Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening | 02 2012Uitgave vanBeing city >Onbedoeld ruimtegebruik >Stapsgewijze ontwikkeling in de sloppenwijk >Geen tijdelijk lapmiddel >TussenTijdVertrouwen winnen >Deltaprogramma en nationaal ruimtelijk beleid >Nederlandse ruimtelijke disciplines in Duitse voetsporen >De Deltametropool als blijvend verlangen >ONLINEKAARTVERKOOPIS INMIDDELSGESTARTMAKE IT HAPPENMAKE IT REALPROVADA DebatTHEMADE VERANDERENDEVRAAG AAN DE ONTwIKKELAAROntwikkelaars hebben te maken meteen sterk veranderende markt, op zowelgebouw- als gebiedsniveau. In een nieuweopzet zal, onder leiding van Tom van 'tHek en in samenwerking met Bert Krikke(4THECITY), het veranderende speelveldvan de ontwikkelaar, vanuit twee thema'smet de deelnemers worden besproken.Flexibiliteit en hergebruik: De vraag naarnieuwbouw is sterk afgenomen. Dit geldtbijna zonder uitzondering voor alle secto-ren. Er zijn echter volop kansen, bijvoor-beeld bij het hergebruik van bestaandegebouwen. Hoe kunnen ontwikkelaars hierop inspelen?Co-creatie: het sleutelwoord als het gaatom slimmer ontwikkelen. Maar hoe pak jedit slimme co-creatie proces nu aan? Enzijn er al goede voorbeelden?Kijk op www.provada.nl voor meerinformatie over dit debat.WOENSDAG 6 juNI 11.00 - 12.00 uurAprisco Lounge Hal 10Voor meer informatie:ONDER LEIDING VAN:Tom van 't Hek enBert Krikke (4THECITY)INTRO3 HoofdredactioneelJaap Modder4 NabeeldMapYour MovesMoritz Stefaner6 ColumnDedain en een glazige blikMichelle Provoost8 Q+ADe Deltametropool alsblijvend verlangenJoost SchrijnenAnne Luijten10 ColumnAngst voor demetropolitane machineJochim DeclerckTHEMA: Tussentijd12 Tussentijd, van pauze-nummer naar hoofdactIris Schutten14 Onbedoeld ruimtegebruikHans Jungerius18 IN BETWEEN / BerlijnVincent Kompier19 IN BETWEEN / Open LabEbbinge, GroningenMark Sekuur20 Stapsgewijze ontwikkelingin de sloppenwijkAlfredo Brillembourgh enDaniel Schwartz28 IN BETWEEN /Heesterveld, AmsterdamEva de Klerk29 IN BETWEEN / DetroitFloris Schiferli30 Being cityDenise Vrolijk enIris Schutten36 Geen tijdelijk lapmiddelMarc Neelen en Ana Dzoki40 IN BETWEEN / Breakland,AmsterdamBart Stuart en Klaar vander Lippe41 IN BETWEEN /Houthavens, AmsterdamDaan JansenHET VELD42 It takes two to tango....Jaap Modder43 Deltaprogramma enruimtelijk beleidHugo Priemus47 Deltaprogramma vanbinnenuitJoost Schrijnen48 Vertrouwen winnen:ruimtelijke ontwikkelingin Roemeni?Joep de Roo52 D?j?-vu ? Nederlandseruimtelijke disciplines inDuitse voetsporenHelmutThoele enMatthias RottmanRECENSIES58 De blik naar het oostenTijs van den BoomenStedelijke transformatie inde tussentijdArie LengkeekMetropolitanelandschapsarchitectuurNik? van KeulenRegio's in veranderingHans MommaasTerug naar de stadGert UrhahnTimespace mattersDani?lle Snellen68 Bovenste plankLianne van DuinenNirov70 Nirov Agenda71 Nirov Nieuws73 Het NetwerkAdviseurs in ruimtelijkeontwikkeling enomgevingskwaliteitStedenbouw + Ruimtelijke Ordening, 93e jaargang, nummer2, april 2012.S+RO is een onafhankelijk tijdschrift vooriedereen die actief is in het veldvan de stedenbouw en ruimtelijke ordening. Het blad verschijnt zes keerperjaar.Redactie: Lianne van Duinen, recensieredacteurlianne.vanduinen@rli.nlArjan Harbers, arjan@topotronic.nl,Jaap Modder, hoofdredacteurmodder@destadsregio.nlWies Sanders, wies@urbanunlimited.nlMaurits Schaafsma, schaafsma_m@schiphol.nlIris Schutten, info@irisschutten.netDeniseVrolijk, eindredacteurvrolijk@nirov.nlHelen van Kan-Kokshoorn, redactiesecretariaat kan@nirov.nlOntwerp en art direction: KismanVerhaak, AmsterdamRichtlijnen voor auteurs: Deredactieontvangtgraagkopij,zievoorrichtlijnen: www.s-ro.nlUitgever: Nederlands Instituut voorRuimtelijkeOrdening enVolkshuisvesting (Nirov)Redactieadres: Postbus 30833, 2500GV Den Haag,T +31 (0)70 302 84 48, E sro@nirov.nl, www.s-ro.nlAbonnement: Kosten 91,80 perjaar, studenten betalen 45,90 perjaar. Losse nummers zijnvia www.s-ro.nl te bestellen voor 21,90 ( 16,80 Nirov-arrangementshouders). Alle prijzen zijnexcl. 6% BTW. Abonnementen kunnen op elk moment schriftelijk of peremail worden opgezegd,opzegtermijn is twee maanden www.nirov.nl/abonnementsroAbonnementenadministratie: Annemiek Nieuwenhuis,T +31 (0)70 302 84 18, E info@nirov.nlAdvertenties: Nirov, Martin de Heer,T +31 (0)70 302 84 49, E heer@nirov.nlDrukwerkproductie: Platform P, RotterdamAuteurs- en beeldrechten: Aan deze uitgave is de uiterste zorg besteed; vooronvolledige/onjuisteinformatie aanvaarden auteur(s), redactie en uitgevergeen aansprakelijkheid.Overname van artikelen is toegestaan, mits voorzien van bronvermelding. ISSN-1384-6531Meer informatie en aanmelden:www.nirov.nl/iproNIROV CURSUSINLEIDING PLANOLOGIE ENRUIMTELIJKE ORDENING (IPRO)MET EEN STEVIGE BASIS VOORUITIN HET RO-VAKGEBIED10 dagdelen vanaf 13 sept. t/m 29 nov. 2012RUIMTE VOOR INITIATIEFWERKSESSIES ORGANISCHESTEDELIJKE ONTWIKKELINGAPRIL ? JUNI 2012Een initiatief van Nirov, Urhahn Urban Design, Planbureauvoor de Leefomgeving en het Ministerie van Infrastructuuren MilieuHavenkwartier,Deventer26 april Amstel III, Amsterdam16 mei Havenkwartier, Deventer7 juni Emmerhout, Emmen28 juni Coolhaveneiland, Rotterdamwww.nirov.nl/rviJaap ModderHoofdredacteur S+ROS+RO 2012/02 3IntroHoofdredactioneelEveryday urbanism en de metropoolDe Vereniging Deltametropool organiseerderecent een zevental internationale colleges enworkshops over de metropolitane strategie voorNederland en sloot af met een debat in het NAiin Rotterdam. We spreken sinds kort niet meerover de Randstad maar over de metropoolregioAmsterdam en idem Rotterdam Den Haag. Maarwat is eigenlijk een metropool? Kunnen we metgoed fatsoen zeggen dat de voormalige Noord-en Zuidvleugel nu metropolen zijn geworden ? Ja,dat kan. In India wordt een stedelijk gebied pasmetropool genoemd als er minimaal vijf miljoenmensen wonen. Maar in Canada hebben ze eenheel andere definitie. Daar is een regio een metro-pool als de centrale stad minimaal honderddui-zend inwoners telt. Een beetje omvang is dus welessentieel maar de vraag of een stedelijke regioeen metropool kan worden genoemd hangt vanmeerdere kenmerken af.Wat vaag misschien maar een `metropolitaanbewustzijn' zou wel eens belangrijker kunnenzijn. Een metropool is niet alleen groot, er wordtook groot gedacht en gehandeld. De inwonersvan de metropool zijn zich ervan bewust dat hetgebied waar men leeft groter is dan de stad. Eris sprake van een op de buitenwereld gerichteori?ntatie. Metropool zijn is een mentaliteit. Datheeft grote gevolgen voor de planningsopgaven.Een subcentrum van de stad kan worden voorzienvan een lokaal programma en het kan een opgavevoor een stadsdeel zijn maar in de metropool ishet meer dan dat, dan gaat het om een regionaleopgave. Dan is het minimaal een knoop in eenregionaal netwerk met bijbehorend programmaen soms meer, de knoop heeft een functie in eengroter netwerk. In het interview dat Anne Luijtenmet Joost Schrijnen heeft, wordt duidelijk datNederland een viertal metropolitane gebiedenkent die vragen om nieuwe programma's en net-werken, ook onderling. Met Joost Schrijnen namik ooit het initiatief voor de Nieuwe Kaart vanNederland. Misschien is het tijd voor een NieuweKaart voor Metropolitaan Nederland. De projec-ten, knopen en verbindingen, op die kaart moetendan worden beoordeeld op de mate waarin zij inhun programma en functie deel uitmaken van eneen bijdrage leveren aan een groter geheel.Dit lijkt op het eerste gezicht ver af te staan vanhet thema van dit nummer, de tussentijd. Datgaat immers, tijdelijk of niet, vooral over klein-schaligheid. Die tegenstelling is er geenszins. Inhet debat in het NAi kwam aan de orde hoe be-langrijk het is voor metropoolvorming om te wer-ken aan kleinschalige maar metropolitane inter-venties. Een vroege vorm daarvan is RotterdamHoogvliet. Dat was behalve een project voor debuurt vooral een poging de kleine schaal te ver-binden met die van de metropool. Den Haag heefteen website met alle leegstand in het vastgoed,een uitnodiging aan ondernemende mensen, nietalleen uit de stad. De landmarkt bij Durgerdamis een centrum voor gezond voedsel uit de (me-tropool)regio. Maar zonder een regionale functiezou deze voorziening nooit metropoolkwaliteithebben gekregen. En ook de herontwikkeling vanKatendrecht is geen old school buurtvernieuwing.Het succes ervan is vooral gelegen in het verbin-den van dit gebied met haar context, lokaal meteen brug naar de Kop van Zuid en nationaal en in-ternationaal door het stoomschip de Rotterdam.Metropoolvorming kan niet zonder everyday ur-banism, het is het zout in de planningpap van hetsteeds verder uitdijende daily urban system. Enhet succes van everyday urbanism, van de spon-tane stad hangt af van haar succes in een grotergeheel. Het probleem van ontwerpers en plannersis vaak dat men denkt dat je of van de ene clubbent of van de andere. De ontwikkeling van eenmetropolitaan milieu vraagt echter om plannersdie deze beide werelden met elkaar weten teverbinden. Die de waarde inzien van de spontanestad en het tussentijds gebeuren en die het plekkunnen geven in het metropolitane geheel.Michelle Provoost maakt in haar column duide-lijk dat de somtijds modieuze dweperij met destad van Jane Jacobs (zie Jos Gadet in Terug naarde stad) niet betekent dat we ons de luxe kunnenveroorloven om met dedain ontwikkelingsge-bieden als Amsterdam-West en Almere terzijdete schuiven. De metropool kent nu eenmaal ooklangjarige projecten op grote schaal die, hoemoeilijk op dit moment ook op gang te houden,vragen om aandacht en focus en om een betereintegratie en idem ori?ntatie op hun omgeving ende grote buitenwereld. Wie praat over de metro-pool praat over een andere planningopgave eneen nieuwe planningdoctrine.Jaap ModderMoritz StefanerTruth&Beauty Operatorhttp://moritz.stefaner.eu/mym4 2012/02 S+ROIntroNabeeldMap YourMovesS+RO 2012/02 5IntroNabeeldDeze kaart laat meer dan vierduizend verhuisbewe-gingen van meer dan 1700 mensen zien, gebaseerdop de gegevens verzameld door WNYC, een publiekradiostation in NewYork.De meeste bewegingen beginnen in de omgevingvan NewYork, daarom is deze regio groter en in hetmidden van de kaart aangegeven. Elke cirkel cor-respondeert met een postcodegebied.Meer mensen verhuizen naar eldersMeer mensen vestigen zich hierDe afmetingen van de cirkels geven een indicatievan het aantal verhuisbewegingen naar of vanuithet betreffende gebied. In feite bestaat de kaart uittwee soorten cirkels: een rode die de verhuisbewe-gingen vanuit het gebied aangeeft en een blauwecirkel, die aangeeft wie zich in het gebied vestigt.Een kleine paarse cirkel met een dikke blauwe lijnduidt op een gebied waar mensen naar verhuizen endaar blijven; een rode omkadering geeft een minderaantrekkelijke plek aan, mensen vertrekken daarweer snel.De belangrijkste redenen om te verhuizen:Werk of schoolRelatieKan geen betere plek betalenWil in de omgeving van NewYork wonenHuur is te hoogGezinsuitbreidingProblemen met de huisbaasKan niet betalen wat ik gewend wasOngedierteOntruiming of beslaglegging woning6 2012/02 S+ROIntroColumnMichelle ProvoostINTI, International New TownInstituteCrimson Architectural Historiansm.provoost@crimsonweb.orgLuchtfoto Almere. Foto: RaymondRutting/de Volkskrant/HHTien jaar geleden werkte ik met WiMBY! (Welcome into MyBackyard!) aan de herstructurering van een naoorlogse Rot-terdamse wijk. Terwijl de woningcorporaties een strategietoepasten van grootschalige sloop-nieuwbouw, realiseerdeWiMBY! kleine projecten samen met bewoners en lokaleondernemers. Destijds werd vanwege die kleinschaligheiden participatie vol verbazing door critici opgemerkt dat hetleek alsof de jaren zeventig waren teruggekeerd, met hun`advocacy planning' en `bouwen voor de buurt'.Hoe anders is het nu! Elke woningcorporatie laat projectenbedenken door bewoners (liefst samen met kunstenaars);elke gemeente laat haar ambtenaren Jane Jacobs lezen entrakteert ze op een cursus om te leren hoe de `energie' vande burgers benut moet worden in de stedelijke ontwikkeling.Kleinschalig, bottom-up beleid is ? wie had dat gedacht ?razend populair geworden.En niet alleen in Nederland, maar overal zien we variatiesvan deze tendens. In de Verenigde Staten hebben everydayurbanism, self-organization en social design opgeld gemaakt,met helden als Alejandro Aravena, Teddy Cruz, of de UrbanThink Tank. Aan Harvard GSD werd onlangs de Urban Designconferentie gehouden, waar ook een aantal van deze cory-fee?n aanwezig was. De centrale vraag was: wat moet dekomende jaren op de onderwijsagenda staan? Van HarvardGSD, maar ook van de urban design en de stedenbouw in hetalgemeen? Waartoe moeten architecten worden opgeleid,wat zijn de urgente opgaven? Door Atelier Bowwow (Japan),Torolab (Mexico) en de gemeente Medellin werden fantasti-sche projecten en methodes gepresenteerd die op een klein-schalige, acupuncturele manier strategische ingrepen deden.Zonder twijfel voorbeeldig. Buitengewoon inspirerend voorarchitecten, altijd op zoek naar de legitimatie van hun vak.Deze kleinschalige aanpak lijkt de mogelijkheid te bieden dearchitect opnieuw als de spil van het bouwproces te zien,de spin in het web die alles overziet en de regie voert, eenwenkend perspectief.Die centrale rol ontbreekt immers in de grootschalige ste-delijke projecten die met de groeiende urbanisering van dewereld gemeengoed is geworden. Volkomen nieuwe ste-den worden (met name in Azi?) gepland zonder dat er eenarchitect aan te pas komt. Overheden schakelen advies eningenieursbureaus in, steden worden getekend en uitge-rekend door IT-specialisten en verkeerskundigen; `echte' ste-denbouwkundigen worden op het laatste moment ingevlo-gen om het CBD en architecten om een iconisch museum teontwerpen. In elke folder wordt de `walkability' van het CBDaangeprezen, maar verder in de stad heersen de zesbaans-wegen. Een integraal ontwerp van groen, water, publiekeruimte en verkeer, diversiteit en flexibiliteit, alle principeswaarover in Nederland communis opinio bestaat: ze ontbre-ken. Deze steden zijn economische constructies, waar idee?nDedain en een glazige blikS+RO 2012/02 7IntroColumnden, die zo'n slechte naam hebben, door de vorige generatietechnocratische ingenieurs zijn gemaakt? Is het omdat deontwerpers zich niet identificeren (of geen entree kunnenvinden tot deze wereld) met de technische en commerci?lestedelijke ontwikkelaars van nu, oftewel een kloof tussencash and culture? Is het misschien van de weeromstuit: heeftde populariteit van kleinschalig denken en ontwerpen ertoegeleid dat dergelijke grootschalige opgaven als achterhaaldbeschouwd worden? Of is het de ver van mijn bed show? Ishet de blas?-reactie: toch niet w??r China?Maar... nog ??n keer die bekende cijfers: vierhonderd stedenvan tussen de 250.000 en 1.000.000 inwoners; hoe kunnendeze getallen getackeld worden door middel van kleinschaligingrijpen? Of door projecten die volledig self-organized zijn?Het lijkt me onweerlegbaar dat er nog steeds een rol voorde planner en de architect is weggelegd in de opgave vande nieuwe steden. De vorige generatie van New Towns uitde twintigste eeuw stond steeds in het middelpunt van hetvakdebat, nu is de opgave minstens zo groot, maar staande ontwerpers aan de kant. Het is niet of-of: bottom-up enkleinschalig of top-down en grootschalig; beide zijn tege-lijk noodzakelijk. Er is veel denkkracht nodig om de nieuwesteden te bedenken, te defini?ren en vorm te geven. Dedainvoor de opgave mag dit niet in de weg staan, daar is het tebelangrijk voor. over leefomgeving en stedelijke cultuur ontbreken en zijningewisseld voor comfort en controle. Juist hier ontbreektde inbreng van de architect!Op welk podium je deze boodschap ook brengt, in Harvardof Den Haag, bij beleidsmakers of critici: iedereen knikt `ja'en kijkt er glazig bij om vervolgens bezwaar aan te tekenentegen de `beperkte' focus op de nieuwe steden. Oftewel:waarom zou je je focussen op een concreet vraagstuk als jeook in algemene termen over verstedelijking kunt praten?Terwijl de cijfers duidelijk zijn en overal tot vervelens toeherhaald worden (in 2020 woont zeventig procent van dewereldbevolking in de stad, enzovoort) heeft niemand `zin'zich te bemoeien met het vraagstuk van de New Towns. Endat terwijl ze meer dan een druppel op de gloeiende plaatvan de urbanisatie zijn: in het laatste decennium zijn zekervierhonderd nieuwe steden van de tekentafel gerold.Waarom dan tegenwoordig toch die weerzin? Ik kan er alleenmaar naar raden. Is het de liefde voor de metropolitaine con-ditie (die de nieuwe steden ontberen), de complexiteit vande megasteden, die zo aantrekkelijk is dat we het bestaanvan hun saaie counterparts niet erkennen en niet willen zienhoezeer beide stedelijke condities met elkaar verbondenzijn? Zoiets als wanneer men Amsterdam toejuicht, maarvindt dat Amsterdam-West of Almere niet zouden mogenbestaan? Is het een generatiekloof, omdat `onze' nieuwe ste-8 2012/02 S+ROIntroQ+AJoost SchrijnenFoto: Loes de JongAnne LuijtenStudio-ROanne.luijten@studio-ro.nlOnlangs nam JoostSchrijnen afscheid alshoogleraar ruimtelijkeplanning en strategieaan de TU Delft meteen rede getiteld `The(im)possible design ofthe Randstad'.Joost Schrijnen, emeritus-hoogleraar Ruimtelijke planning en strategie, TU DelftDe Deltametropool als blijvend verlangenS+RO 2012/02 9IntroQ+AU benadrukt in uw rede het belang vanhet kennen van bestuurlijke en markt-processen voor de stedenbouwkundigontwerper. Waarom is dat zo belangrijk?`De ontvanger snapt niet altijd wat debedoeling van een tekening is, de belang-rijkste taal van een ontwerper. Daarommoet je als ontwerper goed nadenkenover de functie en betekenis van ontwer-pend denken in processen. Je kunt je alleenmaximaal inzetten als je de processen be-grijpt waar je in zit en als je kunt luisterennaar wat de ander zegt. Het bijzondereen leuke aan ons vak is dat het ontwerpvoorbij de eenduidige politieke belan-gen kan kijken, en met oplossingen kankomen die belangen integreren, waardoormeerwaarde ontstaat. Maar je moet diebelangen wel mee kunnen nemen om ze ineen andere context te kunnen plaatsen.'Wat vraagt dat van de competenties vande stedenbouwkundige?U stelt: `Architectuur is ijdel, stedenbouwis dienstbaar'.`Je moet een inlevend vermogen heb-ben als ontwerper, maar het is halen enbrengen. Het ligt niet op de schouders vande stedenbouwkundige all??n. Je mag ookvan projectleiders en managers vragendat ze vakinhoudelijke kennis hebben endat ze het vermogen van de ontwerperactief inzetten in processen.'Op welk schaalniveau liggen op ditmoment de belangrijkste opgaven voorhet ruimtelijk ontwerp en wat zijn dieopgaven?`Ik ben iemand die altijd door alle schalenheen heeft gewerkt. Maar er zijn in onsland zeker wel een paar grote vraagstuk-ken aan te wijzen, zoals de wateropgavedie helemaal opnieuw doordacht moetworden. De tweede grote kwestie is degigantische hoeveelheid infrastructuurdie op dit moment gerealiseerd wordt.Wat levert dat voor nieuwe potentiesop voor interactie tussen gebieden? Ookde stedelijke herstructurering blijft eenvoortdurende activiteit. Het barst van deopgaven in de stad. En daardoorheen wor-den voorzichtige stapjes gezet richtingde twee metropolen, waarvan ik hoop dathet m??r worden dan alleen mobiliteits-regio's, maar er ook programma en identi-teit voor benoemd durven worden.'Bent u daar somber over? U benoemt inuw rede het traditionele onvermogenvan Nederland om metropoolvorming tekoesteren en vorm te geven, terwijl detrek naar de stad nu de grote opgave is.Hoe doen Amsterdam en de Zuidvleugelhet in dat opzicht?`Amsterdam doet het redelijk goed. HetAMA-programma gaat uit van een krach-tig concept, namelijk de sterke centralegerichtheid van de stad gecombineerdmet een vingerstadstructuur. Met eenpaar simpele ingrepen kan de metropo-litane kwaliteit worden versterkt, zoalshet doortrekken van de metro naar Schip-hol en naar Almere. De Zuidvleugel heefthet lastiger. Daar zijn twee regio's die hetgezamenlijke programma nog moetenuitvinden. Het grote voordeel is dat er alzo'n vijftien miljard is ge?nvesteerd en erveel projecten in werking zijn gezet die deschaalsprong zullen versterken, zoals dedoortrekking van de A4 en de aanleg vande spoortunnel. De Zuidvleugel is abso-luut toe aan een schaalsprong naar eenmetropool, maar dan moet de provinciedaar ook in mee gaan en er geen ruzieontstaan.'Op welke manier moet de metropool-vorming in bestuurlijk-procesmatige zinworden gefaciliteerd?`Ik ben erg van de bottom-up. W?l heb jegoede bestuurders nodig die er in geloven,zoals Aboutaleb en Van Aartsen ook doen.Er zijn altijd mensen nodig dit het procesdragen. Zij moeten echter wel inhoudelijkworden gevoed. Geef ontwerpers in eenatelier de mogelijkheid om de betekenisvan de netwerkstad voor de Zuidvleugelte ontrafelen en te voeden. Dat is nieteven een plannetje tekenen en kan ookzeker niet via een beleidsplan. Het is eenproces dat moet groeien, een voortdu-rend ontwerpend onderzoek waarinstedenbouwkundigen een belangrijke rolhebben als het gaat om het benoemen vanconcepten, programma en identiteit metmetropolitane kwaliteit.'Is de Deltametropool nu verleden tijd ofjuist dichterbij dan ooit? Bent u optimis-tisch over de mogelijkheden voor eenontwerp voor de Randstad?`Voor mij blijft dat een verlangen, maarik zie wel dat dat nog erg ingewikkeldis. De grootschalige ontwerpopgavenblijven een lastig punt, kijk maar naarhet Delflandpark. Het concept van deRandstad heb ik overigens wel losgelaten,de exclusiviteit van de beide vleugels, ikspreek liever van een Hollandse metro-pool. Ontwikkelingen als de A2-corridoren de verstedelijking van de regio ArnhemNijmegen, daar kun je niet omheen. DeRandstad is geen autonoom systeem.De dynamiek verandert door de infra-structuur. Door de Utrechtboog wordtde Zuidas het nieuwe Centraal Stationvan de Noordvleugel. Door het verkortenvan de reistijden wordt de nabijheid vansteden en regio's vergroot. Eindhoven enAmsterdam komen door de HSL nog dich-ter bij elkaar te liggen. Die versnellings-mogelijkheden vergroten de compactheidvan Nederland en dat versterkt onzemetropolitane entiteit. Om de infrastruc-tuur heen organiseert de markt zijnprogramma. Welke programma's horenbij de metropool? Tijdens mijn rede heb ikeen grote kaart van de Randstad gepakten de plekken met metropolitane potentieaangewezen. Dat zijn er heel veel, van deRijn-Gouwelijn en de aantakking op dekust tot de ori?ntaties van Amsterdamen Almere met IJburg II en III op het IJmeer.Een Zuidvleugelstad aan zee, met een ver-brede kust dankzij de zandmotor. Met hetfietspad op de nieuwe duinen van Kijkduinnaar Hoek van Holland in plaats vanerachter, zodat je de ruimtelijkheid ookkunt ervaren. Het mag van mij ook eentoeristische autoroute zijn. Metropolitanekwaliteit zit heel vaak in de details.'Kortom, toch voorzichtig optimistisch?`Kortom: het kan best nog, zeker.' 10 2012/02 S+ROIntroColumnJoachim DeclerckArchitecture Workroomjdeclerck@architectureworkroom.euEen column geschreven vanuit Brussel. Het centrum van deEuropese besluitvorming. Tegelijk is Brussel ook een beschei-den Europese metropool die zich uitstrekt over de territoriavan drie gewesten (het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hetVlaamse en het Waals Gewest) en vele tientallen gemeentenen steden. Een kleine wereldstad die verantwoordelijk is voorongeveer een derde van de Belgische welvaartsproductie.Maar ook een stedelijke agglomeratie waar alle mondialekwalen en uitdagingen plots heel concreet worden. Als derdemeest welvarende Europese regio kent het Brussels Hoofd-stedelijk Gewest een demografische groei naar 120 procenttussen nu en 2030, en een werkloosheidsgraad van circatwintig procent. Grotere tegenstellingen in een complexerebestuurlijke context kunnen we vandaag in Europa nietvinden. Maar tegelijk staat Brussel daarmee symbool vooreen onbegrepen stedelijke realiteit die zich overal in Europavoordoet: een metropoolregio waar de huidige en toekom-stige welvaart buitenproportioneel worden geproduceerd,maar waar ook de grootste sociaaleconomische, demogra-fische en ecologische uitdagingen samenkomen. Stedelijkeregio's zijn concentraties van kansen en conflicten. Als wedie met elkaar in verband kunnen brengen binnen goed func-tionerende `metropolitane machines', dan bouwen we aan deevenwichtige Europese metropolen van de toekomst. En zoaan de welvaart van het productief, inclusief en duurzaamEuropa waar we met de 2020 strategie naar streven.Terwijl deze `metropolitane machine' bij elke nieuwe statis-tische, economische of ecologische studie aan kracht lijkt tewinnen, en dus aan objectiviteit, neemt mijn verwonderingover het maatschappelijk denken en debat elke dag toe.Zowat elk politiek debat, elke nieuwe confrontatie tussenvakbonden en werkgevers, en het algemene maatschappelijkdenken over de toekomst, lijkt deze realiteit te negeren. Hetlijken wel twee werelden: die van het bestaande maatschap-pelijk systeem, en die van de metropolitane realiteit en dyna-miek. Onze maatschappelijke organisatie is verantwoordelijkvoor het beantwoorden van de huidige maatschappelijke uit-dagingen en voor het scheppen van de condities voor onzetoekomstige, duurzame welvaart. Terwijl we weten dat dieuitdagingen en die condities in het metropolitane systeemsamenvallen, en dat daar dus de belangrijkste hefboom ligt,lijkt onze maatschappelijke organisatie deze hefboom niet tekunnen en/of te willen zien.De vraag is of we ons dit nog lang kunnen permitteren. Er isdan wel lang gewerkt aan de evenwichten tussen de mach-ten en belangengroepen die in de bestaande institutionelearchitectuur van Europa, natiestaten, gewesten, provinciesen gemeenten zijn verankerd. Maar kunnen we nog lang ver-Angst voor de metropolitane machineder werken in een maatschappij die zijn belangrijkste hefbo-men systematisch onderbenut? Het lijkt wel alsof we in slaapzijn gewiegd door de levensstandaard die de vorige genera-ties collectief hebben opgebouwd. Alsof we zijn gaan gelovendat dit een eindtoestand is, verankerd in een stabiele maat-schappelijke organisatie met haar democratische structuren.Dat we vervolgens dat maatschappelijk systeem als realiteitzijn gaan beschouwen, waardoor we de re?le dynamiek inde samenleving niet meer kunnen zien. Vanuit het systeembekeken is de metropolitane machine daardoor een aberratie.Ondemocratisch zelfs, want niet in overeenstemming met dedemocratische ruimtes van onze samenleving.Recent woedde een debat tussen de Belgische ex-premieren liberaal fractieleider in het Europees parlement, GuyVerhofstadt, en de voorzitter van de erg succesvolle Vlaamsenationalistische partij, de NVA, Bart De Wever. Het pleidooivan Verhofstadt tegen het nationalisme en voor een verdereeenmaking en een gedeelde Europese identiteit, werd doorDe Wever beantwoord met een pleidooi voor de noodzaakvan een zekere geborgenheid en herkenning binnen eenkleinere gemeenschap -- Vlaanderen dus. Maar beidenzoeken het antwoord in de verkeerde ruimtelijke `eenheid'.Ze vergeten de stedelijke realiteit die onderliggend is aan dieBelgische en Europese ontwikkeling. Er bestaat namelijk eengemeenschapsvorm, de stedelijke, die overeenstemt met desociale en economische ruimte, maar die we vandaag nietondersteunen maar tegenwerken en zo mogelijk afbreken.Die `eenheden' gaat namelijk over de grenzen van gewestenheen, zowel rond Brussel als richting Frankrijk (Eurometro-pool), Nederland, Duitsland en Walloni? (de ZuidwestelijkeDelta, en de Euregio). Moeten we die stedelijke en metropoli-tane leefgemeenschappen niet laten functioneren als nieuwedemocratische ruimten, om zo uitdagingen en kansen aanelkaar te kunnen koppelen?We lijken vandaag twee dingen tegelijk te weten: het is eenkwestie van noodzaak om de metropolitane machines telaten functioneren; en we moeten een systemische angst-- de angst en het zelfbehoud van het bestaande systeem --overwinnen om dat te kunnen doen. We moeten noodzaaken systeem aan elkaar kunnen koppelen. Het zal ons steedsminder lukken om die als twee verschillende werelden aan debevolking te presenteren. Want de noodzaak wordt groter, enconcreter tastbaar in onze stedelijke omgevingen.Het goede nieuws is dat we overal ter wereld initiatievenvinden waarbij verschillende actoren in nieuwe constellatiessamenwerken aan het goed functioneren van die `metropoli-tane machines'. Nog beter nieuws is, zo hoop ik als ??n van decuratoren, dat 33 van die actoren en projecten uit Nederland,Europa en de wereld zijn samengebracht in de Vijfde Inter-nationale Architectuur Bi?nnale Rotterdam (IABR), getiteld`Making City'. Bordeaux presenteert er zijn metropolitaanproject dat via een geheel aan punctuele, participatieveprojecten in een erg dunbebouwde stad, bouwt aan de no-dige woningen, maar tevens aan een democratische ruimteop metropolitane schaal. Twee andere projecten uit Parijstonen aan hoe het metropolitaan transportsysteem voor LeGrand Paris (een nationaal initiatief) aanstuurt op voorheenonbestaande samenwerkingen tussen de verschillendelokale besturen in de Parijse agglomeratie. En hoe langsheendit vervoersproject niet alleen personen, maar ook rijkdomwordt herverdeeld op metropolitane schaal. Samen met nogdertig andere projecten tonen ze manieren en methodiekenom te werken en te ontwerpen in en aan onze stedelijkewereld. En samen maken ze het mogelijk te geloven dat desystemische angst voor de `metropolitane machine' kanworden overwonnen. Omdat zo de mogelijkheid ontstaat ommaatschappelijke uitdagingen en kansen te koppelen in dedemocratische ruimte van de metropool. S+RO 2012/02 11IntroColumnLuchtfoto metropolitane machineBrussel. Foto: Alexandre Laurent/HHTussentijd,Iris SchuttenRedacteur S+ROIllustratie: Joost Verhaakvan pauzenummer naar hoofdact12 2012/02 S+ROThema TussentijdIntroductieWaar `tussentijd' als begrip jarenlangrondzwierf in de marge van de stede-lijke ontwikkeling is het de laatste jareneen steeds vaker gehanteerd begripbinnen de stedenbouw en ruimtelijkeordening. Rijkswaterstaat, Deltares ende TU Delft draaien sinds begin 2011 hetonderzoeksprogramma Tijdelijk AndersBestemmen, Atelier Rijksbouwmeesterheeft er een onderzoeksatelier aangewijd en ook binnen het nationaal pro-gramma herbestemming is tussentijd??n van de thema's, en zo lopen er nogmeer programma's.Jarenlang werd de tussentijd gebruiktals gat in de planvorming waarin,buiten de formele instituties om,alternatieve wijzen van architectuur,stedenbouw en ruimtelijke ordeningwerden uitgeprobeerd. Denk aan deeerste kraakbolwerken, aan kunst-projecten als `De Strip' van Jeanne vanHeeswijk, of tussentijdinitiatieven alsdie op het NDSM-terrein in Amsterdam.Momenteel lijkt de tussentijd meer enmeer een instrument te worden voorplanvorming. De vraag is voor welkeplanvorming? Voor de grootschalige,uniforme planvorming die tussentijd-initiatieven eerst bestreden? Of zijn demethodieken die binnen de tussentijdzijn ontstaan zelf uitgegroeid tot eennieuw soort strategie? De tussentijdwas immers nooit doel op zich, maareen vehikel voor een meer inclusieve,meer continue wijze van werken aan destad. Geen pauzenummer dat opge-zet wordt als de dj even weg is, maarde hoofdact zelf. De auteurs in ditthema schrijven dan ook niet over eenpauzenummer maar over de act. Eenact waarin niet het `stad maken', maarhet `stad zijn' centraal staat en waargezocht wordt naar meer incrementelewerkwijzen.Met de toenemende leegstand be-vinden we ons momenteel niet alleenruimtelijk gezien in de tussentijd maarook economisch. Waar sommigen noggeloven dat het ooit wel weer goedkomt met de bouwproductie en dat westraks op de oude, grote voet verderkunnen, menen anderen dat we op eentotaal nieuwe manier moeten gaanwerken omdat met de huidige crisisook de tijden voorgoed veranderd zijn.`The Great Reset' ? de recent versche-nen publicatie van socioloog RichardFlorida ? laat zien dat diepe crises,zoals die waar we ons nu in bevinden,samenhangen met grote maatschap-pelijke veranderingen. Eerder al heefteconoom Kondratieff laten zien datcrises volgen op maatschappelijke om-wentelingen. Wat deze crises gemeenhebben is dat de wereld n? de recessieer compleet anders uitziet dan ervoor;met andere werkvormen, organisatie-vormen, ruimtelijke ordening en dien-tengevolge ook andere spelers aan hetroer. Kortom, culturele, maatschappe-lijke en economische problemen biedenunieke mogelijkheden de stad opnieuwte doordenken.Onder het credo think big, act smallleent de tussentijd, als vorm vanruimtelijk, tijdelijk ?n economischpauzelandschap, zich uitstekend voorhet proefondervindelijk uitvinden vannieuwe mogelijkheden. Het creatiefgebruiken van het pauzelandschapappelleert aan innovatief design,ondernemerschap en het leggen vannieuwe verbanden. Wat de ontwikke-laar, gemeente of corporatie ondertus-sen kan doen is dergelijke proeven detijd en ruimte geven, niet alleen op hetfysieke vlak, maar juist op ook het fi-nanci?le, organisatorische en juridischevlak. Tussentijd wordt zo een levendlaboratorium dat, zoals Siebe Thissen(Centrum Beeldende Kunst Rotterdam)het verwoordt: `Vergeten, genegeerdeof uitgesloten data concrete initiatie-ven en ontwerppraktijken combineert(...) Die Tussentijd (...) biedt een gewel-dige aanleiding om stadsontwikkeling,ruimtelijke ordening, gemeenschap encollectieve actie van andere, nieuweperspectieven te voorzien.'1Initiatievenals Eetbaar Landschap, De Groentenuit Amsterdam en Breakland zijn goedevoorbeelden van dergelijke, vernieu-wende software-solutions; vormen vansocial design waarmee de kwaliteit vanleven in de stedelijke ruimte een posi-tieve impuls krijgt.Het kennisplatform Tussentijd in Ont-wikkeling, bestaand uit een dertigtalNederlandse initiatiefnemers, pleitvoor meer tussentijdmentaliteit in destedelijke ontwikkeling: `Wanneer tijdals kwaliteit kan worden gezien binneneen ruimtelijk ontwikkelingsproces, danbiedt dat mogelijkheden voor andere,meer flexibele vormen van ontwikke-len. De gebruiker kan daarbij centraalworden gesteld in het proces, en daar-door behalve gebruiker ook producentworden van zijn eigen ruimte.'2 Dat sluitaan bij de huidige hang naar organischegebiedsontwikkeling, waarin men deoplossing denkt te hebben gevondenvoor tot stilstand gekomen bouwpro-jecten. Een ontwikkelmethode waarbijhet gaat om kleine stappen, ruimtevoor experiment, het meenemen vanbestaande kwaliteiten van een plek,eigen initiatief en meer verantwoorde-lijkheid van de burger. Tussentijdpro-jecten zijn dan ook te zien als eerstekiemen binnen deze nieuwe koers in degebiedsontwikkeling. Noten1 Bedoeld wordt data in de zin vanplaatselijke gegevens zoals informeelgebruik, economische waardeketensen subjectieve verhalen. Zie:Thissen, S., `Ondertussen in de stad...Proefondervindelijke uitdagingen', in:Lindemann, S. en Schutten, I., StedelijkeTransformatie in de tussentijd, HotelTransvaal als impuls voor de wijk, SUNTrancity 2010. Zie ook de recensie van ArieLengkeek elders in deze editie (p. 60).2 Kris Oosting in het verslag Tussentijd inOntwikkeling, Den Haag, april 2011.S+RO 2012/02 13Thema TussentijdIntroductie14 2012/02 S+ROThema TussentijdOnbedoeld ruimtegebruikHans JungeriusOntdekkingsreizigeren beeldend kunstenaarhansnl@hansjungerius.nlBoven: Bivakkeren op het terreinwaar ooit Zukunftpark O'vision inOberhausen was gedacht.Onder: Enclave Oberhausen.Foto's: Hans JungeriusOnbedoeld ruimtegebruikDe tijdgeest en het menselijk ingrijpen in de ruimte maken maakbaarheid en planning heelbetrekkelijk, meent beeldend kunstenaar Hans Jungerius. De vermeende `tussentijd' waarinde Nederlandse stedenbouw en ruimtelijke ordening zich nu bevinden is in zijn ogen net zobetrekkelijk. Het is slechts een voortzetting van eeuwenoude processen. De ruimtelijkeontwikkelingen in het Ruhrgebied laten zien dat we in Nederland achter de feiten aanlopen.De permanente tussentijd van het RuhrgebiedOp een steenworp afstand van ??n vanEuropa's grootste shopping malls ligteen archa?sch aandoende landbouw-enclave. Op zomermiddagen ruikt heter naar het houtvuur dat brandt inde zelfgebouwde broodovens, kippenscharrelen tussen de ge?mproviseerdeerfafscheidingen en af en toe klinkt hetpiepend geluid van de zwengel van eenwaterpomp. De verkaveling is onover-zichtelijk; smalle voetpaden meanderentussen de groentetuinen waarlangsvan oude beddenspiralen, afgedankteautobanden, stukken golfplaat en andergefundenes Fressen hekwerken zijngemaakt. Slechts de snelweg A40, hetgekanaliseerde riviertje de Emscher enhet Rhein-Hernekanaal scheiden dezelandelijke idylle van het enorme urbanentertainment center CentrO. is nietuniek voor Oberhausen.Deze landelijke idylle te midden van eenweb van infrastructuur is niet uniekvoor Oberhausen. Op verschillendeplekken in het Ruhrgebied zijn in de loopder jaren soortgelijke landbouwencla-ves ontstaan. Aan de westzijde vanBochum, aan de rand van de stad naastde Ruhrschnellweg liggen verscholenin het groen een stuk of tien huisjesdie opgetrokken zijn uit alle denkbarematerialen; deurtjes van een dressoirmet glas-in-loodraampjes, stukken zeilmet parketmotief, pallets en keuken-kastjes. Dit complex, evenals de enclavein Oberhausen, is een initiatief van deeerste generatie Turkse gastarbeidersdie in de zestiger jaren van de vorigeeeuw naar het Ruhrgebied kwam om inde mijnen en de staalfabrieken tegaan werken.Wat deze illegale maar getolereerdeenclaves van stadslandbouw gemeenhebben is dat zij vergeten overhoeken,vreemd gevormde restkavels en andereonopgemerkte ruimtes in cultuur heb-ben gebracht. Het zijn vaak restruimtesvan een bescheiden omvang in vergelij-king met de `buren'. Buren die door-gaans bestaan, maar vooral bestondenuit enorme fabriekscomplexen, kolen-S+RO 2012/02 15Thema TussentijdOnbedoeld ruimtegebruikmijnen en infrastructuur. Deze spon-tane vorm van ruimtegebruik is eenbelangrijk kenmerk van het Ruhrgebied.Fundamentele veranderingRecent is in Nederland het begrip`tussentijd' opgedoken; mede door decrisis in de vastgoedsector wordt naartijdelijke invullingen van stilgevallenprojecten of leegstaande kantorengezocht. De tussentijd als planologischinterbellum, dat in de uitgebreide endoorwrochte planningscultuur van onsland op dit moment als HaarlemmerWonderolie wordt gezien. Het begripstelt gerust; het is een periode die, naarmen aanneemt, weer voorbijgaat. Maarlangzaam lijkt het besef door te dringendat de `tussentijd' wel eens een funda-mentele verandering aan zou kunnenkondigen.In het Ruhrgebied is het besef langgeleden doorgedrongen dat de `tussen-tijd' geen einddatum kent. Men spreekter dan ook niet over Zwischenzeit maarover Strukturwandel; een structureleverandering dus. Deze fundamen-tele verandering van perspectief washalverwege de jaren zestig hard nodig.De structuurverandering was in hetRuhrgebied een noodzakelijkheid ge-worden, nadat de twee pijlers waarophet gebied was gefundeerd in korte tijdvrijwel verdwenen. De staalindustrieen de mijnbouw (tezamen bekend alsMontanindustrie) vormen de ontstaans-reden van het Ruhrgebied. Door hunteloorgang ontstond er een `tussentijd'zonder duidelijke eindtermijn waarinenorme industriecomplexen sloten,werden gesloopt en transformeerden,zonder enige vorm van planning totIndustriebrachen, braakliggende ter-reinen waarvan er inmiddels velen totwonderlijke postindustri?le landscha-pen zijn geworden. Landschappen dienoch stad, noch natuur, noch plattelandzijn. Deze vorm van `tussentijd' lijktverdacht veel op de processen die eeu-wenlang onze omgeving hebben vorm-gegeven maar die in de modernistischeplanningsdrift vergeten lijken geraakt.De vormen van spontaan ruimtegebruikdie voortkomen uit een zekere `tussen-tijd' en die in het Ruhrgebied opduikenhebben een verleden dat nauw met dievan het gebied verweven is.Opkomst en ondergangindustriestedenOberhausen is illustratief voor deruimtelijke en sociale ontwikkelingendie het Ruhrgebied en in het bijzonderhet dal van de Emscher, in zijn kortebestaan heeft doorgemaakt. In eendun bevolkt en overwegend agrarischgebied ontstonden vanaf 1830 in hoogtempo kolenmijnen die op hun beurthoogovens en staalfabrieken aantrok-ken. Zonder bevaarbare rivieren vonddeze industrialisatie van het plattelandvolledig langs spoorlijnen plaats.De stad ontstond aan het spoorknoop-punt van de spoorlijnen Keulen-Am-sterdam en Keulen-Minden. Midden opde vrijwel onbevolkte heide verrees eenspoorwerkplaats en direct daarnaastde kolenmijn Concordia. De Gute Hof-fnungs H?tte, een kleine ijzergieterij diesinds de zeventiende eeuw langs hetriviertje de Emscher gietijzer produ-ceerde, groeide in korte tijd uit tot ??nvan de grootste staalconglomeratenvan Europa. In hoog tempo werd de legeheide volgebouwd met industriecom-plexen. Vanuit het omringde plattelandtrokken bewoners naar de stad omwerk te vinden in de hoop hun bestaante verbeteren. Tussen de spoorlijnen enmijnschachten, langs de oude landwe-gen en op de heidepercelen bouwdenspeculanten lukraak woningen waarinzij de fabrieksarbeiders en mijnwerkershuisvestten.Er werd besloten dat een overheid desnelle ontwikkelingen in banen moestgaan leiden. In 1847 werd een stadgesticht die werd vernoemd naar hetjachtslot Oberhausen ? ??n van de wei-nige gebouwen in het lege heideland-schap. Er werd een >>16 2012/02 S+ROThema TussentijdOnbedoeld ruimtegebruikkoloniaal stratenpatroon aangelegd omhet centrum te gaan vormen. De vraagnaar arbeidskrachten nam dusdanig toedat de fabriek- en mijneigenaren arbei-derskoloni?n, de Siedlungen, bouwdenom arbeiders te lokken met een beterehuisvesting dan zij gewend waren. In1905 telde de ge?rbaniseerde heideal vijftigduizend inwoners, een getaldat in 1914 tot honderdduizend zouuitgroeien. Op zijn hoogtepunt, in 1963,nog geen 120 jaar na haar stichtingtelde Oberhausen 260.000 inwoners.Vanaf dat moment zou de stad lang-zaam `ontstedelijken' en haar inwoner-tal dalen tot 214.000 in 2009.Verstedelijkt plattelandWie de geschiedenis van het ruimte-gebruik in Oberhausen en de rest vanhet Ruhrgebied aandachtig bekijkt, zalontdekken dat het landelijke karakternooit is verdwenen, en dat de opkomsten ondergang van industriestedenals een merkwaardig soort tussentijdkan worden opgevat. Een tussentijdgedomineerd door zware industrieen mijnbouw, die rond 1840 begon enrond 1970 ten einde kwam. In 130 jaartijd is een ruraal gebied van 80 bij 45kilometer compleet op zijn kop gezet;in het uitgewoonde landschap zijn dewoonwijken verweesd achtergebleventussen braakliggende terreinen waarooit de fabrieken stonden waar omheenhet stedelijk weefsel is gegroeid.Overal en op de meest onverwachteplekken duiken restanten van het `oudeland' op; boerenhoeves en akkers waarmen, ook tijdens de industri?le periodeheeft `geboerd'. Daar zijn schitterendefoto's van waarop een ploegende boermet paardenspan staat afgetekendtegen het apocalyptisch decor vaneen hoogovencomplex. Of van koeienin een weide die dromerig staren naarschachttorens van de nabijgelegenkolenmijn.Maar de tijd waarin dit GemengeLandschaft, de wonderlijke combina-tie van platteland, stad en industrie,is ontstaan is voorgoed voorbij. Vanhet gigantische complex van de GuteHoffnungs H?tte in Oberhausen restvandaag een aantal hallen en de gas-houder. Deze Gasometer is omgebouwdtot een spectaculaire tentoonstel-lingsruimte. Vanaf het dak heb je eenfantastisch uitzicht over het weste-lijke deel van het Ruhrgebied terwijlaan je voeten het inkoopvertier vanCentrO ligt. Binnen, direct naast deentree, hangt een grote panoramafotowaarop het uitzicht vanaf de 120 meterhoge gashouder in 1955 is vastgelegd.Daarop ontvouwt zich een landschapdat tegenwoordig vanaf het bezoe-kersplatform op het dak nauwelijks teherkennen is. Wie deze panoramafotoaandachtig bekijkt ziet tussen de hal-len van de walserijen en de hoogovenswoonhuizen met diepe tuinen en ver-spreidt tussen de spoordijken tuintjesmet tuinhuisjes. Aan waslijnen in deachtertuinen hangen lakens te drogenen in de verte, voorbij de hoogovensen hallen, zijn akkers zichtbaar metkorenschoven.De boerenarbeiderNiet ver van de Gasometer ligt deoudst bewaarde arbeiderskolonie vanhet Ruhrgebied: Siedlung Eisenheim,die in 1848 voor de werknemers vande Gute Hoffnungs H?tte is gebouwd.Ook hier hebben de huizen verras-send diepe tuinen, net als in de anderewoonwijken in het Ruhrgebied. Dehonderdduizenden die als toekomstigarbeider naar het Ruhrgebied trokkenwaren aanvankelijk afkomstig van hetomringende platteland. Later uit steedsverder afgelegen gebieden als Silezi?en Polen en nog weer later uit Itali?,Joegoslavi? en Spanje en op het eindevan het industri?le tijdperk, als laatstegolf arbeidsimmigranten, kwamen deTurken. Ondanks de verschillen in taalen cultuur hadden de arbeiders ??n dinggemeen: hun agrarische achtergrond.Toen zij naar de jonge en snel groei-ende industriesteden langs de Ruhren Emscher trokken konden zij hunlandelijke levenswijze voor een belang-rijk deel behouden. In de diepe tuinenverbouwden ze hun eigen eten en in deschuur die tegen het huis was aange-bouwd waren geiten (de Kumpelkuh)ondergebracht. De arbeidsimmigrantenleidden niet alleen gedeeltelijk hun oudeagrarische leven, maar werden daarinook aangemoedigd door de overhedenen de werkgevers. De ongeplande enongeco?rdineerde industrialisatie enurbanisatie cre?erden een hoeveel-heid restruimte en tussentijd waarinhet landelijke bestaan zich gemakkelijkverder liet leven.De landelijke stadsbewonerDe voormalige plattelandsbewoner, dehalf-boer/half-arbeider, trof zichzelfaan in een landschap dat in toenemen-de mate ontoegankelijk werd. Door hetontbreken van enige vorm van planningbij het ontstaan van het Ruhrgebied,ontbrak het de bewoners aan openbaargroen en ruimtes om hun vrije tijd doorte brengen. De industrie?n en spoor-wegmaatschappijen legden een groteclaim op het landschap. De stadsarchi-tecten, planners en overheden liepentot de teloorgang van de Montanindus-trie vrijwel altijd achter de feiten aan,die de industrie en de spoorwegmaat-schappijen hadden geschapen.De nieuwe bewoners van dit GemengeLandschaft zochten zelf hun wegendoor het labyrintisch industrieland-schap, en zoals plattelandsbewonersgewend zijn werd ieder plekje benut.Zo ontwikkelde het Rhein-Hernekanaalzich op warme dagen tot een badplaatsvan zestig kilometer lengte en kreegdaardoor de bijnaam Kumpelriviera. Nogsteeds vormt het kanaal een geliefdebestemming op warme dagen.Door het verdwijnen van de Montan-industrie is er een enorme hoeveelheidruimte ontstaan waarvoor, mede doorde krimp van de bevolking, geen bestem-S+RO 2012/02 17Thema TussentijdOnbedoeld ruimtegebruikming is. Op de Industriebrachen zijnmotorcrossparcours en groentetuinenontstaan en worden tussen de spontaanopgeschoten berken en vlinderstruiken`s zomers heuse Bracheparty's gege-ven. De ooit ontoegankelijke Haldes, dekunstmatige bergen bestaande uit mijn-puin, hebben zich tot recreatiegebiedontwikkeld. De informele infrastructuurvan olifantenpaadjes (Trampelpfaden)verbindt deze onbedoelde vrijetijdszo-nes waarbij onder andere spoorbruggenals onbedoelde maar essenti?le verbin-dingen dienen om barri?res als kanalenen snelwegen te overwinnen.Geen gripDe ontwikkelingen in het Ruhrgebiedhebben altijd in zo'n dynamisch tempoplaatsgevonden dat de offici?le plan-ning en stedenbouw er weinig grip ophebben kunnen krijgen. Het gebrek aanfinanci?le middelen, in combinatie methet ontbreken van druk op de ruimtedoor het afnemend inwoneraantal,heeft in de Ruhrsteden geleidt totvormen van spontaan ruimte gebruikdie op sommige plekken het karaktervan `tussentijd' inmiddels achter zichhebben gelaten.Op een steenworp afstand van CentrOligt een terrein met asfaltwegen enrotondes voorzien van immer on-kruidvrije trottoirs. Een overmoedigstadsbestuur had hier halverwege denegentiger jaren Zukunftpark O'Visionvoorzien; een `kennis- en innovatiepark'voor de gezondheidszorg en wellness-industrie. In het midden van het parkwas een openbaar gebouw in de vormvan een glazen mens voorzien. Waareens de walserijhallen van de GuteHoffnungs H?tte stonden, groeiennu berkenbomen en vlinderstruiken,terwijl op de asfaltwegen de caravansvan zigeuners staan en mannen hunradiografisch bestuurbare autootjeslaten racen.Drie kilometer verderop, tegenover hetHauptbahnhof van Oberhausen staateen lege kantoorflat waarop in witteneonletters nog steeds te lezen staat;`Oberhausen, Wiege der Ruhrindustrie.'Inmiddels is vrijwel alle industrie uit destad verdwenen en met een schuld vantwee miljard euro is het stadsbestuuralleen nog in staat de meest basalefuncties te vervullen. Symbolisch voorde situatie van Oberhausen is de afde-ling stedenbouw. Met een bezettingvan twee personen is de rol van deoverheid op het gebied van ruimtelijkeordening vrijwel uitgespeeld.GemeengoedDoor verandering van het perspectiefworden soms dingen zichtbaar dieanders verborgen waren gebleven. Deplotselinge industrialisatie en urbani-satie van de lege heide rond jachtslotOberhausen, en de omkering van ditproces sinds de jaren zeventig, is als`tussentijd' op te vatten. Het spontaneen semilandelijke ruimtegebruik datwe tegenwoordig graag als `tussentijd'bestempelen is hiermee slechts eenvoortzetting van eeuwenoude proces-sen. Wellicht dat we de periode vankoortsachtige kantorenbouw, aanlegvan nieuwe woonwijken en de absolutewil tot beheersing van onze leefomge-ving, in de toekomst als een anomalie inde geschiedenis van het ruimtegebruikzien. Dan kan dat tijdperk, net als inDuitsland, de geschiedenisboeken inals een `tussentijd' die allang vervlogenis ? en is het spontaan ruimtegebruikgemeengoed geworden. Enclave Bochum.Foto: Hans JungeriusVincent KompierPlanoloog en publicistmail@vincentkompier.deFoto's: Bram VermeerBerlijn, wereldhoofdstad tijdelijke stedenbouw, heeft aangetoond dat wachten opinvesteerders met masterplannen in de hand, geen zin heeft. Ook de focus op architectuuren vormgeving levert nog geen levendige stad op. Tijdelijke stedenbouw doet dat wel.18 2012/02 S+ROThema TussentijdBerlijnBerlijnMark SekuurPrima Focusinfo@primafocus.nlFoto's: Mark SekuurOpen Lab Ebbinge,GroningenTijdelijke architectuur en tussentijdse stedenbouw zorgen voor een positieve uitstraling naarde omgeving ?n een (tijdelijk) eindproduct waar iedereen trots op is. Denk niet teveel in top-downblauwdrukplannen, maar in het faciliteren van bottom-up initiatieven.S+RO 2012/02 19Thema TussentijdOpen Lab EbbingeAlfredo BrillembourghUrban-Think Tankbrillembourgh@arch.ethz.chDaniel SchwartzUrban-Think Tankdaniel.schwartz@arch.ethz.chDit artikel is vertaald doorPerfect WordsIn de sloppenwijken van Brazili? is zelfbouw geen onbekend gegeven; omdathet financieel gezien niet anders kan en omdat mensen graag de handen uit demouwen steken. En ook al gaan er architecten met subsidie aan het werk, naeen paar jaar herkennen die hun eigen ontwerpen niet meer terug. De favela-bewoners blijven hun woningen aanpassen in de loop der tijd. Alfredo Brillem-bourgh en Daniel Schwartz (Urban-Think Tank) werken in deze zelfbouwjungleen zien de informele ontwikkeling van woningen en steden als lichtend voor-beeld voor de formeel gestuurde, en beklemmende, praktijken in het Noorden.Stapsgewijze ontwikkeling20 2012/02 S+ROThema TussentijdStapsgewijze ontwikkelingOp een klamme middag in februari,terwijl vele van de honderdduizend be-woners van Parais?polis, de op ??n nagrootste favela (sloppenwijk) van S?oPaulo, pauzeren met een lunch van rijstmet bonen, pakt Joaquim Mendez eenbaksteen op en plaatst deze stevig ophet dak van zijn huis. Hij overziet zijnwerk, controleert of de baksteen uitge-lijnd is met de honderden andere rodebakstenen die hij eerder die ochtendheeft gemetseld. Hij heeft een dun wittouwtje gespannen om de begrenzingvan een badkamermuur aan te geven,die zich spoedig tussen twee nieuweslaapkamers en een kleine zitkamerzal bevinden. Joaquim heeft de eerstelaag stenen voor iedere muur geplaatst.`Laat die daar liggen', roept hij tegen zijnbroer Tomas, die net een zak cementwil neerleggen. Binnen twee wekenmoet deze nieuwe verdieping onderdakbieden aan de leden van de uitdijendefamilie van Joaquim en Tomas. Vanwegehuwelijken, geboorten en familieleden,die naar de grote stad zijn getrokken,hebben de broers meer ruimte nodig.Boven het huis en de aan de straatzijdegelegen winkel bouwen ze deze nieuweruimte op; baksteen voor baksteen,muur voor muur en verdieping voorverdieping.In het Portugees betekent Parais?-polis `stad van het paradijs', en dat isbehoorlijk ironisch. Parais?polis is eenfavela (sloppenwijk) die niet alleen velebasisvoorzieningen ontbeert maar ookin grote mate de fysieke integriteit diestabiliteit en comfort biedt binnen for-mele stedelijke zones. Het is echter ookeen wijk die bestaat uit een autonomeburgerlijke structuur en een bruisendsociaal leven. In deze ruimte hebbenduizenden gezinnen een fijn huis >>Pagina 20: Parais?polis, de op ??nna grootste sloppenwijk van S?oPaulo, met in het midden het huisvan Joaquim dat in de hoogte wordtuitgebreid. Foto: Urban-ThinkTank/Daniel SchwartzPREVI-project, Lima. Foto: Urban-ThinkTank/Daniel Schwartzin de sloppenwijkS+RO 2012/02 21Thema TussentijdStapsgewijze ontwikkeling22 2012/02 S+ROThema TussentijdStapsgewijze ontwikkelinggevonden en een organische plaatselij-ke economie ontwikkeld, die nog steedshuishoudens en de gemeenschap in hetgeheel uit de armoede verheft.Verworpen beginselStapsgewijze ontwikkeling is eenvaak verworpen beginsel van modernontwerp, de afgelopen eeuw collectiefterzijde geschoven ten gunste vanontwerpen die geworteld zijn in meerrigide hi?rarchische machtsstruc-turen. Europeanen hebben het prin-cipe van stuksgewijze groei, dat zijnoorsprong heeft in het prototype voorhet dominohuis van Le Corbusier, en delandschapontwerpen van LeberechtMigge in de jaren twintig en dertigvan de vorige eeuw in Berlijn, naar deandere kant van de Atlantische Oceaangebracht toen zij voor en tijdens deTweede Wereldoorlog naar de Verenig-de Staten emigreerden. Tegen het beginvan de jaren vijftig heeft de strategiezich verbreid, en verkennen architectenen planners over heel Latijns-Amerikade mogelijkheden die stapsgewijze ont-wikkeling biedt aan plaatselijke overhe-den met geringe financi?le armslag.E?n van de broeikassen voor dergelijkeactiviteiten is Lima, waar een grootdeel van de stedelijke groei na het ko-loniale tijdperk (begin twintigste eeuw)informeel is geweest. Hier ontstaangrote gebieden met favela's, die terplaatse barriadas worden genoemd.Peru wordt in die tijd gekenmerkt doorprogressieve, door de overheid ge-sponsorde initiatieven om tegemoet tekomen aan de toenemende vraag naarwoonruimte van een explosief groei-ende bevolking. Deze initiatieven lopenuiteen van projecten voor locaties metvoorzieningen, waarin een elementaireinfrastructuur voor de nutsbedrijventot stand gebracht wordt op een stukland samen met de funderingen vooreen vast aantal eenheden, tot pro-gramma's voor elementaire huisvesting(viviendas elemental) waarin de over-heid de bouw subsidieert van door debewoners te voltooien huizen. In 1968 isde overheid gestart met een monumen-taal initiatief, PREVI (Proyecto >>S+RO 2012/02 23Thema TussentijdStapsgewijze ontwikkelingPREVI-project, Lima. Foto: Urban-ThinkTank/Daniel Schwartz24 2012/02 S+ROThema TussentijdStapsgewijze ontwikkelingExperimental de Vivienda, een expe-rimenteel woningbouwproject). Metfinanciering van de Verenigde Natiesen georganiseerd door Peter Land, eenBritse architect en intellectueel die inPeru woont, wordt PREVI al snel hetmondiale hoogtepunt van het experi-menteren met sociale huisvesting.Land, die op zoek is naar nieuwe mo-dellen van sociale huisvesting, nodigtdertien Peruviaanse architecten endertien internationale architectenuit om aan de stoffige rand van Limalaagbouw met een hoge concentratievan bewoners te ontwerpen. Bekendearchitectenbureaus zoals Aldo vanEyck, Fumihiko Maki, Charles Correa,George Candalis, Atelier 5 en JamesStirling nemen deel. Net voordatcoryfee?n uit de architectenwereld ingroten getale hun aandacht voor hetontwerp en de technologie van socialehuisvesting naar andere zaken gaanverplaatsen, giet Land PREVI in de vormvan een wedstrijd voor architecten.Met effectieve ontwerpen voor huizenen bouwstrategie?n voor de in armoedelevende stadsbevolking van de helewereld. De veelzijdige uitdaging heeftals uitgangspunt laagbouw met eenhoge concentratie van bewoners, meteen nadruk op bouwprocessen met ge-prefabriceerde elementen, een stedelijkontwerp met voetgangers en open-bare ruimte voor ogen, en stapsgewijsaanpasbare architectuur. Een internati-onale jury roept zes deelnemers uit totoffici?le winnaar1, er worden in totaal24 typologie?n geaccepteerd vooruitvoering.De overheid stopt de ontwikkeling vanPREVI in 1974 nadat er slechts vijfhon-derd eenheden zijn gerealiseerd (eenderde van het oorspronkelijke streef-cijfer). Na de militaire staatsgreep van1969, als er een nieuw bewind ge?nstal-leerd wordt, verschuiven de prioriteitenbij het huisvestingsbeleid. Ondankssteun van de VN, het verbond van Pe-ruviaanse architecten en de publiciteit,die gegenereerd wordt door de samen-werking van mondiale toparchitecten,verdwijnt PREVI geruisloos van deagenda van stedelijke ambitie. Het pro-jectterrein wordt gewoon de zoveelstearmoedige buurt aan de rand van dehoofdstad, veroordeeld tot de vergetel-heid, de groei niet geregistreerd.Time BuildsDit verandert in 2008, als een drieman-schap van jonge Chileense architec-tuurstudenten, Fernando Garcia-Huidobro, Diego Torres Torriti enNicol?s Tugas een boek schrijft overPREVI, Time Builds! Deze publicatiePREVI-project, Lima. Foto: Urban-ThinkTank/Daniel SchwartzS+RO 2012/02 25Thema TussentijdStapsgewijze ontwikkelingbrengt enige belangstelling in de ont-werpgemeenschap teweeg die alert ennauwlettend luistert naar eventuelesignalen van verschuivende socialeactiviteit. PREVI is uitgegroeid tot eensucces; misschien niet op de manierdie de bedenkers en oprichters van hetproject voor ogen stond. Lopen doorhet PREVI-terrein betekent verdwalenin een voetgangerslabyrint van vijfhon-derd typologische experimenten, elkafzonderlijk getransformeerd door deschoonheid van stapsgewijze groei. Hetis, zoals Torres uitlegt, een formeel ge-structureerde favela die op organischewijze is uitgegroeid tot een keurigebourgeois buurt. De gemeenschap isveiliger, rustiger en sociaal levendigerdan de omringende uitdijende voor-steden die als het ware in de afgelopenveertig jaar uit het centrum van Limazijn voortgevloeid. Kleine pleinen en deafwezigheid van auto's in grote delenvan het gebied hebben bijgedragen aaneen sociale omgeving die voortdurendin gebruik is: gevuld met spelendekinderen, de eigenaren van winkels opde begane grond en hun client?le, en ge-zinnen bij buurtbijeenkomsten. Hoewelde originele fa?ades van de PREVI-een-heden van ??n verdieping zo nu en dante ontwaren zijn onder vele verflagenmet felle kleuren, zijn de meeste huizeninmiddels uitgebreid met een tweede ofsoms zelfs een derde verdieping en tal-rijke renovaties en vernuftige toevoe-gingen die vaker in favela-structurente zien zijn. Trottoirs zijn gedeeltelijktoege?igend en in gebruik genomenals terras of tuin, er zijn binnenshuisen buitenshuis trappen aangebracht,kamers en ramen zijn toegevoegd ofverwijderd volgens de wensen van debewoners.AanpassenDe vriendelijke bewoners kennen geenenkele architect van het project. Welstellen ze trots de nationaliteit vanbepaalde typologie?n vast. `Mijn huis isEngels, maar de huizen aan de over-kant zijn Deens. De onze zijn veel fijner--meer ruimte,' vertelt een dolenthou-siaste bewoner, Sandra Salas. Anderebewoners hoeven hun voorkeur niettoe te lichten, hun tevredenheid blijktuit de ene aanpassing na de andere,of juist het ontbreken daarvan. Het isveelzeggend dat veel huizen die doorPeruvianen zijn ontworpen het minstveranderd lijken.Frederick Cooper Llosa, ??n van deplaatselijke architecten van PREVI en nuHoofd van de School voor Architectuuren Urbanisme van de Pauselijke Katho-lieke Universiteit in Lima, vertelt dat demensen hier in Peru nog steeds gewendzijn om dingen met de hand te doen. Integenstelling tot de vele geprefabri-ceerde elementen die elders gebruiktworden. `Wij [Peruviaanse architecten,red.] zijn van mening dat als we echtwillen helpen, we een bouwtechnologiemoeten aanbieden die geen completebreuk met tradities van de bewonersbetekent, maar die hen de voordelenvan het gebruik van nieuwe materia-len zou doen inzien.' In de vele smallestraatjes van PREVI kan Cooper Llosaniet meer aanwijzen welke huizen hijontworpen heeft: `Ik kan er geen meerherkennen.' Maar dat is niet erg; als jejezelf openstelt en zelfs een radicaalmodernistische architecturale houdingaanneemt, is je werk dat onherkenbaaropgaat in de groei van een stad iets omtrots op te zijn.Niet achterlijkHet klassieke modernisme beschouwtfavela's als plekken die bestaan in de??n of andere gedeeltelijk ontwikkeldeof `achterlijke' staat, en met architec-tuur niet veel te maken hebben. Dezeevaluatie vindt duidelijk zijn oorsprongin een conventioneel Westers, of`Noordelijk' bewustzijn, waarin formelearchitectuur en modernisering het ab-solute einddoel is van de groei van eenfavela. Buiten het kader van formelemoderne en postmoderne mandatenblijft stapsgewijze ontwikkeling in hetZuiden steden echter op zo'n dramati-sche wijze be?nvloeden, dat die niet ge-negeerd kan worden. Informele zoneseisen de aandacht en het respect op.Niet alleen voor hun omvang, maar ookvoor de integriteit van hun organische,creatieve, van vindingrijkheid getui-gende ontwerp. Zij zijn ingebed in demoderne stad, en de adaptieve aard vanhun bouw zet ons tot nadenken overde nieuwe vormen en structuren diezijn ontstaan, zonder te romantiserenof langs de meetlat van de gevestigdearchitectuurnormen te leggen.De historische context, improvisatie encombinatie zijn interessanter dan hettoepassen van formele modernistischeprincipes om een ideaal te bereiken. Dieinformele ontwikkeling is niet in tegen-spraak met modernisme, postmoder-nisme en formele planning, maar kan(in de beste omstandigheden) gedijen ineen vreemd soort symbiose. Informeleontwikkeling ontstaat uit een behoefteonder de bevolking ? maar er zijnverschillende soorten behoeften, eneen behoefte kan ontstaan op verschil-lende momenten in het bouwproces.Door formele elementen toe te voegenwaar het informele niet volstaat, enruimte te bieden aan het informelewaar formele structuren onvoldoendetegemoet komen aan de behoeftenvan de gemeenschap, kan de architectdeelnemen aan dit proces.Geen beperkingMachtsverhoudingen zijn in het Zuidennog steeds buitengewoon ongelijk enstedelijke omstandigheden veroordelenveel stadsbewoners tot onmenselijkeen mensonwaardige situaties. Waar hetNoorden de maatschappelijke verschil-len heeft versterkt en ideologischescheidslijnen heeft verscherpt, ont-spruit het zaad van radicaal democra-tisch en integratie zoekend urbanismein het Zuiden. De inwoners van defavela's van Latijns-Amerika, en stedenover de hele wereld in het algemeen,bouwen met de middelen die hen terbeschikking staan. >>26 2012/02 S+ROThema TussentijdStapsgewijze ontwikkelingHet bestempelen van de inwoners vande favela's als leden van een gemar-ginaliseerde gemeenschap wijst opeconomische en sociale onthechtingen onverschilligheid, maar houdt ookde mogelijkheid in van werken aan degrenzen van de heersende denkwijzenen opvattingen, en van vernieuwingzonder de beperkingen die door or-thodoxie worden opgelegd. Gemargi-naliseerde gemeenschappen bouwenzichzelf, zowel in fysiek als filosofischopzicht.De lange conversatie over het recht opde stad, waarvoor de aanzet is gegevendoor het gelijknamige boek van Lefeb-vre uit 1968 (Le Droit ? la ville), en dieonlangs opnieuw gestart werd via hetveel geciteerde essay van David Harveyuit 2008 met dezelfde titel, betreft deproblemen en zorgen van de inwonersvan de favela's. Waar Lefebvre de aan-dacht richt op de behoefte om plaats inte ruimen voor cultuur en kunst, breidtHarvey de discussie uit in onmisken-baar Marxistische bewoordingen, dooreen oproep te doen voor een mondialebeweging die het kapitaal van stedenin collectief bezit terugvordert. Ergenstussen deze twee perspectieven, waarbij het ene perspectief recht wordtgedaan aan tegenovergestelde stand-punten over leven in zelfbeschikking, enwaar bij het andere perspectief onder-drukkende en bevrijdende structureleprocessen worden geanalyseerd, ligteen geschikt kader voor de beoordelingvan stapsgewijze ontwikkeling in hetUtopia dat Parais?polis heet.Bovenal is er een onmiskenbaar sterkmaatschappelijk element dat kan wor-den toegeschreven aan de heersendegedeelde identiteit, die tot uitdrukkingkomt in de dagelijkse routine van devrijheid van mensen om vorm te gevenaan hun eigen directe omgeving. Ditis een beginsel dat Noordelijke stads-planners en -ontwerpers hebben latenvaren. Het informele moet niet gezienworden als tegenovergestelde vanhet formele, maar als een middel vooralternatieve soorten informatie.Urban hackingStapsgewijze ontwikkeling is geen ont-werpelement waarmee alles eventjesopgelost zal worden, maar het is zeker??n van de meer belangrijke en meestalveronachtzaamde elementen die vaakontbreken in de hedendaagse aanpakvan huisvestingsproblemen. Hoewel detoepassing ervan het hardst nodig is inveel verarmde stadszones in het Zuiden,is de elegante reactie op de menselijkebehoefte aan renovatie, groei en im-provisatie in brede zin toepasselijk. In-krimpende steden in het Noorden zoalsDetroit en Leipzig kunnen ook profite-ren van de toepassing van dit concept.Het is veelzeggend dat deze zones alde groeiende subcultuur bevorderendie vaak DIY (Do ItYourself) of UrbanHacking wordt genoemd, met een verge-lijkbaar ethos van het informeel makenvan het formele, en het opeisen vanopenbare ruimte die in verval is geraaktna financi?le debacles of privatisering.
Reacties