigd in het Verdragvan Maastricht (1992).2Nieuwe HSL-Nota, maart1994, p.8.De aanleg van het trace voor de Hogesnel-heidstrein (HST) is een aansprekend infra-structuurproject dat hoog op de politie-ke agenda prijkt. Centraal staat de aansluitingvan de Randstad op het Europese HST-net die zalvoorzien in de verbinding tussen belangrijke ste-delijke concentraties in Europa.' Op grond vande eigenschappen van deHST, de hoge snelheid ende grote capaciteit, wordt verwacht dat deze eenvoorname rol gaat spelen in afstanden van 200tot 1000 kilometer^ waarmee het een concurrentwordt voor zowel het auto- als het luchtverkeer.De aansluiting van de Randstad op het Europe-se HST-net zal plaatsvinden via een lijn vanuit hetzuiden (Frankrijk en Belgie) en een lijn vanuit hetoosten (Duitsland). De mening dat het HST-pro-ject zowel van economisch belang als van milieu-belang is, wordt door ons gedeeld.Frans SjabloonInmiddels wordt de procedure van de planologi-sche kernbeslissing gevolgd voor de zuidelijkelijn. In de ontwerp-PKB (NieuweHSL-nota) wordenvoorstellen gedaan voor dit trace, waarbij een on-derscheid wordt gemaakt tussen het trace Ant-werpen-Rotterdam en het trace Rotterdam-Am-sterdam.Voor het trace Antwerpen-Rotterdam zijn debelangrijkste uitgangspunten dat de HST een snel-heid van circa 250 km/h kan bereiken, omwegenworden vermeden en de aantasting van het land-schap wordt beperkt. Op grond hiervan is eenaantal alternatieven ontwikkeld. Dit is een ratio-nele aanpak waarmee voor de aanleg van hetTGV-trace op het Franse platteland ruimschoots erva-ring is opgedaan.Een hoogwaardig "feeder"-systeem is essentieel voor het welslagenvan hetHST'project. (Foto: }. Bogaerts, Hollandse Hoogte)StedebouwenVolkshuisvesting 1994 nummer 12Het "Franse Sjabloon", wordt in hoofdlijnenook gehanteerd voor het trace Rotterdam-Am-sterdam. Voor dit Randstad-trace zijn met nametwee varianten in discussie: het voorkeurstrace(A 1-trace) van de regering en het door de TUDelft^ ontwikkelde alternatief (a/feeelding 1).Het Al-trace loopt vanaf Rotterdam door hetGroene Hart (ten oosten van Zoetermeer) naarSchiphol en Amsterdam. Over dit trace rijdt deHST met een hoge snelheid (250 km/h), slechtsstoppend in Rotterdam, Schiphol en Amster-dam. De kosten van dit geheel nieuwe trace be-dragen voorlopig 2,6 miljard gulden'*, maar er issprake van een opwaartse trend door aanpassin-gen die het gevolg zijn van de protesten van diver-se belangengroepen.Het trace, zoals voorgesteld door de TU Delft,volgt dat van de huidige lijn Rotterdam-DenHaag-Leiden-Schiphol-Amsterdam. Bij dit alter-natief stopt de HST ook in Den Haag. Ook in hetTU-alternatief rijdt de trein op maximale snelheidzodat het reistijdverlies ten opzichte van het Al-trace minimaal is.' De hoge snelheid is mogelijkdoor een gedeeltelijke uitbreiding van vier naarzes sporen en een nieuwe bovenleiding (25 kV).De kosten van dit voorstel bedragen circa 2,8miljard gulden.*De in de ontwerp-PKB gepresenteerde alternatie-ven, waaronder het Al-trace, en ook hetTU-alter-natief, richten zich vooral op het verkeerstech-nisch aspect van de HST. Wij pleiten voor eenminder sectorale aanpak: een stedebouwkundi-ge aanpak waarin de wisselwerking tussen infra-structuur en ruimtelijke ordening centraal wordtgesteld. In onze ogen is het nodig om vanuit deruimtelijke karakteristieken van de Randstad derandvoorwaarden aan de nieuwe vervoerstech-nologie te stellen, en dus niet andersom, zoals nulijkt te gebeuren. Wij zullen laten zien dat doordeze benadering het fundamentele verschil tus-sen de traces Antwerpen-Rotterdam ("buiten"de Randstad) en Rotterdam-Amsterdam ("bin-nen" de Randstad) duidelijk wordt.Voor het eerstgenoemde trace is het Franse Sja-bloon een nuttig instrument. Voor het trace bin-nen de Randstad is het dat niet. De Randstadmag door z'n specifieke ruimtelijke kenmerkenimmers niet verward worden met steden als Lyonen Lille, gesitueerd in een uitgestrekt platteland.Europees NetwerkDe Randstad Holland bestaat uit de drie Interna-tionale stedelijke knooppunten, Amsterdam,Rotterdam en Den Haag', een nationaal stedelijkknooppunt (Utrecht) en een aantal regionale cen-tra, die met elkaar worden verbonden door eennetwerk van hoogwaardige infrastructuur.^ Dezecentra vertonen steeds meet onderlinge samen-hang, waarin ook de twee "mainports", Rijn-mond en Schiphol, een belangrijke rol spelen.Hoewel de Randstad opgebouwd is uit een verza-meling grote en kleine kernen, dient deze op Eu-ropees schaalniveau, net als andere stedelijkeconcentraties in Europa, beschouwd te wordenals puntelement. Bij de aanleg van het EuropeseHST-net staat het verzorgen van verbindingen tus-sen deze stedelijke concentraties centraal (a/beel-Afbeelding 1. Al-trace emu-alternatief. Bron: TU Delft.Met de aanleg van het TQV-trace is op het Franseplatteland ruimschootservaring opgedaan. (Foto:M. Wijnbergh, Driebergen)Dit alternatief is ontwik-keld door de FaculteitCiviele Techniek van de TUDelft, in opdracht van degemeente Den Haag en deHaagse Kamer vanKoophandel. Zie noot 6.4Nieuwe HSL-Nota, maart1994,p.33.Dehieringeraamde 2,6 miljard isuitgezonderd de extrakosten voor de ondertun-neling van het Groene Harten de financiele compensa-tie voor de glastuinbouw inde 'B-driehoek'.5Bij het TU-alternatief is detoename van de reistijd ophet traject Schiphol-Parijs10 minuten, hetgeenneerkomt op circa 5%. Hettraject Den Haag-Parijs kanbij dit alternatief circa 10minuten sneller afgelegdworden.6De hogesnelheidstrein viaDen Haag? Lutje Schipholt,L.R. e.a., TU Delft, Faculteitder Civiele Techniek, Delft,juli 1994. (DeTU-variant)7Zie: viNEX, 19918Zie ook: RandstadInternationaal (RPD, 1991),waarin het basismodel vande Randstad uiteen wordtgezet.Stedebouwen Volkshuisvesting 1994 nummer 12Snelle trein ontspoort in deRandstadAfbeelding 2.Europees netwerk.Bron: TU Delft. Randstad9Het PBKA(L)-project is hetsamenwerkingsverbandvoor de aanleg van decorridor ParijS'Brussel-Keulen-Amsterdam-Londen.10Om diezelfde reden is deRandstad ook geenoverstapstation, en is eenaansluiting van de HST-oostop de HST-zuid niet aan deorde.Afbeelding 3. PBKAL.Bron: Nieuive HSl-nota.ding 2). Hoe de onderdelen van zo'nstedelijke concentratie worden aan-getakt aan het Europese net is eenvraagstuk op een lager schaalniveau(30-100 km). Op dit schaalniveauhebben we niet te maken met eenHST, immers bedoeld voor afstan-den van 200 tot 1000 km, maar spe-len andersoortige openbaar ver-voerssystemen en ook de auto eenhoofdrol.Tevens is het belangrijk te onder-kennen dat de Randstad een eind-punt is in het Europese net, zowelvanuit zuidelijke als oostelijke richting. Varian-ten die uitgaan van een noordelijke lijn richtingScandinavie zijn niet realistisch in het licht vanhet PBKA(L)-project {afbeelding 3).' De Randstadheeft daarmee een fundamenteel andere positiein het net dan knooppunten als Parijs, Keulen ofBrussel.'?Er hoeft dus niet met hoge snelheid door deRandstad gereden te worden ten gunste van pas-sagiers van bijvoorbeeld Londen naar Kopenha-gen.Wei zou de voor- en natransport functie ("fee-der"-functie) van de HST voor het lange-afstand-vliegverkeer een reden zijn om tot Schiphol metde hoogste snelheid te willen doorrijden. In devolgende paragraaf komen we hier in relativeren-de zin op terug.1^6 AAmsterdam m*==^ 1Birmingham/ ^^^4 Rotterdamr^JLonden tjk^^ /- ^-"^^-^1 Antwerpen UHamburg/X. ^^-^y
Reacties