Spontane stedenbouw als politiek >Amsterdam, een verhaal van twee steden >Stedelijk leven ? la carte >Theatricity: de publieke ruimte als projectiescherm >Dirty notes in Praag >TOD in de lage landen >Te laat ? column Wies Sanders >Heilige grond ? column Barend Wind >STAD 2033Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening | 01 2013Uitgave vanhet opleidingsaanbod binnen de vakgebiedenruimtelijke ordening, bouwen en wonenBent u op zoek naar een cursus, training of opleiding binnen hetRO-vakgebied? Of wilt u uw opleidingsaanbod onder de aandachtbrengen van RO-professionals? De cursuswijzer biedt een helderoverzicht van het opleidingsaanbod uit de vakwereld.carrierewijzeralles voor je carriere in ro, bouwen en wonencursuswijzer vacaturewijzerGa naar www.platform31.nl/abonneren voormeer informatie over de tijdschriften.Omslag: Over twintig jaar is de stad geen aparte entiteit meer, maar onderdeel van een groter geheel. Organische ontwikkeling heeft de integrale planning verdrongen. Door an-dere ruimtelijke structuren is een nieuw type stad ontstaan, waar de betekenis van centraliteit is afgenomen. Activiteitenplaatsen zijn verspreid geraakt over de hele stedelijkeregio, het onderscheid tussen stad en ommeland bestaat niet meer. Fr?d?rik Ruys combineert de oude op centraliteit gebaseerde stadsplattegronden met dit nieuwe type stadwaar verbindingen en onderlinge verhoudingen steeds belangrijker zijn geworden. Nederland gezien als ??n grote stedelijke regio. www.vizualism.comINTRO3 HoofdredactioneelJaap Modder4 ColumnTe laatWies Sanders6 Q+AVerbinden sociaal enfysiek. Adriaan Visser,directeur Platform31Anne Luijten8 ColumnHeilige grondBarendWindTHEMA: Stad 203310 Stad 2033Arjan Harbers12 Spontane stedenbouwals politiekJustus Uitermark16 Amsterdam, een verhaalvan twee stedenErrik Buursink22 Groningen 2033Rob van der Bijl23 Enschede 2033Ton Schaap24 Stedelijk leven ? la carteJoram Gr?nfeld28 Realistische metropol-tane strategie?nOtto Raspe32 Den Haag 2033Maarten Schmitt33 Eindhoven 2033Jo Coenen34 Theatricity: de publiekeruimte alsprojectieschermHein Eberson40 Map, publieke installatieAram BarthollHET VELD42 Dirty notes in PraagMadelief ter Braak enMarijke Martin46 Bouwen voor de leeg-stand van winkelsHugo Priemus49 TOD in de lage landenBertus Cornelissen,Johanan van Dijk,Merten Nefs enBart BrenninkmeijerRECENSIES54 De Mobiele StadAngela SondervanNederland StedenlandRies van der WoudenCycle SpaceTijs van den BoomenHet Bewoonbare LandKees Doevendans60 Bovenste PlankLianne van DuinenPlatform3162 Platform31 Agenda63 Het NetwerkAdviseurs in ruimtelijkeontwikkeling enomgevingskwaliteitStedenbouw + Ruimtelijke Ordening, 94e jaargang ? nummer1 ? februari 2013.S+RO is een onafhankelijk tijdschrift vooriedereen die actief is in het veldvan de stedenbouw en ruimtelijke ordening. Het blad verschijnt zes keerperjaar.Redactie: Lianne van Duinen, recensieredacteurlianne.vanduinen@rli.nlArjan Harbers, arjan@topotronic.nl,Jaap Modder, hoofdredacteur jaapmodder@brainville.nlMaurits Schaafsma, mschaaf@xs4all.nlIris Schutten, info@irisschutten.netDeniseVrolijk, eindredacteurdenise.vrolijk@platform31.nlHelen van Kan-Kokshoorn, redactiesecretariaat helen.vankan@platform31.nlOntwerp en art direction: Kismanstudio, Amsterdam, www.kismanstudio.nlRichtlijnen voor auteurs: Deredactieontvangtgraagkopij,zievoorrichtlijnen: www.s-ro.nlUitgever: Platform31Redactieadres: Postbus 30833, 2500GV Den Haag,T +31 (0)70 302 84 48, E sro@platform31.nl , www.s-ro.nlAbonnement: Kosten 91,80 perjaar, studenten betalen 45,90 perjaar. Losse nummers zijn viawww.s-ro.nl te bestellen voor 21,90 ( 16,80 voorleden en partners van Platform31).Alle prijzen zijn excl. 6% BTW. Abonnementen kunnen op elk moment schriftelijk of peremail wordenopgezegd, opzegtermijn is twee maanden www.platform31.nl/abonneren/tijdschriftenAbonnementenadministratie: Annemiek Nieuwenhuis,T +31 (0)70 302 84 18,E annemiek.nieuwenhuis@platform31.nlAdvertenties: Nirov, Martin de Heer,T +31 (0)70 302 84 84, E martin.deheer@platform31.nlDrukwerkproductie: Platform P, RotterdamAuteurs- en beeldrechten: Aan deze uitgave is de uiterste zorg besteed; vooronvolledige/onjuisteinformatie aanvaarden auteur(s), redactie en uitgevergeen aansprakelijkheid.Overname van artikelen is toegestaan, mits voorzien van bronvermelding.ISSN-1384-6531Arnold Reijndorp /Like Bijlsma / Ivan NioAtlasNieuwestedenDe verstedelijkingvan de groeikernen 29,5000:/Compendiumfor the CivicEconomyWhat our cities, townsand neighbourhoods shouldlearn from 25 trailblazers 24,50Matthijs de BoerBinnenin de stadOntwerp en gebruikvan publieke interieurs 24,50Marc van LeentPubliekvastgoedAnalyses, concepten,voorbeelden 22,50trancityxvaliz recent verschenen publicatiesvia uw eigen boekhandel of www.trancity.nlLet op de bijlage van dit nummer van S+RO:De collegedag van Trancityover Publieke Ruimte ? Publieke Zaakkennis van stad en regioPlatform31 is de fusieorganisatie van KEI, Nicis Institute, Nirov en SEVKijk voor ons actuele aanbod op www.platform31.nl/agendaPlatform31 organiseert cursussen, masterclasses en kort- en langlopendeopleidingsprogramma's over stedelijke en regionale vraagstukken.Nieuwe vragen, nieuwe kennisS+RO 2013/01 3IntroHoofdredactioneelJaap ModderHoofdredacteur S+ROWoensdagavond 16 januari jongstleden in Pakhuis deZwijger, Amsterdam: de redactie van dit tijdschriftorganiseert de eerste S+RO Live. Met succes, meerbezoekers dan zich hadden aangemeld. Een zaal metbijna 250 mensen die het onderwerp van ons laatstenummer van 2012, de toekomst van de MetropoolregioAmsterdam (MRA), graag ook in debatvorm wildenmeemaken. De timing was goed, aan de vooravondvan het door het Amsterdamse regio georganiseerdeMRA-congres. Het maken van een tijdschrift kan nietmeer beperkt blijven tot het regelmatig publiceren vaneen gedrukt medium, hoe goed ook van inhoud en vanvormgeving. De fysieke ontmoeting van auteurs metkritische lezers en het debat over de inhoud moet eenvast element worden bij het uitgeven van een tijd-schrift. Dat is de reden voor de formule S+RO Live. Ditjaar organiseren wij een serie van zes bijeenkomstenin Pakhuis de Zwijger. Noteert u alvast, de tweedeS+RO Live vindt plaats op woensdag 20 maart om 20uur in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam.Ook inhoudelijk kan de eerste S+RO Live een succesworden genoemd. Kritische analyses over de toestandvan de metropool, de kansen en bedreigingen, ont-braken tijdens het MRA-congres op 7 februari in Eyenagenoeg. Het publiek had nauwelijks de gelegenheidin debat te gaan met sprekers. Hoe anders ging datin Pakhuis de Zwijger. Jeroen Saris hield een contro-versieel verhaal, zo bleek later tijdens het debat, overde groeirichting van de Amsterdamse regio en derol van Almere daarin. Het kwam niet aan de orde inEye. En dat is vreemd want er is alle reden voor eenpubliek debat over de vraag hoe en in welke richtingde Amsterdamse regio zich verder moet ontwikkelen.S+RO Live liet ook zien hoezeer het openbaarvervoer-netwerk van de metropoolregio toe is aan een radicaalherontwerp. Rob van der Bijl gaf daarvoor een voor-zet. Duidelijk werd dat men het vooral eens is over denoodzaak van een ingrijpende aanpassing. Over demanier waarop dit moet gebeuren verschillen de op-vattingen fors. Daarmee is een belangrijk onderwerpvoor de metropoolregio neergezet. En dan gaat het omhet hele netwerk van trein, tram en bus en de rol vande stations, de knopen in het netwerk, en verbindin-gen tussen stad, Zuidas en Schiphol.Deze kwestie kwam zijdelings aan de orde tijdensMRA in Eye. Maarten Hajer van het Planbureau voorde Leefomgeving stelde de toenemende clashes tus-sen vervoersmodaliteiten in de stad aan de orde ende gevolgen daarvan voor de verkeersveiligheid ende kwaliteit van de leefomgeving. De stad laat veelte teveel auto's toe en dat vraagt om ingrijpen. Maarook de externe bereikbaarheid van de MRA is eenprobleem. De Amsterdamse regio heeft in vergelijkingmet andere metropolen een lage dichtheid en daarmeeminder agglomeratievoordelen. Dat kan gecompen-seerd worden door borrowed size oftewel `geleende'stedelijke massa. Men zou er in de Amsterdamse regiodus alles aan moeten doen om heel veel mensen da-gelijks naar de stad halen en dat vraagt om veel beteren sneller openbaar vervoer van en naar de stad. Dieforse verbetering van de externe bereikbaarheid moetplaatsvinden op een tamelijke grote schaal, en diereikt zelfs tot Eindhoven.Dit nummer gaat over de toekomst van de stad en destedelijke regio en we kijken daarbij veel breder dande grachtengordel en haar omgeving. We vroegen eengroot aantal auteurs om hun kijk op de stad over eenpaar decennia: wat is waarschijnlijk, wat is wenselijk?De toekomst van de stad heeft er wel eens andersuit gezien. Sinds auteurs als Florida en Glaeser onsduidelijk maakten wat er gebeurt, en nog te gebeurenstaat, kunnen we vaststellen dat het bijna vanzelf al-lemaal goed komt. De kenniseconomie is meer dan deeconomie van het industri?le tijdperk verweven metde stad. Steden groeien weer en zelfs de middenklassetrekt niet meer weg. De vraag is nu wat dit betekentvoor de publieke agenda, ook in termen van sturing.Die vraag werd tijdens het MRA-congres beantwoorddoor de burgemeester van Parijs, Delano?. Parijs kanhet naar zijn stellige overtuiging echt niet alleen alshet een bruisende metropool wil blijven in de eenen-twintigste eeuw. Parijs kijkt naar de schaal van Gre-ater London. Op dat schaalniveau vragen de publieketaken op het gebied van economische ontwikkeling enmobiliteit om meer sturing en institutionalisering.Delano? hield zijn gehoor voor daar keihard voor tegaan. En dat is iets waar men in Amsterdam voortdu-rend aan lijkt te twijfelen.Jaap Modder4 2013/01 S+ROIntroColumnRotterdam CS 2013Foto's: Wies SandersS+RO 2013/01 5IntroColumnWies SandersUrban Unlimitedwww.urbanunlimited.nl`Gemiddeld blijven mensen minder dantien minuten op het station, ik zouwillen dat ze in de verleiding komenom een trein later te nemen.' AldusMadeleine van der Zwaan, voormaligdirecteur NS Stations/Servex (thansdirecteur van theater Carr?). Ik laat dieuitspraak even op me inwerken, terwijlde Fyra is uitgevallen en me vervolgensonvrijwillig aan de wens van mevrouwVan der Zwaan overgeef.Er was een tijd dat ik mezelf dan zoutrakteren op een Tong Picasso metdaarna een kopje filterkoffie en eenspoorpunt, al naar gelang de heftig-heid van de vertraging. In zo'n rokerigeoranje-bruine stationsrestauratie (ver-sie Rotterdam) of zo ??n met Perzischetapijtjes op tafels (versie Roosendaal).Bij de koffie kreeg je steevast ijskoudekoffiemelk uit een roestvrijstalenminikannetje waar zo'n vies randjeaangekoekte melk aan zat en en pas-sant spaarde je de suikerzakjes waaropverschillende stationsgebouwen vanNederland waren gedrukt. Ach, je zat ertenminste warm, droog en meestal welrustig, evenals in de aanpalende gratisverwarmde wachtruimte. Soms misteik wel eens, verdiept in de ochtend-krant, per ongeluk de volgende trein.Alle goede en bovenal commerci?le ver-leidingen van NS Stations ten spijt, opstations verlang ik er nooit naar om eentrein later te nemen. De Tong Picassovan toen kan me gestolen worden,maar de rokerige stationsrestauratiewil ik graag terug nu het nagelnieuweRotterdam CS uitsluitend lawaaiige,kille en fantasieloze fastfoodketensmet kaboutertafeltjes heeft. Het isde nieuwe formule van NS Stations endat biedt merkwaardig genoeg juist deoverbekende combinatie van fastfood-en kledingketens die we al kennenvan de Lijnbaan en andere gemiddeldewinkelstraten. Op die plekken heb jedan tenminste nog caf?s, parken enrestaurants om even uit te puffen,maar de enige plek op het station waarje langer dan tien minuten kunt verblij-ven is de Hispeed Lounge. NS humor, dienaam, Hispeed Lounge. Het kost 12,50om er voor maximaal twee uur te loun-gen: dan krijg je er wel een gratis kopjekoffie en WiFi bij. Geen match voor deoveral opkomende flexwerkplekkenzoals Seats2Meet of de n?t buiten hetNS Stations-regime gelegen Lebkov. Ofde oude stationsrestauratie dus.De commercialisering van de stationshield in de jaren negentig nog de beloftein dat er veel meer en betere voorzie-ningen voor reizigers en niet-reizigerszouden komen. Het station als logischonderdeel van de stad, waar je bijnaterloops van de stad, door het stationde trein inwandelt. Dat was ooit de am-bitie van het NS-concern tijdens de pri-vatis ering. Maar in de uitvoering daar-van door NS Stations is de gemakkelijkeweg gekozen om alleen maar landelijkeof internationale ketens op stationstoe te staan. Toegegeven, de AH-to-goen de HEMA zijn een uitkomst voor dehaastige reiziger, maar voor het overigeis het station als locatie nu verevendmet winkelstraten, benzinestations,vliegvelden en perifere detailhandel dieal in een eerder stadium door ketenswerden platgeslagen en uitgehold.Anno 2013 wordt de retail grondig her-zien; de een na de andere winkelruimtestaat te huur, online verkopen nementoe, de crisis houdt aan en tijdelijkefuncties of pop-up stores zijn bon ton.In die heftige dynamiek zou het stationjuist een goede kans hebben om eengeheel eigen commerci?le sleutelposi-tie in te nemen. Het is heel anders daneen winkelstraat. Het is een plek waarbezoekers niet ??n, maar twee keer opeen dag komen en dat biedt bijzondere(commerci?le) mogelijkheden die bijnavolledig onbenut blijven. Het is een plekmet extreem veel reguliere klanten. Hetstation kan een plek zijn waar niet dedroge consumptie centraal staat maarsnelle uitwisseling en ontmoeting, eenhandige interface tussen bijvoorbeeldonlinebestellingen en fysieke over-drachten. Niet sloom slenterend eenjurk kopen, maar een eerder en eldersbestelde jurk ophalen of terugbrengen.Een station is in iedere stad bovendieneen unieke plek om de lokale kwaliteitenvan de stad in ??n geconcentreerd ge-bied te presenteren aan een internatio-naal netwerk. Een plek waar de steedsweer wisselende sferen van zowel destad als de treindienst zinderen en juistniet een universele non-place. Waaromzou je in hemelsnaam Leonidas bonbonskopen op station Rotterdam, als je overeen half uur in Antwerpen zit? Had debijzondere bonbons van de Rotterdamsechocolatier de Bonte Koe verkocht.Met een beetje aandacht, creativiteiten een langetermijnvisie over zo'nlocatie is een palet van Rotterdamsekarakteristieken en topzaken mogelijk,desnoods voor tijdelijk of als marktof afhaalplek. Wedden dat mensen opdoorreis spontaan uit de trein gaanstappen om met de volgende trein doorte reizen? Omdat ze dan even in eenhalf uur Rotterdam kunnen proeven? gewoon op het station. Doe er eengoed restaurant bij, zoals op Perron 4/5in Amersfoort, een dependance vanhet museum, een deli/versmarktje metlokale producten, 24 uurs-koelpost-bussen waar de online bestellingen vandie dag in worden afgeleverd en eencultureel informatiepunt over de staden je hebt de kans dat mensen er zelfsurenlang willen verblijven. En de grapis dat je dat op ieder station kunt doen,want iedere stad heeft immers zo zijneigen charmes, ook anno 2013. Wies Sanders (1965, een vruchtbaarjaar) is stedenbouwkundige bij UrbanUnlimited, bureau voor netwerkgerichtestedenbouw en directeur van het Archi-tectuur Filmfestival Rotterdam. Eerderwerkte zij tien jaar bij NS.Te laat6 2013/01 S+ROIntroQ+AAdriaan VisserFoto: Mike van BemmelenAnne LuijtenStudio-ROanne.luijten@studio-ro.nlPer 1 januari 2013 isAdriaan Visser aan deslag als algemeendirecteur van de fusie-organisatie Platform31.Visser is afkomstig vande gemeente Rotter-dam en heeft als ??nvan de belangrijkstetaken om de nieuweorganisatie op dekaart te zetten in devakwereld.Adriaan Visser, directeur Platform31Verbinden vansociaal en fysiekS+RO 2013/01 7IntroQ+AGefeliciteerd met uw nieuwe baan, eenmooie uitdaging. We kennen oude orga-nisaties Nirov, KEI, Nicis en SEV, wat voororganisatie is Platform31?`Primair is Platform31 een onafhankelijkekennisorganisatie, waarbij het niet alleengaat om het produceren van kennis, maarvooral ook om het verbinden van partijendoor middel van kennis. Dat doen we dooronderzoek, analyse en experimenten. Hetgaat daarbij niet alleen om wetenschap-pelijke kennis, via de experimenten zijn wejuist erg praktijkgericht. Professionals instad en regio moeten er onmiddellijk meeaan de slag kunnen. De combinatie vanreflectie en doen is voor ons essentieel.'De huidige opgave in het ruimtelijk vak-gebied ligt vooral in de stad. Waar leggenjullie de nadruk?`Uiteraard gaat op dit moment veelaandacht naar de stad, daar liggen groteopgaven, onder meer in herbestemming.Maar de problematiek beperkt zich niettot de stad alleen. Door de trek naar destad ontstaan in andere delen van hetland krimpregio's. Steden functionerenbinnen stedelijke netwerken. Vandaar datwij kiezen voor de bredere context: stad?n regio.'Hoe kan Platform31 onderscheidend zijnin de huidige markt? Wat is met anderewoorden de meerwaarde van de organi-satie voor het vakgebied?`Wij werken altijd vanuit een vraag uit demarkt. Die vraag komt direct vanuit eenbehoefte van onze partners, waarondergemeenten, corporaties en ontwikkelaars.Als regisseur kunnen we partijen en kennisverbinden. Met als vertrekpunt altijd denotie dat het anders moet en kan. We pro-fiteren van de efficiencyvoordelen van defusie, waardoor we snel en flexibel kunnenopereren.'Heeft de fusie inmiddels helemaal haarbeslag gekregen? Het is een proces dat alenkele jaren loopt.`De eerste idee?n rondom de fusie zijninderdaad al van een paar jaar geleden. In-middels ligt er sinds juni 2012 een fusiebe-sluit en zijn we ??n organisatie geworden.Het is mijn taak als algemeen directeur omleiding te geven aan het proces van een-wording: de eigen culturen, begrotingen enmanieren van werken van de oorspronke-lijke organisatie moeten worden verbon-den. De overlap wordt er uit gehaald, deelsis dat ook al gebeurd. We werken met eenfunctiehuis, alle werknemers worden noggeplaatst in een functie. Sinds kort is er??n website in de lucht.'Het Nirov was een vereniging, had dusleden. Platform31 is een stichting. Hoebetrekken jullie de buitenwacht?`We werken met een partnerstruc-tuur, waarbij niet alleen organisaties enbedrijven zich kunnen aanmelden, maarook particuliere professionals. Natuurlijkstaan de budgetten overal onder druk,maar doordat wij praktijkgericht werkenkrijgen organisaties er veel voor terug. Aanons nu de taak om te bewijzen dat wij d?partner zijn in de markt en dat wij partijenaan ons weten te verbinden. Dat doen weop allerlei manieren, van nieuwsbrief totopleidingen. We trekken door wat de oudeorganisaties deden, zoals de experimentenvan SEV, waarbij we rondom een opgave ineen buurt of wijk partijen organiseren omtot nieuwe oplossingen te komen.'Het gevaar van zo'n fusieproces, zekerals dat wat langer duurt, is dat je erg metjezelf bezig bent. De buitenwereld heeftvermoedelijk nog weinig gevoel bij denieuwe organisatie.`Natuurlijk, je bent gedurende een fusievooral intern gericht. Mijn rol is dan ooknadrukkelijk gericht op het naar buitentreden van het platform. Ik ben het gezichten het aanspreekpunt van Platform31 enga op dit moment letterlijk het land in, bijiedereen langs. We betrekken binnenkortonze nieuwe huisvesting in Stichthage,bovenop Den Haag CS. Heel bereikbaar encentraal, daar is iedereen welkom.'Je kunt je weer op de inhoud richten, op deruimtelijke opgave.`Ook in inhoudelijk opzicht is de fusie vol-komen logisch. In het vakgebied zijn ruim-telijke ordening en sociaaleconomischeproblematieken niet meer gescheiden.Het gaat nu om integrale aanpakken enoplossingen. Kijk maar naar de gemeenteRotterdam, en andere gemeenten: de ste-delijke diensten worden steeds vaker sa-mengevoegd tot ??n dienst Stadsontwik-keling. Ook wij kunnen met de diversiteitaan kennis die we in huis hebben vanuit demoederorganisaties met een integrale blikkijken naar de opgaven in stad en regio.'Wat betekent dat voor de bladen en publi-caties? S+RO bijvoorbeeld is van oudshervoornamelijk gericht op de planologie ende stedenbouw, met een academischeinslag.`In een blad dat alleen op het ruimtelijkevlak is gericht zie ik niet zoveel. Voor onsis juist de verbinding cruciaal. De socialedynamiek is gekoppeld aan de fysiekedynamiek, hoe moeilijk die koppeling in depraktijk ook is te adresseren. De ruimtelijk-economische en sociaal-maatschappelijkeopgave moeten we bij elkaar brengen. Datkan overigens ook prima in verschillendebladen die complementair zijn aan elkaar.'Wat vind u zelf het leukste aan uw nieuweuitdaging?`De rode draad in mijn werk is altijd ge-weest het snijvlak tussen het publieke enhet private. Daar waar overheid en marktelkaar tegen komen. Als programmadirec-teur Economie en Arbeidsmarkt in Rot-terdam weet ik wat de integraliteit van deopgave betekent in de praktijk. Ik ben eenmensen-mens en houdt van het maken vande verbinding. Maar ben daarbij ook heelpraktisch ingesteld. Processen begeleidenis mooi, maar het moet wel ergens toeleiden.'Gaat u zich ook richten op de politiekelobby?`Wij moeten vooral een onafhankelijkeclub blijven, ik zou niet in het lobbycircuitterecht willen komen om te pleiten namens??n partij. Wel denk ik dat we in de maat-schappelijke discussie aanwezig moetenzijn, op een proactieve, eigenwijze manier.Het scherp houden van de politiek hoortdaar ook bij.' Anne Luijten (1967) is zelfstandig gevestigd publicist en hoofdredacteur van hetplatform Gebiedsontwikkeling.nu van deTU Delft.-8 2013/01 S+ROIntroColumnHet idee is om van devolkshuisvesting een echtemarkt te maken. Verkoop socialehuurwoningen centrum Rotterdam.Foto: Peter Hilz/HHS+RO 2013/01 9IntroColumnBarend WindMasterstudent/onderzoekerwoontoeslag. Indirect subsidieert de overheid dan, via delage inkomensgroepen, de vastgoedbazen. Dan kies ik tochliever voor corporaties met een duidelijke publieke taak, diede vraagprijs laag kunnen houden. Laten we zeggen, vooreen regulerende in plaats van een controlerende overheid.Nu grondbeleid een politiek thema dreigt te worden, is hetgebrek aan zo'n systeemanalyse schrijnend. Politici zullenom het hardste schreeuwen te stoppen met actief grondbe-leid en een faciliterende rol voor de gemeenten propageren.Ik zou juist willen pleiten voor een nieuwe vorm van actievegrondpolitiek, ge?nt op een moreel kompas, om een tegen-wicht te bieden aan het kapitalisme. Ruimtelijke investerin-gen zijn namelijk bovenal maatschappelijke investeringen.Wanneer we de negatieve effecten van deze investeringenniet overmatig bij de zwakkeren terecht willen laten komen,moeten we de markt temmen en actief grondbeleid gebrui-ken om anticyclisch te investeren en gemengde en leefbarebuurten te realiseren. Zo kunnen gemeenten het publiekebelang dienen, ontstaat een stabiele prijsontwikkeling ennemen de risico's af.Dit ideaalbeeld staat echter ver af van de huidige realiteit.Gemeenten zitten gevangen in een neoliberale kooi waar zezich niet uit kunnen bevrijden. Alleen het Rijk kan een oplos-sing bieden door gemeenten door middel van kaderstellenderegelgeving ruimte te geven voor actief grondbeleid. Dezeruimte ontstaat alleen wanneer de bouwprijs (de gebruiks-waarde) in toekomstig beleid centraal gesteld wordt, en nietde volatiele door beleid en schaarste opgedreven markt-waarde. Afstappen van de residuele grondwaardemethodemoet overwogen worden, net als het invoeren van een baat-belasting op de grondmarkt om prijsopdrijvende grondspe-culatie tegen te gaan. De ruimtelijke ordening zou gebaat zijnbij het uitbreiden van het voorkeursrecht voor gemeenten bijgrondaankoop door het te baseren op de bouwprijs zodat degrondprijs daalt. Het is te hopen dat gemeenten durven teexperimenteren met nieuwe erfpachtsystemen.Het is crisis en op neoliberale wijze doorgaan met facilite-rend- of actief grondbeleid, zal toekomstige crises alleenmaar verdiepen. Wat zal Rutte II besluiten wanneer meergemeenten verzuipen in hun grondexploitatie? Het is tehopen dat de PvdA inziet dat een gereguleerde grondmarkteen voorwaarde is om een verheffings- en gelijkheidsideaalte verwezenlijken. Barend Wind (1989) is masterstudent Sociale Geografie enSociologie aan de Universiteit van Amsterdam en is vice-voorzitter van PvdA Netwerk Ruimte.Afgelopen jaar raakte de gemeente Lansingerland in deproblemen omdat de grondexploitatie hun begroting ver teboven ging. In Apeldoorn moest het hele college van B&Wopstappen omdat de stad door dit beleid tientallen miljoe-nen verlies leed. Omdat hebberige politici hun hand hebbenoverspeeld in de grondpolitiek, bestaat het risico dat dit lotmeer dan vijftien procent van de gemeenten treft, stelde deVereniging Nederlandse Gemeenten begin 2012. Als radiopro-gramma StandpuntNL Victor Vinex zou vragen wat hij hier-van vindt, zou hij waarschijnlijk antwoorden dat `politici al-lemaal boeven zijn'. Met deze gemiddelde Nederlander in hetachterhoofd, wonend in een wijk die op hetzelfde grondbeleidis gebouwd, is het schrijnend om te moeten constateren dathet sociaaldemocraten zijn geweest die in veel steden hunnaam verbonden hebben aan dergelijk `actief grondbeleid'.Van oudsher is de volkshuisvesting en de ruimtelijke orde-ning een plek voor sterke rode wethouders, die in de traditievan Wibaut wijken planden voor de arbeidende klasse.Stabiele werkgelegenheid, een goede woning en voldoendesociale voorzieningen, dat was het devies. In de loop der tijdis dit verheffingsideaal echter meer en meer vervlochtengeraakt met de belangen van de vaderlandse vastgoedelite.Tot dit systeem door een gebrek aan economische groeispaak liep. Laten we eerst eens kijken hoe het zover heeftkunnen komen. In de jaren 1990 vonden veel gemeenten incommerci?le partijen nieuwe bondgenoten om een schaduwvan het oude ideaal te kunnen verwezenlijken. Terwijl deverheffings- en gelijkheidsidealen in deze paarse tijd op deachtergrond raakten, kregen de gemeenten op amateuris-tische wijze hun rol als koopman te pakken. Op deze maniercommitteerden ze zich geheel aan de belangen van devastgoedbazen. Hun belang werd ons belang. Linkse politicilegden zich er ondertussen op toe de naarste effecten vande marktwerking af te veilen door afspraken te maken metde ontwikkelaars. De verregaande liberalisering van de ruim-telijke ordening zorgde ervoor dat zowel de vastgoedelite alsde overheid van de prille groei kon profiteren. En omdat derest van de sociale strata hierdoor van andere kortetermijn-maatregelen genoot, merkte niemand dat dit beleid op delange termijn onhoudbaar was.Deze nieuwe rol van de sociaaldemocraten past hen niet.Linkse politiek hoort gebaseerd te zijn op een gedegensysteemanalyse. Zonder zo'n idee?nkader k?n je niet andersdan liberaal beleid in de marge bijslijpen. Een voorbeeld vandit denken is ook te vinden in het, inmiddels in de ijskastgezette, woonakkoord Wonen 4.0. Het idee is om van devolkshuisvesting een echte markt te maken, en vervolgensiedereen voor dat leed te compenseren in de vorm van eenHeilige grondArjan HarbersRedacteur S+RO10 2013/01 S+ROThema Stad 2033IntroductieIllustratie: Fr?d?rik Ruys/VizualismStel het is in 1993 en je maakt je eenvoorstelling van de stad in 2013. 1993,het jaar waarin de eerste carpool-strook werd geopend, waarin in onsvakgebied hard werd nagedacht overde Kop van Zuid, de Betuweroute, hetChass?-terrein, Vinex, over NIMBY enABC-locatiebeleid, maar ook over hetinmiddels op een dood spoor geraakteIntegraal Plan Noordrand Rotterdam.Gebiedsontwikkeling heette in 1993 noggewoon stedebouw (zonder tussen-n).En dan het straatbeeld: Was het tevoorzien dat de telefooncellen nage-noeg zijn verdwenen en dat er gsm-antennes op de daken staan? Misschienwel. Of dat stations halve shoppingmalls zijn geworden ? ook wel mis-schien. En dat parkeerpleinen weermarktpleinen zijn geworden? Vast.Wel bracht het internet een verras-sende wending teweeg in de program-mering van de stad. Dankzij internetzijn er minder reisbureaus,videotheken,cd-winkels en boekwinkels maar meerkoffiehuizen (als franchiseketens).En dankzij nieuwe ARBO-regels zie jegeen ladders meer op straat, maar elketweehonderd meter een hoogwerkermet een ronkend dieselaggregaat die destoep blokkeert.Hoe gaat dat verder? Hebben we in 2033een smart city? Of is deze term wel heelerg 2012? Gaat de 3d-printer doorbre-ken? En wat betekent dat voor de retailin de stad? Wat vast lijkt te staan is datde burger, dankzij het internet en watdaarmee samenhangt, steeds beterge?nformeerd wordt over wat er zichafspeelt in de stad en daardoor de stadanders gaat gebruiken. Maar gaat destad ook werkelijk fysiek veranderen?Dit themanummer van S+RO gaat overde toekomstige stedelijke ontwikke-lingen. Deze toekomst hangt natuurlijkniet alleen af van technische snufjes,maar ook van economische, politiekeen sociale ontwikkelingen en hoe wedaarop reageren. De essaywedstrijd`Van wie is de stad' (georganiseerd doorde Koninklijke Hollandsche Maatschap-pij der Wetenschappen en het NRC Han-delsblad) en de essaybundel `Toekomstvan de stad' die de Raad voor de leef-omgeving en infrastructuur vorig jaarpubliceerde, waren voor ons aanleidingom enkele auteurs uit te nodigen bij tedragen aan dit themanummer over destad in 2033 en ze verder te bevragenop hun thema.Justus Uitermark gaat aan de handvan David Harveys these dat steden-bouwkundige paradigmata zich steedsaanpassen aan de machtsverhoudingenin op de vraag de spontane steden-bouw een blijvertje is of een hype. ErrikBuursink, winnaar van de KHMW/NRCessaywedstrijd `Van wie is de stad?',stelt dat de stad steeds aantrekkelijkerwordt omdat je er alle voorzieningenop korte afstand vindt. Joram Gr?nfeldbeweert juist het omgekeerde: Mensengebruiken steeds meer de wijde omtrekvan hun woonplaats als stad en pikkenoveral hun krenten uit de pap.Otto Raspe verhaalt over zijn recenteonderzoeken bij het Planbureau voorde Leefomgeving naar de relatie tussenstedelijke regio's en economie. Door derelatieve afwezigheid van dichtheid enstedelijke massa in Nederland zijn deNederlandse regio's op elkaar aange-wezen als het gaat om agglomeratie-kracht in concurrentie met buitenland-se regio's. Succesmodellen van elderskunnen een inspiratie vormen, maarzijn geen blauwdruk voor de toekomst,zo waarschuwt Raspe.We blikken daarnaast twintig jaarvooruit met correspondenten uit En-schede, Groningen, Eindhoven en DenHaag. We vroegen Ton Schaap, Rob vander Bijl, Jo Coenen en Maarten Schmittnaar de mogelijke ontwikkelingen vanhun stad richting 2033. Hein Ebersonbetoogt dat Augmented Reality ondermeer het straatbeeld ingrijpend zalveranderen en verbaast zich over deminimale aandacht in de SVIR voor deinvloed van digitalisering op de ruim-telijke ontwikkelingen. Ten slotte mar-keert de kunstenaar Aram Bartholl deinvloed van het internet op het gebruikvan de openbare ruimte door deze metinstallaties zichtbaar te maken.Hoort u eigenlijk nog wel eens iets van`Second Life?' Dit internetspel kenderond 2006 zijn hoogtepunt. Het zoude werkelijkheid met de virtual realityverweven en een parallelwereld schep-pen, die misschien wel belangrijker zouworden dan de echte. Het kende zijneigen economie en politici gebruiktenhet als platform.`Second Life' heeft het begrip avatareen boost gegevens, wat uitmonddein de uiterst succesvolle film `Avatar'.Maar behoudens her en der een avatar-bos heeft het uiteindelijk niets bijge-dragen aan de ruimtelijke ordening.Volgens Christian Salewski, auteur vanDutch New Worlds, vertellen toekomst-voorspellingen dan ook meer over detijd waarin ze werden bekokstoofd danover de toekomst. Zo bezien gaat ditnummer van S+RO niet alleen over destad in 2033 maar vooral over de stadvan nu. Stad 2033Stad2033S+RO 2013/01 11Thema Stad 2033Introductie12 2013/01 S+ROThema Stad 2033Spontane stedenbouwals politiekUnit? d'Habitation te Marseille vanLe Corbusier, ??n van de superarchi-tecten van de CIAM-beweging. Foto:Samuel Zuder/laif/HHS+RO 2013/01 13Thema Stad 2033Spontane stedenbouwals politiekJustus UitermarkErasmus Universiteit Rotterdamwww.justusuitermark.nlDecennialang hebben boekhoudersen bureaucraten de Nederlandsestedenbouw gedomineerd. Voor-zichtig ontstaat er nu een over-gang van integrale planning naarorganische ontwikkeling. Maar:deze beweging kan alleen een echtalternatief worden als de onderlig-gende machtsverhoudingen terdiscussie worden gesteld.De Engelse Marxistische geograafDavid Harvey werd in de jaren 1970 eenkeer uitgenodigd voor een conferentievan planologen. Deze planologen warentot de conclusie gekomen dat hetmodernistische paradigma ernstigegebreken vertoonde. Ze waren nu dusop zoek naar een nieuwe planningsfilo-sofie die voor groei, samenhang endemocratie zou zorgen. En de vraag aanHarvey was of hij daar een bijdrage aanzou willen leveren.Masculien modernismeHet was waarschijnlijk direct de laatstekeer dat Harvey werd gevraagd. Hijwilde namelijk helemaal geen bijdrageleveren aan een `planningsideologie',zoals hij het noemde. In plaats daarvanlegde hij aan de aanwezigen uit datachter alle nobele motieven iets andersschuil ging. Terwijl de planologen vroomspraken over groei, samenhang endemocratie, waren ze ? volgens Harvey? in feite vooral bezig om hun para-digma's aan te passen aan nieuwemachtsverhoudingen.Harvey's these is dus dat de gebouwdeomgeving een weerspiegeling is vanonderliggende machtsrelaties. Deconcepten en idee?n die stedenbou-wers gebruiken zijn dat ook. Zo'nstructuralistisch perspectief isontnuchterend en het helpt om detrend rond `spontane stedenbouw' metenige kritische distantie te beschouwenen in historisch perspectief te plaatsen.Om met dat laatste te beginnen. Degebouwde omgeving deint mee op degolven van onderliggende machtsrela-ties. Het modernisme van de vorigeeeuw was masculien en top-down, eenweerspiegeling van de macht van destaat om de samenleving tot in detail tevormen. De superarchitecten van deCIAM-beweging, Le Corbusier voorop,en bouwmeesters als de nietsontziendeRobert Moses belichaamden die macht.Bouwen voor de buurtHet modernisme kwam tot een einde,onder meer door protesten vanbuurtbewoners. In de Verenigde Statenwas Jane Jacobs de belichaming van hetverzet. Het was geen toeval dat Jacobseen vrouw was. Voor haar was haarbuurt geen ijle zone op weg naar werk? een planningsobject ? maar eenverblijfsruimte. Ze waardeerde wat demodernistische stedenbouwersverafschuwden: diversiteit, complexi-teit, functiemenging en, je zou kunnenzeggen, mensen.In Nederland leidde soortgelijk verzettot het bouwen voor de buurt. Hetbouwen voor de buurt werd zoals elkeideologie gepresenteerd als eenopenbaring, als het resultaat vanvoortschrijdend inzicht. Maar Harveyindachtig zouden we het beter kunnenzien als de weerspiegeling van nieuwemachtsrelaties: de staat kon niet langerhaar macht opleggen, buurtbewonershadden hun invloed afgedwongen.Stedenbouw van boekhoudersToen kwam de stedelijke vernieuwingmet de integrale gebiedsontwikkeling.Plechtig werd in nota's gesteld dat dewoningvoorraad niet in balans was endat het nodig was om de buurtintegraal te herontwikkelen. Maar, ikdenk weer aan Harvey, zo'n discours issimpelweg een uitdrukking vanveranderende machtsrelaties. In ditgeval vormden de woningcorporaties,vastgoedfondsen en de overheid eenhechte coalitie die van bovenaf destedelijke vernieuwing oplegde. Demachtsbalans was gekanteld; deautoriteiten waren niet zo visionair enr?cksichtslos als de modernisten, maargebruikers kwamen alleen in beeld ingrootschalige woonbehoefteonderzoe-ken of nauwkeurig geregisseerdeinspraakprocedures. Waar bewonersontbraken, op kantoorlocaties en inVinex-wijken, werden zielloze plannenontvouwen. De kantoorpanden staan ernog, en vaak staan ze ook nog in deboeken, maar toch hebben ze hunlangste tijd gehad. Het was de steden-bouw van boekhouders. Alles wasgericht op beheersing, zowel van dekosten als van de omgeving, enuiteindelijk ook van de gebruikers.Spontane stedenbouwEn nu zijn we dus aangeland bij despontane stedenbouw. Het geld is op,dus de machtsbalans kantelt weer. Inhet voordeel van wat nog steeds meteen klinische term `eindgebruiker'wordt genoemd. Opvallend genoeg >>Spontane stedenbouwals politiekSpontane stedenbouw: Stadslandbouwop de dak van het Schieblock te Rot-terdam. Een initiatief van ZUS (ZonesUrbaine Sensibles) en het RotterdamsMilieucentrum. Foto: Arie Kievit/HHStedenbouw van de boekhouders:Wonen aan het water in de nieuw-bouwwijk Wijdevenne te Purmerend.Foto: Goos van der Veen/HH14 2013/01 S+ROThema Stad 2033Spontane stedenbouwals politiekgaan we hier op herhaling, want ook nuwordt de opkomst van het nieuwedenken over stedenbouw belichaamddoor vrouwen die, in de beste traditievan Jane Jacobs, aandacht hebben voorde software, voor de sociale verbandenen betekenisgeving van de stad.Er is, zo stelt Gert Urhahn (UrhahnUrban Design) terecht, wellicht sprakevan een paradigmaverschuiving: `Is detransitie van top-down naar bottom-up, van grootschalige naar kleinschaligestedenbouw, van eindbeelden naarflexibiliteit, ook een transitie vanmannelijke naar vrouwelijke gebieds-ontwikkeling? Van gevoelloze stropdas-sen naar lichtvoetige zomerjurken? Hetheeft er alle schijn van.' Inderdaad, endat is mooi. De vraag is alleen hoeduurzaam die ontwikkeling is. Laat iktwee scenario's schetsen, ??n cynisch,de andere optimistisch.Cynisch scenarioHet cynische scenario is dat despontane stedenbouw een kleineonderbreking is van een voortdende-rende trend waarbij investeerders enbureaucraten nog steeds de uiteinde-lijke macht hebben. Nu mogen bewo-ners, kleine ondernemers en vrijwilli-gersorganisaties nog even gebruikmaken van de leegstaande kavels enkantoren om waardedaling en vanda-lisme te voorkomen. Maar op hetmoment dat de markt aantrekt, wordenze weer even eenvoudig verwijderd.Er is veel te zeggen voor dat cynischescenario. Wat in de publicaties vanUrhahn Urban Design en het Planbureauvoor de Leefomgeving (PBL) spontaanwordt genoemd is vaak tijdelijk, precair,voorwaardelijk, opportunistisch. Deoverheid, de grote marktpartijen, depensioenfondsen, de NS; ze hopen nogsteeds vurig dat alles weer zo eenvou-dig, winstgevend en voorspelbaarwordt als voorheen. De initiatiefnemersen andere vormgevers van de spontanestad doen hier ook aan mee. In plaatsvan te claimen dat spontane steden-bouw beter, democratischer en mooieris, flirten ze met de portfoliomanagers:`Geef ons een kans, je hebt niks teverliezen.' De overheid neemt in ditcynische scenario een twijfelachtigepositie in door een verstikkende dekenvan regelgeving uit te rollen waardoorzeker is dat spontaniteit niet spontaanvan de grond komt.Voor mij was ??n van de meestopzienbarende bevindingen in derapportage van Urhahn en het PBL datzelfs de Amsterdamse kantorenlocatieAmstel III in de gaten werd gehoudendoor de welstandscommissie. Onder-tussen wordt hooguit de illusie gewektdat vastgoedeigenaren wordenaangespoord om wat van het gebied temaken. Het staat in schril contrast metde vorige crisis toen de overheid opgrote schaal panden opkocht eninitiatief nam waar de markt dat lietliggen. In dit cynische scenario isspontane stedenbouw dan antikraak inhet groot ? leegstand zonder zorgen,tijdelijk ingevuld door energieke,enthousiaste, pragmatische maar ookkritiekloze beheerders.Optimistisch scenarioDan het optimistische scenario. In ditscenario is de kanteling van de macht inhet voordeel van kleinschalige initiatie-ven en diverse collectieven geenopportunistische strategie. Dezemachtskanteling maakt deel uit vaneen fundamentele ontwikkeling,waarbij niet grote, gesloten instellingenmaar gem?leerde en grote groepen deaanjagers van ontwikkeling zijn. Hetexemplarische voorbeeld online isWikipedia. Maandelijks dragen tiendui-zenden vrijwilligers bij aan de ontwik-keling van Wikipedia en maken zo eenencyclopedie die veel beter en groter isdan wat experts in elkaar zetten. BijSpontane stedenbouw: Eetpark ophet Erasmusveld, Den Haag. Foto:Arenda Oomen/HHStedenbouw van de boekhouders:Nieuwbouw Park 16hoven in Rot-terdam ligt stil door de economischecrisis. Foto: Rhoon/HHS+RO 2013/01 15Thema Stad 2033Spontane stedenbouwals politiekWikipedia en veel andere onlineinitiatieven is er samenwerking binnenopen netwerken. We zien dat ookoffline, bij spontane stedenbouw:verschillende gebruikers vormenzorgzame, productieve, innovatievegemeenschappen. We kunnen niet opdie vormen van zelforganisatievertrouwen voor het bieden vanessenti?le voorzieningen1 en we kunnenook niet verwachten dat een groot deelvan de bevolking of ondernemers eraanmee zal doen. Maar zeker in gebiedenwaar wat minder druk op de ruimtestaat ? in de marge van de centra ?kunnen mogelijkheden worden afge-dwongen om de stad opnieuw kleur tegeven en nieuwe gemeenschappen tevormen. Die gemeenschappen zijn veelopener dan voorheen. Vroeger warenvolkstuintjes bedoeld als plekken om jeaf te zonderen ? `even van alles wegzijn.' Maar volkstuintjes 2.0 zijn juistbedoeld om contact te leggen ennieuwe relaties aan te gaan, waarbijgebruikers ook producenten zijn engemeenschappelijkheid ? the commons? wordt gecre?erd. Voor de stedelijkeruimte spreekt Saskia Sassen over opensource urbanism. Dat is voor haar eenmanier waarop de stad `terugpraat'tegen ontwikkelaars en overheden:`Here the appropriate technology ismore akin to developing an urbanWikileaks--vertical institutions thatbegin to leak and thereby enablecitizens to work with at least some ofwhat is useful in those leaks in theways they see fit. This is akin tohorizontalizing what is now vertical,imposed by top-down authority.'2Hype ontgroeienIn het optimistische scenario is despontane stedenbouw niet een tijdelijkeonderbreking voor zolang de crisisduurt, maar leidt spontane stedenbouwde crisis van de integrale, top-down-planning juist in. Merk op dat dit eenduidelijk politiek standpunt is. Net alsde voorlopers van burgerschap 2.0 opinternet, wordt samenwerking vanonderop niet gewaardeerd als opportu-nistische strategie maar als ondermij-nende kracht die de stad op een nieuwemanier vormgeeft. Een voorwaardevoor het slagen van die strategie is datstedenbouw niet langer wordt vormge-geven door boekhouders en bureaucra-ten maar dat gebruikers eigenaar envormgever worden van gebieden, nietals tussenoplossing maar als doel.En hiermee kom ik dan ook onvermijde-lijk terug bij David Harvey. Harvey steltdat stedenbouwers meedeinen op degolven van de macht. Dat lijkt nu ook zote zijn bij spontane stedenbouw; hetdient nu nog als pleister voor deaangeslagen boekhouders, niet alsalternatief voor de boekhoudkundigestedenbouw. Wil spontane stedenbouwde status van hype ontgroeien, danmoeten ook de machtsverhoudingen eneigendomsverhoudingen in de stad terdiscussie worden gesteld, zodat hetmakkelijker wordt om die gemeen-schappelijke ruimtes te cre?ren en teclaimen. Als de machtsbalans verderkantelt, kan de hype daadwerkelijk eenbeweging worden. Noten1 Zie: Justus Uitermark, De gevaarlijkebelofte van burgerschap, http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/10/12/de-gevaarlijke-belofte-van-burgerschap-2-0/2 Zie: Saskia Sassen, Open Source Urbanism,http://www.domusweb.it/en/op-ed/open-source-urbanismDeze column werd uitgesproken op debijeenkomst Vormgeven aan de spontanestad, op 30 oktober 2012, Amsterdam.Justus Uitermark is sinds mei 2012 bij-zonder hoogleraar Samenlevingsopbouwaan de Erasmus Universiteit Rotterdam(leerstoel Gradus Hendrik Stichting). In2010 promoveerde hij cum laude op deNederlandse integratiepolitiek.16 2013/01 S+ROThema Stad 2033Amsterdam, een verhaalvan twee stedenAmsterdam,eenverhaalvan tweestedenErrik BuursinkDienst Ruimtelijke Ordening,gemeente Amsterdamwww.dro.amsterdam.nlBinnen de Amsterdamse ring (A10)zijn er duidelijk meer bedrijfsvestigin-gen in de ICT en creatieve sector.Kaart: Dienst Ruimtelijke Ordeninggemeente AmsterdamDe stad doet er weer toe. Na eendip in de jaren 1970 en 1980, staangrote steden volop in de belang-stelling. De vlucht naar buitenheeft zich gekeerd; veel jongemensen trekken juist de stad in.Ook m?t kinderen. Zo komenkapitaal en talent (weer) binnen destadgrenzen. Dit heeft gunstigeeffecten voor de stedelijke econo-mie, maar ook zijn weerslag opregio en periferie.Het is een hardnekkig misverstand datde crisis, die onze steden in de jaren1970 en 1980 in zijn greep had, door destadsvernieuwing is be?indigd. Inwerkelijkheid is het verschijnsel dat bijgebrek aan een betere term gentrifica-tion wordt genoemd, verantwoordelijkvoor de wederopstanding van de grotesteden in de westerse wereld. Hetterugvloeien van kapitaal en talentrichting de stadskernen, na decenniavan leegloop, heeft een duidelijkeeconomisch oorzaak. De westerseeconomie?n zijn in toenemende matestedelijke economie?n geworden.2Ook met Amsterdam gaat het goed. Opde vleugels van de economisch boomvan de late jaren 1990 katapulteerde destad zichzelf als stralend centrum vaneen bloeiende metropoolregio deeenentwintigste eeuw in. Van deverpaupering en armoede die hetstraatbeeld kortgeleden nog kenmerk-ten is weinig meer zichtbaar. Degevelstutten, junkies en haat in destraat hebben plaatsgemaakt voor frisgelakt houtwerk, bloeiende geveltuin-tjes en hippe koffiebars zover het oogreikt. De wederopstanding vanAmsterdam werd op 30 november 2012bekroond met het verwelkomen van deachthonderdduizendste inwoner. Voorhet eerst sinds 1972 huisvest dehoofdstad weer zoveel mensen. Eeneinde aan de groei lijkt nog niet in zicht.Als de huidige instroom aanhoudt, kan`If we are to achieve an urbanrenaissance it is the nineteenth-century city that will be reborn.'(Donald Olsen, 1986)1S+RO 2013/01 17Thema Stad 2033Amsterdam, een verhaalvan twee stedenNiet-westerse allochtonen in Am-sterdam. Kaart: Dienst RuimtelijkeOrdening gemeente AmsterdamAandeel 2012hooglaagOntwikkeling 2002-2012Stijging meer dan 10%Stijging tot 10%Daling tot 10%Amsterdam binnen tien jaar denegenhonderdduizend aantikken. Dederde Gouden eeuw lijkt een feit.Economische groeiAmsterdam dankt het recente succesaan een sterke groei van zijn economie.De groeicijfers in de metropoolregiowaren vanaf midden jaren 1990beduidend hoger dan het landelijkgemiddelde. Met name twee sectorenlieten sinds 1990 een snelle groei zien:de financi?le dienstverlening en decreatieve industrie. Het lage aandeelvan de maakindustrie, bouw enlogistiek in de stedelijke economiemaakt dat de gemeente Amsterdam totnu toe relatief weinig last heeft van deeconomische crisis.3 De werkgelegen-heid handhaaft zich en de instroom vannieuwe inwoners gaat gepaard met hetcre?ren van tienduizenden nieuwebanen. Het is echter niet alles goud water blinkt. De jeugdwerkloosheid looptsnel op en een flink deel van debevolking wordt onevenredig hardgetroffen door verminderde werkgele-genheid in de logistiek en industrie, dievooral in de regio gevestigd is. Wie doorde oogharen naar de stad en de regiokijkt, ziet eigenlijk twee steden. Eenwelvarende, economisch en demogra-fisch zeer dynamische kern en eenregio die deels ook welvarend enproductief is, maar deels te makenheeft met stagnatie.Planologen zijn gewend om stadsregio'ste defini?ren als een complex vancentra, subcentra, woon- en werkge-bieden, recreatieterreinen en infra-structuur. De traditionele monocentri-sche stad van voor de oorlog heeftplaatsgemaakt voor een netwerkstaden de plaatselijk georganiseerde levens-wijze van de stedeling is vervangendoor dagelijks, wekelijks of maandelijksgebruik van een daily urban system datde stedeling een keur aan bestemmin-gen en tijdsbestedingen biedt. Ook deMetropoolregio Amsterdam bestaat uitmeerdere bebouwingskernen, centra eneen groeiende hoeveelheid verkeersin-frastructuur. Maar anders dan insommige andere stedelijke netwerkenlijkt het primaat van de oude stadskernvan Amsterdam de laatste jaren sterkerte worden, terwijl verschillendesubcentra aan belang inboeten. Dat iseen trendbreuk. De binnenstad en deoude wijken er omheen zagen dewerkgelegenheid immers decennialangalleen maar afnemen. Het overeindhouden van de centrumfunctie van debinnenstad werd weliswaar in iederstructuurplan als planningsdoelbenoemd, maar er was consensus overhet feit dat Schiphol, Sloterdijk,Zuidoost en de Zuidas de werkgebiedenvan de toekomst zouden zijn. Amster-dam zou een polycentrische netwerk-stad worden en de binnenstad eencentrum van toerisme en vermaak.4 >>hooglaag Daling tot 10%Ontwikkeling 2002 - 2012Niet-westerse allochtonen in AmsterdamAandeel 2012Stijging meer dan 10%Stijging tot 10%hooglaag Daling tot 10%Ontwikkeling 2002 - 2012Niet-westerse allochtonen in AmsterdamAandeel 2012Stijging meer dan 10%Stijging tot 10%18 2013/01 S+ROThema Stad 2033Amsterdam, een verhaalvan twee stedenAmsterdam binnen de ring; een eigen-tijdse variant op de negentiende-eeuwse burgerstad. Wolvenstraat,centrum. Foto: Robert Rizzo/HHAmsterdam binnen de ring; een eigen-tijdse variant op de negentiende-eeuwse burgerstad. Grachtengordel,centrum. Foto: Emilie Luider/HHSindsdien is tegen de verwachting in, enondanks het vertrek van de bulk van definanci?le dienstverlening, de werkge-legenheid in de binnenstad met tienprocent gestegen tot ruim negentigdui-zend banen. Een deel van deze werkge-legenheid komt inderdaad voorrekening van de toeristische sector,maar opvallend is vooral de opkomstvan kennisintensieve en creatievedienstverlening in en rondom degrachtengordel. De kapitale grachten-panden, die de banken, advocaten ennotarissen achterlieten, zijn in gebruikgenomen door honderden nieuwe kleineen grote bedrijven. Naast productiemi-lieu is de binnenstad ook een onvermin-derd populair woongebied. Het aantalinwoners steeg er sinds 1990 met ruim10.000 tot 84.000. Met 1667 horecage-legenheden is het ook nog een vrije-tijdsgebied dat in ons land zonderweerga is.5Lokale levensstijlIn een stad die zo goed geoutilleerd isals Amsterdam zien inwoners steedsminder redenen om zich buiten destadsgrenzen of zelfs buiten hetcentrum te begeven. Veel wijst er danook op dat een groeiende groepAmsterdammers er een zeer lokaalgeori?nteerde levensstijl op na houdt.Men woont in de kern van de stad,werkt er en recre?ert er. De sterkeori?ntatie op de directe omgeving blijktbehalve uit de toename van het aantalbanen en inwoners uit het almaardrukkere gebruik van de openbareruimte en publieke gelegenheden in debuurten in en rondom de binnenstad.Het bezoek aan de centraal gelegenstadsparken verviervoudigde tussen1998 en 2008.6 Ook de populariteit vande fiets als stedelijk vervoermiddel ende afname van het gebruik van auto enopenbaar vervoer is een indicator.7De typisch stedelijke levensstijl, die inAmsterdam usance geworden is, blijktnaast besmettelijk ook verslavend. Inde levendige stadskern binnen deringweg A10 is sprake van een onver-minderde demografische dynamiek.Jong talent uit binnen- en buitenlandstroomt binnen, zoekt en vindt er ookverrassend vaak een woonstee. Zijmoeten de stad delen met een groei-ende groep middenklassegezinnen.Jonge gezinnen die voorheen hunkrappe etagewoningen met graagteinruilden voor meer ruimte en eenveilige openbare ruimte in een buiten-wijk, kiezen ervoor in de stad te blijven.Populaire basisscholen in de stadsdelenCentrum, West en Zuid kunnen detsunami aan witte kinderen niet langeraan.8 Voorheen zwakke, zwarte scholenzien hun leerlingenbestand in enkelejaren van kleur verschieten. Dehonderden miljoenen die de gemeenteAmsterdam heeft ge?nvesteerd in deS+RO 2013/01 19Thema Stad 2033Amsterdam, een verhaalvan twee stedenAmsterdam buiten de ring: naoorlogsetuinsteden hebben te kampen met la-ger geschoolden, meer overlast van cri-minaliteit, en een onderontwikkeld so-ciaal weefsel. Confuciusplein, Geuzen-veld Slotermeer. Foto: Jan vanVeen/HHkwaliteit van de openbare ruimte, hetverbeteren van de verkeersveiligheid enhet opknappen van het woningbestandbetalen zich dubbel en dwars terug instijgende leefbaarheidscijfers en hogevastgoedprijzen.KloofDe stedelijke renaissance beperkt zichvooralsnog tot de vooroorlogsestadsdelen, die zich dankzij huntraditionele stedenbouwkundigestructuur en gevarieerde architectuursnel kunnen ontwikkelen tot wijkenmet centrumstedelijke kenmerken.9Terwijl binnen de ringweg een eigen-tijdse variant op de negentiende-eeuw-se burgerstad ontstaat, bevinden zichbuiten ring de naoorlogse tuinsteden,die onderdak bieden aan Amsterdam-mers die gemiddeld lager opgeleid zijn,minder verdienen, meer overlast onder-vinden van criminaliteit en te makenhebben met zwakke scholen en eenonderontwikkeld sociaal weefsel in deleefomgeving.10 In economisch opzichtontwikkelen de tuinsteden zich ookanders. De sterke concentratie van ken-nisintensieve en creatieve ondernemin-gen, die de buurten binnen de ring totproductiemilieu maakt, ontbreekt tenenenmale. Ook de plaatselijke, oppublieke voorzieningen geori?nteerdelevensstijl is minder wijdverbreid.Overigens is niet alles in de naoorlogsestadsdelen kommer en kwel. Ook hierzijn de meeste trends op het gebied vanonderwijs, leefbaarheid en participatiepositief. Maar de kloof tussen binnenen buiten de ring groeit zichtbaar. Hetvanouds sociaaleconomisch zogemengde Amsterdam begint op Parijste lijken. Binnen de ring en buiten dering ? inclusief een groot deel van destadsregio ? raken van elkaar losgekop-peld. Mensen met verschillendeopleidingsniveaus, culturele achter-gronden en leefstijlen prefererenverschillende plekken in de regio alswoonmilieu. De lagere middenklassehecht nog altijd meer waarde aanpriv?ruimte dan aan publieke ruimte enconcentreert zich in betaalbaresuburbane kernen. De hogere midden-klasse zoekt het publieke leven en deculturele voorzieningen van destadskern op en neemt genoegen metminder priv?ruimte. Naoorlogse wijkenmet veel sociale woningbouw en weinigstedelijke openbare ruimte vormenconcentratiegebieden van mensen metnauwelijks keuzemogelijkheden. Intoenemende mate betreft het eerste-,tweede- en derdegeneratiemigrantenuit niet-ge?ndustrialiseerde landen.11TweedelingHet is passend dat een pasgeborene inhet AMC werd aangewezen als acht-honderdduizendste inwoner van >>20 2013/01 S+ROThema Stad 2033Amsterdam, een verhaalvan twee stedenAmsterdam buiten de ring: naoorlogsetuinsteden hebben te kampen met lagergeschoolden, meer overlast van crimi-naliteit, en een onderontwikkeld sociaalweefsel. Botteskerksingel AmsterdamOsdorp. Foto: Mari?tte Carstens/HHAmsterdam. De stad en de regio groeiendankzij een geboorteoverschot en eenpositief binnen- en buitenlandsmigratiesaldo. Niet langer komt debevolkingsaanwas voornamelijk voorrekening van nieuwkomers uit traditio-nele immigratielanden als Marokko,Turkije en Suriname. Migranten komende laatste jaren veelal uit de EuropeseUnie en zijn goed opgeleid. Bovendien iser sprake van een aanzienlijk binnen-lands migratieoverschot.12 Al jaren isGroningen de belangrijkste bron vannieuwkomers in de stad. Gevolgd doorUtrecht, Rotterdam en Leiden. Veel vanhen zijn recent afgestudeerden die hungeluk in de hoofdstad komen beproe-ven. En de stroom zwelt aan. In hetnajaar van 2012 groeide Amsterdammet ongeveer 2500 mensen per maand.De meesten van deze nieuwkomershebben een duidelijke voorkeur voorwonen en werken in een stedelijkesetting.13 Het is dan ook moeilijk tegeloven dat de nieuwbouw in de stadjuist nu stil valt. Amsterdam dreigthierdoor op twee manieren getroffente worden.Allereerst is de stad sterk afhankelijkvan de instroom van jong talent.Wanneer het onmogelijk wordt eenwoning in de stad te bemachtigen,zullen afgestudeerden elders hun gelukzoeken. Niet in Almere, maar in anderemetropolen. De uitstroom vanuitAmsterdam naar Almere is nagenoegstilgevallen sinds 2007. Verder ver-sterkt de instroom van talent ? zonderde bouw van nieuwe woningen ? detweedeling in stad en regio. Het aantallager opgeleiden neemt binnen de ringgestaag af en neemt in de naoorlogsewijken duidelijk toe. In 2011 trokkennegenhonderd personen vanuitAmsterdam naar Zaanstad. Voor eengroot deel betrof het gezinnen die hunoude sociale huurwoning in Amsterdamverruilden voor een nieuwe in Zaan-stad.14 Er vindt een uitsortering in staden regio plaats naar opleidingsniveauen vaak ook naar etniciteit. De vraag isnatuurlijk hoe erg dit is. De toekomst isongewis, maar als de polarisatie van dearbeidsmarkt in goedbetaalde hoog-waardige arbeid en slecht betaaldelaagwaardige arbeid zich doorzet,kunnen de gevolgen verstrekkend zijn.Hoe dan ook is Amsterdam gebaat bijdiversiteit, economisch en sociaal.Ruimtelijke voorwaardenPlanners dienen te onderkennen dat inde Amsterdamse metropool hetcentrum binnen de A10 nog altijd veruitdominant is en dat deze positie eerdersterker dan zwakker zal worden. Dekern van Amsterdam is om heelduidelijke redenen succesvol. Deconcentratie van mensen, bedrijven envoorzieningen maakt het gebied uniekAmsterdam buiten de ring: naoorlogsetuinsteden hebben te kampen met lagergeschoolden, meer overlast van crimi-naliteit, en een onderontwikkeld sociaalweefsel. Speelmanstraat, GeuzenveldSlotermeer. Foto: Jan vanVeen/HHS+RO 2013/01 21Thema Stad 2033Amsterdam, een verhaalvan twee stedenAmsterdam binnen de ring: openbareruimte wordt intensief gebruikt.Milkshakefestival. Foto:ThomasSchlijper/HHAmsterdam binnen de ring: openbareruimte wordt intensief gebruikt.Vondelpark. Foto: Jan Boeve/HHin Nederland. Het is een economischemotor van internationaal belang die omversterking en uitbreiding vraagt.15 Nietalleen om gentrification te faciliteren,maar vooral ook om de stad toeganke-lijk te houden voor iedereen die denoodzaak voelt er te wonen of tewerken. De netwerkstad bestaat, laatdat duidelijk zijn. Maar de traditionelestad bestaat evenzeer. De economischeen demografische wederopstandingvan deze `voormoderne' stad vraagt omhet heroverwegen van onze plannings-en ontwerppraktijk, die nog altijd sterkgeworteld zijn in moderne stadscon-cepten. Wat zijn eigenlijk de ruimtelijkevoorwaarden voor het ontstaan vancentrumstedelijke milieus? Nu devoorraad vooroorlogse wijken inAmsterdam opraakt, is het beantwoor-den van deze vraag uiterst urgentgeworden. Noten1 Citaat uit: Ehrenhalt, A., The greatinversion, 2012.2 Marlet, G., De aantrekkelijke stad, 2009.3 MRA, Economische verkenningmetropoolregio Amsterdam 2011.4 Gemeente Amsterdam, Structuurplan`Amsterdam open stad', 1996 en GemeenteAmsterdam, Structuurplan Amsterdam`Kiezen voor stedelijkheid', 2003.5 Stadsdeel Centrum, TrendrapportAmsterdamse binnenstad 2010-2011.6 Gemeente Amsterdam, Het grotegroenonderzoek, 2008.7 Buursink, E., `Mobiliteit in depostindustri?le metropool', op: www.ruimtevolk.nl, 2012 en GemeenteAmsterdam, Mobiliteit in en rondAmsterdam. Een blik op de toekomstvanuit een historisch perspectief,Amsterdam, 2010.8 Fauwe, L. de, `Overvolle scholen incentrum mogen uitbreiden' in: Het Parool9-1-2013.9 Buursink, E., De revanche van deschilderachtige ingenieursstad.Voormodernistisch Amsterdam alssociaal-economische motor van demetropoolregio, 2010.10 Gemeente Amsterdam, Wonen inAmsterdam 2011, stand van zaken, 2012.11 Dienst Onderzoek en Statistiek,Stadsdelen in cijfers edities 2006-2011.12 Dienst Ruimtelijke Ordening, PlanAmsterdam: Groei en krimp. Demografieals motor, 2011.13 Dienst Ruimtelijke Ordening, A'damen E.V.A. zoeken een woning. Deaantrekkelijkheid van Amsterdam alsvestigingsplaats voor kenniswerkersen mensen werkzaam in de creatievesectoren (2011).14Provincie Noord-Holland.15Gemeente Amsterdam, StructuurvisieAmsterdam 2040. `Economisch sterk enduurzaam', 2011.Errik Buursink (1978) studeerde Geschie-denis en Erfgoedstudies aan de UvA enwerkt als planoloog bij de Dienst Ruimte-lijke Ordening van de Gemeente Amster-dam. In 2012 won hij de essayprijsvraag`Van wie is de stad?', van de KoninklijkeHollandsche Maatschappij der Weten-schappen en NRC/Handelsblad.Groningen2033Waarschijnlijk scenarioGroningen behoort tot de weinigesteden buiten de Randstad die er ookde komende twintig jaar toe kan doen.Niettemin zal de centrale stad aanbetekenis inboeten. Tegen wil en dankhoudt Groningen zijn functie als regio-naal centrum, maar de eenzijdige pendelvanuit de krimpgebieden naar de stadwerkt veeleer als economische last. DeBlauwe Stad blijft economisch en soci-aal ge?soleerd. Op nationaal en interna-tionaal vlak zal Groningen slechts eenmarginale rol gaan vervullen.Deze neergang is in de eerste plaatste wijten aan ontbreken van adequateinfrastructuur, want het RegioTram-project is mislukt. Bovendien zullenbetere regionale en (inter)nationalespoor- en wegverbindingen uiteinde-lijk toch niet van de grond komen. Decentraal stedelijke voorzieningen rakenin verval. De consumptie blijft kwanti-tatief, maar vooral kwalitatief onder demaat. De toch al kleine economie vanGroningen zal daardoor sterk krimpen.Ondanks de aanwezigheid van universi-taire en medische centra, staan straksveel winkels in de binnenstad leeg. Alscentrum van het noorden des landsblijft de stad achter. De relatie metBremen wordt onbenut gelaten.Een institutionele vernieuwing zoudringend noodzakelijk zijn. Maar destad zal er niet in slagen zich bestuur-lijk en cultureel te versterken. Gemeen-te en provincie blijven om elkaar heendraaien, terwijl de regio met haar al danniet gefuseerde gemeentes machtelooszal toezien hoe bestuurlijke samen-werking slechts met de mond wordtbeleden. Zo zal een groot deel van deZuiderzeelijn-compensatiegelden onbe-nut blijven. De ruimtelijk-economischeontwikkeling raakt verder versnipperdin stad en omland. Werkelijk sterke ste-delijke knooppunten komen nauwelijkstot stand.Gewenst scenarioGroningen behoort tot de weinigesteden buiten de Randstad die er ookde komende twintig jaar toe kan doen.Voortbouwend op de binnenstede-lijke verdichtingspolitiek uit de jaren1970, moet de centrale stad daaromtot brandpunt van alle toekomstigeontwikkelingen worden genomen. Zokan Groningen zijn functie als regionaalcentrum nog beter blijven vervullen enop bescheiden, doch doelmatige wijzeeen rol spelen op nationaal en interna-tionaal vlak.In de eerste plaats vereisen infra-structurele condities aanzienlijkeverbeteringen. De regionale en lokaleverbindingen vragen om hoogwaardig-heid en uitbreiding van capaciteit. Opvergelijkbare wijze zouden de centraalstedelijke voorzieningen een kwaliteits-sprong moeten maken. Bovendien is hetgewenst dat Groningen meer haalt uithaar universitaire en medische centra.Als toekomstige centrum van het noor-den des lands kan de stad drager wor-den van economische ontwikkelingenin de periferie waardoor de relatie metBremen sterk verbetert, het uitlegge-bied de Blauwe Stad alsnog een succeswordt, de haven van Delftzijl uitgroeittot een nuttige satelliet van Rotterdam,en de Wadden rond Schiermonnikoogtot eenentwintigste-eeuws buiten vaneen stad waar verder niets boven gaat.Daarvoor is een institutionele vernieu-wing dringend gewenst. De stad moetzich omvormen tot een sterke stads-regio met bijbehorend bestuur, terwijlde provincie kan opgaan in een nieuwlandsdeel voor het Noorden. De huidigevrijblijvende samenwerking wordt aldusgeformaliseerd in twee nieuwe bestuur-slagen: de stadsregio en het landsdeel.Zo kan daadwerkelijk worden geko-zen. Niet meer voor een versnipperdeontwikkeling in stad en ommeland, maargekozen uit projecten die er werkelijktoe doen, gesitueerd op een select aan-tal stedelijke knooppunten. Rob van der Bijl is al zijn hele professio-nele leven zelfstandig stedenbouwer metmeer dan gemiddelde belangstelling voorinfrastructuur. Daarnaast is hij publicist,redacteur en nieuwsgierig onderzoeker.Rob van der BijlRVDBwww.rajvdb.home.xs4all.nlBinnenstad Gro-ningen, winkelste huur in deOosterstraat.Foto: GerardTil/HH22 2013/01 S+ROThema Stad 2033Groningen 2033Enschede 2013:verdampte miljoenenDe gemeenteraad van Enschede heeftzijn verlies genomen. Op een avond inhet najaar van 2012 is een bedrag ophet grondbedrijf afgeboekt ter groottevan twaalf procent van de gemeente-begroting. In december werd afscheidgenomen van dertig miljoen geraamdeopbrengsten uit een nieuwe exploitatievan het vliegveld Twente. De begro-ting van Enschede bedraagt ongeveereen half miljard euro. De helft daarvanwordt besteed aan onderwijs, armoedebestrijding en sociale programma's.De andere helft aan de riolering, hetwegbeheer, het onderhoud van parken,zwembaden en de schouwburg. HetRijksmuseum Twente is op de valreepvan sluiting door een Haagse staats-secretaris gered. De kunstcollectiedie Van Heek voor alle zekerheid aanhet Rijk schonk, in plaats van aan zijnstadgenoten, blijft openbaar kunstbe-zit. Weghalen uit Enschede was in deschenkingsbepalingen uitgesloten. Zoslim was Van Heek nog wel. De katerdie volgde op het wegslikken van deverliezen domineert op dit moment destemming. Geen plannen meer en zekergeen visies. Geen voetgangerstunnelonder de treinperrons. Gegniffel om hetWTC dat Hengelo wil. Het enige dat nogenigszins loopt is de zelfbouw van hui-zen en de bouw van plannen uit de rijketijd. De genoemde sociale programma'sen het voorbeeldige onderhoud van deparken zijn voorlopig buiten discus-sie. De fusie met Hengelo is weer nietdoorgegaan. Hengelo sluit zich liever bijBorne aan.Enschede 2033:groeiende eikenDe maakindustrie in Twente bloeit. Dewisselwerking met het technisch on-derwijs is onverminderd sterk. Siemenstrok in de verbouwde fabrieksgebou-wen van Stork, midden in Hengelo.Stork verhuist naar het Twentekanaal,waar Tales al zat. Aan banen voor tech-nisch vaardigen is geen gebrek. Voorhet overgrote deel willen ze wonen inGroot Borne, dat overal in Twente ligt.Rustig en groen. Ze gaan naar hun werkper auto of per fiets. De familie woontin de buurt, de buren zijn vrienden. Eenklein deel van de Tukkers wenst eenstad. Niet iedereen wil daarvoor naarBerlijn of Amsterdam verhuizen. Deachthonderd eiken die dit jaar geplantzijn aan de straat naar Hengelo lopenkomend voorjaar uit, voor het eerstaan de nieuwe laan. Het collectievechagrijn verdampt in de voorjaarszon.De stugge veerkracht van Enschedeherleeft. De gemeenteraad beseft dathij er alleen voor staat. Recent opgele-Enschede2033verde appartementengebouwen in debinnenstad bli
Reacties