Uitgave vanBrainportEindhovEnInnovatie,innovatie,innovatie>Maniervandenken>BrightCity>Icoonvaneenslimmeregio>Moneyshot>Nieuwegeneratie>Echtetrendbreuk>Daarwordtn?aangewerkt>BrainportEindhovEnInnovatie,innovatie,innovatie>Maniervandenken>BrightCity>Icoonvaneenslimmeregio>Moneyshot>Nieuwegeneratie>Echtetrendbreuk>Daarwordtn?aangewerkt>Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening | 06 2011BEDANKTHet Nirov bedankt alledeelnemers en sponsorenvan de Dag van de Ruimte 2011voor hun inbreng en bijdrage.Graag tot volgend jaar!VOOR FOTO'S EN IMPRESSIESZIE WWW.DAGVANDERUIMTE.NL`De?chtedoe-het-zelfinitiatievenwordennietdooroverhedenenbeleidsmakersbedachtvoorburgers,maarwordendoormensenzelfopge?ist.'Stedenbouw + Ruimtelijke Ordening, 92e jaargang, nummer6, december2011.S+RO is een onafhankelijk tijdschrift vooriedereen die actief is in het veldvan de stedenbouw en ruimtelijke ordening. Het blad verschijnt zes keerperjaar.Redactie: Lianne van Duinen, recensieredacteurlianne.vanduinen@rli.nlArjan Harbers, arjan@topotronic.nl,Jaap Modder, hoofdredacteurmodder@destadsregio.nlWies Sanders, wies@urbanunlimited.nlMaurits Schaafsma, schaafsma_m@schiphol.nlIris Schutten, info@irisschutten.netDeniseVrolijk, eindredacteurvrolijk@nirov.nlHelen van Kan-Kokshoorn, redactiesecretariaat kan@nirov.nlOntwerp en art direction: KismanVerhaak, AmsterdamRichtlijnen voor auteurs: Deredactieontvangtgraagkopij,zievoorrichtlijnen: www.s-ro.nlUitgever: Nederlands Instituut voorRuimtelijkeOrdening enVolkshuisvesting (Nirov)Redactieadres: Postbus 30833, 2500GV Den Haag,T +31 (0)70 302 84 48, E sro@nirov.nl, www.s-ro.nlAbonnement: Kosten 90,-- perjaar, studenten betalen 45,-- perjaar. Losse nummers zijnvia www.s-ro.nl te bestellen voor 21,50 ( 16,50 Nirov-leden). Alle prijzen zijn excl. 6% BTW.Abonnementen worden automatisch verlengd, opzegging schriftelijk tot uiterlijk 1 decembervanhet lopende abonnementsjaar. www.nirov.nl/aboAbonnementenadministratie: Annemiek Nieuwenhuis,T +31 (0)70 302 84 18, E info@nirov.nlAdvertenties: Nirov, Martin de Heer,T +31 (0)70 302 84 49, E heer@nirov.nlDrukwerkproductie: Platform P, RotterdamAuteurs- en beeldrechten: Aan deze uitgave is de uiterste zorg besteed; vooronvolledige/onjuisteinformatie aanvaarden auteur(s), redactie en uitgevergeen aansprakelijkheid.Overname van artikelen is toegestaan, mits voorzien van bronvermelding. ISSN-1384-6531INTRO3 HoofdredactioneelJaap Modder4 NabeeldNEO-LOCALISM/NEO-GLOBALISMElma van Boxel enKristian Koreman6 ColumnMoneyshotLucasVerweij8 Q+AHenri Lenferink,burgemeester van Leidenen voorzitter NirovSterk merk `sinds 1917'Anne Luijten10 ColumnEchte trendbreukSjors deVriesTHEMA:BRAINPORT EINDHOVEN12 Brainport EindhovenArjan Harbers enDenise Vrolijk14 Glanzende scherven ineen zee van groenJoks Janssen22 Manier van denkenWim van de Donk26 Innovatie, innovatie,innovatieAdri Duivesteijn28 Een goed plan voorEindhovenJohn K?rmeling32 All brains on deck!Jeroen Saris38 Bright CityJan Fokkema40 Icoon van eenslimme regioPieter van Ree44 (B)RainmanWies SandersHET VELD46 Daar wordt n? aangewerktHans van der Cammen50 Nieuwe generatie: terugnaar de dagelijkseleefomgevingAnne Luijten58 Stad en land: te schralegrondslag voorverstedelijkingsbeleidPeter NoordanusRECENSIES64 Infinite CityWies SandersRuimtelijke Ontwikkelingin DrievoudMaaike GalleGroot Apeldoorns land-schapskookboekJohan MeeusOver Holland 10/11Hans Renes70 Bovenste plankLianne van DuinenNirov72 Nirov Agenda73 Nirov Nieuws77 Het NetwerkAdviseurs in ruimtelijkeontwikkeling en omge-vingskwaliteitONS IDEEWij geloven niet in het sprookje van een idee dat uithet niets komt. Een goed idee kiemt en groeit uit eenvruchtbare voedingsbodem. Deze kun je maken. Door tedoen, te proberen en vooral door te delen met anderen.Wij zijn op zoek naarOndernemende en creatieve mensen die met ons idee?nwillen ontwikkelen, uitwerken, uitproberen en uitvoeren.Innovatieve idee?n die zorgen voor een betere leefomgeving,nu en in de toekomst.Meer weten?Kijk op www.beeckk.nl onder activiteitenof scan de QR-code met je SmartphoneGEZOCHTOnze plek is het Klokgebouw in Eindhoven, een creatieve en inspirerende omgevingANNOUNCEMENT2-DAY WINTER SCHOOL ON URBAN CLUSTER POLICIES19-20 JANUARY 2012, AMSTERDAM, THE NETHERLANDSCREATING TOMORROWTo boost their local knowledge economy, cities and regions all over Europe are looking to support innovationpoles and clusters. This Winter School is the perfect opportunity for policymakers and cluster managers toget the latest updates and insights about how to successfully design cluster policies, in an attractive setting.For full programme details, speakers and presentations see: www.carem.hva.nl.Admission fee: 499,-Venue: OBA, the Central Public Library,a new landmark in Amsterdam.Subscription: Please send an email toLucy Kerstens,Coordinator CAREM,l.kerstens@hva.nl,phone: +31 (0)6 21 15 61 31.Closing date: 22nd December 2011S+RO 2011/06 3IntroHoofdredactioneelJaap ModderHoofdredacteur S+ROOrka MorganOoit was ik op bezoek bij een staatssecretaris vanLNV. Ons gesprek werd onderbroken door een ner-veuze ambtenaar in de deuropening. Er was een metHIV besmette papegaai ontsnapt uit de quarantaineafdeling van Schiphol. Voor de deur van het departe-ment stond een televisieploeg, om de staatssecretariste bevragen over dit incident. We dachten dat het eengrap was. Inmiddels zijn we eraan gewend geraakt. Ditis serieus. De hele Kamer komt tegenwoordig bijeenom te debatteren over de vraag waar orka Morgannaartoe moet. Over al die weggelopen beesten hoevenwe ons dus geen zorgen te maken. Maar de vraag isof de andere dingen die van belang zijn wel de aan-dacht krijgen die ze verdienen. Neem die miljard eurobelastinggeld die bij het UWV de sloot in ging omdatmen daar kennelijk niet heeft opgelet bij het inkopenvan ICT-diensten. Dan doen de waterschappen hetnog heel netjes. Zij smijten maar 25 miljoen euro overde balk als gevolg van een mislukt automatiserings-project. De hele overheid verspilt jaarlijks vier ? vijfmiljard euro aan automatiseringsprojecten die jam-merlijk mislukken. Dat is nog eens wat anders dan devraag wat te doen met orka Morgan.Maar het is nog erger. Er lijkt bij dit soort `mega-inci-denten' in het publieke domein ook nauwelijks meereen relatie te bestaan tussen prestaties van publiekebedrijven en de politiek bestuurlijke besluiten diemen over de bedrijven neemt. Neem NS. Die haalden,samen met de KLM, als een stelletje cowboys de HSLZuid-concessie binnen door een bedrag te bieden datalle concurrentie meteen van tafel blies en qua prijsvolslagen over de rand was. Nu moet de overheidopdraaien voor de schade en dat kost de belastingbe-taler een miljard euro. Maar intussen krijgen de NS dehoofdprijs, te weten de concessie voor het spoor vanaf2015. Ander voorbeeld, maar dan andersom. De zevenstadsregio's zijn, als het gaat om hun OV-taken, doorde rijksoverheid zo'n beetje elke paar jaar ge?valueerdop hun prestaties en overhead. De overhead is ex-treem laag voor overheidsland en qua prestaties is ergeen enkel misverstand, ze doen het prima. Maar deTweede Kamer vindt dat die taken beter door provin-cies gedaan kunnen worden. Waarom is een raadsel.Het schijnt allemaal wat simpeler te moeten. Ging hetmaar altijd over orka's. Daar kan iedereen over mee-praten.Dit nummer gaat over Brainport. In het vorige num-mer lieten we zien hoe de ruimtelijk economischependule langzaam in oostelijke richting zwenkt. De asAmsterdam-Eindhoven (A2) wordt belangrijker dan deas Amsterdam-Rotterdam (A4). Het `Randstad en ? derest van ? Nederland' beeld wordt ingeruild voor eenland met een handjevol stedelijke regio's. Geen resul-taat van beleid maar van regio's op eigen kracht incombinatie met een kenniseconomie waarbij stedenmet een hoog aandeel hoogopgeleiden weer beeldbe-palend worden. De as Amsterdam-Rotterdam wordtminder belangrijk, maar daar zou een toenemend be-lang van de as Rotterdam-Antwerpen (A16) tegenoverkunnen staan. En Brainport zou op termijn wel eenseen sterkere ori?ntatie op Antwerpen/Brussel/Leuvenkunnen ontwikkelen dan op Amsterdam. Dat was ookde boodschap op de cover van het vorige nummer,stedelijke regio's die in de eerste plaats in Europa lig-gen en daarna pas in Nederland. In Tilburg denkt menna over de stad in 2040. Opvallend in die discussie isdat de stad als schaalniveau aan belang verliest. Decommunities, de buurten, worden belangrijker, even-als de polycentrische regio. En daarnaast het hogereschaalniveau. Voor Tilburg is dat aan de ene kant deoost-west as Brainport (A58) en aan de andere kantde noord-zuid as Rotterdam-Antwerpen (A16), in beidegevallen een schaalniveau waar nationale grenzen hunbetekenis hebben verloren.Allemaal ontwikkelingen die zich goeddeels onttrek-ken aan Haagse politieke sturing. Zo bezien is de groteopruiming van nationaal ruimtelijk beleid niet zo gek.De volgende slag zou moeten zijn dat men wat meermee gaat bewegen met de economische en maat-schappelijke dynamiek. Go with the flow! Intussen isorka Morgan businessclass naar Tenerife gevlogen.Dat is in ieder geval goed gekomen.Jaap ModderHet BMW Guggenheim Lab in NewYork, ontworpen door Atelier Bow-Wow uit Tokio.Foto: Guy Calaf/NewYorkTimes/Red/HH4 2011/06 S+ROIntroNabeeldElma van Boxel en Kristian KoremanZUS [Zones Urbaines Sensibles]ek@zus.ccTraditionele categorie?n als `globaal' en `lokaal' staan te-genwoordig volledig op hun kop. De `think global, act local'Occupy-beweging, bijvoorbeeld, is een globaal opererendnetwerk dat uiteindelijk denkt vanuit de lokaliteit. An-dersom zijn het globaal opererende instituten als BMW enGuggenheim, die er na decennia van top-downimplemen-tatie voor kiezen om vanuit specifieke lokaliteiten nieuwekennis en idee?n te genereren over de stad van morgen. Metdeze gedachte is het BMW Guggenheim Lab ontstaan, dat dekomende zes jaar negen steden zal aandoen om met behulpvan specifiek samengestelde teams van wetenschappers,ontwerpers en kunstenaars het lokale debat te activeren.Het Lab is dan ook niet meer dan een leeg theater, ont-worpen door Atelier Bow-Wow, dat volledig kan wordengetransformeerd van filmzaal tot workshop tot communitycentre tot open podium. In drie opeenvolgende tentoonstel-lingen in het Guggenheim NewYork zal worden gereflec-teerd op de lessen uit de verschillende steden en daarmeenadrukkelijk op onze globaliserende lokaliteit.`Confronting Comfort' is het thema voor de eerste drie Labsin NewYork, Berlijn en Mumbai. In NewYork is inclusive gen-trification ??n van de punten van onderzoek. Dit fenomeenwaarbij interessante, maar verwaarloosde buurten lang-zaam getransformeerd worden door de inmenging van bars,galleries of simpelweg dure condos, is al decennia oud. En hetfeit dat daarmee buurten een hogere mate van leefbaarheidkrijgen, is in principe geen bezwaar. Het wordt kritisch alsde oorspronkelijke gemeenschap geen andere keus heeft dante verhuizen, omdat de grondprijzen exorbitant stijgen.Deze paradox bracht ook het BMW Guggenheim Lab metzich mee, dat zich drie maanden lang nestelde op een legeplot op 1st Street. In de life-size game Urbanology is via eenNeo-Localism/Neo-The (im)possibility of Inclusive GentrifS+RO 2011/06 5IntroNabeeldGlobalismicationschaakbord en concrete cases de complexiteit van de stadinzichtelijk gemaakt, met het grote publiek als onderdeelvan een collectief besluitvormingsproces.Wat is de nalatenschap van het Lab en hoe worden lokali-teit en globalisering met elkaar gerijmd? Op verschillendenniveaus is naar antwoorden gezocht: Neo-localism, BeyondSegrefication en Neo-Globalism. In debatten, workshops,tours, films en lezingen zijn nieuwe perspectieven geopendzoals huisvesting van geestelijk gehandicapten gecombi-neerd met dure appartementen of privatisering met behoudvan publieke functies op maaiveldniveau. De belangrijksteinzichten ontstonden echter door onverwachte gebeurte-nissen. Zo werd het Lab op de derde dag verrast door eenprotest van locals die alles waar BMW en Guggenheim voorstaan verguizen en vrezen voor de gentrificerende werkingdie ervan uitgaat. Het protest is aangegrepen als begin vaneen dialoog; samen met lokale partijen en universiteiten isgekeken hoe aversie omgezet kan worden in productievealternatieven voor gentrification. E?n van de belangrijksteactivisten noemde daarin het BMW-model zo gek nog niet,omdat dit bedrijf banen en productie zoveel mogelijk lokaalorganiseert. In tegenstelling tot Amerika, waar sinds 1965de binnenlandse productie is afgenomen van 53 procent tot9 procent. Wat de Lower East Side nodig heeft zijn nieuwevormen van lokale economie, die bestand zijn tegen globali-serende krachten, omdat ze slimmer en gegronder zijn. Eenmooi voorbeeld van een alternatief model voor gentrifica-tion, waarbij de lokale gemeenschap vertegenwoordigd is,omdat er sprake is van een economische noodzaak! Eind volgend jaar worden de resultaten tentoongesteld in hetGuggenheim NewYork.Meer informatie: www.bmwguggenheimlab.org6 2011/06 S+ROIntroColumnLucas VerweijJournalist en initiator in Design &Architectureltverweij@gmail.comLente op de Zuidas in AmsterdamFoto: Co de Kruijf/HHWe leven in een zichtbaarheidcultuur.`Een economie van aandacht', noemensommige filosofen het. Ook onderontwerpers, kunstenaars en architec-ten woedt een felle strijd om aandacht.Aandacht van de media en van moge-lijke opdrachtgevers. Aandacht van col-lega's en vrienden. Je werk moet op deradar staan. Collega's kunnen morgenin een jury of een selectiecommissiezitten. En dan heb ik het nog niet overhet ego: werk maken dat gezien wordtbevredigd meer dan onzichtbaar werkmaken.Tijdschriften, boeken en beurzen zijn al-lang niet meer de dominante media omin gezien te worden. Het internet heeftdie rol volledig overgenomen. Met dekomst van blogs, microblogs, rss-feeds,nieuwsbrieven en sociale media is nie-mand meer afhankelijk van pers of uit-gevers om zichtbaar te kunnen worden.Iedereen kan zichtbaarheid genereren,en doet dat ook. Hoeveel nieuwsbrie-ven van collega's krijgt u, bijvoorbeeld?Op het internet wordt zichtbaarheidteruggebracht tot schermresolutie,72 dpi. Een logisch gevolg ervan is datwe ontwerpen maken (en processeninrichten) op hun visuele, tweedimen-sionale zichtbaarheid. De zichtbaar-heidkwaliteit loopt in ons hoofd mee.Een project moet goed uit te leggen zijnaan een breed publiek, niet alleen aan deopdrachtgever. Concepten moeten totbegrijpelijke schema's of striptekenin-gen gereduceerd, zoals de visuele 1 + 1 =2 analogie?n. Het schetsontwerp moetsexy ogen en de foto's van het opgele-verde werk moeten er hoopvol uitzien.Wie seniorenwoningen maakt dieuitblinken in effectieve plattegronden,goede bereikbaarheid, toepassing vanaardwarmte, of brede participatie inhet ontwerp, heeft het moeilijk. Diewaarden zijn niet in beeld te vatten.Maar wie seniorenwoningen maaktin een ongebruikelijk materiaal, eenongebruikelijk constructie of met eenbijzondere zichtas, is veel beter af: hetis vast te leggen in een moneyshot.Moneyshot staat nog niet in de woor-denboeken als architectuurterm, maardat is een kwestie van tijd. Het wordtal door iedereen gebruikt. De termkomt uit de filmindustrie en staat voordat ene shot dat buitengewoon veelmoeite of geld kost, maar waarvanverwacht wordt dat het volgend werken aandacht op gaat leveren. Voor hetmoneyshot stuurt een architect of ste-denbouwkundige zijn eigen fotograafop pad. Zijn beelden worden digitaalde wereld in geschoten. De pers heeftniet meer de budgetten om projectenzelf te fotograferen. Beeldmateriaalbij publicaties wordt aangeleverd doorde ontwerpers en initiators. Het beeldregisseren is daarmee onderdeel ge-worden van het werk van de ontwerper.Net zoals de (pers)teksten trouwens. Deregie van het ontwerp gaat dus tot enmet haar beeldvorming.Architectuurfotografen werken nietbij somber weer waardoor het nooitregent in onze vaktijdschriften. Bo-vendien klikken de camera's vlak naoplevering maar voor de verhuizing duszien we nooit gebruikssporen, vocht-plekken, verzakkingen, dode beplan-ting en volgroeide bomen. We ziengeen Ikea-vazen, lelijke, ongestrekendekbedovertrekken en kapotte ruiten.Het moneyshot toont sowieso zeldengebruikers. Zelfs in woonhuizen zien wegeen bewoners. Op kinderkamers is hetspic en span, en als er al een kind te zienis, dan is het een gestileerde, welhaastlevenloze variant. Op artist impressionsen collages zijn altijd vrolijke skaterste zien, knappe jonge vrouwen en eenenkele bejaarde, liefst met stok. Zestaan nooit in groepen bij elkaar, maarin kleine plukjes en relatief vaak alleen.Het is verleidelijk om over deze ontwik-keling gewetensvol te zijn: `Laat u nietMoneyshot om de tuin leiden door de plaatjesma-kers van deze wereld.' Blijf ruimtelijkekwaliteit ruimtelijk beoordelen. Ja,er treedt een vervlakking op in onzewaardering van kwaliteit: schermkwa-liteit verdringt echte kwaliteit. Maarer zitten meer kanten aan de zaak.Het moneyshot dwingt tot beeldendsamenvatten, de essentie van eenproject in een beeld te vatten. Door deoverload aan beelden reduceren we eengebouw in onze hersenen tot ??n beeld.Vakbeoefenaars moeten zich aanpas-sen aan een veranderende tijd; reductievan beeld hoort daar bij.Was het vroeger niet net zo? Hoeveelbeelden staan op mijn netvlies vanOscar Niemeijer's Brasilia? Eigenlijk ookalleen zijn moneyshots avant la lettre.Datzelfde geldt voor de kathedraal vanRonchamps en het Rietveldhuis. Beeld-cultuur reduceert al veel langer dan hetinternet bestaat. De representatie vanons vak is ook al heel lang tweedimensionaal. Bovendien bieden de gedemo-cratiseerde nieuwe media gelijkwaardi-ge kansen aan iedereen om zijn projectte tonen. Ik zie regelmatig fantastischeprojecten van volgslagen onbekendeontwerpers. Zoals onlangs een demon-statie hoe gloeilampen in sloppenwijk-woningen vervangen kunnen wordendoor een gebruikte colafles in het dakte monteren. Zonder social media zouhet project niet bekend zijn geworden.Hetzelfde geldt voor de `Stop motion'graffitiprojecten, waarbij straatschil-derwerk dag na dag gefilmd wordt.Het bestaat dankzij de nieuwe media.En leidt tot inspirerende collectievenzoals blublu.org. Het leidt ook tot nieuwengagement dat aangezwengeld wordtdoor social media.Moneyshots, in feite zijn het de bankbil-jetten in de economie van de aandacht.Voor een deel zijn ze te koop, voor eendeel ook niet. Maar dat maakt ze juistzo interessant! S+RO 2011/06 7IntroColumn8 2011/06 S+ROIntroQ+AAnne LuijtenStudio-ROanne.luijten@studio-ro.nlHenri Lenferink, burgemeester vanLeiden en voorzitter NirovFoto:Ton Poortvliet/HHSterk merk`sinds 1917'Henri Lenferink,burgemeester van Leidenen voorzitter NirovS+RO 2011/06 9IntroQ+AWat was de aanleiding voor de fusievan Nirov, KEI, SEV en Nicis?`Economisch gezien gaat het niet goeden wij hebben veel partners en subsi-dieverleners die terug willen in hun uit-gaven. Ook de andere partijen merkendat. Dan is het effici?nter om er samenje schouders onder te zetten en krach-ten en middelen te bundelen. Bovendienheeft het Nirov heel lang het rijk alleengehad in de wereld van de ruimtelijkeordening en de volkshuisvesting. Deafgelopen vijftien jaar zijn er meerorganisaties in het veld gekomen. Doordeze organisaties bij elkaar te brengenontstaat er weer een compleet veld. Ikdenk dat dat ook los van de financi?lekwestie een goede ontwikkeling is.'Waarom met deze partijen en watbrengt het Nirov in dat de anderenmissen?`Inhoudelijk gezien hebben deze partijenveel verwantschap met de activiteitenvan het Nirov. Waar voor het Nirov kan-sen liggen is met name in de combinatievan het sociaaleconomische met hetfysieke veld. Het Nirov heeft een helebrede inzet op het gebied van volks-huisvesting en ruimtelijke ordening.Daarnaast hebben we een goed steltijdschriften, een uitgebreid vaknet-werk en zijn we goed in staat om gelduit de markt op te halen. Wij zijn watminder subsidieverslaafd, dat is gunstigvoor de nieuwe organisatie. En natuur-lijk hebben we een sterke naam, die albijna honderd jaar bestaat.'Er zijn veel onzekerheden voor denieuwe organisatie, zeker als het gaatom financiering.`Een groot deel van de inkomsten-stroom van de organisaties is opge-droogd. Ik denk dat we vooral een prag-matische opstelling moeten hebben.De activiteiten die financieel niet meerhaalbaar zijn, zullen moeten wordenweggesneden. Het is niet anders.'Voor welke opgaven staat het nieuweinstituut nog meer?`Uit de optelsom van de oude partijenkomt naar voren dat er een onontgon-nen terrein ligt in het sociaaleconomi-sche vlak, met name op het platteland.In de steden en in het ruimtelijke vlakzijn met name Nirov, KEI en Nicis tradi-tioneel al sterk vertegenwoordigd. Inieder geval zullen we de dubbels eruitmoeten halen.'Wat zijn volgens u op dit moment debelangrijkste ontwikkelingen in hetvakgebied?`Het terugtreden van de rijksoverheiden de overheid ?berhaupt, in combina-tie met relatief zwakkere marktpartijenschept nieuwe opgaven en een nieuwspeelveld. Er is sprake van een algehelemalaise in de markt. Private partijenwillen in veel gevallen wel maar kunnenniet meer. Vroeger sprong de overheiddan in, maar die kan, en wil, dat nu ookniet meer. Op die situatie zullen wenieuwe antwoorden moeten vinden. Opzoek naar slimme oplossingen.'Wat voor karakter krijgt het nieuweinstituut primair?`Een kennisinstituut, waar kennisont-wikkeling centraal staat. We halenkennis uit de markt, veredelen die enstellen het vervolgens ter beschikkingaan de vakgemeenschap. Ook willen wedoor middel van platforms en derge-lijke op een meer directe manier kennisdelen en de discussie aanzwengelen.'Het Nirov was als enige van de fu-siepartijen een vereniging. Hoe krijgtdie community vorm in het nieuweinstituut?`Het mensen op opgaven kunnenmobiliseren is echt een asset dat wegraag willen behouden en uitbouwen.We worden nu een stichting in plaatsvan een vereniging die bestaat uitleden. We willen een zo groot mogelijkaanbod doen en faciliteiten bieden voorcontactmogelijkheden. Dat directecontact blijft belangrijk, dat willen wekoesteren.'Wat is de toegevoegde waarde van hetnieuwe instituut?`We heffen de scheidslijnen op die ertussen de verschillende organisatieswaren. Dat betekent een betere inzetvan resources voor de vakgemeen-schap.'In 2017 zou het Nirov honderd jaar be-staan. Vindt u het niet jammer dat hetinstituut die gedenkwaardige leeftijdnu niet meer zal bereiken?`Geen sprake van, dat jubileum gaanwe gewoon vieren. Nirov is een sterkenaam, die ook nog lang zal bestaan. Hetzou raar zijn als we zo'n sterke merk-naam zouden opgeven in de nieuwesituatie. Hoe het nieuwe instituut uit-eindelijk gaat heten is aan het nieuwebestuur en directie. Maar we zetten ergewoon "sinds 1917" onder.' Op 1 januari 2012 houdt een eerbiedwaardiginstituut op te bestaan als vakvereniging. HetNederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordeningen Volkshuisvesting (Nirov) wordt op die datumeen stichting en zal in de eerste helft van 2012gaan fuseren met KEI, SEV en Nicis Institute.10 2011/06 S+ROIntroColumnLoodal bij Venray: landbouw(melkveehouderij) blijft belangrijkerol spelen bij herinrichting.Foto: Joep Lennarts/HHSjors de VriesBSDV en RUIMTEVOLKsjors@ruimtevolk.nlVolgens Chris Kuijpers (DG ruimte I&M) ziet de wereld er krapzeven jaar na het verschijnen van de Nota Ruimte heel andersuit. Zo schrijft hij in de vorige editie van S+RO. Afnemendebevolkingsgroei, gevolgen van de klimaatverandering, eenveranderende behoefte in wonen en werken (van kwantiteitnaar kwaliteit) en het energievraagstuk leiden tot nieuweruimtelijke opgaven. Volgens Kuijpers geeft de OntwerpStructuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) antwoordenop al deze `nieuwe problemen van vandaag en morgen' enwordt er met de investeringsbrief mobiliteit meteen boterbij de vis geleverd. Het klinkt als een sprookje, een verhaaltjevoor het slapen gaan. Te mooi om waar te zijn. En dat is hethelaas ook.De Nederlandse ruimtelijke ordening krijgt met de SVIR eenherijkt nationaal ruimtelijk beleid dat weinig visionair is,vooral reageert in plaats van anticipeert en niet gefundeerdis op een goede analyse van maatschappelijke opgaven, maarprimair leunt op een sturingsfilosofie. In die zin is de SVIReen logische opvolger van de Nota Ruimte en is er ? zoalsregelmatig wordt geopperd ? geen sprake van een trendbreuk. Het roer gaat helemaal niet om, zoals in de SVIRwordt gesuggereerd, integendeel.Goed, er zijn dus wat nieuwe thema's bijgekomen, accentenverlegd, en de doctrine is op onderdelen aangepast, maar erzijn zeker geen bakens verzet. De echte nieuwe ruimtelijkeopgaven worden in de SVIR nauwelijks (h)erkend. Neem hetcomplexe, grensoverschrijdende probleem van de enormestructurele overschotten aan vastgoed die langzaam maarzeker ontstaan. Decentralisatie alleen is daarop echt geenantwoord. Sterker nog, het kan leiden tot overheidsfalen enineffici?nt ruimtegebruik. Bestuurlijke versnippering botst inde praktijk regelmatig met ruimtelijke vraagstukken die zichmanifesteren op bovenlokaal of nationaal niveau.1 En dus isde kans groot dat we, net als bij haar voorganger, met de SVIRte maken hebben met een ruimtelijk beleid waarvan de houd-baarheidsdatum niet langer is dan die van een pak koekjes.Wouter Vanstiphout stelde vorig jaar al dat we ons hebbenlaten verleiden tot een ruimtelijke ordening die eerder opFacts on the ground dan op Survey before Plan is gebaseerd. Endat is geen goede zaak. Want wanneer ? zoals de afgelopenjaren ? de juiste analyse en een inspirerend debat ontbreekt,worden kansen gemist, lopen we achter de feiten aan en ver-liest de ruimtelijke ordening in zekere zin haar raison d'?tre.Zonder een inhoudelijke legitimatie zijn ruimtelijke ontwik-kelingen te pas en te onpas overgeleverd aan de waan van dedag en de grillen van de politiek. Aan ministers die gericht zijnop uitvoerbaarheid, handelingsvrijheid en die doodleuk devakwereld op het hart drukken dat we moeten luisteren naarde wensen van de markt, vooral samen moeten werken enonze handen uit de mouwen moeten steken. Excusez-moi?Wat ze in Den Haag blijkbaar niet in de gaten hebben is datde handjes al lang en breed wapperen, de hersentjes krakenen een echte trendbreuk aanstaande is. Want vanuit hetbewustzijn van die nieuwe, complexe realiteit wordt op lokaaleen regionaal niveau al hard gewerkt en gezocht naar evenduurzame als flexibele antwoorden op grote maatschap-pelijke ontwikkelingen. Overheid, markt en maatschappelijkeorganisaties verkennen steeds vaker samen de kansen vanhet ruimtelijk programmeren en ontdekken de kracht van hetgemeenschappelijke verhaal. Think global, act local krijgt in deruimtelijke ordening steeds meer vorm en inhoud. Niet alleenvoor wonen en werken, maar ook bij thema's als energietran-sitie, sociale segregatie, krimp, economie, revitalisering plat-teland, enzovoort. Vernieuwende initiatieven en netwerkensteken overal hun kop op. Het gebeurt op heel veel plekken: inRotterdam, Amsterdam en Apeldoorn, in Groningen, Limburg,Overijssel en in de Achterhoek.Waar lokaal en regionaal de komende tijd wordt gezochtnaar een ruimtelijk perspectief voor de lange termijn, zal ooksteeds vaker om hulp, visie, sturing en financiering vanuit DenHaag worden gevraagd. Zeker als het gaat om de woning-markt, infrastructuur, krimp of het energievraagstuk. Om dieslag te maken is een levendige en inhoudelijke discussie overde gewenste ontwikkelingsrichting hard nodig.Het is daarom een geruststellende gedachte dat tegelijk metdeze echte trendbreuk het ruimtelijk debat ook weer in vormkomt. En dat oude, vastgelopen netwerken worden verwevenmet- of vervangen door nieuwe, innovatieve netwerken. Ditis een gezonde ontwikkeling die past bij een nieuwe cultuur.Verfrissend ook, nadat we een tijdlang zijn doorgeschoten inde bestrijding van het maakbaarheidsdenken, ons in onbe-duidend vakjargon vooral bezighielden met sturing, financie-ring, regelgeving en de inhoud het nakijken had. De magerejaren met weinig kritische en sombere discussies en eenlange polonaise achter flinterdunne dogma's zijn daarmeehopelijk achter de rug. Niet de SVIR, maar nieuw elan in hetruimtelijk debat gaat onze dichtbevolkte Europese delta eengrote dienst bewijzen in de huidige concurrentiemaatschap-pij. Door de ruimtelijke ordening weer te voeden met analyse,langetermijnvisie, creativiteit en een gezonde dosis idealisme.Inclusief peper en zout! Noten1 PBL, Ruimtelijke verkenningen 2011.Echte trendbreukS+RO 2011/06 11IntroColumnBrainport Eindhoven12 2011/06 S+ROThema BrainportEindhovenIntroductieArjan HarbersRedacteur S+RODenise VrolijkEindredacteur S+ROIllustratie: KV, Joost VerhaakEindhoven is `booming'! In een straalvan veertig kilometer rond deze stadbevinden zich Nederlands meest pro-ductieve bedrijven en instituten voortechnologie en kennis. Zij vormen dekern van dat deel van Zuidoost-Brabantdat in de Ontwerp Structuurvisie Infra-structuur en Ruimte (SVIR) het offici?leoormerk `Brainport' heeft gekregen.Ondanks de vraag of het bijbeho-rende rijksbeleid meer behelst dan hetbestaande MIRT-beleid, is de focus opZuidoost-Brabant duidelijk.De Brainport Eindhoven is geografischniet exact af te bakenen. Het is eennetwerkeconomie met talloze samen-werkingsverbanden over regionale eninternationale grenzen heen. De drie-hoek Eindhoven-Leuven-Aken (ELAt),bijvoorbeeld, is een belangrijk kennis-gebied. De regio telt meer dan 50.000arbeidsplaatsen in de automotive- enmaakindustrie en hightechservices;heeft het grootste aandeel in de totaleNederlandse private R&D uitgaven (36procent) en is met een besteding vanmaar liefst 8 procent van het Bruto Re-gionale Product aan R&D, de enige regioin Nederland die de Europese doelstel-ling van 3 procent haalt. In Europa zelfs??n van de weinige regio's.Wat is het geheim van dit succes? Is hetde Brabantse mentaliteit waarbij plan-nen, afspraken en onderhandelingen ineen sfeer van wederzijds vertrouwenworden gesmeed en gemaakt? Of ishet de roemruchte geschiedenis vanZuidoost-Brabant, die gekenmerktwordt door ingrijpende reorganisatiesen faillissementen bij grote spelers inde maakindustrie (DAF, Philips)? Bij deruimtelijke ontwikkeling van de indus-tri?le mainport tot kennisintensievebrainport is de invloed van dit verledenonmiskenbaar, stelt Joks Janssen (Wa-geningen University). De Philips-com-pany town en het samensmeden vandorpen op de Brabantse zandgrondenlaten nog steeds hun sporen na ? zowelruimtelijk als sociaal. Bestaande ge-biedsgebonden sentimenten, betrok-kenheden en ori?ntaties op Brabantspelen een belangrijke rol, zo meent ookWim van de Donk (Commissaris van deKoningin Provincie Noord-Brabant enUniversiteit Tilburg). Brainport Eindho-ven is een flexibel, `zacht' netwerk meteen betekenisvol en werkzaam verhaal.Het is geen afgebakend bestuurlijk, bu-reaucratisch bolwerk of eiland. `Juist dieambigu?teit en de flexibele, Brabantsemanieren van samenwerken, makenhet mogelijk om veerkrachtig te blijvenin een realiteit die door de verscherpteglobalisering steeds dynamischerwordt,' aldus Van de Donk.De `sense of urgency' in de Brainportwas en is hoog, zo blijkt. Het is danook niet vreemd dat de transitie vanindustriestad naar kennisintensieve`brainport' een snelle vlucht neemt.Met de High Tech Campus als leidendvoorbeeld. Pieter van Ree (Royal Hasko-ning) vroeg de directeur van de campus(Frans Schmetz) en Ren? Buck (BuckConsultants International) naar de wer-king van het campusconcept. Stuwteen campus de economie op? Of is decampus juist een gevolg van economi-sche groei? Naast de High Tech Campuszijn meer grote projecten snel van degrond gekomen. Het Flight Forum, deherontwikkeling van het voormaligePhilips-terrein (nu Strijp S) en renova-tie van de woningen in het aanpalendePhilipsdorp, verbreding van de rijkswegA2 met bedrijvigheid aan de flanken, ende stadsuitbreiding Meerhoven.Het aanpassingsvermogen en de in-novatieve kracht van Zuidoost-Brabantzijn groot; dat suggereert een hoopknappe koppen bij elkaar. VolgensIntelligent Community Forum (ICF) isEindhoven inderdaad de slimste regioter wereld, maar scoort ook hogeogen als het gaat om het percentageautisten in de bevolkingssamenstel-ling. De zogenaamde `nerdfactor' isin de Brainport klaarblijkelijk hogerdan elders in Nederland. Een kenmerkvan meer kennisvalleys in de wereld,ontdekt Wies Sanders (redacteur S+RO)als ze de ruimtelijke consequenties vanautisme bekijkt.En hoe wil de `nerd' wonen? Urban Af-fairs en VHP stelden vijf jaar geledennog: landelijk. Anno 2011 is het echtervooral stedelijkheid wat de klok slaat.Althans, als het aan burgemeesterRob van Gijzel ligt. Hij wil bouwen inhoge dichtheden en heeft als doel bin-nen tien jaar toe te treden tot de tientoptechnologieregio's van de wereld.Jeroen Saris (De Stad bv) vroeg hemwelke rol ontwerpers, stedenbou-wers en ontwikkelaars daarbij kunnenspelen. Gaat `Making City' in Eindhovendaadwerkelijk in de hoogste versnel-ling? John K?rmeling doet alvast eenvoorzet: Een Goed Plan voor Eindhovenmet gemengd gebruik van de weginfra-structuur.Voortvarende plannen, dus, voor deBrainport Eindhoven. Maakt de rijks-benoeming tot `Brainport' dan nog welzoveel verschil? Of vaart de regio primaop eigen kracht? In hoeverre is de inno-vatiekracht verbonden met de scherpefocus op design? En wat betekenen alleontwikkelingen voor het doorgaanssombere beeld van de stad Eindhoven,dat veel mensen hebben? Jan Fokkemaen Adri Duivesteijn zijn in ieder geval alaangenaam verrast, laten zij in een co-lumn weten. Eindhoven als Bright Cityen succesvolle regio, wellicht kunnenandere regio's er nog wat van leren... S+RO 2011/06 13Thema BrainportEindhovenIntroductie14 2011/06 S+ROThema BrainportEindhovenGlanzende schervenLuchtfoto binnenstad Eindhoven.V.l.n.r.: woontoren de Admirant,daarachter De Witte Dame (DesignAcademy Eindhoven) en op de hoekvan de Emmasingel de (voormaligeGlanzende schervenPhilips) Lichttoren. Recht onder hetmidden overdekt winkelcentrumPiazza, op het tweede plan het PSV-stadion (2010). Foto: Siebe Swart/HHS+RO 2011/06 15Thema BrainportEindhovenGlanzende schervenJoks JanssenWageningen Universityjoks.janssen@wur.nlin een zee van groenDe oprichting van Philips in 1891 is een belangrijkegebeurtenis in de geschiedenis van Eindhoven. Nietalleen voor de werkgelegenheid, maar ook voorde ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Stedenmet ??n overheersende werkgever worden al sneltot company town, waar multinationals groteinvloed hebben op het sociale leven. Hoe voelbaaris die invloed nu Eindhoven zich ontwikkeltvan industri?le mainport tot kennisintensievebrainport? >>16 2011/06 S+ROThema BrainportEindhovenGlanzende schervenPhilips Lichttoren 1932Foto: Nationaal Archief/SpaarnestadPhoto/Fotograaf onbekendEindhoven is niet uniek. In Europakomen meer steden met ??n belangrijkewerkgever voor; Turijn met Fiat,Ludwigshafen met BASF, Luton met deVauxhall autofabrieken. Toch wasEindhoven tot ruim een kwart eeuwgeleden wel zeer met Philips verbon-den. Het is vandaag de dag bijnaonvoorstelbaar hoe overheersend deinvloed van de multinational op hetsociale leven in de stad is geweest. Defamilie Philips beperkte zich niet totondernemerschap op louter economi-sche grondslag, maar zette zichevenzeer in voor het maatschappelijkeen sociaal-culturele leven van haarwerknemers. Zo ontstonden in de loopvan de tijd onder meer het PhilipsOntspanningscentrum, de Philips SportVereniging, het Evoluon, de eigenwoningbouwvereniging Hertog Hendrikvan Lotharingen, het Philips van derWilligenfonds dat kinderen vanwerknemers in staat stelde te stude-ren, de Philips kleuterschool, eenambachtsschool en een eigen gezond-heidszorg.Die economische, culturele en maat-schappelijke invloed heeft zichvanzelfsprekend ook ruimtelijkuitgedrukt in het stadslandschap. Nietalleen in de vorm van kantoorgebouwen(Witte Dame, Admirant) en grotebedrijfscomplexen (Strijp S, Natlab),maar ook woonwijken (Drents Dorp,Philipsdorp), scholen, sportcomplexenen recreatieve voorzieningen. De komstvan Philips maakte van het tot dan toekleine marktstadje al snel een stedelijke`agglomeratie'. Op de golven van deFordistische economie breidde de stadzich snel uit over het omliggende,agrarische dorpenland. In ijl tempoontwikkelde boomtown Eindhoven eengroeiende vraag naar woningen,recreatievoorzieningen, werklocatiesen wegen. Door de sterke ontwikkelingdie Eindhoven aan het begin van detwintigste eeuw doormaakte, stuittede leiding van de gemeente echter alsnel op de grenzen van het zelforgani-serend vermogen van de stad. Debehoefte aan ruimtelijke planning namtoe. Vanaf de jaren twintig hebbenplanners en bestuurders getracht deeconomische groeistuipen van Philips,en in het spoor daarvan bedrijven alsDAF, in ruimtelijke zin zo goed mogelijkte geleiden of, beter gezegd, te accom-moderen. Eind twintigste, begineenentwintigste eeuw, met hetsluipende vertrek van Philips uitEindhoven als gevolg van verschuivin-gen in de wereldeconomie, ontstaatechter een volledig andere plannings-en ontwerpopgave. De industrie en hettraditionele bedrijf die zo nadrukkelijkvorm gaven aan de stad, is niet meer.Philips valt niet langer samen metEindhoven. Zoals zovele industri?lecompany towns is Eindhoven inmiddelsop zoek naar nieuwe mogelijkhedenvoor ruimtelijk-economische ontwikke-ling, en in zekere zin ook naar eennieuwe, postindustri?le identiteit.Eindhoven zal moeten wennen aan haarpositie van technologiestad metPhilips-light.Stille revolutieDe ruimtelijke ontwikkeling vanEindhoven wordt bepaald door hetgebruik van verschillende ruimtelijkeconcepten en stadsplannen, opgestelddoor externe deskundigen en gemeen-telijke diensten, die hun ruimtelijkesporen hebben nagelaten. Inzet wasS+RO 2011/06 17Thema BrainportEindhovenGlanzende schervenOnder: De Philips HarmonieFoto: Nationaal Archief/SpaarnestadPhoto/Fotograaf onbekendBoven: Luchtfoto van dePhilipsfabrieken te Eindhoven,complex aan de Emmasingel.Foto: Nationaal Archief/SpaarnestadPhoto/Fotograaf onbekendtelkens om het samenstel van agrari-sche nederzettingen waaruit Eindho-ven bestond in overeenstemming tebrengen met de nieuwe stedelijkedynamiek die door Philips werdge?ntroduceerd. De wisselenderesultaten bij de uitwerking van dezeplannen en concepten hebben geleid tothet regionaal gefragmenteerdestadslichaam dat Eindhoven volgensvelen nu is. De voormalige fabrieksstadis onderdeel gaan uitmaken van eensteeds grotere regio, waarvan zij inruimtelijke zin ook steeds moeilijker teonderscheiden is. In dit gefragmenteer-de stadslandschap, waarin de pre-industri?le, rurale structuren zo >>18 2011/06 S+ROThema BrainportEindhovenGlanzende schervenduidelijk zichtbaar bleven, bevondenzich voor het publiek afgesloten,grootschalige Philips-terreinen, metfabrieken die vanuit de verte de skylinevan de stad bepaalden. Op de golvenvan de Fordistische economie, engestimuleerd door Keynesiaansoverheidsbeleid, had een industrieelgroeiscenario vorm gekregen. Eendorps netwerk van parochies was methorten en stoten getransformeerd toteen industri?le stad, die vervolgens metfunctionele stadsmodellen werdopengelegd voor het verkeer. Deeconomie, en niet de planologie, van hettweede machinetijdperk had diepesporen in de regio Eindhoven nagelaten.De economische crisis en de onge?ve-naard snelle toename van de werkloos-heid aan het begin van de jaren tachtigveroorzaakten echter een ommekeer inzowel het nationale als lokale over-heidsbeleid. Er ontstond meer aandachtvoor de stad als generator van econo-mische voorspoed. Milieu, in de jarenzeventig een prominent beleidsdoel,moest als prioriteit wijken vooreconomische groei. Om de vastgelopeneconomie weer aan te jagen, kregensteden nadrukkelijker de rol vanmotoren die de economische groei weerop gang moesten brengen. Het beleidverschoof van hulp aan achterstands-regio's naar het benutten van economi-sche potenties van regio's. Ook moester meer bundeling van activiteitenkomen via `compacte steden', ofwel deafbouw van het groeikernenbeleid.GroeifunctieAls resultante van de beleidswijzigingop nationaal niveau werd de regioEindhoven-Helmond aangemerkt als`stadsgewest met een groeifunctie'.Helmond behield de status vangroeigemeente, die de stad vanwege dezwakke economische status al eerderkreeg toegewezen. Eindhoven ontwik-kelde een compact stadsbeleid. DeVierde Nota over de RuimtelijkeOrdening ging echter nog een stapverder en benoemde een aantalinternationale stedelijke knooppunten,waaronder Eindhoven. Het knooppun-tenbeleid resulteerde in nieuw elan bijplanners en bestuurders. Enerzijdsge?nspireerd door de veranderendebenadering van de landelijke politiekten gunste van de steden en anderzijdsaangespoord door de terugtredenderijksoverheid, werden de Eindhovensestadsbestuurders actiever om zelfkansen te benutten in plaats van zich? zoals vanouds ? te fixeren op het vra-gen om rijkssteun ter bestrijding van degrotestadsproblemen.Vanuit deze observaties werden enkelestrategische projecten ontwikkeld, elkvoor een andere (activiteiten)zone in destad: Westcorridor, Centrumplan enDommelzone. Belangrijkste project indit zoneringsmodel vormde Westcor-ridor. Dit project verbeeldde deontwikkelingsstrategie voor een groot,driepolig gebied dat liep van het stationin het centrum van Eindhoven naar hetcentrum van de buurgemeenteVeldhoven tot aan het vliegveldEindhoven Airport.De overtuigingskracht van de plannenvoor Westcorridor lag in het antwoordop prangende problemen, die voort-kwamen uit het proces van de-indus-trialisatie van de stad en de daarmeesamenhangende verschuivingen in destedelijke economie. Begin jarennegentig werd de stad immers gecon-fronteerd met een grootschaligeleegloop van Philips, als gevolg vaningrijpende reorganisaties. Productiefa-ciliteiten werden verplaatst naarandere landen. Een groot aantaldochterondernemingen en kennisleve-ranciers werd verzelfstandigd en opvoormalige industrieterreinen vondherclustering plaats. Hoewel Philipsrelatief `groot' bleef in Eindhoven,daalde het aantal werknemers en hadhet bedrijf minder ruimte nodig. Nietalleen trachtte de gemeente hier actiefop in te spelen door het stimuleren vande werkgelegenheid, maar ook deruimtelijke en culturele veranderingendie daarmee gepaard gaan werdenonderwerp van actief beleid.RevitaliseringMet de indringende beelden vanverlaten en verpauperde industriege-bieden in Engelse steden in hetachterhoofd pleitte een kongsi vanbetrokken burgers, kunstenaars enarchitecten voor herstructurering vande verschillende Philips-complexen, tebeginnen bij het monumentale complexaan de Emmasingel. Hoewel hetgebouw al snel ten prooi viel aan decommercie, en het idee van creatieve,experimentele broedplaats in eersteinstantie te hoog gegrepen leek,fungeerde de revitalisering wel alseyeopener voor stadsbestuur, bedrijfs-leven en maatschappelijke organisaties.Niet lang na de herontwikkeling vanwat later de Witte Dame ging heten,besloot Philips ook andere gebouwen enterreinen af te stoten, vooral naverhuizing van het hoofdkantoor naarAmsterdam (1997) en later de concen-tratie van onderzoeksfaciliteiten op denieuwe High Tech Campus ten zuidenvan de stad. De gebouwen werden nietgesloopt maar met de gemeente werdnaar nieuwe bestemmingen gezocht.De materi?le erfenis van de industri?lestad werd niet langer als voltooid verle-den tijd beschouwd, maar bleekopvallend genoeg een nieuwe betekeniste kunnen krijgen in de postindustri?lediensten- en hightecheconomie.Binnenstedelijk bouwen kreeg, naast dehoge inkomensgroepen die zichaangetrokken voelden door hetculturele aanbod van Eindhoven, eennieuwe bondgenoot in de vorm van decreatieve economie. Het tijdperk van decreatieve economie bracht de symboli-sche productie terug in het hart van destad. De uitstraling en flexibiliteit vande voormalige fabriekspanden bleekwonderwel aan te sluiten op debehoeften van een nieuwe generatiestedelingen.S+RO 2011/06 19Thema BrainportEindhovenGlanzende schervennaast De Hoge (Witte) Rug. Meeronder in beeld, in baksteen, hetvoormalige NatLab (2010).Foto: Siebe Swart/HHStrijp S, het voormalige Philipsterreinwas niet toegankelijk voor hetpubliek. Boven in beeld Philitefabriek/Klokgebouw (Strijp S), in het middenhet Veemgebouw met daar directNa de achteraf positieve ervaringenmet De Witte Dame, die uitgroeide totarchitectonisch icoon van de ingrijpen-de sociaaleconomische en cultureletransformatie die de stad doormaakte,besloten Philips en de gemeente dehanden ineen te slaan en Strijp S teherstructureren tot nieuw stadsdeel.De herontwikkeling van Strijp Smarkeerde de voorzichtige omslag vaneen puur objectgerichte erfgoedbena-dering naar een meer contextueleaanpak. Het besef drong door dat hetgenerieke `concept' van de creatieveeconomie op maat gesneden moestworden. Met andere woorden: het moetpassen bij de stad, de lokale cultuur ende kwaliteiten van de locatie. Daaromzou het nieuwe stadsdeel op allerleimanieren op het verleden en de nubestaande context aangesloten moetenblijven. Het gaat daarbij om de relatiemet omringende wijken, de ruimtelijkestructuur en de opbouw van Strijp S-gebied zelf.1SchaalvergrotingHaast ongemerkt, en tot verbazing vansommigen, ontwikkelde Eindhoven zichaan het eind van de twintigste, begineenentwintigste eeuw tot een `echte'stad. Niet langer company town maarkennisstad. De industri?le erfenis vanPhilips bleek de boodschap uit tekunnen dragen dat Eindhoven het idealeDNA bevat voor een bloeiende kennis-economie en een levendige cultuursec-tor. Het industrieel verleden alsuithangbord van de nieuwe stedelijkecultuur.2 In 2004 volgde de kwalificatievan de regio als Brainport door derijksoverheid.3 Deze status wasgebaseerd op een uitzonderlijke hogedichtheid van kennisintensievebedrijven en onderzoeksinstellingen inde stad en omliggende regio. Voortaangold Zuidoost-Brabant als >>20 2011/06 S+ROThema BrainportEindhovenGlanzende schervensleutelgebied voor de nationaleeconomie. Het lonkend ideaal vanBrainport kan begrepen worden als eenmix van wensbeeld en werkelijkheid. Dewerkgelegenheid in de voor de stad zobelangrijke maakindustrie nam steedsverder af en kennisontwikkeling werdsteeds belangrijker. De economischebasis van stad en regio was begineenentwintigste eeuw sterker: dekennisbasis was goed, de dienstverle-ning sterk gegroeid, en de afhankelijk-heid van een beperkt aantal grotespelers (Philips en DAF) verminderd.E?n van de aspecten die opvalt was deschaalvergroting die gepaard ging metde overgang van company town naarBrainport. Kennisontwikkeling beperk-te zich niet enkel meer tot de laborato-ria en de stad Eindhoven. Behalve op de(voormalige) industrieterreinen vanPhilips waren er in de regio ook andereclusters met kennisintensieve bedrij-vigheid te onderkennen. Aan het beginvan de eenentwintigste eeuw tekendezich dan ook een nieuwe ruimtelijkeopgave af. Als gevolg van de schaalver-groting en de rijksbemoeienis met deregio vond een verdere opschaling vanruimtelijke programma's plaats. Ditbleek wel uit de aanwijzing van de zonerond de rijksweg A2 tot project vannationale betekenis. Het was voor heteerst dat de rijksdepartementen, onderleiding van Economische Zaken, zichactief gingen richten op de regio om depotenties van de Brainport voor denationale economie nog beter tebenutten. De A2-zone was het logischvervolg op de Westcorridor en symbo-lisch voor de schaalsprong naar hetregionale niveau.Als symbolisch kapitaal van de Brain-port in ontwikkeling fungeerden deoude fabrieksterreinen en -gebouwen,die langzaam maar zeker onderdeelwerden van de stad. Het oude ideaalvan de compacte, levendige city, zoalsbeoogd door zowel voor- als naoor-logse stadsplanners, werd in hetpostmoderne tijdperk ? zij het in sterkveranderde vorm ? alsnog gerealiseerd.De binnenstad onderging in de jarennegentig een ingrijpende architectoni-sche en stedenbouwkundige verande-ring die duidelijk een positief effect hadop de stedelijke sfeer, uitstraling enverblijfskwaliteit. Daarmee leek althans??n onderdeel van de decennialangnagestreefde stedenbouwkundigesamenhang in de radiale en gespreidestadsstructuur redelijk geslaagd. Nietvoor niets typeerden enkele architec-ten Eindhoven halverwege de jarennegentig als `glanzende scherven in eenzee van groen'. De glansgraad die descherven aaneenrijgt was sindsdienverder gaan glimmen, maar de uitdij-ende infrastructuur maakte het er nietmakkelijker op om de ruimten tussen descherven als een weldadige groene zeete ervaren. Dat was op zijn minstproblematisch te noemen, want hetnagestreefde model van de kennisstadprobeerde kosmopolitische stedelijk-heid juist te combineren met de rust enhet groen van het Brabantse land.Dubbele omslagVanuit het besef dat voor de realisatievan de Brainport-strategie hetregionale landschap een belangrijkeontwikkelingsbron vormde, was deontsluiting en reactivering van hetbuitengebied noodzakelijk.4 Zowel incultureel als in ruimtelijk opzichtwerden dan ook verbindingen gezochttussen centrumstad en dorpse regio.Wederom bleek de moderne erfenis vanPhilips katalysator in dit transforma-tieproces. Deze keer waren het geenfabrieksterreinen, maar een landgoeden bosgebied (De Wielewaal) dat defamilie Philips begin twintigste eeuw inde noordwestelijke stadsrand vanEindhoven realiseerde.Na de dood van Frits Philips (2005)ontfermde Stichting Brabants Land-schap zich over het landgoed. Vanuiteen bredere visie op de toekomst vandit groene erfgoed in de versplinterdecontext van bedrijventerreinen en(snel)wegen besloot Brabants Land-schap samen met Philips en de gemeen-te Eindhoven een groen plan op testellen als complement van de econo-mische versterking van de A2-zone.Adriaan Geuze, betrokken bij hetmasterplan voor Strijp S, maakte hetontwerp en er kwam geld uit hetrijksfonds voor economische struc-tuurversterking. Met alle ontwikkelin-gen in dit gebied (verbreding vanrijksweg A2, nieuwe bedrijventerreinen,vliegveld) is realisatie van dit planallesbehalve een eenvoudige opgave.Hoe het ook zij, het plan markeerde eendubbele omslag: voor het eerst werd inEindhoven een cultureel en ecologischprogramma ontwikkeld dat nietbeperkt bleef tot de eigen stedelijkeschaal ?n na de erkenning van decultuurhistorische waarde van hetgebouwd erfgoed uit het tweedemachinetijdperk (Witte Dame, Strijp S,enzovoort) werd nu ook de kracht vanhet groene erfgoed onderkend.WeerbarstigOf de huidige plannen voor revitalise-ring van zowel het gebouwde alsgroene erfgoed kunnen bijdragen aande landschappelijke en stedenbouw-kundige samenhang van stad en regio isde vraag. De gefragmenteerde ruimte-lijke orde in Zuidoost-Brabant isweerbarstig, zo maakt bijna een eeuwplanologische geschiedenis duidelijk.Wellicht is het persen van de stadsont-wikkeling in een vooraf bedacht model? industriestad, functionele stad ofkennisstad ? ook een te modernistischegedachte, te zeer verbonden met eenvoorbije tijd waarin de onbedoeldegevolgen van de historische contingen-tie ? de leer der mogelijkheden engemiste kansen ? niet op waardewerden geschat. S+RO 2011/06 21Thema BrainportEindhovenGlanzende schervenStrijp S, 2011Foto: Herman Wouters/HHNoten1 Desondanks was behouden herontwikkeling van hetindustrieel erfgoed in Strijp S geenvanzelfsprekendheid. In de eersteplannen die stedenbouwkundige RiekBakker in opdracht van het stadsbestuuropstelde was bijvoorbeeld geen plaatsvoor het Natuurkundig Laboratorium(ontwerp door D. Roosenburg). Doorverzet van omwonenden en demonumentencommissie werden deplannen herijkt. In de definitieve plannenvoor het gebied door Adriaan Geuze werdwel plaats ingeruimd voor dit markantegebouw.2 Eindhoven is overigens niet de enige staddie industrieel erfgoed inzet als decor voorde creatieve kenniseconomie. De creatieveindustrie en de creatieve stad, en decreative class als drager daarvan, grijpensnel om zich heen. In ons land presenterenvrijwel all grote en middelgrote stedenzich inmiddels als creatieve stad, vanAmsterdam en Rotterdam tot Arnhem enNijmegen, van Groningen tot Maastricht.Zie voor een kritische reflectie op dezeontwikkeling: Kolen, J., `Een functionelegeschiedenis', in: Eerden, M. (red.), Ophistorische gronden, Utrecht, 2008, pp.83-102.3 De regio Zuidoost-Brabant, met Eindhovenals brandpunt, wordt zowel in de doorhet ministerie van VROM opgesteld NotaRuimte (2004) als in de door het ministerievan Economische Zaken uitgebrachte notaPieken in de Delta (2004) bestempeld alsBrainport.4 Het meest markant komt dit naar vorenin de studie Het Geniale Landschap (2007)uitgevoerd door de ontwerpbureausUrban Affairs en VHP. De studie verkent deruimtelijke basiskwaliteiten van de regioen hoe deze de ontwikkeling van Brainportkunnen versterken.Dit artikel is een bewerking van hethoofdstuk `Glanzende scherven in eenzee van groen' uit de publicatie: Kolen,J. en Bosma, K. (red.), Geschiedenis enontwerp. Handboek voor de omgang metcultureel erfgoed, Vantilt, Nijmegen,2010, pp. 360-37522 2011/06 S+ROThema BrainportEindhovenManier van denkenNoord-Brabant, 1986. Schuttersgildein vol ornaat. Foto: Reinout van denBergh/HHWim van de DonkCommissaris van de Koningin,Provincie Noord-Brabant enUniversiteit van TilburgNieuwe economieIn de hedendaagse mondiale economievormen niet langer natiestaten, maarregio's (soms de grenzen van natiesta-ten overschrijdend) de centraleeenheid van de economie. BinnenEuropa neemt het belang van regio'smet sociaal-cultureel en economischsterke steden toe. Binnen regio'skristalliseren zich sets van vestigings-factoren uit, die verband houden metde kwaliteit van de regionale arbeids-markt, d e positie van regio's inlogistieke stromen, de kennisinfra-structuur en de samenhangende regio-nale kwaliteit van leven. De productie-verhoudingen van de nieuwe economieorganiseren zich makkelijker, want diezijn meer flexibel en horizontaal opmeer decentrale en lokale basis. Opregionaal niveau kunnen samenwer-king en kennisdeling plaatsvinden,zonder dat daarbij de voordelen vanregionale eigenheid of uniciteit en eengedeelde cultuur verloren gaan.Sterker nog: de vormen van sociaalvertrouwen in een regionale identiteitzijn soms een belangrijke voedingsbronBrainport Eindhoven is geen duidelijk afgebakend gebied, enook geen bestuurlijk, bureaucratisch bolwerk of eiland. Hetis een flexibel, `zacht' netwerk met een betekenisvol verhaaldat aansluit bij bestaande gebiedsgebonden sentimenten.Zo omschrijft Wim van de Donk de succesvolle kennisregio.Hoe is dit economische succes te verklaren? Is het de typischBrabantse mentaliteit die samenwerken in zo'n opennetwerk vooral mogelijk maakt?Manier vanVoor wie gewend is om in langeretijdhorizonten te denken, is de huidigebeleidsmatige belangstelling voor heteconomische succes van BrainportEindhoven op zijn minst opmerkelijk tenoemen. Immers, nog niet zo langgeleden stond `de regio' model voor het`oude' Europa. Als onderdeel van eendoelbewust proces van nationaleeenwording en nationale planvormingwas de regio min of meer `uit'. De sterkenadruk op de nationale schaal brachtmet zich mee, dat de regio voor demeeste economen en planologensynoniem stond voor achterhaaldestreeksentimenten, voor verouderdebestuurlijke verhoudingen, voor eenversnipperd landschap, voor vergeeldeplaatjes uit de plakboeken van Verkade.De blik was voorwaarts gericht ? envoorwaarts betekende in dat verbanddat prioriteit werd gegeven aan eensterke eenheidsstaat, met eennationaal geplande economie en eennationale ruimtelijke ordening.1 Deregio's moesten worden gemoderni-seerd en ge?ntegreerd in een nationaalperspectief. Dat betekende zoveelmogelijk de opheffing van alle relevanteruimtelijke, economische en socialeverschillen tussen de verschillendelandsdelen. Een en ander ging gepaardmet een soms Napoleontisch aandoen-de bestuursstijl van gelijkschakeling endisciplinering.van het vermogen tot samenwerken.En dat is juist in een economie vaningewikkelde technologischeproductie een belangrijk asset.De verklaring voor het succes van deene regio en het falen van de andereregio, houdt de economische engeografische wetenschap al enige tijdin haar greep. Vanuit de oudetheoretische noties over regio's blijkter geen eenduidige verklaringvoorhanden. In de hedendaagseeconomische geografie wordt deruimtelijk-economische dynamiek vanregio's toegeschreven aan deinteractie tussen factoren dievoorheen vaak als aparte groothedenwerden beschouwd. Locatiefactoren,zoals de strategische ligging vanregio's te midden van transport- eninformatiestromen, institutionelerandvoorwaarden in de sfeer vaneconomische, politieke, sociaal-cultu-rele en ruimtelijke condities engedragscomponenten worden in hunonderlinge interactie verantwoorde-lijk gehouden voor het regionaletransformatieve vermogen.Vloeibaar bestuurHet lijkt een moeilijk te doorgrondensamenspel van hardware, software enorgware, dat het transformatievevermogen en de vitaliteit en veer-kracht van regio's verklaard. Daarbij ishet ??n niet goed mogelijk zonder hetander. Zo is niet iedere stedelijke regiomet een sterk technologisch profiel eneen traditie in de maakindustrie zoalsdat van Brainport in staat om datprofiel ook strategisch in te zetten alsbron van intraregionale concurrentie-kracht en interregionale aantrekkelijk-heid. Brainport is echter zeker nietalleen een plek (Eindhoven), maar ookeen manier van denken, die ook opandere plaatsen inspirerend kan zijn.De mogelijkheden daartoe verschillen.Het is sterk afhankelijk van deeconomische en politiek-bestuurlijkepositie van regio's, maar regio'skunnen ook last hebben van eengefragmenteerd politiek, sociaal,bestuurlijk en economisch landschapdat actoren verhinderd om te komentot een effectieve, gedeelde ontwik-kelingsstrategie. Het gedrag vanregionale actoren maakt daarom intoenemende mate het verschil tussenwel of niet aangesloten zijn op de spaceof flows van de Catalaanse socioloogManuel Castells, tussen wel of nietweten in te spelen op ontwikkelings-kansen die zich voordoen.De moderne regio is immers veel meerdan voorheen een `intentionele' regio,dat wil zeggen een regio waarvan dekwaliteiten bewust moeten wordenontwikkeld en vormgegeven. Eenduidelijke agenda, gevoed door gedeeldeanalyses en dromen, is belangrijker danhet inrichten van autoriteiten enbestuurlijke grensbewaking. Het vraagtom vormen van vloeibaar bestuur, dat inde agenda, en niet in bestaandecompetentieverdelingen zijn belangrijk-ste inspiratie zoekt. Meer dan ooit`doet' regionaal en stedelijk bestuur ertoe.2 Daarbij mag duidelijk zijn dat deinzet van bestuurlijk en politiekhandelen het strikt economische(beleid) ontstijgt. Die inzet dient ookgericht te worden op de politiekinstitu-tionele en culturele dimensies van hetfunctioneren van de >>denkenS+RO 2011/06 23Thema BrainportEindhovenManier van denkenVereniging `Graven van Holland'(jongen voorgrond) tijdens deNederlandse Vestingstedendagen inBergen op Zoom.Foto: Joyce van Belkom/HH24 2011/06 S+ROThema BrainportEindhovenManier van denkenBijdrage aan NederlandseinnovatiekrachtNederlandBrainport (regio Eindhoven)Bron: CBS/LISA/ETIN 2008*Cijfers Noord-BrabantNederland730.00 inwoners70.000 industriebanenbuitenlandse investeringen7.500 b?ta-studenten14.000 researchers55 miljard export*1,8 miljard private R&D4 patenten per dag4,5%7% 10% 11%20%25%36%52%regio. Wat politiek-bestuurlijk encultureel niet duurzaam is, is dateconomisch ook niet.Open identiteitManieren van samenwerken hebbenvaak hun eigen historisch geworteldelokale gestalte. Dat is zeker het geval inBrainport. Het Eindhovens succes kenteen sociaal-culturele oorsprong. Zo zijnsamenwerking en vertrouwengeworteld in de longue duree van deregionale mentaliteitsgeschiedenis inBrabant. In geval van crisis kan eenberoep worden gedaan op een traditievan samenwerking. Dat was het gevalten tijde van de ingrijpende DAF-crisisin 1993. Het was ??n van de grootstefaillissementen, met duizenden mensendie hun baan verloren. Zowel degemeente als het Eindhovensebedrijfsleven koos voor de aanval als debeste verdediging ? een crucialestrategie. De eendrachtige samenwer-king tussen gemeente en provincie, ende regionale solidariteit vormdendaarbij sleutelfactoren. De Brabanderszochten oplossingen door niet de wegvan `ieder voor zich' in te slaan, maardoor met elkaar te werken aan eennieuwe toekomst. De kracht van hetelkaar opzoeken en samen totwerkbare vernieuwingen komen, gaf dedoorslag bij het succesvol aanpakkenvan de moeilijkheden. Dit is eenbelangrijk element van de cultureleachtergrond die mensen in deze regio alvan oudsher met zich meedragen. Opde arme zandgronden wist men doorambities en hulpbronnen te delen deresultaten te vermenigvuldigen. Desamenwerking tussen ondernemers enmet overheden en kennisinstellingen isin het verleden op informele manier uitnood geboren, maar is vervolgens inlicht formele structuren geplaatst.Brainport en de Triple Helix-samenwer-king die haar schraagt, zijn er hetresultaat van. Geen institutioneledwangbuizen, maar open netwerkendie functioneren op basis van weder-zijds vertrouwen en integriteit. En jehoeft geen Brabander te zijn omdaaraan actief vorm te geven, zoals defamilie Philips vroeger en internationalekenniswerkers vandaag de dag latenzien. Belangrijk daarbij is het inzicht datde Brabantse identiteit een openidentiteit is: Brabander kun je worden.Sociaal kapitaalBrainport, zo mag duidelijk zijn, is nietenkel een door planologen en economenop de kaart aan te duiden gebied, maarook (en vooral) een manier van denkenen samenwerken, die wortelt in eenbredere, regionale cultuur. Hetsuccesvol anticiperen op, en intelligentmeebewegen met de veranderingen, diedoor crises worden veroorzaakt, heeftalles te maken met het in Brabantaanwezige sociale kapitaal. Evenalsandere industri?le innovatieregio's inEuropa, zoals Beieren in Duitsland enEmilia Romagna in Itali?, kenmerktBrabant zich van oudsher door eencultuur van onderling vertrouwen ensaamhorigheid. Die zorgt ervoor datingewikkelde economische transactiesrelatief soepel verlopen en samenwer-king makkelijk tot stand kan komen.Kijk maar eens bij ASML: een combinatievan hightech en high touch. Socialenetwerken binnen en tussen Brabantsefamilies (en familiebedrijven), deaanwezigheid van vele florerendeverenigingen ? het zijn voorbeeldenhoe wij in Brabant een gemeenschapvormen. In zo'n gemeenschap verlopeneconomische interacties gemakkelijkerdan in gebieden waar die vertrouwens-relaties ontbreken. Bij complexetransacties werkt vertrouwen velemale beter dan een contract ofregelgeving. Marktwerking kan nietzonder gemeenschapswerking.In de situering en articulatie van deregio in de nieuwe economischewereldorde is Brainport uitermatesuccesvol. Partijen in de regio hebbende afgelopen jaren effectieve aangrij-pingspunten gevonden voor eenge?ntegreerd ruimtelijk-economischbeleid met het bijbehorende onderlig-gende strategische perspectief. Inzetvan de recente, breed gedragenBrainport 2020-strategie, is eenduurzame regionale ontwikkelingwaarbij economische ontwikkeling engebiedsidentiteit op een meerevolutionaire manier in elkaar grijpen.In de uitbouw van de regionale agendavan een economische tot een meerom-vattende, sociaal inclusieve enecologisch duurzame agenda, is slimschakelen met andere netwerken,binnen en buiten Brabant, essentieel.Dat impliceert een zekere zachtheid,flexibiliteit en ambigu?teit van hetconcept Brainport. Met anderewoorden: het moet de mogelijkheidbezitten om te schakelen tussen deschalen en nieuwe, slimme combinatieste zoeken tussen bestaande sterktenzowel binnen als buiten de regio,S+RO 2011/06 25Thema BrainportEindhovenManier van denkenDe driehoek Eindhoven-Leuven-Aken(ELAt)Bron: Brainport DevelopmentLigging Brainport Eindhoven tenopzichte van andere `ports' inNederland.Bron: Brainport Developmentaansluitend bij het eigen, onderschei-dend profiel. Niet voor niets worden ervanuit de Technische UniversiteitEindhoven coalities gesmeed metbijvoorbeeld de gammawetenschappenin het Midden-Brabantse Tilburg.Technologische vernieuwing kan onsverder brengen, maar het is bekend datvoor het daadwerkelijk realiseren vanvernieuwingen juist ook de economi-sche en de gedragsaspecten doorslag-gevend zijn. Hoe verleiden we mensenen bedrijven om het goede te doen? Hoeorganiseren we ingrijpende veranderin-gen? Om die vragen te kunnenbeantwoorden heeft het door deUniversiteit van Tilburg ontwikkeldeconcept van `Social Innovation' in deBrainport 2020-agenda ook een eigenplek gekregen.VeerkrachtWe zien Brainport dus niet alsafgebakend gebied, noch als eenbestuurlijk, bureaucratisch bolwerk ofeiland, maar als een flexibel, `zacht'netwerk met een betekenisvol en werk-zaam verhaal dat aansluit bij bestaandegebiedsgebonden sentimenten,betrokkenheden en ori?ntaties opBrabant. Mijn overtuiging is dan ookdat in de ambigu?teit van het conceptBrainport en de flexibele, Brabantsemanieren van samenwerken die hetschragen, het juist mogelijk maken omveerkrachtig en meerlagig te blijven temidden van een realiteit die door deverscherpte globalisering steedsdynamischer wordt. In Brabant zijn erdan ook geen bestuurlijke Pavlov-reac-ties met pleidooien voor provincievrijestadsregio's. Noch wil de provinciesteden wegdenken. In het Brabantsestadteland weten we dat we het samenmoeten doen. De wens om van een(stedelijke) regio als Brainport eensoort onafhankelijke natiestaat temaken (in de geest van Schotland,Cataloni?, Baskenland) is ouderwets en`postnapoleontisch'. Er lijkt me veel mismet nationalisme (wij-zij tegenstellingbinnen rigide landsgrenzen), maar nietsmet stedelijk, regionaal en landsgren-zen overschrijdend chauvinisme (samende schouders eronder). Het provincie-bestuur speelt hierin een bescheidenmaar belangrijke rol. Ze moet, samenmet de partners in de regio, regisserenen inspireren, maar vooral ook over deBelgisch-Nederlandse grens debelangen van Brainport verbinden en inBrussel (de Europese Unie) politieke enfinanci?le steun verkrijgen. Waar dat inDen Haag mogelijk is, moet hetnatuurlijk gebeuren, maar het
Reacties