Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening | 01 2011Uitgave vanCRISISRegionaleplanningincrisistijd>Ondernemendestad>PolitiekehervormingRO>ProjectNL>BerlijnenigecrisisvrijestadEuropa>Allureincrisistijd>ROeneconomischeontwikkeling>Toekomstbestemmingsplan>Opleiding stedelijke gebiedsontwikkeling Actueel en gericht op de opgaven van nu Focus op stedelijke ontwikkeling en herstructurering Interdisciplinair denken en werken Vaardigheden ontwikkelen om strategisch te sturen Leren van internationale voorbeelden Universitair niveau (WO-Master) Voor professionals met tenminste 5 jaar werkervaring Start leergang 9 in september 2011Aanmelden en meer informatie: www.mastercitydeveloper.nlD? opleiding gebiedsontwikkeling van:www.mastercitydeveloper.nl?Stedenbouw + Ruimtelijke Ordening, 92e jaargang, nummer1, februari 2011.S+RO is een onafhankelijk tijdschrift vooriedereen die actief is in het veldvan de stedenbouw en ruimtelijke ordening. Het blad verschijnt zes keerperjaar.Redactie: Lianne van Duinen, recensieredacteurlianne.vanduinen@rli.nlArjan Harbers arjan@topotronic.nl, Joks Janssen jjanssen@brabant.nlAnne Luijten anne.luijten@studio-ro.nlJaap Modder, hoofdredacteurmodder@destadsregio.nlDeniseVrolijk, eindredacteurvrolijk@nirov.nlTim Zwanikken t.zwanikken@royalhaskoning.comHelen van Kan-Kokshoorn, redactiesecretariaat kan@nirov.nlOntwerp en art direction: KismanVerhaak, AmsterdamRichtlijnen voor auteurs: Deredactieontvangtgraagkopij,zievoorrichtlijnen: www.s-ro.nlUitgever: Nederlands Instituut voorRuimtelijkeOrdening enVolkshuisvesting (Nirov)Redactieadres: Postbus 30833, 2500GV Den Haag,T +31 (0)70 302 84 48, E sro@nirov.nl, www.s-ro.nlAbonnement: Kosten 90,-- perjaar, studenten betalen 45,-- perjaar. Losse nummers zijnvia www.s-ro.nl te bestellen voor 21,50 ( 16,50 Nirov-leden). Alle prijzen zijn excl. 6% BTW.Abonnementen worden automatisch verlengd, opzegging schriftelijk tot uiterlijk 1 decembervanhet lopende abonnementsjaar.Abonnementenadministratie: Annemiek Nieuwenhuis,T +31 (0)70 302 84 18, E info@nirov.nlAdvertenties: Nirov, Martin de Heer,T +31 (0)70 302 84 49, E heer@nirov.nlDrukwerkproductie: Platform P, RotterdamAuteurs- en beeldrechten: Aan deze uitgave is de uiterste zorg besteed; vooronvolledige/onjuisteinformatie aanvaarden auteur(s), redactie en uitgevergeen aansprakelijkheid.Overname van artikelen is toegestaan, mits voorzien van bronvermelding. ISSN-1384-6531INTRO3 HoofdredactioneelJaap Modder4 NabeeldKismanVerhaak6 ColumnBerlijn enige crisisvrijestad EuropaLucasVerweij8 Q+ACoen Teulings en hetgelijk van Joop den UylJaap Modder10 ColumnAllure in crisistijdJoost KingmaTHEMA: CRISIS12 CrisisAnne Luijten,Jaap Modder,Joks Janssen enTim Zwanikken14 Regionale planning incrisistijdKarin van den Berg enArno van den Hurk20 Politieke hervorming vande ruimtelijke ordeningWillem Buunk24 Ondernemende stadJeroen Saris enEvert Verhagen30 Project NLJelte Boeijenga,Matthijs Bouw enReinier de Graaf38 Hand in hand in RotterdamErik Prins42 Strategisch gemeentelijkgrondbeleidDani?lle Groetelaers46 Passief grondbeleid inkleinere marktGobert BeijerHET VELD50 Ruimtelijke ordening eneconomischeontwikkelingSandra van Liere enPaul Bleumink56 Projectplanologie ende toekomst van hetbestemmingsplanEdwin Buitelaar,Maaike Galle enNiels SorelRECENSIES60 Vier grootste regels(Grand Urban Rules enSpacematrix)Maarten PiekRing A10Anne LuijtenThe American DepartmentStoreDion KooijmanVerborgen stadSjoerd CusvellerThe Fundamentalist CityHans KnippenbergDelta UrbanismJos Jonkhof68 Bovenste PlankLianne van DuinenNIROV70 Nirov Agenda71 Nirov Nieuws74 Het NetwerkAdviseurs in ruimtelijkeontwikkeling en omgevings-kwaliteitHoe komt de stad beter uit de crisis?Het laboratorium voor de ondernemende stad.binnenstedelijke transformatieonorthodoxe aanpakkrachtwijken met cultuurnieuwe idee?n voor oude gebouwencreatieve economiewww.destadbv.nlHet uitvoeringsprogramma voor het Groene Hart, de besluitvorming over Maasvlakte 2, de herontwik-keling van de wijk Q4 in Venlo, de gebiedsontwikkeling Hart van Zuid in Rotterdam, convenanten vooreen gezonde woningmarkt in de Stadsregio Rotterdam en samenwerken aan kwaliteit in de NationaleLandschappen. Zes projecten waarin Investeren in Ruimte het voortouw heeft gehad. Aansprekendeopgaven die vragen om inspirerend leiderschap, vaak ook om een vernieuwende aanpak en soms omongebruikelijke maatregelen.Investeren in Ruimte staat voor gebiedsontwikkeling waarin coalities van marktpartijen, belangheb-benden en overheden samen werken aan kwaliteit. Waarin de planologie directer gerelateerd is aan devraag in de woon-, werk- en leefomgeving. En waarin een programma van realiseerbare projecten,gebouwd op de energie uit de samenleving, de motor is voor ruimtelijke investeringen. Deze werkwijzeis crisisbestendig en leidt altijd tot resultaat. Dat werd eind 2010 herkend door de jury van de prijsvraagCruquius, het oostelijk havengebied in Amsterdam, waar onze winnende aanpak werd omschreven als`een nieuw type plan waardoor zij een belangrijke bijdrage levert aan de vakontwikkeling als geheel'.Meer weten? Wij vertellen u er graag over! Kijk op onze website www.investeren-in-ruimte.nl.Guus van de Hoef Erik Prins Lennart GraaDe motor voor ruimtelijke investeringenGuus van de Hoef Erik Prins Lennart GraaS+RO 2011/01 3IntroColumnJaap ModderHoofdredacteur S+ROHarder rijden, minder sturen....Kan de ruimtelijke ordening bijdragen aan een sterkere eco-nomie? De naambordjes bij VROM zijn inmiddels verwijderden we beginnen met een schone lei. De ruimtelijke ordenaarswonen in bij Infrastructuur en Milieu, bij een minister diegaat voor harder rijden en minder sturen. En ze wil bijdragenaan een economisch sterker Nederland. Dat is niet verkeerd.Onlangs had ik een ambtenaar uit de top van I&M op bezoek,vergezeld van een collega uit voormalig VROM. Het gingover nieuwe infrastructuur. De inbreng van voormalig VROMwas beperkt tot de vraag hoe de natuurcompensatie wasgeregeld. Natuurcompensatie is een kwestie van beschavingmaar een beetje hoofdzaak kan geen kwaad. En dat wasvaak het probleem van de ruimtelijke ordening bij VROM.Zoveel hoofden, zoveel zinnen, heldere keuzes waren er,zowel ambtelijk als politiek, te weinig.Infrastructuur, milieu ?n de ruimtelijke ordening onder ??npolitiek dak. Mooi zo! Mobiliteit is een betere naam, wantmeer dan infrastructuur, maar de combinatie is goed. Denieuwe minister profileert zich tot dusverre op de snelweg,met onbenullige populistische items als 130 kilometer peruur maar dat heeft ze aan de `gedoogsteun' te danken. Enhet is ook een enorme misser als je wilt inzetten op hetbeter benutten van weginfrastructuur en je mag het beprij-zingsinstrument niet meer gebruiken. In de wereld van hetopenbaar vervoer komt Schultz van Haegen binnen op eenmoment dat alle missers van het project HSL-Zuid in eenonmogelijke exploitatie uitmonden. In de NRC heeft Mauritsvan Witsen dit `planning disaster' onlangs fijntjes gefileerd. Jevraagt je af hoe men het voor elkaar heeft gekregen zoveelfouten achter elkaar te maken.Maar laten we naar de `sunny side of the street' kijken. Datde minister met het ruimtelijkeordeningsbeleid de economieeen handje wil helpen is niet verkeerd. We kunnen wel wateconomie gebruiken. Jammer voor haar is wel dat recenteberichten van haar adviseurs voor een belangrijk deel op destapel `onwelgevallig onderzoek' terecht dreigen te komen.Een opsteker is te vinden in het rapport `Stad en land' vanhet Centraal Planbureau (CPB). Dat pleit voor een `go with theflow' ruimtelijk beleid (zie het interview met Coen Teulingsin dit nummer). Past prima zou je zeggen, behalve als je kijktnaar het antwoord op de vraag wat het beleid concreet zoumoeten doen. Een lokale belasting op grondwaardeontwik-keling zodat gemeenten, in de beste traditie van Thorbecke,weer zelf kunnen afwegen hoe en waar te investeren. Inplaats van een positie waarbij ze in eindeloze bestuurlijkedrukte met ambtelijk en politiek Den Haag en in sufmakendeplanningsgedrochten als het MIRT moeten proberen de voorde stad belangrijke projecten veilig te stellen. Maar dat wildit kabinet niet. En, ander punt, het bestuur organiserenlangs de lijnen van de economische dynamiek. Daar ziet hetCPB van alles staan behalve provincies. Maar die wil ditkabinet nu net versterken....Best wel lastig, zulke adviseurs. Het Planbureau voor deLeefomgeving (PBL) doet momenteel onderzoek naar hetpatroon van verstedelijking en daarin is te zien dat de werk-gelegenheid zich steeds meer in de centra van de stedenontwikkelt. Het wonen daarentegen komt vooral terecht aande randen van het stedelijk gebied. Goed nieuws is dat hetEconomisch Instituut voor de Bouw (EIB) in een recent rap-port tot de conclusie komt dat `hoogwaardig binnenstedelijkbouwen in het komend decennium perspectief heeft'. Hetidee dat het daar altijd alleen maar duurder is, kan dus vantafel! Iets lastiger voor de minister is de conclusie van hetPBL dat de toekomst van de stad in de regio ligt. Niet nieuw,het stond ook al te lezen in de `Staat van de Ruimte' van vorigjaar. Maar voortgezet onderzoek bevestigt alleen maar meerdat Nederland economisch en geografisch inmiddels andersin elkaar zit dan de bestuurlijke organisatie die erom heen isgedrapeerd. En dat is lastig voor een kabinet dat de econo-mie beter wil bedienen, de bestuurlijke drukte wil verminde-ren maar aan de verkeerde touwtjes dreigt te gaan trek-ken. We leven in een opgewonden landje waar de ratio hetvoortdurend moet afleggen tegen de emoties. Maar je weethet nooit, tegen zoveel nuchtere rationaliteit als die van hetCPB en het PBL en het EIB zal een intelligente minister tochniet bestand zijn?Jaap ModderHet `nieuwe ontwikkelen' gaat niet meer uit vangrootschalige megalomane plannen, maarRealisme,samenwerking tussen private en overheidspartijen, kwaliteit voorop, burgerparticipatie enmet grond, bouw, vastgoed exploitatiegeld enOKSGKICRISISTIjd INNEdERLaNd?2011 KaaRT: Max KISMaN, KV AMSTERdaM.stelt de regionale vraag en regiospeci ieke mogelijkheden centraal.eigenaarschap,gezamenlijk rendement, kleinschaligheid,metlokale partijen,ontwikkelingenintegraalinancierenDit alles gericht oprealisatie.bovenallexibele programmering en rendement.TVDDVDDKarin van den Berg en Arno van den Hurk in `Regionale Planning in crisistijd' pagina 146 2011/01 S+ROIntroColumnLucas VerweijJournalist en initiator inDesign & Architectureltverweij@gmail.comIk ga u het best bewaarde geheim over de crisis verklappen:Berlijn is de enige plek in de westerse wereld waar de crisisgeen enkel effect op heeft. Architecten hebben hier meerwerk dan ooit tevoren. Er wordt veel gerenoveerd, nieuwontwikkeld, en meer huizen verkocht dan voorheen. Hetkoopaandeel (vijftien procent) van de huizenmarkt groeit.De bouwsector boert goed; die giert niet maar groeit ge-staag. Grotere braakliggende stukken grond (grens- enindustriegebied) worden nu pas ontwikkeld omdat heteigendomsrecht trager dan verwacht is opgehelderd, enomdat er geen woningkrapte is.Met twintig miljoen hotelovernachtingen in 2010 is Berlijnkoploper van de wereld. Hotelbedden zijn niet duur en hetverblijf is goedkoper dan in andere hoofdsteden. De grotehoeveelheid betaalbare bedrijfsruimte en het ruime aanbodaan creatieve arbeidskrachten zorgen voor veel Internet-startups. Per dag worden 120 bedrijven opgericht. Omdatde kosten voor levensonderhoud laag zijn, is Berlijn eenaantrekkelijke stad voor starters. Die opvalt door zijn grotemuziek- en partyscene. Nog steeds trekken veel galeries,mode-industrie en ambtenaren naar de stad. Mede daardoorgroeit ook de congresmarkt. De grootste luchthaven vanEuropa is eveneens in aanbouw, terwijl Tempelhof netgesloten is. Weer 386 hectare binnenstedelijke grond erbij.Veel van de groei komt voort uit de hoofdstadvorming. Vlakna de Haubtstadtwahl is er gefeest en gespeculeerd. Maar erbleek te vroeg gejuicht; het proces van hoofdstadvormingverliep erg traag. Na twintig jaar staat nog ??n ministerie inde steigers, is een aantal nog niet verhuisd en moet er nogworden besproken waar het Songfestival landt. Maar opcultureel, internationaal en diplomatiek niveau is Berlijn w?lde onomstotelijke hoofdstad geworden.Berlijn heeft zijn crisis in feite al gehad. Twintig jaar voor-dat Lehman-Brothers omviel, viel er hier een muur om. Dehuizenprijzen zijn al twee keer gestegen en weer gezakt. Hetgeloof in een `Aufschwung des Ostens' is een sprookje uit hetverleden. Na de Wende kwamen de projectontwikkelaars inrap tempo. Zij waren ook allemaal even snel weer weg omdater niets te verdienen viel. Er was geen economie, de bewo-ners waren arm en onzeker over hun toekomst. De helft vanhen was teleurgesteld, arbeidsongeschikt, gepensioneerd.Daar verkoop je vrijstaande kaveltjes, noch verzorgingsflatsaan. Bovendien was de stad arm en slecht georganiseerd. InOost moesten ambtenaren een wet handhaven die ze nietbegrepen. Het eigendom van vastgoed was onduidelijk ener was geen verjaringstermijn voor claims afgesproken.Onteigeningen duurden lang en de bevolking kwam in op-stand voor elk kwartje huuropslag ? ze zijn tenslotte arm enactiebereid. En, ondanks de hulp van Wessies, kon het oudeOssie-apparaat de stroom nieuwbouwplannen in de omlig-gende gemeentes niet aan.Ook de ambities van de stad zijn lang geleden al bijgesteld.De gewenste groei naar vijf miljoen inwoners is nooit ge-haald. Het bewonersaantal is stabiel op tweederde daarvan.Gelukkig zijn de Olympische spelen nooit toegewezen. Ieder-een kan nu hartelijk lachen om de zelfoverschatting uit het2000-bidbook. Het verraadt een na?ef vertrouwen dat Berlijnsnel een normale Duitse stad zou worden. Die normale stadis Berlijn nooit geworden, en was het in de koude oorlog alniet. Het waren twee steden die beide een meer politiekdan economisch belang hadden, twee onwerkelijke steden.In veel opzichten is dat nog steeds zo: eerst onttrok Berlijnzich aan economische processen doordat de stad politiekin leven werd gehouden. Nu onttrekt de hoofdstad zich nogsteeds aan de economische realiteit van alledag. Ook al staatin de krant `Duitsland heeft de hoogste economische groei inEuropa, herstelt het snelst van de crisis.' Dat is niet waaromde crisis geen vat heeft op Berlijn. Dat gaat namelijk overDuitsland, dit over Berlijn.Toen ik bij een echte Berlijner informeerde naar de crisiszij hij: `Wir haben hier st?ndige Krise.' Het zijn vooral oudeBerlijners die niet kunnen geloven dat het de stad inmiddelsbeter gaat. Ze zijn gaan geloven dat Berlijn tot permanentecrisis veroordeeld is. Ondertussen kopen Denen en Fransenhet vastgoed, gentrificeren grote delen van Oost-Berlijn, enis er een middenklasse ontstaan uit de creatieve margina-liteit. Of, zoals de Berliner Zeitung schreef over de banken-crisis in relatie tot Berlijn: `Wo es keine Blase gibt, kann sieauch nicht platzen.'Berlijn enigecrisisvrije stadin EuropaS+RO 2011/01 7IntroColumnRenovatie flatgebouw BerlijnFoto's: Lucas Verweij8 2011/01 S+ROIntroQ+AJaap ModderHoofdredacteur S+ROCoen TeulingsBron: CPBCoenTeulingsen hetgelijkvanJoopden UylIn het recente rapport `Stad enland' van het Centraal Planbu-reau (CPB)1 worden harde notengekraakt over de vraag of wewel zo goed bezig zijn met onzeeconomie, onze ruimtelijke or-dening en ons (lokaal) belasting-systeem. Het ruimtelijk beleidzou meer oog moeten hebbenvoor schaalgrootte en locatie-voordelen. Grotere steden, dandie we nu hebben, zijn betervoor onze economie en stedenzouden beter en eenvoudigerbestuurd kunnen worden meteen lokaal belastingsysteem opgrondwaarde. En passant wordtook duidelijk dat de schaal vanstedelijke agglomeraties ade-quater is voor goed bestuur endat die van de provincies mindergoed aansluit bij de economi-sche dynamiek van de eenen-twintigste eeuw.S+RO 2011/01 9IntroQ+AHet hoofdstuk over ruimtelijkeorde-ningsbeleid opent met het scherpeverschil van inzicht tussen Joop den Uyl,in de jaren zestig wethouder van Am-sterdam, en zijn opvolger Roel de Wit.Den Uyl wilde inzetten op een forsevergroting van de hoofdstad, `Manhat-tan aan de Amstel'. Maar Roel de Withaalde een streep door dat plan en koosvoor overloop naar de satellietstad Pur-merend. Terugkijkend in 2007 is de Witnog steeds overtuigd van het overloop-beleid. Immers, Amsterdam zou met1,5 miljoen inwoners een autostad ? laLos Angeles zijn geworden! De auteursvan `Stad en land' zijn er helder over.Den Uyl's strategie zou een betere zijngeweest. De stedelijke schaal leidt toteen hogere productiviteit en stedelijkevoorzieningen hebben een veel groterdraagvlak en kunnen dus ook goedko-per worden geproduceerd.We stelden een paar vragen aan CoenTeulings, ??n van de auteurs van hetrapport en directeur van het CPB.De stad is weer in trek. Dat was eenpaar decennia geleden wel anders.Wanneer is die trend begonnen en inhoeverre is dit het gevolg van over-heidsbeleid?`In Nederland is die trend ingezet inde tachtiger jaren. Maar het is nietspecifiek Nederlands en heeft ook geenrelatie met het overheidsbeleid.Je ziet het overal in de rijke landen en deverklaring ervoor is de opkomst van dekenniseconomie. Die zit per definitie inde stad.'U zegt in uw rapport: we kunnen Ne-derland veel effici?nter organiseren.`Zo is het. Je zou steden veel dynami-scher kunnen maken en eenvoudigerkunnen besturen als de voordelenvan beleid, tot uitdrukking komend inhogere grondprijzen, ook daar terechtzouden komen. Allerlei belangrijkestedelijke investeringen zijn nu on-derwerp van vaak moeizaam overlegtussen overheden. Steden zouden zelfdie afwegingen moeten kunnen makenop basis van eigen publieke en zakelijkeafwegingen en met hun eigen lokaalbelastinggeld.'Had Joop den Uyl gelijk destijds metzijn visie op de hoofdstad?`Dat kun je wel zeggen. Het belangvan schaal wordt in ons rapport sterkbenadrukt. Overigens kwam Den Uylmet zijn pleidooi twintig jaar voordatAmsterdam weer een opleving maakte.De vraag is of Manhattan aan de Am-stel in die tijd ook uitvoerbaar zou zijngeweest.'Inmiddels ligt Purmerend achter ons.Het nieuwe Purmerend heet Almere, deschaalsprong van Amsterdam, en is inontwikkeling. Men koos weer niet vooreen sterke groei van de hoofdstad zelf.`Ons rapport is een pleidooi voor een "gowith the flow"-beleid. Bouw daar waarde grondprijzen hoog zijn, daar willende mensen wonen. De overheid zou methaar beleid meer moeten inspelen opdeze "flows". Vanuit dat gezichtspuntligt de nadruk op bouwen in Almere nieterg voor de hand.'De andere kant van dit verhaal is datmet een `go with the flow'-beleid deverschillen groter worden. Groteresteden hier en krimp daar. Zijn datmaatschappelijk acceptabele effecten?`De vraag is of er veel aan krimp te doenis. Onze analyse en boodschap is dateen beleid van "verdelende rechtvaar-digheid" niet erg behulpzaam is bij hetversterken van de economie. Wij latenzien dat het clusteren van activiteitenop stedelijke hotspots een voorwaardeis voor een hoge productiviteit en idemvoor een hoog voorzieningenniveau.Bijzondere voorzieningen vereisen eengroot draagvlak en genereren op hunbeurt draagvlak voor andere voorzie-ningen. Die clustering is per definitiealleen in steden mogelijk.'Een meer bescheiden ruimtelijkeor-deningsbeleid sluit aan bij het beleiddat het kabinet wil voeren. Maar geletop de andere aanbevelingen, lokalegrondbelasting en bestuur op agglo-meratieniveau, zou het daar wel eensop de stapel `onwelgevallig onderzoek'terecht kunnen komen.`Dat zou kunnen. Maar wij zijn on-derzoekers en wetenschappers. Wijbrengen in beeld waar de politiek enhet bestuur over na zouden moetendenken. Onze boodschap is helder enhet is aan het beleid om er wat mee tedoen, of niet.'In het rapport wordt geconstateerddat voor het publiek relevante infor-matie over grondprijsontwikkelingniet openbaar beschikbaar is. Waaromwordt dat geheim gehouden? In deons omringende landen is dit gewoontoegankelijk.`Wij vinden dat die informatie wel voorhet beleid en voor het publiek toegan-kelijk zou moeten zijn. Er is kennelijkiets mis gegaan bij de verzelfstandi-ging van het Kadaster. Men heeft diegegevens en maakt ze nu commercieelten gelde. Ook gemeenten houden dezeinformatie onder de pet met een beroepop hun onderhandelingspositie.'Noten1 Stad en land, CPB, Den Haag, 2010.10 2011/01 S+ROIntroColumnAllureAllureJoost KingmaJoost Kingma Consult enProjecten met Ruimteinfo@joostkingma.nlLinks: Sterrenboslaan DriebergenFoto: Joost KingmaRechts: Sterrenboslaan Driebergen,voorbeeld van de groene setting en`eenheid in verscheidenheid'. Foto:Joost KingmaHoe kan het in hemelsnaam dat een crisis veel mooie en goedgebouwde woningen oplevert? Kunnen we ons voorstellendat superieure kwaliteit ontstaat in echt slechte tijden? In deGrote Depressie van de jaren dertig hebben we dat kunstjewel geflikt. Hoe deden we dat toen, die mooie en duurzamestedenbouw? En kunnen we dat nu ook?Uiteraard zijn er aanzienlijke verschillen tussen de jarendertig en het huidige tijdsgewricht. De middenklasse moesttoen nog groot, goed opgeleid en welvarend worden. Tweesalarissen per huishouden was een zeldzaamheid. Huizenkosten gemiddeld ??n jaarsalaris en niet vijf tot tien zoalsnu. Mobiliteit, communicatietechniek, globalisering moestende massa nog bereiken en de rol van de financi?le sector inde bouw was nog bescheiden. De bouwsector dreef, afgezienvan de jaren twintig, op kleinschalig particulier initiatief.Bouwondernemingen werkten nog bijna uitsluitend lokaal.De grote bouwers op industri?le schaal, zoals ze in de naoor-logse wederopbouw ontstonden, ontbraken nog geheel.`Jarendertig'. Het is het verzamelbegrip geworden ondermakelaars voor de categorie woningen die altijd goed loopt,zelfs in crisistijd. De jarendertigstijl verkoopt. Prettige wij-ken met grote, solide woningen. Hollands nuchter, ruim, opeen flinke kavel aan een mooie laan, rijk aan detaillering enomzoomend groen. Kwaliteitswijken met de potentie om uitte groeien tot de nieuwe `grachtengordel' van de twintigsteeeuw. Maar ja, bij de consument geliefd en dus abject voorde tot voor kort toonaangevende modernistische architect.Maar waarin zit nou de crux van de duurzame en fraaiebouwhausse in de jaren dertig? Bouwers en vormgevers had-den de markt in die tijd door schade en schande goed begre-pen. Want de markt bepaalde of een bouwproduct verkocht.De hedendaagse politbureaus van het modernisme warennog niet aan zet. Consumentgericht bouwen was het ada-gium. Die uitdrukking gebruikten ze niet, maar ze deden hetwel. De particuliere sector greep haar kans door de bouw-productie tot ver in de crisisjaren op het peil van de `roaringtwenties' te houden: ruim negentig procent van de gemid-delde jaarproductie van veertigduizend woningen. Overwe-gend kleine en middelgrote ontwikkelende bouwers, vaakin samenwerkingsverbanden. Ze bouwden op risico, maarin kleine, beheerste aantallen. Grondprijzen waren laag.Hierdoor en door de lage bouwkosten was het risico voorde bouwers overzichtelijk. Want als je niet verkocht boodS+RO 2011/01 11IntroColumnin crisistijdLinks: Haren, Groningen, mooigedetailleerde woning uit de jarendertig. Foto: Joost KingmaRechts: Haren, Groningen, tweekap-pers met fraaie architectuur aanlommerrijke lanen zijn kenmerkendvoor de particuliere tuinwijken uit dejaren dertig. Foto: Joost Kingmain crisistijdverhuur ook een redelijk rendement: vijf procent jaarlijks,versus twee procent op een spaarrekening. Dat argumentgold ook voor de grote groep particulieren die huizen kochtals appeltje voor de dorst.Maar was er wel geld om te kopen? Ja. De werkeloosheidonder de doelgroep van kopers in de particuliere tuinwijken,de beter opgeleide middenklasse, was drie tot vijf procent.Laag in vergelijking met 25 procent op het dieptepunt van decrisis onder de laaggeschoolden. Voor die `beter gesitueerde'middenklasse bleef bovendien de koopkracht door dalendekosten van levensonderhoud op peil ? ondanks de crisis. DeTweede Wereldoorlog maakte een einde aan deze glorietijd.In de wederopbouw na de oorlog sloeg de massaproductievan woningen, en daarmee het functionalisme, hevig toe.Vroeg in de jaren negentig hervond de van oorsprong socialeparticuliere ontwikkelaar, Bouwfonds, het consumentgerich-te bouwen. De eerste retrojarendertig woningen verschenenop de Vinex-locaties. Weliswaar nog niet meteen in dezelfderuime en groene stedenbouwkundige setting als in de origi-nele jarendertigwijken. Maar toch. Een begin was gemaakt.De kredietcrisis van deze nieuwe eeuw haalt gemeentelijkegrondbedrijven en grote bouwers met dikke grondpositiesmassaal onderuit. Opnieuw kennen we een `grote depressie'in de bouw. En opnieuw kijken we naar de jaren dertig of wedaar aanwijzingen vinden om eruit te komen.Mooi en goed bouwen in crisistijd? Kan dat? Ja, maar het isbijna te eenvoudig voor onze complexe planologie. Geef vol-op ruimte aan het particuliere initiatief. Aan schaalverklei-ning in de bouwsector, aan de consument met zijn romantieken aan particuliere beleggers. Aan flinke straatprofielen enruime kavels. Met re?le, lage grondkosten en verhuren metrendement. Dit alles begint met het op marktpeil brengen,en dus flink afboeken op de grondwaarde in gemeentelijke enparticuliere boeken. Het doet even pijn, maar dan kunnen weook weer vooruit in dit land. Sla de restschade om naar alleburgers via de OZB. Dat is ook meteen eerlijker en verstandi-ger naar de toekomst. Want, we zijn voorbij het punt dat wegrondbedrijven ? en daarmee de arme koper van een nieuwewoning ? als cashcow voor al onze algemene kosten moetenwillen misbruiken.12 2011/01 S+ROThema CrisisIntroductieCRISIS functioneren van stedelijke regio's raakt. In combinatie metde demografische stagnatie leidt de crisis volgens hen totnieuwe uitdagingen voor regionale planning en ontwerp. Deruimtelijk-economische en sociale concepten, die de regiona-le planning lange tijd hebben gedomineerd, passen niet meerbij de nieuwe werkelijkheid.Saris en Verhagen richten hun pijlen op de economie van destad en beschrijven hoe de vastgoedcrisis alles te makenheeft met de kredietcrisis. Tegelijkertijd is de opgave van desteden verschoven naar binnenstedelijke transformatie. Eenonmetelijke hoeveelheid kantoorruimte is leeg komen staan,evenals duizenden hectare `verouderd' bedrijfsterrein. Deruimtelijke ontwikkeling is met een harde klap met beide be-nen op de grond gekomen. De auteurs vragen de minister vanInfrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, om onortho-doxe maatregelen. Ruim barri?res en regelgeving op, en maakruimte voor een nieuwe stedelijke economie, die van onderopvorm krijgt.De auteurs van Project NL, Jelte Boeijenga, Matthijs Bouw enReinier de Graaf, betogen dat met de crisis is aangetoond datde markt geen oplossing biedt voor ruimtelijke vraagstukken.Met credo's als ondernemerschap, liberalisering en decentra-lisering zou het publieke belang uit het oog zijn verloren. Devermarkting van publieke belangen heeft bovendien geleidtot een depolitisering van ruimtelijke kwesties. De auteursgeven daarom aanbevelingen voor een nieuwe nationalestrategie, waarmee de relatie tussen staat, regio en marktmoet worden herijkt.Het thema wordt afgesloten met twee bijdragen over grond-beleid. De crisis heeft immers directe gevolgen voor gemeen-telijke grondbedrijven, voorheen de (verborgen) motorenachter stedelijke investeringen. Groetelaers waarschuwtvoor te snel inzetten van nieuwe instrumenten. In combinatiemet een strategischer visie op grondbeleid en flexibiliteit inruimtelijke uitgangspunten, moeten gemeenten eerst maareens de mogelijkheden van de nieuwe Wro (2008) onderzoe-ken. Beijer ziet dat de structurele problemen in de vastgoed-wereld door de crisis worden versterkt. Vooral gemeentenmet een actief grondbeleid zijn getroffen. Beijer vermoed datgrondbedrijven in Nederland voor zo'n acht miljard euro hetschip in gaan. Het is in zijn ogen absurd om deze tekorten afte wentelen op gemeenten die bewust hebben gekozen vooreen passief grondbeleid.`Sleutelen aan een draaiende motor,' zo typeerde BernardoSecchi eens op treffende wijze de stedenbouwkundige om-gang met de stad. Hij vroeg aandacht voor het spanningsveldtussen stedelijke dynamiek, in de vorm van demografische,economische en sociaal-culturele ontwikkelingen, en steden-bouwkundige interventies, in de vorm van structuurvisies,-plannen en projecten. Hij pleitte voor een nauwkeurige `le-zing' van de stad als een ruimtelijk mechaniek en een daaropafgestemd stedenbouwkundig beleid. Maar wat als diezelfdemotor hapert en pruttelt, bijvoorbeeld als gevolg van eenniet voorziene financieel-economische crisis? Wat kan destedenbouw en, in breder verband, de ruimtelijke ordeningdoen om de stad weer aan de praat te krijgen?In veel steden in Nederland is de metafoor van de pruttelendemotor inmiddels schrille realiteit. Soms is zelfs sprake vancomplete stilstand. In de gemeente Amsterdam bijvoorbeeld,waar het stadsbestuur een bouwstop afkondigde. Waar blijftde stedelijke ontwikkeling nu projecten en plannen niet meergefinancierd kunnen worden? Terug naar ordening? Of biedtde crisis een onverwacht vliegwiel voor een andere vorm vanstedenbouw en ruimtelijke ordening? Zijn stedenbouw enruimtelijke ordening in staat om de huidige situatie op begripte brengen en van daaruit nieuwe voorstellen te ontwikke-len? Welke instrumenten hebben zij in de gereedschapskistom de haperende mechaniek te herstellen? Over deze vragengaat dit themanummer.Het beeld dat opdoemt uit de bijdragen aan dit nummer is datstedenbouwkundigen en ruimtelijke ordenaars de komendeperiode in het crisisgebied van stad en regio onder hoog-spanning prestaties zullen moeten leveren. Niet alleen omin samenwerking met bewoners, bedrijven en overhedenhet haperende mechaniek van de stad weer aan de praatte krijgen, maar ook om opnieuw betekenis te geven aan destedenbouwkundige en planologische professie. Een nieuwbewustzijn lijkt noodzakelijk om in de sterk veranderendecontext van de stad te opereren.De stad is in de afgelopen decennia in een (te) hoge versnel-ling terecht gekomen. De afgelopen jaren was ??n van debelangrijke discussies hoe de stedelijke vernieuwing versneldkon worden. Nu lijkt de tijd rijp om terug te schakelen naarhet tempo van de stad en haar bewoners en gebruikers.Dat vraagt om maatwerk, met oplossingen gebaseerd opregiospecifieke identiteiten. Zo beschrijven Van den Bergen Van den Hurk hoe de financieel-economische crisis hetTim ZwanikkenRedacteur S+ROJoks JanssenRedacteur S+ROJaap ModderHoofdredacteur S+ROAnne Luijten Studio-ROanne.luijten@studio-ro.nlS+RO 2011/01 13Thema CrisisIntroductieIllustratie: KV, Max Kisman14 2011/01 S+ROThema CrisisRegionale planningRegionale planning in crisistijdOnder: Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030, samengestelde kaartvigerende gemeentelijke visies. Bron:Rothuizen van Doorn 't Hooft Architec-ten StedenbouwkundigenZoekgebied windenergieMeststofneutrale zoneZandKleiWaterBosgebiedOntwikkelen van een adequatezoetwater-strategieWaarborgen zoetwatervoorzieningvoor de landbouwWinterbed rivierenNatuurontwikkeling langs krekenVestingstad`Poort van West-Brabant'Waterrecreatiebestaand / kans voor waterrecreatieForten en linies o.a. Zuider Frontier / Stel-ling van het Hollands Diep en het VolkerakWegensnelweg / provinciale wegTe herstructureren wegensnelweg / provinciale wegGeplande wegenRailvervoerhsl / spoorlijn / stationGeplande personenspoorlijn/stationBuisleidingstraatWatervaarrouteGeplande goederenspoorlijnUitbreiden capaciteit vaarrouteWoongebiedBedrijvengebiedStedelijke variatieVoorzieningenversterking`bekende toekomst' - rood: MoerdijkMeer MogelijkLandschappelijke geledingszoneversterken landschappelijk raamwerkInzetten op inbreiden enherstructureren stedenbandStedelijk cluster MoerdijkRegionale specialisatiewerkgelegenheid`Bekende toekomst' - oranje: uitbrei-ingslocaties wonen en werkenOosterhoutBoven: Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030, visiekaart. Bron:Rothuizen van Doorn 't HooftArchitecten StedenbouwkundigenS+RO 2011/01 15Thema CrisisRegionale planningHet idee dat we de toenemende vergrij-zing en de trek van het platteland naarde stad kunnen keren met nieuwbouwvan woningen voor starters en ouderen,het aantrekken van nieuwe bedrijvenen het cre?ren van nieuwe voorzie-ningen, is en blijft een id?e fixe. Recentonderzoek van het Centraal Planbureautoont nog maar eens aan dat sturenmet vastgoed niet het middel is omdeze bewegingen te keren. Wellicht lukthet om de ontwikkelingen te vertragen,maar tegenhouden is geen optie. `Gowith the flow' is het concept dat daar-tegenover staat. Accepteer de veran-dering van de bevolkingssamenstelling.De krimpregio's komen daar inmiddelsachter. In die regio's gelden nieuwewetten. De waarde van vastgoed neemtniet toe maar juist af. Dat past niet inons financieel-economisch groeiden-ken. Hoe daarmee om te gaan, is eennieuwe opgave en uitgangspunt.Natuurlijk het ligt genuanceerder. Veleregio's hebben te maken met groei enkrimp. Deze ontwikkelen zich met tweesnelheden, met als gevolg dat er andereopgaven liggen. Van belang is dat eerstte erkennen en te accepteren. Dit geeftruimte om nieuwe idee?n op te pak-ken en leidt in krimpgebieden tot hethergroeperen van de voorzieningen.Tot een concentratie midden tussende mensen. In groeigemeenten leidtdit tot het concentreren van mensenrondom voorzieningen. Omgekeerdeopgaven als het ware. Opgaven die insamenhang met elkaar bekeken moetenworden. Opgaven die over gemeen-tegrenzen heengaan en niet alleenregionaal spelen, maar ook tussenregio's. Ze vragen om een nieuw ver-deel- en vereveningsmechanisme. Nietin woningaantallen of bedrijventerrein,maar wel in financi?le vereveningen. Ditvraagt ook om een bijstelling van onsrendementsdenken. We moeten metminder genoegen nemen en zullen ookmeer moeten delen.Karin van den BergM-touchk.vandenberg@m-touch.nlKrimp, groei en definancieel-economischecrisis treffen elkaar(ook) in de regio. Deruimtelijk-economischeen sociale concepten,die de regionaleplanning lange tijdhebben gedomineerd,passen niet meerbij deze nieuwewerkelijkheid. Welketoekomst is er voorde regionale planningweggelegd, nu deaanbodplanologie nietmeer lijkt te werken?Arno van den HurkGemeente Bredaahj.van.den.hurk@breda.nlNoodzaakIn deze context moeten we inspelenop zowel de korte als lange termijn,de acute problemen en de toekom-stige problemen. In tijden waarbij deschaarste met name in middelen en tijdis gelegen en het ruimtelijk programmagebaseerd is op enerzijds krimp en an-derzijds groei in verschillende snelhe-den, moeten we terug naar de basis: desamenhangende regio met z'n stedenen dorpen. De regionale planning dientniet alleen te gaan over de verdeling ofeigenlijk herschikking van het pro-gramma voor de komende decennia. Ermoet evenzeer aandacht zijn voor deverdeling van de kosten, opbrengsten,investeringen en subsidies. Dat is nueen noodzaak geworden.In Parkstad Limburg is deze gedachteal realiteit. Er worden instrumentenontwikkeld om het teveel aan vastgoedop een slimme manier in te zetten entoch ontwikkeling te behouden. Deregio stelt met de betrokken woning-bouwcorporaties een herstructure-ringsprogramma op waarbij sloop enmodernisering van de woningvoorraadde belangrijkste pijlers zijn. Ook zijn ernadrukkelijke afspraken gemaakt opterreinen als zorg, onderwijs, arbeids-markt en ruimtelijke ontwikkeling. Zoheeft Parkstad Limburg de stap gezetom zonder een groeiprogramma dedynamiek in de regio te behouden.OntnuchteringWe hebben ons lange tijd laten verlei-den door locatieontwikkeling, financieelrendement, architectonische hoog-standjes, duurzaamheidtechnieken,enzovoort. De `sky was the limit' enelke regio was het middelpunt vaneconomische groei.Met ontwikkelingsplanologie bracht deoverheid haar instrumenten in op hetvlak van de ruimtelijke ordening en hetgrondbeleid. Ook de overheid wilde16 2011/01 S+ROThema CrisisRegionale planningW126B04B05M02M03M04W04B07M05B15W31W61W60B25B26W67M11W68W69B32B34B33W88B40W99M16B08W08W09W10W18W19W20W21W38W50W55W56W90W92W91M17W100M18M20B41B42B43M21R25W36W22W34B18W116W117W30W03W122R23B49B50R30W129W130W131B51B52W133W145B01B02M01B03W121W05M06W15B14M07W27R0432B16W26W25W28M08W29B17R08R08R09W42R31B21W49W53R10M10R13R14B31W72W73R15R16B36W75R19W80W87R22M15W06B12W17W14B13W16W41W54B24W103W104R24R20R11B44B45W110W111W13W86W35W37W114W115R26R27M09R28B30R29B46W120R01B48R21W128B19B31R33R34R02R03R07R12W64M12W78W78W7879W82M14W83W83B37B37B39W95W94W101R17R18W109W109W57W58W59B22B23B28W66B35W70W71W74M19W102B0927W23B29W76W77M13W81W84W85B38W24W107W106W108W39W40W44W45W46W47W48W51W52W89B20W32W33W93B11W12B10W11W43W113R05W65B06W01W02W118B43W97W98W123W124W96W125B53W127B47W63 W134W136W141W140W144W119D61D62 D65D66D67D75D58D57D01D02D30D03D27D28D07D22D35D74D46D63D06D08D15D18D19D21D23D24D20D26D25D25D05D55D09D11D11 D10D10D04 D13D70D14D38D39D40D42D43D44D69D47D48D50D52D53D51D49D33D30D31D34D77D68D80Boven: Ruimtelijke Visie West-Bra-bant 2030, de aantrekkelijke woonre-gio. Bron: Rothuizen van Doorn 't HooftArchitecten StedenbouwkundigenOnder: Ruimtelijke Visie West-Bra-bant 2030, de bekende toekomst.Bron: Rothuizen van Doorn 't HooftArchitecten StedenbouwkundigenInzetten op inbreiden enherstructureren stedenbandZandKleiBedrijvengebiedWaterWoongebiedStedelijke variatie`Bekende toekomst' - rood: MoerdijkMeer MogelijkLandschappelijke geledingszoneversterken landschappelijk raamwerk`Bekende toekomst' - oranje:uitbreidingslocaties wonen en werkenOnder: De `bekende toekomst' is een inventarisatievan alle gemeentelijke beleidsvoornemens met eenaanzienlijke ruimtelijke impact (zoals uitbreidings-en/of herstructureringsopgaven, mobiliteitsop-gaven en groen/blauwe projecten) voor de periodetot 2030. In de inventarisatie van de bekendetoekomst is een driedeling gehanteerd in de statusvan de plannen. Deze status wordt aangeduid metde kleurcoderingen rood, oranje en geel: rood zijnprojecten die op uitvoeringsniveau zijn vastgestelddoor de gemeenteraad en formeel goedgekeurdzijn door de provincie; oranje zijn projecten dieop uitvoeringsniveau zijn vastgesteld door degemeenteraad, maar (nog) niet formeel goed-gekeurd zijn door de provincie; geel zijn voor-genomen projecten die binnen het gemeentelijkbeleid zijn verankerd, maar (nog) niet in proceduregenomen zijn.S+RO 2011/01 17Thema CrisisRegionale planninghet `benefit sharen' van de ontwikke-ling die zij toeliet.De huidige crisis heeft ons met beidebenen op de grond gebracht. De ont-nuchtering van de demografischeontwikkeling komt snel naderbij. Deoverprogrammering, gebaseerd op op-portunistische marktprognoses op hetterrein van wonen, kantoren en bedrij-venterreinen, is momenteel een zwareopgave. De transitie naar een meerrealistische programmering is een gro-te uitdaging. Daarbij moeten we weeropnieuw op zoek naar de basis van deplanologie. Het ruimtelijk survey moetweer als onderlegger dienen. De veran-derende bevolkingsopbouw, gewijzigdewoonwensen, en werkopvattingen,de duurzaamheidvraag, maar ook degewijzigde financi?le parameters enregiospecifieke sociaalgeografischekenmerken, vragen om een andere kijkop het beleid. Hiervoor moet de verant-woordelijkheid op het schaalniveau vande regio worden neergelegd, zodat hetgemeenschappelijke lokale bestuur aande knoppen komt.DifferentiatieEen regionale planning die zich ori?n-teert op de kracht en identiteit van deregio leidt tot regionale differentiatie.De aandacht en economie van de re-gionale streekproducten, de aandachtvoor het dialect en streekeigen taalgingen ons voor. Terug naar de oor-sprong en de `genius loci', het lijkt eenmooie uitdaging te worden. Regionaledifferentie als gevolg van regionalesociaalgeografische verschillen zorgtvoor herkenbare regionale identiteitenop het terrein van de werkgelegenheid,maar ook op het vlak van de ruimtelijkeordening, stedenbouw en architectuur.Deze opgaven mogen voor ons dannieuw zijn, in andere landen is dat niethet geval. Neem bijvoorbeeld hetRuhrgebied, dat bestaat uit zeven-tien steden en nog eens twee miljoeninwoners in omliggende gebieden telt.Demografische krimp en economischeteruggang zijn hier al jarenlang eenfeit. Met behulp van regionale plan-ning is gezamenlijk naar een oplossinggezocht. Hierbij is gedacht vanuit deplek en is samenhang aangebracht tus-sen de talloze projecten in het gebied.Centraal stond de identiteit van de plek.Het meest waardevolle van de meta-morfose is het gerichte programmadat is ontwikkeld. Hierin staan dragersals sport en recreatie en de creatievekunst- en cultuursector centraal. Methet `nieuwe' erfgoed wordt zorgvul-dig omgegaan in het kader van het`herbestemmen' en `herstructureren'.Verder zijn er duurzame en techni-Linksboven: Ruhrgebied, Landschaps-park Duisburg Noord, feestzaal invoormalig industriegebouw. Foto:Marcel van den Bergh, HollandseHoogteRechtsboven: Ruhrgebied, Jahrhun-derthalle Bochum met theater vanIvo van Hove. Foto: Marcel van denBergh, Hollandse HoogteOnder: Het vrijwel verlaten winkel-centrum Kuilsburg in Delfzijl-Noord.Foto: Kees van de Veen, HollandseHoogtesche hoogstandjes te vinden en zijn erexperimentele (goedkope) bouwme-thoden gebruikt. Er is heel wat van degrond gekomen, terwijl de steden endorpen in het gebied nauwelijks finan-ci?le slagkracht hadden. Door op eenandere wijze met partners (publiek enprivaat) afspraken te maken, gericht oprealisatie, is er heel wat van de grondgekomen.RealisatieplanologieNu de investeringen achterblijven,de vastgoedwaarden op nieuw tegenhet licht worden gehouden, men zijnverliezen neemt, de ontwikkelporte-18 2011/01 S+ROThema CrisisRegionale planningfeuille wordt herschikt naar waardeen tijd, is het moment om opnieuw devraag te stellen: Hoe moeten we verderen met wie? Aanbodgericht werkenwerkt niet meer. Is vraaggericht danhet antwoord? Wat weten we eigenlijkvan de consument? Hoe duurzaam is devraag van de consument in een vluch-tige dynamische wereld? Plannen metgrote onzekerheden vragen om nieuweinzichten en flexibiliteit in de inzet vanhet planologische instrumentarium.Een inzet die zich richt op realisatie,het daadwerkelijk maken van wat isafgesproken.Het `nieuwe ontwikkelen' gaat nietmeer uit van grootschalige megalo-mane plannen, maar stelt de regionalevraag en regiospecifieke mogelijkhe-den centraal. Realisme, samenwerkingtussen private en overheidspartijen,kwaliteit voorop, burgerparticipatie eneigenaarschap, gezamenlijk rendement,kleinschaligheid, met lokale partijen,ontwikkelingen integraal financierenmet grond, bouw, vastgoed exploitatie-geld en bovenal flexibele programme-ring en rendement. Dit alles gerichtop realisatie.In de toekomstige regionale planning iseen zakelijker houding ten opzichte vanpublieke rechten en plichten onmis-baar. Het handhaven, en indien nodigintrekken van rechten en plichten,hoort daarbij. Er moeten meer realis-tische afspraken over de uitvoerbaar-heid van projecten worden gemaakt,bijvoorbeeld door startgaranties enafbouwgaranties te vragen. En vergun-MAINPORTRotterdamBredaMAINPORTAntwerpenUtrechtEindhoven`s-HertogenboschTilburg BRABANTSTADZUIDWESTELIJKEDELTAningen in te trekken als er geen gebruikvan gemaakt wordt. Daardoor wordtspeculatie en handel in bestemmings-planrechten voorkomen. Daadwerkelijkrealiseren van de ambities zorgt ervoordat veel eerder wordt gekeken naarde haalbaarheid en maakbaarheid vande plannen. Dat zal met alle betrokkenpartijen moeten gebeuren. Niet zo langgeleden werd daar de term `coalitie-planologie' voor ge?ntroduceerd.1Eenvorm waarbij betrokken overhedenen marktpartijen en/of particulierenafspraken maken over het bundelen vaneigen en andermans investeringen, omhet gemeenschappelijk plan te realise-ren. Dit vergt meer dan ooit vertrou-wen en continu?teit, in elkaar en in hetproduct. Een product dat flexibel dientte zijn en kan meebewegen in de markt,Ruimtelijke Visie West-Brabant2030, de zelfbewuste regio in eenveranderend krachtenveld. Bron: Rot-huizen van Doorn 't Hooft ArchitectenStedenbouwkundigenS+RO 2011/01 19Thema CrisisRegionale planningWest-BrabantIn West-Brabant hebben negentien gemeenten een tiental ruimtelijk-econo-mische en sociale spelregels afgesproken die moeten leiden tot een regio meteen herkenbare identiteit. Deze spelregels zijn gebaseerd op een koers van deregio in een ruimtelijk casco. Dat casco biedt een gemeenschappelijk kader voorde samenwerkingspartners in de aanpak van opgaven die uiteengezet zijn in deruimtelijke agenda.De basisgedachte speelt in op het huidig tijdsgewricht, maar er is te weinigaandacht geschonken aan een gedegen ruimtelijk survey. Ook de effecten vankrimp (westelijk West-Brabant) en de groei (Breda en omgeving) wordt in hetregionaal plan nog onvoldoende op zijn merites bezien. Daar ligt nog een groteuitdaging voor de samenwerkende negentien gemeenten.maar de kwaliteit in het vaandel houdt.Bij deze bundeling van krachten vanafhet prille begin, van idee tot realisatie,wordt de keuze van partners en hundoelen belangrijker dan het plan zelf.VertrouwenAdaptatie van de regionale verschei-denheid van demografische ontwik-kelingen verscherpt het blikveld enzorgt ervoor dat gezocht wordt naarregiospecifieke werkbare oplossingen.Uitgaan van de eigenheid van de pleken regio cre?ert de zo onderscheidenderegiospecifieke identiteit. Je richten opwat kan, wie wil, hoe daar te komen enwat haalbaar is, is weliswaar ont-nuchterd, maar zorgt voor een gezondrealisme en vertrouwen in de toekomst.Noten1 Hoef, G. van de en Witsen, P.P., `Gebiedsontwikkelingna de crisis', in: S+RO, nummer 5, jaargang 91, 2010.Ruhrgebied, repetitie dansvoorstel-ling Kokerei Zollverein Essen. Foto:Chris Keulen, Hollandse Hoogte20 2011/01 S+ROThema CrisisPolitieke hervormingHet kabinet Rutte is een beperktehervormingsambitie verweten, onderandere in het kamerdebat over deregeringsverklaring. Reden voorklachten uit de vakwereld is dat dewoorden `ruimtelijke ordening' en`wonen' weinig voorkomen in hetregeerakkoord. In antwoord op dezeverwijten heeft premier Rutte een briefaan de Kamer gestuurd met eenopsomming van de zeventien `hervor-mingen en stelselherzieningen' waarhet nieuwe kabinet voor heeft geko-zen.1 De ruimtelijke ordening enaanpalende beleidsterreinen komenhierin ruimschoots aan bod. Devakwereld kan tevreden zijn.HervormingenlijstjeHervorming nummer ??n is de ingreepin de bestuurlijke indeling. Deze isgericht op de samenhangende aanpakvan stedelijke ontwikkeling en bereik-baarheid in West-Nederland: deopschaling van het provinciaal bestuurin de Randstad en oprichting van eeninfrastructuurautoriteit. Hervormingnummer zeven grijpt in op de kern vanhet ruimtelijk beleidsbestel, namelijk dedecentralisatie van de ruimtelijkeordening. Het kabinet stopt met desturing van ruimtelijke ontwikkelingenmet integrale plannen van de rijksover-heid. De verantwoordelijkheid omontwikkelingen in onderlinge context teplaatsen wordt straks alleen nog doorprovincies gedragen.Het regeerakkoord gaat nog een stapverder in een poging de bestuurlijkedrukte te verminderen. De eerste stapin de richting van de kleine en krachtigeoverheid die toe kan met minderWillem BuunkChristelijke Hogeschool WindesheimWW.Buunk@windesheim.nlPolitiekehervormingvan deruimtelijkeordeningHet rechtse kabinet maakt een einde aan linksehobby's. De nationale ruimtelijke ordeningis ??n van de mikpunten. Het kabinet Rutteheeft met een aantal drastische ingrepen debakens voor de ruimtelijke ordening verzet. Eenhervormingsopgave voor een ruimtelijk beleid naarrechtse snit ? met liberale, confessionele en anti-establishment bouwstenen.S+RO 2011/01 21Thema CrisisPolitieke hervormingbelastinggeld, minder regels en minderambtenaren en bestuurders, is deopheffing van de hulpconstructies vanintergemeentelijke samenwerking. Hetnieuwe principe volgens het kabinetRutte is: `Je gaat erover of niet.' Hetgaat dan in het bijzonder om deWgr+-regio's. Met de nieuwe Wrowaren de stadsregio's het ruimtelijke-ordeningsinstrument al kwijtgeraakt.De opheffing van de stadsregio'sverrijkt de agenda van het kabinet ?misschien onbedoeld ? wel met deopgave om stedelijke ontwikkeling enbereikbaarheid aan elkaar te verbinden.Hervorming nummer zeventien gaatover de huurmarkt. Woningcorporatiesmoeten meebetalen aan de huursubsi-die. Dit beperkt hun investeringsruimtein allerhande commerci?le bouwprojec-ten buiten hun kerntaak van volkshuis-vesting. De meest politieke keuze diehet kabinet maakt ligt in het verlengdevan deze hervorming. Het is deverbanning van de volkshuisvestingnaar het ministerie van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Voorwie tussen de regels van het regeerak-koord door leest ziet juist hierin een deonversneden rechtse politieke hervor-mingsagenda.Juist de combinatie van volkshuisves-ting en stedenbouw heeft van deruimtelijke ordening een door sociaal-democratisch gedachtegoed gedomi-neerd bolwerk van de verzorgingsstaatgemaakt. In ambtelijke kringen wordthet gevoeld als een afrekening. Deambtelijke top van VROM wordt doorzijn ondergeschikten verweten zich deafgelopen jaren onvoldoende reken-schap te hebben gegeven van hetveranderde politieke klimaat. Rutte'shervorming van de ruimtelijke ordeningis de eerste serieuze poging in veertigjaar, die het dominante sociaal-demo-cratische centralistische planningsden-ken te doorbreken.De praktijk van ruimtelijke projecten inhet land had zich ondertussen al langafgekeerd van het ideaalbeeld van deplanmatige opererende rijksoverheid.Ruimtelijke ontwikkelingen die samen-hangen met de opkomst van dekenniseconomie, de explosieve groeivan mobiliteit en de noodzaak vanruimtelijke aanpassing aan klimaatver-andering staan garant voor een grotedynamiek in ruimtegebruik en ruimte-lijke inrichting. Gebiedsontwikkeling zetde toon in een nieuwe praktijk waarinde planmatig sturende overheid al langgeen vanzelfsprekende centrale rolmeer heeft.Eenzijdige politiekeori?ntatieHet geloof in de maakbaarheid van desamenleving is in het ruimtelijk beleiden aanpalende beleidsvelden nog altijdbijna tastbaar aanwezig. In de ruimte-lijke ordening gaat nog steeds uit vande overheid die op planmatige wijzevergaand moet ingrijpen in de inrich-ting, het gebruik en het beheer vanruimte. De groei van de steden is hierinleidend, naar sociaal-democratischrecept. Met planconcepten als `gebun-delde deconcentratie', `groeikernen',`bufferbeleid' en de `compacte stad'wordt sinds jaar en dag de door destaat geleide groei van steden endorpen mogelijk gemaakt. De uitvoe-ring van het ruimtelijk beleid is insteden in de handen van de PvdA, dievaak de wethouder van ruimtelijkeordening en wonen levert. Bovendienhebben woningbouwprojecten eenvoorkeurspositie in bouwprojecten,waarin ook weer de leden van PvdAeen dominante rol spelen als directeuren toezichthouder.Voor wie de moeite neemt om vanuiteen politieknormatief perspectief tekijken naar de ogenschijnlijk overbe-kende ruimtelijke planconcepten, zalhet geen verrassing zijn dat deachterliggende waarden vooral vansociaal-democratische snit zijn.Solidariteit, gemeenschapsvorming,maatschappelijke samenhang enpublieke moraal spelen hierin eendominante rol. In het linkse politiekedenken is er zoiets als het algemeenbelang. Dat is iets goeds en moet hetversterkt worden. Daar hoort met eenzekere vanzelfsprekendheid de idee vaneen openbare ruimte bij die een publiekdomein is en waarvoor de overheid dusde verantwoordelijkheid dient tedragen. In het rechtse politieke denkenis die vanzelfsprekende gemeenschap-pelijkheid er gewoon niet. Dat leidt totandere standpunten over de grenzenvan overheidsoptreden in de inrichting,het gebruik en het beheer van ruimte.Een beleidsdomein zoals de ruimtelijkeordening, dat appelleert aan zo'nvanzelfsprekend geachte opgave vanhet collectief, schiet dan mis.Liberale en confessioneleinvloedenNatuurlijk hebben ook liberalen enconfessionelen in de afgelopen decen-nia invloed gehad op de ruimtelijkeordening en het woonbeleid. Deoprichting van vele woningbouwcorpo-raties is het resultaat van privaatinitiatief naar liberale snit. Industri?lendie hun arbeiders een gezonde huisves-ting wilden bieden of verlichte burgersdie de woningnood wilden lenigen. Inmeer recente tijden heeft de VVD heeftzelfs meermaals de minister van VROMgeleverd, die elk een eigen stempelhebben gedrukt op wetgeving en hetruimtelijk rijksbeleid. In 1988 heeft EdNijpels het economische accent van hetruimtelijk rijksbeleid versterkt doorSchiphol en de Rotterdamse haven alsmainports te bestempelen. Meer recentis het adagium `decentraal wat kan,centraal wat moet', dat door ministerSybilla Dekker met de Nota Ruimte in dehand vier jaar lang consequent isuitgedragen.Volgens Dirk Frieling worden dethematische accentverschillen in depolitieke visies op de ruimtelijkeontwikkeling versterkt door de22 2011/01 S+ROThema CrisisPolitieke hervorminggeografische herkomst van hetelectoraat van PvdA, Cda en VVd. In eenmooie poging tot verkenning van departijpolitieke dimensie van de ruimte-lijke ordening schetst hij het beeld vanPvdA-ers die de compacte steden engroeikernen aan de buitenkant van deRandstad wilden, in combinatie met eenspreiding van groei over steden in hethele land. Cda-ers hebben een voorkeurvoor een zorgvuldige spreiding vanwoningbouw over steden en dorpen inalle provincies van Nederland. VVd-ersneigen volgens Frieling naar een soorttussenvorm, door de concentratie vangroei van verstedelijking in de econo-misch sterke Randstad (inclusief hetGroene Hart) mogelijk te maken.2Frieling karakteriseert het resultaatvan de bekende concepten uit deruimtelijke ordening op grond van devoortdurende wisselende nationalecoalities en de wat meer bestendigecoalities in de provincies.Spontane ordeDe onderliggende waarden en electo-rale herkomst van opvattingen vanliberalen en christen-democraten zijngoed herkenbaar in het regeerakkoord.De keuze voor radicale decentralisatievan de afstemming en co?rdinatie vanruimtelijke ontwikkelingen naar deprovincie, past bij uitstek bij het Cda.De provincie is het bestuurlijkeschaalniveau waar het Cda traditioneelsterk is vertegenwoordigd. In hetlandelijk gebied konden Cda-bestuur-ders een stevig stempel drukken opstreekplannen en structuurplannen,met veel aandacht voor het mogelijkblijven maken van de ontwikkeling vande landbouw naast de bescherming vannatuur en milieu. Voor het Cda isdaarnaast de idee van een gedeeldeverantwoordelijkheid (van samenlevingen overheid) een leidend principe,ge?nspireerd op het Rooms-Katholiekesubsidiariteitsbeginsel. Voor liberalenpast de taakverdeling tussen individuen overheid bij het beginsel vanspontane orde, door de VVd omarmdals ijkpunt voor een liberale ruimtelijkeordening.3 Het beginsel van spontaneorde wil niet zeggen: laat alles maarwaaien of `anything goes', maar neemtals uitgangspunt dat mensen zelfverantwoordelijkheden moeten willendragen voor die zaken die zij in hunleefomgeving geregeld, georganiseerden gestructureerd willen zien. Diemensen zijn namelijk ook vaak zelfeigenaren of gebruikers van de ruimte.Waar het nu altijd de overheid is die deopenbare ruimte beheert, kunnen hetdus volgens Cda en VVd ? vanuitverschillende motieven4 ? ookmensen zelf zijn.Vanuit het liberale perspectief is deruimtelijke ordening toe aan eenhervorming met meer mechanismenvan spontane orde. Verantwoordelijk-heden leggen (of `laten', zou de liberaalzeggen) bij eigenaren en gebruikers.Arrangementen over gebruik en beheervan ruimte via het privaatrechtregelen. Waar mogelijk met prijsme-chanismen en marktwerking dieruimtelijke keuzes laten produceren.Dat verklaart de afkeer van centraleoverheidssturing met plannen. Daarhebben liberalen nooit echt in geloofd,het is ten hoogste gedoogd.Andere politieke waardenInteressant is de vraag naar deopvattingen van gedoogpartij PVV overde ruimtelijke ordening. Een snelleanalyse van stemgedrag en opvattin-gen in Tweede Kamer en in de gemeen-teraden van Den Haag en Almere wijsterop, dat de partij vooral het al langerbestaande anti-establishment geluidover de ruimtelijke ordening. Hoewelvan volstrekt verschillend politiekpluimage, deelt de PVV dit vooral metde leefbaren en de SP. Hoewel volstrektanders verwoord, zijn ook standpuntenvan d66 hierin herkenbaar. De anti-establishment partijen delen hunafkeer van grote (`megalomane')ruimtelijke projecten. Ze willen minderhoog bouwen en hebben een afkeer vande intensivering van ruimtegebruik. Zijdelen het wantrouwen van de regentenvan de stad. Niet toevallig zijn het dePvdA-wethouders van ruimtelijkeordening en volkshuisvesting die hetmoeten ontgelden. De anti-establish-ment partijen delen namelijk ook eenantipathie tegen de PvdA. Bijvoorbeeldomdat ze er uit voortkomen (d66 langgeleden, leefbaren meer recent), omdatze een andere linkse ideologie hebben(SP), of omdat ze het ?berhauptallemaal linkse mulitkul vinden (PVV).De anti-establishment partijen pleiten,als alternatief voor de gemeentelijkeplannenmachinerie, voor meer burger-participatie en een grote directeinvloed van mensen op hun de woon-omgeving met wijkbudgetten. Samenmet de zittende huurders voeren zeoppositie tegen de stedelijke vernieu-wing door sloop en herbouw doorcorporaties; onderdeel van de wijkaan-pak. Ze hechten ook minder geloof aanhet heilzame sociale effect vanmenging van huur- en koopwoningen.De anti-establishment partijen deleneen wantrouwen in woningbehoeften-cijfers en voeren oppositie tegen deplanmatige geschraagde bouwambities.Dat slaat aan bij veel stadsbewoners.Die vinden het toch al te druk, te vol ente weinig groen in hun buurt.Voor de PVV zullen deze standpuntenaltijd ondergeschikt zijn aan hunanti-islam programma. In dat kader iser maar ??n ruimtelijke ambitie,namelijk voorkomen dat Islamsterdamde hoofdstad van Hollandistan wordt.5Voor het overige valt te verwachtendat de PVV zich voegt naar de main-stream van anti-establishment partijenin hun kritische visie op de ruimtelijkeplanning van nieuwe woon- en werkge-bieden in de bestaande steden endorpen. Daarmee kraken zij hetfundament van het nationale ruimte-lijke beleid dat wordt bepaald door hetintensiveren van het ruimtegebruik inde zogenoemde `compacte stad'. Ookvan de continuering van de wijkaanpakS+RO 2011/01 23Thema CrisisPolitieke hervormingheidsinvesteringen. Deze keuze voormobiliteitgedreven gebiedsontwik-keling ligt voor de hand. Het sluitaan bij de bestaande praktijk vaninvesteringsbeslissingen in wegenen openbaar vervoer die nu veelalonbedoeld leidt tot ruimtelijke ont-wikkelingen. Binnen hun `natuurlijke'vervoersgebieden (waar de meesteverplaatsingen zijn) krijgen stedelijkeregio's de randvoorwaarden voorgebiedsontwikkeling. De nieuwe in-frastructuurautoriteit voert straksuit. Gemeenten hebben hierin hunwensenlijstjes, maar het rijk of de(Randstad)provincie zal de strate-gische keuzes moeten maken. De Ecologische Hoofdstructuur isaan het einde van haar beleidsle-venscyclus en wordt herzien, zodathet beleid gaat bijdragen aan eenmooier landschap waarvan mensenkunnen genieten. Zonder de achter-liggende ecologische waarden tekortte doen kunnen boeren en privatelandeigenaren hun bijdrage leveren. Vereenvoudiging van wetgeving enprocedures. De Wet op de ruimtelijkeordening (Wro) en de Wet algemenebepalingen omgevingsbeleid (Wabo)en de Crisis- en herstelwet (CHW)worden samengevoegd in een nieuweomgevingswet met vereenvoudigderegels voor grondgebruik, milieu-bescherming, natuurbescherming,enzovoort. Voor elk project maar eenbesluit. Overbodige algemene ruim-telijke regels, zoals het onderscheidtussen een recreatiewoning en eengewone woning, worden onmogelijk. Voor de internationale ruimtelijkrelevante regelgeving ligt geenuitvoerende taak bij de rijksoverheid,behalve om het in internationaalverband te vereenvoudigen. Vigerendbeleid van EU of UNESCO wordt doorprovincies en gemeenten uitgevoerd. De transformatie van bestaandstedelijk gebied moet worden gefa-ciliteerd door gemeenten. Alleen deverbetering van de fysieke kwa-liteit van steden en dorpen is eenoverheidstaak. De wijkactieplannenmet omvangrijke investeringen insociale programma's en grootscheepsesloop en nieuwbouw met rijkssubsidiekan verwacht worden dat deze wordtbe?indigd.UitdagingDe reorganisatie van de verzorgings-staat is tot nog toe aan de ruimtelijkeordening voorbij gegaan. De PTT (nuTNT) is al lang geprivatiseerd en is zelfsals bedrijf al aan een nieuwe structu-rele reorganisatie toe omdat desamenleving is veranderd. De zorg isnog steeds een (semi-)overheidstaak,maar al wel aan een tweede of derderonde van verzakelijking bezig. Deruimtelijke ordening was tot nog toepolitiek gewoon vergeten. Het nieuwekabinet brengt hierin verandering enlegt een stevige hervormingsagendavoor de ruimtelijke ordening neer. Voorwie de betekenis van het regeerakkoordvoor de ruimtelijke ordening goed wilbegrijpen, moet door een brederepolitieke bril kijken dan de vakwereldgewend is. Met oog voor de liberale,confessionele en anti-establishmentelementen, een samenvatting in zesactiepunten: Geen nieuwe nationale ruimtelijkenota's. Het ministerie van Infrastruc-tuur en Milieu komt hoogstens meteen selectief kader voor provincialeruimtelijke plannen. Dit kan eenenkele strategische ruimtelijke keuzezijn. Dit kan ook een keuze zijn omsommige vormen van ruimtelijkeregelgeving niet te willen, zoals eenverbod op rode contouren. Als hetrijk zich ergens mee bemoeit, zoalsbijvoorbeeld met de grote financi?lebijdrage in stationsgebieden, danbetekent dat voortaan dat met eenprovincie, een gemeente of een pri-vate partij een heldere taakverdelingwordt gemaakt (`Je gaat erover ofje gaat er niet over') om van daaruitintelligent te blijven meesturen. Strategische ruimtelijke keuzesworden gekoppeld aan bereikbaar-Noten1 Brief 3097165 van de minister-presidentaan de Tweede Kamer, 5 november 2010.2 Frieling, D., `De politieke dimensie van deruimtelijke ordening', in: Rooilijn jaargang42,nummer 6, 2009, pp. 398-405.3 VVd 2008 Visiedocument ruimtelijkeontwikkeling en wonen. Den Haag:Volkpartij voor Vrijheid en Democratie.4 Over een gedeeld standpunt dat vanuitverschillende motieven voort kankomen leze men de verhelderendebrief die Ab Klink ten tijde van dekabinetsonderhandelingen heeftgeschreven.5 Deze formuleringen en achtergrondenvan het politieke denken van de PVV zijnontleend aan Bosma, M., De schijnelite vande valse munters. Drees, extreem rechts,de sixties, nuttige idioten, Groep Wildersen ik, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam,2010.voor de Vogelaarwijken verdwijnen.Grondexploitaties kunnen niet langerde melkkoe zijn voor de algemenemiddelen van gemeenten. Zeker nietals het rijk of provincie daarin medeinvesteerder zijn.EigentijdsHet regeerakkoord laat een frissepolitieke wind door het ruimtelijk beleidwaaien. Voor wie vanuit linkse politiekeidealen actief is in de vakwereld kandat betreurd worden, of zelfs een schokzijn. Het kan ook worden gezien alseen mooie kans om met het kabinet opzoek te gaan naar een eigentijdse vormvan ruimtelijke ordening. Het vergt mis-schien een grote mentale flexibiliteit,maar die mag dan ook wel eens getoondworden. De uitdaging aan de vakwerelden aan ruimtelijk onderzoek is om depluriformiteit van het gehele politiekespectrum te bedienen met kennis enzo bij te dragen aan betere keuzesover inrichting, beheer en gebruik vanruimte die passen bij de wensen vanheel verschillende mensen.24 2011/01 S+ROThema CrisisOndernemende stadHafencity Hamburg, nieuwe woonmi-lieus. Bron: de Stad bvOndernemende stadS+RO 2011/01 25Thema CrisisOndernemende stadDe vastgoedcrisis heeft alles te makenmet de kredietcrisis. Naast de geldwolkdie over de wereld zwierf, vormde deverwachting dat elke investering in hetvastgoed door de oneindige waardestij-ging wel weer terugverdiend zou kunnenworden, een belangrijke oorzaak van decrisis. Nu deze miljardenwolk is leegge-lopen staat vast dat de vastgoedwereldnooit meer dezelfde zal zijn. De ruim-telijke ordening evenmin. De aanbodge-stuurde ruimtelijke ordening en gebieds-ontwikkeling behoren definitief tot hetverleden. Nu de orkaan is uitgeraasdkan de schade opgenomen worden: eenonmetelijke hoeveelheid vierkante me-ter kantoorruimte is leeg komen staan,evenals duizenden hectare `verouderd'bedrijfsterrein in binnenstedelijkegebieden. De ruimtelijke ontwikkeling ismet een harde klap met beide benen opde grond gekomen. Veel masterplannenvoor grootschalige herontwikkeling kun-nen bij het oud papier.Nieuw beginHet politieke debat wordt vooral over-heerst door de vraag waarop het bestbezuinigd kan worden. Overal in hetland sneuvelen woningbouwplannenen transformatieopgaven waarvoorzware investeringen van de overheidnodig zijn. Den Haag besluit zich teconcentreren op de centrale zone vanScheveningen tot Hollands Spoor. Detunnel naar de binnenstad voor de Rot-terdamse Baan moet wel worden aan-gelegd, maar de Binckhorst valt buitenJeroen Sarisde Stad bvj.saris@destadbv.nlVoor en na de kredietcrisis zijn verschillende tijdper-ken, dat begint nu pas goed door te dringen. Niet al-leen de spelregels in de vastgoedwereld zijn grondigveranderd, ook de opgave van de steden is verscho-ven naar de binnenstedelijke transformatie.Hoe komen onze steden beter uit de crisis dan ze erinzijn gegaan?Evert VerhagenREUSE BV / Creative Citiesevert@creativecities.nlde prijzen. Elders is het niet beter. Deechte vraag moet nog aan de orde ko-men: hoe kunnen onze steden beter uitde crisis komen dan ze erin gegaan zijn?Deze vraag zullen de stadsbestuurders,die nu nog in beslag genomen wordendoor de bezuinigingen, niet lang voorzich uit kunnen schuiven. Welke eco-nomische ontwikkeling kan de stedener weer bovenop helpen? Hoe kan dezehet beste gefaciliteerd worden? Welkelocaties dienen zich daarvoor aan enwelke rol speelt de transformatie vanbedrijfsterreinen daarin?Nieuwe bedrijfsterreinen zullenvoorlopig niet nodig zijn, er is al vol-doende leegstand en een `mer a boire'aan verouderde bedrijfsterreinen. Denieuwe economische ontwikkeling z
Reacties