76eJAARGANG 1995, UMMER 3/4Stedebouw VolkshuisvestingTIJDSCHRIFT VOOR RUIMTELIJKE ONTWIKKELING EN OMGEVINGSKWALITEITDuurzame stedelp^ntMkkeling in de Euregio Enschede/HengeloLandschappelijke structuurNIEUWE VISIE OPSTADSGEWEST TWENTENIEUWE VERSTEDE-LIJKINGSRICHTINGBETER BESLUITEN OVERGROTE PROJECTENSTREEKPLANNOORD-HOLLAND-NOORDNederlands Instituui: voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (NIROV)Investeren in ruimteeen uitdaging onder redactie van Jan Brouwer en Henk Voogdi.s.m. NirovIn Nederland investeren wij jaarlijks zo'n 60 miljard gulden in ruimte (wegen, dijken_;'*' ' havens, vliegvelden, woningen, winkels, kantoren, culturele voorzieningen, enz.).-i'iiji'-r'ij; Hiermee zijn de ruimtelijke investeringen ongeveer 60 % van al onze nationale?*"jiS?!r?r investeringen.In dit boek belichten 19 auteurs de problematiek van de ruimtelijke investeringen^ vanuit verschillende invalshoeken: ? strategic ? politieke besluitvorming ? Internationaleconcurrentiepositie ? regulering vastgoedmarkt ? publiek-private samenwerking ?infrastructuur projectbeoordeling ? volkshuisvestingsbeleid ? financiering.Vul nu de bestelbon in!Bellen of faxen kaii 00k.^H (01720) 6 68 22(S^ (01720) 6 65 20Samsom H.D. Tjeenk Willink bvPrijsf58,- ISBN 90 6092 812 I 204 biz.ANTWOORDBONStuur (een kopie van) deze bon in een envelop zonder postzegel naar:Samsom H.D. Tjeenk Willink bv, Antwoordnummer 10171, 2400 VB Alphen a/d Rijn.Stuur mij rechtstreeks/via boekhandel*...ex. van Investeren in ruimte a f 58,-. (incl. btw, excl. verzendkosten)Naam instelling:T.a.v.:Functie;Adres:Postcode/plaats:Telefoon:^ Wilt u het niet rechtstreeks ontvangen, vul dan hier de naam van uw boekhandel in. A60928121KOSTWINNERHULP HELPT.HELP Mensen in Nood. GIRO 1111.222KOSTWINNERMensen in NoodPostbus 1041, 5200 BA 's Hertogenbosch^StedebouwVolkshuisvesting76e jaai^angniaart/april 1995nummer 3/4Nederlands lnt;tituut voorRuimtelijke Ordening enVolkshuisvesting (Nlllov).Opgericht in 1917.Mr. D. Hudig'huis,Mauritskade 21,2.514 HD Den HaagRedactieIr. ). Bn>u\\'crIr.'H. DekkcrMr. A.Ch. Forts^ensProf. Jr. H.J.M. GoverdcIr. EC. GrocnI^rs. R. tc GrotcnhuisMw. drs. l.T Klaa.senDr.s. j.J. ModderIr. W RehDr.s. RWA.VeldMw. mr. Y de V'riesDr W. ZonneveldRedactiesecretariaat enabonnementenadministradeDr,s. R. te tjratenhui.sDrs. J.A.M. KadijkMw. 1. Steenhoff'BoogersNiaw Postbus .3083.32500 GVDc-n Haagtelefoon070-,346 96 52tax 070-361 74 22Richdijnen voor auteursAureurs van artikelen en boek-besprekingen kunnen op hetredactiesecretariaat "Richtlij-nen voor auteurs" aan\'ragen.UitgeverijUELWEL Uitgeverij B.VPostbus 191102500 C:C"; Den Haagtelefoon 070 - 562 48 00tax 070- 560 54 3(1LJit^'ei.'t'rDrs. A.F. Wcsterhof.AfJrerti'ntifsEric NoordamVorrnRevingR.M.C. van Zijll de JongPrijzenNiKdv-leden ontvangen Stede-i^otiw en V(dk.';huis\esting gratis.N!i.-,^clii:;^- 71f -?-.i3ksbergen^*-1 EpeItAfbeelding3.Agglo'lijn, periode tot 2005.staan er binnen het stedelijk knooppunt recht-streekse verbindingen tussen woon- en werkge-beiden enerzijds en tussen de woongebieden ende stadscentra anderzijds.Na het jaar 2005 kan besloten worden tot intro-ductie van de hybride-sneltram op het spoortra-ject Wierden-Enschede en op de busbanen inEnschede/Hengelo. Op de trajecten Westermaat-Drienerlo en Eschmarke-Gronau maakt de tramgebruik van de infrastructuur van de spoorwegen.Deze aanpak is flexibeL Eerst na de relatief be-perkte investeringskosten in de periode tot 2005hoeft te worden besloten met welke van devarianten wordt doorgegaan. Het is mogehjk datde afgeronde fase in 2005 tevens de eindfase is.Uiteindelijk moet voor het totale project over 20tot 30 jaar circa / 400 miljoen worden ge'investeerd.Gezien de doelstelUng van het terugdringen vande groei van het autogebruik moet worden opge-merkt dat als niets gedaan wordt het - landeUjkgezien nu al lage - openbaar-vervoeraandeel in demodal split flink zal dalen.Naast hoogwaardig openbaar vervoer zijn fiets-voorzieningen van belang bij het streven naar te-rugdringing van de automobiliteit. Enschede enHengelo zijn fietssteden. Ongeveer de helft vande verplaatsingen binnen de steden vindt per fietsplaats. Ter bevordering van het fietsverkeer zul-len nieuwe woon- en werkgebieden z6 moetenworden gesitueerd, dat fietsbereikbaarheid gega-randeerd is.Bestuurlijke contextOm de milieuvriendelijke ontwikkeling die hetknooppunt Enschede/Hengelo voorstaat te rea-liseren, is op veel beleidsterreinen een krachtigebestuurlijke aansturing noodzakelijk op een ho-ger schaalniveau dan de huidige gemeente. Diver-se nieuwe vormen van bestuur zijn momenteel indiscussie, waarbij het regionaal niveau sterk in debelangstelling staat. Op het lokale schaalniveaugaat de "gemeente nieuwe stijl" zich vooral bezighouden met de directe leefomgeving van de burger.Het takenpakket van het regionaal openbaar be-stuur voor de BoN-gebieden, zoals Twente om-vat onder meer de opstelling van een regionaalstructuurplan, een regionaal volkshuisvestings-plan, een regionaal verkeers- en vervoersplan enhet voeren van een regionaal grond-, econo-misch- en milieubeleid.Het BoN-gebied in Overijssel (volgens de Kader-wet bestuur in verandering) beslaat geheel Twen-Enschede enHengelo zijnfietsstedenStedebouwen Volkshuisvesting 1995 nummer 3/4[^ hegrenzingretjiobandstadAfbeelding 4.BoN-gebied Regio Twente.voor hetstedelijkknooppunten hetstadsgewestis een sterkbestuuronontbeerlijkte. Het stadsgewest Twente, omvat slechts eengering deel van de oppervlakte van het BoN-ge-bied. Het BoN-gebied Twente verschilt in die zindan ook wezenlijk van enkele BoN-gebieden inde Randstad waar in feite sprake is van een stede-lijk gebied.Het BoN-gebied Regio Twente (afbeelding 4)omvat 23 gemeenten met in totaal 580.000 inwo-ners (waarvan 325.000 inwoners in het Stadsge-west). Er worden momenteel voorbereidingengetroffen voor een regionaal bestuur dat voldoetaan de Kaderwet. De toekomstige bestuursvormis in principe een Provincie Nieuwe Stijl. De ta-ken van de Vervoerregio worden ondergebrachtbij de Regio Twente. De Regio zal dan ook de uit-voeringsplannen van het Regionaal Verkeers- enVervoersplan vaststellen. Omdat de hoogsteprioriteit moet worden gegeven aan de ruimtelij-ke ontwikkeling van het Stadsgewest en het gelijkopgaan van openbaar vervoersvoorzieningendaarin, is een samenhangend investeringsplannodig. De eerste aanzetten daartoe zijn vastgelegdin het recent ondertekende viNEX-uitvoerings-convenant voor het Stadsgewest Twente. Daar-in zijn afspraken tussen Rijk, regio en gemeentenopgenomen over de woningbouwtaak, de bo-demsanering, het openbaar vervoer en de verste-delijkingsrichting voor de periode 1995-2005.De uitvoering van de verstedelijkingsopgave ver-eist een specifieke aanpak door het stedelijkemanagement van de Regio. Het StadsgewestTwente dient binnen de Regio dus een bijzonde-re plaats te krijgen.Het is denkbaar dat er onderscheid wordt ge-maakt tussen het stedelijke deel van de Regioenerzijds en het agrarische en/of landschappelij-ke deel anderzijds. Voor het landschappelijkedeel van de Regio dienen andere normen te gel-den voor bereikbaarheid, voorzieningen en ver-stedelijking dan in het stedelijke deel. In deze si-tuatie is het te overwegen om voor het stedelijkdeel zowel als het landschappelijke deel van deRegio aparte plannen te maken.Het IGS E/H geeft al een belangrijke aanzet voorhet stedelijke deel van de Regio en is de inbrengvan het stedelijk Knooppunt in het toekomstigRegionaal Structuurplan. Voor het landschappe-lijke deel kan een specifiek regionaal plan wor-den opgesteld dat zijn eigen organisatie en finan-cieringsgrondslag nodig heeft.ConclusiesDe Intergemeentelijk Structuurschets van hetStedelijk Knooppunt Enschede/Hengelo zal eenbelangrijke impuls geven aan de realisatie van deverstedelijkingsopgave van het stadsgewest "destedenband Twente". Centrale elementen in ditplan zijn een op elkaar afgestemde ruimtelijkeontwikkeling en hoogwaardig openbaar vervoer-systeem. Voor het buitengebied is een land-schapsvisie met te ontwikkelen projecten opge-steld. Slechts door samenhangende realisatie iseen milieuvriendelijk(er) Twente te bereiken.Voorwaarden zijn onder andere goede gemeente-lijke en regionale organisatie en (financiele) inspan-ning van hogere overheden. Een sterk bestuurvoor het Stedelijk Knooppunt en het stadsgewest~ in welke vorm dan ook- is onontbeerlijk. Vooreen optimale aanpak van de stadsgewestelijke pro-blematiek, is duidelijk onderscheid tussen de aan-sturing van het landelijk deel van de regio enerzijdsen het stadsgewest anderzijds een noodzaak.StedebouwenVolkshuisvesting 1995 nummer 3/4Van Almere naar Amersfoort,een nieuwe verstedelijkingS'richting?Recente hevolkingsprognoses enruimtelijke heperkingen plaatsende Randstad voor een nijpendeverstedelijkingsopgave. Moet hijde herziening PKB Nationaalruimtelijk heleid de aandachtnaar de Stedenring Centraalhiederland warden verlegd?Wever laat aan de hand van deOostflankstudie Noordvleugel,waarvan de eerste fase alsamhteliik studiehericht isafgerond, zien dat in de Rand-stad nog uitdagende nieuwemogelijkheden liggen.Binnen de Oostflank van de NoordvleugelRandstad is in de driehoek Utrecht-Almere-Amsterdam sprake van een toenemendefunctionele verwevenheid. Het zuidelijk deel vanFlevoland wordt daarbij steeds intensiever in hetnetwerk van de Randstad opgenomen. Als aan-duiding voor deze functionele verwevenheiddient het concept "Oostflank".De toenemende interstadsgewestelijke samen-hang binnen de Oostflank, de mogelijke intensi-vering daarvan en de betekenis van deze ontwik-kelingen voor de Noordvleugel Randstad heb-ben tot nu toe bij het zoeken naar nieuwe locatiesvoor wonen en werken in de Randstad onvol-doende aandacht gekregen.Nu het Rijk de vraag stelt of de zoekruimte voorhet oplossen van de verstedelijkingsproblema-tiek moet worden verbreed tot de StedenringCentraal Nederland' zullen de potentiele moge-lijkheden in de Randstad goed in beeld moetenworden gebracht. Verdere deconcentratie is nietzonder risico's voor de Randstad.Welke rol kan de Oostflank van de Noordvleu-gel in dit spanningsveld vervullen? Een sociogra-fische analyse van dit gebied toont aan dat vanuitde sociaal-economische kracht van dit gebied eenbijdrage kan worden geleverd om tot aanvaard-bare oplossingen te komen. Dit onder voorwaar-de van een goede ruimtelijke geleiding, waarbijde bevolkingsdruk en de sociale en economischevoorzieningen ten opzichte van de aanwezigeruimte in evenwicht kan worden gebracht.^De studie is verricht in het kader van de Oost-flankstudie, die als doel heeft meer zicht te krij-gen op de rol die de Oostflank van de Noord-vleugel binnen de Randstad kan vervullen.^De studie, waarvan de eerste fase als ambtelijkstudiehericht is voltooid, wordt onder auspicienvan het Randstad Overleg Ruimtelijke Ordening(RORO) uitgevoerd.Het plangebied van de Oostflankstudie ligt tus-sen Amsterdam, Utrecht en Lelystad, exclusiefAmsterdam en Utrecht, maar inclusief het stads-gewest Amersfoort {zie afbeelding 1 op pagina 10).Kansrijk vestigingsmilieuDe sociografische analyse laat zien dat het Oost-flankgebied een sterk wervend vestigingsmilieuheeft voor huishoudens en bedrijven. Dit ondermeer door de aanwezigheid van groen en ruimte,de mix van urbane en suburbane gebieden, envan dynamische nieuwe milieus en milieus waaroude waarden het karakter bepalen, en een gun-stige ligging ten opzichte van het westelijk deelS.M. Wever,stedebouwkundigebnsHoofdontwerper, provin-cie Flevoland, Lelystad.De auteur schrijft dit ar-tikel op persoonlijke titel.Met dank aanF.G.J. Koordes,beeldcoordinator,provincie FlevolandBalans van de viNEX, Deel 2-Stedenring CentraalNederland, RuimtelijkeVerkenningen, Rijksplano-logische Dienst, 1994.Het profiel van de Oost-flank, Analyse in opdrachtvan het Randstad OverlegRuimtelijke Ordening,BL'RIE onderzoek en advieshv, 1994.Deplanhorizonis2015met een doorkijk naar delangere termijn. Hetvigerend beleid en de VINEX-taakstelling tot 2005 zijnhet uitgangspunt geweestvoor de ontwikkelingsmo-dellen. Inmiddels is deeerste fase van deze amb-telijke studie afgerond. Demodellen geven een aantalkenmerkende zoekrichtin-gen voor de ontwikkelingvan het Oostflankgebiedaan. Verdere concretise-ring, nadere afweging envaststelling van eengemeenschappelijke visievindt later plaats.Stedebouwen Volkshuisvesting 1995 nummer 3/4Van Almere naar Amersfoort: een nieuwe verstedelijkingsrichting?^\ H6r{iarvvi{i(' ^'llJlker''A*". V. .?^t.^x. V.-\ V. ?. ^^^^\ * - \ ^?SS*SfSSK^l^^ySji?"'' %^LVvjPiangebiedOost/lank-studieAfbeelding 1.Plangebied Oostflankstudie.(Bron: Provincie Flevoland,Lelystad)Arbeidsmarktparadox enconcurrentiekrachtpara-dox in de Randstad, INRO-TNO, 1994.Balans van de VINEX, Deel 1-Stedenring CentraalNederland, RuimtelijkeVerkenningen, Rijksplano-logische Dienst, 1994.De Flevolandoptie isverwoord in het recentvastgestelde streekplanUtrecht en het streekplanFlevoland.van de Randstad en overig Nederland. De economi-sche ontwikkeling van het gebied als geheel is sinds1985 naar verhouding zeer voorspoedig geweest.De analyse geeft aan dat de geschetste sociaal-eco-nomische ontwikkeling van de Oostflank gebaatis bij mogelijkheden voor uitstraling van groeirichting Flevoland. Dit onder voorwaarde vaneen ruimtelijke geleiding, waarbij de bevolkings-druk en de sociale en economische voorzienin-gen ten opzichte van de aanwezige ruimte in even-wicht wordt gebracht.Het Oostflankgebied kan voor de Randstad inzijn geheel en voor overige delen van Nederlandeen complementaire functie vervullen.Ruimtelijke paradoxBovengenoemde conclusies zijn zeer relevantvoor de ontwikkeling van het Oostflankgebiedals geheel en voor de verdere ontwikkeling vanFlevoland. Bij een voortgaande integratie in deOostflank van de Randstad kan dit deel van hetplangebied een antwoord geven op de ontwikke-ling van de zogenaamde "ruimtelijke paradox".''Deze houdt in dat de Randstad de hoogwaardigewerkgelegenheid behoudt, maar draagkrachtigeinwoners verliest aan de aangrenzende gebieden,terwijl buiten de Randstad het omgekeerdeplaatsvindt: relatieve toename van laaggeschool-de werkgelegenheid, terwijl het daarop gerichtelaaggeschoolde arbeidsaanbod achterblijft. Ditheeft een toename van lange-afstandspendel eneen verlies aan draagkracht van de Randstad totgevolg.Tegelijkertijd bevordert deze ontwikkeling eenongewenste ruimtelijk-sociale segregatie, waar-van de gevolgen nog verergeren omdat er voor devele laaggeschoolde werklozen in de Randstadonvoldoende werk is.Hierbij is niet alleen duidelijk dat er vooral bij degrote steden in de Randstad bedrijvigheid moetworden geschapen die aansluit op het arbeids-aanbod', maar ook dat binnen de Randstadwoonmilieus tot stand moeten worden gebrachtdie de wegtrekkende (meer draagkrachtige) be-woners aan de Randstad blijven binden, waar-door de genoemde segregatie kan worden be-perkt en lange-afstandpendel kan worden tegen-gegaan.Het zuidelijk deel van Flevoland heeft onder be-paalde condities de mogelijkheden om hierop inte spelen en zodoende het draagvlak van hetkerngebied van de Noordvleugel te vergroten. Zokan binnen de Randstad tegenwicht worden ge-boden aan een mogelijke versterking van de ne-gatieve effecten van deze paradox, die door eente groot accent op de Stedenring Centraal Neder-land kunnen worden opgeroepen.Almere stadsgewestBinnen de analyse van de ruimtelijke hoofdstruc-tuur van de Oostflank springt vooral de ken-schetsing van Almere als stadsgewest in het oog.Deze positionering is van belang voor de functiedie Almere en het zuidelijk deel van Flevoland alsgeheel kan vervullen binnen het stedelijk net-werk van de Noordvleugel Randstad.In de ruimtelijk-functionele interpretatie van deVINEX wordt de meerkernige opzet van Almeregereduceerd tot een compacte bandstedelijkeontwikkeling op de Flevolijn. De op de VINEX-kaart Ruimtelijke Hoofdstructuur nog aangege-ven verwevenheid met het stadsgewest Hilver-sum ('t Gooi) wordt verder niet uitgewerkt. Indeze optiek is Almere een lob of vinger van decentrale stad Amsterdam binnen het stadsgewestAmsterdam. Dit doet tekort aan de toenemendemeerzijdige relaties van Almere in de Randstaden de potenties van deze meerkernige stad bin-nen het Oostflankgebied als geheel.Naast de wisselwerking met't Gooi zijn er toene-mende raaklijnen met de Utrechtse stadsgewestenen met de provincie Utrecht als geheel. Dit laatstekomt ondermeer tot uiting in de zogenaamde"Flevoland-optie", waarbij - onder bepaalde con-dities - de verstedelijkingsdruk op Utrecht vooreen deel naar Flevoland wordt afgeleid.*"Een en ander onderstreept de eerder genoemdetoenemende meerzijdige relaties van Almere inStedebouwenVolkshuisvesting 1995 nummer 3/4de Randstad en de daardoor verbrede positie entaakstelling binnen het Oostflankgebied.'Tegen deze achtergrond, het ontwikkelingsper-spectief ** en de meerkernige opbouw van het Al-mere-complex is Almere te bezien als een van destadsgewesten binnen de contouren van deNoordvleugel van de Randstad qua inwonertal in2010 en qua ruimtehjke structuur vergeHjkbaarmet de stadsgewesten Hilversum en Amersfoortizie afbeelding 2).' Binnen de eigenschappen diedeze gewesten gemeen hebben, ontwikkelt Alme-re een eigen identiteit, die mede is geent op ken-merken van het "nieuwe land". Alleen al de mo-gelijke orientatie op de eigen "centrale stad" enhet daarmee versterkte gevoel van identiteit, zalbinnen de toenemende schaalvergroting van ste-delijke netwerken van grote maatschappelijke eneconomische betekenis kunnen zijn.'"In de hierna volgende ruimtelijke verkenningenwordt nagegaan in welke mate de positie van Al-mere als stadsgewest binnen het samenstel vanstadsgewesten en stedelijke knooppunten van deNoordvleugel kan worden versterkt.Nabijheid en bereikbaarheidDe meervoudige relaties binnen de stadsgewestenen in dat verband de Oostflank c.q. de Noordvleu-gel worden gekenmerkt door "kris-kras relaties".De stad ontwikkelt zich steeds meer als "open sys-teem", waarbij polycentrische stadsconcepten bin-nen stedelijke netwerken steeds meer de aandachtvragen." Bereikbaarheids-/tijdsaspecten op basisvan goed openbaar vervoer compenseren daarbijde noodzaak om bij deze ontwikkeling zowel hetnabijheids- als het ordeningsprincipe te nuanceren.Bovendien zijn de kwantitatieve en operationelemogelijkheden van de "nabijheids-locaties" optermijn steeds meer beperkt, terwijl aan eenvoortgaande verdichting van het bestaande ste-delijk gebied uit kwalitatief oogpunt ook grenzenkunnen worden gesteld." In de Oostflankstudiewordt vooral "bereikbaarheid" binnen stadsge-westelijke en interstadsgewestelijke verbandenals belangrijk ordeningsprincipe gehanteerd,("gelede concentratie").'^ Daarbij wordt veelwaarde gehecht aan het ook op langere termijnveilig stellen van goede openbaar-vervoerrelaties.Uitbreiding woningvoorraadDe geraamde bevolkingsontwikkeling en de ge-wenste uitbreiding van de woningvoorraad in deRandstad betekenen voor het eerder gedefinieer-de plangebied van de Oostflankstudie een aan-tllende ruimtebehoefte van circa 85.000 wonin- ^gen." Uit de verschillende modellen, die de eer-ste fase van de studie voor de toekomstige ont-wikkeling van de Oostflank heeft opgeleverd, zalblijken in hoeverre aan deze behoefte kan wor-den tegemoetgekomen of welk surplus kan wor-den geboden aan de Randstad in groter verband.OntwikkelingsmogelijkhedenRandvoorwaardenIn de eerste fase van de Oostflankstudie zijn vierlange-termijnmodellen tentatief uitgewerkt. Hier-in wordt onderzocht hoe vanuit de ruimtelijk-functionele organisatie kan worden ingespeeldop de aanwezige en te verwachten maatschappe-lijke ontwikkelingen.De centrale vraagstelling is: of en, in welke mateen op welke wijze voortgaande verstedelijking inhet Oostflankgebied kan worden gestimuleerd.Bij het uitwerken hiervan wordt een aantal rand-voorwaarden en uitgangspunten in acht geno-men. Eerder is in dit verband al ingegaan op: dena te streven karakteristiek van de vestigingsmi-lieus binnen de beoogde ontwikkeling, het be-perken van de nadelige effecten van de "ruimte-lijke paradox", het benutten van de complemen-taire functie van het Oostflankgebied, de nood-zaak van een verdere integratie van Almere en hetzuidelijke deel van Flevoland binnen de Oost-flank, het bevorderen van de positie van Almereals stadsgewest, de nadruk op bereikbaarheidbinnen (inter)stadsgewestelijke verbanden en deuitbreiding van de wonigvoorraad.jy--twsasAl in 1971 blijken aan dewieg van Almere tussenNoord-HoUand, Utrechten Gelderland afspraken tezijn gemaakt over eenopvangfunctie van deze"new town" in brederverband.8Voorzieningen en stadsge-westen. Een verkenningvoor het stadsgewestAlmere. STOCO, 1994.Verkenning stedelijkestructuren zuidelijk deelFlevoland, ZandvoortOrdening &. Advies, 1994.10Voorzieningen en stadsge-westen. Een verkenningvoor het stadsgewestAlmere. STOCO, 1994. Desom van al deze overwegin-gen ligt ten grondslag aande uittreding van Almereuit het ROA, wat in het(viNEX-)Accoord inHoofdlijnen UitwerkingStadsgewest Amsterdam isbekrachtigd en in aanvul-lende convenanten isuitgewerkt.11Balans van de viNEX, Deel 2-Stedenring CentraalNederland, RuimtelijkeVerkenningen, Rijksplano-logische Dienst, 1994.(groot)stcdsl tjke stads-gewesten (mononiicleair)kieine polynudeairestadsgewestenkernen buiten Randstadgrote kern buiten Rar\dstadagroeikernbinneninvioedssfeerrandstadgroeigerichte kern binneninvloedsfeer randstadrelaties tussenretatiesmet stadsgewestAfbeelding 2.Een uitsnede uit de Visie opde Noordoostelijke Randstad.(Bron: Verkenning stedelijkestructuren zuidelijk deelFlevoland, Buro Zandvoort)Stedebouw en Volkshuisvesting 1995 nummer 3/4Van Almere naar Atnersfoort: een nieuwe verstedelijkingsrichting?12In de Tweede Nota over deRuimtelijke Ordening inNederland vormt het hiergenoemde ordeningsprinci-pe "gele deconcentratie" de"missing link" tussen degenoemde bundelingsprin-cipes van "concentratie","deconcentratie" en hetgehanteerde principe van"gebundelde deconcentra-tie". Zoals dit laatsteordeningsprincipe eenmodulatie is van "decon-centratie", is "geledeconcentratie" dat van het"concentratie"-principe.13Bewerking van gegevens uitde nota Bevolking enwonen in de Randstad;analyse en toekomstver-kenning, Haarlem, 1994.Binnen de contouren vanhet op basis van functione-le relaties benaderdestudiegebied slaat degegeven woningbehoefteop het plangebied van deOostflankstudie.Aanvullend zijn de volgende punten van belang:-- De ruimte die aan ontwikkelingen wordt gebo-den heeft een selectief karakter: zij moeten vol-doen aan eisen van duurzaamheid en ruimtelijkekwaliteit op verschillende schaalniveaus. Het be-reiken van samenhang tussen wonen, infrastruc-tuur, werken en groen is van groot belang.-- In grote delen van het plangebied zijn de land-schappelijke, natuur- en/of cultuurhistorischewaarden van dien aard, dat het beleid in principegericht is op behoud, verbetering en ontwikke-ling van die waarden. Dit beinvloedt tevens deeisen die aan verstedelijking worden gesteld.-- Versterking van ruimtelijk-functionele structu-ren is essentieel voor de samenhang binnen hetOostflankgebied, daarvoor is verbetering van weg-en railverbindingen binnen het Oostflankgebiednoodzakelijk. Met alleen omwille van de mobili-teitsgeleiding maar ook om werkgebieden bereik-baar te houden cq. te maken met het oog op hetterugdringen van sociaal-economische achterstan-den. De mogelijke uitbouw van de luchthavenLelystad als functioneel onderdeel van de main-port Schiphol dient daarbij te worden betrokken.Stedelijke ontwikkelingenVoor wat betreft de stedelijke ontwikkelingenzijn tegen de achtergrond van de centrale vraag-stelling bij de ruimtelijke verkenningen de vol-gende drie opties gehanteerd:-- terughoudendheid bij de stedelijke ontwikke-lingen op de langere termijn;-- voortgaande stedelijke ontwikkeling in eentempo vergelijkbaar met dat van de periode 1995-2005; en-- versterkte stedelijke ontwikkeling in het plan-gebied, waarbij maximaal gebruik wordt gemaaktvan de ruimtelijke mogelijkheden en rekeningwordt gehouden met eisen van ruimtelijke kwa-liteit en duurzaamheid.De woningaantallen in de modellen zijn sterk in-dicatief.Natuur en landschapBij natuur en landschap worden globaal de vol-gende opties als ontwikkelingsmogelijkhedenonderscheiden:LandschapDe identiteit van Flevoland in relatie met de om-liggende landschapstypen en ruimtelijke karakte-ristieken vormt het belangrijkste aangrijpings-punt voor de te onderscheiden landschapscon-cepten. Gekozen kan worden voor:-- het zoeken naar aanknopingspunten met delandschappelijke structuur van het "oude land"(orientatie op het oude land);- het zoeken naar landschappelijke contrastentussen het "nieuwe en het oude" land (verster-king van de eigen identiteit).NatuurHierbij kan worden aangesloten op:- de betekenis van (kust)watergebieden in Neder-land op mondiaal en Europees niveau ("natte"ecologie);- de bosgebieden van de Veluwe en UtrechtseHeuvelrug op nationaal en regionaal niveau("droge" ecologie).De huidige ontwikkeling wordt vooral geken-merkt door "orientatie op oude land" en "natte"ecologie. In relatie met de verstedelijking wordtmet name aan de oostzijde van Flevoland het ac-cent verlegd naar "versterking eigen identiteit",waarbij de benadering "droge" ecologie aan in-vloed wint.Door combinaties van deze opties zijn vier mo-dellen ontwikkeld.Ruimtelijke verkenningenModel I: SuburbaanDe structuur van dit model {zie afbeelding 3) wordtbepaald door versterking en behoud van bestaan-de landschappelijke en stedelijke karakteristieken;ruimte en groen staan centraal. Behoud en verde-re benutting van vooral suburbane kwaliteitenkwalificeren het vestigingsmilieu. Behoud en ver-sterking van de ecologische hoofdstructuur, waar-bij de ecologische relaties tussen de aanwezige wa-terrijke gebieden een belangrijke rol spelen, bepa-len mede de ontwikkeling van dit model. Hetgrootschalige en open karakter van Flevoland do-mineert. De opties "natte" ecologie en orientatieop "oude land" zijn hier van toepassing.Het model kenmerkt zich door terughoudende ste-delijke ontwikkelingen op lange termijn. In de pe-riode tot 2015 moet de eigen-woningbehoefte voorcirca 30.000 woningen naar elders worden afgeleid.Voor de middellange termijn ontwikkelt Alme-re zich overeenkomstig de ViNEX-taakstelling met30.000 woningen rend de Flevolijn.Daarna vindt nog maar een beperkte ontwikke-ling aan de west-en oostzijde (Pampus en Hout)van Almere plaats, gekenmerkt door lage dicht-heden. Noch de Pampuslijn (IJmeerverbinding),noch de Stichtse lijn (hoogwaardige openbaarvervoerverbinding via Almere-Hout naar Hilver-sum) worden door dit model qua haalbaarheidondersteund.De locatie Vathorst bij Amersfoort ontwikkeltzich conform het streekplanbeleid, dat wil zeggenStedebouwenVolkshuisvesting 1995 nummer 3/4Afbeelding3.Model I, versterkingsuburbane ontwikkelingoostflank Noordvleugel,64.000 woningen.(Bron: Provincie Flevoland,Lelystad)Tabel. locatiescapaciteitsoverzichtMODELLENNR. LOCATIES 1 II III IV1. Almere-Stad/'Buiten 24.500 34.000 39.500 34.0002. Almere-Poort 8.000 10.000 10.000 10.0003. Almere-Hout (oost) 7.500 20.000 15.000 20.0004. Almere-Pampus 7.500 15.000 10.000 20.0005. Zeewolde 3.500 3.500 5.500 5.5006. Zeewolde (2e/3e kern) - - 12.000 20.0007. Lelystad 6.000 12.000 12.000 18.0008. Vathorst (Amersfoort) 7.000 7.000 10.000 25.0009. Holkerveen (Nijkerk) - - 12.000 -10. Eemnes - 10.000 - -11. IJburg (*) Amsterdam 15.000 35.000 23.000 35.000(*) IJburg is niet meegenomen in de capaciteitsberekening van hetplangebied.f^-^P BestaanJ stedelijk gebiedWoninghouwopties 1995-2005miffi1 o !Woninghouwopties 2005-2015HoofdcentrumIIHJ BedrijfsgebieJ!A 11 * IVhegveidConcentratieglastuinbouw(Model IV)il!ll'!!3 Bos/Natu LirgebiedRecreatieconcentratiegebied?rxt Autosnelweg bestaandF^ AuttxsnelwegtoekomstigSpoorweg bestaand^h--f Spoorweg toekomstigF**^ HoogwaardigeO.V.-verbindingdat ook voor de langere termijn de capaciteit van7.000 woningen maatgevend blijft. Bij de overigekernen zijn de ontwikkelingen beperkt van aard.Een aantal verbeteringen in de verbindingen wor-den gerealiseerd. In deCRAAG-studie''' worden deverbindingen in de relatie Amsterdam-Almere-Gooi onderzocht. Doortrekking van de A6 naarde A9 is daarbij in het geding. Buiten de moge-lijk al rond de eeuwwisseling te verwachten rea-lisering van de Hanzespoorlijn worden verbin-dingen als de Zuiderzeelijn en de A23 door ditmodel niet opgeroepen.De doorgroeimogelijkheden van de LuchthavenLelystad worden beperkt tot business airport. Dewerkgelegenheid blijft sterk afhankelijk van het"oude land", waardoor een sterk uitgaande pen-del blijft bestaan. Daardoor is ook in dit model14Corridor/mer'StudieC;RAAG, studie inzake degewenste ontwikkeling vaninfrastructuur in de regioAmsterdam-Almere-Gooi,uitgevoerd onder auspicienvan Rijkswaterstaat.De Hanzelijn, die insamenhang met deFlevolijn er voor zorgt datFlevoland wordt opgeno-men in het infrastructurelenetwerk van de Nederland-se Spoorwegen is voor het''nieuwe land"van grootsociaal-economisch belangen wordt als zodanig in hetkader van de Europsesgelden uitgewerkt.Stedebouwen Volkshuisvesting 1995 nummer 3/4Van Almere naar Amersfoort: een nieuwe verstedelijkingsrichting?bandstadmodel:intensiveringvan hetverbindingeii'netwerk inde driehoekAlmere-Utrecht-Amsterdameen substantiele verbetering van de verbindingennoodzakelijk.Model II: BandstadDit model (zie afbeelding 4, de legenda van deze af-beelding vindt u op pagina 13) wordt gekenmerktdoor bandstedelijke ontwikkelingen. De struc-tuur wordt in belangrijke mate bepaald door in-tensivering van het netwerk van verbindingen inhet Oostflankgebied in de driehoek Almere-Utrecht-Amsterdam. Sterke nadruk ligt op ver-sterking van de interstadsgewestelijke samenhang.Behoud en versterking van de ecologische hoofd-structuur conform de "natte" ecologische optiewordt ook in dit model aangehouden, hoewel terplaatse van het IJmeer ten opzichte van het vori-ge model sterk gemodificeerd. De landschappe-lijke ontwikkeling blijft geent op "orientatie ophet oude land" en wordt vooral gekenmerktdoor het behoud van de open relatie tussen Eem-land en het open middengebied van Flevoland.De orientatie op het "oude land" krijgt met deverstedelijking in het IJmeer een nieuwe dimen-sie. Ten opzichte van het vorige model zullen ver-gaande maatregelen nodig zijn om de "verwevingtussen rood en groen" vorm te geven conformeisen van duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit.Recreatieve voorzieningen zullen ook buiten destedelijke gebieden moeten worden versterkt.Ook voor de langere termijn is hier sprake vaneen voortgaande stedelijke ontwikkeling in eentempo vergelijkbaar met de viNEX-periode 1995-2005. De verdere uitbouw van IJburg en Alme-re-Pampus wordt gedragen door een railverbin-ding door het IJmeer (Pampuslijn), die oost-waarts wordt vervolgd als Stichtse lijn (directerail-verbinding Almere-Utrecht via de StichtseBrug). In verband hiermee wordt de capaciteitvan Almere-Oost(-Hout) aanzienlijk opgevoerd.Almere-Stad ontwikkelt zich tot een volwaardigstedelijk knooppunt. De meerkernige structuurwordt maximaal benut. Almere kan in dit modelop langere termijn uitgroeien tot circa 120.000woningen (300.000 inwoners). Ter onderbou-wing van de railinfrastructuur wordt in het wes-telijk grensgebied van Eemland een aanvuUendeverstedelijking voorgesteld.Rekening houdend met versterkte push-effectenwordt voor Lelystad een toename van 12.000woningen voorzien. De ontwikkeling van Zee-wolde blijft op het niveau van het voorgaandemodel. Dit geldt ook voor het stadsgewestAmersfoort.Afbeelding 4.Model II, accent versterkingsamenhang (bandstedelijkeopbouw), 111.500woningen.(Bron: Provincie Flevoland,Lelystad)Stedebouw en Volkshuisvesting 1995 nummer 3/4Afbeelding 5.Model III, stadsgewestcompact versterking identiteit,126.000 woningen.(Bron: Provincie Flevoland,Lelystad)Dit model heeft tot 2015 een extra capaciteit vancirca 20.000 woningen.De genoemde intensivering en versterking vanhet infrastructurele netwerk blijft niet beperkttot het openbaar vervoer. Doortrekking van deA6 naar de A9 (zo mogelijk gedeeltelijk verdieptof ondertunneld) zal noodzakelijk zijn. Deze di-recte aansluiting op de mainport Schiphol is ookvan groot belang voor het aantrekken van werk-gelegenheid in Flevoland. Het ondersteunt te-vens de ontwikkeling van de Luchthaven Lely-stad als functioned onderdeel van Schiphol. Degehanteerde 20 KE-contouren zijn daarvoor ove-rigens medebepalend. Door de optimale bereik-baarheid van het "nieuwe land" wordt een ster-ke expansie van de werkgelegenheid verwacht.Model III: Compacte stadsgewestenIn dit model {zie afbeelding 5, de legenda van dezeafbeelding vindt u op pagina 13) ligt de nadruk ophet streven naar ruimtelijk gescheiden, compac-te stadsgewesten. De afzonderlijke identiteitenvan en ruimtelijke mogelijkheden binnen de teonderscheiden stadsgewesten worden hier bena-drukt.Ecologisch gezien wordt een mix van "natte" endroge" opties voorgestaan. De ruimtelijke con-tinuiteit tussen Eemland en Flevoland wordt ver-laten voor de optie "versterking eigen identiteit",hetgeen ondermeer wordt bereikt door verdich-ting van het landschap aan Flevolandse zijde. Ditmede in relatie tot een nieuwe kern Zeewoldemet een nadrukkelijk suburbaan karakter teraanvuUing van de toegepaste hogere dichthedenrond de railverbindingen in het Almere-complex.De sterke groenstructuur binnen de polycentri-sche structuur van Almere bepaalt zeker bij eenmeer compacte opzet in hoge mate de identiteitvan de stad en zal ook voor de verdere ontwikke-ling richtinggevend zijn. De ontwikkeling in hetIJmeer ligt ecologisch en landschappelijk dichterbij het suburbane dan bij het bandstedelijke mo-del.Evenals in het model "bandstad" ligt de nadrukop een voortgaande ontwikkeling van de verste-delijking op langere termijn, die mede vorm zoukunnen krijgen door een beperkte uitbouw vande Amersfoortse - "Vathorster" - lob en de daar-op aansluitende locatie Holkerveen op de spoor-lijn naar Nijkerk, (samen goed voor ruim 20.000woningen). De meer compacte ontwikkeling vanAlmere met een capaciteit van 115.000 wonin-gen, wordt aangevuld met de eerder genoemdetweede kern Zeewolde.compactestads-gewestenmodel:ruimtelijkgescheidencompactestads-gewestenStedebouw en Volkshuisvesting 1995 nummer 3/4Van Almere naar Amersfoort: een nieuwe verstedelijkingsrichting?model hetverstedelijktveld: eenmaximaalverstede*lijkingS'modelAlmere-Pampus ontwikkelt zich voornamelijkbinnendijks. De ontwikkeling van de overige ker-nen in het plangebied is identiek aan het voor-gaande model.Het model beschikt over een extra capaciteit vanruim 30.000 woningen.Met het oog op de versterking van het stedelijk net-werk wordt dit model gekenmerkt door een goedstelsel van verbindingen tussen de centrale stedenvan de aanliggende gewesten. De Pampus(spoor)lijnvormt hier een hart-op-hart verbinding tussenAmsterdam-CS en Almere-CS. Voor de Stichtselijnwordt aan een sneltramverbinding Almere-Hilver-sum gedacht. De overige verbindingen zijn identiekaan het voorgaande model.De mogelijke ontwikkeling van bedrijvigheid isgrotendeels gelijk aan het model "bandstad".Model IV: Verstedelijkt veldIn dit model {zie afbeelding 6, de legenda van dezeafbteelding vindt u op pagina 13) vormt de drie-hoek Amsterdam-Lelystad-Amersfoort eengroot stedelijk veld, dat voor aanvullende verste-delijking wordt aangewend. Er vindt een schaal-vergroting plaats van het bestaande stedelijk net-werk en de infrastructurele dragers, waardoor deinterstedelijke samenhang wordt verbreed. Ditmodel geeft een grote diversiteit aan verstedelij-kingsvormen en woon-, werk- en vrijetijdsmi-lieus met een sterke verweving tussen rode engroene elementen op regionaal niveau. De matevan verstedelijking maakt een krachtig ecolo-gisch en landschappelijk concept noodzakelijk.De "droge" ecologische optie en de landschappe-lijke keuze voor versterking van de eigen identi-teit zijn daarvoor bepalend. Vanuit deze invals-hoek wordt gestreefd naar ontwikkeling van eenaantal duurzame groene en infrastructurele cas-co's die in onderlinge samenhang als dragers voorde verstedelijking dienen.De voorgestelde landschapsbouw - die in directerelatie met de verstedelijking moet worden uitge-voerd - biedt diverse mogelijkheden om in aan-sluiting op de stadsranden recreatieve faciliteitente realiseren. Door vergroting van het bosareaalkan in relatie met de Randmeren de recreatie-functie van het landelijk gebied worden ver-sterkt.Het elementaire verschil met het bandstad-modelis de "Amersfoortselijn". Deze spoorlijn, die van-uit Amersfoort via een mogelijk in noordelijkerichting verder uitgebreid Vathorst (15.000 tot25.000 woningen), een nieuwe kern ZeewoldeAfbeelding 6.Model IV, accent intensive-ring stedelijke zone OostflankNoordvleugel, 152.500woningen.(Bron: Provincie Flevoland,LelystadyStedebouwenVolkshuisvesting 1995 nummer 3/4(met nevenkern 20.000 woningen), Almere-Hout(20.000 woningen) naar Almere-Stad loopt envervolgens aansluiting krijgt op de Pampuslijn,bepaalt in grote mate het verstedelijkingsbeeld.Naast een meer stedelijk Almere geeft de ont-wikkeling in Zeewolde ruimte voor specifiek sub-urbane milieus. De ontwikkelingen op de Pam-puslijn in het IJmeer zijn bijna identiek aan hetbandstad-model. Lelystad benut de capaciteitvan "Zuid" in dit model voUedig tot een omvangvan circa 18.000 woningen en overschrijdt daar-mee rond 2015 de grens van 100.000 inwoners.Het verstedelijkingsbeeld geeft ook aanleidingverdere uitbreiding van Dronten op te nemen, narealisering van de Hanzespoorlijn naar Zwolle.Afgezet tegen de berekende behoefte van hetplangebied geeft dit model een extra capaciteitvan ruim 60.000 woningen. Hiervoor zijn demeeste aanvullende openbaar-vervoerlijnen al inbeeld gebracht. De Stichtselijn als rechtstreekseverbinding met Utrecht complementeert dit nog.Door de omvangrijke verstedelijking van het zui-delijke deel van Flevoland komt een nieuw aan teleggen wegverbinding naar de A28 in beeld.Doortrekking van de A6 naar de A9 is uiteraardook inherent aan dit model. De aanleg van deZuiderzeelijn en de A23 wordt dichterbij ge-bracht.Dit verstedelijkingsmodel is onlosmakelijk ver-bonden met een sterke uitbreiding van de werk-gelegenheid en voorzieningen, met name in Fle-voland.Een specifiek gegeven is de mogelijke ontwikke-ling van Luchthaven Lelystad. De mate waarindit vliegveld eventueel kan functioneren als sub-stantiele oplossing voor de knelpunten rondSchiphol wordt op basis van de versterkte woon-functie in belangrijke mate bepaald door hinder-aspecten.Oostflank ge>vogenHoewel het in deze fase van de Oostflankstudienog te vroeg is om tot een keuze uit de voorgaan-de modellen te komen, kunnen -- tegen de achter-grond van de gestelde randvoorwaarden en uit-gangspunten - wel al conclusies over de zich af-tekenende zoekrichting voor verdere verstedelij-king worden getrokken.In model I: Suburbaan (terughoudende stedelijkeontwikkelingen op langere termijn) wordt destrategische ligging van het plangebied en daar-mee de complementaire functie van het Oost-flankgebied voor de Randstad in de periode2005-2015 nog marginaal benut. De relatief ruim-te-extensieve benutting van de aanvullende loca-ties bieden een wervend suburbaan woonmilieu.In kwantitatieve zin is de aanvullende woning-bouwcapaciteit relatief beperkt. Op termijn staatde continuiteit van de volkshuisvesting in hetplangebied in toenemende mate onder druk.Het biedt op langere termijn geen oplossing voorde knelpunten (gebrek aan ruimte voor wonenen werken/terugdringen effecten "ruimtelijkeparadox") in de Noordvleugel van de Randstad.Integendeel, van de geraamde behoefte van hetplangebied zuUen tot 2015 circa 30.000 woningenelders moeten worden weggezet. De integratievan Flevoland in de Randstad blijft beperkt. Depositie van Almere als stadsgewest wordt maar inbeperkte mate bevestigd. In de voorwaarden-scheppende sfeer ontwikkelt het model weinigkracht voor het aantrekken van werkgelegen-heid.Ondanks de beperkte mogelijkheden voor delange termijn, vraagt de turbulente ontwikkelingop middellange termijn (viNEX-taakstelling) tocheen substantiele versterking van de infrastruc-tuur, die vervolgens niet optimaal wordt benut.Samen met het slechts gedeeltelijk benutten vande aanwezige ruimte in het "nieuwe land" en vande potenties van Almere op de Stedenring van deRandstad, betekent dit een aanzienlijke kapitaal-vernietiging. Behoud en versterking van de waar-den van natuur en landschap zijn redelijk gewaar-borgd.De modellen U en 111: respectievelijk het Bandstad-en Compacte stadsgewesten-model, komen tege-moet aan een voortgaande verstedelijking in hetOostflankgebied op langere termijn. De tot 2015voor het plangebied geraamde eigen-woningbe-hoefte wordt volledig opgevangen; er resteertnog een extra capaciteit van 20.000 en 30.000woningen. Het draagvlak van de NoordvleugelRandstad wordt versterkt. In oplossende zin kanworden ingespeeld op knelpunten zoals de"ruimtelijke paradox". Een redelijk tot goedemix van vestigingsmilieus kan worden geboden.De complementaire functie van het Oostflankge-bied kan goed worden benut. In het bandstad-model, model II, wordt de gegeven infrastruc-tuur beter benut dan in het compacte stadsgewes-ten-model. De integratie van het zuidelijk deelvan Flevoland in de Randstad wordt vooral indit model geoptimaliseerd. De positie van Alme-re als stadsgewest kan in beide modellen wordenversterkt. In de voorwaardenscheppende sfeer,(bereikbaarheid, gedifferentieerd woon- en werk-milieu, en dergelijke) worden kansen geschapenvoor het aantrekken van werkgelegenheid. AanStedebouwen Volkshuisvesting 1995 nummer 3/4Van Almere naar Amersfoort: een nieuwe verstedelijkingsrichting?Tjgi Slrategische^ ?(me fviNEXJ^iiekgebiedAfbeelding?.Ligging van de stracegischezones en de zoekgebieden.(Bron: Provincie Flevoland,Lelystad)model 1 lostverstede-lijkings-problematiekniet op15Balans van de VINEX, Deel-Z-Stedenring CentraalNederland, RuimtelijkeVerkenningen, Rijksplano-logische Dienst, 1994.het sturend vermogen van de ecologische enlandschappelijke optics wordt recht gedaan.Dat neemt niet weg dat in model II met name hetIJmeergebied qua milieu en landschap sterk on-der druk staat.In model IV: Verstedelijkt veld (versterkte stede-lijke ontwikkeling) biedt ruimte aan een maxi-maal verstedelijkingsmodel. Afgezet tegen de ge-raamde behoefte van het plangebied geeft ditmodel een extra capaciteit van circa 60.000 wo-ningen. De complementaire functie van hetOostflankgebied wordt maximaal benut, waar-door een ruime bijdrage kan worden geleverdaan de versterking van de Noordvleugel Rand-stad: ruimte voor wonen en werken; antwoordop de "ruimtelijke paradox" c.q. het verlies aandraagvlak.Almere wordt volledig ge'integreerd in de Rand-stad, terwijl de aanliggende delen van Flevolandsterk bij de verstedelijkingsdynamiek van deRandstad worden betrokken. De positie van destadsgewesten Almere en Amersfoort wordt ininterstadsgewestelijk verband versterkt. De di-versiteit van verstedelijkingsvormen geeft aan-knopingspunten voor een breed scala van sociaalen economisch gedifferentieerde woon- en werk-milieus: stedelijk moza'iek.In samenhang met de geoptimaliseerde bereik-baarheid worden in de voorwaardenscheppendesfeer aanzienlijke kansen geboden voor het aan-trekken van werkgelegenheid. Het infrastructu-rele netwerk sluit aan op de "schakelfunctie" vanhet "nieuwe land" naar het noorden en noord-oosten van ons land. Het sturend vermogen vande toegepaste opties op het gebied van natuur- enlandschap lijkt tegen de verstedelijking opgewas-sen. Voor het IJmeergebied speelt - evenals inmodel II - bovenal de vraag hoe en in welke matede ingrijpende verstedelijking zich met de waar-den van milieu en landschap laat verzoenen.ConclusieModel I zal voor de periode tot 2015 maar be-perkt kunnen bijdragen aan het oplossen van deverstedelijkingsproblematiek van de Noordvleu-gel Randstad. Integendeel, in deze periode moetde eigen-woningbehoefte voor een deel naar "el-ders" worden afgeleid.Model II, III en IV dragen een substantiele oplos-sing aan voor de verstedelijkingsproblematiekvan de Noordvleugel Randstad op middellangeen langere termijn. Model IV benut onder de ge-stelde condities -- zowel kwantitatief als kwalita-tief - het meest de complementaire functie vanhet Oostflankgebied binnen de Noordvleugelvan de Randstad.Gezien het zwaartepunt van de geschetste moge-lijkheden in de laatstgenoemde modellen ver-dient het aanbeveling de zone Almere-Amers-foort als nieuw zoekgebied binnen de verstedelij-kingsopgave van de Randstad op te nemen. Ditmede ter aanvulling van de in de viNEX gegeven"strategische zone" tussen Amsterdam en Alme-re, die - zeker binnen de gestelde termijnen --maar beperkt benut lijkt te kunnen worden.Herziening PKBBij de vraag, die door het Rijk wordt gesteld, ofde zoekruimte voor het oplossen van de verste-delijkingsproblematiek van de Randstad moetworden verbreed tot de Stedenring Centraal Ne-derland'' zullen de potentiele mogelijkheden bin-nen de Randstad goed in beeld moeten wordengebracht. Dit te meet omdat de specifiek sociaal-economische en sociaal-culturele problemen vande Noordvleugel Randstad allerminst in CentraalNederland lijken te kunnen worden opgelost.Uit de bovenst
Reacties