ZWONOORDERKWARTIERZAANSTADAMSTERDAMUTRECHTVIANENEINDHOVEN`SHERTOGENBOSCHDENHAAGROTTERDAMHEDWIGEPOLDERZANDKREEKDAMOOSTERSCHELDEBROUWERSDAMBROUWERSHAVENSEGATVEERSEDAMDORDRECHTGREVELINGENDAMKAMPENNIJMEGRIJNMOND-DRECHTSEDENSTADSHAVENSFORTSINTANDRIESHEIJPLAATIJMOND-ZAANSTREEKHARINGVLIETSLUIZENTILBURGBREDANTANTWERPENALBERT-KANAALMEINERSWIJKWAALOWAALWEELDEENMAASWERKENBEERSEOVERLAATIJSSELMEERGREVELINGENMEERKABBELAARSBANKBIESBOSCHNOORDWAARDVEERSEMEERSCHELDENIEUWEWATERWEGHARTELKANAALAFGEDAMDEMAASMILLINGERMAASMUNNIKENLANDNIEUWEMAASNOORDEREILANDLEKNEDER-RIJNBEERSEMAASWaterKwaliteit is geen luxe >Eindelijk in de delta >Klaar voor hoogwater >Vernieuwing planvorming in complexe delta >Het circus trekt verder >Cre?ren van collectiviteit in Almere >Vervlogen idealen? >Belgrado ? experimenteren in alle dimensies >Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening | 05 2012Uitgave vanuw vacature onder de aandacht van professionalsbinnen de vakgebieden RO, bouwen en wonenwww.nirov.nl/vacaturewijzerde Nirov-vacaturewijzercarrierewijzeralles voor je carriere in RO, bouwen en wonencursuswijzer vacaturewijzer2 m. + NAPwww.amer.nlDuurzaam volgens BREEAMPutten,woonwijk BijsterenBemog projectontwikkelingmasterplanstedenbouwkundig planlandschapsplaninrichtingsplanmatenplanarchitectenbegeleidingbestemmingsplanbestemmingsplanjuridische ondersteuningklankbord/inspraakvanideetotuitvoeringINTRO3 HoofdredactioneelJaap Modder4 NabeeldForenzenstromenPaul Gerretsen enJelte Boeijenga6 ColumnHet circus trekt verderMichelle Provoost8 Q+ACre?ren van collectiviteitin AlmereWiny Maas, MVRDVAnne Luijten10 ColumnDe wereld van woordenMaarten HajerTHEMA: Water12 Water, Nederland enontwerpJoost Schrijnen16 Kwaliteit is geen luxeDirk Sijmons23 Deltascenario'sRijnmond-DrechtstedenMarco Vermeulen26 Het Grevelingenmeer,een korte geschiedenisLodewijk Wiegersma30 Eindelijk in de deltaEric-Jan Pleijster32 Klaar voor hoogwaterPia Kronberger-Nabielek enPeter van Veelen36 Vernieuwing planvormingin complexe deltaHan Meyer40 (Over)leven in de delta:wassend water en krimpSteven van Schuppen enArjan Nienhuis44 De waterbergingsbank:dat zit lekkerFleur Schilt46 Water in de internationaleruimteEls Otterman,JosTimmerman enJoost BuntsmaHET VELD50 Belgrado ? experimente-ren in alle dimensiesAna Dzoki en MarcNeelen54 Vervlogen idealen?Lotte ZaaijerRECENSIES58 City StrategyNadav HaranAmsterdam terug aan het IJJos GadetStation Area Developmentin TokyoRob van der BijlDe Hollandse MetropoolMaurits SchaafsmaVormgeven aan despontane stadBert Groffen66 Bovenste plankLianne van DuinenNirov68 Nirov Agenda70 Het NetwerkAdviseurs in ruimtelijkeontwikkeling enomgevingskwaliteitStedenbouw + Ruimtelijke Ordening, 93e jaargang, nummer5, oktober2012.S+RO is een onafhankelijk tijdschrift vooriedereen die actief is in het veldvan de stedenbouw en ruimtelijke ordening. Het blad verschijnt zes keerperjaar.Redactie: Lianne van Duinen, recensieredacteurlianne.vanduinen@rli.nlArjan Harbers, arjan@topotronic.nl,Jaap Modder, hoofdredacteurmodder@destadsregio.nlMaurits Schaafsma, schaafsma_m@schiphol.nlIris Schutten, info@irisschutten.netDeniseVrolijk, eindredacteurdenise.vrolijk@platform31.nlHelen van Kan-Kokshoorn, redactiesecretariaat helen.vankan@platform31.nlOntwerp en art direction: Kismanstudio, Amsterdam, www.kismanstudio.nlRichtlijnen voor auteurs: Deredactieontvangtgraagkopij,zievoorrichtlijnen: www.s-ro.nlUitgever: Platform31/NirovRedactieadres: Postbus 30833, 2500GV Den Haag,T +31 (0)70 302 84 48, E sro@platform31.nl , www.s-ro.nlAbonnement: Kosten 91,80 perjaar, studenten betalen 45,90 perjaar. Losse nummers zijn viawww.s-ro.nl te bestellen voor 21,90 ( 16,80 Nirov-arrangementshouders).Alle prijzen zijn excl. 6% BTW. Abonnementen kunnen op elk moment schriftelijk of peremail wordenopgezegd, opzegtermijn is twee maanden www.nirov.nl/abonnementsroAbonnementenadministratie: Annemiek Nieuwenhuis,T +31 (0)70 302 84 18,E annemiek.nieuwenhuis@platform31.nlAdvertenties: Martin de Heer,T +31 (0)70 344 09 55, E martin.deheer@platform31.nlDrukwerkproductie: Platform P, RotterdamAuteurs- en beeldrechten: Aan deze uitgave is de uiterste zorg besteed; vooronvolledige/onjuisteinformatie aanvaarden auteur(s), redactie en uitgevergeen aansprakelijkheid.Overname van artikelen is toegestaan, mits voorzien van bronvermelding.ISSN-1384-6531Omslag: Detail van de kaart van Nederlandals watersysteem met het geheel vanrivieren, grote meren en de Noordzee alseen spoornet afgebeeld.Illustratie: Studio JoostGrootens /JoostGrootens met Sl?vka Paulikov? enBoris Meister www.grootens.nl.Zie ook pagina 13 >>We kunnen het tijniet kerenDe managers en organisatie-adviseurs van Twynstra Guddekomen al 45 jaar over de vloerbij de publieke sector en hetbedrijfsleven. We adviserenover vaak complexe zaken, enverbinden de belangen van demeest uiteenlopende partijen.Zo ontwikkelden we samenmet 26 waterorganisaties eengedragen visie, in slechts eenmaand tijd. Ja, wie bruggenkan bouwen, hoeft niet altijdoeverloos te overleggen.We hebben de ambitie omNederland veilig te houden enmooier te maken, en gaan deuitdaging van de klimaatver-andering graag aan.Wilt u profiteren van inzichtendie in de praktijk productiefblijken te zijn? Kijk op www.twynstragudde.nl of bel vooreen inspirerend gesprek EllenLastdrager: 06 51 83 43 86.We kunnen het tijniet kerenbreda hoofddorp zoetermeer appm.nlAPPM Management Consultantswerkt met zo'n 60 managers enadviseurs aan een Mooier Nederland.APPM organiseert met vernieuwendeconcepten de ontwikkeling enherstructurering van ons stedelijken landelijk gebied.Nederlandmooiermakenappm management consultantswater is essential forall dimensions of lifeweesp-muiden bloemendalerpolderwww.atelierdutch.nlS+RO 2012/05 3IntroHoofdredactioneelJaap ModderHoofdredacteur S+RODivergerende schalenKijkend vanaf de IJzijde van het Amsterdamse CentraalStation over het water kun je er niet omheen. Tweeflinke eyecatchers, het nieuwe Filmmuseum en devoormalige Shell-toren. Die laatste staat er al wat lan-ger maar valt nu vooral op vanwege het reusachtigespace frame dat over de volledige gevel is gespannenmet daarop bloemen van Van Gogh en een verwijzingnaar de tijdelijke verhuizing van een deel van zijnschilderijen. Rechts daarvan een complex laagbouw inparkachtige omgeving, de Tolhuistuin. De Duitse filo-soof Peter Sloterdijk sprak hier in september 2009, tergelegenheid van de Architectuur Bi?nnale, een rede uitonder de titel `Designing co-existence in the open city'.Twee jaar later lopen we opnieuw door de tuin, nu metde dames en heren die hier zijn aangesteld zijn om ditgebied tot ontwikkeling te brengen. Ze werken eraanvanaf 2007 en in 2013 moet hier een cultureel complexgeopend worden. We zien veel co-existence, kleinecreatieve bedrijven en kunstenaars naast en boven el-kaar in een sympathieke en wat rommelige omgeving.Het lijkt er nog niet erg op dat de gebruikers in staatzijn om te investeren in het gebied, in het park en degebouwen. En voor onderhoud lijken de budgetteneveneens te ontbreken. Duidelijk is dat men nog welwat zogenaamde `eindgebruikers' kan gebruiken die instaat zijn dat w?l te doen. Maar de `Tolhuistuin com-munity' lijkt dat toch een beetje te zien als het grotegevaar. Niet zo raar. We hebben het vaker gezien,dit type gebiedsontwikkeling. Eerst de kunstenaarserin om het gebied een beetje sexy te maken en danmoeten ze wegwezen want het grote geld neemt hetover. De vraag is of er condities zijn voor een andereaanpak. E?n waarbij de informele sector een blijvendefunctie kan houden in een gebied waar de markt ookhaar nuttige werk (lees: investeren) kan doen.Bij een bezoek onlangs aan het voormalige vliegveldTempelhof in Berlijn zagen we hetzelfde probleem.Na een periode waarbij men via formele planning hetgebied wilde herontwikkelen en zag dat het zo nietlukte, werd gekozen voor een participatieve benade-ring met de omgeving en veel ruimte voor informa-liteit en kleinschalige initiatieven. En ook hier wordtlangzamerhand duidelijk dat er iets meer nodig is vooreen nieuw stadsdeel met een zekere vitaliteit. Menheeft nu feitelijk twee ontwikkelingskaarten voor hetgebied, op de ene de ruimte voor de informele sectoren op de andere de programmering vanuit de markt.En ze passen niet op elkaar. Je ziet hier het conflictaankomen. Op een strip aan de rand van het enormeopen gebied, met potentieel Central Park-achtigekwaliteiten, kan gebouwd worden maar voor de deurzitten de urban farmers die niet van plan zijn hier ooitte vertrekken.Beide opgaven, Tempelhof en Tolhuistuin vragen omeen nieuwe benadering. En dat is een aanpak waarbijde informele sector niet het veld zou moeten ruimenmaar waarbij sprake is van een zekere co-existence. Inde Tolhuistuin heeft men niet veel op met betrokken-heid van de overheid. Toch heeft die wel degelijk eenrol. Niet als blauwdrukplanner of als hands on scheids-rechter, eerder als facilitator en hoeder van een brederpubliek belang.Dit type gebiedsontwikkeling vormt een belangrijkecomponent op de Architectuur Bi?nnale in Veneti? (zieook de berichten van Michelle Provoost in dit num-mer). Het gaat daar minder over architectuur dan ooit.Stedenbouw is het issue maar vooral ook de `sponta-neous interventions for the common good,' oftewel despontane stad. De Weense curator Elke Krasny laat ineen historisch overzicht zien dat hands on urbanismvan alle tijden is en dus geen modeverschijnsel. Maarde vraag is of we daarmee het recept voor een nieuwtype gebiedsontwikkeling in handen hebben.Zeker is dat de kleine schaal in ruimtelijke ontwik-kelingsprocessen weer terug is. Het thema van ditnummer laat ook zien dat we voor de planvorming vanstroomgebieden juist een groter schaalniveau nodighebben, een niveau dat soms zelfs landsgrenzen over-schrijdt. De schalen waarop effectief gewerkt/ge-pland/ontworpen kan worden lopen daarmee steedsverder uiteen. Hoe houden we hands on urbanism enregionale/nationale/internationale aanpakken bijelkaar? Dat is de vraag. Dit nummer van S+RO geeftdaarop geen antwoord. Maar de vraag moet eerstopgeworpen worden voordat we hem kunnen beant-woorden. Jaap ModderForenzenstromen van provincie naar de stadprovinciestad000,3 mln.0,6 mln.0,9 mln.1,2 mln.1,5 mln1,3 mln.010.000.0005.000.00010.000.00015.000.00020.000.00025.000.00030.000.00035.000.000gemiddeld 7,5 kilometerper persoonniet - forenzen>- 0 km>= 0 kmDe opgetelde dagelijks afgelegde kilometers vanwoning naar werk door de stedelijke forenzenDe stedelijke forens: mensen die in de stadwerken maar niet in die stad wonenAfstand tussenwoning en werk180 km150 km120 km100 km80 km60 km40 km20 km2 mln.4 mln.6 mln.8 mln.10 mln.12 mln.14 mln.16 mlnForenzenstromen van stad naar stadprovinciestad2.888.500MENSENNEDERLANDERSNEDERLANDERSMETEENVASTEBAANDIEWERKENINDESTADDit beeld is afkomstig uit het onderzoek `Bezoekersen de Stad' en maakt deel uit van het onderzoeknaar de Nederlandse Stad, uitgevoerd door Maxwanarchitects+urbanists (Rients Dijkstra, Martijn Anhalt)met Jelte Boeijenga en Paul Gerretsen, in opdrachtvan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.Het onderzoek is gebaseerd op een selectie van 25qua inwoneraantal grootste steden van Nederland.Gegevens over forenzen zijn afkomstig van CBSHoofdbanen van werknemers: SBI'93 uit 2005.Jelte BoeijengaRuimtelijke Planning & Onderzoekjelte@boeijenga.nlPaul GerretsenVereniging Deltametropoolpaul.gerretsen@deltametropool.nl4 2012/05 S+ROIntroNabeeldForenzenstromenS+RO 2012/05 5IntroNabeeldAmsterdamDen HaagRotterdamHoofddorp / SchipholUtrechtDen BoschZwolleGroningenArnhemTilburgVan de zeven miljoen Nederlanders met eenvaste baan werken er 2,8 miljoen in ??n van de 25grote steden van Nederland. Anderhalf miljoendaarvan komt dagelijks uit een andere gemeente,waarvan ongeveer een kwart uit een andere grotestad, en driekwart van elders uit de provincie.Tweederde van die forenzen reist minder dantwintig kilometer naar hun werk. Slechts een paarhonderdduizend mensen die in de stad werkenleggen daar dagelijks grote afstanden voor af.Maar zij zijn wel verantwoordelijk voor een grootdeel van de kilometers die worden gereisd. Dehelft van de kilometers wordt veroorzaakt doorminder dan vijftien procent van de reizigers: circatweehonderdduizend mensen. De catchment vande afzonderlijke steden in afstand en omvang laatzien waar de forenzen vandaan komen voor werkin de stad. De lichte lijnen vertegenwoordigenforenzen uit andere grote steden. De donkere lijnengeven aan welke forenzen uit de provincie komen.De vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, DenHaag en Utrecht lijken nauwelijks voor elkaar onderte doen. In Amsterdam en Utrecht lijken relatiefmeer forenzen uit een andere grote stad te komen,ten koste van de provincie. Den Haag is, ondanks deligging relatief ver uit het centrum van Nederland,toch een favoriete bestemming. Het aantal banenbij unieke instellingen (bijvoorbeeld de rijksover-heid en internationale organisaties) zal hierbij eenrol spelen. Het verschil met de overige steden isduidelijk.6 2012/05 S+ROIntroColumnMichelle ProvoostINTI, International New Town InstituteCrimson Architectural Historiansm.provoost@crimsonweb.orgLa Biennale di Venezia is geopend ennog tot eind november te bezoeken.Dit jaar arriveerde ik al een week v??rde opening in Veneti? om de tentoon-stelling van ons bureau Crimson op tebouwen. De bloembedden aan weers-zijden van laan naar de entree warennog overwoekerd door onkruid, deborden van de Bi?nnale werden in degrondverf gezet en de enige aanwezi-gen waren timmerlui en elektriciens.De volgende dag werden de bloembed-den omgeploegd, duizenden petunia'sstonden klaar om gepoot te worden,her en der verschenen de knalrodeaankondigingen van de Bi?nnale en dedranghekken werden opgesteld. Dedagen erna maakten in versnellendtempo de voortekens van de openinghun opwachting: geraffineerde design-kleding in plaats van bezwete T-shirts,verscherpte bewaking en pascontrole,een legertje architecten dat koortsach-tig op zijn Apple werkte op het enigeWiFi-punt en steeds vaker een ontmoe-ting met een buitenlandse bekende uit??n van de landen waar het reizendecircus van de architectengemeenschapelkaar op ??n van de tientallen Bi?n-nales ter wereld ontmoet: Shenzhen,Rotterdam, S?o Paulo of Moskou. Totuiteindelijk de opening losbarstte, metde laatste nerveuze voorbereidingen,het gebedel om kaartjes voor `het' feestof `de' cocktailparty, het genetwerk,de roddels en het spel om mensen teontmoeten of juist te ontlopen. Driedagen opening, van de ene speech naarde andere plechtigheid, tot de uitput-ting erop volgt. Ontegenzeggelijk vormtde sociale betekenis van de Bi?nnale alsontmoetingsplatforms ??n van haarbelangrijkste raisons d'etre.En wat viel er te zien? Deze Bi?nnaleheeft niet zulke goede kritieken gekre-gen, vanwege de vermeende vaagheidvan curator David Chipperfield's thema,`Common Ground'. Provocatief was deBi?nnale inderdaad zelden, maar deson-danks heeft dit `beschaafde' motto veelintelligente inzendingen uitgelokt metreflectie en diepgang.E?n van mijn favorieten is het Isra?li-sche paviljoen, getiteld Aircraft Carrier,een verwijzing naar een uitspraak vande VS Secretary of State dat Isra?lhet grootste en bovendien onzinkbarevliegdekschip van de Verenigde Statenin het Midden-Oosten noemde. Detentoonstelling laat zien hoe de Isra?li-sche architectuur zich sinds 1973 heeftontwikkeld onder invloed van de Ame-rikaanse politiek. Vooral de samenwer-king met productontwerper Tal Erezdrukt zijn stempel op de presentatie,die vol staat met merchandising pro-ducts (poppetjes van de Amerikaansepresident, kleurboeken, pennen, spel-letjes en andere mooie hebbedingetjes),die de commercialisering heel concreetmaakt en bovendien de bezoeker in derol van consument duwen, waarmeede dubbelzinnigheid van de boodschapzeer ervaarbaar wordt ? heen en weergeslingerd tussen kritische beschou-wing en hebberigheid.Het Russische paviljoen ontving eenhonorary mention, vooral vanwege debetoverende presentatie die gebruikmaakt van een lichtend moza?ek vanQR-codes,. Die vertellen het verhaal vande nieuwe stad Skolkovo, een zoge-naamde Innovation City bij Moskou, diemet veel prestigieuze architectuur-projecten, ontworpen door alle grotender aarde, door de Russische regeringwordt gebouwd. In de kelder van hetpaviljoen zijn de voorlopers van dezenew town te zien: duizenden kleinepeepholes bieden zicht op de `verbodensteden' die in de afgelopen zestig jaardoor de Sovjets werden gebouwd alsElectronica, Kernenergie of Militiarestad. De suggestie van de curatoren isdat Skolkovo, in tegenstelling tot dezeSovjet new towns, een moderne, openen toegankelijke stad zal worden, maardat lijkt me de vraag. Het John le Carr?gehalte van beide presentaties is evenhoog. En of het Poetin-regime zo veeltransparanter is dan dat van zijn Sov-jet-voorgangers lijkt de jury zich niette hebben afgevraagd. Dat werd ookduidelijk toen tijdens de prijsuitreikingde speeches werden overstemd doorspreekkoren van buiten die `Free PussyRiot!' scandeerden. Hoezeer de Biennaledi Venezia zich ? ook figuurlijk ?op een eiland heeft ge?soleerd, bleeknog eens op dat moment: niemand vande sprekers die op het protest inging.Verder te zien: de mooie bijdragenvan fAT architects, `The Museum ofCopying', die de Villa Rotunda vanPalladio als object en als onderwerpvan kopi?ren tonen en natuurlijk het`restaurant' van de Urban Think Tank,waarmee ze de Gouden Leeuw won-nen. Met curator Justin McQuirk enfotograaf Iwan Baan presenteren ze deTorre David, een halfvoltooide toren inCaracas die door bewoners gekraakt enafgebouwd werd, als hoogtepunt vaneen vitale, selforganized cultuur zonderarchitecten.Ten slotte de drie Nederlandse bureausdie Chipperfield uitnodigde: die zijn tezien in het Padiglione Centrale. MVRDVmet een presentatie van Oosterwold,OMA met de mooie tentoonstelling`Public Works, Architecture by CivilServants', over de geweldige openbaregebouwen die de Europese welvaarts-staat heeft opgeleverd, ontworpendoor overheidsdiensten. En niet tevergeten `The Banality of Good' vanCrimson, waarin we de teloorgang vande stedenbouwtraditie van de wel-vaartstaat verbeelden en oproepenom opnieuw na te denken over thecommon good.Het circus trekt verderS+RO 2012/05 7IntroColumnRussisch Paviljoen Bi?nnale Veneti?2012. Foto: Heimo Aga/HHNa het pandemonium van Veneti?kwam ik de week erna per ongelukterecht op n?g een Bi?nnale, die vanLiverpool. Dit Rotterdam van het Ver-enigd Koninkrijk lijkt zich, na een bijna-failissement rond 1980 aan de harenuit het moeras te hebben getrokken,via de status van culturele hoofdstadin 2008 en een ongekende gentrifica-tie van het centrum. Dat geldt alleenniet voor alle stadsdelen: de volkswijkAnfield, bekend van het voetbalstadionvan Liverpool fC, werd begin deze eeuwdoelwit van het LabourprogrammaHMR (Housing Market Renewal).Honderden van de pittoreske, begintwintigste-eeuwse erkerwoningen inAnfield werden voor de sloop aange-wezen om vervangen te worden doormeer `marktconforme' woningen; eenouderwetse tabula rasa-operatie diewe in Nederland op deze schaal allangniet meer kennen. Op deze plek heeftJeanne van Heeswijk twee jaar geledenhaar intrek genomen in een treurigeleegstaande bakkerij, tegenover hetstadion en omgeven door andere leeg-staande winkels en woningen. Onderhet militante motto `Brick by brick, loafby loaf, we build ourselves' heeft zesamen met een groep Anfield-diehardsde bakkerij nieuw leven ingeblazen.Bovendien is een Land Trust opgericht,die via de waarde van het vastgoed vande aangesloten bewoners, het kapitaalen de slagkracht bijeenbrengt om dedichtgetimmerde huizen op te knap-pen en Anfield weer op te bouwen. Eenindrukwekkend project vanwege devolhardendheid en de creativiteit omeen bestaande constructie als de LandTrust om te zetten naar een werkbaarinstrument van bewonersverzet tegeneen asociaal overheidsbeleid. Ontegen-zeggelijk trager, moeilijker en minderglamorous dan de projecten op de Bi?n-nale van Veneti?, maar wel een onder-neming die me inspireert, een lichtendvoorbeeld, zoals men zegt. 8 2012/05 S+ROIntroQ+AAnne LuijtenStudio-ROanne.luijten@studio-ro.nlWiny MaasFoto: Friso Keuris/HHArchitect Winy Maasvan mVrdV is allanger betrokken bij deruimtelijke ontwikkelingvan Almere.Onlangs werd hijaangesteld alssupervisor.`De plannen voor deuitleggebieden hebbenallemaal een extremiteitin ontwerp-uitgangspunten.'Cre?ren van collectiviteit in AlmereWiny Maas, MVRDVS+RO 2012/05 9IntroQ+AWat is uw opdracht als supervisor van degemeente Almere?`Het supervisorschap maakt onderdeeluit van een groter pakket. Wij zijn aljarenlang betrokken bij de plannen voorAlmere 2.0, de schaalsprong. We werk-ten onder meer aan de structuurvisie.Het supervisorschap houdt in dat ik opde grotere onderdelen van de ruimtelijkeontwikkeling van Almere gevraagd enongevraagd advies kan geven. Hoe om tegaan met de bestaande stad is daar eenbelangrijk onderdeel van. Het komt dichtbij een klassiek stadsbouwmeesterschap,door op een bijna intu?tieve maar ookprogrammatische manier stap voor stapinvulling te geven aan de opgave voor debestaande stad. Daarnaast is een belang-rijke vraag aan mij om de differentiatie inde uitleggebieden te vergroten.'U werkte aan de ontwikkelingsstrategievoor ??n van die uitleggebieden, Ooster-wold. De grote mate van vrijheid daarin isvoor Nederland uniek.`De differentiatie voor de uitbreiding gaatlangs verschillende lijnen, die allemaal eenextremiteit hebben in dichtheid of andereontwerpuitgangspunten. Oosterwold,een ontwikkeling richting het polderland-schap, is extreem licht in haar steden-bouw. Het wonen gaat hier een fusie aanmet stadslandbouw, de verhouding isongeveer 50/50. Hier kan op een orga-nische manier een veelheid aan milieusgerealiseerd worden. Iedereen mag hierdoen wat hij wil, zolang hij maar zorgdraagt voor oplossingen voor afval, water,energie en ontsluiting op de eigen kavel.Bovendien moet iedereen een deel van destadslandbouw voor zijn rekening nemen.'Wat is dan nog de rol van de stedenbouwals mensen zelfs hun eigen wegen aanmoeten leggen? Hoe zorg je voor collecti-viteit of samenhang in de ontwikkeling?`Dit is stedenbouw zoals stedenbouwmoet zijn. Ze is faciliterend en geeft te-gelijkertijd de gemeenschappelijke doelenaan, zoals stadslandbouw. We stellenregels op in een computerprogramma, diewe via software aanbieden. Door die re-gelgeving is er niet volledige vrijheid. Hetdoel is een zo groot mogelijke diversiteit,maar we koppelen de individuele vrijheidaan verantwoordelijkheid om het zelf teregelen. De ambitie is om van ik-land omte schakelen naar we-land. We adviserenom de stadslandbouw en de wegen aande randen van de kavels te leggen. Zoontstaan schakels als onderdeel van eengrote ruimte. Maar we ontwerpen zelfgeen vorm voor de infrastructuur. Ik benvooral ge?nteresseerd of bewoners metelkaar samenhang kunnen bewerkstel-ligen. Feitelijk is dit de klassieke metho-diek van de stedenbouw, alleen zitten deregels ingebouwd in de software en nietin de vorm.'Waarom kies je als stedenbouwer voorzo'n extreme vormloosheid waarinzelfs de meest basic zaken open wordengelaten?`Omdat wij niet kunnen inschatten watde beste infrastructuur is om te beant-woorden aan de vraag. We weten hetniet. Dan kun je een keurslijf aanleggen,in de vorm van een grid bijvoorbeeld. Ofje kunt kiezen voor de verrassing en voorflexibiliteit. De hypothese die erachter ligtis dat de inrichting hierdoor sterker wordtgedragen door de bewoners. Met dit planwillen we testen of je verder kunt komendan de traditionele organische steden-bouw die niet verder gaat dan de eigenkavel. De inzet is juist het bereiken vancollectiviteit.'En willen bewoners het ook?`Er is zeker een zich ontwikkelende vraag,we weten niet precies hoe groot, maarer zijn diverse professionele partijenwaaronder beleggers en projectontwik-kelaars die hiermee aan de slag willen.Hiermee kun je een vraag bedienen die nunog nergens anders mogelijk is. Er komteen datingbank om initiatieven te kunnenmatchen.'Onlangs won Almere de Floriade 2022 opAmsterdam. Is uw plan voor de Floriadeook extreem?`De dichtheden zijn veel hoger dan voorOosterwold, er komt een gemengd pro-gramma en we willen de tuinbouwagendaaanscherpen. Hoe pas je die toe op debouw van een nieuwe wijk? Het wordteen tuinbouwkundige bibliotheek voor destad, een vegetal Manhattan .'Hoe ziet u de toekomst van Almere?`Almere is een heel specifieke stad,ontworpen vanuit het gedachtegoedvan de garden city. De stad is feitelijk eencollectie van tuinwijken; ik noem Almerewel eens de Oostelijke Tuinsteden vanAmsterdam. Die specificiteit moet jeniet laten doodbloeden, maak er geengrachtengordel van. Je moet er in inves-teren en zorgen voor meer bedrijvigheid.Die metrolijn moet worden aangelegd.Amsterdam en Almere moeten meer vanelkaar gaan houden. Almere is in de ogenvan Amsterdam teveel het stiefkindje ofzelfs het afvalputje geweest. Gedeeltelijkzie je dat nog terug in de bevolkingsop-bouw van Almere. Dat was erg ego?stischvan de moederstad. Almere moet haareigen dynamiek krijgen en niet te afhan-kelijk worden van ??n soort economie ofbevolkingsgroep.'U bent destijds uitgenodigd door Sarkozyom te werken aan Grand Paris, een me-tropolitane strategie voor de Parijse re-gio. Zijn er overeenkomsten met Almere?`Werken aan de stad gaat over meerdereschaalniveaus. Almere is een kleine stad,waar ik als supervisor kan werken opvisie, maar door deelprojecten ook opmaakbaarheid. Parijs is net zo iets, maardoor de schaal en complexiteit mindergoed georganiseerd als Almere. Het is aleen verworvenheid dat we achthonderdburgemeesters met elkaar in gesprekhebben gekregen. Het protectionismeviert er hoogtij. Om dat te openen en demetropool te kunnen vernieuwen, is eenmooie opgave. Tegelijkertijd kunnen wewerken aan ingrepen in bijvoorbeeld deinfrastructuur. Wat is de beste ringweg,waar leg je die, op twintig, veertig ofhonderd kilometer van de stad? In Parijsvindt nu een vernederlandsing van de ste-denbouw plaats. Er is meer ruimte voorargumenten, iedereen aan tafel. Ik vindhet bewonderenswaardig van Sarkozy dathij dit initiatief heeft genomen om op hetmetropolitane schaalniveau meer richtingte geven aan stedelijke ontwikkeling.Ook voor Almere zie ik een kans in demanier van werken vanuit een visie ophet geheel, met tegelijkertijd oog voordeelprojecten.' Maarten HajerPlanbureau voor de LeefomgevingMaarten.Hajer@pbl.nl10 2012/05 S+ROIntroColumnDe wereld van woordenWoorden doen er toe. Ze doen ietsmet onze perceptie van de werkelijk-heid. De voorbeelden zijn legio, denkaan `climategate', `tolpoortjes' en dannu `forenzentaks'. Woorden vangen degeest, vaak op een manier die aan onsbewustzijn ontsnapt. In het voorjaarwerd het `reiskostenforfait' plots tot`forenzentaks'. In feite ging het om eenontheffing van belasting die boven-dien pas in 2004 voor forenzenverkeerboven dertig kilometer was ge?ntrodu-ceerd en met een voorspelbaar positiefeffect op de files.Beleidsvoorstellen die ingrijpen op hetbestaande hebben het zwaar. Waaromhebben we toch zo'n angst voor hetonbekende? Soms heeft te maken metde woorden die we gebruiken. `Foren-zentaks' suggereerde dat burgers doorde overheid worden `gepakt'. Maarer is ook een psychologische verkla-ring. `People are loss averse', schrijftDaniel Kahneman in zijn heerlijke boekThinking Fast and Slow: mensen hebbenangst voor verlies. Een heel plastischvoorbeeld van misschien wel zijn be-langrijkste bevinding: `The fear of losing$100 is more intense than the hope ofgaining $150'. Dat zie je ook in de discus-sie over de stad. Wie breekt er nog eenlans voor vernieuwing?Misschien komt het ook omdat teveelprojecten als grote veranderingenworden gepresenteerd. Dat werktniet in Nederland. Wij houden niet vansysteemverandering. BestuurskundigePaul 't Hart zei eens: `In Nederland moetje systeemveranderingen binnensmok-kelen, een andere optie is er niet.' Mis-schien toch wel. Want veel vernieuwingwordt bij ons meestal ook nogal tech-nocratisch geframed. Bestuurders ge-ven dan ten eerste een abstracte redenwaarom de vertrouwde lokale leefom-geving moet veranderen. Economischegroei; Delft, Amsterdam of Enschede als`kennisstad'; de klimaatneutrale stad.Maar waar is dan de leefwereld? Waaris dan de wereld van waarde van deburger? Ten tweede suggereert het datde technocraat een soort helderziendeis die het `eindplan' al in het hoofdheeft. Onder het motto `De mensenweten niet wat goed voor ze is, het ismaar een geluk dat ik het voor ze weet'wordt een systeemverandering dandoorgedrukt. Het werkt niet meer ineen energieke samenleving. Gelukkig.Zo dreigt het kind met het badwaterte worden weggegooid. Veranderingkan ook een verademing zijn. Maar wemoeten opnieuw leren hoe we omgaanmet grote verandering. De WRR maakteooit het mooie onderscheid tussen`technocratisch' en `sociocratisch'beleid. We zouden kunnen proberen ombelangrijke vernieuwingen meer vanuitde beleving te introduceren. Door eerstervaarbaar te maken wat men eigenlijkvoor ogen staat. Door meer te startenvanuit de kernkwaliteiten die de burgerkent en waardeert. Door eerst ietskleinschalig en tijdelijk uit te proberenen dan te leren van het effect. In dePBl-studie Vormgeven aan de SpontaneStad noemen we het `adaptieve plan-ning'. Die manier van werken heeftwel kansen.Het is mijn overtuiging dat wij geze-gend zijn met heel vitale steden. DeEuropese stad heeft alles in zich om dere?le utopie voor ons te worden. Diestad is natuurlijk allang geen `bolle-tje' meer, zoals Wil Zonneveld al eensschreef. De stad is een veelkleurig mo-za?ek van gevarieerde, aan elkaar gren-zende stedelijke milieus van Heemstedetot Almere, van Bos en Lommer tothet groene Water- en Amstelland. Diemanier van kijken biedt kansen om eenaantal belangrijke opgaven voor destedelijke regio nieuwe inhoud te geven.We kunnen deze steden nog wel veelbeter maken, door de bereikbaarheid tevergroten, door preciezer te zijn in hetrespecteren van wat nu de kwaliteitvan een bepaalde wijk of buurt uit-maakt. En ja, we kunnen af en toe ookwel een nieuw milieu erbij maken.De discussie over de `forenzentaks'gaat volledig voorbij aan de kansenvoor een duurzame toekomst voor Ne-derland. Die is sterk verbonden aan devitaliteit van onze stedelijke regio's. Weweten inmiddels dat onze economischetoekomst gebaat is bij het versterkenvan de `agglomeratie-effecten' vanonze sterke stedelijke regio's. Door daarmeer massa te maken, door banen enwerknemers dichter bij elkaar te bren-gen, door universiteiten en bedrijvenmet elkaar te verbinden, maar ook doorte zorgen voor een gevarieerd cultureelaanbod, voor stedelijke diensten diemensen `informeel' of `terloops' tot zichnemen. Maar ook ecologisch is heel veelwinst te boeken, door wonen, werkenen mobiliteit beter op elkaar af te stem-men. Een mooie agenda. S+RO 2012/05 11IntroColumnLuchtfoto Bos en Lommer, AmsterdamFoto: Siebe Swart/HH12 2012/05 S+ROThema WaterIntroductieWater,Nederlanden ontwerpJoost SchrijnenRuimte voor Ontwikkelingjoostschrijnen@telfort.nlNederland en het water, het is eeninteressante geschiedenis. Bewonde-renswaardig zijn de intensiteit en moedvan de aanpakken die door de eeuwenheen zijn ontwikkeld ?n de enormeschaal waarop dat gebeurde. Hoe zietde toekomst er voor Nederland uit? Dekomende besluitvorming over hetDeltaprogramma behoeft ontwerpendonderzoek naar de kansrijke strate-gie?n en een pakkend verhaal overwaar we in Nederland heen willen, steltJoost Schrijnen.Naast het IJsselmeerproject en hetbouwen van de Deltawerken zijn eerdergrootschalige ingrepen gedaan die onsland en onszelf hebben gevormd. Denkaan de ingrepen in de zestiende enzeventiende eeuw in het rivierengebied.Of het duizend jaar lang bouwen vandijken, inpolderingen van aan- enopwassen in de zee, of het bewustinzetten van water voor landsverdedi-ging in de linies.1 Dat alles ging echterniet zomaar. Er is dan ook een eigenwater-governance en we hebben onzeingenieurskunst: besturen, financieren,maken en beheren. Ooit waren er meerdan tweeduizend waterschappen, nuzijn er nog 25. En het is nooit af: sla hetDeltaprogramma 20132 op en op debinnenkant van de kaft staat hetcomplete (uitvoerings)programmaingetekend. Een indrukkend overzichtvan honderden waterstaats- enruimtelijke projecten plus studieopga-ven. Voor het jaarlijkse Deltacongres (1november 2012) waren binnen een paardagen al duizend aanmeldingen. Er lijktdus sprake van een community die zichwil bezighouden met de toekomst vanNederland en met de voorbereiding opde volgende ronde: de Deltabeslissingenin 2014, en het daaruit voortvloeiendejaarlijkse Deltaplan Waterveiligheid enhopelijk ook Zoetwater met hetprogramma van projecten en definanciering uit het Deltafonds.Voor de ramp uitToch weten weinig Nederlandersprecies wie wat doet. Voor water-schaps- en provinciale verkiezingenlopen weinig burgers warm. Dus leeftwater echt? Ja, zeker als we de majes-teit trots namens ons allen de Maas-vlakte II zien sluiten. Trots als je detoeristen ziet in Kinderdijk, en als jehonderden inwoners van de Zuidvleugelde zandmotor bij Kijkduin op zietwandelen. Maar de verbinding tussendie ervaring en de institutioneleomgeving wordt alleen maar gemaaktals de ramp heeft plaatsgevonden. Endat is nu precies wat het Deltapro-gramma uniek maakt: voor de ramp uit.Op dit moment worden vier grote enenkele middelgrote uitvoeringspro-gramma's uitgerold, waarin velemiljarden omgaan. Ruimte voor deRivier, een programma met ruim dertigprojecten opgezet naar aanleiding vande bijna-overstromingen in 1995; deMaaswerken in Limburg, een overeen-komst over veiligheidsbeleid tussen hetRijk en de regio; Zwakke Schakels in dekust, met de reconstructie van eenaantal badplaatsen en zandsuppletieslangs delen van de kust; het hoogwa-terbeschermingsprogramma ? gerichtop het op orde houden van onze dijken;en enkele bijzondere projecten zoals desteenbekledingen van de geheleOoster- en Westerschelde. En op kortetermijn start de uitvoering van deAfsluitdijk.Historisch perspectiefIn dit nummer van S+RO een caleido-scoop van aspecten rondom het wateren de ontwerpopgave. Hier en daarheldere positionering, maar ook zorgover hoe het verder gaat. Interessant ishet historisch perspectief van onswerken aan de Delta en de impact op derelatie tussen de werken, onze econo-mie en ons nederzettingenpatroon. HanMeyer is bezig dat in kaart te brengenin het kader van het (NWO) onderzoeks-programma: Integrated Planning andDesign in the Delta (IPDD). Zijn artikelbiedt een eerste overzicht. Al in heteerste Deltaplan was het samengaanvan veiligheidsopgaven en ruimtelijkeeconomische ontwikkeling aan de orde.Zo ook bij de aanpak van de ZwakkeSchakels aan de kust. Actueel pronk-stuk is toch wel het programma Ruimtevoor de Rivier waar Dirk Sijmonsvoorzitter van het Q-team is en waareen zogenaamd `Inwisselbesluit' hetmogelijk maakt om tot integrale projec-ten te komen met cofinanciering uit hetprogramma zelf en uit de regio.Gelukkig was er ook sprake van eenruimhartig budget (dankzij voormaligstaatssecretaris VenW M. Schultz, nudemissionair minister IenM). En hethoeft ook niet altijd duurder te wordenzoals Dirk Sijmons in zijn bijdrage aandit nummer beschrijft.Het is niet vanzelfsprekend dat detrend naar meer aandacht voor kwa-liteit en integraliteit ook doorzet. >>Pagina 13: Deze kaart laat Nederlandals watersysteem zien. Het geheelvan rivieren, grote meren en deNoordzee als een spoornet afgebeeld.De namen verwijzen naar plaatsen enwateren die voorkomen in dit num-mer van S+RO.Illustratie: Studio Joost Grootens /Joost Grootens met Sl?vka Paulikov?en Boris MeisterS+RO 2012/05 13Thema WaterIntroductieZWOLLEZUTPHENNOORDERKWARTIERZAANSTADEMMENAMSTERDAMUTRECHTVIANENEINDHOVEN`SHERTOGENBOSCHDENHAAGROTTERDAMHEDWIGEPOLDERZANDKREEKDAMOOSTERSCHELDEBROUWERSDAMBROUWERSHAVENSEGATVEERSEDAMDORDRECHTGREVELINGENDAMKAMPENARNHEMNIJMEGENRIJNMOND-DRECHTSEDENSTADSHAVENSFORTSINTANDRIESHEIJPLAATIJMOND-ZAANSTREEKVEESSEN-WAPENVELDHARINGVLIETSLUIZENTILBURGBREDAGENTANTWERPENBRUSSELMAASTRICHTD?SSELDORFKEULENALBERT-KANAALMEINERSWIJKWAALOOSTERHOUTSEWAARDWAALWEELDEENMAASWERKENBEERSEOVERLAATIJSSELMEERGREVELINGENMEERKABBELAARSBANKBIESBOSCHNOORDWAARDVEERSEMEERSCHELDENIEUWEWATERWEGHARTELKANAALAFGEDAMDEMAASMILLINGERWAARDRIJNIJSSELMAASMUNNIKENLANDNIEUWEMAASNOORDEREILANDLEKNEDER-RIJNGENDTSEWAARDBEERSEMAAS14 2012/05 S+ROThema WaterIntroductieDe uitwerking van de programma'sRuimte voor de Rivier en ZwakkeSchakels zijn mede ge?nspireerd op hetplan Ooievaar (1986) en op het initiatief`meegroeien met de zee' (1996) van hetWereld Natuurfonds. En dat is zekersuccesvol ge?nstitutionaliseerd. In onsoptimisme aan het begin van dezeeeuw schreef het ministerie vanVerkeer en Waterstaat een openwedstrijd uit om voorstellen uit desamenleving op te halen voor eenintegrale aanpak voor de te renoverenAfsluitdijk. De crisis heeft roet in heteten gegooid en een sobere uitvoeringwordt nu voorbereid voor uitvoering,die wel rekening houdt met ruimtelijkereserveringen voor betere tijden.Andere ambities uit het NationaalWaterplan (2008) van twee kabinettengeleden zijn eveneens in de kiemgesmoord door financi?le problemen.De (Tweede) Deltawet die inmiddelsdoor het parlement is vastgesteld kenteen Deltafonds met nadrukkelijke focusop een begrijpelijke prioriteit: veiligheiden zoetwatervoorzieningen. Het Rijkheeft door geldgebrek en door relevan-te institutionele reorganisaties dewaterschappen zover gekregen dat zijde helft van het nieuwe hoogwaterbe-schermingsprogramma (nHWBP) zelfgaan meefinancieren. Een strategischuitstekende zet. Waterschappenmoeten nu ook zelf medeverantwoor-delijkheid dragen en tegelijkertijd lijkthet dat ze daarmee zichzelf behoedenvoor een overname door de provincies.De nu demissionaire staatssecretaris J.Atsma heeft vast een greep gedaan uithet Deltafonds dat formeel vanaf 2020wordt gevuld om de grote tekorten inhet veiligheidsprogramma voor tefinancieren. De beschikbare investe-ringsruime tot 2028 is hierdoor eenstuk kleiner geworden. In het artikelvan Kronberger-Nabielek en Van Veelenworden nog veel verdergaandevoorstellen verkend voor lokalefinanciering van veiligheid en ruimte-lijke opgaven. Waarschijnlijk eenonvermijdelijke ontwikkeling.Lange- en korte termijnHet Deltaprogramma bereid zich voorop het formuleren van de vijf Deltabe-slissingen en in aanvulling daarop eenzogenaamde cruciale beslissing overzand. Het gaat om voorstellen voorstrategische ingrepen in het systeemvan de rivieren (de Rijn-Maas Deltabe-slissing), in het IJsselmeer (de Deltabe-slissing over het peil van het IJssel-meer), de veiligheidsaanpak, dezoetwateraanpak, de adaptatievraag-stukken in het stedelijk gebied en dezandhuishouding langs de kust,Wadden en in de Delta. Het gaatnoodzakelijkerwijs om een aanpak voorde lange termijn (de Deltawerkenhebben ook dertig tot veertig jaargeduurd), met daarbinnen de mogelijk-heid voor adaptieve strategie?n dieregionale ambities voor de kortetermijn moeten verbinden metveiligheids- en zoetwateropgaven voorde lange termijn. De huidige werkwijzeis intergouvernementeel en dusnationaal.Wil het slagen dan moeten de regio's enmaatschappelijke groeperingen huneigen regionale integrale ambitiesuitwerken en profileren ten opzichtevan de veiligheidsopgaven waar Rijk enwaterschappen hun verantwoordelijk-heid hebben. Dat is hier en daar algaande. In de Zuidwestelijke Delta waarik zelf vier jaar aan heb gewerkt is,dankzij een al langer lopend procesrondom de negatieve gevolgen voorecologie en economie in de delta,inmiddels een toekomstvisie ontstaanom getij weer toe te laten en afgeslotenbekkens met elkaar te verbinden. Vanaquaria naar gedeeltelijk en beheerstherstel van het estuarium, ondergelijktijdig verbeteren van de zoetwa-tervoorziening.In de artikelen van Lodewijk Wiegersmaen Eric-Jan Pleijster wordt gediscussi-eerd over de ruimtelijke uitwerking inde Grevelingen. Wellicht wat voorbarigomdat daarvoor nog veel tijd beschik-baar is, maar zonder een ruimtelijkevisie en een discours daarover is hetook geen ontdekking van mogelijketoekomsten voor Grevelingen enVolkerak. De kern is echter de groteontdekking om de bekkens Grevelingen(stagnant zout) en Volkerak (stagnantzoet) weer open met elkaar te verbin-den en die samen met de zee via eengetijcentrale. Een stap verder zet hetWereld Natuurfonds dat zich voorbe-reidt op Ooievaar deel II en met `OpenArmen' op een voortzetting van hetgestrande debat over het Haringvliet.VerkennenHet is van het grootste belang datmogelijke toekomsten in en rondom hetDeltaprogramma worden verkend. E?nvan de pogingen daartoe ? beschrevenin het artikel van Marco Vermeulen ? isgebaseerd op de door de planbureausten behoeve van het Deltaprogrammaopgestelde Deltascenario's, diebinnenkort geactualiseerd worden.Deze scenario's zijn zowel gebaseerd opklimaatscenario's als op mogelijkeruimtelijk economische toekomsten.De kansen bij een gelijktijdig optredenvan krimp en wassend water (scenario`Warm') worden verkend in een artikelvan Steven van Schuppen.Ter ondersteuning van de rol die hetonderzoekend ontwerpen kan vervullenis in de Zuidwestelijke Delta vier jaargeleden al een werkplaats ingericht.Eerst onder leiding van Jan DirkHoekstra van H+N+S Landschaparchi-tecten en later Steven Slabbers(Bosch-en Slabbers). Sinds een jaar leidtDavid van Zelm-van Eldik het Delta-atelier van het Rijk. E?n van de eerstesuccesvolle resultaten was onderdeelvan de Internationale ArchitectuurBi?nnale 2012 (IABR).3 Daaruit bleek datde opgave eerder in de Waarden ligt danin het stedelijk gebied van Rijnmondzelf. Het ontwerpatelier moet nog eenmethode ontwikkelen om de voorberei-dingen van de Deltabeslissingen in tebedden in mogelijke toekomsten dieS+RO 2012/05 15Thema WaterIntroductieBeleidsontwikkeling ProjectontwikkelingProgrammering: prioritering en inanci?nDeltaprogrammaVijf deltabeslissingen(+ zand)NationaalWaterplanOfNationaleStructuurvisieof RegionaleStructuurvisiesDeltafonds inclusief HWBP(Rijk en ws'en)Co inancieringregioInfrastructuurfondsDPVeiligheid 2014DP Zoetwater 2014MeerjarenprogrammaInfrastructuur, RuimteenTransportDG Ruimte enWaterWaterschappen Regionale enlokale fondsenDGbereikbaarheidMIRTVerkenningenProject 1Project 2EnzovoortMIRT Onderzoek Project NotaProject 3Project 4niet alleen voortkomen uit de gegevenDeltascenario's maar die ook de visiesvan maatschappelijke groeperingen envan regio's open tegemoet treden. Ineen recent, en zeer lezenswaardig,advies van het college van Rijksadvi-seurs (CRA) aan onder andere deDeltacommissaris doen zij een harts-tochtelijk pleidooi het onderzoekendontwerp voort te zetten.Regio's, rijk en maatschappelijke organi-saties moeten dat samen entameren.Als dat lukt dan kunnen de Deltabeslis-singen uiteindelijk in vruchtbare bodemvallen, en kan er een nieuw vervolgworden gegeven aan de Nederlandseaanpak van waterveiligheid en zoetwater. Dat is relevant voor onze eigenopgave en voor de internationaleperformance van onze (top)sectorwater. Dankzij onze eigen innovatievewerken, zijn wij bezig in de gehelewereld. Het artikel van Fleur Schilt sluitaan op het uitwerken van die regionaleopgave. Het gaat over een `waterbank'? niet om op te zitten ? maar een `bank'die het mogelijk teveel van water opzeer lokaal niveau inzet voor eennieuwe ruimtelijke ordening op regiona-le schaal, en dat kan ook in het kadervan de zoetwaterbehoefte wordenbeschouwd. Dat laatste, zoetwaterkomt in de artikelen nog nergens aanbod. We zijn erg afhankelijk van wat inhet buitenland gebeurt. In het geval vanteveel water, waarover internationaleEuropese afspraken worden gemaakt,zoals in het artikel van Els Otterman,Jos Timmermans en Joost Buntsma isbeschreven. Maar over de vraag watte doen als er weinig water komt,geen woord.Creatieve interactieHet Deltaprogramma moet nu doorzet-ten met de creatieve interactie met hetmaatschappelijk middenveld en deregionale partijen. Door draagvlak in desamenleving te cre?ren kan de op deloer liggende sectoraliteit wellichtworden voorkomen. Tegelijkertijd kandat ook een nieuwe impuls geven aande regionale ruimtelijke perspectievenen projecten die de komende jaren viaadaptief deltamanagement totuitvoering komen. Volg het advies vanhet CRA op. Noten1 25 peilingen naar Nederland als Waterland,`Zoden aan de dijk', Watercanon 2008.2 Deltaprogramma 2013: `Werk aan de Delta,De weg naar deltabeslissingen', Prinsjes-dag 2012.3 Rijn-Maasdelta, Kansen voor de huidigewaterveiligheidsstrategie in 2100, Inzen-ding IABR Rotterdam 2012.Advies Deltaprogramma. College vanRijksadviseurs, 25 09 2012.Positionering beleid, prioriteringfinanciering en programmeringprojecten. Bron: J. Schrijnen, J. Verkerk(Zuidwestelijke Delta) en J. vd Ven(Royal HaskoningDHV)16 2012/05 S+ROThema WaterKwaliteit is geen luxeS+RO 2012/05 17Thema WaterKwaliteit is geen luxeKwaliteitisgeenluxeDirk Sijmons m.m.v. Fred Feddesdirksijmons@me.comOverzicht rivierproject DijkverleggingLent, Nijmegen (Ruimte voor de Waal)Bron: Ambitiedocument bruggen,september 2010, gemeente NijmegenRuimtelijke kwaliteit is geen vaagbegrip of luxe, dat bewijzen de ruimdertig projecten van het programmaRuimte voor de Rivier.1 Plannen voorverbetering van waterveiligheid enruimtelijke kwaliteit zijn de afgelopenzes jaar gemonitord door een onafhan-kelijk kwaliteitsteam, het Q-team.2Hun conclusie: integraal kwaliteitsbe-leid levert een inhoudelijke bijdrage,heeft een positieve uitwerking op hetproces ?n leidt tot kostenbesparing.`Z?rich is al drie jaar de hoogstscorende stedelijke regio ter wereld alshet gaat om vestigingsvoorwaardenvoor mensen en bedrijven. Om deconcurrentie van Kopenhagen enFrankfurt op afstand te houden heeftiedereen de taak om op zijn eigengebied een steentje bij te dragen.'Aan het woord is niet de burgemeestervan Z?rich of de directeur city branding,maar een anonieme badmeester vaneen openluchtzwembad in een buiten-wijk, het Freibad Letzigraben. ZijnNederlandse bezoekers hadden hemgevraagd hoe het mogelijk was dat ditwijkzwembad maar liefst zes mensenin dienst had. Bij ons is het al moeilijkom zwembaden ?berhaupt open tehouden. De badmeester vertelde dat dezes mensen niet alleen het terrein enhet zwembad onderhouden, maar ookzweminstructeur en badmeester zijnen toezicht houden. Ze hebben dus eenviervoudige taak. Als kwaliteitsnormgeldt de veiligheidsstandaard van deAmerikaanse marine, aangevuld metextra fitnesseisen voor het personeel.Ook elders in Z?rich trof ons de nauwebetrokkenheid van onderop bijkwaliteit, en de directe relatie tussenkwaliteit en vestigingsklimaat. >>Zes jaar Q-teamRuimte voor de Rivier18 2012/05 S+ROThema WaterKwaliteit is geen luxeHet begrip kwaliteit wordt breedgedefinieerd, inclusief ruimtelijke,veiligheids- en sociale componenten.Opvallend is de vanzelfsprekendeintegratie van functies: het zwembadgedijt bij het combineren van taken,niet bij het scheiden ervan. Als Neder-landers waren we geneigd te verzuch-ten: `Hoeveel kost dat wel niet?' Maareen interessantere vraag is: `Hoeveellevert het op?' En de hoge ranking vanhet Z?richse vestigingsklimaat heeft destad geen windeieren gelegd.Een ezel stoot zich in hetgemeen geen tweemaal aandezelfde steenHet contrast met Nederland is groot.Kwaliteit wordt bij ons vaak beschouwdals een ge?soleerd extraatje, datmisschien leuk is als accessoire maardat niet mag afleiden van de primaire(sectorale) doelen, zoals veiligheid ofbereikbaarheid. Tekenend is de motieuit 2010 waarin de Tweede Kamer deminister van IenM liet weten dat eenintegrale aanpak van grote ruimtelijkeprojecten niet mag leiden tot `vertra-gingen, kostenverhoging of compromis-sen die het belang van waterveiligheiden de zoetwatervoorraad ondermijnen.'De Kamer `verzoekt de regering bijprojecten in het kader van Ruimte voorde Rivier, het Hoogwaterbeschermings-programma en het Deltaprogrammaeen helder onderscheid te maken inopgaven rondom waterveiligheid enzoetwatervoorraad en ambities opandere beleidsterreinen, waarbij deopgaven leidend zijn; verzoekt deregering voorts bij de financi?leverantwoording over deze projecten ditonderscheid ook inzichtelijk te maken.'3Hier dreigt een heilloze ontwikkelingwaarin het project in vele deelbelangenwordt opgeknipt. Alle doelen moetenapart worden beschreven, begroot enverantwoord. Het wordt (voor eenprojectleider, minister of Kamer)gemakkelijk om alles te schrappen watals luxe wordt ervaren, of om debetrokkenen er afzonderlijk voor aan teslaan. Deze aanpak wordt somsaangeprezen als een vorm van bedrijfs-matig en effici?nt opereren. Dat is eenmisvatting. Het is de werkwijze van eenmagazijnchef die een voorraad losseonderdelen beheert, maar dat is ietsanders dan ondernemen. Het is ook ietsanders dan uit de onderdelen een goedwerkend apparaat construeren. Hetwerkt zelfs averechts. De `zachte' maarcruciale waarden van de gebruiks- enbelevingskwaliteit op lange termijn zijnslecht bestand tegen fragmentatie. Zehebben geen solide staatsrechtelijkethuisbasis of zijn over teveel departe-menten verdeeld. Vaak zijn ze niet tebegroten, omdat hun bestaan nietprimair van geld afhankelijk is. Dezebenadering nodigt uit tot een wildgroeiaan gekunstelde en kansloze pogingenom immaterieel profijt in geld uit tedrukken. De motie brengt de fouten inherinnering die eind jaren zeventig zijngemaakt bij de start van de rivierdijk-versterking. Rijkswaterstaat wildedestijds een sober en strak dijkprofielzonder poespas. Iedereen die hetanders wilde, moest bijbetalen, zoalsrecreatieondernemers, natuurbescher-mers en de cultuursector. Deze striktsectorale benadering stuitte op grootmaatschappelijk verzet. Rijkswater-staat kreeg het verwijt een `staatbinnen de staat' te zijn, en het ministe-rie het verwijt `niet als een departe-ment van algemeen bestuur te functio-neren'. Deze blamage is niet voorherhaling vatbaar.Ondervinding is de besteleermeesterBovendien heeft de integrale, kwali-teitsbewuste benadering zich albewezen in de praktijk. In 2006 zijn wijaangesteld als onafhankelijk Kwaliteits-team Ruimte voor de Rivier, roepnaamQ-team, om bij alle 39 Ruimte voor deRivier-projecten te adviseren over deruimtelijke kwaliteit. In de zes jaarsindsdien hebben wij alle stadia vanplanvoorbereiding van nabij meege-maakt. Op veel plaatsen begint hetresultaat zichtbaar te worden.Het programma Ruimte voor de Rivier isopgezet vanuit de overtuiging datinvesteringen in waterveiligheidtegelijkertijd het rivierenlandschapaantrekkelijker en waardevoller kunnenmaken. Het heeft dus de lessen van hetverleden ter harte genomen. Het bredekwaliteitsstreven krijgt vorm in eenintegrale benadering, die meerderedoelen en kansen intelligent en soepelcombineert.Soms vereist kwaliteit extra inspan-ning, vaak is de kwaliteit van eenproject juist gediend met heldereeenvoud. Per saldo leidt een kwaliteits-bewuste aanpak tot forse kostenbe-sparingen en versnelling in processen,zonder dat dit het vooropgezette doelwas. Kortom: kwaliteit loont. WijVan ontwerp naar uitvoeringHet Q-team heeft geadviseerd in de ontwerpfase van de Ruimte voor de Rivier-pro-jecten. De projecten gaan nu de uitvoering in. De wijze van aanbesteden varieert perproject (van een PDB- contract met EMVI-criteria tot en met een traditioneel RAW-bestek), maar in alle gevallen zijn de kwaliteitsambities vastgelegd in een Ambitiedo-cument Ruimtelijke Kwaliteit. Dit geeft op een beeldende wijze weer welke kwaliteitin de aanbesteding en uitvoering wordt verlangd, ruimte latend voor uitwerkingen endetailleringen door de aannemer.Het Q-team staat gedurende de uitvoering op afstand. Het brengt steekproefsgewijsenkele bezoeken om te bezien hoe de uitvoering verloopt. Zo nodig kunnen aan de handvan de bevindingen processen worden bijgesteld. Aan het einde van de realisatiefasewil het team aan ieder project een Opleveringsbezoek afleggen, uitmondend in eeneindoordeel over de geleverde kwaliteit.S+RO 2012/05 19Thema WaterKwaliteit is geen luxeroepen de praktijk op om deze stellingte onderbouwen.Alle waarheid is aanhet beginDe eerste praktijkles is samen te vattenin het gezegde: `Alle waarheid is aan hetbegin.' Meteen bij het afsluiten van eenbestuursovereenkomst moetentrefzekere keuzen worden gemaakt.Een valse start betekent veel extrawerk later in het project. Veel Ruimtevoor de Rivier-projecten begonnen ineen verkeerde toonsoort. Per projectwas vooraf bepaald welke drie inrich-tingsalternatieven er moesten komen:met een maximaal effect op dehoogwaterveiligheid (alternatief 1), meteen maximale bijdrage aan ruimtelijkekwaliteit (alternatief 2), en metminimale kosten (alternatief 3).De vooraanname was dus dat veiligheiden kwaliteit tegenover elkaar staan, enkwaliteit en lage kosten ook. Hiermeewerd een valse tegenstelling voorge-bakken in de planvorming. De ruimteom de beste variant te vinden was bijvoorbaat ingeperkt. `Zo wordt eenonbevangen zoektocht naar eengemeenschappelijk optimum alleenmaar gefrustreerd. Deze manier vanalternatieven opstellen is zonder meeraan te merken als een valse start,'aldus het rapport Evaluatie Ontwerp-processen Ruimte voor de Rivier uit2011.4 Meestal wist het project zich uitdeze beknelling te bevrijden, maar datlaat onverlet dat de start beter enstimulerender had gekund.Eenvoud is het kenmerk vanhet wareIn het ontwerp voor Munnikenland,tussen de Waal en de Afgedamde Maas,was aanvankelijk een dijk getekend dieover een lengte van enkele tientallenmeters was toegerust met traptreden.Zo zou de dijk als tribune functionerenmet uitzicht op Slot Loevestein. Maar inde bespreking tussen het Q-team en deontwerpers kwam de vraag aan de ordeof zo'n nadrukkelijke vormgeving welnodig is. De dijk is immers door zijnligging en zijn flauwe talud zelf al eennatuurlijke tribune, die ook zondertraptreden uitnodigt om te gaan zitten.Ook de uitkijktoren uit hetzelfdeontwerp is geschrapt, op basis van onsargument dat de dijk zelf zoveeluitzicht biedt dat een uitkijktoren algauw `te veel' is.Het zijn twee van de vele voorbeeldenwaarin wij als Q-team vanuit hetoogpunt van ruimtelijke kwaliteitadviseerden om niet teveel elementenaan het plan toe te voegen, maar juistonderdelen weg te laten. De belangrijk-ste stelregel voor ruimtelijke kwaliteitin het rivierenland is, zo beseften wegaandeweg: `Eenvoud is het kenmerkvan het ware.'Deze gouden regel komen we in velevormen tegen. In het ontwerp en dematerialisatie. In de keuze tussen solidelowtech- en kwetsbare hightechoplos-singen. En in het advies om grotegebieden groot te houden. Zo meendenwij dat voor de bypass van Kampenteveel beheereenheden werdengecre?erd. E?n samenhangend beheer-gebied schept ruimte voor meerrivierdynamiek en voor avontuurlijke enduurzame landschappen, de bypasswordt robuuster en de kans opnoodzakelijke correcties kleiner.Kortom: houd het groot, dat maakt deplannen eenvoudiger en beter en hetbeheer uiteindelijk goedkoper.Het betere is de vijand vanhet goedeEen groot project ziet zich geconfron-teerd met een stapeling van sectoralenormen, want iedere sector heeft zijneigen idee van `kwaliteit' gefixeerd ineigen normen. Om dit hanteerbaar temaken, is een doordachte vereenvoudi-gingslag noodzakelijk. Het perspectiefvan de ruimtelijke kwaliteit maakt hetmogelijk om van sommige normen af tewijken en in totaal een beter resultaatte behalen. Steeds gaat het om dose-ring, maat houden en oog hebben voorde situatie.Dat is goed te zien in de verkeerssector,waar de normboeken volautomatischovergedimensioneerde ingrependicteren. Vraag om een eenvoudigfietspad en je krijgt een buitensporigprofiel van 3,5 meter breed plusdoorgroeitegels. Vraag om een struin-route door een uiterwaard en het planwemelt van de stevige normbruggetjeswaar ook avontuurlijke stapstenenkonden liggen. Vraag om een nieuweaansluiting van een dijkweg en er plofteen grote rotonde neer, zoals bij deentree van Munnikenland. Hier steldehet Q-team een eenvoudiger oplossingvoor, die zowel eleganter als goedkoperis, en die er wellicht ook echt komt.Goede bedoelingen die tot overdaadleiden, zien we ook bij kunsttoepassin-gen en cultuurhistorie. In een pilotont-werp met een langsdam werd voorge-steld om bij iedere opening in de dammonumentale kunst te plaatsen en allerestanten van de oude rivierkribbenopvallend te markeren. Wij hebbengepleit voor een terughoudendetoepassing van versiering of markering.Bijvoorbeeld door de houten palen vande kribben deels te laten staan en doorniet te interfereren met het robuusteen functionele systeem van rivierbeba-kening. Cultuurhistorici pleiten er vaakvoor alle historische resten in een plante laten terugkeren. Ons advies was omselectief te zijn, en bijvoorbeeld hetinrichtingsplan voor Munnikenlandvooral te enten op het verhaal van deNieuwe Hollandse Waterlinie. Datbeperkt niet alleen de kosten maarlevert ook een helder plan.Haastige spoed iszelden goedPlannen kunnen worden vereenvoudigddoor niet alles in ??n keer te doen maarslim te faseren. Ruimte voor de Rivier isvaak het begin van een lange reeks >>20 2012/05 S+ROThema WaterKwaliteit is geen luxeOverigdijklichaamwatergangpoeltjesbedrijventerreinleidingenstrooklocatie pro ielenveranderingsprocessen in het gebied.De planvorming kan hiermee rekeninghouden door de basis goed te ontwer-pen (bijvoorbeeld door bij steden eengroene stedelijke uitloop te garanderen)en voor het overige veel ruimte open telaten voor latere veranderingen.Maak geen haast als dat niet nodig is.Dit laat bovendien ruimte voor debewoners om, zodra de basis isgegarandeerd, zelf de toekomst van hetgebied ter hand te nemen. Het vergroothet draagvlak en het verkleint de kansop desinvesteringen. Een voorbeeld ishet zorgvuldige inspraakproces inMeinerswijk. De Noordwaard biedt eenvoorbeeld van slimme timing en `werkmet werk maken'. De ondiep liggendegasleiding die hier de pleziervaarthindert, kan worden verlegd zodra deleiding aan groot onderhoud toe is. Totdie tijd, zo adviseerde het team, is hetverstandig om het bij eenvoudigetijdelijke voorzieningen voor dewatersport te laten, zoals eenovertoom.Cultuurhistoriekasteelvoormalige havenlocatie`t RechthuisSlot LoevesteinDe Munnikenhofuitwateringssluisjegroepschuilplaats Sneepkilbatterij Brakel/PoederoijeninnudatierelictenToegankelijkheidauto incl. passeerplekkennoodtoegankelijkheid autoparkeerplaatsiets- en wandelpadenstruinpaden/ m+ -palenuitzicht/landmarkwaterrecreatieo 100 200 300 400 500 meterNVerwachte vegetatie/hoogte t.o.v.open water (tot m)ondiep water/nat grasland (0- m)rietruigte (1- m)natuurlijk gras- en hooiland (2- m)zachthouthardhoutPlankaart MunikkenlandBron: Royal HaskoningS+RO 2012/05 21Thema WaterKwaliteit is geen luxeWaarom moeilijk doenals het makkelijk kanIeder project kent zijn eigen bijzonder-heden. Neem het trafostation op eeneenzame terp in de Noordwaard. Er iseen zeer kleine kans dat de trafo hetbegeeft (kans ??n keer per 150 jaar)juist wanneer het gebied onder waterstaat (??n keer per jaar). Moet er nuecht voor die minieme kans speciaaleen zware brug worden gebouwd dieeen kraanwagen kan dragen? Wijstelden voor om een flink gronddepotaan te leggen (oftewel een grote hoopaarde) dat in geval van nood in dewatergang kan worden geschoven.Eenvoudig, goedkoop, en landschap-pelijk overtuigend.In de Millingerwaard wordt al twintigjaar onderhandeld over de uitplaatsingvan een bedrijf. Zolang die niet defini-tief is, moet er een brug naar het bedrijfworden aangelegd. Dat is een dureoplossing voor een probleem datmisschien snel verleden tijd is. Onsalternatief: gebruik pontons zolang hetnodig is. Ook bij Zwolle hebben wevoorgesteld de bereikbaarheid van deuiterwaarden niet automatisch metbruggen uit te voeren, maar alternatie-ven als schipbruggen, pontons en botente overwegen. Het grootste obstakel isdat de bewoners en de nood- enhulpdiensten moeten worden overtuigdvan de deugdelijkheid van dezeeenvoudige ingrepen. Het werkt vaakgoed hen te laten meedenken overoplossingen.Overdaad schaadtDit brengt ons op het verschil tussenre?le en gepercipieerde risico's. Vaakwordt een extra zware oplossinggekozen, niet omdat die technischgezien noodzakelijk is, maar omdaarmee de bewoners en gebruikersgerust te stellen. Overdimensioneringkan dus een legitieme reden hebben.Maar de afstand tussen de feitelijke ende gevoelsmatige eisen moet niet tegroot worden. Dat was volgens hetQ-team wel het geval in Veessen-Wa-penveld. Om politieke redenen is hiergekozen voor een zeer lage frequentievan de nieuwe hoogwatergeul. Ditmaakt een groot en duur regelwerk bijde inlaat noodzakelijk, plus tweebruggen over de hoogwatergeul. Detweede brug zal alleen nodig zijn als dehoogwatergeul in gebruik is, naarverwachting ongeveer eenmaal perhonderd jaar.Het moet voor de bewoners acceptabelzijn om in die uitzonderlijke situatie omte rijden zoals ze dat nu bij hoogwaterook gewend zijn, zo betoogden wij. Wijstelden een planaanpassing voor die degevolgen voor het landschap beperkten geld bespaart. Dat kan door dehoogwatergeul alsnog een realistischeoverstromingsfrequentie te geven, ofdoor ??n van de twee bruggen over dehoogwatergeul te laten vervallen. Wewisten dat dit argument moeilijk zouvallen omdat de tweede brug ook wasbedoeld om het gebied bereikbaar tehouden voor nooddiensten. Tochvonden wij het wenselijk deze kwestievan proportionaliteit aan te snijden.Houd maatBij al deze voorbeelden ? en er zijn nogveel meer ? luidt het refrein: `Houdmaat.' Ruimtelijke kwaliteit wordt vaakgezien als een vaag begrip, maar in depraktijk van Ruimte voor de Rivier blijkthet helemaal niet ingewikkeld te zijn.Het aloude functionalisme is bijwaterbouwprojecten een prima manierom maatregelen en ontwerpen tebeoordelen. Aan de situering, dimensio-nering en omvang moet je de functiekunnen aflezen. Een eenvoudig ontwerpstaat meer gebruiksvormen (enfunctiewisselingen in de tijd) toe daneen complex ontwerp. Zorg voorveiligheid, maar houd de ingreep voorhet overige zo licht mogelijk. Maathouden betekent niet dat je allesbenepen doet. Het betekent niet dat jeinspanningen en middelen egaal moetuitsmeren over het hele project. Hetbetekent juist dat je moet differenti?-ren. Meestal ga je ingetogen te werk,soms doe je helemaal niets, en op goedgekozen plaatsen pak je royaal uit. Debasale ingrepen moeten onbekrompengebeuren. Als je toch een dijk moetverleggen, leg hem dan meteen zo vermogelijk terug. Dus niet net genoeg omaan de huidige veiligheidsdoelen tevoldoen, maar zo ver dat je in detoekomst (bijvoorbeeld in het kader vanhet Deltaprogramma Grote Rivieren, deopvolger van Ruimte voor de Rivier) nietmeteen weer aan de slag hoeft.Voorbeelden hiervan zijn Westenholteen de flessenhals bij Zutphen.Een vergelijkbaar geval is de Ooster-houtse Waard bij Lent. Dit gebied stondniet in de Basisregistratie van Rijkswa-terstaat, maar wij steunden degemeentelijke wens om het wel in hetplan te betrekken. Dat leverde zoveelveiligheidswinst op dat andere projec-ten, waaronder de Gendtse Waard, nietmeer nodig waren. Een extra investe-ring hier leidde tot een grote besparingelders. Op een aantal unieke plekkenpast het om groots uit te pakken, metname waar de rivierwerken overlappenmet andere bijzondere landschappelijkestructuren en ontwikkelingen. Bijvoor-beeld bij Lent, waar de rivieraanpaksamenvalt met de Waalsprong, destedelijke uitbreiding van Nijmegen;Lent kan voor beide een internationaalvisitekaartje zijn. Eenzelfde synergie enextra inzet is gewettigd bij de overlap-ping met het cultuurhistorischrijksproject van de Nieuwe HollandseWaterlinie, in Munnikenland aan deWaal en bij Vianen aan de Lek.Voor niets gaat de zon op?Aangezien rivierwerken zijn bedoeldvoor de lange termijn, richt de kwali-teitsvraag zich niet alleen op deinrichting en de constructie maar ookop het beheer. Ruimte voor de Rivierhanteert het verstandige uitgangspuntdat je zoveel mogelijk de rivier zelf >>22 2012/05 S+ROThema WaterKwaliteit is geen luxehet beheer laat doen. Een goed ontwerpzorgt ervoor dat de geleide stroming derivier op diepte kan houden. Maar het isin ons ingesnoerde en druk gebruikterivierenland onmogelijk om alles aan denatuur over te laten. Ook in de toe-komst zal er gebaggerd, gesnoeid,gekapt en afgeplagd moeten wordenom een ongestoorde doorstroming vanwater, ijs en sediment te garanderen.Wel is de context van het beheerveranderd. Het buitendijkse boerenbe-drijf is minder rendabel gebleken en erkwamen andere grondgebruikers voorin de plaats, zoals recreatieonderne-mers, delfstoffenwinners en natuuror-ganisaties. Vooral natuurbeheer issuccesvol gebleken. De biodiversiteit istoegenomen, en de natuur heeft eengunstige werking gehad op belangrijkerivierprocessen zoals zand- engrindafzetting op de oevers envernatting van waarden met heldergrondwater.5Toch heeft natuurbeheer de laatstejaren de politieke wind tegen. Veelinitiatiefnemers pleiten ervoor om involgende projecten (SNIP3) natuurbe-stemmingen door agrarische bestem-mingen te vervangen. Wij vinden diteen zorgelijke ontwikkeling. Het leidttot kwaliteitsverlies en vertraging, enhet is een dwaling om te menen datagrarisch beheer in deze projecten gelduitspaart. Het natuurlijk beheer kanoverigens wel effici?nter gebeurenzonder aan natuurwaarde in te boeten,zo heeft het Q-team laten zien.6Tel uit je winstConsequent en structureel aandachtbesteden aan ruimtelijke kwaliteit ? datwas het doel toen het Q-team werdingesteld. Zes jaar later menen we datdit een verstandig en vruchtbaarbesluit is geweest. Het heeft eenaantoonbare invloed gehad op deruimtelijke kwaliteit. De kwaliteitsadvi-sering had ook andere gunstigegevolgen. Door de integrale aanpak metgewaarborgde aandacht voor ruimte-lijke kwaliteit werden de projecteneffici?nter, effectiever en vaakgoedkoper. Soms was er een goedereden om er geld bij te leggen, maar persaldo leidde integraal kwaliteitsbeleidtot een forse besparing.Onze eigen indruk wordt bevestigddoor de onderzoekers van de ErasmusUniversiteit en Beerenschot in deTussenevalu
Reacties