Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening | 03 2011Uitgave vanrusselrachtigeinstrumentenvoorstedelijkevernieuwing>nternationaalenzondergrenzen>ederlanderineenmoza?ekstad>penruimteindeBrusselserand>rganische aanpak krimp >uurzaam samenleven in Zweden >riomf van de grote stad >et nieuwe Nagele >Deze opleiding wordt gesteund door en is ontwikkeld in samenspraak met: Deelnemende hogescholen:D? praktijkgerichte MASTEROPLEIDING voor regisseurs vanSTEDELIJKE VERNIEUWING& GEBIEDSONTWIKKELINGNieuwsgierig? Vraag de opleidingsbrochure aan via info@muad.nl of kijk op WWW.MUAD.NLWWW.MUAD.NLStedenbouw + Ruimtelijke Ordening, 92e jaargang, nummer3, juni 2011.S+RO is een onafhankelijk tijdschrift vooriedereen die actief is in het veldvan de stedenbouw en ruimtelijke ordening. Het blad verschijnt zes keerperjaar.Redactie: Lianne van Duinen, recensieredacteurlianne.vanduinen@rli.nlArjan Harbers arjan@topotronic.nl, Joks Janssen jjanssen@brabant.nlJaap Modder, hoofdredacteurmodder@destadsregio.nlWies Sanders wies@urbanunlimited.nlDeniseVrolijk, eindredacteurvrolijk@nirov.nlTim Zwanikken t.zwanikken@royalhaskoning.comHelen van Kan-Kokshoorn, redactiesecretariaat kan@nirov.nlOntwerp en art direction: KismanVerhaak, AmsterdamRichtlijnen voor auteurs: Deredactieontvangtgraagkopij,zievoorrichtlijnen: www.s-ro.nlUitgever: Nederlands Instituut voorRuimtelijkeOrdening enVolkshuisvesting (Nirov)Redactieadres: Postbus 30833, 2500GV Den Haag,T +31 (0)70 302 84 48, E sro@nirov.nl, www.s-ro.nlAbonnement: Kosten 90,-- perjaar, studenten betalen 45,-- perjaar. Losse nummers zijnvia www.s-ro.nl te bestellen voor 21,50 ( 16,50 Nirov-leden). Alle prijzen zijn excl. 6% BTW.Abonnementen worden automatisch verlengd, opzegging schriftelijk tot uiterlijk 1 decembervanhet lopende abonnementsjaar.Abonnementenadministratie: Annemiek Nieuwenhuis,T +31 (0)70 302 84 18, E info@nirov.nlAdvertenties: Nirov, Martin de Heer,T +31 (0)70 302 84 49, E heer@nirov.nlDrukwerkproductie: Platform P, RotterdamAuteurs- en beeldrechten: Aan deze uitgave is de uiterste zorg besteed; vooronvolledige/onjuisteinformatie aanvaarden auteur(s), redactie en uitgevergeen aansprakelijkheid.Overname van artikelen is toegestaan, mits voorzien van bronvermelding. ISSN-1384-6531INTRO3 HoofdredactioneelJaap Modder4 NabeeldJens Aerts en G?ry Leloutre6 ColumnEntertainment 2.0LucasVerweij8 Q+ABas Breman, CentrumLandschap, AlterraWageningen-UROrganische aanpakkrimpAnne Luijten10 ColumnRuimte voor EuropaSteef BuijsTHEMA: BRUSSEL12 Brussels lof?Arjan Harbers14 Krachtige instrumentenvoor stedelijkevernieuwingJoachim Declerck enRoeland Dudal22 Politiek bedrijfWim van de Camp24 Internationaal enzonder grenzenJens Aerts32 Business Route 2018Frans De Keyser36 Nederlander in eenmoza?ekstadBas Eickhout38 Ceci n'est pas Bruxelles:open ruimte in deBrusselse randElke VanemptenHET VELD44 Het nieuwe NageleJoosje van Geest enGuido Schot50 Triomf van de grote stadZef Hemel52 Krimpgebieden kijkenover de grensLetty Reimerink56 Duurzaam samenlevenin ZwedenPepijn KlaassenRECENSIES59 Het onvoltooideproject van de New Towns,driedubbelrecensieTom AvermaetePuzzling neighbourhoodeffectsGideon BoltPolitics, planning andhomes in a World cityZef HemelSterke verhalenJoks JanssenDe alledaagse engeplande stadTijs van den Boomen68 Bovenste PlankLianne van DuinenNIROV70 Nirov Agenda72 Nirov Nieuws76 Het NetwerkAdviseurs in ruimtelijkeontwikkeling en omgevings-kwaliteitwww.buur.beBlijde Inkomststraat 24 - 3000 Leuven (BE) | t: +32 16 898550 | f: +32 16 898549 | e: info@buur.beBUREAUURBANISMEEenmasterplanvooreenstadspoortvandeEuropesehoofdstadBUUR is gespecialiseerd instedenbouw in de brede zin.De opmaak van masterplannen(stadsontwerpen)vormtonzekern-activiteit,maarstedenbouwismeerdandat.Stadsontwerp,aanlegvande publieke ruimte, strategischeen ruimtelijke planning zijn devoornaamstedisciplineswaarinhetteamactiefis.Despecialisatievanhetwerkterreinis een bewuste keuze, ingegevendoor een doorgedreven zin voorkwaliteitenstielkennis.Deze activiteiten worden vaak aan-gevuld met procesregie, ruimtelijkprojectmanagement, beleidsad-vies en externe communicatie. Desynergie tussen de werkveldendie BUUR beheerst, vormen eenbelangrijke meerwaarde voor deopdrachtgever.BUUR is een letterwoord. Het istegelijkdetreffendeuitdrukkingvanons engagement voor de stad alssociaal netwerk, de verstedelijkteruimtealskwalitatieveentoekomst-gerichteleefomgeving.Het Stimuleringsfonds voor Architectuur werktaan een stimuleringsprogramma stedenbouwwww.architectuurfonds.nlSluitingsdata 2011: 7 aug, 7 oktSubsidie aanvragen?Zie Deelregeling StedenbouwS+RO 2011/03 3IntroHoofdredactioneelJaap ModderHoofdredacteur S+ROBrusselEerst Europa, vorige nummer, en nu Brussel. Alweer?Als ik aan Brussel denk, denk ik aan Jeroen Brouwersdie er een boekje over schreef. Het heet `Het aardigstevolk ter wereld' en is een bijdrage aan de biografie vanWillem Frederik Hermans. Hermans zag Brussel in1938 voor het eerst en vond het een hele deftige stad.Later zou hij er veel minder positief over zijn: `Maar ikheb het tenminste nog gezien en beklaag de jeugd, dievoor dit genot en een rustig glas trappist zonder datde popmuziek om je oren davert, te laat geboren is.'Dit oordeel verhinderde niet dat onze grote schrijverna zijn verblijf in Parijs hier in 1991 zijn intrek nam enwel in de wijk Etterbeek. Een collega van Brouwers,Benno Barnard, schreef ook veel over Brussel. Beidenwoonden er een aantal jaren en evenals Hermansin Etterbeek. Ze gingen in 1994 terug naar hun oudeadressen, vooral om te zien waar Hermans woondeen waren verbaasd dat de fraaie panden uit het Belleepoque er nog stonden. `Dit mocht wel een mirakelheten, gezien de geestdrift waarmee Europa dehoofdstad van het surrealisme onder hard-realistischbeton bedolf.' Voor Brouwers is Brussel een necropolis.Voor Barnard is het de hoofdstad van Europa maartegelijkertijd `...een laboratorium waar de ondergangvan Europa wordt beraamd.' Barnard: `In Brussel wordtde krampachtige constructie van onze eigen VerenigdeStaten door duizenden overbetaalde ambtenaren aanelkaar geniet, terwijl de stad ondertussen verandertin een eeuwig tochtend complex van kantoren. Dehuidige hoofdstad van de Oude Wereld is het centrumvan een slagveld.'We zullen het ermee moeten doen, met een getormen-teerde metropool die verder in de eenentwintigsteeeuw steeds meer de hoofdstad van Europa zalblijken te zijn. De weg terug is niet mogelijk. Nou ja,Griekenland misschien uit de euro maar daar staanandere toetredende landen tegenover. En dat ze er ingeen jaar in slagen om een regering te vormen en optermijn misschien in twee aparte staten uiteenvallenis ook geen ramp. Dan maken we van Brussel een soortVaticaanstad en wordt de hoofdstad van Europa alleenmaar m??r hoofdstad.Vandaar Brussel. Een stad die zowel zijn kracht als zijngeschonden aangezicht, zowel letterlijk als figuurlijk,te danken heeft aan Europa. Nederland lijkt er steedsminder mee te hebben. Een founding father die zijngeheugen kwijt lijkt te zijn en niet in de gaten heeftwaar we onze welvaart al een halve eeuw aan tedanken hebben. Zelfs de PvdA doet mee met de PVVen pleit voor de hand op de Brusselse knip. Als je naarde Brusselse bureaucratie kijkt dan is die qua omvangkleiner dan het ambtelijk apparaat van onze eigenhoofdstad maar dat is kennelijk geen reden om tegen-over de gemakzuchtige nationalistische retoriek vande populisten een krachtig tegengeluid te laten horen.Het kabinet Rutte is niet beter dan zijn populistischegedogers en de old school sociaal democraten. Ruttekijkt opgewekt de verkeerde kant uit als het gaat omhet vergroten van het concurrerend vermogen vanhet kleine koninkrijk. Alsof Den Haag een luchtballonis geworden die te snel naar beneden gaat, zo wordtde hele inventaris overboord gekieperd. Provinciesmogen het ruimtelijk beleid overnemen. Dat daarmeevitale landsbelangen worden opgedeeld over twaalfbestuurskamers met een fors bureaucratisch pro-bleem (te lang teveel geld en teveel ambtenaren) envoor evenzoveel bestuurlijke drukte gaan zorgen magde pret niet drukken.Het kabinet zet zijn kaarten op provincies en houdtuitverkoop. Niet alleen het belang van Brussel wordtover het hoofd gezien maar ook dat van de grotesteden. Het geld wordt in toenemende mate in ste-delijke gebieden verdiend en dat wordt alleen maarsterker. Voor een concurrerende economie heeft hetNederlandse kabinet twee vrienden nodig: Brussel ende grote steden. Europa is de bron van onze welvaarten Brussel is het knooppunt. We willen ons er maarniet mee verbinden, mentaal niet maar ook fysiekniet. Geen ruimtelijkestrategiebeleid op NoordwestEuropese schaal samen met Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen. Nodig is een krachtige lijn met partnerBrussel. Steden zijn, anders dan dertig jaar geleden, demotoren van onze economie. Nodig is een krachtigeen vooral rechtstreekse lijn met de grote stedelijkeregio's. De vorige minister van Binnenlandse Zakensnapte het. Ze zei: `Ik zie drie bestuurslagen, Europa,het Rijk en het lokaal bestuur.'Vandaar Brussel. Daarna gaan we ons weer richtenop de agenda van het Rijk. En op het lokaal bestuur. Allpolitics is immers local politics.Jaap ModderBrusselse vlinderVoor de grootstedelijke (of metropolitane)regio van Brussel is nooit een regionaal plangemaakt. Dat is vreemd omdat de stad enhaar invloedssfeer niet ophouden bij degewestgrens en de hoofdstad van Europabovendien voldoende metropoolpotentieheeft. De stad is onderdeel van de stadsregioAmsterdam-Antwerpen-Brussel en is eenstrategisch knooppunt in een gemondiali-seerde omgeving. Brussel zou daarom zekereen ontwikkelingsstrategie als internationalehoofdstad en een strategie om de positie inhet Europese netwerk te versterken, moetenhebben. Tot dusver is dat niet het geval. Al-leen via een collage zijn de verschillende ge-westelijke deelplannen aan elkaar te zetten.Tezamen laten die het beeld van een vlinderzien; een weinig aantrekkelijke collage van dedrie bestaande regionale visies. Zie ook hetartikel van Jens Aerts op pagina 14.4 2011/03 S+ROIntroNabeeldBrusselse vlinderKaart: Jens Aerts en G?ry LeloutreS+RO 2011/03 5IntroNabeeld6 2011/03 S+ROIntroColumnKastanienallee in Prenzlauerberg,Berlijn. Brede stoepen, tram, fietsersen auto's op hetzelfde baanvak.Foto's: Lucas VerweijLucas VerweijJournalist en initiator inDesign & Architectureltverweij@gmail.comEntertainment 2.0Ik woon sinds drie jaar in de Kastanienallee, Prenzlauerberg,Berlijn. Door de staat gaan trams, autoverkeer en het is demeest befietste straat van de stad. Op het gedeelde baan-vak wordt ook geparkeerd. Op acht meter brede trottoirsstaan kastanjebomen (titelverklaring). We gaan binnenkortverhuizen want de toeristenstroom maakt het moeilijk je alsbuurtbewoner de straat toe te eigenen.De Kastanienallee heeft nichetoerisme: voorgesorteerdpubliek, dat er door internetadviezen gekomen is. Demodale bezoeker is een 35-jarige, modebewuste vrouw uiteen welvarend westers land. Ze is niet rijk. Ze is met drievriendinnen of haar vriend op stap. Ze is eigenzinnig inhaar modieuze keuzes. Ze draagt geen kleding uit de grotestandaardwinkels. Daardoor zie ik veel korte pony's, kortebroeken en korte jurken over leggings, hoedjes, laarzen enbroeken met nauwsluitende pijpen. Weinig spijkerbroeken,weinig merkkleding en weinig pakken. Het is een modieuzeparade. De bijnaam van de straat is: Casting-allee. Het zichtop paraderende, opperbest en vooral hip geklede meidendoet denken aan een acteurscasting voor een film.Wonen in de Kastanienallee heeft me veel geleerd overnichetoerisme en het nieuwe entertainment. De straat isberoemd en staat daarom in elke reisgids vermeldt. Zomaareen verhaal van een onlineverklikker: `If you're bored withmore conventional clothing brands, on Kastanienallee youcan find some unique pieces of clothing with a reasonableprice. This place is a must.' De straat wordt dus aangepre-zen met het ontbreken van `grote merken' en inderdaad isde schaal van de middenstand klein. Er zijn verschillendewinkeltjes op een paar vierkante meter met de meest uit-lopende, vaak trendy hebbedingen. Daarnaast zijn er tweekraakpanden, waarvan er ??n in koeienletters op de gevelheeft staan: Totalismus t?ted, zerst?rt & normiert. Op hetantikapitalistische terrein worden cursussen gegeven injongleren, dansen, mediteren en er is een kleine cultbioscoop.De straat heeft haar wortels in de kraakscene en de klein-schalige bedrijvigheid, maar is inmiddels een toeristischeattractie geworden. Dat leidde tot opmerkelijke nieuweallianties bij recent protest tegen de ombouw van destraat. De politiek wil een vrijliggend fietspad realiseren endaarvoor moeten de stoepen smaller. Winkeliers, horecaen omwonenden zijn daar op tegen. De horeca-uitbatershebben daarom gebroederlijk met de krakers en professio-nele protestanten (uit Kreuzberg) wekenlang elke zaterdag`gedemonstreerd' in de straat.Een demonstratie in de Kastanienallee lijkt echter op eenstraatfeest. Verkeer wordt lamgelegd, er is een podium,er spelen bandjes (of goedkoper: spontane karaoke). Er isdrankverkoop op volle terrassen en falafelverkopers draaienoveruren. Ook is er politie op de been, hun blauwe busjes metgepantserd glas staan al klaar voor de onruststokers. Wanthet moet natuurlijk wel een echte demonstratie zijn en blij-ven. De geschiedenis heeft immers geleerd dat het in Berlijnaltijd uit de hand k?n lopen.Inmiddels is protest, actie en verzet een wezenlijk onderdeelgeworden van de entertainmentstad. Echt buurtengage-ment, met mensen die de straat opgaan, zich roeren en zichverzetten, is ook aantrekkelijk voor bezoekers. Of het noueen buurtbarbecue of een massademonstratie is, toeristen,middenstand ?n bewoners vinden het leuk. Niet alleen hier.Iedereen was dan ook tevreden met de handtekeningenactieop de `Tag des Zorns' (dag van de woede). De Tagesspiegelschreef echter fijntjes op: `Statt Zorn soll es nun vor allemKonzerte geben.' De krant heeft in de gaten dat we hier op degrens van buurtfeest en actie zitten.Voorganger van onze actie is trouwens de eigenaresse vanhet hippe caf?: Schwarz Sauer. Het tijdschrift Prinz, schrijftover haar bar: `?berpr?fe den eigenen Style im SchwarzSauer, denn im Szenetreffpunkt gibt es nur ein Mantra: Se-hen und Gesehen werden.' Is het toeval, dat de puik gekledeuitbaatster van d? coolste kroeg uit hip Prenzlauerberg devoorvrouw is van een `politieke actiegroep'? Nee, politiekverzet en activisme zijn inmiddels versmolten met enter-tainment; het is weer cool.Daarom zijn de oude entertainmentgebiedsconcepten zoalshet terrein rondom de Arena in Amsterdam-Zuidoost, (hier02-World) verouderd. Het zijn brave, voorgeprogrammeerdeen gescripte vormen van entertainment, zonder echtebetrokkenheid. Met grote merken, flagshipstores en brands inhun nadagen op smooth functionerende podia. Led Zeppelinin de Heineken Music Hall: alles precies fout. Als maaltijd iser keus uit Burger King en steak bij Friday's terwijl de voet-balploeg (een bij elkaar gekochte boel) tegen een andere bijelkaar gekochte boel speelt. Dat was de entertainmentstadvan de jaren negentig.Entertainment impliceert uiteindelijk betrokkenheid, enga-gement. In welke vorm dan ook: de Kastanienallee heeft medaarvan een voorbode laten zien.S+RO 2011/03 7IntroColumn8 2011/03 S+ROIntroQ+AAnne LuijtenStudio-ROanne.luijten@studio-ro.nlBas Breman, Centrum Landschap,Alterra Wageningen-URFoto: Hans-Lars BoetesIn hoeverre is krimp in Nederland eenverschijnsel waar we ons ?cht zorgenover moeten maken? Moeten we nietaccepteren dat de beweging naar desteden zich overal ter wereld voordoet,en investeren in de stedelijke economie,cultuur en infrastructuur?`Ik denk dat we niet moeten beginnenmet het neerzetten van krimp als pro-bleem. Zeker niet als je krimp in Neder-land vergelijkt met de schaal van krimpin het buitenland. Maar we moetenook niet lijdzaam gaan zitten wachtentotdat de situatie verergert. In Portugalen Duitsland heb ik gebieden geziendie echt voorbij een point of no returnzijn. Nu zijn er nog kansen waarop wekunnen inspelen. Tijd dus voor een her-ori?ntatie op regionale ontwikkeling.'Hoort daarbij in uw optiek dat deoverheid moet inzetten op sub-stanti?le subsidi?ring van werkgele-genheid zoals onder anderen Van derLaan bepleitte? Dat beleid is toch aljaren geleden mislukt?`Nee, in dergelijk grootschalig ingrijpenvan de overheid geloof ik niet. Krimpbetekent naast minder mensen enminder huishoudens ook vergrijzingen krimp van de beroepsbevolking.Mensen gaan niet meer klakkeloosachter het werk aan. En de stad is voorheel veel mensen nu eenmaal een meerRuraal socioloog Bas Bremanis co?rdinator van hetonderzoeksprogrammaKrimp bij Alterra. Voor hetministerie van EconomischeZaken, Landbouw en Innovatieevalueerde hij pilotprojecten inkrimpgebieden.Bas Breman, Centrum Landschap, Alterra Wageningen-UROrganische aanpak krimpS+RO 2011/03 9IntroQ+Aaantrekkelijke woonomgeving dan deperiferie.'Dan moeten we accepteren dat er eentweestromenland ontstaat, met ener-zijds aantrekkelijke groeiregio's zoalsAmsterdam-Utrecht en Eindhoven,en anderzijds de krimpgebieden in deranden van het land.`E?n van de belangrijkste kenmerkenvan krimp is inderdaad dat er groterecontrasten ontstaan tussen regio's engebieden. Ook zie je verschillende snel-heden van ontwikkeling ontstaan tus-sen regio's onderling. Maar ook regio'sdie zich minder snel ontwikkelen kun-nen aantrekkelijk zijn. Bijvoorbeeld voormensen die niet mee willen doen aan deratrace van de Randstad en kiezen vooreen andere kwaliteit van leven. Waar dediscussie over zou moeten gaan is wel-ke verschillen vind je nog acceptabel,wat is een soort minimum basisvoor-waarde die je bewoners moet bieden?Een voorbeeld daarvan is mobiliteit.Het is te verdedigen dat je als overheidniet investeert in een hogesnelheidslijnnaar een krimpgebied, maar investeerdan w?l in een streekbus.'De overheid moet zich voornamelijkconcentreren op leefbaarheid?`Met minder mensen kun je best eenleefbare regio hebben. Ik spreek danook liever van vitaliteit: zorg ervoor datde energie en de ondernemerszin nietverdwijnen. Met kleinschalige ingrepenkun je een groot verschil maken. Eenpaar energieke mensen in het dorp, diede bibliotheek openhouden of de buurt-super. De spin-off daarvan is groot:het cre?ert loyaliteit en daarmee weersociale cohesie. De overheid zou datsoort initiatieven vanuit bewoners enondernemers zo veel mogelijk moetenfaciliteren, bijvoorbeeld door het tijde-lijk aanpassen van de wet- en regelge-ving. Zoals niet te moeilijk doen overhet bestemmingsplan bij vrijkomendeagrarische bebouwing. Daarmee kunje ruimte bieden aan experimenten enondernemers en zo jezelf aantrekkelijkmaken ten opzichte van de groeiregio'swaar het vol is en niets kan en mag.'Wie gaat de rekening betalen? Degrondprijzen dalen, corporaties moetenafboeken en slopen, maar de openbareruimte moet ondertussen heringerichten onderhouden worden.`Sloop en herstructurering worden opsommige plaatsen onvermijdelijk. Er zalverlies moeten worden genomen, doorcorporaties, private partijen en par-ticulieren. Ik denk dat enige loyaliteitvanuit de groeiregio's daarnaast welop z'n plaats is. Ook in de krimpgebie-den wordt immers belasting betaaldwaarmee de snelwegen in het Westenworden verbreed. Andersom zal ookmoeten worden ingesprongen in krimp-gebieden, met name in de kleinschaligeoplossingen. Uit het buitenland blijktdat het de nieuwkomers of jongerendie terugkeren zijn die nieuwe vitaliteitbrengen in een gebied. Om daarvooraantrekkelijk te zijn moet je zorgenvoor aantrekkelijke ruimte en betaal-bare woningen.'En voor werkgelegenheid.`Dat is een lastige opgave. Maar eenpaar creatieve ondernemers kunnen alveel betekenen. Zoals de nieuwkomerin een dorp in Noord-Nederland diede buurtsupermarkt draaiende kanhouden door te werken met mensen inre?ntegratietrajecten en de daarvoorbeschikbare budgetten. Zorg wordteen belangrijke sector in vergrijzendegebieden. Denk bijvoorbeeld aanzorgboerderijen in combinatie metstreekproducten. Ook toerisme enrecreatie kunnen bijdragen, maar ikdenk dat de verwachtingen op dit vlakniet al te hoog gespannen moeten zijn.Ik zie meer kansen voor innovaties in deagrarische sector, bijvoorbeeld op hetgebied van nieuwe teelten of duurzameenergie.'Hoe kan de ruimtelijke planning hierinfaciliteren? Die is van oudsher gerichtop het accommoderen van groei.`Van Duitsland kunnen we leren datkrimp moeilijk te plannen of organise-ren valt. Het is soms echt onvoorspel-baar: de ene straat verpaupert terwijlde straat ernaast nog een zekerelevendigheid heeft. Je moet dus vooralniet denken in grote oplossingen, maarin kleinschalige ingrepen. Niet een helewijk in ??n keer slopen, maar zoekennaar plekken met dynamiek en vitali-teit. Het gaat eerder om het weghalenvan delen van een wijk en in samen-spraak met buurtbewoners nadenkenover hoe de vrijgekomen ruimte anderskan worden benut. Krimp is niet teplannen aan de hand van een blauw-druk, maar vraagt om een organische,stapsgewijze benadering.'Wat vindt u een opvallende conclusieuit de evaluatie van pilotprojecten inopdracht van het ministerie?`Wat ik opvallend vond is dat de bur-gerparticipatie in veel gebieden nog inde kinderschoenen staat. Men probeertbijvoorbeeld in Parkstad Limburg enDelfzijl wel initiatieven van de grond tekrijgen, maar blijft toch veelalhangen in primair bestuurlijke proces-sen. Terwijl het bij organische ontwik-kelingsprocessen van cruciaal belang isom de bewoners en hun initiatieven tebetrekken. Ik zou zeggen, zet alle plan-nen voorlopig in de ijskast en ga pratenmet bewoners, kijk waar hun behoeftesliggen. Oftewel: maak een pas op deplaats en ga het gesprek aan.'10 2011/03 S+ROIntroColumnContainerhaven Rotterdam. Europeesbeleid voor havens en achterland-verbindingen is nodig. Foto: Mirjamvan der Hoek, Hollandse HoogteS+RO 2011/03 11IntroColumnSteef Buijssteef.buijs@planet.nlEr is commotie over het bestuursakkoord 2011-2015 dat netdoor vertegenwoordigers van Rijk, provincies, gemeentenen waterschappen is getekend. Grote steden zijn tegen; eenpaar provincies ook. De FNV heeft het de oorlog verklaard.Het akkoord gaat ook verder dan we gewend zijn: een `om-vangrijke hervorming' zoals het zelf zegt. Niet eerder zagenwe zoveel decentralisatieafspraken in ??n keer, met eenprominente plek voor de ruimtelijke inrichting van het land.Een perfecte illustratie van de slingergang van de decentra-lisatie in Nederland. Als er een linkse regering zit moet je alslagere overheid niet vragen om meer bevoegdheden. Maarextra geld, voor aansprekende projecten, daar kun je welgehoor voor vinden. Bij een naar rechts hellende regering ishet net andersom. Vragen om geld is kansloos; voor vragenom bevoegdheden is er een willig oor. Je hebt natuurlijk beidenodig, maar vraag ze om beurten, op het goede moment.Dat je meer bevoegdheden en meer geld niet tegelijk krijgtverklaart de commotie. Op het bedrag dat met de gedecen-traliseerde bevoegdheden en verantwoordelijkheden wordtmeegegeven wordt zo'n twee miljard bezuinigd, veel meerdan een doelmatigheidskorting. Is het daarmee nog steedsaantrekkelijk? En verantwoord? Of laat je zo de beker voor-bijgaan? Gaat dat, of zegt het Rijk: het is slikken of stikken?Het is goed dat het Rijk zich een heel stuk terugtrekt uit debinnenlandse ruimtelijke inrichting. Hooguit twee bestuur-slagen die zich met dit onderwerp bezighouden: gemeentenen provincies, niet meer het Rijk. Financieel blijft de afhan-kelijkheid ervan groot. Het gaat pas echt goed wanneermet name ook provincies rechtstreeks geld voor regionaleontwikkeling kunnen genereren. Regionale grondexploitaties,regionale beprijzing van weggebruik en andere infrastruc-tuur. Eigen belastingen. Het aantrekkelijke is ook dat het degezamenlijke provincies dwingt een visie te ontwikkelen opNederland als geheel, en daarin hun eigen positie te bepalenen vervolgens samen te werken aan de realisering. Niet meerieder voor zich en het Rijk voor ons allen.Het Rijk kan zich nu eindelijk voluit wijden aan een onder-werp dat tot nu toe veel te weinig aandacht kreeg: de ruim-telijke inrichting op Europees ? vooral Noordwest-Europees? niveau. Volgens dezelfde formule. Ontwikkel een geza-menlijke visie met de buurlanden, plan niet voor Nederlandals gesloten eenheid, maar als deel van een groter geheel, enwerk samen aan de realisering van de visie. De onderwerpenliggen voor het opscheppen. Europees beleid voor havens enachterlandverbindingen. Hamburg, Rotterdam en Antwerpenals de belangrijkste Europese toegangspoorten voor goe-deren, met het Ruhrgebied als draaischijf voor de verdelingover het achterland. In zo'n gezamenlijk systeem steunt Ne-derland het herstel van de IJzeren Rijn in plaats van tegen tewerken. Voor het personenverkeer op deze schaal een kop-peling van het Nederlandse intercitynet aan de HSL-driehoekAmsterdam-Brussel-Keulen. Nu lopen intercitytreinen doodin Venlo, Heerlen, Maastricht in plaats van aan te sluitenop de HSL-stations van D?sseldorf, Aken en Luik. Regionaalluchthavenbeleid: moeten Maastricht en Luik concurrerendeluchthavens hebben op enkele tientallen kilometers afstand?Twente en M?nster? Of kun je economische schaalvoorde-len halen en geluidhinder drastisch reduceren wanneer jebundelt? Er zijn ook genoeg onderwerpen in de blauwe engroene sfeer: grensoverschrijdend rivierbeheer, kustbeleid,grensoverschrijdende parken. Krimp is een ander voor dehand liggend thema. Zouden Zuid-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen, die toch in het hart van Noordwest-Europaliggen, ook krimpregio's zijn wanneer er nooit landsgrenzenwaren geweest? Wordt het dan niet eens tijd die grenzen nudefinitief te slechten?Het motto van het bestuursakkoord is: `Je gaat erover ofniet'. Dat kan prima. Gemeenten en provincies gaan voort-aan over de binnenlandse ruimtelijke inrichting, het Rijk metonze buurlanden gaat over de Noordwest-Europese. Voorbeide is er meer dan genoeg te doen.Ruimte voor EuropaIllustratie: KV, Max KismanArjan HarbersRedacteur S+ROarjan@topotronic.nl12 2011/03 S+ROThema BrusselBrussels lof?Als er ??n stad in de Lage Landen zichmetropool mag noemen is het welBrussel. Op zo'n uurtje rijden van deNederlandse grens ligt de stadstaatmet ruim ??n miljoen inwoners; in degrootstedelijke regio wonen zelfs 2,3miljoen mensen. Hoofdstad van Europa,maar ook van Belgi? en Vlaanderen.Brussel is mede dankzij zijn internatio-nale instellingen een welvarende stad.Het bruto lokaal product is extreemhoog, maar Brussel slaagt er niet inhet geld vast te houden. Veel expatswonen er tijdelijk en dagelijks pendelen230.000 Vlamingen en 127.000 Walennaar Brussel en weer terug om hetverdiende geld in hun respectievelijkegewesten te besteden. Daarnaast is ernog het probleem van de stadsvluchtvan de welgestelden, maar de Vlaamsebuurgemeenten zitten helemaal niet tewachten op verbrusseling of, nog erger,verfransing. Zij blijven liever ruraal enVlaams; het Dossier BHV in een noten-dop. Elke Vanempten laat in dit themaover Brussel aan de hand van de casusWoluweveld zien hoe deze geopolitiekzich ruimtelijk manifesteert.Ondanks de stadsvlucht zal het aantalinwoners de komende tien jaar naarverwachting met 130.000 toenemen.Deze groei betreft vooral het arme deelvan het bevolking; maar liefst twintigprocent van de Brusselse beroepsbevol-king is werkloos. Joachim Declerck enRoeland Dudal schetsen de bijpassenderuimtelijke opgave die grotendeelsop de brownfields zal moeten landen.Brussel heeft echter een reputatieopgebouwd met de sloop van oudestadswijken en juist niet met hetherontwikkelen van brownfields. Maardankzij de wet van de remmende voor-sprong is de tijd nu aangebroken om erhet onderste uit de kan te halen.Niet alleen de sloop van oude stadwij-ken, ook de kwaliteit van wat er voorteruggebouwd werd heeft bijgedragenaan de slechte reputatie van de stad.Grote projecten als het Noordstationen rondom het Zuidstation waren tenprooi gevallen aan ambitieloze ont-wikkelaars. Bovendien werden er veelplannen gemaakt zonder dat er ookmaar iets gerealiseerd werd. Maar dietijden lijken voorbij te zijn. De komendejaren zullen het Justitiepaleis en deHeizelvlakte worden herontwikkeld enbovengrondse parkeergarages wordenomgebouwd tot kantoorgebouwen. Eenreeks van infrastructurele projectenis al voltooid of nadert zijn voltooiing:de metroring is gesloten, het CentraalStation is ondergronds uitgebreid,een nieuwe spoorwegtunnel vanhet Schumanplein naar de NationaleLuchthaven, fietspaden zijn aangelegden in de straten staan `witte' fietsenvoor het grijpen. De aanstelling vaneen stadsbouwmeester en de oprich-ting het Agentschap voor TerritorialeOntwikkeling, als intergemeentelijkprojectbureau, beloven de kwaliteitvan de ontwerpen en het proces eenimpuls te geven. En, vergelijkbaar methet project Le Grand Paris van 2009,tekenen Secchi, KCAP en 51N4E mo-menteel aan een regionale visie voorBrussel 2040. Brussel houdt immersniet op bij de grenzen van het BrusselsHoofdstedelijk Gewest, maar strektzich zowel functioneel als morfologischuit tot zowel het Vlaamse en WaalseGewest. Dit leidt tot absurde taferelen.Waar anders vliegen de vliegtuigen aanover stedelijk gebied om geen hinder teveroorzaken voor het landelijke gebied?En waarom heeft het overvolle Brus-sel eigenlijk nog een ruimtevretendebinnenhaven, terwijl er duizend meterverderop in het Vlaamse Vilvoordeeen residenti?le waterfrontontwikke-ling vlak onder de luchtvervuilende engehorige ringweg wordt gebouwd? Er isdus behoefte aan een regionale ruim-telijke visie voor Brussel gedragen doorde drie gewesten. Jens Aerts schrijft erin dit nummer uitgebreid over. De aan-grenzende ondernemingsorganisatieshebben vooruitlopend hierop al vasthun handen ineen geslagen en heb-ben een ruimtelijk-economische visiegepresenteerd, waarover FransDe Keyser bericht.De Europarlementari?rs Wim van deCamp en Bas Eickhout ten slotte, doenverslag van hun alledaagse ervaringenin Brussel vanuit hun Nederlandse per-spectief. Maar zien we vanuit dit per-spectief ook in Brussel de toekomst vande Nederlandse ruimtelijke ordening,waar de provincies de lakens mogengaan uitdelen? Neen. Het Vlaamse enhet Waalse gewest zijn veel groter daneen Nederlandse provincie en een si-tuatie als een uitpuilend Brussels Ge-west als een stadstaat in een ander ge-west komt in Nederland niet voor. Weltoont Brussel het belang van ruimtelijkeafstemming in de regio aan. Een schaal-niveau waar Nederland de stadsregio'svoor had opgericht, maar dat nu op zijnbeloop wordt gelaten. Als u de gevolgendaarvan wilt zien moet u nog snel evenin en om Brussel gaan kijken.Brussels lof?S+RO 2011/03 13Thema BrusselBrussels lof?++++++++++++++++14 2011/03 S+ROThema BrusselKrachtige instrumentenJoachim DeclerckArchitecture Workroomj.declerck@architectureworkroom.euRoeland DudalArchitecture Workroomr.dudal@architectureworkroom.euArchitectuur en stedenbouw zijn ??nvan de meest krachtige politieke in-strumenten om de vijf grootstedelijkeuitdagingen waar het Brussels Hoofd-stedelijk Gewest (BHG) voor staat, aante pakken. De Brusselse bevolking zalde komende jaren sterk groeien, maarde stad kent een nijpend tekort aanpublieke voorzieningen zoals scholenen sportinfrastructuur. Daarnaastbehoren de werkloosheidscijfers totde hoogste van Europa, dreigt hetverkeersinfarct de stad tot stilstandte brengen en botst de internationaleroeping van Brussel met zijn rol alswoonstad. Deze uitdagingen zijn eenunieke kans voor Brussel om ambitiesscherp te stellen en de stad van morgente bouwen. De Brusselse kanaalzoneis ? net als gelijkaardige postindustri?legebieden in vele andere Europese ste-den ? een mooi voorbeeld waar al dieuitdagingen samenkomen. Daarmee isde (her)ontwikkeling van de kanaalzonecruciaal voor de toekomst van Brussel.Opnieuw stad makenDe maatschappelijke `problemen' waarBrussel mee kampt, kunnen het bestopgevat worden als een kans; eenuitdaging om een ge?ntegreerd stedelijkbeleid te voeren en opnieuw stad temaken. Het woningtekort en de nood-zaak nieuwe woningen bij te bouwen,biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid omkwalitatief hoogstaande woningente ontwerpen die het stadsweefselversterken en zorgen voor een aange-name leefomgeving. De noodzaak voornieuwe scholen en publieke voorzienin-gen kan nieuwe dynamiek in de (woon)wijken brengen. Door de uitbreiding vanhet openbaar vervoer en het terug-dringen van de auto in de binnenstadkunnen nieuwe toegangspoorten totde stad ontstaan, en kan het netwerkvan openbaar vervoer ingezet wordenom de Brusselse wijken aan elkaar tehechten. Daarnaast biedt het hoog-dringende tewerkstellingsbeleid eenkans om bestaande informele en lokaleeconomie?n ruimtelijk te vertalen, ze inte bedden in het stadsweefsel en ze eennieuwe waardigheid te geven. De nood-zaak om de internationale positie vanBrussel te verstevigen ten slotte, is eenkans om nieuwe, gemengde wijken teontwikkelen die zich inschrijven in hetbestaande weefsel en plaats bieden aaneen kwalitatieve publieke ruimte. >>De renaissance van de Europese stad is in Brussel, de hoofdstad van de Europese Unie, nogniet helemaal tot volle wasdom gekomen. Nieuwe stedelijke uitdagingen, zoals de sterkebevolkingsgroei, de werkloosheid, het tekort aan publieke voorzieningen, het verkeersin-farct en de internationale roeping van de stad ? die botst met de woonfunctie ? kunnen dierevival nu verder vlot trekken. Met architectuur en stedenbouw als krachtige instrumentenvoor stedelijke vernieuwing.Krachtigeinstrumentenvoor stedelijkevernieuwing000.05 000.05 000.05 000.05 000.05 000.05 000.05 000.05 000.05 000.05 000.05 000.05 000.05 000.05 000.05 000.05Woningaanbod en woningvraag.Bron: Cahier van het BISA Bevolkings-projecties 2010 - 2020 voor het Brus-sels Hoofdstedelijk GewestS+RO 2011/03 15Thema BrusselKrachtige instrumentenNo 1 2 3 kmMeer vraag dan aanbodnaar woningenMeer aanbod dan vraagnaar woningenMinder dan 20 woningenGemeentegrenzen16 2011/03 S+ROThema BrusselKrachtige instrumentenDat Brussel achterop hinkt in ver-gelijking met vele andere steden, isverwonderlijk omdat de stad zijn rol alshoofdstad van Europa heeft weten teconsolideren, een stevige internationalepositie in het netwerk van Europesesteden heeft, en geroemd wordt omde kosmopolitische natuur. Maar hetis ook begrijpelijk. Brussel is een zeerjong gewest dat nog niet zo lang overzijn eigen ontwikkeling kan beslissen.Na een eeuw van top-downplannings-processen om de stad te moderniseren,zonder oog voor de levenskwaliteitvan de wijken, heeft het BrusselsHoofdstedelijk Gewest, onmiddellijkna de oprichting in 1989, ingezet op derestauratie van het stadsweefsel. Dewijkcontracten, een bijzonder geslaagdinitiatief van het gewest om de leef-baarheid van de wijken te bevorderendoor middel van plaatselijke, punctueleingrepen, is hiervan de belangrijksteexponent. Maar vandaag moet Brusseleen stap verder gaan en de ontwikke-ling van de stad op schaal van het heleterritorium krachtig in handen nemen.DemografieBrussel staat voor een belangrijkedemografische uitdaging. De stadheeft de laatste decennia te kampenmet een continue stadsvlucht. Vooraljonge gezinnen met kinderen en hogeropgeleiden trekken weg uit de stad,op zoek naar een betaalbare woning,liefst met een tuin. Ondanks dezeaanhoudende stadsvlucht blijkt sindseen aantal jaren dat de bevolking inBrussel niet meer daalt, maar stijgt.In de periode tussen 2000 en 2010kwamen maar liefst 130.000 nieuwemensen in de stad wonen, een stijgingmet 13 procent. Als die groei aanhoudt,zal de bevolking tegen 2020 stijgen metnog eens 150.000 inwoners. Een hooggeboortecijfer en een sterke immigratievan vooral armere bevolkingsgroepenzijn hiervoor verantwoordelijk. Volgensdeze nieuwe voorspellingen heeftBrussel tegen 2020 nood aan 50.000nieuwe woningen, waaronder heelwat sociale woningen. In 2007 teldeBrussel 39.030 sociale woningen, of8,4 procent van het totale aanbod aanwoningen. In vergelijking met andereEuropese steden ligt dit cijfer heel laag.Parijs telt 16 procent sociale woningen,Londen 25 procent en Amsterdam zelfs55 procent. De Brusselse regering namzich in 2009 voor om tegen 2020 hetaantal sociale woningen op te trekkentot 15 procent van het totale aanbod.Dat betekent dat er op tien jaar tijd zo'n35.000 woningen, ofwel 3.500 woningenper jaar, bijgebouwd moeten worden.Vandaag bedraagt de gemiddelde jaar-lijkse productie slechts 1.500sociale woningen.Brussel staat dus voor twee belangrijke,schijnbaar paradoxale uitdagingen:enerzijds de stadsvlucht afremmendoor te voorzien in kwaliteitsvolle enbetaalbare woningen voor de midden-klasse, anderzijds voldoende (sociale)woningen bouwen om de toenemendebevolking te huisvesten. Beide aspec-ten kunnen niet van elkaar gescheidenworden, maar moeten samen wordenaangepakt. Dit maakt een strategischplan op schaal van het hele gewestnoodzakelijk. Aan de hand van zo'nplan wordt een kwantitatieve vraagvertaald in een kwalitatief beleid datstreeft naar een gezonde mix tussensociale en private woningbouw. Met debouw van kwalitatieve sociale wonin-gen kan de overheid de gekozen strate-gie onmiddellijk concreet maken, en zoeen kader en stimulans bieden voor deprivate woningbouw.Deze crisis in de woningbouw heefteen belangrijke repercussie voor deterritoriale structuur van Brussel. Zeversterkt met name de ruimtelijke ensociale segregatie, waarbij, ondanks deoprukkende investeringsdruk vanuithet stadscentrum, de zwakste bevol-kingsgroep zich verder concentreertin de al zeer dense kanaalzone, waarde woonkwaliteit en de huurprijzenhet laagst liggen. Ondertussen blijftde Brusselse periferie een bevredigendtoevluchtsoord voor de rijkere klasse,waar de prijzen vraag en aanbod inevenwicht houden. De noodzaak omdeze toenemende dualisering te regu-leren impliceert een sterk woonbeleid,dat zowel de kwantitatieve als kwali-tatieve doelstellingen kan realiseren.Inclusief het diversifi?ren van het aan-bod en de verbetering van bestaandewoningen. Gezien de vele vacante sitesin de postindustri?le kanaalzone, zoalsThurn & Taxis of Schaarbeek-Vorming,rijst er in de kanaalzone een grotekans om een woonbeleid te voeren datinnovatieve woonvormen en kwalita-tieve woonomgevingen genereert, datde stad opnieuw aantrekkelijk maaktvoor de jongere middenklasse en dattegelijk de sociale cohesie en de stede-lijke diversiteit versterkt, waarbij denegatieve ? sociaal verdrukkende ? ef-fecten van de gentrification zo veel alsmogelijk worden gecounterd.Publieke voorzieningenHistorisch gesproken zijn stedeneconomische knooppunten die steedsnieuwe activiteiten en bewoners aan-trekken. Maar behalve de economischemogelijkheden is de onmiddellijke nabij-heid en toegang tot allerlei voorzie-ningen en diensten wellicht de belang-rijkste kwaliteit van de Europese stad.Scholen en universiteiten, concert- entheaterzalen, bioscopen, musea, con-grescentra, bibliotheken, zwembaden,publieke parken en pleinen, openbareen maatschappelijke dienstverleningmaken van steden leefbare woonom-gevingen. Vandaag denkt Brussel naover de bouw van een aantal belang-rijke grootstedelijke functies, zoals eennieuw voetbalstadion, een winkelcen-trum, een congrescentrum, een nieuweconcertzaal of een openluchtzwembad.Naast deze grootschalige functiesheeft Brussel, onder meer door de groeien de verjonging van de bevolking, eenacute nood aan een zeventigtal nieuwescholen. Ook de vrijetijds- en sportin-frastructuur is dringend aan uitbrei-ding toe.o 1 2 3km Prioritaireinterventiezone Doelstelling2 Urban2 Gebiedvangewestelijkbelang HefboomgebiedenPrioritaireontwikkelingszones,geconcentreerdlangshetkanaal.Bron: Brugis/PDI-PIO/IPGE-BIMS+RO2011/0317Thema BrusselKrachtige instrumentenN18 2011/03 S+ROThema BrusselKrachtige instrumentenWerkloosheidsgraad 2007. Rondomhet centrum vormt zich een cirkelvan werkloosheid. Bron: Actiris ? BCSS? KSZ/BISA WijkmonitoringAl deze vitale functies moeten een plekkrijgen in het stadsweefsel. Dit is eengrote uitdaging, maar meteen ook eenongelooflijke kans om de woonkwali-teit in de meest behoevende Brusselsewijken in de kanaalzone te verhogen.Publieke voorzieningen mogen daaromniet ontworpen worden als ge?soleerdeobjecten die slechts een welbepaaldprogramma huisvesten. Dankzij eendoordachte inplanting en een kwali-teitsvolle architectuur kunnen ze eenrol spelen als motor van een wijk. Hetzijn hefbomen voor sociale cohesie enstedelijke ontwikkeling. Het totaal-pakket van grootstedelijke en meerkleinschalige voorzieningen maakthet mogelijk om de huidige succesvollepraktijk van de wijkcontracten te ver-stevigen binnen een strategie op schaalvan de Brusselse metropool.Stedelijke economieHoewel Brussel ??n van de rijkste enmeest productieve centra van Europais, lijdt het gewest onder torenhogewerkloosheidscijfers. Met een werk-loosheid van 19,5 procent, vooral onderjongeren, ligt Brussel ver boven het Eu-ropees gemiddelde van 10 procent. Dezeparadox is te wijten aan het feit dat deBrusselse rijkdom hoofdzakelijk gepro-duceerd wordt in de tertiaire sector, die90 procent uitmaakt van alle economi-sche activiteit in Brussel. Meer dan dehelft (53 procent) van de werknemers inde tertiaire sector, voornamelijk hogeropgeleiden, zijn pendelaars afkomstigvan buiten het gewest. Er bestaat duseen enorme discrepantie tussen debestaande economische activiteit ende kwalificaties of het opleidingsniveauvan de inwoners.In het bijzonder in de volkse en densewijken in de postindustri?le kanaalzoneis de economische slagkracht van debevolking erg zwak. De werkloosheids-graad bij jongeren is nergens hoger,de ondermaatse kwalificaties van deinwoners, het eenzijdige jobaanboden de eis van meertaligheid maakt de25%20 ? 25%15 ? 20%10?15%10%Quartier peu peupl?/Dunbevolkte gebied/Sparsely populated areaTaux de ch?mage en 2007Werkloosheidsgraad in 2007Unemployment rate in 2007SourceActiris- - /Monitoring des quartiers-WijkmonitoringNNN000 3 km3 km3 kmOnder: Brouwerij BellevueFoto: Stephen Harris> 25 %20 - 25 %15 - 20 %10 - 15 %< 10 %Dunbevolkt gebiedo 1 2 3 kmNS+RO 2011/03 19Thema BrusselKrachtige instrumentenOnder: Thurn & TaxisFoto: BralNEquipements culturelset ?coles/Culturele voorzieningenen scholen/Cultural facilitiesand schoolsEspace de D?veloppementRenforc? du Logement et de R?novation/Ruimte voor VersterkteOntwikkeling van Huisvesting enRenovatie/Area for enhanced developmentof housing and for urban renovationZones vertes/Groene zone/Green zoneEquipements et zone de d?veloppement renforc?eVoorzieningen en zone voor versterkte ontwikkelingFacilities and enhanced development areaSourceBrugis / - / -NNN000 3 km3 km3 kmpositie van de zwakste, bovendien vaakgestigmatiseerde bevolkingsgroepenop de arbeidsmarkt schijnbaar uitzicht-loos. Toch is ook dit een stedelijk pro-bleem waar een opportuniteit in schuilgaat. De uitzonderlijk jonge bevolking(41 procent van de bewoners van de ka-naalzone is minder dan 25 jaar) zijn dearbeidskrachten van de toekomst. Doorte investeren in hun opleiding, en doorhet stimuleren van lokaal ondernemer-schap en economische activiteiten bin-nen het stedelijke territorium, kan detransformatie van de kanaalzone eengroeiende stedelijke economie huisves-ten. Architectuur die ruimte biedt aanwerk en opleiding, en deze plaats biedtin de stedelijke ruimte, geeft vorm aande werkende stad en maakt diens toe-komstige bevolking slagkrachtiger.MobiliteitMobiliteit werd in Europa lang als eenzuiver technisch vraagstuk beschouwd:mobiliteit was een kwestie van deaanleg van (snel)wegen, viaducten,verkeerswisselaars en tunnels of hetvoorzien in voldoende openbaar ver-voer. Deze technische benadering vanhet mobiliteitsvraagstuk vierde hoogtijin het Brussel van de jaren 1960 en 1970.Met de bouw van snelwegen tot in hethistorische centrum werd Brussel let-terlijk het `kruispunt van Europa', zoalsadvertenties van die tijd stelden. De ge-makkelijke toegang met de auto tot hethart van de stad moest de toekomstvan Brussel als Europees centrum ofzelfs Europese hoofdstad veiligstellen.Dat dit ook belangrijke negatieve ge-volgen had voor de leefbaarheid van destad, was slechts een te verwaarlozenargument.Brussel beschikt vandaag nog steedsover twee verschillende planningsappa-raten: een gewestelijk ontwikkelings-plan en een mobiliteitsplan. Deze tweebeleidsinstrumenten zijn onvoldoendeop elkaar afgesteld. Bovendien maaktde administratieve opdeling van deBrusselse grootstedelijke agglomera-o 1 2 3 kmVoorzieningen en zone voor ver-sterkte ontwikkeling. Bron: Brugis/PDI-PIO/IPGE-BIMCulturele voorzieningenen scholenGroene zoneRVOHR Ruimte voor VersterkteOntwikkeling van Huisvestingen Renovatie20 2011/03 S+ROThema BrusselKrachtige instrumentenKanaalzone BrusselFoto: ADT-ATOtie een coherent mobiliteitsbeleid opschaal van de re?le uitdagingen onmo-gelijk. Dit terwijl Europese voorbeeldenons tonen dat mobiliteit vandaag meerdan ooit een zaak is van architectuuren stadsontwikkeling, en omgekeerd,dat stadsontwikkeling gestuurd wordtdoor mobiliteit.In september 2010 keurde de Brusselseregering het nieuwe mobiliteitsplan Iris2 goed. Het plan schrijft een pakket aanmaatregelen voor om een halt toe teroepen aan het Brusselse verkeersin-farct. Zo moet het autoverkeer in Brus-sel tegen 2018 met 20 procent dalen enwordt het openbaar vervoer gevoeliguitgebreid met onder meer nieuwetramlijnen en een nieuwe metrolijn naarSchaarbeek-Vorming, de meest noorde-lijke ontwikkeling langs het kanaal. Hetambitieuze plan is een unieke kans omheel wat bovengrondse en ondergrond-se publieke ruimtes in de stad opnieuwin te richten. Plekken van mobiliteit,zoals metrohaltes, treinstations, par-keerplaatsen of bus- en tramhaltes,behoren tot de meest bezochte plekkenvan een stad. In Brussel maken dage-lijks 350.000 pendelaars gebruik vanzulke plekken. Het zijn de hedendaagsetoegangspoorten tot de stad, en voorveel pendelaars betekenen ze vaak hetenige contact met Brussel. Ook voor debewoners behoort de mobiliteitsinfra-structuur tot de dagelijkse leefwereld.Mobiliteit maakt niet enkel de stad enhaar voorzieningen toegankelijk, maaris ook een belangrijke ruggengraat diede verschillende stadsdelen met elkaarverbindt en samenhang brengt in destad. De kwaliteit van de plekken vanmobiliteit maakt in grote mate hetbeeld van de stad. Het is daarom vanbelang vervoersknooppunten op eenkwalitatieve manier in te richten. Dekwaliteit van zulke plekken kan afstra-len op de stad als geheel. Bovendien zijndeze plekken als geen ander in staatom een nieuwe impuls te geven aan deontwikkeling van het stedelijk weefsel.Het sluiten van de metroring zorgt vooreen verschuiving van het centrum vande stad naar het westen, waarbij hetWeststation potentieel een erg belang-rijk knooppunt wordt in het GewestelijkExpress Netwerk. Zodoende wordtde kanaalzone in alle windrichtingenomsloten door belangrijke mobiliteits-knooppunten, in het westen door hetWeststation, in het oosten via BrusselCentraal, in het zuiden met het HST-station Brussel-Zuid en ten noorden viahet knooppunt Rogier en het station.Nieuwe duurzame wijkenDe voorbije vijftig jaar heeft de Euro-pese stad zich omgevormd van een in-dustriestad tot een stad gebaseerd opeen diensteneconomie. Brussel vormthierop geen uitzondering. De negen-tiende- en twintigste-eeuwse industrieheeft een zwaar stempel gedrukt op destad. Grote delen van het grondgebied,zoals Schaarbeek-Vorming, Thurn &Taxis, het Brusselse havengebied of dekanaalzone, zijn relicten uit een indus-trieel tijdperk en wachten nog steedsop een nieuwe bestemming. Zoalsde industri?le economie het uitzichtvan de stad voor een groot deel heeftbepaald, zo ook is met de opkomst vande tertiaire economie een nieuw soortstad ontstaan. De transformatie vanBrussel tot een tertiaire stad heeft zichtotnogtoe vertaald in de opmars vande vastgoedontwikkeling, die de stadheeft voorzien van de noodzakelijkevierkante meters aan kantoorruimte.De meest zichtbare exponenten hiervanzijn de kantoorwijken aan Noord- enZuidstation, de Europese wijk rond hetSchumannstation en de Wetstraat ofhet Rijksadministratief Centrum aande Kruidtuin. Het zijn monofunctio-nele kantoorwijken met een gebrek-kig publiek leven. Met deze eenzijdigevastgoedontwikkeling streefde Brusseleen oude ambitie na. Sinds de jaren 1950profileert Brussel zich als het centraleknooppunt, het logistieke kruispunt ofhet bestuurlijke centrum van Europa.Dat de prijs voor deze ambitie hoogmocht zijn, wordt ge?llustreerd doorhet gemak waarmee in het verledenhele woonwijken moesten wijken voorkantoorwijken. Brussel draagt hiervannog altijd de trauma's.Nu Brussel zijn functie als Europesehoofdstad heeft opgenomen, staat destad voor een belangrijke uitdaging.Enerzijds moet Brussel zijn interna-tionale positie verder versterken,anderzijds moet de transformatie naareen tertiaire stad op zo'n kwalitatiefmogelijke wijze worden vormgeven enin overeenstemming gebracht met dewoon- en verblijffunctie van de stad(zie artikel Jens Aerts). Dat is iets waarBrussel, als jonge overheid, totnogtoemoeilijk vat op krijgt. Terwijl andereS+RO 2011/03 21Thema BrusselKrachtige instrumentenKanaalzone BrusselFoto: ADT-ATOsteden in Europa al enkele decenniabezig zijn met de transformatie van hetstadsweefsel, hinkt Brussel achterop.Nochtans wil Brussel als Europesehoofdstad tot de beste leerlingenbehoren op het vlak van bijvoorbeeldduurzame ontwikkeling. De kanaalzoneis hierbij opnieuw uitdaging en kans,gezien de vele vaak vervuilde beschik-bare terreinen. Het project BrusselsGreenfields, opgezet in het kader vanhet programma FEDER (Fonds Europ?ende Developpement R?gional), investeertin de sanering en de transformatie vandeze terreinen tot voorbeelden vanduurzame ontwikkeling. Op die manierwordt de kanaalzone terrein vooronderzoek, experiment en innovatie opecostedelijk vlak.Globale visieHet centrum van Brussel verplaatstzich naar het westen. Het conceptvan de vijfhoek als centrale figuur vanBrussel verliest meer en meer terrein,ondermeer door de sluiting van hetmetrotraject, waarbij het Weststationals nieuw knooppunt van het openbaarvervoer fungeert. De perceptie van hetkanaal als een scheidingslijn tussencentrum en buitenwijken of als breuk-lijn tussen rijk en arm Brussel is nietlanger valabel. Het kanaal is bovendien??n van de weinige fysische elementendie op een regionale schaal structuurkan brengen, en die als tussenliggendepublieke ruimte de ruggengraat kanworden van de stedelijke ontwikkelingvan de omliggende wijken. Het feit datstadsvernieuwing in vele Europese ste-den een beleidsprioriteit is, is vaak hetgevolg van de transitie van de indus-tri?le naar de postindustri?le stad.Zelfs wanneer Brussel een bijzondergeval is, waarbij het de wens heeft nogeen aanzienlijk deel van de economi-sche en havenbedrijvigheid op zijnterritorium te behouden, is het duidelijkdat vele van de voormalig industri?leterreinen en architectuur langsheenhet Brusselse kanaal vacant zijn.De Brusselse overheid werkt momen-teel aan een nieuw Gewestelijk Ontwik-kelingsplan. Het voorgaande, uit 2002,definieerde veertien hefboomzones,waaronder enkele in de kanaalzone. Al-les wijst er op dat in het nieuwe plan dekanaalzone nadrukkelijker als prioritairhefboomgebied van het Brussels Ge-west zal worden aangestipt. Momen-teel staat de kanaalzone in het centrumvan de aandacht van vele Brusselse ver-enigingen en actoren, die allen proactiefeen bijdrage leveren aan het debat overde noodzaak voor een ge?ntegreerdeen coherente visie voor de toekomstvan het gebied. Ondermeer de Staten-Generaal van Brussel, Brussels Metro-politan Region ? Business Route 2018(zie artikel Frans De Keyser), of, in hetculturele veld, het Cultuurplan Brusselen het Platform Kanal; allen pleiten zevoor een grensoverschrijdend beleidwaarbij de toekomst van de kanaalzoneeen belangrijke hefboom is, gezien devijf uitdagingen, die opgenomen zijnin de beleidsverklaring van het Brus-sels Gewest, er samenkomen. Tevensgetuigt het grote aantal concrete pro-jecten in uitvoering of in voorbereiding,zowel bij publieke overheden als in depriv?sector, van de enorme potentie ende stedelijke dynamiek die er op gangwordt getrapt.InnovatiefOndanks de bestaande dynamiek, man-keert momenteel het overkoepelendbeleidskader en de politieke visie voorde totaliteit van de kanaalzone. Hetlaatste plan dat een gerichte visie voorhet geheel van de kanaalzone als on-derwerp had, dateert al van 1989. Zo'nrichtplan is echter onontbeerlijk om devele kansen voor het gebied te grijpenen in goede banen te leiden en om degrote maatschappelijke uitdagingen diein het gebied samenkomen te beant-woorden met krachtdadige initiatieven,die de ontwikkeling van het centraalZennebekken ten goede komen. Hetformuleren van een globale visie voorde kanaalzone moet garant staan vooreen stadstraject dat de territoriale ensociale cohesie op het voorplan brengt,waarbij een duurzame toekomst voorde kanaalzone wordt uitgetekend diedit postindustrieel stadsdeel inschrijftin de eenentwintigste eeuw. De stede-lijke ontwikkeling van dit stadsdeel isniet enkel van groot belang voor zijneigen toekomst. Het is ook een kansvoor Brussel om, als Europese hoofd-stad, de kanaalzone als exemplarischen innovatief stadsproject te presente-ren aan vele Europese steden die voorgelijkaardige uitdagingen staan.22 2011/03 S+ROThema BrusselPolitiek bedrijfPolitiekWim van de CampEuropees Parlementm.ijzerman@tweedekamer.nlIs Brussel een mooie stad? Daar zijn demeningen ernstig over verdeeld. Nietdus. Brussel heeft prachtige wijken,pleinen en gebouwen, maar daartussenstaan vaak plompverloren de meestafzichtelijke torenflats, bankgebouwenen grote hotels. Brussel is een echtestedelijke agglomeratie. Niet alleenomdat `de stad' wel twintig afzonder-lijke gemeentebesturen telt maar ookomdat al die dorpen, stadjes en vele`uitleggebieden' op de veel kleinerestedelijke kern Brussel zijn gericht.Brussel is een fijne stad om te wonen.Het voorzieningenniveau is extreemhoog. Er zijn uitstekende restaurants,prachtige kerken, musea en parken.Het terrasleven is er in combinatie metBelgisch bier uitstekend ontwikkeld.Desalniettemin kent de kern Brus-sel een werkloosheidspercentage vantwintig procent. Veel (Noord-)Afrikanenvan de derde en wellicht de vierde ge-neratie. Ook hier dus de kenmerken vanveel stedelijke gebieden: arme centraen rijke (in dit geval Vlaamse) witteranden.Binnen dit alles speelt het Europese Po-litieke Bedrijf zich af. Grote broer NAVOlaat ik nu maar even buiten beschou-wing, maar onderschat de economischewaarde van deze `Verdagsorganisatie'niet. De schattingen vari?ren, maar jemag ervan uitgaan dat zo'n zeventig-duizend mensen direct of indirect aande Europese Unie gekoppeld zijn. Nietiedereen daarvan werkt en woont in deregio Brussel. Luxemburg (administra-tie en vertaaldiensten) Straatsburg(offici?le vestigingsplaats van hetEuropees Parlement) zijn eveneensbelangrijke Europese steden. En niette vergeten alle Europese agentschap-pen, verspreid over de 27 lidstaten (DenHaag bijvoorbeeld met Europolen Eurojust).Drie nachten per week slaap ik in mijnappartement in Brussel. Bij toevalgelegen aan de Grote Zavel, ??n van demooiste pleinen van de stad. Ontbijtendoe ik buiten de deur, alleen al om debeste krant van Belgi? De Standaard tekunnen lezen. Het NRC heeft er goedaan gedaan om de hoofdredacteur vandeze krant in te lijven.De vergaderingen van het EuropeesParlement beginnen maandagmiddagom 15.00 uur. Voor die tijd worden degeachte afgevaardigden ingevlogen, ko-men per auto of per trein. Er wordt nietv??r 19.00 uur gestopt. Dat geldt ookvoor de dinsdag en de woensdag. Deochtendvergaderingen duren van 9.00uur tot 12.30 met een echt Frans/Belgi-sche lunchpauze tot 15.00 uur. Voor mijals liefhebber van de Hollandse lunch(broodje kaas en een glas melk) eenideaal moment om de mail bij te werkenen de Nederlandse kranten te lezen.De Europese bureaucratie is gestoeld opde organisatie van de Franse bureau-cratie. Derhalve zeer hi?rarchisch enserviel georganiseerd. Het donker-blauwe beveiligingspasje van een MEP(Member of the European Parlement)doet wonderen bij diezelfde beveiliging,de automatiseringsdienst en de restau-rants. De leden van het Europees Parle-ment hebben zelfs een afzonderlijke in-en uitloop in de centrale ontvangsthal,geplaveid met een blauwe (weliswaarkunststof) loper.Daarbij komen altijd de talen. Op ditmoment kent de EU 23 werktalen, metals jongste loot aan de boom het Gaelicwat in Ierland en sommige gedeeltenvan Groot-Brittanni? wordt gesproken.Dit wil zeggen dat iedere MEP zijn eigentaal kan spreken in de vergaderingenvan het Europees Parlement, maar ookdat al de documenten van de EU in deze23 talen vertaald worden.Daarenboven zijn wij in Brusselomgeven door zo'n vijftienduizendlobbyisten. Van allerlei soort en maat.Niet alleen de multinationals lobbyenin Brussel, ook de milieubeweging, dekerken, afzonderlijke landen, niet zijndeEU-lid, het Iran 's verzet, enzovoort.Tot slot worden we nog be?nvloed doortalrijke offici?le adviesorganen. Met alsbelangrijkste het Comit? voor de Re-gio's: een Europese combinatie van VNGen IPO en het Economisch en SociaalComit?, zeg maar de Europese SER.En dit alles leidt tot productie? Jazeker.Je hoeft bepaald geen Eurofiel te zijnom te kunnen zien dat de Europese Unieheel productief is. Begonnen als Vre-desproject na de Tweede Wereldoorlogzijn we via de Interne Markt en de EUROop weg naar de grote geopolitiekekrachten van de hedendaagse wereld.S+RO 2011/03 23Thema BrusselPolitiek bedrijfbedrijfUitzicht vanuit gebouw EuropeesParlement, Brussel. Foto: Jaco Klamer,Hollandse Hoogte24 2011/03 S+ROThema BrusselNetwerkstrategieEuropawijk in Brussel. Foto gemaaktvanaf het Schumanplein met zichtop de verkeersader Wetstraat, aanweerszijden veel gebouwen vanEuropese instellingen.Foto: Joost van den Broek, deVolkskrant, Hollandse HoogteS+RO 2011/03 25Thema BrusselNetwerkstrategiegrenzenJens AertsBUURjens@buur.be enzonderDe Brusselse regio is onderdeelvan ??n van de grootstemegaregio's van de wereld:de stadsregio Amsterdam-Antwerpen-Brussel.1 En is vanstrategisch belang als knooppuntin een gemondialiseerde endynamische omgeving.Brussel zou daarom moetenbeschikken over eenontwikkelingsstrategie alsinternationale hoofdstad op zich,maar ook over een strategieom zijn positie in het Europesenetwerk te versterken.Visievorming over Brussel als interna-tionale hoofdstad en de positie van destad in het Europese netwerk gaatmoeizaam, gefragmenteerd, vaakimpliciet en via omwegen. Redendaarvoor is onder andere het complexestatuut van Brussel als onoffici?lehoofdstad van Europa, als hoofdstadvan een gefederaliseerd land in volleidentiteitscrisis en als stadsgewest datkreunt onder het zware stedelijkebeleidsapparaat bestaande uit negen-tien gemeentes en het gewestbestuurzelf. Analoog kan het geheel vanEuropese instellingen niet als uniform-denkend over Brussel gezien worden.Voor Brussel is het steeds moeilijkgeweest om in de Europese instellingen,als geheel of elk afzonderlijk, eenactieve stedelijke partner te zien, opgebied van stadsplanning, patrimo- Internationaalniumbeleid, cultuur en sociale menging.Enkel vanuit die context kunnen deinhoud en de logica van een aantalconcrete visies, planprocessen enprojecten begrepen worden.Internationale hoofdstad ? de facto`Europa is Brussel overkomen.'2 Bij haaroprichting in 1958, had de Europese Unieweliswaar geen definitieve zetel, tochontwikkelde Brussel zich onmiddellijkals gaststad voor de vele Europeseinstellingen. Om diplomatieke redenenduurde het echter tot eind van devorige eeuw voordat Brussel zich echtEuropese hoofdstad kon noemen. Al dietijd verkeerde het concept vanEuropese hoofdstad in een embryonaletoestand, terwijl er wel al massaalkantoren en huisvesting voor deEuropese ambtenaren werden opge-richt in de Leopoldswijk, vandaag deEuropese wijk genoemd. Op plannings-niveau bestond Europa dus niet inBrussel, in de portfolio van grondeige-naars en de eerste projectontwikke-laars wel. Die dualiteit leidde tot eendramatische bouwwoede die eenknappe negentiende-eeuwse stadswijktransformeerde in een monofunctio-nele kantoorwijk, met mediocregebouwen zoals het Europees Parle-ment of de Berlaymont, die evengoedde hoofdzetels van multinationalszouden kunnen zijn.De laatste twintig jaar groeide hetbesef op Brussels, Belgisch en Europeesniveau dat er een actief stedenbouw-kundig beleid gevoerd moest worden.Rond de eeuwwisseling werden grotestappen in de Europese eenmaking26 2011/03 S+ROThema BrusselNetwerkstrategieLinks: Rue de la loi, axonometrieBron: Christian de PortzamparcOnder: Rue de la loi, planBron: Christian de PortzamparcMidden: Rue de la loi, axonometrieBron: Christian de PortzamparcRechts: Rue de la loi, na 3-DBron: Christian de Portzamparcgezet, met onder meer de invoering vande euro en de ondertekening van hetverdrag van Nice. Samen met deBelgische regering bedacht Europavisies over Brussel, waar ondertussen18.000 Europese ambtenaren wonen enwerken in 1,7 miljoen vierkante meterkantoren. Daarop volgde een reeks vanmasterplannen, aangestuurd door defederale overheid en het pas opgerichteBrussels Gewest dat door de regionali-sering eigen bevoegdheden overruimtelijke ordening had gekregen. Deontwikkeling van die visies kan dusgezien worden als een bewustwor-dingsproces van Brussel dat, na jarenvan verpaupering, voor het eerste alseen autonoom gewest de eigenruimtelijke ontwikkelingen aanstuurde.Bovendien groeide het besef dat ookandere steden Europese instellingenhuisvestten of opeisten. Binnen diebied van Brussel erkent. Bovendienheeft het plan een aantal stevigefundamenten: een samenwerkingsak-koord tussen de Belgische staat, hetBrussels Gewest en de betrokkengemeentes ?n een speciale taskforcetussen het Brussels Gewest en deEuropese instellingen, waardoor detwee complexe beleidsniveaus eeneenduidige communicatie kunnenvoeren.Het richtschema positioneert deEuropese wijk als de eerste Europese eninternationale pool van het BrusselsHoofdstedelijk Gewest (BHG), waartegen 2020 honderdduizend mensentewerkgesteld zullen zijn. Het plandient daarbij om de zucht naar extraverdichting op te vangen, maar ook denoodzaak om terug structuur enruimte in de door kantoren overwoe-concurrentiestrijd evolueerde de relatietussen Brussel en Europa tot een actiefpartnerschap, door gezamenlijk denodige vragen over uitbreidingsmoge-lijkheden, huisvesting en mobiliteit tebehandelen.De Europese WijkIn 2008 werd een definitief masterplan,het richtschema voor de Europese wijkgenoemd, door de Brusselse regeringgoedgekeurd.3 Het richtschema pastdaarbij volledig in een planologischelogica om binnen het Brussels Gewesteen aantal in het Gewestelijk Ontwik-kelingsplan (GewOP) aangeduidehefboomgebieden te ontwikkelen of indit geval te transformeren. Het plankan dus gezien worden als een gedra-gen visie die de bijzondere positie vande Europese wijk op het hele grondge-S+RO 2011/03 27Thema BrusselNetwerkstrategiekerde wijk te krijgen. Drie ontwikke-lingsassen verbinden de zwaartepun-ten van Europese instellingen onderlingen versterken de relatie met deomliggende wijken. Vanuit een ambitieom ge?ntegreerd te werken, worden allebekende Brusselse beleidsplannen zogoed mogelijk doorvertaald binnen deperimeter van het plangebied. Datlevert een transversale visie op metaandacht voor functiemenging,duurzaamheid, mobiliteit en detoeristische en culturele uitstralingvan de wijk.Net zoals bij andere richtschema's, is detotstandkoming van dit plan evenbelangrijk als het plan zelf, omdat hetproces als een soort kleefband verschil-lende architecturale en stedenbouw-kundige programma's bij elkaar houdten er een kritische massa van engage-menten en financiering ontstaat.Geloofwaardigheid, op te bouwen doorconcrete realisaties, is cruciaal. Zo nietdreigt het richtschema vast te lopen,wat voor dit 328 hectare grote stads-deel, dens, economisch belangrijk enmet symboolwaarde voor Europa,absoluut vermeden moet worden. Brus-sel heeft immers een traumatischeervaring opgedaan door de `bruxellisa-tion'4 in de jaren zestig en zeventig vande vorige eeuw. Ook recentere ontwik-kelingen, zoals die aan het Zuidstation,zijn mislukt door speculatie, te tragebeslissingen, leegstand en verkrotting.Het is dan ook logisch dat bewonersor-ganisaties en andere criticasters eenpermanent wantrouwen hebben tenopzichte van de grootse plannen vanBrussels overheden, die zich in een nietzo ver verleden te intens inlieten metbouwpromotoren.Het meest complexe en cruciale deelvan het richtschema voor de Europesewijk is de planning en uitvoering vanhet stadsproject Wet. Binnen eenkleinere perimeter van elf hectare,gelegen langs beide kanten van deWetstraat, wordt een verdichting metvoornamelijk kantoren voor deEuropese instellingen nagestreefd,waardoor andere percelen in de wijkkunnen dienen voor nieuwe huisves-ting. De huidige bouwoppervlaktewordt bijna verdubbeld van 490.000 tot880.000 vierkante meter, wat eenvloer/terreinindex van acht betekent.Na een internationale wedstrijd diedoor de Europese Commissie, hetBrussels Gewest en de stad Brusselsamen werd georganiseerd, begon hetteam rond de Franse architect-steden-bouwkundige Christian de Portzamparcaan de opdracht. Zijn ontwikkelingstra-tegie is gebaseerd op het concept vanhet open huizenblok en de open straatdat hij al succesvol toepaste in Parijs.Aangezien de Europese Commissie zichheeft ge?ngageerd om de open ruimterond de gebouwen publiek toegankelijkte maken, kan gehoopt worden dat ditconcept realistisch is. Uitvoering isvoorzien ten vroegste vanaf eind 2012,na het opstellen van een nieuwBijzonder Bestemmingsplan dat deverdichting planologisch mogelijk moetmaken. Om een lange periode vanjuridische onzekerheid voor eigenaarsen projectontwikkelaars te vermijden,zal binnenkort al een gewestelijkestedenbouwkundige verordeningspecifiek voor de perimeter van hetstadsproject in voege trede
Reacties