Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening | 05 2011Uitgave vanSVIRSelectieve,heldereordening>Geendragersvoorruimtelijkeplanningsdoctrine>Gevangenindogmatischdenken>Politiekekeuzevoorinternationaalperspectief>Design is een reuzenkwal >American Planning >Terughoudend grondbeleid >Nieuwe huwelijkse voorwaarden >We moetenminder polderenminder polderen`God heeft de wereld geschapen, behalveNederland. Dat hebben de Nederlanders zelfgedaan.' Het is een uispraak van de Fransendie refereert aan de ontstaansgeschiedenis vanons lage land. In Nederland verstaan we dekunst van het inpolderen, wat in de loop derjaren verbasterd is tot `polderen'. Jammer.Want in het oorspronkelijke `inpolderen',schuilt het geheim van succesvol samen-werken. Voor we het land verdelen, gaan we dehoeveelheid land eerst vergroten. Ofwel: voorwe na alle onderhandelingsessies de koekverdelen, gaan we de koek eerst vergroten.Zodat alle partijen meer resultaten kunnenbinnen halen. De adviseurs en managers vanTwynstra Gudde zijn betrokken bij tallozesamenwerkingstrajecten in Nederland. Bijfusies, overnames, de uitbreiding van deTweede Maasvlakte, de verlenging van de A4en de verbreding van de ring bij Utrecht.Wilt u profiteren van onze kennis en ervarin-gen? Kijk op www.twynstragudde.nl of belvoor een inspirerend gesprek, 033 467 77 77.We moetenminder polderenminder polderenTweede Maasvlakte, de verlenging van de A4en de verbreding van de ring bij Utrecht.Wilt u profiteren van onze kennis en ervarin-www.twynstragudde.nl of belvoor een inspirerend gesprek, 033 467 77 77.INTRO3 HoofdredactioneelJaap Modder4 NabeeldVerena Balz6 ColumnDesign is een reuzenkwalLucasVerweij8 Q+ADirk Sijmons,TU DelftDe prothese behoeftonderhoudAnne LuijtenTHEMA: SVIR10 Einde van de plannings-doctrine?Maurits Schaafsma13 Selectieve, heldereordeningChris Kuijpers18 Samenvoeging ofintegratie?Rienk Kuiper enDavid Evers24 Topspeler op hetwereldtoneelJeroen Saris enJaap Modder30 Regio's en gemeentenaan zet!Wim Derksen34 Geen dragers voor ruim-telijke planningsdoctrineAndreas Faludi36 Zwaktes zitten eldersFriso de Zeeuw38 Gevangen in dogmatischdenkenAdri Duivesteijn42 Slecht beeld toekomstigesamenlevingWim Lavooij45 Politieke keuze voorinternationaal perspectiefWillem BuunkHET VELD48 American PlanningLuc Vrolijks52 TerughoudendgrondbeleidErwin van der Krabben55 Nieuwe huwelijksevoorwaardenHerman de Wolff, LuukOost en Friso de ZeeuwRECENSIES60 Nieuwe landschappenAbe Veenstra De energieke samenlevingPascal Lamberigts Gebiedsontwikkeling inzorgelijke tijdenHugo Priemus,De Compacte StadExtendedHans van der Cammen Renaat Braem 1910-2001Pieter Uyttenhove Figures, InfrastructuresRob van der Bijl68 Bovenste plankLianne van DuinenNirov70 Nirov Agenda72 Nirov Nieuws75 Het NetwerkAdviseurs in ruimtelijkeontwikkeling enomgevingskwaliteitStedenbouw + Ruimtelijke Ordening, 92e jaargang, nummer5, oktober2011.S+RO is een onafhankelijk tijdschrift vooriedereen die actief is in het veldvan de stedenbouw en ruimtelijke ordening. Het blad verschijnt zes keerperjaar.Redactie: Lianne van Duinen, recensieredacteurlianne.vanduinen@rli.nlArjan Harbers, arjan@topotronic.nl,Jaap Modder, hoofdredacteurmodder@destadsregio.nlWies Sanders, wies@urbanunlimited.nlMaurits Schaafsma, schaafsma_m@schiphol.nlIris Schutten, info@irisschutten.netDeniseVrolijk, eindredacteurvrolijk@nirov.nlHelen van Kan-Kokshoorn, redactiesecretariaat kan@nirov.nlOntwerp en art direction: KismanVerhaak, AmsterdamRichtlijnen voor auteurs: Deredactieontvangtgraagkopij,zievoorrichtlijnen: www.s-ro.nlUitgever: Nederlands Instituut voorRuimtelijkeOrdening enVolkshuisvesting (Nirov)Redactieadres: Postbus 30833, 2500GV Den Haag,T +31 (0)70 302 84 48, E sro@nirov.nl, www.s-ro.nlAbonnement: Kosten 90,-- perjaar, studenten betalen 45,-- perjaar. Losse nummers zijnvia www.s-ro.nl te bestellen voor 21,50 ( 16,50 Nirov-leden). Alle prijzen zijn excl. 6% BTW.Abonnementen worden automatisch verlengd, opzegging schriftelijk tot uiterlijk 1 decembervanhet lopende abonnementsjaar. www.nirov.nl/aboAbonnementenadministratie: Annemiek Nieuwenhuis,T +31 (0)70 302 84 18, E info@nirov.nlAdvertenties: Nirov, Martin de Heer,T +31 (0)70 302 84 49, E heer@nirov.nlDrukwerkproductie: Platform P, RotterdamAuteurs- en beeldrechten: Aan deze uitgave is de uiterste zorg besteed; vooronvolledige/onjuisteinformatie aanvaarden auteur(s), redactie en uitgevergeen aansprakelijkheid.Overname van artikelen is toegestaan, mits voorzien van bronvermelding. ISSN-1384-65312 2011/05 S+ROIntroColumnAlit eic tem consequae. Nam ut alisdoluptis mo ium sitiis nulleste il minre prerestibus si rae licimpos suntecus et fugitas imusam fugitia nullaNatqui bla sinturepra pratque parumeos ab il milicatur, con restinctote labo. Et et liquia dempellorisdolorenem etumqui consedia deliquiIquodit quosapic tempora nectassolupta qui optatiunt, nate senduntfugiam qui dersperum facipsunt, quoestius aligent verorecaturKlimaatverandering levert lastige vragen op. Hoe moet u alsprofessional zorgen dat mensen op een prettige en veiligemanier kunnen blijven wonen, werken en recre?ren als detemperatuur oploopt, de zeespiegel stijgt en er te veel ofjuist te weinig neerslag valt?Het onderzoeksprogramma Kennis voor Klimaat ontwikkeltkennis die u bij het beantwoorden van deze vragen kanhelpen. Het programma levert kennis die nodig isom betere beslissingen te kunnen nemen overinvesteringen in ruimte en infrastructuur.Kennis voor KlimaatWat doet Kennis voor Klimaat? onderzoek naar acht thema's, zoals veiligheid, zoetwatervoorziening, klimaatin de stad, klimaatverandering en infrastructuur en governance vraagstukken? samen met stakeholders onderzoek in acht hotspot regio's, waaronder Rotterdam,Haaglanden, Zuid-Westelijke Delta, Droge Rurale gebieden, Schiphol? discussies initi?ren rond klimaatverandering en adaptatie, bijvoorbeeld overomgaan met onzekerheid, verdeling van baten en lasten en invloed vanklimaatverandering op gezondheid? kennis leveren aan overheden en bedrijfsleven, bijvoorbeeld door bij te dragen aanhet rapport van het PBL: Een delta in beweging. Bouwstenen voor een klimaatbestendigeontwikkeling van NederlandIn het nieuws? u bent op 1 december van harte welkom bij Knooppunt Klimaat, een grote conferentiedie samen met Klimaat voor Ruimte wordt georganiseerd? op 1 december presentatie van het boek `Ruimte voor klimaat, praktijkboek voorklimaatbestendig inrichten'? in aanloop naar COP17 organiseert Kennis voor Klimaat samen met NRC Handelsbladdebatten in de Rode Hoed, de volgende zijn op 1 november en 22 november? wilt u ons blijven volgen: meld u dan aan voor de digitale nieuwsbriefwww.klimaatonderzoeknederland.nltwitter.com/climateNL Linkedingroep Platform Climate ChangeNEDERLAND LEEFTMETWATERIS MEDE-ORGANISATORDAG VAN DE RUIMTE 2011'DOE HETZELF'10 NOVEMBER 2011JaapModderHoofdredacteur S+ROS+RO 2011/05 3IntroHoofdredactioneelAngstvoordemetropoolOf ik me ook wel eens bezig had gehouden met deproblemen rond woonzorgarrangementen in periferekrimpgebieden, zo wilde het Kamerlid van sociaalde-mocratische huize weten. Ik had als vertegenwoordi-ger van de zeven stedelijke verkeer- en vervoersregio'szojuist een pleidooi gehouden voor onder andere hoge-re dichtheden in stedelijke gebieden. Gewoon over ietsheel anders beginnen moet het Kamerlid gedacht heb-ben. De Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieuhield een `rondetafelgesprek' over de StructuurvisieRuimte en Infrastructuur (SVIR) en ik kreeg daar, netals iedereen, drie minuten spreektijd. En dan de vraagvan een Groen Links-Kamerlid aan de spreker namenshet Interprovinciaal Overleg (IPO). Als inwoner van deprovincie Zuid-Holland vroeg hij zich af of de provin-cies wel ge?quipeerd zijn op de kruiwagen aan nieuwetaken en bevoegdheden op het terrein van natuur- enlandschap. Ze hadden er immers in zijn provincie totdusverre helemaal niks van gebakken. De IPO-bestuur-der wist er wel raad mee. Met een therapeutische toneof voice zette hij uiteen dat dat allemaal kwam omdatde provincies tot dusverre ook niet echt de `regierol'hadden gekregen. Als de provincies nu maar gewoonnog meer bevoegdheden zouden krijgen, meer dan nuvoorgesteld, dan zou het helemaal goed komen.Laten we dat dan maar hopen. Van de behandeling vande SVIR in de Tweede Kamer hoeven we intussen geenhoge verwachtingen te hebben. De minister zal warmewoorden wijden aan de nood in de krimpgebieden vanons land en toezeggen dat als de provincies het goeddoen, ze er best nog wel wat bij kunnen krijgen. Ne-derland laat een traditie van meer dan een halve eeuwgeprofileerd nationaal ruimtelijk beleid achter zich.Niet iets om de vlag voor halfstok te hangen, maar hetkind wordt wel met het badwater weggegooid. Ergernog is dat deze structuurvisie niet duidelijk maakt watervoor in de plaats komt. Wat wil dit kabinet wel? Alshet ze worst is of steden in staat zijn hogere dichthe-den te realiseren, hoe willen ze Nederland concurre-render maken? Meer kaasboerderijen soms?Hoe krijg je in drie minuten een boodschap overge-bracht? Eerst zeggen dat je het best een goede notavindt. Anders luistert meteen niemand meer. En dan:zestig procent van het BBP wordt in de stedelijkegebieden van Nederland verdiend, en er zitten meermensen in het openbaar vervoer dan bij de NS. In dekenniseconomie zijn steden en stedelijke regio's debanenmotors. Beetje vreemd dat het kabinet allekaarten op provincies zet die nu kennelijk de leidingmoeten nemen in de ruimtelijke inrichting van Ne-derland. Waarom steden en stedelijke regio's niet instaat stellen dat te doen? Daar wordt het geld im-mers verdiend. Het openbaar vervoer kan veel beter.Als de komende NS-concessie beperkt wordt tot hetintercitynet kan het railnet in stedelijke gebieden veeleffici?nter en effectiever benut worden dan nu het ge-val is. De rijksoverheid kijkt alleen maar naar de NS bijinvesteringen in infrastructuur en gaat systematischvoorbij aan het feit dat een euro die wordt ge?nves-teerd in stedelijke regio's veel meer vervoersrende-ment oplevert. Betere financi?le arrangementen is eenkeiharde noodzaak. Provincies zetten een opslag opde motorrijtuigenbelasting en besteden dat vaak aanopenbaar vervoer. Stedelijke regio's kunnen dat niet.Het belastinggeld dat in de steden wordt opgehaalddoor provincies wordt over de hele provincie verspreidbesteed (de verdelende rechtvaardigheid). Over de 1,2miljard euro die de stedelijke regio's jaarlijks recht-streeks krijgen voor openbaar vervoer cum annexis iseen keiharde strijd uitgebroken. De provincies wil-len dit geld en dan gaan zij het vervolgens verdelen.Waarom is volkomen onduidelijk. Een reden is er totop heden niet voor gegeven. Niet door het kabinet enniet door de provincies. Elke poging tot een discussiehierover wordt uit de weg gegaan.Tot zover de boodschap in de Troelstrazaal van deTweede Kamer. We zien een trendbreuk in de ruimtelij-ke ordening van dit land. Maar er is ook een constante.Sinds de Tweede Nota over de Ruimtelijke Ordening,een halve eeuw geleden, hebben kabinetten zichterughoudend opgesteld als het ging om grootstede-lijkheid. Het Manhattan aan de Amstel van Joop denUyl werd ingeruild voor suburbanisatie in regio's. InBrabant voorkwamen de bisschoppen in de vijf-tiger jaren dat de steden te groot zouden worden. Zebrachten de industrie naar het platteland. En anno2011 wordt de grootstad aan het Plein in Den Haag nogsteeds als een bedreiging gezien. Compacte verstede-lijking als nationale doelstelling wordt nu zelfs over-boord gegooid. In Den Haag maakt men zich zorgenover de woonzorgarrangementen in de periferie. Maareen beetje meer zorgen over de vraag hoe en waar hetgeld daarvoor verdiend moet worden kan kwaad. JaapModder8!!!!!!!!!!!GentParisLilleLiegeLondonLe HavreThe HagueRotterdamAmsterdamBruxellesAntwerpenLuxembVerenaBalzTU DelftV.E.Balz@tudelft.nl4 2011/05 S+ROIntroNabeeldNieuwe energie uitreststromenDe productie van biogas is in Nederland erg verspreid en afhankelijk van subsidies. Schaalvergrotingkan productie en consumptie van biogas effici?nter maken. Door verschillende stromen vanafvalstoffen aan vergistingsprocessen toe te voegen, de vergisting en opwerking te clus-teren en gebruik te maken van bestaande infrastructuur, kunnen kosten teruggebrachtworden. Daarnaast stelt de stichting Energy Valley (2010) dat groen gas ??n van de wei-nige duurzame energiethema's is waarbij Nederlandse ondernemingen internationaaleen rol van betekenis kunnen spelen.Op de kaart zijn gebieden in Noordwest-Europa te zien waar voedselindustrie,weilanden en agrarische grond met complexe productievormen geconcentreerdzijn. De kaart is onderdeel van de Atlas ABC, een project van de TU Delft, Afde-ling Urbanism. Opvattingen over ruimtes in Noordwest-Europa worden hierbijin beeld gebracht. Door perspectieven te bundelen biedt de atlas input voorhet debat over de betekenis van bovenregionale en transnationale ruim-telijke netwerken. De atlas behandelt drie thema's: de transitie naarduurzame energie, naar een duurzame voedselverzorging en naareen rechtvaardige kenniseconomie.Meer informatie:http://www.deltametropool.nl/nl/atlas_abc!!!!BoKolnEDuisburourgIn het debat over ruimtelijke ordening in Nederland ontbreekt vaak een internahiernaast is een voorbeeldkaart uit Atlas ABC, een project dat aan de TU Delft,uitgevoerd. Voor de atlas worden opvattingen over ruimtelijk samenhang in Noseert. Door de argumenten van verschillende partijen te bundelen, biedt de atlavoor debat om de betekenis van de Randstad als onderdeel van grotere, transnate construeren. De kaart is het hoofdstuk over energietransities ontleend en illuIn ketens van reststromen uit landbhouding en voedselindustrie ontstaenergie.De TU Delft ontvangt graag reacties op deze kaart. Emails aan: v.e.balz@tudelBron: European Environmental Agency (EEA) (2002), Corine land covEEA (2008), E-PRTR datasetKeyAgricultural areasPasturesComplex cultivation patternsFacilities producing emmissions through in animal farmingConcentration of facilitieslow|high!!!!onnEssenBremenHamburgrgFrankfurt am MainS+RO 2011/05 5IntroNabeeldAgricultural areasPasturesComplex cultivation patternsFacilitiesproducingemmissionsthroughinanimalfarmingandproductionoffood.ConcentrationoffacilitieslowIhigh6 2011/05 S+ROIntroColumnIllustratie: KV, Joost VerhaakS+RO 2011/05 7IntroColumnLucasVerweijJournalist en initiator in Design &Architectureltverweij@gmail.comAlhoewel ik al jong les gaf aan architecten, stage liepbij een stedenbouwer, directeur was van een architec-tuur- en stedenbouwopleiding, in architectenjury's zaten zit, ben ik noch architect noch stedenbouwkundige.Ik heb er de papieren niet voor en mag de titel dusniet voeren. Bovendien heb ik nooit een huis gebouwd;niets kwalificeert me dus als architect. Ik ben eendesigner, daar heb ik voor geleerd. Ik ben bachelor in deindustri?le vormgeving voor openbare ruimten. Desig-ner of Public Space, in nieuw Nederlands.Jarenlang heb ik mijn keuze voor design betreurd.Het ontwerpdebat onder architecten is rijker, detraditie van ontwerpen is groter en de maatschap-pelijke impact van een gebouw en zeker een hele wijkis groter. `Ik had het moeten doen, zal ik het alsnogdoen?,' mijmerde ik dan. Ik verliet een HTS-bouwkun-deopleiding om design te studeren. Ik vond de Jellemabouwkundeboeken vol met foto's van bouwvakkersdie staal vlochten en kruiwagentjes beton storttente archa?sch. Ik had het gevoel terug in de tijd te gaanin plaats van vooruit. Wij leerden doorsneden vanhouten kozijndetails uit het hoofd terwijl de deurenin de laatste Audi 100 kozijnloos en zeker niet vanhout waren. Ik moest uitgestorven metselverbandenoptekenen terwijl Peter Struycken in een intelligentepixeltechniek ? uiteindelijk ook een metselverband ?een portret van de koningin maakte. Ik klaagde erovertegen mijn bouwkundedocent, die begrip had voor mijnswitch naar industrieel ontwerpen.Design blijkt erg goed in staat met de tijd mee teveranderen. Design lijkt vooruitgang, verandering eninnovativiteit in de genen te hebben. Het vak is op ditmoment bij het grote publiek bekender en populairderdan ooit tevoren ? wat dat ook waard mag zijn. Hetpubliek heeft nog vertrouwen in designers. Dat ver-trouwen is vergelijkbaar met dat het vertrouwen datmen vroeger in architecten had. Een architect kon ietsoplossen, zoals een geen ander dat kon. Hij kon ookvooruitzien en was toonaangevend in smaakkwesties.Door die populariteit groeit design en slokt het anderevakgebieden op. Social design, design thinking, food de-sign, interaction design, design management, sustaina-ble design, designstrategie en out-of-the-box-denken,het zijn stuk voor stuk nieuwe loten aan de stam, waarrecentelijk dikke boeken over gepubliceerd zijn. Enhet merkwaardige is, dat die boeken meestal uitver-kocht raken. Design gaat allianties aan met innova-tieve technieken en methoden, nieuwe werkwijzen ennieuwe inzichten. Design groeit ongecontroleerd inallerlei richtingen, als ware het een reuzenkwal.Die ongecontroleerde groei staat in schril contrast totde situatie in de architectuur en de stedenbouw. Diedisciplines lijken alleen maar te krimpen. Waar archi-tecten en stedenbouwkundigen de grootste moeitehebben om hun expertise aan de veranderende maat-schappelijke omstandigheden aan te passen, lijkendesigners er juist in voorop te gaan. Designers wordenin steeds meer processen en ontwikkelingen betrok-ken, terwijl architecten en stedenbouwkundige insteeds minder betrokken raken. Dat is des te vreemderomdat ik denk dat de kern van beide expertises nietveel verschilt. Ja, de materialen en de fabricagemetho-den verschillen maar het denken ? de kernactiviteitvan de designer ? is eender. Ook denk ik dat designersmomenteel bij teveel betrokken worden en architectenbij te weinig, maar dat terzijde.Design blijkt een vak dat door zijn geringe expertise,ballast en gebrek aan tradities veel buigzamer is dande architectuur en stedenbouw. Aan de gebrekkigeexpertise en het gebrek aan tradities stoor ik me alzolang ik in design zit, maar de buigzaamheid van hetvak is fantastisch. Design is een reuzenkwal8 2011/05 S+ROIntroQ+ADirk SijmonsFoto: Roger Dohmen/HHAnneLuijtenStudio-ROanne.luijten@studio-ro.nlPer 1 oktober volgtDirk Sijmons ClemensSteenbergen opals hoogleraarlandschapsarchitectuuraan de TU Delft.Daarnaast is hijdirecteur van bureauH+N+S en was hijeerder Rijksadviseurvoor het Landschap.Dirk Sijmons, hoogleraar Landschapsarchitectuur TU DelftDe prothese behoeft onderhoudS+RO 2011/05 9IntroQ+AGaat u een nieuwe weg inslaan met deleerstoel ten opzichte van uw voorgangerClemens Steenbergen?`Wat heel bijzonder is aan de leerstoel zijnde internationaal befaamde publicaties,waarin Steenbergen samen met WouterReh als het ware de gereedschapskist vande landschapsarchitectuur heeft opgegra-ven. Bijzonder, omdat de grote namen in ditvakgebied in tegenstelling tot die uit de ar-chitectuur nooit gepubliceerd hebben overhun werk. Er is dus een stevige basis om opdoor te werken, maar daarbij ligt de nadrukop de formeel-morfologische kant. De pro-ceskant van de landschapsarchitectuur isnog onderbelicht gebleven. Dat is een beendat ik wil bijtrekken in het onderzoeks- enonderwijsprogramma.'Benadrukt u daarmee de verschuivingin het vak van de focus op ontwerp naarprocesbegeleiding?`Nee, ik bedoel met de proceskant niet deprocesbegeleiding, maar het leren omgaanmet levende natuurlijke en sociale proces-sen, het complement van de formeel-archi-tectonische kant.'Wat zijn voor u de belangrijkste verande-ringen in het vak?`Het vak is enorm veranderd de afgelopenjaren, maar daar gaat een traject van dertigjaar emancipatie aan vooraf. Traditioneelwerkten landschapsarchitecten bij over-heidsinstellingen zoals Staatsbosbeheer enRijkswaterstaat. Daar tekenden ze voorna-melijk beplantingsplannen, bijvoorbeeld inde ruilverkavelingen. De territoriumstrijdbegon stapje voor stapje toen ze zich ookmet waterlopen en wegen gingen bemoei-en. Midden jaren tachtig kwamen daar delandschapsstrategie?n bij zoals Plan Ooi-evaar, alternatieven voor de kaalslag vande ruilverkavelingen. De ontwerpagendaverbreedde zich, ook water bijvoorbeeldwerd een belangrijke opgave. Toen land-schappers ook nog openbareruimte-ont-werp gingen doen bij particuliere bureauszoals West 8 drongen ze steeds meer hetterritorium van de stedenbouw binnen.Verstedelijking is tegenwoordig zelfs meereen landschapsarchitectonisch probleemgeworden. Dat stedelijke profiel wil ik aande TU versterken.'Maar is dat naar elkaar groeien van dis-ciplines niet juist reden om de scheidslijntussen stedenbouw en landschapsarchi-tectuur in het onderwijs op te heffen?`Nee, ik vind het toch wel goed om die tweevakgebieden in stand te houden. Ik geloofheilig in samenwerking, maar een totaleversmelting vind ik niet wenselijk. De aan-vliegroute is verschillend. Het eigene aan delandschapsarchitectuur is het werken metlevend materiaal. Daardoor is er een besefdat je nooit helemaal greep hebt op de ont-werpmiddelen. We zijn vertrouwder methet werken met onzekerheden en de factortijd. Daar zit ook een sterke beheerscom-ponent aan vast.'Wat is het perspectief van de land-schapsarchitect na de studie? De rijks-overheid die traditioneel een belangrijkeopdrachtgever was lijkt in het huidigeklimaat te verdwijnen.`Het Rijk ?s al vrijwel verdwenen alswerkgever voor landschapsarchitecten.Het perspectief voor een betrekking bij deoverheid ligt bij de provincies en gemeen-ten. Daarnaast is er natuurlijk een bloei-ende cultuur bij de particuliere bureaus, dieook internationaal werken.'De provincies zijn nu grotendeels verant-woordelijk voor het natuur- en land-schapsbeleid. Hoe staat het ervoor met hetopdrachtgeverschap van provincies?`Op een enkele provincie zoals Brabant nazijn de ontwerpers de afgelopen jaren al uitde ambtelijke formatie verdwenen. Maarom een goede opdracht te kunnen formu-leren heb je wel ruimtelijke mensen nodig.Het opdrachtgeverschap zelf is enormingewikkeld geworden omdat het tegen-woordig ook nog wordt uitbesteed aan decultuurmaatschappijen en grote adviesbu-reaus. Je hebt dus steeds minder en indirectcontact met de echte opdrachtgever. Dezeis ook vervreemd van zijn rol als opdracht-gever. Opdrachtgevers bij de overheid dieecht wat willen en ervoor gaan wordensteeds zeldzamer. Daar zit een problema-tiek die de beroepsverenigingen gezamen-lijk aan de orde zouden moeten stellen.'Verschuift het opdrachtgeverschap daar-mee naar private partijen?`Dat is al op grote schaal gebeurd, om tebeginnen in de Vinex-operatie. Consortia enontwikkelaars waren daar vaak verant-woordelijk voor het buitenruimteplan.Private partijen zijn als opdrachtgever alzeker een factor vijf belangrijker in volumevoor landschapsbureaus dan de overheid.Denk bijvoorbeeld ook aan aannemers diein Europese tenders een landschapper aanboord nodig hebben. Of een megaprojectals Ruimte voor de Rivier, goed voor 2,3 mil-jard euro, dat nu in 39 projecten in de marktgezet gaat worden. De aannemers die daarop inschrijven zullen hun teams versterkenmet landschapsarchitecten. Hetzelfdegeldt voor de energiemaatschappijen methun plannen voor windmolenparken enandere grote opgaven.'U bent als Rijksadviseur voor het Land-schap lid geweest van het College vanRijksadviseurs. Hoe kijkt u er tegenaan datniet alleen opdrachtgeverschap maar ookvisievorming en beleid bij het Rijk op hetgebied van ruimtelijke ordening aan hetverdwijnen is?`Er is op dit moment erg weinig aandachtbij het Rijk voor ruimtelijke kwaliteit. Maarhoe je het ook wendt of keert, feit blijft datwij met z'n allen wonen, werken, leven ineen reusachtige prothese onder zeespie-gelniveau. Die prothese kun je niet samenmet de maakbaarheid van de samenlevingbij het grofvuil zetten, maar vraagt om col-lectieve actie voor onderhoud en aanpas-sing. Die opgave komt toch weer bij het Rijkterecht. Dat zie je duidelijk in het Deltapro-gramma waar nu hard aan wordt gewerkt.'Het zwaartepunt in uw werk verschuiftmet uw aanstelling nu van ontwerp naaronderzoek. Wat voor soort onderzoekerbent u?`Ik ben meer een verkenner dan een echteonderzoeker, geloof ik. Ik ben nieuwsgie-rig om rond te speuren naar de nieuweopgaven en het specifieke voor de land-schapsarchitectuur daarin. Te laten zienwat het ontwerp kan betekenen voorbijvoorbeeld de energietransitie naar duur-zame bronnen. Door middel van ontwer-pend onderzoek lever ik graag een bijdrageaan de emancipatie van het vak'. Eindevan de planningsdoctrine?10 2011/05 S+ROThema SVIRIntroductieMaurits SchaafsmaRedacteur S+ROIllustratie: KV, Max KismanOpwinding in de vakwereld. Na de Rijks-planologische Dienst is nu ook het mi-nisterie van VROM opgeheven en ligt ereen Ontwerp Structuurvisie Infrastruc-tuur en Ruimte (SVIR) die breekt metde vertrouwde, befaamde Nederlandseruimtelijke ordening rond een Randstaden een Groene Hart. In de nummers 1en 2 van S+RO stonden Willem Buunken Luuk Boelens tegenover elkaar. Is deruimtelijke ordening onvoldoende poli-tiek geweest, of te links? In dit nummerreageert Friso de Zeeuw op AndreasFaludi. De Nederlandse planningsdoc-trine is volgens Faludi haar dragersverloren en de Randstad komt in deSVIR nauwelijks nog voor. De rijksover-heid is de gebeten hond, maar is dat welterecht? Wat hebben de lagere over-heden bijgedragen aan de ontwikkelingvan de planningsdoctrine? Is het nietook de brede vakwereld zelf die te langis blijven vasthouden aan een ruimte-lijke ordening en ruimtelijke conceptendie steeds minder aansluiten bij de be-schikbare instrumenten en middelen, bijde maatschappelijke behoefte, of bij derealiteit van de globaliserende wereld?Internationale concurrentieBezien vanuit Nederland in het inter-nationale perspectief lijkt een nieuwekoers in de ruimtelijke ordening urgenten mag nog wel verder worden gegaanin het verzetten van de bakens dan deSVIR nu doet. Jaap Modder en JeroenSaris pleiten in hun zeven agendapun-ten voor de ruimtelijke toekomst voorsnelle kennisdragers, beter stadsge-westelijk regionaal openbaar vervoeren een ondernemende stad. In hetEuropa van de regio's en in de interna-tionale concurrentie tussen global cityregions is er veel werk te doen, maarniet per se door de rijksoverheid alleen.Dat geldt zeker ook voor de grote ste-den. Die zien zich in heel verschillendeconcurrentieomgevingen geplaatst.Amsterdam heeft binnen Nederlandzijn positie als vestigingsplaats vanNederlandse hoofdkantoren en zake-lijke dienstverlening in de afgelopenjaren weten te versterken. Als hetluchtverkeer een indicator is, dan lijktAmsterdam als enige stad aanspraak tekunnen maken op een mogelijke statusals global city region; ruim twee derdevan het inkomend zakelijke verkeer opSchiphol heeft de Amsterdamse regioals bestemming. Dat is toch vooral eenbeweging van de markt zelf; de Zuidasheeft zich tot de enige Nederlandsetoplocatie voor hoofdkantoren en zake-lijke dienstverlening ontwikkeld, terwijlde spade voor de dok de grond nog inmoet en de rijksoverheid nog geen in-vesteringsbeslissing heeft genomen.Alle zeilen bijzettenMaar Amsterdam zal alle zeilen bijmoeten zetten om tot het selectegezelschap van internationale centra teblijven behoren. Volgens Ewout Engelen(NRC) zit de stad daarbij nog niet goedop koers. Als internationaal financieelcentrum heeft het geen echte positiemeer en de creatieve klasse vormtvolgens hem geen economische groei-motor. Amsterdam zal het grotendeelszelf moeten doen en heeft daartoe ookinitiatief genomen met het instellenvan de Economic Development Board eneen inniger samenwerking met Schipholen KLM. Het concurreert als vesti-gingsplaats voor hoofdkantoren en alslocatie voor toerisme en congressenmet hele andere steden dan Den Haagals vestigingsplaats van internationalejuridische instellingen, Rotterdam alshavenstad of Eindhoven als technolo-giestad. Meer financi?le zelfstandigheiden ondernemerschap op metropolitaanniveau moet de positie van onze mini-metropolen kunnen versterken.E?n van de dragers van metropoolvor-ming is het stadsgewestelijk open-baarvervoersysteem. Friso de Zeeuwwijst erop dat we op dat gebied stevigachterlopen ten opzichte van het onsomringende buitenland. In de interes-sante reeks over Nederland in >>S+RO 2011/05 11Thema SVIRIntroductie12 2011/05 S+ROThema SVIRIntroductiede Neue Z?richer Zeitung stelt KeesChristiaanse dat in de agglomeratieZ?rich iedere plaats van enige omvangaangesloten is op het S-Bahn-netwerk,iets wat in Nederland rond de grotesteden bepaald niet het geval is. Ook inde huidige plannen ligt het accent veelmeer op verdere ontwikkelingen vanhet intercitysysteem (HoogfrequentSpoor) dan op het stadsgewestelijkeniveau. Voor de metropoolambitieseen gemiste kans.Ruimtelijke zoneringKees Christiaanse stelt ook dat Neder-land na de oorlog grote monofunctio-nele woonwijken heeft gebouwd, zoalslater alleen in het Oostblok of Braziliagebeurde. De ruimtelijke zonering is ergver doorgeschoten. Wie het OostelijkHavengebied vergelijkt met de Hafen-city in Hamburg of Z?rich-West zieteen woonwijk tegenover gemengdestedelijke gebieden. De vraag is of deeenzijdige en vooral per auto bereik-bare kantorenparken als Riekerpolder,Papendorp of Brainpark aantrekkelijkgenoeg zijn voor de moderne ken-niswerker. Je leest er meer de ambitievan de projectontwikkelaar in af dandie van de urbanist. Tekenend is datCap Gemini, sinds 2003 gevestigd opPapendorp, al weer op zoek is naar eenaantrekkelijker locatie voor een nieuw,kleiner hoofdkantoor (het nieuwewerken!). Ook zijn er in vergelijking metDuitsland en Scandinavi? wel erg weinigkennislocaties ontwikkeld die ook wer-kelijk bedrijven aantrekken. Eindhoven,Wageningen en Leiden waren succes-vol, maar zou je niet rond veel meereconomische clusters overheid, be-drijfsleven en kennisinstellingen samenmoeten brengen? Dit soort aspectenvan vestigingskwaliteit en ambitie ligttoch in eerste instantie op het bord vande gemeente of de metropoolregio.Wat is dan de resultante van het Rand-stadbeleid? De gebundelde deconcen-tratie was volgens Faludi succesvol.Daar tegenover staat dat de synergietussen de grote steden nauwelijks isontwikkeld en de resultaten voor hetGroene Hart volgens de Zeeuw maarten dele succesvol zijn. Het probleemis volgens hem dat we ontwikkelings-planologische kant te weinig inhoudhebben gegeven. Daar zou aan toege-voegd kunnen worden dat er nooit eenpassende bestuurlijke invulling vande Randstad is gekomen. Het bleef bijvrijblijvend samenwerkende provinciesen steden en premier Rutte's Rand-stadprovincie lijkt er ook niet te gaankomen. De planningsdoctrine is er nietveel mee opgeschoten.Andere doctrineEen stevige herori?ntatie op de ruim-telijke ordening lijkt op zijn plaats. In deglobaliserende wereld gaat het onderandere om het versterken van concur-rentiekrachtige metropoolregio's meteigen middelen voor beleid en imple-mentatie, om stadsgewestelijk open-baar vervoer, om aantrekkelijke stede-lijke milieus die gericht zijn op moderneleefstijlen, op kennisontwikkeling eninnovatie. Dat het Rijk daarin een meerbescheiden rol neemt is niet zo vreemd,maar dat wil niet zeggen dat er geenrol zou zijn. De kleinere regio's hebbenvolgens Modder en Saris als MidsizeUtopia's een partnership met het Rijknodig. Stadsgewestelijk openbaarvervoer, een HSL-Oost of een Zuidsdokkomen er niet zonder rijksoverheid.De planningsdoctrine was al op zijn re-tour en de centrale drager droeg steedsminder. Dat we zo in feite al langeretijd afscheid aan het nemen zijn van deplanningsdoctrine is niet zo erg, als heteen periode van overgang zal blijken tezijn. Maatwerk, een meer actorgerichtebenadering zal vooral op regionaalen lokaal niveau ontwikkeld moetenworden. Dat is de uitdaging voor de helevakwereld en daar kan een hele mooie,heel andere planningsdoctrine uitvoortkomen. S+RO 2011/05 13Thema SVIRHeldere ordeningChris KuijpersMinisterie van Infrastructuuren MilieuPostbusDGRW@minienm.nlSinds de Nota Ruimte en de NotaMobiliteit is de wereld om ons heenveranderd. Ruimtelijke verschillen inNederland nemen toe waardoor nieuweopgaven ontstaan. Bestaande nota'szijn hier onvoldoende op toegesneden.Neem de snelle bevolkingsgroei zoalswe die gewend zijn: die is voorbij. Welis-waar komen er de komende 25 jaar nogruim ??n miljoen Nederlanders bij in desteden, voornamelijk in het westen vanNederland. Tegelijkertijd ondervindtruim de helft van de gemeentenbinnenkort al de gevolgen van eenkrimpende bevolking. In de meestegebieden zal de behoefte aan meerkantoren, bedrijfslocaties en woonwij-ken een stuk kleiner zijn dan in deafgelopen decennia. Veroudering enleegstand zijn daarbij een steedszichtbaarder probleem. De verande-rende behoefte aan wonen en werkenlegt daarbij een extra druk op eenmarkt waar de totale vraag afneemt:kwaliteit voor kwantiteit. Dit maakt definanci?le ruimte voor nieuwe plannenen projecten beperkt.WereldwijdeconcurrentiestrijdDe mobiliteit van personen (per auto enopenbaar vervoer) en het goederenver-voer blijft wel toenemen, vooral in destedelijke regio's en op de belangrijkeverbindingen naar Duitsland en Belgi?.Onze open economie raakt steeds meerverweven met die van sterke concur-renten als Duitsland, China en India.Willen we onze plek tussen de tienmeest concurrerende landen ter wereldvasthouden, dan zullen we alle zeilenmoeten bijzetten.Om mee te kunnen blijven doen in dewereldwijde concurrentiestrijd, moetenwe ervoor zorgen dat we innovatieveeconomische ontwikkelkansenbenutten en een excellent internatio-naal vestigingsklimaat bieden. Hetversterken van de ruimtelijk-economi-sche structuur vraagt om het benuttenen uitbouwen van de kracht van >>Meer kleur, dat is wat de Ontwerp StructuurvisieInfrastructuur en Ruimte (SVIR) volgens ChrisKuijpers (DG-Ruimte van het ministerieInfrastructuur en Milieu) brengt in het debatover de ruimtelijke ordening. Met de SVIR komter volgens velen weliswaar een einde aan deroemrijke traditie van een nationale ruimtelijkeordening, maar ontstaan ook kansen voorvereenvoudiging en meer ruimte voor gemeentenen provincies. Dat laatste gaat zeker helpen,meent Kuijpers.Selectieve,heldereordening14 2011/05 S+ROThema SVIRHeldere ordeningstedelijke regio's met een concentratievan topsectoren, internationaleverbindingen en mainports. Onzekansen in het internationale speelveldliggen vooral bij de sectoren waar westerk in zijn, zoals logistiek, water,hightech, creatieve industrie, energie,chemie en voedsel en tuinbouw. Veelvan die sectoren zijn geconcentreerd inde stedelijke regio's rond de mainports,brainport en greenports. Een goedebereikbaarheid, maar ook het koesterenen versterken van de bijzonderenatuurlijke en cultuurhistorischewaarden en internationaal onderschei-dende kwaliteiten zijn belangrijkevoorwaarden voor concurrentiekracht.Door de klimaatverandering stijgtonder andere de zeespiegel en moetons land steeds meer rekening houdenmet extreme weersomstandigheden.Dan weer forse buien en wateroverlast;dan weer een periode van hitte enextreme droogte. Waterveiligheid en debeschikbaarheid van voldoendezoetwater heeft ruimte nodig en stelteisen aan de stedelijke ontwikkeling.Ook de vraag naar elektriciteit en gaszal met de economie blijven meegroei-en. Voor de opwekking en het transportvan energie (ook over onze grenzenheen) zal voldoende ruimte gereser-veerd moeten worden. Duurzameenergiebronnen als wind, zon, biomassaen bodemenergie verdienen daarbijspeciale aandacht. Hun aandeel in detotale energievoorziening moetomhoog en zij kennen een groterruimtebeslag dan niet-duurzameenergievormen.Helder en eenvoudigDe veranderende ruimtelijke opgavenzijn ??n reden voor de SVIR. Daarnaastis er een breed gedeeld besef dat we alsoverheden onderling elkaar te drukbezig hebben gehouden in het ruimtelijkdomein, met lange complexe procedu-res, hoge plankosten en trage uitvoe-ring tot gevolg. Er zijn zoveel verschil-lende wetten geldig in het ruimtelijkdomein dat niemand het meer overziet.Teveel overheden bemoeien zich methetzelfde project. Door `goudensubsidiekoorden' zijn projecten vanregionaal belang afhankelijk vanrijksgeld en projecten van lokaal belangvan provinciaal geld. De Wet ruimtelijkeordening (Wro) vraagt echter aan elkebestuurslaag specifiek te onderschei-den wat van nationaal, provinciaalrespectievelijk lokaal belang is en daareen uitvoeringsparagraaf bij te leveren.Een heldere taakverdeling en eeneenduidigere, eenvoudigere en betereaanpak vermindert de lasten en debestuurlijke drukte en maakt het ookvoor de burger gemakkelijker om debesluitvorming te be?nvloeden.De sturingsfilosofie uit de Nota Ruimte(`decentraal wat kan, centraal watmoet') geeft onvoldoende richting. DeSVIR kiest feitelijk voor `decentraaltenzij'. Enerzijds omdat de ruimtelijkeverschillen toenemen, waardoor eenantwoord voor Zuid-Holland echt nietpassend is voor Groningen, en ander-zijds omdat ruimtelijk beleid gebaat isbij oplossingen die dicht bij burgers enbedrijven staan. De SVIR kiest ervoorandere overheden, burgers en bedrijvende ruimte te geven om oplossingen tecre?ren. Zij verdienen het vertrouwendat ze dat op een goede manier doen.Het Rijk gaat zo min mogelijk op destoel van provincies en gemeentenzitten.Afspraken over verstedelijking, groeneruimte en landschap laat het Rijk overaan de provincies en gemeenten. Hetbudget voor provinciaal en regionaalverkeer en vervoer komt ook bijprovincies en gemeenten te liggen.Gemeenten krijgen ruimte voorkleinschalige natuurlijke groei en voorhet bouwen van huizen die aansluitenbij de woonwensen van mensen. Bij hetbeheren en ontwikkelen van natuurkrijgen boeren en particulieren in hetlandelijk gebied een grotere rol. >>S+RO 2011/05 15Thema SVIRHeldere ordeningAmbitiekaart Nederland 2040Bron: SVIR, Ministerie van I&M, 2011Ambitie NederlandConcurrerendExcellent vestigingsklimaat instedelijke regio met topsectorenMainport SchipholMainport RotterdamBrainport Zuidoost NederlandGreenportEconomisch centrum in het buitenlandRobuust energienetwerkBereikbaarWegSpoorVaarwegMultimodaal knooppunt enketenmobiliteitLee baar en veiligVeilige en gezonde woon- en werkom-geving, zoetwater in droge perioden,behoud van biodiversiteit enenergietransitieWaterveiligheidWerelderfgoed16 2011/05 S+ROThema SVIRHeldere ordeningNederland in Noordwest-EuropaBron: SVIR, Ministerie van I&M, 2011HSL/HSTEuropees wegennetwerkHSL stationLuchthavenHavenGrensStedelijk gebiedLandelijk gebiedZeeWaddenGroot aaneengeslotenareaal boseen algemeen kader de ruimtelijkeontwikkelingen stapsgewijs invullen,waarbij meer rekening gehouden kanworden met initiatieven van burgers enbedrijven. Om een zorgvuldig gebruikvan de schaarse ruimte te bevorderenwordt een Ladder voor duurzameverstedelijking ge?ntroduceerd. Datbetekent: eerst kijken of er vraag isnaar een bepaalde nieuwe ontwikke-ling, vervolgens kijken of het bestaandestedelijk gebied of bestaande bebou-wing kan worden hergebruikt en mochtnieuwbouw echt nodig zijn, dan altijdzorgen voor een optimale inpassing enbereikbaarheid.Roer omHet roer moet om in de gebiedsontwik-keling. De daadwerkelijke vraag vanbewoners, bedrijven en organisatieswordt daarin leidend. Minder grote,complexe plannen die alomvattend deontwikkeling van gebieden steunen,maar meer ontwikkelingen die binneno 100 kmNS+RO 2011/05 17Thema SVIRHeldere ordeningHet Rijk snoeit verder in het woud vanprocedures en brengt eenheid in hetstelsel van regels voor infrastructuur,water, wonen, milieu, natuur enmonumenten. Met eenvoudige regelskan ons land jaarlijks vele miljoeneneuro's besparen en kan de besluitvor-ming worden versneld.Rol RijkDe keuze om meer over te laten aanprovincies en gemeenten betekent datde nationale bemoeienis bij een aantalonderwerpen inderdaad afneemt. Overonderwerpen die het Rijk loslaat, bevatde SVIR ook geen vrijblijvende, compro-misachtige beleidsteksten. Dus, geenmooie toekomstbeelden voor hetprachtige landschap of hoe de inrich-ting van steden in 2040 zou kunnen zijn.Maar dat wil niet zeggen dat er geenruimtelijke ordening op nationaalniveau meer is. De SVIR benoemt denationale ruimtelijk doelen, belangen enacties bij die onderwerpen die niet aananderen overgelaten kunnen worden, ofvan cruciaal belang zijn voor het land.Het Rijk richt zich op het versterkenvan de internationale positie vanNederland en het behartigen van debelangen voor Nederland als geheel.Centraal staat het nationale belang bijeen excellent vestigingsklimaat instedelijke regio's die voor het functio-neren van de nationale economiecruciaal zijn. Zo neemt het Rijkverantwoordelijkheid voor de ontslui-ting van deze stedelijke gebieden en hetfunctioneren van nationale netwerken.Het gaat dan om het vervoer vanpersonen en goederen over de weg, hetspoor, het water en door de lucht, maarook het transport van (gevaarlijke)stoffen door buisleidingen en deopwekking en transport van elektrici-teit. Stuk voor stuk levensaders vooreconomische ontwikkeling, waar deSVIR ambitieuze doelen voor formu-leert. Zo worden er keuzes gemaakt dieop het gebied van mobiliteit degebruiker meer centraal stellen.Het Rijk neemt daarbij verantwoorde-lijkheid voor randvoorwaarden opnationale schaal op het gebied vanveiligheid, gezondheid en leefbaarheid.Ook waterveiligheid en milieukwaliteit(lucht, geluid, bodem, water en externeveiligheid) horen daarbij, evenals debescherming van ons werelderfgoed(zoals de Waddenzee en de NieuweHollandse Waterlinie). De invulling vanconcrete en samenhangende gebieds-ontwikkelingen wordt meer overgela-ten aan provincies en gemeenten. Zijbeschikken ook over de kennis om datsamenhangend en goed te doen.De SVIR is inderdaad selectiever daneerdere nota's, maar is mede daardoorhelderder in waar het Rijk voor staat.Het Rijk kan en wil niet meer overal aantafel zitten. Daarom is de SVIR ookrelatief dun, overzichtelijk en naar mijnverwachting effectiever in de sturing.Er is afgebakend waar het Rijk van is ener is compleet opgenomen hoe het Rijkdat gaat realiseren. Het Rijk laatwellicht dingen los, maar bij de dingenwaar het over blijft gaan, zal het dieverantwoordelijkheid ook daadwerke-lijk nemen. Op de onderdelen die w?l inde SVIR staan, zie ik de rijksrol dekomende jaren juist sterker worden.Daarbij investeren we tot 2028 nogaltijd ruim zeven miljard per jaar in debereikbaarheid.Grote opgavenDe SVIR bevat weinig (nationale)projecten die niet al in het vizier waren.Dat is voor sommigen wellicht teleur-stellend. Desalniettemin staan we ookop nationaal niveau voor omvangrijkeopgaven, die zeer bepalend zijn voor deruimtelijke inrichting van ons land.Neem de opgave om door windenergieop land bij te dragen aan een duurza-mer energievoorziening. Dat gaat omgrote landschappelijke ingrepen. Of derealisatie van het deltaprogramma endaarmee cre?ren van synergie voornatuurontwikkeling en recreatie (enmisschien ook wel energieopwekking).Ook het goed functioneren van deinfrastructuur in samenhang met denog grote verstedelijkingsopgaven in deNoordvleugel van de Randstad iscomplex en bepalend voor de inrichtingvan ons land.Het Rijk zal deze grote opgavendaadkrachtig oppakken en bij zaken vannationaal belang ook zijn verantwoor-delijkheid nemen (Schaalsprong Almere,Zuidas, Bereikbaarheid Rotterdam,Schiphol, Eindhoven). Ik ga ervan uit datprovincies en gemeenten dat ook zullendoen op die onderwerpen die nu aanhen worden gelaten. Natuurlijk rakendie onderwerpen in ruimtelijke zinletterlijk aan elkaar. De onderlingeafstemming via de bestuurlijkeoverleggen in het kader van hetMeerjarenprogramma Infrastructuur,Ruimte en Transport (MIRT) handhavenwe. In dat verband zullen we tenaanzien van de stedelijke regio's, dievoor de nationale economie van belangzijn, ook wederzijdse acties afsprekenen afstemmen ter versterking van hetvestigingsklimaat. Ik ga ervan uit datde provinciale en lokale democratie?ndezelfde lijn kiezen en dat zij ervoorzullen zorgen dat degenen die hetuiteindelijk aangaat, burgers en bedrij-ven, steeds centraler komen te staan.Krachtig verderKortom, de SVIR zet de decentralesturingsfilosofie vanuit de Nota Ruimtekrachtig verder door, geeft antwoordenop de (deels nieuwe) problemen vanvandaag en morgen en geeft nieuweimpulsen aan de vereenvoudiging vande wet- en regelgeving. Daarbij wordter via de investeringsbrief mobiliteit enwater ook boter bij de vis geleverd. Grote infrastructuurprojecten en verstedelijkingsopgaven blekenvaak moeilijk op elkaar af te stemmen. Met de Ontwerp StructuurvisieInfrastructuur en Ruimte (SVIR) worden de beleidsterreinen mobiliteit enruimte voor het eerst in ??n nationale nota samengebracht.Volgens Rienk Kuiper en David Evers kan dit een belangrijke meerwaardeopleveren.1Maar benut de SVIR die kansen ook?Samenvoeging of integratie?nabijheid reissnelheid bereikbaarheidRienk KuiperPlanbureau voor de LeefomgevingRienk.Kuiper@pbl.nlDavid EversPlanbureau voor de LeefomgevingDavid.Evers@pbl.nl18 2011/05 S+ROThema SVIRSamenvoeging ofintegratie?De Structuurvisie Infrastructuur enRuimte (SVIR) van het nieuwe ministe-rie van Infrastructuur en Milieu (I&M)vervangt een aantal oude rijksnota's,onder andere de Nota Ruimte en deNota Mobiliteit. In het verlengde vanhet regeerakkoord wordt een zwaarinhoudelijk accent gelegd op hetstimuleren van economische groei, enbestuurlijk op decentralisatie en dere-gulering. Het Rijk beperkt zich daarbijtot een aantal thema's van nationaalbelang, zoals infrastructuur, veiligheidtegen hoog water en een afgeslanktnatuurbeleid. De stedelijke regio'sAmsterdam, Rotterdam en Eindhovenkrijgen van het Rijk vanaf 2020 priori-teit bij investeringen in infrastructuur.Daarnaast worden enkele nieuwe be-leidsconcepten gelanceerd: een nieuweBereikbaarheidsindicator en een Lad-der voor duurzame verstedelijking.Index (landelijk = 100)20 140120100806040Minder restrictiefTen opzichte van de Nota Ruimte is deSVIR veel minder restrictief, zie tabel1 op pagina 21. Met het vervallen vanbeleidscategorie?n als de NationaleLandschappen, de Rijksbufferzones, degebieden voor Recreatie om de Stad ende Robuuste Verbindingszones, stelt hetRijk in deze gebieden minder randvoor-waarden aan verstedelijking. >>S+RO 2011/05 19Thema SVIRSamenvoeging ofintegratie?deels het gevolg van de werkgele-genheidsverdeling over ons land en inveel mindere mate van de verschillenin rijsnelheid. Bron: PBL, RuimtelijkeVerkenningen, Den Haag, 2011Figuur 1 ? De bereikbaarheid vanwerkgelegenheid ? het aantal banendat bereikt kan worden binnen eenacceptabele reistijd ? is in ons landhet hoogst in de grootstedelijkeregio's in de Randstad. Dit is groten-Dat geldt ook voor gebieden die na deherijking geen deel meer zullen uitma-ken van de Ecologische Hoofdstructuur(EHS). Ook stelt het Rijk geen doelenmeer voor bundeling en verdichtingvan verstedelijking en voert het geenlocatiebeleid meer voor bedrijven envoorzieningen. Tot welke ruimtelijkeontwikkelingen deze keuzes zullenleiden, hangt uiteraard af van watprovincies en gemeenten in de praktijknaar aanleiding van de SVIR gaan doen.Waarschijnlijk zal het beleid perprovincie meer uiteen gaan lopen. Pro-vincies kunnen bijvoorbeeld hun beleidongewijzigd laten, of zelfs restrictievermaken. Als provincies en gemeentenechter in navolging van het Rijk hunbeleid minder restrictief zouden ma-ken, dan is het waarschijnlijk dat eengroter deel van de vraag naar wonenen werken in de Randstad zelf terechtzal komen. Binnen de Randstad zaldit mogelijk samengaan met minderverdichting en herstructurering in be-staand stedelijk gebied, en een relatiefsterkere groei van de suburbane gebie-den. Berekeningen van het Planbureauvoor de Leefomgeving (PBL) laten ziendat de verschuiving van ontwikkelin-gen vanuit de Randstad naar Flevolanden Gelderland hierdoor wordt vermin-derd, en de krimp in krimpregio's wordtversterkt.2Er vervalt niet alleen beleid in de SVIR;er komt ook nieuw beleid bij. En erworden, zoals eerder gezegd, tweenieuwe instrumenten voorgesteld: deBereikbaarheidsindicator en de Laddervoor duurzame verstedelijking.BereikbaarheidsindicatorBereikbaarheid wordt volgens denieuwe indicator bepaald `aan de handvan de moeite (als gevolg van files,omrijden, andere vertragingen) diehet gemiddeld per kilometer kost omeen gebied te bereiken. De indicatordoet dit op basis van de totale reis,waarbij de omvang en economischewaarde van de mobiliteitsstromen dekern van de indicator vormen.'3Metdeze nieuwe aanpak worden verschil-lende vervoerswijzen voor het eerstintegraal benaderd. Voordeel hiervan isdat het eenvoudiger wordt om oplos-singen te vinden voor bereikbaarheids-problemen. Een ander voordeel is dater ook naar het economisch belang vanvervoersstromen en gebieden wordtgekeken. Dat biedt perspectief om ookdaadwerkelijk rekening te houden metwaar potentieel veel baten te behalenzijn bij een bereikbaarheidsverbetering.Door deze bereikbaarheidsindicatorte combineren met de uitkomsten vande knelpuntenanalyse in de NationaleMarkt en Capaciteitsanalyse, wil hetkabinet een goed zicht krijgen op degebieden waar tot 2028 investeringennodig zijn.Er zijn ook wat aandachtspunten tenoemen bij (de verdere uitwerking van)deze indicator. Deze geeft bijvoorbeeldgeen inzicht of bereikbaarheidsver-beteringen kosteneffici?nt zijn. Hetkan blijken dat elders tegen geringerekosten ook interessante baten behaaldkunnen worden. Naast het economischbelang van de vervoersstroom is hetook belangrijk om de kwaliteit vande verbindingen te weten. Een lagegemiddelde snelheid kan een gevolgzijn van gebrekkige verbindingen. Hetkan echter ook wijzen op korte ver-plaatsingsafstanden. In dat geval is debereikbaarheid juist goed: nabijheid isimmers een belangrijke componentvan bereikbaarheid.Ladder voor duurzameverstedelijkingDe SVIR stelt dat het Rijk verantwoor-delijk blijft voor een goed systeem vanruimtelijke ordening. Hiertoe wordt hetBesluit ruimtelijke ordening (Bro) aan-gevuld met regels voor duurzame ver-stedelijking. Deze regels houden in datbij vaststelling van een bestemmingsplanof vergelijkbaar ruimtelijk plan wordtgemotiveerd dat een zorgvuldige afwe-ging is gemaakt in het ruimtegebruik.Specifiek wordt de toepassing van deSER-ladder op alleen bedrijventerreinenverbreed tot alle vormen van verstedelij-king. De stappen van de ladder betreffenachtereenvolgens:? Een beoordeling of de beoogde ont-wikkeling voorziet in een regionalevraag;? een beoordeling of deze vraag ookbinnen bestaand bebouwd gebiedgerealiseerd kan worden;? en een beoordeling of ? indien hetvoorgaande niet het geval is ? delocatie buiten bestaand bebouwd ge-bied wel multimodaal is of ontslotenkan worden.3De verbreding van de SER-ladder onder-vangt een aantal potenti?le bezwarenvan de huidige beperkte toepassing. DeSER-ladder stuurt op dit moment opmeer herstructurering van oude bedrij-venterreinen en op minder aanleg vannieuwe terreinen. Dat kan ertoe leidendat oude bedrijventerreinen die zichheel goed zouden lenen voor wonen,toch opnieuw voor bedrijven wordeningericht. Zo kan een strikte toepas-sing van de SER-ladder in zijn huidigesectorale vorm een grotere menging vanwonen en werken in de weg staan.Hier passen wel enkele kanttekeningen.De derde stap van de Ladder voor duur-zame verstedelijking voorziet bijvoor-beeld in een beoordeling van de vraagof de locatie ? wanneer die toch buitenbestaand bebouwd ontwikkeld moetworden ? wel multimodaal ontsloten isof kan worden. De huidige praktijk laatechter zien dat multimodale werkloca-ties vooral per auto worden bezocht.Ontwikkeling van multimodale werk-locaties in de stadsrand, in combina-tie met nieuwe woonlocaties op ietsgrotere afstand van de stad, betekenteen extra belasting van de wegen die nual het zwaarst belast worden. Bewonersvan stadscentra in de Randstad gebrui-ken zwaar belaste wegen tot vijfmaalzo weinig als bewoners van gebieden optwintig kilometer van de stadscentra.Op A-locaties (rond de grote stations) >>20 2011/05 S+ROThema SVIRSamenvoeging ofintegratie?Verschil Nota RuimteNota MobiliteitStructuurvisieInfrastructuur en RuimteRuimtelijk-economischestructuurBundelingsbeleidVerdichtingsbeleidLocatiebeleid voor bedrijvenen voorzieningenStedelijke netwerkenBasiskwaliteitStedelijke herstructureringRijksbufferzones, Recreatieom de stadConcentratie intensievelandbouwTopsectorenDrie stedelijke regio'sLadder voor duurzameverstedelijkingOlympische SpelenMobiliteitskwaliteit KnelpuntenbenaderingSectoraal vervoerssysteemstaat centraalKilometerhef ingLocatiebeleidPrioritaire regio's enachterlandverbindingenBereikbaarheidsindicatorDunbevolkte gebiedengeen traditioneel OVGezonde en veiligeleefomgevingEHSNationale LandschappenWerelderfgoedSpeci ieke aandacht voorNoordzee, Waddenzeeen IJsselmeerHerijkte EHSWerelderfgoedGroen - blauwe dooraderingAanpak eninstrumentenAmvB RuimteLadder duurzameverstedelijking in BroAlleen selectief toezichtachteraf op doorwerkingnationale belangenSER ladder voor bedrijven-terreinenHandhaving doorwerking inbestemmingsplannenTabel 1Belangrijkste verschillen tussen Nota Ruimte / Nota Mobiliteit en Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR).S+RO 2011/05 21Thema SVIRSamenvoeging ofintegratie?draagt de ontwikkeling van werklo-caties wel bij aan het gebruik van hetopenbaar vervoer. Hier is het autoge-bruik onder werknemers minder dan dehelft en het openbaarvervoergebruikbijna viermaal zo hoog als op snelweg-locaties.4Ook de doorwerking van de Ladder voorduurzame verstedelijking roept vragenop. De SVIR maakt niet duidelijk welkeacties het Rijk onderneemt als de lad-der ? gedefinieerd als instrument voorhet nationale belang van zorgvuldigruimtegebruik ? onvoldoende wordttoegepast. Wanneer gemeenten deladder niet volgen, en burgers, Rijk ofprovincie geen actie ondernemen, zalzorgvuldig ruimtegebruik wellicht niettot stand komen.Doorwerken en handhavenDe spanning tussen nationale belan-gen en de inzet van instrumentenkeert vaker terug in de SVIR. Derijksoverheid heeft in het kader vande Wet ruimtelijke ordening (Wro)in principe voldoende juridischemiddelen ter beschikking om ervoorte zorgen dat nationale ruimtelijkebelangen goed doorwerken in hetbeleid van de andere overheden. DeSVIR geeft aan dat het Rijk er op basisvan vertrouwen in medeoverhedenvan uit kan gaan dat de nationaleruimtelijke belangen die via wet- enregelgeving worden opgedragen aanandere overheden ook worden nage-leefd. Waar de Algemene Maatregelvan Bestuur (AMvB) Ruimte bepalin-gen bevat gericht op gemeentelijkeAutobestuurderAutopassagierOpenbaar vervoerLopen / ietsenAutobestuurderAutopassagierOpenbaar vervoerLopen / fietsenAfgelegde afstand in km.Vervoerswijze per type werklocatie in de Randstad, 2001Omgeving grote stations (A-locatie) Nabij snelweg en redelijkopenbaar vervoer (B-locatie)bestemmingsplannen, gaat het Rijkervan uit dat deze doorwerking krijgen.Het Rijk zal de bestemmingsplannendan ook niet (tijdens de vaststellings-procedure) toetsen op een correctedoorwerking van nationale ruimtelijkebelangen, tenzij het Rijk een rol heeftals weg- of waterbeheerder of eigenaarvan defensieterreinen. Wel zal het Rijkvolgens de SVIR, door middel van sys-teem- of themagerichte onderzoekenachteraf, nagaan of bestemmingsplan-nen aan nationale wet- en regelgevingvoldoen. Dit vertrouwen in automa-tische doorwerking van nationalebelangen in plannen van provincies engemeenten houdt, gezien de huidigepraktijk, risico's in. Vooral bij kleinegemeenten is er onvoldoende prioriteit,capaciteit en/of kennis om het ruimte-lijk relevante beleid te waarborgen.5De0 2 4 60 2 4 60 2 4 60 2 4 60 2 4 60 2 4 60 2 4 6 8 10 120 2 4 6 8 10 120 2 4 6 8 10 1222 2011/05 S+ROThema SVIRSamenvoeging ofintegratie?ruimtelijke structuur en Flankerendbeleid. De effecten van beleidsstrate-gie?n, Planbureau voor de Leefomge-ving, Den Haag, 2009Figuur 2 ? Multimodale (B-)werklo-caties kennen een hoog autogebruik.Bron: Hilbers, H.; Coevering, P. van deen Van Hoorn, A., Openbaar vervoer,Snelweglocaties (C-locatie)kans bestaat dat een aantal nationaleruimtelijke belangen niet goed door-werkt op regionaal of gemeentelijkniveau, terwijl de rijksoverheid overonvoldoende informatie beschikt om denaleving van de belangen te handhaven.Niet vanzelfsprekendDe SVIR biedt met de nieuwe Bereik-baarheidsindicator en de Ladder voorduurzame verstedelijking belangrijkevoorwaarden voor een betere afstem-ming tussen infrastructuur en verste-delijking. Een goede afstemming tusseninfrastructuur en verstedelijking isechter niet vanzelfsprekend; de praktijkzal moeten uitwijzen in hoeverre dekansen voor een betere afstemmingdaadwerkelijk worden benut. In elkgeval zal veel afhangen van de wijzewaarop de provincies het beleid van deSVIR zullen laten doorwerken in huneigen omgevingsbeleid. Noten1 In dit artikel bespreken de auteurs deafstemming tussen de beleidsterreinenmobiliteit en ruimte. Hierbij makenzij gebruik van de Ex-ante evaluatieStructuurvisie Infrastructuur enRuimte, die het Planbureau voor deLeefomgeving (PBL) heeft opgesteldop verzoek van het ministerie van I&M:PBL, Ex-ante evaluatie StructuurvisieInfrastructuur en Ruimte. Den Haag,2011.2 PBL, Ruimtelijke verkenningen, DenHaag, 2011.3 Ministerie van I&M, StructuurvisieInfrastructuur en Ruimte, Den Haag,2011.4 Hilbers, H.; Coevering, P. van de en VanHoorn, A., Openbaar vervoer, ruimtelijkestructuur en Flankerend beleid. Deeffecten van beleidsstrategie?n,Planbureau voor de Leefomgeving, DenHaag, 2009.5 Commissie Herziening HandhavingVROM-regelgeving, De tijd is rijp, DenHaag, 2008. En: Ministerie van I&M,Zicht op structuurvisies. Het gebruikvan gemeentelijke structuurvisies,VROM-Inspectie, Den Haag, 2011.8 10 128 10 128 10 128 10 128 10 128 10 120 2 4 6 8 10 120 2 4 6 8 10 12S+RO 2011/05 23Thema SVIRSamenvoeging ofintegratie?Tops24 2011/05 S+ROThema SVIRZeven agendapuntenJeroen SarisDe Stad bvj.saris@destadbv.nlJaap ModderHoofdredacteur S+ROop heT werEen netwerk van stedelijke regio's, daar zou het volgens Jeroen Saris en Jaap Modderom moeten draaien in de ruimtelijke ordening. Metropoolvorming is essentieel omons land op een volwaardige manier mee te laten spelen in de wereldeconomie,waar kennis, technologie en cultuur steeds belangrijker worden. De OntwerpStructuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat in hun ogen daarvoor geenenkel ruimtelijk concept. Daarom komen ze zelf met zeven agendapunten.pElErS+RO 2011/05 25Thema SVIRZeven agendapuntenBreda, maart 2011. Doodlopende wegnaast het enorme geluidsschermvan de HSL-spoorlijn. Foto: MischaKeijser/HHHet kabinet Rutte wil Nederlandconcurrerend, bereikbaar, leefbaar enveilig maken. Vier belangrijke doelstel-lingen waar het Rijk de steden en regio'sbij nodig heeft. Minister Schultz noemtin de Structuurvisie Infrastructuur enRuimte (SVIR) de stedelijke regio's vanAmsterdam, Rotterdam en EindhovenEldTonEElvan nationaal belang. Met deze regio'swil het Rijk wel afspraken maken maaralleen over de verstedelijking. Voor deoverige regio's geldt dat `(...) deafstemming en uitvoering van deverstedelijking wordt overgelaten aan(samenwerkende) gemeenten binnenprovinciale kaders.'Tegen de voorjaarsopruiming in deruimtelijke ordening is geen bezwaar,maar in de SVIR ontbreekt elk ruimtelijkconcept. Als het kabinet Nederlandconcurrerend wil maken en wil latenbehoren tot de top twintig van dewereld, is het zaak de metropoolvor-ming en het daar omheen liggende >>26 2011/05 S+ROThema SVIRZeven agendapuntenGreenportZuidasStad van internationaal recht,vrede en veiligheidHSL /ICE stationOverige luchthaven van nationalebetekenisZeehaven van nationaal belangBinnenhaven van nationaal belang(Inter)nationale bereikbaarheid vanstedelijke regio's met topsectorenBron: SVIR, Ministerie van I&M, 2011Stedelijke regio met topsectorenMainport SchipholMainport RotterdamBrainport Zuidoost-Nederlandnetwerk van stedelijke regio's alsuitgangspunt te kiezen. Uit alleanalyses, zowel nationaal van het CPB,PBL, de Atlas van Nederlandse Gemeen-ten, als internationaal van wetenschap-pers als Glaeser en Florida blijkt datsteden en stedelijke regio's essentieelzijn voor de kenniseconomie. Demondiale positie van Nederland wordtbepaald door de mate waarin demetropoolregio Amsterdam in staatwordt gesteld zich te ontwikkelen tottopspeler op het wereldtoneel en tottrekker van het hele stedelijke netwerkvan het land. Dat vereist meer autono-mie en meer investeringskracht voor demetropoolregio en een programmavoor het netwerk van stedelijke regio'swaarmee de aansluiting bij de interna-tionale top van de kenniseconomie kanworden behouden. Hierbij een voorstel:zeven agendapunten voor de toekomstvan Nederland.Snelle kennisdragersIn de wereld van 2030 zullen kennis,technologie en cultuur de voornaamstebijdrage van Europa aan de wereldeco-nomie zijn. Tussen de Europese grotesteden, de kenniscentra, de technologi-sche campussen, bedrijven en resear-chcentra zal een druk verkeer bestaan.De data kunnen digitaal verstuurdworden, maar de kennisdragers en deknappe koppen die nodig zijn om dekennis te produceren zullen hetvliegtuig of een hogesnelheidstreinnemen. Verwacht mag worden dat dehogesnelheidstrein het zal winnen bijde kennisdragers: sneller en comforta-beler en geen lange wachttijden,controles, hinderlijk toeristenverkeer.Het hogesnelheidsnet in Europaontwikkelt zich snel vanuit de hoofd-steden van de grote landen. Voor 2030zullen tussen belangrijke centra van deEuropese Unie tweede- en derdegene-raties snelle treinen rijden metsnelheden van vijfhonderd kilometerper uur (en meer) ? zoals nu al in Chinabereikt worden. Een ritje Amsterdam-Berlijn zou dan in anderhalf uur gepieptkunnen zijn. Daardoor zou een nieuwtype Europese stedelijkheid ontstaan,niet zoals in Azi? waar tientallenmiljoenen mensen in megacitiesworden samengepakt, maar door degrote variatie aan gespecialiseerdestedelijke centra, campussen enculturele iconen met elkaar te verbin-den. Helaas, in de ochtend van Amster-dam naar Frankfurt, vandaar voor eenbespreking naar Parijs en 's avonds voorde Modebi?nnale naar Arnhem zit erniet in, want Nederland speelt in ditHSL-netwerk geen rol van betekenis.Ons land boemelt al decennia achteraanmet ??n intussen achterhaaldehogesnelheidslijn van Parijs naar hetperifere station Terminus Amsterdam.Voor de komende tien jaar zouden wekunnen beginnen met de voorbereidin-gen voor vier hogesnelheidslijnentussen economische prioriteitzones ende omliggende Europese regio's: deA2-zone van Amsterdam naar Eindho-ven, K?ln en Luik; en de Oostlijn vanSchiphol, via Arnhem naar Frankfurt;een derde van Rotterdam, Arnhem naarDuisburg en tot slot van Amsterdam viaNoord-Nederland naar Hamburg enScandinavi?. Dat is het eerste agenda-punt voor het Rijk.Regionale kenniseconomieVanuit de satelliet bekeken is deRijn-Schelde-Delta (Antwerpen-Am-sterdam-K?ln) met 45 miljoen inwonershet meest verstedelijkt gebied vanEuropa. Volgens Richard Florida is demegaregio inclusief Hamburg (samenzestig miljoen inwoners) de vierde regioop de wereldranglijst gemeten in BrutoRegionaal Product. Binnen dezemegaregio zijn de regio's Arnhem-Nij-megen met Wageningen, Twente enVoornaamste achterlandverbindingen(Inter)nationaal hoofdwegennet(Inter)nationaal hoofdvaarwegennet(Inter)nationaal spoorwegennetHogesnelheidslijnSpoor met variabele snelheidOverig (inter)nationaal spoorwegennetGoederenspoorVereenvoudigde topografieo 50 kmNS+RO 2011/05 27Thema SVIRZeven agendapunteninfrastructurelemaatregelenvolgens ProgrammaHoogfrequent SpoorvervoerIn studie zijnde alternatievegoederenroutering in kadervanProgramma HoogfrequentSpoorvervoerVereenvoudigde topografieLandelijk spoorwegennet. Bron:SVIR, Ministerie van I&M, 2011Bestaand spoorwegennetRuimtelijke reserveringenNieuwe verbindingUitbreiding/ intensiveringPlanstudiegebied intensive-ringen treindienst enZuidoost-Brabant (Eindhoven-Venlo)strategisch gelegen in het middenge-bied tussen drie metropolen. Daar ligthet hart van de technologische ensociale innovatie. De titel Brainport,waarmee de regio Zuidoost-Brabantzich tooit, is goed gekozen. In ditgebied, waar de helft van de Neder-landse R&D wordt verzorgd, zijn meerhersens altijd welkom. De kwaliteit vande middelgrote stedelijke regio'sbestaat uit een variatie aan gerenom-meerde kennisinstellingen, technologi-sche instituten en kunst- en cultuurop-leidingen in combinatie met een hogekwaliteit van bestaan. Het landschap,de rivieren, heuvels en bossen en decultuur maken het leven aangenaam. Inde luwte tussen de drie metropolen ishet prettig werken en leven. Uit dekweekvijvers van nu zullen straksconcentraties van toptalenten uit helewereld ontstaan die hier tijdelijk ofdefinitief hun domicilie kiezen voorresearch of studie. Om het middenge-bied te laten floreren als kennis- eninnovatieregio binnen Europa zijn groteinvesteringen nodig in kennisinstellin-gen, campus en onderwijs op alleniveaus. De minister zou gelijk hebbendat het lokale bestuur zelf zou kunnenzorgen voor de stedelijke kwaliteit,cultuur en de landschappelijke omge-ving om daarmee een excellentvestigingsklimaat te scheppen, als deregio's ook over de investeringscapaci-teit zouden beschikken. Decentralisatievraagt om een relatie tussen investe-ring en opbrengst en vrije keuze in debesteding. Het tweede agendapuntvoor het Rijk: de kweekvijvers van dekenniseconomie te ondersteunen meteen krachtig R&D-beleid en de regio'sgoed aan te sluiten op Europa. Samen-spel tussen de stedelijke regio's en hetRijk is het sleutelwoord voor succes.Het derde agendapunt luidt: eengeco?rdineerd investeringsbeleid in deregionale kenniseconomie.Lokroep van het oostenDe ruimtelijke ontwikkeling in dezuidelijke metropool kan veel baathebben bij een oostelijke ontsluiting.Een vernieuwde ori?ntatie op Noord-rijn-Westfalen is kansrijk. De regiolevert ondanks de Rotterdamse havente weinig toegevoegde waarde. Hetresultaat is zichtbaar op zuid: eenachterblijvende economische groei,armoede en werkloosheid. In hetRuhrgebied begint herstel zichtbaar teworden. De industri?
Reacties